Vlaanderen
is onderwijs & vorming
STEM-Monitor juni 2020
DEPARTEMENT ONDERWIJS & VORMING
1
www.onderwijs.vlaanderen.be
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Uitgangspunten ....................................................................................................................................... 5 I.
STEM-instroom (studiekeuze)...................................................................................................... 5
II.
STEM-doorstroom (onderwijsprestaties) .................................................................................... 5
III.
Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen) ................................................................ 5
Vaststellingen bij de indicatoren vooropgesteld door het STEM-Platform ............................................ 6 Meer in detail: STEM-evoluties in het Secundair Onderwijs............................................................... 7 Meer in detail: STEM-evoluties in het Hoger Onderwijs ................................................................... 12 Verschil tussen de internationale STEM-cijfers en de Vlaamse Monitor-cijfers ............................... 13 Volwassenenonderwijs...................................................................................................................... 16 Conclusies STEM-Monitor 2020 ........................................................................................................ 19 Indicatoren ............................................................................................................................................ 21 STEM-instroom (studiekeuze) ................................................................................................... 21
I. a.
Secundair onderwijs .............................................................................................................. 21
b.
Hoger Onderwijs .................................................................................................................... 34 STEM-doorstroom (onderwijsprestaties) .................................................................................. 35
II. a.
Secundair onderwijs .............................................................................................................. 35
b.
Hoger Onderwijs .................................................................................................................... 36
III.
Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen) .............................................................. 38
a.
Secundair onderwijs .............................................................................................................. 38
b.
Hoger onderwijs .................................................................................................................... 41
Data provinciale monitor: zie de aparte bijlage .................................................................................... 47
2
Inleiding Het STEM-Actieplan 2012-2020 van de Vlaamse Regering bepaalt dat de STEM-Stuurgroep de algemene monitoring van het actieplan uitvoert. Hiervoor werd in 2012 de STEM-Monitor ontwikkeld: hij geeft inzicht in evoluties van relevante STEM – indicatoren zoals instroomdoorstroom en uitstroom van leerlingen in het secundair onderwijs, cursisten volwassenenonderwijs en studenten hoger onderwijs. De evoluties worden bekeken tegenover een overeengekomen ‘nuljaar’ (de zgn. ”nulmeting”), waarvoor we de gegevens van het referentiejaar 2010-2011 gebruiken. De STEM-Monitor geeft reeds 6 schooljaren inzicht in evoluties maar levert uiteraard geen harde bewijslast naar de oorzaken van deze evoluties (causaliteit). Op basis van 5 indicatoren, aangeleverd door het STEM-Platform, worden cijfermatige doelstellingen geformuleerd op korte en (middel)lange termijn. Doelstellingen op korte termijn zijn enkel zinvol voor indicatoren die voldoende ‘beleidsgevoelig’ zijn. Hieronder verstaan we indicatoren waarvan hypothetisch kan worden verondersteld dat ze relatief snel kunnen wijzigen als gevolg van acties of beleid (voorbeeld: instroom of studiekeuze). Het heeft weinig zin om kortetermijndoelstellingen te formuleren op loggere (maar daarom niet minder relevante) indicatoren (bijvoorbeeld STEM-studiebewijzen). Deze laatste gebruiken we dus voor (middel)lange termijndoelstellingen. Initieel actualiseerden we de gegevens om de twee jaar, maar ondertussen levert het departement Onderwijs en Vorming een jaarlijkse STEM-Monitor aan: de evoluties en tendensen zijn essentieel om het STEM-beleid vorm te geven. In 2020 zijn de gegevens overigens extra relevant, omdat in de tweede helft van dit jaar het nieuwe STEM-Actieplan 2020-2030 wordt ontwikkeld. De 6de editie (gegevens van het school- en academiejaar 2018-2019) bevat opnieuw de bekende, specifieke invalshoeken: •
een overzicht van de STEM-instroom in het hoger onderwijs per provincie. Deze info (in een aparte bijlage) kan -naast de relevante STEM-info over het hoger onderwijs- overigens ook van belang zijn voor STEM in de vrije tijd (op niveau van bv. de gemeenten, de STEMAcademies die verspreid zijn over heel Vlaanderen, maar ook voor de RTC’s/de Regionale Technologische Centra).
een detailoverzicht van de STEM-studierichtingen in het voltijds gewoon technisch en beroepssecundair onderwijs. Wat daar al een aantal jaar zichtbaar is, wordt ook in deze Monitor bevestigd: er is binnen tso en bso al bij al weinig evolutie pro STEM, een uitzondering daar gelaten. De arbeidsmarkgerichte STEM-expertise van het bso en de dubbele finaliteit van STEM-tso (arbeidsmarktgericht of gericht op verdere studies) verdienen dus blijvende aandacht in het nieuwe STEM-Actieplan 2020-2030. De professionele STEM, net zoals de hele economie, heeft immers nood aan alle profielen. 3
•
Met Onderwijskiezer en de VDAB worden de STEM-categorieën van de opleidingen jaarlijks afgestemd.
•
De categorisatie is gebaseerd op de VRWI-studie van Van den Berghe, W. & D. De Martelaere (2012). Kiezen voor Stem. De keuze van jongeren voor technische en wetenschappelijke studies. VRWI studiereeks 25. Voor de definitie en classificatie van STEM-studierichtingen: zie pagina 36-37 van de genoemde publicatie: 1. STEM 2. Opleidingen met een STEM-component a. Zorg-STEM b. Lichte STEM 3. Niet-STEM De percentages STEM in de Monitor hebben betrekking op de eerste categorie (de ‘zuivere’ STEM). Lichte STEM in aso is bv.: sportwetenschappen, in bso: etalage en standendecoratie, in kso: industriële kunst. •
Als gevolg van de Modernisering Secundair Onderwijs (1/9/2019) keurde de Vlaamse Regering ook nieuwe benamingen voor de STEM-studierichtingen in het secundair onderwijs goed. Zij geven beter de finaliteit van de opleiding weer, zijnde: - doorstroomfinaliteit (bereidt voor op studies in het hoger onderwijs) - dubbele finaliteit (bereidt voor op verdere studies én op de arbeidsmarkt) - arbeidsmarktfinaliteit. De nieuwe benamingen van de STEM- studierichtingen werden gekozen in functie van deze ordening. Enkele voorbeelden van de nieuwe benamingen: -
-
Finaliteit doorstroom (abstract theoretisch en bereiden leerlingen voor op verder studeren in het hoger onderwijs): Bouw- en houtwetenschappen (tso/kso) Dubbele finaliteit (bereiden leerlingen zowel voor op hoger onderwijs als op rechtstreekse intrede arbeidsmarkt): Bouwtechnieken (tso) Finaliteit arbeidsmarkt (concreet en praktisch en bereiden leerlingen voor op rechtstreekse intrede arbeidsmarkt): (d)bso : Afwerking Bouw, Ruwbouw, Schrijn- en timmerwerk + buso OV3: Voeger, Machinaal houtbewerker
Op deze manier worden alle studierichtingen geordend en vormen ze een inhoudelijk samenhangend thematisch geheel (een studiedomein) dat structuuronderdelen bevat van zeer theoretisch tot zeer praktisch.
4
Lezing van de STEM-Monitor 2020 Zoals de voorgaande jaren, presenteert ook deze Monitor in het eerste deel de belangrijkste vaststellingen voor de instroom-, doorstroom- en uitstroomindicatoren in het secundair en hoger onderwijs. De nieuwe vaststellingen worden afgezet tegen het referentiejaar 2010-2011, ook als er gegevens beschikbaar zijn van de jaren ervoor.
Uitgangspunten Het STEM-Actieplan (januari 2012) bevatte de initiële referentiecijfers. De data van het schooljaar 2010-2011 leveren de nulmeting – voor zover beschikbaar. Gegevens van vroegere jaren worden eveneens weergegeven, maar de doelstellingen van het STEM-Actieplan 2012-2020 worden gemeten ten opzichte van de evolutie sinds 2010-2011. Vanuit het oogpunt van kosten-batenefficiëntie (her)gebruiken we in de mate van het mogelijke beschikbare data. Hierdoor moeten we geen nieuwe gegevens opvragen en vermijden we planlast bij de instellingen. De voorkeur gaat uit naar data die beschikbaar zijn in de datawarehouseomgeving van het Departement Onderwijs en Vorming of in andere, relatief vlot toegankelijke datasystemen. De indicatoren zijn als volgt onderverdeeld:
STEM-instroom (studiekeuze)
I.
a. secundair (S): gewoon secundair onderwijs (eerste leerjaar tweede graad en eerste leerjaar derde graad) b. hoger (H) onderwijs II.
STEM-doorstroom (onderwijsprestaties)
a. van secundair naar hoger onderwijs (S-H) b. hoger (H) onderwijs III.
Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen)
a. secundair (S) b. hoger (H) onderwijs Voor het hoger onderwijs wordt HBO5 afzonderlijk vermeld. De Monitoring van operationele processen valt buiten de scope van de STEM-Monitor. 5
Vaststellingen bij de indicatoren vooropgesteld door het STEMPlatform 20102011
‘17-‘18
1 Vrouwenaandeel STEM in secundair onderwijs (instroom derde graad) 2 Marktaandeel STEM in Professionele Bachelors (instroom)
27,46 % 31,27%
‘18-‘19 Doelstellingen 20202021 31,54 % 33,33%
23,82%
26,64%
28,06 %
27,82%
3 Vrouwenaandeel STEM in Professionele Bachelors (instroom) 4 Marktaandeel STEM in Academische bachelors (instroom)
21,13%
24,09%
24,25 %
25,20%
31,60%
34,45%
34,36 %
35,60%
5 Vrouwenaandeel STEM in Academische Bachelors (instroom)
37,07%
39,37%
40,97 %
37,07%
De 5 doelstellingen voor 2020 geformuleerd door het STEM-Platform komen (globaal genomen) in zicht: • •
• • •
•
Het aandeel meisjes dat in een STEM-richting start neemt in 2018-2019 (t.o.v. 2017-2018) opnieuw licht toe en dit zowel in het secundair onderwijs als in de professionele bachelor. Het percentage meisjes in STEM-studierichtingen in het eerste leerjaar van de derde graad secundair onderwijs is ten opzichte van het referentiejaar 2010-2011 met 4 procentpunt toegenomen. Deze tendens wordt in 2018-2019 bevestigd: meisjes kiezen duidelijk meer voor STEM. In 2018-2019 zitten we ondertussen op 31,54% STEM-meisjes-instroom in het eerste leerjaar van de derde graad secundair onderwijs. De groei in het aandeel meisjes in de professionele bachelor was in 2017-2018 opmerkelijk groot (+2,8 procentpunt) maar valt een jaar later bijna volledig stil. De instroom in de academische STEM-opleidingen is het laatste jaar gestabiliseerd (34,36%), maar is sedert de nulmeting sterk gestegen (+ 2,8 procentpunt). De 5de indicator voor het vrouwenaandeel bij de academische bachelors (37,07% als indicator tegen 2020) was reeds gehaald. Het cijfer van 2017-2018 van 40,97% stijgt echter opnieuw t.o.v. vorig academiejaar. Dat is m.a.w. haast 4 procentpunten méér dan de beoogde indicator. Van de 5 indicatoren voor 2020-2021 zijn er in 2018-2019 twee doelstellingen behaald. Voor de resterende indicatoren blijft de doelstelling in zicht.
6
•
Met nog 2 jaarmetingen te gaan (2019-2020 en 2020-2021) lijken de doelstellingen van het STEM-actieplan 2012-2020 haalbaar. Ze waren m.a.w. ambitieus maar ook realistisch gesteld. De aandachtspunten worden aangepakt d.m.v. acties die inzetten op de vaststellingen van de opeenvolgende Monitors. Voor het secundair onderwijs zullen de impact van de modernisering secundair onderwijs en de verdere uitrol van Duaal Leren wellicht ook nog een rol spelen.
Meer in detail: STEM-evoluties in het Secundair Onderwijs Instroom Bij de STEM-instroom in het secundair onderwijs kijken we naar de evolutie van de leerlingenaantallen en percentages in het eerste leerjaar van de tweede graad en in het eerste leerjaar van de derde graad voltijds gewoon secundair onderwijs. De leerlingenaantallen 2018-2019 zijn t.o.v. het referentiejaar 2010-2011 voor het 2de schooljaar op rij niet langer dalend in het eerste leerjaar van de 2de graad. Dat is het gevolg van de demografische evolutie die zich ook de volgende jaren nog zal verderzetten. T.o.v. de nulmeting is er in het eerste leerjaar van de tweede graad een stijging in de keuze pro STEM: 36,13 % (2018-2019) tegenover 33,50% (2010-2011). T.o.v. 2017-2018 (36,15%) is het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen in het eerste leerjaar van de tweede graad quasi gelijk gebleven. In het eerste leerjaar van de derde graad daalt dit aandeel heel licht (van 44,97% 2017-2018 naar 44,64% in 2018-2019). Het percentage STEM-meisjes ligt in het eerste leerjaar van de tweede graad op 27,27% t.o.v. 26,07 % in 2017-2018. In het eerste leerjaar van de derde graad zijn er 31,54% STEM-meisjes ( 2017-2018: 31,27%). T.o.v. de nulmeting is dit een stijging met 4 procentpunt (2010-2011: 27,46%), maar er zijn grote verschillen tussen de onderwijsvormen van het secundair onderwijs. In het aso zijn er voldoende meisjes die in STEM-studierichtingen instromen. In het bso en tso zijn we echter nog steeds zeer ver verwijderd van de gevraagde 33,33% meisjes van het Platform. ASO Binnen de onderwijsvormen is de stijging van het percentage STEM-leerlingen t.o.v. 2010-2011 het grootst in het aso (eerste leerjaar van de tweede graad: van 29,78% 2010-2011 naar 35,17% in 2018-2019. Het percentage meisjes in aso-STEM-studierichtingen bedraagt in 2018-2019 in het eerste leerjaar van de tweede graad 46,22%. In het eerste leerjaar van de derde graad zien we een stijging van 51,81% (2010-2011) naar 54,90% (2018-2019). In het eerste leerjaar van de derde graad aso bedraagt het aandeel STEM-meisjes in 7
2018-2019 50,63%. BSO en TSO In het bso zien we t.o.v. 2010-2011 het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen zowel dalen in het eerste leerjaar van de tweede graad (van 40,47% naar 40,29% in 2018-2019) als in het eerste leerjaar van de derde graad (van 37,90% naar 36,99% in 2018-2019). Het aandeel meisjes in STEM-studierichtingen is 5,83% (2018-2019) in het eerste leerjaar van de tweede graad en 4,03% in het eerste leerjaar van de derde graad. Dat was in 2010-2011 resp.5,73% en 3,68%. In het tso zien we t.o.v. 2010-2011 een stijging in het percentage leerlingen in een STEMstudierichting in het eerste leerjaar van de tweede graad van 36,13% naar 37,26% in 2018-2019. In het eerste leerjaar van de derde graad is er een daling van 40,16% in 2010-2011 naar 39,67% in 2018-2019. Als we de percentages vergelijken met die van het schooljaar 2017-2018 zien we in het eerste leerjaar van de tweede graad een daling van 37,59% naar 37,26%. In het eerste leerjaar van de derde graad is er in 2018-2019 eveneens een daling tegenover 2017-2018: 39,67% tegenover 40,09%. Het aantal meisjes in tso is in het eerste leerjaar van de tweede graad 12,60% tegenover 10,98% in 2017-2018 en tegenover 10,38% in 2010-2011. In het eerste leerjaar van de derde graad zijn de STEM-meisjes nu met 16,51% (tegenover 15,67% in 2017-2018 en tegenover 13,81 % in 2010-2011. Omdat de globale tendens van STEM binnen tso en bso echter geen grote vooruitgang laat zien zoomt de Monitor 2020 opnieuw in de diepte in op de diverse STEM-studierichtingen in het tso en bso én op de evolutie binnen deze studierichtingen. De nulmeting voor deze specifieke diepere peiling is eveneens 2010-2011. Positief is uiteraard dat het aantal tso-meisjes stijgt, niet met grote sprongen en de in te nemen ruimte is nog groot, maar zeker in tso is er een kleine, gestage vooruitgang. De voornaamste vaststellingen (2018-2019) zijn: -
De totale leerlingenpopulatie daalt in de STEM-bso-richtingen van het eerste leerjaar van de tweede graad met 143 leerlingen t.o.v. 2017-2018. In het eerste leerjaar van de derde graad is er eveneens een daling met 250 STEM-leerlingen t.o.v. vorig schooljaar. In het tso zien we een stijging t.o.v. 2017-2018 met 321 leerlingen in STEM-studierichtingen in het eerste leerjaar van de 2de graad en een daling van 97 leerlingen t.o.v. 2017-2018 in het eerste leerjaar van de 3de graad. De studierichtingen met tekorten op de arbeidsmarkt, bv. bouw, hout, lassen-constructie, koeling en warmte, werktuigmachines… blijven zorgwekkend. Hopelijk zet de stijging binnen elektrotechnieken en elektrische installaties zich door…
-
Als we binnen het bso naar het procentueel aandeel leerlingen kijken, zien we t.o.v. 2010-2011 o.a. een daling in: ⇒ het eerste leerjaar van de tweede graad: studiegebieden Bouw, Hout, Schilderwerk en 8
Decoratie… ⇒ het eerste leerjaar van de derde graad: studierichtingen Ruwbouw, Lassen-constructie, studiegebied Koeling en Warmte, … We zien een stijging in o.a. volgende bso-studierichtingen: ⇒ In het eerste leerjaar van de tweede graad stijgen de opleidingen Elektrische installaties, Basismechanica, en Plant, Dier en Milieu. ⇒ In het eerste leerjaar van de derde graad: auto (licht), Elektrische installaties, Tuinbouw en Groenvoorziening en Mechanisch Onderhoud (licht). -
Als we binnen het tso naar het procentueel aandeel leerlingen kijken, zien we t.o.v. 2010-2011 een daling in volgende studierichtingen: ⇒ In het eerste leerjaar van de tweede graad: Bouw- en houtkunde, Bouwtechnieken, Houttechnieken, Elektriciteit-Elektronica, Elektrotechnieken… ⇒ In het eerste leerjaar van de derde graad: Autotechnieken, Bouwtechnieken, Houttechnieken, Elektrische Installatietechnieken, Elektriciteit-elektronica, Mechanische vormgevingstechnieken, Boekhouden-Informatica ... We zien een stijging in volgende studierichtingen: ⇒ In het eerste leerjaar van de tweede graad: Industriële wetenschappen, TechniekWetenschappen, Grafische media, … ⇒ In het eerste leerjaar van de derde graad: Chemie, Techniek-Wetenschappen, Multimedia, Industriële Wetenschappen, Industriële ICT, Informaticabeheer…
In de tso-studierichting Industriële wetenschappen stijgt de leerlingenpopulatie t.o.v. 2010-2011. Het IW-aandeel daalt dus niet, zoals vaak wordt gezegd. T.o.v. het referentiejaar kwamen er in 20182019 in het eerste leerjaar van de tweede graad 201 leerlingen bij (15 meer dan in 2017-2018), in het eerste leerjaar van de derde graad zijn er 63 leerlingen extra (40 leerlingen meer dan in 20172018). Omwille van de waarde van het technisch en beroepsonderwijs in het algemeen, en van de STEMdoelstellingen binnen deze opleidingen in het bijzonder, is het noodzakelijk dat we de oorzaken die aan de basis liggen van deze globaal genomen niet zo positieve tendensen zo scherp mogelijk in beeld brengen en de scholen en leerkrachten waar mogelijk assisteren. De detailcijfers in deze Monitor zijn ook van groot belang voor de bedrijven, de sectoren en hun sectorconsulenten, die we hierbij opnieuw uitnodigen om samen met ons de specifieke aandachtspunten te benoemen en aan te pakken. Uiteraard zijn er ook talloze voorbeelden van wat er wél goed loopt en zij dienen zeker ingezet bij de verdere aanpak, want globaal zijn deze cijfers niet echt goed te noemen. De (weinige) stijgers blijven het grosso modo “goed” doen, maar voor belangrijke sectoren blijft de situatie uiterst precair voor wat de instroom vanuit het onderwijs betreft. Het dient opgemerkt dat opleidingen die de innovatieweg ingeslagen zijn én dat ook uitdragen (bv. Industriële Wetenschappen, Industriële ICT, Chemie, …) wel stijgende cijfers vertonen. 9
Enkele elementen die vermoedelijk een rol spelen bij de positionering van bso en tso: - De maatschappelijke verwachtingen rond een academisch diploma zijn groot. Daar is op zich uiteraard niets fout mee, zolang iedereen binnen de eigen competenties/motivatie weloverwogen studiekeuzes kan maken en op een geïnformeerde wijze kennis neemt van het bredere menu, de opportuniteiten en de mogelijkheden voor de toekomst. - Duaal Leren is als leermethode nog maar recent gestart: daar is m.a.w. nog groeimarge om de maatschappelijke positionering van tso en vooral bso te verbeteren. - De infrastructuur in sommige bso - en tso -scholen verdient aandacht, maar het zal hoe dan ook echt niet mogelijk zijn om steeds nieuwe machines en productiesystemen in de scholen te voorzien. Daarvoor gaat de evolutie nu eenmaal té snel. Misschien moeten alle actoren samen nadenken over de wijze van inzet van nieuwe technologieën binnen alternatieve leermethodes? (bv. een virtueel aanbod van praktijkwerk?). Corona heeft ook dit aandachtspunt, dat al langer bestond, op scherp gezet. - Innovatie binnen tso en bso verdient alle aandacht. Deze focus -in relatie tot de maatschappelijke uitdagingen- is zondermeer essentieel om: (1) jongeren positief aan te trekken voor STEM-uitvoerende beroepen, (2) hen te laten inzien dat door de snelle ontwikkelingen, levenslang leren een boeiende en onvermijdelijke uitdaging wordt, (3) die bovendien essentieel is om in alle sectoren de concurrentie aan te kunnen. Idealiter zouden net dié studierichtingen waar tekorten zichtbaar zijn, extreem intensief dienen in te zetten op innovatie binnen onderwijs. Want net dààr liggen misschien ook de grootste opportuniteiten (het “laag hangend fruit”). De detailgegevens voor tso en bso bieden m.a.w. dus zeker mogelijkheden voor een gefocuste en nog meer gecoördineerde actie met de sectoren/sectorconsulenten, met de RTC’s en met de bedrijven. Vanuit dit perspectief zal ook in het schooljaar 2020-2021 het InnoVET-traject/Innovatie in Technisch en Beroepsonderwijs lopen in samenspraak met de onderwijsverstrekkers. (http://onderwijs.vlaanderen.be/STEM). Dit programma zet volop in op didactische materiaalontwikkeling, waarbij de tso - en bso-leerkrachten en hun scholen die inzetten op innovatie en transitie het voortouw nemen, samen met bedrijven en sectoren. Uitstroom Steeds meer leerlingen met een STEM-diploma secundair onderwijs stromen door naar een STEM-richting in het hoger onderwijs. Zeker bij de meisjes wordt hier grote vooruitgang geboekt. Het totale percentage uitstromende leerlingen met een STEM-studiebewijs is van 43,93% in 20102011 gestegen tot 46,01% in 2018-2019. In aso loopt dit op tot 55,77% in 2018-2019 (bij de nulmeting was dit 51,12%). In bso daalt het percentage STEM-studiebewijzen van 38,18% bij de nulmeting tot 37,83% in 2018-2019. In tso is er weinig evolutie in het percentage uitgereikte studiebewijzen: 40,23% in 2010-2011 en 40,37% 10
in 2018-2019. Het globale percentage STEM-studiebewijzen zit daarmee zoals gezegd op 46,01%, wat echter in grote mate gerealiseerd wordt door het hoge percentage STEM in aso. Het percentage meisjes dat met een STEM-studiebewijs uit het secundair onderwijs uitstroomt is 33,09%.
11
Meer in detail: STEM-evoluties in het Hoger Onderwijs In het hoger onderwijs noteren we in 2018-2019 een stijging tot 28,06 % (26,64% in 2017-2018) van het aantal studenten dat instroomt in STEM-studierichtingen in de professionele gerichte bachelor. In 2010-2011 bedroeg dit nog 23,82%. De academisch gerichte bachelor stabiliseert quasi op 34,36% (in 2017-2018: 34,45%). Ter vergelijking: 2010-2011: 31,60%. Het % vrouwen in de professionele STEM-Bachelors stijgt tegenover 2010-2011 (21,13%) naar 24,25% (in 2017-2018 bedroeg dit 24,09%. Doelstelling voor 2020: 25,20%. Het aandeel vrouwen in STEM neemt in de academische bachelor opnieuw toe tot 40,97% (2010-2011: 37,07%). Het % vrouwen is dus groot in de academische opleidingen en ligt ruim hoger dan het vooropgestelde % vrouwen (37,07 %) tegen 2020. In HBO5 daalt het totaal aantal cursisten dat instroomt (17.757 cursisten in referteperiode 20102011 vs. 15.940 studenten in referteperiode 2018-2019). De dalende trend kan gedeeltelijk worden verklaard door de inkanteling van HBO5 in het hoger onderwijs. De laatste periode voor dit werd doorgevoerd, was het duidelijk dat enkel studenten die minimaal één derde van hun opleiding hadden vervolledigd, dezelfde opleiding konden vervolledigen na de overdacht ervan naar het hoger onderwijs. Dit kan ervoor gezorgd hebben tijdens dat de laatste periode voor de inkanteling de instroom in HBO5-opleidingen lager lag. De instroom van het aantal STEM-cursisten is in 2018-2019 evenwel gestegen met goed 500 eenheden. In 2018-2019 bedraagt het aandeel STEM-cursisten in HBO5 29,80%. Het % vrouwen in STEM binnen HBO5 bedraagt in 2018-2019 9,3%, zijnde een daling t.o.v. het referentiejaar 20102011 waar 11.64% van de cursisten in STEM-richtingen vrouw waren. STEM-richtingen zijn vandaag binnen HBO5 samen goed voor meer dan een kwart van het totaal aantal cursisten maar meisjes blijven er nog altijd een minderheid (1 op 10). In de masteropleidingen is het % STEM diploma’s gestegen van 27,99% (2010-2011) naar 29,72%. Het aandeel studiebewijzen voor vrouwen in STEM- opleidingen in het eerste masterjaar blijft eveneens stijgen tot 36,70% (2010-2011: 31,47%) Het studierendement (doorstroom) van STEM-studenten hoger onderwijs is lager dan in 2010-2011. Toen lag het rendement op 75,09% en in 2018-2019 op 72,63%. Dit terwijl het studierendement van de niet-STEM studenten in 2010-2011 73,24% bedroeg en in 2018-2019 73,66%. De daling voor de STEM-studenten situeert zich vooral in de professionele bachelor. In de academische opleidingen is het studierendement van STEM-studenten hoger dan dat van de niet-STEM-studenten (67,13% STEM versus 65,72% niet-STEM, beide in 2018-2019). Het studierendement tussen STEM-studenten en niet STEM-studenten is -globaal genomen en voor het vierde jaar op rij- goed vergelijkbaar: 72,63 % STEM-studierendement en 73,66 % niet-STEMstudierendement. Het aantal studiebewijzen (uitstroom) in het HO kende in 2018-2019 een daling met 964 eenheden t.o.v. 2017-2018. Het aantal STEM-studiebewijzen stijgt evenwel met 320 eenheden: van 16.249 in 12
2017-2018 naar 16.569 in 2018-2019. Het percentage STEM-diploma’s stijgt van 27,50% naar 28,50%. Het aandeel meisjesstudenten stijgt tot 34,65%. Het % STEM-diploma’s op de populatie met een diploma ho blijft dus een stuk meer dan 1 op 4. Per 1000 inwoners van de populatie 20-29 – jarigen is er een stijgend aantal jongeren met een hoger onderwijs STEM-diploma.
Verschil tussen de internationale STEM-cijfers en de Vlaamse Monitor-cijfers Ook internationaal krijgt STEM veel aandacht. Soms lijkt het alsof de Vlaamse en de internationale STEM-metingen elkaar tegenspreken. Zo verscheen in de OESO-publicatie Education at a Glance (2017) een internationale vergelijking betreffende de initiële inschrijvingen in het hoger onderwijs. De eerste tabel hieronder geeft weer welke studiegebieden worden gekozen door wie zich voor het eerst inschrijft in het hoger onderwijs. Internationaal worden opleidingen als STEMopleidingen beschouwd als ze, volgens de internationale classificatiemethode, thuishoren in ‘Natural sciences, mathematics and statistics’, ‘ICT’ of ‘Engineering, manufcaturing and construction’. In Vlaanderen kiest ongeveer één op vijf jongeren die zich voor het eerst inschrijven in het hoger onderwijs, voor een STEM-opleiding (volgens de internationale definitie); de meeste (opgenomen) Europese landen doen het wat dat betreft duidelijk beter dan Vlaanderen. Vooral het hoge aandeel inschrijvingen in het studiegebied ‘Health and Welfare’ valt op in Vlaanderen; enkel in Finland en Denemarken vinden we een vergelijkbaar aandeel. Hoe is het verschil tussen de internationale en de Vlaamse STEM-cijfers te verklaren? Er worden voor studiegebieden verschillende definities (en bijhorende classificatiesystemen) gehanteerd. Dat resulteert in verschillende cijfers die gecommuniceerd worden onder dezelfde of zeer gelijkaardige benamingen. Enkele voorbeelden van opleidingen die in de Vlaamse definitie wel tot STEM behoren maar niet volgens de EUROSTAT/OESO-definitie: -
bij de academische bachelors: biomedische wetenschappen (zitten internationaal bij ‘Health’), verkeerskunde (zit internationaal bij ‘Transport’)
-
bij de professionele bachelors: meerdere opties van Audiovisuele technieken (zitten internationaal bij ‘Arts’), Agro- en biotechnologie (zit internationaal bij ‘Agriculture’), medische beeldvorming (zit internationaal bij ‘Health’), biomedische laboratoriumtechnologie (zitten internationaal bij ‘Health’).
Tabel 2 hieronder toont dit verschil in cijfers: per internationaal studiegebied wordt weergegeven wat we, volgens de Vlaamse VRWI-definitie, beschouwen als STEM. Vooral in de studiegebieden ‘Arts and Humanities’, ‘Agriculture’ en in het bijzonder ‘Health and welfare’ zitten een aantal 13
opleidingen die we in Vlaanderen beschouwen als STEM-opleidingen maar die dat volgens de internationale definitie dus niet zijn. Terugdenkend aan het relatief hoge aandeel Vlaamse inschrijvingen in ‘Health and welfare’ vinden we hier een stuk van de verklaring voor het verschil tussen de Vlaamse en de internationale STEM-cijfers. Anderzijds zien we in het internationale studiegebied ICT een klein aandeel opleidingen dat internationaal als STEM wordt bestempeld, maar niet in de Vlaamse definitie. Tabel 1 1: Vlaanderen internationaal vergeleken – Initiële inschrijvingen in het hoger onderwijs (2016-2017)
INDICATOR Belgium Vlaamse Gemeenschap Denmark Germany Ireland Greece Spain France Italy Cyprus Luxembourg Netherlands Portugal Finland Sweden United Kingdom
Social sciences, journalism Business, and Arts and administration informaEducation humanities tion and law 8,2% 10,4% 9,6% 23,8%
Natural sciences, mathematics and statistics 3,7%
Information and ComMunication Technologies 3,2%
8,0% 5,9% 8,8% 7,2% 6,1% 12,7% 4,7% 4,1% 16,9% 10,3% 7,9% 5,0% 4,5% 14,3%
10,9% 11,5% 11,2% 16,4% 11,2% 11,9% 15,8% 19,9% 7,0% 11,6% 7,9% 11,5% 9,4% 12,1%
9,3% 11,1% 7,7% 6,4% 13,7% 11,8% 11,2% 13,4% 6,7% 10,7% 13,1% 12,2% 4,6% 12,8%
23,0% 22,3% 22,9% 21,3% 21,3% 21,1% 26,1% 19,6% 45,7% 37,7% 27,9% 23,5% 19,9% 14,1%
4,1% 6,9% 10,0% 9,2% 9,5% 7,6% 12,8% 10,5% 3,2% 6,0% 7,2% 6,7% 4,3% 5,4%
3,6% 4,9% 6,7% 9,5% 3,6% 3,4% 2,5% 1,8% 3,3% 5,6% 4,0% 1,9% 8,6% 3,6%
7,1%
15,7%
12,9%
21,7%
15,6%
4,6%
Engineering, manufacturing Health and and construction STEM welfare Services Agriculture unknown 12,2% 19,0% 24,1% 1,7% 2,3% 0,9% 20,7% 23,4% 39,0% 28,1% 31,7% 23,0% 25,4% 29,6% 13,7% 19,9% 20,8% 25,9% 31,4% 26,4%
24,4% 21,6% 6,2% 15,0% 9,7% 14,1% 12,6% 10,3% 6,9% 6,5% 15,4% 13,8% 22,5% 17,8%
1,7% 2,3% 2,2% 3,8% 2,7% 4,0% 3,0% 0,2% 2,5% 1,9% 5,2% 6,4% 5,5% 1,6%
1,9% 1,1% 1,6% 1,4% 3,6% 1,3% 0,6% 2,8% 0,6% 1,3% 1,2% 1,6% 2,1% 0,8%
0,7% 0,3% 0,3% 0,0% 0,0% 0,6% 0,0% 0,0% 0,0% 0,5% 0,1% 0,0% 0,0%
9,2% 29,4%
12,3%
0,0%
0,8%
0,0%
13,0% 11,6% 22,3% 9,4% 18,6% 12,1% 10,1% 17,2% 7,2% 8,2% 9,6% 17,3% 18,6% 17,4%
14
Tabel 2: Vergelijking tussen 'distribution of first entrance by field' volgens de Eurostat STEM definitie en de Vlaamse VRWI definitie (2016-2017)
Education
STEM 0
Niet STEM 8,0%
Arts and humanities
STEM 2,0%
Niet STEM 8,9%
Social sciences, journalism and information STEM
Niet STEM 9,3%
Business, administration and law STEM 0,5%
Niet STEM 22,4%
Natural sciences, mathematics and statistics STEM 4,1%
Niet STEM 0
Information Engineering, and manufacturing communication and technologies construction (ICTs) STEM 3,5%
Niet STEM 0,1%
STEM 13,0%
Niet STEM 0
Agriculture, Forestry, Fisheries and Veterinary STEM 1,1%
Niet STEM 0,9%
Health and welfare
STEM 4,6%
Niet STEM 19,8%
Services
STEM 0,4%
Niet STEM 1,3%
15
Volwassenenonderwijs Tabel 2: Secundair Volwassenenonderwijs
referteperiode* 2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018
aantal cursisten 322.942 325.881 316.860 311.776 306.334
aantal STEM 92.263 89.128 80.274 80.396 76.591
aantal zorg-STEM 36 71 55 81 152
aantal lichte STEM 14.407 15.431 14.298 13.633 13.683
aantal niet-STEM 216.236 221.251 222.233 217.666 215.908
% STEM 28,57% 27,35% 25,33% 25,79% 25,00%
% STEM vrouw 47,16% 46,74% 45,83% 46,80% 46,48%
*Een referentieperiode loopt van 1/4/X tot 31/3/X+1
Voor het secundair volwassenenonderwijs geldt als nulmeting referteperiode 2013-2014 omdat vanaf dat moment de databank opgestart is. Vaststellingen: 1. Het totaal aantal cursisten dat instroomt in het secundair volwassenenonderwijs neemt opnieuw af (-5.442 studenten t.o.v. 2016-2017) 2. De instroom van het aantal STEM-cursisten daalt eveneens (-3805 t.o.v. 2016-2017) 3. Het aantal cursisten dat instroomt in een STEM-opleiding is t.o.v. de nulmeting (20132014) gedaald met 15 672 eenheden 4. Het percentage vrouwen dat een STEM-opleiding volgt, daalt met 0,3 procentpunt t.o.v. 20162017. Tabel 4: HBO5 Verpleegkunde (zorg-STEM) 1
schooljaar
aantal cursisten
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% zorg-STEM
% zorg-STEM vrouw
2009-2010
1.983
-
1.983
-
-
100,00%
85,78%
2010-2011
2.176
-
2.176
-
-
100,00%
86,17%
2011-2012
2.242
-
2.242
-
-
100,00%
88,09%
2012-2013
2.439
-
2.439
-
-
100,00%
87,29%
2013-2014
2.785
-
2.785
-
-
100,00%
86,14%
2014-2015
2.507
-
2.507
-
-
100,00%
86,92%
In de tabel zijn enkel de cursisten HBO5 verpleegkunde opgenomen die op 1 oktober ingeschreven zijn in de eerste module: initiatie verpleegkunde (20 weken). HBO5 behoort tot het niveau hoger onderwijs. De opleidingen HBO5 kunnen worden ingericht door centra voor volwassenenonderwijs of door hogescholen. HBO5 verpleegkunde wordt als enige uitzondering ingericht door instellingen van het voltijds secundair onderwijs.
1
16
2015-2016
2.707
-
2.707
-
-
100,00%
84,89%
2016-2017
2.399
-
2.399
-
-
100,00%
84,79%
2017-2018
2.155
-
2.155
-
-
100,00%
85,80%
2018-2019
2.401
-
2.401
-
-
100,00%
85,34%
Vaststellingen: 1. 2.
Het totaal aantal cursisten dat instroomt in HBO5 Verpleegkunde is gestegen (+ 246 cursisten). Het percentage vrouwen dat een opleiding HBO5 verpleegkunde volgt is zeer hoog: ruim 85%.
Tabel 5: HBO5 exclusief HBO5 Verpleegkunde 2
Referteperiode*
A
B
Aantal cursisten
Aantal STEM
B/A*100 Aantal zorg-STEM
Aantal lichte STEM
Aantal niet-STEM
% STEM
B vrouw/B *100 % STEM vrouw
2008-09
17.093
4.246
178
0
12.669
24,84%
11,28%
2009-10
17.930
4.363
119
0
13.448
24,33%
11,37%
2010-11
17.757
4.149
111
0
13.497
23,36%
11,64%
2011-12
18.235
4.210
110
0
13.914
23,09%
12,76%
2012-13
17.913
4.355
93
0
13.465
24,31%
11,37%
2013-14
17.989
4.597
86
0
13.306
25,55%
16,58%
2014-15
17.862
4.095
111
0
13.656
22,93%
11,62%
2015-16
17.442
4.103
124
0
13.215
23,52%
11,60%
2016-17
16.947
4.198
109
0
12.640
24,77%
10,62%
2017-18
16.610
4.557
79
0
11.974
27,44%
9,46%
15.940
4.750
28
0
11.162
29,80%
9,28%
2018-19
*Een referentieperiode loopt van 1/4/X tot 31/3/X+1
Vaststellingen: 1.
Het totaal aantal cursisten dat instroomt in HBO5 volwassenenonderwijs is gedaald (-670 eenheden t.o.v. 2017-2018)
Voor deze tabel werd gebruik gemaakt van het aantal unieke inschrijvingen van een cursist in een bepaalde opleiding per referteperiode en niet het aantal generatiestudenten per academiejaar. Het is immers op dit ogenblik niet mogelijk om de eerste module die een bepaalde cursist in een HBO5- opleiding heeft afgelegd eenduidig vast te stellen. Deze wijze van berekenen heeft als gevolg dat bepaalde unieke cursisten in een bepaalde opleiding mogelijk in twee verschillende referteperioden kunnen worden meegeteld. Dit zal de cijfers van het totaal aantal HBO5-cursisten bij een CVO licht vertekenen (t.o.v. de gegevens voor HO en SO) in die zin dat het effectief aantal generatiestudenten/cursisten lager zal liggen dan de aangeleverde cijfers. 2
17
2. 3. 4.
De instroom van het aantal STEM-cursisten in HBO5 – volwassenenonderwijs stijgt echter (+ 193 eenheden) Het percentage cursisten dat instroomt in een STEM-studierichting in HBO5 - volwassenenonderwijs stijgt naar 29,80% in 2018- 2019 t.o.v. 27,44% in 2017-2018, of plus 2,36 procentpunt. Het percentage vrouwen dat een STEM-studierichting volgt in het HBO5 - volwassenenonderwijs daalt met 0,18 procentpunt, van 9.46% naar 9,28%.
18
Conclusies STEM-Monitor 2020 1. De 5 doelstellingen van het STEM-actieplan 2012-2020 lijken medio 2020 nog steeds haalbaar, indien het huidige groeitempo zich voortzet. Er is inderdaad sinds de nulmeting een evolutie merkbaar in de richting van de vooropgestelde kwantitatieve doelstellingen voor wat betreft een hogere instroom in STEM-richtingen. 2. De evoluties blijven evenwel sterk verschillen tussen de verschillende onderwijsvormen. 3. In het secundair onderwijs kiest 36,13% van de leerlingen die instromen in het eerste leerjaar van de tweede graad voor STEM. De stijging binnen aso zet zich verder door, met een stijging van 0,8 procentpunt t.o.v. 2017-2018. 4. In het tso stabiliseert het percentage leerlingen in STEM-studierichtingen op 37,26% in 20182019 (37,59% in 2017-201)8 in het eerste leerjaar van de tweede graad. In het eerste leerjaar van de derde graad daalt het aantal licht (- 0,4 procentpunt) t.o.v. 2017-2018 naar 39,67%. Het blijft van belang om in tso de studierichtingen die onder druk staan, nader op te volgen. 5. In bso zien we in de tweede graad een lichte daling t.o.v. de nulmeting met 0,2 procentpunt tot 40,29%, maar in de derde graad zien we een daling met bijna 1 procentpunt. 6. Het aandeel meisjes in STEM-studierichtingen neemt toe maar blijft over het algemeen lager dan het aandeel jongens. In tso en bso blijft het aandeel meisjes in STEM zeer laag (tso) tot extreem laag (bso). 7. Ook de tendens qua uitstroom van leerlingen met een STEM-diploma van de afgelopen jaren zet zich door. Meer dan de helft van de leerlingen in aso behaalt een STEM-diploma (55,77%) – iets hoger dan 2017-2018. Dat is 4,65 procentpunten hoger dan de nulmeting. STEM-kso zit 2,45 procentpunt onder de nulmeting. De daling van het percentage STEM- studiebewijzen binnen bso vraagt bijzondere aandacht (- 0,35 procentpunt t.o.v. de nulmeting). In tso is het percentage STEM-studiebewijzen 0,14 procentpunt hoger dan bij de nulmeting. 8. Het aantal leerlingen met een STEM-studiebewijs secundair dat doorstroomt naar een STEMrichting in het hoger onderwijs stijgt opnieuw met 159 eenheden (vorig academiejaar: + 50 eenheden), maar het aantal studenten dat in het HO instroomt in een STEM-opleiding stijgt met 250! De STEM-instroom in het HO staat nu op 46,80 %. Bij de STEM-meisjes instroom in het HO is er sedert de nulmeting een vooruitgang met 7,1 procentpunt! 9. In het hoger onderwijs wordt in 2018-2019 de kloof weer wat gedicht tussen de professionele STEM-bachelor met 28,06 % (4,4% groei t.o.v. de nulmeting) en de academische bachelor waar we in 2017-2018 34,36 STEM marktaandeel meten (20172018: 34,45%) – tegenover de nulmeting betekent dat een groei met bijna 4 %. 10. Het aandeel meisjes dat instroomt in de professionele bachelor blijft in 2018-2019 identiek aan 2017-2018: 24,25%. T.o.v. de nulmeting is dat een stijging met bijna 3 % procentpunten. 11. In de academische master zien we bij de meisjesstudenten een lichte daling van 36,50% (2017-2018) naar 36,18% (2018- 2019). 12. Het studierendement in het hoger onderwijs ligt bij STEM studenten 1 procentpunt lager dan bij de niet-STEM studenten (72,63% STEM versus 73,66% NIET-STEM). 19
,
13. Het studierendement van STEM studenten ligt nu lager (72,63%) in vergelijking tot de nulmeting (75,09%). De daling is het sterkst onder de STEM-professionele bacheloropleidingen (van 67,28% in de nulmeting naar 63,28% in het laatst gemeten academiejaar). Bij de Masteropleidingen is het studierendement van STEM-studenten licht hoger dan dat van de NIET-STEM studenten.
20
Indicatoren I.
STEM-instroom (studiekeuze) a. Secundair onderwijs Leerlingen eerste leerjaar tweede graad 3
Tabel 11: Totaal
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM vrouw
2006-2007
75.208
24.551
164
1.169
49.324
32,64%
19,61%
2007-2008
74.223
24.579
168
1.246
48.230
33,12%
20,91%
2008-2009
71.541
23.772
168
1.232
46.369
33,23%
20,73%
2009-2010
70.550
24.001
-
1.906
44.643
34,02%
22,54%
2010-2011
70.912
23.758
-
2.018
45.136
33,50%
23,21%
2011-2012
71.142
23.876
-
2.113
45.153
33,56%
24,15%
2012-2013
70.456
23.944
-
2.062
44.450
33,98%
23,86%
2013-2014
69.197
23.685
-
2.057
43.455
34,23%
24,15%
2014-2015
69.201
24.567
-
1.935
42.699
35,50%
24,68%
2015-2016
68.646
24.436
-
2.012
42.198
35,60%
25,05%
2016-2017
67.968
24.516
-
2.018
41.434
36,07%
25,88%
2017-2018
68.793
24.871
-
2.152
41.770
36,15%
26,07%
2018-2019
71.300
25.763
-
2.154
43.383
36,13%
27,27%
Per onderwijsvorm Tabel 32: ASO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM vrouw
2006-2007
34.264
9.086
-
-
25.178
26,52%
42,89%
2007-2008
33.570
9.453
-
-
24.117
28,16%
44,81%
Dit zijn alle leerlingen voltijds gewoon secundair onderwijs op 1 februari (of de eerstvolgende schooldag), inclusief de leerlingen in het modulair stelsel op het niveau van het eerste leerjaar van de tweede graad. De leerlingen in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zijn niet opgenomen in de cijfers. 3
21
2008-2009
32.322
9.174
-
-
23.148
28,38%
44,06%
2009-2010
32.568
9.616
-
650
22.302
29,53%
44,09%
2010-2011
32.684
9.733
-
726
22.225
29,78%
44,85%
2011-2012
33.129
10.122
-
773
22.234
30,55%
44,80%
2012-2013
32.887
10.169
-
753
21.965
30,92%
45,08%
2013-2014
32.648
10.135
-
780
21.733
31,04%
45,40%
2014-2015
32.845
10.718
-
756
21.371
32,63%
46,20%
2015-2016
33.084
10.816
-
867
21.401
32,69%
46,22%
2016-2017
33.182
11.226
-
846
21.110
33,83%
46,21%
2017-2018
34.051
11.701
-
943
21.407
34,36%
45,88%
2018-2019
35.301
12.415
-
972
21.914
35,17%
46,22%
Tabel 43: BSO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM Vrouw
2006-2007
16.562
6.774
-
325
9.463
40,90%
3,19%
2007-2008
16.400
6.748
-
323
9.329
41,15%
3,28%
2008-2009
16.284
6.580
-
350
9.354
40,41%
3,54%
2009-2010
15.718
6.510
-
361
8.847
41,42%
6,04%
2010-2011
16.221
6.565
-
405
9.251
40,47%
5,73%
2011-2012
16.104
6.312
-
416
9.376
39,20%
5,69%
2012-2013
15.517
6.191
-
400
8.926
39,90%
5,14%
2013-2014
14.877
6.004
-
348
8.525
40,36%
5,31%
2014-2015
15.009
6.228
-
363
8.418
41,50%
5,14%
2015-2016
14.779
6.270
-
324
8.185
42,43%
5,53%
2016-2017
14.362
5.959
-
320
8.083
41,49%
5,81%
2017-2018
14.284
5.976
-
338
7.970
41,84%
5,44%
2018-2019
14.479
5.833
-
354
8.292
40,29%
5,83%
Tabel 54: KSO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM Vrouw
2006-2007
1.214
-
-
844
370
0,00%
0,00%
2007-2008
1.377
-
-
923
454
0,00%
0,00%
22
2008-2009
1.350
-
-
882
468
0,00%
0,00%
2009-2010
1.359
-
-
895
464
0,00%
0,00%
2010-2011
1.362
-
-
887
475
0,00%
0,00%
2011-2012
1.424
-
-
924
500
0,00%
0,00%
2012-2013
1.435
-
-
909
526
0,00%
0,00%
2013-2014
1.376
-
-
929
447
0,00%
0,00%
2014-2015
1.288
-
-
816
472
0,00%
0,00%
2015-2016
1.262
-
-
821
441
0,00%
0,00%
2016-2017
1.288
-
-
852
436
0,00%
0,00%
2017-2018
1.321
-
-
871
450
0,00%
0,00%
2018-2019
1.353
-
-
828
525
0,00%
0,00%
Tabel 65: TSO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM Vrouw
2006-2007
23.168
8.691
164
-
14.313
37,51%
8,08%
2007-2008
22.876
8.378
168
-
14.330
36,62%
8,14%
2008-2009
21.585
8.018
168
-
13.399
37,15%
8,13%
2009-2010
20.905
7.875
-
-
13.030
37,67%
9,88%
2010-2011
20.645
7.460
-
-
13.185
36,13%
10,38%
2011-2012
20.485
7.442
-
-
13.043
36,33%
11,70%
2012-2013
20.617
7.584
-
-
13.033
36,79%
10,71%
2013-2014
20.296
7.546
-
-
12.750
37,18%
10,59%
2014-2015
20.059
7.621
-
-
12.438
37,99%
10,37%
2015-2016
19.521
7.350
-
-
12.171
37,65%
10,56%
2016-2017
19.136
7.331
-
-
11.805
38,31%
11,06%
2017-2018
19.137
7.194
-
-
11.943
37,59%
10,98%
2018-2019
20.167
7.515
-
-
12.652
37,26%
12,60%
23
Per studierichting STEM – bso en tso Tabel 76: BSO
Studiegebied Auto
Bouw
Grafische communicatie en media Hout
Juwelen Koeling en warmte Land- en tuinbouw Maritieme opleidingen Mechanicaelektriciteit
Textiel
Studierichting STEM Hulpmecanicien personen- en lichte bedrijfswagens Plaatwerker Spuiter Bouw Duurzaam wonen Schilderwerk en decoratie Werfbediener ruwbouw Drukken en voorbereiden Binnenschrijnwerker Hout Machinaal houtbewerker Diamantbewerking Goud en juwelen Koelmonteur Loodgieter Monteur centrale verwarming Plant, dier en milieu Maritieme vorming Rijn- en binnenvaart Basismechanica Elektrische installaties Hoeklasser Lasser monteerder BMBE Lasser monteerder MIG/MAG Residentieel elektrotechnisch installateur Stopper/randafwerker Textiel
Totaal STEM Zorg-STEM Lichte STEM 4 Niet-STEM Totaal eerste leerjaar tweede graad bso 4
Studierichting Publiciteit en Etalage
aantal leerlingen 2010-2011
aantal leerlingen 2018-2019
33
% 2010-2011
% 2018-2019
% vrouw 2018-2019
0,20% 10
0,07%
10 558 34 243 28
308 22 143
0,06% 3,44% 0,21% 1,50% 0,17%
2,13% 0,15% 0,99%
0,65% 9,09% 32,17%
80
75
0,49%
0,52%
18,67%
8,22%
2,94%
0,02% 0,01%
33,33%
15 1.446 17 7 23 9 3 8
3 2
0,09% 8,91% 0,10% 0,04% 0,14% 0,06% 0,02% 0,05%
611
604
3,77%
4,17%
32,62%
9 14 2.398 976 12 9 10 8 2 2 6.565 405 9.251 16.221
7 5 2.260 1.181
0,06% 0,09% 14,78% 6,02% 0,07% 0,06% 0,06% 0,05% 0,01% 0,01% 40,47% 2,50% 57,03% 100,00%
0,05% 0,03% 15,61% 8,16%
1,46% 0,85%
1.190
10 9 4 5.833 354 8.292 14.479
0,07% 0,06% 0,03% 40,29% 2,44% 57,27% 100,00%
5,83% 56,78% 67,72% 42,52%
24
Tabel 87: TSO
Studiegebied Bouw Chemie Fotografie Grafische communicatie en media Hout Land- en tuinbouw Maritieme opleidingen
Mechanicaelektriciteit Textiel
Studierichting STEM Bouw- en houtkunde Bouwtechnieken Techniek-wetenschappen Fotografie Grafische communicatie
aantal aantal % % % vrouw leerlingen leerlingen 2010-2011 2018-2019 2018-2019 2010-2011 2018-2019 148 110 0,72% 0,55% 6,36% 204 103 0,99% 0,51% 2,91% 917 1.040 4,44% 5,16% 34,81% 52 68 0,25% 0,34% 67,65% 38 40 0,18% 0,20% 27,50%
Grafische media Houttechnieken Biotechnische wetenschappen Plant-, dier- en milieutechnieken Maritieme technieken Dek Maritieme technieken Motoren Elektriciteit-elektronica Elektromechanica Elektrotechnieken Industriële wetenschappen
254 627 237 452 35 18 414 1.114 1.037 999
365 561 229 420 24 12 371 1.127 939 1.200
1,23% 3,04% 1,15% 2,19% 0,17% 0,09% 2,01% 5,40% 5,02% 4,84%
1,81% 2,78% 1,14% 2,08% 0,12% 0,06% 1,84% 5,59% 4,66% 5,95%
21,64% 3,21% 37,55% 42,62% 4,17%
Mechanische technieken Textiel- en designtechnieken Textieltechnieken Voedingstechnieken
900 2 6 6 7.460 13.185 20.645
874 26 2 4 7.515 12.652 20.167
4,36% 0,01% 0,03% 0,03% 36,13% 63,87% 100,00%
4,33% 0,13% 0,01% 0,02% 37,26% 62,74% 100,00%
2,52% 15,38%
Voeding Totaal STEM Zorg-STEM Lichte STEM Niet-STEM Totaal eerste leerjaar tweede graad tso
1,89% 2,04% 1,38% 7,00%
50,00% 12,60% 59,13% 41,79%
25
Leerlingen eerste leerjaar derde graad 5 Tabel 98: Totaal
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM vrouw
2006-2007
70.312
31.812
138
950
37.412
45,24%
27,64%
2007-2008
71.682
32.180
134
983
38.385
44,89%
27,34%
2008-2009
72.074
32.160
146
974
38.794
44,62%
27,70%
2009-2010
71.209
30.894
145
1.464
38.706
43,38%
27,55%
2010-2011
68.805
30.048
137
1.521
37.099
43,67%
27,46%
2011-2012
68.043
29.988
-
1.524
36.531
44,07%
28,49%
2012-2013
68.021
29.775
-
1.570
36.676
43,77%
29,45%
2013-2014
68.560
29.875
-
1.607
37.078
43,57%
29,73%
2014-2015
68.583
30.183
-
1.516
36.884
44,01%
29,70%
2015-2016
68.270
30.244
-
1.466
36.560
44,30%
30,15%
2016-2017
67.819
30.541
-
1.603
35.675
45,03%
30,67%
2017-2018
67.345
30.282
-
1.737
35.326
44,97%
31,27%
2018-2019
66.591
29.726
-
1.785
35.080
44,64%
31,54%
Per onderwijsvorm Tabel 109: ASO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM vrouw
2006-2007
27.493
14.486
-
-
13.007
52,69%
48,35%
2007-2008
28.156
14.664
-
-
13.492
52,08%
47,57%
2008-2009
28.007
14.835
-
-
13.172
52,97%
47,64%
2009-2010
27.470
13.958
-
562
12.950
50,81%
48,04%
2010-2011
26.709
13.839
-
564
12.306
51,81%
47,01%
2011-2012
26.660
13.840
-
550
12.270
51,91%
47,73%
2012-2013
26.746
14.050
-
587
12.109
52,53%
48,73%
2013-2014
26.570
14.105
-
584
11.881
53,09%
48,75%
Dit zijn alle leerlingen voltijds gewoon secundair onderwijs op 1 februari (of de eerstvolgende schooldag), inclusief de leerlingen in het modulair stelsel op het niveau van het eerste leerjaar van de derde graad. De leerlingen in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zijn niet opgenomen in de cijfers. 5
26
2014-2015
26.559
14.165
-
590
11.804
53,33%
49,50%
2015-2016
26.604
14.404
-
588
11.612
54,14%
50,08%
2016-2017
26.790
14.749
-
589
11.452
55,05%
50,71%
2017-2018
26.923
14.845
-
668
11.410
55,14%
51,01%
2018-2019
26.663
14.637
-
773
11.253
54,90%
50,63%
Tabel 20: BSO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM vrouw
2006-2007
16.697
6.480
-
437
9.780
38,81%
3,32%
2007-2008
16.832
6.580
-
463
9.789
39,09%
3,43%
2008-2009
16.983
6.489
-
464
10.030
38,21%
3,22%
2009-2010
16.860
6.399
-
448
10.013
37,95%
3,56%
2010-2011
16.426
6.225
-
495
9.706
37,90%
3,68%
2011-2012
15.892
6.017
-
447
9.428
37,86%
3,84%
2012-2013
16.101
5.938
-
502
9.661
36,88%
3,84%
2013-2014
16.448
5.850
-
507
10.091
35,57%
4,17%
2014-2015
16.365
5.931
-
467
9.967
36,24%
3,66%
2015-2016
16.115
5.893
-
435
9.787
36,57%
3,55%
2016-2017
15.829
5.864
-
495
9.470
37,05%
3,77%
2017-2018
15.602
5.856
-
477
9.269
37,53%
3,77%
2018-2019
15.154
5.606
-
465
9.083
36,99%
4,03%
Tabel 21: KSO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM
% STEM vrouw
2006-2007
1.727
373
-
513
841
21,60%
62,73%
2007-2008
1.731
373
-
520
838
21,55%
56,30%
2008-2009
1.662
339
-
510
813
20,40%
65,19%
2009-2010
1.738
396
-
454
888
22,78%
53,54%
2010-2011
1.677
349
-
462
866
20,81%
52,72%
2011-2012
1.796
396
-
527
873
22,05%
60,35%
2012-2013
1.677
328
-
481
868
19,56%
56,10%
2013-2014
1.750
370
-
516
864
21,14%
61,08%
27
2014-2015
1.708
339
-
459
910
19,85%
61,36%
2015-2016
1.674
347
-
443
884
20,73%
59,08%
2016-2017
1.740
338
-
519
883
19,43%
62,72%
2017-2018
1.843
370
-
592
881
20,08%
62,70%
2018-2019
1.801
369
-
547
885
20,49%
63,69%
Tabel 112: TSO
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
aantal niet-STEM
% STEM vrouw
% STEM
2006-2007
24.395
10.473
138
-
13.784
42,93%
12,79%
2007-2008
24.963
10.563
134
-
14.266
42,31%
13,11%
2008-2009
25.422
10.497
146
-
14.779
41,29%
13,42%
2009-2010
25.141
10.141
145
-
14.855
40,34%
13,45%
2010-2011
23.993
9.635
137
-
14.221
40,16%
13,81%
2011-2012
23.695
9.735
-
-
13.960
41,08%
15,07%
2012-2013
23.497
9.459
-
-
14.038
40,26%
15,95%
2013-2014
23.792
9.550
-
-
14.242
40,14%
16,08%
2014-2015
23.951
9.748
-
-
14.203
40,70%
15,66%
2015-2016
23.877
9.600
-
-
14.277
40,21%
15,52%
2016-2017
23.460
9.590
-
-
13.870
40,88%
15,16%
2017-2018
22.977
9.211
-
-
13.766
40,09%
15,67%
2018-2019
22.973
9.114
-
-
13.859
39,67%
16,51%
Per studierichting STEM – tso en bso Tabel 123: BSO
Studiegebied
Auto
Studierichting STEM
aantal aantal leerlingen leerlingen 2010-2011 2018-2019
% 2010- % 20182011 2019
% vrouw 20182019
Auto
665
683
4,05%
4,51%
1,32%
Carrosserie
242
171
1,47%
1,13%
0,58%
Koetswerk duaal Mecanicien personenen lichte bedrijfswagens
6 35
11
0,04% 0,21%
0,07%
28
Onderhoudsmechanica auto duaal Plaatwerker
22 15
Spuiter
Bouw
3 0,18%
0,16%
8,33%
Vrachtwagenchauffeur
93
88
0,57%
0,58%
4,55%
Bouwplaatsmachinist
38
43
0,23%
0,28%
Bouwplaatsmachinist duaal
2
0,01%
Decoratie en schilderwerken duaal
3
0,02%
Duurzaam wonen
24
24
0,15%
0,16%
Metselaar
11
3
0,07%
0,02%
Metselaar siermetselwerk
Schilderwerk en decoratie Steen- en marmerbewerking
Koeling en warmte
0,02%
24
Ruwbouwafwerking
Juwelen
0,03%
30
8 462
Ruwbouw duaal
Hout
0,09%
Tweewielers en lichte verbrandingsmotoren
Ruwbouw
Grafische communicatie en media
4
0,15%
Drukken en afwerken
20,83%
0,05% 238
2,81%
9
1,57%
0,42%
0,06%
29
24
0,18%
0,16%
201
154
1,22%
1,02%
30,52%
4
0,02%
100
64
0,61%
0,42%
23,44%
Drukvoorbereiding
47
70
0,29%
0,46%
14,29%
Buitenschrijnwerker
3
3
0,02%
0,02%
1.248
1.093
7,60%
7,21%
Houtbewerking-snijwerk
4
4
0,02%
0,03%
Werkplaatsschrijnwerker
34
Diamantbewerking
12
4
0,07%
0,03%
25,00%
Goud en juwelen
34
11
0,21%
0,07%
45,45%
Uurwerkmaken
9
6
0,05%
0,04%
Airco-technieker
12
Houtbewerking
2,20%
0,21%
0,07%
29
Centrale verwarming en sanitaire installaties Koelinstallaties
415
325
2,53%
2,14%
60
46
0,37%
0,30%
Monteur centrale verwarming
7
0,04%
Sanitair installateur
4
0,02%
Dier en milieu duaal Groenaanleg en -beheer duaal Land- en tuinbouw
Landbouw
114
Plant en milieu duaal Tuinbouw
13
0,09%
149
255
Binnenvaart en beperkte kustvaart duaal
0,69%
281
1,85%
11
0,07% 0,04%
Rijn- en binnenvaart
14
0,09%
Elektrische installaties duaal
942
4,96%
38 11
0,07%
Kunststofverwerking
10
0,06%
707
Lassen-constructie duaal 4
Lasser monteerder MIG/MAG
3
MIG/MAG-lasser Residentieel elektrotechnisch installateur Werktuigmachines
4,30%
14
Lasser monteerder BMBE
Mechanisch onderhoud
641
9
12,46%
6,22%
0,32%
0,25%
Hoeklasser
Lassen-constructie
30,20%
1,55%
7
815
0,98% 0,02%
Maritieme vorming
Elektrische installaties
Mechanicaelektriciteit
0,02%
3
Tuinbouw en groenvoorziening
Maritieme opleidingen
3
0,31%
4,23%
2,03%
0,09% 0,02%
0,06%
0,02%
16
45
0,10%
0,30%
2
6
0,01%
0,04%
24
6
0,15%
0,04%
385
299
2,34%
1,97%
2,22%
1,34%
30
Muziekinstrumentenbouw Textiel
Muziekinstrumentenbouw
11
5
Textiel 1
0,01% 5.606
37,90%
36,99%
4,03%
-
-
-
-
-
495
465
3,01%
3,07%
53,98%
9.706
9.083
59,09%
59,94%
69,02%
16.426
15.154
100,00%
100,00%
44,52%
Lichte STEM 6
Totaal eerste leerjaar derde graad bso
0,02%
6.225
Zorg-STEM
Niet-STEM
0,03%
3
Tufter
Totaal STEM
0,07%
Tabel 134: TSO
%
% vrouw 20182019
Studiegebied
Studierichting STEM
Auto
Autotechnieken
340
291
1,42%
1,27%
2,06%
Bouw- en houtkunde
136
140
0,57%
0,61%
7,14%
Bouwtechnieken
179
89
0,75%
0,39%
3,37%
Chemie
267
386
1,11%
1,68%
32,38%
Farmaceutisch-technisch assistent
188
171
0,78%
0,74%
69,59%
Techniek-wetenschappen
868
916
3,62%
3,99%
33,95%
Fotografie
49
75
0,20%
0,33%
68,00%
Fotografische technieken
18
0,08%
Fotografische vorming
16
0,07%
Grafische
Grafische communicatie
42
50
0,18%
0,22%
22,00%
Communicatie
Multimedia
281
330
1,17%
1,44%
22,42%
en media
Multimediale technieken
Bouw
Chemie
Fotografie
6
aantal aantal % leerlingen leerlingen 2010201020182011 2011 2019
Studierichtingen Etalage en standendecoratie en Publiciteitsgrafiek.
30
20182019
0,13%
31
Multimediale vorming Printmedia
25
0,10%
109
104
0,45%
0,45%
25,96%
1.133
918
4,72%
4,00%
32,57%
Informaticabeheer
796
907
3,32%
3,95%
4,85%
Hout
Houttechnieken
501
391
2,09%
1,70%
3,32%
Koeling en warmte
Koel- en warmtechnieken
Handel
Boekhouden-informatica
Biotechnische wetenschappen
61 306
Dier- & landbouwtechnische wetenschappen Landbouwtechnieken Land- en tuinbouw
91
Maritieme opleidingen
0,16% 1,24%
39,65%
1,10%
56,35%
0,18%
28,57%
0,54%
12,10%
0,38%
19
0,08% 124
200
0,83%
Maritieme technieken Dek
35
23
0,15%
0,10%
Maritieme technieken Motoren
20
11
0,08%
0,05%
Elektriciteit-elektronica
347
238
1,45%
1,04%
1,68%
Elektrische installatietechnieken
924
692
3,85%
3,01%
1,30%
Elektromechanica
944
950
3,93%
4,14%
2,53%
0,10%
4,35%
0,05%
18,18%
Elektromechanische technieken duaal Elektronische installatietechnieken Mechanicaelektriciteit
1,28%
42
Planttechnische wetenschappen Tuinbouwtechnieken
285
0,25%
252
Natuur- en groentechnische wetenschappen Natuur- en landschapsbeheertechnieken
37
23 29
Elektrotechnieken duaal
11
0,12%
1
0,00%
Industriële ICT
137
249
0,57%
1,08%
0,80%
Industriële wetenschappen
692
755
2,88%
3,29%
7,28%
Mechanische vormgevingstechnieken
681
514
2,84%
2,24%
1,17%
67
50
0,28%
0,22%
8,00%
Podiumtechnieken Podiumtechnieken duaal
2
0,01%
32
Vliegtuigtechnieken
36
34
0,15%
0,15%
2,94%
Optiek
Optiektechnieken
10
9
0,04%
0,04%
33,33%
Orthopedische technieken
Orthopedietechnieken
14
0,03%
66,67%
Tandtechnieken Tandtechnieken
0,06%
30
17
0,13%
0,07%
52,94%
Textiel- en designtechnieken
7
12
0,03%
0,05%
25,00%
Textielproduktietechnieken
3
3
0,01%
0,01%
Voedingstechnieken
4
6
0,02%
0,03%
50,00%
Totaal STEM
9.635
9.114
40,16%
39,67%
16,51%
Zorg-STEM 7
137
-
0,57%
-
-
Lichte STEM
-
-
-
-
-
Niet-STEM
14.221
13.859
59,27%
60,33%
60,16%
Totaal eerste leerjaar derde graad tso
23.993
22.973 100,00% 100,00%
42,84%
Textiel Voeding
7
6
Studierichting Dierenzorgtechnieken.
33
b. Hoger Onderwijs Tabel 145: Generatiestudenten in een Professioneel gerichte bachelor
24,25%
% vrouwen STEM HO 21,10%
2009-2010
23.894
5.791
3.464
11
14.628
24,24%
20,07%
2010-2011
24.535
5.844
3.755
13
14.923
23,82%
21,13%
2011-2012
24.991
5.938
3.867
18
15.168
23,76%
22,63%
2012-2013
24.990
6.071
3.851
11
15.057
24,29%
20,77%
2013-2014
25.388
6.343
3.783
8
15.254
24,98%
21,88%
2014-2015
26.031 26.614 26.992 26 538 25.868
6.656 6.986 7.129 7 064 7.259
4.208 4.263 4.464 4 013 3.777
25 37 33 39 50
15.142 15.328 15.366 15 422 14.868
25,57% 26,25% 26,41% 26,64% 28,06%
22,54% 23,63% 22,88% 24,09% 24,25%
Academiejaar 2008-2009
2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019
Aantal inschrijvingen 22.960
Aantal STEM HO 5.568
Aantal Zorg STEM HO 3.125
Aantal Lichte STEM HO 11
Aantal NietSTEM HO 14.256
% STEM HO
Tabel 156: Generatiestudenten in een Academisch gerichte bachelor
2008-2009
Aantal inschrijvingen 20.329
Aantal STEM HO 6.461
Aantal Zorg STEM HO 2.195
Aantal Lichte STEM HO 1291
Aantal NietSTEM HO 10.382
2009-2010
20.891
6.537
2.528
1253
2010-2011
21.224
6.707
2.667
1237
2011-2012
21.050
6.972
2.457
2012-2013
20.740
7.087
2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017
20.747 20.519 20.843 20 948
6.883 6.843 7.226 7 209
Academiejaar
31,78%
% vrouwen STEM HO 37,08%
10.573
31,29%
34,92%
10.613
31,60%
37,07%
1281
10.340
33,12%
37,59%
2.636
1289
9.728
34,17%
35,90%
2.881 2.845 2.756 2 844
1201 1160 1217 1 213
9.782 9.671 9.644 9 682
33,18% 33,35% 34,67% 34,41%
36,68% 37,10% 38,58% 40,26%
% STEM HO
2017-2018
21 427
7 381
3 041
1 214
9 791
34,45%
39,37%
2018-2019
21.766
7.544
2.843
1.335
10.044
34,36%
40,97%
34
Tabel 167: Master
Eerste academiejaar master 2008-2009
18.034
5.007
2.090
658
% STEM HO 10.279 27,76%
2009-2010
18.513
5.183
2.077
740
10.513 28,00%
30,31%
2010-2011
18.890
5.547
2.044
704
10.595 29,36%
32,43%
2011-2012
19.815
5.753
2.404
739
10.919 29,03%
32,87%
2012-2013
20.485
5.970
2.583
792
11.140 29,14%
32,86%
2013-2014
20.417
6.074
2.648
680
11.015 29,75%
33,98%
2014-2015
20.071
6.021
2.472
756
10.822 30,00%
35,34%
2015-2016 2016-2017
19.323 19 977
5.947 6 091
2.535 2 915
667 716
10.174 30,78% 10 255 30,49%
34,76% 36,05%
2017-2018
20 030
6 205
2 950
689
10 186 30,98%
36,50%
2018-2019
20 777
6550
2824
757
10 604 31,53%
36,18%
II.
Aantal inschrijvingen
Aantal STEM HO
Aantal Zorg STEM HO
Aantal Lichte STEM HO
Aantal NietSTEM HO
% vrouwen STEM HO 31,06%
STEM-doorstroom (onderwijsprestaties) a. Secundair onderwijs
Academiejaar generatiestudent
Aantal lln dat STEM diploma in SO behaalde in jaar x-1
Aantal lln met STEMdiploma SO doorstromen naar HO STEM richting
% van lln met SO STEM diploma dat instroom in HO STEM
% berekend enkel op de populatie meisjes
2007-08
24 100
9 910
41,12%
32,14%
2008-09
24 614
10 383
42,18%
34,05%
2009-10
25 108
10 685
42,56%
32,28%
2010-11
25 478
10 743
42,17%
32,90%
2011-12
24 638
10 794
43,81%
36,42%
2012-13
24 133
10 894
45,14%
36,59%
2013-14
24 373
11 070
45,42%
36,68%
2014-15
24 378
11 117
45,60%
37,24%
2015-16
24 893
11 475
46,10%
39,75%
2016-17
25 243
11 587
45,90%
39,44%
2017-18
25 297
11 839
46,80%
40,02%
2018-19
25 367
11 998
47,30%
40,72%
35
b. Hoger Onderwijs Studierendement is een doorstroomindicator en geeft de verhouding weer van het aantal verworven studiepunten ten opzichte van het aantal opgenomen studiepunten. De meeste variatie in deze indicator vinden we bij generatiestudenten (1ste inschrijvingen). Om de indicator voldoende gevoelig te maken, maken we de berekeningen voor de bacheloropleidingen op de generatiestudenten. Voor de masteropleidingen kijken we naar de 1ste inschrijvingen (proxy generatiestudenten).
Academiejaar
Aantal STEM Soort opleiding HO
Totaal opgenomen studiepunten STEM
Totaal verworven studiepunten STEM
Studierendement Studierendement STEM Rest
2008 - 2009
Academisch gerichte bachelor
6.461
380.876
259.087
68,02%
65,21%
2008 - 2009
Professioneel gerichte bachelor
5.568
326.488
222.704
68,21%
70,00%
2008 - 2009
Master*
5.007
267.245
246.848
92,37%
90,25%
Totaal
17.036
974.609
728.639
74,76%
74,06%
2009 - 2010
Academisch gerichte bachelor
6.537
384.899
258.296
67,11%
65,63%
2009 - 2010
Professioneel gerichte bachelor
5.791
336.666
229.529
68,18%
69,66%
2009 - 2010
Master*
5.183
273.042
254.068
93,05%
90,33%
Totaal
17.511
994.607
741.893
74,59%
73,92%
2010 - 2011
Academisch gerichte bachelor
6.707
393.759
269.380
68,41%
64,03%
2010 - 2011
Professioneel gerichte bachelor
5.844
336.655
226.499
67,28%
69,37%
2010 - 2011
Master*
5.547
287.634
268.593
93,38%
90,67%
Totaal
18.098
1.018.048
764.472
75,09%
73,24%
2011 - 2012
Academisch gerichte bachelor
6.972
406.827
277.007
68,09%
65,36%
2011 - 2012
Professioneel gerichte bachelor
5.938
340.542
226.347
66,47%
68,66%
2011 - 2012
Master*
5.753
295.841
274.448
92,77%
90,89%
Totaal
18.663
1.043.210
777.802
74,56%
73,74%
2012 - 2013
Academisch gerichte bachelor
7.087
411.632
270.854
65,80%
63,48%
2012 - 2013
Professioneel gerichte bachelor
6.071
345.581
224.295
64,90%
67,42%
2012 - 2013
Master*
5.970
304.809
281.968
92,51%
90,81%
36
Totaal
19.128
1.062.022
777.117
73,17%
72,87%
2013 - 2014
Academisch gerichte bachelor
6.883
398.280
265.264
66,60%
64,23%
2013 - 2014
Professioneel gerichte bachelor
6.343
359.153
237.275
66,07%
67,23%
2013 - 2014
Master*
6.074
309.603
286.849
92,65%
91,07%
Totaal
19.300
1.067.036
789.388
73,98%
72,89%
2014-2015
Academisch gerichte bachelor
6.843
396.615
268.452
67,69%
65,88%
2014-2015
Professioneel gerichte bachelor
6.656
376.653
241.503
64,12%
68,33%
2014-2015
Master*
6.021
308.045
286.742
93,08%
91,83%
Totaal
19.520
1.081.313
796.697
73,68%
73,96%
2015-2016
Academisch gerichte bachelor
7.226
418.526
283.737
67,79%
64,75%
2015-2016
Professioneel gerichte bachelor
6.986
394.890
259.636
65,75%
68,55%
2015-2016
Master*
5.947
299.438
278.741
93,09%
92,58%
Totaal
20.159
1.112.854
822.114
73,87%
73,61%
2016-2017
Academisch gerichte bachelor
7.209
416.605
282.058
67,70%
65,58%
2016-2017
Professioneel gerichte bachelor
7.129
401.205
260.249
64,87%
67,83%
2016-2017
Master*
6 091
308 332
287 080
93,11%
92,50%
Totaal
20 429
1 126 142
829 387
73,65%
73,71%
Academisch gerichte bachelor
7 381
424 466
284 929
67,13%
65,72%
Professioneel gerichte bachelor
7 064
395 455
252 149
63,76%
67,37%
Master*
6 205
312 076
290 687
93,15%
92,90%
2017-2018 2017-2018 2017-2018 2018-2019
Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor Master
7.544
434.268
287.196
66,13%
64,66%
7.259
406.220
257.072
63,28%
67,93%
6.550
324.140
301.573
93,04%
92,63%
Totaal
21.353
1.164.628
845.841
72,63%
73,66%
*Hiertoe behoort eveneens de master na professioneel gerichte bachelor
37
III.
Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen) a. Secundair onderwijs
Indicator III.S (a) STEM Studiebewijzen secundair onderwijs 8
Studiebewijzen: diploma secundair onderwijs (aso, kso, tso) of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad (bso) voltijds gewoon secundair onderwijs Tabel 28: Totaal
schooljaar
aantal studiebewijzen
aantal STEM en % vrouw
aantal zorg-STEM en % vrouw
aantal lichte STEM en % vrouw
aantal niet-STEM en % vrouw
% STEM studiebewijzen
2006-2007
57.235
26.306
29,92%
44
68,18%
570
62,28%
30.315
69,69%
45,96%
2007-2008
58.764
26.858
30,10%
114
78,95%
684
63,74%
31.108
69,33%
45,70%
2008-2009
60.033
27.169
29,54%
114
76,32%
690
63,77%
32.060
68,96%
45,26%
2009-2010
60.735
27.439
30,02%
126
76,98%
684
61,99%
32.486
69,13%
45,18%
2010-2011
60.230
26.458
29,58%
133
74,44%
1.109
51,58%
32.530
68,70%
43,93%
2011-2012
58.529
25.906
29,29%
115
77,39%
1.197
53,38%
31.311
68,24%
44,26%
2012-2013
58.084
25.952
30,17%
-
-
1.177
53,53%
30.955
67,97%
44,68%
2013-2014
58.154
25.817
30,98%
-
-
1.259
50,20%
31.078
67,82%
44,39%
2014-2015
59.049
26.009
31,38%
-
-
1.280
51,02%
31.760
67,93%
44,05%
2015-2016
58.928
26.299
31,64%
-
-
1.189
50,38%
31.440
67,08%
44,63%
2016-2017
58.377
26.316
32,14%
-
-
1.151
49,52%
30.910
67,53%
45,08%
2017-2018
57.614
26.464
32,53%
-
-
1.213
49,96%
29.937
68,15%
45,93%
2018-2019
56.934
26.193
33,09%
-
-
1.350
47,26%
29.391
67,79%
46,01%
Per onderwijsvorm Tabel 29: ASO
schooljaar
aantal studiebewijzen
aantal STEM en % vrouw
aantal zorg-STEM en % vrouw
aantal lichte STEM en % vrouw
aantal niet-STEM en % vrouw
% STEM studiebewijzen
De cijfers voor 2017-2018 in de vorige monitor waren voorlopige cijfers, en werden in deze monitor opnieuw verwerkt. De cijfers voor 2018-2019 zijn voorlopige cijfers zoals gekend in de databank Beleidsinformatie O&V op 02/06/2020. 8
38
2006-2007
24.542
12.953
49,84%
-
-
-
-
11.589
66,28%
52,78%
2007-2008
25.056
13.307
50,03%
-
-
-
-
11.749
65,61%
53,11%
2008-2009
25.601
13.426
48,98%
-
-
-
-
12.175
65,36%
52,44%
2009-2010
25.612
13.609
49,28%
-
-
-
-
12.003
65,09%
53,14%
2010-2011
25.176
12.870
49,22%
-
-
460
35,65%
11.846
66,05%
51,12%
2011-2012
24.479
12.765
48,12%
-
-
506
34,78%
11.208
66,47%
52,15%
2012-2013
24.548
12.802
48,90%
-
-
467
34,48%
11.279
66,08%
52,15%
2013-2014
24.569
12.991
49,70%
-
-
515
34,37%
11.063
66,09%
52,88%
2014-2015
24.459
13.068
49,77%
-
-
507
34,52%
10.884
66,30%
53,43%
2015-2016
24.486
13.166
50,80%
-
-
504
34,33%
10.816
65,97%
53,77%
2016-2017
24.608
13.457
51,10%
-
-
517
33,46%
10.634
67,23%
54,69%
2017-2018
24.533
13.593
51,98%
-
-
492
37,40%
10.448
67,94%
55,41%
2018-2019
24.711
13.782
51,95%
-
-
589
34,47%
10.340
68,32%
55,77%
Tabel 30: BSO
Schooljaar
aantal studiebewijzen
aantal STEM en % vrouw
aantal zorg-STEM en % vrouw
aantal lichte STEM en % vrouw
aantal niet-STEM en % vrouw
% STEM Studiebewijzen
2006-2007
12.718
5.027
3,86%
-
-
266
65,04%
7.425
75,70%
39,53%
2007-2008
12.974
5.000
3,02%
-
-
331
67,67%
7.643
75,77%
38,54%
2008-2009
13.134
5.099
3,39%
-
-
326
65,03%
7.709
75,54%
38,82%
2009-2010
13.438
5.217
3,03%
-
-
322
65,84%
7.899
76,44%
38,82%
2010-2011
13.310
5.082
3,27%
-
-
304
62,50%
7.924
74,86%
38,18%
2011-2012
13.071
5.031
3,74%
-
-
339
67,26%
7.701
74,28%
38,49%
2012-2013
12.741
4.874
3,53%
-
-
307
69,38%
7.560
73,66%
38,25%
2013-2014
13.006
4.870
3,53%
-
-
366
59,02%
7.770
73,00%
37,44%
2014-2015
13.423
4.835
4,05%
-
-
356
61,80%
8.232
73,63%
36,02%
2015-2016
13.238
4.844
3,61%
-
-
325
60,31%
8.069
71,67%
36,59%
2016-2017
12.790
4.730
3,45%
-
-
298
63,09%
7.762
72,28%
36,98%
2017-2018
12.419
4.689
3,77%
-
-
360
55,28%
7.370
72,21%
37,76%
2018-2019
12.092
4.575
3,52%
-
-
321
57,94%
7.196
72,19%
37,83%
39
Tabel 31: KSO
schooljaar
aantal studiebewijzen
aantal STEM en % vrouw
aantal zorg- STEM en % vrouw
aantal lichte STEM en % vrouw
aantal niet- STEM en % vrouw
% STEM studiebewijzen
2006-2007
1.207
269
60,22%
-
-
304
59,87%
634
72,24%
22,29%
2007-2008
1.329
293
63,48%
-
-
353
60,06%
683
70,57%
22,05%
2008-2009
1.328
289
60,21%
-
-
364
62,64%
675
73,04%
21,76%
2009-2010
1.298
270
71,85%
-
-
362
58,56%
666
70,57%
20,80%
2010-2011
1.373
310
56,45%
-
-
345
63,19%
718
74,37%
22,58%
2011-2012
1.331
270
56,30%
-
-
352
66,76%
709
72,36%
20,29%
2012-2013
1.418
313
64,22%
-
-
403
63,52%
702
70,80%
22,07%
2013-2014
1.354
263
58,56%
-
-
378
63,23%
713
71,53%
19,42%
2014-2015
1.436
301
63,12%
-
-
417
61,87%
718
71,59%
20,96%
2015-2016
1.363
280
63,21%
-
-
360
63,89%
723
70,68%
20,54%
2016-2017
1.349
295
63,73%
-
-
336
62,20%
718
70,19%
21,87%
2017-2018
1.315
271
66,05%
-
-
361
61,77%
683
74,23%
20,61%
2018-2019
1.436
289
65,40%
-
-
440
56,59%
707
71,99%
20,13%
Tabel 32: TSO
schooljaar
aantal studiebewijzen
aantal STEM en % vrouw
aantal zorg-STEM en % vrouw
aantal lichte STEM en % vrouw
aantal nietSTEM en % vrouw
% STEM studiebewijzen
2006-2007
18.768
8.057
13,13%
44
68,18%
-
-
10.667
69,07%
42,93%
2007-2008
19.405
8.258
13,18%
114
78,95%
-
-
11.033
68,75%
42,56%
2008-2009
19.970
8.355
13,20%
114
76,32%
-
-
11.501
68,13%
41,84%
2009-2010
20.387
8.343
14,13%
126
76,98%
-
-
11.918
68,27%
40,92%
2010-2011
20.371
8.196
14,04%
133
74,44%
-
-
12.042
66,91%
40,23%
2011-2012
19.648
7.840
14,09%
115
77,39%
-
-
11.693
65,71%
39,90%
2012-2013
19.377
7.963
15,04%
-
-
-
-
11.414
65,89%
41,10%
2013-2014
19.225
7.693
15,82%
-
-
-
-
11.532
65,77%
40,02%
2014-2015
19.731
7.805
16,28%
-
-
-
-
11.926
65,28%
39,56%
2015-2016
19.841
8.009
15,98%
-
-
-
-
11.832
64,75%
40,37%
2016-2017
19.630
7.834
15,73%
-
-
-
-
11.796
64,51%
39,91%
2017-2018
19.347
7.911
15,03%
-
-
-
-
11.436
65,36%
40,89%
2018-2019
18.695
7.547
15,34%
-
-
-
-
11.148
64,20%
40,37%
40
b. Hoger onderwijs Tabel 33: Indicator III-S (b) Studiebewijzen hoger onderwijs
Academiejaar
Totaal studiebewijzen
2008 – 2009
46.442
2009 – 2010
47.711
2010 – 2011
51.007
2011 – 2012
53.348
2012 – 2013
54.884
2013 – 2014
54.964
2014 – 2015
56.153
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw 12.356 30,52% 12.782 30,58% 13.486 31,19% 14.189 30,78% 14.372 31,05% 14.732 32,26% 14.894 32,68% 15.480
Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw 4.964 77,60% 5.499 76,85% 6.563 76,78% 7.494 76,46% 7.813 75,87% 7.872 75,61% 8.331 75,31% 8.761
Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw 1.251 39,89% 1.284 44,47% 1.413 40,34% 1.307 41,85% 1.430 41,61% 1.431 40,32% 1.357 40,46% 1.457
Aantal studiebewijzen % STEM Niet STEM HO en diploma's % vrouw 27.871 66,30% 28.146 65,98% 29.545 66,24% 30.358 66,76% 31.269 66,32% 30.929 67,06% 31.571 66,50% 31.904
Diploma's STEM per 1000 inwoners 2029 jaar
Populatie 20-29 jaar
26,61%
15,91
776.646
26,79%
16,34
782.165
26,44%
17,20
784.177
26,60%
17,92
791.803
26,19%
18,02
797.564
26,80%
18,37
802.145
26,52%
18,50
805.003 41
2015 – 2016
57.602
2016 – 2017
58.241
2017 – 2018
59.093
2018-2019
58.129
32,24%
74,73%
40,36%
66,62%
15.876 33,75% 16 249 33,75%
9.102 75,41% 9 996 75,41%
1.422 41,84% 1 482 41,84%
31.841 66,38% 31 366 66,38%
16.569 34,65%
8.275 72,93%
1.377 43,43%
31.908 66,02%
26,87%
19,18
807.087
27,26%
19,57
811.190
27,50%
19,79
813.707 817.578
28,50%
Tabel 34: Studiegetuigschriften hoger onderwijs naar soort opleiding - Professioneel gerichte bachelor
Totaal Academiejaar studiebewijzen
2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011
18.290 18.466 19.624
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw 4.079 24,22% 4.110 23,82% 4.463 25,32%
Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw 2.439 89,50% 2.664 88,29% 2.892 88,38%
Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw 19 31,58% 8 25,00% 12 25,00%
Aantal studiebewijzen Niet STEM HO en % vrouw 11.753 70,80% 11.684 70,37% 12.257 70,34%
Diploma's STEM per % STEM 1000 Populatie diploma's inwoners 20-29 jaar 20-29 jaar 22,30%
5,25
776.646
22,26%
5,25
782.165
22,74%
5,69
784.177 42
2011 - 2012 2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015 2015 - 2016 2016 - 2017 2017 - 2018 2018-2019
4.680 24,36% 4.547 23,62% 4.705
3.298 90,02% 3.457 88,95% 3.510
13 15,38% 10 20,00% 16
12.797 70,83% 13.468 70,29% 13.231
25,46%
87,98%
31,25%
70,68%
23.045
4.927 26,39% 5.356 26,10%
3.697 87,69% 3.721 86,89%
9 44,44% 7 42,86%
13.644 71,23% 13.961 71,20%
24.073
5.636 27,08%
24.533
5.903 27,58%
3.982 88,02% 4 271 87,26%
24 58,33% 37 62,16%
14.431 70,18% 14 322 68,81%
5.884
2.723
44
14.519
28,18%
87,07%
72,73%
68,72%
20.788 21.482 21.462 22.277
23.170
22,51%
5,91
791.803
21,17%
5,70
797.564
21,92%
5,87
802.145
22,12%
6,12
805.003
23,24%
6,64
807.087
23,41%
6,95
811.190
24,06%
7,25
813.707
25,39%
7,23
817.578
43
Tabel 35: Studiegetuigschriften hoger onderwijs naar soort opleiding - Academisch gerichte bachelor
Academiejaar
2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011 2011 - 2012 2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015 2015 - 2016
Totaal studiebewijzen
13.411 13.581 14.099 14.570 14.729 14.594 14.317 14.864
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw 3.831 35,34% 4.100 36,49% 4.186 37,12% 4.275 34,97% 4.375 37,42% 4.497 39,20% 4.299 37,80% 4.502 36,98% 4.566
Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen Niet STEM HO en % vrouw
1.626 64,27% 1.658 64,78% 1.884 65,61% 2.153 64,14% 2.158 62,70% 2.173 61,48% 2.171 63,01% 2.444 63,54%
679 39,62% 673 44,58% 751 40,08% 710 40,56% 692 41,91% 727 39,34% 709 40,62% 717 38,91%
7.275 63,12% 7.150 62,83% 7.278 63,88% 7.432 63,35% 7.504 62,66% 7.197 64,37% 7.138 61,95% 7.201 62,56%
2.554
752
7.006
Diploma's STEM per Populatie % STEM 1000 diploma's inwoners 20-29 jaar 20-29 jaar 28,57%
4,93
776.646
30,19%
5,24
782.165
29,69%
5,34
784.177
29,34%
5,40
791.803
29,70%
5,49
797.564
30,81%
5,61
802.145
30,03%
5,34
805.003
30,29%
5,58
807.087 44
2016 - 2017 2017 - 2018 2018-2019
14.878
38,85%
65,15%
43,22%
62,73%
2 364
708
6 819
14.515
4.624 37,52%
65,27%
42,37%
63,00%
14.957
4.740 40,11%
2.538 65,33%
685 41,61%
6.994 64,17%
30,69%
5,63
811.190
31,68%
5,68
813.707
31,69%
5,83
817.578
Tabel 36: Master
Academiejaar
2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011
Totaal studiebewijzen
14.741 15.664 17.284
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw 4.446 32,14% 4.572 31,36% 4.837 31,47%
Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO en % vrouw 899 69,41% 1.177 67,97% 1.787 69,78%
Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw 553 40,51% 603 44,61% 650 40,92%
Aantal studiebewijzen Niet STEM HO en % vrouw 8.843 62,93% 9.312 62,89% 10.010 62,94%
Diploma's STEM per % STEM 1000 Populatie diploma's inwoners 20-29 jaar 20-29 jaar 30,16%
5,72
776.646
29,19%
5,85
782.165
27,99%
6,17
784.177
45
2011 - 2012 2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015 2015 - 2016 2016 - 2017 2017 - 2018 2018 - 2019
5.234 33,11% 5.450 32,13% 5.530 32,39% 5.668 34,28% 5.622 34,29% 5.674 36,27% 5 722 35,42%
17.990 18.673 18.908 19.559 19.693 19.290 20.045 20.002
2.043 67,55% 2.198 68,24% 2.189 69,80% 2.463 67,56% 2.596 67,84% 2.566 66,06% 3 361 63,82%
584 44,01% 728 41,62% 688 41,57% 639 40,22% 733 41,75% 646 39,63% 737 42,20%
10.129 64,11% 10.297 63,79% 10.501 64,34% 10.789 63,53% 10.742 63,41% 10.404 63,57% 10 225 63,53%
5.945
3.014
648
10.395
36,70%
66,56%
43,36%
63,49%
29,09%
6,61
791.803
29,19%
6,83
797.564
29,25%
6,89
802.145
28,98%
7,04
805.003
28,55%
6,97
807.087
29,41%
6,99
811.190
28,55%
7,03
813.707
29,72%
7,30
817.578
46
Data provinciale monitor: zie de aparte bijlage
47
DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING Koning Albert II-Laan 15 1210 Brussel www.onderwijs.vlaanderen.be
48
V.U.: Ann Verhaegen, Secretaris-Generaal Departement Onderwijs en Vorming, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel • Eindredactie: Christel Op de beeck • Werkten mee: Anton Derks, Wendy Smits, Hilde Goeman, Paul Cornelis, Goele Bossaert, Caroline Domogala, Maddy Bollen en Wouter Thomas. Naar een lay-out van Kim Baele • Met dank aan de beeldbank van TechniekTalentNU • Depotnummer: D/2020/3241/161
49