Skip to main content

Document_ C 16366_TW.pdf

Page 1

Tussentijdse bevindingen PFAS concentraties in fijn stof in de omgevingslucht Oosterweel Luchtmetingen zomer 2021 Patrick Berghmans, Katleen De Bouwere, Jan Peters 2021/HEALTH/R/2592 Oktober 2021

In samenwerking met


Alle rechten, waaronder het auteursrecht, op de informatie vermeld in dit document berusten bij de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek NV (“VITO”), Boeretang 200, BE-2400 Mol, RPR Turnhout BTW BE 0244.195.916. De informatie zoals verstrekt in dit document is vertrouwelijke informatie van VITO. Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van VITO mag dit document niet worden gereproduceerd of verspreid worden noch geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor het instellen van claims, voor het voeren van gerechtelijke procedures, voor reclame of antireclame en ten behoeve van werving in meer algemene zin aangewend worden


Samenvatting

SAMENVATTING VITO heeft in samenwerking met de VMM kortelings een uitgebreid onderzoek opgestart voor de monitoring van PFAS in de omgevingslucht. Hiervoor werden in de directe omgeving van de Lantis werf en de opslag van de met PFOS vervuilde grond en binnen een perimeter van 3 km rondom de 3M site, op verschillende meetlocaties bemonsteringstoestellen geplaatst. In een eerste fase van het onderzoek wordt de stofvormige fractie bemeten, gaande van een actieve bemonstering van verwaaiend stof en zwevend stof tot een passieve bemonstering van neervallend stof. Op de verzamelde stofmonsters wordt de aanwezigheid en concentratie van PFAS bepaald. Het is de eerste maal in Vlaanderen dat er PFAS metingen gebeuren in omgevingslucht. De eerste resultaten bevestigen dat deze nieuw ontwikkelde meetmethoden in staat zijn om de PFAS concentraties op een zeer laag niveau te kunnen bemeten in de omgevingslucht. De eerste vaststellingen bevestigen dat er hogere concentraties PFAS worden gemeten in het verwaaiend stof in de directe omgeving van de Lantis werf en de opslag van de PFOS vervuilde grond stof ten opzichte van de concentraties op een achtergrondlocatie. Op basis van deze eerste vaststellingen is er een dalende concentratiegradiënt in functie van afstand tot de werf waar te nemen. Momenteel is er geen wetenschappelijk onderbouwd gezondheidskundig toetsingskader voor PFAS concentraties in lucht voorhanden. In afwachting daarvan, kan een tijdelijk toetingskader voor 4 PFAS verbindingen (0,4 – 2,2 ng (som van PFOS, PFNA, PFHxS PFOA/m³; jaargemiddelde waarde) gehanteerd worden. Men dient hierbij wel de nodige onzekerheden (m.b.t. allocatiefactor lucht, route-to-route extrapolalatie vanuit een toetsingskader voor orale blootstelling) in acht nemen. Gemiddeld over de beschouwde meetperiode, liggen de meetresultaten voor de 4 PFAS verbindingen beneden deze tijdelijke toetsingswaarde. Een verdere uitwerking van een wetenschappelijk onderbouwd gezondheidskundig toetsingskader voor PFAS concentraties in lucht is echter aangewezen. Ook voor een gezondheidskundige interpretatie van andere PFAS verbindingen is verder onderzoek nodig. Momenteel zijn er nog zeer beperkte gegevens beschikbaar uit eigen metingen maar ook in de literatuur over PFAS in de omgevingslucht. Dit onderzoek wordt stelselmatig uitgebreid voor depositiestof en de vluchtige PFAS fracties om meer inzichten te bekomen naar heersende PFASconcentraties in de omgevingslucht, en een interpretatie mogelijk te maken over de verspreiding van PFAS via de lucht.

I


Inhoud

INHOUD Samenvatting _____________________________________________________________________ I Inhoud __________________________________________________________________________ II Lijst van tabellen __________________________________________________________________ III Lijst van figuren ___________________________________________________________________IV Lijst van afkortingen _______________________________________________________________ V Inleiding ________________________________________________________ 1 1.1.

Aanleiding

1

1.2.

Doelstelling

1

Meetopzet ______________________________________________________ 3 2.1.

Introductie

3

2.2.

Polluent

3

2.3. Bemonstering 2.3.1. Apparatuur __________________________________________________________ 2.3.2. Meetlocaties _________________________________________________________ 2.3.3. Meetduur ___________________________________________________________

3 4 5 7

2.4. Analyse 2.4.1. Filters bemonsterd met MVS en HVS ______________________________________ 2.4.2. Filters bemonsterd met LVS _____________________________________________ 2.4.3. Kwaliteitscontrole analyse ______________________________________________

7 7 7 8

2.5. Overzicht bemonstering en analyses 10 2.5.1. Verwaaiend en zwevend stof ___________________________________________ 10 2.5.2. Aantal monsters en analyses ___________________________________________ 10 2.6.

Kwaliteitscontrole

11

Kadering van de meetcampagne____________________________________ 12 3.1.

Meteorologische omstandigheden tijdens de meetcampagne

12

Meetresultaten__________________________________________________ 14 4.1.

Overzicht meetresultaten

14

4.2.

Analyse van de veldblanco’s

17

Toetsing________________________________________________________ 18 Bespreking _____________________________________________________ 20

II

6.1.

Beoordeling t.o.v. de tijdelijke toetsingswaarde

20

6.2.

Concentratie in functie van de afstand tot de werfzone

21


Lijst van tabellen

LIJST VAN TABELLEN Tabel 1: Overzicht van de meetlocaties. ________________________________________________ 5 Tabel 2: Situering van de meetlocaties t.o.v. de werfzone: afstand en windrichting. ____________ 7 Tabel 3: PFAS componenten die kwantitatief of indicatief bepaald kunnen worden met bijhorende meetonzekerheid. _____________________________________________________________ 8 Tabel 4: Overzicht van de bemonstering en analyses (planning, uitvoering nog lopende). _______ 10 Tabel 5: Overzicht analyses per meetlocatie. ___________________________________________ 11 Tabel 6: Neerslaghoeveelheden van juli, augustus en september tijdens de meetcampagne in vergelijking met de afgelopen drie jaar. ___________________________________________ 12 Tabel 7: Gemiddelde, minimum en maximum concentraties in ng/m³ op meetpunten W1 (N = 16), W2 (N = 6) en W3 (N = 6). Meetwaarden onder de detectielimiet (DL) worden in rekening gebracht door gelijk te stellen aan 0 (ondergrens), gelijk te stellen aan DL/2 (middengrens) of gelijk te stellen aan DL (bovengrens). _____________________________________________ 15 Tabel 8: Gemiddelde, minimum en maximum concentraties in ng/m³ op meetpunten ZD08 (N = 6), ZD01 (N = 6), R897 (N = 6), AL01 (N = 5) en N016 (N = 5). Meetwaarden onder de detectielimiet (DL) worden in rekening gebracht door gelijk te stellen aan 0 (ondergrens), gelijk te stellen aan DL/2 (middengrens) of gelijk te stellen aan DL (bovengrens). _________ 16 Tabel 9: Gemiddelde ΣPFASs concentratie per filter voor de veldblanco’s (3 blanco’s voor HVS, 3 blanco’s voor MVS, X blanco’s voor LVS). Resultaten zijn uitgedrukt in ng/filter (dus niet in ng/m³). _____________________________________________________________________ 17 Tabel 10: Gemiddelde ΣPFASs concentratie per filter voor de veldblanco’s van de LVS bemonstering. _______________________________________________________________ 17

III


Lijst van figuren

LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Foto van de filterbemonsteraars: lage-volume (links), medium-volume (midden) en hogevolume (rechts). ______________________________________________________________ 4 Figuur 2: Overzicht van alle meetlocaties (behalve meetlocatie Dessel) op kaart. ______________ 6 Figuur 3: Overzicht van de LVS meetlocaties (behalve meetlocatie Dessel) op kaart. ____________ 6 Figuur 4: Windrozen voor de periode 1/07 tot 14/09 in de jaren 2021 (dit valt samen met de huidige meetcampagne waarover hier tussentijds gerapporteerd wordt) (a), 2020 (b), 2019 (c) en 2018 (d). _________________________________________________________________ 13 Figuur 5: Gemiddelde concentraties van 4 PFAS verbindingen op de 8 meetlocaties. De tijdelijke toetsingswaarden van 0,4 en 2,2 ng/m³ worden in de grafieken weergegeven. ___________ 21 Figuur 6: Gemiddelde (a) en maximale (b) PFAS concentratie (4 verbindingen: PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS). ___________________________________________________________________ 21

IV


Lijst van afkortingen

LIJST VAN AFKORTINGEN

LVS MVS HVS

Low volume sampler Medium volume sampler High volume sampler

TSP

Total suspended particles

V


HOOFDSTUK 1 - Inleiding

INLEIDING

1.1.

AANLEIDING

Op basis van de vastgestelde PFAS vervuiling in de omgeving van de 3M-site te Zwijndrecht is bekend dat er in een deel van het projectgebied van de Oosterweelverbinding op de linkeroever, sprake is van verhoogde gehalten aan PFAS (met name PFOS) in de bodem. De vraag is of en in welke mate de activiteiten op de Lantis-werf bijdragen aan een (verhoogd) risico op blootstelling aan PFAS voor mensen die in de omgeving van de werf wonen of verblijven.

1.2.

DOELSTELLING

In dit rapport worden de tussentijdse resultaten gepresenteerd van de eerste metingen van PFAS concentraties in de stofvormige fractie in de omgevingslucht rondom de 3M site (actieve bemonstering op filter). Dit onderzoek wordt uitgevoerd door VITO in samenwerking met VMM, waarbij VMM de bemonsteringen van zwevend stof en depositie stof uitvoert en VITO instaat voor de bemonsteringen van verwaaiend stof en alle analyses van de stofstalen. De doelstellingen van het uitgebreide monitoringsonderzoek zijn: 1. Bepalen van het voorkomen van en vaststellen van de PFAS concentratiewaarden in de omgevingslucht voor de 41 PFAS verbindingen 2. Bepalen van de diffuse belasting van verwaaiend stof met PFAS in de directe omgeving van de 3M site en de Lantis werf; 3. Bepalen van de diffuse belasting van zwevend stof met PFAS in de woonomgeving binnen een perimeter van 3 km rondom de 3M site en vaststellen of er een verschil is in belasting ten opzichte van de meetlocaties uit doelstelling 2.

1


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

MEETOPZET

2.1.

INTRODUCTIE

De opdracht omvat de uitvoering van een monitoringsprogramma om de PFAS concentratie in de omgevingsluchtlucht te bepalen op verschillende locaties rondom de LANTIS werfzone in de buurt van 3M. Het monitoringsprogramma is erop gericht om via immissieonderzoek de PFAS concentratie te bepalen in de buitenlucht om zo de humane blootstelling te kunnen evalueren. Momenteel is er geen bemonsteringsmethode specifiek voor PFAS vastgelegd in de milieuwetgeving. Er werd gebruik gemaakt van bemonsteringsmethoden voor andere luchtkwaliteitsparameters (met name fijnstof en PAKs) waarvan verondersteld kan worden, op basis van expertise en voorbeelden uit de vakliteratuur, dat ze ook toepasbaar zijn voor PFAS. 2.2.

POLLUENT

PFAS is een zeer uitgebreide groep van stoffen, die zowel in vaste (gebonden aan stofdeeltjes) als in gasfase kunnen voorkomen. In dit rapport wordt uitsluitend de bemonstering en resultaten van de PFAS in de deeltjesfractie besproken. De bemonstering van de gasfase maakt nog geen onderdeel uit van dit onderzoek, en komt pas in een latere fase aan bod. In dit onderzoek wordt een selectie van 41 PFAS componenten geanalyseerd (Tabel 3). Meetresultaten worden bekomen van al deze individuele componenten. In dit rapport wordt gefocust op 4 individuele componenten, met name PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS, aangezien de som van deze kunnen geïnterpreteerd worden vanuit een toetsingskader. De ruimere analyse, inclusief overige PFAS verbindingen die geanalyseerd werden, zal in de eindrapportering voorzien worden. 2.3.

BEMONSTERING

De opzet van de studie is in de eerste instantie de ontwikkeling van geschikte meetmethoden voor de bepaling van PFAS in omgevingslucht. De meetlocaties werden door VMM daarom gekozen in de 3 km-perimeter rondom 3M, opdat meetbare (boven de detectielimiet) concentraties worden bekomen. Voor het meten van PFAS's in omgevingslucht wordt hoge volume bemonstering aangeraden omdat hiermee informatie kan worden verkregen over de gas- en deeltjesfaseverdeling, waarbij door relatief grote hoeveelheden lucht te bemonsteren, nauwkeurige concentraties bij lagere detectielimieten kunnen worden bemeten. Bij filterbemonsteringen worden kwarts of glasvezel filters gebruikt om de deeltjes gebonden PFAS-concentraties op te vangen. De bemonstering van de omgevingslucht gebeurt op filter. Er wordt een volume lucht door een filter gepompt waarop stofdeeltjes achterblijven. De filter wordt vervolgens geanalyseerd op aanwezigheid van PFAS met LC-MS/MS (zie onder). Op basis van de gemeten concentratie op filter en het bemonsterde volume lucht, wordt de massaconcentratie berekend, uitgedrukt in ng PFAS per m³ lucht, verkort weergegeven als ng/m³.

3


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

2.3.1.

APPARATUUR

→ Lage-volume filterbemonsteraar (LVS) Voor de bemonstering werd een filterbemonsteraar van het type Leckel Seq. 47/50 ingezet (Figuur 1). Dit type bemonsteraar wordt ook gebruikt voor de bepaling van fijnstofconcentraties in de buitenlucht conform NBN EN 12341 : 2014 Ambient air - Standard gravimetric measurement method for the determination of the PM10 or PM2,5 mass concentration of suspended particulate matter.

Figuur 1: Foto van de filterbemonsteraars: lage-volume (links), medium-volume (midden) en hogevolume (rechts). Hieronder worden enkele specificaties van de bemonstering gegeven: • Voorafscheider: TSP kop. • Filter: kwartsvezelfilter van 47mm diameter. • Bemonsteringsdebiet van 2,3 m³ per uur. • Bemonsteringsduur van 24u per filter. • Filterwissels gebeuren automatisch om middernacht (lokale tijd). • Kwaliteitscontrole tijdens de bemonstering: tweewekelijkse controle ter plaatste. → Medium-volume bemonsteraar (MVS) Er werd een medium-volume bemonsteraar ingezet van het type Tisch TE-6070 (Figuur 1). De belangrijkste specificaties zijn: • Voorafscheider: geen, TSP bemonstering • Filter: kwartsvezelfilter (Schleicher&Schull, QF20, 100 mm diameter. • Bemonsteringsdebiet van ca. 4,2 m³ per uur. • Bemonsteringsduur van 10u per dag (tijdens de werkdag, 7 tot 17u) gedurende 1 week (7 dagen) per filter (dus op werk + weekend dagen). • Filterwissels gebeuren niet automatisch, pomp is ook niet programmeerbaar. Daarom zijn er kleine verschillen in bemonsteringsvolume tussen de verschillende bemonsteraars. • Kwaliteitscontrole tijdens de bemonstering: wekelijkse controle ter plaatste.

4


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

→ Hoge-volume bemonsteraar (HVS) Er werd een hoge-volume bemonsteraar ingezet van het type Digitel (model DHA-80) (Figuur 1). De belangrijkste specificaties zijn: • Voorafscheider: TSP bemonstering • Filter: kwartsvezelfilter Whatman QF20, 150 mm diameter. • Bemonsteringsdebiet van ca. 30 m³ per uur. • Bemonsteringsduur van 24u per filter. • Filterwissels gebeuren automatisch. • Kwaliteitscontrole tijdens de bemonstering: wekelijkse controle ter plaatste.

2.3.2.

MEETLOCATIES

In overleg met de stuurgroep werden acht meetlocaties vastgelegd voor deze meetcampagne (Tabel 1 en Figuur 2). Drie meetlocaties zijn permanente referentiestations voor luchtkwaliteit (AQMS) van VMM (aangeduid in blauw in Figuur 2 en Figuur 3), de vijf overige meetlocaties zijn tijdelijke meetlocaties, waarvan er zich drie in de werfzone bevinden (aangeduid in rood in Figuur 2) en twee ter hoogte van de bewoning in Zwijndrecht (aangeduid in geel in Figuur 2 en Figuur 3). Het meetstation in Dessel werd geselecteerd als landelijk achtergrondstation buiten de mogelijke invloedsfeer van de werfzone en 3M.

Tabel 1: Overzicht van de meetlocaties. Code

R897 AL01 N016 ZD01 ZD08 W1 W2 W3

Naam

AntwerpenScheldelaan AntwerpenLinkeroever Dessel Zwijndrecht – sportcentrum Zwijndrecht – Neerstraat Waterzuivering / 3M Rond punt Werfkeet

Adres

AQMS van VMM ja

Werflocatie

Tijdelijke meetlocatie

nee

nee

ja

nee

nee

Nieuwedijk – Sluis 4 Sportcentrum Den Draver Binnenplein 1 Neerstraat 19

ja nee

nee nee

nee ja

nee

nee

ja

/

nee

ja

ja

/ /

nee nee

ja ja

ja ja

ScheldelaanPolderdijkweg Wandeldijk

5


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

Figuur 2: Overzicht van alle meetlocaties (behalve meetlocatie Dessel) op kaart.

R897

AL01

ZD08

ZD01

Figuur 3: Overzicht van de LVS meetlocaties (behalve meetlocatie Dessel) op kaart. De meetlocaties ZD08 en W2 bevinden zich op respectievelijk 300 m ten Z-ZW en 700 m ten W van de werfzone (Tabel 2). Meetlocaties ZD01, R897 en AL01 bevinden zich op enkele kilometers in 6


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

verschillende windrichting t.o.v. de werfzone. De meetlocatie Dessel N016 ligt zo’n 58 km ten oosten van de werfzone en wordt in deze studie beschouwd als achtergrondlocatie. Tabel 2: Situering van de meetlocaties t.o.v. de werfzone: afstand en windrichting. Code Naam Situering t.o.v. de Oosterweelwerf* W1 Waterzuivering / 3M Op de werf W3 Werfkeet Op de werf ZD08 Zwijndrecht – Neerstraat 0,3 km ten Z-ZW W2 Rond punt 0,7 km ten W ZD01 Zwijndrecht – sportcentrum 1,7 km ten Z-ZW R897 Antwerpen-Scheldelaan 2,2 km ten N-NO AL01 Antwerpen-Linkeroever 3,4 km ten O-NO N016 Dessel 58 km ten O * het middelpunt tussen W1 en W3 werd als oorsprong gebruikt om de afstand te bepalen. 2.3.3.

MEETDUUR

De bemonstering met lage-volume bemonsteraars ging van start op 1/07/2021. De bemonstering met medium en hoge-volume bemonsteraars werd opgestart op 13/07/2021. De bemonstering loopt momenteel (12/10/2021) nog verder.

2.4. 2.4.1.

ANALYSE FILTERS BEMONSTERD MET MVS EN HVS

Eén vierde van de filter wordt in een PP centrifugebuis gebracht. Hieraan wordt een gekende hoeveelheid van de interne standaarden toegevoegd (40 pg). Het monster wordt gedurende 1 uur geëxtraheerd met 10 mL basische methanol door middel van ultrasoon sonicatie. Nadien wordt het extract gecentrifugeerd bij 4000 rpm gedurende 10 minuten en wordt de bovenstaande vloeistof gedecanteerd in een PP proefbuis van 15 mL. Hiervan wordt 100 µL afgenomen en overgebracht in een LC-vial met insert en verdund met 50/50 MeOH/water v/v (verdunning 1/10). De rest van het extract wordt opgeconcentreerd onder stikstof tot 500 µL. Hieraan wordt 500 µL ultra-puur water toegevoegd en indien nodig wordt het extract gecentrifugeerd (10000 rpm, 10 min). Van het extract wordt 10 µL in de LC-MS geïnjecteerd. De instrumentele analyse wordt uitgevoerd door middel van Ultra Performance Liquid Chromatography gekoppeld aan een Waters Xevo TQ-S tandemmassaspectrometer (LC-MS/MS). Kwantificering van de PFAS-verbindingen gebeurt met de interne standaardmethode. De analyse wordt uitgevoerd conform WAC_IV_A_025 (https://reflabos.vito.be/2022/WAC_IV_A_025.pdf). 2.4.2.

FILTERS BEMONSTERD MET LVS

Een poolmonster (bestaande uit 7 subfilters) wordt in een PP centrifugebuis gebracht. Hieraan wordt een gekende hoeveelheid van de interne standaarden toegevoegd (40 pg). Het monster wordt gedurende 1 uur geëxtraheerd met 10 mL basische methanol door middel van ultrasoon sonicatie.

7


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

Nadien wordt het extract gecentrifugeerd bij 4000 rpm gedurende 10 minuten en wordt de bovenstaande vloeistof gedecanteerd in een PP proefbuis van 15 mL. Het extract wordt opgeconcentreerd onder stikstof tot 500 µL. Hieraan wordt 500 µL ultra-puur water toegevoegd en indien nodig wordt het extract gecentrifugeerd (10000 rpm, 10 min). Van het extract wordt 10 µL in de LC-MS geïnjecteerd. De instrumentele analyse wordt uitgevoerd door middel van Ultra Performance Liquid Chromatography (UPLC) gekoppeld aan een Waters Xevo TQ-S tandemmassaspectrometer (LCMS/MS). Kwantificering van de PFAS-verbindingen gebeurt met de interne standaardmethode. De analyse wordt uitgevoerd conform WAC_IV_A_025 (https://reflabos.vito.be/2022/WAC_IV_A_025.pdf). 2.4.3.

KWALITEITSCONTROLE ANALYSE

Bij elke meetreeks wordt een procedure blanco meegenomen. Eén blanco filter wordt meegenomen en doorloopt de hele opwerking. Van de filters van het verwaaiend stof is ¾ filter over. Per analysereeks wordt een duplo en een geaddeerd monster (laag en hoog) meegenomen om de juistheid en de herhaalbaarheid te bepalen (n=5, duplo analysen). Op basis van deze gegevens kan finaal de meetonzekerheid u(k=2) van de methode bepaald worden. Uit de eerste gegevens (verwaaiend stof) blijkt dat volgende componenten kwantitatief of indicatief bepaald kunnen worden: Tabel 3: PFAS componenten die kwantitatief of indicatief bepaald kunnen worden met bijhorende meetonzekerheid.

8

component

afkorting

CAS nummer

methode

U (k=2)

Perfluorobutanoic acid

PFBA

375-22-4

cf. WAC/IV/A/025

46%

Perfluoropentanoic acid

PFPeA

2706-90-3

cf. WAC/IV/A/025

50%

Perfluorohexanoic acid

PFHxA

307-24-4

cf. WAC/IV/A/025

25%

Perfluoroheptanoic acid

PFHpA

375-85-9

Indicatief resultaat

107%

Perfluorooctanoic acid

PFOA

335-67-1

cf. WAC/IV/A/025

36%

Perfluorononanoic acid

PFNA

375-95-1

cf. WAC/IV/A/025

34%

Perfluorodecanoic acid

PFDA

335-76-2

cf. WAC/IV/A/025

24%

Perfluoroundecanoic acid

PFUnDA

2058-94-8

cf. WAC/IV/A/025

30%

Perfluorododecanoic acid

PFDoDA

307-55-1

cf. WAC/IV/A/025

31%

Perfluorotridecanoic acid

PFTrDA

72629-94-8

cf. WAC/IV/A/025

23%

Perfluorotetradecanoic acid

PFTeDA

376-06-7

cf. WAC/IV/A/025

33%

Perfluorohexadecanoic acid

PFHxDA

67905-19-5

cf. WAC/IV/A/025

34%

Perfluorooctadecanoic acid

PFODA

16517-11-6

Indicatief resultaat

87%

Perfluorobutanesulfonic acid

PFBS

375-73-5

cf. WAC/IV/A/025

47%

Perfluoropentanesulfonic acid

PFPeS

2706-91-4

cf. WAC/IV/A/025

21%

Perfluorohexanesulfonic acid

PFHxS

355-46-4

cf. WAC/IV/A/025

39%

Perfluoroheptanesulfonic acid

PFHpS

375-92-8

cf. WAC/IV/A/025

35%

Perfluorooctanesulfonic acid

PFOS

1763-23-1

cf. WAC/IV/A/025

21%

Perfluorononanesulfonic acid

PFNS

68259-12-1

cf. WAC/IV/A/025

34%

Perfluorodecanesulfonic acid

PFDS

335-77-3

cf. WAC/IV/A/025

60%


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

component

afkorting

CAS nummer

methode

Perfluorododecane sulfonic acid

PFDoDS

79780-39-5

cf. WAC/IV/A/025

U (k=2) 36%

4:2 Fluorotelomer sulfonic acid

4:2 FTS

757124-72-4

Indicatief resultaat

236%

6:2 Fluorotelomer sulfonic acid

6:2 FTS

27619-97-2

Indicatief resultaat

247%

8:2 Fluorotelomer sulfonic acid

8:2 FTS

39108-34-4

Indicatief resultaat

228%

10:2 Fluorotelomer sulfonic acid

10:2 FTS

120226-60-0

Indicatief resultaat

271%

Perfluorooctanesulfonamide

PFOSA

754-91-6

cf. WAC/IV/A/025

16%

N-Methylperfluorooctanesulfonamide

MePFOSA

31506-32-8

cf. WAC/IV/A/025

38%

N-Ethylperfluorooctanesulfonamide

EtPFOSA

4151-50-2

cf. WAC/IV/A/025

Perfluorooctanesulfonamido acetic acid

PFOSAA

2355-31-9

Not Analyzed

2-(N-Methylperfluorooctanesulfonamido)acetic acid

MePFOSAA

2355-31-9

cf. WAC/IV/A/025

3%

2-(N-Ethylperfluorooctanesulfonamido)acetic acid

EtPFOSAA

2991-50-6

cf. WAC/IV/A/025

5%

6:2 Fluorotelomer phosphate monoester

6:2 PAP

57678-01-0

Not Analyzed

-

8:2 Fluorotelomer phosphate monoester

8:2 PAP

57678-03-2

Not Analyzed

-

6:2 Fluorotelomer phosphate diester

6:2 diPAP

57677-95-9

cf. WAC/IV/A/025

39%

6:2/8:2 Fluorotelomer phosphate diester

6:2/8:2 diPAP

943913-15-3

Indicatief resultaat

63%

8:2 Fluorotelomer phosphate diester

8:2 diPAP

678-41-1

cf. WAC/IV/A/025

50%

Hexafluoropropylene oxide dimer acid (Gen X)

HFPO-DA

13252-13-6

cf. WAC/IV/A/025

54%

4,8-Dioxa-3H-perfluorononanoic acid (ADONA)

ADONA

919005-14-4

cf. WAC/IV/A/025

29%

Perfluoro-4-ethylcyclohexane sulfonic acid

PFECHS

646-83-3

cf. WAC/IV/A/025

49%

9-chlorohexadecafluoro-3-oxanonane-1-sulfonic acid (F-53B Major)

9Cl-PF3ONS

756426-58-1

cf. WAC/IV/A/025

36%

11-chloroeicosafluoro-3-oxaundecane-1-sulfonic acid (F-53B Minor)

11Cl-PF3OUnDS

763051-92-9

cf. WAC/IV/A/025

39%

22% -

Voor de HVS en LVS monsters ligt de detectielimiet op 0,6 ng/filter voor de 41 PFAS componenten, uitz. PFBA en HFPO-DA die een hogere detectielimiet van 3 ng/filter hebben. Voor de LVS monsters (mengstaal van 7 monsters) ligt de DL op 0,15 ng/mengstaal, uitz. PFBA en HFPO-DA die een hogere detectielimiet van 0,75 ng/mengstaal hebben. Rekening houdend met de bemonsteringsvolumes komt dit overeen met 0,0008 ng/m³ voor de analyses van filters bemonsterd met de hoge-volume bemonsteraar (uitz. 0,004 ng/m³ voor PFBA en HFPO-DA), ca. 0,002 ng/m³ voor de medium-volume bemonsteraar1 (uitz. 0,01 ng/m³ voor PFBA en HFPO-DA) , en 0,0004 ng/m³ voor de lage-volume bemonsteraar (uitz. 0,002 ng/m³ voor PFBA en HFPO-DA).

1

Rekening houdend met een bemonsterd volume van 300 m³ per filter, maar dat verschilt van filter tot filter. 9


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

2.5. 2.5.1.

OVERZICHT BEMONSTERING EN ANALYSES VERWAAIEND EN ZWEVEND STOF

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verwaaiend en zwevend stof. Met verwaaiend stof wordt gerefereerd naar stof dat in de werfzone verwaait (door werkzaamheden, opslag van grond,…) en in de lucht terecht komt, met zwevend stof wordt gerefereerd naar stof dat getransporteerd wordt over grotere afstand. Men kan veronderstellen dat de grove stoffractie meer vertegenwoordigd is in het verwaaiend stof, terwijl het zwevend stof voornamelijk bestaat uit fijnstof. Op de drie meetlocaties op de werf wordt verwaaiend stof bemonsterd, op de overige meetlocaties zwevend stof. De opdeling verwaaiend en zwevend stof is niet volledig sluitend. Uiteraard kan zwevend stof ook een bijdrage hebben in de werfzone. Omgekeerd kan opwaaiend stof uit activiteiten in de buurt van de meetlocaties voor zwevend stof daar ook een bijdrage hebben.

2.5.2.

AANTAL MONSTERS EN ANALYSES

Een overzicht van het aantal bemonsteringen en analyses is gegeven in Tabel 4.

Tabel 4: Overzicht van de bemonstering en analyses (planning, uitvoering nog lopende). PFAS

Fractie

Bemonsteraar

Verwaaiend Deeltjes HVS stof MVS Zwevend Deeltjes LVS stof * geplande looptijd van de bemonstering

Sampling tijd 24u 7*8u 24u

Duur (weken) 8w 8w 12 w

# locaties 1 2 5

# monsters 56 16 60

# analyses 20 16 54*

Van de filters bemonsterd met HVS werd een selectie gemaakt voor analyse. Hierbij werd rekening gehouden met de weersomstandigheden, en werden preferentieel filters geselecteerd die onder droge weersomstandigheden bemonsterd werden. De filters bemonsterd met MVS (weekstaal) werden allemaal geanalyseerd. Omwille van de lage volume bemonstering werden zeven dagfilters samen genomen tot een weekstaal, om meetbare concentraties (> detectielimiet) te verkrijgen. De filters bemonsterd met LVS (dagstaal) werden gepoold tot een weekstaal (7 filters samen, mengstaal) voor analyse. Vanwege de lange bemonsteringstijden voor de MVS en de LVS en de veranderende meteoomstandigheden, kan er geen correlatie worden onderzocht tussen PFAS concentraties en andere meteorologische gegevens. In dit rapport worden meetresultaten van 16 HVS, 12 MVS en 18 (gepoolde) LVS monsters gegeven, uit de periode 01/07/2021 tot 14/09/2021 (Tabel 5).

10


HOOFDSTUK 2 - Meetopzet

Tabel 5: Overzicht analyses per meetlocatie. Code Naam R897

Periode

2/07 – 05/08(c) 27/08 – 2/09 AL01 Antwerpen-Linkeroever 5(a) 2/07 – 15/07 23/07 – 05/08 27/08 – 2/09 N016 Dessel 5(a) 9/07 – 05/08 27/08 – 2/09 ZD01 Zwijndrecht – sportcentrum 6 2/07 – 05/08 27/08 – 2/09 ZD08 Zwijndrecht – Neerstraat 6 2/07 – 05/08 27/08 – 2/09 W1 Waterzuivering / 3M 16 18/07 – 11/09(b) W2 Rond punt 6 13/07 – 14/09 W3 Werfkeet 6 13/07 – 14/09 (a) onvolledige bemonstering op enkele dagen; enkel volledige weekmonsters werden geanalyseerd. (b) selectie van 16 dagen uit deze periode. (c) analyses van midden augustus (3 weken tussen 6/08 en 26/08) nog uit te voeren.

2.6.

Antwerpen-Scheldelaan

Aantal analyses 6

KWALITEITSCONTROLE

Naast de frequente controle van de bemonsteringstoestellen werden ook een aantal veld- en transportblanco’s voorzien. In de meetcampagne worden veldblanco’s, labblanco’s en recoveries meegenomen als kwaliteitscontrole voor zowel de bemonstering als de analyse. Deze blanco’s worden op dezelfde manier voorbereid, getransporteerd en geanalyseerd als de monsters, behalve dat er geen lucht wordt aangezogen door de blanco filters. Er worden labblanco’s verkregen door eenzelfde hoeveelheid oplosmiddel te nemen zoals bij extractie, de opwerking en de analyse.

11


HOOFDSTUK 3 - Kadering van de meetcampagne

KADERING VAN DE MEETCAMPAGNE

De omstandigheden waaronder een tijdelijke meetcampagne wordt uitgevoerd is essentieel om de representativiteit te kunnen beoordelen. De belangrijkste factoren die daarbij in rekening gebracht worden zijn deze die een significant effect kunnen hebben op de meetresultaten. In deze studie zijn dit de meteorologische omstandigheden en de activiteiten in de buurt van de meetlocaties die aanleiding zouden kunnen geven tot PFAS emissies. Andere luchtkwaliteitsparameters, bv. de fijnstofconcentratie op achtergrondlocatie, zijn in deze minder relevant aangezien eventuele lokale bronnen veel belangrijker zijn dan regionale of verder afgelegen bronnen. De fijnstofconcentratie kan eventueel wel iets zeggen over werfactiviteiten, maar dat werd hier niet beoordeeld. 3.1.

METEOROLOGISCHE OMSTANDIGHEDEN TIJDENS DE MEETCAMPAGNE

→ Neerslag De neerslaghoeveelheden voor de maanden juli en augustus waren tijdens de meetcampagne (veel) hoger dan het gemiddelde van de afgelopen drie jaar (Tabel 6). De maand september was dan weer veel droger in 2021 in vergelijking met de afgelopen drie jaar.

Tabel 6: Neerslaghoeveelheden (l/m²) van juli, augustus en september tijdens de meetcampagne in vergelijking met de afgelopen drie jaar. Tijdens meetcampagne 2021 Juli 69,2 Augustus 71,5 September 19,2

Afgelopen 3 jaar 2020 2019 2018 gemiddelde 57,0 37,7 19,0 37,9 65,5 41,8 53,4 53,4 89,0 52,2 50,2 63,8

De bemonstering vond grotendeels plaats onder uitzonderlijk natte omstandigheden. Onder natte omstandigheden is de stuifgevoeligheid van bodem/grond lager dan onder droge omstandigheden. Puur op basis van het neerslagprofiel kan verwacht worden dat de stofconcentraties eerder aan de lage kant lagen tijdens de bemonsteringsperiode.

→ Wind Het aandeel wind uit NO ligt lager tijdens de meetcampagne in vergelijking met diezelfde periode in de afgelopen drie jaar. Het aandeel wind uit Z-ZW was hoger tijdens de meetcampagne, en ook wind uit W-NW richting kwam meer voor tijdens de meetcampagne t.o.v. diezelfde periode in de afgelopen drie jaar. De gemiddelde windsnelheid was zeer vergelijkbaar voor de periode 1/07 – 14/09 voor 2021, 2020 en 2019 (1,5 m/s). In 2018 lag de gemiddelde windsnelheid in die periode lager (0,7 m/s).

12


HOOFDSTUK 3 - Kadering van de meetcampagne

(a)

(b)

(c)

(d)

Figuur 4: Windrozen voor de periode 1/07 tot 14/09 in de jaren 2021 (dit valt samen met de huidige meetcampagne waarover hier tussentijds gerapporteerd wordt) (a), 2020 (b), 2019 (c) en 2018 (d).

13


HOOFDSTUK 4 - Meetresultaten

MEETRESULTATEN

4.1.

OVERZICHT MEETRESULTATEN

In dit tussentijdse verslag worden de eerste concentratiegegevens van PFAS in fijn stof (pariculair) gerapporteerd in omgevingslucht in de omgeving van 3M. De ontwikkelde meetmethoden laten een kwantitatieve bepaling van PFAS (particulair) in omgevingslucht toe op een voldoende gevoelig niveau. In het overzicht van de resultaten wordt de focus gelegd op vier specifieke PFAS componenten, nl. deze die opgenomen zijn in het tijdelijk toetsingskader voor PFAS (PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS, zie HOOFDSTUK 5), en de som van deze vier componenten. De concentraties van alle individuele PFAS componenten zijn digitaal beschikbaar op aanvraag. Per meetlocatie wordt de gemiddelde concentratie gerapporteerd (gemiddelde van N filters die geanalyseerd werden), samen met laagste (minimum) en hoogste (maximum) concentratie. De minima en maxima geven een idee over de spreiding op de meetresultaten. Voor de berekening van deze statistieken werd er op drie verschillende manieren omgegaan met meetwaarden beneden de detectielimiet: (i) meetwaarden beneden DL gelijk gesteld aan 0 (ondergrens), (ii) meetwaarden beneden DL gelijk gesteld aan DL/2 (middengrens), en (iii) meetwaarden beneden DL gelijk gesteld aan DL (bovengrens). De verschillen tussen deze berekeningswijzen zijn evenwel zeer verwaarloosbaar. De meetresultaten van de meetlocaties in de werfzone worden samengevat in Tabel 7. De meetresultaten van de meetlocaties in de (woon)zone in een perimeter van 3 km rondom de 3M site en op een achtergrondlocatie worden samengevat in Tabel 8.

14


HOOFDSTUK 4 - Meetresultaten

Tabel 7: Gemiddelde, minimum en maximum concentraties in ng/m³ op meetpunten W1 (N = 16), W2 (N = 6) en W3 (N = 6). Meetwaarden onder de detectielimiet (DL) worden in rekening gebracht door gelijk te stellen aan 0 (ondergrens), gelijk te stellen aan DL/2 (middengrens) of gelijk te stellen aan DL (bovengrens). Ondergrens Meetlocatie PFOA PFNA W1 Gemiddelde 0,058 0,001 Maximum 0,167 0,002 Minimum 0,009 0,000 W2 Gemiddelde 0,017 0,000 Maximum 0,042 0,000 Minimum 0,002 0,000 W3 Gemiddelde 0,050 0,000 Maximum 0,072 0,000 Minimum 0,023 0,000

PFHxS 0,017 0,053 0,000 0,001 0,005 0,000 0,011 0,038 0,000

PFOS 0,230 0,599 0,008 0,027 0,077 0,002 0,227 0,775 0,015

Σ 0,306 0,776 0,017 0,045 0,093 0,004 0,289 0,884 0,038

Middengrens PFOA PFNA 0,058 0,001 0,167 0,002 0,009 0,000 0,017 0,001 0,042 0,001 0,002 0,001 0,050 0,001 0,072 0,001 0,023 0,001

PFHxS 0,017 0,053 0,000 0,002 0,005 0,001 0,012 0,038 0,001

PFOS 0,230 0,599 0,008 0,027 0,077 0,002 0,227 0,775 0,015

Σ 0,307 0,776 0,017 0,047 0,094 0,006 0,290 0,886 0,040

Bovengrens PFOA PFNA 0,058 0,001 0,167 0,002 0,009 0,001 0,017 0,002 0,042 0,002 0,002 0,002 0,050 0,002 0,072 0,002 0,023 0,002

PFHxS 0,017 0,053 0,001 0,003 0,005 0,002 0,012 0,038 0,002

PFOS 0,230 0,599 0,008 0,027 0,077 0,002 0,227 0,775 0,015

Σ 0,307 0,776 0,018 0,048 0,095 0,008 0,292 0,887 0,042

15


HOOFDSTUK 4 - Meetresultaten

Tabel 8: Gemiddelde, minimum en maximum concentraties in ng/m³ op meetpunten ZD08 (N = 6), ZD01 (N = 6), R897 (N = 6), AL01 (N = 5) en N016 (N = 5). Meetwaarden onder de detectielimiet (DL) worden in rekening gebracht door gelijk te stellen aan 0 (ondergrens), gelijk te stellen aan DL/2 (middengrens) of gelijk te stellen aan DL (bovengrens).

Meetlocatie ZD08

Ondergrens PFOA PFNA Gemiddelde Maximum Minimum Gemiddelde Maximum Minimum Gemiddelde Maximum Minimum Gemiddelde Maximum Minimum Gemiddelde Maximum Minimum

PFHxS PFOS

Σ

Middengrens PFOA PFNA PFHxS

PFOS

Σ

Bovengrens PFOA PFNA

PFHxS PFOS

Σ

0,017 0,000 0,007 0,119* 0,144 0,017 0,000 0,007 0,119 0,144 0,017 0,001 0,007 0,119 0,144 0,037 0,001 0,014 0,365* 0,415 0,037 0,001 0,014 0,365 0,416 0,037 0,002 0,014 0,365 0,416 0,004 0,000 0,002 0,020 0,026 0,004 0,000 0,002 0,020 0,027 0,004 0,000 0,002 0,020 0,028 ZD01 0,002 0,000 0,001 0,013 0,015 0,002 0,000 0,001 0,013 0,016 0,002 0,001 0,001 0,013 0,017 0,005 0,000 0,002 0,044 0,050 0,005 0,001 0,002 0,044 0,051 0,005 0,002 0,002 0,044 0,051 0,000 0,000 0,000 0,001 0,002 0,001 0,000 0,000 0,001 0,002 0,001 0,000 0,000 0,001 0,003 R897 0,001 0,000 0,000 0,006 0,008 0,001 0,000 0,000 0,006 0,008 0,001 0,001 0,001 0,006 0,009 0,002 0,000 0,001 0,010 0,012 0,002 0,001 0,001 0,010 0,012 0,002 0,002 0,002 0,010 0,013 0,000 0,000 0,000 0,002 0,003 0,001 0,000 0,000 0,002 0,003 0,001 0,000 0,000 0,002 0,004 AL01 0,001 0,000 0,000 0,003 0,004 0,001 0,000 0,000 0,003 0,004 0,001 0,001 0,001 0,003 0,005 0,001 0,000 0,000 0,005 0,005 0,001 0,001 0,001 0,005 0,005 0,002 0,002 0,002 0,005 0,007 0,000 0,000 0,000 0,002 0,003 0,000 0,000 0,000 0,002 0,003 0,000 0,000 0,000 0,002 0,003 N016 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,001 0,000 0,000 0,000 0,000 0,002 0,001 0,000 0,000 0,001 0,001 0,001 0,000 0,000 0,001 0,002 0,001 0,000 0,000 0,001 0,002 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,001 0,000 0,000 0,000 0,000 0,002 * één van de meetresultaten ligt boven het meetbereik voor deze analyse (PFOS van 0,365 ng/m³) (idem bij gemiddelde en maximale concentratie PFOS bij middengrens en bovengrens).

16


HOOFDSTUK 4 - Meetresultaten

4.2.

ANALYSE VAN DE VELDBLANCO’S

Er werden een aantal blanco filters geanalyseerd (veldblanco’s, transportblanco’s). De PFAS concentratie van de blanco’s ligt een factor 136 (HVS) en 60 (MVS) (zie Tabel 9) lager dan de gemiddelde meetwaarde. Aangezien de blanco waarden laag zijn werd besloten om deze niet in rekening te brengen. Tabel 9: Gemiddelde ΣPFASs concentratie per filter voor de veldblanco’s (3 blanco’s voor HVS, 3 blanco’s voor MVS, X blanco’s voor LVS). Resultaten zijn uitgedrukt in ng/filter (dus niet in ng/m³). ΣPFASs concentratie (in ng/filter)

HVS (W1) Gemiddelde blanco 3,89 Gemiddelde niet530,03 blanco

MVS (W2 en W3) 1,89 113,36

Bij veldblanco’s voor de bemonstering met LVS waren in vier van de vijf filters iets verhoogd. Dit was volledig toe te schrijven aan een meetwaarde voor de component 6:2 FTS. Voor alle andere PFASs (o.a. PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS) waren de blanco waarden lager dan de detectielimiet (<0,15 ng/filter) (zie Tabel 10). Daarom werd ook hier geen blanco correctie toegepast.

Tabel 10: Gemiddelde ΣPFASs concentratie per filter voor de veldblanco’s van de LVS bemonstering.

ZD08 ZD01 R897 AL01 N016

Blanco concentratie ΣPFASs (in ng/mengstaal) <0,15 0,4 5,69 1,75 2,33

Opmerking

Te wijten aan meetwaarde voor 6:2 FTS (indicatieve waarde), alle andere PFASs <0,15 ng/filter.

17


HOOFDSTUK 5 - Toetsing

TOETSING

Er is op dit moment geen wettelijk kader, noch een gezondheidskundig toetsingskader voor evaluatie van PFAS metingen in lucht voorhanden in Vlaanderen, België of Europa. Voor andere chemische stoffen (een 20-tal stoffen) werden de voorbije jaren gezondheidskundig advieswaarden voor chemische stoffen in lucht opgesteld en toegepast in bijvoorbeeld MilieuEffectRApportage (zie ‘Gezondheidskundige advieswaarden ‘GAW’ voor gebruik in MER beschikbaar op Aandachtsgebieden en humane biomonitoring - Zorg en Gezondheid (zorg-engezondheid.be)). Deze GAW’s werden door VITO opgesteld in opdracht van het Agentschap Zorg en Gezondheid. De VMM (dienst lucht) was betrokken in de stuurgroep van het project waarin deze GAWs werden afgeleid. Als onderdeel van het opstellen van deze GAWs voor chemische stoffen in lucht werd een diepteanalyses uitgevoerd waarbij de beschikbare toxicologisch informatie grondig bestudeerd werd, en op basis van een expert-oordeel gekomen werd tot een goed onderbouwde keuze van een gezondheidskundige advieswaarde. Het is aan te bevelen om op kort termijn GAWs voor PFAS te selecteren volgens deze methode 2, en dit in overleg met de betrokken overheden (AZG en VMM). Gezien er momenteel nog geen GAWs voor PFAS afgeleid zijn, werd een tijdelijk toetsingskader voorgesteld door Lantis. Dit tijdelijk toetsingskader is gebaseerd op de EFSA TWI (2020) voor orale blootstelling (4,4 ng/kg lichaamsgewicht per week). VITO heeft op 8 oktober 2021 advies gegeven op het tijdelijk toetsingskader dat door Lantis werd voorgesteld op 14 September 2021. Rekening houdend met deze opmerking van VITO op het voorstel van Lantis, komt men tot volgend tijdelijk toetsingskader : -

Een waarde tussen 0,4 en 2,2 ng/m³ voor de som van de 4 PFAS verbindingen (PFNA+PFOA+PFHxS+PFOS) (jaargemiddelde concentratie; chronische blootstelling). Deze waarden kunnen dus als tijdelijk toetsingskader voor de bewoonde zones gebruikt worden.

Onderbouwing tijdelijk toetsingskader:

2

-

De gezondheidskundige grenswaarde voor chronische orale blootstelling van EFSA (TWI van 4,4 ng (PFNA+PFOA+PFHxS+PFOS /kg lichaamsgewicht per week) werd als vertrekbasis gebruikt (EFSA, 2020)3.

-

Deze toetsingswaarde voor chronische orale blootstelling werd herrekend naar een inhalatie equivalent op basis van omrekeningen m.b.t. lichaamsgewicht en inhalatie volume. De omrekeningsfactoren uit de REACH guidance 4 (nl. inhalatievolume van 20 m³/dag) en een lichaamsgewicht van 70 kg wordt hiervoor toegepast.

Microsoft Word - protocol GAW revised version 2020_final.docx (zorg-en-gezondheid.be) https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/6223 4 https://echa.europa.eu/documents/10162/13632/information_requirements_r8_en.pdf/e153243a-03f044c5-8808-88af66223258 3

18


HOOFDSTUK 5 - Toetsing

-

Men dient ermee rekening te houden dat de volledige ‘ruimte’ om de GWW EFSA te bereiken niet volledig kan toegekend worden aan lucht, vermits mensen ook via voeding blootgesteld worden aan PFAS. In een vervolgtraject dient een gepaste waarde voor de allocatiefactor bekeken te worden,. Voorlopig kunnen we uitgaan van een allocatiefactor ergens tussen 20% en 100% (bvb. in context van drinkwater wordt doorgaans een allocatiefactor van 20 % gehanteerd)

-

Indien men deze omrekeningsfactoren hanteert (volwassenen: 20 m³/dag en 70 kg), en een allocatiefactor tussen 20 en 100 %, komt men tot een waarde van 0,4 - 2,2 ng/m³) voor de som van de 4 PFAS verbindingen (PFNA+PFOA+PFHx+PFOS). Deze waarden kunnen dus als tijdelijk toetsingskader voor de bewoonde zones gebruikt worden. Deze waarde dient gehanteerd te worden om chronische blootstelling aan PFAS (m.a.w. jaargemiddelde PFAS concentraties) te evalueren. De impact van dag-tot-dag variaties aan PFAS concentraties op gezondheid zijn momenteel zeer moeilijk te interpreteren, en wellicht ondegeschikt aan de toetsing van de chronische blootstelling.

Er wordt op gewezen dat dit enkel als tijdelijk toetsingskader (enkel in het kader van de bijstellingsvoorwaarden voor de exploitatie en werfvergunningen Oosterweel) dient gebruikt te worden, in afwachting van een volwaardige gezondheidskundige advieswaarde voor PFAS in omgevingslucht, volgens de methodiek opgesteld door AZG en VITO5. Hierbij dient zeker gekeken te worden naar studies die expliciet gaan over inhalatoire routes. Indien er niet voldoende inhalatie studies voor PFAS beschikbaar zijn, kan een GAW voor orale blootstelling als vetrekbasis gebruikt worden, maar moet de argumentatie voor deze route-naar-route extrapolatie wetenschappelijk onderbouwd te worden.

5

Microsoft Word - protocol GAW revised version 2020_final.docx (zorg-en-gezondheid.be) 19


HOOFDSTUK 6 - Bespreking

BESPREKING

6.1.

BEOORDELING T.O.V. DE TIJDELIJKE TOETSINGSWAARDE

Per meetlocatie werden een aantal analysresultaten bekomen (tussen de 5 en 16 analyses per meetlocatie). Er werd een tijdelijk toetsingskader opgesteld met toetsingswaarden tussen 0,4 en 2,2 ng/m³ voor de som van de 4 PFAS verbindingen (PFNA+PFOA+PFHxS+PFOS). Deze waarden kunnen als tijdelijk toetsingskader voor de bewoonde zones gebruikt worden. De toetsingswaarden dienen gehanteerd te worden om chronische blootstelling aan PFAS m.a.w. jaargemiddelde PFAS concentraties, te evalueren. Momenteel beschikken we niet over jaargemiddelde gegevens. In dit overzicht wordt het gemiddelde van alle filters per meetlocatie meegenomen, maar dat is een gemiddelde van een vrij beperkte periode (zie Tabel 5) en waarschijnlijk niet gelijk aan het jaargemiddelde. De drie werflocaties (W1, W2 en W3), de meetstations R897 en AL01 en de achtergondlocatie N016 bevinden zich niet in bewoonde zone. De twee meetlocaties in Zwijndrecht (ZD08 en ZD01) bevinden zich wel in bewoonde zone. Ondanks dit verschil en het feit dat het toetsingskader opgesteld is voor de bewoonde zone, worden in Figuur 5 de gemiddelde concentraties voor de vier PFAS verbindingen6 getoond t.o.v. het tijdelijke toetsingskader. Voor de meetlocaties buiten de bewoonde zone is de aftoetsing indicatief. Er wordt vastgesteld dat: -

6

Op beide meetlocaties in Zwijndrecht de concentraties van 4 PFAS verbindingen de tijdelijke toetsingswaarden niet overschrijden; Op de drie meetlocaties in de werfzone de concentraties van 4 PFAS verbindingen de tijdelijke toetsingswaarden niet overschrijden; Op de meetlocaties R897 en AL01 de concentraties van 4 PFAS verbindingen de tijdelijke toetsingswaarden niet overschrijden. De afgelopen meetperiode een erg natte periode is geweest, waarbij lagere stofemissies hebben plaatsgegrepen omwille van de lagere stuifgevoeligheid van bodem/grond.

Hierbij werden meetwaarden onder de detectielimiet gelijk gesteld aan 0. Dit komt neer op de methode “ondergrens” zoals toegepast in Tabel 7 en Tabel 8. Deze berekeningswijze is goed vergelijkbaar met methode “middengrens” en “bovengrens” zoals blijkt uit die Tabellen.

20


HOOFDSTUK 6 - Bespreking

Figuur 5: Gemiddelde concentraties van 4 PFAS verbindingen op de 8 meetlocaties. De tijdelijke toetsingswaarden van 0,4 en 2,2 ng/m³ worden in de grafieken weergegeven. 6.2.

CONCENTRATIE IN FUNCTIE VAN DE AFSTAND TOT DE WERFZONE

De meetlocaties bevinden zich op verschillende afstand en windrichting t.o.v. de werfzone en 3M (zie Figuur 2, Figuur 3 en Tabel 2). De PFAS-concentratie (van 4 verbindingen) vertonen een dalende trend met toenemende afstand tot de werfzone (Figuur 6). Zo liggen concentraties in het centrum van Zwijndrecht (1,3 km van ZD08) zo’n 88% lager dan op ZD08 en dit zowel voor de gemiddelde som van de 4 PFAS concentraties als voor de maximale som van de 4 PFAS concentraties. In de haven (R987) en op Linkeroever (AL01), waar de concentraties al dicht tegen de detectielimiet liggen, wordt eveneens een sterke afname t.o.v. de werfzone vastgesteld. Deze analyse toont aan dat er zich op of nabij de werfzone een bron van PFAS bevindt, en dat de PFAS zich verder verspreiden naar de ruimere omgeving. In het verspreidingsproces neemt de concentratie wel sterk af met de afstand.

(a)

(b)

Figuur 6: Gemiddelde (a) en maximale (b) PFAS concentratie (4 verbindingen: PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS).

21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Document_ C 16366_TW.pdf by Vlaanderen-be - Issuu