Skip to main content

Verrekijker_september_2012.pdf

Page 1

Verrekijker

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012 | WWW.VMM.BE

Fietspoolen

Jong geleerd, oud gedaan

HOE HOUDT U UW HUIS DROOG?

12 TIPS

Dringend gevraagd:

structurele financiering voor Vlaamse riolen

Eeuwenoude watermolen

weer brandend actueel

Beschermd monument, vistrap, groenestroom­ productie én samenhuizenproject in één


edito

September is: terug naar school, opnieuw aan het werk, weer beginnen met trainen in de sportclub, de start van het nieuwe cultuurseizoen, … Dat betekent ook dat de verplaatsingen van elke dag zich weer op gang trekken. Tijdrovende files worden voor velen onder ons opnieuw een dagelijkse realiteit. Maar misschien kan het ook anders? De basisschool OLV Fatima in Langdorp deed de test. Hun fietspool draait sinds vorig schooljaar gesmeerd.

8

Kritisch kijken naar verplaatsingsgedrag is nodig, want de luchtkwaliteit blijft een zorg. Wist u bijvoorbeeld dat we gemiddeld één levensjaar verliezen door langdurige blootstelling aan fijn stof? De grootste risico’s gaan uit van de kleinste deeltjes, weten we sinds kort. In deze Verrekijker leest u hoe dertien Europese partners onder impuls van de VMM op zoek gaan naar doelgerichte maatregelen om het fijnstofprobleem aan te pakken.

Focus De molen van Rotselaar: hedendaagse multitasker

Samenwerking is ook de rode draad van het project rond een watermolen in Rotselaar. Door in overleg te treden met de betrokkenen konden we de vismigratie in de Dijle herstellen, zonder de hernieuwbare energie voor 200 mensen in gevaar te brengen.

Gerenoveerde watermolens zijn lang niet meer alleen beschermde monumenten. Ze bieden woongelegenheid, produceren groene stroom, sorteren afval én geven vissen de vrije baan. Lees op pagina 8 hoe de watermolen van Rotselaar zijn nieuwe functies combineert.

Hevig onweer leidt steeds vaker tot zware overstromingen. Om het hoofd boven water te houden, moeten we creatief zijn. Hebt u bijvoorbeeld al gehoord over mobiele voetpaden of overstroombare garages? In het Europese project FloodResilienCity (FRC) zoeken acht West-Europese steden aan (grote) waterlopen samen naar nieuwe oplossingen om hun centra tegen overstromingen te wapenen. En u kunt ook zelf het verschil maken. Op de achterflap van dit nummer geven we een pak praktische tips om uw eigen huis tegen wateroverlast te beschermen.

Verrekijker is het magazine van de Vlaamse Milieumaatschappij

Verrekijker verschijnt twee keer per jaar. Maar geniet u alvast van dit nummer: 36 pagina’s leefmilieuactualiteit en tips om samen het leefmilieu in Vlaanderen te beschermen en te verbeteren. Veel leesplezier! Frank Van Sevencoten Administrateur-generaal

2

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

colofon

Betaalbaar drinkwater van een onberispelijke kwaliteit: daar heeft iedereen recht op. Op pagina 15 leert u de WaterRegulator kennen, een dienst binnen de VMM die de prestaties van de watermaatschappijen vergelijkt en door onderzoek en rapportering het inzicht in de drinkwaterproductie en -levering verhoogt. Voor sommigen is de waterfactuur een zware dobber. De VMM lanceert begin oktober een informatiecampagne over de rechten en plichten uit het algemeen waterverkoopreglement, met tips om de factuur te drukken door spaarzamer om te springen met leidingwater.

Verantwoordelijke uitgever: Philippe D’Hondt, VMM - D/2012/6871/031 Coördinatie: VMM, dienst Externe Communicatie Redactie en realisatie: Pantarein Fotografie: Jan Caudron, Fotomix, Michiel Mels, Vildaphoto, VMM-fotoarchief Drukwerk: Artoos Communicatiegroep Verrekijker wordt gedrukt op 100 procent gerecycleerd papier. Met dank aan: Christophe Claeys, Emilienne Meganck, Sofie Philips, Gerda Vandegaer, Geert Van Goubergen, Dirk Vansintjan Algemene informatie: www.vmm.be

Wijziging van uw abonnement? j.vanextergem@vmm.be of tel. 053/72 64 41 Wenst u een digitaal abonnement? Inschrijven kan via info@vmm.be


INHOUD

inhoud 18

25

29

Analyse

Reportage

Visie

Dringend gevraagd: structurele financiering voor Vlaamse riolen

Als de waterfactuur een kopzorg is

Steden leren leven met water

Deze nazomer lanceert de Vlaamse Milieumaatschappij een informatiecampagne over leidingwater. Een brochure en website moeten mensen in armoede wegwijs maken in hun rechten en plichten inzake drinkwater. Verrekijker ging op stap met Sofie, maatschappelijk werkster bij het Sociaal Huis van Dendermonde.

In het Europese project FloodResilienCity (FRC) zoeken acht West-Europese steden samen naar concrete oplossingen om zich te wapenen tegen overstromingen.

Ondanks de subsidies moeten gemeenten (te) diep in de buidel tasten om rioleringen aan te leggen en te onderhouden. Het resultaat: grote delen van ons rioleringsnet zijn er belabberd aan toe. Een structurele oplossing dringt zich op.

VERREKIJKER KUNT U OOK DIGITAAL RAADPLEGEN VIA

Kort p. 4 & 34

WWW.VMM.BE/ VERREKIJKER

In de kijker Wat eten we in 2050? p. 6 Reportage Fietspoolen: jong geleerd, oud gedaan p. 13 Analyse WaterRegulator stroomlijnt drinkwater p. 15 Tussenstand Ultrafijn stof p. 23 Achterklap Hoe houdt u uw huis droog? p. 36 Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

3


KORT

We leven korter

door fijn stof, lawaai en passief roken Uitlaatgassen, ozon, dioxines, zware metalen, … Dat milieuverontreiniging onze gezondheid kan schaden, is niet nieuw. Maar hoe groot is dat effect? En wat is erger: de blootstelling aan uitlaatgassen in de stad of de hoge concentraties ozon op het platteland? De methode van disability adjusted life year (of DALY) drukt het effect van een verontreinigende stof op je gezondheid uit in het aantal verloren gezonde levensjaren door ziekte en/of vroegtijdige sterfte.

De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) berekende in opdracht van de VMM de DALY’s van een handvol milieuvervuilende stoffen in Vlaanderen. Wat blijkt? Fijn stof, op de voet gevolgd door lawaai en passief roken, heeft het grootste effect op de gezondheid van de Vlaming. Het volledige rapport van het DALY-onderzoek vind je op de website van het Milieurapport Vlaanderen (MIRA): www.vmm.be/milieurapport.

LEES MEER

OVER DE RISICO’S EN AANPAK VAN FIJN STOF OP PAGINA 23

Verademing:

zonder auto op stap

Files behoren stilaan tot de orde van de dag. Tenzij misschien in de week van 16 tot en met 22 september. Dan nodigt de Week van de Mobiliteit je uit om je wagen aan de kant te laten staan. Op de Autovrije Zondag op 16 september kun je in tal van steden en gemeen­ ten zorgeloos in de verkeersvrije straten, pleinen en centra kuieren. Op vrijdag 21 september roept Car Free Op stap zOnder autO: Day op om de autosleur te doorbreken een hele verademing. en met het openbaar vervoer of de fiets naar het werk te pendelen. Ook kinde­ ren uit het basisonderwijs doen dapper mee: gezwind trappen en stappen ze op ‘hun’ Stapdag naar de schoolpoort. Kortom, de Week van de Mobiliteit trekt de hardnekkige automobilist zachtjes aan de mouw: probeer eens iets anders … en voel de verademing! Ontdek op www.weekvandemobiliteit.be hoe je je anders kan verplaatsen.

WEEK VAN DE MOBILITEIT.BE

16-22 SEPTEMBER 2012

4

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

Wie wordt de beste buik­­s­chuiver? Terwijl de olympische koorts in Londen nog nazindert, lanceert het Vlaams Kennis- en Vormingscentrum voor Natuur en Milieu De Vroente de tentoonstelling Goud, Zilver, Brons … Iedereen kampioen! Je ontdekt er welke dieren uitblinken in ‘aparte’ disciplines: wie is de beste buikschuiver, de beste waterloper of de grootste profiteur? Als bezoeker mag je zelf bepalen wie een medaille verdient. Bovendien kan je er ook het mestkeverspel en ‘het koekoeksei’ spelen, bijenraten bouwen en nog veel meer. Goud, zilver, brons kan je nog tot ­­­ 14 april 2013 gratis bezichtigen in het Vlaams Kennis- en Vormingscentrum voor Natuur en Milieu De Vroente, Putsesteenweg 129, 2920 Kalmthout. Meer info: www.devroente.be


Stook

slim! VMM maakt komaf met

reuzen­ balsemien De reuzenbalsemien met haar roze bloemen, vaak tot twee meter hoog, siert de oevers van heel wat Vlaamse waterlo­ pen. Een fraaie plant, dat wel. Toch hoort ze niet echt thuis in het Vlaamse landschap. Oorspronkelijk komt de reuzenbalsemien uit de Himalaya. Sinds het begin van de twintigste eeuw maakt ze grote sier in onze tuinen; van daaruit verspreidde die exotische soort zich ongestoord naar de vrije natuur. Die opmars brengt onze waterlopen in nauwe schoentjes. Die inva­ sieve soort is namelijk een onverbiddelijke concurrent voor inheemse oeverplanten. Bovendien sterft de plant in de herfst vol­ ledig af. Gevolg: een kale oever, die erg ge­ voelig is voor erosie en afkalving. Doordat de reuzenbalsemien zo ontembaar groeit, belemmert ze bovendien de afvoer van het water. Bij hevige zomerbuien werkt dat wateroverlast in de hand. Redenen genoeg dus om de plant in te to­ men. In juni 2012 startte de VMM langs de Zwalm (Zwalm), de Bellebeek (Liedekerke en Ternat) en de Handzamevaart (Korte­ mark en Diksmuide) een project om de reuzenbalsemien te bestrijden. De bloeipe­ riode juist vóór de zaadvorming is immers het ideale tijdstip om de plant te maaien. Het maaisel wordt daarna afgevoerd. In september volgt er een controle en wordt een eventuele hergroei verwijderd. Met de ervaringen in die pilootgebieden zal de VMM, samen met de andere waterbe­ heerders, in heel Vlaanderen een bestrij­ dingscampagne voor de reuzenbalsemien opzetten.

Groenafval verbranden in de openlucht, op minder dan honderd meter van huizen, bossen en boom­ gaarden, is in Vlaanderen verboden. In veel gemeen­ ten is die wetgeving nog strenger of geldt zelfs een Zag u maar elk gevaar. absoluut verbod. Vraag: Stook enkel droog en onbehandeld hout. wat doe je dan met al dat groenafval? Antwoord: composteren bijvoorbeeld, www.stookslim.be of het snoeihout verhak­ selen. Daar schaad je het milieu niet mee. Leg je het meest brandbare materiaal bovenaan of onderaan in de haardcassette? Hoe merk je of het brandhout droog genoeg is, klaar voor een vlotte verbranding? En als de temperatuur in de kamer te hoog oploopt, sluit je dan de luchttoevoer af? Of moet je die dan juist openzetten? Als je het antwoord op die vragen wil weten, neem dan snel een kijkje op www.stookslim.be. Slim stoken doe je niet alleen voor het milieu; ook je eigen gezondheid is erbij gebaat. Adv-vuurtjestook.indd 4

15/03/12 17:03

Meld de vreemde eend! De Nijlgans, de grote waternavel en de stierkik­ ker: die exotische soorten hebben zich al in grote aantallen in onze streken verspreid. Ze vormen een bedreiging voor de inlandse biodiversiteit en berokkenen ook economische schade. Andere exoten, zoals de grijze eekhoorn, zwartbekgrondel of Japanse kamperfoelie, zijn nog niet zo massaal aanwezig, maar duiken wel steeds vaker op. Tijdig ingrijpen is de boodschap, opdat die soorten niet tot een plaag zouden uitgroeien. Ook jij kunt een handje helpen! Merk je in je buurt een vreemde eend in de bijt op? Signaleer dat dan op de meldingssite voor invasieve dier- en plantensoorten. De bevoegde instantie kan dan de juiste maatregelen treffen. Exoten kan je melden op www.waarnemingen.be/exoten. Je vindt hier ook een uitvoerige beschrijving van verschillende invasieve soorten.

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

5


IN DE KIJKER

Wat eten we in

2050?

6

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


Van de huidige 7 miljard aardbewoners lijden er bijna een miljard permanent honger. Wat wordt dat in 2050, als we met 9 miljard zullen zijn? Vlaamse wetenschappers, overheid, landbouwers, bedrijven en ngo’s herdenken al volop ons landbouw- en voedingssysteem. Verticale serres, slow food en voedzame algen zijn géén sciencefiction. U maakt het misschien niet meer mee, maar uw kinderen wel. In 2050 zijn we met meer mensen op de aarde, en ook de welvaart blijft toenemen. Eten we vandaag mondiaal gemiddeld 32 kilogram vlees per jaar, dan stijgt ons vleesverbruik tegen 2050 tot 52 kilogram per jaar. Die evolutie is allesbehalve duurzaam, want vlees produce­ ren vergt meer grond, water en energie dan plantaardige gewassen kweken. Energie, water, land en grondstoffen worden dan ook steeds schaarser en duurder. Het is duidelijk: de manier waarop we vandaag voedsel produceren en consumeren, heeft haar grenzen bereikt.

Zelfpluktuin Hoe meer vlees we eten, hoe sterker het klimaat opwarmt. Zo is veeteelt op wereldvlak goed voor 18 procent van de uitstoot van broeikasgassen. Ons voedsel legt bovendien grote afstanden af voor het op ons bord terechtkomt. We hebben dan ook een duurzamer landbouw- en voedingssysteem nodig, met respect voor de aarde en een eerlijke prijs voor zowel consument als producent. Hoe kunnen we dat realiseren? Herdenk het hele systeem, zeggen de experts. Concreet zijn er vele keuzes: hoogtechnologische landbouw met minimale ruimte-impact; korte ketens tussen consument en landbouwer, zoals groenteabon­ nementen, hoeveverkoop en streekproducten; stadslandbouw en zelfpluktuinen; slow food (lekker, puur en eerlijk voedsel); voedzame algen produceren uit afvalstoffen … Eenvoudig is dat niet. Een dergelijke transitie heeft gevolgen voor de hele samenleving en vergt in­ spanningen van iedereen. Zijn we er allemaal klaar voor …?

Meer weten?

In opdracht van de VMM en het departement Landbouw & Visserij brachten KU Leuven, ShiftN en VITO het Vlaamse landbouw- en voedingssysteem in kaart. Zij bundelden hun bevindingen in het topicrapport Transitie naar een duurzaam landbouw- en voedingssysteem: een systeemanalyse. Dat kan je vanaf november 2012 raadplegen via www.vmm.be/ milieurapport.

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

7


FOCUS

Eeuwenoude watermolen weer brandend actueel 8

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


MOLEN VAN ROTSELAAR: BESCHERMD MONUMENT, GROENESTROOMOPWEKKER, SAMENHUIZENPROJECT

Al 800 jaar houdt de watermolen van Rotselaar de wacht in een kromming van de Dijle. Even lang al vormt de stuw van de molen een hindernis voor migrerende vissen, die op zoek zijn naar een plek om zich voort te planten. Maar sinds april van dit jaar geeft een gloednieuwe, 400 meter lange vistrap ze weer de vrije baan. “Watermolens kunnen heel wat nieuwe functies vervullen”, vindt Dirk Vansintjan, molenaar en bestuurder van groenestroomcoöperatie Ecopower.

Rond het molenerf staan negen woningen waar een dertigtal mensen in een samenhuizenproject wonen.

Het verhaal van de molen van Rotselaar is eeuwenoud. Archieven vermelden hem voor het eerst in 1217. De molen maalde niet alleen het graan van boeren uit de omgeving, maar ook graan dat uit de haven van Antwerpen aangevoerd werd voor de inwoners van Leuven. In 1968 maalde de molen voor het laatst. Daarna raakte hij in verval, maar in 1983 werd hij uitgeroepen tot beschermd monument. Sinds 1995 is de molen van Rotselaar opnieuw actief.

De turbine wekt ongeveer 500.000 kilowattuur per jaar aan elektriciteit op. Dat is evenveel als wat 200 Ecopowerhuishoudens per jaar verbruiken. De groenestroomcoöperatie Ecopower heeft haar maatschappelijke zetel in de molen van Rotselaar en is eigenaar van de molen, het silo- en het turbinegebouw. Ecopower verkoopt de energie van de molen aan zijn coöperanten.

Verrekijker |

Vandaag staan rond het molenerf negen woningen, waar een dertigtal mensen in een samenhuizenproject wonen. Elk huis staat op zichzelf, maar de bewoners delen heel wat: wasmachine, auto, boomgaard, krui­ dentuin, bakhuis. Bioboer Werner kweekt biogroenten op de gronden rond de molen. Elke donderdag bakt Gilbert, de voormalige bakker van Rotselaar, brood in de houtoven.

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

9


“Het blijft mogelijk om groene stroom op te wekken.”

Dirk Vansintjan, Ecopower

De vistrap is 400 meter lang, telt 19 trappen en kostte ongeveer één miljoen euro.

10

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


Vele belangen verzoend Wonen, industrie, landbouw …: het mo­ lencomplex van Rotselaar vervult vandaag uiteenlopende functies. De aanleg van de vistrap, een initiatief van de Vlaamse Milieumaatschappij, had dan ook best wat voeten in de aarde. Zo mocht het voortbe­ staan van bedreigde vissoorten de productie van elektriciteit niet in de weg staan. Ook de belangen van de molenbewoners en de bescherming van de molen als historisch erfgoed moesten verzekerd blijven. Kris Soete (VMM): “Het was geen sinecure om een evenwicht te vinden tussen al die – soms tegenstrijdige – functies en belangen. Dat we daar toch in geslaagd zijn, is een goede zaak voor mens en natuur.” Ook Dirk Vansintjan, molenaar en bestuur­ der van Ecopower, vindt de vistrap een evenwichtige oplossing: “Het blijft mogelijk om groene stroom op te wekken, terwijl vissen voortaan via de trap stroomopwaarts kunnen zwemmen. Dat de molen gebruikt wordt om stroom op te wekken, maakte de bouw van de vistrap niet evident. We verliezen ongeveer 10 procent aan debiet voor de elektriciteitsproductie. Ik schat dat we hierdoor per jaar een verlies van 8.000 euro moeten incasseren.”

Trouwboekje En de vistrap moest nog meer hindernis­ sen overwinnen. Zo moesten alle eigenaars instemmen met de verkoop van de strook waar de vistrap aangelegd zou worden. Bovendien moesten de bewoners nogal wat toegevingen doen. Zo verdween een deel van de gemeenschappelijke moestuin en ging de hoogstamboomgaard voor de bijl. “Ook de haag langs de straatkant moest weg”, zegt Dirk Vansintjan. “Daardoor kun je nu van op de straat rechtstreeks in de tuin kijken. Dat komt onze privacy niet bepaald ten goede. Toch vind ik dat we hier een mooi evenwicht gevonden hebben tussen mens en natuur. Voor mij is het belangrijk dat de mens zijn plaats heeft in dat even­ wicht. Sommigen dromen van een Vlaan­ deren met enkel vrij meanderende rivieren. Maar dat is een utopie, die uitsluitend in een Vlaanderen zonder zes miljoen mensen mogelijk is. In het ecologische evenwicht is ook de mens een factor die we niet mogen wegcijferen.” Dat de hele procedure veel tijd in beslag nam, is geen verrassing. “Met twintig mensen overleggen kost tijd en moeite”, aldus Van­ sintjan. “Alle betrokkenen moesten water bij de wijn doen om tot een compromis te komen. En voor iedereen zijn trouwboekje wist op te duikelen en bij de notaris zijn handtekening kon zetten, waren we snel enkele maanden verder.”

KNELPUNTEN VOOR VISMIGRATIE OP DE DIJLE Dijle

Vistrap Watermolen van Rotselaar

opgelost oplossing in voorbereiding knelpunt

Demer

Rotselaar

Leuven Bertem

Dijle

Oud-Heverlee Brussel

Bierbeek

Tervuren

Huldenberg Hoeilaart

IJse

Vlaanderen

Overijse Dijle

Laan

Wallonië

Met de aanleg van de vistrap rond de molen van Rotselaar werkte de VMM een belangrijk vismigratieknelpunt op de Dijle weg.

Multitasker Watermolens moeten met hun tijd mee evolueren en een moderne invulling krijgen, vindt Dirk Vansintjan. “De windmolen is in de Lage Landen uitgevonden. Op dat erfgoed mogen we best trots zijn. Wind- en water­ molens zijn werktuigen die het werk van de mens al eeuwenlang verlichten. In het licht van de energiecrisis is het bovendien niet ondenkbaar dat we alle voormalige molens in de toekomst opnieuw nodig zullen heb­ ben om onze energieproductie te verzeke­ ren. Kijk maar naar het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen alle molens opnieuw draaiden. Groene stroom opwekken is vandaag een belangrijke nieuwe functie van de molen. Al zal het altijd een nicheactiviteit blijven, want echt veel stroom produceer je niet met een watermolen.” De molens van vandaag en morgen zijn echte multitaskers. Zo doet de molen in Rotselaar veel meer dan alleen groene stroom produceren. Afval uit de waterloop sorteren bijvoorbeeld. “Met de krooshekrei­ niger haalt Ecopower elke dag ongeveer 500 kilogram uit het Dijlewater. Dat kan letterlijk alles zijn wat de mens weggooit: plastic flessen, glas, blik, ijskasten, diepvriezers, tv’s, fauteuils, matrassen, hout, dode dieren, maar ook bladeren, takken en omgewaaide bomen.”

Verrekijker |

De nieuwe vistrap in Rotselaar zet in de verf dat molens ook een rol kunnen krijgen in natuurontwikkeling. “Vismigratie mogelijk maken kan zonder twijfel een nieuwe func­ tie zijn voor eeuwenoude molens.”

Vismigratie Voor het visbestand in Vlaanderen en Europa is vismigratie van levensgroot belang. Op verschillende plaatsen in het Dijlebek­ ken zijn de voorbije jaren al knelpunten voor vismigratie weggewerkt. Die aanpak past in de Europese Habitatrichtlijn, die de natuurlijke leefplekken en wilde planten en dieren in Europa moet herstellen. België, Nederland en Luxemburg kwamen overeen om vóór 2015 50 procent van alle knelpun­ ten rond vismigratie op te lossen. In 2021 moet 75 procent van de hindernissen zijn weggewerkt en in 2027 allemaal. “We moe­ ten tegen dan nog veel rivieren doorlichten”, zegt Kris Soete. “Daarom hebben we voor Vlaanderen een prioriteitenlijst opgesteld. Het netwerk waaraan we voorrang geven, is ongeveer 3.200 kilometer lang. In totaal zijn er 166 knelpunten op waterlopen waarvoor de VMM verantwoordelijk is, waarvan 65 watermolens. Van die knelpunten hebben we intussen ruim 20 procent opgelost.” Net als andere planten- en dierensoorten migreren ook vissen van de ene rivier naar de andere. Soorten als kopvoorn, winde,

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

11


DE MOLEN VAN ROTSELAAR

33

44

55

11

22

riviergrondel en blankvoorn trekken in het voorjaar stroomopwaarts de rivier op om zich voort te planten. De boven- en zijlopen van de Dijle vormen immers een uitgelezen paai- en opgroeigebied. Zelfs vanuit de zee proberen vissoorten als paling en bot naar de bovenlopen van de Dijle te zwemmen. Stroomafwaarts migreren is doorgaans een koud kunstje voor vissen, maar stroomop­ waarts zwemmen is lastiger. Ze moeten niet alleen tegen de stroom in trekken, maar ook huizenhoge hindernissen overwinnen, zoals watermolens, stuwen en sluizen. En dat lukt lang niet altijd. Geen wonder dat acht van de twaalf grote migratoren zoals houting, grote marene, elft, Atlantische steur, zeeprik, Atlantische zalm, fint en zeeforel zo goed als verdwenen zijn.

Voedseltekort

Het uiteindelijke tracé van de vistrap loopt in een diepe geul tussen de molen en de straat.

12

Verrekijker |

Aan de molen te Rotselaar wekt een turbine 1 groene stroom op. Hiervoor wordt het water opgestuwd door schuiven 2 en een dubbele klepstuw 3 . Die veroorzaken een hoogteverschil van 2,4 meter, waardoor de molen een onneembare barrière vormt voor stroomopwaarts migrerende vissen. Rondom de molensite werd een 400 meter lange nevengeul (vistrap) uitgegraven 4 . Ter hoogte van de molensite was weinig plaats beschikbaar voor het uitgraven van de vistrap. Hier werd de Molenstraat heraangelegd en iets opgeschoven 5 .

Voortplanting is één belangrijke reden waarom vissen migreren, maar het is lang niet de enige. Vinden vissen in hun habitat niet genoeg voedsel meer, dan wijken ze noodgedwongen uit naar andere oorden. Ook milieuverontreiniging kan de biotoop van vissen zodanig verstoren dat ze hun leefgebied moeten ontvluchten. Gelukkig is de kwaliteit van het water in de Dijle er de voorbije jaren flink op verbeterd. Een goede zaak voor de vissen. Vandaag zwemmen opnieuw een 25-tal vissoor­ ten rond in de rivier. Maar aan de molen van Rotselaar botsten zij op de stuw. De vistrap was dan ook broodnodig. Kris Soete:

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

“Vroeger trokken de vissen stroomopwaarts via de Leibeek, een zijbeek van de Dijle ter hoogte van de molen, maar sinds die begin de jaren 1970 werd ingebuisd, was ook die route afgesneden. De stuw creëerde een hoogteverschil van 2,4 meter en maakte van de molen een onneembare hindernis. Met de bouw van de vistrap kunnen vissen nu opnieuw stroomopwaarts migreren naar de Voer, de Barebeek, de Weesbeek en de IJse, waardevolle zijrivieren die stroomopwaarts op de Dijle aantakken.”

19 trappen De vistrap is 400 meter lang, telt 19 trappen van 13 centimeter en kostte ongeveer één miljoen euro. Kris Soete: “Het uiteindelijke tracé van de vistrap loopt in een diepe geul tussen de molen en de straat. Dat hield een risico in voor de stabiliteit van de gebou­ wen, wat een ingenieuze constructie vergde en de prijs de hoogte in stuwde. Bovendien moest de rijbaan worden versmald om plaats te maken voor de vistrap.” Of de vissen de weg naar de vistrap al gevonden hebben? “Dat moet onderzoek op het terrein nog uitwijzen”, zegt Kris Soete. “De vistrap is uitgerust met haken om visnetten aan te spannen. Zo kunnen we nagaan welke vissen in welke periode de trap nemen.” Dirk Vansintjan: “Dat de reiger hier elke morgen op de uitkijk staat, is wellicht toch een indicatie dat de vissen hier stilaan hun weg vinden.”


REPORTAGE

Fietspoolen:

jong geleerd, oud gedaan Elke woensdag begeleiden de meesters en juffen van basisschool OLV Fatima in Langdorp trappende kinderen van en naar school. Hun drijfveer is de logica zelve. “Kinderen die zich van jongs af aan in het verkeer begeven, zullen ook als volwassene sneller de auto aan de kant laten staan”, zegt directeur Gerda Vandegaer. 12 uur. De bel rinkelt. Uit alle klassen stuiven de leerlingen de speelplaats op. Voor de klas van meester Geert vormt zich een fluogele rij. Ze dragen allemaal een fluores­ cerend hesje, de kinderen die met de fietspool huiswaarts keren. Meester Geert heeft zijn stopbordje al in de aanslag. “Sinds vorig jaar telt onze school vier fietsgroepen”, ver­ telt hij. “Die komen elke woensdag vanuit de vier windrichtingen met de fiets naar school. In elke pool rijden ongeveer tien leerlingen, begeleid door een leerkracht en één of meerdere ouders. We hopen in de toekomst

nog meer ouders te motiveren om mee te doen. Op termijn moet de fietspool volledig door ouders gedragen worden.”

Fietsexamen Dan trekt de stoet zich op gang. Jos, een ge­ pensioneerde vriend van de school, sluit de rangen. Een lange sliert fietsen en hesjes rijdt de schoolpoort uit. Daar wacht al meteen de eerste hindernis: de straat oversteken. Meester Geert stopt in het midden van de straat en steekt zijn stopbordje op naar de

Verrekijker |

aankomende auto’s. “Dit is de gevaarlijkste route van de vier”, vertelt hij. “We moeten maar liefst vier keer een straat oversteken. Via de fietspool willen we de kinderen in alle veiligheid leren om gevaarlijke situa­ ties correct in te schatten. En dat werkt. Ik zie duidelijk het verschil met de kinderen die niet met de fietspool meerijden. De fietspoolers hebben meer inzicht in het verkeer. Dat hebben we ook gemerkt tijdens het fietsexamen dat we dit jaar voor de leer­ lingen van het zesde leerjaar georganiseerd hebben.”

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

13


HOE START IK ZELF EEN FIETSPOOL? TIEN TIPS

1.

Pak het niet alleen aan. Betrek vanaf het begin

2.

Maak duidelijke afspraken met alle partijen. Wat verwacht je van de kinderen, begeleiders,

verschillende partijen bij het project: leerkrachten, leerlingen, directie, ouders, politie ... Allemaal hebben ze hun specifieke knowhow en inbreng.

ouders en de school? Als dat voor iedereen duidelijk is, zul je minder op moeilijkheden stuiten.

Weer een auto minder Maar de kinderen veilig leren fietsen is niet het enige wat de school drijft. Directeur Gerda Vandegaer: “Kinderen die zich van jongs af aan in het verkeer begeven, zullen ook als volwassene sneller de auto aan de kant laten staan. En elke auto minder is een opsteker voor het milieu. Die filosofie trekken we door in de hele schoolwerking. Dit jaar hebben we het derde logo van Milieuzorg op School (MOS), het mi­ lieuproject van de Vlaamse overheid, behaald met als thema ‘duurzame mobiliteit’. Het voorbije jaar hebben de kinderen elke maand gewerkt rond het beperken van CO2-uitstoot en verkeer.” Fenne zit in het derde leerjaar. Elke woensdag rijdt ze met de fietspool naar school en terug naar huis. “Meerijden in de fietspool vind ik heel leuk, ik fiets graag. Soms moet ik plots remmen omdat mijn voorligger vertraagt, dan schrik ik wel.” Als de fietspool voorbij het huis van een leerling rijdt, slaat die af zonder dat de rest van de groep hoeft te stoppen. Zo wordt de colonne almaar korter. “Tot mor­ gen”, zwaait Fenne en ze stuurt haar fiets de oprit van haar huis op. Toen waren ze nog met negen.

14

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

3.

Informeer ouders en begeleiders. Vooral

4.

Begin klein. Een fietspool begeleiden vraagt engage­

5.

Stippel routes uit aan de hand van de woonplaat­

6.

Wijs een contactpersoon in de school aan die je kunt bereiken als er onderweg problemen zijn.

7.

Zorg dat iedereen verzekerd is. Controleer voor de start van je initiatief of een bijkomende verzekering noodzakelijk is voor de begeleiders van de kinderen. Zeker omdat het hier gaat over een initiatief buiten de schooluren en zonder begeleiding van een leerkracht.

8.

Laat de kinderen altijd fietsen van groot naar klein. Ervaren fietsers eerst, minder goede fietsers

kwesties rond verzekering en aansprakelijkheid brengen veel vragen met zich mee.

ment. In het begin ligt dat misschien slechts bij één per­ soon. Zorg dat die persoon ademruimte heeft en begin met één à twee dagen per week te fietspoolen. Als de interesse groeit en meer mensen zich engageren, dan kun je eventu­ eel extra poolmomenten organiseren.

sen van de kinderen. Verken de routes vooraf en laat je hierin ondersteunen en adviseren door de politie.

achteraan.

9.

Zorg voor voldoende zichtbaarheid en veiligheid. Raad alle deelnemers aan om een fluohesje

en een helm te dragen. Verplicht het eventueel via het schoolreglement.

10. Hou een winterstop! Hoewel door de sneeuw

wandelen best leuk kan zijn, is fietsen doorgaans heel wat gevaarlijker.

Meer weten over fietspoolen? Check www.fietspoolen.be. Op www.mobiel21.be vind je nog meer inspirerende projecten voor een duurzame mobiliteit voor jong en oud.


ANALYSE

WaterRegulator stroomlijnt drinkwater

Betalen we een correcte prijs voor het water dat thuis uit de kraan stroomt? Kost dat leidingwater meer dan in onze buurlanden? Klopt het dat Limburgers meer leidingwater drinken dan West-Vlamingen? De WaterRegulator vergelijkt sinds 2010 de werking en prestaties van de watermaatschappijen en brengt onze drinkwaterproductie en -levering helder in kaart.

Een gemiddeld gezin betaalt voor de productie en levering van het drinkwater in Hoeilaart 1,22 euro per kubieke meter (1.000 liter). In het gebied van de Intercommunale voor Waterbedeling in VlaamsBrabant (IWVB) betaalt dat gezin 1,9 euro per kubieke meter. Dat is maar liefst 56 procent meer. Vanwaar dat prijsverschil?

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

15


WaterRegulator In Vlaanderen zijn vandaag elf watermaat­ schappijen actief. De federale overheid legt de maximumprijzen voor drinkwaterproductie en -levering vast. Die prijzen verschillen van maatschappij tot maatschappij. Bij VMW, de grootste Vlaamse watermaatschappij, is die prijs ook afhankelijk van de provincie waarin de abonnee woont. Dat de prijzen verschillen, is een gevolg van de typische kenmerken van de watermaatschap­ pijen en hun distributiegebieden. Zo is de herkomst van het water (grondwater, opper­ vlaktewater, aankoop van andere maatschappij­ en) voor een deel bepalend voor het kosten­ verschil, en dus ook het prijsverschil. Ook het distributiegebied speelt een rol: is dat landelijk of stedelijk, toeristisch of niet? De reguleringsinstantie, ook WaterRegulator genoemd, brengt in kaart hoe elke maatschap­ pij de kosten doorrekent aan de huishoudens, industrie en landbouwbedrijven in Vlaanderen. De WaterRegulator geeft ook advies bij aanvra­ gen tot prijsverhoging.

Drinkwater Vlaanderen behoort tot goedkoopste Onlangs vergeleek de WaterRegulator de prijs van de productie en levering van drinkwater voor huishoudens in Vlaanderen met die in omliggende regio’s en lan­ den. In vergelijking met de buurlanden was drinkwater in Vlaanderen in 2011 door­ gaans goedkoper. Een uitzondering hierop is een eenpersoonsgezin in Nederland, waar dat gezinstype iets minder betaalt dan in Vlaanderen. Duitsland is het duurste buurland voor alle gezinstypes, gevolgd door Engeland en Frankrijk. De studie bracht ook het drinkwatergebruik van gezinnen in de drie Belgische regio’s in kaart. Gezinnen in Vlaanderen verbruiken meer leidingwater dan in het Brusselse en vooral het Waalse Gewest.

Uniforme tariefstructuur

Gemiddeld jaarleidingwaterverbruik van gezinnen in de drie Belgische regio’s m3 verbruik / jaar 140 120 100 80 60 40 20 0 1 persoon

2 personen Vlaamse Gewest

16

Verrekijker |

Waalse Gewest

3 personen Brusselse Gewest

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

46% van de 50-plussers drinkt dagelijks kraantjeswater. Dit is significant meer dan 20- tot 34-plussers.

4 personen

De kostenverschillen verklaren de verschillen­ de maximumprijzen voor drinkwaterproductie en -levering in Vlaanderen. “Ook de tariefstruc­ turen zelf zijn bij elke drinkwatermaatschappij anders”, vertelt Ellen Wailly van de VMM. “We onderzoeken nu hoe die tariefstructuur van alle maatschappijen op dezelfde leest ge­ schoeid kan worden. Dat moet helpen om de prijzen te vergelijken. Maar de tariefstructuur moet ook blijven stimuleren om zuinig met leidingwater om te springen.” Via de integrale waterfactuur van de water­ maatschappij betalen huishoudens niet alleen voor de productie en levering van drinkwater, maar ook voor het vervoer en de zuivering van het afvalwater. Het toezicht op die ‘saneringscomponenten’ gebeurt door de Economisch Toezichthouder van de VMM.


Limburg versus Oost- en West-Vlaanderen De prestaties en efficiëntie van de Vlaamse watermaatschappijen vergelijken: het is één van de taken van de WaterRegulator. Die zorgt daarbij voor meer transparantie in de drinkwaterproductie en -levering in Vlaan­ deren. De watermaatschappijen vergelijken zelf onderling jaarlijks minstens één relevant proces. Daardoor leren ze van elkaar. Ellen Wailly: “Vanuit de WaterRegulator volgen we die benchmarks op en we zullen er con­ crete acties aan verbinden.” De WaterRegulator adviseert de Vlaamse regering ook over mechanismen voor har­ monisering en regulering van drinkwaterpro­ ductie en -levering. Dat advies onderbouwt ze met studies en onderzoeken. Zo peilde de WaterRegulator de voorbije jaren bij de Vlaamse bevolking naar de kennis over en ervaring met drinkwater en de prijs ervan. Een van de opmerkelijke resultaten van dat onderzoek: 40 procent van de Vlamingen

Limburgers (47%) drinken het vaakst ‘dagelijks’ water van de kraan, Oost- en WestVlamingen het minst (36%).

drinkt dagelijks leidingwater. Hoe ouder de ondervraagden, hoe meer kraantjeswater ze drinken. Bovendien zijn er grote provinciale verschillen. Limburgers drinken het meest dagelijks kraantjeswater; Oost- en WestVlamingen geven het vaakst aan dat ze nooit leidingwater drinken. Ook blijkt uit de peiling een grote tevredenheid over de prijs-kwali­ teitverhouding van drinkwater. Jaarlijks stelt de WaterRegulator ook het rapport Watermeter samen. Hierin wordt een statistisch overzicht gegeven van de drinkwaterproductie en -levering in Vlaande­ ren van bron tot kraan, aan de hand van een aantal kenmerkende cijfers. Meer opmerkelijke bevindingen over ons drinkwater vindt u op de website van de WaterRegulator via www.vmm.be/waterregulator. Het benchmarkrapport van de drinkwatermaatschappijen kunt u raadplegen op www.aquaflanders.be.

Overzicht prijs van drinkwaterproductie en -levering voor een gemiddeld gezin (= drinkwatercomponent van de integrale waterfactuur) € 0,0 € 0,2 € 0,4 € 0,6 € 0,8 € 1,0 € 1,2 € 1,4 € 1,6 € 1,8 € 2,0 € 0,0 € 0,2 € 0,4 € 0,6 € 0,8 € 1,0 € 1,2 € 1,4 € 1,6 € 1,8 € 2,0 AWW € 0,71 AWW € 0,71 GW Hoeilaart € 0,34 GW Hoeilaart € 0,34 GW Knokke-Heist € 0,07 GW Knokke-Heist € 0,07

€ 0,84 € 0,84 € 0,88 € 0,88 € 1,26 € 1,26

IWM Brabant € 0,51 IWM Brabant € 0,51

€ 1,07 € 1,07

IWM Limburg € 0,51 IWM Limburg € 0,51

€ 1,07€ 1,07

IWVA€ 0,47 € 0,47 IWVA

€ 1,04€ 1,04

IWVB - TMVW € 0,47 IWVB - TMVW € 0,47

€ 1,43 € 1,43

IWVB - Vivaqua€ 0,47 € 0,47 IWVB - Vivaqua

€ 1,43 € 1,43

PIDPA € 0,66 € 0,66 PIDPA

€ 0,75€ 0,75

Sint-Niklaas € 0,50 SWSW Sint-Niklaas € 0,50

€ 1,13 € 1,13

TMVW€ 0,50 TMVW € 0,50

€ 1,31 € 1,31

VIVAQUA - Kraainem VIVAQUA - Kraainem€ 0,44 € 0,44

€ 1,44 € 1,44

VIVAQUA - Linkebeek VIVAQUA - Linkebeek€ 0,44 € 0,44

€ 1,44 € 1,44

VIVAQUA - Steenokkerzeel VIVAQUA - Steenokkerzeel€ 0,47 € 0,47

€ 1,18 € 1,18

VIVAQUA - Wezembeek-Oppem VIVAQUA - Wezembeek-Oppem€ 0,44 € 0,44

€ 1,44 € 1,44

VMW Limburg VMW Limburg € 0,52 € 0,52

€ 0,88€ 0,88

VMW Oost-Vlaanderen VMW Oost-Vlaanderen€ 0,52 € 0,52

€ 1,17 € 1,17

VMW Vlaams-Brabant VMW Vlaams-Brabant € 0,52 € 0,52

€ 1,10 € 1,10

VMW West-Vlaanderen € 0,52 VMW West-Vlaanderen € 0,52

€ 1,17

Vaste vergoeding Vaste vergoeding

€ 1,17

Variabele vergoeding Variabele vergoeding

Berekende drinkwaterprijzen per m³ geldig op 01/01/2011 excl. btw voor een gemiddeld gezin met 2,37 personen – verbruik 88 m³ / jaar

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

17


ANALYSE

Dringend

18

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


gevraagd:

structurele financiering voor Vlaamse riolen Zondag 11 december 2011. Op de Brusselsesteenweg in Mechelen veroorzaakt een kapotte rioolbuis een enorme wegverzakking. De afrit van de E19 en een belangrijke invalsweg worden noodgedwongen afgesloten, met lange files tot gevolg. De herstellingswerken zullen het verkeer nog wekenlang hinderen. Wat is er mis met de Vlaamse riolen?

19


Ingeborg Barrez, VMM

De kostprijs om rioleringen aan te leggen en te onderhouden loopt al snel op tot 700 euro per lopende meter.

De kapotte rioolbuis onder de Brussel­ sesteenweg is geen alleenstaand geval. Volgens Vlario, het overlegplatform en ken­ niscentrum voor de riolerings- en afvalwa­ terzuiveringssector in Vlaanderen, verzakt de grond gemiddeld één keer per week in Vlaanderen door slechte rioleringen. De oorzaak? Onder onze voeten loopt zowat 32.000 kilometer rioolbuis. Het gros daarvan werd in de jaren 1940, 1950 en 1960 aange­ legd en kampt met verouderingsverschijnse­ len. Bovendien wordt er door de beheerders van het rioleringsnet te weinig geld voorzien om de rioleringen goed te onderhouden.

4.500 kilometer rioolbuis In ons land zijn de gemeenten verant­ woordelijk voor het beheer en onderhoud van het overgrote deel van de rioleringen. Daarnaast is ongeveer 4.500 kilometer rioolbuis – de grotere rioleringen of collec­ toren – eigendom van het Vlaamse Gewest. Ingeborg Barrez van de VMM: “Je kunt het rioleringsnet het best vergelijken met het

20

Verrekijker |

wegennet: het verkeer stroomt van straten in gemeenten en steden naar de verbin­ dende gewestwegen. Dat gaat net zo bij rioleringen: de rioolbuizen onder straten en wegen op gemeentelijk grondgebied leiden naar het overkoepelende gewestelijke riole­ ringsnet. Dat bestaat vooral uit collectoren, pompstations en persleidingen.” Het Vlaamse Gewest maakte via Aquafin een inhaalbeweging in de uitbreiding van zijn rioleringsnet. Aquafin beheert en onderhoudt in opdracht van Vlaanderen de gewestelijke riolering. Het grootste deel hiervan dateert van na 1990 en is dus relatief jong. Daardoor is renovatie momenteel minder urgent.

Brandjes blussen Een ander geval zijn de gemeentelijke rioleringen. Die zijn meestal ouder en veel minder goed onderhouden. Bovendien heb­ ben nogal wat gemeenten nauwelijks zicht op de staat van hun rioleringsnet. Ingeborg Barrez: “Waar er rioleringen liggen en waar er

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

nieuwe bij moeten komen, is eenduidig vast­ gelegd in de zoneringsplannen. Maar over de toestand van de bestaande rioleringen is veel minder geweten. Welke rioolbuizen verkeren in goede staat, welke hebben drin­ gend een onderhoud nodig? Het is koffiedik kijken.” Waar knelt dan het schoentje? Dat heel wat gemeenten het rioolonder­ houd niet structureel aanpakken, heeft vol­ gens Christophe Claeys van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) een reden. “Nogal wat gemeenten hebben onvoldoende middelen om het rioleringsnet op een planmatige en toekomstgerichte manier te beheren en de rioleringen tijdig te vervangen. Momenteel blussen ze vooral brandjes. Tegelijk komen gemeenten met inventieve oplossingen voor de dag. De stad Leuven heeft bijvoorbeeld een preventief beheersysteem uitgewerkt. Om te bepalen welke riolering ze eerst aanpakt, voert de stad een risicoanalyse uit en bekijkt ze wat de maatschappelijke gevolgen zijn als het rioolstelsel het begeeft.”


Vier Vlamingen op de tien willen betalen voor milieuvriendelijke riolering Veronderstel dat de riolering in uw straat sputtert. Met wie neemt u contact op om dat probleem te verhelpen? Blijkbaar is dat voor de meeste Vlamingen een moeilijke vraag. Uit de re­ sultaten van een VMM-enquête blijkt namelijk dat slechts een minderheid van de Vlamingen weet of zij bij het gemeentebestuur, de intercommunale of de watermaatschappij moeten aankloppen voor informatie over of problemen met de riolering. Eind 2011 legde Keystone Network & Significant GfK in opdracht van de VMM een vragenlijst voor aan 1.200 gezinnen, 500 bedrijven en zeven van de acht intercommunale rioolbeheerders. Daar kwamen opmerkelijke resultaten uit. Zo vindt 86 procent van de Vlamingen dat ze niet voldoende op de hoogte zijn van het rioolbeleid in hun gemeente. Drie op de vijf respondenten weten bijvoorbeeld niet dat een gescheiden riolering afval- en regenwater apart afvoert. Tegelijk geven Vlamingen aan dat ze graag beter geïnformeerd willen worden over riolering: wat zijn de gehanteerde tarieven? Wanneer zijn er rioleringswerken gepland? Hoe kan ik verstop­ pingen vermijden? … Opmerkelijk is ook dat 43 procent van de rioolgebruikers bereid is om meer te betalen voor de riolering als dat het milieu ten goede zou komen.

Wat is volgens u het nut van riolering?

Hoofdfuncties Overstromings­ gevaar beperken

Afvoeren afvalwater

46% 92%

Afvoeren afvalwater bedrijven

54% 59%

Afvoeren regenwater

Nevenfuncties Water recupereren Ziekten voorkomen

39%

66%

Zuivering afvalwater

60%

Niet­ vervuilen waterlopen

39%

Vermijden geurhinder

47%

Raadpleeg het volledige onderzoek Perceptie over riolering bij gebruikers en rioolbeheerders op www.vmm.be/pub.

700 euro per meter Gemeenten bekostigen de aanleg, het on­ derhoud en de vervanging van hun riolerin­ gen via drie portefeuilles: de subsidies van het Vlaamse Gewest, de saneringsbijdrage die particulieren betalen via de waterfactuur en de algemene middelen van de gemeente. “Sommige gemeenten zouden boven op de saneringsbijdrage en rioolsubsidies maar liefst de helft van hun begroting nodig heb­ ben om hun riolennetwerk op te knappen. Dat is onmogelijk. Wij pleiten voor meer langetermijnvisie: hoe kunnen de Vlaamse overheid en de gemeenten de aanleg en het onderhoud van de rioleringen duurzaam bekostigen? Hiervoor is een structurele op­ lossing nodig”, meent Christophe Claeys. Christophe Boogaerts van de VMM nu­ anceert: “Uit het rapporteringsinstrument van de VMM blijkt dat de gemeenten heel weinig eigen middelen gebruiken voor de gemeentelijke sanering.” “De kostprijs om rioleringen aan te leggen

en te onderhouden loopt al snel op tot 700 euro per lopende meter”, weet Ingeborg Barrez. “En er komt nog meer bij kijken. Zo moet de weg opgebroken worden, wat nog meer geld kost. Bij de heraanleg moet ook aan fietsers en parkeergelegenheid worden gedacht. We evolueren steeds meer naar een rioleringsnetwerk dat het afvalwater van het regenwater scheidt. Om overstromingen in te dijken is het immers essentieel om regenwater ter plaatse in de bodem te laten infiltreren, in de plaats van af te voeren via de riolen. Zo’n gescheiden rioleringsstelsel is een must, maar het kost wel wat om een bestaand systeem om te vormen of een nieuw gescheiden stelsel aan te leggen.”

Nieuwe afvoersystemen De gemeenten geven aan dat hun budgetten ontoereikend zijn, maar toch kregen al heel wat projecten subsidies. Zo subsidieerde de VMM de voorbije vijftien jaar 3.300 gemeentelijke rioleringsprojecten voor een totaal bedrag van 1,2 miljard euro. Maar het Verrekijker |

aantal subsidieaanvragen overtreft ruim­ schoots de beschikbare budgetten. Barrez: “Daarom moeten we prioriteiten stellen. De zuiveringsinstallaties kunnen maar beginnen te zuiveren als het afvalwater ook effectief tot daar geleid wordt. Vergelijk het met de bouw van een brug: die brug heeft geen zin zolang er geen weg op aansluit. Daarom geven we prioriteit aan nieuwe rioleringen die het afvalwater naar de waterzuiveringscollectoren leiden en aan belangrijke ver­ nieuwingen van bestaande rioleringen.” Om rioleringen adequaat te onderhouden hebben gemeenten niet alleen middelen nodig. Ze moeten er ook de kennis voor hebben. Daarom werkt de VMM momen­ teel aan een code van goede praktijk die gemeenten moet helpen om rioleringen op een correcte wijze aan te leggen, te beheren en te onderhouden. Die code toont de langetermijnvisie van de Vlaamse overheid op het rioleringsnetwerk en wordt nog dit jaar gepresenteerd. “Vandaag beslissen we welk water er over EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

21


honderd jaar door onze rioolbuizen zal stromen”, aldus Ingeborg Barrez. “Dergelijke beslissingen zijn bijna onomkeerbaar, want een rioleringsnet van duizenden kilometers kun je niet in een handomdraai aanpassen. Recente klimaatmodellen voorspellen dat zomeronweders extremer kunnen worden, maar ook dat beperkte regenbuien minder frequent zullen voorkomen. Die wijziging zorgt dus enerzijds voor meer droogte, maar anderzijds voor meer overstromingen. Daar houden we het best rekening mee door nieuwe afvoersystemen adaptief te maken. Bij het onderhoud van rioleringen moeten we de kritieke knopen in het netwerk eerst aanpakken, zoals drukke verkeersassen en het centrum van steden, waar dagelijks duizen­ den wagens passeren of waar er risico is op wateroverlast. Daar moeten we een robuust systeem uitbouwen dat we op gezette tijd­ stippen kunnen monitoren.”

Eigen beheer of derde partij? Omdat het rioolbeheer almaar complexer wordt, besteden sommige gemeenten het liever uit. Sinds de reorganisatie van de watersector in 2005 mogen ze dat. “Vandaag hebben gemeenten de keuze of ze zelf het beheer van hun rioleringsnet doen of dat overlaten aan een andere partij”, licht Inge­ borg Barrez toe. Hoe gaat dat precies? “Gemeenten kunnen voor het rioolbeheer een beroep doen op drinkwatermaatschappijen, zoals TMVW, Pidpa en VMW, of op bedrijven uit andere nutssectoren, zoals Infrax. Of ze kunnen Aquafin inschakelen. Dat wil niet zeggen dat gemeenten die zich laten helpen door een derde, daarom alles uit handen geven. Sommige staan zelf nog in voor het schoon­ maken van rioolputjes of de aansluiting op woningen. Hoe het rioolbeheer precies is ingevuld, verschilt grondig van gemeente tot gemeente.”

Moet ik zelf mijn afvalwater zuiveren? Ligt er riolering in mijn straat? Plant mijn gemeente de aanleg van een riolering of moet ik mijn afvalwater zelf zuiveren? Vlaanderen bracht de voorbije jaren in kaart waar er rioleringen liggen en waar er op termijn rioleringen zullen worden aangelegd. Op het online Geoloket van de VMM kunt u tot op straat- en huis­ nummer opzoeken wat de stand van zaken en plannen zijn voor de riolering in uw wijk. Samengevat zijn er drie mogelijkheden: 1. Loopt er al riolering door uw straat? Dan bent u wettelijk verplicht om het afvalwater afkomstig van uw woonst erop aan te sluiten. 2. Komt er op termijn riolering? Dan moet u tegen dan alles in het werk stel­ len om de afvoer van uw afvalwater erop aan te sluiten. Het regenwater moet u maximaal ter plaatse houden. 3. Komt er nooit riolering? Dan is het uw verantwoordelijkheid om zelf een individuele behandelingsinstallatie (IBA) te plaatsen. Op termijn moeten alle Vlamingen ervoor zorgen dat ze het regenwater en afvalwater van hun huis van elkaar gescheiden houden. Daarbij moeten ze het regenwater zoveel mogelijk ter plaatse houden door dat water te gebruiken of te laten infiltreren in de tuin. Dat geldt niet voor die zones waar de ecologische en economische baten van het scheiden van afval- en regenwater ontoereikend zijn. Die zones die zich bevinden in de centra van onze steden, zullen afgebakend worden in ‘gebiedsdekkende uitvoeringsplannen’. Momenteel is de aanleg van gescheiden rioleringen al verplicht bij de bouw van een nieuwe woning. Bij kleine verbouwingen is dat nog niet altijd het geval. Toch is het raadzaam om gescheiden rioleringen aan te leggen wanneer u uw huis ver­ bouwt. Dergelijke werken achteraf uitvoeren is een dure grap. Bovendien bespaart u op uw waterfactuur, omdat u het regenwater kunt gebruiken voor toilet en wasmachine. Benieuwd of er ook in uw straat riolering ligt? Kijk op http://geoloket.vmm.be/zonering

RIO-leren Met de beschikbare middelen rioleringen aanleggen en onder­ houden: voor zowat elke Vlaamse gemeente is dat een hele opgave. Maar hoe kostenefficiënt gaat een gemeente momenteel te werk? Wat kan er beter? En hoe zit het in andere gemeenten? Om lokale besturen een betere kijk te geven op hun eigen rioolpresta­ ties en hoe die zich verhouden tot andere gemeenten, ontwikkelde de VMM een benchmarkmodel. Om het model beter te leren kennen, kunnen rioolbeheerders deelnemen aan het interactieve leertraject RIO-leren. In alle provincies vinden dit najaar infomomenten plaats.

De VMM geeft prioriteit aan nieuwe rioleringen die het afvalwater naar de waterzuiveringscollectoren leiden.

22

Verrekijker |

Meer info: www.vmm.be/rioleren

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

Anja Eggermont, Bruno Pevenage en Christophe Boogaerts van het team Financieel Toezicht Gemeenten van de VMM


TUSSENSTAND

IN DEZE NIEUWE RUBRIEK ZETTEN WE DE LOEP OP EEN SPECIFIEK MILIEUPROBLEEM. WAAROVER GAAT HET, HOE PAKKEN WE HET PROBLEEM AAN EN WAT IS DE STAND VAN ZAKEN? (ULTRA)FIJN STOF BIJT DE SPITS AF.

Ultrafijn stof: schadelijker dan gedacht Ondanks de initiatieven van Europese landen en regio’s voor een betere luchtkwaliteit, blijven fijn stof en andere polluenten een grote impact hebben op de volksgezondheid. Wist u bijvoorbeeld dat we gemiddeld één levensjaar verliezen door langdurige blootstelling aan fijn stof? Het grootste risico gaat uit van de kleinste stofdeeltjes, weten wetenschappers sinds kort.

Wat is (ultra)fijn stof? Fijn stof wordt beschouwd als een van de meest schadelijke stoffen in luchtverontreiniging. We onderscheiden drie maten van fijn stof: PM10, PM2,5 en PM0,1 (ultrafijn stof). PM staat voor particulate matter; het getal dat erachter staat, verwijst naar de diameter van de deeltjes (uitgedrukt in micrometer). Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze met de ingeademde lucht doordringen in de luchtwegen. Of nog: hoe meer schade ze kunnen aanrichten. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de allerkleinste deeltjes rechtstreeks in de bloedbaan terechtkomen. Wetenschappelijke studies brengen fijn stof in verband met meer klachten aan de luchtwegen, meer ziekenhuisopnames voor hart- en luchtwegklachten en vervroegde sterfte. Zowel bij kortstondige blootstelling aan hoge concentraties (uren, da­ gen) als bij langdurige blootstelling (jaren) aan lage concentra­ ties zijn die verbanden aangetoond. Over die nieuwe deeltjes is nog niet alles geweten. Daarom vinden wetenschappers in binnen- en buitenland het noodzakelijk om meer onderzoek te voeren naar de effecten van en de maatregelen voor de bestrijding van (ultra)fijn stof.

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

23


Waar komt het vandaan?

Wat kan je zelf doen? Vijf tips

Fijn stof kan op natuurlijke wijze ontstaan, door de wind bijvoorbeeld die deeltjes van gebouwen of rotsen afschuurt. Maar veel fijn stof ontstaat ook door menselijke acti­ viteiten, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen of het malen van stoffen in de industrie. Fijn stof kan ook onrechtstreeks ontstaan. Dat gebeurt als verzurende gas­ sen zoals stikstofoxiden, zwaveldioxide of ammoniak door fysicochemische reacties in de atmosfeer vaste deeltjes (aerosolen) vormen.

Stop met roken. De hoeveelheid fijn stof die je via sigarettenrook inademt, is exponentieel hoger dan de hoeveelheid fijn stof die je door luchtvervuiling inademt. Verlucht je woning elke dag om te vermijden dat fijn stof zich opstapelt. Verlucht je woning bij voorkeur aan de kant waar het minste ver­ keer voorbijrijdt. Vermijd tijdens smogepisodes langdurige zware inspanningen in de buitenlucht zoals sporten. Houtkachels en open haarden zijn belangrijke en onderschatte bronnen van fijn stof. Beperk het gebruik zoveel mogelijk en stook alleen met niet-behandeld en droog hout. Neem voor korte afstanden de fiets of ga te voet. Een wagen met koude motor zorgt im­ mers voor gevoelig meer luchtvervuiling.

Hoe krijgen we het onder controle? De Europese Unie heeft al maximumwaar­ den ingevoerd voor het gehalte aan fijn stof in de lucht. Sinds 2005 moeten alle lidstaten zich aan die grenswaarden houden. Maar die normen viseren in de eerste plaats PM2,5 en PM10, de ‘grotere’ deeltjes dus. Ze zeggen niets over de concentratie aan ultrafijn stof. Daarvoor bestaan er nog geen specifieke normen. Meer en meer gaan stemmen op om ultra­ fijn stof met specifieke normen aan banden te leggen. Het Europese Joaquinproject (zie hieronder) introduceert meetmethoden van ultrafijn stof, zodat er meer informatie over die deeltjes beschikbaar wordt.

Meer weten over fijn stof in Vlaanderen? www.vmm.be/lucht/luchtvervuilende-stof­ fen/fijn-stof en www.vmm.be/milieurapport (rubrieken Milieuthema’s, Verspreiding van zwevend stof)

Joaquin: samenwerken voor gezondere

lucht in Europa

De Europese Unie besteedt naar schatting 50 miljard euro per jaar aan de behandeling van longziekten die worden ver­ oorzaakt door een slechte luchtkwaliteit. Hoog tijd voor actie, vinden dertien Europese partners uit verschillende landen. Onder leiding van de VMM gaan ze in het Joaquinproject samen de strijd aan tegen de luchtvervuiling in NoordwestEuropa. De focus: (ultra)fijn stof. We vroegen projectcoördinator Christophe Stroobants van de VMM om tekst en uitleg.

Wat is het doel van Joaquin? “Het Interreg NWE-project Joaquin (Joint Air Quality Initiative) gaat de volgende drie jaar het probleem van ultrafijn stof en roet aanpakken. Onder leiding van de VMM bui­ gen dertien Europese partners zich over de luchtkwaliteit in Noordwest-Europa. Ze on­ derzoeken hoe ze de lucht die we inademen gezonder kunnen maken.” “Fijn stof stopt niet aan de landsgrenzen. Bovendien kampen heel wat regio’s in Noordwest-Europa met dezelfde proble­ men op het gebied van luchtverontreiniging. Daarom kunnen we het probleem enkel bestrijden door grensoverschrijdend samen te werken.”

‘Meten is weten’ is de eerste pijler van Joaquin. Wat wordt er precies gemeten? “De partners uit België, Nederland, Frankrijk

24

Verrekijker |

en Engeland zullen verschillende meetinstru­ menten uittesten en nagaan welke methode de betrouwbaarste resultaten oplevert. Ze focussen daarbij op deeltjes die relevant zijn voor onze gezondheid: ultrafijn stof, maar bij­ voorbeeld ook black carbon (roet). Daarnaast bekijken ze de samenstelling van die partikels. De metingen zullen in realtime online verschijnen in het Air Pollution Observatory & Information Centre. Het meetstation voor Vlaanderen ligt in Antwerpen en zal ook na afloop van het project operationeel blijven.”

en hun beleid rond luchtkwaliteit waar nodig doen bijsturen. Naast het onderzoek van de buitenlucht bestuderen de onderzoekers ook de luchtkwaliteit binnenshuis, in scholen en in voertuigen om na te gaan of filtersys­ temen een positieve invloed hebben op de luchtkwaliteit.”

Krijgt de burger ook zelf de resultaten van het project te zien?

“Communicatie vormt inderdaad de derde pijler van het project. Beleidsmakers, belan­ gengroepen en experts, maar ook het grote Moet het project ook concrete publiek moeten alles te weten komen over maatregelen opleveren? de bevindingen van het Joaquinproject. Zo “Jazeker, het project wil tastbare beleidsmaat­ moet het maatschappelijke draagvlak groeien regelen uittekenen en meteen nagaan hoe om de nodige beleidsmaatregelen te treffen. effectief die zijn. Per situatie stellen de der­ Daar kunnen we allemaal ons steentje toe tien partners een ranking op. Op die manier bijdragen.” willen ze beleidsmakers zo efficiënt mogelijk Meer info: www.joaquin.eu doen optreden tegen luchtverontreiniging

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


REPORTAGE

“Ik poets de trap met

badwater”

U kijkt er misschien vreemd van op, maar voor heel wat mensen is de waterfactuur een zware dobber. Hoe neem ik de meterstand op, wat moet ik doen bij een lek, wanneer heb ik recht op een vrijstelling …? De antwoorden zijn niet voor iedereen gesneden koek, weet Sofie Philips, maatschappelijk assistente bij het Sociaal Huis van Dendermonde. We vergezellen haar op een huisbezoek bij haar cliënte Emilienne. “Kijk maar niet naar de watermeter.”

Sofie Philips, Sociaal Huis (Dendermonde)

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

25


Emilienne moet maandelijks rondkomen met een leefloon van 785,61 euro.

“Voor veel mensen is de waterfactuur een zware dobber.” Sofie Philips

26

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


Hartje Dendermonde, een straat met stuk voor stuk dezelfde arbeiderswoningen in ro­ zerode bakstenen. Emilienne en Sofie staan voor de deur te keuvelen. Emilienne drukt me stevig de hand. Uit haar blik spreekt le­ venslust. Toch ziet haar leven er sinds zeven maanden helemaal anders uit. Vorig jaar is ze gescheiden van haar man. Voor het eerst in 64 jaar woont ze alleen en moet ze rond­ komen met een leefloon. Daarvan gaat 600 euro naar de huur van haar appartementje.

Torenhoge factuur “Kom binnen”, verwelkomt ze ons. In de gemeenschappelijke gang kunnen we niet naast de watermeters kijken. Laat haar dat nu meteen een doorn in het oog zijn. “Ik woon hier nu al zeven maanden en weet nog altijd niet welke watermeter aan mijn

appartement toebehoort en welke het verbruik van mijn onderbuur meet. De waterfactuur die met de post aankomt, staat nog op naam van de vorige bewoner. De immobiliënmakelaar heeft me beloofd de overdracht in orde te brengen, maar dat is al maanden geleden. Ik ben bang dat ik hier de dupe van zal worden en dat ik uiteindelijk een torenhoge factuur gepresenteerd zal krijgen. Ik kom nu al nauwelijks rond met mijn leefloon; onverwachte kosten kan ik missen als kiespijn. Die onzekerheid knaagt aan mij. Ik kan niet bewijzen dat het im­ mobiliënkantoor me beloofd heeft om mij te helpen.” Gelukkig weet Sofie raad: “Ik zal de water­ maatschappij opbellen om te horen hoe de vork in de steel zit. Volgende keer breng ik dan alle vereiste documenten mee.”

Rappels Emilienne is niet de enige die zich het hoofd breekt over haar waterfactuur, zal Sofie na ons bezoek vertellen. “Voor veel men­ sen is de waterfactuur een zware dobber. Voor cliënten die hun factuur niet kunnen betalen, maken we een betalingsplan op. Dan betalen ze elke maand een klein bedrag. Maar sommige mensen komen pas bij ons aankloppen als de watermaatschappij het water al heeft afgesloten. Ik probeer het niet zo ver te laten komen. Als ik op bezoek bij cliënten merk dat ze keer op keer beta­ lingsherinneringen krijgen, dan leg ik hen bijvoorbeeld uit hoe ze hun factuur kunnen domiciliëren. Rappels kosten immers ook geld. Of als ik zie dat een alleenstaande maandelijks 150 euro moet betalen voor zijn water, dan bekijken we samen of dat bedrag

overeenstemt met zijn verbruik en hoe hij zuiniger kan omgaan met water.”

Daarsie Dan vraagt Emilienne ons haar naar boven te volgen. Via een met vast tapijt beklede trap komen we in haar woonkamer. De ruimte geeft een nette en verzorgde indruk. “Sofie, wist je dat mijn man al die meubels indertijd nog gemaakt heeft?” Ze wijst naar de houten boekenkast, de salontafel, de televisiekast. “Mijn man was schrijnwerker. Twaalf jaar lang hebben we een winkel met kaders en passepartouts opengehouden in Aalst. Aan onze oude dag dachten we toen nog lang niet; een pensioenregeling was het laatste van onze zorgen. Nu betreur ik dat natuurlijk.” Emilienne ontpopt zich tot een hartelijke gastvrouw: “Wat kan ik jullie aanbieden om te drinken? Zet jullie maar neer, maak het Verrekijker |

jullie gemakkelijk!” Ondertussen fladdert ‘Daarsie’, de parkiet van Emilienne, lustig rond. Van zijn kooi vliegt hij naar de schou­ der van zijn baasje; hij wipt op haar hand en rept zich even snel weer naar de andere uithoek van de kamer. “Ik heb altijd zuinig geleefd”, vertelt Emili­ enne. “Zo ben ik geboren. We waren thuis met zes kinderen. Mijn moeder heeft ons altijd ingepeperd dat we het kraantje niet mochten laten lopen als dat niet nodig was en dat we de deur moesten sluiten om de warmte binnen te houden. Ik ben dat heel mijn leven uit vrije wil blijven doen, maar nu moet het wel. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het ooit betert.”

Poetsen met badwater

Emilienne blijkt bijzonder spaarzaam te kun­

nen omgaan met water: “Als ik groenten was, dan houd ik het water bij om mijn plan­ ten te gieten. En het badwater gebruik ik om de trap mee schoon te maken of om door te spoelen. Dat kost me extra tijd en moeite, maar zo spaar ik heel wat geld uit.” Emilienne doet drie dagen per week vrijwil­ ligerswerk in een rusthuis in Dendermonde. “Die oude mensen zijn ook vaak alleen. Een babbel of hen gewoon eens vastpak­ ken, daar fleuren ze al van op. We spelen samen Bingo, of ik begeleid hen naar de petanquebaan. Als het rusthuis een activiteit organiseert, dan help ik waar ik kan.” Dan is het tijd om afscheid te nemen. Maar niet vóór Daarsie een serenade geeft: “Eén, twee, drie, vier, hoedje van, hoedje van”, zingt hij, parmantig gezeten op de schouder van Emilienne. “Als ik Daarsie niet had, zou ik niet weten wat gedaan”, lacht Emilienne.

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

27


ELKE VLAMING HEEFT RECHT OP

Wegwijs in je waterfactuur Goed geregeld = geld gespaard

15 KUBIEKE METER GRATIS DRINKWATER

Wat staat er precies op je waterfactuur? Hoeveel kost kraantjeswater? De antwoorden op die en vele andere vragen worden vanaf begin oktober 2012 een stuk makkelijker. Dan lanceert de Vlaamse Milieumaatschappij een informatiecampagne voor mensen in armoede over het waterverkoopreglement. Een brochure en een website in eenvoudige taal moeten hen wegwijs maken in hun rechten en plichten. Katrien Smet van de VMM: “Elke inwoner van Vlaanderen heeft recht op 15 kubieke meter gratis water per jaar. Maar als je de waterfactuur niet betaalt, sluit de watermaatschappij het water af en komt er geen druppel meer uit de kraan. Van die rechten en plichten is lang niet iedereen op de hoogte, hebben we gemerkt. In samenwerking met ervaringsdeskundigen, OCMWmedewerkers en armoedeverenigingen hebben we een brochure gemaakt over het waterverkoopreglement. Daarin vind je alle antwoorden op je vragen: hoe geef je de stand van je meter door? Hoeveel kost water uit de kraan? Wat staat er op je factuur? We bezorgen de brochure onder meer aan de OCMW-centra in heel Vlaanderen, aan thuisbegeleidingsdiensten en armoedeverenigingen.”

Sofie Philips, maatschappelijk assistente bij het Sociaal Huis van Dendermonde, vindt dat een goed initiatief. “De brochure legt klaar en duidelijk uit waar het op staat. Ik ben zelf ook niet altijd thuis in de materie, maar met de informatie in de brochure is die kennis snel opgefrist en kan ik mijn cliënten helder uitleggen wat hun rechten en plichten zijn. Zo kan ik hen bijstaan waar nodig.” Ontdek je rechten en plichten over water, aansluiting en factuur op www.vmm.be/waterloket of bel gratis 1700, het nummer van de Vlaamse overheid.

28

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


VISIE

Steden leren leven

met water

De Seine in Parijs, de Rijn in Mainz en dichter bij huis de Leuvense Dijle hebben één ding gemeen: al die rivieren teisterden in het verleden de steden in hun vallei al meermaals met overstromingen. In het project FloodResilienCity (FRC) zoeken acht West-Europese watersteden samen naar oplossingen om hun centra tegen overstromingen te wapenen. Van amfibiewoningen tot mobiele voetpaden: steden doen ervaring op over hoe ze het efficiëntst het hoofd boven water kunnen houden. Verrekijker |

Wapenstilstand 2010. Aanhoudende stortre­ gens geselen ons land. Overal komt het tot zware wateroverlast. Zelfs het kanaal BrusselCharleroi weet geen blijf met de massa’s water die in een ijltempo worden aangevoerd. Het water zoekt zich een weg naar de woonkernen van Halle, Beersel en Sint-Pieters-Leeuw. In Leuven blijven de overstromingen uit, maar het gecontroleerde overstromingsgebied (GOG) in Egenhoven en het natuurlijke overstromingsge­ bied de Doode Bemde raken tot aan de rand gevuld. Dat GOG was nog maar vier jaar eerder aangelegd en moest Leuven vrijwaren van extreme overstromingen.

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

29


Ivo Terrens van de VMM: “Dat de meest geavanceerde beschermingsmaatregelen amper volstonden om de zondvloed in te dijken, doet vragen rijzen over de manier waarop we met overstromingen omgaan. Hoe kunnen we in Vlaanderen overstromin­ gen voorkomen of beperken, en tegen welke prijs? Wat is maatschappelijk haalbaar? Hoe kan de bevolking zelf bijdragen? Onze visie op omgaan met overstromingen is door de jaren heen danig geëvolueerd.”

Als infrastructuurwerken aan het eind van hun Latijn zijn, welke alternatieven resten ons dan nog om mensen te beschermen tegen hoogwater? Niet alleen in Vlaanderen breken we ons daar het hoofd over; het is ook de centrale vraag van het Europese Interreg NWE-project FloodResilienCity (FRC). Acht steden uit Noordwest-Europa bundelen hun krachten en bekijken hoe ze hun centra aan het water kunnen bescher­ men tegen overstromingen.

Razend water

Draconische maatregelen

De voorbije tien jaar ging het aantal over­ stromingen wereldwijd in stijgende lijn.

In de nabije toekomst zal de klimaatverandering nog meer extreme waterover­

Verhinderen dat het water in gebouwen binnendringt en schade aanricht: dat wordt bedoeld met ‘Alleviation’, het verhinderen van overstromingen. Het gaat daarbij om de klassieke beschermingsmaatregelen. “In armbevolkte regio’s met weinig infrastruc­ tuur en een beperkte kans op wateroverlast, volstaan die old school maatregelen. Maar tegen extreme weersomstandigheden zijn ze niet meer opgewassen.”

Amfibiewoningen Om die uitdagingen de baas te kunnen, dringen alternatieven zich op. ‘Avoidance’, of het vermijden van schade van zodra het

De voorbije tien jaar ging het aantal overstromingen wereldwijd in stijgende lijn.

Zware wateroverlast lijkt vandaag de regel te zijn, ook in Vlaanderen. Ivo Terrens: “Als we de neerslagstatistieken van de voorbije honderd jaar onder de loep nemen, zien we dat er in totaal niet echt meer neerslag valt, maar dat het vaker kort en hevig regent. De hoeveelheid neerslag die vroeger in één maand tijd viel, valt nu soms in twee uur uit de hemel. Het gevolg is dat riolen en beken de toevloed van water niet meer aankun­ nen. Onze overstromingsinfrastructuur is uit­ gerust om te beschermen tegen waterover­ last van een bovengemiddeld kaliber. Maar ze is niet opgewassen tegen de extreme weersomstandigheden van de laatste jaren. Vroeger volstond het om een technische oplossing uit te werken. Maar vandaag zijn de meest geavanceerde bouwwerken niet meer opgewassen tegen de kracht van het water.”

30

Verrekijker |

last veroorzaken, zo stellen de partners van het FRC-project vast. Vooral steden ontbreekt het aan ruimte en geld om die dreiging met de klassieke beschermings­ maatregelen te lijf te gaan. Ivo Terrens: “Parijs beschikt nu al over vier grote wachtbek­ kens. Om de stad te beschermen tegen extreme overstromingen, zou in principe een bijkomend wachtbekken van 50 miljoen vierkante meter moeten worden gebouwd. Dat kost niet alleen handenvol geld, maar betekent ook dat enkele dorpen buiten de stad zouden moeten verdwijnen.” Om zulke draconische maatregelen te ver­ mijden gaan de FRC-partners op zoek naar alternatieven om weerbaarder (‘resilient’) te worden tegen overstromingen. De voorge­ stelde aanpak gaat uit van een viersporen­ beleid dat draait rond vier ‘A’s’: Alleviation, Avoidance, Awareness en Assistance.

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

water de woning nadert, keert de traditio­ nele logica om. Eerder dan het water uit alle macht uit huizen en andere bedreigde sites te weren, worden gebouwen zo gebouwd of ingericht dat ze weinig schade ondervinden van een overstroming. Ivo Terrens: “Denk maar aan drijvende woningen, huizen op kolommen of over­ stroombare kruipkelders. Ook binnenin kun je huizen in overstromingsgebied weerbaar maken door resistente materialen als beton te gebruiken en door de stopcontacten hoog genoeg te plaatsen. Het doel is niet langer om overstromingen te verhinderen, integendeel, het water behoudt de ruimte die het nodig heeft. Waar het risico op wateroverlast reëel is, wordt de bedreigde bebouwing resistent gemaakt.” “Die aanpak ziet overstromingen als een opportuniteit. Wateroverlast wordt om­


De hoeveelheid neerslag die vroeger in één maand tijd viel, valt nu soms in twee uur uit de hemel.

gebogen in een vooruitstrevende visie op steden en woongebieden, waarin water opnieuw de ruimte krijgt. Zo heeft Londen recent zijn toekomstplannen voorgesteld: hoe moet de stad de komende honderd jaar evolueren? Dat stadsvernieuwings­ project schrijft onder andere voor dat alle nieuwe gebouwen aan de Theems overstro­ mingsproof moeten zijn.” Ook Nederland, met zijn historische strijd tegen het water, is een kei in waterrobuust bouwen. Daar vind je zelfs amfibiewonin­ gen: die staan op de vaste grond, maar gaan drijven als het overstroomt.

Sms-alarm Ook de Britten kunnen uitpakken met inspirerende voorbeelden. In het Wakefield

Waterfront-project detecteren sensoren de waterstand. Zodra het water een alarme­ rend peil bereikt, worden er sms-berichten verstuurd. Dan klapt het voetpad op en gaat het als dam fungeren. Mensen die verrast worden aan de verkeerde kant van de dam, hebben noodladders ter beschikking. In Mainz vertaalde de bouwmeester de prin­ cipes van overstromingsresistent bouwen naar een appartementsgebouw met over­ stroombare garages. Maar ook in eigen land vinden we inspirerende projecten. Aan de oever van de Dijle in Leuven zijn er terrassen aangelegd die onderlopen als het waterni­ veau stijgt. Een blikvanger die wil sensibili­ seren. Mooi meegenomen: de inwoners van Leuven hebben er een aangename zitplek bij en genieten van het contact met het water.

Verrekijker |

Waterdichte coating De principes van ‘Avoidance’ worden in Vlaanderen momenteel ook al toegepast bij de bouw van nieuwe woningen in risicoge­ bied. Bij het verlenen van een vergunning volgt de overheid de procedure van de watertoets. Kan het bouwproject schade berokkenen aan het watersysteem of schade oplopen door het water? Als dat inderdaad het geval is, stelt ze maatregelen voor om de schade te voorkomen of te herstellen. Zo moeten woningen in overstromingsgevoe­ lige zones uitgerust zijn om zichzelf tegen wateroverlast te beschermen. Bestaande woningen wapenen tegen overstromingen is minder vanzelfsprekend. Toch zijn ook daar concrete ingrepen mo­ gelijk. Dat gaat van het aanbrengen van een

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

31


“Hoe kunnen we in Vlaanderen overstromingen voorkomen of beperken?”

Ivo Terrens, VMM

Het gecontroleerde overstromingsgebied (GOG) in Egenhoven moet Leuven beschermen tegen overstromingen.

32

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012


“Er zouden te veel huizen moeten sneuvelen” De mens levert al eeuwen een gevecht tegen het water. Om ons tegen het wassende water te beschermen, bouwden we kilome­ ters dijken en verbreedden en verdiepten we rivierbeddingen. In een later stadium verwachtten we heil van pompstations. Maar tegelijk kwamen er onophoudelijk huizen en wegen bij en nam de intensieve landbouw toe. Daardoor verdween de natuurlijke waterbuffering in de valleien en bleek de traditionele overstro­ mingsaanpak ontoereikend. Dijken en pompstations konden de overvloed aan water niet langer verwerken.

waterdichte coating op de buitenmuren tot het opvullen van barsten en oude voegen. Een architectenvereniging werkt momenteel concrete tips en technische fiches uit om huizen te beveiligen. Recent publiceerde de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) de brochure en internetapplicatie Overstromingsveilig bouwen en wonen (zie p. 36).

Zelfredzaam Burgers kunnen heel wat doen om hun woning te beschermen of zo te bouwen dat bij wateroverlast de schade beperkt blijft. Het is aan de overheid om die zelfredzaam­ heid te ondersteunen en te stimuleren:

Vijftien jaar geleden kreeg het concept van gecontroleerde overstromingsgebieden vorm. Ivo Terrens: “Overtollig water kreeg opnieuw ruimte naast rivieren, daar waar die van oudsher op natuurlijke wijze buiten hun oevers traden. Die aanpak helpt om het overtollige water in eerste instantie in de valleien te buf­ feren.” Toch bleek al snel dat ook de beschikbare valleiberging voor extreme wateroverlast geen zoden aan de dijk zou brengen. “Om van valleien volwaardige overstromingsbuffers te maken, zouden te veel huizen moeten sneuvelen”, verduidelijkt Ivo Ter­ rens. “Voor zulke ingrepen bestaat vandaag geen maatschappelijk draagvlak.”

daar draait het ‘Awareness’-beleid om. Ivo Terrens: “Een overstromingsveilig Vlaanderen is de verantwoordelijkheid van ons allen. Als overheid moeten we de mensen bewustma­ ken van de risico’s van overstromingen. We moeten burgers stimuleren om zelf mee ac­ tie te ondernemen en hun huis en omgeving tegen hoogwater te beschermen.” Dat neemt niet weg dat getroffenen voor, tijdens en na een overstroming moeten wor­ den geholpen. Die bijstand of ‘Assistance’ gaat veelal om acties van de hulpdiensten, zoals het hoger wegbergen van huisraad of de schoonmaak nadien. In België zijn rampenbestrijding en noodhulp een federale bevoegdheid. Ivo Terrens: “Toch moeten ook

Verrekijker |

wij ons de vraag stellen hoe wij als Vlaamse overheid getroffen burgers het best kunnen helpen. Zo kan het leger vandaag pas te hulp schieten als het kwaad al is geschied. Als waterbeheerder kunnen we dat debat aan­ kaarten en op de politieke agenda zetten.”

Meer weten? www.floodresiliencity.eu, www.watertoets.be

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

33


KORT

Shop jij

groen?

Meer informatie over huizen in

overstromingsgebied Kopers en huurders die op zoek zijn naar een huis, krijgen binnenkort meer informatie over of hun nieuwe woonst al dan niet in overstromingsgevoelig gebied ligt. De Vlaamse regering paste hiervoor het decreet Integraal Waterbeleid aan, waardoor die informatieplicht reeds geldt vanaf de publiciteit verbonden aan de verkoop of het verhuur van huizen. Via een ‘waterparagraaf’ wordt die informatie opgenomen in vastgoedaktes.

Samen

onder één dak Tot voor kort opereerde de buitendienst Bovenschelde, Gentse Kanalen en Dender van de VMM vanuit vier verschillende locaties in het Gentse. Sinds eind augustus huizen alle medewerkers van de vijf afdelingen en elf diensten samen in een nieuw en duurzaam gebouw. Marc Van Verre, hoofd buitendienst: “Die fysieke centralisatie maakt het makkelijker om over de afdelingen en diensten heen samen te werken. Dat kan de efficiëntie alleen maar ten goede komen.”

Nieuw adres: Vlaamse Milieumaatschappij Buitendienst Bovenschelde, Gentse Kanalen en Dender Raymonde de Larochelaan 1 9051 Sint-Denijs-Westrem Tel.: 09 221 80 86 Fax: 09 221 99 44

34

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

Eén op twee Vlamingen laat zich bij zijn aankopen leiden door het milieu. Bovendien wil 70 procent in de toekomst milieubewuster aankopen. Dat blijkt uit een enquête van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Die peilde bij duizend consumenten onder meer naar kennis van afvalstromen, draagvlak van ecolabels en milieubewust gedrag. De OVAM besluit dat we ons wel bewust zijn van de milieuproblematiek, maar dat dat onze aankopen daarom niet altijd ‘groener’ maakt. We zijn dus te snel tevreden. Als we toch de groene keuze maken, is dat vaak uit verantwoordelijkheidszin en omwille van persoonlijke voordelen. Tot slot pleit de OVAM voor meer en betere informatie over milieubewuste aankopen, bijvoorbeeld door eenvoudige en allesomvattende ecolabels. Het volledige onderzoek Milieuverantwoorde consumptie vind je op www.ovam.be.


Treemagotchi

voor jonge ouders

Vergeet Tamagotchi, zo’n nephuisdier dat je met veel goede zorgen virtueel in leven houdt. De online Treemagotchi-boom is een veel zinvoller idee! Wat heeft het Treemagotchi-zaadje nodig om uit te groeien tot een boom voor het leven? Het is eenvoudig: een Treemagotchi-boom fleurt op bij elke actie die je als jonge ouder onderneemt om je huishouden een tikje duurzamer te maken. Je hoeft het allemaal niet ver te zoeken: een eenvoudig maar verrukkelijk vegetarisch babymaal klaarmaken, een slab­ betje knutselen uit een oud T-shirt, biovoeding kopen in je buurt, spaarzaam omgaan met elektriciteit, … Treemagotchi is laagdrempelig en schenkt je een boom, waar je levenslang de vruchten van plukt. Met de paplepel maak je je kinderen op een ongedwongen manier vertrouwd met de eenvoud van duurzaamheid in het dagelijkse leven. Meer info: www.treemagotchi.be

Kwaliteit zwemwater

onze stempel op het Samen drukken we dagelijks n. Dat doen we met veel milieubeleid in Vlaandere geven ook op het overtuiging. Heel wat collega’s . We gaan dit jaar voor werk het goede voorbeeld s. Het is een kwestie nog meer milieu-ambassadeur van willen en doen.

nauwgezet bewaakt

Frank Van Sevencoten Aalst

100% recycled paper

Administrateur-generaal,

27/06/12 16:06 en.indd 1

_Vmm_Frank_Van_Sevencot

080612_Postercampagne_Wil

VMM’ers

geven het voorbeeld De VMM drukt dagelijks haar stempel op het milieubeleid in Vlaanderen. Met de postercampagne ‘De wil is er, bij jou ook?’ roept Frank Van Sevencoten, administrateur-generaal van de VMM, zijn medewerkers op om als milieuambassadeur ook zelf de daad bij het woord te voegen. Bijvoorbeeld door met een duurzame gedragsverandering een actieve rol te spelen in de wereldwijde klimaatverandering. Tientallen VMM-medewerkers antwoorden volmondig ‘ja’ en laten zich inspireren door eenvoudige en haalbare tips. Minder afval, duurzame voeding en anders mobiel, dat zijn dit jaar de speerpunten van hun concrete acties voor een beter leefmilieu.

Bij mooi weer is er ook in de nazomer niets heerlijkers dan een verfrissende duik in zee. Dat kan in Vlaanderen met een gerust hart, want de hele zomer lang controleert de VMM de kwaliteit van het zwemwater aan de kust en in de zwem- en recreatievijvers in het binnenland. In opdracht van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid test de VMM het water op de aanwezigheid van bacteriën en virussen die schadelijk kunnen zijn voor de badgasten. Voor het kustwater valt de waterkwaliteit vooral terug na hevige regenbuien. Als het overvloedig regent, kunnen rioleringen de grote hoeveelheid regenwater niet aan. Daardoor komt ongezuiverd afvalwater in rivieren en beken terecht en stroomt het van daar naar zee. De VMM hanteert een strikte kwaliteitscontrole. Van half juni tot midden september onderzoekt de VMM de 42 zwemzones aan de kust gemiddeld anderhalve keer per week. Voor de zwemvijvers gebeurt dat wekelijks en voor de recreatievijvers om de twee weken. Benieuwd naar de waterkwaliteit van jouw favoriete badplaats? Kijk op www.kwaliteitzwemwater.be!

Verrekijker |

EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ | SEPTEMBER 2012

35


Hoe houdt u uw huis droog?

De voorbije jaren bleef Vlaanderen niet gespaard van overstromingen. Reden te meer om ook uw huis door te lichten. Twaalf droge tips om zwakke plekken waterdicht te maken. Bouw waterveilig

1. Zorg ervoor dat de vloer van de benedenverdieping ongeveer dertig centimeter hoger ligt dan de hoogst gekende overstromingshoogte. Ga hiervoor te rade bij uw gemeente. 2. Een overstroming veroorzaakt extra druk op de riolen, met omgekeerde stroming als mogelijk gevolg. Laat terugslagkleppen plaatsen om dat te verhinderen. 3. Bouw bij voorkeur geen ondergrondse constructies bij nieuwbouw. Kiest u toch voor ondergrondse ruimten, bewaar er dan geen kostbaar materiaal of woon er niet in.

12 WATERDICHTE

TIPS

Deze woningen op kolommen in recreatiedomein De Gavers zijn bestand tegen overstromingen.

Maak uw woning waterbestendig

4. Plaats elektrische toestellen op voldoende hoogte of op een hogere verdieping. 5. Plaats stopcontacten, elektriciteitskasten en de meterkast hoog genoeg. 6. Werk vloeren af met waterbestendig materiaal, zoals beton, tegels of vinyl.

Hou het overstromingswater uit uw huis

7. Dicht barsten in uw buitenmuren af. 8. Vul oude voegen opnieuw op. 9. Sluit deuren, poorten en kelderopeningen af met waterdichte, aansluitende schotten, zodra het water uw woning nadert.

Wat bij schade na een overstroming?

10. Wees voorzichtig! Het gebouw is misschien onstabiel geworden. 11. Neem zo snel mogelijk contact op met uw verzekeraar. Hij brengt uw schaderegeling op gang. 12. Neem foto’s van de beschadigde plaatsen. Die bewijsstukken zijn onmisbaar in uw verzekeringsdossier.

Meer tips? U kunt de brochure Overstromingsveilig bouwen en wonen gratis bestellen bij de CoĂśrdinatiecommissie Integraal Waterbeleid via 053/72 65 07 of secretariaat_ciw@vmm.be.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijker_september_2012.pdf by Vlaanderen-be - Issuu