NOVEMBER-DECEMBER 2022 NR.161
WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN
Op weg naar pleegzorg: Elk gezin heeft een eigen verhaal.
Gezinsenquête: Ouders willen meer tijd om zelf voor hun kinderen te zorgen.
ZOVEEL LIEFDE TE GEVEN
Zo kozen Elise en Jannes er na drie biologische kindjes voor om nog een pleegkindje in hun gezin op te nemen. Uit idealisme. Eerst zorgden ze korte tijd voor een kindje dat vanuit een crisissituatie bij hen terechtkwam. In 2020 kwam Milo (schuilnaam) erbij. De andere kinderen sloten
Erik en Joris dachten eerst aan adoptie, maar kozen dan resoluut voor pleegzorg, wat resulteerde in drie pleegdochters. Omdat ze kozen voor perspectiefbiedende pleegzorg, groeien de jonge meisjes ook echt bij hen op. “95% van de tijd zijn we
9 PREVENTIE VAN ZELFDODING
4 GEZINSENQUÊTE Uit de meest recente gezinsenquête komt duidelijk naar voor dat ouders graag meer tijd zouden hebben om zélf voor hun kinderen te zorgen. Ook kleine ingrepen kunnen helpen om een betere balans te vinden tussen werk en gezin.
2
hem meteen in hun hart. Milo’s mama woont in het buitenland, de kans is groot dat hij lang bij Elise en Jannes zal blijven. “We hopen dat hij ooit zelf de keuze zal maken ons kind te zijn. Als dat op zijn achttiende zou gebeuren, zullen we hem met open armen adopteren.”
PREVENTIE
r wachten veel kinderen op een plekje in een pleeggezin. Op dit moment zal je ongeveer nummer 1.000 zijn als je aansluit in de wachtrij. Toch zijn er gelukkig ook veel gezinnen die dit engagement willen opnemen. Elk om hun eigen reden.
GEZINNEN
© Stephan Vanfleteren
E
| nr. 161 - november-december 2022
“De boodschap van suïcidepreventie is een taak voor ons allemaal.” Dat zegt Kirsten Pauwels, adjunct-directeur van VLESP, het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie. Het VLESP zorgt voor actieplannen, richtlijnen en tools. Maar eens simpelweg vragen hoe het met je collega gaat, heeft ook veel impact. En dat kunnen we allemaal.
Om welke reden ze ook pleegouder werden, één ding hebben ze allemaal gemeen: ze hebben zoveel liefde te geven. Dat lees je in ons dossier vanaf p. 11.
Elke luistert als selectiemedewerker naar de motivaties van kandidaat-pleegge zinnen. In een opwelling voor pleegzorg kiezen om de eigen kinderwens te vervullen, is geen goed idee. Het ideale pleeggezin heeft al goed nagedacht over waarom ze dit willen, twijfelt zelfs een beetje, en heeft een motivatie die uit verschillende facetten bestaat, waardoor die twijfel overwonnen kan worden.
24
Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar
DE ESSENTIE
20
GELIJKE KANSEN
Last but not least spraken we met Simonne, die in het kader van netwerkpleegzorg zorgt voor kleinzoon Jonathan. De ouders van Jonathan waren nog erg jong toen ze verschillende kindjes kregen. Toen er ook nog gezondheidsproblemen opdoken, besloot Simonne haar kleinzoon in huis te
nemen. En dat is 19 jaar later nog steeds het geval, tot ieders tevredenheid. “Spijt heb ik nooit gehad”, zegt Simonne. “Integendeel.”
DENKERS IN WELZIJN
een ‘gewoon’ gezin”, zeggen ze zelf. Bij die 95% komen natuurlijk extraatjes, zoals het contact met de biologische ouders van de pleegkinderen. Maar in ieder geval hebben ze maar één advies voor wie pleegzorg overweegt: “Doen!”
26
VROUWELIJKE GENITALE VERMINKING
DENKERS IN WELZIJN: DAMIAAN DENYS
DE ESSENTIE VOLGENS ELISE BUNDERVOET
Flore Bollaert is coördinator van GAMS, de vzw die strijdt tegen vrouwelijke genitale verminking. “Het is naïef te denken dat het in België niet gebeurt”, zegt ze. “Daarom is het belangrijk dat professionals uit het werkveld signalen kunnen herkennen die wijzen op een mogelijk risico.”
Filosoof en psychiater Damiaan Denys pleit voor een andere geestelijke gezondheidszorg. “Als het gaat om de bestaande zorg is de Vlaamse manier van werken veel aantrekkelijker dan de Nederlandse.”
Wie in de jaren negentig als jongere naar tv keek, kent haar misschien nog als Roxanne uit Buiten de Zone. Twaalf jaar geleden zette ze haar acteercarrière tijdelijk stop om verpleegkunde te gaan studeren. Ze ging aan de slag in de palliatieve zorg.
Omslagillustratie Pieter Van Eenoge
nr. 161 - november-december 2022 |
3
GEZINNEN Gezinsenquête: ouders willen meer tijd om zélf voor hun kinderen te zorgen
OOK KLEINE INGREPEN VERBETEREN DE WORK-LIFEBALANCE Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto’s Jan Locus
Als vervolg op de gezinsenquête van 2016, namen opnieuw zo’n 3.300 gezinnen met inwonende kinderen tussen 0 en 25 jaar deel aan de bevraging van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ouders kregen vragen voorgeschoteld over relaties, inkomen, opvoeding en gezondheid. Weliswaar focust op de antwoorden over gezinsondersteuning, formele en informele opvang, en de combinatie tussen werk en gezin.
N
et zoals in 2016 blijkt uit de meest recente gezinsenquête dat ouders kinderen opvoeden verrijkend vinden. Dat betekent niet dat de balans tussen zorgen voor de kinderen en zorgen voor zichzelf en de relatie makkelijk is. Een derde van de ouders die deelnamen aan de enquête vindt het ouderschap moeilijker dan verwacht, en zeven op tien ouders heeft vragen en zorgen over de opvoeding. Dat is een toename in vergelijking met de vorige enquête. De coronacrisis kan hiermee te maken hebben. Over deze onderwerpen hebben gezinnen de meeste vragen of zorgen: school- en studieprestaties, emoties (driftbuien, faalangst, laag zelfbeeld), gebruik van internet, sociale media en gaming.
4
Diederik Vancoppenolle, wetenschappelijk adviseur bij Opgroeien, stelt vast dat driekwart van de gezinnen met veel vragen en zorgen professionele ondersteuning gebruikt. De meeste gezinnen die ondersteuning kregen, hebben ook echt iets aan die ondersteuning gehad, zegt hij. “We zien ook dat gezinnen zonder of met weinig vragen ondersteuning gebruiken. Dat is positief. Opvoedingsondersteuning moet er voor iedereen zijn, op een laagdrempelige manier. De minderheid die zegt geen gebruik te maken van professioneel advies kunnen vaak terecht bij hun informeel netwerk. Op basis van de resultaten van de gezinsenquête kunnen we dus stellen dat het goed zit met de opvoedingsondersteuning in Vlaanderen.
| nr. 161 - november-december 2022
Toch mogen we niet op onze lauweren rusten. Psychologen, therapeuten en kinderpsychiaters zijn meest vermelde bron van advies en ondersteuning. Heel wat ouders geven aan dat ze in de toekomst op hen een beroep willen doen.”
ONBETAALDE HULP WERD GEMIST TIJDENS DE PANDEMIE Drie op tien gezinnen krijgen onbetaalde hulp van familie, voornamelijk van de grootouders. In 2016 was dit vier op tien. Dit cijfer nam minstens gedeeltelijk af door de coronamaatregelen. In de antwoorden op open vragen werd vaak aangehaald
GERALDINE DUPONT, STAFMEDEWERKER DATA OPGROEIEN:
“Ouders willen zelf meer voor hun kinderen zorgen. Dat kan deels mee mogelijk gemaakt worden door een betere afstemming van werk en gezinsleven.”
nr. 161 - november-december 2022 |
5
GEZINNEN
DIEDERIK VANCOPPENOLLE, STAFMEDEWERKER DATA OPGROEIEN:
“Er zijn weinig gezinnen die voltijds op informele opvang door familie rekenen. Maar vooral na school of op woensdagnamiddag wordt de opvang door grootouders erg geapprecieerd.”
dat de pandemie snel voorbij mocht zijn, zodat familie opnieuw zou kunnen helpen. “De uren na school zijn voor veel gezinnen moeilijk. Naar school brengen ’s morgens lukt vaak wel, maar ophalen na school is moeilijker. Daar springen de grootouders vaak even bij. Er zijn weinig gezinnen die voltijds op informele opvang door familie rekenen, maar vooral in de uurtjes na school of op woensdagnamiddag wordt de opvang door grootouders vaak erg geapprecieerd”, aldus Vancoppenolle.
FORMELE OPVANG Het gebruik van betaalde kinderopvang nam ook af in vergelijking met de vorige gezinsenquête. Minder gezinnen met een kind jonger dan drie jaar maken gebruik van opvang door een onthaalouder. Lagereschoolkinderen gaan minder naar de buitenschoolse opvang dan voorheen. Een betaalde oppas wordt minder vaak ingehuurd. Ook dit moeten we zien in het licht van de coronapandemie. Gezinnen met een kind jonger dan drie jaar bleven hun kind wel even vaak naar het kinderdagverblijf brengen.
6
| nr. 161 - november-december 2022
Relatief kleine ingrepen als glijdende werkuren en meer thuiswerk kunnen een groot verschil maken in de balans tussen werk en gezin. In de vakantieperiodes maakt een op vier gezinnen gebruik van speelpleinwerking en kampjes omdat het niet genoeg verlof heeft. Dit cijfer verdubbelt als het jongste kind in het gezin tussen drie en zes jaar is. Van de groep die aangeeft te moeten werken of niet genoeg vakantiedagen te hebben, geeft de helft aan meer dan twintig dagen per jaar vakantieopvang te gebruiken. Gezinnen waar beide ouders voltijds werken, maken hier het meest gebruik van. “Het aanbod voor oudere kinderen is divers, van sportkampen tot speelpleinen. Door het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten krijgen lokale besturen de regierol toegeschoven”, legt Vancoppenolle uit. “Zo kunnen ze een lokaal aanbod uitwerken dat ervoor zorgt dat kinderen alle kansen krijgen om zich te ontplooien, en dat ouders helpt om werk, opleiding en gezin te combineren. Via een open vraag kregen we een beter zicht op de noden die bij ouders leven. Velen geven aan dat het aanbod te beperkt of niet gevarieerd genoeg is, of worstelen met de beperkte openingsuren. Sommige ouders zijn gewonnen voor het idee van een brede school waar vrijetijdsactiviteiten georganiseerd worden na de schooluren. Voor een deel van de ouders is dit misschien een welkome oplossing, maar anderen zullen liever eerst hun kindje thuis wat laten rusten voor ze naar de hobby gaan. Er is geen pasklare aanpak.” Wat betreft opvang in de vakantie is er zeker voor kindjes tussen drie en vijf niet zo’n groot aanbod. “Voor grotere kinderen is er de jeugdbeweging en zijn er meer sportkampen, maar voor jongere kindjes kan het vakantieaanbod misschien nog uitgebreid worden.” Ouders geven ook aan dat het aanbod voor tieners beperkt is, en dat het voor kinderen met een beperking moeilijk is om een plekje te vinden.
MEER TIJD A.U.B. “Zes op tien gezinnen is best tevreden met de combinatie tussen werk en gezin, maar dat betekent dat we 40% nog gelukkiger zouden kunnen maken”, aldus Geraldine Dupont, stafmedewerker data bij Opgroeien. “Een van de grote verzuchtingen die vaak terugkeert in antwoorden op de open vragen is tijd. Ouders willen graag meer tijd om zelf voor de kinderen te zorgen. In de praktijk zouden ouders graag meer vakantiedagen hebben, of werkuren en schooluren die beter op elkaar afgestemd zijn. Helaas zijn flexibele werkuren niet in alle jobs een optie, en laat de financiële situatie in veel gezinnen het niet toe om deeltijds te werken. Nochtans zijn veel ouders vragende partij om meer zelf voor hun kinderen te zorgen.” “De pandemie is misschien een keerpunt geweest”, zegt Dupont. “Voorheen stonden veel werkgevers terughoudend tegenover thuiswerk. Door corona werden veel bedrijven verplicht om thuiswerk toe te staan. Sinds de maatregelen opgeheven zijn, komen werknemers weer vaker naar kantoor. Maar werkgevers zouden – als het werk het toelaat – ook kunnen overwegen om thuiswerken en glijdende uren te behouden of net meer toe te laten.” Thuiswerk vraagt wat vertrouwen in de werknemer, maar heeft positieve effecten. “Het kan een grote hulp zijn in de opvang en opvoeding van de kinderen. Het kan werklast en stress verlagen. Het maakt het woon-werkverkeer minder druk. Maar we moeten niet alleen naar werkgevers kijken. De invoering van de mogelijkheid om een halve dag ouderschapsverlof op te nemen was bijvoorbeeld een goed initiatief. Dat heeft een kleinere financiële impact dan een vierdagenweek en helpt toch vaak
de woensdagnamiddag te overbruggen. Sinds die regeling bestaat, nemen ook meer mannen ouderschapsverlof op. Voordien bleek een volledige vakantiedag voor hen vaak een drempel. Soms maken kleine ingrepen toch een groot verschil in de work-lifebalance. In plaats van een balans zou je ook over een puzzel kunnen spreken. Alle onderdelen van het gezinsleven en de carrière moeten in elkaar passen”, besluit Dupont.
HET BELANG VAN KINDEROPVANG VOOR SOFIE EN JOERI Sofie en Joeri hebben twee kindjes: Vic is vier en Nell zeven. Sofie is zelfstandig kapster en Joeri werkt als opvoeder in de zorg voor mensen met een beperking. Hun werkdag loopt niet altijd volgens hetzelfde schema, dus kinderopvang en wat ondersteuning zijn zeker welkom in hun gezin. “Onze twee kindjes zijn allebei naar een onthaalmoeder gegaan. We waren zo blij dat zij er was. Zonder onthaalmoeder hadden we het niet gered. Ik kon de kindjes ’s morgens zelf wegbrengen. ’s Avonds haalde een van ons of de grootouders hen op. We zijn heel blij dat onze ouders ons hielpen, maar wilden ook niet dat alle druk van de opvang van de kindjes op hen terechtkwam. Het is ook geweldig wat onze kindjes allemaal geleerd hebben bij de onthaalmoeder. Door onze drukke werkplanning was die ondersteuning een noodzaak.” Nu de kindjes op school zitten maken Sofie en Joeri ook dankbaar gebruik van de buitenschoolse opvang. “Dat geeft ons gelukkig wat meer speling, want zeg nu zelf: wie kan er om half vier aan de schoolpoort staan als je moet werken? We zijn blij dat de optie er is, al maken we er niet altijd gebruik van. De grootouders nemen de uurtjes na school ook graag voor hun rekening. Ze zorgen er vaak ook voor dat de kinderen gegeten hebben en ze begeleiden de oudste bij het huiswerk. We proberen het ook een
nr. 161 - november-december 2022 |
7
GEZINNEN
SOFIE MALT, ZELFSTANDIG KAPSTER EN MAMA:
“Petje af voor alle mensen die ons met veel geduld helpen met de opvang van de kindjes. Zonder hen zou ons leven er helemaal anders uitzien.”
paar keer per week zelf te organiseren, maar dankzij de steun is ons werk op de drukste dagen toch lichter. Zelfs de overgrootouders van Joeri’s steken af en toe nog een handje toe. Als die familiale steun er niet zou zijn, dan zou ik werk en gezin niet kunnen combineren. We kunnen altijd op hen rekenen. We werken allebei ook in het weekend, wat het vaak nog moeilijker maakt om opvang te regelen. Op die dagen is de opvang door de grootouders echt van onschatbare waarde.” Sinds dit jaar gaan de kindjes tijdens de schoolvakantie ook naar vakantiekampjes. “Die zijn geweldig en de kinderen gaan er erg graag naartoe. Ze maken er veel plezier
8
en kunnen met andere kindjes spelen, terwijl ze anders gewoon thuis zouden zijn terwijl mama werkt. We proberen samen met hun vriendjes voor hetzelfde kampje te kiezen, zodat de ouders kunnen afwisselen met brengen en halen. Op die manier samenwerken maakt de combinatie tussen werk en gezin weer wat haalbaarder.” Sofie kan niet genoeg benadrukken hoe blij ze is met alle hulp en opvang. “De onthaalmoeder, de monitoren van de vakantiekampjes , de naschoolse opvang en grootouders: zonder hen zou ons leven er helemaal anders uitzien. Dankzij hen hebben de kinderen ook niet het gevoel dat ze weg moeten, maar dat ze mogen
| nr. 161 - november-december 2022
gaan. Door de afwisseling blijven ze ook overal graag naartoe gaan. Petje af voor iedereen die met zoveel geduld helpt bij de opvang van onze kindjes. Dit helpt ons om werk en gezin te combineren.”
>> Meer resultaten en thema’s uit de gezinsenquête ontdekken? Kijk vanaf eind november op www.gezinsenquete.be
PREVENTIE
Adjunct-directeur Kirsten Pauwels over de werking en het belang van VLESP
“SUÏCIDEPREVENTIE IS EEN TAAK VAN ONS ALLEMAAL” Tekst Lise Collin | Foto Bob Van Mol
Vlaanderen, en bij uitbreiding België, heeft in vergelijking met de ons omringende landen een hoog suïcidecijfer. Daarom zet De Vlaamse overheid zet sterk in op suïcidepreventie. Eén van de partnerorganisaties is het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP). Adjunct-directeur Kirsten Pauwels: “We hebben niet in de hand wat er maatschappelijk gebeurt, maar het blijft belangrijk om doelen te stellen.”
D
it jaar ontwikkelde VLESP ‘Kom Uit Je Kop’: een campagne ter preventie van zelfdoding bij mannen. “In Vlaanderen hebben we heel hoge suïcidecijfers”, vertelt Kirsten Pauwels. “Driekwart van de zelfdodingen gebeuren hier door mannen, in het bijzonder mannen tussen de 40 en 60 jaar oud. Bij andere leeftijdsgroepen zagen we de cijfers dalen, maar bij die groep niet. We onderzochten waarom onze eerdere aanpak niet werkte en ontwikkelden nieuwe methodieken.” Het is te vroeg om te zeggen of de campagne al een concreet verschil heeft gemaakt. Het blijft hoe dan ook belangrijk om het thema onder de aandacht te blijven brengen: “Bij de lancering van zo’n campagne is er vaak veel aandacht, maar mensen moeten blijven weten waar ze terechtkunnen. En ook al is zo’n campagne een belangrijk instrument om te sensibiliseren, je gaat
daarvan niet meteen de impact zien in cijfers. Het is geen eenvoudig te interpreteren oorzaak-gevolg relatie.”
VLAAMS ACTIEPLAN SUÏCIDEPREVENTIE Het VLESP stelt ook het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie op. Daarbij ondersteunen ze het Agentschap Zorg en Gezondheid en het kabinet van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Kirsten kijkt positief terug naar de twee eerdere actieplannen: “In 2012 is de doelstelling gezet op 20% minder zelfdodingen ten opzichte van 2000. In 2020 haalden we die doelstelling ruimschoots met een daling van 25%. We deden de afgelopen jaren heel wat inspanningen om die suïcides te verminderen, maar je hebt geen vat op wat
er gebeurt in de maatschappij. Dat maakt het heel moeilijk om die doelstellingen te realiseren. We zijn blij dat het ons desondanks is gelukt.” Vol goede moed werkt het VLESP nu aan een derde actieplan. Op de online Gezondheidsconferentie Suïcidepreventie eind 2021 werden nieuwe gezondheidsdoelstellingen en -strategieën voor het toekomstige suïcidepreventiebeleid gepresenteerd. “Er wordt gewerkt aan een bijkomende daling van 10% van het aantal zelfdodingen tegen 2030”, legt Kirsten uit. “Die nieuwe initiatieven vormen het voorstel voor een nieuw Vlaams actieplan suïcidepreventie. Dit moet nu voorgelegd worden aan de minister, de Vlaamse Regering en het Vlaams parlement.”
nr. 161 - november-december 2022 |
9
PREVENTIE KIRSTEN PAUWELS, ADJUNCT-DIRECTEUR VLAAMS EXPERTISECENTRUM SUÏCIDEPREVENTIE:
“Een van de grootste misverstanden rond zelfdoding is dat je alleen maar iemand kan helpen als je ervoor opgeleid bent.”
‘Door kleine signalen op te pikken bij een collega kan je misschien al het verschil maken.’ Naast het nieuwe actieplan is VLESP ook verantwoordelijk voor de opmaak van de Multidisciplinaire Richtlijn voor Detectie en Behandeling van Suïcidaliteit. Dat zijn handvaten voor hulpverleners over hoe ze signalen van suïcide kunnen herkennen en hoe ze de behandeling kunnen aanpakken. De richtlijn is een vrij dik boek, maar werd
vertaald in een aantal e-learning modules op onze website waarmee we de hulpverleners tools willen bieden om het thema suïcidaliteit bespreekbaar en behandelbaar te maken in hun praktijk”, vertelt Kirsten.
SAMEN STERK Er wordt vanuit de Vlaamse overheid en de partnerorganisaties al veel gedaan om het aantal zelfdodingen in ons land te verminderen. Kirsten benadrukt dat het vermijden van zelfdodingen een taak is van ons allemaal, niet alleen van experten. “Het is volgens mij een van de
ZORGINSPECTIE Sinds juli 2021 voert Zorginspectie onaangekondigde inspecties uit bij voorzieningen die geestelijke gezondheidszorg aan meerderjarigen aanbieden. Tijdens die inspecties worden de procedures en de naleving van de richtlijnen rond suïcidepreventie gecontroleerd. Uit het voortgangsrapport blijkt dat bijna alle geïnspecteerde voorzieningen grotendeels voldoen aan de verwachtingen die geformuleerd worden in de richtlijn van het VLESP. Positief nieuws, maar er zijn ook verbeterpunten. De informatieoverdracht naar de vervolgzorg bijvoorbeeld. Er ontbreken vaak specifieke afspraken over opvolging wanneer een zorggebruiker na de behandeling niet meer verder begeleid wordt in een professionele zorgomgeving.
10
| nr. 161 - november-december 2022
grootste misvattingen rond zelfdoding”, zegt ze, “dat je alleen mensen kan helpen als je ervoor bent opgeleid.” Preventie wordt heel vaak gezien als gespecialiseerde hulpverlening, maar iedereen kan een rol spelen. “In het nieuwe actieplan vragen we aandacht voor suïcidepreventie op het werk. Dat lijkt misschien niet thuis te horen op de werkvloer, maar door een klein signaal op te merken bij een collega kan je misschien wel het verschil maken.” Mensen bewustmaken van de rol die ze kunnen spelen in suïcidepreventie blijft dan ook haar grootste ambitie voor de toekomst. “Je kan vragen of iemand met zelfmoordgedachten zit. Zo haal je die mensen al weg uit hun isolement. Het is de eerste keer misschien niet makkelijk om de vraag te stellen, maar daarmee geef je wel een duidelijk signaal dat ze over problemen mogen praten. Als je iemand het gevoel kan geven dat je samen op zoek wil gaan naar hulp, doe je eigenlijk al gigantisch veel.”
>> Wie vragen heeft over zelfdoding, kan anoniem terecht bij de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be
PLEEGZORG
Elk pleeggezin bewandelt een eigen pad op weg naar pleegzorg. Het ene heeft al kinderen, maar wil zich uit idealisme nog over een extra kindje ontfermen. Een ander gezin kan misschien zelf moeilijk kinderen krijgen, maar wil toch graag voor iemand zorgen. Soms zijn er ook grootouders of tantes en nonkels die zorgen voor een kleinkind of neefje of nichtje dat (tijdelijk) niet in het eigen gezin kan blijven. Over die verschillende motivaties om aan pleegzorg te doen, lees je alles in dit dossier.
nr. 161 - november-december 2022 |
11
PLEEGZORG
Na drie eigen kinderen kozen Elise en Jannes voor pleegzorg
“HOPELIJK KIEST HIJ ER OOIT VOOR OM ONS KIND TE ZIJN” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bob Van Mol
Elise en Jannes Vanlerberghe-Renard hadden al drie kinderen: Josiah (11), Eliah (10) en Anaiah (8). Toen kozen toen ze uit idealisme voor pleegzorg. In maart 2020 kwam Milo* (2) erbij.
EEN DIEPGEWORTELD VERLANGEN Elise: “Het idee dat zoveel kindjes opgroeien in voorzieningen, zonder vaste hechtingsfiguren, heeft me altijd enorm geraakt. Diep vanbinnen heb ik altijd geweten dat ik graag een pleegkind wilde. Na de geboorte van Eliah hebben Jannes en ik dat voor het eerst concreet besproken. Maar toen Anaiah geboren was, hebben we het plan even on hold gezet. We wilden dat onze biologische kinderen oud genoeg zouden zijn voor we met pleegzorg begonnen, zodat er zeker geen onderling gevoel van concurrentie zou ontstaan.” Jannes: “Bij Elise was dat verlangen naar een pleegkind diepgeworteld, bij mij is het langzaamaan gegroeid. Eerst waren er de infosessies en volgde het uitgebreide screeningstraject. Nadien hebben we ons aangemeld voor crisispleegzorg: twee weken voor een kindje zorgen leek me een ‘veilige’ eerste stap. Maar dat veranderde toen pleegzorg ineens een gezichtje kreeg.”
12
Elise: “Liam* was acht maanden oud toen hij in december 2018 in ons gezin terechtkwam. Zijn hoofdje was afgeplat door het vele neerliggen, hij kon nog niet zitten en huilde niet als hij honger had of wakker werd. In de twee weken die hij bij ons was, hebben we hem enorm zien openbloeien en evolueren. Maar dan kwam er plots een plekje vrij in een voorziening dichtbij de woonplaats van zijn mama, waardoor hij daarheen moest verhuizen. We hadden ons vooraf opgegeven voor crisispleegzorg, dus wisten we dat het maar voor een tweetal weken zou zijn, maar toch bleven we met een gebroken hart achter. Toen beseften we ook dat we een pleegkindje heel snel in ons hart konden sluiten. We wilden dus zeker opnieuw voor pleegzorg gaan, maar enkel voor de perspectiefbiedende variant.”
AANVAARD DOOR HET HELE GEZIN Jannes: “Na het vertrek van Liam hebben we even een ‘rustpauze’ ingelast. Ik had net een zaak gekocht, iets waar heel veel energie in kruipt. In 2020 besloten we er
| nr. 161 - november-december 2022
opnieuw voor te gaan. Toen ging het heel snel. In maart kregen we een telefoontje van Pleegzorg Vlaanderen, over een kindje dat we mochten bezoeken in een leefgroep. Een dag later ging de telefoon opnieuw: omdat ze – terecht – vreesden dat er een algemene lockdown zou komen, vroegen ze of we het kindje meteen mee naar huis konden nemen.”
“Milo voelt echt als ons vierde kindje. Ook de andere kinderen hebben hem in hun hart gesloten.” Elise: “Plots was Milo dus bij ons, een jongetje van drie maanden oud. De eerste week was vrij pittig, omdat hij heel snel boos kon worden. Wellicht kwam dat door zijn eerste levensmaanden. Na tien dagen in het ziekenhuis had hij al in een crisispleeggezin en twee voorzieningen gewoond. Hij had dus al veel afscheid moeten nemen. Maar na
PLEEGOUDERS ELISE EN JANNES:
“We wilden dat onze biologische kinderen oud genoeg zouden zijn voor we met pleegzorg begonnen.”
DUBBELE GEVOELENS Jannes: “Bij pleegzorg word je vaak met dubbele gevoelens geconfronteerd. Je weet dat het contact met de ouders heel belangrijk is voor de psychologische ontwikkeling van een kind. Anderzijds zijn die bezoekjes en de momenten op de jeugdrechtbank ook een bron van stress en emotie. We proberen zo open mogelijk te zijn met Milo. Hij mag ons alles vragen over zijn herkomst en zijn ‘buikmama’. Met foto’s en verhalen proberen we de herinneringen levendig te houden.” Elise: “Voor ons voelt Milo echt als ons vierde kindje. En ook de andere kinderen hebben hem helemaal in hun hart gesloten. Ik denk dat pleegzorg ook hun leven enorm kan verrijken. Het is belangrijk dat ze beseffen dat niet iedereen evenveel geluk heeft in dit leven en dat anderen helpen belangrijk is. Natuurlijk is er soms eens ruzie, of vinden ze het vervelend dat Milo bijvoorbeeld hun lego afbreekt, maar dat hoort erbij. Onlangs waren Milo en Anaiah aan het strijden om mijn aandacht. Milo riep toen: ‘Mijn mama!’ en Ik zag Anaiah vragend kijken: wat moest ze nu zeggen. (glimlacht) Voor haar jonge leeftijd ging ze er eigenlijk heel goed mee om. Ik heb Milo toen uitgelegd dat ik uiteraard zijn mama ben, maar dat hij niet uit mijn buik komt. Uiteraard besef ik dat we nog moeilijke momenten zullen meemaken, wanneer Milo begint te puberen en hij zich meer vragen zal stellen bij zijn afkomst. Maar ik denk dat eerlijkheid en openheid altijd cruciaal zijn.”
een week merkten we al een enorm verschil in zijn gedrag.” Jannes: “Ons grote geluk was dat hij meteen heel goed sliep. Onze drie oudste kinderen waren als baby niet zulke goede slapers, maar Milo sliep meteen door. Hij ontwikkelde zich ook meteen goed op elk vlak, wat toch ook een geruststelling was. Het enige wat we wel merken, is dat Milo iets meer aandacht vraagt dan de andere kinderen. Dat heeft wellicht met zijn rugzakje te maken.”
Elise: “In het begin kwam Milo’s mama, die van Baltische origine is, geregeld op bezoek. We zagen dat ze heel veel van hem hield, maar doordat ze geen Nederlands of Engels spreekt, was de communicatie heel moeilijk. Haar situatie was ook erg complex. Intussen is ze teruggekeerd naar haar thuisland. We sturen haar geregeld foto’s van Milo, maar het contact loopt nu veel moeizamer. Ondertussen weten we al dat Milo zeker voor langere tijd in ons gezin mag blijven, wat natuurlijk een opluchting was.”
Jannes: “We hopen dat hij op een dag zelf de keuze zal maken om ons kind te zijn. En als hij op zijn 18 jaar graag door ons geadopteerd wordt, zullen we hem met open armen ontvangen.”
* Omwille van privacy zijn er schuilnamen gebruikt.
nr. 161 - november-december 2022 |
13
PLEEGZORG
Erik en Joris hebben drie pleegdochters
“95% VAN DE TIJD ZIJN WIJ EEN GEWOON GEZIN” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bob Van Mol
Erik Knoops en Joris Gaethofs overwogen eerst adoptie, maar kozen uiteindelijk resoluut voor pleegzorg. Intussen hebben ze drie pleegdochters: Aline* (7), Maya* (5) en Lisa* (2).
TWIJFELS OVERWINNEN Erik: “Voor een homokoppel is het niet zo evident om kinderen te krijgen. Maar wij wilden er toch voor gaan, dus begonnen we de verschillende pistes te onderzoeken. Aanvankelijk kozen we voor adoptie. We stapten in de procedure, maar wisten dat die jarenlang zou aanslepen. Dus begon ik meer en meer te denken aan pleegzorg. Joris stond daar aanvankelijk iets minder voor open. De tijdelijkheid van pleegzorg schrok hem af.” Joris: “Wat als je een band met zo’n kindje hebt opgebouwd en het plots terug naar zijn ouders moet? Dat leek me hartverscheurend. Ik werkte toen ook nog in de bijzondere jeugdhulp, waar ik dagelijks werd geconfronteerd met jongeren met een rugzakje. Ik wist niet zeker of ik dat thuis wel aandurfde. Maar uiteindelijk ging ik overstag en eind 2014 gingen we samen naar een infoavond van pleegzorg.” Erik: “Nadien twijfelde Joris nog een beetje, maar ik overtuigde hem toch om de vragenlijst in te vullen. En hij stond er zelf ook steeds meer achter. Dus begonnen we aan de procedure, met een uitgebreide
14
screening en een cursus. Heel snel kregen we een aanmelding voor een eerste pleegkindje.”
EEN ZO NORMAAL MOGELIJK GEZIN Joris: “Dat draaide helaas uit op een grote ontgoocheling. Toen de ouders hoorden dat hun kindje zou worden opgevangen door twee mannen, haakten ze af. Nadien wilden we het hele pleegzorgverhaal even laten rusten. Maar nog geen maand later ging de telefoon: er was een kindje geboren dat perfect bij ons paste.”
“Onze droom is dat we later, over een jaar of tien, allemaal samen rond de tafel kunnen zitten, met alle familie, broers en zussen.” Erik: “Na enkele intense bezoeken aan de kraamafdeling mochten we Aline mee
| nr. 161 - november-december 2022
naar huis nemen. Ze was toen amper drie weken oud. Zo’n jong kindje was ook een bewuste keuze. We zijn er toch van overtuigd dat de hechting dan vlotter kan verlopen. En we wilden resoluut gaan voor perspectiefbiedende pleegzorg, waarbij het kindje echt bij ons zou opgroeien. Op die manier kunnen we de ‘normaliteit’ zoveel mogelijk nastreven.” Joris: “We wisten altijd al dat we minstens twee kinderen wilden. Aline gedroeg zich wat anders dan een gemiddeld kind. We kwamen te weten dat ze autisme heeft. Het leek ons goed voor haar sociale ontwikkeling om zo snel mogelijk een tweede kindje te verwelkomen. Toen we dat voorzichtig opperden bij onze pleegzorgbegeleider, kregen we enkele maanden later alweer goed nieuws: ze zochten een nieuwe thuis voor Maya, een baby van vier maanden oud. Zij verbleef in een leefgroep. Na een drietal bezoekjes mocht ze al mee met ons naar huis. En hoewel ze ook nog erg jong was, merkten we toch dat ze de eerste dagen veel stiller was. Enkele maanden in een leefgroep hadden toch al een effect. Gelukkig keerde dat snel, en ontwikkelt ze zich nu prima.”
Erik was al snel overtuigd van pleegzorg, Joris twijfelde eerst nog. “Wat als je een band met zo’n kindje hebt uitgebouwd en het plots terug naar zijn ouders moet?”
Erik: “Intussen liep onze adoptieprocedure nog steeds. Niet lang na de komst van Maya werden we uitgenodigd voor een gesprek op het adoptiebureau. Daar bleek dat het nog ettelijke jaren zou duren. Toen hebben we besloten om dat verhaal af te sluiten. We werden er zelf niet jonger op. Bovendien zou het leeftijdsverschil met de twee oudste kinderen te groot worden.” Joris: “In december 2020 lieten we bij pleegzorg vallen dat we een derde kindje overwogen. In februari van dat jaar woonde Lisa al bij ons. Zij kwam uit een heel warm pleeggezin dat bewust koos voor crisispleegzorg. En ook bij ons werd ze meteen in het hart gesloten, ook door Aline en Maya.”
MET IEDEREEN AAN TAFEL Erik: “Wie aan pleegzorg begint, weet dat ook het contact met de ouders en andere familieleden erbij hoort. Aline gaat om de twee weken op bezoek bij haar ouders, Maya heeft enkel contact
met haar grootmoeder en twee broertjes, en Lisa met haar broer en zus. Dat is een hele puzzel, zeker op gevoelige momenten als Kerst en verjaardagen. Maar we proberen wel grenzen te trekken. Alle bezoekjes moeten in dezelfde weekends plaatsvinden, zodat we genoeg rustmomenten hebben met het hele gezin. Maar we vinden dat contact met de familie heel belangrijk, ook voor de ontwikkeling van hun identiteit. Onze droom is dat we later, over een jaar of tien, allemaal samen rond de tafel kunnen zitten, met alle familie, broers en zussen.” Joris: “Het levert soms wel emotionele momenten op. Onlangs vroeg Maya wanneer ze naar haar mama mocht. Maar voorlopig wil die geen contact met haar dochter. We praten daar openlijk over en hebben haar een foto van haar mama gegeven. Voorlopig is dat voldoende. En Aline zei onlangs ook dat zij liever bij haar mama en papa wilde wonen, net als andere kinderen. Dat is natuurlijk moeilijk, maar we willen haar vooral het
gevoel geven dat alle gevoelens bespreekbaar zijn.” Erik: “Als anderen me vertellen dat ze pleegzorg overwegen, heb ik één advies: doen! Waar wij op dit moment het meest mee worstelen, is de vermoeidheid. Maar dat is bij alle gezinnen met drie jonge kinderen hetzelfde, vermoed ik.” Joris: “95% van de tijd zijn wij een gewoon gezin. Maar natuurlijk komen er bij pleegzorg wat extra moeilijkheden bij, zoals het contact met de familie. Daarom zou ik mensen die het overwegen aanraden om duidelijk hun grenzen aan te geven. Als je het bijvoorbeeld niet ziet zitten om een pleegkind met een beperking op te vangen, mag je dat ook duidelijk zeggen. Daar is bij Pleegzorg Vlaanderen absoluut begrip voor.”
* Omwille van privacy zijn er schuilnamen gebruikt.
nr. 161 - november-december 2022 |
15
PLEEGZORG
NETWERKPLEEGOUDER SIMONNE OVER HAAR KLEINKIND JONATHAN:
“Het enige waar ik het soms moeilijk mee heb, is mijn eigen overbezorgdheid. Ik ben zo bang dat Jonathan iets zou overkomen.”
Simonne’s kleinzoon Jonathan woont al 19 jaar bij haar
“JE KAN ZOVEEL BETEKENEN VOOR EEN PLEEGKIND” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bob Van Mol
Simonne Hensen doet aan netwerkpleegzorg. Ze zorgt al 19 jaar voor haar kleinzoon Jonathan (21). Aanvankelijk kwam hij een tijdje bij haar logeren, maar al na enkele maanden werden zij en haar man officiële pleegzorgers.
16
| nr. 161 - november-december 2022
EEN ONVERWACHT PLEEGOUDERSCHAP “Toen mijn zoon destijds zijn vriendin leerde kennen, kregen ze al snel een kindje. Zij was toen nog maar 17. En in de jaren nadien kreeg ze nog drie kinderen. Toen Jonathan, de jongste, geboren werd, was zijn mama 23 jaar. Ze had gezondheidsproblemen en kon de zorg voor haar jonge kinderen moeilijk aan. Daarom probeerde ik, als oma, zoveel mogelijk bij te springen. Op woensdagmiddag haalde ik de kinderen op en ook op andere dagen ging ik geregeld langs. Jonathan kwam het vaakst bij me logeren en hij raakte steeds meer gehecht aan mijn man en mij. Na een viertal maanden besloot de jeugdrechter dat het beter zou zijn als Jonathan bij ons bleef wonen. Al bleef hij zijn ouders wel zien, tijdens maandelijkse bezoekjes.” “Van mijn moeder, zussen en vriendinnen kreeg ik soms twijfelachtige reacties: ‘Zou je dat nu wel doen, nog een kind grootbrengen? Je zal al je vrijheid kwijt zijn.’ Maar mijn man en ik hebben geen seconde getwijfeld. Jonathan was zo’n braaf en lief kind, we vonden het zo fijn dat we zoveel voor hem konden betekenen. We hebben eigenlijk geen enkele foto waarop hij droevig kijkt. Ik zorgde er ook altijd voor dat ik thuis was als hij van school kwam. Overdag ging ik vaak op stap met vriendinnen – vrijheid genoeg – maar voor Jonathan wilde ik er absoluut zijn. Soms telde ik zelfs de uren af voor hij thuis zou komen. En ik stond ’s ochtends altijd op als hij naar school moest vertrekken, zodat we samen konden ontbijten. Ook als hij al veertien was, en eigenlijk dus zelfstandig genoeg. Ik vond en vind het gewoon fijn om voor hem te zorgen en hem gelukkig te zien.”
CONTACT MET BIOLOGISCHE OUDERS “Ook met zijn ouders bleven we altijd goed overeenkomen, er is nooit ruzie geweest. Zijn mama had het er soms wel moeilijk mee, zeker in het begin, maar ze besefte dat ze haar zoontje niet kon geven
wat hij nodig had. De bezoekmomenten verliepen altijd heel goed. Jonathan was dan ook heel lief voor zijn ouders.”
luistert hij naar mijn goede raad. Hij weet ook dat die alleen maar voortkomt uit liefde.”
“Ik heb het contact met Jonathans ouders altijd gestimuleerd. Oma en opa kunnen nog zo lief en goed zijn voor een kind, maar het is toch belangrijk dat het weet wie zijn ouders zijn. Natuurlijk beschouwt hij mij als een moederfiguur, omdat ik al voor hem zorg sinds hij twee is. Van de situatie daarvoor kan hij zich niets herinneren. Maar hij noemt me wel oma, en hij vindt het zelf ook altijd fijn om zijn ouders terug te zien.”
EEN BRON VAN GELUK
“Op een bepaald moment, toen Jonathan een jaar of zeven was, kon zijn mama niet meer zo makkelijk langskomen, omdat ze geen auto had. Toen besloot ik om hem altijd zelf naar haar te brengen en weer op te halen, dat doe ik nu nog steeds. En heel Jonathans jeugd heb ik op woensdagmiddag zijn broer en zus hier uitgenodigd, zodat ze elkaar beter leerden kennen.”
“We vonden het zo fijn dat we zoveel voor Jonathan konden betekenen.” “Spijt van onze keuze heb ik nooit gehad, integendeel. Jonathan is ons ook zo dankbaar, we krijgen elke dag wel een schouderklopje. Vooraf had ik me mentaal voorbereid op een moeilijke puberteit, maar die is er nooit gekomen. Het enige waar ik het soms moeilijk mee heb, is mijn eigen overbezorgdheid. Ik ben zo bang dat Jonathan iets zou overkomen. En ik probeer hem voor allerlei onheil te beschermen, want hij kan soms vrij naïef zijn. Voor zijn vrienden zou hij bijvoorbeeld alles doen, maar ik probeer hem te leren dat niet iedereen de beste bedoelingen heeft. Ik sta er ook op dat hij niet rookt, niet drinkt en geen drugs gebruikt, en dat hij niet omgaat met ‘foute vrienden’. Op zijn leeftijd word je snel verleid en kan het ook snel misgaan. Gelukkig
“Op één moment had Jonathan het zelf heel moeilijk. Toen hij elf jaar oud was, kreeg zijn mama nog een zoontje. Daar werd hij heel onzeker van: als zij voor een nieuw kindje kon zorgen, zou hij dan ook opnieuw bij haar moeten wonen? Hij was heel gelukkig bij ons, dus zo’n ingrijpende verandering zag hij niet zitten. Omdat hij daar echt onder leed, heb ik toen professionele hulp gezocht. Door veel te praten, raakte hij weer gerustgesteld.” “Mochten mensen twijfelen over pleegzorg, dan zou ik het absoluut aanraden. Je kunt zoveel betekenen voor een pleegkind. Als ik zie hoe gelukkig Jonathan bij ons is, maakt mij dat ook heel blij. Dat zorgende heb ik altijd wat in me gehad. Vroeger had ik een buurvrouw met twee adoptiekindjes en wanneer zij moest werken, zorgde ik ook vaak voor hen. Het helpt wel dat ik nog relatief jong ben: toen Jonathan hier kwam wonen, was ik nog maar 47 jaar. Mocht ik tien jaar ouder zijn geweest, had ik misschien meer geaarzeld. Nu ben ik 66, maar Jonathan is natuurlijk al heel zelfstandig. Hij helpt mij zelfs geregeld, door bijvoorbeeld eens naar de winkel te gaan. Jonathan woont nog thuis, maar zit wel vol plannen. Hij weet al precies welk huis hij later wil, welke vloer en keuken. En het huis moet een bijgebouw hebben, waar mijn man en ik kunnen wonen. Daar staat hij op. (lacht) Dat is toch hartverwarmend?” “Als ik nadenk over de toekomst, hoop ik gewoon dat Jonathan net zo blij en gelukkig blijft als vandaag. Maar ook dat hij een stabiele toekomst tegemoet gaat, met werk, een lieve vrouw en een eigen huis. Mijn grootste angst is dat hij – als wij er niet meer zijn – het contact met zijn familie zou verliezen en geen dak boven zijn hoofd zou hebben. Maar ik ben optimistisch: volgens mij komt het helemaal goed.”
nr. 161 - november-december 2022 |
17
PLEEGZORG Elke Dejaeghere is selectiemedewerker bij Pleegzorg Vlaanderen
“KANDIDAAT-PLEEGZORGERS HEBBEN VERSCHILLENDE MOTIVATIES” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bob Van Mol
Voor iemand zorgen, je gezin uitbreiden, iets goeds doen voor de wereld, een familielid uit de nood helpen… Er zijn talloze redenen om voor pleegzorg te kiezen. Selectiemedewerker Elke Dejaeghere peilt naar de verschillende motivaties die kandidaat-pleeggezinnen hebben om een kindje in hun gezin op te nemen.
E
lke Dejaeghere heeft jaren ervaring als selectiemedewerker voor Pleegzorg Vlaams-Brabant & Brussel. “Onze alarmbellen gaan vooral af bij kandidaat-pleegouders die nooit twijfelen en die alles vanop een roze wolk bekijken.” De Week van de Pleegzorg draait dit jaar rond de motivaties van mensen om voor pleegzorg te kiezen. Waarom is dit thema zo belangrijk? “Wanneer kandidaat-pleegzorgers langskomen voor een eerste gesprek, is hun motivatie een van de eerste zaken die we peilen. Waarom kies je voor pleegzorg? Hoelang denk je er al over na? Wat wil je bieden en waarom? Wat zijn je worstcasescenario’s? Zo merken we al snel of mensen er goed over hebben nagedacht en of ze geen verkeerde verwachtingen hebben. Die voorbereidende gesprekken worden door kandidaten soms ervaren als vrij negatief, maar dat is onze taak. Je moet voorbereid zijn op eventuele problemen. Het is onprettig als je later in het traject moet afhaken omdat de dingen niet lopen zoals je had verwacht.”
18
Wat is de ideale motivatie voor pleegzorg? “In het beste geval bestaat zo’n motivatie uit verschillende facetten. Het gaat om het verlangen je gezin uit te breiden, een zorgwens, sociaal engagement en er spelen ook emotionele redenen. Het is trouwens niet slecht dat daar ook wat ‘egoïstische’ redenen bij zijn: een extra speelkameraadje voor de kinderen of een verrijking voor het gezin. Een complete, meerlagige motivatie is sowieso het beste, omdat de kans dan kleiner is dat je teleurgesteld raakt als één facet blijkt tegen te vallen. Gelukkig merken we dat de meeste kandidaten al goed en lang hebben nagedacht. Ze hebben de verschillende plus- en minpunten duidelijk overwogen. In een opwelling voor pleegzorg kiezen, is nooit een goed idee.” Zijn er ook minder goede motivaties? “Als we merken dat mensen vooral hun eigen kinderwens willen vervullen, gaan er toch alarmbellen af. Kandidaten die bijvoorbeeld van bij het begin aangeven dat ze het liefst een pleegkindje ‘zonder context’ willen, of weigerachtig staan
| nr. 161 - november-december 2022
tegenover contact met de ouders. Ook als mensen alles vanop een roze wolk blijven bekijken en niet twijfelen, is dat een teken aan de wand. Gemotiveerde pleegzorgers gaan verder ondanks hun twijfels. Eenmaal een traject dan is gestart, zullen ze zich er minder door laten overvallen.” Moeten jullie vaak kandidaten weigeren, op basis van hun motivatie? “Nee. Wie geïnteresseerd is in pleegzorg, moet eerst een infosessie volgen. Daar wordt al heel duidelijk uitgelegd wat pleegzorg betekent, wat we verwachten en te bieden hebben. Wie na zo’n sessie beslist om verder te gaan, heeft meestal vrij correcte verwachtingen. Bij een kleine minderheid merken we dat de motivatie niet helemaal goed zit, maar vaak is dat een kwestie van timing. Soms speelt de eigen kinderwens nog een te grote rol of wil een kandidaat iets te veel hooi op zijn vork nemen. Maar over enkele jaren kan de situatie dan heel anders zijn.” >> Meer info vind je via www.pleegzorg.be
PLEEGZORG IN VLAANDEREN 6.985
2021
IN CIJFERS
8.643
pleeggezinnen op 31.12.2021
pleegkinderen, -jongeren en -gasten op 31.12.2021 8.643
6.985
7.118 5.616
5.489 4.177
2015
2018
2015
2021
BRON: PLEEGZORG | OP BASIS VAN CIJFERS VAN VIJF PROVINCIALE PLEEGZORGDIENSTEN
2018
2021
BRON: PLEEGZORG | OP BASIS VAN CIJFERS VAN VIJF PROVINCIALE PLEEGZORGDIENSTEN & BINC (**)
218 187
2015
188
2018
2015
3.254
3.337
2018
4.150
4.012
2021
5.071
4.873
2021
BRON: PLEEGZORG | OP BASIS VAN CIJFERS VAN VIJF PROVINCIALE PLEEGZORGDIENSTEN
9.914
Leeftijd
> 20 jaar
18 - 20 jaar
12 - 14 jaar
7.021 6.371
9 - 11 jaar 6 - 8 jaar
4.741 JAAR 2006
JAAR 2011
JAAR 2016
JAAR 2021
Evolutie van het aantal pleegkinderen, -jongeren en -gasten. BRON: PLEEGZORG | OP BASIS VAN CIJFERS VAN VIJF PROVINCIALE PLEEGZORGDIENSTEN & BINC IN DE BESTANDSPLEEGZORG VANGT EEN PLEEGGEZIN EEN KIND OF VOLWASSENE MET EEN HANDICAP EN/OF EEN PSYCHIATRISCHE PROBLEMATIEK OP WAARMEE HET VOORDIEN NOG GEEN BAND HAD. (**) BINC IS HET UNIFORME REGISTRATIESYSTEEM VOOR DE PRIVATE VOORZIENINGEN IN DE JEUGDHULP (OPGROEIEN) EN STAAT VOOR BEGELEIDING IN CIJFERS. (*)
9.944
BRON: BINC
15 - 17 jaar
JAAR 2001
8.162
Totaal aantal pleegkinderen, -jongeren en -gasten tijdens het vermelde jaar opgevangen in de pleegzorg, onderverdeeld naar geslacht
Aantal nieuwe bestandspleeggezinnen (*) die voor het eerst gestart zijn in het vermelde jaar.
5.773
6.591
3 - 5 jaar 0 - 2 jaar
48
911
83
1.269 357
1.769
251
1.509
222
1.489
255
1.356
266
1.056 414
596 ongeboren 0 1 Nieuwe instromers in 2021, op het moment van instroom De totale groep kinderen, jongeren en volwassenen die in 2021 in een pleeggezin verbleef (op 31/12 of op het einde van de pleegzorgsituatie) BRON: BINC, OP BASIS VAN AANTAL PLEEGZORGSITUATIES
nr. 161 - november-december 2022 |
19
GELIJKE KANSEN
De strijd tegen vrouwelijke genitale verminking gaat door
“NAÏEF OM TE DENKEN DAT HET IN BELGIË NIET GEBEURT” Tekst Astrid De Vos | Foto Jan Locus
Bij vrouwelijke genitale verminking denken we algauw aan landen in Sub-Saharaans Afrika. Ook in ons land komt het echter voor. In België zijn naar schatting 35.000 meisjes en vrouwen betrokken of lopen ze risico, waarvan er 16.500 in Vlaanderen wonen. Weliswaar sprak met Flore Bollaert, Vlaams coördinator bij GAMS, een organisatie die strijdt tegen genitale verminking.
W
ereldwijd ondergingen 200 miljoen vrouwen en meisjes een vorm van genitale verminking. Elk jaar worden drie tot vier miljoen nieuwe slachtoffers gemaakt. Vrouwelijke genitale verminking omvat elke ingreep aan de uitwendige vrouwelijke geslachtsdelen zonder medische noodzaak. Genitale verminking is een vorm van gendergerelateerd geweld en heeft levenslange ernstige fysieke, mentale en seksuele gevolgen. De praktijk komt vooral voor in delen van Afrika, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië, maar ook in ons land lopen meisjes en vrouwen gevaar. Uit een studie in opdracht van staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit Sarah Schlitz en minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke, blijkt dat naar schatting 23.000 meisjes en vrouwen in ons land besneden zijn. “In ons land gaat het voornamelijk om vrouwen afkomstig uit landen zoals Somalië, Guinee, Egypte, Ethiopië en
20
Ivoorkust”, vertelt Flore Bollaert, Vlaams coördinator van GAMS. “In Vlaanderen lopen ruim 5.800 meisjes het risico om besneden te worden als we niet preventief optreden. De meesten kwamen als kind jonger dan vijf jaar naar België, of hebben moeders die afkomstig zijn van een land waar genitale verminking vaak voorkomt.”
GROUPE POUR L’ABOLITION DES MUTILATIONS SEXUELLES Bollaert werkt voor GAMS, een organisatie die ijvert voor de volledige afschaffing van vrouwelijke genitale verminking. GAMS werd in 1996 opgericht door de Senegalese Khadidiatou Diallo. Toen Khadidiatou zeven jaar was, werd ze besneden. Op haar twaalfde werd ze gedwongen uitgehuwelijkt aan een veel oudere man. Later vluchtte ze naar België. Ze merkte dat er bij professionals nog heel veel onwetendheid rond genitale verminking en gedwongen huwelijken bestond. In Somalië is 98% van
| nr. 161 - november-december 2022
de vrouwen tussen 15 en 49 genitaal verminkt, het hoogste cijfer ter wereld. Er was dus een grote groep vrouwen die ondersteuning kon gebruiken. Voor hen begon Diallo groepsactiviteiten te organiseren.
PREVENTIE, BESCHERMING EN BEGELEIDING GAMS bestaat uit een multidisciplinair team met maatschappelijk werkers, psychologen, juristen en vroedvrouwen. Een belangrijk deel van hun preventiewerk gebeurt door co-bemiddelaars, ervaringsdeskundigen uit de gemeenschap die vaak zelf al een heel traject bij GAMS hebben afgelegd. “Zij weten wat er leeft in de gemeenschap, kennen de culturele codes en begrijpen hoe je met de doelgroep moet communiceren. Ze vormen brugfiguren tussen GAMS en de gemeenschap”, legt Bollaert uit. “Onze co-bemiddelaars werken outreachend naar de doelgroep.
Het is belangrijk om outreachend te werken naar de mogelijke slachtoffers. Zo hebben we twee collega’s die op stap gaan in de Brusselse Noordwijk en het Maximiliaanpark (park in het buurt van het opvangcentrum Het Klein Kasteeltje,
FLORE BOLLAERT, VLAAMS COÖRDINATOR VAN GAMS:
“Professionals uit het werkveld moeten signalen kunnen herkennen die wijzen op een mogelijk risico.”
GAMS deelt de opgebouwde expertise ook met professionals uit verschillende sectoren. “Sommige vormingen hebben een medische insteek, soms gaat het om gespreksvoering of juridische tools”, vertelt Bollaert. “Het is belangrijk dat professionals uit het werkveld signalen kunnen herkennen. Zeker in Vlaanderen rekenen we op Kind & Gezin, CLB’s en CAW’s om ons in contact te brengen met vrouwen die getroffen werden door genitale verminking.”
VERMOEDENS EN GERUCHTEN Het grootste risico op besnijdenis lopen meisjes tijdens de schoolvakanties, wanneer gezinnen uit risicolanden terugreizen naar het land van herkomst. “Daarom plannen we volgend jaar een grote campagne in aanloop naar de zomervakantie”, vertelt Bollaert. Ter ondersteuning van ouders die in het thuisland te maken krijgen met groepsdruk, zorgt GAMS voor een medisch attest. Daarmee wordt bevestigd dat het meisje niet besneden is en ook niet besneden mag worden. “Ouders kunnen dit dan tonen aan de familie en aangeven dat dit strafbare feiten zijn, waarvoor ze in België vervolgd kunnen worden en een gevangenisstraf riskeren.” n.v.d.r.). Daarnaast trekken ze eropuit naar asielcentra en OKAN-scholen om te sensibiliseren. Genitale verminking is nog steeds een taboe.” Vrouwen die te maken krijgen met genitale verminking kunnen bij GAMS terecht voor psychologische begeleiding. Daarnaast is ook het groepsaanbod een belangrijke pijler van de werking van GAMS. “Het uitgangspunt bij deze activiteiten is altijd empowerment”, vertelt Bollaert. “We
organiseren maandelijkse bijeenkomsten voor vrouwen die getroffen werden door genitale verminking. Er is een jongerengroep, die werkt rond identiteit, seksualiteit en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zwangere vrouwen kunnen beroep doen op zwangerschapsbegeleiding. We hebben ook een workshop die zich speciaal richt op mannen, aangezien zij ook een belangrijke rol spelen bij het in stand houden van genitale verminking.”
Of er ook besnijdenissen op Belgische bodem gebeuren? “Op dit moment hebben we enkel weet van besnijdenissen die gebeuren in het buitenland, al zijn er wel vermoedens en geruchten”, vertelt Bollaert. “In buurlanden als Frankrijk en Groot-Brittannië zijn de laatste jaren een aantal mensen veroordeeld voor besnijdenissen. Het zou dus naïef zijn om te geloven dat het niet in België gebeurt.”
nr. 161 - november-december 2022 |
21
BELEID
Decreet werk- en zorgtrajecten vernieuwd
“SAMENWERKING BELEIDSDOMEINEN IS CRUCIAAL” Tekst Astrid De Vos en Lise Collin | Foto Jan Locus
Het vernieuwde decreet over de werk- en zorgtrajecten zorgt voor meer activeringstrajecten. Ook de onthaaltrajecten krijgen meer aandacht. Loes Houthuys en Joke Sannen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin vinden het vernieuwde decreet een belangrijk signaal. De samenleving blijft inzetten op deze doelgroep.
H
eel wat mensen willen een job, maar slagen daar omwille van een zorg- of welzijnsprobleem niet in. De werk- en zorgtrajecten zorgen voor een aanbod op maat, waarin werk en zorg goed gecombineerd worden. Zo krijgt iedereen toch de kans om actief te zijn en stappen te zetten naar een betaalde job of naar een nuttige bezigheid. Dit alles is geregeld in een recent vernieuwd decreet. “Het oorspronkelijke decreet kwam tot stand mede op vraag van de sector”, vertelt Loes Houthuys, beleidsmedewerker bij de Afdeling Beleidsontwikkeling. “Er was al heel wat arbeidszorg, maar nog niet in een goed afgebakend regelgevend kader. Het gaat hier om mensen met zware zorg- en welzijnsproblematieken die ver van de arbeidsmarkt verwijderd zijn. Het is belangrijk dat zij de kans krijgen om ook deel te nemen aan de samenleving en eventueel door te stromen naar betaald werk.” De trajecten nemen verschillende vormen aan: activeringstrajecten,
22
arbeidsmatige activiteiten en onthaaltrajecten via het Geïntegreerd Breed Onthaal.
GEÏNTEGREERD BREED ONTHAAL De vernieuwingen in het decreet zorgen voor een beter aanbod binnen de trajecten. Daarbij werd er rekening gehouden met de evaluatie-onderzoeken van Viona (Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrap-portering) en het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en met verwachtingen van de sector. “De basis bleef hetzelfde”, aldus Joke Sannen, teamverantwoordelijke van het Team Lokaal Sociaal Beleid van de Afdeling Welzijn en Samenleving. “Er werd al nauw samengewerkt met VDAB in de activeringstrajecten en arbeidsmatige activiteiten, maar soms waren er geen oplossingen voor mensen via deze tewerkstellingstrajecten. Deze mensen krijgen een ‘advies welzijn’ omdat ze door
| nr. 161 - november-december 2022
een zorg- of welzijnsproblematiek op korte of middellange termijn niet (meer) betaald aan de slag kunnen.” Het vernieuwde decreet biedt hiervoor een kader en regelt de toeleiding van VDAB naar de kernpartners van het Geïntegreerd Breed Onthaal. “Omdat activeringstrajecten of arbeidsmatige activiteiten niet altijd voor iedereen haalbaar zijn, zijn er ook de onthaaltrajecten bij het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO). Het GBO is een samenwerkingsverband tussen het OCMW, het centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW) en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen (DMW). Het GBO heeft als doel onderbescherming tegen te gaan en de toegankelijkheid naar de hulpverlening te verhogen.” Mensen met een advies ‘welzijn’ worden zo georiënteerd naar het gepaste hulpverleningsaanbod. “Het doel is om kwetsbare mensen te helpen, zodat ze al hun rechten op vlak van onderwijs of huisvesting
LOES HOUTHUYS EN JOKE SANNEN VAN HET DEPARTEMENT WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN:
“De voorbereiding van het decreet was een intens traject met veel mensen uit verschillende afdelingen en beleidsdomeinen.” voldoende kunnen opnemen”, zegt Joke. “Het is een vrijwillig traject dat volledig losstaat van tewerkstelling, wat de mogelijkheid biedt om de problemen op het vlak van welzijn aan te pakken en te zorgen voor een stabiele levenssituatie.”
GEGEVENSOVERDRACHT “VDAB is een heel interessante partner om mee samen te werken, maar het is geen zorgvoorziening”, beaamt Loes. “VDAB volgt mensen op die uitkeringsgerechtigd zijn, maar niet iedereen zit er op de juiste plek door bepaalde welzijns- en zorgproblemen. Het grote voordeel van GBO is dat zij niet op één levensdomein focussen. Zo kan er heel gericht doorverwezen worden.”
Het nieuwe decreet zal de toegang tot de arbeidsmarkt verbeteren.
Door de vernieuwingen in het decreet zullen gegevens vlotter uitgewisseld kunnen worden tussen verschillende werken zorgactoren, rekening houdend met de privacywetgeving. “Door de gegevensoverdracht van VDAB naar GBO-kernpartners kunnen zij proactief contact opnemen met de mensen die tot de doelgroep behoren”, legt Joke uit. “Er staat in het vernieuwde decreet ook opgesomd welke gegevens precies doorgegeven mogen worden en welke niet. Gegevens gaan van VDAB naar de GBO-partners, en niet omgekeerd. VDAB geeft dan aan dat er in een dossier welzijnsgerichte aspecten een rol spelen waarvoor zij niet bevoegd zijn.”
SOCIALE ECONOMIE EN WELZIJN Loes en Joke zijn erg tevreden over het vernieuwde decreet, al is er altijd ruimte voor verbetering. “We hebben nu arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie en arbeidsmatige activiteiten in het kader
van het gezondheids- en welzijnsbeleid. Die zijn nog niet sterk genoeg aan elkaar gekoppeld, maar dat kunnen we in de toekomst nog verbeteren”, zegt Loes. Een geslaagd nieuw decreet dus, al was de totstandkoming niet altijd even eenvoudig. “Dit is geen verhaal van Joke en ikzelf, dit is het verhaal van een hele grote groep mensen die hier hun schouders onder hebben gezet”, vertelt Loes. “Het Departement WVG werkte onder andere ook samen met het Departement Werk en Sociale Economie. Het was een heel intens traject met veel mensen uit verschillende afdelingen en beleidsdomeinen. Dat maakte het soms complex, maar ook heel interessant.” “Nu het vernieuwde decreet er is, moet het toegepast worden in de sectoren”, vult Joke haar aan. “Dit zal goed gecommuniceerd moeten worden naar de sectoren. Zij zijn het tenslotte die dit systeem doen slagen.”
nr. 161 - november-december 2022 |
23
DENKERS IN WELZIJN
Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.
Damiaan Denys pleit voor een andere geestelijke gezondheidszorg
EEN KLACHT IS GEEN ZIEKTE Tekst Harold Polis | Foto Jan Locus
Ondanks welvaart en geluk is er veel mentaal lijden. Filosoof en psychiater Damiaan Denys probeert die paradox te begrijpen. Hij pleit voor een cultuuromslag. De rol van psychiatrie in de samenleving moet veranderen.
D
amiaan Denys is een Vlaming in Nederland. Hij is als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (UVA). In zijn spraakmakende boek Het tekort van het teveel. De paradox van de mentale zorg vraagt hij zich af of we psychisch lijden niet te snel een stoornis noemen. Hij wil de inflatie in de geestelijke gezondheidszorg tegengaan.
Overheid, professional en patiënt moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Damiaan Denys: “Ik haal het systeem uit elkaar en bekritiseer het. Die kritiek leg ik neer bij drie verantwoordelijken: de overheid, de professional en de patiënt. Elk van die drie instanties moet zijn verantwoordelijkheid nemen. De overheid moet een nieuw zorgsysteem inrichten. De professional moet een andere attitude aannemen en moet het lef hebben om de klinische expertise meer naar voren te brengen. Hij moet uit de marktwerking stappen en minder arrogant zijn. De patiënt moet leren andere vragen te stellen en het lijden te aanvaarden.”
24
AUTHENTICITEIT EN AUTONOMIE
Waarom neemt u de Nederlandse zorgsituatie als uitgangspunt in uw boek?
Als u met een wit blad zou beginnen, hoe zou u de geestelijke gezondheidszorg dan opbouwen?
“Qua mogelijkheden in de psychiatrie staat Nederland aan de wereldtop. Hoe komt het dan dat extreem veel mogelijkheden leiden tot een tekort? België staat wat apart. De psychiatrie wordt er nog steeds ondergefinancierd.”
“Ik was onlangs te gast in het Psychiatrisch Centrum Bethanië in Antwerpen voor een reflectiegesprek. Toen besefte ik dat Vlaanderen, door een samenloop van omstandigheden, vooroploopt. Nederland heeft veel te leren van Vlaanderen. Vlaanderen heeft iets intact weten te houden dat in Nederland verdwenen is: de authenticiteit van de hulpverlener, een soort autonomie die plezier schept.” “Uiteraard kan je de Vlaamse situatie ook bekritiseren, waarbij je zou kunnen zeggen dat er veel meer personeel en middelen nodig zijn. Maar als het gaat om de bestaande zorg is de manier van werken veel aantrekkelijker dan in Nederland.” “Voor Vlaanderen zou voor mij de vraag zijn: maak een analyse van wat je zou kunnen verbeteren aan de gezondheidszorg, maar hou alsjeblieft in stand wat zo mooi en goed is. Er zijn veel aspecten waar Nederlanders jaloers op kunnen zijn.”
| nr. 161 - november-december 2022
“Ik ben opgeleid in Vlaanderen. Mijn eerste jaar psychiatrie deed ik in een grote instelling in Sint-Truiden. Het was hard werken en er was nauwelijks begeleiding. Ondermaats in vergelijking met de opleidingskwalificaties die Nederlanders hebben. Het vreemde is dat er iets aantrekkelijks schuilt in het harde werken, de noodzaak om creatief te zijn, het gebrek aan professionalisering. Zo scherp je het vermogen aan om zelf na te denken.” “In de psychiatrie gaan we vandaag op zoek naar een totaalvisie. We staan kritisch tegenover de DSM (standaardwerk voor de classificatie van psychische stoornissen, n.v.d.r.). We hebben oog voor het belang van zingeving. We herintroduceren psychotherapie. Deze elementen ervaren we vandaag als progressief en nieuw. Door een gelukkig toeval loopt Vlaanderen daarin voorop.”
psychische lijden terug aan de burger geeft”. Wat betekent dat concreet?
FILOSOOF EN PSYCHIATER DAMIAAN DENYS:
“Als het gaat om de bestaande zorg is de Vlaamse manier van werken veel aantrekkelijker dan de Nederlandse.”
“In Nederland komen de mensen die echt mentaal ziek zijn niet meer in het systeem terecht. Het overgrote deel van middelen en mensen wordt ingezet voor de lichtere klachten. Dat komt door de marktwerking die in zijn totaliteit is ingezet voor alle psychiatrische patiënten. Ik pleit ervoor om de groep die echt psychiatrisch ziek is, 3 à 4% van de bevolking, te vrijwaren van de marktwerking. Het gaat om mensen met schizofrenie of bipolaire stoornissen die levenslang moeten worden behandeld. Zij kunnen de maatschappelijke verantwoordelijkheid van die ziekte zelf niet dragen.” “Ik heb mijn grootmoeder, geboren in 1913, nooit ook maar één minuut horen praten over mentaal welzijn. Dat deed men niet. In onze maatschappij is mentaal welzijn een doel. Het is endemisch geworden in onze cultuur. Millennials worden nu al de ‘therapy generation’ genoemd. We zijn bereid om er geld voor te betalen, met coaches en cursussen. Als je de middelen hebt om die zorg voor mentaal welzijn zelf op te nemen, dan mag je haar volgens mij ook mee zelf betalen. Daar is marktwerking wel mogelijk, omdat je als persoon keuzes kan maken.” Uw visie op zorg is gekleurd door uw eigen psychiatrische praktijk.
MENTAAL WELZIJN ALS DOEL Hoe past de vermaatschappelijking van de zorg daar volgens u in? “In de psychiatrie wordt het effect van de behandeling voor 70% bepaald door de mogelijkheden van de patiënt. Alle andere factoren zijn secundair: medicijnen, therapie, context. Als je met vermaatschappelijking bedoelt dat de patiënt centraal staat en de behandeling
bepaalt, dan ga ik akkoord. Maar dat kan betekenen dat je de ene patiënt in zijn sociale context houdt, en de andere in een instelling onderbrengt en bejegent met autoriteit. Psychiatrie is ook gewoon keihard werken en in staat zijn om ongemakkelijke boodschappen te horen over jezelf. Dat verbloem je niet met een kopje koffie.” U schrijft dat de marktwerking “de verantwoordelijkheid voor het
“Als je werkt met patiënten dan is het vrij duidelijk dat je individuele verhalen kan koppelen aan een maatschappelijke interpretatie. Het biedt een enorme toegang tot wat in onze samenleving belangrijk is en gevoelig ligt. Een persoon die mentaal lijdt, zet ons op het spoor van wat in de maatschappij geen plek krijgt.” >> Damiaan Denys, Het tekort van het teveel. De paradox van de mentale zorg, Nijgh & Van Ditmar, 2020, 280 p. ISBN 9789038807393 >> Lees het volledige interview met Damiaan Denys op www.weliswaar.be
nr. 161 - november-december 2022 |
25
De essentie volgens Elise Bundervoet
“MIJN HART GING UIT NAAR DE PALLIATIEVE ZORG. HET WAS EEN EVIDENTE KEUZE” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Stephan Vanfleteren
Sommigen kennen Elise Bundervoet misschien nog wel als Roxanne uit de jongerenreeks Buiten de Zone uit de jaren negentig. Rond haar veertigste koos ze voor een ander pad in het leven. Ze volgde de opleiding tot verpleegkundige, en specialiseerde in palliatieve zorg. “Het was de keuze van mijn hart. Ik moest er niet lang over nadenken.”
D
26
e keuze voor verpleegkunde was een samenloop van omstandigheden. “In de culturele sector had ik niet altijd werk, er was nooit zekerheid dat ik een job zou hebben”, vertelt Elise. “Zomaar zitten wachten tot je gevraagd wordt, is niet prettig. Op mijn veertigste vroeg ik me af of ik dat ging volhouden tot aan mijn pensioen. Ik heb vier kinderen, en was toen ook net gescheiden. Ook dat speelde mee.”
De keuze was snel gemaakt, de zorg triggerde mij. Mijn leergierigheid is groot, het functioneren van lichaam en geest boeit me enorm. Het was een evidente beslissing. Het was de keuze van mijn hart. Ik moest er niet lang over nadenken. Het levenseinde is fascinerend: je wordt geconfronteerd met de basis van het leven. Het zet aan tot dieper nadenken, ook over je eigen leven.”
Ook existentiële vragen en zingeving waren van belang. “Ik kwam op een punt dat ik me afvroeg wat ik wat ik nog wilde vervolmaken in het leven. Zo kwam ik snel terecht bij het knelpuntberoep verpleegkunde. Ook toen werd het al sterk gepromoot om als zij-instromer die studies aan te vatten.
>> Lees op weliswaar.be verder over hoe Elise toch opnieuw geroepen werd door het podium, hoe ze de pandemie beleefde en welke evolutie zij ziet in hoe wij omgaan met het levenseinde.
| nr. 161 - november-december 2022
DE ESSENTIE VOLGENS ELISE BUNDERVOET
“Het is mooi om te zien hoe er aan het levenseinde door onthechting soms ruimte is voor een ontwapenende levensvreugde.”
nr. 161 - november-december 2022 |
27
D’Broej ondersteunt in Brussel kinderen en jongeren met weinig of geen toekomstperspectief. De jeugdwerkers zorgen voor zinvolle vrijetijdsbesteding, waarbij jongeren hun eigen projecten vormgeven in een veilige omgeving. In trajecten van ervaringsleren leiden ze jongeren naar de arbeidsmarkt. Dit alles vanuit het principe dat iedereen talent heeft, mag experimenteren en fouten maken, en dat obstakels worden gezien als opportuniteiten. Er is ook aandacht voor hangjongeren. Voor hen is er een aanbod met uitdagingssporten, laagdrempelige cultuuractiviteiten en individuele trajecten. De jongeren organiseren zelf projecten rond groene economie, sessies over gezonde levensstijl en de invloed van sociale media op welzijn, en graffitisessies met een boodschap.
17:52 >> Meer weten? Kijk op www.dbroej.be
28
| nr. 161 - november-december 2022
nr. 161 - november-december 2022 |
29
OF NIET SOMS?
ENERGIEARMOEDE H
et wordt koud deze winter. De buitentemperatuur zal dalen, maar ook de thermostaten en vele gezinsbudgetten nemen een duik. De energiecrisis heeft bikkelharde gevolgen die we nog niet volledig zien. Of kijken we niet scherp genoeg? Misschien is de vraag niet alleen: waarom zijn we in deze crisis terechtgekomen? Maar ook: hoe komt het dat we de alarmsignalen hebben genegeerd? Uit tal van onderzoeken blijkt dat energiearmoede in België al heel lang een probleem is. Dankzij de Koning Boudewijnstichting beschikken we over een barometer die energie- en waterarmoede meet. De meest recente editie van de barometer gaat over het uitzonderlijke coronajaar 2020. Het onderliggende beeld blijft echter hetzelfde: al jarenlang kampt ruim 20% van de Belgische gezinnen met energiearmoede. Hopelijk lijkt dit straks niet de goede oude tijd en lukt het ons de toename te beperken. De barometer is verplichte literatuur voor wie wil begrijpen hoe energiearmoede samenhangt met andere sociale kwesties. De helft van de gezinnen die met energiearmoede kampt, heeft immers ook een armoederisico. De kille logica van dit multiplicatoreffect toont de omvang van de uitdaging, voor onszelf, voor de samenleving en zeker ook voor de zorgsector.
energieverbruik, uiteraard met grote regionale verschillen. Dat hoge cijfer zal in Vlaanderen ongetwijfeld vergelijkbaar zijn. Elk uitgespaard kilowattuur vrijwaart dus zorgtaken. Bedrijven kunnen hun personeel misschien een dag in de week naar huis sturen om hun energiekosten te drukken, een woonzorgcentrum of een kinderdagverblijf heeft die luxe niet.
Nog geen jaar geleden leek energie voor de meeste mensen redelijk goedkoop – tenzij dus voor de fameuze 20%. Nu moeten we allemaal in ijltempo energie besparen, afkicken van fossiele brandstoffen en veel meer alternatieve energie produceren. Eng is de poort, maar we moeten er hoe dan ook door.
De huidige crisis verandert mogelijk het profiel van de klanten van de zorg, maar zeker ook hun aantal. De OCMW’s voelen dat nu al. Er waren al langer maatschappelijk werkers voor energie aan de slag. Die draaien overuren. De barometer voor energieen waterarmoede toont duidelijk aan wie het grootste risico loopt: eenoudergezinnen, alleenstaanden, vrouwen, ouderen en jongeren. De aanbevelingen van de barometer zijn even helder: vergemakkelijk de toegang tot het sociaal tarief en maak het eerlijker, en help mensen energie-efficiënt te leven. De energietransitie zal alleen lukken als iedereen aan boord blijft.
Dat geldt ook voor de Vlaamse zorgsector. Haar infrastructuur is immens, met ruimte voor verduurzaming en besparing. De energiescans van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) en het Vlaams Energiebedrijf (VEB) winnen aan belang. Ter vergelijking: de Nederlandse zorgsector verzamelt 4% van het totale Nederlandse
30
| nr. 161 - november-december 2022
Harold Polis
DE VERPLEEGKUNDIGE ALS ORGANISATOR VAN ZORG Een leidraad voor zorgkundigen. Theoretische begrippen worden vertaald naar de praktijk. Met veel aandacht voor evidence-based voorbeelden. ��
Bart Geurden, e.a., De verpleegkundige als organisator van zorg, Garant, 2022, 315 p., 26,50 ISBN 9789044138658
PANIEK. EN HOE HET AAN TE PAKKEN. EEN DOKTER SPREEKT
Eindredactie: Harold Polis Medewerkers: Astrid De Vos, Lise Collin, Stefanie Van den Broeck Tekeningen: Pieter Van Eenoge
Koen Schruers & Saskia Broeckx, e.a., Paniek. En hoe het aan te pakken. Een dokter spreekt, LannooCampus, 2022, 200 p., 25,99 ISBN 9789401488136
Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Stephan Vanfleteren
GROEIEN ALS ORGANISATIE MET DE MEDEWERKERS MEE AAN HET STUUR De vergrijzing en allerlei maatschappelijke evoluties hebben ervoor gezorgd dat ook de noden in de zorg sterk zijn veranderd. Familiehulp ging de uitdaging aan om haar werking grondig te transformeren. ��
Ann Demeulemeester, Goed werken in de zorg. Groeien als organisatie met de medewerkers mee aan het stuur, LannooCampus, 2022, 200 p., €34,99 ISBN 9789401487412
Vernieuwde editie van een standaardwerk. Hoe moet je omgaan met jongeren met heftige reacties. Hoe bouw je een relatie op? Hoe stop je zelfdestructief gedrag?
��
Saskia Maaskant, Bijna iedereen heeft kanker. Verhalen over mijn niet zo normale leven als patiënt, Davidsfonds, 2022, 176 p, €19,99 ISBN 9789002277412
Remke Van Staveren, Minder slikken (veel minder), Boom, 2022, 216 p., 17,509789024450718
Oplage: 14.725 ex
Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar
Het autobiografische verhaal van jeugdauteur Saskia Maaskant. Ze kreeg in 2021 de diagnose Hodgkin en beschrijft hoe dit haar leven heeft veranderd.
We slikken te veel en te lang pillen. Dat kan schadelijk zijn. Maar wat als je wilt afbouwen? Wetenschappelijk onderzoek en ervaringskennis vormen de basis van dit boek.
Druk en distributie: artoos group
Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be
BIJNA IEDEREEN HEEFT KANKER. VERHALEN OVER MIJN NIET ZO NORMALE LEVEN ALS PATIËNT
MINDER SLIKKEN (VEEL MINDER)
Redactiebegeleiding en lay-out: artoos group
Redactie: redactie@weliswaar.be Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel
N.J. Long, e.a., Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties, LannooCampus, 2022, 324 p., €44,99 ISBN 9789401486521
��
Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel
Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@artoosgroup.eu. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden.
PRATEN MET KINDEREN EN JONGEREN IN CRISISSITUATIES
��
Jaargang 28 - nummer 5 Editie november-december 2022 Redactie: Liesbeth Van Braeckel
Een op vier Belgen krijgt ooit een paniekaanval. Een op de dertig heeft er jarenlang last van en ontwikkelt een paniekstoornis. Hoe komt dat en wat kan je er aan doen? ��
Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
4 KLIMAATNEUTRAAL BEDRIJF 4 ISO 14001 4 100% GROENE ENERGIE
FSC logo
Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.
KLIMAATNEUTRAAL GEDRUKT CERT. NUMMER: 00000-0000-0000
WIW 160.22 JG28/nr.4
ISSN 1371-9092
nr. 161 - november-december 2022 |
31
Afgiftekantoor Antwerpen X artoos group Oudestraat 19, 1910 Kampenhout
TIJDSCHRIFT
Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091
Meer dan 1.000 kinderen en jongeren in Vlaanderen staan op de wachtlijst voor een pleeggezin. Zij kunnen wegens omstandigheden niet bij hun ouders wonen. Pleeggezinnen zorgen dan voor een warme thuis, zo lang dat nodig is. Pleegzorg bestaat in allerlei verschillende vormen: kort, lang, of enkel tijdens weekends en vakanties. Voor baby’s, peuters, kleuters, kinderen en jongeren. En zelfs voor volwassenen met een beperking of voor minderjarige vluchtelingen. Is zo’n bijzonder engagement iets voor jou? Vraag een infopakket aan of schrijf je in voor een vrijblijvende infosessie via www.pleegzorg.be.