Skip to main content

benchmarkFOCI_tabel_1.pdf

Page 1

BENCHMARK FOCI met INVESTERINGSSUBSIDIES AGENTSCHAP SPORT VLAANDEREN IDEA Consult – versie 12 juni 2020 (excl. meerjarenpremie-overeenkomst en onroerend erfgoedpremie, beide AOE > zie afzonderlijke tabel)

CULTUUR en JEUGD (CJM - FOCI) Beleidskader

Soort regelgeving

Onderscheid tussen sectoren, doelgroepen, activiteiten, instrumenten, ...

Specifiek Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI), opgericht in 1998 > hoofdstuk XII van het decreet van 19 dec 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 + Uitvoeringsbesluit VR van 2 feb 1999, gewijzigd op 31 maart 2006

Besluit Vlaamse Regering (VR - reglement 20122016) + Wijzigingsbesluit Vlaamse Regering juni 2017 - reglement 2017-2021 m.b.t. o.a. de nieuwe sectorale prioriteiten.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen cultuur en jeugd. Er wordt wél onderscheid gemaakt tussen “grote” culturele infrastructuur en sectorale prioriteiten. Voor deze benchmarking focussen we zowel op het luik grote culturele infrastructuur als op sectorale prioriteiten.

SPORT (SPORT VL) BOVENLOKAAL

SPORT (SPORT VL) – TOPSPORT

Beleidsbasis is het door de VR goedgekeurde ‘Globaal Sportinfrastructuurplan’ (nov 2016), waarbinnen investeringssubsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur en het verlagen van drempels voor topsporttraining-infrastructuur de belangrijkste krachtlijnen zijn. Betreft een langetermijnvisie, met o.a. onderscheid tussen lokale, bovenlokale en topsportinfrastructuur + klemtoon op het belang van samenwerking en cofinanciering in allerlei vormen bij investering en exploitatie. Andere elementen in dit plan zijn o.a.: - het faciliteren van de uitbouw van sportinfrastructuur (ook lokale) via o.a. het delen van expertise allerhande , advies en begeleiding, informatieverstrekking over alternatieve financieringsvormen; - maatregelen voor het optimaler aanwenden van reeds bestaande infrastructuur (bv. schoolinfra); - inzetten op faciliterende sport- en bewegingsvriendelijke aanpassingen van de publieke ruimte binnen ruimtelijke planningsprocessen; - evalueren van de rol van de Centra voor Sport Vlaanderen; - leningen en waarborgfonds, ... Voor deze benchmarking focussen we op het Decreet ondersteuning bovenlokale infrastructuur en topsportinfrastructuur (VR 5 mei 2017) + het hieraan gerelateerde Uitvoeringsbesluit (VR 16 juni 2017). Deze regelgeving is inclusief van opzet, d.i. met focus op alle mogelijke bevolkingsgroepen zonder onderscheid. Specifieke aandachtspunten voor specifieke doelgroepen zijn als afzonderlijke subsidievoorwaarden en/of beoordelingscriteria meegenomen.

Sport Vlaanderen vermeldt verschillende subsidiëringsinstrumenten m.b.t. sportinfrastructuur: 1. Projectoproep bewegen en sporten in publieke ruimte: sport- en beweegvriendelijke inrichting publieke ruimte (periode 2018-2018; 950.000 €); 2. Decreet en Besluit bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur (2017); 3. Projectsubsidie naschools openstellen schoolsportinfrastructuur (2016-2018); 4. Projectoproep bewegingsvriendelijke en gedeelde schoolspeelplaatsen (2018; ism de minister van Onderwijs en de Brussel-minister) 5. Projectoproep zwembaden (2015-2016; telkens 10 mio €) 6. Investeringssubsidie multifunctionele voetbalstadions (2014; 8 mio €); 7. Oproep pilootprojecten bovenlokale sportinfrastructuur (2013, ifv uitvoering tegen uiterlijk 2018; 10 mio €). Voor deze benchmarking focussen we louter op het Decreet en Besluit bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur. Binnen dit decreet wordt alleen onderscheid gemaakt tussen bovenlokale sport-infrastructuur en topsportinfrastructuur. Het decreet zelf is uitdrukkelijk inclusief van opzet (zie soort regelgeving).

ONROEREND ERFGOED - ERFGOEDPREMIE (AOE)

Het onroerend erfgoeddecreet (juli 2013) en het bijhorend Besluit van de Vlaamse Regering (mei 2014) zijn het beleidskader en de basis voor deze benchmarking. Bijkomend hebben we de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed op aanvullende of verduidelijkende informatie gescreend.

Het instrumentarium ‘financiële ondersteuning onroerend erfgoed’ is erg gedifferentieerd: Premies: ▪ erfgoedpremie (voor onderhouds- en restauratiewerken of energiebesparende maatregelen aan beschermd onroerend erfgoed) ▪ aanvullende erfgoedpremie voor goed onderhoud (zelf goed onderhouden gedurende de voorbije zes jaar) ▪ meerjarenpremie (erfgoedpremie voor grote en langdurige projecten) ▪ onderzoekspremie (bv. voor historisch, bouwtechnisch of bestemmingsonderzoek en voor een energieaudit) ▪ premie voor vooronderzoek met ingreep in de bodem ▪ premie voor buitensporige opgravingskosten (voor opmaak archeologienota die moet worden toegevoegd aan een bouwvergunningsaanvraag) Leningen: ▪ investeringskrediet ▪ consumentenkrediet Fiscale stimuli ▪ vermindering personenbelasting ▪ verlaging verkooprecht ▪ verlaging schenkbelasting

TOERISME – HEFBOOMPROJECTEN (TVL)

TOERISME – JEUGDVERBLIJVEN (TVL)

Alle impulsprogramma’s van Toerisme Vlaanderen vinden hun wettelijke basis in het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 betreffende toerismesubsidies (gecoördineerde versie). In de periode 2015-2109 investeerde het Agentschap Toerisme Vlaanderen via impulsprogramma’s in toeristische hefboomprojecten: projecten die een ingrijpend verschil kunnen maken in de beleving van het toeristisch product en die de bestemming Vlaanderen 'top of mind' kunnen maken t.o.v. concurrerende producten en bestemmingen. Het betreft projecten met een sterk internationaal toeristisch potentieel en hefboomwaarde om de troeven van Vlaanderen en de deelbestemmingen nog beter in de kijker te zetten.

Het decreet Toerisme voor Allen (momenteel in herziening) legt sinds 2004 nieuwe kwaliteits- en veiligheidsnormen op aan niet-commerciële vakantieverblijven.

Basis is het Besluit van de VR dd december 2012 betreffende toerismesubsidies: zie hierboven. Dit werd geconcretiseerd in ministeriële besluiten die de concrete oproepen regelen. Voor toeristische hefboomprojecten geldt het ministerieel besluit van 14 juli 2015 betreffende de uitvaardiging van bepalingen met betrekking tot de oproep 2016.

Jaarlijkse oproepen sinds 2004 met telkens andere prioriteiten. Sinds 2017 is er een gedeeltelijke overlap met FoCI wat vanaf 2018 resulteerde in de afspraak dat jeugdverblijven zich voor energiebesparende en toegankelijkheidsbevorderende maatregelen tot FoCI kunnen/moeten wenden. TVL is hier evenwel niet gelukkig mee omdat dit tot meerdere problemen zou leiden bij de toepassing en deels ook negatieve impact zou hebben op de realisatie van haar doelstellingen m.b.t. jeugdverblijven.

Deze subsidieregeling maakt onderscheid tussen drie verschillende ‘sectoren’: topevenementen, attracties en meetinginfrastructuur (zie ‘toepassingsgebied’). Dit instrument is één van de instrumenten ter ondersteuning en financiering van toeristisch relevante infrastructuur. Toerisme Vlaanderen werkt met een gedifferentieerd en flexibel subsidie-instrumentarium, waarvan verschillende instrumenten bewust tijdelijk zijn en daarna door andere worden vervangen.Infrastructuurgerelateerde financieringsinstrumenten betreffen: - Impulsprogramma’s 2012-2014 voor resp. de Vlaamse Kust, de Vlaamse Kunststeden incl Brussel, de Vlaamse regio’s en Wereldoorlog I (100 jaar Groote Oorlog) - Impulsprogramma’s toeristische hefboomprojecten 2015-2018 (= het voorwerp van deze benchmark) - Impulsprogramma’s fiets- en wandelnetwerken 2015-2016 - Subsidieprogramma voor jeugdverblijven Toerisme voor Allen verblijven (jaarlijks sinds 2004) - Logiesdecreet - met sectorale prioriteiten als toegankelijkheid, kinder- en familievriendelijkheid, zorgspecifieke investeringen, camperplaatsen,

De erkenning Toerisme voor Allen is ondertussen uitgegroeid tot een herkenbaar kwaliteitslabel. Erkende verblijven kunnen subsidies krijgen voor infrastructuurwerken.

In december 2019 lanceerde Toerisme Vlaanderen opnieuw een subsidieoproep voor uitbaters van verblijven Toerisme voor Allen. TVL wil daarmee investeren in een kwaliteitsvol en veilig aanbod aan jeugdverblijven, dat maximaal inspeelt op de noden en verwachtingen van talrijke verblijvers. De oproepen betreffen louter jeugdverblijven. Geen verder onderscheid.


De communicatie over deze gedifferentieerde (maar vrij complexe) financiële ondersteuning wordt op de website van het Agentschap vraaggericht gepresenteerd volgens respectievelijk: - soort ‘activiteiten’ met daarbinnen opsplitsing per soort activiteiten: bv. voor aankoop en schenking, voor dagelijks onderhoud, voor beheers- en herstellingswerkzaamheden, voor ingrijpende werken, voor herbestemmingswerken of nieuwbouwingrepen, voor verbetering energieprestatie, voor buitenschrijnwerk, voor verbetering van de openstelling, voor onderzoek naar beschermd erfgoed, voor verplicht archeologisch onderzoek, ... - soort ‘ondersteuning’ met daarbinnen opsplitsing per soort instrument: erfgoedpremie, erfgoedlening, meerjarenpremie, vermindering personenbelasting, onderzoekspremie, ... Via elk van deze invalshoeken worden (potentiële) aanvragers vervolgens toegeleid naar de hierop van toepassing zijnde procedures. Het Agentschap OE maakte ook een eenvoudige wegwijsfolder.

Beleidsdoelen algemeen

Wat

Investeringssubsidies voor het bouwen, uitbreiden, verbouwen of aankopen van grote culturele infrastructuur met bovenlokaal belang of voor sectorale prioriteiten (welke telkens voor een bepaalde periode worden vastgelegd).

Elke Vlaming aan het sporten krijgen, via o.a. “een meer sport- en beweegvriendelijke omgeving”, m.i.v. de aanwezigheid van voldoende en kwalitatieve infrastructuur Of nog: “Een zo breed mogelijk publiek bereiken en zoveel mogelijk mensen aan het sporten zetten”. Specifiek: “Verminderen financiële drempel voor bovenlokale infrastructuur” Investeringssubsidies voor de bouw en renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur (ter vermindering van de financiële drempel. Geen verdere sectorale of doelgroepspecifieke prioriteiten.

Topsport stimuleren en faciliteren

Investeringssubsidies voor de bouw, renovatie of inrichting van topsportinfrastructuur (= infrastructuur die prioritair voor topsport wordt gebruikt) Geen verdere sectorale of doelgroepspecifieke prioriteiten.

renovatie en sanitair hostels – jaarlijks sinds 2011 (wijzigende wetgeving) Toeristische SALK-projecten i.k.v. het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK) – tijdelijk

Bijkomend verwijst het AOE ook nog naar ondersteuningsmogelijkheden van andere actoren, zoals premies van steden, gemeenten en provincies; de projectrekening van Herita; projectoproepen en ondersteuningsfondsen van de Koning Boudewijnstichting; begeleiding bij aanvullende financiering door de Erfgoedkluis. Voor deze benchmark focussen we enkel op de erfgoedpremie, meerjarenpremie en onderzoekspremie. Met de erfgoedpremie wil de Vlaamse overheid de zorg voor beschermd onroerend erfgoed stimuleren en ondersteunen, met focus op behoud en herwaardering.

Erfgoedpremie voor onderhouds-, restauratie- of ontsluitingswerken, alsook voor beveiligingswerken en energiebesparende maatregelen. Enkel bedoeld voor ingrepen die noodzakelijk zijn voor behoud en herwaardering en die technisch onvermijdelijk, sober en doelmatig zijn. Enkel ingrepen met betrekking tot erfgoedkenmerken en -elementen komen in aanmerking. Onderhoudswerken: regulier onderhoud, voor zover deze werken opgenomen zijn in de vastgestelde lijst van forfaitaire werkzaamheden (bv. ramen schilderen, dakpannen herstellen, bomen snoeien). Restauratiewerken: ifv behoud en herwaardering van de erfgoedkenmerken en erfgoedelementen (bv. steenvervanging, steenversteviging, vervangen dakbedekking, behandeling tegen opstijgend vocht, ruimen van waterpartijen, herstel oeverbeschoeiing, heraanplanten historische dreef) Ontsluitingswerken: ifv een verbeterde inhoudelijke of fysieke ontsluiting van het beschermd goed. Energiebesparende maatregelen vermeld in een energieaudit, welke audit desgevallend verplicht is voor het bekomen van een erfgoedpremie (bv. dak- of vloerisolatie, dubbel glas). Beveiligingswerken: bv. brandveiligheid, inbraakbeveiliging, bliksembeveiliging.

Betreft gerichte investeringssubsidies in evenementen, kernattracties en meetinginfrastructuur van uitzonderlijk en internationaal belang. Betrof een tijdelijke subsidieregeling.

Vanaf 2018: subsidies voor investeringen in brandveiligheid, moderniseringswerken en kindvriendelijkheid van jeugdverblijven. Voordien ook + energiebesparende en toegankelijkheidsbevorderende maatregelen, waarvoor nu FoCI bevoegd is (deels via middelen Klimaatfonds).


Toepassingsgebied

Grote culturele infrastructuur: - onroerende infrastructuur of roerende infrastructuur, die onroerend is door bestemming - bestemd voor activiteiten jeugd-, kunst- of cultuurbeleid Sectorale prioriteiten - worden telkens bepaald voor bepaalde periode - momenteel zijn dit: theatertrekken, toegankelijkheid en energiezuinigheid

Geheel van onroerende en roerende voorzieningen voor beoefening van 1 of meer sporten of sportdisciplines. In Nederlands taalgebied of tweetalig gebied BrusselHoofdstad.

Topsportinfrastructuur, focus trainingsinfrastructuur In Nederlands taalgebied of tweetalig gebied BrusselHoofdstad.

Werken opgelegd door andere regelgeving: bv. milieuwetgeving, toegankelijkheid > moet aangetoond worden ahv de betreffende wetgeving (AOE: “moet uit de besprekingen blijken). - beschermd onroerend erfgoed, - onroerende goederen in de overgangszone bij beschermd erfgoed (= in de nabijheid van) - en onroerende goederen in een erfgoedlandschap (= beschermd landschap) In Vlaanderen (het Nederlands taalgebied) en Brussel (het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad).

Geografisch In Nederlands taalgebied of tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

Bovenlokaal

Bovenlokaal belang: - betreft organisaties die een werking ontplooien die het lokale en interlokale niveau (= één of meer gemeenten) duidelijk overstijgen - en welke werking beantwoordt aan de specifieke voorwaarden en criteria voor grote culturele infrastructuur of voor de sectorale prioriteiten - voor de sectorale prioriteiten gaat de adviescommissie hierover Nog iets anders geformuleerde definitie (Besluit): grote infrastructuren van hoog cultureel belang of prioritaire sectorale culturele infrastructuur. Het begrip ‘bovenlokaal’ wordt vaak als onduidelijk en complex ervaren, vnl. omwille van de bredere politieke en decretale context.

Subsidieerbare kosten

Kosten grote infrastructuur Kosten voor bouwen, uitbreiden, verbouwen of verwerven van grote culturele infrastructuur (m.u.v. horecafaciliteiten): - algemene kosten, vastgesteld op max 10% van het geraamde bedrag (betreft: ereloon voor opstellers van het ontwerp, kosten voor aanbesteding en toezicht) > voldoet volgens FoCI niet meer aan de huidige noden en praktijken - kosten voor de uitvoering van de bouwopdracht - kosten van een energieaudit of een toegankelijkheidsaudit

Decretaal is ‘bovenlokaal’ één van de subsidievoorwaarden. De mate van ‘bovenlokaliteit’ wordt voor de verschillende ‘types infrastructuur’ (60 in totaal: zie p. 6 van het sportinfrastructuurplan) door Sport VL getoetst aan 8 criteria, elk met eigen gewicht > globale score op 10. Deze criteria betreffen de mate waarin: 1. het project ruimte in beslag neemt (ruimtegebruik) 2. het potentiële impact heeft op milieu en omgeving 3. het een topsportfunctie vervult 4. het unieke sportinfra betreft in Vlaanderen 5. het met andere sportinfrastructuren is geclusterd 6. er verschillende types sportinfrastructuren in die cluster aanwezig zijn 7. er slaapgelegenheid is 8. de afstand/verplaatsingstijd per type sportinfra al dan niet van invloed is op (potentiële) sporters Om hun kansen in te schatten, kunnen belangstellende aanvragers zelf online simuleren of hun project wel voldoende ‘bovenlokaal’ is. Alleen sportgerelateerde investeringskosten die rechtstreeks verband houden met het ontwerp, de bouw of renovatie, het bouwkundig en technisch onderhoud en de exploitatie van de infra ifv de sportbeoefening. Dit is m.i.v. het onroerend of verankerbaar sportmateriaal + andere voorzieningen die ifv deze sportinfrastructuur noodzakelijk zijn. Uitgesloten: investeringen voor groenaanleg, recreatie,

Niet van toepassing

Alleen sportgerelateerde investeringskosten die rechtstreeks verband houden met het ontwerp, de bouw, renovatie of inrichting, het bouwkundig en technisch onderhoud en de exploitatie van de infra ifv topsportbeoefening. Dit is m.i.v. het onroerend of verankerbaar topsportmateriaal + andere voorzieningen die ifv deze sportinfra noodzakelijk zijn.

De regelgeving is vrij complex en niet in die mate sluitend dat het voor elke situatie meteen duidelijk is of een premie mogelijk is. Omdat dit een belangrijke impact kan hebben op het beschikbare premiebudget, werd door het AOE een richtlijn opgemaakt met meer uitleg mbt in welke context premies wel/niet toegekend worden. https://www.onroerenderfgoed.be/sites/default/files/ 2019-07/richtlijnbetoelaagbaarheid_0.pdf Hieraan is een lijst toegevoegd van concrete werken. Daaruit blijkt dat ondermeer studiekosten niet in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de premie.

De beoogde toeristische hefboomprojecten moesten passen binnen één van de volgende thema's: Vlaamse Meesters als internationaal sterk merk, kernattracties in deelbestemmingen als internationale iconen, en meeting-infrastructuur (focus internationale meetings) in erfgoedlocaties.

Jeugdverblijven in Nederlands taalgebied of tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

Geografische afbakening: het volledige Vlaamse Gewest en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad Voor deze benchmarking focussen we enkel op de thema’s kernattracties en meetinginfrastructuur omdat deze thema’s uitsluitend infrastructuur betreffen. Ook binnen het thema Vlaamse Meesters is subsidiëring van infrastructuurprojecten mogelijk, maar het gros is daar toch evenementieel. Een hefboomproject is in essentie een infrastructuurproject. Projecten die enkel werking omvatten zijn geen hefboomproject. Niet van toepassing. Het betreffende subsidieprogramma is per definitie ‘internationaal’ van opzet > zie subsidievoorwaarden en beoordelingscriteria

Kosten worden in aanmerking genomen vanaf de datum van opname op de shortlist, ook indien het project pas nadien formeel wordt goedgekeurd (zie procedure). Tussen het moment van opname op de shortlist en het moment van goedkeuring van de subsidie, kan desgewenst gestart worden met het project en kunnen er kosten gemaakt worden, maar dit is gedurende die periode op eigen risico. Subsidieerbare kosten - opmaak van businessplan (d.i. inclusief studie/ advies/begeleiding) - infrastructuur (bouwen, verbouwen, inrichten), - studies en ontwerpen (in ruime zin)

Niet van toepassing.

Subsidieerbare kosten 1. Kosten ikv brandveiligheidswerken - wél: alle vaste installaties in het kader van de verbetering van de brandveiligheid: branddeuren, vluchtwegen, brandtrappen en noodverlichting, brandcentrale, pictogrammen - niet: autonome detectoren, branddekens, batterijen voor detectoren, onderhoud blusapparaten, onderhoudscontracten, … 2. Kosten voor moderniseringswerken - kosten voor modernisering en uitbouw van sanitair: douches, toiletten, lavabo’s, wasbakken, sanitaire blokken; aansluiting voor toiletwagens in de omgeving van


- bij aankoop: de aankoopprijs; de registratieen notariskosten Kosten m.b.t. sectorale prioriteiten - algemene kosten, vastgesteld op max 10% van het geraamde bedrag (betreft: ereloon voor opstellers van het ontwerp, kosten voor aanbesteding en toezicht) - energiezuinige investeringen (incl. kosten energieaudit) - kosten m.b.t. toegankelijkheid (incl. toegankelijkheidsaudit) - kosten m.b.t. theatertrekken

Budget op jaarbasis

Grote culturele infrastructuren: geen vast bedrag voorzien, maar wisselend bedrag per jaar dat moet gevonden worden als bijkomende middelen op de begroting; worden toegekend via Besluit VR (nominatim als minister zelf midddelen kan vinden) Sectorale prioriteiten: vanaf 2017 gemiddeld 5,6 mio euro per jaar (m.u.v. 2 mio in 2020), dit is m.i.v. aanvullende middelen vanuit Klimaatfonds voor energiezuinigheid (= één van de drie huidige sectorale prioriteiten)

Wie kan aanvragen?

- Rechtspersonen volgens publiek of privaat recht (d.i. inclusief commerciële actoren) - Aanvrager met beschikkingsmacht als eigenaar of als huurder, erfpachter of gebruiker (maar dan beschikkingsmacht van min. 20 jaar vereist vanaf subsidiebeslissing of latere beschikbaarheid) - Bouwheer: overheden, instellingen of organisaties

horeca, kantoor- of administratieve ruimten, aankoop van bouwterrein (maar niet van gebouwen!), parking en fietsenstalling + nooit studiekosten en BTW.

Min. 5 mio/jaar voor bovenlokale sportinfrastructuur 2017: 22 mio (44 goedgekeurde projecten) 2018: 20 mio (42 projecten) 2019: 10 mio (18 projecten)

Uitgesloten: investeringen voor groenaanleg, horeca, aankoop van bouwterrein (maar niet van gebouwen!), parking en fietsenstalling + studiekosten en BTW

Minimaal 10 mio € elke 4 jaar, telkens in het eerste jaar van de Olympische Zomerspelen.

Voor een erfgoedpremie ‘regulier onderhoud’ geldt een vastgestelde lijst van forfaitaire werkzaamheden.

Jaarbudget voor huidige legislatuur: grootteorde van 100 mio € voor alle soorten premies samen

2017: 9 mio (8 projecten)

Nederlands taalgebied: zowel private als publiekrechtelijke rechtspersonen (lokale en bovenlokale besturen, provincies, private organisaties, ondernemers, sportclubs en sportfederaties, ...) Tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad: 1. private en publiekrechtelijke rechtspersonen die wegens hun activiteiten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap; 2. de Vlaamse Gemeenschapscommissie Niet: natuurlijke personen

- Zowel publiek- als privaatrechtelijke rechtspersonen, alsook natuurlijke personen. - Eigenaar zijn (of meerdere eigenaars) - De premienemer moet opdrachtgever zijn en de kosten dragen (wijzigingen moeten gemeld) Niet: voor eigendommen van de Vlaamse overheid en provincies, noch onroerende goederen waarvan de Federale overheid zakelijk rechthouder zijn / ... maar lijst met uitzonderingen

- personeelskosten voor de realisatie van het project (voor de duur van het project, waarbij de jaarlijkse loonkosten per VTE maximaal het brutomaandloon x 20 bedragen; de factor 20 is een vaste coëfficiënt en omvat het brutojaarloon, RSZ, het vakantiegeld en de eindejaarspremie) - digitale en audiovisuele producten ter verhoging van de beleving ter plaatse - vorming van personeel dat rechtstreeks gerelateerd is aan het ingediende project - kosten in het kader van kennisdeling - uitgaven voor initiatieven in het kader van toegankelijkheid Niet-subsidieerbare kosten - investeringen in verblijfsinfrastructuur - aankoop van gronden en gebouwen - restauratiekosten - aankoop of restauratie van collecties - onderhoudswerken - personeel dat instaat voor de exploitatie van het hefboomproject - investeringen in horeca en shops - recupereerbare btw - communicatie en promotie - overheadkosten

Voor de ganse legislatuur was er een budget beschikbaar van 75 miljoen euro en voor alle impulsprogramma’s samen (dus ca. 15 miljoen € per jaar). Dit is inclusief de afzonderlijke oproep voor fietsen en wandelen waarvoor 2,5 miljoen € was voorzien voor de ganse legislatuur. Er is noch een opsplitsing van het budget per thematisch impulsprogramma, noch geografisch gezien.

-

gemeentebesturen of hun autonome bedrijven provinciebesturen of hun autonome bedrijven verenigingen zonder winstoogmerk intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid - publieke rechtspersonen - private rechtspersonen - een samenwerkingsverband van de voormelde aanvragers

tentengrond (riolering, verharding, waterleiding, elektriciteit) komt alleen in aanmerking als dit aansluit op het erkende gebouw, dat samen verhuurd wordt met de tentengrond; - kosten voor modernisering en uitbouw van keukens: alle vaste onderdelen van een keuken, incl de vaste toestellen (bijvoorbeeld een koelcel wel, maar een losse frigo niet); - andere moderniseringswerken zoals vernieuwing van dak, gevel, vloeren, asbestproblematiek,...; - niet: investeringen in energiebesparende maatregelen > wél mogelijk via FoCI. 3. Kosten voor infrastructuurprojecten die de kindvriendelijkheid van het verblijf verhogen - alle speel- en ontspanningsmogelijkheden binnen en buiten met avontuurlijke en natuurlijke elementen, en met oog op de toegankelijkheid van elke gebruiker / de infrastructuur buiten moet zich bevinden op de gronden of terrein van het erkende jeugdverblijf / de speel- en ontspanningsmogelijkheden moeten gratis ter beschikking gesteld worden / ook veilige omheining, buitenaanleg en veilige wandelpaden naar de speel- en ontspanningsmogelijkheden op het domein komen in aanmerking voor subsidie, evengoed als de snoezelruimtes binnen. Niet-subsidieerbaar - investeringen in nieuwbouw of in totaalrenovatie van een gebouw; - onderhoudswerkzaamheden werkzaamheden aan het privé-gedeelte van het verblijf of voor de aankoop van gebouwen of gronden; - investeringen in toegankelijkheid (toegankelijkheidsdoorlichting en toegankelijkheidswerken). Jeugdverblijven met rechtspersoonlijkheid kunnen hiervoor terecht bij FoCI. - investeringen in het energiezuiniger maken (energieaudit, isolatie van vloeren, daken, buitenmuren, zonne-boiler, centrale verwarming, mazoutinstallatie vervangen door gasinstallatie, warmtepomp, isolerend glas, …). Jeugdverblijven met rechtspersoonlijkheid kunnen hiervoor terecht bij FoCI - aanleg van parking. Voor 2020 is er een totaal subsidiebedrag van 1,5 mio € voorzien. Het jaarlijkse budget hiervoor schommelt tussen 1,5 mio en 1,6 mio €. T/m 2017 was een jaarlijks budget beschikbaar van 4 mio €. Daarna vermindering ten gevolge van de afspraken qua taakverdeling met FoCI (zie hoger). Vermindering van het bedrag maakt grotere projecten quasi onmogelijk. Bij TVL wordt gedacht aan een hoger budget ifv nieuwe state-of-the-art projecten met behoud van het huidig budget om goede kwaliteit te blijven waarborgen. Alle uitbaters of eigenaars van jeugdverblijven type A, B of C met een definitieve of een principiële erkenning kunnen een subsidie aanvragen. Ook natuurlijke personen (i.t.t. FoCI wat tot gevolg heeft dat natuurlijke personen niet bij FoCI terecht kunnen voor subsidiëring van energiebesparende en/of toegankelijkheidsbevorderende maatregelen). De capaciteit van het verblijf of de vorm van exploitatie (vzw, feitelijke vereniging, privé-persoon, vennoot-


- gemeentelijke en provinciale EVA’s (extern verzelfstandigde agentschappen) die één van bovenvermelde rechtsvormen hebben (bijvoorbeeld agb, apb of vzw) Bovenstaande opsomming maakt het ook voor rechtspersonen met een commercieel doel mogelijk om een aanvraag in te dienen. Voorwaarde is evenwel dat eventuele winsten geherinvesteerd worden in het toeristisch product. Aandachtspunt blijft wel de Europese de-minimis regelgeving. Subsidiebedrag

Grote culturele infrastructuur: - geen plafond bepaald in het reglement - max 60% van het totale projectbudget

De subsidie is bedoeld als “tegemoetkoming in de investeringskosten”.

Sectorale prioriteiten: - max 60% van het totale projectbudget met een absoluut maximum per prioriteit (750.000 voor theatertrekken, 250.000 voor toegankelijkheid, 500.000 voor energiezuinigheid) - indien de prioriteit deel uitmaakt van een groter (bouw)project, dan enkel van toepassing op dit betreffende onderdeel + onderscheid duidelijk aan te geven in de raming.

Nederlands taalgebied: max. 30% van het aanvaarde investeringsbedrag, rekening houdend met het max. bedrag van 1,250 mio € per aanvraag, vermenigvuldigd met de behaalde procentuele totaalscore. Het max. bedrag per aanvraag voor alle dossiers kan door de minister verhoogd worden tot max. 2 mio €.

Sector: vraag naar prefinanciering/voorschotten want alles zelf prefinancieren niet altijd mogelijk > welk correct en haalbaar percentage desgevallend?

Tweetalig gebied BrusselHoofdstad: idem, maar voorrang op dossiers uit het Nederlands taalgebied, tot max 5% van het jaarbudget (Brussel-norm), waarna gezamenlijke behandeling. Er zijn geen prefinanciering/ voorschotten voorzien.

Topsport: max 50% van het aanvaarde investeringsbedrag met max van 3,5 mio/project. Er zijn geen prefinanciering/voorschotten voorzien.

Zoals hoger reeds vermeld, is de regelgeving vrij complex en niet in die mate sluitend dat het voor elke situatie meteen duidelijk is of een premie mogelijk is. Omdat dit een belangrijke impact kan hebben op het beschikbare premiebudget, maakte AOE een richtlijn met meer uitleg mbt in welke context premies wel/niet toegekend worden. https://www.onroerenderfgoed.be/sites/default/files/ 2019-07/richtlijnbetoelaagbaarheid_0.pdf Hieronder beperken we ons tot de essentie. De erfgoedpremie wordt berekend obv aanvaarde kostenraming. ► Bij de eenvoudige standaardprocedure wordt maximaal 25.000€ van de aanvaarde kostenraming in aanmerking genomen voor de berekening van de premie (excl BTW). Bij de bijzondere procedure geldt geen max. bedrag. ► Het gebruikelijke premiepercentage (basispremiepercentage) bedraagt 40 % van de aanvaarde kostenraming. Voor bepaalde types erfgoed geldt een verhoogd percentage van 60%. Dit geldt voor beide procedures. ► Een erfgoedpremie kan ook op forfaitaire basis

worden aangevraagd, zowel bij de standaardprocedure als de bijzondere procedure > de premie wordt desgevallend niet toegekend op basis van offertes, maar volgens vaste bedragen (cfr. tabel); dit kan bv. interessant zijn voor wie de werken zelf wil uitvoeren. ► In beide procedures zijn er ook nog mogelijkheden

voor het bekomen van aanvullende premies. ► In de standaardprocedure gelden er beperkingen

(en uitzonderingen erop) voor het aanvragen van meerdere premies per jaar. In de bijzondere procedure gelden er geen beperkingen. Wat volgt geldt zowel voor de standaardprocedure (met max van 25.000 €) als de bijzondere procedure (geen max. bedrag), met uitzondering van de aanvullende premie voor meer- en bijwerken (de laatst vermelde premie). Basispremiepercentage bedraagt 40% van de aanvaarde kostenraming excl. BTW. Verhoogd basispremiepercentage van 60% > is enkel mogelijk voor bepaalde types erfgoed: - onroerende goederen in eigendom van een lokale overheid met een publieksfunctie en zonder commerciële bestemming; voor erkende eredienstgebouwen is een vooraf goedgekeurd kerkenbeleidsplan nodig - beschermde onderwijsgebouwen - als monument beschermde eredienstgebouwen > extra vereisten: regelmatig gebruik + vooraf goedgekeurd kerkenbeleidsplan nodig (behalve kathedralen) - als monument beschermde, maalvaardige en voor publiek ontsloten molens - erfgoed zonder economisch nut bij gebruik of beheer ervan (ZEN-erfgoed: bv. fontein, kiosk, kunstmatige grot); beheersplan is vereiste.

- Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het uitgewerkte kosten- en financieringsplan, dat deel uitmaakt van het businessplan en verschilt dus van project tot project (FAQ) - Max 60 % op (enkel) de betoelaagbare kosten. Enkel mits grondige motivering kan hiervan worden afgeweken. - Geen vooraf bepaald plafondbedrag. Plafonnering is wel mogelijk bij de bepaling van het bedrag en percentage per project. Ook bepaalde kostensoorten kunnen geplafonneerd worden (FAQ) - Het resterende percentage ‘eigen inbreng’ kan afkomstig zijn uit eigen middelen, sponsorinkomsten, subsidies van andere overheden (Europees, Vlaams, provinciaal, lokaal – zolang het subsidiereglement in kwestie het cumuleren van subsidies toelaat), enz. (FAQ) Goede afstemming met andere subsidieverleners (Onroerend Erfgoed, Cultuur, Europa, ...) is cruciaal om een optimale inzet van middelen te bereiken. Bovendien moeten projecten een zo groot mogelijke eigen inbreng kunnen aantonen. TVL streeft naar projecten die zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van subsidies.

schap of plaatselijke jeugdgroep) zijn niet van belang om een subsidie te kunnen krijgen. Hostels en Toerisme voor Allen volwassenenverblijven in het Vlaams Gewest komen niet in aanmerking voor deze subsidie (behalve de hostels gelegen in het Brussels Gewest). Deze types van verblijven vallen sinds 1 april 2017 onder het nieuwe logiesdecreet en kunnen een logiessubsidie aanvragen. Meer info ivm de logiessubsidie hier. - Een subsidie bedraagt maximaal 40% van de kosten. Het budget is beperkt, waardoor het mogelijk is dat het percentage van 40% verlaagd wordt om aan zoveel mogelijk ingediende projecten een subsidie toe te kennen.


- open erfgoed (beschermd erfgoed dat actief en op regelmatige basis wordt opengesteld met als bedoeling de erfgoedwaarde ervan in de kijker te plaatsen). Beheersplan is vereiste. - onroerende goederen die ontwikkeld worden tot open erfgoed volgens het ontwikkelingstraject in het beheersplan. Aanvullende premie van 10% (waarbij het basispercentage van 40% of het verhoogde percentage van 60% dan wordt opgetrokken tot 50% en 70%). Dit is mogelijk voor: - onroerend goederen die al minstens 6 jaar consequent en kwaliteitsvol worden onderhouden (aan te tonen ahv onderhoudslogboek > meer info: pagina. - stichtingen en verenigingen onder volgende voorwaarden: doel herstel en beheer van beschermde goederen en erfgoedlandschappen, deze onroerende goederen zijn voor een periode van min 5 jaar schriftelijk eraan toegewezen, min. helft van de beheerde gebouwen zijn beschermd Bijkomende aanvullende premie van 20% mogelijk voor erkend open erfgoed (voor ontsluitingswerken gericht op een verbeterde inhoudelijke of fysieke ontsluiting van het beschermd goed), alsook voor open erfgoed in ontwikkeling binnen de 6 jaar Bijkomende erfgoedpremie voor noodzakelijke meerwerken en/of bijwerken, beperkt tot 10% van het bedrag van de definitieve premie, met een maximum van 125.000 €. Geldt enkel voor bijzondere procedure. Er zijn 2 procedures (met elk deels ander verloop en Vierjaarlijkse oproepen, voorwaarden): telkens in het eerste jaar - de eenvoudige standaardprocedure > bedoeld voor van de Olympische (periodieke) onderhoudswerkzaamheden en Zomerspelen. beperkte beheersmaatregelen / administratieve last Uiterlijk online in te dienen en doorlooptijd zijn tot een minimum herleid. op 31 maart van het - de complexere bijzondere procedure > bedoeld voor betreffende jaar + hard grote, uitgebreide beheers- of restauratiewerken / copy tegen 31 april. langere behandelingstermijn, maar hogere bedragen Onontvankelijk indien niet (zonder maximum) / er bestaat een wachtlijst. tijdig ingediend, niet volledig De noodzaak van een ingreep moet telkens blijken uit en niet voldoen aan de het bij de aanvraag bij te sluiten goedgekeurd beheerssubsidiëringsvoorwaarden. plan (voor zover vereist) of de motiveringsnota. Beoordeling en advies via Er wordt bij AOE niet gewerkt met adviescommissies. beoordelingscommissie. Het Agentschap beslist zelf. Beslissing minister uiterlijk op 31 september van het Subsidieprocedure – eenvoudige standaardprocedure betreffende jaar. - aanvraag online (aanbevolen; operationele voordelen) Er is geen minimumbedrag of op papier tav AOE (of de erkende onroerende bepaald. erfgoedgemeente in voorkomend geval) > specifiek aanvraagformulier + motivering, beschrijving werken/maatregelen/diensten, kostenraming, enz... - gecombineerd aanvraagformulier voor premie/ toelating is mogelijk - indien aanvraag via AOE, dan beslissing binnen de 90d > vastlegging erfgoedpremie - communicatie van toekenning is tegelijk toelating om met uitvoering te starten (mag niet vroeger!) ..

Subsidieprocedure

Grote culturele infrastructuur - via jaarlijkse aanvragen met deadline 15 mei - aanvragen worden voor advies voorgelegd aan de dienst bevoegd voor infrastructuur van het departement CJM - beslissing VR op voordracht van de bevoegde minister Sectorale prioriteiten - Via jaarlijkse aanvragen met deadline 1 april. - Vanaf 2019 enkel mogelijk via webapplicatie KIOSK - Advisering door adviescommissie culturele infrastructuur - Beslissing minister uiterlijk op 1/10 Geen proportionaliteit qua procedure en voorwaarden volgens schaal en/of grootte dossier.

Via jaarlijkse oproepen. Uiterlijk online in te dienen op 31 maart van elk jaar + hard copy tegen 31 april. Onontvankelijk indien niet tijdig ingediend, niet volledig en niet voldoen aan de subsidiëringsvoorwaarden. Sport Vlaanderen vraagt bijkomende informatie op bij onduidelijk of onvolledig Beoordeling en advies via beoordelingscommissie. Beslissing minister uiterlijk op 31 september van elk jaar. Geen proportionaliteit qua procedure en voorwaarden volgens schaal en/of grootte dossier, maar minimum investeringsbedrag van 500.000 € excl. BTW vereist.

Indiencyclus De hieronder vermelde cyclus werd halfjaarlijks herhaald met verschillende deadlines in 2015 en 2016. Zowel in het voorjaar als in het najaar konden dus aanmeldingen en businessplannen ingediend worden en kwam de jury samen om hierover een advies te geven aan de administrateur-generaal.

Fasering en getrapte procedure - Lancering. In een eerste fase zette TVL via o.a. informatie, communicatie en inspiratie sterk in op bekendmaking van dit nieuwe programma met het oog op het genereren van sterke projecten. - Aanmelding projectvoorstellen ahv aanvraagformulier. Bij aanmelding (enkel bedoeld voor het oplijsten van projectideeën) zijn slechts een beperkt aantal basisgegevens over het project vereist: identificatiegegevens, projectomschrijving, hefboomwaarde, timing en plan van aanpak, budgetraming op hoofdlijnen en beeldmateriaal ter verduidelijking. - Beoordeling door een (internationale) jury van de ingediende voorstellen > shortlist (geen vooraf bepaald aantal). - Kennisgeving aan de indieners - Projecten op de goedgekeurde shortlist starten met opmaak businessplan. Daarbij werd door TVL in intensieve ondersteuning voorzien (o.a. werksessies, coachingsessies en lezingen). Subsidieprocedure – complexe bijzondere procedure - Indienen businessplan Toekenning in 2 fasen (voorlopige en definitieve - Beoordeling businessplannen door de jury + advies toekenning) > aan de administrateur-generaal van TVL over het al - Aanbeveling om bij de voorbereiding en opmaak van dan niet betoelagen van hefboomprojecten op de het dossier te werken met een deskundig ontwerper + shortlist om vooroverleg te organiseren met erfgoedconsulent - Beslissing door administrateur-generaal van AOE (goedkeuring en subsidiebedrag) - Aanvraag via specifiek aanvraagformulier (+ - Kennisgeving toekenning betoelaging en ondermotivering en bijlagen) à AOE in provincies of aan de tekenen samenwerkingsovereenkomst tussen onroerende erfgoedgemeente in voorkomend geval Toerisme Vlaanderen en projecteigenaar (indien het onroerend goed daar gelegen is) - Businessplan wordt goedgekeurd voor betoelaging - Gecombineerd aanvraagformulier voor premie/ - Ook in de uitvoeringsfase bleef TVL nauw toelating is mogelijk. Indien aanvraag via AOE, dan betrokken partij (via intensieve coaching, beslissing ivm ontvankelijkheid binnen 90d opvolging)

-

Vanaf 2020 zijn de nu sterk vereenvoudigde subsidieaanvragen enkel nog online mogelijk via het digitale TVL-loket. Per post of via email is niet meer mogelijk. Zie handleiding 'Hoe vraag ik online subsidie aan voor mijn logies?'. - Uiterste indiendatum is 31 maart 2020. - Na indiening komt een TVL-inspecteur ter plaatse om de aanvraag samen te overlopen in een coachende en adviserende rol. Ifv kwaliteit acht TVL persoonlijk contact essentieel. Van belang dat inspecteurs de actoren en hun infrastructuur kennen en dat er een vertrouwensrelatie ontstaat.


Omkadering

Uitgebreide omkadering: online informatie, tips opmaak dossiers, infodag, infoloket (online, telefoon, mail), ...

Subsidievoorwaarden

Algemene subsidievoorwaarden: 1. infra gelegen in het Nederlands taalgebied of het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad 2. rechtspersonen van publiek of privaat recht 3. minstens 40% van de totale projectkost gefinancierd door subsidies of natura via andere overheden en/of eigen inbreng 4. rekening houden met decreet kunst in publieke gebouwen

Er wordt door Sport VL in uitgebreide omkadering voorzien, zowel in aanloop naar als bij de opmaak van een subsidiedossier: - communicatie (online/offline) - advies (mail, telefonisch) van diverse aard, maar geen inhoudelijk advies omwille van gelijke behandeling - 2 workshops (verschillende provincies) over de minimale vereisten, mede ahv voorbeelden (zie ppt: https://www.sport.vlaander en/media/12616/decreetinfosessie-algemeen2020.pdf) - 2 workshops (verschillende provincies) over hoe het online aanvraagformulier werkt (fictief invullen) - simulator om zelf vooraf de mate van bovenlokaliteit af te toetsen (online) > voorkomt verloren energie - workshops via ISB over verschillende beoordelingscriteria (innovatie, behoefte, bereik, samenwerking, toegankelijkheid) + hoe een project aan te pakken > dit met het oog op kwaliteitsverhoging én van de subsidieaanvragen én van de projecten zelf. - workshops aanvullende financieringsinstrumenten > zie mail met ppt-links 2 medewerkers coördineren de hele procedure + voor/natraject; ze kunnen ook beroep doen op specifieke expertise van collega’s (ruimtelijk, zakelijk, juridisch). Algemeen 1. tijdig online indienen 2. volledig dossier (incl bijlagen) Negen subsidievoorwaarden: 1. werken nog niet gestart of voltooid zijn op moment van de aanvraag (excl. ontwerpen en bouwrijp

Idem als bij ‘bovenlokaal’ (zie hiernaast), maar andere ppt-presentatie: https://www.sport.vlaander en/media/13499/20200321 _topsportinfrastructuur_op roep2021_infosessie.pdf

Algemeen 1. tijdig online indienen 2. volledig dossier (incl bijlagen) Zeven subsidievoorwaarden 1. werken nog niet gestart of voltooid zijn op het moment van de aanvraag (excl. ontwerpen en

- Als het dossier ontvankelijk is, dan wordt de formele toelating van het agentschap toegestuurd (voorlopige toekenning); met uitvoering moet gewacht worden op latere toekenning premie. - Het dossier wordt vervolgens op de wachtlijst geplaatst (ter beslissing door de minister) en in principe chronologisch toegekend (maar lijst met uitzonderingen) - Melding bij goedkeuring van de erfgoedpremie, waarna het gunningsdossier op te maken en aan AOE te bezorgen, op basis waarvan door AOE het definitieve premiebedrag wordt bepaald (definitieve toekenning) en gecommuniceerd. - Meteen daarna kan de uitvoering starten Aanvragen omwille van hoogdringendheid vanwege de staat van het erfgoed (waardoor de openbare veiligheid, de stabiliteit of de erfgoedwaarde in het gedrang komt), worden voorafgenomen. Begeleidende en omkaderende informatie op website AOE, leidraad met nuttige tips en voorbeelden, modelformulieren, informatie en advies, ...

Beroepsmogelijkheid binnen de 30 dagen na betekening van beslissing m.b.t niet-ontvankelijkheid, niet-toekenning van subsidie en de subsidiebeslissing zelf.

Met het oog op een maximale impact zette Toerisme Vlaanderen sterk in op een uitgebreide omkadering van dit impulsprogramma, en dit ... - zowel in de fase van lancering van dit programma en de dossiervoorbereiding: via o.a. wervende en De rol van de provinciale erfgoedconsulten is cruciaal in handige informatie (online, brochures), inspiratiede fase van dossiervoorbereiding: informatie, advies, en infosessies in alle provincies, advies en vooroverleg, plaatsbezoeken,... Zeker bij de bijzondere begeleiding procedure is het dossier al volledig gekend vooraleer het - als in de fase van de verder uitwerking van ter goedkeuring wordt overgemaakt aan de erfgoedprojecten op de goedgekeurde shortlist: via o.a. consulent. informatie, advies, coaching, workshops en zelfs een bootcamp met alle goedgekeurde projecten. - als in de fase van de uitvoering: advies en begeleiding en tegelijk ondersteunende en controlerende opvolging van gesubsidieerde projecten.

Omkadering via informatie (gerichte mail aan alle erkende jeugdverblijven, website, ...) en persoonlijk contact in de fase van dossieropmaak en uitvoering.

Algemeen ► Niet: voor eigendommen van de Vlaamse overheid en provincies, noch onroerende goederen waarvan de Federale overheid zakelijk rechthouder zijn / ... maar lijst met uitzonderingen ► Een geldig goedgekeurd beheersplan is vereist voor: - Onroerende goederen gelegen in beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermde cultuurhistorische landschappen, erfgoedlandschappen of archeologische sites

Algemene subsidievoorwaarden - voldoende hefboomwaarde hebben: een grote economische return genereren, voldoende schaalgrootte hebben, kwaliteitsvol zijn, het merk Vlaanderen versterken, internationale aantrekkingskracht hebben; - een minimum van 1 mio € betoelaagbare kosten (geldt enkel voor kernattracties en meetinginfrastructuur);

Algemene subsidievoorwaarden - Per jaar en per erkend bedrijf is er maar één aanvraag mogelijk. - Als je project in een voorgaand jaar een subsidie toegewezen kreeg, maar je bent nog niet gestart met de uitvoering, dan kan je geen nieuwe aanvraag indienen. - Bij elke subsidieaanvraag voor ingrijpende werken is een toegankelijkheidsadvies vereist op de bouwplannen (via het toegankelijkheids-


5. toezicht aanvaarden op besteding van de subsidie, de instandhouding, de renovatie en het onderhoud 6. zich verbinden tot terugbetaling bij vervreemding of bestemmingswijziging zonder akkoord FoCI 7. kennis van procedure en te volgen wetgeving overheidsopdrachten (wordt: verplicht rekening houden met) 8. aanbesteding of werken mogen nog niet gestart zijn 9. realisatie binnen de 6 jaar - sector: het is moeilijk om een algemene termijn op te leggen voor zeer diverse dossiers qua omvang en complexiteit - vraag van FoCi: wenselijk minimale ondergrens per uitvoeringsdossier voorzien? 10. uitbetaling: in acht nemen wetgeving overheidsopdrachten ifv gunning én uitvoering / tot 6 jaar na beslissing minister 11. kan geen monument of landschap betreffen, tenzij met ook een culturele werking ressorterend onder beleidsdomein cultuur of jeugd (FAQ FoCI). Specifiek voor grote culturele infrastructuur: 1. infrastructuur van een uitzonderlijke omvang, en met een culturele werking die zich richt tot de hele Vlaamse Gemeenschap of ruimer; 2. integrale toegankelijkheid van de functionele ruimten; 3. bijdragen tot de verhoging van de duurzaamheid van de accommodatie, de verbetering van de ecologische impact en een energiezuinige exploitatie ervan; 4. beschikkingsmacht over de infrastructuur als eigenaar; indien niet dan aantoonbare beschikkingsmacht vereist voor min. 20 jaar vanaf de datum van de subsidiebeslissing of vanaf de datum dat de aanvrager kan beschikken over de infrastructuur. Specifieke voorwaarden sectorale prioriteiten: 1. aanvrager met beschikkingsmacht als eigenaar of huurder/erfpachter/gebruiker met beschikkingsmacht van min 20 jaar; 2. toegankelijkheid: rapport toegankelijkheidsdoorlichting toevoegen (via Inter; advies met prioritaire ingrepen); 3. energiezuinigheid: max 500.000 € (60%), minstens 100.000 kWh/jaar; aanleveren gegevens EnergieID (nulmeting obv gegevens 2015 + prognose jaarlijkse besparing); breder actieplan sensibilisering personeel en publiek; jaarlijkse opvolging 10 jaar energieverbruik.

2. 3. 4. 5. 6.

7. 8. 9.

maken); er mag wél al worden aanbesteed en gegund. aanvrager is eigenaar of heeft langdurig zakelijk grondrecht openstelling voor een breed publiek billijke (= marktconforme) prijzen voor de gebruikers haalbaarheid op stedenbouwkundige vlak (omgevingsvergunning) haalbaarheid van tijdige (voorlopige) oplevering; uiterlijk 3 jaar na subsidietoekenning financieel haalbaar (m.i.v. de beoogde subsidie) en ook duurzaam energetisch duurzaam > minimaal E voor de functionele sportgedeelten minimale investeringswaarde: 500.000 € excl. BTW (+ indexering)

bouwrijp maken); er mag wél al worden aanbesteed en gegund. 2. aanvrager is eigenaar of heeft langdurig zakelijk grondrecht 3. haalbaarheid op stedenbouwkundig vlak (omgevingsvergunning) 4. haalbaarheid van tijdige (voorlopige) oplevering; uiterlijk 3 jaar na subsidietoekenning 5. financieel haalbaar (m.i.v. de beoogde subsidie) en ook duurzaam (evenwicht over periode van 10 jaar) 6. prioritair bestemd voor Vlaamse topsportfederaties, waarvan de disciplines toekomstgericht ondersteund worden door het Vlaams topsportbeleid 7. energetisch duurzaam > minimale norm E; betreft enkel de functionele sportgedeelten

- Unesco-werelderfgoed - Projecten met oog op een meerjarenpremieovereenkomst - Erkend open erfgoed of open erfgoed in ontwikkeling ► Integrerend deel uitmaken van een beschermd erfgoed en opgenomen in besluit tot definitieve bescherming of in een goedgekeurd beheersplan ► Combinatie met andere overheidsbijdragen is mogelijk, maar niet hoger dan het totaalbedrag en aangetoonde kostprijs ► Een energieaudit is een verplichte voorwaarde voor het bekomen van een erfgoedpremie voor energiebesparende maatregelen. ► Uitgesloten: cumulatie van premies voor eenzelfde werk, dienst of beheersmaatregel Voor de standaardprocedure ► Beperking van meerdere premieaanvragen per jaar tot 1 erfgoedpremie voor elk van de volgende categorieën (uitzondering: landschappen): - beheer van of werken en diensten aan exterieur - beschermd monument: beheer van of werken en diensten aan waardevolle interieurelementen en interieurkenmerken en cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken - open erfgoed: ontsluitingswerken gericht op een verbeterde inhoudelijke of fysieke ontsluiting ► Uitvoering kan pas starten na vastlegging erfgoedpremie. De premienemer informeert AOE schriftelijk min. 15 dagen voor de start van de werken en de vastgelegde uitvoeringstermijn. ► Communicatie van ‘uitvoering met erfgoedpremie’ tijdens de uitvoering via affiche Voor de bijzondere procedure - combinatie met andere premie-aanvragen AOE mogelijk, alsook aanvraag voor bijkomende premie meer- en bijwerken; - er is geen maximum aantal aanvragen per jaar - beheersmaatregelen/werken/diensten mogen niet uitgevoerd of gestart zijn vooraleer de premie is vastgelegd > eventuele afwijking hierop kan aangevraagd worden in uitzonderlijke gevallen (45d) - geen combinatie mogelijk met volgende fiscale voordelen: vermindering personenbelasting, verlaging verkooprecht of schenkbelasting, een erfgoedlening investeringskrediet - in bepaalde gevallen is een vooraf goedgekeurd beheersplan nodig waarin de bedoelde werken zijn opgenomen (zie deze pagina) - communicatie van ‘uitvoering met erfgoedpremie’ tijdens de uitvoering via werfbord - verbintenis om AOE te informeren over elke wijziging in hun situatie - bij aanvragen die omwille van hoogdringendheid vanwege de staat van het erfgoed worden voorafgenomen, moet binnen het jaar gestart worden met de uitvoering (zo niet, dan terug op wachtlijst) Kwaliteitseisen - Voor erfgoedpremies boven de 50% volgens de bijzondere procedure gelden specifieke kwaliteitseisen voor zowel de aanstelling van ontwerpers en uitvoerders (oa. kwalificaties en relevante expertise) als voor de ontwerpopdracht (oa. conceptnota, aanpak ivm duurzaamheid en visie op de werfopvolging). - Wet op de Overheidsopdrachten. De verplichte toepassing van deze wetgeving geldt vnl bij het uitschrijven van een ontwerpopdracht of bij uitbesteding van werken > zie https://www.onroerenderfgoed.be/kwaliteitseisenbij-premiedossiers

- projecten mogen al opgestart zijn, maar bij eventuele goedkeuring van de subsidie worden maar kosten aanvaard waarvoor verantwoordingsstukken beschikbaar zijn met datum na het moment van opname op de shortlist (FAQ) - fasering bij indiening is niet mogelijk; het in te dienen businessplan moet meteen alle elementen omvatten i.v.m. de realisatie én exploitatie van het volledige project (enkel studie of businessplan volstaat niet) (FAQ) - rekening houden met de Europese deminimisregelgeving / voor cultuur en erfgoed is eventuele uitzondering mogelijk op basis van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV); - goede afstemming met andere subsidieverleners om een optimale inzet van middelen te bereiken; - een zo groot mogelijke eigen inbreng kunnen aantonen. Bijzondere aandachtspunten als subsidiëringsvoorwaarden (zie ook ‘beoordeling’) - Toegankelijkheid. Projecten die betoelaagd worden door TVL moeten beantwoorden aan de normen voor toegankelijkheid: verplichte toegankelijksdoorlichting met positief eindadvies vereist, uitgevoerd door Inter + verplichting anysurfel-label voor alle digitale en audio-visuele applicaties > zie infofiche op TVL-website. - Familievriendelijkheid. Rekening houden met specifieke behoeften van families op het vlak van o.a. onthaal en dienstverlening, infrastructuur, beleving en communicatie > zie infofiche op TVLwebsite - Erfgoed. Bij de ontsluiting van onroerend erfgoed vraagt Toerisme Vlaanderen aandacht voor een breed scala aan ontsluitingsvormen, gaande van eenvoudige informatieverstrekking over occasionele openstelling tot herbestemming > zie leidraad/inspiratiegids ism AOE - Duurzaamheid. Ook duurzaamheid vormt een belangrijk aspect en streefdoel voor TVL, dat zelf tips geeft en maatregelen voorstelt die helpen om effectief en duurzaam om te gaan met sociale, economische en ecologische uitdagingen die projecten met zich meebrengen > zie infofiche duurzaamheid op TVL-website

adviesbureau). Dit advies moet deel uitmaken van het dossier. Indien het werken van beperkte aard betreft, dan na te vragen bij de betrokken TVL-dienst of de inschakeling van een extern adviesbureau noodzakelijk is. - Toepassing Wet op de Overheidsopdrachten (maar geen strikte opvolging voor subsidies beneden 8.500 euro). Werken mogen meteen van start gaan na goedkeuring van de subsidie. Er moet niet gewacht worden tot vergunningen in orde zijn.


Beoordelingscriteria

Grote culturele infrastructuur: Geen specifiek beoordelingskader vermeld bovenop de subsidievoorwaarden. Sectorale prioriteiten: Theatertrekken - mate en garantie van financiering of naturainbreng van andere overheden - mate van duurzaamheid en energiezuinigheid, incl. monitoring - voorrang voor automatisering van trekken van CC’s en theaterzalen met regelmatig buitenlandse gezelschappen - beschikken over een toneeltoren Toegankelijkheid - mate en garantie van financiering of naturainbreng andere overheden - toegankelijkheidsaudit met een advies prioritaire ingrepen - er wordt rekening gehouden met de waarborging van de keten van toegankelijkheid in alle functionele ruimten van het gebouw Energiezuiniger - mate en garantie van financiering of naturainbreng andere overheden - aanvragen worden prestatiegericht beoordeeld en in een rangschikking geplaatst > hoogste in rang krijgen de beschikbare middelen

Vijf inhoudelijke criteria > Mate waarin de bovenlokale sportinfrastructuur. 1. tegemoetkomt aan reële behoefte (obv participatiecijfers/trends/evoluties) (25%) 2. een groot aantal mensen bereikt, zou kunnen bereiken (25%) 3. via samenwerking wordt gerealiseerd of uitgebaat (intergemeentelijk, intersectoraal, ism federaties of clubs, ism gebruikers > met oog op een meer doelmatige realisatie of exploitatie) (20%) 4. integraal toegankelijk is (ifv optimaal gebruik door elke doelgroep) (10%) 5. innovatief is (trends, technologieën) (10%)

Vier criteria > Mate waarin de topsport-infrastructuur: 1. tegemoetkomt aan reële behoefte of een meerwaarde biedt voor de Vlaamse topsporters en topsporttalenten of voor het voeren van een integraal Vlaams topsportbeleid (= invulling van topsporttakoverschrijdende behoeften) (40%) 2. prioritair ter beschikking staat van de Vlaamse topsporters en topsporttalenten (20%) 3. tegemoetkomt aan de uitbouw van een ééncampus-model topsport voor de sport of sportdiscipline in kwestie of aan uitbouw van een topsportcampus (20%) 4. een perspectief biedt voor kwaliteitsontwikkeling en innovatie, met het oog op een optimale topsportomgeving met de grootst mogelijke meerwaarde voor topsporters en topsporttalenten (= kunnen inspelen op nieuwste topsport-trends en -behoeften) (20%)

> Van toepassing op alle publiekrechtelijke rechtspersonen, alsook op specifieke privaatrechtelijke rechtspersonen (i.c. vennootschappen of verenigingen met rechtspersoonlijkheid die meer dan 50% van hun financiering van de overheid ontvangen of voor hun beheer onderworpen zijn aan het toezicht van de overheden + die specifiek zijn opgericht voor behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn) > Niet van toepassing op andere privaatrechtelijke rechtspersonen en op natuurlijke personen Geen specifieke beoordelingscriteria. Enkel ‘subsidievoorwaarden’.

Beoordelingscriteria kernattracties: Geen extra criteria - een zekere schaalgrootte hebben > als streefdoel een potentieel hebben van min. 100.000 bezoekers/jaar, waarvan minstens 30 % buitenlandse. - een duurzame economische meerwaarde bieden > duurzaam multiplicatoreffect genereren, direct en indirect: meer overnachtingen, extra omzet en extra werkgelegenheid voor een langere periode genereren over een periode van minstens 5 jaar - kwaliteitsvol zijn > de mate waarin het project inspeelt op nieuwe trends, state-of-the-art is en familievriendelijk is - het merk Vlaanderen versterken: internationale concurrentie van Vlaanderen als toeristische bestemming en de identiteit van de deelbestemming versterken, de reputatie van Vlaanderen ondersteunen en getuigen van baanbrekend vakmanschap op alle vlakken, inhoudelijk aansluiten bji de internationale marketingstrategie van TVL met focus op de ‘belevingen’ erfgoed, kunst & cultuur, tafelen en fietsen; - internationale aantrekkingskracht hebben > uniek en aantrekkelijk zijn voor de internationale toerist (reason to come or stay) en afgestemd zijn op hun noden en behoeften qua o.a. bereikbaarheid, beleving, gastvrijheid en informatievoorziening - kwaliteit van het businessplan en het hefboomproject, m.i.v. van financiële stabiliteit (belang van eigen inbreng), haalbaarheid (realiteitsgehalte, planning realisatie, exploitatie, ...) en startklaarheid (vergunningen, financiële engagementen, partnerships, ...). Beoordelingscriteria meetinginfrastructuur: - een bepaalde grootte hebben > min 150 deelnemers volgens het driestoelen-principe - een duurzame economische meerwaarde bieden > duurzaam multiplicatoreffect genereren dat leidt tot extra overnachtingen gerelateerd aan (internationaal) zaken- en congrestoerisme, die extra omzet en werkgelegenheid genereren over een periode van min. 5 jaar - kwaliteitsvol zijn > de mate waarin het project inspeelt op nieuwe trends in de meeting sfeer, het state-of-the-art is en conceptueel een onderscheidende uitstraling heeft, erfgoedbeleving in het project is geïntegreerd en het project ecologisch duurzaam is; - het merk Vlaanderen versterken > mate waarin het project de internationale concurrentiepositie van Vlaanderen en de deelbestemming als top congresen meetingbestemming versterken, het de reputatie van Vlaanderen in het buitenland versterkt (in lijn met baan-brekend vakmanschap), aansluiten bij de internationele marketingstrategie van TVL - internationale aantrekkingskracht hebben > de mate waarin het project uniek is en een reden om een congres of meeting in Vlaanderen te organiseren, het afgestemd is op de noden van de internationale


meetingplanner en de internationale toerist, er voldoende logiescapaciteit is in de nabijheid; - de kwaliteit van het businessplan en het hefboomproject > idem als kernattracties

Beoordeling

Grote culturele infrastructuur Geen adviescommissie. Advies van bevoegde CJM-dienst aan de bevoegde minister, waarna beslissing door de Vlaamse Regering. Sectorale prioriteiten Beoordeling door de ‘Adviescommissie Bovenlokale Culturele Infrastructuur’, waarin vertegenwoordigers van CJM en de betrokken sectoren. > de samenstelling van de adviescommissie is breder in de praktijk: ook bv. Toerisme Vlaanderen Beoordeelt de aanvragen en geeft een gemotiveerd advies aan het managementcomité van CJM en aan de bevoegde minister. De adviescommissie “kan” plaatsbezoeken organiseren. Uiterlijk op 1 oktober beslist de minister over de toekenning van de subsidies.

Uitvoering: opvolging, rapportage, meldingsplicht, controle

Het reglement (Besluit VR) is op dit vlak heel beperkt, maar er is een duidelijke leidraad/ handleiding (m.i.v. een opvolgingstabel) voor begunstigden voorzien bij de te volgen procedure na goedkeuring van de investeringssubsidies. Besluit VR - voor start gunningsprocedure ontwerp, lastenboek, plannen, detailraming en vereiste vergunningen ter advies voorleggen aan FoCI; - aan de Vlaams Bouwmeester kan advies worden gevraagd over architecturale kwaliteit - voor gunning het resultaat gunningsprocedure ter goedkeuring voorleggen aan FoCI - jaarlijks beknopte rapportering stavaza indien uitvoering niet binnen het jaar na toekenning gestart Mogelijke verbeterpunten (uit verslag): - sector: vraag naar plaatsbezoek voor alle projecten - sector: de mogelijkheid om verschillende dossiers te bundelen wordt door de sector als positief gezien, maar desgevallend liefst met dezelfde dossierbeheerders + lopende dossiers als onderdelen van een globaal dossier - FoCI: meldingsplicht/rapportering te voorzien mbt stavaza realisatie Tijdens of na de uitvoering kan FoCI een bezoek ter plaatse brengen om na te gaan of de voorgestelde werken uit het aanvraagdossier op correcte wijze gerealiseerd werden, en of er

Via beoordelingscommissie, Beoordelingscommissie: bestaande uit min 5 en max 9 idem, maar expertise op leden met expertise op vlak vlak van topsportvan sportinfra of de 5 infrastructuur of de 4 beoordelingscriteria. Huidige beoordelingscriteria. leden: Tomorrowlab, Inter, Confederatie Bouw, Vlaamse Idem als ‘bovenlokaal’, Sportfederatie en Sport maar drempelscore van Vlaanderen. 75%. Beoordeelt en screent de dossiers conform de criteria, maakt een selectie en een ranking op + stelt subsidiebedrag voor per dossier. Inter vzw is commissielid en behandelt criterium toegankelijkheid. Voorbereiding door Sport Vlaanderen. Drempelscore is 65%. Er is geen plaatsbezoek door of toelichting aan de commissie voorzien. Advies t.a.v. de minister over rangschikking, selectie en subsidiebedrag. Beslissing uiterlijk op 30/9 van hetzelfde jaar. Online voortgangsrapport met mailinstructies Sport VL. Dit wordt belangrijk geacht om de stavaza van een project te kennen + een inschatting te kunnen maken van het betalingsritme van alle subsidies. Tweemaal per jaar (maart en september) en dit tot de subsidie is uitbetaald; daarna niet meer. Voor dit voortgangsrapport wordt gevraagd naar: - stavaza werken (incl. evoluties, eventuele knelpunten, ...); - stavaza timing (belang ifv opmaak begroting Sport Vlaanderen); - stavaza beoordelingscriteria (bv. hoe verloopt samenwerking?) Sport VL ‘kan’ controles uitvoeren om na te gaan of de voorwaarden worden nageleefd: bewijsstukken controleren, conformiteit controleren van projectdefinitie-bestekrealisatie, controle boekhouding. Dit gebeurt in de praktijk evenwel niet. Ook geen controle op toepassing van wet op de overheidsopdrachten. Bij niet meer voldoen aan de subsidievoorwaarden of bij niet- of niet correcte uitvoering, brengt Sport VL de betrokkenen op de hoogte van de vastgestelde overtredingen met kans tot reactie > gemotiveerd advies van Sport VL aan de minister over mogelijke sancties. Eventuele vertragingen dienen onverwijld te worden gemeld aan Sport VL m.i.v. een grondige motivering en een voorstel van nieuwe projectplanning, waarna Sport VL beslist over het wel/niet aanvaarden van het uitstel en de termijn ervan.

Door Agentschap Onroerend Erfgoed (of in voorkomend geval door de erkende onroerend erfgoedgemeente). De inhoudelijke beoordeling gebeurt door een erfgoedconsulent, in samenspraak met de regiodirecteur. Er zijn wel informele overlegstructuren. Zo wordt ingezet op afstemming via het bespreken van dossiers op een teamoverleg. Voor complexere dossiers verloopt dit soms ook teamoverschrijdend. Bij moeilijke beslissingen verloopt dit soms zelfs agentschapsbreed met zowel erfgoedconsulenten als onderzoekers vanuit de waardering.

- Alle wijzigingen (bv. nieuwe premienemer, werken) of vertragingen moeten worden gemeld en goedgekeurd door het Agentschap (bv. ingeval van nieuwe premienemer ook goedkeuring vereist van de oorspronkelijke en nieuwe premienemer). - Specifieke verplichtingen m.b.t. eventuele onderaannemers, o.a. verplichting een register bij te houden van wat door onderaannemers wordt/werd uitgevoerd. - Verplichting om op de werf aan te geven dat een erfgoedpremie is toegekend (via affiche bij de standaardprocedure, via werfbord bij bijzondere procedure). Bij een erfgoedpremie bijzondere procedure wordt tijdens de uitvoering ingezet op werfopvolging via de werfverslagen en werfbezoeken. Bij de erfgoedpremie standaardprocedure (kleinere dossiers) wordt veel minder ingezet op opvolging van de uitvoering. Dit heeft ook te maken met prioritering bij hoge werklast.

Bijzondere aandachtspunten: toegankelijkheid, familievriendelijkheid, erfgoed, duurzaamheid > zie ‘subsidiëringsvoorwaarden’ Algemeen. Het zijn de projecten alsdusdanig die beoordeeld worden, niet de aanvragers (klein of grootschalig, gemeenten of provincies, enz). Wel kan samenwerking een meerwaarde bieden om tot een sterker project te komen. KernattractIes De jury voor het impulsprogramma kernattracties bestaat uit volgende publieke en private actoren: een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor toerisme (tevens voorzitter), het afdelingshoofd bestemmings-promotie van Toerisme Vlaanderen, de directeur van het Steunpunt Vakantieparticipatie van Toerisme Vlaanderen, twee experten ‘kernattracties’ uit de private sector in Vlaanderen, drie nationale of internationale experten op het vlak van attracties.

Gebeurt door Toerisme Vlaanderen zelf.

Meetinginfrastructuur De jury voor het impulsprogramma meetinginfrastructuur in erfgoedlocaties voor de internationale meetingindustrie bestaat uit volgende publieke en private actoren: een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor toerisme (tevens voorzitter), het afdelingshoofd bestemmingspromotie van Toerisme Vlaanderen, de directeur van het Steunpunt Vakantieparticipatie van Toerisme Vlaanderen, twee experten uit de private meetingindustrie in Vlaanderen en drie nationale of internationale experten uit de meetingindustrie.

Met de samenwerkingsovereenkomst als basis, voorzag TVL in de uitvoeringsfase o.a. in de nodige ondersteunend-sturende tot controlerende opvolging (via een duidelijke handleiding met vrij dwingende richtlijnen), alsook in informatie, advies en coaching. We verwerkten de informatie uit de betreffende handleiding in dit en volgend luik. -------------------------------------------------------------------In elke samenwerkingsovereenkomst werden volgende vermeldingen/richtlijnen opgenomen: - Start- en einddatum van het project staan in de samenwerkingsovereenkomst. De startdatum is de datum waarop het project werd opgenomen in de shortlist. Tegen de einddatum moet het project volledig gerealiseerd zijn. Start- en einddatum zijn belangrijk voor de financiële verantwoording van het project. Enkel facturen waarvan de datum valt tussen start- en einddatum komen in aanmerking voor de verantwoording van de subsidie. - Stuurgroep en werkgroep. Voor de sturing en opvolging van het project is de oprichting van een stuurgroep en een werkgroep verplicht. TVL wordt op beide uitgenodigd. Uitnodigingen met de nodige documenten worden tijdig bezorgd + ook verslagen achteraf. - Jurering. TVL wordt ook uitgenodigd op alle jurymomenten voor toekenning voor opdrachten binnen het project. Dit geeft TVL de mogelijkheid om zijn expertise in te brengen en een advies te formuleren met niet-bindende adviesstem. Ook hier tijdige uitnodigingen en verslagen achteraf.

Voortgangsrapportage is niet verplicht. TVL informeert wel jaarlijks per mail naar de stavaza van projecten, mede met het oog op tussentijdse facturatie. Verder is hier is het Besluit van 2008 bepalend. Toerisme Vlaanderen kan ter plaatse of op stukken controle uitoefenen op de toepassing van de bepalingen van dit besluit, met inbegrip van het onderzoek van de aanvragen en de aanwending van de financiële steun. De aanvragers en begunstigden bezorgen op vraag van Toerisme Vlaanderen een afschrift van alle documenten die nodig zijn voor dit toezicht. Gelet op de aard van de investeringen is in deze fase bewust geen coaching noch een meer uitgebreide controle voorzien. Er is geen eindtermijn voorzien. Voor vragen kunnen de betrokkenen steeds terecht bij de dienst Projectfinanciering – Toerisme voor Allen van Toerisme Vlaanderen.


eventueel nog bepaalde aanpassingen moeten gebeuren vooraleer tot uitbetaling van de subsidie kan overgegaan worden. De originele facturen, betalingsbewijzen en werfverslagen kunnen ook worden gecontroleerd. (enkel Handleiding)

Uitbetaling

Er zijn geen voorschotten voorzien > dit wordt vaak omzeild bij de ad nominatim subsidies Uitbetaling pas na goedkeuring door FoCI van de facturen en vorderingsstaten. Aanvraag tot betaling kan tot 6 jaar na de subsidiebeslissing.

Er zijn geen voorschotten voorzien. Uitbetaling gebeurt in één keer na voorlopige oplevering van alle werken waarvoor subsidie werd goedgekeurd > dit gebeurt obv facturen en vorderingsstaten + bewijs van oplevering + EPB-verslag indien van toepassing + voortgangsrapportering. Sport Vlaanderen kan ter plaatste controle doen.

Standaardprocedure - Geen prefanciering/voorschotten - Aanvraag tot uitbetaling (bij voorkeur via e-loket; anders via specifiek aanvraagformulier) m.i.v. een gedocumenteerd overzicht van de uitvoering + in voorkomend geval ook de betaalbewijzen

- Toegankelijkheid > vermelding specifieke richtlijnen - Familievriendelijkheid > herhaling aandachtspunt en invulling ervan - Officiële opening > wie uit te nodigen op niveau Vlaanderen - Communicatie van de ondersteuning door TVL > vermelding specifieke richtlijnen - Internationale promotie > opmaak nationaal en internationaal promotieplan per project; wordt opgemaakt en uitgevoerd door TVL in overleg en samenwerking met de begunstigde (actieve betrokkenheid en medewerking is verplicht) - Monitoring: richtlijnen voor het verzamelen van gegevens gedurende vijf jaar m.b.t. bezoekers (aantal, profielen, motieven, tevredenheid, ...) en bedrijfsactiviteiten (gerelateerde omzet en tewerkstelling, ...). - Kwaliteit > richtlijnen met het oog op het serviceniveau, de klantvriendelijkheid en professionaliteit van de dienstverlening, en de service op maat in alle fasen van de bezoekerscyclus - Aanbod Steunpunt Vakantieparticipatie > richtlijnen m.b.t. de samenwerking met het betrokken steunpunt (ifv betaalbaarheid voor mensen in armoede, ifv communicatie, ...). - Ter beschikking stellen locatie > 10 returnmomenten van telkens 4u voor TVL; kosteloos all-in - Instandhoudingstermijn > verplichte termijn van minimum 5 jaar , ingaande op 1 januari vanaf de uitbetaling van de laatste subsidieschijf. In deze periode kan de bestemming van het project uitsluitend worden gewijzigd mits uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van TVL. - Wijzigingen of knelpunten > Verplichting om wijzigingen of knelpunten spontaan en tijdig te melden aan TVL. Enkel op gemotiveerd en officieel verzoek van de begunstigde en na goedkeuring van TVL, kan een betoelaagd project inhoudelijk of financieel aangepast worden via ondertekening van een addendum aan de samenwerkingsovereenkomst en/of wijziging van het subsidiebesluit. - Rapportage > Tijdens de realisatie, bij het einde en gedurende de verplichte instandhoudingstermijn (indien van toepassing) van het project houdt de begunstigde TVL halfjaarlijks op de hoogte van het verloop van het project. Dit gebeurt telkens op vraag van TVL via een model met een inhoudelijk en financieel verslag. Aan elke halfjaarlijkse rapportage wordt steeds een overleg-moment met de TVL-projectcoaches gekoppeld. De inhoudelijke en financiële eindrapportage gebeurt via een specifiek sjabloon en wordt na de realisatie van het project ingestuurd. - Winsten > eventuele winst die voortvloeit uit het project wordt ge(her)investeerd in de exploitatie of de instandhouding ervan (bij infrastructuur en digitale producten). Wetgeving overheidsopdrachten > wijst op de verantwoordelijkheid op deze wetgeving te volgen voor wie die van toepassing is; de handleiding vermeldt voor wie deze wetgeving wel/niet van toepassing is en geeft verduidelijking bij deze wetgeving en de toepassing ervan. - Eenmalig voorschot. Na ontvangst van de Uitbetaling na controle en goedkeuring zoals ondertekende samenwerkingsovereenkomst, en hierboven beschreven. indien van toepassing - na ontvangst van een Betaling van tussentijdse facturen is voorzien. stedenbouwkundige vergunning of attest, wordt een eenmalig voorschot van 30% van het toegekende subsidiebedrag aan de (primaire) begunstigde uitbetaald.


Uitstel op de vaste termijn van 3 jaar (na de ministeriële subsidiebeslissing tot de voorlopige oplevering) is alleen mogelijk bij overmacht. Dit wordt geval per geval bekeken.

- Uitbetaling in één keer na controle en goedkeuring van een volledige en goede uitvoering van de werken/diensten/beheersmaatregelen. - De werken moeten binnen de 2 jaar na toekenning van de premie afgerond zijn. In uitzonderlijke omstandigheden, zoals bij een faillissement of een juridisch dispuut, kan die termijn eenmalig verlengd worden. - Bij onvolledige aanvraag of niet aanvaarde uitvoering > gemotiveerde melding van niet-aanvaarding + hoe hieraan te verhelpen > nieuwe aanvraag. Bijzondere procedure - Bij start van de uitvoering (kan pas nadat de premie definitief is toegekend) kan een voorschot van 50% van het toegekende bedrag opgevraagd worden (via apart formulier). - Het restbedrag wordt op schriftelijk verzoek van de premienemer betaald na controle en goedkeuring van het uitbetalingsdossier (eindverslag + afrekening + betalingsbewijzen + eventueel onderhoudslogboek) - Het uitbetalingsdossier moet binnen de vijf jaar na toekenning van de premie worden ingediend via een apart formulier en eindverslag in digitale vorm (specifiek sjabloon). In uitzonderlijke omstandigheden “en na uitdrukkelijke toestemming” kan op gemotiveerd verzoek die termijn één keer met max. vijf jaar worden verlengd. Het totaalbedrag mag niet hoger liggen dan het definitieve premiebedrag. Maar aanvraag voor bijkomende erfgoedpremie (max 10% op de definitieve premie met max van 125.000 €) is mogelijk bij onvoorziene omstandigheden tijdens de uitvoering of bij noodzakelijke meer- of bijwerken.

CULTUUR en JEUGD (CJM - FOCI)

SPORT (SPORT VL) BOVENLOKAAL

SPORT (SPORT VL) – TOPSPORT

ONROEREND ERFGOED - ERFGOEDPREMIE (AOE)

- Nadat dit voorschot van 30% volledig verantwoord werd, kunnen één of meerdere betalingsaanvragen, vergezeld van de nodige verantwoordingsstukken (facturen, betalingsbewijzen, vorderingsstaten...), ingediend worden voor uitbetaling van (een schijf van) het saldo van de subsidie. Uitbetalingsstaten moeten zo nauw mogelijk aansluiten bij het goedgekeurd financieel plan. - De laatste schijf van het subsidiebedrag (20% of 30%) wordt pas uitbetaald na de controle op de naleving van de toegankelijkheidsnormen (eindcontrole toegankelijkheid) en van de voorwaarden die werden gesteld in het subsidiebesluit en de samenwerkingsovereenkomst. - Betalingen worden steeds gestort op de rekening van de primaire begunstigde. De primaire begunstigde kan (indien van toepassing) de subsidie of een deel ervan doorgeven aan de secundaire begunstigden. - Uitgavenstaten. Bij elke betalingsaanvraag moet een uitgavenstaat (volgens model) met bewijsstukken worden toegevoegd. De uitgavenstaat geeft een totaaloverzicht van alle ingediende kosten en moet zo nauw mogelijk aansluiten bij het goedgekeurde financieel plan. Per factuur wordt ook een omschrijving van de werken of de levering gevraagd en het projectonderdeel waarop ze betrekking heeft. Niet-recupereerbare btw komt in aanmerking voor betoelaging indien deze opgenomen is in het goedgekeurde financieel plan. - Bewijsstukken uitgaven. Van elke ingediende factuur dienen het bijbehorende betalingsbewijs (rekeninguittreksel bank of print digitaal betalingsbewijs) en de vorderingsstaten(indien aannemer) of andere documenten die de uitgaven kunnen staven (offerte, overeenkomst ...) te worden bijgevoegd. Als het om een collectieve overschrijving gaat, dan ook het betalingsbewijs van dit totaalbedrag bij te voegen. Bij inspectie ter plaatse worden steeds de originele facturen en betalingsbewijzen gecontroleerd. De controle gebeurt bij de primaire begunstigde, ook voor de verantwoordingsstukken van de secundaire begunstigde(n). Enkel facturen waarvan de datum valt tussen starten einddatum komen in aanmerking voor subsidie. Uitzondering: kosten voor een toegankelijkheidsdoorlichting door een erkend adviesbureau die dateren van voor de startdatum. Enkel facturen op naam van de primaire of de secundaire begunstigde(n) komen in aanmerking voor verantwoording. - Afsluiting van het project. Bij indiening van de laatste betalingsaanvraag moet bevestigd worden dat het project werd beëindigd en dat het de laatste betalingsaanvraag is. Als dit nog niet gebeurde, moet ook een inhoudelijke eindrapportage (volgens model) bezorgd worden waarin wordt aangetoond dat het project gerealiseerd is. Deze rapportage bestaat uit een omschrijving van het verloop van het project, een kritische beschouwing en een toetsing van de vooropgestelde doelstellingen aan de behaalde resultaten.

TOERISME – HEFBOOMPROJECTEN (TVL)

TOERISME – JEUGDVERBLIJVEN (TVL)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
benchmarkFOCI_tabel_1.pdf by Vlaanderen-be - Issuu