Skip to main content

RSO-RSO-ADV-2021-007.pdf

Page 1

Raad Secundair Onderwijs 11 februari 2021 RSO-RSO-ADV-2021-007

Toekomstvisie voor RTC Advies naar aanleiding van de visienota “Regionaal Technologisch Centrum - Streven naar optimalisatie via structurele samenwerking met alle partners”

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be


Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Raad Secundair Onderwijs op 11 februari 2021 met 19 stemmen voor en 1 onthouding Voorbereiding: commissie Onderwijs-Arbeidsmarkt op 20 januari 2021 onder voorzitterschap van Luc Van Waes Dossierbeheerders: Ewoud De Sadeleer en Marleen Colpin

Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be


INHOUD 1 SITUERING

2

2 ALGEMEEN

2

3 FOCUS: INNOVATIE EN INFRASTRUCTUUR IN ARBEIDSMARKTGERICHT ONDERWIJS

2

4 COMPLEMENTARITEIT MET BESTAANDE INITIATIEVEN EN ACTOREN

3

5 ORGANISATIE- EN BESTUURSMODEL: MEER SAMENWERKING EN GELIJKGERICHTHEID

4

1


1 Situering De minister en de administratie Onderwijs hebben in samenspraak met de Regionale Technologische Centra (RTC) en relevante actoren een traject opgestart dat moet leiden tot een verdere optimalisering van de RTC-werking. Het is de ambitie die vernieuwde RTC-werking ten laatste op 1 september 2022 in werking te laten treden. Het voorlopige product van dat traject is de visienota ’Regionaal Technologisch Centrum - Streven naar optimalisatie via structurele samenwerking met alle partners’. De beheersovereenkomst van de RTC bepaalt dat de Vlor jaarlijks een klankbordgroep moet organiseren. De taak van die klankbordgroep bestaat erin de werking van de RTC te toetsen aan het bredere strategische onderwijs- en socio-economische kader en opportuniteiten mee te geven. De Vlor formuleert dan ook jaarlijks een advies met die opportuniteiten. In het advies van 11 juni 2020 vroegen we de RTC om een gezamenlijke visie en profiel op lange termijn uit te werken, in concrete acties om te zetten en om de Vlor daarbij te betrekken.1 De Vlor betreurt dat hij niet om advies werd gevraagd over de visienota en brengt er daarom op eigen initiatief een advies over uit.

2 Algemeen De Vlor stelt vast dat de visienota een erg breed takenpakket voor de RTC voorziet. Te veel verbreding en te weinig focus zal onvermijdelijk leiden tot een minder kwaliteitsvolle realisatie van de opdrachten. Wij vrezen dan ook dat het gebrek aan focus en complementariteit met bestaande initiatieven en actoren, de huidige goede en gewaardeerde werking van de centra in het gedrang zal brengen. De Vlor stelt voor om te focussen op een rol als facilitator en bruggenbouwer. De RTC moeten innovatie in de klas binnenbrengen, de toegang tot infrastructuur faciliteren en inzetten op nauwe samenwerking met onderwijsverstrekkers en arbeidsmarktpartners. Op die manier kunnen de RTC een reële nood op kwalitatieve wijze invullen.

3 Focus: innovatie en infrastructuur in arbeidsmarktgericht onderwijs De Vlor gaat niet akkoord met de voorgestelde uitbreiding van de focus van de RTC naar STEMonderwijs vanaf het kleuteronderwijs t.e.m. het secundair onderwijs, waaronder ook het aso. Wij pleiten ervoor om de originele focus te behouden, namelijk op arbeidsmarktgerichte opleidingen in het kwalificerend onderwijs. Het gaat dan in de eerste plaats om bso- en tso-onderwijs in tweede en derde graad. Ook OV2 en OV3 in het buitengewoon secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs zouden onder die scope moeten vallen. Dat sluit immers perfect aan bij de rol van de RTC en daar is ook een reële nood aan dergelijke ondersteuning.

1

2

Vlaamse Onderwijsraad, Raad Secundair Onderwijs. Opportuniteiten voor de Regionale Technologische Centra 20202021. Advies in functie van de jaaractieplannen van de RTC, 11 juni 2020.


De Vlor ziet een unieke rol weggelegd voor de RTC als facilitator en bruggenbouwer. Hun kerntaak bestaat erin om innovatie binnen te brengen in de klas en het delen van infrastructuur te faciliteren. Zo helpen de RTC om onderwijs, opleiding en arbeidsmarkt op elkaar af te stemmen en bouwen ze bruggen tussen onderwijsactoren en werkveld. Wij ondersteunen dan ook de eerste twee rollen van de RTC als beleidsinstrument die de visienota identificeert: ¬ Beroepsgericht en technisch onderwijs opnieuw aantrekkelijk maken door innovaties van op de arbeidsmarkt tot in de klas te brengen. We pleiten ervoor om niet alleen in te zetten op innovatie binnen STEM, maar technologie en innovatie in alle domeinen beschikbaar te maken. Zo kunnen leraren en leerlingen in arbeidsmarktgerichte opleidingen ook kennismaken met technologische innovaties in de zachte sectoren, in maatwerkbedrijven … ¬ Delen van technologische infrastructuur en apparatuur om kwaliteitsvol onderwijs te ondersteunen. De RTC verbinden daartoe scholen en bedrijven, maar ook partners als het hoger onderwijs, VDAB en sectorale opleidingscentra. De Vlor merkt op dat ook de centra voor volwassenenonderwijs en buitengewoon onderwijs OV2 en OV3 daarbij betrokken moeten worden.

4 Complementariteit met bestaande initiatieven en actoren De Vlor stelt vast dat de andere rollen die de visienota voor de RTC naar voren schuift, al door andere actoren worden opgenomen. De ambitie voor wat de RTC allemaal moeten verwezenlijken met hun beperkte budget wordt veel te hoog gelegd. In plaats van versnippering tegen te gaan, wordt de versnippering van middelen en opdrachten gestimuleerd. Bovendien komt de complementariteit met andere initiatieven en actoren in het gedrang. Wij pleiten er dan ook voor om de RTC sterk gefocust te houden op het delen van innovatie en infrastructuur. De visienota bepaalt dat de RTC moeten inzetten op professionalisering en digitale competentieversterking van leraren. Die professionalisering kan zeker nuttig zijn, maar dan alleen doelgericht en specifiek voor de projecten die de RTC zelf aanbrengen. Zij kunnen op die manier vakinhoudelijke professionalisering bieden bij de innovatieve technologie en infrastructuur die ze zelf aanbieden. Het pedagogisch-didactische luik is echter volledig de verantwoordelijkheid van de pedagogische begeleidingsdiensten. Daarbij aansluitend ziet de visienota een rol voor de RTC om de uitrol van de nieuwe onderwijsmatrix te ondersteunen. Daarbij is zelfs het realiseren van de leerplannen opgenomen, wat expliciet tot de taken en autonomie van de onderwijsverstrekkers behoort. De RTC moeten ook niet inzetten op digitale geletterdheid in het algemeen, maar alleen op digitale competenties in zoverre die nodig zijn voor een bepaalde vakinhoud of technologie. De Vlor vraagt zich ook af hoe die opdracht zou samenhangen met de Digisprong van de Vlaamse

3


Regering.2 Professionalisering in digitale vaardigheden is de taak van de pedagogische begeleiding en zij nemen die rol ook op. Volgens de visienota zouden de RTC ook het werkplekleren en het duaal leren in het bijzonder gaan ondersteunen. Er zijn echter al heel veel betrokken actoren met diezelfde opdracht. Er is geen vraag naar een bijkomende actor. Daarnaast is er geen vraag naar een uniform instrumentarium om de werkplekcomponent te ondersteunen. In het verleden is al gebleken dat dat niet werkt. Tot slot verwacht de visienota dat de RTC ook een aantal van de bestaande initiatieven met betrekking tot STEM en aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt opnemen. De Vlor ziet ook hier al heel wat bestaande actoren die samenwerking op het gebied van STEM moeten stimuleren, zoals het STEM-platform, de STEM-stuurgroep en de intersectorale adviseur die samenwerking rond STEM moet bevorderen.3 Daarnaast is het niet wenselijk om de projecten en opdrachten van de vzw Connectief in de RTCwerking onder te brengen. Die vzw werkt Vlaanderenbreed en internationaal en zijn projecten worden sterk geapprecieerd door de betrokken scholen en begeleidingsdiensten. De coördinatie overhevelen naar de vijf RTC-besturen zal de continuïteit zeker in de weg staan. We merken ook op dat niet alle projecten van vzw Connectief onder STEM vallen, wat de visienota wel laat uitschijnen. Dat er op voorhand geen gesprekken gevoerd zijn met de vzw Connectief is op zijn minst een vreemde aanpak.

5 Organisatie- en bestuursmodel: meer samenwerking en gelijkgerichtheid De Vlor pleit al langer voor meer samenwerking en een grotere gelijkgerichtheid tussen de RTC, waarbij zij een duidelijke, gezamenlijke en gedragen visie ontwikkelen. Wij ondersteunen dus het algemene uitgangspunt om een Vlaanderenbrede visie en samenwerking te voorzien. De gemeenschappelijke doelstellingen moeten dan gekoppeld worden aan concrete acties die de regionale gerichtheid en lokale verankering respecteren. De modaliteiten moeten wel nog worden uitgeklaard. Welk niveau heeft welk beslissingsrecht? Wat zal tot de regionale autonomie behoren? Ook voor de financiering vragen we ons af of dit centraal of door de regio’s beheerd zal worden. De Vlor schuift twee uitgangspunten voor het organisatie- en bestuursmodel naar voren. Ten eerste heeft elke school in Vlaanderen recht op dezelfde ondersteuning. Als een regio kiest voor een bepaalde focus, mogen de scholen van die regio niet verstoken blijven van ondersteuning op andere domeinen. Ten tweede moet de regionale dynamiek de logica van een incubator volgen. Men kan lokale proefprojecten opzetten die kunnen opschalen en duurzaam verspreid worden als de meerwaarde blijkt. Men kan zo steeds kijken wat gemeenschappelijk kan zijn voor de regio’s, eerder dan een structureel verschillend regionaal aanbod uit te bouwen.

Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs. Advies over de visienota ‘Digisprong: van achterstand naar voorsprong’, 21 januari 2021. 3 De Vlor beschreef de rolverdeling tussen een aantal STEM-actoren in: Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Krijtlijnen voor een STEM-actieplan 2020-2030, 27 juni 2019, p. 3 e.a. 2

4


De Vlor merkt op dat de ‘verbindingspersoon’ een cruciale positie krijgt in het model dat de visienota naar voren schuift. Die persoon krijgt heel veel rollen toebedeeld, waarvan we denken dat die niet te combineren zijn. Zo krijgt de verbindingspersoon verschillende rollen in de Vlaamse stuurgroep, waar hij de vergaderingen moet voorbereiden, begeleiden én voorzitten. In de voorgestelde samenstelling van de stuurgroep missen we de onderwijspartners en in het bijzonder (vanuit de verwachte samenwerking) de pedagogische begeleidingsdiensten. De Vlor heeft in de huidige beheersovereenkomst4 de opdracht om jaarlijks een klankbordgroep te organiseren: Art. 10 §1. Minstens jaarlijks wordt door de Vlor een vergadering van een klankbordgroep georganiseerd door samenkomst van de Vlor-commissie RTC. In de klankbordgroep zetelen diverse belanghebbenden op centraal niveau met minstens vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers, sectorale sociale partners, sectorfondsen, VDAB, Syntrum en interprofessionele sociale partners. §2. De taak van de klankbordgroep bestaat erin de werking van de RTC’s te toetsen aan het bredere strategische onderwijs- en socio-economische kader en opportuniteiten mee te geven. Die opdracht is niet zomaar te vervangen door een zitje in de stuurgroep. We vragen om erkenning van de expertise en de meerwaarde van overleg tussen de betrokken partners in de klankbordgroep. De meerwaarde van de Vlor als strategische adviesraad ligt in het samenbrengen van expertise uit het brede onderwijsveld en formuleren van gedragen adviezen. We vragen dan ook om de rol van de Vlor te verankeren in eenzelfde jaarlijkse overleg- en adviesopdracht.

4

Vlaamse Regering (2020). Beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en vzw RTC Antwerpen. VR2020 1707 DOC.0844/3bijlage. Deze beheersovereenkomst is identiek voor de vijf verschillende vzw’s.

5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
RSO-RSO-ADV-2021-007.pdf by Vlaanderen-be - Issuu