\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\
Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019 Maart 2020 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\
Samen werken aan water
INHOUD INHOUD 1 Inleiding ....................................................................................................................... 4 2 Algemeen kader ........................................................................................................... 5 3 Waterschaarste en droogte periode 1 januari 2019 – december 2019 ........................... 6 3.1 Toestandsbeschrijving..................................................................................................................6 3.1.1 Meteorologie: ......................................................................................................................6 3.1.2 Landbouwkundige droogte: lage SPEI indicatoren ........................................................... 13 3.1.3 Oppervlaktewater: verlaagde afvoeren en debieten in de waterlopen, lage bodemverzadiging ....................................................................................................................... 13 3.1.4 Grondwater: daling freatische grondwaterstanden ......................................................... 14 3.1.5 Waterkwaliteit .................................................................................................................. 16 3.2 Impact van de droogte .............................................................................................................. 22 3.2.1 Gevolgen voor de drinkwatervoorziening ........................................................................ 22 3.2.2 Gevolgen voor de economie ............................................................................................. 26 3.2.3 Gevolgen voor de natuur en ecologie .............................................................................. 27 3.2.4 Gevolgen voor grensoverschrijdende verdragen ............................................................. 28
4 Waterschaarste en droogtecoĂśrdinatie ........................................................................ 30 4.1 Droogtecommissie .................................................................................................................... 30 4.1.1 Overleg en advisering ....................................................................................................... 30 4.1.2 Communicatie ................................................................................................................... 31 4.2 Provinciaal overleg .................................................................................................................... 32
5 Genomen maatregelen ................................................................................................ 32 5.1 Maatregelen genomen door de waterbeheerders ................................................................... 32 5.1.1 Voor de onbevaarbare waterlopen .................................................................................. 32 5.1.2 Voor de bevaarbare waterlopen....................................................................................... 33 5.2 Maatregelen die door de gouverneurs werden uitgevaardigd................................................. 35 5.2.1 Uitgevaardigde politiebesluiten t.g.v. waterschaarste ..................................................... 35 5.2.2 Uitgevaardigde politiebesluiten in functie van toxische blauwalgenbloeien ................... 35 5.2.3 Communicatie uitgevaardigde besluiten .......................................................................... 36
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\
Maart 2020
pagina 2 van 57
5.2.4 Handhaving uitgevaardigde besluiten .............................................................................. 36 5.3 Maatregelen genomen door sectoren en openbare besturen ................................................. 36 5.3.1 Drinkwatermaatschappijen .............................................................................................. 36 5.3.2 Landbouw ......................................................................................................................... 37 5.3.3 Natuur ............................................................................................................................... 38 5.3.4 Volksgezondheid ............................................................................................................... 40
6 Aanbevelingen ............................................................................................................ 42 6.1 Coรถrdinatie waterschaarste- en droogterisicobeheer .............................................................. 42 6.2 Communicatie ........................................................................................................................... 44 6.3 Captatieverboden en ecologisch kwetsbare waterlopen ......................................................... 44 6.4 Monitoring ................................................................................................................................ 46 6.5 Instrumenten ............................................................................................................................ 47
7 Overzicht actiepunten, prioritering en actie-eigenaar .................................................. 48 7.1 Bijlages: ..................................................................................................................................... 50 7.1.1 PROVINCIE OOST-VLAANDEREN ....................................................................................... 50 7.1.2 PROVINCIE LIMBURG ........................................................................................................ 51 7.1.3 PROVINCIE ANTWERPEN................................................................................................... 53 7.1.4 PROVINCIE WEST-VLAANDEREN ....................................................................................... 55 7.1.5 PROVINCIE VLAAMS BRABANT ......................................................................................... 57
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019 pagina 3 van 57
1 INLEIDING Dit evaluatierapport geeft een samenvattend overzicht van de waterschaarste- en droogteperiode vanaf januari 2019 t.e.m. december 2019. Het evaluatierapport van de waterschaarste en droogte in 2019 schetst eerst het algemeen kader waarbinnen het waterschaarste- en droogterisicobeheer in Vlaanderen wordt vormgegeven. Na de toestandsbeschrijving gaat het rapport dieper in op de impact van de droogte op de verschillende sectoren en de crisiscoรถrdinatie. Het rapport eindigt met aanbevelingen die verder zullen worden uitgewerkt. Na de waterschaarste en droogte in 2018 werd een gelijkaardig evaluatierapport opgesteld. Dat rapport kan worden geraadpleegd op volgende locatie: https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/nieuws/evaluatierapport-waterschaarste-en-droogte-2018
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 4 van 57
2 ALGEMEEN KADER Om Vlaanderen minder kwetsbaar te maken voor de effecten van waterschaarste en droogte wordt werk gemaakt van een waterschaarste- en droogterisicobeheerplan als gemeenschappelijke strategie voor het beheersen en het duurzaam verminderen van waterschaarste- en droogterisico’s (WDRBP). Risicobeheersing heeft betrekking op het geheel van maatregelen en voorzieningen die genomen worden. Dit steunt op twee pijlers: ✓ De proactieve pijler omvat de (beleids)maatregelen die nodig zijn om de goede (kwantitatieve) toestand te bereiken en bijgevolg de kans op een crisis zoveel mogelijk te verminderen. ✓ De reactieve pijler omvat de maatregelen die vóór en tijdens een crisis nodig zijn om de schadelijke gevolgen van de crisis zo veel mogelijk te beperken. Naar analogie met het overstromingsbeleid wordt voor het beheersen van de waterschaarste- en droogterisico’s uitgegaan van: ✓ Een meerlaagse waterveiligheid (MLWV). Dit is een meerlaagse benadering, waarbij ingezet wordt op de pijlers preventie, protectie en paraatheid. o
Met protectieve maatregelen wordt ervoor gezorgd dat de kans op waterschaarste vermindert, terwijl preventieve (of adaptieve) en paraatheidsverhogende maatregelen de economische en ecologische schade verminderen als er waterschaarste optreedt. Ook al kan de onderverdeling niet strikt gemaakt worden, grossomodo kan men stellen dat de paraatheidsverhogende maatregelen vallen onder het reactieve luik van het WDRBP en de protectieve en preventieve maatregelen onder het proactieve luik.
✓ een gedeelde verantwoordelijkheid van waterbeheerders, waterbedrijven, andere overheidsdiensten, sectoren en burgers die hun verantwoordelijkheid opnemen en samenwerken om huidige en toekomstige risico’s te verminderen. Het waterschaarste- en droogterisicobeheerplan beoogt om de watervraag en wateraanbod in evenwicht te houden. De focus ligt in eerste instantie op het voorkomen dat de watervraag het wateraanbod overtreft. Daarbij wordt enerzijds ingezet op maatregelen om het wateraanbod te behouden en te vergroten en wordt anderzijds ingezet op maatregelen om de watervraag te verkleinen. Wanneer de watervraag het wateraanbod overtreft of dreigt te overtreffen, worden maatregelen getroffen om de ecologische, sociale en economische schade zoveel mogelijk te minimaliseren. Om veerkrachtig te kunnen reageren op een waterschaarste werkt de Vlaamse Overheid met de maatschappelijk betrokken actoren momenteel aan een instrument dat voorzorgsmaatregelen en prioritair watergebruik kan bepalen in aanloop naar of tijdens een waterschaarste dit is het zogenaame reactief afwegingkader prioritair watergebruik. Tegen eind 2020 zou dit kader klaar moeten zijn.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 5 van 57
3 WATERSCHAARSTE EN DROOGTE PERIODE 1 JANUARI 2019 – DECEMBER 2019 3.1 Toestandsbeschrijving 3.1.1 Meteorologie: In de winter van 2018-2019, waarin de gevallen neerslaghoeveelheid aanleunde bij de normale cumulatieve hoeveelheden, kon het opgebouwde neerslagtekort van de periode daarvoor niet gecompenseerd worden. De historiek van het opbouwen van het neerslagtekort tussen 2016 en begin 2019 wordt uitgebreid besproken in het Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2018 dat werd opgemaakt binnen de CIW. In 2019 was dus aan het begin van het groeiseizoen reeds duidelijk dat er nog een groot neerslagtekort was en dat er meer neerslag dan gemiddeld zou moeten vallen om een normale zomer zonder waterschaarsteproblemen te kunnen krijgen. Tijdens de lente en zomer van 2019 werden echter neerslaghoeveelheden opgetekend die iets lager dan gemiddeld waren, maar niet uitzonderlijk laag. De zomer van 2019 liet zich op gebied van temperaturen kenmerken door een hoge gemiddelde temperatuur met 3 hittegolven. De neerslag die eind september en in oktober 2019 viel was broodnodig om een heel aantal maatregelen langzaam terug te beginnen schroeven. In de laatste twee maanden van het jaar werd alweer minder neerslag dan normaal gemeten, zodat op het einde van het jaar nog geen sprake is van een betekenisvolle inhaalbeweging in het neerslagtekort. De detailcijfers voor de gemiddelde temperaturen en de gevallen neerslag in 2019 worden weergegeven in Tabel 2. Figuur 1: Neerslagtotalen per maand in 2019 (bron: VMM) geeft de ruimtelijke spreiding van de neerslag in Vlaanderen per maand weer. Figuur 2: Neerslagtotaal van de laatste 90 dagen gemiddeld voor gans BelgiÍ doorheen het jaar 2019(bron:KMI) geeft duidelijk aan dat het neerslagtotaal over 3 maanden vanaf april 2019 tot eind september 2019 relatief gezien stelselmatig afnam.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 6 van 57
Figuur 1: Neerslagtotalen per maand in 2019 (bron: VMM)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 7 van 57
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 8 van 57
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 9 van 57
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 10 van 57
Figuur 2: Neerslagtotaal van de laatste 90 dagen gemiddeld voor gans BelgiĂŤ doorheen het jaar 2019(bron:KMI)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 11 van 57
Tabel 1: Normalen voor de periode 1981-2010 Seizoen
Temperatuur (째C)
Normaal (째C)
Recordwaardes
Neerslagtotaal (mm)
Normaal (mm)
Recordwaardes
Winter
5.2
3.6
0.6 (1985) - 6.6 (2007)
235.8
220.5
120.5 (1985) 365.9 (1995)
Lente
10.5
10.1
7.7 (2013) 12.3 (2007)
176.5
187.8
70.7 (2011) 276.6 (2001)
Zomer
19.1
17.6
16.1 (1987) 19.9 (2018)
198.8
224.6
107.4 (1983) 364.8 (1992)
Herfst
11.3
10.9
8.5 (1993) 13.9 (2006)
209.3
219.9
109.2 (1995) 380.9 (1984)
Jaar
11.5
10.6
9 (1985) - 11.9 (2018)
798.6
852.4
639.5 (1989) 1088.5 (2001)
De waardes met hogere temperaturen dan normaal en/of met minder neerslag dan normaal zijn in rood aangegeven. De waardes met lagere temperaturen dan normaal en/of hogere neerslaghoeveelheden zijn in blauw aangegeven. Tabel 2: Neerslagtotalen en temperaturen in Ukkel voor het jaar 2019 (bron: KMI)
Maand
Temperatuur (째C)
Norma al (째C)
Januari 2019
3.0
3.3
Februari 2019
7
3.7
Maart 2019
8.5
April 2019
Recordwaar de?
Neerslagtotaal (mm)
Neerslagto taal 2019 cumulatief (mm)
Normaal (mm)
Normaa l cumulat ief (mm)
71.5
71.5
76.1
76.1
69.1
140.6
63.5
139.6
6.8
85.5
226.1
70
209.6
11
9.8
36
262.1
51.3
260.9
Mei 2019
12
13.6
55
317.1
66.5
327.4
Juni 2019
18.5
16.2
98.1
415.2
71.8
399.2
Juli 2019
19.5
18.4
52.8
468
73.5
472.7
Augustus 2019
19.2
18
47.9
515.9
79.3
552
September 2019
15.2
14.9
62.6
578.5
68.9
620.9
Oktober 2019
12
11.1
84.6
663.1
74.5
695.4
November 2019
6.6
6.8
62.6
725.7
76.4
771.8
December 2019
5.9
3.9
71.4
797.1
81
852.8
++ (Bij de 3 hoogste waardes sinds 1981)
+ (Bij de 5 hoogste waardes sinds 1981)
+ (Bij de 5 hoogste waardes sinds 1981)
Recordwaar de?
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 12 van 57
3.1.2 Landbouwkundige droogte: lage SPEI indicatoren SPEI staat voor “Standardized Precipitation and Evapotranspiration Index”, en is een variant op de algemeen gebruikte “Standardized Precipitation Index” (SPI)1, waarbij voor SPI de neerslag wordt gebruikt en bij SPEI het verschil tussen neerslag en potentiële evapotranspiratie. SPEI 1 gebruikt de data van de laatste maand, terwijl SPEI 3 de data van de laatste 3 maanden gebruikt. Het cumulatief neerslagtekort werd hier, in tegenstelling tot wat gangbaar is, berekend sinds de start van het jaar, om eventuele tekorten die optreden in de winter (zoals het geval was in 2017) te kunnen capteren. Behalve een droge maand februari was het voorjaar 2019 normaal voor alle bekkens. De zomer van 2019 was vooral heel warm, met een matig tot sterke droogte periode in juli en een matig tot sterk droge nazomer (september). Het najaar en winter van 2019-2020 waren eerder nat.. Globaal genomen waren weinig verschillen tussen de verschillende bekkens wat betreft de SPEI 1, SPEI 3 en het cumulatief neerslagtekort. Wat betreft 2020 kleuren de indicatoren over het algemeen groen. Hier moet wel vermeld worden dat het cumulatief waterdeficit opnieuw begint te tellen vanaf 1 januari 2020, en dus de geschiedenis van 2019 niet langer meedraagt.
3.1.3 Oppervlaktewater: verlaagde afvoeren en debieten in de waterlopen, lage bodemverzadiging De afvoeren op de onbevaarbare waterlopen waren als gevolg van de droogte in 2018 gedurende de hele winter 2018-2019 sterk afhankelijk van recente neerslag en de basisdebietvoeding bleef voor veel waterlopen gedurende de hele winter laag. Vanaf eind juni tot eind september 2019 deden zich weinig perioden voor met aanhoudende neerslag. In combinatie met de normale afname van de debieten in de zomer en de reeds lage basisdebieten leidde dat op veel locaties in Vlaanderen tot historisch lage waterstanden en debieten in de onbevaarbare waterlopen, of droogval van waterlopen die afhankelijk zijn van een brondebiet waar zich normaal geen droogval voordoet. Na regenbuien stegen de debieten slechts korstondig en de regen had nauwelijks effect op het basisdebiet. Vanaf eind september begonnen de basisdebieten opnieuw te stijgen en hoewel eind december bijna nergens meer zeer lage debieten voor de tijd van het jaar werden waargenomen blijven de debieten op veel locaties lager dan normaal voor de tijd van het jaar. De situatie voor de onbevaarbare waterlopen is begin 2020 vergelijkbaar met begin 2019 en het risico op snelle afname en problematisch lage debieten bij perioden van verminderde neerslag blijft bestaan. De afvoeren op de waterwegen in het laagwaterseizoen van 2019 waren (heel) laag. In april 2019 lagen de afvoeren op de waterwegen grosso modo tussen de P10 en de P25. Tijdens de zomer kon het opgelopen afvoertekort niet worden opgehaald. Tegen het einde van het groeiseizoen (eind september) waren voor een heel aantal locaties de afvoeren dan ook lager dan ooit sinds het begin van de metingen, met de nodige effecten hiervan. Voor de onverdeelde Maasafvoer is vast te stellen dat in 2019 de afvoer in heel de maand september (tot aan de laatste week, wanneer er neerslag viel), lager was dan 50 m³/s. Dat was niet voorgevallen in 2017 of 2018. Voor meer details over de afvoeren
1
Meer info over SPI te vinden onder de droogterapporten op https://www.waterinfo.be/default.aspx?path=NL/Rapporten/Publicaties
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 13 van 57
op de bevaarbare waterlopen wordt verwezen naar de laagwaterberichten van het Hydrologisch InformatieCentrum van het Waterbouwkundig Laboratorium, die raadpleegbaar zijn onder de Rapporten op waterinfo.be. Het meest recente laagwaterbericht is steeds beschikbaar via deze link: https://www.waterinfo.be/download/5753774f-1122-4bc1-b706-2a785a094a86?dl=0 . De samenvatting van 20192 is te vinden via deze link: https://www.waterinfo.be/download/%20f7863715-576e-4816-ac73-6e28a2e045c7?dl=0 De bodemverzadiging wordt vooral bepaald door de plaatselijke neerslag in de voorafgaande we(e)k(en). De normale daling van de bodemverzadiging in het voorjaar werd eind maart 2019 op veel plaatsen iets vroeger dan gewoonlijk ingezet, maar uitzonderlijk lage waarden bleven meestal uit en van half juni tot half juli werden op veel plaatsen nog duidelijke verhogingen van de bodemverzadiging gemeten als gevolg van regenbuien. Vanaf half juli daalde de bodemverzading echter zeer snel en bleef tot eind september op bijna alle meetlocaties laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Vanaf eind september volgde op veel plaatsen weer een relatief snel herstel zodat eind 2019 bijna overal weer normale bodemverzadigingen voor de tijd van het jaar werden waargenomen. Een meer gedetailleerde bespreking van het verloop van de bodemverzadiging, debieten en basisdebieten op de onbevaarbare waterlopen is beschikbaar in het maandelijkse rapport “Toestand van het watersysteem” via https://www.waterinfo.be/default.aspx?path=NL/Rapporten/Publicaties.
3.1.4
Grondwater: daling freatische grondwaterstanden
De lage debieten in de waterlopen zijn naast de kleiner dan gemiddelde neerslaghoeveelheden in de zomer van 2019 in belangrijke mate ook het gevolg van de zeer lage grondwaterstanden die ontstonden tijden de droogte van 2018 en die zich in de winter van 2018-2019 niet volledig konden herstellen. Figuur 3 geeft de relatieve en absolute freatische grondwaterstand van december 2018 tot begin januari 2019 weer. Bij de relatieve situering (linkse deel figuur 16) wordt de gemeten grondwaterstand vergeleken met de grondwaterstanden op dezelfde dag van het jaar in de afgelopen 30 jaar. Deze indicator geeft aan wat de toestand is voor de tijd van het jaar. Daarnaast wordt ook de absolute situering van de grondwaterstand geëvalueerd (rechtse deel figuur 16), waarbij de grondwaterstand vergeleken wordt met alle grondwaterstanden van de afgelopen 30 jaar, ongeacht de tijd van het jaar, m.a.w. “historisch gezien” Eind 2018 bleef de grondwaterstand op ongeveer 80% van de meetlocaties zeer laag en op nog eens 15% van de locaties laag voor de tijd van het het jaar. Een afname van het aandeel zeer lage of lage relatieve grondwaterstanden en een toename van het aandeel hoge of zeer hoge relatieve grondwaterstanden geeft aan dat het grondwaterpeil sneller stijgt dan gewoonlijk voor de tijd van het jaar. Hoewel van eind januari tot eind juni de grondwaterstanden dus wel een deel van de tijdens de droogte van 2018 opgelopen achterstand konden goedmaken bleef de grondwaterstand steeds op minstens 25% van de locaties zeer laag en op nog eens 10% van de locaties laag voor de tijd van het
2
Boeckx, L.; Deschamps, M.; Mostaert, F. (2020). Laagwaterseizoen 2019: Samenvatting seizoen en gepubliceerde laagwaterberichten waterwegen. Versie 1.0. WL Rapporten, PA006_9. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 14 van 57
jaar. Eind februari en in april en mei waren er verder ook duidelijke onderbrekingen in het herstel van de grondwaterstanden waarbij het aandeel zeer lage en lage grondwaterstanden op nieuw toenam. Vanaf half juni tot half september deed zich een continue toename van het aandeel zeer lage en relatieve grondwaterstanden voor tot 80% zeer lage en nog eens 15% lage relatieve grondwaterstanden. Deze terugval in de relatieve grondwaterstanden vertoont duidelijk correlaties met de periode waarin zich problemen met de debieten en waterstanden in de waterlopen voordeden. Vanaf half september tot eind oktober deed zich weer een snellere aanvulling van het grondwater voor en daalde het aandeel zeer lage en lage grondwaterstanden. Sinds half oktober varieert het aandeel zeer lage relatieve grondwaterstanden tussen 40% en 55% en het aandeel lage grondwaterstanden tussen 20 en 35%. Het gebrek aan grondwateraanvulling in de winter van 2018 – 2019 toont zich ook in de absolute grondwaterstanden. Begin 2019 staat het grondwater op nog iets meer dan 60% van de locaties zeer laag of laag (i.e. nog op een niveau dat normaal in zomer voorkomt) en eind maart wanneer de meeste absolute grondwaterpeilen hoog of zeer hoog zouden moeten zijn, doen zich nog steeds zeer lage grondwaterstanden voor op 5% van de locaties en lage grondwaterstanden op nog eens 10% van de locaties. Begin 2019 werden ook nauwelijks hoge en zeer hoge grondwaterpeilen waargenomen, terwijl grondwaterpeilen in de winter normaalgezien hun hoogste peil bereiken. Vanaf april neemt het aandeel zeer lage en lage grondwaterstanden snel toe tot eind september 90% van de absolute grondwaterstanden zeer laag zijn en bijna alle andere absolute grondwaterstanden laag. Vanaf oktober wordt weer een afname van het aandeel zeer lage en lage grondwaterpeilen waargenomen (i.e. het grondwater stijgt weer). Hoewel begin 2020 met nog ongeveer 15% zeer lage en 20% lage absolute grondwaterstanden een betere situatie waargenomen dan begin 2019 blijft de situatie met betrekking tot de grondwaterstanden begin 2020 slechter dan in een normaal jaar. Op dov.vlaanderen.be vind je alle grondwaterstanden, de huidige toestand en de interactieve kaart voor het freatische grondwater.
Figuur 3: Relatieve (linkse figuur) en absolute (rechtse figuur) toestand van de freatische grondwaterstand: % van de meetplaatsen met een historisch zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (bron: VMM)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 15 van 57
Als gevolg van de sterk verlaagde freatische grondwaterpeilen, is het mogelijk dat in sommige regio’s de grondwaterwinning via ondiepe, freatische winningsputten in het gedrang kwam, wat de druk – zeker bij uitblijven van neerslag – verplaatst naar andere waterbronnen (gespannen grondwater, oppervlaktewater en leidingwater). Dit is echter moeilijk in concreto vast te stellen, gezien onttrokken volumes van grondwater slechts jaarlijks gerapporteerd worden omstreeks maart van het volgende jaar.
3.1.5 Waterkwaliteit 3.1.5.1 Geleidbaarheid Om de impact van de aanhoudende droogte op het zoutgehalte in de waterlopen in het kust- en poldergebied beter te kunnen opvolgen, heeft de VMM in de zomer van 2019 extra verziltingsroutes uitgereden, in aanvulling op de monitoring in het kader van het reguliere waterkwaliteitsmeetnet (met maandelijkse monitoringfrequentie). Bijkomend werden vanaf mei 2 multiparametersondes ingezet voor een meer permanente opvolging: één in de IJzer in Lo-Reninge (ter hoogte van Fintele) en één in het Lokanaal in Veurne3. Ook diverse polders en De Watergroep volgen de geleidbaarheid op. Alle meetresultaten worden gecommuniceerd via het provinciaal droogteoverleg in West-Vlaanderen. Typisch voor geleidbaarheid in de polderwaterlopen is de vrij snelle stijging wanneer er geen of onvoldoende bevloeiing is vanuit de kanalen. Andersom daalt de geleidbaarheid in het oppervlaktewater opnieuw vrij snel na neerslag en doorstroming.
3
Een 3de multiparameter in het kanaal Plassendale-Nieuwpoort gaf door technische problemen zeer fragmentaire data.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 16 van 57
Tijdens het voorjaar van 2019 werden al vanaf de 2de helft van april verhoogde geleidbaarheidswaarden in de IJzer gemeten werden. Vooral begin mei werden zeer hoge waarden genoteerd. Toen bedroeg de geleidbaarheid in de IJzer 9.000 µS/cm ter hoogte van de Uniebrug (meetpunt 910000) en 6.000 µS/cm ter hoogte van de Tervatebrug (meetpunt 910500). Waar de hoogste pieken in de geleidbaarheid in 2017 en 2018 begin augustus vielen, was er nu ook al een piek in het voorjaar (begin mei). De hoogte van de pieken ligt in dezelfde grootteorde als die in 2017. In 2018 lagen de hoogst genoteerde waarden in de IJzer iets lager. Figuur 4: Geleidbaarheid te Nieuwpoort
Figuur 5: Geleidbaarheid te Diksmuide
In juni bleven de waarden in de meeste meetpunten stabiel of daalden ze. Vooral in de IJzer was de daling opvallend. Eind juni waren de geleidbaarheidswaarden in de meeste polderwaterlopen niet sterk verhoogd. De hoogste waarden in het IJzerbekken werden toen gemeten in het Reygaertsvliet (Middenkustpolder) en in het bekken van de Brugse Polders in de Blankenbergse Vaart en Noordede. In juli namen de geleidbaarheidswaarden geleidelijk aan toe. Tegen eind juli werden in verschillende waterlopen waarden boven de 6.000 µS/cm genoteerd. De hoogste waarden werden toen gemeten in het Reygaertsvliet, de Blankenbergse Vaart, de Noordede, het Lokanaal, de Vladslovaart, het Kanaal Gent-Oostende, het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort en de IJzer. Ook in augustus bleven de geleidbaarheidswaarden hoog. De meest extreme waarden, zoals op Reygaertsvliet, Lokanaal en Noordede, waren wel sterk gedaald. In de IJzer was de geleidbaarheid dan weer toegenomen. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 17 van 57
Globaal werden in de eerste helft van september hogere geleidbaarheidswaarden genoteerd dan in augustus. Ook in de IJzer werden opnieuw zeer hoge geleidbaarheid vastgesteld, met waarden rond de 10.000 µS/cm ter hoogte van de Uniebrug en rond de 1.900 µS/cm ter hoogte van Fintele, meteen ook de hoogste waarden zijn sinds mei. De neerslag eind september zorgde voor een sterke daling van de geleidbaarheid.
Figuur 6: Geleidbaarheid (µS/cm) in de IJzer van grens tot monding
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 18 van 57
Figuur 7: Geleidbaarheid (ÂľS/cm) in de IJzer in Fintele
Specifiek voor de IJzer is meer gedetailleerd onderzoek gebeurd naar de de hoge geleidbaarheidswaarden, waarbij vanaf de Ganzenpoot in Nieuwpoort tot 18 km stroomopwaarts om de 300 m op 3 dieptes (0,2 m, 1,5 m en 2,5 m diepte) de geleidbaarheid werd gemeten. Naast de lage afvoeren in de IJzer zouden mogelijke oorzaken van de hoge geleidbaarheidswaarden kunnen zijn: het omgekeerd spuibeheer in functie van de glasaalmigratie ter hoogte van het Sluizencomplex Ganzepoot, lekken in de schotten aan de Ganzepoot, het versluizen van pleziervaart, en/of een historisch opgebouwde zoutwaterlaag in het spaarbekken. In het voorjaar van 2020 staat verder onderzoek naar de mogelijke oorzaken gepland. Er staan nieuwe bemonsteringsafvaarten gepland voor, tijdens en na het omgekeerd spuibeheer.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 19 van 57
Figuur 8: Geleidbaarheid (µS/cm) in het Lokanaal in Veurne
In het Lokanaal in Veurne, waar de metingen gebeurden met een multiparametersonde, werden de hoogste geleidbaarheden eind juli – begin augustus waargenomen (waarden van 11.000 tot 12.000 µS/cm). De waarden bleven tot eind september hoog. Voor de watergebruiken zijn vooral de pieken in de geleidbaarheid van belang, omdat die bepaalde gebruiken kunnen hypothekeren (bv. gebruik als irrigatiewater, drinkwater vee, inname voor drinkwaterproductie, …). In de literatuur zijn eerder arbitraire referentiewaarden voor specifieke gebruiken terug te vinden (op basis waarvan ook de klasse-indeling van de droogte-indicator is gebeurd). Gelet op de mogelijke grote impact van het gebruik van water met te hoge zoutgehaltes (bv. ziekte of overlijden vee), is er nood aan bijkomend onderzoek/een verder differentiëren van die waarden, met daaraan gekoppeld een voorstel van wenselijke initiatieven/acties (bv. waarschuwingen t.a.v. bepaalde gebruiken/ opleggen van gebruiksverbod voor specifieke gebruiken).
3.1.5.2
Andere waterkwaliteitsparameters
Naast een toename van de verzilting heeft droogte ook een impact op andere waterkwaliteitsparameters. Zo zal er bij lagere debieten en lagere waterpeilen minder verdunning van de geloosde effluentvrachten optreden, waardoor de fysisch-chemische waterkwaliteit kan achteruitgaan. Dit kan leiden tot een daling van de zuurstofgehaltes, soms nog in de hand gewerkt door een stijging van de watertemperatuur of door overstortwerking na een lange droge periode. Droogval en uitdroging van de waterloop- of vijverbedding kan zorgen voor een sterke uitdunning of zelfs het verdwijnen van lokale populaties van vissen, amfibieën en macro-invertebraten. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 20 van 57
Droogte kan ook een verhogend effect hebben op de nitraatconcentraties in het oppervlaktewater. Droge zomers leiden tot minder opname van stikstof (en fosfor) door de landbouwgewassen en bijgevolg tot een hogere bodemvoorraad nitraat (en fosfaat), die in de winterperiode kan uitspoelen. De meetresultaten van het MAP-meetnet zijn ongunstig beïnvloed door de uitzonderlijke droge en warme weersomstandigheden. Het percentage MAP-meetpunten met een overschrijding voor het winterjaar4 2018-2019 is duidelijk toegenomen.
4
De MAP-meetpunten worden in principe maandelijks bemonsterd gedurende het winterjaar. Een winterjaar loopt van 1 juli tot 30 juni van
het volgend kalenderjaar. De beoordeling per winterjaar laat toe om de uitspoeling in de wintermaanden samen te evalueren. Telkens worden nitraat en orthofosfaat geanalyseerd. De laatste 2 winterjaren is het % meetpunten met overschrijdingen van de drempelwaarde van 50 mg nitraat/l opvallend gestegen: van 21% in 2016-2017 over 28% in 2017-2018 tot 38% in 2018-2019. Daarmee treedt een stijging op t.o.v. van de voorgaande winterjaren, die gekenmerkt werden door een status-quo rond 20%. De doge zomers is één van de oorzaken, naast een onvoldoende oordeelkundig bemesting. (Bron: Vlaamse Milieumaatschappij (2019), Nutriënten in oppervlaktewater in landbouwgebied, resultaten MAP-meetnet 20182019).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 21 van 57
3.2 Impact van de droogte 3.2.1 Gevolgen voor de drinkwatervoorziening Ondanks de extreme droogte die werd waargenomen dit jaar is de drinkwatervoorziening nooit in het gedrang gekomen en steeds gegarandeerd gebleven. De drinkwaterbedrijven hebben de voorbije jaren reeds verscheidene maatregelen geïmplementeerd en investeren continu om dit te bewerkstelligen. Via de langetermijnsvoorzieningsplannen wordt proactief gewerkt aan het verzorgen van de drinkwatervoorziening in Vlaanderen. Er werd en wordt ingezet op diversifiering van de bronnen, zowel naar type (grondwater, oppervlaktewater, hergebruik afvalwater) als naar spreiding, op optimalisering van bronnen, de opbouw van strategische reserves, en op de verdere versterking van het kwantitatief en kwalitatief beschermingsbeleid. Er is en wordt verder geïnvesteerd in het continu en real-time opvolgen van (grond)waterpeilen, niveau van de spaarbekkens, waterverbruiken en waterkwaliteiten. Er worden ook continue inspanningen geleverd voor het beperken van het niet-bemeterd verbruik. Ook de interconnectiviteit tussen drinkwaterbedrijven werd en wordt verder gerealiseerd via onder meer via het Aquaduct programma en de geplande verbindingen tussen water-link en Pidpa, waardoor de leveringszekerheid op Vlaamse schaal vergroot. In 2019 werd in dit kader de transportcapaciteit van WPC Walem naar Oost en West VLaanderen verhoogd met 20.000 m³/dag en werd 17.500 m³ extra opslagcapaciteit in dienst genomen. Via gericht innovatief onderzoek worden de mogelijkheden van nieuwe winnings-, zuiverings- en opslagtechnieken in een context van wijzigend klimaat verder onderzocht.
ruwwaterbeschikbaarheid
Door de droogte daalde de waterbeschikbaarheid in oppervlaktewateren geleidelijk. Een verminderd aanbod aan kwalitatief oppervlaktewater komt op verschillende plaatsen jaarlijks voor. Op deze locaties zijn spaarbekkens aanwezig om deze droge periodes te overbruggen. Hiernaast was er ook een goede samenwerking tussen de drinkwaterbedrijven waardoor de leveringszekerheid niet in het gedrang is gekomen. Voor De Watergroep was de impact van de droogte op de oppervlaktewater ruwwaterbeschikbaarheid minder groot in 2019 dan in 2018. Voor Water-Link was er echter geen impact op de oppervlaktewater ruwwaterbeschikbaarheid in 2018 terwijl er in 2019 wel een duidelijke impact was (Figuur 9). Dit weerpsiegelt de afhankelijkheid van een ander stroomgebied (Schelde versus Maas) voor beide drinkwatermaatschappijen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 22 van 57
Figuur 9: Overzicht van de ruwwaterbeschikbaarheid per week voor 2018 en 2019 voor de verschillende bevoorradingsgebieden voor oppervlaktewater als ruwwaterbron
Door de verminderde waterkwaliteit was er geen inname mogelijk vanuit de IJzer naar het spaarbekken. Ook vanuit de Blankaartvijver was inname onmogelijk door het lage waterpeil daar. Hierdoor daalde op 11 juni het waterpeil in het spaarbekken tot op 3,5m van de bodem van het spaarbekken, ondanks de halvering van de productie in WPC De Blankaart gedurende deze periode zonder inname . Dit had als gevolg dat er nog redelijk laat op het seizoen een grote hoeveelheid water uit de IJzer gepompt werd om het spaarbekken terug op peil te kunnen krijgen. Dit werd gestopt op 5 juli 2019 op vraag van de gouverneur omdat het waterpeil in de IJzer te ver gezakt was. Pas begin november kon het spaarbekken terug gevuld worden met als gevolg dat bijna de helft van het jaar WPC De Blankaart aan verminderde productiecapaciteit heeft gedraaid net zoals in 2018. Door de lage aanvoer van de Maas werd het innamedebiet door Water-Link verminderd van 5m3/s naar 4 m3/s, in de periode van 23 september 2019 tot en met 2 oktober 2019 . De ruwwaterbeschikbaarheidsindicator daalde dan ook naar voldoende en nipt voldoende (Figuur 9). De impact hiervan werd deels opgevangen door het aanspreken van de ruwwaterbuffers en deels door verschuiving van productie naar andere drinkwaterbedrijven. Er werden geen leveringen aan andere drinkwaterbedrijven stopgezet, maar wel tijdelijk verminderd. Zo werd ongeveer 0,3 mÂł/s opgevangen door Farys door meer water af te nemen van Vivaqua (binnen de contractueel afgesproken debieten). De droogte had niet enkel gevolgen voor de beschikbare debieten. Ook de waterkwaliteit kwam door de lage debieten onder druk te staan. Bij lage debieten is er minder verdunning van micropolluenten (zoals bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen en medicatie) mogelijk waardoor deze in hogere concentraties voorkomen en moeilijker verwijderd kunnen worden. Daarnaast werd ook vastgesteld dat er hogere nitraatconcentraties in het najaar voorkomen ter hoogte van de innamepunten van de drinkwatervoorziening. Dit leidde tot normoverschrijdingen in de waterloop terhoogte van alle WPCs in het IJzerbekken (Blankaart, Dikkebus en Zillebeke). De inname naar het spaarbekken van WPC De \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 23 van 57
Blankaart werd stopgezet in december 2019 vanwege het te hoge nitraatgehalte. De waterbeschikbaarheid komt hier dan ook in de winterperiode onder druk te staan ondanks het debiet dat momenteel beschikbaar is op de waterloop door dit vertraagde effect van de droogte op de waterkwaliteit.
Figuur 10: Overzicht van de ruwwaterbeschikbaarheid per week voor 2018 en 2019 voor de verschillende bevoorradingsgebieden voor grondwater als ruwwaterbron
Tijdens de winter van 2018 en 2019 zijn de grondwaterpeilen onvoldoende hersteld waardoor de grondwaterpeilen over het algemeen al laag stonden bij het begin van de lente 2019. Door de droge zomer in 2019 zijn deze grondwaterpeilen verder gedaald dan normaal, wat tot een verminderde grondwater ruwwaterbeschikbaarheid leidde in 2019 tov 2018 (Figuur 10). Het voorkomen van zeer lage en uiterst lage grondwaterpeilen hebben door de tragere reactie van het grondwatersysteem op deze verminderde voeding, in geen enkele drinkwaterwinning geleid tot een vermindering van het productiedebiet.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 24 van 57
leidingwaterverbruik
Het waterverbruik van gezinnen is voornamelijk temperatuursafhankelijk - er wordt namelijk op warme dagen meer water verbruikt dan op koelere dagen - maar meer en meer wordt vastgesteld dat langdurige droogte ook een belangrijke invloed heeft op het verbruik. Door de droogte neemt de beschikbaarheid van regenwater in de regenwaterputten af, met als gevolg dat op dit moment wordt overgeschakeld op leidingwater en de vraag naar leidingwater stijgt na langdurige droogte. Hoge leidingwaterverbruiken vormen in eerste instantie en op korte termijn geen probleem voor het watersysteem door de bufferende werking van spaarbekkens en het grondwatersysteem zolang deze de capaciteit van het distributiesysteem niet overschrijden. De piekverbruiken hebben in 2019 niet lang aangehouden (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) waardoor er geen noodzaak was voor een verbod op het gebruik van drinkwater voor niet-essentiële toepassingen.
1.400.000 1.350.000
Verbruik (m³/dag)
1.300.000 1.250.000 1.200.000 1.150.000 1.100.000 1.050.000 1.000.000 jan
feb mrt apr mei jun Hoogste maandgemiddelde 2014-2018
jul
aug sep okt nov dec Laagste maandgemiddelde 2014-2018
Figuur 11: Leidingwaterverbruik in 2019 Tabel 3: Maandverbruiken 20142018 Max (m³/d)
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
1 158 569
1 137 066
1 161 355
1 159 221
1 187 061
1 264 368
1 277 117
1 172 868
1 172 976
1 148 585
1 146 023
1 142 925
Gem (m³/d)
1 116 792
1 120 695
1 130 491
1 136 491
1 146 515
1 183 034
1 165 250
1 138 283
1 136 784
1 124 964
1 114 628
1 110 899
Min (m³/d)
1 082 643
1 095 812
1 115 159
1 114 597
1 103 839
1 131 002
1 099 722
1 069 893
1 093 073
1 083 356
1 059 815
1 049 511
2019 Gem (m³/d)
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
1 153 919
1 158 686
1 133 742
1 161 370
1 150 280
1 199 406
1 201 656
1 166 697
1 171 383
1 117 505
1 126 915
1 148 072
Deze cijfers worden ontsloten via de Indicator https://www.vmm.be/data/leidingwater-beschikbaarheid
bevoorrading
leidingwater
op
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 25 van 57
3.2.2 Gevolgen voor de economie
landbouw
Voor de droogte 2018 is medio januari 2020 in totaal 99,2 miljoen euro uitbetaald. 7.665 landbouwers hebben een beslissing tot schadevergoeding ontvangen. Het gaat om 63,8% van de ingediende dossiers voor de droogte 2018. KMI bestempelde de droogte en hitte 2019 als uitzonderlijk. Op basis van de schattingsverslagen van de schadevaststellingen zal in de komende maanden een raming gemaakt worden van het totaal bedrag van de schade en kunnen de procedures tot erkenning verder gezet worden. Iedere droogte en hitte is anders dan voorgaande. Dit is toch ook de vaststelling in 2019 t.o.v. die van 2018 en 2017. In 2019 is de extreme droogte niet zo vroeg gestart als vorig jaar waardoor de schade aan de meeste gewassen beperkt bleef door goede groei tot in juni. De droogte is pas echt begonnen in 2 de helft juni en doorgegaan tot eind september, vooral in westelijk deel van Vlaanderen. Inzake droogteschade was er in 2019 minder een uniform patroon in verschillende teelten en verschillende regio’s vast te stellen zoals dit wel het geval was in 2018. Vele teelten konden wel hernemen door de neerslag na de warmste periode waardoor opbrengstverliezen beperkter bleven. De hitte einde juli was zwaar en gecombineerd met de derde hittegolf eind augustus en de aanhoudende droogte in september zorgde dat bij een aantal gewassen (late aardappelen en industriegroenten (bonen, uien, wortelen, knolselder)) de schade groot is (min 30%), vooral in WestVlaanderen. Naast de droogte zorgde de hitte voor zonnebrandschade, vooral bij appelen en voor hittestress bij dieren.
scheepvaart
Gegroepeerd schutten, diepgangbeperkingen en stremmingen hebben gevolgen voor het scheepvaartverkeer en de ermee verbonden economie. De belangrijkste diepgangbeperkingen waren deze op de IJzer, het kanaal Plassendale-Nieuwpoort, het kanaal Ieper-IJzer, delen van het Kanaal GentOostende, de Dender, het kanaal Brussel-Charleroi en verschillende Kempische Kanalen. Verder waren er tijdelijke stremmingen voor alle scheepvaartverkeer op het kanaal Brussel-Charleroi en op het afwaartse deel van Kanaal Bocholt-Herentals. De economische impact van de diepgangbeperkingen en stremmingen is tot op heden niet bekend.
industrie
Opnieuw was er een significant negatieve impact door waterschaarste en droogte op diverse sectoren en bedrijven. Naast de directe bedrijfsgevolgen waar bedrijven mee te kampen hebben zijn er ook de indirecte effecten vóóraf of na hen in de waardeketen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 26 van 57
Er zijn sectoren en bedrijven met een aanzienlijk waterverbruik zoals bvb de bouwsector of groenteen fruitverwerkende bedrijven. Hun patroon leunt nauw aan bij de landbouwsector. De problemen zijn quasi identiek; water als grondstof, bevoorradingsonzekerheid, ... . Daarnaast botsen bedrijven met onbedoelde regelgeving die niet afgestemd is op dit type van weersveranderingen. Er blijven tegengestelde milieudoelen, zoals voor droge bulk bedrijven, die enerzijds in het kader van stofbeheersing opslaghopen dienen te besproeien, maar met lege bufferbekkens tegelijk de richtlijn krijgen zo weinig mogelijk water uit havendokken te capteren. Een terugkerende ongerustheid was hoe de overheid zou omgaan desgevallend, met eventuele watertekorten en daaropvolgende allocaties. Reden is natuurlijk de uniekheid (tussen de diverse maatschappelijke sectoren) qua grootte financiële schade, bvb bij het stilleggen van productieprocessen.
recreatie
Op verschillende plaatsen werd gegroepeerd schutten voor de pleziervaart ingevoerd. Hierdoor ontstonden langere wachttijden aan de sluizen voor de pleziervaart. Door de aanwezigheid van blauwalgen in verschillende kanalen werd een recreatieverbod uitgevaardigd voor o.a. kajak, kano, waterski, SUP, wakeboarden, vissen.
3.2.3 Gevolgen voor de natuur en ecologie Verlaagde freatische grondwaterpeilen en toegenomen verzilting van grondwater (door het opschuiven van het zoet-zout grensvlak) hebben ook een impact op grondwaterafhankelijke vegetaties. Naast het wegkwijnen van jonge bosaanplanten was er afgelopen zomer een grote sterfte bij volwassen naaldbomen (fijnspar, lork, …), vaak ten gevolge van een combinatie van droogte en aantasting door de letterzetter (een schorskever). Op zandgronden waren al oude zomereiken en beuken met dode toppen te zien en begon hier en daar ook natuurlijke verjonging van tamme kastanje, gewone esdoorn en ruwe berk af te sterven. Vele bomen kenden vroegtijdige bladverkleuring en bladval. In graslanden en heidevelden nam de verruiging (met braam, brandnetel, distels, …) toe met als gevolg minder habitattypische soorten. Het droogvallen van vijvers en poelen had een negatieve invloed op het voortplantingssucces van amfibieën en libellen. Ook de aantallen dagvlinders gingen in 2019 achteruit. Als gevolg van de droogte en de grote hitte was er tijdens de zomer net als in 2018 een verhoogd brandgevaar in natuurgebieden, vooral in de heidegebieden in de provincies Antwerpen en Limburg. De zeer lage afvoeren, de hoge temperaturen en de vaak hoge nutriëntenconcentraties resulteerden vanaf begin juli tot half september in veelvuldige bloeien van potentieel toxische blauwalgen (cyanobacteriën). Zowel op vijvers, kanalen als waterlopen zoals de Dender werden blauwalgenbloeien vastgesteld. Vooral het kanaal Roeselare-Leie en de Kempense kanalen werden hard getroffen. In de zomer van 2019 was er in de waterlopen van de provincies Antwerpen en Limburg geen opvallende vissterfte. Dit heeft te maken met het feit dat de waterpeildaling in beken een eerder \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 27 van 57
langzaam proces is, waarbij zelden grote aantallen vissen tegelijk in de problemen komen (voor zover er vluchtmogelijkheden zijn). Dit neemt niet weg dat er wel degelijk schade is. De lage zuurstofgehalten en hoge watertemperaturen veroorzaken zeker sterfte bij gevoelige zeldzame soorten. In beektrajecten die helemaal droog kwamen te staan, is de schade aan de visstand duidelijk. De mate en snelheid van herstel hangt daar af van de migratiemogelijkheden. In vijvers was er de voorbije zomer wel regelmatig grote/dreigende vissterfte door de zeer lage waterstand (o.a. de vijver aan de watermolen van Meerhout en kleiputten in de omgeving van Beerse).
3.2.4 Gevolgen voor grensoverschrijdende verdragen Als gevolg van de aanhoudende droogte heeft Vlaanderen tijdelijk niet kunnen voldoen aan de bepalingen van het Maasafvoerverdrag en het verdrag betreffende het kanaal Gent-Terneuzen.
−
verdrag Kanaal Gent-Terneuzen (België-Nederland, 20 juni 1960, gewijzigd op 5 februari 1958) Het verdrag betreffende het Kanaal Gent-Terneuzen is er op gericht om de zoutindringing vanuit de Westerschelde richting de haven van Gent te beperken. Het verdrag eist een instroom van 13 m³/s (tweemaandelijks rollend gemiddelde) zoet water naar het kanaal Gent-Terneuzen. De Vlaamse Waterweg verdeelt de beschikbare debieten die worden aangevoerd door Leie en Schelde, zodat -
de diverse waterwegverbindingen elk een minimumdebiet hebben,
-
de verzilting in de polders in de kustregio wordt tegengegaan,
-
er geen ecologisch onomkeerbare schade op de Zeeschelde optreedt
-
het verdrag op het kanaal Gent-Terneuzen in de mate van het mogelijke gerespecteerd wordt.
Een deel van het beschikbare debiet wordt daarenboven ook nog eens gecapteerd voor drinkwaterproductie, landbouw, industrie- en andere doeleinden.
Op 7 augustus zakte het tweemaandelijks gemiddelde debiet dat vooral via stuw Evergem het Kanaal Gent-Terneuzen van zoetwater voorziet, onder het debiet van 13 m³/s . Dit gemiddeld debiet zakte verder tot een minimum van 5,9 m³/s op 23 september. Op 4 november werd opnieuw voldaan aan de debietvereisten van het verdrag.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 28 van 57
−
Maasafvoerverdrag (Vlaanderen – Nederland, 17 januari 1995)
Vlaanderen en Nederland hebben op 17 januari 1995 het Maasafvoerverdrag ondertekend, dat tijdens periodes met lage Maasafvoeren in beide landen beperkingen stelt aan het waterverbruik. Uitgangspunt bij het Maasafvoerverdrag is een gelijke verdeling tussen het Nederlandse en het Vlaamse gebruik en een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het debiet van de Gemeenschappelijke Maas. Tijdens 2019 was het Vlaams watergebruik gedurende 81 dagen te hoog volgens de bepalingen van het Maasafvoerverdrag. De periode met dagen waarop niet voldaan werd aan het Maasafvoerverdrag startte vanaf begin juni en pas vanaf oktober was er terug structureel voldoende afvoer om te voldoen aan het afvoerverdrag.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 29 van 57
4 WATERSCHAARSTE EN DROOGTECOÖRDINATIE Het overleg en de coördinatie bij waterschaarste en droogte op Vlaams niveau gebeurt binnen de Droogtecommissie en op lokaal niveau binnen het provinciale overleg onder leiding van de gouverneur.
4.1 Droogtecommissie Om bij een droogteperiode het nodige overleg en de afstemming tussen maatregelen beter te garanderen, is op 22 juni 2018 in de schoot van de CIW de Droogtecommissie geïnstalleerd. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de CIW-leden, de kabinetten van de ministers van Mobiliteit en Omgeving en het Vlaams Crisiscentrum CCVO en komt samen bij aanhoudende droge periodes met algemene watertekorten.
4.1.1 Overleg en advisering De Droogtecommissie volgde de waterschaarste en droogte van 2019 op de voet op, verzorgde het overleg en de coördinatie over droogtemaatregelen. Om de schade te beperken, adviseerde de Droogtecommissie op 16/07/2019 een captatieverbod (ontrekken van water) in alle stroomgebieden van ecologisch kwetsbare waterlopen in Vlaanderen, tenzij er lokaal redenen waren waaruit bleek dat dit niet nodig was. De technisch inhoudelijke ondersteuning werd geleverd door de CIW Projectgroep Waterschaarste- en Droogterisicobeheer Reactief (PG WDRB R) die -afhankelijk van de algemene waterschaarste- en droogtetoestand- wekelijks of tweewekelijks bijeenkwam om de aangeleverde indicatoren te evalueren, de toestand te beoordelen en de Droogtecommissie in te lichten. •
9 mei: Naar beheerniveau 1 “preventieve maatregelen” Omwille van een aantal preventieve maatregelen genomen door de waterbeheerders wordt op 9 mei overgeschakeld van normaal beheerniveau 0 (code groen) naar beheerniveau 1 (code geel).
•
Eerste helft juli: lokale captatieverboden In de eerste helft van juli worden in een aantal ecologische kwetsbare stroomgebieden in de provincies Antwerpen en Limburg captatieverboden uitgevaardigd.
•
10 juli: captatieverbod IJzerbekken Omwille van de lokale ernstige toestand van de waterlopen in het IJzerbekken wordt een captatieverbod voor het gehele IJzerbekken uitgevaardigd.
•
16 juli: Advies Droogtecommissie “captatieverbod en omschakeling naar beheerniveau 2” De nasleep van de droogte van 2018 liet zich nog duidelijk voelen in verschillende waterlopen in Vlaanderen. Grondwatervoorraden hadden zich onvoldoende kunnen herstellen tijdens de vorige winter waardoor bij afwezigheid van neerslag, peilen en debieten van de waterlopen snel daalden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 30 van 57
De toestand van verschillende ecologisch kwetsbare waterlopen ging achteruit en verschillende waterlopen dreigden droog te vallen. Om de schade te beperken, heeft dan de Droogtecommissie op 16/07/2019 geadviseerd voor een captatieverbod (ontrekken van water) in alle stroomgebieden van ecologisch kwetsbare waterlopen in Vlaanderen, tenzij er redenen waren waaruit bleek dat het niet nodig was om op dat moment- een captatieverbod op te leggen. Ecologisch kwetsbare waterlopen zijn waterlopen waarin (Europees of Vlaams) beschermde habitats/vegetaties of soorten voorkomen of tot doel worden gesteld. •
3 oktober: Taskforce droogte Omwille van de kritische situatie op de waterwegen eind september wordt de taskforce droogte samengeroepen en werd besloten om beheerniveau 2 aan te houden. Ook werd er een oproep gelanceerd voor de opmaak van een “Vlaamse Stresstest Droogte”.
•
8 oktober: Advies Droogtecommissie “Opheffing captatieverbod en omschakeling naar beheerniveau 1”. Op 8 oktober adviseerde de droogtecomissie om het algemene captatieverbod in stroomgebieden van ecologisch kwetsbare waterlopen op te heffen, tenzij er lokaal argumenten zijn om het aan te houden.
•
5 november: Droogtecommissie “Evaluatie Droogteperiode” Op 5 november kwam de Droogtecommissie samen om de afgelopen droogteperiode te evalueren, kennis te nemen van de opstart van de opmaak van het reactief afwegingskader prioritair watergebruik en om de vraag voor een Vlaamse stresstest droogte verder te concretiseren.
•
3 december: Terug naar normaal beheerniveau 0. Op 2 december werden de laatste captatieverboden in Antwerpen opgeheven, waardoor op 3 december dan ook teruggeschaald kon worden naar niveau 0 normaal beheer.
4.1.2 Communicatie De communicatie tijdens de droogteperiode gebeurde via de website www.opdehoogtevandroogte.be , via gerichte mailings naar de partners binnen de Droogtecommissie en naar de provinciegouverneurs. De communicatie naar de pers en dus ook het brede publiek werd verzorgd door de provinciegouverneurs via een sjabloon dat door de projectgroep ter beschikking werd gesteld. De website www.opdehoogtevandroogte.be informeerde over de taakstelling en samenstelling van de Droogtecommissie en gaf een algemeen beeld van de droogtetoestand in Vlaanderen. Zie ook 5.2.3 voor communicatie met betrekking tot de genomen maatregelen en besluiten.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 31 van 57
4.2 Provinciaal overleg Het overleg over lokale waterschaarste gebeurt in de provinciale overlegvergaderingen onder leiding van de provinciegouverneurs. In aanloop naar en gedurende de droogteperiode van 2019 vonden in alle provincies verscheidene vergaderingen plaats. Een overzicht van alle beslissingen die tijdens de provinciale overlegvergaderingen in 2019 werden genomen, is terug te vinden in hoofdstuk 7.1.
5 GENOMEN MAATREGELEN 5.1 Maatregelen genomen door de waterbeheerders 5.1.1 Voor de onbevaarbare waterlopen
De waterbeheerders moeten uitvoering geven aan de 'Europese Kaderrichtlijn Water'. Die bepaalt onder meer dat er voor alle waterlopen een goede ecologische toestand moeten bekomen worden. Deze toestand komt onder druk te staan bij extreme weersomstandigheden zoals droogte. Bovendien dienen de waterbeheerders in uitvoering van de 'Europese Habitatrichtlijn' de biodiversiteit in stand houden door flora en fauna en hun habitats te beschermen. Beide richtlijnen hebben, op initiatief van de provincies, geleid tot de afbakening van de meest kwetsbare bovenstroomse stroomgebieden in (een deel van) Vlaanderen. Dit stelde de gouverneurs, in tegenstelling tot 2018, in staat tot het prioritair instellen van een afzonderlijk captatieverbod in deze gebieden. In alle provincies werden captatieverboden ingesteld na het overschrijden van een vooraf ingesteld drempelpeil of op basis van reguliere peilwaarnemingen. Voor provinciegrensoverschrijdende stroomgebieden gebeurde de nodige afstemming. Langs de onbevaarbare waterlopen eerste categorie werden waar mogelijk de peilinstellingen van stuwen en pompgemalen aangepast om het beschikbare water beter vast te houden en verzilting van de polderwaterlopen te beperken. Het maaibeheer werd waar mogelijk aangepast om het water minder snel af te voeren en iets hogere peilen te realiseren. Om de waterafvoer te beperken, werden waar nodig en mogelijk visdoorgangen dicht gezet. Bij vissterftes werden o.a. beluchters ingezet, de oorzaken onderzocht en de dode vissen snel verwijderd. Op de waterlopen (o.a. Zuunbeek) waar botulisme werd vastgesteld, werden bijvoorbeeld de dode eenden snel verwijderd. Bij signalisatie van blauwalgen werden de nodige maatregelen genomen door o.a. staalname en analyse, communicatie naar de diensten van de gouverneur en de betrokken gemeenten, en de wekelijkse opvolging van de toestand. Waar na analyse effectief blauwalgen werden vastgesteld werd een captatie- en recreatieverbod ingesteld in een zone van 100 meter rond de drijflaag. Waar mogelijk werd de stroming van de waterloop bevorderd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 32 van 57
5.1.2 Voor de bevaarbare waterlopen waterbezuinigingsmaatregelen voor het verzekeren van voldoende waterpeilen voor de scheepvaart −
schutbeperkingen
Bij het schutten (= versassen) van schepen van een rivier- of kanaalpand naar een volgend pand verplaatst een volume water die overeenkomt met het volume van de sluiskolk zich van het opwaartse naar het afwaartse pand. Als er onvoldoende toevoer is om dit schutverlies te compenseren, heeft dit een daling van het waterpeil in het opwaartse kanaalpand tot gevolg. Om schutverliezen te beperken, werd op verschillende kanalen en rivieren vooral pleziervaart maar plaatselijk ook beroepsvaart gegroepeerd geschut (o.a. Dampoortsluis Brugge, sluis Evergem, sluis Merelbeke, Sint-Baafs-Vijve, Wijnegem, sluizen Zuid-Willemsvaart en sluizen 1,2 en 3 Kanaal Bocholt-Herentals). In Merelbeke werd maar met 1 van de 2 sluizen geschut. In augustus en september werd daar ook niet geschut bij laagtij, om groot waterverlies bij groot verval te beperken. -
stopzetten lozingen naar zee
Nog voor de peilproblemen dreigden te ontstaan werd begin april 2019 de afvoer naar zee in Oostende en Nieuwpoort stopgezet. Het zoet water werd maximaal verdeeld onder de kustwaterwegen en aanhorige polders. −
in verbinding zetten van kanalen
Het kanaal Gent-Oostende werd t.h.v. sluis Plassendale in open verbinding gezet met het kanaal Plassendale-Nieuwpoort om eventuele overschotten op het kanaal Gent-Oostende de tekorten op het kanaal Plassendale-Nieuwpoort te laten compenseren. Een zelfde strategie gebeurt in mindere mate in Veurne waar uitwisseling tussen het op- en afwaartse pand wordt mogelijk gemaakt via de Nieuwpoortsluis. −
beperken van lekverliezen aan sluizen en stuwen
Stuw 2 in Merelbeke leidt aanzienlijk lekverlies, waardoor ze onder schotbalken werd gestoken om het verlies te beperken. De stuw werd drooggezet voor inspectie en voor herstellingswerken ifv lekdichting. -
inperken van watercaptaties
Op provinciaal niveau werd begin juli een captatieverbod van kracht voor het volledige IJzerbekken en op de Grote en Kleine Nete. Aan alle vergunde watercaptanten werd een mailing bezorgd met de vraag om zuinig om te springen met het gecapteerde water.
De Vlaamse Waterweg heeft in 2019 een aanpassing van het captatiebeleid voor mobiele watercaptaties doorgevoerd. Het is nog enkel toegestaan om water uit bevaarbare waterlopen te ontrekken op daarvoor voorziene vaste locaties, mits toestemming van de waterwegbeheerder. −
terugpompen van water van benedenpanden naar bovenpanden
Op de sluizen van het Albertkanaal in Ham, Olen en Hasselt werden door de grootschalige pompinstallaties water teruggepompt van het beneden- naar het bovenpand. Ook op de sluizen te \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 33 van 57
Diepenbeek, Genk en Wijnegem werden mobiele pompinstallatie geplaatst om water naar het bovenpand terug te pompen. Daarenboven pompt Rijkswaterstaat op het Julianakanaal op de sluizencomplexen van Born en Maasbracht bijkomend water terug naar de opwaarts gelegen kanaalpanden, waardoor meer water beschikbaar is voor het Albertkanaal. De Vlaamse Waterweg vergoedt deze pompkosten aan Rijkswaterstaat. -
dichtzetten watervangen
De watervangen langs het Albertkanaal en Kempische kanalen ten behoeve van landbouwirrigatie en natuur werden, in de periode van 19/07/2019 tot 7/11/2019, voor 80% dichtgezet. De watervangen langs de kanalen die getroffen werden door blauwalgen werden volledig dichtgezet om verdere verspreiding te voorkomen. -
stremmingen
Omwille van de lage waterbeschikbaarheid en om het scheepvaartverkeer op het Albertkanaal te maximaal te vrijwaren, werd in september het scheepvaartverkeer op het afwaartse gedeelte van het kanaal Bocholt-Herentals volledig gestremd. Omwille van de beperkte wateraanvoer vanuit Wallonië waren er gedurende de zomer ook stremmingen op het kanaal Brussel-Charleroi.
diepgangbeperkingen voor het vermijden van averij ten gevolge van te lage waterpeilen Op verschillende plaatsten stelde de waterwegbeheerder diepgangbeperkingen in voor de scheepvaart: onder meer op de IJzer, het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort, Kanaal Gent-Oostende, Dender, Leie, Bovenschelde,Kanaal Brussel-Charleroi, Zuid-Willemsvaart, Kanaal Bocholt-Herentals en Kanaal naar Beverlo.
maatregelen om te kunnen voldoen aan de bepalingen van internationale verdragen
Er wordt in Gent een evenwichtige verdeling gemaakt van het beschikbare gemeenschappelijk debiet van Leie en Boven-Schelde om zo goed mogelijk aan de vraag vanuit het Kanaal Gent-Terneuzen, de polders en de Zeeschelde te voldoen. Aan het verdrag tussen België en Nederland om te voorzien in een een zoetwatertoelevering van 13 m³/s gemiddeld over twee maanden, kon door de beperkte watertoevoer van Leie en Boven-Schelde niet voldaan worden ( tussen 7 augustus en 4 november). De vereiste zoetwatertoevoer is bedoeld om het zoutgehalte van het kanaal binnen de normen te houden én de schuttingen in Terneuzen mogelijk te maken. Omdat er toch al een tekort is om de verzilting te compenseren wordt door een equivalent stuwbeheer in Evergem gepoogd om het peilverloop van het Groot Pand gelijk te laten fluctueren met dat van het kanaal Gent-Terneuzen. Bij tijdelijk té weinig debiet zakken beide panden, en bij tijdelijke overschotten stijgen beide panden. Op die manier wordt getracht de functie scheepvaart nog te vrijwaren van beperkingen. Niettemin waren er diepgangbeperkingen zowel op het kanaal GentTerneuzen als op het Groot Pand en sluisstremmingen in Merelbeke en Terneuzen. Alle waterbesparende maatregelen ten behoeve van het peilbeheer voor de scheepvaart in het stelsel van het Albertkanaal en de Kempische kanalen werden ook genomen in functie van het Maasafvoerverdrag. In 2019 werd ook het scheepvaartverkeer op het afwaartse gedeelte van het Kanaal Bocholt-Herentals gestremd om water te besparen en het scheepvaartverkeer op het Albertkanaal maximaal te vrijwaren.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 34 van 57
5.2 Maatregelen die door de gouverneurs werden uitgevaardigd 5.2.1 Uitgevaardigde politiebesluiten t.g.v. waterschaarste Provincie Antwerpen: •
2/07/2019: Captatieverbod onbevaarbare waterlopen in 9 stroomgebieden.
•
04/07/2019: Captatieverbod onbevaarbare waterlopen in 2 bijkomende stroomgebieden.
•
18/07/2019: Captatieverbod onbevaarbare waterlopen in 12 grotere stroomgebieden.
Provincie West-Vlaanderen: •
10/07/2019: Captatieverbod Ijzerbekken
•
24/07/2019: Captatieverbod afgesneden meanders van de Leie en de Schelde
•
4/09/2019: Uitbreiding captatieverbod afgesneden meanders van de Leie en de Schelde. Voor een gedetailleerde beschrijving zie punt 7.1.
Provincie Oost-Vlaanderen: •
18/07/2019: Captatieverbod in alle stroomgebieden van ecologisch kwetsbare waterlopen
Provincie Limburg: •
5/07/2019: Captatieverbod op onbevaarbare waterlopen
•
11/07/2019: Uitbreiding captatieverbod onbevaarbare waterlopen. Voor een gedetailleerde beschrijving zie punt 7.1.
•
19/07/2019: Uitbreiding captatieverbod onbevaarbare waterlopen. Voor een gedetailleerde beschrijving zie punt 7.1.
•
25/07/2019: Uitbreiding captatieverbod op alle onbevaarbare waterlopen. Voor een gedetailleerde beschrijving zie punt 7.1
Provincie Vlaams-Brabant: •
19/07/2019: Captatieverbod op waterlopen. Voor een gedetailleerde beschrijving zie punt 7.1.
5.2.2 Uitgevaardigde politiebesluiten in functie van toxische blauwalgenbloeien Op vraag van de waterwegbeheerder vaardigden de gouverneurs en/of burgemeesters uit voorzorg voor de kanaalpanden waarin blauwalgenbloeien werden vastgesteld een captatieverbod uit voor het besproeien van landbouwgewassen en voor drinkwater voor vee en een verbod voor zachte recreatie. Ook op verscheidene onbevaarbare waterlopen werden blauwalgen vastgesteld en werden bijkomende politiebesluiten uitgevaardigd. Om watergebruiken niet te zwaar te hypothekeren, werd gekozen voor een stapsgewijze aanpak, waarbij het verbod enkel van toepassing werd gesteld op de getroffen panden, en indien nodig werd uitgebreid via nieuwe politiebesluiten. Deze aanpak vereiste \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 35 van 57
wel een snelle en adequate besluitvorming.
5.2.3 Communicatie uitgevaardigde besluiten De betreffende besluiten werden gecommuniceerd naar de betrokken burgemeesters, de toezichthouders en partners in de provinciale droogteoverleggen en via de websites van de gouverneur, de federale dienst noodplanning van de gouverneur of de provincie, de Vlaamse Waterweg.
5.2.4 Handhaving uitgevaardigde besluiten Voor het aantal aanmaningen en PV’s voor het niet respecteren van de waterbesparende maatregelen werden de volgende aantallen genoteerd: -
Provincie Antwerpen: Voor de periode juli tot en met 1 december 2019 werden in totaal 13 meldingen teruggevonden in de databank van CIC Antwerpen die gelinkt kunnen worden aan de politiebesluiten uitgevaardigd door de gouverneur. Van deze 13 zijn er 5 meldingen m.b.t. captatie en 8 m.b.t. recreatie.
-
Provincie West-Vlaanderen: Over de gehele periode van het captatieverbod stelden de politiediensten 16 processen-verbaal op en waren er verder 23 tussenkomsten waarin er geen proces-verbaal werd opgesteld. In deze situaties kon er geen overtreding worden vastgesteld of werd volstaan met een mondelinge waarschuwing.
-
Provincie Oost-Vlaanderen: Uit een rondvraag bij de Oost-Vlaamse politiezones is gebleken dat er in de provincie Oost-Vlaanderen 1 waarschuwing en 0 processen-verbaal opgesteld zijn in navolging van de politiebesluiten betreffende captatieverboden die in de droogteperiode van 2019 zijn uitgevaardigd door waarnemend gouverneur Didier Detollenaere.
5.3 Maatregelen genomen door sectoren en openbare besturen 5.3.1 Drinkwatermaatschappijen Het escalatieschema voor de drinkwatervoorziening is in 2019 niet in werking getreden. Er was geen verbod op het gebruik van drinkwater voor niet-essentiele toepassingen. De drinkwatermaatschappijen hebben het verhoogd gebruik en het verminderde aanbod oppervlaktewater gecompenseerd door het verhoogd oppompen van grondwater (binnen vergunning), een maximale inzet van alle productie-installaties en het inzetten op een maximale levering door andere drinkwaterbedrijven. De waterbedrijven zetten continu in op een verbetering van de leveringszekerheid van de drinkwatervoorziening (zie 3.2.1). Daarnaast werken de drinkwaterbedrijven aan een visie en actieplan voor de toekomst, waar ook leveringszekerheid een zeer belangrijk aspect van is. Hierbij wordt vertrokken van een analyse van de robuustheid van de bestaande drinkwatervoorziening in Vlaanderen, aangevuld met de impact hierop van meer dan 65 specifieke projecten die gepland worden en progressief in de tijd zullen uitgerold worden. Deze analyse zal opgesteld zijn tegen april \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 36 van 57
2020. In een vervolgtraject zal een gap-analyse opgesteld worden, zodat mogelijke hiaten worden gedetecteerd op het vlak van bronnen, productie, opslag en distributie. Deze zullen op hun beurt aanleiding kunnen geven tot eventuele nieuwe inzichten waarop investeringsbeslissingen kunnen gestoeld worden.
5.3.2 Landbouw
communicatie richting landbouwsector
Voor de online communicatie over de droogte zomer 2019, heeft het Departement Landbouw en Visserij onder andere volgende acties genomen: • Apart blokje over droogte de hele periode prominent zichtbaar op de homepagina van de externe website van het departement, met relevante info en links • Online nieuwsberichten over de droogtemaatregelen • Inhoudelijke wijzigingen van permanente webpagina’s waar droogte aan bod kwam • Actualisatie van online informatie over duurzaam gebruik van water • Nieuwsflash op 24 juli 2019 met alle informatie en maatregelen over de aanhoudende droogte, en tips voor watergebruik • Tweets met links en info over droogte en sensibiliseren van gebruik van water • Een permanente webpagina droogte is in voorbereiding. Er werd gecommuniceerd over de gevolgen van de droogte voor agromilieumaatregelen en beheerovereenkomsten voor de landbouwers, over de verhoogde voorschotbetalingen voor landbouwers vanuit het EU Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en over de versoepeling van de vergroeningsvoorwaarden. Op basis van de informatie verspreid via de website www.opdehoogtevandroogte.be , via de gouverneurs en/of provinciale lanndbouwdiensten hebben de landbouwactoren (sectororganisaties, praktijkcentra, …) hun leden geïnformeerd over de droogte en droogtemaatregelen via hun eigen communicatiekanalen. ondersteuning landbouwsector Vanuit de landbouwsector is door de Belgische delegatie een onderbouwde aanvraag bij de EC gedaan i.v.m. verhoogde voorschotbetalingen voor landbouwers vanuit het EU Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en ivm versoepeling van de vergroeningsvoorwaarden. Door Europa werd bijkomende informatie gevraagd ter onderbouwing van de aanvraag en over de droogte in de Vlaamse land- en tuinbouw. Bijkomende informatie werd door Dept. LV bezorgd aan de collega’s van DG AGRI. Minister Van den Heuvel heeft maximaal gebruik gemaakt van de door de Europese Commissie aangekondigde maatregelen m.b.t. verhoogde voorschotten tot 70% voor de rechtstreekse betalingen en m.b.t. versoepeling van de vergroeningsverplichtingen. Advies gevraagd door het Dept. LV aan KMI voor zonnebrand op 29/8/2019 en advies ontvangen op 24/9/2019. Bijkomend nog advies gevraagd aan KMI voor droogte 2019 op 21/11/2019 en 29/11/2019 advies ontvangen. Aan de hand van een overkoepelend Vlaams actieplan water in samenwerking met de landbouwsector wordt verder vorm gegeven aan het structureel droogteoverleg dat is opgestart in de zomer van 2017. Het doel van dit actieplan is de landbouwsector op een duurzame, robuuste manier voorbereiden op \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 37 van 57
toekomstige periodes van droogte/wateroverlast die o.a. ten gevolge van klimaatverandering vaker zullen optreden. Structureel droogteoverleg met de landbouwactoren ging door op 25 april 2019 en op 20 januari 2020. https://lv.vlaanderen.be/nl/nieuws/actieplan-water-voor-land-en-tuinbouw-overhandigd-aanminister-van-landbouw In kader van de VLIF steun oproep agrovoeding 2019 werden 6 projecten water geselecteerd voor een maximaal steunbedrag van 987.295 euro. In kader van de VLIF steun oproep innovaties in de landbouw 2019 werden 6 projecten water geselecteerd voor een maximaal steunbedrag van 693.658,32 euro. In juni 2019 werd een reportage over efficiënte irrigatietechnieken uitgezonden via Plattelands TV. In kader van de EIP (Europese Innovatiepartnerschappen) oproep 2019 werden 2 projecten water geselecteerd rond gebruik van effluentwater als irrigatie in de landbouw. De afgelopen jaren (sinds 2015 tot heden) is het aantal investeringen en toegekende VLIF steun (aan 30%) voor wateropslag en waterbehandeling enz. fors toegenomen (ongeveer verdubbeld). Kanttekening hierbij is wel dat de realisatiegraad in de praktijk lager kan liggen. Naast de ondersteuning vanuit de overheid, werden ook maatregelen door land- en tuinbouwers op het terrein genomen: •
Er werd meer bewust en veel beredeneerder omgegaan met het beschikbare water. Keuzes werden gemaakt waarvoor het water het best inzetten.
•
Er werd geïnvesteerd in extra hemelwateropslag op eigen bedrijf.
•
Tijdens studiemomenten bodemstructuur.
met
landbouwers
werd
meer
aandacht
besteed
aan
5.3.3 Natuur Waar mogelijk namen beheerders van natuurgebieden zelf maatregelen om water zo lang mogelijk in hun gebieden te houden: ontwateringsgrachten binnen de gebieden niet meer onderhouden, verondiepen, afdammen of dempen; poelen uitdiepen; maai- en begrazingsbeheer aanpassen; naaldhout omvormen naar gemengd loofbos of grasland; regenwaterreservoirs plaatsen; brandgangen onderhouden, enz. Het ANB evalueerde dagelijks het brandrisico in haar natuurgebieden. Daaraan worden vier opeenvolgende alarmeringsfases (groen – geel – oranje – rood) gekoppeld in verband met toezicht en paraatheid van brandweerdiensten, beheerders en andere hulpdiensten. In de provincies Antwerpen en Limburg, waar veel heidegebieden liggen, gold bijna de ganse zomer de code oranje (=hoog brandgevaar). Om veiligheidsredenen werd de toegang tot die gebieden afgeraden en werden brandtorens overdag permanent bemand. In de andere provincies gold de code geel (= gevaar). Gedurende een korte periode was het brandgevaar in de heidegebieden acuut (code rood) en werd de \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 38 van 57
toegang tot die gebieden afgeraden. Het ANB heeft verscheidene droogvallende plassen (bv. de vijver bij de watermolen van Meerhout) afgevist om het visbestand over te brengen naar dieper water (in dit geval het Kanaal DesselKwaadmechelen).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 39 van 57
5.3.4 Volksgezondheid De laatste jaren wordt een graduele toename van ernstige cyanobacteriënbloei, ook wel blauwalgenbloei genoemd, vastgesteld op een aantal kanalen en waterlopen. Alle contact met de drijflagen van cyanobacteriën dient omwille van het mogelijk vrijkomen van verschillende toxines vermeden te worden. Daarom worden recreatieve activiteiten waarbij men rechtstreeks in contact komt met water (zwemmen, duiken, windsurfen, water- of jetskiën, …), verboden en worden de andere vormen van waterrecreatie afgeraden. Bovendien kunnen deze toxines ook als aërosol in de lucht verspreid worden zodat ook alle toepassingen in de landbouw en de industrie waarbij door cyanobacteriënbloei besmet water gesproeid of verneveld wordt, best vermeden worden. Wanneer op een waterweg een cyanobacteriënbloei werd vastgesteld, werd zo snel mogelijk door de betrokken gouverneur of burgemeester een recreatie- en/of captatieverbod bij politiebesluit uitgevaardigd. Bij de getroffen recratiezones werd een waarschuwingsbord met de vermelding 'Recreatieverbod' geplaatst. Het plaatsen van deze waarschuwingsborden is een verantwoordelijkheid van de betrokken waterbeheerder. Pas nadat de bloei van cyanobacteriën visueel volledig verdwenen was en de concentratie aan microcystines onder een vastgelegd niveau (1 µg microcystine/l voor watercaptatie, 20 µg microcystine/l voor zwem- en waterrecreatie) gedaald was, werd het recreatie- en/of captatieverbod voor de betreffende waterweg opgeheven. De politiebesluiten ifv de opheffing van het verbod werden in de mate van het mogelijke geclusterd genomen, d.w.z. voor meerdere vrijgegeven waterwegen (of delen ervan) via één besluit. Bij de regulier vergunde zwem- en receatievijvers werd in 2019 20 keer een zwem-of waterrecreatieverbod omwille van cyanobacteriënbloei geadviseerd. In 2018 gebeurde dit 33 keer.
Figuur 12: Evolutie geadvideerde verboden cyanobacteriën laatste 10 jaar
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 40 van 57
Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat: -
Voor een aantal vijvers er twee of meerdere verboden dienden geadviseerd over het seizoen. (2018 en 2019)
-
Eén burgemeester consequent weigerde om het advies op te volgen.
-
Er ook in 2019 meer cyanobacteriënbloeien op recreatievijvers waren dan 20 waren maar dat deze na bestrijding (vb AWW Broechem) niet werden opgemerkt of als dusdanig door de staalnemers van VMM doorgegeven.
-
Er voor de specifieke case van een jaarverbod voor waterrecreatie in navolging van een langjarig resultaat “slechte waterkwaliteit” zowel in 2018 als 19 cyanobacteriën werden vastgesteld maar dat hier geen extra verbod geadviseerd werd omdat er al één was.
-
Er regelmatig ook om advies gevraagd werd voor niet-VLAREM gereglementeerde vijvers/waterlopen met cyanobacteriënbloei en deze ook niet opgenomen werden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 41 van 57
6 AANBEVELINGEN 6.1 Coördinatie waterschaarste- en droogterisicobeheer Niveaus van coördinatie De coördinatie van de droogtesituatie is gebaseerd op 4 niveaus, de niveaus zijn afhankelijk van de van kracht zijnde maatregelen: •
Groen: geen bijzondere maatregelen van kracht
•
Geel: lokale/sectorale maatregelen van kracht
•
Oranje: gebieds-/sectoroverstijgende maatregelen van kracht, verhoogde coördinatie
•
Rood: crisisbeheer
Evaluatie: •
De niveaus zijn op zich goed, maar de concrete voorwaarden voor op- en afschakelen zijn niet helemaal duidelijk.
•
Het is nodig te verduidelijken of eerst het niveau aangepast wordt op advies van de PG WDRB reactief aan de droogtecommissie en er op basis van die niveauaanpassing maatregelen genomen worden, of eerst maatregelen genomen worden (bv. door het provinciaal droogteoverleg). Sommige provincies wachten op de aanpassing van het niveau voor het samenroepen van de Provinciale Droogte-overleggen (PDO’s), andere nemen zelf initiatief, waardoor het “Vlaamse” niveau volgt.
Actiepunt 1: Uitklaren voorwaarden voor op- en afschalen van de niveaus. Evaluatie en optimalisatie van het bestaande indicatorenkader. •
Coördinatie/centralisatie van de SPI en SPEI is wenselijk: wordt momenteel berekend door VMM, INBO en KMI (via WL).
•
Toelichting bij of beschrijving van de toestand blijft even belangrijk, zo niet belangrijker dan de indicatorkleur.
•
Bekkengerichte aanpak is niet voor elke indicator nuttig (bv. grondwater, drinkwater): een flexibelere ruimtelijke verdeling of regiospecifieke aanpak zou beter zijn.
•
Voorspellingen voor indicatoren: Naast een evaluatie van de toestand kunnen indicatoren ook rekening houden met kortetermijnvoorspellingen. Dag-per-dagvoorspellingen zijn niet voor alle indicatoren mogelijk (bv. grondwaterindicator). Dit zou niet mogen verhinderen dat voorspellingen in aanmerking kunnen genomen worden.
•
Er dient gekeken te worden naar een automatisatie van het aanleveren, visualiseren en rapporteren van de indicatoren. Hoewel er reeds enkele aanpassingen zijn gemaakt aan het sjabloon, vraagt de rapportering momenteel nog veel manueel werk. Automatisatie zou hier kunnen helpen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 42 van 57
•
Er is nood aan bijkomende impactindicatoren of een verdere uitwerking van bestaande. Enkele indicatordrempels dienen bv. geherevalueerd te worden.
•
Meer nood aan informatie/toelichting bij de indicator over toestand drinkwater op de projectgroep.
Actiepunt 2: Verdere optimalisatie, evaluatie en afstemming indicatorenkader. Actiepunt 3: Verdere automatisering aanlevering en verwerking indicatoren.
ADVIESVORMING EN INFORMATIEVOORZIENING Evaluatie en optimalisatie van de adviesverlening vanuit de Droogtecommissie. •
De werking van de PG WDRB reactief, PDO’s, Taskforce en Droogtecommissie is goed verlopen, maar de structuur is relatief zwaar/intensief in verhouding tot de maatregelen die genomen kunnen worden.
•
Bepaalde provincies kijken naar het Vlaams droogte-overleg om hun maatregelen op te stoelen, en kijken dan even hard naar het Vlaams niveau om het afblazen van die maatregelen te timen (zie ook niveaus van coördinatie). Omgekeerd zijn er ook provincies die eerst zijn met het nemen van gecoördineerde maatregelen, en dan liever een coördinatie van maatregelen/communicatie op Vlaams niveau of een afstemming met andere provincies vooraf zijn. Nader af te spreken hoe die beide niveaus op elkaar optimaal inwerken.
•
Met betrekking tot de PG WDRB reactief is het belangrijk dat iedereen alle relevante informatie al op maandag tijdens de PG WDRB reactief deelt en niet pas op het provinciaal droogteoverleg want dit leidt tot onnodige discussies.
•
Permanentie in functie van verloven was niet altijd even duidelijk (ondanks de op voorhand ter beschikking gestelde permanentiekalender).
•
Het is aan te raden om in de toekomst bij de toestandsbeschrijving en de afstemming van maatregelen ook rekening te houden met de toestand van de buurregio’s, zoals Wallonië, Frankrijk en Nederland.
•
Betere informatiedoorstroming naar de vertegenwoordigers van de provinciale projectgroepen droogte en uniformiseren van de samenstelling ervan over de provincies heen.
•
Een schriftelijke procedure valt in sommige gevallen te verkiezen of de mogelijkheid om de vergadering via skype te volgen.
Actiepunt 4: Evaluatie structuren, vergadersequentie en -frequentie en informatiedoorstroming. Actiepunt 5: Afstemmen samenstelling provinciale droogte-overleggen. Actiepunt 6: Toevoegen toestandsbeschrijvingen en de afstemming van maatregelen brongebieden.
Samenstelling en werking droogtecommissie. •
De noodzaak aan een dubbele structuur (met een Droogtecommissie en een Taskforce) en de rolverdeling tussen de Droogtecommissie en de Taskforce is niet altijd duidelijk.
•
De taskforce moet sneller kunnen schakelen. De rol van de taskforce in de communicatie, en het optimaliseren van de permanentieregeling dient nog duidelijker in het draaiboek coördinatie waterschaarste en droogte omschreven te worden.
Actiepunt 7: Op punt stellen rol en taken droogtecommissie en taskforce. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 43 van 57
6.2 Communicatie Verder uitwerken communicatiekanalen. •
Verdere uitwerking van opdehoogtevandroogte.be (toestand, samenbrengen maatregelen/verboden) is wenselijk, met inbegrip van de verdere ontwikkeling van het dashboard, zodat de website echt dienst kan doen als een portaalsite naar verdere droogteinformatie. Is ook gelieerd met de visuele ontsluiting van info en/of kaartmateriaal (zoals waar wel of niet een captatieverbod, waar blauwalgen, enz..)
•
Naast de verdere uitwerking van de website www.opdehoogtevandroogte.be is er behoefte aan een ruimere strategie m.b.t. de afstemming van de informatie op www.opdehoogtevandroogte en op de organisatiewebsites.
Actiepunt 8: Verder uitwerken www.opdehoogtevandroogte.be als portaalsite voor droogteinformatie. Actiepunt 9: Nadenken over communicatiestrategie website(s). Sensibiliseren verschillende doelgroepen. •
De burger was er deze zomer minder mee bezig dan vorige zomer, ook al omdat er geen sproeiverbod was. Nochtans was de situatie ernstig. Een wekelijkse update van www.opdehoogtevandedroogte.be bereikt de burger te weinig. Verder uitwerken en afstemmen van de communicatiestrategie rond de droogteproblematiek tussen de verschillende partners in de werkgroep blijft nodig.
Actiepunt 10: Meer inzetten op (pro)actieve communicatie en sensibilisering. Communicatie en afstemming met grensregio’s. •
Informatie-uitwisseling tussen grensregio’s is niet zo goed gestructureerd. Aanspreekpunten verzamelen: zowel lokaal (departementen, waterschappen,…) als in grotere structuren (ISC,…).
Actiepunt 11: Verder stroomlijnen en faciliteren van communicatie met grensregio’s.
6.3 Captatieverboden en ecologisch kwetsbare waterlopen Evaluatie opgelegde maatregelen en verderzetten onderzoek. •
De relatie grondwater-oppervlaktewater dient verder te worden onderzocht en desgevallend door te werken in de besluitvorming. In regio’s waar het oppervlaktewater sterk afhankelijk is van freatische grondwaterpeilen is het tegenstrijdig captatiebeperkingen op te leggen, maar wel verdere onttrekking van het oppervlakkig grondwater toe te staan (cfr. overleg met Nederlandse collega’s). Bronaanpak vs. gevolgaanpak. Overschakelingen naar dieper grondwater is ook een in het oog te houden factor.
•
Is het wenselijk om eerder te evolueren naar een permanent verbod voor (delen van) kwetsbare waterlopen (met permanent lage waterpeilen) en het faciliteren van captaties (captatiepuntenpunten) waar het kan?
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 44 van 57
• •
Uitwerken randvoorwaarden voor de toestand van het watersysteem en in te stellen captatieverboden. Er is nood aan duidelijke richtlijnen met betrekking tot welke waterlopen (incl. grachten) onder het captatieverbod uitgevaardigd door de gouverneur vallen en voor welke doeleinden wel nog water gecapteerd kan worden. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de drinkwatervoorziening of dit gebeurt best in samenspraak met de betrokken drinkwatermaatschappij.
•
De ecologisch kwetsbare waterlopen dienen veel beter in kaart gebracht en gedefinieerd te worden. Er circuleren verschillende definities afhankelijk van de organisatie. Beter wordt er op voorhand afgesproken welke waterlopen onder deze definities vallen, zodat ook het nodige kaartmateriaal hiervoor voorbereid kan worden en er sneller geschakeld kan worden bij invoering van een captatieverbod.
•
Er moet onderzocht worden welke andere maatregelen om het watergebruik in te perken kunnen genomen worden, waarbij een coherent maatregelenprogramma de verschillende watergebruikers aanzet tot actie rekening houdend met het soort water.
Actiepunt 12: Uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van captatieverboden. Actiepunt 13: Bepalen randvoorwaarden voor instellen captatieverboden of instellen van een permanent verbod en duidelijker aflijnen van captatieverboden. Actiepunt 14: Afstemmen en in kaart brengen van ecologische kwetsbare waterlopen. Actiepunt 15: Onderzoeken van maatregelen beperking van watergebruik.
Handhaving • Er is nood aan een aanpalend effectief en performant handhavingsbeleid voor de captatieverboden. • Voorkeur voor brongerichte handhaving daar waar mogelijk. • Sterke link met actiepunt 11, waarbij over de grens al dan niet strenger wordt opgetreden en er zo een ongewilde vorm van ‘watertoerisme’ op dezelfde waterloop of hetzelfde grondwaterlichaam ontstaat waarvoor deze administratieve grenzen irrelevant zijn. • Handhaving op de herkomst van een gebruikte waterbron (bij geen totaalverbod) is niet evident. Zo ook op de gebruiksvereisten in de grondstofverklaring van RWZI-water. • Handhaving is in zekere zin tevens een vorm van noodzakelijke terreinmonitoring (cfr. actiepunt 16), ten einde een van de ‘black boxes’ in het reguliere monitoringsnetwerk en verdere modellering (de illegale winningen) op te vullen. Actiepunt 16: Uitwerken handhavingsbeleid captatieverbod.
Zoeken en optimaal inzetten van water(voorraden) en alternatieve waterbronnen •
Het openstellen van een aantal RWZI’s gaf een positief signaal. Wel worden vragen gesteld over een gegarandeerd minimumdebiet naar de waterloop en over de kwaliteit van het RWZI effluent en de toepassingsmogelijkheden.
•
Er is nood aan een uitklaring van de problematiek van grondwaterwinningen op nulniveau (bv. vijvers ).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 45 van 57
•
Nood aan evaluatie van het gebruik van bemalingswater. Moeten er acties opgezet worden om herinfiltratie of hergebruik van bemalingswater te stimuleren zodat het niet geloosd wordt in de riolering of zodat er geen leidingwater voor laagwaardige toepassingen moet worden gebruikt? De doelstelling om voor deze toepassingen (indien geen verbod) zo weinig/efficiënt mogelijk het water te gebruiken, mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Het surplus aan opgepompt water dient steeds primair te worden teruggevoerd naar waar het vandaan kwam via retourbemaling indien mogelijk.
•
Evaluatie van de vaste captatiepunten van De Vlaamse Waterweg. Zijn er voldoende beschikbaar op de juiste locaties?
•
Nood aan informatie over de waterkwaliteit van de alternatieven.
•
Een overzicht/kaartmateriaal van de beschikbare alternatieve waterbronnen (plassen, multifunctionele bekkens, RWZI’s die effluentwater beschikbaar kunnen stellen, …) laat toe om te kunnen detecteren waar nog initiatieven nodig zijn naar bijkomende alternatieve waterbronnen.
Actiepunt 17: Verder uitwerken kader gebruik alternatieve watervoorraden. Actiepunt 18: Inventarisatie alternatieve watervoorraden.
6.4 Monitoring Uitbouw monitoring waterkwaliteit en waterkwantiteit •
Er is nood aan een verdere uitbouw van het monitoringnetwerk en dit zowel voor waterkwantiteit als -kwaliteit. Zo kunnen er nog gedifferentieerdere maatregelen genomen worden en kan een betere beoordeling van de toestand plaatsvinden, zeker voor de ecologisch kwetsbare waterlopen. Wel dient hierbij ook aandacht besteed te worden aan de kwaliteit van de gegevens. Het uitwisselen van best practices m.b.t. het meten van lage debieten is zeker aangewezen (eventueel ook in internationale context).
•
In het algemeen is er nog een gebrek aan inschatting van de concrete impact (effecten, grenswaarden), efficiëntie van maatregelen/oplossingen. Uitwerking van een betere (continue) monitoring is wenselijk, maar pas echt nuttig als ook impact beter gekend is. Dit onder meer voor: o
Blauwalgen
o
Geleidbaarheid/ verzilting
o
Opgeloste zuurstof / temperatuur
Actiepunt 19: Verdere uitbouw en coördinatie monitoring droogte en waterschaarste en bepalen drempels.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 46 van 57
6.5 Instrumenten Risicobeheer •
Uitwerken van een reactief afwegingskader prioritair watergebruik.
•
Uitwerken van een watersysteemmodel op Vlaams niveau voor o.a. het kunnen uitvoeren van een droogte stresstest.
•
Er is nood aan een evaluatie en bijstelling van afsprakenkader blauwalgen5.
Actiepunt 20: Uitwerken instrumenten droogterisicobeheer Actiepunt 21: Evaluatie en bijstellen afsprakenkader blauwalgen
5
Er loopt een afzonderlijke evaluatie rond de aanpak blauwalgen via de PG Blauwalgen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 47 van 57
7 OVERZICHT ACTIEPUNTEN, PRIORITERING EN ACTIEEIGENAAR Op basis van onderstaande prioritering zal een meer gedetailleerde planning uitgewerkt worden, waarbij ook wordt aangegeven via welk medium het betreffende actiepunt verder wordt uitgewerkt (bv. ihkv de verdere uitwerking van het draaiboek ‘Coördinatie bij waterschaarste en droogte’ tegen de CIW-vergadering van 25/06/2020, als actie van de SGBP, …).
NR.
Actiepunt
Prioriteit
Eigenaar
1
Uitklaren voorwaarden voor op- en afschalen van de niveaus.
PG WDRB R
2
Verdere optimalisatie, evaluatie en afstemming indicatorenkader.
PG WDRB R
3
Verdere automatisering aanlevering en verwerking indicatoren.
Dataleveranciers PG WDRB R
4
Evaluatie structuren, vergadersequentie en -frequentie en informatiedoorstroming.
PG WDRB R
5
Afstemmen samenstelling provinciale droogte-overleggen.
Provincies
6
Toevoegen toestandsbeschrijvingen brongebieden.
PG WDRB R
7
Op punt stellen rol en taken Droogtecommissie en Taskforce.
PG WDRB R
8
Verder uitwerken www.opdehoogtevandroogte.be als portaalsite voor droogte-informatie.
VMM
9
Nadenken over communicatiestrategie website(s)
Communicatieverantwoordelijke CIW
10
Meer inzetten op (pro)actieve communicatie en sensibilisering.
Communicatieverantwoordelijke CIW
11
Verder stroomlijnen en faciliteren van communicatie met grensregio’s.
PG WDRB R
12
Uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van captatieverboden.
Waterbeheerders
13
Bepalen randvoorwaarden voor instellen captatieverboden of instellen van een permanent verbod en duidelijker aflijnen van captatieverboden.
PG WDRB R
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 48 van 57
14
Afstemmen en in kaart brengen van ecologische kwetsbare waterlopen.
PG WDRB R
15
Onderzoeken van maatregelen beperking van watergebruik
PG WDRB R
16
Uitwerken handhavingsbeleid captatieverbod.
PG Handhaving
17
Verder uitwerken kader gebruik alternatieve watervoorraden.
VMM
18
Inventarisatie alternatieve watervoorraden
PG WDRB R
19
Verdere uitbouw coรถrdinatie en monitoring droogte en waterschaarste en bepalen drempels.
PG WDRB R
20
Uitwerken instrumenten droogterisicobeheer
PG WDRB R
21
Blauwalgen
WG Blauwalgen
Legende: Kleur
Betekenis Noodzakelijk op te starten / verwezenlijken voor zomer 2020 Wenselijk te verwezenlijken voor zomer 2020 Noodzakelijk om op te starten maar minder urgent om te verwezenlijken in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 49 van 57
7.1 Bijlages: Overzicht droogte zomer 2019 7.1.1 PROVINCIE OOST-VLAANDEREN 1. Politiebesluiten van de waarnemend gouverneur -
Politiebesluit van 18 juli 2019 van de waarnemend gouverneur betreffende captatieverbod ecologisch kwetsbare waterlopen Politiebesluit van 24 juli 2019 van de waarnemend gouverneur betreffende captatieverbod ecologisch kwetsbare waterlopen en meanders Politiebesluit van 24 juli 2019 van de waarnemend gouverneur betreffende brandgevaar Politiebesluit van 29 juli 2019 van de waarnemend gouverneur betreffende opheffing van het besluit betreffende brandgevaar Politiebesluit van 11 oktober 2019 van de waarnemend gouverneur betreffende captatieverbod ecologisch kwetsbare waterlopen Politiebesluit van 21 november 2019 van de waarnemend gouverneur betreffende opheffing van het captatieverbod op ecologisch kwetsbare waterlopen
2. Vergaderingen provinciale werkgroep droogte -
27 juni 2019: 9u 18 juli 2019: 9u 26 juli 2019: 9u 10 oktober 2019: 10u30
3. Samenvatting besproken punten en beslissingen per vergadering 3.1 Vergadering 27 juni 2019 -
De eerste vergadering op 27 juni 2019 betrof een voorstelling van de aanwezige diensten die een overzicht van de genomen maatregelen tegenover vorig jaar en een single point of contact per dienst doorgaven. Er werd ook een presentatie betreffende het draaiboek droogte gegeven. Vervolgens was er een bespreking van het eerste captatieverbod van de zomer in de stad Deinze. Er werd beslist om nog geen maatregelen te nemen in Oost-Vlaanderen.
3.2 Vergadering 18 juli 2019 -
De aanleiding van de tweede vergadering op 18 juli 2019 was de codewijziging door de droogtecommissie (geel naar oranje) op 16 juli 2019. Er vond een bespreking plaats met als doel het opstellen van een nieuw captatieverbod in Oost-Vlaanderen (captatieverbod van 18 juli 2019 voor ecologisch kwetsbare waterlopen).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 50 van 57
3.3 Vergadering 26 juli 2019 -
De derde vergadering op 26 juli 2019 betrof een bespreking van de twee nieuwe politiebesluiten die door de waarnemend gouverneur op 24 juli 2019 uitgevaardigd zijn. Er werd eveneens een overzicht van de huidige toestand betreffende de droogte vanuit de betrokken diensten gegeven.
3.4 Vergadering 10 oktober 2019 -
De vierde vergadering op 10 oktober 2019 is samengeroepen naar aanleiding van het advies van de droogtecommissie aan alle provinciegouverneurs om de captatieverboden op te heffen tenzij er redenen zijn waaruit blijkt dat het nodig is om het verbod aan te houden. Er is beslist om het captatieverbod aan te houden waar het nog nodig is. De ecologisch kwetsbare waterlopen werden één per één overlopen met de aanwezige diensten.
4. Handhaving captatieverbod -
Uit een rondvraag bij de Oost-Vlaamse politiezones is gebleken dat er in de provincie Oost-Vlaanderen 1 waarschuwing en 0 processen-verbaal opgesteld zijn in navolging van de politiebesluiten betreffende captatieverboden die in de droogteperiode van 2019 zijn uitgevaardigd door waarnemend gouverneur Didier Detollenaere.
7.1.2 PROVINCIE LIMBURG Het Limburgs Droogteoverleg vergaderde in 2019 vijfmaal fysiek en werd eenmaal via mail bevraagd. De eerste samenkomst van 16 mei 2019 was een kennismakingsoverleg waarop het Vlaams draaiboek ‘coördinatie waterschaarste/droogte’ toegelicht werd en er praktische afspraken gemaakt werden over vertegenwoordiging, werking en agendasetting van het Limburgs Droogteoverleg. Een tweede overleg vond plaats op 4 juli 2019. Op dit overleg werd het advies van de droogtecommissie van 2 juli 2019 en de vraag van de provincie Antwerpen m.b.t. het eventueel uitvaardigen van een captatieverbod op de stroomgebieden van de Grote Nete en de Kleine Hoofdgracht besproken. Gouverneur Herman Reynders besliste om met ingang van 5 juli 2019 een captatieverbod in te stellen op de onbevaarbare waterlopen in de volledige gemeente Gingelom, in de stad SintTruiden en de gemeente Heers, beiden ten zuiden van de N3 (stroomgebieden van de Melsterbeek, de Molenbeek, de Cicindriabeek, de Beek, de Weierkensbeek en de bovenlopen van de Herk) én in de stroomgebieden van de Grote Nete en de Kleine Hoofdgracht in Hechtel-Eksel en in Lommel. Met deze twee laatste vermelde stroomgebieden wordt ingegaan op de vraag van de provincie Antwerpen. Een derde samenkomst ging door op 8 juli 2019 dit in navolging van het overleg van de CIW-projectgroep ‘WDRB-reactief’ van maandag 8 juli 2019. Op dit overleg besliste wd. gouverneur Michel Carlier om met ingang van donderdag 11 juli 2019 het captatieverbod uit te breiden tot volgende stroomgebieden: \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 51 van 57
-
-
-
-
De stroomgebieden van de Grote Nete in Hechtel-Eksel en de Kleine Hoofdgracht in Lommel en Pelt; Het volledige stroomgebied van de Melsterbeek en zijbeken, het volledige stroomgebied van de Herk en zijbeken en het volledige stroomgebied van de Mombeek en zijbeken in de gemeenten Gingelom, Heers, Sint-Truiden, Borgloon, Wellen, Kortessem, Alken, Tongeren, Diepenbeek, Hasselt, Nieuwerkerken en Herk-de-Stad; Het volledige stroomgebied van de Mangelbeek - Laambeek en zijbeken in de gemeenten Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder, Lummen, Zonhoven en Oudsbergen; Het volledige stroomgebied van de Warmbeek en zijbeken in de gemeenten Peer, Pelt,Hamont-Achel en Bocholt; het volledige stroomgebied van de Bosbeek en zijbeken en de volledige stroomgebieden van de Zanderbeek en de Vrietselbeek in de gemeenten As, Oudsbergen, Maaseik, Dilsen-Stokkem en Maasmechelen; het stroomgebied van de Langkeukelbeek - Asbeek in de gemeente Lanaken. Een vierde samenkomst van het Limburgs Droogteoverleg vond plaats op 18 juli 2019 dit in navolging van het overleg van de CIW projectgroep ‘WDRB-reactief’ van maandag 15 juli in de namiddag, en het overleg van de droogtecommissie van 16 juli 2019.Na dit overleg besliste wd. gouverneur Michel Carlier om vanaf 19 juli 2019 een algemeen captatieverbod uit te vaardigen op alle onbevaarbare waterlopen in Limburg geldt met uitzondering van de onbevaarbare waterlopen in: het stroomgebied van de Gete in Herk-de-Stad en Halen de Demer en het stroomgebied van de Demer opwaarts de samenvloeiing van de Demer met de Steenlaak in Lummen en dit tot aan het stroomgebied van de Munsterbeek in Bilzen het stroomgebied van de Jeker in Tongeren en Riemst het stroomgebied van het Heeswater in Riemst, Bilzen en Lanaken het stroomgebied van de Voer en de Berwijn in Voeren het stroomgebied van de Kikbeek in Maasmechelen en Lanaken de Kuilenzouw in Riemst de Lossing in Lanaken de Langkeukelbeek in Bilzen
Op 23 juli 2019 werd het Limburgs Droogteoverleg via mail om advies gevraagd over een verdere uitbreiding van het captatieverbod in Limburg. Gouverneur Herman Reynders besliste met ingang van 25 juli 2017 het captatieverbod uit te breiden tot alle onbevaarbare waterlopen in Limburg, uitgezonderd de Gete in Herk-de-Stad en Halen, de Demer tussen de Lummense Kiezel in Hasselt en de provinciegrens in Halen en de Berwijn in Voeren. Op 10 oktober 2019 kwam het Limburgs Droogteoverleg een zesde en laatste maal samen. Het advies van de Droogtecommissie van 8 oktober 2019 om de captatieverboden op de ecologisch kwetsbare waterlopen op te heffen werd er ter toetsing voorgelegd. Na samenkomst van het Limburg droogteoverleg besliste gouverneur Herman Reynders om vanaf 11 oktober 2019 het captatieverbod op de Limburgse ecologische waterlopen op te heffen. In de communicatie werd uitdrukkelijk vermeld dat nog niet alle problemen van de baan zijn, maar dat omwille van de lage vraag, de lichte stijging in de waterlopen en de huidige regenval, er toch voor gekozen werd om het besluit op te heffen. Daarnaast blijft doordacht en spaarzaam omspringen met water het basisprincipe. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 52 van 57
7.1.3 PROVINCIE ANTWERPEN Het provinciaal droogteoverleg kwam in 2019 voor een eerste keer samen op 12/06/2019. Dit overleg had tot doel om, naast de toenmalige stand van zaken, de ontwikkelingen en afspraken op Vlaams en provinciaal niveau van het voorbije jaar toe te lichten. Tijdens dit overleg werd o.a. de gedifferentieerde aanpak van de droogte door de provincie Antwerpen (Dienst Integraal Waterbeleid) verduidelijkt. Op basis van deze gedifferentieerde aanpak, die op 20/06/2019 door de deputatie werd goedgekeurd, vaardigde de gouverneur op 2 en 4/07/2019 een captatieverbod uit voor de onbevaarbare waterlopen in respectievelijk 9 en 2 stroomgebieden met een kritisch laag peil. De leden van het provinciaal droogteoverleg werden hiervan per mail op de hoogte gebracht. Het provinciaal droogteoverleg kwam op 17/07/2019 voor een tweede keer samen om het advies van de droogtecommissie d.d. 16/07/2019 te bespreken. Naar aanleiding daarvan breidde de gouverneur de bestaande captatieverboden op 18/07/2019 uit met het verbod op capteren uit alle onbevaarbare waterlopen in 12 grotere ecologisch kwetsbare stroomgebieden. Op 8/10/2019 werd per mail aan de leden van het provinciaal droogteoverleg hun akkoord gevraagd voor het opheffen van voorgenoemde politiebesluiten, met uitzondering van een captatieverbod in 2 stroomgebieden. Op basis daarvan tekende de gouverneur op 10/10/2019 een politiebesluit dat leidde tot de opheffing van de besluiten d.d. 2, 4 en 18/07/2019, maar met behoud van een captatieverbod voor de onbevaarbare waterlopen in 2 stroomgebieden. Op 02/12/2019 werd het captatieverbod voor deze 2 stroomgebieden eveneens opgeheven. Daarnaast werd, op vraag van de Taskforce Droogte, op 3/10/2019 aan de leden van het provinciaal droogteoverleg (mondeling of per mail) input en aanbevelingen gevraagd voor de evaluatie van de droogte-aanpak.
Handhaving politiebesluiten Voor de periode juli tot en met 1 december 2019 werden in totaal 13 meldingen teruggevonden in de databank van CIC Antwerpen die gelinkt kunnen worden aan de politiebesluiten uitgevaardigd door de gouverneur. Van deze 13 zijn er 5 meldingen m.b.t. captatie en 8 m.b.t. recreatie.
Overzicht politiebesluiten gouverneur 02/07/2019: Captatieverbod onbevaarbare waterlopen in 9 stroomgebieden. 04/07/2019: Captatieverbod onbevaarbare waterlopen in 2 bijkomende stroomgebieden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 53 van 57
18/07/2019: Captatieverbod onbevaarbare waterlopen in 12 grotere stroomgebieden. 26/07/2019: Recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen in het kanaal Bocholt-Herentals (traject Bocholt – Dessel). 01/08/2019: Opheffing politiebesluit 26/07/2019 + uitbereiding recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen met het kanaal Dessel-TurnhoutSchoten (tussen Brecht en Schoten). 12/08/2019: Opheffing politiebesluit 01/08/2019 + uitbereiding recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen met het kanaal naar Beverlo (vanaf aansluiting met kanaal Bocholt-Herentals tot in Balen). 13/08/2019: Opheffing politiebesluit 12/08/2019 + uitbereiding recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen met het kanaal Dessel-TurnhoutSchoten (traject Dessel – Rijkevorsel). 21/08/2019: Opheffing politiebesluit 13/08/2019 + recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen op het kanaal Bocholt-Herentals, Dessel-TurnhoutSchoten (traject Brecht en Schoten en traject Dessel-Rijkevorsel) en het kanaal naar Beverlo. 02/09/2019: Opheffing politiebesluit 21/08/2019 + uitbereiding recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen met de Schelde-Rijnverbinding en het kanaal Dessel-Kwaadmechelen. 06/09/2019: Opheffing politiebesluit 02/09/2019 + uitbereiding recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen met het Albertkanaal. 19/09/2019: Opheffing politiebesluit 06/09/2019 + uitbereiding recreatie- en captatieverbod n.a.v. aanwezigheid blauwalgen met het Netkanaal (traject Albertkanaal – Duffelsluis). 10/10/2019: Opheffing politiebesluiten van 2, 4 en 18/07/2019. Captatieverbod voor onbevaarbare waterlopen in 2 stroomgebieden blijft. 17/10/2019: Opheffing politiebesluit 19/09/2019. 02/12/2019: Opheffing politiebesluit 10/10/2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 54 van 57
7.1.4 PROVINCIE WEST-VLAANDEREN
Het provinciaal droogteoverleg is bij een eventuele droogteperiode voorzien op woensdag. Dit laat afstemming toe met de adviserende organen (projectgroep en Droogtecommissie) en met andere provincies over onder meer de communicatie. Op woensdag 12 juni 2019 organiseerde de gouverneur een eerste bijeenkomst. Functie was het informeren van de partners over de droogtetoestand en de aanpak in 2019. Ook kennisverwerving kwam aan bod, met een toelichting over het onderzoek van de Bodemkundige Dienst naar het effect van dag- en nachtberegening. Dit initiatief werd gesmaakt en suggestie is alvast om dit bij herhaling nog vroeger in het voorjaar in te plannen. Het provinciaal droogteoverleg kwam daarna nog vier keer bijeen: op 10 juli, 24 juli, 13 augustus en 2 oktober. Een overzicht van de besluitvorming is weergegeven in onderstaande tabel. Op 28 augustus en 3 september was er droogteoverleg aangekondigd, maar uiteindelijk geannuleerd door de aanhoudende droogte. Wel was er via digitale procedure de beslissing om opnieuw captatie toe te staan voor twee waterlopen, de Mandel en de Gaverbeek. Nr 1 2
Datum 10 juli 2019 24 juli 2019
3
3 september 2019
Besluit Captatieverbod IJzerbekken Uitbreiding captatieverbod onbevaarbare waterlopen en de afgesloten meanders van de Leie en de Schelde Versoepeling captatieverbod onbevaarbare waterlopen en de afgesloten meanders van de Leie en de Schelde met De Mandel en de Gaverbeek
Opheffing 3 oktober 2019 3 september 2019
1 oktober 2019
Het IJzerbekken is sterk afhankelijk van neerslag. Ook op dat vlak zit het tegen. De weerkaarten van deze zomer tonen aan dat dit stuk van West-Vlaanderen beduidend minder regen kreeg dan de rest van Vlaanderen. Beperkende maatregelen in WestVlaanderen kunnen leiden tot inname van water over de taal- en landsgrenzen. De prĂŠfet du Nord nam op vraag van de gouverneur op 25 juli 2019 verscherpte maatregelen in Franse deel van het IJzerbekken. Op 25 september werden deze maatregelen verlengd tot 30 november en zelfs verstrengd. De lage grondwatertafel vormt er een belangrijke overweging net als het feit dat deze zich pas aanvult na oktober als de planten niet meer drinken op de bodem. Tot 30 november geldt er bijvoorbeeld het verbod om het gazon en sportterreinen te sproeien, de auto te wassen en voor landbouwers is irrigatie niet toegelaten op maandag, dinsdag, zaterdag en zondag telkens tussen 10u en 19u. Overtreders riskeren er (ook) boetes tot 1500 euro en er is verscherpte controle door zowel politie, gendarmerie als boswachters.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 55 van 57
Aanhoudende droogte verhoogt het brandrisico. Tijdens de periode 24 juli tot 19 augustus vaardigde de gouverneur een kampvuurverbod uit in gans West-Vlaanderen en een rooken vuurverbod in de natuurdomeinen. Net als in 2018 waren toxische blauwalgen aanwezig in heel wat waterlopen en plassen. De VMM publiceerde een overzicht van de meldingen, de Vlaamse Waterweg deed dit voor de bevaarbare waterwegen in haar beheer. In West-Vlaanderen was het telkens de betrokken burgemeester die besliste tot een verbod op recreatie en/of captatie. De waterbeheerders hanteerden niet hetzelfde modelbesluit en ook de opvolging kon stipter. Zo is het frappant dat er tussen 17 juli en 9 september geen meting was in Izegem langs het Kanaal Roeselare-Leie. Een geplande hengelwedstrijd op 7 september ging niet door, ondanks frequente contacten tussen de organisator en de stad en dit terwijl de metingen op 9 september aantoonden dat het microcystinegehalte een recreatieverbod niet langer noodzakelijk maakte. Het verbod was eind oktober zelfs nog steeds van kracht. De vindbaarheid van de besluitvorming op de gemeentelijke websites was ook vaak een hele klus. Het (te) lang aanhouden van het captatie- en recreatieverbod, past niet in de geest van de politionele bevoegdheden van de burgemeester en maakt handhaving van het verbod niet meer haalbaar. Eerder krijgt het verbod dan een sensibiliserende functie. Net dit is het kader waar vooraf aandacht aan was besteed. Niet onmiddellijk naar verbodsbepalingen grijpen, maar iedereen informeren over de risico’s en appelleren op ieders verantwoordelijkheidszin. Dat is een aanpak die in Nederland al langer werkt. Er waren verschillende gezondheidsniveaus voorbereid door de werkgroep, maar deze zijn in de praktijk niet toegepast. Een belangrijk aandachtspunt is om bij aanwezigheid van blauwalgen meer in te zetten op sensibiliseren en waarschuwen, eerder dan verbod. De drempelwaarden om een captatieverbod in te stellen, zijn vastgelegd op een microcystinegehalte van 1Οg/l. Deze waarde is gebaseerd op een advies van de Wereldgezondheidsorganisatie en studie van de Nederlandse warenautoriteit van 2006. Bijkomend onderzoek is wenselijk, ook naar de draagwijdte van de beperkende maatregelen. Nu is captatie enkel verboden voor landbouwdoeleinden en niet voor andere activiteiten. Recreatie is voor enkele disciplines niet meer toegelaten: de opsomming van de disciplines is onvolledig en houdt onvoldoende rekening met de waarschijnlijkheid van blootstelling.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 56 van 57
7.1.5 PROVINCIE VLAAMS BRABANT Op 18 juli 2019 kwamen de leden van het provinciaal droogteoverleg samen om het advies van de droogtecommissie van 16/07/2019 te bespreken. Er werd overlegd over de noodzaak om een captatieverbod in alle stroomgebieden van ecologisch kwetsbare waterlopen in te stellen. Na dit overleg heeft de gouverneur beslist om een captatieverbod uit te vaardigen vanaf 19/07/2019 op alle waterlopen in Vlaams-Brabant behalve op Zenne, Dijle, Kleine en Grote Gete, Demer en de kanalen Leuven-Dijle, BrusselCharleroi en Brussel-Schelde. (politiebesluit dd. 18/07/2019) Op 23 juli 2019 werd aan de leden van het provinciaal droogteoverleg schriftelijk de vraag gesteld of het nodig was om het bestaande captatieverbod uit te breiden. Een uitbreiding van het captatieverbod werd niet nodig geacht. Dus besliste de gouverneur om geen bijkomende maatregelen te nemen. Op 9 oktober 2019 vroeg de gouverneur het schriftelijk akkoord aan de leden van het provinciaal droogteoverleg om het politiebesluit van 18/07/2019 gedeeltelijk op te heffen. Op 11 oktober 2019 werd het besluit van 18 juli 2019 op het verbod om water te capteren opgeheven voor het geheel van het Demerbekken en het Dijle-Zennebekken. Het captatieverbod werd behouden voor het Denderbekken en Benedenscheldebekken. In deze bekkens gold dit evenwel niet voor de onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie en het kanaal Brussel-Schelde. Op 19 november 2019 werd een schriftelijk akkoord gevraagd aan de leden van het provinciaal droogteoverleg om het volledige verbod op te heffen. Op 21 november 2019 werd het politiebesluit van 18 juli 2019 op het verbod om water te capteren , gewijzigd door het besluit van 11 oktober 2019, opgeheven.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019
pagina 57 van 57