VLAAMS MANTELZORGPLAN 2022-2024
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Advies op eigen initiatief Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)
Goedkeuring raad
20 juni 2022
Contactpersoon
Kristel Bogaerts
kbogaerts@serv.be
2
Mevrouw Hilde Crevits Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 B-1210 Sint-Joost-ten-Node
Vlaams Mantelzorgplan 2022-2024 Mevrouw de minister Mantelzorg speelt een belangrijke rol in de organisatie van de samenleving en de zorg. Deze vorm van zorg is laagdrempelig, nabij (door gezins- of familieleden, door buren) en beschikbaar. Deze informele zorg draagt bij tot een sterkere inclusie van zorgvragers in de samenleving. De sociale en economische baten van mantelzorg kunnen moeilijk overschat worden. De SERV bezorgt u daarom op eigen initiatief een advies over het Vlaams Mantelzorgplan 2022-2024 met een focus op de sociaal-economische aspecten van mantelzorg. De SERV dringt er overigens op aan om over WVG-materies met sociaaleconomische impact om advies gevraagd te worden. De SERV vindt het positief dat mantelzorg beleidsmatig onder de aandacht blijft via een hernieuwd mantelzorgplan. Het geeft de nodige erkenning en ondersteuning aan de mantelzorgers en de uitdagingen die ze dagelijks ervaren. Het actieplan bevat heel wat positieve acties rond een gezinsvriendelijk beleid op de werkvloer, een beter mantelzorgstatuut, toegankelijke verlofstelsels, oog voor mentale ondersteuning, automatische rechtentoekenning, aandacht voor jonge mantelzorgers, … De noden van de mantelzorgers staan centraal. Dat is positief. De SERV heeft volgende opmerkingen bij het voorliggende plan: •
Het mantelzorgplan is een budgetneutraal plan. Dat verzoenen met de terecht ambitieuze doelstellingen en acties in het plan zal een grote mate van creativiteit vragen. De SERV vraagt aan de minister om in het actieplan een budgettaire inschatting te geven van de actiemaatregelen. Budgetneutraliteit vooropstellen zonder zicht te hebben op de budgettaire impact van de maatregelen, kan de uitvoering van het plan op de helling zetten. Waar budgetverschuivingen of -verhogingen nodig zijn, moet de oorsprong van deze middelen duidelijk worden aangegeven (bv., meeruitgaven op mantelzorgverlof zijn te verantwoorden als ze vermijden dat werknemers zonder dat verlof hun activiteit helemaal zouden stopzet-
ten). Men moet ook bijkomend rekening houden met mogelijke kosten die het gevolg zijn van niet uitgevoerde maatregelen (bv. uitval naar ziekteverzekering van overbelaste mantelzorgers door het gebrek aan respijtzorg of psychologische bijstand), ook als die kosten terechtkomen bij andere beleidsdomeinen of –niveaus. Los van dit mantelzorgplan moet ingezet worden op het realiseren van toegankelijke en kwalitatieve zorg en welzijn voor iedereen. Mantelzorg vervangt immers de professionele zorg niet: mantelzorg is ondersteunend en faciliterend bij de professionele ondersteuning. Verder wijst de SERV erop dat een aantal actiemaatregelen raken aan federale bevoegdheden en is het onzeker, ook budgettair, wat de uitkomst van dat noodzakelijke overleg zal zijn. •
Het mantelzorgplan gaat terecht uit van de wensen en behoeften van de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood en de omgeving waarin deze persoon leeft. De mantelzorger neemt daarin een belangrijke plaats in. De SERV vindt het positief dat het mantelzorgplan aandacht heeft voor een beleidsdomein overschrijdende aanpak en via projecten rond zorgzame buurten verbanden legt tussen formele en informele zorg. Niettemin moet voor de SERV een overkoepelende, geïntegreerde beleidsvisie en -ontwikkeling rond vermaatschappelijking van zorg bijkomende mogelijkheden bieden voor transparante en op elkaar inwerkende actiemaatregelen, ook op het vlak van mantelzorg. De SERV werkt momenteel zelf aan een breder advies rond vermaatschappelijking van zorg. Ook daarin zal mantelzorg als thema een belangrijke plaats krijgen. Dit advies wordt verwacht in het najaar 2022.
•
Een mantelzorgstatuut is een belangrijk instrument om het belang van mantelzorg voor de samenleving te erkennen. Het statuut verdient betere bekendheid en moet samengaan met een interessant pakket aan voordelen (bv mantelzorgverlof, opleidingen, toegang tot psychologische bijstand, …). Mantelzorgondersteuning moet zeker ook deel uitmaken van lokaal beleid (ook via de eerstelijnszones), al moet er daar opgelet worden voor de gevolgen van versnippering van de ondersteuning naargelang het lokaal bestuur. Dat geldt a fortiori wanneer het gaat om financiele voordelen (cfr. mantelzorgpremie). Daarvoor is een centraal kader nodig.
•
Een vraag naar mantelzorg kan een impact hebben op de arbeidsorganisatie en de werkdruk in een onderneming. Het mantelzorgplan kan met een ondersteunende aanpak ondernemingen helpen een soms plotse en fluctuerende behoefte aan mantelzorg van een werknemer op te vangen binnen de arbeidsorganisatie. Goede kennis over maatregelen om plotse extra noden binnen de arbeidsorganisatie omwille van mantelzorg op te vangen, vergroot voor ondernemingen de mogelijkheden om mantelzorg
mee te faciliteren. De SERV vraagt om via mantelzorgers.be ook daarrond de nodige informatie te verstrekken. •
Om mantelzorg te faciliteren is er nood aan voldoende en flexibele verlofstelsels en aanmoedigingspremies met een uitgebreid toepassingsgebied en voorwaarden. Zonder deze ondersteuning vergroot het risico dat de mantelzorger zijn rechten niet opneemt en/of noodgedwongen of oneigenlijk gebruik gaat maken van andere uitkeringsstelsels voor werkloosheid en ziekte. De SERV benadrukt het belang van voldoende en toereikende maatregelen voor alle werknemers, werkgevers en zelfstandigen, ook in functie van de werking van de krappe arbeidsmarkt. Rekening houdend met de federale bevoegdheden op dit vlak, is een verdere verduidelijking voor en betrokkenheid van de sociale partners aangewezen.
•
De aandacht van VDAB voor herintreders op de arbeidsmarkt na/met mantelzorg is zeker nodig om alle beschikbare talenten te benutten. De SERV gaat er van uit dat dit een ondersteunend en vraaggericht aanbod is voor de herintreders na of met mantelzorg. De sociale partners binnen de SERV vragen om betrokken te worden in de opzet en het verloop van het project.
•
Binnen de laagdrempelige informatie en opleidingen rond mantelzorg voor de mantelzorgers zelf maar ook voor de zorg- en welzijnsprofessionals moet zeker ook aandacht gaan naar data en digitale technologieën die de informatie-uitwisseling tussen mantelzorgers en professionals kunnen verbeteren en vereenvoudigen. Deze technologieën moeten eenvoudig zijn in gebruik en mogen geenszins de werkdruk verhogen. Door eenvoudige, praktische informatie al digitaal te delen kan er meer tijd en ruimte zijn voor warme, menselijke zorgcontacten. Een andere toepassing hiervan is mantelzorgers te voorzien van de nodige informatie over de kwaliteit van de zorg. Ze kunnen dan betere en geïnformeerde keuzes maken. De SERV vraagt wel aandacht voor juridisch-ethische kwesties in het kader van de privacygevoelige data-uitwisseling tussen mantelzorger en professional. De toestemming van de zorgvrager als eigenaar van zijn data vormt hierin een sleutelelement. De informatie die gedeeld wordt, moet zich beperken tot de informatie die nodig is om de mantelzorg te ondersteunen.
•
De SERV is van oordeel dat in het mantelzorgplan ook prioritaire kansengroepen expliciet aan bod moeten komen. Dit gaat verder dan alleen een aanpak voor specifieke doelgroepen als jongeren en mantelzorgers op de werkvloer. De SERV herhaalt zijn pleidooi voor een beleidsdomeinoverschrijdende aanpak voor al deze kansengroepen (zie ook het SERV-advies van 19 september 2016 over Vlaams mantelzorgplan 2016-2020). Zo ontbreekt bijvoorbeeld een link met het Vlaams Actieplan Armoedebestrij-
ding 2020-2024 en wordt niet aangegeven welke actiemaatregelen daaruit in het mantelzorgplan kunnen geïntegreerd worden. •
Het mantelzorgplan zoomt terecht in op de bijzondere positie van jonge mantelzorgers en het belang van een grotere zichtbaarheid van de groep kinderen, jongeren en studenten die mantelzorg opnemen. Het vormt een erkenning van deze problematiek. Er is voor de SERV nood aan een grondige analyse en cijfermatige onderbouwing als voorbereiding op gerichte en aangepaste actiemaatregelen voor deze doelgroep. Vanuit die optiek lijkt het aangekondigde onderzoek naar de mogelijkheden van een aangepast mantelzorgstatuut voor jongeren, hoewel interessant op zich, prematuur en een voorafname te zijn.
•
Plannen zijn maar doelmatig als de uitgetekende actiemaatregelen, vooropgestelde financiering en aangekondigde monitoring beleidsmatige opvolging krijgen in vervolgplannen. Het voorliggende mantelzorgplan bevat geen evaluatieresultaten van het plan 2016-2020. Het wordt zo niet duidelijk of, hoe en in welke mate ingespeeld wordt op mogelijke hiaten en bijsturingen dan wel versterkingen van bepaalde maatregelen nodig zijn. In functie van de continuïteit en effectiviteit in het mantelzorgbeleid vraagt de SERV om die koppelingen te maken.
•
De geestelijke gezondheid van mantelzorgers is een bekommernis die de SERV deelt met het mantelzorgplan. De helft van de mantelzorgers ervaart de zorg immers als emotioneel belastend en 18% respectievelijk 12% ondervindt druk wegens onvoldoende tijd voor zichzelf of het eigen gezin. In het bijzonder jonge mantelzorgers tussen 11 en 18 jaar vormen een kwetsbare groep en hebben meer mentale en fysieke problemen dan jonge niet-mantelzorgers. De SERV vraagt dat het mantelzorgplan de resultaten van de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheidszorg zorgvuldig gebruikt, rekening houdt met mogelijke bestaande tekortkomingen (vb. geen vergoeding voor relatie- en gezinstherapie) en dat de Vlaamse overheid de dialoog aangaat met de federale overheid om tot een eenvormig en coherent beleid te komen. De SERV vraagt uitdrukkelijk om bij de verdere concretisering en uitvoering van dit mantelzorgplan, via adviesvragen of in dialoog, de sociale partners te betrekken. Er moet gestreefd worden naar een collectief onderhandeld beleid wat betreft mantelzorg.
Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter