Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/146
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/146
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 14 mei 2020 diende xxx een verzoek in bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband Interwaas (hierna vermeld als Interwaas) tot het verkrijgen van een afschrift van het verslag van het besproken punt, de beslissing van de raad van bestuur d.d. 04/12/2019, alsook het uitgebrachte bod met betrekking tot de aankoop van de onroerende goederen van NV Immo Guyan Smet. Bij mailbericht d.d. 5 juni 2020 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door Interwaas. Met een mail d.d. 6 juni 2020 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de voormelde weigeringsbeslissing van Interwaas. Het beroepschrift werd op 8 juni 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep De weigeringsbeslissing van Interwaas dateert van 5 juni 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift van verzoeker d.d. 6 juni 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De beslissing van Interwaas
Interwaas heeft het openbaarheidsverzoek op 5 juni 2020 afgewezen op grond van artikel II 35, 1° van het Bestuursdecreet, daar is gebleken dat het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een economisch, financieel of commercieel belang van de overheid, in casu Interwaas.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker motiveert zijn beroep als volgt: Enerzijds is het bod van Interwaas geweigerd en speelt er geen economisch belang meer voor Interwaas. Anderzijds is de weigering gebaseerd op onterechte beslissingen, omdat Interwaas geen commercieel bedrijf is, maar een samenwerkingsverband tussen verschillende gemeentes in het Waasland. Indien Interwaas een commercieel bedrijf is, handelt zij niet conform haar statuten.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met Interwaas, waarbij om nadere toelichting werd gevraagd aangaande de door verzoeker opgevraagde documenten. Vanuit Interwaas werd bijkomende toelichting gegeven aan de beroepsinstantie en tevens werden de opgevraagde documenten (verslag vergadering Raad van Bestuur en het uitgebrachte bod door Interwaas met betrekking tot de aankoop van de onroerende goederen van NV Immo Guyan Smet) aan de beroepsinstantie bezorgd, zodat deze kennis kon nemen van de inhoud ervan. De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker vroeg om een afschrift van het verslag van het besproken punt, de beslissing van de raad van bestuur d.d. 04/12/2019, alsook het uitgebrachte bod met betrekking tot de aankoop van de onroerende goederen van NV Immo Guyan Smet. Uit de bezorgde informatie van zowel de verzoeker zelf (via de bijlage bij zijn beroepschrift) als van Interwaas kan worden afgeleid dat de beslissing van de Raad van Bestuur wel degelijk al werd meegedeeld aan verzoeker vanuit Interwaas op 5
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/146
pagina 2 van 6
juni 2020. In het aan verzoeker bezorgde besluitenlijst van de vergadering van de Raad van Bestuur d.d. 4 december 2019 stond immers het volgende te lezen : 1.1.3. Sint-Gillis-Waas Immo Guyan Smet – vraag curator Interwaas toonde in het verleden interesse in de aankoop van de onroerende goederen van NV Immo Guyan Smet. In de ontvangen brief van de vereffenaars van 6 november 2019 wordt opnieuw de vraag gesteld of Interwaas interesse heeft in de aankoop van deze onroerende goederen. Indien Interwaas een bod wenst uit de brengen voor de onroerende goederen, dient het bod aan de vereffenaar vóór 31 december 2019 bezorgd te worden. BESLISSING: De raad van bestuur beslist tot het uitbrengen van een bod.
Daaruit leidt de beroepsinstantie af dat het ingestelde beroep van verzoeker betrekking heeft op het eigenlijke verslag van de bespreking van voormeld agendapunt uit de vergadering d.d. 4 december 2019 en op het eigenlijke uitgebrachte bod door Interwaas. De beroepsinstantie sluit zich aan bij de redenering van Interwaas om de openbaarmaking van de beide voormelde documenten (verslag bespreking agendapunt en bod van Interwaas voor aankoop onroerend goed van NV Immo Guyan Smet) niet toe te staan en dit in toepassing van de uitzonderingsgronden, zoals vermeld in artikel II.35, 1° en artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet . Vooreerst bepaalt artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet dat een aanvraag om openbaarmaking dient afgewezen te worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet vertoont een relatief karakter zodat het aan de beroepsinstantie toekomt te oordelen of het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond in casu al dan niet opweegt tegen het belang van de openbaarmaking van het gevraagde. Interwaas reikt in haar toelichting aan de beroepsinstantie voldoende valabele argumenten aan om de openbaarmaking van de beide opgevraagde documenten weigeren, namelijk dat ze hierin een concurrentieel nadeel ziet voor Interwaas zelf. De vereffenaars van NV Immo Guyan Smet hebben vrijwillig een geheime biedingsprocedure georganiseerd voor de verkoop van de voormalige fabrieksgronden van NV Smet Willy Betonprodukten en Bouwmaterialen, gelegen te Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaasstraat 131 en 133, met een totale oppervlakte van bijna 32.000 m². Verschillende mogelijke projectontwikkelaars werden uitgenodigd om een bod uit te brengen. Interwaas had interesse in de aankoop en reconversie van deze site naar een bedrijventerrein. Dit past immers binnen de werking van Interwaas als intergemeentelijk samenwerkingsverband voor
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/146
pagina 3 van 6
streekontwikkeling. De beroepsinstantie kan in dat verband niet akkoord gaan met het standpunt van verzoeker waarbij wordt gesteld dat Interwaas geen commerciële handelingen zou mogen stellen. Interwaas is het intergemeentelijk samenwerkingsverband voor streekontwikkeling in het Waasland. In samenwerking met de deelnemende gemeenten wil Interwaas vanuit een lokale sturing de ontwikkeling van het Waasland actief bevorderen via dienstverlening, projectwerking en belangenbehartiging. Interwaas is juist het meest actief via haar projectontwikkeling (bedrijventerreinen, bouwgronden, woningen, appartementen en garages). In het ondernemingsplan – strategisch plan 2019 – 2025 voor deze legislatuur van Interwaas, dat raadpleegbaar is op de website www.interwaas.be, staat onder meer vermeld als strategische doelstellig 2: “Bedrijvigheid en ondernemerschap in het Waasland faciliteren”, waarbij de volgende acties zijn terug te vinden zijn: • Visie op bedrijfshuisvesting in het Waasland: bedrijventerreinen, verweving van activiteiten in de kernen, co-working plekken, … • Projecten en acties in functie van (nieuwe) economische dynamiek en het verhogen van de tewerkstellingskansen van Wase werknemers • Ontwikkeling van nieuwe terreinen • Optimalisatie en intensifiëring van bestaande terreinen Interwaas streeft op die manier op verschillende manieren naar het creëren van tewerkstelling in het Waasland. Dit o.a. door zowel de aanleg van nieuwe als de reconversie van verouderde of verlaten bedrijventerreinen. Dit blijkt tevens uit artikel 3 van de gepubliceerde statuten van Interwaas : de uitvoering van projecten, onder meer met het oog op de bevordering van de werkgelegenheid en de vestiging of hervestiging van industriële en ambachtelijke bedrijven enerzijds, en ter bevordering van een comfortabele, aangepaste en verantwoorde huisvesting van de inwoners van de regio anderzijds en verder alle projecten die de streekontwikkeling ten goede kunnen komen. Het lijkt dus de beroepsinstantie volkomen logisch dat Interwaas in dit dossier werd gecontacteerd door de curator van NV Immo Guyan Smet om een bod te doen op de desbetreffende onroerende goederen, gelet op de voormelde taakbeschrijving van Interwaas als projectontwikkelaar. De beroepsinstantie kon vaststellen dat Interwaas in dit dossier deelnam aan een geheime biedingsprocedure die werd georganiseerd door de vereffenaars van NV Immo Guyan Smet, waarbij Interwaas, net zoals andere private ontwikkelaars, een geheim bod heeft uitgebracht. Het betreft hier dus wel degelijk een commercieel bod dat Interwaas uitgebracht heeft voor de verwerving van gronden. Het specifieke aan dergelijke procedure is dat de verschillende bieders geen kennis hebben of kunnen bekomen van elkaars bod. Er is voor de beroepsinstantie geen reden waarom dit anders zou zijn voor Interwaas als één van de bieders, louter en alleen omdat zij onder toepassing van de regels van openbaarheid van bestuur valt. De concurrentiële positie van Interwaas voor andere toekomstige gelijkaardige procedures zou in het gedrang komen, zodat door de inwilliging van dit openbaarheidsverzoek
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/146
pagina 4 van 6
de commerciële, economische en financiële belangen van Interwaas in het gedrang kunnen worden gebracht. Het feit dat ondertussen de indienperiode is afgelopen en er mogelijks al een toewijzing gebeurde maakt hier volgens de beroepsinstantie geen verschil. Zelfs bij Interwaas weet men niet aan wie werd toegewezen, de vereffenaars hebben enkel laten weten dat het bod van Interwaas niet voldeed. Op bijkomende vraag naar informatie vanuit Interwaas (wat was dan wel het hoogste bod, werd er toegewezen en zo ja, aan wie werd toegewezen?) werd nooit enig antwoord verstrekt. Het loutere feit dat het geheime bod van Interwaas niet is aanvaard, verandert niets aan de conclusie dat de inhoud van de bespreking van het gevraagde agendapunt en de inhoud van het eigenlijke bod niet openbaar kan worden gemaakt. Het gegeven blijft immers (1) dat het om een geheime bieding gaat en (2) dat het uitgebrachte bod commercieel gevoelige informatie bevat. Het klopt dat men die info uit de opgevraagde documenten niet meer kan gebruiken voor dit specifieke dossier (aankoop gronden van NV Immo Guyan Smet) maar dat neemt niet weg dat men die informatie kan gebruiken voor andere toekomstige projectdossiers, om in te schatten hoeveel men moet opbieden tegen een partner als Interwaas om een gelijkaardig projectdossier te kunnen binnen halen. Het vrijgeven van de opgevraagde documenten kan dus ontegensprekelijk de concurrentiële financiële en economische belangen van Interwaas schaden (zoals dit ook het geval zou zijn voor de andere (private) bieders), mochten de bedragen die Interwaas voor dergelijke private aankopen bereid is te betalen, aan derden moeten meegedeeld worden. Wanneer zich een gelijkaardige opportuniteit op de private markt zou voordoen, zouden andere ontwikkelaars immers bevoordeeld zijn door de kennis die zij hebben omtrent biedingen die Interwaas eerder heeft gedaan, en hun bod hieraan kunnen aanpassen. De beroepsinstantie is dan ook overtuigd van het feit dat de betrokken informatie uit de opgevraagde documenten van commercieel, economisch en financieel belang is voor Interwaas en meer specifiek voor het door hen gevoerde beleid inzake projectontwikkeling. Het zou het beleid en de concurrentiële positie van Interwaas naar de toekomst toe sterk hypothekeren indien derden en eventuele concurrerende projectontwikkelaars inzage zouden krijgen in de overwegingen van de Raad van Bestuur van Interwaas en het uitgebrachte geheime bod in deze procedure. De beroepsinstantie treedt daarom het standpunt van Interwaas bij om de beide opgevraagde documenten niet openbaar te maken, in toepassing van artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet De belangenafweging waartoe dit artikel, zoals elke relatieve uitzonderingsgrond, verplicht, leidt niet tot een oordeel in het voordeel van de verzoeker. De openbaarmaking ten koste van het beschermde belang mag enkel maar worden bevolen als daarmee het algemeen belang gediend wordt. De beroepsinstantie ziet geen argumenten om te besluiten dat dit hier het geval is. De betrokken (te beschermen) belangen van Interwaas wegen zwaarder door dan het belang van de openbaarheid. Voor wat betreft het verslag van het agendapunt van de Raad van Bestuur, verwijst de beroepsinstantie in bijkomende orde ook naar de toepassing van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet, volgens welke bepaling een aanvraag tot openbaarmaking (gedeeltelijk) moet afgewezen worden als die openbaarmaking afbreuk
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/146
pagina 5 van 6
doet aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van de overheidsinstanties die zijn genoemd in artikel II.28, §1 van het bestuursdecreet. De voormelde uitzonderingsgrond heeft tot doel te vermijden dat een bepaalde discussie zou worden lamgelegd en in de memorie van toelichting bij dat decreetartikel is gestipuleerd dat een document of een deel ervan aan de openbaarheid moet onttrokken worden wanneer, na afweging blijkt dat de lectuur ervan de inhoud van de discussie tijdens een beraadslaging kenbaar maakt, terwijl het een vertrouwelijke discussie betrof. De bepaling van artikel II.34, 3° van het bestuursdecreet moet strikt worden geïnterpreteerd. Deze uitzondering werd dus in het leven geroepen om de eigenlijke beraadslaging zelf geheim te houden, zodat er niet mag achterhaald kunnen worden, via de openbaarmaking van een document, wie nu precies welk standpunt heeft ingenomen bij de bespreking van een agendapunt binnen een orgaan van een bestuursinstantie. De beroepsinstantie is van oordeel dat in casu deze uitzonderingsgrond van artikel II.34, 3° van het bestuursdecreet dan ook van toepassing is, daar de bijeenkomsten van de Raad van Bestuur van Interwaas in besloten vergadering plaatsvinden en de Raad van Bestuur één van de officiële organen van Interwaas is, dat ontegensprekelijk een overheidsinstantie is in de zin van het bestuursdecreet. Daarom is de beroepsinstantie van oordeel dat de eigenlijke bespreking van het agendapunt van de vergadering van de Raad van Bestuur van Interwaas d.d. 4 december 2019 niet openbaar kan worden gemaakt, zodat niet kan achterhaald worden welk bepaald standpunt de verschillende leden binnen de Raad van Bestuur hebben ingenomen, dit alles in toepassing van artikel II.34,3° van het openbaarheidsdecreet. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 6 juni 2020 tegen de weigeringsbeslissing van Interwaas wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 6 juli 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/146
pagina 6 van 6