JOBBONUS
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Adviesvraag
Voorontwerp van decreet tot regeling van de toekenning van een jobbonus
Adviesvrager
Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw
Ontvangst adviesvraag
23 november 2021
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)
Goedkeuring raad
20 december 2021
Contactpersoon
Niels Morsink
nmorsink@serv.be
Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 B-1210 Sint-Joost-ten-Node
Jobbonus Mevrouw de viceminister-president De Vlaamse sociale partners stellen enkele vragen en geven enkele suggesties over de concrete uitwerking van de jobbonus. Hoogachtend Pieter Kerremans
Ann Vermorgen
administrateur-generaal
voorzitter
Inhoud Krachtlijnen
5
Advies
6
1.
Loon- en inkomstenbegrip
6
2.
Budget
6
3.
Promotieval
7
4.
Timing uitbetaling
7
5.
Rechtszekerheid
7
6.
Monitoring
8
Bijlagen
9
Krachtlijnen •
Het loon- en inkomstenbegrip dient verder te worden verduidelijkt. De sociale partners vragen om met het oog op transparantie en efficiëntie het loonbegrip van de jobbonus te aligneren op het gekende en duidelijke loonbegrip van de federale werkbonus
•
De sociale partners vragen dat het onderbenutte budget in lijn met de doelstellingen van de job-bonus wordt aangewend en dat er met de sociale partners hierover in overleg wordt gegaan.
•
Het blijft van belang dat de Vlaamse Regering, net als de federale regering, aandachtig blijft voor de ongewenste effecten van premies op de promotieval.
•
De sociale partners onderschrijven de redenering in de MvT die stelt dat het tijdstip van de uitbetaling zo dicht mogelijk moet aansluiten op de prestatieperiode en ondersteunen sterk de opening die in de MvT wordt gemaakt om te bekijken of ook op kwartaalbasis kan worden betaald.
•
Net als bij de jobkorting is bij de jobbonus de woonplaats het criterium om er al dan niet recht op te hebben. Met oog op de rechtszekerheid vragen de sociale partners om te onderzoeken of zowel woonplaats als werkplaats in aanmerking kunnen worden genomen. Dat heeft het bijkomend voordeel dat er mogelijks werknemers worden aangetrokken uit de omliggende regio’s en lidstaten.
•
De Vlaamse sociale partners vinden het goed dat de Vlaamse Regering een ‘sterk uitgebouwde monitoring’ voorziet en vragen om de jobbonus ook te evalueren en eventueel in het licht van fiscale of meer fundamentele beleidswijzigingen aan te passen.
5
Advies De Vlaamse sociale partners hebben zich publiek, binnen het sociaal overleg en tijdens het overleg met de minister herhaaldelijk uitgesproken over de wenselijkheid van de jobbonus voor loontrekkenden waarvan ze een verschillende appreciatie hebben. Daarom wensen ze zich in aanloop naar het uitvoeringsbesluit in dit advies te concentreren op de praktische invulling van deze jobbonus. Daarbij wensen ze wel op te merken dat het coherenter was geweest om zoals eerder voorzien de jobbonus voor loontrekkenden en zelfstandigen samen te behandelen.
1. Loon- en inkomstenbegrip Het loon- en inkomstenbegrip dient verder te worden verduidelijkt. De sociale partners vragen om met het oog op transparantie en efficiëntie het loonbegrip van de jobbonus te aligneren op het gekende en duidelijke loonbegrip van de federale werkbonus. Ze vragen ook om indien dit praktisch haalbaar is de extra inkomsten – exclusief toeslagen - mee te nemen voor de berekening en bovengrens van de jobbonus. Het gaat dan onder andere om inkomsten uit de deeleconomie en onbelast bijverdienen in verenigingen en inkomsten uit politieke mandaten, intercommunales of raden van bestuur, inkomen van personen die als zelfstandige in bijberoep aan de slag zijn. In de MvT staat dat wanneer personen een loon combineren met een vervangingsinkomen of een uitkering, er geen rekening zal gehouden worden met de hoogte van die inkomsten of uitkeringen, enkel met het loon vanuit de arbeidsprestaties. Dit betekent dat werknemers voor hun periode van tijdelijke werkloosheid zouden worden uitgesloten van de jobbonus. De sociale partners vragen een oplossing voor degenen die als gevolg van de Corona-crisis tijdelijk werkloos waren in 2021.
2. Budget Het oorspronkelijk voorziene budget bedraagt 350 miljoen euro. De nota spreekt voor 2021 over een geraamde kost van 181.641.025 euro. Gelet op het feit dat rechthebbenden moeten worden gemobiliseerd om hun rekeningnummer in te vullen in Mijn Burgerprofiel zal er wellicht ook in 2022 nog een onderbenutting zijn. De sociale partners vragen dat het onderbenutte budget in lijn met de doelstellingen van de jobbonus wordt aangewend en dat er met de sociale partners hierover in overleg wordt gegaan. 6
3. Promotieval Het blijft van belang dat de Vlaamse Regering, net als de federale regering, aandachtig blijft voor de ongewenste effecten van premies op de promotieval (zie bijlage). Indien de bijzondere bijdrage sociale zekerheid wordt afgeschaft, vermindert dit de promotieval al gedeeltelijk. Daarnaast biedt de aangekondigde brede fiscale hervorming een opportuniteit om die verder terug te dringen. Dat ontslaat de Vlaamse Regering niet van de verantwoordelijkheid om de promotieval bij het invoeren van de jobbonus en andere maatregelen zoveel mogelijk te minimaliseren. Daartoe zou men binnen de budgettaire marge zo nauw mogelijk kunnen aansluiten bij de federale werkbonus waarvan de bovengrens hoger ligt dan die van de jobbonus. Artikel 6 bepaalt dat de loongrenzen worden aangepast in functie van de loondrift of specifieke maatregelen zoals het verhogen van het minimumloon. Zo werd de initieel beoogde loongrens al voor de invoering aangepast aan het IPA van 25 juni 2021. De Vlaamse sociale partners vragen om in de toekomst zo snel mogelijk de loongrenzen aan te passen aan de loondrift of specifieke maatregelen zodat een structurele ondersteuning niet automatisch een uitdovende maatregel wordt. Ze vragen ook om in het BVR het criterium te specifiëren wanneer deze loongrenzen worden aangepast zodat dit zo automatisch mogelijk verloopt.
4. Timing uitbetaling Terwijl het decreet zelf het tijdstip en de frequentie van de uitbetaling open laat, zegt de memorie van toelichting bij artikel 10 dat het om een jaarlijkse uitbetaling gaat. Dit laat toe om in één keer een grotere som uit te betalen in plaats van kleine maandelijkse betalingen. Aangezien door de Vlaamse Regering in eerste instantie wordt gekozen voor een jaarlijkse uitbetaling vragen de sociale partners dat wordt onderzocht wanneer het meest geschikte moment in het jaar voor uitbetaling is. Zo dreigt de jobbonus op het einde van het jaar te worden overstemd door de eindejaarspremie. De sociale partners onderschrijven de redenering in de MvT die stelt dat het tijdstip van de uitbetaling zo dicht mogelijk moet aansluiten op de prestatieperiode en ondersteunen sterk de opening die in de MvT wordt gemaakt om te bekijken of ook op kwartaalbasis kan worden betaald.
5. Rechtszekerheid In het aanslagjaar 2008 voerde de Vlaamse Regering een korting op de personenbelasting in voor werkenden die in het Vlaams Gewest wonen. Deze “Vlaamse jobkorting” werd automatisch 7
toegekend door een vermindering van de maandelijkse bedrijfsvoorheffing. Wanneer de verrekening niet automatisch gebeurde, werd de korting toegekend via de aangifte in de personenbelasting. De Europese Commissie oordeelde echter dat de jobkorting discriminerend was omdat ze alleen van toepassing was voor Vlaamse inwoners. Inwoners van een andere lidstaat van de Europese Unie die in Vlaanderen werkten en er een inkomen verdienden, konden niet van de korting genieten. Onder andere als gevolg daarvan werd de Vlaamse jobkorting in 2011 afgeschaft. Net als bij de jobkorting is bij de jobbonus de woonplaats het criterium om er al dan niet recht op te hebben. Met oog op de rechtszekerheid vragen de sociale partners om te onderzoeken of zowel woonplaats als werkplaats in aanmerking kunnen worden genomen. Dat heeft het bijkomend voordeel dat er mogelijks werknemers worden aangetrokken uit de omliggende regio’s en lidstaten. De situatie waarbij grensarbeiders uit andere lidstaten wel een jobbonus ontvangen zoals reeds bepaald in Europese regelgeving, terwijl collega’s uit andere gewesten geen recht op hebben zou daarentegen voor conflicten kunnen zorgen op de werkvloer.
6. Monitoring De Vlaamse sociale partners vinden het goed dat de Vlaamse Regering een ‘sterk uitgebouwde monitoring’ voorziet en vragen om de jobbonus ook te evalueren en eventueel in het licht van fiscale of meer fundamentele beleidswijzigingen aan te passen.
8
Bijlagen Tabel 1: Berekening marginale aanslagvoet. Bron: ACV 04.22
bruto
jaar-
Netto /
netto
Netto /
netto
Netto /
loon
bruto
incl
bruto
incl
bruto
belast-
N=
marginaal
VL job-
marginaal
corr
marginaal
baar
netto
bruto /
LK = loon-
m
kost
€ 1 700
€ 24 039
€ 21 964
€ 21 676
€ 22 339
40,30%
€ 22 939
40,30%
€ 22 939
40,30%
€ 1 800
€ 26 279
€ 23 256
€ 22 800
€ 22 859
26,04%
€ 23 459
19,63%
€ 23 459
21,05%
€ 1 900
€ 28 279
€ 24 548
€ 23 715
€ 23 196
18,11%
€ 23 713
11,70%
€ 23 731
17,70%
€ 2 000
€ 30 039
€ 25 840
€ 24 576
€ 23 430
20,43%
€ 23 864
14,01%
€ 23 960
20,01%
€ 2 100
€ 31 799
€ 27 132
€ 25 437
€ 23 694
27,12%
€ 24 045
20,71%
€ 24 218
24,88%
€ 2 200
€ 33 559
€ 28 424
€ 26 298
€ 24 044
30,42%
€ 24 313
24,01%
€ 24 540
24,88%
€ 2 300
€ 35
€ 29
€ 27
€ 24
30,42%
€ 24
24,01%
€ 24 861
24,88%
319,21
716,00
158,88
437,67
€ 2 400
€ 37 079
€ 31 008
€ 28 019
€ 24 830
30,17%
€ 24 933
23,76%
€ 25 183
24,62%
€ 2 500
€ 38 839
€ 32 300
€ 28 880
€ 25 220
33,80%
€ 25 240
33,49%
€ 25 501
34,47%
€ 3 000
€ 47 639
€ 38 760
€ 33 721
€ 27 404
43,88%
€ 27 404
43,88%
€ 27 727
45,01%
€ 3 500
€ 55 720
€ 45 220
€ 39 341
€ 30 238
€ 30 238
0,00%
€ 30 635
0,00%
Gemiddelde marginale lasten 1800 € > 2500 €
bous
BBSZ
623,38
26,10%
9
19,69%
22,57%