Skip to main content

Vlaams_actieplan_4_bijlage1_2003_0.pdf

Page 1

VDAB - REALISATIES

1

Bijlage

VDAB-realisaties in het kader van de Europese Werkgelegenheidsstrategie

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

52

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

VDAB draagt in de uitvoering van haar kernopdrachten voor een belangrijk deel tot bij tot het realiseren van de (hernieuwde) Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren om - zoals de ondertitel het meegeeft - volledige werkgelegenheid en betere banen voor iedereen te realiseren. In de dienstverlening aan werkzoekenden is er door de stelselmatige omvorming van de uitvoering van de aangeboden services een geleidelijke aansluiting van de universele services (die voor iedere werkzoekende bestemd zijn) met de trajectbegeleidingsactiviteiten. Dit leidt tot een meer veralgemeende en systematischere preventieve en actieve aanpak. Voor de verbetering van de inzetbaarheid van werkzoekenden zijn de VDAB-realisaties hierin doorslaggevend. De belangrijkste bevindingen in 2002 zijn kort samengevat: • de sterk gestegen realisaties inzake sluitend bereik voor zowel de jongeren als de volwassenen; • het bereiken van een recordaantal van 170.976 werkzoekenden door begeleiding en opleiding ingebed in de trajectwerkingmethodiek; • een verschuiving tussen de modules van de trajectwerking (meer opleidingen op de werkvloer en meer persoonsgerichte vorming); Een niet te onderschatten impact op de effectiviteit en efficiëntie van de dienstverlening in een gewijzigde arbeidsmarktomgeving is de doorgedreven modernisering van de klassieke arbeidsvoorzieningtaken, wat de Europese richtsnoeren in hun geactualiseerde versie dan ook blijven aanbevelen. Nochtans vinden we die aanbeveling soms onvoldoende terug in concrete prestatie-indicatoren die de Commissie aan de lidstaten oplegt. Aangezien een vorige versie van deze bijlage door het beheerscomité van VDAB uitvoerig besproken werd en verbeteringsvoorstellen werden geformuleerd geven we wat meer aandacht aan een aantal andere, even noodzakelijke activiteiten.

1. Trajectwerking 2002 1.1 Resultaten trajectwerking 2002 In 2001 waren er bij de VDAB 125.256 werkzoekenden in trajectbegeleiding. In 2002 steeg dit naar een recordaantal van 133.289. Door de verdere stijging van de werkloosheid en door de veralgemening van de preventieve acties sinds 2001, klom evenwel het totaal aan bereikte werkzoekenden in 2002 op tot 170.976 (161.611 in 2001). Het gemiddeld aantal N.W.W.Z. steeg in 2002 met 10 % tot het niveau van 187.023. De meest opvallende stijgingen zien we bij de mannen, bij de jongste leeftijdsklassen en bij de hogere studieniveau. Dit weerspiegelt zich uiteraard in de bereikcijfers.

Globaal overzicht van het bereik in de verschillende modules in 2002 Modules

Bereikte werkzoekenden Aantallen

Percentages

Cumulatief 6 opleiding en begeleiding op de werkvloer 4 beroepspecifieke opleiding 5 persoonsgerichte vorming 3 sollicitatietraining 7 trajectopvolging 2 screening, oriëntatie en diagnose Totaal aantal bereikte werkzoekenden

23.952 28.109 11.299 9.307 132.307 97.724 170.976

23.952 43.102 49.932 52.728 133.289 170.976 170.976

Cumulatief 13 15 6 5 71 52 91

13 23 27 28 71 91 91

198.692 = gemiddeld aantal NWWZ 2002 inclusief werkzoekenden in beroepsopleiding (187.023 zonder beroepsopleiding) (*) Deze bereikpercentages hebben maar een beperkte relevantie doordat jaartotalen vergeleken worden met een momentopname (jaargemiddelde)

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

53

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Met uitzondering van module 2 werden voor alle modules in vergelijking met het voorgaande jaar meer werkzoekenden bereikt. Module 2 (intake) en 7 (trajectopvolging) worden verzorgd door de trajectbegeleiders. Het gelijkblijvend aantal trajectbegeleiders samen met de stijging van de werkloosheid sinds 2001 met een recordaantal trajectopvolgingen als gevolg zorgden voor een min of meer gelijkblijvend (maximum) aantal bereikte werkzoekenden in module 2 (97.724 t.o.v. 98.518 in 2001). De verhoging van het bereik module 6 kan grotendeels toegeschreven worden aan de toename van de stages. De beleidskeuze om meer praktische werkervaring te promoten was hier ongetwijfeld van invloed. De verdere stijging van persoonsgerichte vorming is toe te schrijven aan de extra opleidingen Nederlands voor anderstaligen en de verdere uitbouw van cursussen algemene vorming (assertiviteitstraining, attitudetraining,…).

1.2 Trajectbepaling - screening werkzoekenden in 2002 (module 2) Module 2 in de trajectwerking heeft tot doel (diagnostische) kennis over de klant te verzamelen over zijn of haar kansen en hinderpalen op de arbeidsmarkt (de arbeidsmarktrijpheidsanalyse) om vervolgens, in overleg met de werkzoekende, tot een trajectbepaling te komen. Dit gebeurt tijdens een kwalificerende intake al dan niet gecombineerd met gespecialiseerde screenings- en oriënteringsacties. In 2002 werden de volgende resultaten bereikt in de instapfase van de trajectwerking:

Bereik in module 2 van de trajectwerking

Doelgroepen: Jongeren (< 25 j.) voor 6e maand werkloosheid Volwassenen (> 25 j.) voor 12e maand werkloosheid Langdurig werkzoekenden Totaal

scholingsniveau laaggeschoold

hooggeschoold

Totaal

2002

(2001)

2002

(2001)

2002

(2001)

14.412

(16.474)

21.080

(13.978)

35.492

(30.452)

27.466

(33.306)

20.579

(19.528)

48.045

(52.834)

7.724

(8.794)

6.463

(6.438)

14.187

(15.232)

49.602

(58.574)

48.122

(39.944)

97.724

(98.518)

De opname in de trajectwerking was, cfr. de evolutie van het aantal NWWZ, het grootst bij de mannen, de hooggeschoolden en de kortdurig werklozen. De grotere stijging bij de mannen leidde tot een evenwichtige opname van mannen en vrouwen (50,5%) : Man/vrouw verhouding in het bereik in module 2 van de trajectwerking

scholingsniveau laaggeschoold

Doelgroepen: Jongeren (< 25 j.) voor 6e maand werkloosheid Volwassenen (> 25 j.) voor 12e maand werkloosheid Langdurig werkzoekenden Totaal Totaal

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

M

V

hooggeschoold

Totaal

M

V

M

V

8.741

5.671

10.321

10.759

19.062

16.430

14.118

13.348

8.425

12.154

22.543

25.502

4.120

3.604

2.702

3.761

6.822

7.365

26.979

22.623

21.448

26.674

48.427

49.297

49.602

54

48.122

97.724

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

1.3 Trajectopvolging : begeleiding van de trajecten (module 7) Dit is de rode draad in de trajectwerking. De trajectbegeleider begeleidt de werkzoekende tijdens de uitvoering van zijn trajectplan, dat hij in samenspraak met de werkzoekende heeft opgesteld en vastgelegd in een trajectcontract, coördineert en volgt de verschillende begeleidingsstappen op. De begeleiding situeert zich in eerste instantie op de scharniermomenten van het traject. De concrete frequentie en intensiteit ervan, worden bepaald in functie van de behoeften van de klant en de vorm en evolutie van het traject. Essentieel bij dit alles is ook dat de trajectbegeleider fungeert als ankerfiguur en vast vertrouwenspersoon voor de klant. Vanuit die rol is de trajectbegeleider ook het best geplaatst om tussen te komen bij ernstige problemen tijdens de uitvoering van het traject en om waar nodig het traject, in overleg met alle betrokkenen, bij te sturen of te heroriënteren. Bereik in module 7 van de trajectwerking doelgroepen

Scholingsniveau Laaggeschoold

Hooggeschoold

Totaal

Jongeren (< 25 j.) voor 6e maand werkloosheid Volwassenen (> 25 j.) voor 12e maand werkloosheid

25.564

21.354

46.918

36.127

25.440

61.567

Langdurige werkzoekenden

13.805

10.017

23.822

Totaal

75.496

56.811

132.307

Globaal genomen nam in 2002 de trajectopvolging verder toe: Er werden 7.051 trajecten meer opgevolgd dan in het voorgaande werkingsjaar. Per doelgroep bekeken is dit: • een verdere daling van het aantal trajecten bij de langdurig werklozen (- 2.725), • een enorme toename van het aantal trajecten bij de jongere kortdurige werkzoekenden (+ 9.706) • status quo bij de volwassen kortdurige (+ 70) werkzoekenden.

Evolutie december 2001 - december 2002 NWWZ

De verdere daling van het bereik bij de langdurig werklozen is, naast de preventieve aanpak, ook te verklaren door de daling van het aantal langdurig werklozen (meer dan 2 jaar werkloos) :

-1 jaar werkloos

+17.482

(+17%)

1-2 jaar werkloos

+3.680

(+16%)

+ 2 jaar werkloos

- 3.791

(-9%)

1.4 Opleidingen en begeleiding op de werkvloer – (module 6) 23.952 werkzoekenden volgden in functie van hun traject een of andere opleiding op de werkvloer. Hiervan hebben er 18.107 een opleiding op de werkvloer opgestart in de loop van 2002. Dit resulteerde in 25.701 nieuwe acties binnen trajectwerking (één werkzoekende kan immers verschillende acties ondernemen binnen dezelfde module) die dit jaar werden opgestart. Het leeuwenaandeel situeert zich bij WEP+, IBO en de stages : – WEP+: 2.842 ( 1.195 mannen en 1.647 vrouwen ) nieuw gestarte wep+ begeleidingen. – IBO: 7.742 ( 5.532 mannen en 2.210 vrouwen ) nieuw gestarte IBO’s. – Stages: 14.556 nieuw gestarte stages ( 6.858 mannen en 7.698 vrouwen) waarvan • 11.165 gestarte alternerende opleidingen ( 5.400 mannen en 5.765 vrouwen) • 2.434 gestarte voltooiingsstages ( 1.119 mannen en 1.315 vrouwen) • 446 gestarte opleidingen op de werkvloer ( 263 mannen en 183 vrouwen ) • 382 gestarte stages gezins – en bejaardenhulp ( 50 mannen en 332 vrouwen) • 122 gestarte stages buitenland (20 mannen en 102 vrouwen) • 7 gestarte stages onderwijs ( 6 mannen en 1 vrouw)

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

55

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Vergelijking 2001-2002 In 2002 volgden 23.952 werkzoekenden een vorm van opleiding op de werkvloer, dit zijn er 1.869 (+ 8,5% ) meer dan in 2001. De toename van het aantal nieuwe acties met 5.850 t.o.v. 2001 lag in de lijn der verwachtingen: Immers, sinds de start van de trajectwerking werd geijverd voor verschillende korte opleidingen in de centra gevolgd door praktijkervaringen op de werkvloer. Vooral bij de stages zien we een spectaculaire toename (+5.558 of + 62%). Ook IBOs gaan verder vooruit ( + 754).

1.5 Sollicitatietraining – en begeleiding (module 3) De sollicitatietraining is het onderdeel van de trajectwerking waar collectief vaardigheden inzake solliciteren worden aangeleerd, waar via didactische principes kennisoverdracht gebeurt en via rollenspel geoefend wordt. De training kan ofwel als aparte actie gevolgd worden ofwel geïntegreerd zijn in een beroepsspecifieke opleiding. In de sollicitatiebegeleiding zijn de acties opgenomen die de sollicitatietrainer onderneemt om de werkzoekende te ondersteunen, te stimuleren en te sturen bij zijn sollicitaties. In de loop van 2002 volgden 9.307 werkzoekenden een sollicitatietraining of – begeleiding, of een stijging met 6% ten opzichte van het aantal in 2001. Aantal acties gestart in 2002 11.303 acties ( 4.548 mannen en 6.755 vrouwen ) werden in 2002 opgestart. • Jongeren ( < 25 j. ) vóór de zesde maand werkloosheid : 3.068 ( 1.353 mannen en 1.715 vrouwen ) • Volwassenen ( > 25 j.) vóór de twaalfde maand werkloosheid : 5.469 ( 2.132 mannen en 3.337 vrouwen ) • Curatieve doelgroep (resterende werkzoekenden) : 2.766 ( 1.063 mannen en 1.703 vrouwen ) Aantal acties beëindigd in 2002 10.893 acties (4.346 mannen en 6.547 vrouwen) werden in 2002 beëindigd. • Jongeren (< 25 j.) voor zesde maand werkloosheid : • Volwassenen (> 25 j.) voor twaalfde maand werkloosheid: • Curatieve doelgroep (resterende werkzoekenden ): waarvan 3.864 geïntegreerde acties (1.582 mannen en 2.282 vrouwen)

2.903 (1.277 mannen en 1.626 vrouwen) 5.241 (2.028 mannen en 3.213 vrouwen) 2.749 (1.041 mannen en 1.708 vrouwen)

Vergelijking met vorig jaar In 2002 werden 9.307 werkzoekenden begeleid. Het bereik ligt 6% hoger dan vorig jaar, het aantal nieuw gestarte acties is lichtjes toegenomen ( +369 nieuwe acties) in 2002. Een eerder ongunstige economische conjunctuur heeft de behoefte aan sollicitatietrainingen en -begeleidingen doen toenemen en heeft geleid tot een hoger bereikcijfer.

1.6 Beroepsspecifieke opleidingen (module 4) In 2002 werden 28.109 werkzoekenden bereikt die een beroepsspecifieke opleiding volgden in het kader van hun traject. In 2001 waren dit er 26.375.

Scholing

Mannen

Vrouwen

Totaal

Laaggeschoold

Jongeren Volwassen langdurig werklozen Totaal

2.259 3.730 1.144 7.133

1.317 3.515 1.285 6.117

3.576 7.245 2.429 13.250

Hooggeschoold

jongeren volwassen langdurig werklozen Totaal

1.965 2.785 1.011 5.761

2.205 5.026 1.867 9.098

4.170 7.811 2.878 14.859

12.894

15.215

28.109

Totaal

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

56

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Een vrij evenwichtige verdeling naar geschooldheid (53 % is hooggeschoold) en naar geslacht (54% vrouwen). Naar etniciteit zien we het aandeel van de niet-Belgen groeien tot 16%. De jongeren blijven vrij goed vertegenwoordigd aangezien meer dan 1/3 van de werkzoekenden in opleiding jonger is dan 25 jaar.

1.7 Activeringsmaatregelen via opleiding Totaal

MANNEN

VROUWEN

52.728

25.581

27.147

9.307

3.686

5.621

Beroepsspecifieke opleiding

28.109

12.894

15.215

Persoonsgerichte vorming

11.299

5.318

5.981

Opleiding en begeleiding op de werkvloer

23.952

11.865

12.087

(F) Aantal niet werkende werkzoekenden (inclusief de werkzoekenden in opleiding)

198.692

91.720

106.972

26,5 %

28 %

25,4 %

(E) aantal personen in opleiding (of vergelijkbaar) die voorheen werkloos waren - jaartotaal (*) Sollicitatietraining

Ratio (E) / (F) - (**)

(*)Het totaal is niet gelijk aan de som van de delen aangezien werklozen verschillende acties kunnen opstarten (**) De relevantie van deze verhouding is eerder beperkt , vermits een cumulatief bereikcijfer (som van alle opgeleide werkzoekenden in de loop van 2002) moeilijk vergelijkbaar is met een gemiddeld aantal werkzoekenden.

In vergelijking met vorig jaar is het bereikcijfer van werkzoekenden in opleiding (of vergelijkbaar) bij de mannen gedaald (van 28,8% naar 28%) en bij de vrouwen (van 25,8% naar 25,4%). De stijgende werkloosheid heeft in 2002 de verdere opgang van deze ratio enigszins gedrukt.

2.

Acties per module

Na het aantal bereikte werkzoekenden per module, bekijken we nu het aantal uitgevoerde acties per module in 2002 en vergelijken we met 2001. Het aantal acties per module is groter dan het bereik per module aangezien één werkzoekende meerdere acties binnen een zelfde module kan volgen.

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

57

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

2.1. Module 2 - Trajectbepaling en diagnosestelling De volgende acties werden gerealiseerd: Acties 2001

Acties 2002

112.510

104.650

2.447 6.733 5.458 15.725 23.387 2.480 418 56.648

2.325 7.929 6.066 20.190 28.519 2.882 1.365 69.276

Verschil 2001/2002 in %

Algemene screening: Kwalificerende intake Gespecialiseerde screening Oriëntatiecentrum Psychologisch onderzoek Medisch onderzoek Profielbepaling Infosessies Vooropleiding Screening door derden Totaal gespecialiseerde screening

-7% -5 +18 + 11 + 28 + 22 + 16 + 226 + 22

% % % % % % % %

De stijging van de gespecialiseerde screening sinds 2001 zet zich ook in 2002 verder.

2.2. Module 3 - Sollicitatietraining en -begeleiding Acties 2001

Acties 2002

Verschil 2001/2002 in %

Sollicitatietrainingen:

7.828

8.469

+8%

Sollicitatiebegeleidingen:

3.106

2.834

-9%

Het detail van de acties toont dat het gestegen bereik module 3 volledig toe te schrijven is aan de stijging van het aantal trainingen geïntegreerd tijdens beroepsspecifieke opleidingen. Deze geïntegreerde trainingen worden meestal niet gevolgd door een sollicitatiebegeleiding. De sollicitatietrainingen die los van andere modules worden gegeven, worden in principe gevolgd door een praktijkgedeelte, een sollicitatiebegeleiding. Hier zien we een verdere daling.

2.3. Module 4 – Beroepsspecifieke opleiding Acties 2001

Acties 2002

Verschil 2001/2002 in %

290

343

+18.3 %

2.607

2.512

-3,6 %

Confectie

406

454

+11,8 %

Diamant

77

56

-27,3 %

Horeca

529

494-

6,6 %

Bewaking Bouw

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

58

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Acties 2001

Hout Metaal Social profit Telematica Textiel Vervoer Tertiaire sector Andere secundaire sector Haven – maritieme – expeditie Logistiek Industriële automatisering Elektriciteit Professionele schoonmaaktechnieken Grafische technieken Totaal

191 1.932 5.315 147 101 1.613 15.951 1.245 324 1.015 1.089 178 815 540 34.365

Acties 2002

214 2.072 4.951 203 112 1.675 18.175 1.036 268 1.038 949 215 597 383 35.747

Verschil 2001/2002 in % +12 % +7 % -6,9 % +38,1 % +10,9 % +3,8 % +13,9 % -16,8 % -17,3 % +2,3 % -12,9 % +20,8 % -26,8 % -29 % +4,0 %

2.4. Module 5 – Persoonsgerichte vorming Acties 2001

Algemene vorming: Basisvaardigheden ICT Nederlands voor anderstaligen Totaal

3.299 4.055 5.297 12.651

Acties 2002

3.421 4.093 5.484 12.998

Verschil 2001/2002 in % +3,7 + 0,9 + 3,5 + 2,7

% % % %

Module 5 kent sinds de start van de trajectwerking een continue groei en stabiliseert zich in 2002 op dit hoge niveau. De grootste peilers zijn basisvaardigheden ICT (enkel deze acties die kaderen binnen een traject) en Nederlands voor anderstaligen die onder druk van de toegenomen vraag gevoelig werden uitgebreid.

2.5. Module 6 – Opleiding en begeleiding op de werkvloer Acties 2001

WEP plus Individuele beroepsopleiding Stages Sociale werkplaatsen Invoegbedrijven Totaal

3.444 6.988 8.856 440 30 19.758

Acties 2002

2.842 7.742 14.556 523 38 25.701

Verschil 2001/2002 in % + + + + +

17,5 10,8 64,4 18,9 26,7 30,1

% % % % % %

Binnen de trajectwerking is geopteerd om zoveel mogelijk werkzoekenden praktijkervaring te laten opdoen op de werkvloer, al dan niet voorafgegaan door een beroepsspecifieke opleiding. Vandaar dat binnen module 6 het aantal acties met 30 % is toegenomen. Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

59

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

3.Uitstroomresultaten De finale toetssteen is de uitstroom. In geval er geen acties binnen module 3-6 gevolgd worden, gebeurt de uitstroommeting 6 maanden na het beëindigen van module 2. Dus nadat het sollicitatiegedrag 6 maanden werd opgevolgd, wordt er nagegaan of de betreffende werkzoekende nog ingeschreven is als NWWZ. Bij trajecten met inbegrip van modules 3-6, worden de sollicitaties van de werkzoekende opgevolgd gedurende 6 maanden nadat alle acties binnen module 3 tot 6 beëindigd zijn. De uitstroommeting gebeurt ook hier op het einde van die 6 maanden. In 2002 kwamen in totaal 54.268 trajecten in aanmerking voor uitstroommeting. 63,2 % van de betreffende werkzoekenden was op het moment van uitstroommeting niet meer ingeschreven als niet-werkende werkzoekende. De omslag van de conjunctuur sinds het laatste kwartaal van 2001 vertaalt zich nu duidelijk in de aanzienlijke afname van de uitstroom uit de werkloosheid op het einde van het traject. Resultaten per uitstroomdoelgroep Aantal afgesloten trajecten 2000 < 1 jaar werkloos en geen moeilijke doelgroep2

4.

2001

% uitgestroomd in

2002

2000

2001

2002

8.678

6.733

9.294

85,2 %

83,8 %

69,6 %

< 1 jaar werkloos en moeilijke doelgroep2

13.652

16.356

19.718

75,0 %

71;9 %

61,9 %

Tussen 1 en 2 jaar werkloos

21.884

17.786

12.963

70,3 %

69,9 %

64,2 %

> 2 jaar werkloos

12.322

14.916

12.293

69,0 %

68,5 %

59,2 %

Totaal

56.536

55.791

54.268

73,8 %

73,3 %

63,2 %

Het werkaanbod als Europese prestatie-indicator

De openbare diensten voor arbeidsvoorziening bieden de werkzoekenden positieve acties aan. De Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren aanvaarden daarbij de administratieve vacaturewerking voor werkzoekenden naar vacatures als positieve acties. Alhoewel de modernisering van de arbeidsvoorziening ook onder richtsnoer 1 ressorteert, 'vergeet' Europa de resultaten van het gebruik van moderne instrumenten als inspanning te valoriseren. Integendeel, alle inspanningen die aldus geleverd worden hebben een negatief effect op de prestatie-indicatoren die vooral steunen op administratieve registraties van gegevens. Er gebeurt immers een verschuiving van klassieke naar moderne bemiddeling. Bij de moderne instrumenten is het niet de registratie die primeert maar de efficiëntie en effectiviteit.

Werkaanbod door VDAB

1998

1999

2000

2001

2002

330.335

365.319

387.407

181.148

170.080

Mededelingen van vacatures

Niet van toepassing

Niet van toepassing

36.238

236.228

206.677

Aantal WIS-raadplegingen

48.284.172

53.532.331

43.925.519

55.223.085

56.974.515

Aantal klassieke verwijzingen naar vacatures

2

Moeilijke doelgroep = laaggeschoolde werkzoekenden of werkzoekenden met onvoldoende kennis Nederlands of met bepaalde deficiënties of onvoldoende beropesspecifieke kwalificaties.

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

60

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Het aantal WIS-raadplegingen bevindt zich terug op het niveau van vorig jaar mede dankzij de mogelijkheid om via het internet de vacature-bank te raadplegen. Geen enkele van de bijna 57 miljoen raadplegingen van de WIS kiosken en het internet in 2002 werden als positief resultaat meegeteld bij de Europese indicatoren. Nochtans gebeurt het overgrote deel van die raadplegingen met het oog op sollicitaties en is WIS als werkinstrument en bemiddelingskanaal niet meer weg te denken. De resultaten van de voordurende verbeteringen en efficiëntieverhogingen worden daardoor niet gevaloriseerd en zijn tegengesteld aan de vraag naar modernisering van de arbeidsvoorziening (eveneens richtsnoer 1). Spanningsindicator De spanningsindicator geeft weer hoeveel werkzoekenden beschikbaar zijn voor openstaande vacatures. Als openstaande vacatures nemen we deze die op het eind van vorige maand nog niet werden ingevuld samen met de ontvangen jobs in de loop van de maand. Deze indicator wordt dus zowel beïnvloed door het aantal voorradige jobs als door de beschikbare arbeidsreserve. Normaliter zijn er in tijden van hoogconjunctuur veel jobs beschikbaar voor een gering aantal werkzoekenden, in laagconjunctuur is dit juist andersom. De evolutie kan dus o.a. een indicator zijn voor het goed en slecht draaien van de economie (abstractie gemaakt van migratiebewegingen, bevolking en het efficiënter bewerken van de arbeidsmarkt door de openbare bemiddelingsdienst). Uit de tabel blijkt duidelijk de dalende trend tot 2000. Sinds de wereldwijde vertragende economie in de nasleep van 11 september, noteren we een verdere verslechtering van deze indicator tot 3,8 in 2002.

jaarbasis

1997 1998 1999 2000 2001 2002

5.

Spanningsindicator

Niet werkende werkzoekenden

Beschikbare jobs (ontvangen + saldo)

9,3 6,3 4,4 2,9 3,2 3,8

240.886 214.122 192.096 169.647 169.651 187.023

25.802 34.162 43.835 57.778 52.533 48.698

Inzet van on line werk- instrumenten in 2002

5.1. www.vdab.be De website telde in 2002 gemiddeld 554.000 bezoekers per maand (CIM-cijfers). Hoewel de site voornamelijk op de Vlaamse markt gericht is, blijft ze de drukst bezochte jobsite in België. De raadplegingen van de WIS-kiosken gingen net als in 2001 achteruit. Het stijgend internetbezit en -gebruik en de beschikbaarheid van zelfinschrijvings-pc's in de Lokale Werkwinkels zijn daar niet vreemd aan. Door de combinatie van beide informatiedragers bereikt de VDAB alle doelgroepen, zowel hooggeschoolden als laaggeschoolden, werkzoekenden, werknemers en werkgevers, pc-gebruikers en computerleken. De vacturebank blijft veruit de meest bezochte on-linetoepassing van de VDAB met 3.522.154 gebruikers. 2002 stond in het teken van de ontwikkeling en lancering van Mijn VDAB. Met Mijn VDAB wil de VDAB de klant een meer gepersonaliseerde dienstverlening aanbieden en de zelfredzaamheid van de klant verhogen. De klant krijgt als het ware een eigen stukje webruimte op de site van de VDAB. De werkzoekende beschikt over een virtuele sollicitatieruimte, waar hij zijn cv's, vacatureselecties en sollicitaties kan beheren. Hij kan zijn cv's ook analyseren en vergelijken met gelijkaardige vacatures of toetsen aan de door de werkgevers gevraagde vaardigheden of gehanteerde selectiecriteria. Hij komt ook te weten hoe vaak zijn cv in de KISS-databank werd bekeken. De werkgever kan met Mijn VDAB zijn vacatures en cv-selecties beheren. Vacatures die hij toevoegt kan hij automatisch laten matchen met cv's uit de KISS-databank. Hij kan zijn vacature ook analyseren en vergelijken met gelijkaardige vacatures of toetsen aan de vaardigheden of de selectiecriteria van de sollicitanten. Hij ziet ook hoe vaak zijn vacature op de site of op de WIS-kiosken werd bekeken.

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

61

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Mijn VDAB werd opvallend goed onthaald. Vanaf de opstart begin oktober tot einde december 2002 registreerden zich 25.306 sollicitanten en 7.632 werkgevers. Dezelfde trend naar maatwerk kwam ook tot uiting in de miniwebsite voor de gemeenten "Werk & Gemeente". Gemeenten kunnen op hun website een door de VDAB onderhouden module aanbieden met vacatures, opleidingen en allerhande werkgerelateerde informatie in de gemeente of dichte omgeving. 42 gemeenten tekenden in 2002 op dit aanbod in. Het aanbod van Webleren werd uitgebreid met 5 nieuwe cursussen. In totaal zijn nu 13 webopleidingen beschikbaar. 10.175 cursisten volgden een cursus via Webleren. 2002 betekende ook de start van de Virtuele klassen. Interactieve modules, die zowel individueel als onder begeleiding van een coach kunnen worden gevolgd, maken de cursist wegwijs in diverse webtoepassingen van de VDAB. Deze methode maakt niet alleen het eigen personeel en de klanten wegwijs in de applicaties op de VDAB-site, maar opent ook heel wat perspectieven voor de opleiding van de VDAB-medewerkers. In het kader van de Verruimde Interne Arbeidsmarkt (VIA) ontwikkelde de VDAB voor de Vlaamse Gemeenschap een tool voor de verspreiding en het beheer van vacatures. Dit project moet het jobaanbod bij de Vlaamse openbare instellingen en het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap transparant maken en de overstap naar een andere job vergemakkelijken.

5.2. Gebruik van de VDAB-website Het internetonderzoeksbureau InSites Consulting peilde naar de surfgewoonten en het internetgedrag van de bezoekers van . Methode Tijdens de maand september 2002 werden 2.625 toevallig gekozen bezoekers via een pop-up op de VDAB-site bevraagd. Bevindingen 2.1 Bezoekersprofiel • 69% van de bezoekers zijn vrouwen, 31% mannen. • 68,5% van de respondenten behoort tot de leeftijdscategorie van 18 tot 34 jaar. 31% van de respondenten is ouder dan 35 jaar, waarvan 22% tussen de 35 en 44 jaar. • 50% van de bezoekers heeft een diploma hoger onderwijs, waarvan 33% een diploma hoger onderwijs van het korte type bezit en 17% universitair is of een diploma hoger onderwijs van het lange type heeft behaald. • 38% heeft een diploma van het hoger secundair onderwijs. • 66% van de respondenten werkt momenteel, waarvan 52% voltijds, 30% van de respondenten is werkloos én werkzoekende. In vergelijking met de vorige metingen is het percentage werkloze werkzoekenden toegenomen. 2.2 Bezoekersfrequentie • 81% van de respondenten had de site in de voorbije twee weken voorafgaand aan de bevraging reeds bezocht. • 74% had de site in de voorbije twee weken meer dan eens bezocht, waarvan 34% van de respondenten de site 6 keer of meer bezocht. 2.3 Waardering • 70%van de respondenten is zeer tevreden over de VDAB-site (geven een score tussen 8 en 10 op een schaal van 10). Dit is een stijging met 9% in vergelijking met een jaar geleden! • De site scoort uitstekend op het vlak van de leesbaarheid, de relevantie, de geloofwaardigheid, de actualiteit en de betrouwbaarheid van de informatie. Ook op het vlak van navigatie (duidelijke structuur) scoort de site goed. Conclusies – De VDAB-website heeft trouwe bezoekers. – Alle studieniveaus zijn goed vertegenwoordigd. – Opvallend is het grote aantal werkenden. – De waardering voor de site is zeer groot.

Europese prestatie -indicatoren voor volwassenen en jongeren (richtsnoer 1) Evolutie van de preventievesluitende aanpak tot nu toe. In 1999 startte VDAB met een veralgemeende trajectbegeleidingsaanpak. Specifieke overheidsmaatregelen (het federale begeleidingsplan, later inschakelingsplan en het Vlaamse actieplan startbanen) konden hierdoor vrij gemakkelijk in de VDAB-werking geïntegreerd worden.

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

62

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Naast de reguliere werking werd er tot 2000 voor bepaalde doelgroepen extra inspanningen gedaan. Deze doelgroepen werden administratief-organisatorisch geïdentificeerd en dus ook opvolgbaar gemaakt door in hun dossier een herkenningsteken een 'label' te plaatsen (=doelgroeplabeling). De doelgroeplabeling was tot 2000 gericht op de laaggeschoolde werkzoekenden . In 1999 gebeurde de labelling uitsluitend voor laaggeschoolden en deze vond in functie van de Europese richtsnoeren veel te laat plaats (pas in de 6de maand voor jongeren en in de 12 de maand werkloosheid voor volwassenen. In 2000: de labeling gebeurde nog altijd alleen in functie van het inschakelingsplan maar de intake voor jongeren werd vervroegd zodat ze paste binnen de Europese richtsnoeren. Voor de laaggeschoolde volwassenen was de vervroeging van de intake naar de 11de maand nog te laat om mogelijke acties te laten passen in de Europese richtsnoeren. In 2001 : januari – juni: de labeling van jonge laaggeschoolden gebeurde in de derde maand, de rest in de vierde maand. De capaciteit was ontoereikend om al deze intakes te verwerken zodat een korte bevriezingsperiode ingelast werd in de zomermaanden. Vanaf september 2001 werd de labeling sluitend en preventief ingevoerd in het kader van de Europese richtsnoeren: • Intake van iedere nieuwe werkzoekende in de vierde maand met aansluitend een aanbod om in trajectwerking opgenomen te worden. • opname van de laaggeschoolde <25-jarigen in de derde maand in het inschakelingsplan. • om het capaciteitsprobleem op te lossen kregen de heringeschreven werkzoekenden, die ouder zijn dan 25 jaar en die het afgelopen jaar geen intake kregen en niet opgenomen waren in een traject, pas in de tiende maand een trajectaanbod. In 1999 en 2000 werd geen sluitende aanpak bereikt aangezien werkzoekenden in die periode ook nog niet 'sluitend' gelabeld werden. De aandacht ging vooral naar de laaggeschoolden en de curatieve doelgroep. Sinds 2001 is er wel een model voor een zo goed als sluitende aanpak doordat een nieuw servicemodel werd opgestart waardoor een meer naadloze verbinding ontstond tussen basisdienstverlening en trajectwerking en waarbij de opvangcapaciteit voor trajectbegeleidingsacties kon uitgebreid worden. Enerzijds door een oververhitting ten gevolge van de toen massaal opgestarte labelingen en ook door de 'blinde vlekken' die de wijziging van labelingsprocedures met zich meebracht hebben een groot aantal werkzoekenden (vooral volwassenen) toch nog de tijdige activering gemist. Sinds september 2001 loopt de labeling preventief en sluitend. Vermits er voor volwassenen een opvolgingsperiode is van 1 jaar, vertaalt deze sluitende aanpak zich nu volop in de hier voorgelegde resultaten voor 2002. Sinds september 2001 zijn procesmatige verbeteringen doorgevoerd om de zogenaamde ’blinde vlekken’ te elimineren waardoor toch alle in aanmerking komende werkzoekenden uitgenodigd worden. In het verleden konden werkzoekenden die voortdurend in en uit de werkloosheid stroomden niet altijd gelabeld worden. Dit identificatiemechanisme werd nauwkeuriger gemaakt en speelt nu korter op de bal bij wijzigingen in de werkloosheidssituatie van een werkzoekende. Dit ging eveneens gepaard met een proces-organisatorische aanpak om deze bijkomende werkzoekenden ook te kunnen opnemen in de trajectbegeleiding. De kwantitatieve resultaten van deze initiatieven worden in bijlage 1 en 2 weergegeven en wat nader besproken.

Bestrijding van de jeugdwerkloosheid en voorkoming van de langdurige werkloosheid De prestatie-indicatoren voor de jongeren (volwassenen) berekenen we volgens de Europese definitie op basis van de instroom in de maanden juli 2001 tot juni 2002 (januari 2001-december 2001). De periodes werden zo gekozen om de opvolging gedurende zes (twaalf) maanden mogelijk te maken. Telkens wordt zes (twaalf) maanden later gekeken wie nog zonder onderbreking werkloos is (B), wie van de jongeren een positief actieplan startte (C) en wie geen actieplan startte en zes (twaalf) maanden later nog werkloos is (D). Jongeren: -25 jaar Het aantal werkloos geworden jongeren is in vergelijking met vorig jaar met 16.219 toegenomen wat de totale instroom op 100.428 brengt. Het percentage dat langdurig werkloos wordt, stijgt licht tot 25,9%. Het voldoeningspercentage -eng stijgt van 34% naar 43%. Deze sterke stijging is te verklaren door de gewijzigde VDAB-werkprocedures met betrekking tot de preventieve, sluitende aanpak. Het ruimere voldoeningspercentage met ook de vacaturewerking vacatures stijgt eveneens van 50% naar 57%. Het niet-navolgingspercentage (of de verhouding werkzoekenden zonder acties die na zes maanden ononderbroken werkloos zijn ) daalt van 30% naar 18%. Met dit soort indicatoren dient omzichtig omgesprongen te worden bij interpretatie, omdat geen rekening wordt gehouden met de potentiële doelgroep van ingestroomde werkzoekenden. M.a.w. indien de werkloosheid heel sterk afneemt en er blijft maar een beperkt aantal jongeren werkloos over die geen acties ondernamen, wordt dit als een slechter resultaat bestempeld dan een geringe daling van de werkloosheid maar met werkzoekenden waar wel acties mee ondernomen zijn. Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

63

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Volwassenen: +25 jaar De instroom in de werkloosheid is in vergelijking met vorig jaar sterk gestegen. In 2002 schreven zich 137.471 volwassen werkzoekenden in. In vergelijking met 2001 is dit een stijging van 24.244 (+21%). Het percentage dat langdurig werkloos wordt, daalt met 10% en bedraagt 25,4% . Hiermee zitten we opnieuw op het niveau van 1999 en 2000. Het voldoeningspercentage (eng) stijgt - net als bij de jongeren - van 35% naar 49%. Het ruimere voldoeningspercentage, waarbij ook de vacaturewerking in rekening wordt gebracht, stijgt van 53% naar 64%. Zowel bij de jongeren als bij de volwassenen zijn de sinds begin 2001 gewijzigde werkprocedures met betrekking tot de preventieve sluitende aanpak van jongeren en volwassenen de verklaring voor de sterk verbeterde resultaten. De gehanteerde tijdshorizon bij het in kaart brengen van deze gegevens (volwassenen ingeschreven jan 2001 – december 2001) verklaart waarom pas vanaf 2002 de indicatoren met betrekking tot de volwassenen sterk verbeterd zijn. Het niet-navolgingspercentage daalt sterk met 27% en bedraagt nu 13%. Besluit: Het aantal preventieve acties naar zowel de jongeren als de + 25-jarigen zijn in 2002 sterk gestegen. De gewijzigde VDAB-werkprocedures gericht op een preventieve, sluitende aanpak werpen duidelijk hun vruchten af. Voor respectievelijk 18,1% en 13,2% van de werkloos geworden jongeren/volwassenen werd niet tijdig een actie opgezet die beantwoordt aan de richtsnoerdefinities. De verfijning van deze resultaten per doelgroep (jongeren/volwassenen), naar geslacht en naar geschooldheid zijn in bijlage 1 verder gespecifieerd.

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

64

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Bijlage 1: Indicator van de effectiviteit van het preventief beleid gericht naar jongeren en volwassen (Richtsnoer1) evolutietabel Evolutie 1999 - 2002 * volgens eurodatmethode1 ** volgens benchmarktelmethode

- 25 jarigen

+ 25 jarigen

1999

2000

2001

(A) Aantal jongeren (volwassenen) dat werkloos wordt in de loop van de maand X

86.315

76.101

84.209 100.428

(B) Aantal jongeren (volwassenen dat nog steeds en zonder onderbreking werkloos is in de maand X+6(12)

26.007

18.521

(C1) Aantal jongeren (volwassenen) die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6(12) - modules eng (trajecten)

15.507

(C2) Aantal jongeren (volwassenen) die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6(12) - modules ruim (incl. vacaturewerking) (D) Aantal jongeren dat werkloos is geworden in de maand X, nog steeds werkloos zijn op het eind van maand X+6 en die niet gestart zijn met een individueel actieplan (modules 1-7 incl vacaturewerking) Percentage dat langdurig werkloos wordt (B) / (A)

1999

2000

112.263

114.131

21.362 26.024(*) 12.967(**)

30.201

28.126

40.437

34.969(*) 15.420(**)

17.312

28.377 42.480

29.751

35.220

39.474

66.743

41.778

40.530

42.288 57.336

56.446

62.361

60.222

88.336

10.900

6.617

4.714(*) 1.832(**)

10.902

8.707

16.168

4.627(*) 1.872(**)

6.328

2002

2001

2002

113.227 137.471

30,1%

24,3%

25,4%

25,9%(*) 12,9%(**)

26,9%

24,6%

35,7%

25,4%(*) 11,2%(**)

Voldoeningspercentage module eng (C1) / (A)

18,0%

22,7%

33,7%

42,3%

26,5%

30,9%

34,9%

48,6%

Voldoeningspercentage module ruim (C2) / (A)

48,4%

53,3%

50,2%

57,1%

50,3%

54,6%

53,2%

64,3%

Niet-navolgingspercentage eng (D) / ( B)

41,9%

35,7%

29,6%

18,1%(*) 14,1%(**)

36,1%

31,0%

40,0%

13,2%(*) 12,1%(**)

Niet-navolgingspercentage ruim (D) / (A)

12,6%

8,7%

7,5%

4,7%(*) 1,8 %(**)

9,7%

7,6%

14,3%

3,4%(*) 1,4%(**)

* eurodatmethode: werkloosheid wordt onderbroken indien werkzoekende 3 ononderbroken maanden uit de werkloosheid verdween ** benchmarktelmethode: werkloosheid wordt onderbroken zodra werkzoekende 1 maand uit de werkloosheid verdween

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

65

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Bijlage 2: detailtabellen jongeren

Richtsnoer 1 - jongeren - 2002

(A) Aantal jongeren dat werkloos wordt in de loop van de maand X

Totaal

100.428

Mannen

Vrouwen

Geschoold

Laaggeschoold

52.432

47.996

62.880

37.548

(B) Aantal jongeren dat nog steeds en zonder onderbreking werkloos is in de maand X 6

26.024* 12.967**

13.884* 6.942**

12.140* 6.025**

12.476* 6.720**

13.548* 6.247**

(C1) Aantal jongeren die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6 - modules eng (trajecten)

42.480

23.207

19.273

21.587

20.893

(C2) Aantal jongeren die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6 - modules ruim (incl. vacaturewerking)

57.336

30.475

26.861

32.858

24.478

(D) Aantal jongeren dat werkloos is geworden in de maand X, nog steeds werkloos zijn op het eind van maand X+6 en die niet gestart zijn met een individueel actieplan

4.714* 1.832**

2.383* 919**

2.331* 913**

2.283* 1.110**

2.431* 722**

Percentage dat langdurig werkloos wordt (B)/(A)

25,9% * 12,9% **

26,5% * 13,2%**

25,3% * 12,6% **

19,8% * 10,7% **

36,1% * 16,6% **

Voldoeningspercentage - module eng (C1)/(A)

42,3%

44,3%

40,2%

34,3%

55,6%

Voldoeningspercentage - module ruim (C2)/(A)

57,1%

58,1%

56,0%

52,3%

65,2%

Niet-navolgingspercentage eng (D) / (B)

18,1% * 14,1% **

17,2% * 13,2%**

19,2% * 15,2% **

18,3% * 16,5% **

17,9% * 11,6% **

Niet-navolgingspercentage ruim (D) / (A)

4,7% * 1,8% **

4,5% * 1,8% **

4,9% * 1,9% **

3,6% * 1,8% **

6,5% * 1,9% **

* : volgens eurodatmethode ** : volgens benchmarktelmethode

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

66

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Richtsnoer 1 - jongeren - 2001

Totaal

Mannen

Vrouwen

Geschoold

Laaggeschoold

(A) Aantal jongeren dat werkloos wordt in de loop van de maand X

84.209

42.395

41.814

52.617

31.592

(B) Aantal jongeren dat nog steeds en zonder onderbreking werkloos is in de maand X+6

21.362

10.573

10.789

11.220

10.141

(C1) Aantal jongeren die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6 - modules eng (trajecten)

28.377

14.906

13.471

11.778

16.599

(C2) Aantal jongeren die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6 - modules ruim (incl. verwijzingen)

42.288

21.680

20.608

23.042

19.246

(D) Aantal jongeren dat werkloos is geworden in de maand X, nog steeds werkloos zijn op het eind van maand X + 6 en die niet gestart zijn met een individueel actieplan

6.328

2.970

3.358

4.413

1.915

Percentage dat langdurig werkloos wordt (B)/(A)

25,4%

24,9%

25,8%

21,3%

32,1%

Voldoeningspercentage - module eng (C1)/(A)

33,7%

35,2%

32,2%

22,4%

52,5%

Voldoeningspercentage - module ruim (C2)/(A)

50,2%

51,1%

49,3%

43,8%

60,9%

Niet-navolgingspercentage eng (D) / (B)

29,6%

28,1%

31,1%

39,3%

18,9%

Niet-navolgingspercentage ruim (D) / (A)

7,5%

7,0%

8,0%

8,4%

6,1%

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

67

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Bijlage 2: detailtabellen volwassenen

Richtsnoer 1 - volwassenen - 2002

(A) Aantal volwassenen dat werkloos wordt in de loop van de maand X

Totaal

Mannen

Vrouwen

Geschoold

Laaggeschoold

137.471

64.275

73.196

59.927

77.544

(B) Aantal volwassenen dat nog steeds en zonder onderbreking werkloos is in de maand X+12

34.969 * 15.420**

16.247* 7.052 **

18.722 * 8.368 **

12.343 * 5.253 **

22.626 * 10.167 **

(C1) Aantal volwassenen die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+12 - modules eng (trajecten)

66.743

30.203

36.540

26.168

40.575

(C2) Aantal volwassenen die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+12 - modules ruim (incl. Verwijzingen)

88.336

40.714

47.622

38.506

49.830

(D) Aantal volwassenen dat werkloos is geworden in de maand X, nog steeds werkloos zijn op het eind van maand X+12 en die niet gestart zijn met een individueel actieplan

4.627* 1.872**

2,265* 917**

2,362* 955**

1,330* 503**

3,297* 1,369**

Percentage dat langdurig werkloos wordt (B)/(A)

25,4% * 11,2% **

25,3% * 11,0%**

25,6% * 11,4% **

20,6% * 8,8% **

29,2% * 13,1% **

Voldoeningspercentage - module eng (C)/(A)

48,6%

47,0%

49,9%

43,7%

52,3%

Voldoeningspercentage - module ruim (C2)/(A)

64,3%

63,3%

65,1%

64,3%

64,3%

Niet-navolgingspercentage eng (D) / (B)

13,2%* 12,1% **

13,9%* 13,0%**

12,6%* 11,4% **

10,8%* 9,6% **

14,6%* 13,5% **

Niet-navolgingspercentage ruim (D) / (A)

3,4% * 1,4% **

3,2% * 1,3% **

2,2% * 0,8% **

4,3% * 1,8% **

3,5% * 1,4% **

* : volgens eurodatmethode ** : volgens benchmarktelmethode

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

68

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Richtsnoer 1 - volwassenen - 2001

Totaal

Mannen

Vrouwen

Geschoold

Laaggeschoold

113.227

51.399

61.828

47.432

65.795

(B) Aantal volwassenen dat nog steeds en zonder onderbreking werkloos is in de maand X+6

40.437

17.668

22.769

13.944

26.493

(C1) Aantal volwassenen die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6 - modules eng (trajecten)

39.474

17.421

22.053

14.911

24.563

(C2) Aantal volwassenen die werkloos werden in maand X en een concreet individueel actieplan starten voor het ingaan van maand X+6 - modules ruim (incl. Verwijzingen)

60.222

27.482

32.740

26.081

34.141

(D) Aantal volwassenen dat werkloos is geworden in de maand X, nog steeds werkloos zijn op het eind van maand X+6 en die niet gestart zijn met een individueel actieplan

16.168

6.862

9.306

5.002

11.166

Percentage dat langdurig werkloos wordt (B)/(A)

35,7%

34,4%

36,8%

29,4%

40,3%

Voldoeningspercentage - module eng (C1)/(A)

34,9%

33,9%

35,7%

31,4%

37,3%

Voldoeningspercentage - module ruim (C2)/(A)

53,2%

53,5%

53,0%

55,0%

51,9%

Niet-navolgingspercentage eng (D) / (B)

40,0%

38,8%

40,9%

35,9%

42,1%

Niet-navolgingspercentage ruim (D) / (A)

14,3%

13,4%

15,1%

10,5%

17,0%

(A) Aantal volwassenen dat werkloos wordt in de loop van de maand X

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

69

Bijlage 1, realisaties VDAB


VDAB-REALISATIES

Bijlage 2 : opleidingen in knelpuntberoepen

Soort opleiding in knelpuntberoepen

Aantal opleidingen

0001 METSELEN & BASISTECHNIEKEN BOUW 0004 VLOERDER 0051 WEGENBOUWARBEIDER 0060 BOUWPLAATSMACHINIST 0101 STUKADOOR 0110 INSTALLATEUR CV EN SANITAIR 0125 BRANDERTECHNIEKER 0161 OPLEIDINGEN IN DE HOUTSECTOR 0201 DAKDEKKEN 0205 DICHTINGSWERKEN PLATTE DAKEN 0250 CAD BOUW 0351 INSTALLATIE 0352 DOMOTICA 1001 DRAAIEN EN FREZEN 1301 LASSEN 1312 RX-LASSEN 1321 BUIZENFITTEN 1341 WERKTUIGKUNDIG TEKENEN EN CAD 1601 AUTOMECHANICA 1602 VRACHTWAGENMECHANICA 1610 PLAATWERK / KOETSWERK / PISTOOLSCHI 1660 HEFTRUCKBESTUURDER / MAGAZIJNMEDEWERKER 1980 KOELTECHNIEKEN 2001 PRODUCTIE-TECHNIEKEN 2002 STYLISME EN PATRONEN 2010 BREIEN 2810 PROCESOPERATOR 3100 ROBOTICA 4001 KEUKENPERSONEEL 4002 ZAALPERSONEEL 4160 DRUKTECHNIEKEN 4401 TELEMATICA 5060 GROENWERKER 6000 BEDIENDEOPLEIDINGEN 6650 BUREAUTICA 7000 MANAGEMENT EN COMMUNICATIE 9000 VERZORGING totaal opleidingen Begonnen IBO's Waarvan IBO's in knelpuntberoepen Totaal begonnen knelpuntopleidingen Totaal bereikte personen in gestartte knelpuntopleidingen

Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2003

70

898 152 152 100 228 139 45 291 128 26 146 204 250 217 452 185 25 211 170 36 17 1079 19 292 79 41 35 5 456 66 72 357 202 6496 3590 531 1217 18484 7755 3166 21650

Aantal werkzoekenden

820 148 145 85 219 129 43,00 270 111 23 110 172 21 160 373 105 24 162 153 33 68 927 19 216 70 37 35 5 355 56 52 280 195 4551 3122 453 1129 14876 7607 3124 18000

Bijlage 1, realisaties VDAB


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaams_actieplan_4_bijlage1_2003_0.pdf by Vlaanderen-be - Issuu