Skip to main content

dossier 2021-189.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/189

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/189

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 9 april 2021 diende xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij het departement Mobiliteit en Openbare werken (verder: departement MOW) om hem een afschrift te bezorgen van de goedgekeurde halteplannen voor de vervoerregio’s Limburg, Aalst, Waasland en Mechelen. Op 28 april 2021 heeft het departement MOW gedeeltelijk geweigerd om verzoeker het gevraagde te bezorgen. Verzoeker diende op 3 mei 2021 bij de beroepsinstantie beroep in tegen die beslissing. Het beroepschrift werd geregistreerd op 4 mei 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 9 april 2021. De in beroep aangevochten beslissing van het departement MOW van 28 april 2021 maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.

www.vlaanderen.be


Het ingediende beroep van verzoeker d.d. 3 mei 2021 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

In zijn oorspronkelijke verzoekschrift vroeg verzoeker om een afschrift van de halteplannen voor de vervoerregio’s Limburg, Aalst, Waasland en Mechelen, die volgens hem, gelet op een schriftelijke vraag die hij daaromtrent stelde aan Vlaams minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters, goedgekeurd zouden zijn. Desondanks werden zij volgens verzoeker nog niet publiek vrijgegeven. Het departement MOW bezorgde verzoeker op 28 april 2021 een link naar het halteplan voor de vervoerregio Limburg. Het departement MOW deelde verzoeker echter mee dat er voor de vervoerregio’s Mechelen, Aalst en Waasland nog geen sprake is van een (definitief) plan. Voor deze regio’s bestaat enkel een “levende lijst” van haltes, welke onderhavig zijn aan wijzingen en nog niet in kaart werden gebracht. Daarom kon het departement MOW verzoeker deze op grond van artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet nog niet overmaken.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker is het hier niet mee eens, aangezien de minister van Openbare Werken als antwoord op een door hem gestelde schriftelijke vraag daaromtrent had gesteld dat de halteplannen voor de vervoerregio’s Limburg, Aalst, Mechelen en Waasland ondertussen werden afgeklopt. Uit dit antwoord van de minister concludeert verzoeker dat de halteplannen wel degelijk bestaan voor alle 4 de betreffende vervoerregio's en niet enkel voor Limburg. Verzoeker wenst te herinneren aan de brede definitie van een bestuursdocument met name “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie” (art. I.4. van het Bestuursdecreet).

3. Toelichting door het departement MOW Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen heeft de beroepsinstantie het departement MOW om een toelichting gevraagd. Het departement MOW heeft die toelichting op 11 mei 2021 gegeven, waarbij het vooreerst de totstandkoming van de halteplannen heeft uiteengezet. Binnen de grenzen van de uitrol van het decreet Basisbereikbaarheid, dient door elke vervoerregio een regionaal mobiliteitsplan te worden opgesteld waarvan het openbaar-vervoer-luik het vervoersplan vormt. Ter ondersteuning wordt hiervoor door elk van de vervoerregio’s beroep gedaan op een studieconsortium. Eén van de onderdelen van dergelijk vervoersplan is het (figuurlijk) in kaart brengen van het kernnet, het aanvullend net en vervoer op maat in elk van de 15 vervoerregio’s. De bussen en trams van

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/189

pagina 2 van 4


het kernnet zorgen voor de verbinding tussen grote woonkernen en scholen, sport- en recreatiecentra, ziekenhuizen en handelscentra. Het kernnet wordt afgestemd op het treinnet. Het aanvullend net bestaat uit de bussen tussen kleinere steden en gemeenten. Het zorgt voor de aanvoer naar het kernnet en het treinnet. Ook het woon-werkverkeer en het woon-schoolvervoer dat alleen tijdens de spitsuren bestaat, maakt deel uit van dit net. Op bepaalde locaties of tijdstippen of voor bepaalde doelgroepen zijn het treinnet, het kernnet of het aanvullend net niet toegankelijk. Het vervoer op maat kan hier een oplossing bieden. Het aanbod binnen vervoer op maat varieert van een buurtbus of een collectieve taxi die reizigers vervoert op afroep tot allerlei deelsystemen zoals deelauto’s en deelfietsen. Ook het aanbod voor personen met een beperking (doelgroepenvervoer) valt hieronder. Het vervoer op maat zal online en telefonisch gereserveerd kunnen worden via de mobiliteitscentrale. Vandaag staat De Lijn immers in voor al deze vormen van openbaar vervoer. Het vervoer op maat wordt op dit ogenblik enkel gerealiseerd m.b.v. belbussen (uitgezonderd het doelgroepenvervoer). Middels deze vervoersplannen gaan een aantal buslijnen worden verschoven, gaan haltes verdwijnen of worden toegevoegd, en verdwijnt de belbus. In de plaats van de belbus komt vervoer op maat (VOM) dat in de toekomst door andere operatoren zal worden gerealiseerd en ook zal worden uitgebreid. De Lijn heeft zo voor elke vervoerregio een lijst met de bestaande haltes opgesteld, met het voorlopig voornemen van wat er met elk van deze haltes gaat gebeuren (verplaatsen, verdwijnen, toevoegen). Deze lijst wordt opgesteld in samenspraak met de gemeente/stad in kwestie. Een stand van zaken m.b.t. deze lijsten wordt dan op de vervoerregioraden besproken, alwaar dan opmerkingen kunnen worden geformuleerd, die nog kunnen meegenomen worden in de verdere evaluatie en uiteindelijk in de finalisering van de lijsten. De lijst kan dan bv. op basis van de noden of bezwaren nog worden uitgebreid met extra haltes voor vervoer op maat of er kan worden besloten bepaalde haltes toch te behouden of te verplaatsen. Eens deze lijsten gefinaliseerd zijn, na evaluatie en herevaluatie, kan ook worden overgegaan tot het opmaken van een netplan door De Lijn. Daarbij worden àlle resterende haltes in kaart gebracht van het kern- en aanvullend net met alle routes die de bussen gaan rijden en met vermelding van de verschillende lijnnummers. Dit netplan is dan wat openbaar wordt gemaakt, en wat ook in de praktijk wordt gebruikt door burgers en waarop routeplanners zijn berekend. In zijn reactie bevestigt het departement MOW vervolgens dat er momenteel geen sprake is van afgewerkte of goedgekeurde halteplannen voor de vervoerregio’s Mechelen, Aalst en Waasland. Voor die regio’s werd intussen wel reeds een lijst opgesteld van de bestaande haltes, met vermelding van coördinaten en wat voorlopig het voornemen is voor deze halte (behouden/verplaatsen/verdwijnen). Het gaat hier om lijsten die worden opgesteld door De Lijn in samenspraak met de gemeente of stad in kwestie. De minister had in haar antwoord op schriftelijke vraag nr. 853 inderdaad gesteld dat de lijsten voor deze regio’s waren “afgeklopt”. Dit kan volgens het departement MOW evenwel niet worden geïnterpreteerd alsof het hier zou gaan om afgewerkte documenten in de zin van het Bestuursdecreet. De Lijn beschouwt deze lijsten als “afgeklopt” wanneer zij deze in samenspraak met de gemeente of stad heeft vervolledigd, doch zonder dat deze ook al definitief zijn. Het gaat immers om “levende” documenten waarbij nog wijzingen worden aangebracht op basis van verder onderzoek. De stand van zaken m.b.t. deze lijsten wordt verder besproken op de vervoerregioraden, waarna opmerkingen kunnen worden geformuleerd. Bovendien moet voor elk van deze haltes nog ter plaatse worden gegaan om te verifiëren of de voorgenomen verdwijning/plaatsing/nieuwe invoering van de kwestieuze halte wel mogelijk of opportuun is, rekening houdend met de omgevingsfactoren (bv. verkeersintensiteit, de aanwezigheid van een boom of parkeerplaatsen op de exacte plaats van de nieuwe/verplaatste halte, de noodzaak om eventueel een onteigening uit te voeren,…) of bv. bezwaren van omwonenden. Op basis van dit verder onderzoek en eventuele opmerkingen op de verschillende vervoerregioraden, zullen deze lijsten dan verder worden

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/189

pagina 3 van 4


gefinaliseerd en aangevuld met de haltes voor vervoer op maat. Het is uiteindelijk op basis van deze lijsten dat het nieuwe netplan voor die vervoerregio zal worden opgemaakt. Het verdere onderzoek en het bespreken van de voorlopige lijsten op de vervoerregioraden voor de regio’s Aalst, Limburg, Mechelen en Waasland dient momenteel nog te gebeuren. Volgens het departement MOW mag het duidelijk zijn dat het hier om een lang en arbeidsintensief proces gaat, waarbij veel afstemming, aanpassing en herdenken nodig is. Daarom is het ook vanzelfsprekend dat deze lijsten inderdaad nog niet, zoals xxx zelf aangaf in zijn vraag aan onze dienst, publiek werden gemaakt.

4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat het departement MOW duidelijk en omstandig heeft aangetoond dat de door verzoeker gevraagde halteplannen – i.e. de netplannen voor de vervoerregio’s, die worden opgemaakt op basis van de lijsten van bestaande haltes waarvoor in overleg wordt bekeken welke haltes er worden behouden/verplaatst/verdwijnen – momenteel niet bestaan. Verzoeker heeft immers uitdrukkelijk naar de goedgekeurde plannen gevraagd. Dat verzoeker hiermee doelde op de gefinaliseerde halteplannen, valt volgens de beroepsinstantie op te maken uit de vaststelling dat verzoeker er in zijn oorspronkelijke verzoek nadrukkelijk op wees dat die plannen, ondanks de goedkeuring ervan, nog niet werden gepubliceerd. Het recht op openbaarheid van bestuur kan maar worden uitgeoefend, zoals blijkt uit artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, voor zover een instantie in het bezit is van de beoogde bestuursdocumenten. Aangezien het departement MOW niet in het bezit is van de goedgekeurde halteplannen, daar die momenteel in opmaak zijn en dus niet bestaan, is de beroepsinstantie bijgevolg redelijkerwijze van oordeel dat er ook geen afschrift van kan worden verleend. Bijgevolg dient het beroep als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 3 mei 2021 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het departement MOW d.d. 28 april 2021 wordt als ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd. Brussel, 12 mei 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/189

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-189.pdf by Vlaanderen-be - Issuu