Skip to main content

SERV_ACEM_202000814_Beroepskaarten_ADV.pdf

Page 1

Advies Visienota beroepskaarten Brussel, 14 augustus 2020

SERV_ACEM_20200814_Beroepskaarten_ADV Adviescommissie Economische Migratie  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be  www.commissieeconomischemigratie.be


Visienota beroepskaarten

Adviesvraag: Visienota ‘Vlaanderen als aantrekkingspool voor start-ups en innovatief ondernemend talent’ Adviesvrager: Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Ontvangst adviesvraag: 15 juli 2020 Adviestermijn: 30 dagen Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)

Contactpersoon: Niels Morsink – nmorsink@serv.be

2


Mevrouw Hilde Crevits Viceminister-president, Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Koning Albert II-laan 15 1210 Brussel contactpersoon Niels Morsink nmorsink@serv.be

ons kenmerk SERV_ACEM_BR_20200814_Beroepskaarten

Brussel 14 augustus 2020

Visienota Beroepskaarten Mevrouw de viceminister-president De Vlaamse sociale partners verwelkomen deze visienota. Aangezien een recente evaluatie1 omtrent het Belgische beleid voor start-ups vanuit derde landen aangaf dat het criterium ‘economische meerwaarde’ ‘vaag en onduidelijk’ is en dit wordt geruggensteund doordat in 2019 38% van de aanvragen voor een beroepskaart werd geweigerd, lijkt het de sociale partners opportuun om de criteria voor het bekomen van een beroepskaart helder en transparanter te maken. Gelet op het feit dat in 22% van de controles inbreuken worden vast gesteld, waarbij men niet beschikt over een beroepskaart en/of geldig verblijf, steunen de Vlaamse sociale partners u ook in uw voornemen om het aantal inspecties op te schroeven. Toch hebben de sociale partners nog enkele opmerkingen. Ten eerste vragen de sociale partners in navolging van de eerder genoemde evaluatie dat een ambitieuze en transparante doorlooptijd voor de aanvraag en de hernieuwing juridisch wordt vastgelegd. Deze doorlooptijd begint analoog aan de aanvraag voor de gecombineerde vergunning (Art. 25 SWA 2 februari 20182) te lopen na de kennisgeving van het feit dat de aanvraag volledig is. De doorlooptermijn kan veel korter dan die voor de gecombineerde vergunning omdat de aanvraag van een beroepskaart niet de aanvraag van het verblijf omvat. De sociale partners vragen wel een goed overleg met de federale overheid. De omslachtige en moeilijke verblijfsprocedure dreigt de degelijke inspanningen op Vlaams niveau te ondermijnen. Er dient ook te worden aangedrongen dat de federale overheid erover waakt dat de consulaten helemaal mee zijn.

1

Nivard Bronckaers & Jo Antoons (2020) Migratory Pathways for Start-Ups and Innovative Entrepreneurs in Belgium. European Migration Network Belgium https://emnbelgium.be/sites/default/files/publications/Migratory%20Pathways%20for%20Startups%20and%20Innovative%20Entrepreneurs%20in%20Belgium.pdf

2

Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het BrusselsHoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten van 2 februari 2018; http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2018020214&table_name=wet SERV_ACEM_20200814_Beroepskaarten_ADV Adviescommissie Economische Migratie  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be  www.commissieeconomischemigratie.be


Visienota beroepskaarten

Ten tweede vrezen de sociale partners dat de verplichting voor de ondernemer om minstens over een opleidingskwalificatie van niveau 4 van de Vlaamse Kwalificatie Structuur te beschikken de procedure met minstens 60 dagen zal verlengen doordat de ondernemer de niveaugelijkwaardigheid van zijn/haar diploma bij NARIC-Vlaanderen zal moeten laten erkennen. Het alternatief, een erkenning van eerder verworven competenties, kan ook leiden tot een aanzienlijke verlenging van de procedure. De sociale partners betwijfelen bijgevolg de meerwaarde van dit criterium. Het is formalistisch en druist lijnrecht in tegen de beoogde ‘vereenvoudiging met een klemtoon op snelheid (‌)’. Ten derde dreigt het minimumstartkapitaal van 18.600 euro dat voor de aanvang van de zelfstandige activiteit moeten worden volstort een drempel op te werpen voor ondernemers uit derde landen. Dit zal ertoe leiden dat heel wat potentieel solide ondernemers niet zullen kunnen starten en dreigt dus een omgekeerd effect te hebben. De sociale partners vragen daarom dat aan de aanvrager op basis van het ondernemingsplan een toereikend minimumstartkapitaal wordt gevraagd, aangepast aan de specifieke behoeften van de op te starten zaak. Die behoeften verschillen immers van activiteit tot activiteit. Een individuele beoordeling op maat lijkt dan ook geschikter om het beoogde doel te bereiken. Ten vierde vinden de sociale partners het van belang dat de criteria waaraan een aanvrager moet voldoen, worden getoetst door mensen die voeling hebben met het terrein. Daarom waarderen ze de voorgenomen versterking van de samenwerking met FIT en VLAIO, maar er moet over worden gewaakt dat deze samenwerking wordt gestroomlijnd zodat ze de doorlooptijd niet verlengd. Ten vijfde vragen de sociale partners dat er een consequente beroepsprocedure wordt uitgewerkt om de REOV te vervangen.

Hoogachtend

Joris Renard Voorzitter

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_ACEM_202000814_Beroepskaarten_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu