Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/062
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/062
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 19 januari 2022 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Denderleeuw om een afschrift te krijgen van de lijst leegstaande gebouwen/woningen in de gemeente. Op 24 februari 2022 bezorgde de gemeente Denderleeuw de gevraagde lijst waarbij naast de naam van eigenaars ook de huisnummers op grond van artikel II.34 van Bestuursdecreet, werden geschrapt. Op 4 maart 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van de gemeente Denderleeuw. Dit beroep werd geregistreerd op 7 maart 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 19 januari 2022. De beslissing van de gemeente Denderleeuw dateert van 24 februari 2022. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift d.d. 4 maart 2022 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Beroeper heeft begrip voor het schrappen van de identiteit van de eigenaars maar kan zonder de huisnummers niet de juiste prospecties uitvoeren. Bovendien geven andere gemeenten en steden bij dergelijke lijst wel de huisnummers vrij, zodat hij niet begrijpt dat dit in Denderleeuw niet kan.
2. Standpunt van de beroepsinstantie Aangezien beroeper in zijn beroepschrift stelt begrip te hebben voor het schrappen van de identiteit van de eigenaars, gaat de beroepsinstantie ervan uit dat het beroep zich beperkt tot de geweigerde openbaar making van de huisnummers in het register leegstaande gebouwen/woningen. De beslissing van de gemeente Denderleeuw om ook de huisnummers te schrappen in het vrijgegeven geanonimiseerd register van de leegstaande woningen, druist in tegen het standpunt van de beroepsinstantie, daarbij verwijzend naar haar eerdere beslissingen, onder andere de beslissing die werd genomen in het dossier OVB/2020/340, waarvan de motivering op dit punt ook op het voorliggende beroepsdossier van toepassing is en om die reden hier wordt hernomen. Dienaangaande stelt de beroepsinstantie vast dat artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet de verplichting bevat om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Niettemin is hier, hoewel het om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, tevens een relatief aspect aanwezig. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2002-2003, nr. 1732/1, blz.25). De beroepsinstantie stelt vast dat, in het concrete voorliggende geval, diverse coördinaten van de leegstaande panden, zijnde de straatnamen, de huisnummers en busnummers, beschouwd kunnen worden als gegevens behorende tot de persoonlijke levenssfeer van de eigenaars van de betrokken leegstaande panden. Evenwel acht de beroepsinstantie het noodzakelijk om in concreto de vraag te stellen of de openbaarmaking van deze gegevens, zonder vermelding van de namen van de eigenaars, al dan niet afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/062
pagina 2 van 4
Daarbij is het vooreerst duidelijk dat het openbaar maken van de betrokken gegevens niet gelijkgesteld kan worden met het openbaar maken van de namen van de eigenaars van de betrokken panden. De beroepsinstantie is van oordeel dat in dit concrete geval het openbaar maken van de betrokken (voormelde) gegevens op zich, zonder het openbaar maken van de namen van de eigenaars, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Deze conclusie kan de toets aan de vijf niveaus die binnen het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ kunnen worden onderscheiden (SCHRAM, F, “Tussen openbaarheid en privacy”, Brussel, Politeia, 2006, p. 20 en volgende), immers met succes doorstaan. Op de eerste plaats wordt geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de privacy of het privéleven in de strikte en klassieke betekenis van het begrip. De identificatie van een leegstaande woning aan de hand van de vrijgave van de coördinaten ervan, maar zonder vermelding van de namen van de eigenaars, betekent niet dat binnengedrongen wordt in het deel van iemands leefwereld dat hij afgeschermd wil houden van de buitenwereld, zoals de persoonlijke of professionele integriteit van de betrokken eigenaars. Precies omdat het om een leegstaand pand gaat, wordt hierdoor geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de persoonlijke leefwereld van de betrokken eigenaar, temeer daar de namen van de eigenaars niet worden vrijgegeven. Op de tweede plaats worden, door het vrijgeven van de betrokken gegevens, evenmin gegevens openbaar gemaakt die verband houden met, of een aantasting zouden inhouden van, de vrije omgang van de betrokken eigenaars met de medemens. Dit aspect van de persoonlijke levenssfeer is niet aan de orde, aangezien de namen van de eigenaars niet worden vrijgegeven, zodat de zogenaamde relationele privacy in casu niet wordt geschonden. Op de derde plaats kan, betreffende het leegstandsregister worden gesteld dat aangezien de betrokken gegevens uit dit register per definitie betrekking hebben op leegstaande gebouwen of woningen, de vrijgave van de betrokken gegevens, niet geacht worden een inbreuk te vormen op het recht op zelfbeschikking van het individu, in casu de betrokken eigenaars, waarbij onder meer wordt verwezen naar de vrije keuze inzake het betreden en verlaten van de eigen woning. De in de inventaris opgenomen panden zijn immers per definitie leegstaand, en kunnen bijgevolg niet gelijkgesteld worden met de woningen van de betrokken eigenaars. Op de vierde plaats is de beroepsinstantie van oordeel dat het vrijgeven van de betrokken gegevens geen afbreuk doet aan de zogenaamde informationele privacy, zijnde het recht dat elk individu heeft om te beschikken over alle gegevens die over hem handelen. In het voorliggende geval wordt met de vrijgave van de betrokken gegevens, zonder koppeling ervan aan de namen van de betrokken eigenaars, enkel zakelijke informatie vrijgegeven die ontkoppeld is van de persoonlijke levenssfeer. Het niveau van de informationele privacy is in voorliggend geval niet aan de orde. Op de vijfde plaats stelt de beroepsinstantie vast dat de vrijgave van de betrokken gegevens evenmin afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de mate dat deze begrepen kan worden als deel uitmakend van de virtuele werkelijkheid (elektronisch handelen, geautomatiseerde besluitvorming,…). Dit niveau van persoonlijke levenssfeer is in casu evenmin aan de orde. Uit het voorgaande onderzoek van de beroepsinstantie volgt dat de vrijgave van de betrokken huisnummers van de leegstaande gebouwen/woningen, zonder vermelding van de namen van de eigenaars ervan, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken eigenaars. Overigens is het niet omdat iets een link kan hebben met de persoonlijke levenssfeer, dat de vrijgave ervan noodzakelijkerwijze afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/062
pagina 3 van 4
Kortom, de beroepsinstantie is van oordeel dat de openbaarmaking van de geanonimiseerde registers met vermelding van de huisnummers van de leegstaande panden geen schending inhoudt van de persoonlijke levenssfeer. Het beroepschrift dient bijgevolg als gegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 4 maart 2022 tegen de beslissing van de gemeente Denderleeuw dd. 24 februari 2022 wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Denderleeuw de gevraagde lijst van leegstaande gebouwen/woningen inclusief de huisnummers openbaar te maken door er een afschrift van te verlenen, met dien verstande dat de erin vermelde namen en andere gegevens waaruit de identificatie van een natuurlijk persoon kan worden afgeleid, dienen te worden geschrapt.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 1 april 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/062
pagina 4 van 4