Skip to main content

StIA20201007_WBM2019_ZZP_RAP.pdf

Page 1

Rapport Werkbaar werk voor zzp’ers Analyse zelfstandige ondernemers zonder personeel op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2007-2019

Brussel, oktober 2020

Ria Bourdeaud’hui, Frank Janssens, Stephan Vanderhaeghe

Stichting Innovatie & Arbeid  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@serv.be  www.serv.be/stichting  www.werkbaarwerk.be


Werkbaar werk voor zzp’ers

Een onderzoek met financiĂŤle ondersteuning van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk

De Vlaamse werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle publicaties kunnen geraadpleegd worden en werkbaarheidscijfers interactief opgevraagd op www.werkbaarwerk.be Bij gebruik van gegevens en informatie uit deze publicatie wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld.

2


Werkbaar werk voor zzp’ers

Inhoud Inhoud 3 Samenvatting....................................................................................................................... 5 Inleiding ............................................................................................................................... 8 1

Zzp’ers in beeld ..................................................................................................... 10

2

De werkbaarheidsgraad bij zzp’ers ...................................................................... 12

3

Werkbaarheidsknelpunten bij zzp’ers .................................................................. 13

3.1

Werkstress en burn-out ........................................................................................... 14

3.2

Motivatie .................................................................................................................. 15

3.3

Leermogelijkheden .................................................................................................. 16

3.4

Werk-privébalans ..................................................................................................... 18

4

Determinanten van werkbaarheidsknelpunten bij zzp’ers .................................. 19

4.1

Werkdruk ................................................................................................................. 19

4.2

Emotionele belasting ............................................................................................... 21

4.3

Taakvariatie ............................................................................................................. 22

4.4

Arbeidsomstandigheden .......................................................................................... 23

5

Risicoprofiel voor zzp’ers ..................................................................................... 24

5.1

Risicoprofiel zzp’ers voor werkstress ....................................................................... 25

5.2

Risicoprofiel zzp’ers voor werk-privébalans ............................................................. 26

6

De werkbaarheidssituatie van een aantal specifieke groepen vergeleken .............................................................................................................. 27

6.1

Vrouwelijke en mannelijke zzp’ers vergeleken ......................................................... 27

6.2

Min 50-ers en 50 plussers vergeleken ..................................................................... 28

6.3

De werkbaarheidssituatie naar anciënniteit .............................................................. 29

7

Een blik op zzp’ers met een vrij beroep en uit de intellectuele diensten.................................................................................................................. 30

7.1

Zzp’ers met een vrij beroepen ................................................................................. 30

7.2

Zzp’ers in de intellectuele diensten .......................................................................... 31

8

Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zzp’ers .............................. 32

8.1

Tevredenheid........................................................................................................... 32

8.1.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers................................................................................ 32

8.1.2

Evolutie van de tevredenheid bij zzp’ers .................................................................. 33

8.2

Werkorganisatie ....................................................................................................... 35

3


Werkbaar werk voor zzp’ers

8.2.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers................................................................................ 35

8.2.2

Evolutie van de werkorganisatie bij zzp’ers .............................................................. 37

8.3

Competentieportfolio................................................................................................ 38

8.3.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers................................................................................ 38

8.3.2

Evolutie van het competentieportfolio bij zzp’ers ...................................................... 39

8.4

Grensoverschrijdend gedrag .................................................................................... 39

8.5

Kijk op de toekomst ................................................................................................. 40

8.5.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers................................................................................ 41

8.5.2

Evolutie van de kijk op de toekomst bij zzp’ers ........................................................ 41

Referentielijst ...................................................................................................................... 42 Lijst met figuren en tabellen ............................................................................................... 43

4


Werkbaar werk voor zzp’ers

Samenvatting Dit rapport is gebaseerd op de werkbaarheidsmeting 2019 en levert geen informatie over de gevolgen van de corona-crisis voor de kwaliteit van het werk van zzp’ers.

De analyse van de zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers) laat de lezer kennismaken met hun specifieke werkbaarheidssituatie. In deze samenvatting geven we de voornaamste (werkbaarheids-)cijfers en maken we een vergelijking met de zelfstandige ondernemers met personeel (zmp’ers). Ook een aantal andere kenmerken van de arbeidssituatie komen aan bod. We sluiten of met een aantal aandachtpunten ter inspiratie voor een specifiek beleid voor zzp’ers. In 2019 bedroeg de werkbaarheidsgraad voor de zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers) 52,6%. Tussen de opeenvolgende werkbaarheidsmetingen en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante verschuivingen in het aandeel zzp’ers met een werkbare job. In 2019 ligt de werkbaarheidsgraad van zzp’ers significant hoger dan de werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers met personeel (zmp’ers). De werkbaarheidsgraad ligt in 2019 voor zmp’ers op 46,4%. Een blik op de onderliggende werkbaarheidsindicatoren geeft een duidelijk zicht op het voorkomen van knelpunten in de werksituatie van zzp’ers in 2019: 34,2% wordt geconfronteerd met werkstressklachten, bij 10,6% is de situatie acuutproblematisch en is er sprake van een risico op burn-out; 9,7% kampt met motivatieproblemen, bij 3,5% gaat het om ernstige demotivatie; 3,4% heeft onvoldoende leermogelijkheden in de job, bij 0,6% is er een ernstig leerdeficit; 27,3% signaleert problemen in de werk-privécombinatie, bij 9,6% gaat het om een acuut werkprivéconflict. In vergelijking met de kengetallen voor zmp’ers laten zzp’ers betere scores zien voor werkstress/burn-out en (acute) problemen in de werk-privécombinatie. Voor de motivatieproblemen en onvoldoende leermogelijkheden is er geen verschil. De opgemaakte risicoprofielen voor zzp’ers leren ons dat een hoge werkdruk een belangrijke determinant vormt van werkstressklachten en problemen in de werk-privécombinatie. In 2019 wordt 38,5% van de zzp’ers met een hoge werkdruk geconfronteerd: de substantiële toename sinds 2010 (30,8%) wordt bevestigd. Het aantal gewerkte uren en de emotionele belasting spelen een rol voor problemen in de werkprivécombinatie en in mindere mate voor werkstress. 41,3% van de zzp’ers werkt in 2019 gemiddeld meer dan 50 uur per week, 27% heeft emotioneel belastend werk. 21,3% van de zzp’ers werkt in fysiek belastende arbeidsomstandigheden en 7,9% heeft onvoldoende afwisseling in het werk. Ook deze risicofactoren bepalen - zij het minder uitgesproken - de werkbaarheid.

5


Werkbaar werk voor zzp’ers

Er zijn binnen de groep van de zzp’ers weinig verschillen tussen mannen en vrouwen, tussen 50ers en +50-ers en tussen zzp’ers met maximaal vijf jaar anciënniteit en deze die reeds langer actief zijn. We vinden enkel dat het aandeel zzp’ers met werkbaar werk hoger ligt bij de 50-plussers, hun werk-privécombinatie is vaker in evenwicht en hun werkstress en werkdruk liggen lager met onvoldoende leermogelijkheden en zeer hoge werkdruk ligt hoger bij de zzp’ers met meer dan 5 jaar anciënniteit met belastende arbeidsomstandigheden hoger ligt bij de mannen met (acuut) emotioneel belastend werk hoger ligt bij de vrouwen Ongeveer de helft van de zzp’ers heeft een vrij beroep of werkt in de sector van de intellectuele diensten. Sinds 2007 is het aandeel van de zzp’ers in de sector van de intellectuele diensten verdubbeld, van 9,4% naar 21,5%. Zzp’ers uit de intellectuele diensten hebben werkbaarheidsgraad van 59,4%, bij zzp’ers met een vrij beroep bedraagt deze 51,1%. Voor beide sectoren vormen werkstressproblemen en problemen in de werk-privécombinatie de belangrijkste werkbaarheidsknelpunten, hoge werkdruk en emotionele belasting de voornaamste werkbaarheidsrisico’s.

De werkbaarheidsmonitor brengt niet alleen de werkbaarheidsgraad en -indicatoren in kaart, maar peilt ook naar andere aspecten van de arbeidssituatie en de werkbeleving. We zetten een aantal opvallende vaststellingen voor zzp’ers op een rijtje: Drie kwart is tevreden met de keuze voor het zelfstandig ondernemerschap. Negen op tien is tevreden over de klantencontacten. Slechts 17,9% is tevreden over de sociale bescherming, 22,7% over de contacten met de overheidsadministratie. Minder dan de helft van de zzp’ers is tevreden over de mogelijkheid tot financiering, een aandeel dat sinds 2007 is afgenomen. 54,3% van de zzp’ers volgde in het afgelopen jaar een bijscholing, dit is opvallend meer dan in 2007. Toen lag dit aandeel op 40,3%. Vier op tien zzp’ers heeft een diploma hoger onderwijs lange type, in 2007 was dit minder dan drie op tien. 14% van de zzp’ers is het slachtoffer van intimidatie of bedreiging. 2,8% van lichamelijk geweld, 3,5% van ongewenst seksueel gedrag en 5,2% van pestgedrag. 73% van de zzp’ers van 40 jaar of ouder vindt doorwerken tot het pensioen een haalbare kaart. 23,7% ziet dat zitten mits aangepast werk. Slechts 3,3% acht doorwerken tot het pensioen niet haalbaar.

6


Werkbaar werk voor zzp’ers

Een vergelijking van zzp’ers en zmp’ers leert dat: Zzp’ers gemiddeld minder uren presteren dan zmp’ers, één op drie presteert meer dan 60 uur per week, bij de zmp’ers is dat meer dan de helft. De groeiverwachtingen van zzp’ers lager liggen, bovendien nemen de groeiverwachtingen bij de zzp’ers af. Zzp’ers minder tevreden zijn over de financiële aspecten van het werk. Zzp’ers er vaker alleen voorstaan: een kleiner aandeel van de zzp’ers voelt zich goed ondersteund door zijn of haar sociaal netwerk, er zijn minder vaak andere zelfstandigen betrokken bij het dagelijks beheer, ze maken minder deel uit van een vennootschap. De verschillen tussen zzp’ers en zmp’ers op dat vlak zijn groot. Zzp’ers vaker een diploma hoger onderwijs lange type op zak hebben. Zzp’ers zich minder vaak voldoende opgeleid voelen voor het beheer en het management van hun bedrijf en zij ook minder over een bijkomend getuigschrift ‘beheer en management’ beschikken. Bij de zzp’ers zien we bovendien een daling van het aandeel dat zich op dat vlak voldoende competent acht. Op basis van de analyse kunnen we voor de zzp’ers een aantal specifieke aandachtspunten naar voor schuiven: Meer dan vier op tien zzp’ers hebben geen werkbaar werk. Werken aan werkbaar werk vraagt oog voor de problematiek van werkstress/werkdruk/burn-out/werk-privébalans, en dit in het bijzonder voor de zzp’ers jonger dan 50. Het is goed nieuws dat op het vlak van bijscholing en leermogelijkheden de zzp’ers een belangrijke inhaalbeweging deden maar op het vlak van management en beheer signaleren zzp’ers toch nog een aanzienlijk kennisdeficit. Vorming/ondersteuning op het vlak van beheer en management en/of promotie van bestaande initiatieven hieover is dan ook een aandachtpunt. De groeiverwachtingen van de zzp’ers nemen af en liggen een pak lager dan die van de zmp’ers. Bovendien daalt de tevredenheid over de financieringsmogelijkheden van de zelfstandige activiteit. Promotie van bestaande en/of ter beschikking stellen van aangepaste financieringsinstrumenten kunnen belangrijk zijn. Zzp’ers staan er voor hun dagdagelijks beheer vaker alleen voor dan de zmp’ers: bij meer van vier op tien zijn er geen andere zelfstandigen betrokken bij het dagdagelijks beheer én is geen of slechts een beperkte ondersteuning door een sociaal netwerk. Het aanmoedigen van initiatieven om de ondersteuning van zzp’ers te bevorderen lijkt aangewezen.

7


Werkbaar werk voor zzp’ers

Inleiding De Vlaamse sociale partners dragen al vele jaren de boodschap uit dat langer werken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en de banen voldoende kwaliteitsvol zijn. Ze zetten daarom resoluut in op ‘werkbaar werk’: werk waarvan je niet overspannen of ziek wordt, dat boeiend en motiverend is, kansen biedt op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laat voor gezin en privéleven. Om de vinger aan de pols te houden brengt de Stichting Innovatie & Arbeid sinds 2007 de werkbaarheid van het werk van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen in kaart via een grootschalige, driejaarlijkse schriftelijke bevraging. Met de opgeleverde resultaten van de enquête 2019 (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2020) is de werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers inmiddels aan zijn vijfde editie toe. Werkbaarheid wordt - conform de vermelde beleidsdefinitie – in de monitor geoperationaliseerd aan de hand van vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. De Vlaamse werkbaarheidsmonitor beoordeelt niet enkel in welke mate jobs werkbaar zijn voor de betrokken zelfstandige ondernemers, maar registreert ook een aantal achterliggende risicofactoren. Daartoe werden vier risico-indicatoren ontwikkeld: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk) en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Daarnaast levert de werkbaarheidsbevraging ook aanvullende informatie op over de arbeidssituatie en de werkbeleving zoals de mate van tevredenheid, de bedrijfsvoering, hun competentieportfolio, hun confrontatie met grensoverschrijdend gedrag en hun toekomstverwachtingen. Dit rapport brengt - op basis van de databank van de vijf opeenvolgende werkbaarheidsmetingen - de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers) in kaart en vergelijkt deze met de zelfstandige ondernemers met personeel (zmp’ers). Het rapport is opgedeeld in acht hoofdstukken: Hoofdstuk 1 beschrijft de zzp’ers in 2019. Hoe is de populatie van de zzp’ers samengesteld als we kijken naar geslacht, leeftijd, anciënniteit, sector en is er een verschil met de zmp’ers? Hoofdstuk 2 bekijkt de evolutie van de werkbaarheidsgraad bij zzp’ers en vergelijkt deze met de werkbaarheid(sevolutie) van zmp’ers; Hoofstukken 3 en 4 zoomen respectievelijk in op de werkbaarheidsindicatoren en de werkbaarheidsrisico’s bij zzp’ers. Telkens wordt een vergelijking gemaakt met zmp’ers. In hoofdstuk 5 wordt op basis van de kengetallen voor de risico-indicatoren voor zpp’ers een risicoprofiel opgemaakt voor werkstress en werk-privé-balans; Hoofdstuk 6 bekijkt de werkbaarheid van een aantal deelgroepen binnen de zzp’ers. Zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen, naar leeftijd en anciënniteit? Hoofdstuk 7 bekijkt de werkbaarheidsresultaten voor zzp’ers in de sector van de intellectuele diensten en de vrije beroepen. Deze twee subsectoren vertegenwoordigen ongeveer de helft van de zzp’ers. Hoofdstuk 8 inventariseert bijkomende gegevens over de arbeidssituatie en werkbeleving van zzp’ers uit de werkbaarheidsbevraging. Hier vindt de lezer informatie over de tevredenheid, de werkorganisatie, het grensoverschrijdend gedrag, het competentieportfolio en een aantal

8


Werkbaar werk voor zzp’ers

aspecten over de toekomst. De informatie van de zzp’ers wordt vergeleken met die van de zmp’ers. Tevens wordt bekeken of de gegevens in de tijd evolueren.

Alle informatie over de methodologie van de werkbaarheidsmonitor is te vinden in het methodologische rapport (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe (2019c))

9


Werkbaar werk voor zzp’ers

1

Zzp’ers in beeld

De onderzoekspopulatie voor de Vlaamse werkbaarheidsmonitor is als volgt afgebakend ‘zelfstandigen in hoofdberoep in de leeftijdsgroep 18-69 jaar, met woonplaats in het Vlaamse gewest, die in de vier weken voorafgaand aan de bevraging effectief arbeidsprestaties als zelfstandige ondernemer hebben geleverd’. Van de respondenten van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor (2019) heeft ongeveer 58% geen personeel in dienst, 42% wel. Dit aandeel is in de verschillende metingen nauwelijks gewijzigd. Tabel 1 geeft de samenstelling van de respondenten bij de zzp’ers naar gender, leeftijd, sector en anciënniteit en vergelijkt deze met de zmp’ers. In de bespreking wordt een vergelijking gemaakt met de situatie in 2007 (nulmeting). Het aandeel vrouwen ligt hoger bij de zzp’ers (37,3%) dan bij de zmp’ers (32,3%). Ten opzichte van 2007 is het aandeel van de vrouwen zowel bij de zzp’ers als bij de zmp’ers toegenomen. In 2007 bedroegen de aandelen respectievelijk 33,1% (zzp’ers) en 24,4% (zmp’ers). Bij de zzp’ers ligt het aandeel werknemers jonger dan 40 jaar (29,5%) hoger dan bij de zmp’ers (22%). Omgekeerd ligt het aandeel werknemer vanaf 40 jaar lager bij de zzp’ers (70,5%) dan bij de zmp’ers (78%). Ten opzichte van 2007 is het aandeel jonger dan 40 jaar gedaald, zowel voor de zzp’ers als voor de zmp’ers. In 2007 was 39,4% van de zzp’ers en 33,5% van de zmp’ers jonger dan veertig jaar. Ongeveer de helft van de zzp’ers werkt in intellectuele diensten of heeft een vrij beroep. Bij de zmp’ers is dit 30%. In 2007 had 29,4% van de zzp’ers een vrij beroep, 9,4% werkte in de intellectuele diensten. Bij de zmp’ers was dit resp. 16,1% en 5,3%. Vooral de toename van het aandeel andere intellectuele diensten bij de zzp’ers (van 9,4% naar 21,5%) is opvallend. 28,7% van de zzp’ers is maximum vijf jaar actief als zelfstandige ondernemer. Bij de zmp’ers is dit 11,7%. Dit aandeel ligt voor de zzp’ers op het niveau van 2007, voor de zmp’ers is er sprake van een daling ten opzichte van 2007. Toen bedroeg dit aandeel nog 16%.

10


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 1:

Zzp’ers en zmp’ers naar gender, leeftijd, sector en anciënniteit, 2019 zzp’ers

zmp’ers

significantietoets

gender man

62,7%

67,7%

vrouw

37,3%

32,3%

totaal

100,0%

100,0%

min 30

10,7%

4,1%

30-39

18,8%

17,9%

40-49

29,7%

29,8%

50-54

15,6%

21,7%

55+

25,1%

26,6%

100,0%

100,0%

land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie

8,0%

5,8%

transport en productie

3,5%

8,1%

11,3%

16,1%

handel

9,3%

17,5%

horeca

4,3%

7,8%

vrije beroepen

28,4%

20,9%

andere intellectuele diensten

21,5%

9,0%

andere

13,6%

14,9%

100,0%

100,0%

maximum vijf jaar

28,7%

11,7%

meer dan vijf jaar

71,3%

88,3%

100,0%

100,0%

s

leeftijd

totaal

s

sector

bouw

totaal

s

anciënniteit

totaal

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De verschiltoetsing vergelijkt zzp’ers met zmp’ers (pearson chi², ‘s’ indien p ≤0,05 versus ‘ns’ indien p > 0,05).

11


Werkbaar werk voor zzp’ers

2

De werkbaarheidsgraad bij zzp’ers

De Vlaamse sociale partners hebben de beleidsnotie ‘werkbaarheid’ concreet gemaakt aan de hand van vier kwaliteitscriteria: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsgraad verwijst dan naar het percentage zzp’ers dat een kwaliteitsvolle job heeft/geen knelpunten signaleert voor alle vier genoemde werkbaarheidsdimensies. De werkbaarheidsgraad voor zzp’ers bedraagt 52,6% in 2019 (zie onderstaande tabel). Tussen de opeenvolgende werkbaarheidsmetingen en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we voor zzp’ers geen significante verschuivingen van de werkbaarheidsgraad. Tabel 2:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 voor zzp’ers en zmp’ers

werkbaarheidsgraad zzp'ers N

zmp'ers N verschiltoetsing

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

2019 %

50,7

51,3

54,1

54,2

52,6

1.081

1.035

1.916

1.366

1.565

43,4

42,9

47,5

46,5

46,4

799

771

1.417

1.023

1.108

s

s

s

s

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De verschiltoetsing vergelijkt de situatie van zzp’ers met deze van de zmp’ers (pearson chi², ‘s’ indien p ≤0,05 versus ‘ns’ indien p > 0,05).

Uit tabel 2 kunnen we eveneens afleiden dat de werkbaarheidsgraad van zzp’ers boven deze van de zmp’ers ligt. Tussen 2010 en 2013 neemt de werkbaarheidsgraad van de zmp’ers toe, hij blijft onder het niveau van de zzp’ers. Figuur 1 brengt met de vergelijking van de werkbaarheidscurves voor zzp’ers en zmp’ers laatstgenoemde vaststellingen visueel in beeld. Figuur 1:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 voor zzp’ers en zmp’ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

12


Werkbaar werk voor zzp’ers

3

Werkbaarheidsknelpunten bij zzp’ers

De beoordeling van de werkbaarheid van een job (en daarmee de werkbaarheidsgraad) wordt afgeleid uit informatie van de vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid, motivatie), leermogelijkheden in de job (kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling) en werk-privébalans (combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven). Tabel 3:

Overzicht en omschrijving werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor indicator

Omschrijving

psychische vermoeidheid

de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren (problemen met) werkstress

welbevinden in het werk

de mate waarin zelfstandige ondernemers door de aard van de job(inhoud) werkbetrokken zijn/blijven dan wel gedemotiveerd raken (problemen met) werkbetrokkenheid en motivatie

leermogelijkheden

de mate waarin zelfstandige ondernemers door formele opleidingskansen en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek hun competenties al dan niet op peil kunnen houden en verder ontwikkelen i.f.v. hun inzetbaarheid op langere termijn (onvoldoende) kansen op bijblijven/competentieontwikkeling

werk-privébalans

de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan niet belemmerende effecten hebben op de handelingsmogelijkheden in de ‘thuis’situatie (problemen met) combinatie van arbeid met privé-leven

Voor elk van de vier werkbaarheidsdimensies en -indicatoren zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Bij een problematische situatie spreken we over een werkbaarheidsknelpunt, bij een acuut-problematische situatie over een acuut werkbaarheidsknelpunt. In de werkbaarheidsmonitor wordt met andere woorden met ‘gelede kengetallen’ gewerkt. Naar analogie met de kleurensymboliek van een verkeerslicht, wordt niet enkel een problematische groep afgebakend en becijferd (‘oranje knipperlicht’ - knelpunt), maar daarbinnen ook een subgroep die als ‘acuut problematisch’ kan gelabeld worden (‘rood alarmsignaal’ - acuut knelpunt). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsdimensies als volgt benoemd:

13


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 4:

Terminologie voor de kengetallen voor de werkbaarheidsindicatoren niet problematisch problematisch

psychische vermoeidheid welbevinden in het werk leermogelijkheden werk-privébalans

acuut-problematisch

= geen knelpunt

= knelpunt

= acuut knelpunt

geen werkstress

werkstressproblemen

symptomen burn-out

geen motivatieproblemen

motivatieproblemen

ernstige demotivatie

voldoende leermogelijkheden

onvoldoende leermogelijkheden

ernstig leerdeficit

haalbare werk-privécombinatie

problemen werk-privécombinatie

acuut werk-privé conflict

In dit hoofdstuk nemen we de (evolutie in de) kengetallen voor de vier werkbaarheidsindicatoren voor zzp’ers onder de loep en vergelijken we de gegevens met deze voor zmp’ers.

3.1

Werkstress en burn-out

In 2019 wordt 34,2% van de zzp’ers geconfronteerd met werkstressproblemen, bij 10,6% is de situatie acuut-problematisch en registreren we burn-outsymptomen. Over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we voor zzp’ers een daling van de burnoutklachten, voor werkstress zijn er geen significante verschuivingen. De vooruitgang die de zzp’ers tussen 2007 en 2013 op dit terrein boekten (een daling van het aandeel werkstress van 34,3% naar 30,8%, het aandeel burn-outklachten van 11,6% naar 8,5%), kon in de periode 20162019 niet worden geconsolideerd: in een vergelijking met de nulmeting van 2007 laten de resultaten voor de zzp’ers geen significante verschuiving zien. Tabel 5:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met werkstressproblemen en burnoutsymptomen.

werkstressproblemen

zzp'ers

symptomen burn-out N

werkstressproblemen symptomen burn-out

zmp'ers N

verschiltoetsing

werkstressproblemen symptomen burn-out

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

34,3

34,7

30,8

32,6

34,2

2019

11,6

11,2

1228

1174

2001

1417

1607

40,2

42,5

36,9

40,8

40,8

8,5

8,8

10,6

15,0

14,3

12,3

15,0

13,9

900

859

1497

1070

1142

s

s s

s s

s s

s s

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘symptomen burn-out’ is een subgroep binnen de groep ‘werkstressproblemen’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi² ; p ≤0,05) afname resp. toename van het aandeel zzp’ers (zmp’ers) met werkstressproblemen/burn-outklachten ten opzichte van het vorig meetpunt. • Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi² ; p ≤0,05) afname resp. toename van het aandeel zzp’ers (zmp’ers) met werkstressproblemen/burn-outklachten over het voorbije decennium bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. • De verschiltoetsing vergelijkt de situatie van zzp’ers met deze van de zmp’ers (pearson chi², ‘s’ indien p ≤0,05 versus ‘ns’ indien p > 0,05).

De werkstress-situatie bij zzp’ers verschilt voor alle meetmomenten significant van deze van zmp’ers. Het aandeel zzp’ers met werkstressproblemen ligt telkens lager dan bij de zmp’ers. De kloof tussen zzp’ers en zmp’ers bedraagt tussen de 6 à 8 procentpunt. Voor symptomen voor

14


Werkbaar werk voor zzp’ers

burn-out bedraagt de kloof zo’n 3 à 4 procentpunt, en dit met uitzondering van 2016. In dat jaar is de kloof tussen zzp’ers en zmp’ers groter. De resultaten worden grafisch voorgesteld in onderstaande figuur. Figuur 2:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met werkstressproblemen en burnoutsymptomen

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2007

2010

2013

2016

werkstress zzp'ers burn-out zzp'ers

2019

werkstress zmp'ers burn-out zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

3.2

Motivatie

In 2019 registreren we bij 9,7% van de zzp’ers motivatieproblemen, bij 3,5% is er sprake van ernstige demotivatie. Tussen de opeenvolgende werkbaarheidsmetingen en over de volledige meetperiode 2007-2019 blijft het aandeel zzp’ers met (ernstige) motivatieproblemen nagenoeg constant. Tabel 6:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (ernstige) motivatieproblemen

motivatieproblemen

zzp'ers

ernstige demotivatie N

motivatieproblemen ernstige demotivatie

zmp'ers

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

7,8

7,0

7,6

8,7

9,7

2,6

motivatieproblemen ernstige demotivatie

2,8

3,0

3,4

2019

3,5

1135

1072

1996

1406

1612

9,1

9,8

9,6

10,0

10,9

3,0 837

N

verschiltoetsing

2007

3,2 807

ns

1464

s ns

4,2 s

ns

ns

3,9

4,2

1051

1142

ns

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘symptomen ernstige demotivatie’ is een subgroep binnen de groep ‘motivatieproblemen’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

15


Werkbaar werk voor zzp’ers

Het aandeel zzp’ers met motivatieproblemen verschilt in 2010 en 2013 van dat van de zmp’ers. Het aandeel ligt voor beide meetmomenten significant lager bij de zzp’ers. In 2007, 2016 en 2019 verschillen deze aandelen niet. Voor ernstige motivatieproblemen is er op geen enkel meetmoment een significant verschil tussen zzp’ers en zmp’ers. De resultaten worden grafisch voorgesteld in onderstaande figuur. Figuur 3:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (ernstige) motivatieproblemen

15%

10%

5%

0%

2007

2010

motivatieproblemen zzp'ers ernstige demotivatie zzp'ers

2013

2016

2016

motivatieproblemen zmp'ers ernstige demotivatie zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

3.3

Leermogelijkheden

In 2019 heeft 3,4% van de zzp’ers af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden, bij 0,6% is er sprake van een ernstig leerdeficit. Tussen 2013 en 2016 daalde het aandeel zzp’ers met onvoldoende leermogelijkheden significant. Deze daling kon worden geconsolideerd in 2019. Over de gehele meetperiode is het aandeel zzp’ers met onvoldoende leermogelijkheden bijna gehalveerd (van 6,3% naar 3,4%).

16


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 7:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit

onvoldoende leermogelijkheden

zzp'ers

2007

2010

2013

2016

2019

%

%

%

%

%

6,3

5,3

5,4

3,7 0,9

3,4 0,6

ernstig leerdeficit N

onvoldoende leermogelijkheden

1,1

1071

2005

1409

1614

4,9

4,0

3,7

3,3

3,5

verschiltoetsing

1,1 840

N

1,0

1138

ernstig leerdeficit

zmp'ers

1,6

0,5

808

ns

onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit

0,7

1465

ns ns

s ns

ns

0,7

0,3

1055

1144

ns

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘ernstig leerdeficit’ is een subgroep binnen de groep ‘onvoldoende leermogelijkheden’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Het aandeel zzp’ers met een (ernstig) leerdeficit verschil niet van dat van de zmp’ers. Enige uitzondering hierop is 2013 waar het aandeel onvoldoende leermogelijkheden bij de zzp’ers (5,4%) significant hoger lag dan bij zmp’ers (3,7%). De resultaten worden grafisch weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 4:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit

10%

5%

0%

2007

2010

onvoldoende leermogelijkheden zzp'ers ernstig leerdeficit zzp'ers

2013

2016

2019

onvoldoende leermogelijkheden zmp'ers ernstig leerdeficit zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

17


Werkbaar werk voor zzp’ers

3.4

Werk-privébalans

In 2019 wordt 27,3% van de zzp’ers geconfronteerd met problemen met de combinatie werkprivé, bij 9,6 % is er sprake van een acuut werk-privéconflict. Tussen de opeenvolgende werkbaarheidsmetingen en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante verschuivingen in het aandeel zzp’ers dat kampt met een (acuut) onevenwicht in de werk-privébalans. Uitzondering hierop is dat het aandeel zzp’ers met een acuut werk-privéconflict in de periode 2010-2013 significant is afgenomen. Deze afname kon in de daaropvolgende periode niet worden geconsolideerd. Tabel 8:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met een (acuut) problematische werkprivébalans

problemen werk-privécombinatie

zzp'ers

acuut werk-privéconflict N

problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict

zmp'ers N

verschiltoetsing

problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

29,8

30,6

27,6

29,2

27,3

8,9

9,9

7,5

2019

8,5

9,6

1240

1188

2008

1424

1611

40,9

41,0

36,9

37,7

35,0

13,4

14,7

12,0

13,4

12,1

903

865

1497

1075

1152

s

s s

s s

s s

s s

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘acuut werk-privé-conflict’ is een subgroep binnen de groep ‘problemen in de werk-privécombinatie’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Het aandeel zzp’ers met een (acuut) problematische werk-privébalans ligt significant lager dan bij de zmp’ers. Deze vaststelling kunnen we maken voor alle werkbaarheidsmetingen. De resultaten worden grafisch weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 5:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met een (acuut) problematische werkprivébalans

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2007

2010

problemen werk-privécombinatie zzp'ers acuut werk-privéconflict zzp'ers

2013

2016

2019

problemen werk-privécombinatie zmp'ers acuut werk-privéconflict zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

18


Werkbaar werk voor zzp’ers

4

Determinanten van werkbaarheidsknelpunten bij zzp’ers

Omdat het vanuit beleidsoogpunt uiteraard ook relevant is om de werkbaarheid oorzakelijk te kunnen duiden (wat maakt werk (on)werkbaar?), wordt in de werkbaarheidsmonitor ook gepeild naar een aantal kenmerken van de arbeidssituatie die de kwaliteit van het werk bedreigen dan wel bevorderen. In de monitor voor zelfstandige ondernemers worden vier jobkenmerken via zogenaamde risicoindicatoren in kaart gebracht: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk) en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Tabel 9:

Overzicht en omschrijving risico-indicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor omschrijving

indicator werkdruk

de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines

emotionele belasting

de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen, inz. bij omgang met klanten (patiënten, leerlingen) of coördinatieopdrachten

taakvariatie

de mate waarin de functie-inhoud een afwisselend takenpakket omvat en beroep doet op vaardigheden van de zelfstandige ondernemers

arbeidsomstandigheden

de mate waarin de zelfstandige ondernemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting

Ook voor deze vier werkbaarheidsrisico’s zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019c). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsrisico’s als volgt benoemd: Tabel 10:

Terminologie voor de kengetallen voor de risico-indicatoren niet problematisch

problematisch

acuut-problematisch

geen hoge werkdruk

hoge werkdruk

zeer hoge werkdruk

geen emotioneel belastend werk

emotioneel belastend werk

emotionele overbelasting

taakvariatie

geen routinematig werk

routinematig werk

extreem routinematig werk

arbeidsomstandigheden

geen belastende arbeidsomstandigheden

belastende arbeidsomstandigheden

zeer hoge fysieke belasting

werkdruk emotionele belasting

In dit hoofdstuk analyseren we de kengetallen voor de vier risico-indicatoren voor zzp’ers. We bekijken daarbij de evolutie in de risico-indicatoren en vergelijken de gegevens met de informatie voor zmp’ers.

4.1

Werkdruk

In 2019 heeft 38,5% van de zzp’ers af te rekenen met een (problematisch) hoge werkdruk, bij 14,7% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van een zeer hoge werkdruk.

19


Werkbaar werk voor zzp’ers

Ten aanzien van 2013 is in 2016 het aandeel van de zzp’ers dat kampt met (zeer) hoge werkdruk significant toegenomen. Deze stijging werd in 2019 geconsolideerd. Hiermee is de vooruitgang die op het vlak van werkdruk geboekt werd in 2010 ten aanzien van de nulmeting, teniet gedaan. Tabel 11:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk

hoge werkdruk

zzp'ers

zeer hoge werkdruk N

hoge werkdruk zeer hoge werkdruk

zmp'ers N

verschiltoetsing

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

38,4

32,6

30,8

36,1

38,5

2019

13,8

11,9

13,0

14,7

1143

1077

2007

1411

1615

57,0

54,4

47,2

52,1

56,6

9,7

23,0

22,1

18,4

22,3

25,5

842

814

1469

1057

1146

s

hoge werkdruk zeer hoge werkdruk

s s

s s

s s

s s

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘zeer hoge werkdruk’ is een subgroep binnen de groep ‘hoge werkdruk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

De werkdrukindicator voor zzp’ers ligt lager dan voor zmp’ers en dit voor alle metingen. De verschillen liggen rond de 20 procent punt voor hoge werkdruk en rond de 10 procentpunt voor zeer hoge werkdruk. Figuur 6:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2007

2010

hoge werkdruk zzp'ers zeer hoge werkdruk zzp'ers

2013

2016

2019

hoge werkdruk zmp'ers zeer hoge werkdruk zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

20


Werkbaar werk voor zzp’ers

4.2

Emotionele belasting

In 2019 heeft 27% van de zzp’ers emotioneel belastend werk, bij 4,8% is er sprake van emotionele overbelasting. Tussen de opeenvolgende werkbaarheidsmetingen en over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante verschuivingen op het vlak van emotionele belasting. Tabel 12:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met emotioneel belastend werk en emotionele overbelasting

emotioneel belastend werk

zzp'ers

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

25,9

26,2

26,6

24,6

27,0

emotionele overbelasting

5,6

emotioneel belastend werk

4,3

4,8

1074

2011

1411

1614

33,3

32,6

33,6

29,2

30,0

emotionele overbelasting

4,9 839

N

verschiltoetsing

5,0

1145

N

zmp'ers

4,4

2019

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

5,8 813

s

1470

s ns

6,5 s

ns

5,7 1055 s

ns

5,2 1143 ns

ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer : • De categorie met het rode balkje ‘emotionele overbelasting’ is een subgroep binnen de groep ‘emotionele belastende werk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Uit tabel 12 en figuur 7 blijkt dat in 2019 het aandeel zzp’ers met emotioneel belastend werk niet significant verschilt van het aandeel van de zmp’ers. Voordien lag het aandeel bij de zzp’ers telkens lager. Voor emotionele overbelasting is er voor geen enkel meetpunt sprake van een significant verschil. Figuur 7:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met emotioneel belastend werk en emotionele overbelasting

40%

30%

20%

10%

0%

2007

2010

emotioneel belastend werk zzp'ers emotionele overbelasting zzp'ers

2013

2016

2019

emotioneel belastend werk zmp'ers emotionele overbelasting zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

21


Werkbaar werk voor zzp’ers

4.3

Taakvariatie

In 2019 heeft 7,9% van de zzp’ers routinematig werk, bij 1,9% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van zeer routinematig werk. Over de volledige meetperiode 2007-2019 registreren we geen significante vermindering van het aandeel zzp’ers met routinematig werk. In de periode 2013-2016 was er wel een daling maar deze wordt niet vastgehouden. Tabel 13:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (extreem) routinematig werk

routinematig werk

zzp'ers

extreem routinematig werk N

routinematig werk extreem routinematig werk

zmp'ers

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

9,1

8,7

9,4

6,3

7,9

2,7

routinematig werk extreem routinematig werk

2,4

2,5

2,0

2019

1,9

1148

1078

2009

1412

1614

6,4

8,1

6,7

6,9

7,9

1,4 842

N

verschiltoetsing

2007

1,7 813

s

1,8

1469

ns ns

1,2

1146

ns

ns

s ns

1,7

1059

s

ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘extreem routinematig werk’ is een subgroep binnen de groep ‘routinematig werk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Tabel 13 en figuur 8 laten tevens zien dat het aandeel zzp’ers met routinematig werk in 2019 niet verschilt van dat van de zmp’ers. In 2007 en 2013 lag het aandeel routinematig werk bij de zzp’ers hoger dan bij de zmp’ers. Figuur 8:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (extreem) routinematig werk

15%

10%

5%

0%

2007

2010

routinematig werk zzp'ers extreem routinematig werk zzp'ers

2013

2016

2019

routinematig werk zmp'ers extreem routinematig werk zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

22


Werkbaar werk voor zzp’ers

4.4

Arbeidsomstandigheden

In 2019 wordt 21,3% van de zzp’ers geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden, bij 6,5% is er sprake van een zeer hoge fysieke belasting. Over de volledig meetperiode registreren we een geen verschil in het aandeel zzp’ers dat geconfronteerd wordt met belastende arbeidsomstandigheden. Tabel 14:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden en zeer hoge fysieke belasting

belastende arbeidsomstandigheden

zzp'ers

2007

2010

2013

2016

%

%

%

%

%

18,6

16,8

18,7

18,6 6,1

21,3 6,5

1449

1643

17,7 4,2

20,3 7,2

1095

1170

zeer hoge fysieke belasting N

belastende arbeidsomstandigheden

5,4

N

verschiltoetsing

5,4

1206

2058

15,1

15,2

16,0

zeer hoge fysieke belasting

zmp'ers

5,0

1261

3,4

4,0

929

881

s

ns

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

s

3,4 1519 s

ns

2019

ns s

ns s

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De categorie met het rode balkje ‘zeer hoge fysieke belasting’ is een subgroep binnen de groep ‘fysieke belasing’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. • Voor betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers en kaders) en de verschiltoetsing (‘s’ versus ‘ns’): zie tabel 5 onder 3.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Uit tabel 14 en figuur 9 kunnen we evenwel afleiden dat er voor de risico-indicator ‘arbeidsomstandigheden’ in 2019 geen verschillen zijn tussen zzp’ers en zmp’ers. In 2007 en 2013 scoren de zzp’ers significant negatiever dan de zmp’ers. Voor 2016 is dat enkel zo voor de zeer hoge fysieke belasting. Figuur 9:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met belastende arbeidsomstandigheden en zeer hoge fysieke belasting

30%

25%

20%

15%

10%

5%

0%

2007

2010

belastende arbeidsomstandigheden zzp'ers zeer hoge fysieke belasting zzp'ers

2013

2016

2019

belastende arbeidsomstandigheden zmp'ers zeer hoge fysieke belasting zmp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

23


Werkbaar werk voor zzp’ers

5

Risicoprofiel voor zzp’ers

Op basis van de kengetallen voor de onderscheiden risico-indicatoren en de recent gepubliceerde analyses over de samenhang tussen werkbaarheids- en risico-indicatoren (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2020b), kunnen we een aantal risicoprofielen op maat van de zzp’ers construeren. Deze risicoprofielen verschaffen ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren in de arbeidssituatie van specifieke groepen van zelfstandige ondernemers: een risico is ernstiger naarmate er meer zelfstandige ondernemers mee geconfronteerd worden én er een grotere kans bestaat dat de zelfstandige ondernemers door dit risico met een specifiek werkbaarheidsknelpunt af te rekenen krijgen. In wat volgt bespreken we de risicoprofielen voor zzp’ers voor werkstress en werk-privébalans.

24


Werkbaar werk voor zzp’ers

5.1

Risicoprofiel zzp’ers voor werkstress

Figuur 10: Risicoprofiel voor werkstressproblemen zzp’ers, 2019

5,000

4,000

impact op werkstress

hoge werkdruk 3,000 emotioneel belastend werk 2,000

routinematig werk

belastende arbeidsomstandig heden

1,000

meer dan 50 uur per week

0,000 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

% zzp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De figuur verschaft ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren voor het ontstaan van werkstressproblemen bij zzp’ers. De ernstgraad van specifieke risicofactoren wordt bepaald door 2 elementen: • De impact van een specifieke risicofactor (verticale positionering van de onderscheiden buttons, berekend o.b.v. een logistische regressie-analyse en de daaruit resulterende odds ratio’s). Zo vormt een hoge werkdruk (bijna een verviervoudiging van de kansverhouding werkstress/geen werkstress) duidelijk een hoger risico voor het ontstaan van werkstress dan een gebrek aan afwisseling in het werk (de kansverhouding werkstress/geen werkstress verhoogt met factor anderhalf). • Het aandeel zzp’ers dat zich in een problematische situatie voor een specifieke risicofactor bevindt (horizontale positie van de onderscheiden buttons). Zo worden meer zzp’ers met een hoge werkdruk (38,5%) geconfronteerd dan met emotioneel belastend werk (27,0%).

Hoge werkdruk is duidelijk de meest ernstige risicofactor voor werkstress bij zzp’ers. Hoge werkdruk komt niet alleen vaak voor (38,5% van de zzp’ers wordt er mee geconfronteerd), maar verhoogt ook aanzienlijk de kans op werkstressproblemen. Ook emotionele belasting manifesteert zich als een belangrijke risico, maar is in het profiel minder kritisch omdat een kleinere groep hiermee geconfronteerd wordt (27%). Verder valt op dat een ruime groep van zzp’ers gemiddeld meer dan 50 uren per week (41,3%) werkt. Ook dit vormt, in beperktere mate, een risicofactor voor werkstress.

25


Werkbaar werk voor zzp’ers

5.2

Risicoprofiel zzp’ers voor werk-privébalans

Figuur 11 evalueert de relevantie van de vijf risicofactoren voor een problematische werk-privébalans bij zzp’ers. De risicofactor routinematig werk is niet determinerend voor problemen in de werk-privécombinatie en wordt niet in de figuur opgenomen. Figuur 11: Risicoprofiel voor problemen met de werk-privécombinatie bij zzp’ers, 2019

5

impact op werk-privécombinatie

4

hoge werkdruk

3 emotioneel belastend werk

meer dan 50 uur per week

2 belastende arbeidsomstandig heden

1

0 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

% zzp'ers

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De figuur verschaft ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren voor het ontstaan van problemen met de werk-privécombinatie bij zzp’ers. De ernstgraad van specifieke risicofactoren wordt bepaald door 2 elementen: • De impact van een specifieke risicofactor (verticale positionering van de onderscheiden buttons, berekend o.b.v. een logistische regressie-analyse en de daaruit resulterende odds ratio’s). Zo vormt een hoge werkdruk (ruim verviervoudiging van de kansverhouding problemen met de werk-privécombinatie/haalbare werk-privécombinatie) duidelijk een hoger risico voor het ontstaan van een problematische werk-privébalans dan belastende arbeidsomstandigheden (de kansverhouding problemen met de werk-privécombinatie/haalbare werk-privécombinatie verhoogt met een factor anderhalf). • Het aandeel zzp’ers dat zich in een problematische situatie voor een specifieke risicofactor bevindt (horizontale positie van de onderscheiden buttons). Zo worden meer zzp’ers met een hoge werkdruk (38,5%) geconfronteerd dan met emotioneel belastend werk (27%).

Van de onderzochte factoren vormt hoge werkdruk veruit het belangrijkste risico voor onevenwicht in de werk-privébalans bij zzp’ers. Een hoge werkdruk komt niet alleen vaak voor (38,5% van de zzp’ers wordt er mee geconfronteerd), maar verhoogt ook aanzienlijk het risico op een onevenwicht in de werk-privébalans. Ook emotioneel belastend werk en/of lange werkdagen (gemiddeld meer dan 50 uur per week) verhogen het risico op problemen in de werk-privébalans met een factor van meer dan 2.

26


Werkbaar werk voor zzp’ers

6

De werkbaarheidssituatie van een aantal specifieke groepen vergeleken

6.1

Vrouwelijke en mannelijke zzp’ers vergeleken

Onderstaande tabel geeft voor de mannen en de vrouwen het aandeel dat wordt geconfronteerd met werkbaarheidsknelpunten/werkbaarheidsrisico’s. Er wordt nagegaan of deze aandelen significant verschillen. Tabel 15:

Werkbaarheidssituatie van zzp’ers, 2019 man %

werkbaarheidsgraad

werkbaar werk N

vrouw %

verschiltoetsing

zzp'ers %

51,8

53,9

980

584

33,6 10,9

35,1 10,1

ns ns

10,6

8,5

ns

9,7

ns

52,6 1.565

werkbaarheidsknelpunten werkstress welbevinden/motivatie leermogelijkheden werk-privébalans

werkstressproblemen symptomen burn-out motivatieproblemen

10,6

ernstige demotivatie onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit problemen werk-privé-combinatie acuut werk-privé-conflict

3,7 3,5 0,5 28,4 10,2

3,4 3,4 0,7 25,2 8,5

ns ns ns ns ns

34,2

3,5 3,4 0,6 27,3 9,6

werkbaarheidsrisico's werkdruk emotionele belasting taakvariatie fysieke arbeidsomstandigheden

hoge werkdruk

37,8 zeer hoge werkdruk

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting routinematig werk extreem routinematig werk belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

13,9 22,5 3,4 7,6 1,8 23,9 7,2

38,9 16,1 34,4 6,9 8,3 1,9 16,6 4,8

ns ns s s ns ns s ns

38,5 14,7 27,0 4,8 7,9 1,9 21,3 6,5

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De rijen met de rode blokjes hebben betrekking op zzp’ers in een acuut problematische situatie, d.i. een subgroep binnen de groep die geconfronteerd wordt met werkbaarheidsknelpunten of –risico’s, maar hun aandeel wordt berekend op de totale populatie. • De codering ‘s/ns’ wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil (Pearson chi² ; p ≤0,05) tussen de meetgegevens van de deelgroepen werd vastgesteld.

Voor de meeste indicatoren kunnen we niet spreken van een significant verschil. Het aandeel vrouwelijke zzp’ers dat met de respectievelijke werkbaarheidsknelpunten/werkbaarheidsrisico’s geconfronteerd wordt verschilt niet van het aandeel dat we vinden voor de mannelijke zzp’ers. Enkel voor belastende arbeidsomstandigheden ligt het aandeel wel hoger bij de mannen dan bij de vrouwen. Voor (acuut) emotioneel belastend werk zien we het omgekeerde, de aandelen liggen hoger bij de vrouwen.

27


Werkbaar werk voor zzp’ers

6.2

Min 50-ers en 50 plussers vergeleken

Onderstaande tabel vergelijkt de zzp’ers jonger dan 50 met de 50-plussers. Ze geeft voor beide groepen het aandeel dat wordt geconfronteerd met de respectievelijke werkbaarheidsknelpunten/werkbaarheidsrisico’s. Er wordt nagegaan of deze aandelen significant verschillen. Tabel 16:

Werkbaarheidssituatie van zzp’ers naar leeftijd, 2019 min 50 jaar %

werkbaarheidsgraad

werkbaar werk N

vanaf 50 jaar %

verschiltoetsing

zzp'ers %

47,8

59,8

935

629

38,8 10,7

27,5 10,4

ns

10,6

8,6

ns

9,7

s

52,6 1.565

werkbaarheidsknelpunten werkstress welbevinden/motivatie leermogelijkheden werk-privébalans

werkstressproblemen symptomen burn-out motivatieproblemen

10,6

ernstige demotivatie onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit problemen werk-privé-combinatie acuut werk-privé-conflict

3,7 3,0 0,6 30,3 10,8

3,4 4,0 0,3 22,7 7,7

s

ns ns ns s s

34,2

3,5 3,4 0,6 27,3 9,6

werkbaarheidsrisico's werkdruk emotionele belasting taakvariatie fysieke arbeidsomstandigheden

hoge werkdruk

42,2 zeer hoge werkdruk

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting routinematig werk extreem routinematig werk belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

17,0 27,8 5,4 7,6 1,5 21,3 6,9

32,5 11,2 25,5 3,6 8,1 2,2 21,0 5,3

s s ns ns ns ns ns ns

38,5 14,7 27,0 4,8 7,9 1,9 21,3 6,5

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De rijen met de rode blokjes hebben betrekking op zzp’ers in een acuut problematische situatie, d.i. een subgroep binnen de groep die geconfronteerd wordt met werkbaarheidsknelpunten of –risico’s, maar hun aandeel wordt berekend op de totale populatie. • De codering ‘s/ns’ wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil (Pearson chi² ; p ≤0,05) tussen de meetgegevens van de deelgroepen werd vastgesteld.

Voor de meeste indicatoren kunnen we niet spreken van een significant verschil. De werkbaarheidsgraad bij zzp’ers vanaf 50 jaar ligt hoger dan bij hun jongere collega’s. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat bij deze zzp’ers de werk-privébalans minder problematisch is. Bij de 50-ers ligt ook de werkstress en de werkdruk lager.

28


Werkbaar werk voor zzp’ers

6.3

De werkbaarheidssituatie naar anciënniteit

Onderstaande tabel vergelijkt de zzp’ers naar anciënniteit. Ze gaat na of het aandeel dat wordt geconfronteerd met de respectievelijke werkbaarheidsknelpunten/werkbaarheidsrisico’s verschilt tussen degenen met een anciënniteit van maximaalvijf jaar en deze met een anciënniteit van meer dan vijf jaar. Tabel 17:

Werkbaarheidssituatie van zzp’ers naar anciënniteit, 2019 maximaal vijf jaar anciënniteit %

werkbaarheidsgraad

werkbaar werk N

vanaf vijf jaar anciënniteit %

52,0

53,0

450

1.111

verschiltoetsing ns

zzp'ers %

52,6 1.565

werkbaarheidsknelpunten werkstress welbevinden/motivatie leermogelijkheden werk-privébalans

werkstressproblemen symptomen burn-out motivatieproblemen

35,3 9,4 7,9

ernstige demotivatie onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit problemen werk-privé-combinatie acuut werk-privé-conflict

2,1 0,9 0,0 27,4 8,5

33,6 11,1

ns ns

10,6

10,5

ns

9,7

4,1 4,5 0,8 27,3 10,0

ns s ns ns ns

34,2

3,5 3,4 0,6 27,3 9,6

werkbaarheidsrisico's werkdruk emotionele belasting taakvariatie fysieke arbeidsomstandigheden

hoge werkdruk

36,8 zeer hoge werkdruk

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting routinematig werk extreem routinematig werk belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

11,5 28,1 6,0 7,9 1,9 20,8 7,4

39,3 16,1 26,4 4,3 8,0 1,8 21,4 6,1

ns s ns ns ns ns ns ns

38,5 14,7 27,0 4,8 7,9 1,9 23,3 6,5

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De rijen met de rode blokjes hebben betrekking op zzp’ers in een acuut problematische situatie, d.i. een subgroep binnen de groep die geconfronteerd wordt met werkbaarheidsknelpunten of –risico’s, maar hun aandeel wordt berekend op de totale populatie. • De codering ‘s/ns’ wijst er op dat bij toetsing een al dan niet significant verschil (Pearson chi² ; p ≤0,05) tussen de meetgegevens van de deelgroepen werd vastgesteld.

Voor de meeste werkbaarheidsindicatoren kunnen we niet spreken van een significant verschil naar anciënniteit. Voor onvoldoende leermogelijkheden en zeer hoge werkdruk scoren de zzp’ers met maximaal vijf jaar anciënniteit beter.

29


Werkbaar werk voor zzp’ers

7

Een blik op zzp’ers met een vrij beroep en uit de intellectuele diensten

Ongeveer de helft van de zzp’ers heeft een vrij beroep of werkt in de sector van de intellectuele diensten. Het aandeel zzp’ers in de intellectuele diensten is in het laatste decennium verdubbeld. We bekijken voor deze twee sectoren de werkbaarheidsindicatoren afzonderlijk.

7.1

Zzp’ers met een vrij beroepen

De werkbaarheidsmonitor 2019 tekent voor zzp’ers met een vrij beroep een werkbaarheidsgraad op van 51,1%. Werkstressproblemen (38,6%) en problemen in de werk-privécombinatie (26,7%) vormen de belangrijkste werkbaarheidsknelpunten, hoge werkdruk (44,5%) en emotionele belasting (47,5%) de voornaamste werkbaarheidsrisico’s. Tabel 18:

Werkbaarheidssituatie zzp’ers vrije beroepen, 2019

vrije beroepen %

werkbaarheidsgraad

Werkbaar werk

51,1

N

440

Werkbaarheidsknelpunten Werkstress Welbevinden/motivatie Leermogelijkheden Werk-privé-balans

werkstressproblemen symptomen burn-out motivatieproblemen

38,6 11,7 7,8

ernstige demotivatie onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit problemen werk-privé combinatie acuut werk-privé-conflict

3,1 1,1 0,4 26,7 8,4

Werkbaarheidsrisico's Werkdruk Emotionele belasting Taakvariatie Fysieke arbeidsomstandigheden

hoge werkdruk

44,5 zeer hoge werkdruk

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting routinematig werk extreem routinematig werk belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

19,2 47,5 12,0 6,9 0,9 15,3 5,2

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De rijen met de rode blokjes hebben betrekking op zzp’ers uit de intellectuele diensten in een acuut problematische situatie, d.i. een subgroep binnen de groep die geconfronteerd wordt met werkbaarheidsknelpunten of –risico’s, maar hun aandeel wordt berekend op de totale populatie.

30


Werkbaar werk voor zzp’ers

7.2

Zzp’ers in de intellectuele diensten

De werkbaarheidsmonitor 2019 tekent voor zzp’ers in de intellectuele diensten een werkbaarheidsgraad op van 59,4%. Werkstressproblemen (28,4%) en problemen in de werkprivécombinatie (19,4%) vormen de belangrijkste werkbaarheidsknelpunten, hoge werkdruk (40,9%) en emotionele belasting (21,9%) de voornaamste werkbaarheidsrisico’s. Tabel 19:

Werkbaarheidssituatie zzp’ers intellectuele diensten, 2019

intellectuele diensten zzp'ers %

werkbaarheidsgraad

Werkbaar werk

59,4

N

335

Werkbaarheidsknelpunten Werkstress Welbevinden/motivatie Leermogelijkheden Werk-privé-balans

werkstressproblemen symptomen burn-out motivatieproblemen

28,4 8,5 9,0

ernstige demotivatie onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit problemen werk-privé combinatie acuut werk-privé-conflict

2,0 2,9 0,3 19,9 4,4

Werkbaarheidsrisico's Werkdruk Emotionele belasting Taakvariatie Fysieke arbeidsomstandigheden

hoge werkdruk

40,9 zeer hoge werkdruk

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting routinematig werk extreem routinematig werk belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

13,2 21,9 2,3 4,1 1,2 2,0 0,3

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De rijen met de rode blokjes hebben betrekking op zzp’ers met een vrij beroep in een acuut problematische situatie, d.i. een subgroep binnen de groep die geconfronteerd wordt met werkbaarheidsknelpunten of – risico’s, maar hun aandeel wordt berekend op de totale populatie.

31


Werkbaar werk voor zzp’ers

8

Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zzp’ers

In de werkbaarheidsenquêtes wordt - naast de besproken indicatoren - ook aanvullende informatie opgevraagd over de arbeidssituatie en de werkbeleving. Bij de meting 2019 werden gegevens verzameld over de tevredenheid, de werkorganisatie, het competentieportfolio, grensoverschrijdend gedrag en de toekomstverwachtingen. We brengen in dit hoofdstuk deze informatie voor zzp’ers bijeen en vergelijken (significantietoets) deze met zmp’ers. Wanneer mogelijk bekijken we ook of er sprake is van een evolutie in de tijd.

8.1

Tevredenheid

In de werkbaarheidsmonitor wordt gepeild naar de tevredenheid over een aantal aspecten van het zelfstandig ondernemerschap. Voor een volledige analyse van deze gegevens verwijzen we naar (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019a). In dit rapport stellen we ons de vraag over welke aspecten van het zelfstandig ondernemerschap zzp’ers meer tevredener zijn dan zmp’ers en voor welke aspecten minder. We gaan ook na of zzp’ers nu meer (of minder) tevreden zijn dan pakweg 10 jaar geleden.

8.1.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers

74,7% van de zzp’ers is (zeer) tevreden is over hun keuze voor het zelfstandig ondernemerschap. Hiermee zitten ze op hetzelfde niveau als de zmp’ers. Zzp’ers zijn het meest tevreden over hun contacten met de klanten en het minst over de sociale bescherming. Ook daarin verschillen ze niet van de zmp’ers. Voor de meeste aspecten zoals contacten met leveranciers, samenwerking met vennoot of partner ligt het aandeel ‘tevreden’ lager bij de zzp’ers dan bij de zmp’ers. Ook voor een aantal aspecten die verband houden met de financiële kant van de onderneming (inkomen, mogelijkheid tot het bekomen van financiering, financieel economische situatie) liggen de tevredenheidscores voor de zzp’ers lager dan de zmp’ers. Zzp’ers zijn enkel over hun onafhankelijkheid tevredener dan de zmp’ers.

32


Werkbaar werk voor zzp’ers

Figuur 12: Aandeel dat (zeer) tevreden is over een aantal aspecten van het zelfstandig ondernemerschap voor zzp’ers en zmp’ers, 2019.

contacten met klanten

89,8% 84,5%

contacten met leveranciers (s)

75,8%

keuze voor het zelfstandig ondernemerschap

74,7% 65,7%

onafhankelijkheid in het werk (s)

73,1% 84,5%

de samenwerking met vennoot, meewerkende partner (s)

72,4%

gedragen verantwoordelijkheid

62,2%

werktijden

55,4% 63,5%

mogelijkheden om financiering of leningen te bekomen (s)

48,1% 52,0% 46,0%

inkomen (s)

55,9%

financieel-economische toestand van de activiteit (s)

45,7%

contact met de overheid(sadministratie)

sociale bescherming

22,7%

17,9%

0%

20%

40%

zmp'ers

zzp'ers

60%

80%

100%

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De codering (s) bij de aspecten van tevredenheid wijst op een significant verschil (Pearson chi² ; p ≤0,05) tussen de meetgegevens van zzp’ers en zmp’ers. De cijfers voor zmp’ers worden enkel vermeld als er sprake is van een significant verschil met de zzp’ers. • Het aandeel voor de tevredenheid over de samenwerking met vennoot, meewerkende partner is berekend op het aantal zelfstandige ondernemers waarop deze vraag van toepassing is (d.w.z. de zelfstandige activiteit is ondergebracht in een vennootschap of er zijn meerdere zelfstandigen betrokken bij het dagelijks beheer van de zelfstandige activiteit).

8.1.2

Evolutie van de tevredenheid bij zzp’ers

Zijn zzp’ers nu meer (minder) tevreden over hun keuze voor het zelfstandig ondernemerschap dan in 2007? Geldt dit ook voor de afzonderlijke aspecten van het zelfstandig ondernemerschap? Zzp’ers zijn anno 2019 even tevreden over hun keuze voor het zelfstandig ondernemerschap dan in 2007. Voor een aantal aspecten van het zelfstandig ondernemerschap zien we wel een evolutie. Een groter aandeel zzp’ers is tevreden over hun inkomen en over hun financieel

33


Werkbaar werk voor zzp’ers

economische positie. Over de mogelijkheid om leningen of financiering te bekomen daalt evenwel het aandeel zzp’ers dat tevreden is. Dit is ook zo voor de tevredenheid over de samenwerking met partner of vennoot en over de werktijden. Figuur 13: Aandeel zzp’ers dat (zeer) tevreden is over een aantal aspecten van het zelfstandig ondernemerschap 2007-2019

contacten met klanten

89,8%

contacten met leveranciers

75,8%

keuze voor het zelfstandig ondernemerschap

74,7%

onafhankelijkheid in het werk

73,1% 84,9%

de samenwerking met vennoot, meewerkende partner (s)

72,4%

gedragen verantwoordelijkheid

62,2% 57,3% 55,4%

werktijden (s)

54,1% 48,1%

mogelijkheden om financiering of leningen te bekomen (s)

inkomen (s)

43,8% 46,0%

financieel-economische toestand van de activiteit (s)

41,9% 45,7%

contact met de overheid(sadministratie)

22,7%

sociale bescherming

17,9%

0%

20%

2007

40%

60%

80%

100%

2019

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: • De codering (s) bij de aspecten van tevredenheid wijst op een significant verschil (Pearson chi² ; p ≤0,05) tussen de meetgegevens van 2007 en 2019. De cijfers voor 2017 worden enkel vermeld als er sprake is van een significant verschil tussen 2007 en 2019. • Het aandeel voor de tevredenheid over de samenwerking met vennoot, meewerkende partner is berekend op het aantal zelfstandige ondernemers waarop deze vraag van toepassing is (d.w.z. de zelfstandige activiteit is ondergebracht in een vennootschap of er zijn meerdere zelfstandigen betrokken bij het dagelijks beheer van de zelfstandige activiteit).

34


Werkbaar werk voor zzp’ers

8.2

Werkorganisatie

In de werkbaarheidsmonitor worden een aantal aspecten van de werkorganisatie aan de respondenten voorgelegd. Het gaat over de gewerkte uren, nachtprestaties, aantal vakantiedagen enz. We vroegen ook of de zelfstandige activiteit ingebed is in een vennootschap, of er wordt samengewerkt met andere zelfstandige ondernemers en of de zelfstandige ondernemer kan beroep doen op ondersteuning door een sociaal netwerk. We stellen ons de vraag of de werkorganisatie bij zzp’ers verschilt van die van de zmp’ers. Werken ze meer uren, doen ze vaker nachtwerk, werken ze meer samen, enz.? We gaan ook na of de werkorganisatie van de zzp’ers er nu anders uitziet dan pakweg 10 jaar geleden.

8.2.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers

Bij zzp’ers ligt het gemiddeld aantal gewerkte uren per week lager dan bij zmp’ers. Meer dan de helft van de zmp’ers werkt 60 uur per week of meer, bij de zzp’ers is dat één op drie. Het aantal vakantiedagen verschilt niet. Ongeveer de helft van de zzp’ers maken deel uit van een vennootschap, bij de zmp’ers is dit meer dan acht op tien.

35


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 20:

Aspecten van werkorganisatie voor zzp’ers en zmp’ers, 2019 zzp'ers %

zmp'ers %

verschiltoetsing

aantal werkuren per week ≤40 uren

26,6

11,5

41-59 uren

40,1

37,7

≥60 uren

33,3

50,7

altijd

s

nachtarbeid (tussen 22u en 6u) 1,5

3,4

vaak

9,3

11,2

soms

39,3

36,3

nooit

50,0

49,0

goed

41,3

47,8

beperkt

43,0

41,3

niet

15,7

10,9

ja

50,7

83,3

nee

49,3

16,7

ja

27,7

65,5

nee

72,3

34,5

s

gemiddelde wekelijkse arbeidsduur (aantal uren per week )

51,4

57,5

s

aantal vakantiedagen (aantal dagen in 2018 )

19,1

19,1

ns

s

voelt u zich (als u dat nodig vindt) bij uw bedrijfsvoering ondersteund door een sociaal netwerk (verenigingen, externe adviseurs, familieraad)?

s

is uw zelfstandige activiteit ondergebracht in een vennootschap?

s

zijn er meerdere zelfstandigen betrokken bij het dagelijks beheer van uw zelfstandige activiteit?

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De verschiltoetsing vergelijkt zzp’ers met zmp’ers (pearson chi², ‘s’ indien p ≤0,05 versus ‘ns’ indien p > 0,05).

41% van de zzp’ers voelt zich goed ondersteund door zijn sociaal netwerk. Dit aandeel ligt lager dan bij de zmp’ers die afkloppen op 48%. Bij de zzp’ers zijn er minder vaak andere zelfstandigen betrokken bij hun dagelijks beheer, 27,7% versus 65,5% bij de zmp’ers. Wanneer we deze informatie combineren met deze over ondersteuning door het sociaal netwerk, dan stellen we vast dat meer dan vier op tien zzp’ers er voor het dagdagelijks beheer er zo goed als alleen voorstaan: er zijn geen andere zelfstandigen betrokken en zij kunnen niet of maar beperkt beroep doen op een sociaal netwerk. Dit aandeel is meer dan het dubbele dan dat van de zmp’ers dat afklopt op minder dan twee op tien. De percentages zijn weergegeven in onderstaande figuur

36


Werkbaar werk voor zzp’ers

Figuur 14: Aandeel zzp’ers en aandeel zmp’ers waarbij geen andere zelfstandigen betrokken zijn bij het dagdagelijks beheer én die zich niet of slechts beperkt kunnen beroepen op ondersteuning door hun sociaal netwerk, 2019

40%

30,7% 30%

20%

13,9%

12,2% 10%

5,3%

0%

zzp'ers geen andere zo betrokken /geen sociaal netwerk

zmp'ers geen andere zo betrokken /beperkt sociaal netwerk

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019

8.2.2

Evolutie van de werkorganisatie bij zzp’ers

Werken zzp’ers meer (minder) uren of ’s nachts dan in 2007? Werken ze sindsdien meer (minder) samen met andere zelfstandige ondernemers? Is deel uitmaken van een vennootschap in opmars, evolueert de ondersteuning door het sociaal netwerk gunstig? Het aandeel zzp’ers dat ’s nachts werkt is sinds 2007 niet geëvolueerd. Dit is ook zo voor het aandeel zzp’ers waarbij er meerdere zelfstandigen betrokken zijn bij de dagdagelijkse activiteit. Het aandeel zzp’ers wiens activiteit ondergebracht is in een vennootschap neemt toe van 35,4% in 2007 tot 50,7% in 2019. Ook het aandeel zzp’ers dat goed ondersteund wordt door een sociaal netwerk neemt toe. In 2019 lag dit aandeel op 41,3%, in 2013 was dat 37,6%. Het aandeel zzp’ers dat gemiddeld 60 uur of meer per week werkt is afgenomen. In 2007 was dit 42,8%, in 2019 daalt dit aandeel naar één op drie. Ook het gemiddeld aantal gewerkte uren per week daalt in die periode van 54,2 uur naar 51,4 uur.

37


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 21:

Aandeel zzp’ers dat gemiddeld 60 uur of meer per week werkt, 2007- 2019

60% 50%

42,8%

43,2% 38,1%

40%

35,0%

33,3%

2016

2019

30% 20% 10% 0%

2007

2010

2013

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2007-2019

8.3

Competentieportfolio

De werkbaarheidsmonitor verzamelt informatie over het competentieportfolio van de zelfstandige ondernemer: het opleidingsniveau, bijkomende getuigschriften en bijscholing. Aan de respondenten werd sinds 2013 ook gevraagd of ze zich voldoende opgeleid voelen voor enerzijds de technische en vaktechnische aspecten van het werk en anderzijds het beheer en het management van het bedrijf. Eerder onderzoek op basis van de werkbaarheidsmonitor wijst op het belang van een goed onderbouwd competentieportfolio ‘Zelfstandige ondernemers die over sterke competenties beschikken, zijn ook succesvoller in hun ondernemerschap. Ondernemers opereren immers in een economie die in toenemende mate kennisgedreven is, en mede onder invloed van de digitalisering specifieke competenties vereist’.(Penne, Bourdeaud’hui (2019b)). In voorliggend rapport stellen ons de vraag of het competentieportfolio van zzp’ers verschilt van dat van zmp’ers. Zijn ze meer (of minder) opgeleid? Volgen ze vaker (minder vaak) een bijscholing? Ervaren ze een groter (kleiner) competentiedeficit? We gaan ook na of het competentieportfolio van de zzp’ers geëvolueerd is.

8.3.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers

Vier op tien van de zzp’ers heeft een diploma hoger onderwijs lange type. Bij de zmp’ers is dit drie op tien. 54% van de zzp’ers volgt een bijscholing, dit aandeel komt overeen met dat van de zmp’ers. Vier op tien zzp’ers behaalt een bijkomend technisch getuigschrift, negen op tien voelt zich altijd of vaak voldoende opgeleid voor de technische en vakinhoudelijke aspecten van het werk. Deze cijfers liggen volledig in lijn met deze voor de zmp’ers. Op het vlak van managementvaardigheden is er wel een verschil. Zzp’ers hebben minder dan zmp’ers een bijkomend getuigschrift ‘beheer en management’ en ervaren vaker een competentiedeficit op dat vlak.

38


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 22:

Competentieportfolio van zzp’ers en zmp’ers, 2019 zzp'ers %

zmp'ers %

verschiltoetsing

hoogste getuigschrift geen, lager of lager secundair

10,1

11,9

hoger secundair

26,7

30,8

hoger onderwijs korte type

23,3

27,1

hoger onderwijs lange type/universiteit

39,8

30,2

altijd

44,8

44,7

vaak

47,1

47,0

soms

7,0

7,4

nooit

1,2

0,9

altijd

21,0

20,2

s

voelt u zich voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van uw zelfstandige activiteit?

ns

voelt u zich voldoende opgeleid voor het beheer en het management van uw bedrijf, firma?

vaak

44,2

50,6

soms

29,7

26,4

nooit

5,1

2,8

vakinhoudelijke of technische opleiding

40,1

39,2

ns

beheer en management

20,0

27,6

s

54,3

54,1

ns

s

beschikt u over een bijkomend getuigschrift?

deelname aan bijscholing afgelopen jaar

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De verschiltoetsing vergelijkt zzp’ers met zmp’ers (pearson chi², ‘s’ indien p ≤0,05 versus ‘ns’ indien p > 0,05).

8.3.2

Evolutie van het competentieportfolio bij zzp’ers

Het opleidingsniveau van de zzp’ers neemt toe. Sinds 2007 is het aandeel zzp’ers met maximaal een diploma lager secundair gehalveerd, het aandeel met een diploma hoger onderwijs lange type is gestegen van 27,7% naar 39,8%. Zzp’ers scholen zich ook vaker bij. Dit aandeel is geëvolueerd van 40,3% in 2007 naar 54,3% in 2019. Opvallend is ook dat het aandeel zzp’ers dat zich altijd of vaak voldoende competent voelt op het vlak van beheer en management van de organisatie sinds 2013 is afgenomen. Dit aandeel is gedaald van 70,7% in 2013 naar 65,2% in 2019.

8.4

Grensoverschrijdend gedrag

In de werkbaarheidsmonitor wordt aan de respondenten gevraagd of zij in het voorbije jaar slachtoffer werden van grensoverschrijdend gedrag: pesten op het werk, intimidatie, seksueel geweld en fysieke agressie. Komt grensoverschrijdend gedrag vaker voor bij zzp’ers of zien we geen verschil met de zmp’ers? De gegevens met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag

39


Werkbaar werk voor zzp’ers

worden pas sinds 2013 verzameld. Dit is de reden waarom we met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag geen evolutie in de tijd bespreken. 14% van de zzp’ers is het slachtoffer van intimidatie of bedreiging. 2,8% is het slachtoffer van lichamelijk geweld, 3,5% van ongewenst seksueel gedrag en 5,2% van pestgedrag. Deze cijfers liggen allemaal in de lijn van de bevindingen bij de zmp’ers. Tabel 23:

Grensoverschrijdens gedrag bij zzp’ers en zmp’ers, 2019 zzp'ers %

zmp'ers %

verschiltoetsing

slachtoffer van lichamelijk geweld nooit

97,2

97,5

sporadisch

2,4

2,2

regelmatig

0,4

0,3

nooit

86,0

83,1

ns

slachtoffer van intimidatie of bedreiging

sporadisch

12,7

15,7

regelmatig

1,3

1,2

ns

slachtoffer van ongewenst seksueel gedrag nooit

96,5

97,4

sporadisch

3,3

2,6

regelmatig

0,2

0,1

ns

slachtoffer van pestgedrag nooit

94,8

96,0

sporadisch

4,7

3,2

regelmatig

0,5

0,8

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De verschiltoetsing vergelijkt zzp’ers met zmp’ers (pearson chi², ‘s’ indien p ≤0,05 versus ‘ns’ indien p > 0,05).

8.5

Kijk op de toekomst

In de werkbaarheidsmonitor worden een aantal gegevens verzameld die betrekking hebben op de toekomst. Het gaat concreet over de haalbaarheid van werken tot het pensioen, de groeiverwachtingen van de zelfstandige activiteit voor de komende drie à vijf jaar en de mate waarin het gezin afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit. Zien zzp’ers het vaker (minder vaak) zitten om te werken tot het pensioen dan zmp’ers ? Hebben ze andere groeiverwachtingen? Is hun gezin vaker (minder vaak) afhankelijk van het inkomen van de zelfstandige activiteit? We gaan ook na of het toekomstperspectief van de zzp’ers er nu anders uitziet dan pakweg 10 jaar geleden.

40


Werkbaar werk voor zzp’ers

8.5.1

Vergelijking zzp’ers en zmp’ers

De groeiverwachtingen van zzp’ers liggen onder deze van de zmp’ers. 37% van de zzp’ers tegenover 47,3% van de zmp’ers verwacht in 2019 een groei van de activiteit voor de komende 3 à 5 jaar. Bij meer dan 80% van de zzp’ers is het gezin helemaal of in belangrijke mate afhankelijk van het inkomen uit de zelfstandige activiteit. Bij de zmp’ers ligt dit aandeel boven de 90%. Op het vlak van haalbaarheid van pensioen zijn er geen significante verschillen tussen zzp’ers en zmp’ers. 73% van de zzp’ers vindt doorwerken tot het pensioen een haalbare kaart, 23,7% ziet dat zitten mits aangepast werk. Slechts 3,3% acht doorwerken tot het pensioen niet haalbaar. Tabel 24:

Aspecten van de toekomst voor zzp’ers en zmp’ers, 2019 zzp'ers

zmp'ers

%

%

verschiltoetsing

groeiverwachting komende 3 à 5 jaar verwacht groei van activiteit

36,8

47,3

verwacht behoud van huidig peil

44,7

39,1

verwacht vermindering of stopzeting

18,5

13,6

s

haalbaarheid pensioen bij 40+ doorwerken tot pensioen haalbaar

73,0

68,5

doorwerken tot pensioen haalbaar, mits aangepast werk

23,7

28,2

doorwerken tot pensioen niet haalbaar

3,3

3,3

helemaal

35,4

48,5

in belangrijke mate

46,9

42,3

in beperkte mate

13,6

7,3

helemaal niet

4,1

1,9

ns

In welke mate is uw gezin afhankelijk van het inkomen uit uw zelfstandige activiteit?

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: • De verschiltoetsing vergelijkt zzp’ers met zmp’ers (pearson chi², ‘s indien p ≤0,05 versus ns indien p > 0,05).

8.5.2

Evolutie van de kijk op de toekomst bij zzp’ers

De groeiverwachtingen van de zzp’ers van vandaag zijn minder gunstig dan in 2007. Toen verwachten nog 44,1% van de zzp’ers in de komende jaren te groeien en 14,4% te stoppen. In 2019 liggen deze percentages op respectievelijk 36,8% en 18,5%. Voor het aandeel zzp’ers dat werken tot het pensioen haalbaar acht en voor de inkomensafhankelijkheid van de zelfstandige activiteit (referentie 2013) evolueren de percentages niet.

41


Werkbaar werk voor zzp’ers

Referentielijst Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019a). Tevredenheid over het zelfstandig ondernemerschap Analyse op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2007-2016 Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13009 Penne, K., Bourdeaud’hui, R. (2019b). De competentieportfolio van de Vlaamse zelfstandige ondernemer Analyse op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2007-2016 Brussel: SERVStichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13010 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019c). Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13437 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020a). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 – zelfstandige ondernemers. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13533 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020b). Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers? Onderzoek naar determinanten van werkbaar werk op basis van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor 2007-2019 Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13636

42


Werkbaar werk voor zzp’ers

Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 voor zzp’ers en zmp’ers........... 12

Figuur 2: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met werkstressproblemen en burn-outsymptomen............................................................................................................. 15 Figuur 3: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (ernstige) motivatieproblemen .................................................................................................................. 16 Figuur 4: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit ............................................................................. 17 Figuur 5: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met een (acuut) problematische werk- privébalans ............................................................................................ 18 Figuur 6: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk ............................................................................................................... 20 Figuur 7: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met emotioneel belastend werk en emotionele overbelasting ............................................................................................ 21 Figuur 8: werk

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (extreem) routinematig 22

Figuur 9: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met belastende arbeidsomstandigheden en zeer hoge fysieke belasting........................................................... 23 Figuur 10:

Risicoprofiel voor werkstressproblemen zzp’ers, 2019 ........................................ 25

Figuur 11:

Risicoprofiel voor problemen met de werk-privécombinatie bij zzp’ers, 2019 ...... 26

Figuur 12: Aandeel dat (zeer) tevreden is over een aantal aspecten van het zelfstandig ondernemerschap voor zzp’ers en zmp’ers, 2019. ................................................................... 33 Figuur 13: Aandeel zzp’ers dat (zeer) tevreden is over een aantal aspecten van het zelfstandig ondernemerschap 2007-2019................................................................................................... 34 Figuur 13: Aandeel zzp’ers en aandeel zmp’ers waarbij geen andere zelfstandigen betrokken zijn bij het dagdagelijks beheer én die zich niet of slechts beperkt kunnen beroepen op ondersteuning door hun sociaal netwerk, 2019 ........................................................................ 37

Tabellen Tabel 1:

Zzp’ers en zmp’ers naar gender, leeftijd, sector en anciënniteit, 2019 ................. 11

Tabel 2:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 voor zzp’ers en zmp’ers........... 12

Tabel 3: Overzicht en omschrijving werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor .............................................................................................................. 13 Tabel 4:

Terminologie voor de kengetallen voor de werkbaarheidsindicatoren.................. 14

Tabel 5: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met werkstressproblemen en burn-outsymptomen............................................................................................................. 14

43


Werkbaar werk voor zzp’ers

Tabel 6: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (ernstige) motivatieproblemen .................................................................................................................. 15 Tabel 7: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit ............................................................................. 17 Tabel 8: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met een (acuut) problematische werk- privébalans ............................................................................................ 18 Tabel 9:

Overzicht en omschrijving risico-indicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor ..... 19

Tabel 10:

Terminologie voor de kengetallen voor de risico-indicatoren ............................... 19

Tabel 11: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk ............................................................................................................... 20 Tabel 12: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met emotioneel belastend werk en emotionele overbelasting ............................................................................................ 21 Tabel 13: werk

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers met (extreem) routinematig 22

Tabel 14: Evolutie 2007-2019 van het aandeel zzp’ers en zmp’ers geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden en zeer hoge fysieke belasting ........................................ 23 Tabel 15:

Werkbaarheidssituatie van zzp’ers, 2019 ............................................................ 27

Tabel 16:

Werkbaarheidssituatie van zzp’ers naar leeftijd, 2019 ......................................... 28

Tabel 17:

Werkbaarheidssituatie van zzp’ers naar anciënniteit, 2019 ................................. 29

Tabel 18:

Werkbaarheidssituatie zzp’ers vrije beroepen, 2019 ........................................... 30

Tabel 19:

Werkbaarheidssituatie zzp’ers intellectuele diensten, 2019 ................................. 31

Tabel 20:

Aspecten van werkorganisatie voor zzp’ers en zmp’ers, 2019............................. 36

Tabel 21:

Aandeel zzp’ers dat gemiddeld 60 uur of meer per week werkt, 2007- 2019 ....... 38

Tabel 22:

Competentieportfolio van zzp’ers en zmp’ers, 2019 ............................................ 39

Tabel 23:

Grensoverschrijdens gedrag bij zzp’ers en zmp’ers, 2019 ................................... 40

Tabel 24:

Aspecten van de toekomst voor zzp’ers en zmp’ers, 2019 .................................. 41

44


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
StIA20201007_WBM2019_ZZP_RAP.pdf by Vlaanderen-be - Issuu