Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be
Dossiernummer: OVB/2021/362
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 20 augustus 2021 diende xxx een verzoek in op het mailadres pfas@vlaanderen.be, tot het bekomen van een afschrift van “alle resultaten van metingen op voedsel, drinkwater en gewassen in het kader van het PFAS dossier (…) die u ter beschikking hebt, zoals vermeld in de PFAS commissie deze ochtend. Dit in het kader van de toegang tot milieuinformatie binnen het verdrag van Aarhus. Hierbij wil ik expliciet graag de absolute meetwaarden ontvangen van alle PFAS die gemeten zijn, dus niet louter de toetsing aan de actierichtlijnen van FAVV (die overigens quasi betekenisloos zijn).” Bij mailbericht d.d. 9 september 2021 werd door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (verder ‘OVAM’) aan xxx de vraag gesteld om dit verzoek te specifiëren. Bij mailbericht van 9 september 2021 werd door xxx aangeven: “Ik zou graag de data ontvangen aan de hand waarvan xxx zijn uitspraken in de onderzoekscommissie heeft gedaan. Dat lijkt me geen overdreven grote scope.” Bij mailbericht d.d. 10 september 2021 werd de openbaarmaking door OVAM geweigerd. Bij mailbericht d.d. 10 september 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 13 september 2021. Op 11 oktober 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen.
www.vlaanderen.be
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 20 augustus 2021. De bestreden beslissing dateert van 10 september 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 10 september 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het verzoek tot openbaarmaking werd door de OVAM geweigerd op grond van artikel II.33, 2° Bestuursdecreet. De OVAM geeft aan: “Het rapport over de gewasanalyses door ERM (i.o.v. 3M) maakt deel uit van het beschrijvend bodemonderzoek van 3M dat nog niet afgerond is, nog niet ingediend is bij OVAM en nog niet conform verklaard is. Het is een onvolledig bestuursdocument (…)”.
2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper formuleert in zijn beroepschrift vooreerst de context van zijn vraag:
“• Op 20 augustus verscheen xxx op de onderzoekscommissie van het Vlaamse parlement, als "opdrachthouder Vlaamse Regering PFOS-problematiek, onderzoekscoördinator Duurzame Materialen VITO, hoofddocent Afvalverwerking en Circulaire Economie Universiteit Antwerpen". • xxx vertegenwoordigt hierin dus duidelijk (een deel van) de Vlaamse regering. Hij verwees ook al herhaaldelijk naar een speciale pagina over PFAS van de Vlaamse regering. Hieruit lijkt het redelijk te zijn om alle vragen om informatie over onderwerpen die in de presentatie aan bod komen te richten naar het geadverteerde adres “pfas@vlaanderen.be”. Klaarblijkelijk wordt dit type vragen opgenomen door medewerkers van OVAM. • In deze parlementaire getuigenis verwijst xxx expliciet naar resultaten van PFAS metingen in water en voedsel. Dit maakt duidelijk dat er zulke informatie beschikbaar is en dat ze voldoende coherent is om over te rapporteren. • Hij bespreekt kwalitatief drie onderzoeken. Dat betekent dat er niet alleen ruwe resultaten voorhanden zijn, maar dat er ook reeds een analyse van gemaakt is. Deze analyse wordt gedeeld in de presentatie van xxx, wat uiteraard een volledig en publiek bestuursdocument op zichzelf is. In bijlage enkele screenshots uit de presentatie. Nergens wordt aangegeven dat de resultaten onvolledig of niet verwerkt zouden zijn.” Na het formuleren van een aantal klachten aan het adres van OVAM, geeft de beroeper vervolgens aan dat de OVAM in haar weigering verschillende fouten tegen het Bestuursdecreet maakt:
“• Ten eerste splitst OVAM de vraag op, waarbij ze de verschillende betrokken studies apart behandelt en telkens verschillende argumenten aanvoert om er niet aan te voldoen. Nochtans zijn de relevante gegevens samen gepresenteerd en spreekt xxx expliciet over de gemaakte inspanningen om alle gegevens te bundelen. OVAM heeft met andere woorden beschikking over alle gegevens en heeft ze klaarblijkelijk ook
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 2 van 10
al gebundeld en geanalyseerd. Als de vraag ontvankelijk is, moet ze dan ook ontvankelijk zijn voor alle gegevens tegelijk, aangezien het om precies hetzelfde type informatie gaat. • OVAM verwees mij in een eerder schrijven naar FAVV, waar ik dat deel van de gegevens zou moeten bekomen. Zulke verwijzing is uiteraard niet conform het bestuursdecreet, zelfs als OVAM niet over de informatie in kwestie zou beschikken, wat in dit geval zonder meer wel zo is (tenzij xxx heeft gelogen in de onderzoekscommissie). • Voor de zogenaamde “ERM” gegevens stelt OVAM dat de gegevens een onderdeel zouden uitmaken van een rapport dat nog niet is afgewerkt. (….) Hoewel het inderdaad zo is dat onafgewerkte rapporten niet moeten opgeleverd worden, is dit een extreem zorgwekkende interpretatie van deze regel. Ten eerste zijn de gegevens zonder meer volledig, zelfs reeds geanalyseerd en maken ze reeds deel uit van een gepubliceerd overheidsdocument (de presentatie van xxx). Fundamenteler zou ik de commissie echter willen vragen om hier een zeer expliciete uitspraak over te doen: “Mag de overheid informatie achterhouden, loutere omdat het een onderdeel zou uitmaken van een toekomstig te publiceren rapport?” Want, indien dit zo werkelijk zou zijn, zet het de deur open voor eender welk overheidsdienst om informatie die ze om eender welke reden wil achterhouden, plots deel te laten uitmaken van een toekomstig te publiceren rapport, waarbij men zelfs de publicatiedatum hiervan (en dus ook de toegang tot informatie) quasi eindeloos kan uitstellen. Dit zou dus de facto een mogelijkheid bieden om eender welke (milieu)informatie onbeschikbaar te maken, die bovendien onbeperkt is in de tijd. Dit kan onmogelijk de bedoeling zijn?” 3. Toelichting door de OVAM De beroepsinstantie nam op 15 en 29 september en 4 oktober 2021 bij mail contact op met de OVAM om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailberichten d.d. 22 en 29 september en 8 oktober 2021 ontving de beroepsinstantie bijkomende toelichting. Om zicht te krijgen op de ‘werking’ van de PFAS-mailbox werden hierover door de beroepsinstantie ook enkele vragen gesteld. OVAM geeft aan dat de coördinatie van de aanpak van de PFAS-verontreiniging en de communicatie met de betrokken overheden, bedrijven, wetenschappers en burgers in handen is van de opdrachthouder van de Vlaamse Regering (xxx). In het kader hiervan is het e-mailadres PFAS@vlaanderen.be in het leven geroepen. Hier kan men terecht met algemene vragen over PFAS. Via dit kanaal worden ook vragen ontvangen, gesteld in het kader van openbaarheid van bestuur. Deze mailbox wordt beheerd door OVAMmedewerkers, maar is geen OVAM-mailbox. Binnen deze mailbox wordt een beoordeling gedaan van de vragen en doorgestuurd naar de overheidsinstanties die het best geplaatst zijn om die vragen te beantwoorden. De volgende overheidsinstanties hebben toegang tot de mailbox: Departement Landbouw en Visserij, de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), het Departement Omgeving, de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG), de opdrachthouder van de Vlaamse Overheid (xxx). Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft geen toegang tot deze mailbox. Vragen die in het kader van de openbaarheid van bestuur worden ontvangen in deze mailbox, worden dan ook naar de bevoegde organisaties doorgestuurd. Deze organisaties beoordelen dan verder individueel de aanvraag. In casu werd n.a.l.v. het verzoek van beroeper, xxx op 23 augustus 2021 vanuit de PFAS-mailbox bevraagd bij welke administraties de opgevraagde info beschikbaar was. Hierop antwoordde xxx dat een deel van deze gegevens beschikbaar waren bij het FAVV en dat ze daar door de vraagsteller konden worden opgevraagd, en dat het onderzoek van de bioboer online: https://moesland.be terug te vinden was. Bovendien maakte een deel van de opgevraagde gegevens tenslotte deel uit van het ERM-onderzoek, beschikbaar bij de OVAM. Deze informatie werd vanuit de PFAS-mailbox aan xxx op 31 augustus 2021 en op 23 augustus 2021 aan de betrokken organisaties bezorgd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 3 van 10
De beroepsinstantie heeft kennis genomen van deze mailberichten. De OVAM stelt verder dat de OVAM daarom enkel het verzoek behandeld heeft rond de gegevens uit het ERM-rapport aangezien dit de enige informatie is waarvan de OVAM in het bezit is. “De OVAM is zelf niet in
het bezit van gebundelde gegevens, noch van de presentatie van de opdrachthouder van de Vlaamse Overheid. De OVAM levert gegevens aan de opdrachthouder en beschikt zelf louter over de meetresultaten van de eerste bemonsteringscampagne verzamelt (sic) in het kader van de risico-evaluatie voor het beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd door ERM.” En verder: “De OVAM vond de vraag van xxx initieel te vaag geformuleerd. Zekerheidshalve heeft de OVAM
dan ook een vraag tot verduidelijking gesteld. Een dag na ontvangst van de verduidelijking nam OVAM reeds een beslissing.” Eveneens stelt OVAM: “Na ontvangst van een eerste verzoek op 20 augustus, bezorgde de OVAM aan xxx op 9 september 2021 een antwoord met de melding dat men niet kon ingaan op het verzoek omdat het verzoek zeer algemeen was geformuleerd en de OVAM niet wist naar welke informatie xxx op zoek was. In dat antwoord stelde de OVAM de vraag of xxx verder kon verduidelijken, overeenkomstig artikel II.42 van het Bestuursdecreet. Deze verduidelijking is er diezelfde dag vanwege xxx gekomen: “Ik zou graag de data ontvangen aan de hand waarvan xxx zijn uitspraken in de onderzoekscommissie heeft gedaan. Dat lijkt me geen overdreven grote scope.” OVAM stelt ook dat zij na deze verduidelijking vermoedde dat xxx op zoek was naar de resultaten van de eerste meting binnen het beschrijvend bodemonderzoek door ERM op de off-site omgeving van de 3Mfabriek in Zwijndrecht. De OVAM stelt dat, na ontvangst van deze verduidelijking, opnieuw een termijn van 20 kalenderdagen begint te lopen om het verzoek te behandelen zoals bepaald in artikel II.43 §2 van het Bestuursdecreet en “Na een interne analyse werd het duidelijk dat de huidige risicoanalyse nog niet voltooid is en dat de OVAM
deze informatie nog niet kan vrijgeven. Deze beslissing werd reeds een dag later overgemaakt aan xxx op 10 september 2021. De OVAM heeft bij de behandeling van dit verzoek dus geen termijn overschreden. Daarnaast blijft de OVAM van mening dat de opgevraagde informatie pas kan worden vrijgemaakt wanneer de risicoanalyse is afgerond. De huidige metingen zijn nog niet compleet waardoor het niet mogelijk is om een accuraat beeld te schetsen van de aard en de ernst van de verontreiniging. De OVAM heeft hierbij op geen enkel moment de wetgeving rond openbaarheid van bestuur willen ontwijken. Alle aanvragen worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het Bestuursdecreet.” OVAM duidt ook dat zij in het bezit is van metingen uit de eerste bemonsteringscampagne. Hierover stelt de OVAM: “Deze metingen vormen onderdeel van de humaan-toxicologische risicobeoordeling binnen het
beschrijvend bodemonderzoek dat ingediend moet worden uiterlijk eind 2021. Dit beschrijvend bodemonderzoek moet dan nog door de OVAM worden beoordeeld. De risicobeoordeling is op dit moment dus nog niet afgerond aangezien er enkel nog maar metingen beschikbaar zijn van de eerste bemonsteringscampagne. Deze metingen dienen nog aangevuld te worden met de resultaten van een tweede bemonsteringscampagne.
De risicobeoordeling is pas volledig vanaf het moment dat de resultaten van deze tweede campagne beschikbaar zijn. Pas op basis van de twee bemonsteringscampagnes kunnen er correcte beoordelingen worden gemaakt. Het is niet mogelijk om op basis van de eerste meting al een beoordeling te maken van de aard en de ernst van de verontreiniging.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 4 van 10
De aanvraag van xxx was gericht tot alle metingen op voedsel, drinkwater en gewassen in het kader van het PFAS-dossier vermeld door de PFAS-commissie op 20 augustus 2021. Op 9 september 2021 heeft de OVAM aan xxx een mail gericht met de melding dat de aanvraag te vaag was geformuleerd. In die mail vroeg de OVAM of xxx zijn verzoek verder kon specifiëren en aangeven welk rapport hij precies wou ontvangen. Diezelfde dag ontving de OVAM een verduidelijking van xxx. Pas na deze verduidelijking kon de OVAM afleiden dat het verzoek doelde op de gewasanalyses binnen de risicoanalyse van het beschrijvend bodemonderzoek van ERM. De OVAM is in het bezit van laboresultaten die vallen onder het verzoek van xxx. Toch kan de OVAM deze resultaten, op dit moment, niet vrijgeven aan xxx aangezien deze deel uitmaken van een onafgewerkt bestuursdocument. De OVAM heeft om deze reden het verzoek afgewezen op basis van artikel II. 33, 2° van het Bestuursdecreet. De opgevraagde informatie is verzameld in het kader van een risico-evaluatie voor het beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd door ERM (bodemsaneringsdeskundige), in opdracht van 3M. Het beschrijvend bodemonderzoek moet door 3M ingediend worden uiterlijk eind 2021. Hierna dient de OVAM op basis van het beschrijvend bodemonderzoek nog een uitspraak te doen over de aard en de ernst van de bodemverontreiniging overeenkomstig artikel 38 van het Bodemdecreet en de standaardprocedure beschreven op de website van de OVAM. Het doel van de bemonstering waarvan xxx nu de resultaten vraagt, is om voedselgerelateerde monsters te verzamelen in de omgeving van de 3M-fabriek van Zwijndrecht. Deze bemonstering gebeurt echter in twee delen. Een eerste bemonsteringscampagne vond plaats in juni 2021, een tweede bemonsteringscampagne vindt plaats in augustus-september 2021. De OVAM is reeds in het bezit van de laboresultaten die verkregen zijn tijdens de eerste bemonsteringscampagne, maar heeft dus nog geen resultaten van de tweede bemonsteringscampagne. De informatie die xxx nu opvraagt, dient aldus nog te worden aangevuld met de metingen van een tweede bemonsteringscampagne in het komende oogstseizoen in de periode augustus-september 2021 en wordt dan gebruikt voor de uitwerking van de humaan-toxicologische risicobeoordeling binnen het beschrijvend bodemonderzoek. De metingen van deze tweede bemonsteringscampagne zijn noodzakelijk om een nauwkeurig beeld te krijgen van de situatie aangezien de eerste meting niet voldoende is om enige conclusies te trekken. De eerste meting heeft betrekking op gewassen die geoogst worden in de periode juni met als gevolg dat maar een beperkt aantal gewassen onderzocht zijn. De tweede meting heeft betrekking op gewassen die geoogst worden in de periode augustus-september waardoor er meer stalen beschikbaar zijn en het mogelijk is om een uitgebreider onderzoek uit te voeren. Deze tweede meting zal dus veel gedetailleerder en nauwkeuriger zijn waardoor het mogelijk zal zijn om een volledig en accuraat beeld te krijgen van het risico. De resultaten die worden opgevraagd zijn met andere woorden nog geen eindresultaten. De OVAM is van mening dat deze informatie pas kan worden vrijgegeven wanneer deze volledig is.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 5 van 10
Wanneer de risicoanalyse afgerond is (eind 2021), zal de OVAM deze beschikbaar maken als een gefaseerd beschrijvend bodemonderzoek (een onderzoek voor die fase). Dit gefaseerd beschrijvend bodemonderzoek bevat afzonderlijke uitspraken over de aard en de ernst van de verontreiniging.” De OVAM verduidelijkte verder:
“De huidige meetwaarden slaan enkel op de eerste bemonsteringscampagne van juni 2021 en deze metingen worden nog aangevuld met de resultaten van de tweede bemonsteringscampagne van augustus-september 2021. De huidige cijfers zijn dus geen juiste weergave van de realiteit aangezien er nog een groot deel gewassen niet onderzocht zijn. Het is pas mogelijk om de aard en de ernst van de verontreiniging vast te stellen indien deze meetresultaten compleet zijn. Om deze reden is de OVAM van mening dat de opgevraagde gegevens nog niet af zijn. De OVAM is bereid tot een gedeeltelijke openbaarmaking van het bodemonderzoek vanaf het moment dat de risicoanalyse volledig is (de resultaten van beide campagnes zijn beschikbaar en samengevoegd). De OVAM zal deze informatie beschikbaar maken via een gefaseerd beschrijvend bodemonderzoek (een onderzoek voor die fase). Dit gefaseerd beschrijvend bodemonderzoek bevat afzonderlijke uitspraken over de aard en de ernst van de verontreiniging. De OVAM is van mening dat het niet nodig is om te wachten tot het volledige bodemonderzoek is afgerond op voorwaarde dat de risicoanalyse wel volledig en af is. Verder meent de OVAM zich niet op andere uitzonderingsgronden te kunnen of moeten beroepen.” En verder heeft OVAM tevens gesteld: “Het is een gangbare praktijk binnen OVAM dat belangrijke elementen uit een bodemonderzoek periodiek (en in fasen) gepubliceerd worden aangezien een volledig bodemonderzoek een doorlooptijd heeft van enkele jaren. De volledige risicoanalyse met de resultaten van de twee metingen wordt eind 2021 afgerond en openbaar gemaakt.” De beroepsinstantie werd ook in kennis gesteld van de memo ‘PFAS resultaten 1ste voedselmeetcampagne Juni 2021 Risico-evaluatie off-site BBO, 3M Zwijndrecht’ 4. Standpunt van de beroepsinstantie Vooreerst bekijkt de beroepsinstantie op welke wijze dit verzoek tot openbaarheid zijn verloop heeft gekend. Beroeper heeft op 20 augustus 2021 een verzoek gemaild naar het mailadres pfas@vlaanderen.be tot het bekomen van een afschrift van “alle resultaten van metingen op voedsel, drinkwater en gewassen in het kader van het PFAS dossier (…) die u ter beschikking hebt, zoals vermeld in de PFAS commissie deze ochtend. Dit in het kader van de toegang tot milieuinformatie binnen het verdrag van Aarhus. Hierbij wil ik expliciet graag de absolute meetwaarden ontvangen van alle PFAS die gemeten zijn, dus niet louter de toetsing aan de actierichtlijnen van FAVV (die overigens quasi betekenisloos zijn).” Uit de ontvangen toelichting blijkt duidelijk dat het verzoek tot openbaarheid werd opgenomen door het ‘Team van de opdrachthouder coördinatieaanpak PFAS-verontreiniging’ (verder ‘PFAS-team’) en dat de opdrachthouder heeft aangegeven bij welke administraties de opgevraagde info beschikbaar was, namelijk bij het FAVV en de OVAM. Tevens blijkt uit de hoorzitting van de betrokken commissie d.d. 20/8/21 – waarnaar de beroeper verwijsten dat kan herbekeken worden op https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementair-werk/commissies/commissievergaderingen/1548098 (’Hoorzitting over de werkzaamheden van de opdrachthouder van de Vlaamse Regering voor de PFOSproblematiek’) dat er 3 onafhankelijke onderzoeken zijn gebeurd: door de Universiteit Antwerpen, de FAVV en ERM i.o.v. 3M. Bij mail van 23 augustus 2021 werd OVAM door het PFAS-team gevraagd om het luik te bekijken i.v.m. het ERM onderzoek. Bij mail d.d. 31 augustus 2021 werd aan beroeper door het PFAS-team gemeld dat het onderzoek van de bioboer (door Universiteit Antwerpen) online: https://moesland.be
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 6 van 10
beschikbaar was en dat hij daarnaast contact kon opnemen met het FAVV via een bepaalde link en mailadres én dat zijn vraag ook werd bezorgd aan OVAM die hem rechtstreeks zou beantwoorden. In de toelichting aan de beroepsinstantie heeft de OVAM aangegeven dat zij zelf niet in het bezit is van de gebundelde gegevens, noch van de presentatie van de opdrachthouder, maar dat zij gegevens aanlevert aan de opdrachthouder en zelf louter beschikt over de meetresultaten van de eerste bemonsteringscampagne verzameld in het kader van de risico-evaluatie voor het beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd door ERM. Uit hetgeen hierboven wordt aangehaald, blijkt dat de beroeper ten onrechte aan de OVAM aanrekent dat de OVAM zijn vraag zou opsplitsen. Bij mailbericht d.d. 9 september 2021 werd door OVAM, tijdig conform artikel II.42, eerste lid Bestuursdecreet, aan beroeper de vraag gesteld om dit verzoek te specifiëren. Bij mailbericht van 9 september 2021 werd door xxx aangeven: “Ik zou graag de data ontvangen aan de hand waarvan xxx zijn uitspraken in de onderzoekscommissie heeft gedaan. Dat lijkt me geen overdreven grote scope.” Bij mailbericht van 10 september 2021 volgde de weigeringsbeslissing van OVAM. Gezien conform artikel II.43, §2 Bestuursdecreet een nieuwe termijn van 20 kalenderdagen begint te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft, werd deze weigeringsbeslissing door OVAM tijdig genomen. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu de in het Bestuursdecreet toepasselijke termijnen door de OVAM werden gerespecteerd. Uit het mailbericht d.d. 10 september 2021 waarbij xxx beroep heeft ingediend bij de beroepsinstantie blijkt duidelijk dat hij beroep instelt tegen voormelde weigeringsbeslissing van de OVAM van 10 september 2021. Dit is de bestreden beslissing. Na onderzoek is de beroepsinstantie van oordeel – hetgeen ook werd bevestigd door OVAM – dat de scope van het verzoek tot openbaarmaking t.a.v. de OVAM (namelijk alle meetresultaten op voedsel, drinkwater en gewassen in het kader van het PFAS dossier zoals vermeld/aan bod gekomen in de PFAS commissie van 20/8 ll., waarbij de beroeper initieel verder aangaf dat hij verzoekt om “absolute meetwaarden ontvangen van alle PFAS die gemeten zijn, dus niet louter de toetsing aan de actierichtlijnen van FAVV”, alsook verder t.a.v. de OVAM heeft verduidelijkt dat hij de data wenst te ontvangen aan de hand waarvan xxx zijn uitspraken in de onderzoekscommissie heeft gedaan), de bijlage 3 ‘Labo analyse certificaten’ van de memo ‘PFAS resultaten 1ste voedselmeetcampagne Juni 2021 Risico-evaluatie off-site BBO, 3M Zwijndrecht’, zoals aan de beroepsinstantie bezorgd, omvat. Conform artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet maakt deze bijlage ongetwijfeld een bestuursdocument uit. De OVAM heeft het verzoek tot openbaarmaking afgewezen op grond van artikel II.33, 2° Bestuursdecreet. Artikel II.33, 2° Bestuursdecreet bepaalt dat, tenzij het belang van de openbaarheid primeert, de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, een aanvraag mogen afwijzen als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn. Deze uitzonderingsgrond is van toepassing zowel op de aanvragen van gewone informatie, als op die van milieu-informatie. Uit de ontvangen toelichting en het ontvangen document blijkt dat ERM in opdracht van 3M werkt aan een update van het initiële Beschrijvende Bodemonderzoek (BBO). Deze BBO-actualisatie is gevraagd door de OVAM. In het kader van de risico-evaluatie binnen de actualisatie van het beschrijvende locatieonderzoek heeft ERM medio juni 2021 voedselgerelateerde monsters (gewassen, groenten, fruit, eieren & melk) verzameld in de off-site omgeving van de 3M-fabriek in Zwijndrecht. Medio juni 2021 vond een 1ste bemonsteringscampagne plaats. De verzamelde monsters werden gestuurd naar het erkende laboratorium SGS voor analyse. Het zijn deze laboresultaten die in casu worden gevraagd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 7 van 10
De verzamelde informatie zal worden aangevuld met een 2de campagne in het ‘komende’ oogstseizoen (periode augustus-september 2021) en zal later dit jaar worden gebruikt voor de uitwerking van de (humaan-toxicologische) risicobeoordeling binnen de BBO-actualisatie. De OVAM is van oordeel dat deze laboresultaten op dit moment niet kunnen worden vrijgegeven. De gevraagde informatie is verzameld in het kader van een risico-evaluatie voor het beschrijvend bodemonderzoek. Deze metingen (laboresultaten) vormen onderdeel van de humaan-toxicologische risicobeoordeling binnen het beschrijvend bodemonderzoek dat ingediend moet worden uiterlijk eind 2021. Dit beschrijvend bodemonderzoek moet dan nog door de OVAM worden beoordeeld. Op basis van het beschrijvend bodemonderzoek dient de OVAM nog een uitspraak te doen over de aard en de ernst van de bodemverontreiniging overeenkomstig artikel 38 van het Bodemdecreet en de standaardprocedure beschreven op de website van de OVAM. De risicobeoordeling is, volgens de OVAM, op dit moment dus nog niet afgerond aangezien er enkel nog maar metingen beschikbaar zijn van de eerste bemonsteringscampagne. Deze metingen dienen nog aangevuld te worden met de resultaten van een tweede bemonsteringscampagne. De thans gevraagde informatie dient aldus, volgens de OVAM, nog te worden aangevuld met de metingen van een tweede bemonsteringscampagne in het komende oogstseizoen in de periode augustus-september 2021 en wordt dan gebruikt voor de uitwerking van de humaan-toxicologische risicobeoordeling binnen het beschrijvend bodemonderzoek. Deze risicobeoordeling is pas volledig vanaf het moment dat de resultaten van deze tweede campagne beschikbaar zijn. Pas op basis van de twee bemonsteringscampagnes kunnen er correcte beoordelingen worden gemaakt. Het is niet mogelijk om op basis van de eerste meting al een beoordeling te maken van de aard en de ernst van de verontreiniging. Volgens de OVAM zijn de opgevraagde resultaten bijgevolg nog geen eindresultaten. Wanneer de risicoanalyse afgerond is (de resultaten van beide campagnes zijn beschikbaar en samengevoegd) zal OVAM deze beschikbaar maken als een gefaseerd beschrijvend bodemonderzoek. De OVAM heeft aangegeven dat de volledige risicoanalyse met de resultaten van de twee metingen eind 2021 wordt afgerond en openbaar wordt gemaakt. Hieruit blijkt volgens de beroepsinstantie dat de OVAM van mening is dat de gevraagde laboresultaten deel uitmaken/een onderdeel vormen van een humaan-toxicologische risicobeoordeling (binnen het beschrijvend bodemonderzoek) dat nog niet afgerond is, en dat bijgevolg deze laboresultaten niet vrijgegeven kunnen worden. Het komt thans aan de beroepsinstantie toe om te oordelen of in casu de uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel II.33, 2° Bestuursdecreet, door de OVAM terecht werd ingeroepen. De beroepsinstantie kan zich niet vinden in de argumentatie van de OVAM op grond van hetgeen volgt. De memorie van toelichting bij voormelde decretale bepaling stelt het volgende: “Het ogenblik waarop een document als "af" kan beschouwd worden, verschilt van document tot document. Zo moet een onderscheid gemaakt worden tussen documenten die worden gemaakt in het kader van een besluitvormingsprocedure en andere documenten. Documenten ter voorbereiding van een besluitvormingsprocedure zijn pas af indien ze een definitieve status hebben verkregen, dit wil zeggen indien ze ondertekend zijn door de persoon die in het kader van deze procedure bevoegd is. Dit betekent geenszins dat er een eindbeslissing in de procedure zou moeten genomen zijn. Ook tussentijdse rapporten, adviezen en nota's zijn openbaar, nog voor de eindbeslissing is gevallen, voor zover ze definitief af zijn, dit wil zeggen ondertekend door de bevoegde persoon, zelfs al zijn deze documenten vatbaar voor wijziging of herziening ten gevolge van nieuwe factoren en elementen. Andere documenten, die niet kaderen in een besluitvormingsprocedure worden door de opsteller(s) zelf van het document gekwalificeerd als zijnde af of niet af. (…)” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56-57).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 8 van 10
De beroepsinstantie is van oordeel, conform de memorie van toelichting, dat er in casu geen volledig humaan-toxicologische risicobeoordeling voorhanden moet zijn om de laboresultaten openbaar te kunnen maken. Ook al maken deze laboresultaten deel uit van deze risicobeoordeling, de gevraagde laboresultaten zijn op zichzelf bestaande documenten/informatie die werden bezorgd aan de OVAM en trouwens ook werden ondertekend door het betrokken labo. De beroepsinstantie stelt trouwens vast dat er over deze resultaten al gecommuniceerd werd zowel in de hoger vermelde PFAS-commissie van 20/8/21, als in het persbericht van de opdrachthouder ‘Geen alarmerende resultaten bij 3 onafhankelijke onderzoeken naar PFOS in voedingsproducten rond 3M-site Zwijndrecht’ van dezelfde datum als in het tussentijds rapport “Aanpak PFAS-problematiek Eerste tussentijds rapport van de opdrachthouder aangesteld door de Vlaamse Regering // september 2021” op p 85-86. Ten overvloede is de beroepsinstantie van oordeel dat, zelfs indien de gevraagde info zou kunnen gezien worden als onvolledige documenten of documenten die niet af zijn – quod non in casu , de vereiste belangenafweging door OVAM in casu niet werd gemaakt. De restrictieve interpretatie van bovenvermelde uitzonderingsgrond dient immers te gebeuren in functie van het openbaar belang dat met de openbaarmaking is gediend. Indien deze uitzondering wordt ingeroepen, moet ook geëvalueerd worden of het openbaar belang toch niet zou gediend zijn met de openbaarmaking, en zo ja, of dit openbaar belang al dan niet doorweegt. De beroepsinstantie is van mening dat er een openbaar belang gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten, in zoverre die documenten kaderen binnen de volksgezondheid en een maatschappelijk debat daaromtrent kunnen voeden. Dit openbaar belang dat gediend is met de openbaarmaking weegt volgens de beroepsinstantie in casu ook door. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel II.33, 2° Bestuursdecreet, ten onrechte werd ingeroepen door de OVAM. De OVAM heeft aan de beroepsinstantie aangegeven dat zij meent zich niet op andere uitzonderingsgronden te kunnen of moeten beroepen. Het Bestuursdecreet maakt voor wat betreft de uitzonderingsgronden een onderscheid tussen enerzijds bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten en anderzijds bestuursdocumenten die geen milieuinformatie bevatten. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieuinformatie moet verstaan worden. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu het gevraagde ongetwijfeld milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet bevat, maar evenzeer niet milieuinformatie. Zo is volgens het oordeel van de beroepsinstantie de informatie m.b.t. de namen (en handtekening) van medewerkers van het betrokken labo SGS of van 3M op zich niet te beschouwen als milieu-informatie. De beroepsinstantie stelt namelijk nog vast dat het gevraagde ook de namen (en 1 handtekening) bevat van drie natuurlijke personen, en dat deze in principe niet openbaar kunnen gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde bepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 9 van 10
persoonlijke levenssfeer (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in het gevraagde document de persoonsgegevens (naam, voornaam en één handtekening) van drie natuurlijke personen voorkomen. Dergelijke gegevens behoren tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De beroepsinstantie is echter van oordeel dat het vrijgeven deze persoonsgegevens in casu geen schending uitmaakt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer omdat de beroepsinstantie bij opzoekingen heeft vastgesteld dat deze gegevens reeds bekend zijn via het internet, alsook via LinkedIn. De beroepsinstantie ziet ook geen andere uitzonderingsgronden die op de gevraagde informatie van toepassing zijn. Op grond van het bovenvermelde is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroep gegrond is. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 10 september 2021 tegen weigeringsbeslissing d.d. 10 september 2021 vanwege de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de OVAM verzoeker een afschrift te bezorgen van bijlage 3 ‘Labo analyse certificaten’ horende bij de memo ‘PFAS resultaten 1ste voedselmeetcampagne Juni 2021 Risico-evaluatie off-site BBO, 3M Zwijndrecht’.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 20 oktober 2021
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/362
pagina 10 van 10