Afgiftekantoor Brussel X | In Beraad jrg. 25 nr.2, april 2017 Verschijnt driemaandelijks | P 309789 v.u. Mia Douterlungne, Koning Albert II-laan 37 | 1030 Brussel overname mag mits bronvermelding
IN BERAAD
bpost PB- PP
BELGIE(N) - BELGIQUE
april 2017
Hoe versterken we het basisonderwijs tegen 2025? Een toekomstplan De Vlor vraagt al langer naar een toekomstgericht en legislatuuroverschrijdende visie voor het basisonderwijs. In september 2015 bezorgde hij minister Crevits daartoe ‘tien krachtlijnen voor een sterk basisonderwijs’. De minister ging in op die vraag en kondigde een strategisch plan aan voor een sterk basisonderwijs tegen 2025. De Vlor formuleerde enkele voorstellen van maatregelen voor dat plan.
Sterktes consolideren De Vlor benadrukt dat het toekomstige beleid zeker een aantal huidige sterktes van het basisonderwijs moet behouden die nu onder druk staan: de ruime differentiatiemogelijkheden, klas- of groepsleraren (en geen vakleraren), de eindtermen die enkel op het einde van het basisonderwijs worden voorzien, de mogelijkheid voor kinderen om dicht bij hun woonplaats naar de basisschool van hun keuze te gaan, gespecialiseerde settings binnen een continuüm van zorg en de omkadering op basis van leerlingenkenmerken.
Welke nieuwe maatregelen zijn nodig? Leraren versterken Leraren moeten meer tijd krijgen voor overleg en voor permanente professionele groei. Dat kan door hen minder kindgebonden uren te laten presteren en de pedagogische studiedagen uit te breiden. Die tijd kan dan gaan om met het hele team te werken aan de schooleigen visie en gezamenlijke prioriteiten.
3
STUDIEDAG
De lerarenopleidingen als partner Hoe worden toekomstige leraren opgeleid om de ‘krachtlijnen voor een sterk basisonderwijs’ mee vorm te geven? 12 oktober 2017 – Leuven, i.s.m. Velov Inspirerende praktijkinitiatieven uit de lerarenopleidingen op een Vlor-studiedag Meer info op www.vlor.be/evenementen De Vlor ziet heel wat mogelijkheden in een specifieke masteropleiding voor het basisonderwijs en vraagt om versneld werk te maken van het onderzoek naar de opportuniteit en de meerwaarde. Dit onderzoek is een alternatief voor de piste van de Vlaamse regering om bijkomende bijzondere leer-
3 In Beraad jrg. 25 nr.2, april 2017 p1
meesters (als vakleraren) in het basisonderwijs te introduceren.
wordt toegekend op basis van een brede evaluatie en niet op basis van het afvinken van doelen.
De Vlor signaleert de grote vraag van leraren naar kleinere groepen van leerlingen waarvoor ze verantwoordelijk zijn. De overheid moet onderzoeken over welke instrumenten zij beschikt om deze vraag van de klasvloer te ondersteunen. Scholen moeten daarbij hun huidige flexibiliteit op vlak van groepering van leerlingen behouden.
Ondersteuning De evolutie naar een inclusiever basisonderwijs vraagt om een structureel budgettair kader voor de ondersteuning van de leerlingen zelf, maar ook van het onderwijspersoneel en de school als organisatie. Andere prioriteiten zijn de uitbreiding van de uren kinderverzorging in het kleuteronderwijs en ook het onderzoeken van het inzetten van kinderverzorgers in het lager onderwijs.
Krachtige schoolleiding De Vlor doet ook voorstellen om het beleidsvoerend vermogen van scholen te versterken: bijkomende omkadering op leidinggevend-, beleids- en ondersteunend vlak, een directeur zonder onderwijsopdracht in elke basisschool en de nodige middelen voor opleidingen van directies op basis van een overlegd profiel van schoolleiders en met externe kwaliteitsbewaking. Maatschappelijke vragen/basisvorming Het basisonderwijs verzorgt een brede basisvorming voor alle kinderen, vertaald in de eindtermen. De inhoud daarvan is relatief stabiel. De Vlor vraagt dan ook aan de overheid om niet zomaar in te gaan op particuliere maatschappelijke vragen en steeds rekening te houden met de missie en de eigenheid van het basisonderwijs. Zo is er momenteel de vraag naar de vroege ontwikkeling van moderne vreemde talen. Daarvoor vraagt de Vlor om de mogelijkheden te onderzoeken en de impact van facultatieve lessen na te gaan. Getuigschrift gelijkschakelen Om de overgang naar de eerste graad van het secundair onderwijs sterker in een ontwikkelingsgericht continuüm te plaatsen, stelt de Vlor voor dat alle leerlingen op het einde van het basisonderwijs hetzelfde getuigschrift krijgen met een niet-bindend, gemotiveerd advies over het vervolg van hun onderwijsloopbaan. Dit getuigschrift
Werkingsmiddelen De werkingsmiddelen van de kleuterschool moeten minstens worden opgetrokken tot het huidige niveau van het lager onderwijs. Om het basisonderwijs echt kosteloos te maken, is het ook nodig dat de werkingsmiddelen van het gehele basisonderwijs verhoogd worden.
Ook inzet van andere beleidsdomeinen Verder stelt de Vlor enkele maatregelen voor die raken aan belangrijke facetten van het basisonderwijs, maar niet te maken hebben met de kernopdracht. Die maatregelen vragen dus vaak ook een investering van andere beleidsdomeinen. Het gaat dan om betaalbare en kwalitatieve opvang (m.i.v. de middagpauze), een sterke samenwerking met het clb en met de pedagogische begeleidingsdiensten, extra stimuli om de gevolgen van armoede op het schoolgebeuren concreet aan te pakken en het versterken van het educatief partnerschap op school.
(08/03/2017) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over het toekomstplan basisonderwijs
3
MODERNISERING AANBOD SECUNDAIR ONDERWIJS Lees over het advies van de Vlor op pagina 2
Modernisering aanbod secundair onderwijs Op 13 januari keurde de Vlaamse Regering de conceptnota goed die het toekomstig studieaanbod van het gemoderniseerde secundair onderwijs vastlegt en ordent: de basisopties in de eerste graad en de matrix voor de tweede en derde graad. Om dat nieuwe studieaanbod en de ordening ervan te beoordelen, toetste de Vlor het aan de doelstellingen van de conceptnota en de principes van het masterplan: een transparant en rationeel studieaanbod, een herwaardering van het technisch georiënteerd onderwijs, mogelijkheden voor een getrapte studiekeuze, het tegengaan van de waterval en voldoende ruimte voor scholen voor de invulling van het studieaanbod.
Noodzakelijke bijsturingen Op basis van die toetsing, vindt de Vlor dat er een aantal stappen zijn gezet. Er blijven echter belangrijke pijnpunten en gemiste kansen in de beslissing van de Vlaamse Regering die de realisatie van de doelstellingen van het masterplan over de modernisering van het secundair onderwijs hypothekeren. Om die pijnpunten weg te werken, is meer tijd nodig dan de strakke timing van 1 september 2018. Eerste graad: oriënterende functie optimaliseren De eerste graad is te weinig oriënterend om de leerlingen voor te bereiden op een meer bewuste en gerichte studiekeuze in de tweede graad. Vooral voor sociaal kwetsbare leerlingen is dit problematisch en is kiezen vaak verliezen. De Vlor blijft pleiten voor een positieve school- en studiekeuze op basis van inzicht, interesse en capaciteiten van de leerling en dus onafhankelijk van de sociaal-economische en sociaal-culturele status.
Om te garanderen dat de eerste graad van het secundair onderwijs leerlingen oriënteert en echt voorbereidt op een meer bewuste en gerichte studiekeuze voor een breder ingevulde studierichting in de tweede graad, is het nodig dat leerlingen zowel in de A- als in de B-stroom kunnen kiezen voor verschillende en voldoende brede basisopties, beperkt in aantal en zonder hiërarchisch verband. Op die leeftijd zijn jongeren nog immers zoekende. Zij moeten hun mogelijkheden kunnen exploreren. Als er in die eerste graad wordt gedifferentieerd, dan moet dat gebeuren door remediëring, verbreding en verdieping van de basisvorming. Vooral de inhoud van de basisvorming moet de keuze voor alle domeinen in de tweede graad openhouden. De klassenraad kan de keuze voor basisopties niet beperken. Zij kan wel adviseren. Ten slotte moet het in de eerste graad ook mogelijk zijn om te schakelen tussen A en B.
3 In Beraad jrg. 25 nr.2, april 2017 p2
Matrix tweede en derde graad De Vlor vraagt om de studierichtingen in de tweede graad breder in te richten en om de inhoudelijke coherentie te bewaken tussen de breder ingevulde studierichtingen in de tweede graad en de fijnmazigere studierichtingen in de derde graad.
In de matrix die de regering voorstelt, komen alle studiedomeinen niet evenwaardig aan bod. Zo bestrijkt het domein Sport niet het hele spectrum aan finaliteiten. In de derde graad zijn er studierichtingen die geen band hebben met een onderliggende brede studierichting in de tweede graad. Zo is er bijvoorbeeld geen brede studierichting als onderbouw voor de derde graad Wellness en Schoonheid. Of in het aso kunnen leerlingen na de tweede graad Moderne talen alleen kiezen voor Moderne talen–wetenschappen of Economie-moderne talen. Die studierichtingen spreken echter niet alle leerlingen aan die een hoog abstractieniveau aankunnen en veel belangstelling hebben voor talen.
in het secundair onderwijs (21/02/2017) op www.vlor.be/
6 Lees het advies over de modernisering van het aanbod adviezen
Ondersteuningsmodel inclusief onderwijs Een ondersteuningsmodel moet ervoor zorgen dat er beter kan ingespeeld worden op de specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de daarmee samenhangende ondersteuningsbehoeften van hun leraren. De Vlor ziet er alvast een aantal elementen in om beter in te spelen op de onderwijsbehoeften van leerlingen en de ermee samenhangende ondersteuningsbehoeften van hun leraren. Anderzijds vindt de Vlor dat de uitrol van het nieuw ondersteuningsmodel in een budgetneutraal kader onhaalbaar is. Om de ondersteuning ten volle te realiseren in de scholen, is er nood aan meer middelen. Bovendien vindt de raad het niet haalbaar om een volledig operationeel ondersteuningsmodel te laten ingaan op 1 september 2017. De Vlor gaf de minister een aantal krijtlijnen mee waarbinnen de discussie over de verdere operationalisering gevoerd kan worden. Omwille van de aparte context stelde de raad ook een specifiek ondersteuningsmodel voor het hoger onderwijs voor.
Kleuterparticipatie
6 Lees het advies over het ondersteuningsmodel
Het eindrapport kleuterparticipatie maakt een uitgebreide analyse van de kleuterparticipatie en het kleuterparticipatiebeleid in Vlaanderen. Op basis daarvan werkte de minister het actieplan ‘Elke dag kleuteronderwijs telt’ uit. Daarmee wil ze nieuwe impulsen creëren om kleuters meer naar de kleuterschool te krijgen. Zo erkent het actieplan terecht het belang van kleuteronderwijs.
Hoger onderwijs
De Vlor begrijpt dat kleuterparticipatie stapsgewijs moet worden aangepakt, maar vindt de voornamelijk kwantitatieve insteek van het actieplan een beperking. Om meer kleuters te laten participeren, moet tegelijk worden ingezet op kwaliteitsvol kleuteronderwijs. Maximale aanwezigheid van kleuters is geen doel op zich.
De Vlor is geen vragende partij om te raken aan de status van het Nederlands als primaire onderwijstaal, maar vindt het wel essentieel dat de studenten in het Vlaamse hoger onderwijs goed voorbereid worden op een rol in de internationale kennismaatschappij. Zowel een goede Nederlandse taalvaardigheid als kennis en gebruik van vreemde talen, in het bijzonder het Engels, zijn hierbij belangrijk.
In zijn advies over het actieplan over kleuterparticipatie formuleert de Vlor concrete aanbevelingen bij de uitvoering van het actieplan. De overheid moet voluit een lokale aanpak en maatwerk ondersteunen. Daarbij is het cruciaal dat verantwoordelijkheden duidelijker benoemd worden. De school speelt een sleutelrol bij de aanpak van onvoldoende afwezigheden. De Vlaamse kleutercoördinator moet de trekker en het aanspreekpunt van het actieplan zijn waarbij de wisselwerking met de lokale actoren cruciaal is.
Hoe kunnen we dit evenwicht bewerkstelligen en ervoor zorgen dat de slinger niet te sterk naar de ene of andere kant uitzwaait? De Vlor is ervan overtuigd dat het antwoord op die vraag ligt in zowel de versterking van de taalvaardigheid Nederlands als in een weloverwogen gebruik van een andere taal als instructietaal (veelal het Engels). De raad pleit daarom voor een taalbeleid dat deel uitmaakt van de institutionele kwaliteitszorg en waarbij de instellingen aandacht besteden aan beide pijlers.
(08/02/2017) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over het actieplan kleuterparticipatie
(23/02/2017) op www.vlor.be/adviezen
Taalbeleid: inzetten op Nederlands én anderstaligheid
In Beraad
Wordt het Nederlands echt bedreigd door het Engels? De Vlor ging cijfermatig na wat de stand van zaken is van het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs in Europa. De conclusie is dat het aanbod nog erg beperkt blijft. Enkel in Nederland dreigt de slinger over te slaan, maar dat is zeker niet het voorbeeld dat de Vlor wil volgen. Uiteraard moet men waakzaam blijven dat ook in de toekomst het Nederlands niet wordt verdrongen door het Engels. Anderstalig aanbod: hoge kwaliteit en geen bijkomende drempel De Vlor pleit voor een anderstalig aanbod dat aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet. Zo moet er ook over gewaakt worden dat anderstalige opleidingen geen drempel vormen voor kansengroepen. Instellingen moeten hier oog voor hebben en ook de nodige ondersteuning voorzien. Er mag ook niet uit het oog verloren worden dat anderstalige opleidingen voor bepaalde studenten uit kansengroepen ook een kans kunnen zijn. Geen/andere quota De Vlor pleit voor een uitbreiding van het aantal anderstalige opleidingen om de internationale aantrekkingskracht van het Vlaamse hoger onderwijs te stimuleren. Hij doet hiervoor ook een concreet voorstel. Hij is ervan overtuigd dat dit niet zal leiden tot een overaanbod omdat het inrichten van dergelijke opleidingen nu eenmaal ook veel inspanningen van de instellingen vraagt. De situatie in Europa ondersteunt deze veronderstelling.
Vluchtelingen in hoger onderwijs Onze samenleving staat voor de uitdaging om een gepaste opvang te voorzien voor de toestroom van vluchtelingen. Daarbij is het ook belangrijk dat vluchtelingen een zinvolle toekomst kunnen uitbouwen. Behalve door integratie op de arbeidsmarkt, kan dat ook door hen een educatief perspectief te geven. Aangezien heel wat vluchtelingen 18 jaar of ouder zijn, heeft ook het hoger onderwijs hierin een rol te spelen. Geïntegreerde visie en aanpak Vandaag hebben heel wat instellingen hoger onderwijs trajecten voor vluchtelingen en zijn er verschillende lovenswaardige initiatieven van overheidsdiensten en andere organisaties. Wat echter ontbreekt, is een geïntegreerde visie en afstemming tussen de verschillende beleidsdomeinen. De overheid moet daar dringend werk van maken.
Ook in het hoger onderwijs moet een coherente aanpak de versnippering tegengaan en geïsoleerde projecten in een groter geheel plaatsen. Via uitwisseling en integratie moet een meer gefocust beleid tot stand komen. Hier moeten ook structurele middelen tegenover staan. Enkel zo kunnen alle instellingen gelijkmatige inspanningen leveren en kunnen vluch-
telingen over heel Vlaanderen in het hoger onderwijs instromen. Het is belangrijk dat alle betrokken partners (Fedasil, instellingen hoger onderwijs, asielcentra, inburgering) gewezen worden op hun gedeelde verantwoordelijkheid en aangezet worden tot samenwerking. Transparante procedure De Vlor pleit voor een transparante enkelvoudige procedure waarbij vluchtelingen slechts één keer hun dossier indienen om hun kwalificaties en competenties erkend te zien. Het is belangrijk dat zij door hun inburgeringstrajectbegeleider naar één instantie worden doorverwezen en hier de volledige procedure kunnen doorlopen. Die procedure moet voor de vluchteling kosteloos blijven. Betaalbare en bereikbare taalopleidingen Een goede talenkennis is essentieel voor vluchtelingen. Als zij wensen in te stromen in een Nederlandstalige hogeronderwijsopleiding, dan is B2-niveau Nederlands vereist. Als zij goed Engels kennen, dan kunnen zij ook instromen in een Engelstalige opleiding. Buddy’s en mentoren Omdat het Vlaamse hogeronderwijssysteem vaak volledig verschilt van dat van in hun land, kennen vluchtelingen het niet of onvoldoende. De Vlor pleit daarom voor een buddy- of mentorsysteem om vluchtelingen te helpen bij het wegwijs maken in het hogeronderwijslandschap of bij traumaverwerking.
Onderwijsdecreet XXVII: maatregelen met verregaande impact Het voorontwerp van onderwijsdecreet XXVII bevatte dit jaar opnieuw veel meer dan wijzigingen die noodzakelijk zijn voor een goed begin van het volgende schooljaar. Heel wat maatregelen hebben een verregaande impact en horen niet thuis in een verzameldecreet. Zo voert het in het basisonderwijs enkele belangrijke wijzigingen door vanuit de conceptnota voor de modernisering van het secundair onderwijs en komen er twee getuigschriften basisonderwijs en een facultatief aanbod van vreemde talen vanaf het derde leerjaar, maatregelen waarmee de Vlor in vroegere adviezen al niet akkoord ging. Met de nieuwe rationalisatienormen zet de overheid een volgende stap in de hervorming van het volwassenenonderwijs. Met het voorstel van de 850.000 lesurencursist-norm zouden er nog nauwelijks cvo overblijven en dat is een bedreiging voor het recht op levenslang en levensbreed leren en een gevarieerd en kwaliteitsvol aanbod. Ondertussen verlaagde de overheid de norm naar 700.000 lesuren-cursist.
op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over onderwijsdecreet XXVII (26/01/2017)
Internationalisering stimuleren Als Vlaamse hogeronderwijsinstellingen een voorlopersrol willen blijven spelen in het ontwikkelen van kennis en als ze hun studenten willen voorbereiden op hun professioneel en persoonlijk functioneren in een steeds meer globale en multiculturele samenleving, moeten zij verder blijven internationaliseren. Op dit moment is er te veel versnippering van het aanbod en is er geen gezamenlijke aanpak. Internationalisering wordt zowel door de overheid als de instellingen vaak herleid tot mobiliteit. Het Vlaamse hoger onderwijs heeft nood aan een visieontwikkeling over internationalisering. De Vlor pleit voor een nieuw elan en een nieuwe stimulans waarbij de overheid samen met de instellingen een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs opstelt.
overzicht/101
6 Lees de adviezen op www.vlor.be/adviezen/
Hervorming opleidingsincentives De sociale partners bereikten een akkoord over de hervorming van de opleidingsincentives voor werknemers: het betaald educatief verlof, de opleidingscheques en de aanmoedigingspremies voor een opleiding. De Vlaamse Regering antwoordde op dat akkoord met een aantal maatregelen voor het hervormen van de opleidingsincentives. De Vlor bekeek de mogelijke effecten van deze voorstellen op het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs en stelt vast dat de ambitie om de deelname aan opleiding en vorming van alle werknemers te verhogen, niet wordt waargemaakt.
Kansengroepen Zo zijn er te weinig concrete voorstellen om de voornaamste doelgroep van de hervorming, de kansengroepen, te bereiken. De opleidingen van de basiseducatie worden niet vermeld in de nota, terwijl deze opleidingen net gericht zijn op het verhogen van geletterdheidscompetenties van laag- en kortgeschoolde werknemers. Die zijn belangrijk als opstap
Lees verder op p4
3 In Beraad jrg. 25 nr.2, april 2017 p3
3
3
In Beraad
naar verdere competentieontwikkeling en hebben positieve effecten, zowel voor de individuele werknemer, als voor het bedrijf of de organisatie en de ruimere samenleving.
Levensbrede dimensie De opleidingen die in aanmerking komen voor opleidingsincentives worden te eng gedefinieerd als arbeidsmarktgerichte opleidingen. De Vlor vindt dat de levensbrede dimensie van leren en persoonlijke ontwikkeling meer aan bod moet komen. Vlaanderen kent een lage deelname aan opleiding en vorming, zeker bij de laag- en kortgeschoolde werknemers. Levensbreed leren is voor deze doelgroep net een eerste stap om tot leren te komen en kan een opstap zijn naar verdere professionele ontwikkeling. Anders dreigt de hervorming het matteüseffect enkel te versterken, het ongewenste verschijnsel dat wie het meest behoefte heeft aan vorming en educatie, in de praktijk het minst deelneemt.
Brede toegang De toegang tot de opleidingsincentives wordt beperkt, alsook de keuzevrijheid van de werknemers bij het bepalen van de instrumenten die zij willen inzetten voor het volgen van opleiding en vorming. Verder is er is nog heel wat onduidelijkheid over de zes oriëntaties, de selectiecriteria voor de opleidingen die in aanmerking zullen komen voor de opleidingsincentives, over de erkenning van de instellingen en opleidingen en over de outputfinanciering.
incentives voor werknemers (28/03/2017) op
6 Lees het advies over de hervorming van de opleidingswww.vlor.be/adviezen
Actualisering beroepskwalificaties De huidige procedures voor beroepskwalificaties voorzien momenteel enkel in het ontwikkelen van nieuwe beroepskwalificaties. De Vlaamse Regering wil daarom de bestaande regelgeving uitbreiden met een procedure voor het actualiseren of schrappen van reeds erkende beroepskwalificaties. De Vlor vindt het belangrijk dat die procedures toegevoegd worden, ze zijn broodnodig voor een performante kwalificatiestructuur. In zijn advies over het ontwerpbesluit over die procedures, pleit hij voor systematiek en voor draagvlak.
Gezondheidsbeleid op school Actieplan geZONtijd In december 2016 lanceerde de minister een voorlopige versie van een actieplan, onder de naam ‘GeZONtijd’. Het plan wil voeding, beweging en sport, EHBO en sportinfrastructuur in één geheel vatten. Het vormt de basis om het gezondheidsbeleid van scholen verder te ondersteunen. De Vlor vindt het positief dat de overheid een prioriteit maakt van gezondheidsbevordering in onderwijs. Het actieplan is een stimulerend en sensibiliserend instrument, dat scholen kan ondersteunen bij het uitbouwen van hun gezondheidsbeleid op maat. De raad formuleerde ook enkele suggesties voor bijsturing, met de bedoeling het actieplan krachtiger te maken: – Een goede beleidsmatige opvolging van alle acties, waarbij de planlast voor de scholen tot een minimum beperkt blijft; – Geen nieuwe verplichtingen voor scholen zodat zij gezondheidsbeleid kunnen invoeren in functie van hun eigen specifieke context; – Meer expliciet benadrukken dat gezondheid integraal wordt benaderd, vanuit een fysieke, mentale en sociale dimensie; – Bij elke actie nadenken over het mogelijke effect op kansengroepen; – Alle stakeholders op school betrekken bij de acties.
geZONtijd’ (23/02/2017) op www.vlor.be/adviezen
6 Lees het advies over het actieplan ‘Hoog tijd voor
Stap voor stap naar een gezondheidsbeleid op school Op 16 februari 2017 organiseerde de Vlor i.s.m. het Departement Onderwijs en Vorming een studiedag over het werken aan gezondheid op school. Er werd stilgestaan bij de instrumenten en methodieken van organisaties zoals Het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) en de Stichting Vlaamse Schoolsport (SVS). Verder kwamen ook de dwarsverbanden aan bod met diversiteit en educaties als wereldburgerschap, duurzame ontwikkeling en verkeerseducatie en kwamen de scholieren zelf aan het woord over hoe zij het gezondheidsbeleid op hun school ervaren en hoe zij er aan meewerken.
Andere uitgebrachte adviezen 3 Advies over de uitbreiding tijdelijk project ‘schoolbank op de werkplek’ (27/04/2017)
3 Advies over de aanvragen voor onderwijsbevoegdheid volwassenenonderwijs 2017-2018 (28/03/2017)
3 Advies over het opleidingsprofiel Bibliotheekmedewerkerinformatiebemiddelaar (14/03/2017)
3 Advies over nieuwe opleidingen in het dbso voor textielverzorging en de groensector (08/03/2017)
3 Advies over het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (23/02/2017)
3 Advies over programmaties in het buitengewoon secundair onderwijs, 2017-2018 (09/02/2017)
3 Advies over de aanvragen tot programmatie in het gewoon secundair onderwijs 2017-2018 (19/01/2017)
3 Advies over de programmatieaanvragen buitengewoon basisonderwijs 2017-2018 (18/01/2017)
3 Advies over een aanvraag tot afwijking van de programmatiestop dko (17/01/2017 en 18/04/2017)
3 www.vlor.be/adviezen
en schrapping van beroepskwalificaties (30/03/2017) op
6 Lees het advies over de procedure voor de actualisering www.vlor.be/adviezen
de hoogte van recente adviezen 3 3 Blijf opSchrijf je in op de digitale nieuwsbrief van de Vlor op www.vlor.be
3 In Beraad jrg. 25 nr.2, april 2017 p4
Volg de Vlor @Vlor1
Vlaamse Onderwijsraad
Vlaamse Onderwijsraad