Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/431
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur
Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 24 september 2021 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de schepen van stadsontwikkeling en Ruimtelijke planning van de stad Gent, bij WoninGent, bij de provincie Oost-Vlaanderen en bij Sogent om een afschrift te verkrijgen van alle notulen en bijlagen van zowel de Raad van Bestuur als de bestuursraad omtrent het Caermersklooster, de bezetting, de verkoop, etc. Dit houdt ondermeer in: • de haalbaarheidsstudie en daarop gebaseerde informatie • de notulen van de RvB van zowel WoninGent als Sogent • communicatie met Oost-Vlaanderen over de beslissing van verkoop en uitzetting van de actiegroep 'Pandemisten' • alle huidige en toekomstige plannen omtrent het participatie traject over het Caermersklooster Verzoeker meldt dat de verschillende instanties hebben nagelaten om binnen de decretaal bepaalde termijn een beslissing te treffen. Op 26 november 2021 stelde verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. Op 29 november 2021 werd het beroep geregistreerd door de beroepsinstantie Op 23 december 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen.
www.vlaanderen.be
Ontvankelijkheid van het beroep In tegenstelling tot de bewering van beroeper, stelt de beroepsinstantie vast dat WoninGent, de provincie Oost-Vlaanderen en Sogent voorafgaand aan het beroep wél een beslissing meedeelden aan verzoeker. De beslissing van SoGent dateert van 3 november 2021 en maakt melding van de beroepsmogelijkheid en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep dd. 26 november met betrekking tot de beslissing van Sogent is dan ook tijdig ingediend en ontvankelijk. De beslissing van WoninGent dateert van 16/11/2021 en maakt melding van de beroepsmogelijkheid en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep dd. 26 november met betrekking tot de beslissing van WoninGent is dan ook tijdig ingediend en ontvankelijk. In haar beslissing vroeg WoninGent aan verzoeker om zijn aanvraag inzake “alle notulen en bijlagen van
zowel de Raad van Bestuur als de bestuursraad (interne werking, valt ruim te interpreteren) omtrent het Caermersklooster, de bezetting, de verkoop, etc.” te preciseren. Conform artikel II.43,§2 begint een nieuwe termijn van twintig kalenderdagen te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft. Aangezien verzoeker nooit op deze vraag reageerde is het beroep wat deze stukken betreft dan ook voortijdig en onontvankelijk.
Uit het dossier van de provincie Oost-Vlaanderen blijkt dat deze instantie verzoeker tot 2 maal toe (op 8/10/2021 en 25/11/2021) heeft gewezen op artikel II.40 §2 van het Bestuursdecreet en expliciet heeft gevraagd om zijn verzoek te vervolledigen met zijn adresgegevens. Verzoeker heeft hierop evenwel niet geantwoord. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat verzoeker ondanks herhaaldelijk verzoek van de provincie Oost-Vlaanderen nergens zijn adres heeft bezorgd aan de betrokken overheidsinstantie. Artikel II.40, §2 van het Bestuursdecreet is in dat verband heel duidelijk:
“De aanvraag bevat de volgende informatie: 1° de naam van de aanvrager, 2° het adres van de aanvrager; 3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren; 4° de keuze voor inzage of afschrift.”
Het Bestuursdecreet voorziet dus heel specifiek dat de aanvrager zijn adres moet meedelen aan de betrokken overheidsinstantie. In de memorie van toelichting bij dat decreetartikel wordt hieromtrent verder verduidelijkt dat het vroeger (situatie bij het oude openbaarheidsdecreet van 26 maart 2004) volstond dat de aanvrager zijn correspondentieadres (bij voorbeeld enkel een mailadres) vermeldde, doch nu wordt bepaald dat het postadres wel degelijk moet vermeld worden en dat het mailadres niet louter volstaat, dit om te vermijden dat openbaarheidsverzoeken kunnen worden ingediend onder fictieve naam (bij voorbeeld via een makkelijk aan te maken gmail-account). In casu wordt vastgesteld dat beroeper niet heeft gereageerd op het verzoek van de provincie OostVlaanderen om zijn postadres mee te delen. De betrokken overheidsinstantie kon dus onmogelijk het postadres van verzoeker achterhalen, wat nochtans een uitdrukkelijke ontvankelijkheidsvoorwaarde is die werd ingeschreven in artikel II.40 van het Bestuursdecreet. De provincie Oost-Vlaanderen heeft in casu verzoeker gewezen op voormelde ontvankelijkheidsvereiste en in afwachting van de adresgegevens terecht nog geen inhoudelijke beslissing genomen. Verzoeker heeft het dan ook enkel aan zichzelf te wijten dat hij nog geen inhoudelijke beslissing van de provincie Oost-Vlaanderen heeft mogen ontvangen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 2 van 14
Aangezien de beroepsinstantie nu is gevat in beroep op grond van artikel II.48 van het Bestuursdecreet, beschikt zij over de volle bevoegdheid om tevens het oorspronkelijk verzoek om openbaarmaking van bestuursdocumenten in zijn geheel te toetsen aan alle ontvankelijkheidsvoorwaarden, zoals voorzien in Titel II, hoofdstuk 3, afdeling 4 van het Bestuursdecreet. Aangezien beroeper bij het indienen van het beroep spontaan een adres vermeldt in het mailbericht aan de beroepsinstantie, is in graad van beroep de ontvankelijkheidsvoorwaarde wel vervuld zodat het beroep ontvankelijk is. Het oorspronkelijke verzoek aan de stad Gent was gericht aan het mailadres van de schepen van de stad. Artikel II.40, § 1, eerste lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 luidt: “De aanvraag [tot openbaarmaking] wordt per brief, e-mail of, in voorkomend geval, webformulier ingediend bij de overheidsinstantie die het bestuursdocument bezit.” In de parlementaire bespreking van voormeld decreetartikel uit het Bestuursdecreet is vermeld dat de burger de mogelijkheid krijgt om zijn aanvraag via brief of elektronisch bericht in te dienen. Gelet op de huidige moderne communicatiemiddelen is het wenselijk om de mogelijkheden van de e-mail of een webformulier op te nemen, waardoor de behandeling van de aanvragen vlotter kan verlopen. Om die reden mag een aanvraag ook in een e-mail worden gericht aan de overheidsinstantie in kwestie. De Raad van State stelt evenwel in arrest nr. 250.563 van 11 mei 2021 het volgende daaromtrent: “Daarmee is echter niet gezegd is dat de aanvrager elk e-mailadres met de domeinnaam van de betrokken
overheidsinstantie mag gebruiken en al zeker niet in het geval van een bestuur met een omvang, zoals in casu het geval is voor de VRT.
Dit aannemen, zou net een obstakel opwerpen voor het door de decreetgever beoogde vlotter verloop van het onderzoek van de aanvraag door de overheidsinstantie. Een efficiënte organisatie van de diensten is met een laagdrempelige aanvraagprocedure verzoenbaar. Naast een “versoepeling van de administratieve lasten voor de burgers” is “de vereenvoudiging van de administratieve procedures” voor de decreetgever “een constante bekommernis”; de mogelijkheden van e-mail en webformulier zorgen ervoor dat “de behandeling van de aanvragen vlotter kan verlopen” (memorie van toelichting bij artikel II.40 in het ontwerp van bestuursdecreet, Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 70). De VRT heeft aldus, om te voldoen aan haar verplichtingen op het vlak van de passieve openbaarheid, gezorgd voor een toegankelijk webformulier en een uniek e-mailadres voor de burger die zijn aanvraag digitaal wil indienen en een welbepaald, specifiek postadres voor de burger die zijn aanvraag per brief indient. Door een dergelijk gecentraliseerd aanvraagpunt, kan de VRT ervoor zorgen dat elke aanvraag correct wordt ontvangen en tijdig wordt geregistreerd met het oog op verwerking vóór aanvang van de beroepstermijn; dat ze vervolgens door de bevoegde, daartoe door haar aangestelde personeelsleden tijdig wordt afgehandeld en dat ze, in het bijzonder, getoetst wordt aan de uitzonderingsgronden op de openbaarheid van bestuursdocumenten. Dit alles ook “zo snel mogelijk”, zoals de decreetgever het haar vraagt luidens artikel II.43, § 1, tweede lid, van het bestuursdecreet. Aan die uniforme procedure is afdoende bekendheid gegeven op haar website, wat de geschikte plaats is voor precies de burger die zijn aanvraag digitaal wil indienen. Voor aanvragen die naar een ander e-mailadres worden verstuurd, ontbreekt elke waarborg – ook voor de aanvrager – dat ze tijdig worden opgemerkt, geregistreerd en “zo snel mogelijk” worden onderzocht, inzonderheid wat de vereiste toets betreft aan de uitzonderingsgronden, met het oog op een inwilliging of een afwijzing.”
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 3 van 14
De beroepsinstantie stelt in casu vast dat het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek van verzoeker werd ingediend op het e-mailadres van de schepen van de stad Gent. De stad Gent heeft evenwel op haar website een speciaal online invulformulier voorzien voor vragen in het kader van openbaarheid van bestuur. https://stad.gent/nl/over-gent-stadsbestuur/stadsbestuur/speel-een-rol-het-beleid/ik-wil-meeweten/bestuursdocumenten-opvragen Doordat de aanvrager geen gebruik heeft gemaakt van het specifiek ter beschikking gestelde communicatiekanaal van de stad, heeft de stad Gent niet de mogelijkheid gehad om de aanvraag zo snel mogelijk in een register te noteren en de aanvraag overeenkomstig de artikelen II.42 en II.43 van het Bestuursdecreet binnen de decretaal voorgeschreven termijn te onderzoeken en te beantwoorden. De beroepsinstantie stelt dus vast, in uitvoering van het arrest nr. 250.563 van de Raad van State, dat er in deze specifieke casus nooit een ontvankelijk openbaarheidsverzoek werd ingediend door verzoeker bij de stad Gent, waardoor de stad nooit de kans werd geboden om een antwoord te formuleren op het openbaarheidsverzoek d.d. 24 september 2021. Bij gebrek aan ontvankelijk openbaarheidsverzoek vanwege verzoeker, is het ingediende beroepschrift tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Gent dan ook onontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Oorspronkelijk verzoek
Middels zijn verzoekschrift van 24 september 2021 wenste verzoeker een afschrift van een aantal documenten, die verband houden met de verkoop en de uitzetting van de actiegroep “Pandemisten” uit het Caermersklooster.
2.
Inhoud van het beroepschrift
In zijn beroepschrift meldt beroeper dat hij -op een automatische ontvangstmelding na- geen beslissing heeft mogen ontvangen. Bij gebrek aan een beslissing van de bevraagde instanties betreffende de opgevraagde documenten inzake het Caermersklooster, zag verzoeker zich genoodzaakt beroep in te dienen tegen de ontstentenis van beslissing. Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog een afschrift van de gevraagde documenten te verkrijgen.
3.
Standpunt van de beroepsinstantie
Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie contact opgenomen met de stad Gent, de provincie Oost-Vlaanderen, Sogent en WoninGent om de gevraagde documenten te krijgen en de verschillende instanties in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 4 van 14
Deel 1 : Beroep tegen de beslissing van Sogent Op 14 december 2021 bezorgde Sogent aan de beroepsinstantie een afschrift van haar communicatie met verzoeker. Zo mailde Sogent op 14 oktober 2021 aan verzoeker dat de beslistermijn werd verlengd en per mail van 3 november 2021 deelde Sogent volgende beslissing mee aan verzoeker : “…
Hierna vindt u de beslissing van Sogent in verband met de verschillende onderdelen van uw aanvraag. De haalbaarheidsstudie en daarop gebaseerde informatie: Sogent beschikt over een eindrapport opgemaakt door het studiebureau Miss Miyagi. Wij zijn van oordeel dat dit rapport aan u kan worden overgemaakt, met uitzondering van enkele gegevens in het rapport. Deze gegevens betreffen informatie aangaande een schattingsverslag, alsook de namen van enkele partijen die in het kader van een ruimtevraag werden geconsulteerd. Het studiebureau wenst deze gegevens niet publiek te maken, aangezien het studiebureau niet over een akkoord van de betrokkenen beschikt om die informatie publiek te maken. In artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet is bepaald dat een aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen voor zover het gaat om informatie die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Op basis van deze uitzonderingsgrond kunnen de bedoelde gegevens, die vrijwillig door Miss Miyagi aan SOGent werden verstrekt, maar die Miss Miyagi vertrouwelijk wenst te houden, niet openbaar worden gemaakt. Het eindrapport zal dan ook aan u worden bezorgd, zij het met weglating van de hierboven bedoelde gegevens. Wat betreft de verwijzing naar een schattingsverslag betreft het de weglating van één pagina/slide in het eindrapport, zijnde een pagina/slide die zich bevond vlak voor de pagina/slide betreffende “Planologische context: structuurplan 2018” (zijnde pagina/slide 38/110). Wat betreft de namen van enkele partijen die in het kader van een ruimtevraag werden geconsulteerd, werden op pagina/slide 58/110 de namen van deze partijen vervangen door de woorden “Diverse partijen i.h.k.v. een ruimtevraag geconsulteerd”. Gelet op de omvang van het eindrapport zal dit document afzonderlijk aan u worden bezorgd via WeTransfer. Naast het eindrapport van Miss Miyagi beschikt SOGent ook over een rapportage in verband met de financiële haalbaarheid, opgemaakt door het studiebureau Stadim. Er is in het Bestuursdecreet een uitzonderingsgrond voorzien die zich verzet tegen de openbaarmaking van deze financiële rapportage. In artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet is namelijk bepaald dat een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking afwijst indien ze van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een economisch, financieel of commercieel belang van de overheidsinstanties. Het zou nadelig zijn voor de economische, financiële of commerciële belangen van de bij het project betrokken overheidsinstanties om deze financiële rapportage publiek te maken, aangezien dat hun onderhandelingspositie met latere potentiële partners in het project zou aantasten, doordat die
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 5 van 14
laatsten door de openbaarmaking van de financiële rapportage zouden kunnen beschikken over voorkennis van informatie die zij met speculatieve doeleinden zouden kunnen aanwenden bij onderhandelingen met de betrokken overheden. In verband met deze uitzonderingsgrond dient een afweging te gebeuren tussen het belang van de openbaarmaking en het belang van de bescherming van de overheidsinstanties tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. In dit geval zien wij echter geen concreet belang tot openbaarmaking van deze financiële informatie, zodat we geen belang zien dat opweegt tegen het belang om de overheidsinstanties te beschermen tegen speculatieve risico’s. Bijgevolg kan de financiële rapportage opgemaakt door Stadim niet aan u worden overgemaakt. Voor wat betreft uw vraag naar “informatie gebaseerd op de haalbaarheidsstudie” kan ik u meedelen dat Sogent beschikt over een presentatie opgemaakt door Miss Miyagi voor de raad van bestuur van SOGent d.d. 27 mei 2021 en een gelijkaardige presentatie opgemaakt door Miss Miyagi voor het politiek en ambtelijk overleg bij de Stad Gent d.d. 20 mei 2021. Deze presentaties kunnen aan u worden overgemaakt, zij het met uitzondering van de namen van enkele partijen die in het kader van een ruimtevraag werden geconsulteerd (zijnde dezelfde informatie als deze die werd weggelaten uit het eindrapport – zie hierboven). Het weglaten van deze informatie is gebaseerd op dezelfde motivering als deze die hierboven reeds is vermeld i.v.m. de weglating van enkele namen uit het eindrapport. De presentaties zullen dan ook aan u worden bezorgd, zij het met weglating van de hierboven bedoelde gegevens. Het betreft hier (zoals in het eindrapport) de namen van enkele partijen die in het kader van een ruimtevraag werden geconsulteerd. De namen van deze partijen werden vervangen door de woorden “Diverse partijen i.h.k.v. een ruimtevraag geconsulteerd”, en dit op pagina/slide 14/42 van de presentatie voor de raad van bestuur van Sogent en op pagina 14/41 van de presentatie voor het politiek en ambtelijk overleg van 20 mei 2021. Deze presentaties zullen eveneens aan u worden bezorgd via WeTransfer. Alle notulen en bijlagen van zowel de Raad van Bestuur als de bestuursraad (interne werking, valt ruim te interpreteren) omtrent het Caermersklooster, de bezetting, de verkoop, etc.: In de notulen van de raad van bestuur van Sogent van de zitting van 27 mei 2021 werd een passage opgenomen omtrent het Caermersklooster en de studie hierover. We zijn van oordeel dat die aan u kan worden overgemaakt. Hierbij vindt u dan ook de desbetreffende passage in de bedoelde notulen: “Bespreekpunt: Caermersklooster De voorzitter deelt mee dat het de bedoeling is om te bekijken welke de mogelijkheden zijn voor de hele site. Sogent is geen eigenaar maar vanuit het stadsontwikkelingsgegeven, de centrale ligging en in de hoop dat de verschillende eigenaars (provincie, stad, WoninGent) niet gefragmenteerd te werk gaan, is er een oefening gemaakt.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 6 van 14
De studie is nog niet opgeleverd, nog niet overgemaakt aan de partners/eigenaars of behandeld geweest in de schoot van college of gemeenteraad. Toch wil de voorzitter deze toelichting in de vertrouwelijke omgeving van de raad van bestuur laten geven. Michiel Van Balen (Miss Miyagi) geeft toelichting bij de studie Caermersklooster.” De bedoelde toelichting aan de raad van bestuur werd gegeven aan de hand van de presentatie die door Miss Miyagi ten behoeve van de raad van bestuur werd opgemaakt en die hierboven reeds werd behandeld. Communicatie met Oost-Vlaanderen over de beslissing van verkoop en uitzetting van de actiegroep 'Pandemisten': Ik heb mij hierover bij Sogent intern bevraagd en, voor zover ons bekend, beschikt Sogent niet over bestuursdocumenten die hieraan beantwoorden. Wanneer een overheidsinstantie een aanvraag ontvangt die betrekking heeft op documenten die de overheidsinstantie niet bezit, dan dient die overheidsinstantie op basis van het Bestuursdecreet de aanvraag door te sturen naar de overheidsinstantie die de documenten vermoedelijk in bezit heeft. Wij vermoeden dat, indien en voor zover er hierover bestuursdocumenten zouden bestaan, die zich zullen bevinden bij WoninGent en/of de provincie Oost-Vlaanderen. Het is o.i. niet nodig dat wij uw aanvraag wat dit aspect betreft nog doorsturen naar deze instanties, aangezien u zelf uw vragen ook al aan deze instanties hebt gericht. Alle huidige en toekomstige plannen omtrent het participatietraject over het Caermersklooster: Vanwege de Dienst Beleidsparticipatie van de Stad Gent hebben wij vernomen dat dergelijke documenten niet bestaan. Uw aanvraag is dan ook, wat dit aspect betreft, zonder voorwerp. …” De beroepsinstantie heeft dan ook kunnen vaststellen dat met de mail van 3 november 2021 Sogent weldegelijk een beslissing aan beroeper heeft bezorgd. De beroepsinstantie kan dan ook niet anders dan op basis van deze beslissing het beroep te beoordelen. a) rapportage in verband met de financiële haalbaarheid Sogent weigert, op grond van artikel II. 35, 1° van het Bestuursdecreet, de openbaarmaking van de rapportage in verband met de financiële haalbaarheid, opgemaakt door het studiebureau Stadim. Artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet stipuleert dat een aanvraag om openbaarmaking dient afgewezen te worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat het financieel rapport heel wat financieel gevoelige informatie bevat inzake de haalbaarheid van het project. De openbaarmaking van deze gevoelige informatie is ongetwijfeld nadelig voor de economische, financiële of commerciële belangen van de 3 verschillende bij het project betrokken overheidsinstanties. De actiegroep Pandemisten verzet zich met hun bezettingsacties
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 7 van 14
tegen de verkoop van het Caermersklooster. Het leidt dan ook geen twijfel dat de openbaarmaking van dergelijke gevoelige financiële cijfers met o.a. eenheidsprijzen van huurprijzen per m², marktwaarde en verkoopsprijzen van de verschillende panden van de immens grote site de onderhandelingspositie van de eigenaars met latere potentiële partners in het project zou aantasten, doordat die laatsten door de openbaarmaking van de financiële rapportage zouden beschikken over voorkennis van informatie die zij met speculatieve doeleinden zouden kunnen aanwenden bij onderhandelingen met de betrokken overheden. De beroepsinstantie deelt de redenering van Sogent dat in casu bij de afweging van de belangen tussen de openbaarmaking en de bescherming van de overheidsinstanties tegen het risico van speculatieve daden geen openbaar belang opweegt tegen het belang om de overheidsinstanties te beschermen tegen speculatieve risico’s die de voorkennis van dergelijke financiële informatie kan meebrengen. De beroepsinstantie kan evenwel niet akkoord gaan dat het financieel rapport integraal aan de openbaarmaking moet worden onttrokken. De beroepsinstantie is wel van oordeel dat, in toepassing van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet, bepaalde informatie in sommige delen onleesbaar moet worden gemaakt en bijgevolg niet openbaar kan gemaakt worden. Die informatie is perfect af te scheiden van de overige informatie in het financieel rapport (bvb. basisgegevens, oppervlaktes en algemene principes) die wel openbaar kan gemaakt worden, zodat een gedeeltelijke openbaarmaking in casu zich opdringt. De beroepsinstantie heeft de inhoud van het financieel rapport getoetst aan de wettelijke en decretaal voorziene uitzonderingsgronden en komt daarbij tot de vaststelling dat de hierna vermelde informatie van het financieel rapport niet openbaar kan worden gemaakt: 1. Punt 1. F. Financieel 2. Punt 2. Waardebepaling 3. Punt 3. B. Waardering Eigendom 4. Punt 5. Bijlagen De beroepsinstantie concludeert dat de rapportage in verband met de financiële haalbaarheid, opgemaakt door het studiebureau Stadim dan ook gedeeltelijk voor openbaarmaking in aanmerking komt. Het ingestelde beroep wordt met betrekking tot dit financieel rapport dan ook gedeeltelijk als gegrond beschouwd. b) het eindrapport Op 3 november 2021 ontving beroeper via een We-transferlink reeds het eindrapport met uitzondering van 1 slide met financiële informatie uit de hiervoor besproken haalbaarheidsstudie en van de namen van enkele partijen die in het kader van een ruimtevraag werden geconsulteerd. Wat dit eindrapport betreft kan het beroep dan ook enkel betrekking hebben op de weggelaten financiële informatie en namen aangezien het rapport voor het overige reeds werd bezorgd en het beroep bijgevolg voor de overige informatie zonder voorwerp is. Inzake de weglating van de financiële informatie blijft de hoger vermelde motivatie van de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 1° ook hier op dit punt integraal van toepassing, zonder dat een herhaling van voormelde motivatie noodzakelijk is. Het beroep is met betrekking tot de weglating van de financiële informatie uit het eindrapport dan ook ongegrond. Voor de weglating van de namen van enkele partijen die in het kader van een ruimtevraag werden geconsulteerd, merkt de beroepsinstantie op dat de ingeroepen uitzonderingsgrond van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet gekoppeld is aan 2 cumulatieve voorwaarden:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 8 van 14
Zo moet het bestuursdocument, in casu het eindrapport, informatie bevatten die door een derde is verstrekt en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld. Hoewel het evident is dat het eindrapport informatie bevat die door het studiebureau werd verstrekt, is in casu nergens in het eindrapport vermeld dat deze informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk werd bestempeld. Deze voorwaarde is nochtans cruciaal om voormelde uitzonderingsgrond rechtsgeldig te kunnen inroepen. Om deze reden is de beroepsinstantie van oordeel dat Sogent de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet ten onrechte heeft ingeroepen. Gelet op het feit dat het in casu geen persoonsnamen betreft, ziet de beroepsinstantie geen andere uitzonderingsgronden op basis waarvan de openbaarmaking van de namen van de geraadpleegde partijen kan worden geweigerd. Het beroep met betrekking tot de weglating van de namen uit het eindrapport wordt dan ook als gegrond beschouwd. c) De notulen Inzake de gevraagde notulen stelt de beroepsinstantie vast dat Sogent in haar beslissing van 3 november 2021 de passage van de zitting van 27 mei 2021 omtrent het Caermersklooster heeft geciteerd zonder weliswaar een afzonderlijke afschrift van het uittreksel van de notulen aan beroeper te bezorgen. Nu reeds inzage werd verschaft in de tekst van de gevraagde notulen, ziet de beroepsinstantie geen grond om niet te voldoen aan het uitdrukkelijk verzoek tot het bekomen van een afschrift. De beroepsinstantie stelt immers vast dat in de aanvraag duidelijk werd meegedeeld dat verzoeker een afschrift wenste te bekomen van de gevraagde documenten. In overeenstemming met artikel II.26 van het Bestuursdecreet houdt het recht op toegang tot bestuursdocumenten een recht op inzage, een recht op uitleg of een recht op afschrift in. Deze drie wijzen waarop het grondwettelijk recht, zoals gegarandeerd door art. 32 G.W. kan uitgeoefend worden, zijn volkomen gelijkwaardig. Het is de aanvrager die zelf vrij kiest hoe hij van zijn recht op openbaarheid gebruik zal maken. Het volstaat dus niet dat een overheidsinstantie inzage verleent in een document of een tekst citeert als daarvan een afschrift wordt gevraagd door de aanvrager. De beroepsinstantie is daarom van oordeel dat in casu aan de verzoeker een afschrift van de notulen in kwestie moet worden verleend. Het ingestelde beroep kan, wat dit punt betreft dan ook als gegrond worden beschouwd. d) De communicatie inzake de verkoop en de uitzetting van de actiegroep Pandemisten Verder blijkt reeds uit de beslissing van 3 november 2021 dat Sogent geen communicatie heeft gevoerd met de Provincie Oost-Vlaanderen over de beslissing van verkoop en uitzetting van de actiegroep Pandemisten. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien ter zake geen communicatie werd gevoerd, kan er evenmin een afschrift van worden verleend. Het ingestelde beroep wordt op dit punt, dan ook als ongegrond beschouwd. e)
plannen omtrent het participatietraject over het Caermersklooster
Uit navraag bij de Dienst Beleidsparticipatie van de stad Gent blijkt dat er geen plannen bestaan omtrent het participatietraject over het Caermersklooster. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien ter zake geen plannen bestaan, kan er
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 9 van 14
evenmin een afschrift van worden verleend. Het ingestelde beroep wordt op dit punt, dan ook als ongegrond beschouwd
Deel 2: Beroep tegen de beslissing van WoninGent Op 10 december 2021 bezorgde WoninGent aan de beroepsinstantie een afschrift van haar communicatie met verzoeker. Zo mailde WoninGent op 19 oktober 2021 aan verzoeker dat de beslistermijn werd verlengd. Vervolgens deelde WoninGent op 16 november 2021 volgende beslissing mee aan verzoeker :
“… Na onderzoek van uw vraag tot openbaarheid van bestuur zijn wij tot volgend besluit gekomen:
Alle notulen en bijlagen van zowel de Raad van Bestuur als de bestuursraad (interne werking, valt ruim te interpreteren) omtrent het Caermersklooster, de bezetting, de verkoop, etc.: Overeenkomstig artikel II.40.§2 van het Bestuursdecreet dient de aanvraag tot inzage van Bestuursdocumenten de volgende informatie te bevatten: 3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren; WoninGent is van mening dat op basis van uw vraag zij niet in staat is om de precieze bestuursdocumenten te identificeren en vraagt om deze vraag verder te preciseren zodat WoninGent over de nodige informatie beschikt. Bovendien kunnen over de bezetting geen stukken worden bezorgd aangezien ze ondertussen voorwerp uitmaken van een rechtsprocedure. Verder werd er vastgesteld dat u onder hetzelfde email adres ‘xxx reeds een gelijkaardige aanvraag had ingediend die werd geregistreerd op 6/05/2021 met nr. 2021-003. Na onderzoek werd toen de notulen van de RvB rond de Verkoop Caermersklooster overgemaakt. Sindsdien zijn er geen nieuwe beslissingen meer genomen rond de verkoop van het Caermersklooster. Communicatie met Oost-Vlaanderen over de beslissing van verkoop en uitzetting van de actiegroep 'Pandemisten': Artikel II.33, 3° van het bestuursdecreet stelt dat ‘Tenzij het belang van de openbaarheid primeert, mogen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag afwijzen: 1° als de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42; 2° als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn; 3° als de aanvraag betrekking heeft op interne communicatie.’ WoninGent is van mening dat de interne vertrouwelijke communicatie met de provincie OostVlaanderen op basis van dit artikel niet vrijgegeven kan worden gezien het vrijgeven van deze communicatie de afhandeling van het dossier door de Provincie en WoninGent ten stelligste zou belemmeren, gezien de actiegroep Pandemisten zich in een juridisch conflict bevindt met bovenstaande partijen. Alle huidige en toekomstige plannen omtrent het participatietraject over het Caermersklooster: Er zijn geen plannen bij WoninGent om zelf het participatietraject uit te werken en te organiseren. Wij vermoeden dat, indien en voor zover er hierover bestuursdocumenten zouden bestaan, die zich
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 10 van 14
zullen bevinden bij de Dienst Beleidsparticipatie van de Stad Gent. Uw aanvraag is dan ook, wat dit aspect betreft, zonder voorwerp De haalbaarheidsstudie en daarop gebaseerde informatie: WoninGent beschikt over een eindrapport opgemaakt door het studiebureau Miss Miyagi. Deze werd aan ons overgemaakt door sogent en WoninGent dient zich te houden aan de richtlijnen die sogent hanteert rond deze studie mede op vraag van Miss Miyagi, ontwerper van de studie. Hetzelfde geldt voor de financiële rapportage door Stadim die ons ook door sogent is overgemaakt. Aangezien we begrepen hebben dat u de documenten van de studie van Miss Miyagi al rechtstreeks van sogent hebt gekregen, zullen we deze niet nog eens apart bezorgen. ….” De beroepsinstantie heeft dan ook kunnen vaststellen dat met de mail van 16 november 2021 WoninGent weldegelijk een beslissing aan beroeper heeft bezorgd. De beroepsinstantie kan dan ook niet anders dan op basis van deze beslissing het beroep te beoordelen. a)
De notulen
Uit voormelde beslissing van 16/11/2021 blijkt dat beroeper naar aanleiding van een eerder gelijkluidend verzoek dd. 6/5/2021 reeds een afschrift heeft ontvangen van de notulen van de Raad van Bestuur betreffende de verkoop van het Caermersklooster. Wat deze documenten betreft is WoninGent reeds aan de verzuchtingen van de beroeper tegemoet gekomen. Het beroep met betrekking tot de gevraagde notulen inzake de verkoop wordt dan ook als zonder voorwerp beschouwd. Wat de overige notulen van de Raad van Bestuur betreft inzake de bezetting etc. van het Caermersklooster, stelt de beroepsinstantie vast dat verzoeker nooit heeft geantwoord op het verzoek van WoninGent om de vraag te verduidelijken zodat het beroep op dit punt vroegtijdig werd ingesteld. b)
De communicatie
De opgevraagde communicatie wordt geweigerd omdat deze communicatie volgens WoninGent betrekking heeft op vertrouwelijke interne communicatie die de afhandeling van het juridisch conflict zou belemmeren. Op het expliciet verzoek van de beroepsinstantie naar de stand van zaken in het juridisch conflict, laat WoninGent weten dat het vonnis d.d. 4/10/2021 de vrijgave van het pand had bevolen op 7/12/2021 maar dat de actiegroep Pandemisten na een in eerste instantie vrijwillige uitvoering van het vonnis ondertussen het pand opnieuw hebben bezet, waardoor WoninGent dus verdere gerechtelijke stappen overweegt. Volgens het laatste bericht van 26/1/2022 heeft de gerechtsdeurwaarder een schrijven van WoninGent met de vraag om het pand opnieuw vrijwillig te verlaten op 31/1 om 12u aan de bezetters overhandigd, die aangaven het in overweging te zullen nemen. In de media hebben de krakers evenwel reeds aangegeven in het gebouw te willen blijven, zodat WoninGent verklaart zich momenteel in een grijze zone te bevinden waarin de kans op een gerechtelijke verderzetting van de procedure nog steeds zeer reëel is. Volgens artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Het gaat om een relatieve uitzonderingsgrond wat inhoudt dat het belang van het eerlijk procesverloop moet worden afgewogen tegen het belang van de openbaarmaking van de gevraagde documenten. De beroepsinstantie kan niet anders dan uit voormelde verklaring van WoninGent afleiden dat er op het moment van haar beslissing geen gerechtelijke procedure meer hangende is. Strikt gezien zijn verdere
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 11 van 14
gerechtelijke stappen op dit moment louter hypothetisch. Ondanks haar herhaaldelijk verzoek heeft de beroepsinstantie bovendien nog geen afschrift mogen ontvangen van de geweigerde communicatie, zodat zij niet in concreto kan oordelen of er aanwijzingen zijn die erop wijzen dat de openbaarmaking van de gevraagde communicatie in casu de rechtspleging kan verstoren. Mogelijke inbreuken tegen het eerlijke procesverloop moeten duidelijk en concreet aantoonbaar zijn (RvS, nr. 244.339 dd. 30 april 2019). Bijgevolg kan de beroepsinstantie WoninGent niet bijtreden in de redenering dat de openbaarmaking van de gevraagde communicatie de verdere afhandeling van het juridisch conflict zal belemmeren. Bij gebrek aan de concrete documenten kan de beroepsinstantie evenmin nagaan of de opgevraagde communicatie valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II. 33, 3° van het Bestuursdecreet. Gelet op het bovenstaande en bij gebrek aan de gevraagde stukken, is de beroepsinstantie niet in de mogelijkheid om in concreto te oordelen of er al dan niet decretale uitzonderingsgronden kunnen of moeten worden ingeroepen om de openbaarmaking van de gevraagde communicatie niet of slechts gedeeltelijk toe te staan. Gelet op het algemene principe dat bestaande bestuursdocumenten principieel openbaar zijn en dat WoninGent aan de beroepsinstantie verklaart dat de opgevraagde communicatie de afhandeling van hun juridisch conflict met de Pandemisten kan belemmeren en bijgevolg dus bevestigt dat er communicatie bestaat, kan de beroepsinstantie dan ook niet anders dan te concluderen dat het ingestelde beroep wat het gevraagde afschrift van de communicatie gegrond is, evenwel onder voorbehoud van toepassing van eventueel in te roepen wettelijke of decretale uitzonderingsgronden die door WoninGent zullen moeten worden onderzocht. De beroepsinstantie denkt hierbij aan de eventuele toepassing van artikel II.34, 2°, artikel II 35, 1° en artikel II. 33, 3° van het Bestuursdecreet. Aangezien de beroepsinstantie in casu geen kennis heeft kunnen nemen van de betrokken communicatie ligt de verantwoordelijkheid voor het onderzoek van eventueel van toepassing zijnde uitzonderingsgronden bij WoninGent. Het beroep is wat dit punt betreft dan ook gegrond onder voorbehoud. c) Plannen omtrent het participatietraject over het Caermersklooster Verder blijkt reeds uit de beslissing van 16 november 2021 dat WoninGent geen plannen heeft om zelf het participatietraject uit te werken en te organiseren. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien WoninGent ter zake geen plannen heeft, heeft zij evenmin documenten terzake zodat zij daarvan dan ook geen afschrift kan verlenen. Het ingestelde beroep wordt op dit punt, dan ook als ongegrond beschouwd. d) Het eindrapport en de financiële haalbaarheidsstudie Gelet op het hiervoor vermelde onderzoek van de van toepassing zijnde uitzonderingsgronden van het Bestuursdecreet, oordeelt de beroepsinstantie dat het overbodig is om dezelfde toets hier nogmaals over te doen aangezien het immers identiek dezelfde bestuursdocumenten betreft. De beroepsinstantie verwijst dan ook integraal naar de ter zake uitgewerkte motivatie in deel 1 van dit besluit.
Deel 3 : Beroep tegen uitblijven beslissing van de Provincie Oost-Vlaanderen Zoals reeds vermeld in het ontvankelijkheidsonderzoek van dit beroep, heeft het provinciebestuur in afwachting van de herhaaldelijk opgevraagde maar nooit gekregen adresgegevens geen inhoudelijke beslissing over het oorspronkelijk verzoek genomen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 12 van 14
Gelet op het hiervoor vermelde onderzoek van de van toepassing zijnde uitzonderingsgronden van het Bestuursdecreet, oordeelt de beroepsinstantie dat het overbodig is om dezelfde toets hier nogmaals over te doen aangezien het immers identiek dezelfde bestuursdocumenten betreft. De beroepsinstantie verwijst dan ook integraal naar de uitgewerkte motivatie in deel 1 van dit besluit. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 26 november 2021 tegen de beslissing van Sogent d.d. 3 november 2021 betreffende het verzoek d.d. 24 september 2021 is ontvankelijk en deels zonder voorwerp, deels gegrond en deels ongegrond. Bijgevolg dient Sogent een afschrift te bezorgen van de volgende documenten: 1.
het financieel rapport met weglating van o Punt 1. F. Financieel o Punt 2. Waardebepaling o Punt 3. B. Waardering Eigendom o Punt 5. Bijlagen 2. de slide uit het eindrapport, met de vermelding van de namen van de bevraagde partijen 3. een uittreksel uit de notulen van de zitting van 27 mei 2021 omtrent het Caermersklooster
Het beroepschrift van xxx d.d. 26 november 2021 tegen de beslissing van WoninGent dd. 16 november 2021 betreffende het verzoek dd. 24 september 2021 is onontvankelijk wat betreft de notulen en bijlagen van zowel de Raad van Bestuur als de bestuursraad omtrent het Caermersklooster, de bezetting, de verkoop. Het beroep is voorts ontvankelijk en deels zonder voorwerp, deels gegrond en deels ongegrond. Bijgevolg dient WoninGent een afschrift te bezorgen van de opgevraagde communicatie, onder voorbehoud van de door WoninGent getoetste uitzonderingsgronden, zoals voorzien in het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van xxx d.d. 26 november 2021 tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Gent betreffende het verzoek dd. 24 september 2021 is onontvankelijk. Het beroepschrift van xxx d.d. 26 november 2021 tegen de ontstentenis van beslissing van de Provincie Oost-Vlaanderen betreffende het verzoek dd. 24 september 2021 is ontvankelijk deels zonder voorwerp, deels gegrond en deels ongegrond. Bijgevolg dient de provincie Oost-Vlaanderen een afschrift te bezorgen van de volgende documenten: 1. het financieel rapport met weglating van o Punt 1. F. Financieel o Punt 2. Waardebepaling o Punt 3. B. Waardering Eigendom o Punt 5. Bijlagen 2. de slide uit het eindrapport, met de vermelding van de namen van de bevraagde partijen 3. de opgevraagde communicatie, onder voorbehoud van de door de provincie getoetste uitzonderingsgronden, zoals voorzien in het Bestuursdecreet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 13 van 14
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 31 januari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/431
pagina 14 van 14