Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/031
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 19 december 2020 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Diepenbeek om een afschrift te verkrijgen van de volgende documenten: Met betrekking tot de concessie parkeren (betalend parkeren en blauwe zone) met Optimal Parking Control (OPC) : 1. De concessieovereenkomst 2. Voor het werkingsjaar 2019 en 2018: - Het financieel jaarverslag door OPC aan de stad/gemeente, met daarbij alle details en de toelichtingen door OPC zoals door de stad/gemeente gevraagd in de concessieovereenkomst; - Overzicht inkomsten en uitgaven, alsook afrekening van de vergoeding. - Rapportering ingezette personeelsleden; detail aangerekende personeelskosten (uren/lonen/indexering) - Gedetailleerd overzicht van de geïnde opbrengsten, met detail maandelijkse schijven en vergoedingspercentages, details (piaf,bewonerskaarten e.a.), details per onderdeel (parkeerautomaten, proton, retributiebonnen, abonnementen ...) - Financieel overzicht van de investeringen en annuïteiten - Financieel overzicht van de exploitatiekosten met details - Activiteitenverslag - Tussentijdse verslagen (kwartaaloverzichten, rapporten begeleidingscomité ..) De gemeente Diepenbeek reageerde niet op dit openbaarheidsverzoek. Op 12 januari 2021 diende verzoekster beroep in tegen de ontstentenis van beslissing van de gemeente Diepenbeek.
www.vlaanderen.be
Dit beroep werd geregistreerd op 13 januari 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoekschrift dateert van 19 december 2020. De gemeente Diepenbeek reageerde niet binnen de decretaal bepaalde termijn van 20 kalenderdagen (artikel II. 43 §1 2de lid Bestuursdecreet).Conform artikel II. 48 §1 5de lid Bestuursdecreet heeft de termijn om een beroep in te dienen bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroepschrift d.d. 12 januari 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
De gemeente Diepenbeek reageerde niet tijdig op het openbaarheidsverzoek van verzoekster.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster dient beroep in tegen deze ontstentenis van beslissing.
3. Toelichting door de gemeente Diepenbeek d.d. 19 januari 2021 De beroepsinstantie heeft, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen de gemeente Diepenbeek op 13 januari 2021, om nadere toelichting verzocht betreffende dit beroep. Hierna heeft de gemeente Diepenbeek op 19 januari 2021 alsnog de volgende documenten bezorgd aan verzoekster: - Een gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2014 (integraal); - Een collegebesluit van 3 juni 2014 (gedeeltelijk); - Het bestek (gedeeltelijk); - De offerte van OPC met bijlagen (gedeeltelijk); - De afrekening ‘parkeren gemeente Diepenbeek werkingsjaar 2017-2018’ (gedeeltelijk); - De afrekening ‘parkeren gemeente Diepenbeek werkingsjaar 2018-2019’ (gedeeltelijk); - Het kwartaaloverzicht 3 van het werkingsjaar 2017-2018 (gedeeltelijk); - Het kwartaaloverzicht 1, 2 en 3 van het werkingsjaar 2018-2019 (gedeeltelijk). De gemeente gaf hierbij de volgende toelichting aan verzoekster:
‘De stukken kunnen evenwel slechts gedeeltelijk bekend gemaakt worden en dat voornamelijk op grond van artikel II.35 1° en 3° van het bestuursdecreet, te weten:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 2 van 14
“Tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie, wijzen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 1° een economisch, financieel of commercieel belang van de overheidsinstanties; 3° het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt; In het bestek kunnen volgende onderdelen niet bekend gemaakt worden, omdat deze in combinatie met de jaarverslagen de concurrentiepositie van OPC in gedrang kan brengen, evenals de onderhandelingspositie van de gemeente Diepenbeek in dergelijke overeenkomsten. De openbaarheid van bestuur weegt in dat geval niet op tegen de vrijgave van de desbetreffende informatie. Volgende onderdelen worden om die reden niet bekend gemaakt: • De verdeelsleutel, de minimale vergoeding en de vergoeding aan OPC per bewonerskaart in het besluit van het CBS van 3 juni 2014 en de bijlagen aan dit besluit. • de vergoeding voor de concessionaris in het bestek. Volledigheidshalve merk ik op dat de formulering in het oorspronkelijke bestek bovendien foutief was. Hiervoor werd juridisch advies ingewonnen en werd dit onderdeel bovendien rechtgezet zoals blijkt uit de motivatie van het overgemaakte gemeenteraadsbesluit. • de prijsherzieningen in functie van afbakening van de concessiezone in het bestek, omdat dit de onderhandelingspositie van gemeente in dergelijke contracten in gevaar kan brengen. •
Tegenpartij mailde ons welke informatie wij van hun ingediende offerte mochten openbaar maken. De informatie die zij uit de offerte verwijderd hebben tast hun concurrentiële positie aan, zodat deze van hen niet vrijgegeven mag worden. Voor het werkingsjaar 2019 en 2018 a) Als bijlage maken wij u twee jaarverslagen, te weten één van werkingsjaar 2017-2018 en één van werkingsjaar 2018-2019 van OPC over waarin u globale financiële informatie zal terugvinden over het beheer van OPC, uitgezonderd: A. Vergoeding Diepenbeek en B. Vergoeding OPC uitreiking parkeerkaarten. Dewelke eveneens niet worden vrijgegeven op basis van artikel 35 II 1° en 3°. Dit betreft opnieuw verdeelsleutel tussen verrekening van de kosten tussen gemeente en OPC. Volledigheidshalve kunnen wij u meedelen dat wij per kwartaal een driemaandelijks rapport van de voorbije maanden ontvangen. In het vierde kwartaal bevat het rapport de volledige informatie van één werkingsjaar, zijnde het jaarverslag. b) Er is geen afzonderlijk overzicht inkomsten en uitgaven, alsook afrekening van vergoeding, behalve diegene die onder a) en h) omschreven worden, zodat deze informatie ook niet aan u kan meegedeeld worden. c) Rapportering ingezette personeelsleden, detail aangerekende personeelskosten (uren, lonen, indexering). Er bestaat hieromtrent geen rapportering, zodat deze ook niet vrijgegeven kan worden. Volledigheidshalve kan wel meegedeeld worden dat er hiervoor geen personeelsleden van de gemeente Diepenbeek worden ingezet, zodat wij hieromtrent over geen enkel document of dergelijke beschikken. d) Er bestaat geen gedetailleerd overzicht van geïnde opbrengsten, met detail van maandelijkse schijven en vergoedingspercentages, behalve datgene vermeld onder a) en h) e) Er werden hieromtrent geen investeringen door het gemeentebestuur zelf gedaan, zodat wij hieromtrent geen stukken kunnen toevoegen. f) Er zijn geen andere financiële overzichten van exploitatiekosten en dergelijke, uitgezonderd a) en h). g) Activiteitenverslag. Het is onduidelijk wat er precies met een activiteitenverslag bedoeld wordt, zodat wij op grond van artikel II.33 van het bestuursdecreet hieromtrent meer verduidelijking willen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 3 van 14
Volledigheidshalve merken wij op dat wij geen document met de naam activiteitenverslag van OPC ontvangen, zodat dit ook niet kan vrijgegeven worden. h) Het 3e kwartaaloverzicht van het werkingsjaar 2017 -2018 evenals de kwartalen 1, 2 en 3 van het werkingsjaar 2018-2019 worden gedeeltelijk overgemaakt en dat op grond van artikel 35 ii 1° en 3° van het bestuursdecreet. Zoals reeds omschreven onder a) bevat kwartaal 4 het volledige financiële overzicht.’ 4. Repliek van verzoekster d.d. 19 januari 2021 Verzoekster liet na het ontvangen van de documenten vanwege de gemeente Diepenbeek aan de beroepsinstantie weten dat zij haar beroep wenst te handhaven, omwille van de weggelaten informatie. Zij stelt vooreerst dat de bestuursinstantie hierover niet op voorhand met de contractpartners moet overleggen, maar dat het in eerste instantie aan de gemeente zelf toekomt om de eventuele uitzonderingsgronden te beoordelen. Ze merkt op dat het ‘werk’ van onleesbaar maken van het overgrote deel van de ‘aangepaste offerte’, blijkbaar uitermate grondig werd verricht door de concessionaris zelf. Zo grondig zelfs dat, op een paar foto’s na, er eigenlijk geen informatie leesbaar is. Het is zelfs niet mogelijk te zien welke informatie onleesbaar werd gemaakt, zodat zeker niet aannemelijk kan worden gemaakt of de onleesbaar gemaakte informatie wel degelijk een concurrentiële positie van de concessionaris of de gemeente kan in gevaar brengen. Zelfs de inhoudsopgave werd volledig onleesbaar gemaakt, tot de titel van sommige hoofdstukken toe. Verzoekster geeft de volgende berekening mee: De offerte bevat 88 pagina’s, waarvan: - 1 titelpagina - 8 lege pagina’s - 70 onleesbaar gemaakte pagina’s Bijna 90% van de offerte is dus onleesbaar, maar het grootste probleem volgens verzoekster is dat men het raden heeft naar wat en waarom. Zo heeft de offerte een gedeelte ‘Invorderen’ dat ook volledig onleesbaar is gemaakt. Dit is nochtans een belangrijk instrument voor de burger die voor de rechtbank wordt gedaagd. Niet alleen worden soms de in het retributiereglement beschreven procedures van invordering niet gerespecteerd, soms geven die aanleiding tot discussie over de interpretatie daarvan; soms worden de in de offerte beschreven procedures van invordering niet gerespecteerd. Wat specifiek de aangerekende kosten voor herinneringen betreft (deel van de minnelijke fase van invordering) moet de burger zelf ook kunnen weten of de hem aangerekende kosten wel degelijk retributies zijn, dan wel of ze de kosten overtreffen, en dus belastingen zijn en onwettig geïnd worden obv een retributiereglement. Door de weigering tot voorlegging van deze invorderingsprocedure wordt de burger een argument ontnomen en wordt hij in zijn rechten van verdediging geschaad, aldus verzoekster. Het Vredegerecht van Eeklo oordeelde op 25 februari 2010, ”De gemeente kan conform 173 GW retributies opleggen mits deze evenredig zijn met de kosten van de dienstverlening. Zo kan zij het parkeergebeuren in haar gemeente uitbesteden aan een derde op een contractuele basis. Maar deze concessiehouder dient zich te houden aan de contractuele opdracht en strikt binnen deze grenzen te blijven.. Wanneer de concessiehouder voor de rechter tot invordering overgaat, dient deze de concessieovereenkomst voor te leggen, zodat de rechter deze contractuele opdracht kan nagaan en of de in rekening gebrachte kost in verhouding is met de verstrekte dienstverlening. Bovendien dienen de contractuele voorwaarden van de concessieovereenkomst aan de burger zijn medegedeeld.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 4 van 14
De eigenlijke concessieovereenkomst wordt niet overgelegd, enkel de princiepsbeslissing van de gemeente Maldegem van 23 februari 2005, alsmede de gunningsbeslissing van de concessie aan de eisende partij, van 3 april 2006.”
5. Beoordeling door de beroepsinstantie Voor wat betreft de informatie die inmiddels alsnog aan verzoekster werd bezorgd, stelt de beroepsinstantie vast dat het beroepschrift zonder voorwerp is geworden. De beroepsinstantie moet zich bijgevolg enkel nog verder uitspreken over de documenten die niet aan verzoekster bezorgd werden, en over de weggelaten informatie in de bezorgde documenten. De beroepsinstantie heeft kennis kunnen nemen van de integrale gevraagde bestuursdocumenten, en heeft onderzocht of zij al dan niet voor volledige openbaarmaking in aanmerking komen. -
De concessieovereenkomst, bestaande uit het bestek, de offerte van OPC met bijlagen, en het gunningsbesluit
1)
Het bestek beschrijft de vraag van het gemeentebestuur, en is het document dat aan alle potentieel geïnteresseerde kandidaten wordt bezorgd en op basis waarvan zij een offerte kunnen indienen. Hierin staat met andere woorden geen (commerciële) informatie specifiek van OPC. De beroepsinstantie ziet niet in op basis van welke uitzonderingsgrond dit bestuursdocument zou moeten afgeschermd worden van de openbaarheid. Voor wat betreft de weggelaten informatie in het bestek, is het beroep bijgevolg gegrond.
2) In de offerte van OPC die aan verzoekster werd bezorgd, is de volgende informatie onleesbaar gemaakt: -
Het grootste gedeelte van de inhoudstafel. De beroepsinstantie stelt vast dat dit enkel de algemene vermelding van een aantal onderdelen van de offerte betreft, en niets zegt over de concrete inhoud van deze onderdelen. De beroepsinstantie ziet dan ook niet in welke vertrouwelijke commerciële of financiële informatie van OPC hierin vermeld zou zijn. Voor wat betreft deze weggelaten informatie uit de offerte, is het beroep bijgevolg gegrond.
-
Informatie over 5 concessies in andere gemeenten die OPC al uitvoert, om aan te tonen dat ze over de nodige technische bekwaamheid beschikt. De beroepsinstantie ziet niet in wat er vertrouwelijk zou zijn aan deze informatie over de referenties van OPC, te meer daar op de website van OPC www.parkeren.be zelf expliciet vermeld staat in welke gemeenten zij allemaal actief zijn. De namen en gsm-nummers van de contactpersonen voor deze gemeenten, vallen volgens het oordeel van de beroepsinstantie onder de uitzonderingsgrond van artikel II. 34, 2° Bestuursdecreet, dat als volgt luidt: Tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie, wijzen de
overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, een aanvraag tot openbaarmaking af als: 2° de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt;
Namen en gsm-nummers zijn ongetwijfeld informatie waarvan de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de persoonlijke levenssfeer. Het Bestuursdecreet voorziet weliswaar dat men aan de betrokken personen de instemming kan vragen om deze alsnog openbaar te maken, en dat wanneer
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 5 van 14
zoals in casu de bestuursinstantie deze toestemming niet gevraagd heeft, de beroepsinstantie dat alsnog kan doen, maar gelet op de geringe relevantie van deze informatie voor het doel waarom verzoekster openbaarheid gevraagd heeft (om te kunnen controleren of OPC haar concessieopdracht in Diepenbeek correct uitvoert), en gelet op het grote tijdsverloop waardoor vermoedelijk heel wat van deze gegevens niet meer actueel zullen zijn, heeft de beroepsinstantie besloten hiervan af te zien. Voor wat betreft de informatie over vijf andere gemeenten waar OPC reeds een concessie parkeren uitvoerde (p.15 t.e.m. 18 van de offerte), is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift gegrond is, met uitzondering van de namen en gsm-nummers van de contactpersonen voor deze gemeenten. -
Informatie over de controles die OPC zal uitvoeren (punt 2.1 van de offerte) Dit onderdeel van de offerte bevat bovenaan p. 22 eerst een heel algemene beschrijving van de visie van OPC hierop, waarvan de beroepsinstantie niet inziet welke concrete commerciële of financiële belangen van OPC door de openbaarmaking hiervan geschaad zouden worden. De specifieke modaliteiten voor de controle in Diepenbeek en de samenvatting van de sterke punten, die vermeld worden in dit onderdeel van de offerte, vormen volgens het oordeel van de beroepsinstantie echter wél vertrouwelijke commerciële informatie in hoofde van OPC. Er worden immers regelmatig soortgelijke concessies uitgeschreven door tal van lokale besturen. Potentiële concurrenten hebben er zeker voordeel bij om deze aanpak door OPC te kennen, waarbij zij er dan hun eigen offerte op af kunnen stemmen en zo hun concurrentiepositie verbeteren. Dit zou niet enkel ten nadele zijn van OPC, maar ook van de besturen die een dergelijke concessie uitschrijven. Door hun aanpak af te stemmen op die van een concurrent, zouden andere kandidaatconcessionarissen dan immers mogelijks niet meer hun ‘beste voorwaarden’ geven, maar er voor kunnen zorgen dat ze nét iets betere voorwaarden dan OPC bieden. Dit zou niet in het voordeel van het concessiegevend bestuur zijn. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat deze informatie inderdaad valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35. 3° Bestuursdecreet, dat als volgt luidt: ‘Tenzij de aanvraag
betrekking heeft op milieu-informatie, wijzen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, 3° een aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 3° het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt;’ De beroepsinstantie heeft OPC niet meer om instemming tot de gehele openbaarmaking gevraagd, aangezien uit de door de gemeente Diepenbeek bezorgde informatie al duidelijk was gebleken dat OPC deze informatie niet wenste openbaar te maken. Voor wat betreft dit onderdeel van de offerte, meent de beroepsinstantie bijgevolg dat het beroep deels gegrond, en deels ongegrond is. -
Informatie over hoe OPC retributiebonnen zal uitschrijven en opvolgen (punt 2.2 van de offerte) Ook dit onderdeel bevat specifieke informatie over de aanpak die OPC hierbij wenst te hanteren in Diepenbeek. De beroepsinstantie verwijst naar hetgeen hierboven werd uiteengezet bij de bespreking van de informatie over de controles, en besluit ook hier dat dit informatie is die valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet (vertrouwelijke commerciële
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 6 van 14
informatie). Met uitzondering echter van de titel van dit onderdeel van de offerte, en de eerste, algemene alinea die in het vet staat, die volgens de beroepsinstantie wel openbaar mogen worden gemaakt. Voor wat dit onderdeel van de offerte betreft, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroep grotendeels ongegrond is, met uitzondering van de titel en eerste alinea op p. 25 van de offerte. -
Informatie over de opvolgsystemen (punt 2.3 van de offerte) Dit onderdeel bevat informatie over de technische specificaties en mogelijkheden van het materiaal en de software die door OPC zal ingezet worden bij de controles en andere onderdelen van de opdracht. Ook hierover is de beroepsinstantie van oordeel dat het vrijgeven van deze informatie de commerciële belangen van OPC zouden schaden, doordat concurrenten dan te weten kunnen komen welke devices en software met welke mogelijkheden en functionaliteiten door OPC ingezet worden. Ook hier volgt de beroepsinstantie bijgevolg de gemeente dat deze informatie valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet, opnieuw met uitzondering van de titel van dit onderdeel en de eerste alinea in het vet op pagina 29 van de offerte. Voor wat dit onderdeel van de offerte betreft, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroep grotendeels ongegrond is, met uitzondering van de titel en eerste alinea op p. 29 van de offerte.
-
Informatie over de invorderingsprocedure (punt. 2.4 van de offerte) De beroepsinstantie stelt vast dat in dit deel van de offerte eigenlijk maar weinig concrete informatie staat over hoe OPC de invorderingsprocedure zal aanpakken. Enerzijds wordt er verwezen naar de wettelijke mogelijkheden, anderzijds wordt er veel opengelaten aan wat er in overleg met de gemeente zal beslist worden. Ook wordt de globale visie van OPC op de invorderingsprocedure vermeld. De vierde paragraaf onder de hoofding ‘Opzoeken van personalia’ bevat wel meer concrete informatie over de aanpak van OPC, en moet volgens de beroepsinstantie bijgevolg wel onttrokken worden aan de openbaarheid, op dezelfde gronden als hierboven reeds uiteengezet (artikel II.35, 3° Bestuursdecreet). Hetzelfde geldt voor de drie laatste paragrafen onder ‘Opvolging wanbetalers’, die meer informatie geven over de specifieke aanpak van OPC, en voor het ganse onderdeel ‘Opvolging retributies buitenlandse nummerplaten’. Het argument van verzoekster dat de burger moet weten wat hierover in de offerte staat om voor zijn rechten te kunnen opkomen in geval er ingevorderd wordt in strijd met het retributiereglement, overtuigt niet. Het retributiereglement moet sowieso gevolgd worden. Een burger die geconfronteerd wordt met een invordering die de bepalingen van het retributiereglement hierover niet respecteert (bvb. te snelle aanmaning), zal dit zelf kunnen vaststellen op basis van het retributiereglement en de communicatie die hij krijgt van OPC. Het is niet nodig dat deze burger kennis heeft van de concrete werkwijze van OPC om eventuele foutieve praktijken te kunnen aankaarten. Voor wat dit onderdeel van de offerte betreft, wordt het beroep bijgevolg als deels gegrond, deels ongegrond beschouwd.
-
Informatie over de bewonerskaarten (punt 2.5 van de offerte) De beroepsinstantie stelt vast dat in dit onderdeel van de offerte de concrete aanpak m.b.t. het uitgeven van de bewonerskaarten door OPC beschreven wordt. Volgens dezelfde redenering als hierboven uiteengezet, is dit te beschouwen als vertrouwelijke commerciële informatie die valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Enkel voor wat betreft de titel, die ook onleesbaar gemaakt werd, en de eerste alinea in het vet, die een algemene inleiding is, geldt dit volgens de beroepsinstantie niet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 7 van 14
Voor wat dit onderdeel van de offerte betreft, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroep grotendeels ongegrond is, met uitzondering van de titel en eerste alinea op p. 43 van de offerte. -
Informatie over de personeelsinzet (punt 2.6 van de offerte) In dit onderdeel van de offerte is er volgens het oordeel van de beroepsinstantie informatie weggelaten die te algemeen is om te kunnen beschouwd worden als vertrouwelijke commerciële informatie van OPC, namelijk de informatie over het aantal personeelsleden en de soorten functies bij OPC op p. 48. Op pagina 49 wordt ingegaan op de aanwerving van het personeel, waarbij weergegeven wordt welke aspecten hierbij voor OPC van groot belang zijn, en hoe personeel wordt geselecteerd en opgeleid. Met uitzondering van de eerste, zeer korte en algemene paragraaf op p. 49, is de beroepsinstantie van oordeel dat deze informatie wel degelijk af te schermen is op grond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet omdat zij bij openbaarmaking aan concurrenten van OPC te veel inkijk zou geven in de ‘interne keuken’ en het aanwervings- en opleidingsbeleid van OPC. Dit is ook van toepassing op de informatie over de evaluatie en begeleiding van de medewerkers op p. 51. De informatie over het uniform van de medewerkers (p. 50 van de offerte) is volgens het oordeel van de beroepsinstantie dan weer bezwaarlijk vertrouwelijk te noemen, aangezien iedereen gewoon kan zien welk uniform de OPC-medewerkers dragen bij het uitoefenen van hun job. Dit wordt trouwens bevestigd doordat de gemeente de bijlage met foto’s van het uniform van de OPCmedewerkers wel aan verzoekster bezorgd heeft. De informatie over het projectmanagement op p. 51 en 52 gaat opnieuw over de specifieke aanpak en werkwijze van OPC, zodat deze volgens dezelfde redenering als eerder uiteengezet ook moet afgeschermd worden van de openbaarheid op grond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Voor wat dit onderdeel van de offerte betreft, wordt het beroep bijgevolg als deels gegrond, deels ongegrond beschouwd.
-
Informatie over de klachtenbehandeling (punt 2.7 van de offerte) Ook hier is er volgens het oordeel van de beroepsinstantie informatie weggelaten die te algemeen is om te kunnen beschouwd worden als vertrouwelijke commerciële informatie van OPC. Dit geldt met name voor de titel, de eerste alinea in het vet op p. 54, en het onderdeel m.b.t. de toegankelijkheid. De manieren waarop automobilisten klacht kunnen indienen bij OPC tegen een ontvangen retributie, kan bezwaarlijk als vertrouwelijk beschouwd worden, aangezien dit juist bij uitstek openbare informatie is: burgers moeten logischerwijze weten op welke manier zij een ontvangen retributie kunnen betwisten. Dit geldt dan weer niet voor de informatie over de behandeling van de klachten door OPC, de termijn, de informatie over de database verkeersborden en de parkeermobiel, die opnieuw volgens de hierboven reeds uiteengezette redenering wel als vertrouwelijke commerciële informatie dient te worden beschouwd en bijgevolg moet worden afgeschermd op grond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Voor wat dit onderdeel van de offerte betreft, wordt het beroep bijgevolg als deels gegrond, deels ongegrond beschouwd
-
Informatie over de parkeerautomaat en geldinning (punt 2.8 van de offerte) De informatie over de parkeerautomaten die OPC volgens haar offerte in Diepenbeek wenste in te zetten, is volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen vertrouwelijke en af te schermen informatie. Iedereen kan immers met eigen ogen zien welk soort parkeerautomaat er effectief geplaatst is door OPC. Dit onderdeel van de offerte, inclusief titel en eerste algemene paragraaf in
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 8 van 14
het vet op pagina 59 van de offerte) moet volgens het oordeel van de beroepsinstantie dan ook openbaar gemaakt worden. De informatie over het onderhoud van de parkeerautomaten en de geldinning, is volgens de beroepsinstantie dan weer wél te beschouwen als vertrouwelijke commerciële informatie die niet openbaar mag worden gemaakt, aangezien zij concrete informatie geeft over hoe OPC het onderhoud van de door haar geplaatste parkeerautomaten en de geldinning aanpakt. Dit is concurrentieel gevoelige informatie die dient te worden afgeschermd op grond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Voor dit onderdeel van de offerte wordt het beroep bijgevolg als deels gegrond, deels ongegrond beschouwd -
Informatie over de controlemogelijkheden en het medezeggenschap door de gemeente (hoofdstuk 3 van de offerte) Dit onderdeel van de offerte beschrijft de specifieke controlemogelijkheden van en medezeggenschap door de gemeente die OPC aanbiedt. De beroepsinstantie is van oordeel dat ook dit commercieel vertrouwelijke informatie is die de concurrenten van OPC een voordeel zou verschaffen bij openbaarmaking ervan, en dat ook hier de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet van toepassing is. Dit met uitzondering van de titel van dit hoofdstuk en de inleidende alinea in het vet op pagina 67 van de offerte, die wel openbaar mogen worden gemaakt. Voor dit onderdeel van de offerte wordt het beroep bijgevolg als grotendeels ongegrond beschouwd
-
Informatie over ondersteuning en advies (hoofdstuk 4 van de offerte) De beroepsinstantie is van oordeel dat de titel van dit hoofdstuk en de inleidende, zeer algemene paragraaf in het vet (p. 75) geen vertrouwelijke commerciële informatie bevatten en er bijgevolg geen reden is om deze niet openbaar te maken. Ook de informatie over de communicatie aan de burgers (punt 4.1 van de offerte) die OPC zal voeren bij de start van de concessie, kan bezwaarlijk als vertrouwelijk worden beschouwd aangezien iedereen bij het uitrollen van de communicatie zelf kan zien hoe deze concreet gevoerd wordt (folders, affiches, informatievergaderingen…) Onder punt 4.2 geeft OPC voorstellen voor samenwerking met handelaars en andere betrokkenen. Deze informatie is opnieuw wel bedrijfseigen, en de openbaarmaking ervan zou volgens het oordeel van de beroepsinstantie de commerciële belangen van OPC schaden en valt bijgevolg onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet, met uitzondering van de titel en de eerste in het vet gedrukte paragraaf van de inleiding op p. 78 van de offerte. Onder punt 4.3 geeft OPC een aantal vernieuwende voorstellen voor het imago van de gemeente Diepenbeek. Dit is opnieuw bedrijfseigen informatie, namelijk de eigen creatieve ideeën van OPC, en valt bijgevolg ook onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet, met uitzondering van de titel en de eerste in het vet gedrukte paragraaf van de inleiding op p. 80 van de offerte. Voor dit hoofdstuk van de offerte wordt het beroep bijgevolg als deels ongegrond, deels gegrond beschouwd.
-
Hoofdstuk 5, Financieel plan, van de offerte In dit hoofdstuk staat volgens het oordeel van de beroepsinstantie enerzijds informatie die niet als vertrouwelijk commercieel gevoelig dient te worden beschouwd en bijgevolg openbaar mag worden gemaakt, en anderzijds informatie die wel valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet en bijgevolg terecht onleesbaar werd gemaakt. De informatie op p. 85 en 86 verwijst enerzijds naar de bepalingen van het bestek, die zoals hierboven uiteen gezet openbaar moeten worden gemaakt, en anderzijds naar een raming van de inkomsten uit het parkeerbeleid van de gemeente Diepenbeek. Een dergelijke raming kan niet beschouwd worden als vertrouwelijke commerciële informatie in hoofde van OPC, het is enkel een inschatting over de inkomsten die het betalend parkeren in Diepenbeek in een jaar kan opleveren. De beroepsinstantie ziet niet in op
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 9 van 14
welke manier de openbaarmaking hiervan de belangen van OPC of de gemeente zou kunnen schaden. Voor wat betreft de raming van de kosten (p. 87 en 88) voor de uitvoering van de concessie, is het een ander verhaal. Dit gaat specifiek over de kosten die OPC denkt te zullen maken bij het uitvoeren van de concessie, en is volgens het oordeel van de beroepsinstantie wel bedrijfsgevoelige informatie die valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Het argument van verzoekster dat de burger moet weten welke kosten OPC aanrekent voor aanmaningen om te kunnen beoordelen of deze in verhouding staan tot de geleverde dienstverlening, kan niet bijgetreden worden. De kosten voor aanmaningen bij het niet betalen van parkeerretributies zijn immers eveneens vastgelegd in een retributiereglement van de gemeente Diepenbeek, namelijk het retributiereglement voor niet-fiscale ontvangsten. Dit retributiereglement werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 oktober 2013, en is noch geschorst, noch vernietigd geweest binnen de wettelijke toezichtstermijn. De beroepsinstantie meent er bijgevolg te mogen van uitgaan dat de hierin opgenomen retributies voor aanmaningen m.b.t. het betalend parkeren (gratis voor een eerste aanmaning, kostprijs aangetekende zending + 5 euro voor een tweede, aangetekende aanmaning, en kostprijs aangetekende zending + 10 euro voor de derde en laatste aanmaning), wel degelijk in verhouding staan tot de effectieve kost ervan. Verzoekster brengt in elk geval geen aanwijzing aan voor het tegendeel. De beroepsinstantie verwijst hiervoor terzijde ook naar een arrest van het Hof van Beroep te Gent, dat bepaalde: "De stad Gent kan worden gevolgd in de redenering dat de ontwikkeling, evaluatie,
realisatie en de handhaving van het parkeerbeleid een relatief zware administratieve kost met zich meebrengen. De administratieve kost van 20 of 25 euro wordt niet onmiddellijk aangerekend. Die kost wordt aangerekend vanaf de tweede aanmaning. Op dat moment heeft de stad noodzakelijk al een veelheid aan middelen moeten inzetten om de retributie te verkrijgen, terwijl de betrokken rechtsonderhorige inmiddels wel het genot had van het gebruik van de parkeerplaats. De rechtsonderhorige kreeg voorafgaand aan de aanrekening van de administratieve kost reeds tweemaal de uitnodiging tot betaling van de retributie. ln die context is het bedrag van de administratieve kost niet als zeer zwaar of zeer hoog of als onredelijk aan te merken. Anders dan de eerste rechter oordeelt het hof dat die administratieve kost van 20 of 25 euro niet als excessief aan te merken is maar daarentegen bij benadering voorkomt als een weerspiegeling of forfaitaire raming van de administratieve kost." (Hof van Beroep Gent nr. 20L7/AR/2235,5 februari 2019). Het is niet uitgesloten dat een rechtbank in een concrete juridische procedure m.b.t. een retributie in Diepenbeek effectief zou oordelen dat voor de evenredigheid van de retributie met de kosten meer bewijzen moeten worden aangedragen, door bijvoorbeeld ook de door OPC hiervoor gedragen kosten voor te leggen. Dit is dan een andere zaak in een totaal andere context, en betekent daarom nog niet dat deze vertrouwelijke informatie ook al in een (algemeen) openbaarheidsverzoek moet worden gegeven. Ook het voorstel van vergoeding voor de concessie dat OPC aan de gemeente doet, is zonder twijfel commercieel gevoelige informatie die volgens de hierboven uiteengezette redenering valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet en die bijgevolg niet openbaar mag gemaakt worden. Voor dit hoofdstuk van de offerte wordt het beroep bijgevolg eveneens als deels ongegrond, deels gegrond beschouwd. -
Het overzicht van de bijlagen die bij de offerte van OPC werd gevoegd
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 10 van 14
In dit overzicht werd de vermelding van een aantal bijlagen onleesbaar gemaakt. De beroepsinstantie ziet niet in waarom deze vermeldingen niet openbaar zouden mogen worden gemaakt, zodat verzoekster kan zien welke bijlagen werden bijgevoegd bij de offerte. Deze vermeldingen zeggen immers niets over de inhoud van deze bijlagen, die mogelijks wel vertrouwelijke informatie zou kunnen zijn. Voor wat betreft dit onderdeel van de offerte, wordt het beroep bijgevolg als gegrond beschouwd. -
Het merendeel van de bijlagen (16 onderdelen) bij de offerte De beroepsinstantie heeft alle bijlagen bij de offerte die nog niet aan verzoekster werden bezorgd, onderzocht, en vastgesteld dat een deel terecht, en een deel onterecht van de openbaarheid werden afgeschermd. Van de volgende bijlagen is de beroepsinstantie van oordeel dat deze effectief vertrouwelijke commerciële informatie van OPC bevat waarbij het gelegitimeerd economisch belang van OPC, met name het vrijwaren van haar concurrentiepositie, boven het belang van de openbaarheid gaat: 1. Bijlage 1: Het ingevulde offerteformulier. Met name de voorgestelde jaarlijkse concessievergoeding is bij uitstek vertrouwelijk commerciële informatie die niet openbaar mag worden gemaakt, gelet op de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet. Mits het onleesbaar maken van deze informatie, kan de rest van het offerteformulier wel openbaar worden gemaakt. 2. Bijlage 6: Technische documenten handterminals. De beroepsinstantie verwijst hier naar haar motivering over punt 2.3 van de offerte. Aangezien de informatie uit dit onderdeel van de offerte in deze bijlage terugkomt, mag ook deze bijlage niet openbaar worden gemaakt. 3. Bijlage 8: Opbouw trainingsprogramma. Dit gaat over de opleiding van het personeel dat OPC voor de concessie zal inzetten. De beroepsinstantie verwijst naar haar argumentatie over punt 2.6 van de offerte: dit is informatie over de specifieke aanpak van OPC, en bijgevolg commercieel gevoelige informatie die op grond van artikel II. 35, 3° Bestuursdecreet niet openbaar mag worden gemaakt. 4. Bijlage 9: Projectmanagement. Ook hier kan verwezen worden naar de argumentatie over dit onderdeel van de offerte, die op deze bijlage logischerwijze ook van toepassing is. Voor wat betreft de hierboven opgesomde bijlagen bij de offerte, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroep ongegrond is.
Voor wat betreft de overige bijlagen, ziet de beroepsinstantie niet in welke vertrouwelijke, commerciële informatie van OPC deze zouden bevatten waarbij de openbaarmaking ervan het commercieel belang van OPC zou schaden. In bijlage 3, Referenties, moeten wel zoals hierboven uiteengezet de namen en telefoonnummers van de contactpersonen van deze gemeenten onleesbaar gemaakt worden, aangezien dit persoonsgegevens zijn waarvan de openbaarmaking de persoonlijke levenssfeer van deze personen zou aantasten (artikel II. 34, 2° Bestuursdecreet). Dit geldt ook voor de namen, adressen en nummerplaten in bijlage 6 (bewonerskaarten) en 10 (voorbeeldbrieven klachtenbehandeling), voor zover dit echte en geen fictieve gegevens zouden zijn. Voor deze bijlagen wordt het beroep dan ook als gegrond beschouwd, met uitzondering van de persoonsgegevens in bijlage 3, 6 en 10. 3) Het gunningsbesluit Het toewijzingsbesluit van het college van burgemeester en schepenen d.d. 3 juni 2014 werd aan verzoekster bezorgd, met weglating van de berekeningswijze van de vergoeding die OPC krijgt voor het uitvoeren van de concessie.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 11 van 14
De beroepsinstantie kan de gemeente bijtreden dat deze informatie, die rechtstreeks voortkomt uit het financieel plan uit de offerte van OPC. Er worden immers regelmatig soortgelijke concessies uitgeschreven door tal van lokale besturen. Potentiële concurrenten hebben er zeker voordeel bij om deze prijszetting door OPC te kennen, waarbij zij er dan hun eigen offerte op af kunnen stemmen en zo hun concurrentiepositie verbeteren. Dit zou niet enkel ten nadele zijn van OPC, maar ook van de besturen die een dergelijke concessie uitschrijven. Door hun prijs af te stemmen op die van een concurrent, zouden andere kandidaat-concessionarissen dan immers mogelijks niet meer hun ‘beste voorwaarden’ geven, maar er voor kunnen zorgen dat ze nét onder de voorwaarden van OPC blijven. Dit zou niet in het voordeel van het concessiegevend bestuur zijn. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de weggelaten informatie in het gunningsbesluit inderdaad valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35. 3° Bestuursdecreet: ‘Tenzij de aanvraag
betrekking heeft op milieu-informatie, wijzen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, 3° een aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 3° het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, tenzij degene van wie de informatie afkomstig is met de openbaarheid instemt;’ Dit onderdeel van het beroepschrift wordt dan ook als ongegrond beschouwd. - De rapporteringen door OPC voor de werkingsjaren 2018 en 2019 De overige door verzoekster gevraagde documenten zijn samen te vatten als de rapporteringen die OPC aan de gemeente deed voor de werkingsjaren 2018 en 2019. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat voor beide jaren vier kwartaaloverzichten werden bezorgd aan de gemeente, waarbij het laatste kwartaaloverzicht tegelijk een jaarverslag is. Andere rapporteringsdocumenten zijn er niet. In de aan verzoekster bezorgde afschriften van deze documenten werd de volgende informatie weggelaten: - De vergoeding die door OPC aan de gemeente te betalen is, voor parkeerkaarten en voor andere parkeerinkomsten - De vergoeding die OPC krijgt voor het uitreiken van parkeerkaarten - Het totaalbedrag dat OPC per kwartaal aan de gemeente moet betalen Wat betreft het totaalbedrag dat per kwartaal door OPC aan de gemeente Diepenbeek werd betaald, ziet de beroepsinstantie niet in waarom dit niet openbaar zou mogen worden gemaakt. Aangezien het hier enkel over de totale concessievergoeding gaat, zonder dat hieruit op te maken valt hoe deze precies is berekend (op basis van het percentage dat OPC op de geïnde retributies mag behouden, de verdeling van de inkomsten van de bewonerskaarten, en de vergoeding voor het uitreiken van de bewonerskaarten), is de beroepsinstantie van oordeel dat dit geen vertrouwelijke commerciële informatie is die boven het belang van de openbaarheid gaat. Hoeveel inkomsten een gemeente ontvangt uit de parkeerretributies op haar grondgebied, is immers toch wel informatie van openbaar belang die onder andere nuttig is in functie van het gemeentelijk parkeerbeleid. Voor wat deze weggelaten informatie betreft – totaalbedrag dat per kwartaal door OPC aan de gemeente betaald werd – ziet de beroepsinstantie ook geen andere uitzonderingsgronden die hierop van toepassing zouden zijn, en is ze dan ook van oordeel dat het beroep gegrond is. Voor wat betreft de detailinformatie met betrekking tot het aandeel van de parkeerinkomsten dat aan de gemeente toekomt, en de vergoeding die OPC krijgt voor het uitreiken van de parkeerkaarten, verwijst de beroepsinstantie naar haar hierboven uiteengezette redenering dat dit wel vertrouwelijke commerciële
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 12 van 14
informatie is waarvan de openbaarheid de legitieme economische belangen van OPC zou schaden, en dit met toepassing van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet bijgevolg niet openbaar mag worden gemaakt. Voor wat betreft deze weggelaten informatie, is het beroep bijgevolg ongegrond. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 12 januari 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de gemeente Diepenbeek wordt als ontvankelijk en gedeeltelijk zonder voorwerp, gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond beschouwd. Bijgevolg dienen de volgende documenten openbaar te worden gemaakt, door er een afschrift van te bezorgen: - Het bestek - De offerte van OPC met inhoudstafel en bijlagen, met weglating van de volgende vertrouwelijke informatie: o De namen en gsm-nummers van de contactpersonen van de gemeenten waarmee OPC al een concessieovereenkomst had o De specifieke modaliteiten voor de controle in Diepenbeek en de samenvatting van de sterke punten, die vermeld worden in punt 2.1 van de offerte o De specifieke informatie over de aanpak die OPC wenst te hanteren bij het uitschrijven en opvolgen van retributiebonnen in punt 2.2 van de offerte o De concrete informatie over de technische specificaties en mogelijkheden van het materiaal en de software die door OPC zal ingezet worden bij de controles en andere onderdelen van de opdracht in punt 2.3 van de offerte o De concrete informatie over de aanpak van OPC bij het opzoeken van personalia (vierde paragraaf), de drie laatste paragrafen onder ‘Opvolging wanbetalers’, die meer informatie geven over de specifieke aanpak van OPC, en het ganse onderdeel ‘Opvolging retributies buitenlandse nummerplaten’ in punt 2.4 van de offerte o De concrete aanpak m.b.t. het uitgeven van de bewonerskaarten door OPC in punt 2.5 van de offerte o De concrete informatie over het aanwervings- en selectiecriteria, het opleidingsbeleid, de evaluatie en begeleiding van de medewerkers van OPC, en de informatie over het projectmanagement in punt 2.6 van de offerte o De informatie over de behandeling van de klachten door OPC, de termijn, de informatie over de database verkeersborden en de parkeermobiel in punt 2.7 van de offerte o De informatie over het onderhoud van de parkeerautomaten en de geldinning in punt 2.8 van de offerte o Hoofdstuk 3 van de offerte, met uitzondering van de titel van dit hoofdstuk en de inleidende alinea in het vet op pagina 67 o De voorstellen voor samenwerking met handelaars en andere betrokkenen in punt 4.2 van de offerte o De concrete informatie over vernieuwende voorstellen voor het imago van de gemeente in punt 4.3 van de offerte o De raming van de kosten voor de uitvoering van de concessie in het financieel plan (p. 87 en 88) o Het voorstel van vergoeding voor de concessie dat OPC aan de gemeente doet o De voorgestelde jaarlijkse concessievergoeding in het ingevulde offerteformulier (bijlage 1)
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 13 van 14
o o o -
Bijlage 6: De technische documenten van de handterminals Bijlage 8: Opbouw trainingsprogramma Bijlage 9: Projectmanagement
De kwartaaloverzichten van 2018 en 2019 die OPC aan de gemeente bezorgde, met uitzondering van de detailinformatie met betrekking tot het aandeel van de parkeerinkomsten dat aan de gemeente toekomt, en de vergoeding die OPC krijgt voor het uitreiken van de parkeerkaarten.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 10 februari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/031
pagina 14 van 14