Duurzaam sparen en beleggen in BelgiĂŤ Actualisatie tot 2019 en nieuwe trends en inzichten Deze studie werd uitgevoerd in opdracht
van MIRA, Milieurapport Vlaanderen, en
kwam tot stand in samenwerking met de Universiteit Antwerpen en Forum Ethibel.
Forum Ethibel vzw Ro Van den broeck Laura Uwase Hanne Werquin Yann Fantoli Luc Van Liedekerke Kenny Frederickx
Vlaanderen is milieu
Oktober 2020 2
Duurzaam sparen en beleggen in BelgiĂŤ Actualisatie tot 2019 en nieuwe trends en inzichten
Vlaanderen is milieu
Inhoud
2
Deel I: Duurzaam sparen en beleggen in België Definitie van duurzaam beleggen Een kritische blik Verenigde Naties en duurzaam beleggen Methodologie Duurzaam beleggen: ongeziene groei en recordhoogtes De Ethibel MVI-marktindex Duurzaam sparen: laagste punt in vijf jaar tijd Private bankieren in België De evolutie van duurzaamheidslabels in België
6 7 9 9 11 15 18 24 27 30
Deel II: Inzicht in duurzame investeringen Het duurzaamheidsprofiel van beleggers Publieke inzage in duurzaamheidsscores Duurzaamheidslabels: een vergelijking Een nieuwe speler op de markt Europa werkt aan een groene toekomst Dossier corona
33 34 38 40 48 50 56
64 66 71 72
Samenvatting Begrippenlijst en afkortingen Dank Documentbeschrijving
Inhoudsopgave figuren Figuur 1: Evolutie van vermogen in duurzame beleggingsproducten (België, 1992 -2019)
15
Figuur 2: Evolutie t.o.v. 2018, verhouding per segment beleggingsproducten op basis van duurzaam belegde volumes
17
Figuur 3: Overzicht marktaandeel van lokale aanbieders, gebaseerd op belegd vermogen in duurzame beleggingsproducten op de Belgische MVI-markt (%) (2019)
19
Figuur 4: Evolutie van het aantal aangeboden duurzame beleggingsproducten van Belgische en buitenlandse makelij, (1992-2019)
20
Figuur 5: Evolutie t.o.v. 2018, duurzame producten van Belgische en buitenlandse makelij
22
Figuur 6: Evolutie van het duurzaam / solidair sparen en het duurzaam gehalte van het totale Belgische spaarvolume (1984-2019)
25
Figuur 7: Marktaandelen van financiële instellingen actief op het vlak van duurzaam / solidair sparen in België (2019)
26
Figuur 8: Overzicht marktaandeel van lokale aanbieders van duurzame private bankingdiensten op de Belgische markt (%) (2019)
29
Figuur 9: Aantal labels per duurzaam beleggingsfonds opgenomen in de MIRA-studie en aangeboden in België
30
Figuur 10: Aantal fondsen per label in België opgenomen in de MIRA-studie
31
Inhoudsopgave tabellen Tabel 1: Zeven strategieën in duurzaam beleggen
8
Tabel 2: Marktzetting per beheerder, uitgedrukt in aantal beleggingsproducten
23
Tabel 3: Duurzaamheidsprofiel: opleidingsniveau
36
Tabel 4: Duurzaamheidsprofiel: geslacht
36
Tabel 5: Duurzaamheidsprofiel: leeftijd
37
Tabel 6: Duurzaamheidsprofiel: vermogen
37
Tabel 7: Gedeeltelijke, selectieve lijst van bestaande labels op de Belgische financiële markt die in september 2020 minstens 25 producten certificeren.
42
Tabel 8: Overzicht van de uitsluitings-/inclusiecriteria van de labels voor 2020 – Gedeeltelijke, selectieve lijst van de drempels om in aanmerking te komen voor een ESG-label voor financiële producten 46
3
Voorwoord Het is wat zoeken naar de juiste formulering. Bij de beschrijving van de toename van duurzaam beleggen in België spraken we de voorbije jaren de ene keer over een ‘sterke toename’, een ‘forse toename’ en zelfs over het doorbreken van een ‘glazen plafond’. Intussen zien we voor 2019 een stijging van 74% - tot 48,6 miljard euro - in het duurzaam belegde volume tegenover 2018. Bovendien zagen we de Ethibel MVIindex, de verhouding van de Belgische geïnvesteerde volumes in duurzame beleggingsproducten tegenover de totale omvang van beleggingsfondsen in België, stijgen naar 22,14%. Dit is de sterkste stijging sinds 1992, het moment dat Forum Ethibel startte met het bijhouden van de gegevens. Als ik bijkomend observeer hoe alles evolueert in de eerste helft van 2020, dan zal het volgend jaar opnieuw zoeken zijn naar een nieuwe formulering. In elk geval is dit goed nieuws. Zowel de aanbodzijde als de vraagzijde hechten belang aan duurzaamheid op een manier dat er belangrijke verschuivingen optreden. Tegelijk moeten we waakzaam zijn. Niet alle duurzame producten zijn even duurzaam. Ze hanteren niet allen evenveel duurzaamheidsstrategieën, maken een andere selectie bij uitsluitingen (gaande van wapenproducenten tot bijvoorbeeld producenten van bont), en hebben al dan niet (een) duurzaamheidslabel(s). Gezien het belang van dit laatste zijn we eveneens gestart met het opvolgen van de evolutie wat betreft labels die toegekend worden aan financiële producten in België. In de vorige MIRA-studie beschreven we reeds de komst van een Quality Standard voor duurzame financiële producten in België. Wie voldoet aan deze minimumnorm behaalt het Towards Sustainability label. Dit label kende sinds de uitreiking van de eerste labels in november 2019 een zeer sterke start en lijkt een aanvaardbare norm te worden in de sector. Meer nog, het werd op korte tijd een van de belangrijkste duurzaamheidslabels in aantal producten en volume in Europa. Sommige financiële producten dragen ook meerdere labels, soms om complementaire accenten van het product te onderstrepen, soms omdat het product in meerdere landen verdeeld wordt en verschillende labels commercieel interessant zijn voor de onderscheiden markten. De MIRA-studie zal deze evolutie blijven volgen en nagaan hoe ze een stimulans kunnen zijn in een verdere verduurzaming van financiële producten.
4
In deel II van deze studie delen we enkele inzichten in duurzaam investeren. Zit er een lijn in het profiel van de duurzame investeerder? Hoe kijkt de nieuwe ‘speler’ NewB naar hun plaats in de sector en kan de start van deze nieuwe bank een stimulans betekenen om bijvoorbeeld het volume aan duurzaam sparen uit een dal te trekken? Welke evoluties spelen op Europees niveau en kan de Green Deal ambitieuze lijnen uitzetten voor groene investeringen? En dan is er Covid-19. Met impact op de financiële markten. Sinds maart observeren we de gevolgen hiervan en alhoewel het wachten is op diepgravende (academische) studies op lange termijn, wagen we ons toch al aan een terugblik over wat er op financieel vlak bewoog tijdens de voorbije periode. Ondanks Covid-19 slaagden we erin deze studie tot een goed eind te brengen. Veel dank aan de vermogensbeheerders en banken die de tijd maakten om – tussen alle hectiek in - ons de nodige cijfergegevens te bezorgen. Dank aan de Vlaamse Milieumaatschappij en Universiteit Antwerpen om kritisch te blijven meekijken tijdens de opbouw van deze studie. En dank aan het team van Forum Ethibel, dat werkzaam is temidden deze ‘sterke’, ‘forse’ of ‘ongeziene’ golf van verduurzaming. Ze zijn tegelijk onderdeel van de motor als kritisch observator van deze evolutie. Uitdagend. We hopen dat de lectuur van dit dossier u zal boeien, of u dit nu leest mét of zonder (duurzaam) mondmasker. Kenny Frederickx Directeur Forum Ethibel
5
Deel I: Duurzaam sparen en beleggen in België Het eerste deel van deze studie focust op de ontwikkelingen in duurzaam sparen en beleggen in België. Concrete cijfers en trends worden toegelicht. Dit biedt zicht op de veranderingen in de interesse van particulieren om duurzaam te investeren. Om hiertoe te komen, is een goede en consistente methodologie belangrijk.Vergelijking over de jaren heen moet mogelijk zijn en nieuwe tendensen vragen een verfijning bij de verwerking van ‘ruwe’ data. Net zoals in het rapport van 2019, werd er sterk ingezet op de volledigheid van de gegevens en het vermijden van dubbeltellingen. Bijgevolg, worden de resultaten nauwkeuriger en kunnen we een zo getrouw mogelijk beeld schetsen van ontwikkelingen op de Belgische markt. Indien er alsnog onzekerheid bestaat over de nauwkeurigheid van gegevens, wordt dit aangegeven in de tekst of door middel van een voetnoot. Het vertrekpunt is een bondig overzicht van wat duurzaam beleggen inhoudt, met aandacht voor verschillende beleggingsstrategieën en een kritische noot. Vervolgens wordt het methodologische luik toegelicht, voor er wordt ingegaan op duurzaam beleggen, duurzaam sparen en private bankieren. In het algemeen, stellen we vast dat de duurzaam belegde volumes blijven toenemen en een ongeziene groei kennen. De dalende trend van duurzaam sparen van de afgelopen jaren, lijkt zich ondertussen te stabiliseren. De teksten worden aangevuld met grafieken om de concrete stand van zaken te illustreren. Voor interessante (nieuwe) visies of trends, wordt aangegeven of dit al dan niet werd opgenomen in de cijfergegevens. Bovendien bieden enkele kaderteksten meer duiding of aanvullende informatie.
6
Definitie van duurzaam beleggen Bij duurzaam beleggen wordt er niet uitsluitend gekeken naar het financieel aspect. Het is mogelijk om door middel van extra-financiële criteria te beoordelen hoe bedrijven, landen en publieke instellingen rekening houden met milieu (E, environment), sociale prestatie (S, social) en goed bestuur (G, governance)- ofwel ESG. Het meenemen van ESG-factoren is een van de meest aanvaarde benaderingen om duurzaam te beleggen. Dit wordt in deze studie als minimumvereiste gehanteerd voor de selectie van beleggingsproducten. Er kan echter ook op andere manieren rekening worden gehouden met duurzaamheid. Zo kan men ongewenste activiteiten uitsluiten, goede activiteiten aanmoedigen, of een combinatie van beiden toepassen. Deze verschillende aanpakken, ook wel bekend als duurzaamheidstrategieën, maken het verwarrend voor beleggers die hier niet in thuis zijn. Op dit ogenblik zijn er zeven duurzaamheidstrategieën die regelmatig terugkomen. Deze strategieën zijn in lijn met de definities van duurzaam beleggen van Eurosif en GSIA.1 Febelfin, de belangenvertegenwoordiger van de Belgische financiële sector, verwijst eveneens naar de definities van Eurosif en GSIA voor wat betreft de mogelijke manieren om duurzaam te beleggen. Deze 7 duurzaamheidstrategieën kunnen in vier categorieën worden gegroepeerd, wat het eenvoudiger maakt om een onderscheid te maken tussen de verschillende insteken.
1
Eurosif: European Sustainable Investment Forum GSIA: Global Sustainable Investment Alliance
7
Tabel 1: Zeven strategieën in duurzaam beleggen Zeven strategieën in duurzaam beleggen Negatieve uitsluitingscriteria FO
RU
M ETHIB
Uitsluiting van ongewenste sectoren, praktijken of bedrijven. Hierbij kan men denken aan de tabaksindustrie, wapenproducten, gokspelen,...
EL
Doorlichting op basis van normen
Negatieve benadering
Integratie van ESGfactoren
ESG
(Environmental, Social & Governance)
FO
RU
M ETHIB
EL
‘Best-in-class’ benadering FO
FO
FO
RU
RU
RU
M ETHIB
M ETHIB
M ETHIB
EL
EL
EL
Thematisch duurzaam beleggen Impactbeleggingen en sociale investeringen Engagement en stemmen op basis van ESG
FO
RU
M ETHIB
EL
Bron: Eurosif, GSIA en Forum Ethibel
8
Positieve benadering
Specifieke focus
Actief aandeelhouderschap
Uitsluiten van organisaties die internationaal erkende normen (meermaals) overtreden. De Global Compact van de Verenigde Naties wordt in toenemende mate erkend als de norm voor duurzame beleggingen. Systematisch rekening houden met milieu, mens en goed bestuur (ESG) in de beoordeling van organisaties naast de traditionele financiële analyse.
Selecteren van de beste spelers van de klas binnen elke sector, gebaseerd op hun ESG prestaties. Accent op specifieke thema’s zoals klimaatverandering, hernieuwbare energie, duurzame landbouw, onderwijs, gezondheid, … Gerichte investeringen die specifieke maatschappelijke en klimaat gerelateerde problemen trachten op te lossen. Gebruik maken van aandeelhoudersrechten om direct in dialoog te gaan met een bedrijf. ESG doelstellingen nastreven via het indienen van voorstellen en het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen.
Een kritische blik Duurzame beleggingsproducten houden vaak rekening met meerdere duurzaamheidsstrategieën. Zo bestaat er een groot aanbod aan beleggingsproducten die de eerste vier strategieën (negatieve & positieve benaderingen) meenemen in het duurzaamheidsbeleid van een product. Als men deze vakjes ‘afvinkt’, dan kan een product erg duurzaam overkomen. Dit is niet noodzakelijk waar. De diepgang per strategie kan erg verschillen. Zo kunnen de negatieve uitsluitingscriteria sterk van elkaar afwijken. Een beleggingsproduct hoeft niet altijd een sector als geheel uit te sluiten. Zo kan men bijvoorbeeld enkel bedrijven uitsluiten wanneer meer dan de helft van de omzet van een bedrijf afkomstig is van tabaksproducten, terwijl een ander een nultolerantie hanteert. Productie van wapens, tabak, pornografische industrie en gokspelen worden regelmatig geheel of gedeeltelijk regelmatig uitgesloten wanneer men spreekt over duurzame beleggingsproducten. Door de groeiende aandacht voor klimaatverandering zijn er in toenemende mate ook steeds meer producten die kritisch kijken naar fossiele brandstoffen of bedrijven met hoge uitstoot van broeikasgassen. De uitsluiting van controversiële wapens (antipersoonsmijnen, clusterbommen, e.d.) wordt soms ook aangegeven als een duurzame uitsluiting. Actief beheerde beleggingsproducten zijn hier echter toe verplicht door de Belgische wetgeving.
wapens wapens wapens wapens wapens tabak wapens tabak tabak tabak seksindustrie tabak seksindustrie tabak seksindustrie seksindustrie seksindustrie gokspelen seksindustrie gokspelen gokspelen gokspelen gokspelen fossiele gokspelen fossiele fossiele fossiele hoge fossiele hoge uitstoot fossiele hoge uitstoot hoge uitstoot van hoge uitstoot van hoge uitstoot van uitstoot van van van Tabak Seksindustrie Gokspelen Fossiele Hoge uitstoot brandstoffen brandstoffen brandstoffen brandstoffen brandstoffen broeikasgassen brandstoffen broeikasgassen broeikasgassen broeikasgassen broeikasgassen broeikasgassen
Wapens
brandstoffen
van broeikasgassen
Bij een “best-in-class” benadering kan er eveneens verschil in diepgang zijn. De selectie van de beste 50% van elke sector komt regelmatig voor bij deze benadering. Hierbij is het mogelijk om strenger, of net minder streng te zijn. Duurzame producten met een thematische focus op klimaatverandering komen ook steeds vaker voor. De invulling hiervan kan per productontwikkelaar verschillen. Kijkt men enkel naar producenten van hernieuwbare energie of worden ook steenkoolproducenten opgenomen die proberen de uitstoot van broeikasgassen te verlagen? Bij deze thematische focussen kan het ook voorkomen dat bijvoorbeeld de sociale prestaties of goed bestuur niet wordt meegenomen. Zo kan een bedrijf in een beleggingsportefeuille terugkomen dat enkel hernieuwbare energie produceert, maar de arbeidsrechten van haar personeel niet respecteert. Dit maakt het er niet eenvoudiger op om het volledige duurzaamheidskarakter van een beleggingsproduct in kaart te brengen. Aandachtig lezen van prospecties, commerciële documenten en vragen stellen aan de aanbieder kunnen hierbij helpen.
9
Verenigde Naties en duurzaam beleggen Wanneer men spreekt over duurzaam beleggen wordt er regelmatig verwezen naar initiatieven opgezet of ondersteund door de Verenigde Naties. Zo refereert men regelmatig naar de Global Compact en de Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen). Global Compact De Global Compact van de Verenigde Naties formuleert tien principes gericht op mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en anti-corruptie. Deze principes zijn gebaseerd op internationale verdragen van de Verenigde Naties zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende fundamentele principes en rechten inzake werk. In toenemende mate vermijden duurzame beleggingsproducten investeringen in ondernemingen die deze principes (meermaals) schenden.2 Sustainable Development Goals (SDGs) De SDGs zijn door de algemene vergadering van de Verenigde Naties aangenomen met Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling. Deze ontwikkelingsdoelstellingen vervangen de millenniumdoelstellingen en zullen tot 2030 van kracht zijn. Ze bestaan uit 17 doelstellingen, gelinkt aan 169 subdoelstellingen. Deze doelstellingen zijn onder meer gericht op de bestrijding van armoede, honger en ongelijkheid, maar richt zich ook op onderwijs, gezondheid, duurzame energie, waardig werk, enzovoort. De financiĂŤle sector bekijkt in toenemende mate hoe zij kunnen bijdragen aan een of meerdere van deze 17 doelstellingen.3
2 https://www.unglobalcompact.org/ 3 https://sustainabledevelopment.un.org/
10
Methodologie Deze studie is gericht op de ontwikkelingen van spaar- en beleggingsproducten met een duurzaam karakter op de Belgische markt en brengt de jaarlijkse evolutie in kaart en analyseert zowel mogelijk nieuwe als reeds bestaande trends. Het doel van deze jaarlijkse studie is de belangstelling voor het duurzaam beleggen in België, wat betreft de consument enerzijds en de financiële instellingen anderzijds, op te volgen en aan het publiek te rapporteren. Er worden enkele trendindicatoren gebruikt die de mogelijkheid bieden om deze ontwikkeling jaar na jaar op te volgen. Hierbij wordt gekeken naar het aantal beleggingsproducten, beschikbaar gesteld aan particuliere investeerders en het hierin belegd vermogen. De zogenaamde Ethibel Maatschappelijk Verantwoord Investeren (MVI) marktindex biedt zicht op de jaarlijkse ontwikkeling van duurzame beleggingsproducten tegenover de algemene ontwikkeling van de beleggingsfondsen op de Belgische markt. Verder worden spaargelden in solidaire- en duurzame spaarproducten in kaart gebracht en vergeleken met de totale Belgische spaarvolumes. Tot slot wordt er stilgestaan bij het duurzame belegde vermogen van de Belgische private bankiers. Bijgevolg zijn de drie thema’s: • Aantal duurzame beleggingsproducten en het belegd vermogen • Duurzame spaarproducten en spaargelden • Private bankiers en het belegd vermogen Er is gekozen voor het beperken van de indicator tot het belegde vermogen in duurzame spaar- en beleggingsproducten van Belgische makelij of die hoofdzakelijk gericht zijn op de Belgische markt. Er is geen uitbreiding tot alle duurzame spaaren beleggingsproducten die in België worden verkocht omdat de cijfers voor deze laatste minder gemakkelijk beschikbaar zijn. Waar ze wel beschikbaar zijn, kunnen ze worden uitgesplitst in belegd vermogen afkomstig van Belgische beleggers en belegd vermogen afkomstig van buitenlandse beleggers. Dit geldt enkel voor de beleggingsproducten die hoofdzakelijk gericht zijn op de Belgische markt. Het aantal buitenlandse beleggingsproducten die op de Belgische markt beschikbaar zijn worden wel meegenomen. Verder wordt het aanbod dat uitsluitend is gericht op institutionele investeerders niet meegenomen. Deze professionele investeerders beleggen geldsommen die aanzienlijk hoger zijn dan bij particuliere, niet-professionele investeerders. Er wordt onderzocht hoe naar de toekomst toe het vermogen van duurzame beleggingen door institutionele investeerders (zoals pensioenfondsen, universiteiten, steden en gemeenten, …) een plaats kunnen krijgen in deze studie. Deze grote investeerders vertegenwoordigen immers een groot volume aan investeringen en zijn ook sterk vertegenwoordigd in duurzame producten.
11
Definitie van ‘duurzaam’ voor deze studie ‘Duurzame spaar- en beleggingsproducten’ zijn in deze studie gedefinieerd als spaarof beleggingsproducten die expliciet, systematisch en gebalanceerd maatschappelijke criteria hanteren bij de selectie van de waarden waarin wordt geïnvesteerd. Met gebalanceerde maatschappelijke criteria wordt er verwezen naar ESG-factoren. ESG staat voor Environmental, Social en Governance factoren (milieu, sociale prestatie en ondernemersbestuur). Voor de spaarproducten worden spaarrekeningen met een solidariteitsmechanisme overwogen voor opname. Dit kadert binnen ‘participatieve’ solidariteit. Hierbij levert de financiële instelling systematisch een financiële solidaire bijdrage aan partnerorganisaties ten behoeve van projecten in de sociale economie. Bij de private bankiers wordt aan de hand van een vragenlijst het duurzaamheids karakter van hun duurzame dienstverlening in kaart gebracht. De dienstverlening wordt als duurzaam beschouwd zodra er een systematische screening op de drie ESGfactoren toegepast wordt. Selectiecriteria voor duurzame beleggingsproducten Met beleggingsproducten wordt voornamelijk verwezen naar Instellingen voor Collectieve Belegging (ICBs), beter gekend als beveks en de gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Daarnaast worden ook levensverzekeringsproducten met gewaarborgd rendement (tak 21) of gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23) en gestructureerde producten opgenomen. Uitgesloten van de statistieken zijn thema-, sector- en solidariteitsfondsen, tenzij ze een duurzaamheidsscreening op de drie ESG-factoren toepassen. 12
Om een duidelijk beeld te hebben van het duurzaamheidskarakter van elk beleggingsproduct, controleert Forum Ethibel in eerste instantie de prospecti naast andere informatieve documenten. Om foutieve inschattingen te voorkomen worden de volgende criteria toegepast: 1. Het beleggingsproduct moet in de prospectus vermelden dat het product rekening houdt met alle drie de ESG-factoren. 2. Indien de prospectus verwijst naar duurzaamheid, maar niet expliciet naar alle drie de ESG-factoren, kan een product alsnog opgenomen worden als het een duurzaamheidslabel draagt waarbij volledige integratie van de drie ESG-factoren een vereiste is, zoals het Towards Sustainability label, Label ISR, LuxFLAG Label, Ethibel label e.a. Na deze selectie worden de cijfers verder uitgezuiverd om dubbeltellingen te voorkomen. Sommige producten worden namelijk onder verschillende ‘gedaanten’ aangeboden. Zo kunnen belegde vermogens via een tak 23 levensverzekering in een beleggingsfonds terechtkomen dat reeds is opgenomen. De belegde vermogens in dergelijke levensverzekeringen worden dan bijgevolg op 0 euro geplaatst. Samen met de Universiteit van Antwerpen en de financiële instellingen werden er voor deze studie inspanningen geleverd om de ontvangen gegevens bijkomend te verfijnen. Dit onder meer om dubbeltellingen zoveel mogelijk te vermijden en de geïnvesteerde volumes afkomstig van buiten België -een onvermijdelijk gevolg van globalisering - eruit te filteren. Dakfondsen (beleggingsfondsen die de gehele portefeuille of een groot gedeelte ervan in andere beleggingsfondsen beleggen) hebben ook een groot risico op dubbeltellingen. Financiële instellingen die duurzame dakfondsen aanbieden 13
wordt gevraagd naar de aanwezigheid van mogelijke dubbeltellingen, met name beleggingen in andere eigen duurzame beleggingsfondsen. Door middel van jaarverslagen van dakfondsen is het eveneens mogelijk om een beeld te krijgen van welke beleggingsfondsen in een dakfonds opgenomen zijn. Deze dubbeltellingen worden er zoveel mogelijk uitgefilterd, al is medewerking van de financiĂŤle instelling gewenst om dit op een accurate wijze toe te passen. Indien er beperkte transparantie is, wordt dit aan de lezer gecommuniceerd. Verfijnen van ontvangen gegevens Er is verder ingezet op het verfijnen van de ontvangen gegevens. Zo wordt er aan de vermogensbeheerders gevraagd om extra aandacht te besteden aan het vermijden van dubbeltellingen en te verfijnen waar de belegde volumes van afkomstig zijn. Hierdoor vertegenwoordigen de bedragen enkel de volumes van particuliere investeerders in BelgiĂŤ. Een gevolg hiervan is dat de belegde volumes bij enkele deelnemers nauwelijks zijn gestegen, of zelfs zijn gedaald. Dit is in deze editie het geval voor vdk bank. Twee andere spelers, Degroof Petercam AM en Econopolis, konden de duurzaam belegde volumes helaas niet verfijnen. Hier worden de globale duurzame volumes van de weerhouden producten meegenomen. Herzien van methodologie Op basis van de meest recente gegevens in deze studie is een sterke stijging in de duurzaam belegde volumes waargenomen. De sterke toenames in de voorbije jaren geven aan dat het meenemen van algemene duurzaamheidscriteria in het beheer van beleggingsproducten mainstream kan worden. Dit biedt de gelegenheid om de methodologie voor duurzame beleggingsproducten in de toekomst te herzien en eventueel criteria toe te voegen. Duurzaamheid is een dynamische term die over meerdere jaren heen kan evolueren. Sinds de start van de MIRA-studie is deze lijn aangehouden, en ook in de toekomst zal de methodologie de maatschappelijke en financiĂŤle evolutie volgen. 14
Duurzaam beleggen: ongeziene groei en recordhoogtes Duurzaam beleggen blijft aan populariteit toenemen. Het totaal belegde volume in duurzame beleggingsproducten verdubbelde in twee jaar tijd en is vervijfvoudigd over een periode van vijf jaar. Dit is ongezien. Duurzaam belegde volumes Eind 2019 bedraagt het duurzaam belegde volumes 48,6 miljard euro tegenover een volume van 28 miljard euro in 2018. Dit is een explosieve stijging van maar liefst 74% op een jaar tijd. Hiermee werd het hoogtepunt van 2018 ruimschoots overschreden.
Figuur 1: Evolutie van vermogen in duurzame beleggingsproducten (België, 1992 -2019) 50,0
Evolutie van vermogen in duurzame beleggingsproducten (België, 1992 -2019) 20
40,0 16
35,0 30,0
12
25,0 20,0
8
15,0 10,0
Ethibel MVI Marktindex (in %)
4
2018
2019
2017
2015
0 2016
2013
2014
2011
2012
2010
2008
2009
2007
2005
2006
2003
2004
2002
2001
1999
2000
1997
1998
1995
1993
1992
0,0
1996
5,0
1994
Vermogen in duurzame beleggingsproducten (in miljarden euro)
45,0
Vermogen in duurzame beleggingsproducten (miljarden euro) Ethibel MVI Marktindex Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van BEAMA en financiële instellingen.
15
Over dezelfde periode rapporteert BEAMA – de belangenvereniging voor vermogens beheerders in België – dat het netto actief belegde vermogen in Belgische beleggingsfondsen (ICB’s) met 17% is toegenomen naar 219,6 miljard euro. Dit omvat zowel niet-duurzame als duurzame ICB’s. De relatief sterkere toename van duurzaam belegde volumes betekent eveneens een stijging van de MVI-index. Deze index ging van 14,94% in 2018 naar 22,14% in 2019. Dit is de sterkste stijging van de MVI-index sinds 1992 en het derde recordbedrag op een periode van drie jaar. Deze ongekende groei kent enkele verklaringen. Zo was 2019 een erg sterk beursjaar met een sterke stijging van de aandelenprijzen en bijgevolg in hogere volumes. De aanhoudend lage interestvoeten bieden hier een weinig aantrekkelijk alternatief. Daarnaast is er de aanhoudende trend dat particuliere beleggers in toenemende mate kiezen voor duurzame beleggingen. Verder werd in november 2019 ook het Towards Sustainability label gelanceerd. Eind 2019 ontvingen al 311 producten dit nieuwe Belgische label voor duurzame financiële producten. Dit nieuwe label werd omarmt door de aanbieders van beleggingsproducten op de Belgische markt. Dit resulteert in een toename van het aantal producten meegenomen in deze studie. Dit zijn naast nieuwe eveneens bestaande producten die sinds 2019 een duurzaam beleid hanteren. Deze belegde volumes zijn bijgevolg ‘verduurzaamd’. Pensioenspaarfondsen De verduurzaming is sterk merkbaar bij de pensioenspaarfondsen. Waar de studie in 2018 eerst maar drie duurzame pensioenspaarfondsen telde, zijn dit er nu negen zijn. Zo werden eerst enkel het VDK Pension Fund, Start Fund en Pricos SRI fonds meegenomen. Op basis van de gegevens over 2019 zijn drie fondsen van het BNP Paribas B Pension Fund Sustainable en drie fondsen van het Metropolitan-Renastro Sustainable aan toegevoegd. Deze fondsen bestaan telkens uit drie verschillende risicoprofielen. Alle duurzame pensioenspaarfondsen vertegenwoordigen nu een bedrag van bijna 10 miljard euro. Een toenemend aanbod aan duurzame pensioenspaarfondsen is een positieve ontwikkeling. Het grootste gedeelte van de bevolking komt voor de eerste keer in aanraking met beleggen als ze starten met pensioensparen. Een groter duurzaam aanbod biedt meer mogelijkheden om het best passend pensioenspaarfonds te selecteren.
16
Verhouding per segment beleggingsproducten Figuur 2: Evolutie t.o.v. 2018, verhouding per segment beleggingsproducten op basis van duurzaam belegde volumes Beleggingsfondsen (ICB's) Levensverzekeringen Gestructureerde producten Fondsen met kapitaalbescherming Pensioensparen 0
25 2019
50
75
100
2018
125
150
175
Totaal: 349 producten
Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van financiële instellingen.
Pensioenspaarfondsen vertegenwoordigen in 2019 al 19,7% van het totaal duurzaam belegd vermogen. Dit vertegenwoordigde in 2018 nog maar 14,5%. Er is dus een waarneembare inhaalslag gemaakt. Desalniettemin behouden ICB’s het grootste marktsegment, wat maar liefst 69,8% van het totale volume bedraagt. Aansluitend volgen levensverzekeringen met 9%. De volumes in dit marktsegment nemen verhoudingsgewijs minder toe. Dit komt onder meer door de methodologische aanpak van deze studie. Veel volumes in levensverzekeringen worden ‘doorgestort’ naar achterliggende beleggingsfondsen, die eveneens in de MIRA studie worden meegenomen. De bedragen in levensverzekeringen worden in deze gevallen niet meegerekend om dubbeltellingen te voorkomen. Tot slot vertegenwoordigen gestructureerde producten 1,5% en worden er geen duurzame fondsen met kapitaalbescherming meer aangeboden. KBC AM was de laatste aanbieder van deze producten en besloot dit niet meer in hun duurzaam aanbod op te nemen.
17
De Ethibel MVI-marktindex De Ethibel Maatschappelijk Verantwoord Investeren (MVI) - marktindex kijkt naar de verhouding van de Belgische geïnvesteerde volumes in duurzame beleggingsproducten tegenover de totale omvang van beleggingsfondsen die in België zijn geregistreerd. Aangezien niet alle marktspelers aan deze studie wensen deel te nemen, is de doelstelling van deze index niet zozeer het exacte marktaandeel van de duurzame beleggingsproducten in kaart te brengen, maar eerder de belangstelling voor deze financiële instrumenten. Het is dus eerder een trendindicator. De cijfers worden vergeleken met de organische groei of krimp van de markt. Zo kan een sterke absolute stijging van de geïnvesteerde volumes in duurzame beleggingsproducten een relatieve daling betekenen indien het totaal belegde vermogen sterker is gestegen dan het duurzaam belegd vermogen. De Ethibel MVI - marktindex wijkt af van het werkelijke marktaandeel voor duurzame beleggingen. Deze studie wil de initiatieven van alle type spelers op de markt in kaart brengen. Het totale belegde vermogen in duurzame beleggingsproducten bevat daarom ook cijfers voor andere productcategorieën zoals gestructureerde producten en verzekeringsproducten, terwijl de gegevens van BEAMA, de Belgische Vereniging van Asset Managers (vermogensbeheerders), enkel betrekking hebben op ICB’s en fondsen met kapitaalgarantie.
Marktaandelen Net zoals de voorgaande jaren behoudt BNP Paribas AM haar leiderspositie. Het marktaandeel nam zelfs toe van 34,7% naar 41,6%. De vermogensbeheerder breidde in 2019 haar aanbod van duurzame beleggingsproducten uit en biedt nu zowel nieuwe producten als bestaande producten, die intussen wel een duurzaamheidsbeleid hanteren, aan. Het verduurzamen van niet-duurzame producten4 betekent dat deze volumes nu ook als duurzaam worden meegerekend. Daarnaast zijn er meerdere pensioenspaarfondsen en dakfondsen voor de eerste keer in deze studie meegenomen. Ze hebben samen al enkele miljarden euro’s onder beheer. KBC AM bekleedt nog steeds een comfortabele tweede positie op basis van haar marktaandeel van 19,8%, al is de achterstand op BNP Paribas AM toegenomen. Het marktaandeel van KBC AM bleef vrijwel ongewijzigd tegenover 2018, dat toen een aandeel van 19,5% telde. Zij heeft haar duurzaam aanbod uitgebreid, maar in mindere mate dan BNP Paribas AM. Dit uitgebreid aanbod van KBC bestaat voornamelijk uit nieuwe producten die nog niet de mogelijkheid hebben gehad om grote belegde volumes toevertrouwd te krijgen, wat meerdere jaren in beslag kan nemen.
4 Dit kan bijvoorbeeld door duurzaamheidsstrategieën toe te voegen, verder te gaan in de uitsluitingen, enz. Zie ook tabel 1 van deze studie.
18
Degroof Petercam AM en NN Investment Partners staan op een gedeelde derde plaats met een marktaandeel van respectievelijk 11,8% en 11,6%. Hierbij is er wel een verschil in de precisie van de gegevens die in deze studie zijn meegenomen. Volgens de methodologie is het de doelstelling om de duurzaam belegde volumes van Belgische particuliere investeerders mee te nemen. NN Investment Partners was in staat om haar volumes hierop te filteren. Helaas was dit niet mogelijk voor Degroof Petercam AM, waardoor dit de globale duurzaam belegde volumes vertegenwoordigt, wat een lichte afwijking naar boven kan vertonen.
Tenslotte sluit ING Solutions Investment Management (ISIM) de top vijf af. De vermogensbeheerder van ING bank wordt voor de eerste keer meegenomen en heeft een marktaandeel van 4,3%. Helaas heeft Candriam dit jaar niet deelgenomen aan de studie waardoor de duurzame belegde volumes van de vermogensbeheerder niet zijn meegenomen. De studie kent ook enkele nieuwe deelnemers zoals Econopolis en Leleux Fund Management & Partners, weliswaar beperkt waarneembaar in de marktaandelen. De top vijf blijft de markt domineren met marktvertegenwoordiging van 89% van de markt. Het markaandeel van spelers die bij het publiek bekend staan als erg duurzame instellingen (bijvoorbeeld Van Lanschot Bankiers, vdk bank en Triodos bank) neemt jaar na jaar af. Dit betekent niet dat de duurzaam belegde vermogens dalen, maar dat het minder snel stijgt dan bij de grotere concurrenten. Een belangrijke aanvulling is dat de marktaandelen van vermogensbeheerders zijn gelinkt aan de banken met een gelijkaardige naam. De marktaandelen voor banken kunnen dus verschillen met hun eigen vermogensbeheerder. Zo werkt ING bank bijvoorbeeld nauw samen met ISIM en NN Investment Partners. Belfius heeft naast haar vermogensbeheertak Belfius Investment Partners ook een sterke relatie met Candriam.
Figuur 3: Overzicht marktaandeel van lokale aanbieders, gebaseerd op belegd vermogen in duurzame beleggingsproducten op de Belgische MVI-markt (%) (2019) Econopolis 1,03% Van Lanschot Bankiers 3,51%
Triodos IM 0,70%
Andere 1,70%
AG Insurance 3,91% ING Solutions Investment Management 4,34%
BNP Paribas AM 41,63%
NN Investment Partners 11,57%
Degroof Petercam 11,83%
KBC AM 19,77%
Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van financiĂŤle instellingen.
19
Aantal duurzame producten Het aantal duurzame beleggingsproducten is eveneens sterk toegenomen. Van 407 producten in 2018 tot 514 producten in 2019; we zien een toename van 107 producten. Dit is de grootste jaarlijkse groei van het aantal duurzame beleggingsproducten sinds het startpunt van de meting in 1992. De toename van 107 producten is een netto stijging bestaande uit 131 producten die voor de eerste keer in deze studie zijn opgenomen. 24 producten werden verwijderd omwille van stopzetting of omdat ze door de vermogensbeheerder niet meer als duurzaam worden beschouwd. KBC AM wenste bijvoorbeeld dat hun fondsen met kapitaalbescherming niet meer werden meegenomen omdat ze deze niet als voldoende duurzaam beschouwt worden, zelfs als ze nog steeds aan de minimumcriteria van deze studie voldoen. Van de 514 producten zijn er 165 van buitenlandse makelij die niet specifiek gericht zijn op de Belgische markt, maar doelen op meerdere markten binnen de Europese Unie. De overige 349 producten zijn van Belgische makelij, of voornamelijk gericht op België. Ondanks de focus op België, is het eveneens mogelijk dat een groot aantal producten ook beschikbaar zijn in het buitenland.
Figuur 4: Evolutie van het aantal aangeboden duurzame beleggingsproducten van Belgische en buitenlandse makelij, (1992-2019) 550 500 450 400 350 300 250 200 150 100
Aantal duurzame beleggingsproducten Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van financiële instellingen.
20
2019
2017
2018
2015
2016
2013
2014
2011
2012
2010
2008
2009
2007
2005
2006
2003
2004
2002
2001
1999
2000
1997
1998
1995
1996
1993
1992
0
1994
50
Als we verder ingaan op de 349 producten van Belgische makelij, of producten voornamelijk gericht op BelgiÍ, kan er een netto-toename van 69 producten worden geconstateerd tegenover 2018. Hier gaat het over 93 nieuw opgenomen producten, waarvan 61 een duurzaamheidslabel dragen. Van de 93 werden er 45 in 2019 opgericht. De overige 48 producten bestonden al. De reeds bestaande producten hebben een duurzaam investeringsbeleid opgezet waardoor ze nu wel aan de minimumcriteria van deze studie voldoen. Dit toont dat de trend om bestaande niet-duurzame producten te verduurzamen zich voortzet. Als we de bijgekomen beleggingsproducten in segmenten verdelen, constateren we dat 30 van de 32 beleggingsfondsen (ICB’s en pensioenspaarfondsen) een duurzaamheidslabel dragen. 29 daarvan dragen het Towards Sustainability label, wat het belang van dit label voor financiÍle productontwikkelaars duidt. Het belang van een duurzaamheidslabel is nog niet ingeburgerd bij de aanbieders van levensverzekeringen.
21
Figuur 5: Evolutie t.o.v. 2018, duurzame producten van Belgische en buitenlandse makelij Beleggingsfondsen (ICB's) Levensverzekeringen Gestructureerde producten Fondsen met kapitaalbescherming Pensioensparen 0
25 2019
50
75
100
2018
125
150
175
Totaal: 349 producten
Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van financiële instellingen.
Figuur 5 toont dat drie types beleggingsproducten tegenover 2018 een stijging hebben ervaren. Net als in de voorbije jaren is de grootste stijging waar te nemen bij de ICB’s, met een toename van 129 naar 171 producten. Pensioenspaarfondsen kunnen tot de ICB’s worden gerekend, maar worden als een apart segment weergegeven. Dit is immers voor veel particulieren de eerste en zelfs enige wijze waarop ze in aanraking komen met beleggen. De groei van zes naar negen pensioenspaarfondsen toont dat duurzaamheid hier ook hier omarmt wordt. Dit biedt extra mogelijkheden voor particulieren die op zoek zijn naar duurzame beleggingen in de derde pensioenpijler. Daarnaast zijn er de levensverzekeringen waar het aantal producten is gestegen van 66 naar 92. De voornaamste reden is dat de achterliggende beleggingsfondsen – waarop de levensverzekeringen zijn gebaseerd – nu wel een duurzaam beleid hanteren. Bovendien hebben aanbieders van levensverzekeringen zoals Allianz en NN Insurance Belgium, extra inspanningen geleverd om hun bestaande aanbod onder de loep te nemen, en bijgevolg meer producten gecommuniceerd. De stijging van duurzame gestructureerde producten bleef – in tegenstelling tot de aanhoudende groei tijdens de afgelopen 4 jaar – minimaal. Dit is enkel met twee producten toegenomen. De exacte reden is onduidelijk. Op basis van cijfers van BELSIPA – de belangenvereniging voor Belgische gestructureerde producten – zijn er in 2018 en 2019 bijna evenveel gestructureerde notes en verzekeringen gelanceerd. Hierin maakt BELSIPA geen onderscheid tussen niet-duurzame en duurzame producten. Mogelijk speelde de lancering van het Towards Sustainability label eind 2019 hierin een rol waardoor de ontwikkeling van nieuwe duurzame producten werd uitgesteld. Ten slotte, zijn er geen fondsen met kapitaalbescherming meer opgenomen. Zoals hierboven aangeven was KBC AM de laatste aanbieder en beschouwde het deze producten niet meer als voldoende duurzaam. Hiermee komt een einde aan de dalende trend van dit segment.
22
Tabel 2 biedt een overzicht van de grootste aanbieders op de Belgische markt. Het gaat hier om producten van Belgische makelij of die voornamelijk gericht zijn op BelgiĂŤ. De top drie van aanbieders met het grootste aanbod blijft onveranderd. BNP Paribas AM behoudt de eerste plaats met een aanbod van 118 producten. Met 51 producten volgt KBC AM met enige afstand op de tweede plaats. De derde plaats is voor AG Insurance met een aanbod van 46 duurzame beleggingsproducten. De top vijf wordt eveneens ongewijzigd afgesloten met Candriam en Degroof Petercam. De posities zes tot en met tien zijn respectievelijk voor NN Investment Partners, Allianz, Crelan, NN Insurance Belgium en Van Lanschot Bankiers. De aanbieders van levensverzekeringen Allianz en NN Insurance Belgium, zijn twee nieuwkomers in de top tien. Verder werden enkele nieuwe deelnemers meegenomen: Econopolis, ING Solutions Investment Management, Leleux Fund Management & Partners en Incofin.
Tabel 2: Marktzetting per beheerder, uitgedrukt in aantal beleggingsproducten Aantal duurzame beleggingsproducten van Belgische makelij of voornamelijk gericht zijn op de Belgische markt BNP Paribas AM KBC AM
AG Insurance Candriam
Degroof Petercam AM
2019
2018
2017
2016
2015
51
49
51
60
77
118
90
81
46
40
34
13
13
11
34
34
7
6
4
7
12
5
5
Crelan
11
11
8
7
7
6
NN Insurance Belgium Van Lanschot Bankiers
8
4 2
4
4
4
4
3
2
4
Axa
5
5
3
Argenta AM
4
4
4
Vdk bank
2
2
1
Leleux Fund Management
1
Econopolis Ethias
ING Solutions IM Incofin
Overige Totaal
5
3
2
3
4
1 349
280
3
7
2
6
6
9
16
2
Triodos IM
Belfius Investment Partners
16
24
13
13
19
73
33
NN Investment Partners Allianz
8
60
4
4
1
1
254
2
209
2
3
3
1
2
226
Bron: Fondsendatabank Forum Ethibel 2020.
23
Duurzaam sparen: laagste punt in vijf jaar tijd Het einde van de dalende duurzame spaarvolumes is mogelijk in zicht. Na vier opeenvolgende jaren van daling lijkt het volume zich te stabiliseren en blijft het vrijwel identiek als vorig jaar. Desalniettemin blijft het aandeel van duurzame spaarvolumes erg beperkt in vergelijking met de totale Belgische spaarvolumes. Eind 2019 bedraagt het duurzaam spaarvolume 2,4 miljard euro. Dit betekent een kleine daling van 0,4% of 11 miljoen euro. In diezelfde periode bleven de algemene spaarvolumes toenemen. Dit betekent dat het duurzame gehalte daalde van 0,81% in 2018 naar 0,77% in 2019. Dit is een lichte daling, maar hierbij komen we op het laagste punt van de afgelopen zeven jaar. De daling in de duurzame spaarvolumes komt enerzijds door het ontvangen van meer accurate gegevens voor deze studie. Zo heeft vdk bank het bedrag kunnen verfijnen zodat het enkel de particuliere spaarders vertegenwoordigt. Anderzijds blijven de volumes in de Evi spaarrekening jaar na jaar dalen. Van Lanschot Kempen, de eigenaar van deze spaarrekening, focust zich al enige tijd meer op het aantrekken van duurzame beleggingen in plaats van spaarvolumes. Zonder de verfijning van de gegevens van vdk bank zou er sprake zijn geweest van een groei en zou het duurzame spaargehalte stabiel zijn gebleven op 0,81%. Dit is mogelijk een teken dat het einde van dalende duurzame spaarvolumes in zicht is.
24
Figuur 6: Evolutie van het duurzaam / solidair sparen en het duurzaam gehalte van het totale Belgische spaarvolume (1984-2019) 1,6
3,5 3,0
1,2
2,5 0,8
2,0 1,5
0,4
1,0 0,5
1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
0,0
Aandeel van het duurzaam gespaarde vermogen (%)
Vermogen in duurzame spaarproducten (in miljarden euro)
4,0
0,0
Totaal
Duurzaam gehalte spaarvolume (in %) Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van de Nationale Bank van België en financiële instellingen.
De enige drie spelers die een duurzame spaarrekening aanbieden zijn Evi, Triodos Bank en vdk bank. Bij zowel vdk bank als Evi daalden de volumes tussen de 20% en 28% door de hierboven toegelichte ontwikkelingen. Enkel Triodos bank kent een stijging. Hier is het spaarvolume met 11% gestegen. Triodos bank blijft dus markleider met een aandeel van 75,8%. Het marktaandeel stijgt onafgebroken sinds 2014 toen het marktaandeel ‘maar’ 36,8% bedroeg. Hoewel vdk bank een lichte daling kent door de verfijning van de gegevens, behoudt ze voor het tweede jaar op rij de twee plaats. Zo beschikt de bank over een aandeel van 13,1%. Op de derde plaats volgt Evi met een marktaandeel van 11,1%.
25
Figuur 7: Marktaandelen van financiële instellingen actief op het vlak van duurzaam / solidair sparen in België (2019) Evi 11,1%
vdk 13,1%
Triodos 75,8%
Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van financiële instellingen.
Een nieuwe speler? Dit zijn sinds 2013 de enige drie aanbieders op de Belgische markt. Mogelijk zal hier in 2020 verandering in komen. De coöperatieve Belgische bank NewB verkreeg begin 2020 een bankvergunning en verwacht voor 2021 een zichtrekening en spaarrekening te lanceren. Dit kan mogelijk een nieuwe dynamiek geven aan duurzaam sparen in België (zie ook deel II van deze studie). 26
Private bankieren in België Duurzame beleggingen via private bankiersdiensten zitten in een positieve dynamiek en bereiken alweer een nieuw hoogtepunt. Met een stijging van 46% op één jaar tijd blijft dit marktsegment aan een hoog tempo groeien.
In deze studie kijkt men zowel naar duurzame beleggingen op maat als gestandaardiseerde duurzame beleggingsproducten die via private bankiersdiensten worden aangeboden aan welgestelde investeerders. Er wordt geen rekening gehouden met een vereiste minimumvermogen dat private bankiers hanteren vooraleer ze met een potentiële klant in zee gaan. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat er overlap is in de duurzaam belegde volumes van particuliere investeerders en de volumes via private bankiersdiensten in België. Deze elementen maken het minder eenvoudig om alle gegevens met elkaar te vergelijken. De cijfers die worden meegenomen in deze studie handelen over 2019 en zijn gebaseerd op de informatie van negen respondenten over private bankieren in België. Dit is evenveel als in de vorige editie5. Met een duurzaam volume van net geen 28 miljard euro blijft de interesse van welgestelden in duurzame beleggingen toenemen. Voor deze editie slaagde ING Bank erin om te identificeren welke duurzame volumes in haar dienstverlening van België afkomstig zijn. De Belgische tak van Deutsche Bank nam dit jaar voor de eerste keer deel. Een algemene minimumnorm voor duurzaamheid Private bankiers hebben een eigen visie op duurzaamheid wat het in de voorbije jaren uitdagend maakt om ze met elkaar te vergelijken. De komst van het Towards Sustainability label heeft hier verandering in gebracht, ook al is dit label niet specifiek gericht op private bankiers. Door een algemeen aanvaarde minimumnorm in België hebben private bankiers immers een houvast om te bepalen wanneer hun financiële dienstverlening duurzaam kan worden geacht. Het aanbod van private bankiersdiensten bestaat eveneens uit een reeks duurzame beleggingsproducten om een geschikte duurzame beleggingsportefeuille voor de welgestelde klanten te kunnen opzetten. Door de komst van het Towards Sustainability label wordt verwacht dat deze producten snel in lijn zijn met de minimumvereisten voor dit label. Dit heeft veel spelers geactiveerd op de Belgische markt die ook private bankiersdiensten aanbieden. Zo zijn KBC en Van Lanschot Bankiers ondertekenaars van dit duurzaamheidslabel. Dit betekent dat ze een engagement aangaan dat hun volledig duurzaam aanbod voldoet aan de vereisten voor het Towards Sustainability label. Verder is de 5 De respondenten waren (in alfabetische volgorde): ABN Amro Private Banking, Belfius, BNP Paribas Fortis, Delen Private Bank, Deutsche Bank, ING Bank, KBC Bank, Triodos (beheerd door Puilaetco Dewaay) en Van Lanschot Bankiers. Degroof Petercam en Mercier Vanderlinden hebben dit jaar niet deelgenomen.
27
vermogensbeheerder van BNP Paribas Fortis, BNP Paribas AM een ondertekenaar. Dit is ook het geval voor Belfius IP en Candriam, die verantwoordelijk is voor (een deel van) het beleggingsaanbod van Belfius Bank. NN Investment Partners, een vermogensbeheerder die regelmatig gelinkt wordt aan ING Bank, is eveneens ondertekenaar. Triodos is geen ondertekenaar, maar biedt eveneens producten aan die het label dragen. De private bankiersdiensten van de private bank hanteren hetzelfde algemene duurzaam beleggingsbeleid. Er zijn spelers die fondsen van derden of dakfondsen aanbieden (waarin fondsen van derden zijn opgenomen). Dit is een werkwijze die bijvoorbeeld ING Bank en BNP Paribas Fortis omarmen. Beiden hanteren een minimumvereiste dat de fondsen van derden eveneens voldoen aan het Towards Sustainability label. ABN Amro Private Banking en Deutsche Bank België werken eveneens met een ‘open architectuur’ waarbij ze fondsen van derden aanbieden. Zij bieden beiden een breed gamma beleggingsproducten aan. De Belgische afdeling van Deutsche Bank heeft dan weer aangegeven dat ze de criteria van dit nieuwe label gebruiken om duurzame producten in hun aanbod te identificeren. ABN Amro Private Banking verwijst niet naar dit duurzaamheidslabel, maar hanteert voor haar duurzaam aanbod een set van duurzaamheidscriteria dat vergelijkingen toont met het label. Bijgevolg kunnen we betreft de private bankiersdiensten enkele gemeenschappelijke factoren omtrent duurzame dienstverlening in kaart brengen. Op deze wijze kunnen we concluderen dat deze marktspelers een duurzaam aanbod bieden. Er wordt minstens rekening gehouden met een set van uitsluitingscriteria op basis van bedrijfsactiviteiten en slecht gedrag (bijvoorbeeld door het schenden van mensenrechten). Bovendien worden ESG-factoren meegenomen in beleggingsbeslissingen en wordt regelmatig een bijkomende strategie gehanteerd. Delen Private Bank identificeert zichzelf als een verantwoorde belegger, en gaat dus net een stap minder ver. De private bank paste haar visie de afgelopen jaren toe op ruim 26 miljard euro activa onder haar beheer. Hierin worden eveneens enkele bedrijfsactiviteiten en bedrijven met slecht gedrag uitgesloten en brengen ze ESGfactoren in rekening. De uitsluitingscriteria die gehanteerd worden zijn wel minder verregaand dan bij een aanbod dat als duurzaam wordt geïdentificeerd6.
6 Enkel de belegde volumes van private bankiersdiensten die als ‘duurzaam’ zijn geïdentificeerd worden in de studie meegenomen. Gegevens van marktspelers met een ‘verantwoord’ beleggingsbeleid, zoals Delen Private Bank worden dus niet meegenomen.
28
Marktspelers Op basis van het duurzaam belegde vermogen blijft de top drie ongewijzigd. BNP Paribas Fortis behoudt zijn eerste positie met een marktaandeel van 37,8%. KBC volgt met een aandeel van 34,4% en Van Lanschot Bankiers sluit de top drie af met een aandeel van 12,5%. Ondanks een toename in de duurzaam belegde volumes bij de drie spelers kent het marktaandeel steeds een lichte daling. De deelname van ING bank speelt hierin een rol. De volumes van ING Bank voor België worden voor de eerste keer meegenomen, wat resulteert in een marktaandeel van 11%. Hierbij staat de bank op de vierde plaats, niet ver van Van Lanschot Bankiers. Deze vier spelers vertegenwoordigen samen een aandeel van 95,7%. Net als bij duurzame beleggingsproducten zien we dat slechts een kleine groep verantwoordelijk is voor het overgrote deel van de markt. De resterende vier marktspelers zijn Triodos (waar de duurzame volumes inzake private bankieren door Puilaecto Dewaay beheerd worden), ABN Amro Private Banking, Deutsche Bank (België) en Belfius.
Figuur 8: Overzicht marktaandeel van lokale aanbieders van duurzame private bankingdiensten op de Belgische markt (%) (2019) ABM AMRO Private Banking 0,8% Deutsche Bank 0,7% Triodos (via Puilaetco Dewaay) 2,2% Belfius 0,6% ING Bank 11,0%
BNP Paribas Fortis 37,8% Van Lanschot Bankiers 12,5%
KBC 34,4% Bron: Berekeningen Forum Ethibel, op basis van gegevens van financiële instellingen.
29
De evolutie van duurzaamheidslabels in België 2019 werd gekenmerkt door een belangrijke verandering op de Belgische financiële markt, met de introductie van het Towards Sustainability label op initiatief van Febelfin, de federatie van de Belgische financiële sector. Net zoals op andere markten, bieden duurzame labels in de financiële sector investeerders bepaalde kwaliteitsgaranties. Labels creëren vertrouwen en verhogen de transparantie. Bovendien blijken ze echte marketingtools te zijn voor vermogensbeheerders, die ze inzetten om het ‘duurzame karakter’ van hun producten te promoten. Hierom hebben vermogensbeheerders hun gebruik van labels drastisch uitgebreid. Op basis van de producten, beschouwd in de MIRA-studie, vergelijken figuur 9 en 10 het aantal labels per fonds en het aantal fondsen per label op het eind van 2018 en 2019. Het betreft duurzame – of door de vermogensbeheerders als duurzaam aangeprezen – financiële producten die op de Belgische financiële markt worden verhandeld. Deze producten omvatten beleggingsfondsen, pensioenfondsen, dakfondsen, en buitenlandse duurzame fondsen toegelaten in België.
Figuur 9: Aantal labels per duurzaam beleggingsfonds opgenomen in de MIRA-studie en aangeboden in België 250
201
200
150
132
120
100 79 53
50 28
12
6
0
0 2018
1
2
3
2019
Bron: Forum Ethibel; Aantal labels per fonds eind 2018 & 2019. Publiek beschikbare informatie van de labeleigenaren werd verzameld om te identificeren welke producten een label dragen. De studie van dit jaar geeft een beeld van de situatie in december 2019.
30
Bovenstaande figuur toont een toename tussen 2018 en 2019 van het aantal fondsen met minstens één label, alsook een toename van het aantal labels dat duurzame producten dragen. Dit leidt tot enkele interessante vaststellingen. Ten eerste maken meer en meer vermogensbeheerders die duurzame producten verkopen in België, gebruik van labels. Bovendien lijken vermogensbeheerders een groeiende belangstelling te tonen voor het verkrijgen van meerdere labels voor eenzelfde product. Het is evenwel niet zeker of deze waarnemingen in de volgende jaren zullen aanhouden, of tijdelijk zijn. De invoering van het nieuwe label Towards Sustainability van Febelfin speelt een grote rol in deze trends, maar er moet ook met andere factoren rekening gehouden worden. De evolutie van de markt in haar geheel, nl. een vruchtbaar jaar met hoge financiële rendementen in 2019 dat de vraag naar financiële producten in het algemeen deed stijgen, en de toenemende belangstelling van consumenten voor duurzaamheid dragen hier eveneens aan bij. Om weer te geven hoe de populariteit van de labels sinds vorig jaar geëvolueerd is, toont de volgende figuur het aantal fondsen die in 2018 en 2019 door de meest populaire labels gecertificeerd werden. Het dient vermeld te worden dat Febelfin al voor de lancering van het label Towards Sustainability een eigen label had, namelijk Febelfin Duurzaam. In 2018 droegen 87 van 286 fondsen het label ‘Febelfin Duurzaam’. Een jaar later droegen 201 van 345 fondsen, dus meer dan de helft van de fondsen, het label ‘Towards Sustainability’. Dit illustreert het succes van dit label als referentie voor de marktspelers.
Figuur 10: Aantal fondsen per label in België opgenomen in de MIRA-studie 220 201
200 180
LuxFLAG ESG
140
Andere
120
80
Towards Sustainability 87
83 58
60 40 20 0
FNG Siegel Label ISR
160
100
Febelfin duurzaam
35 18
13
17
7
2018
20
2019
Bron: Forum Ethibel; Aantal fondsen (beleggingsfondsen, pensioenfondsen, dakfondsen en buitenlandse duurzame fondsen toegelaten in België) per label eind 2018 & 2019. ‘Overige’ omvat het Greenfin Label, het Nordic Swan Ecolabel, het LuxFLAG Environment Laben, het Umweltzeichen, het EET4C Label en het Ethibel Label.
31
Figuur 10 toont evenwel dat ook andere labels meer Belgische financiële producten certificeren. Dit bevestigt dat de vraag naar labels in het algemeen momenteel groeit. Zo vergrootte het Franse Label ISR zijn invloed op de Belgische markt met 43%. Andere labels tonen een vergelijkbare trend, weze het met een andere grootteorde, mogelijk deels als weerspiegeling van de verschillende niveaus van strengheid die de labels opleggen en de beperkte invloed van sommige internationale labels (bv. FNG Siebel, Label ISR, LuxFLAG...) op de Belgische markt. FNG Siegel is het enige belangrijke label waarvoor het aantal producten sinds vorig jaar gedaald is. Hoewel de populariteit van de ESG-labels op de Belgische financiële markt momenteel in stijgende lijn gaat, blijft het onduidelijk hoe deze trend zal evolueren. Het EU Ecolabel zal ongetwijfeld een interessante rol spelen in de evolutie van duurzame financiën in Europa. Op het nationale vlak kan de introductie van het Europese groene label de voorkeuren van vermogensbeheerders en consumenten in termen van de ESG-factoren doen verschuiven, met een grotere focus op ecologische aspecten en de Europese groene norm als belangrijkste kwaliteitsstandaard. Anderzijds is het mogelijk dat de marktspelers de voorkeur geven aan verschillende types kwaliteitsnormen, afhankelijk van de aard van de producten, of dat zij labels zullen combineren om meer consumenten te bereiken. Alles bij elkaar genomen, toont dit dat de evolutie van labels een dynamisch proces is. Het zal interessant zijn om te zien hoe de Belgische financiële markt en haar labels met toekomstige veranderingen zullen omgaan.
32
Deel II: Inzicht in duurzame investeringen Zoals de cijfers in Deel I van dit rapport duiden, is duurzaamheid sterker dan ooit aanwezig op de financiële markt. Doch, niet elke investeerder hecht evenveel belang aan duurzame beleggingen. Daarenboven is de aandacht voor thema’s als goed bestuur, sociale integratie, klimaat en milieu of duurzame economie, erg persoonlijk. Van Lanschot en Forum Ethibel ontwikkelden een bevraging om het duurzaamheidsprofiel van Belgische beleggers in kaart te brengen. De gegevens werden verwerkt door een studente aan de KU Leuven. In de analyse worden de verschillen tussen traditionele, verantwoorde en duurzame beleggers alsook filantropen belicht. Voor beleggers die duurzaamheid wensen te integreren, blijft het moeilijk om de mate waarin een bedrijf duurzaam is, in te schatten. Gespecialiseerde dataleveranciers beoordelen de prestaties van bedrijven op vlak van milieu, sociale factoren en goed bestuur en verkopen deze data aan financiële instellingen. Verandering lijkt echter op til, vermits enkele spelers ondertussen de duurzaamheidsprofielen van grote internationale bedrijven openbaar beschikbaar stellen. Een stap richting meer transparantie, waar de belegger de vruchten van plukt. Meer transparantie alsook duurzaamheidslabels moedigen duurzame investeringen aan. In de studie van 2019 werd het nieuwe label van Febelfin – Towards Sustainability – toegelicht. Ondertussen is dit een gekende speler op de Belgische markt en biedt het een algemeen aanvaardde minimumnorm voor duurzame financiële producten. Er bestaan echter nog andere labels die in verschillende mate focussen op klimaat, sociale factoren en goed bestuur en al dan niet andere duurzaamheidsstrategieën toepassen. Er beweegt niet alleen veel op individueel niveau, maar duidelijk ook op de markt. Zo verscheen er onlangs een nieuwe speler op het toneel. Begin 2020 ontving NewB immers een bankenlicentie van de Europese Centrale Bank. Het idee voor de duurzame bank ontstond reeds in 2011, maar krijgt ondertussen echt vorm. Over de landsgrenzen heen, zit ook de Europese Unie niet stil. Europa profileert zich als voortrekker in de strijd tegen klimaatverandering en stelde in 2019 een ambitieuze agenda voor. De fameuze Green Deal moet Europa tot het eerste klimaatneutrale continent maken tegen 2050. De plannen vragen veel voorbereiding, inzet en grote investeringen van de overheid, de bedrijfswereld en de burgers zelf. Klimaatproblematiek primeert aldus op de Europese agenda. 2020 stond tot nog toe echter in het teken van corona. COVID-19 beïnvloede de economie en financiële markten sterk. Desalniettemin, heeft dit de belegger niet ontmoedigd en zetten velen hun eerste stappen op de beurs tijdens de lockdown. Tot slot, wordt er een blik geworpen op de toekomst en de rol van duurzaamheid in dit verhaal.
33
Het duurzaamheidsprofiel van beleggers Medio 2019 stelden Forum Ethibel en Van Lanschot een bevraging op om het duurzaamheidsprofiel van Belgische beleggers in kaart te brengen. De online enquête bestond uit 10 vragen en bereikte 858 respondenten. De resultaten werden geanalyseerd en verwerkt in een masterproef door Florentine Stevenart, studente Handelswetenschappen aan de KU Leuven7. Met als doel een profiel te schetsen van ‘de’ duurzame belegger werd in kaart gebracht in welke mate het vermogen, leeftijd, opleidingsniveau en geslacht een impact hebben op het nemen van duurzame beleggingsbeslissingen. Aan de hand van de bevraging konden de respondenten tot een bepaald beleggerstype gecategoriseerd worden. Bovendien kwam men te weten welke duurzaamheidsthema’s de respondenten nauw aan het hart liggen. Vijf beleggerstypes werden onderscheiden: 1. Traditionele beleggers, zij die geen rekening houden met duurzaamheids aspecten; 2. Verantwoorde beleggers, zij die niet wensen te investeren in onethisch gedrag en schadelijke producten terwijl het financieel rendement blijft primeren; 3. Duurzame beleggers, zij die evenveel waarde hechten aan maatschappelijk als aan financieel rendement en zich richten op de duurzaamheidsaspecten van hun beleggingen; 4. Impactbeleggers, zij die eveneens evenveel waarde hechten aan maatschappelijk als aan financieel rendement, maar – in tegenstelling tot de duurzame belegger – kiest voor beleggingen met een maximale duurzame impact; 5. Filantropen, zij die het maatschappelijk rendement boven het financieel rendement plaatsen. Het grootste deel van de respondenten blijkt overeen te komen met de verantwoorde belegger. Overigens maakte de enquête een onderscheid tussen vier thema’s: 1. goed bestuur verwijzend naar eerlijke herverdeling van rijkommen en transparante besluitvormingsprocessen; 2. sociale integratie zoals fysiek, psychologische en mentale gezondheid van mensen met oog voor inclusie; 3. klimaat & milieu, doelend op het leefmilieu en klimaatsverandering; 4. duurzame economie zoals verantwoorde consumptie en productie.
7 Stevenart, F. (2020). Analyse duurzaamheidsprofiel beleggers op basis van enquête van een Belgische private bank (Ongepubliceerde masterproef). Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen.
34
Uit de bevraging blijkt dat de respondenten het meeste belang hechten aan klimaat & milieu. Het is moeilijk vast te stellen of dit strookt met eerdere onderzoeken aangezien er geen homogenisering bestaat van antwoordmogelijkheden bij bevragingen. Hierdoor kunnen geen algemene conclusies getrokken worden over welke thema’s prioritair zijn voor beleggers. Zowel dit onderzoek als voorgaande studies tonen aan dat een aantal persoonlijke kenmerken invloed hebben op beleggingskeuzes8. Zo is er een verschil in geslacht en blijken vrouwen gevoeliger te zijn voor duurzaamheid. In vergelijking met mannen, hebben vrouwen significant meer kans om geïdentificeerd te worden als meer duurzame beleggers (duurzame beleggers en impactbeleggers). Volgens eerder gevoerde onderzoeken zou ook het opleidingsniveau steeds een rol spelen. Dit wordt bevestigd in deze studie waarin geconcludeerd wordt dat vooral hoger geschoolde beleggers tot het duurzaam en impact beleggerstype behoren.
8 De tabellen met gegevens die hieronder volgen, werden gebaseerd op informatie uit de masterproef van Florentine Stevenart. ‘De filantroop’ komt hier niet in terug aangezien dit beleggerstype niet werd teruggevonden bij de respondenten.
35
Tabel 3: Duurzaamheidsprofiel: opleidingsniveau Profiel
Impact 4,55%
Duurzaam 38,93%
Verantwoord 44,87%
Traditioneel 11,66%
100%
Secundair of minder Hogeschool
Universiteit
0,75%
5,51%
5,08%
33,08%
34,19%
43,49%
54,14%
49,26%
39,51%
12,03%
11,03%
11,92%
100%
100%
100%
Tabel 4: Duurzaamheidsprofiel: geslacht Profiel
Impact 4,55%
Duurzaam 38,93%
Verantwoord 44,87%
Traditioneel 11,66%
100%
Man
Vrouw
3,22%
8,74%
35,74%
49,03%
46,78%
38,83%
14,26%
3,4%
100%
100%
In deze enquĂŞte blijken voornamelijk jonge respondenten waarde te hechten aan duurzaam beleggen terwijl oudere respondenten duurzaamheid minder in rekenschap nemen. Over de impact van de leeftijd van een belegger bestaat echter geen eensgezindheid in de literatuur. Een opvallende tegenstelling tussen eerder onderzoek en deze bevraging betreft het vermogen. Eerdere studies geven aan dat personen met een hoger vermogen, duurzamer beleggen. Deze enquĂŞte wijst echter uit dat respondenten met een kleiner vermogen duurzamer (willen) zijn dan zij met een groter vermogen.
36
Tabel 5: Duurzaamheidsprofiel: leeftijd Profiel
Impact 4,55%
Duurzaam 38,93%
Verantwoord 44,87%
Traditioneel 11,66%
100%
>70j.
61 – 70j.
51 – 60j.
41 – 50j.
31 – 40j.
<30j.
3,35%
3,40%
5,69%
5,62%
4,48%
8,51%
33,49
38,72%
36,97%
47,19%
47,67%
44,68%
52,63%
46,38%
42,65%
35,96%
37,31%
40,43%
10,53%
11,49%
14,69%
11,24%
10,45%
6,38%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Tabel 6: Duurzaamheidsprofiel: vermogen Profiel
Impact 4.55%
Duurzaam 38.93%
Verantwoord 44.87%
Traditioneel 11.66%
100%
<750 000 €
>750 000 €
6.95%
2.69%
46.79%
32.85%
38.24%
50.00%
8.02%
14.46%
100%
100%
Tot slot, maakt dit onderzoek een belangrijke kanttekening: Hoewel de bevraging zo’n breed mogelijk publiek trachtte te bereiken, zien we dat de respondenten niet representatief zijn voor de Belgische bevolking. Een uitbreiding van deze studie en een vergelijking tussen verschillende regio’s in België zou interessante bijkomende inzichten kunnen verschaffen.
37
Publieke inzage in duurzaamheidsscores Duurzaamheid wint in toenemende mate aan belang. Het blijft echter moeilijk te beoordelen hoe duurzaam een bedrijf is. Enerzijds zijn bepaalde bedrijven steeds vaardiger om te communiceren over hoe ze omgaan met uitdagingen omtrent het klimaat, milieu, personeel, diversiteit, onafhankelijk bestuur, enz. Een vloedgolf aan informatie maakt het ingewikkeld om een overzicht te behouden. Anderzijds rapporteren anderen weinig over hun inspanningen, ondanks dat ze inspanningen leveren. Dit maakt het uitdagend om te achterhalen of een bedrijf zich daadwerkelijk voldoende inzet om actief bij te dragen aan een duurzame samenleving. Hiervoor bestaan er gespecialiseerde ESG (milieu, sociaal, goed beheer) dataleveranciers die deze informatie verzamelen en bedrijven beoordelen op hun duurzame inspanningen. Elke dataleverancier hanteert een eigen methodologie. Duurzaamheidsdata wordt voornamelijk aangekocht door financiĂŤle instellingen die deze duurzaamheidscores gebruiken om te bepalen welke bedrijven ze voldoende duurzaam vinden om in te beleggen. Deze gegevens waren voor lange tijd niet publiek beschikbaar. Gebrek aan transparantie maakt het erg moeilijk voor de nietprofessionele belegger om investeringen in de eigen investeringsportefeuille onder de loep te nemen. Sinds 2020 bieden twee grote ESG dataleveranciers meer transparantie. MSCI ESG en Sustainalytics hebben besloten om een algemeen duurzaamheidsprofiel van grote internationale bedrijven openbaar te maken en hebben een eigen zoekmachine op hun website gelanceerd9. Helaas wordt niet meegenomen of een bedrijf betrokken is in bepaalde controversiĂŤle activiteiten, zoals de productie van wapens of tabak. De score geeft bijgevolg weer hoe duurzaam een bedrijf zich gedraagt, los van wat het produceert. Daarnaast ontwikkelde MSCI ESG een tool die inzage biedt in de duurzaamheid van een beleggingsfonds10. Hiervoor kijkt het naar alle bedrijven die in dit fonds zijn opgenomen. Deze tool is enkel beschikbaar voor een beperkt aantal beleggingsfondsen, maar kan interessante inzichten bieden. Het is echter onduidelijk uit welke periode deze inzichten dateren waardoor informatie mogelijk gedateerd is. Ondanks deze stap richting transparantie voor particuliere beleggers, zijn er nog twee duidelijke werkpunten om de gegevens toegankelijker te maken voor het grote publiek. Allereerst omvatten de bedrijfsprofielen een beperkte omschrijving van sterke en minder sterke punten. Bovendien wordt er veel Engelstalige terminologie gebruikt wat het er niet gemakkelijker op maakt. De eerste stap naar duurzaamheid is transparantie. We juichen dit initiatief van deze ESG dataleveranciers toe en moedigen andere dataleveranciers aan hen hierin te volgen.
9 Raadpleeg hier de duurzaamheidsscores van grote internationale bedrijven: https://www.msci.com/esg-ratings , https://www.sustainalytics.com/esg-ratings/ 10 Raadpleeg de tool hier: https://www.msci.com/esg-fund-ratings
38
39
Duurzaamheidslabels: een vergelijking Als gevolg van een toenemende vraag naar duurzame financiële producten (bv. Duurzame pensioenfondsen, maatschappelijk verantwoorde verzekeringsproducten, …) in de voorbije twee decennia, verschenen ettelijke labels op de markt. Net zoals biolabels voor voedingsproducten bieden de duurzame labels voor financiële producten de consument enige garantie in termen van kwaliteitsnormen. Daarenboven vergemakkelijken ze de integratie van ESG-factoren (ecologische, sociale en bestuurs-) in de besluitvorming van klanten. Zoals de voedingssector, kent ook de financiële productenmarkt diverse labels voor verschillende kwaliteitsniveaus, die in bepaalde geografische marktgebieden een meerwaarde betekenen. Deze labels werden door verschillende soorten organisaties (overheden, privé initiatieven) en op verschillende momenten in de tijd in het leven geroepen op zowel nationaal als multinationaal niveau. Bijgevolg hanteren ze verschillende criteria en strategieën om het kader van duurzame financiën te definiëren. In dit kader, publiceerde de EU in december 2019 de EU-taxonomie om meer duidelijkheid te scheppen en de basis te leggen voor een Europees Ecolabel voor financiële producten. Dit zou vorm moeten krijgen in 2021. Het is interessant dat de voedingssector een voorsprong lijkt te hebben op zijn financiële tegenhanger. Deze sector kent reeds een EU-label voor de markt in haar geheel, het EU Biolabel, dat Europese normen oplegt voor productie, transport en bewaring. Het EU Ecolabel is daarentegen nog in ontwikkeling en het valt nog af te wachten hoe het zal evolueren. Wordt het EU Ecolabel een referentie voor de actoren van de Europese financiële markt? Of zal het gewoon de bestaande labels aanvullen en als bijkomende marketingtool worden beschouwd? Het EU Ecolabel zal vooral focussen op milieukwesties, met criteria die bedoeld zijn om de milieu-impact van producten over hun volledige levenscyclus te beperken. Ondertussen omschrijft de Europese taxonomie een gemeenschappelijk en volledig kader waarop financiële actoren zich kunnen baseren om ESG-problematiek eenvoudiger aan te pakken.
40
Dit onderdeel biedt een overzicht van de bestaande labels die, al dan niet deels, gedragen worden door producten op de Belgische financiële markt. Er wordt beschreven wat ze met elkaar gemeen hebben alsook waarin ze van elkaar verschillen. De markt voor duurzame financiële producten en de populariteit ervan maakten de voorbije decennia enkele aanzienlijke veranderingen door. Mensen lijken zich meer bewust van, en bezorgd over, milieu, sociale thema’s en bestuurlijke kwesties. Dit uit zich in consumentengedrag dat steeds meer gericht is op duurzame consumptie van, onder meer, financiële producten. Tabel 7 toont een lijst van de duurzame labels voor financiële producten die in België worden gebruikt. Er bestaan eveneens andere labels waarvan sommige focussen op slechts één van de ESG-factoren, zoals groene labels die voornamelijk oog hebben voor de klimaatimpact van financiële activa. Zoals tabel 7 aantoont, werden de labels geleidelijk aan geïntroduceerd vanuit diverse ongecoördineerde initiatieven. Ze vertonen overeenkomsten in hun aard of in de methoden en criteria die worden toegepast om na te gaan of activa in aanmerking komen om het label te dragen. Desalniettemin, zijn de labels niet identiek. Onderlinge verschillen kunnen deels verklaard worden door zowel de maatschappelijke evolutie in de voorbije jaren, als door de diverse meningen in de verschillende regio’s waar de initiatieven ontstonden. Het moet ook worden vermeld dat Financité en Fairfin, twee Belgische non-profitorganisaties, in 2014 hun naam leenden aan een nieuw label om ethische en solidaire beleggingen te promoten. In september 2020 meldde het label op zijn website dat het 57 producten dekte, voornamelijk beleggingsproducten in coöperaties en non-profitorganisaties. Aangezien dit niet het geval is voor andere labels die geanalyseerd worden in deze studie, wordt het Financité/Fairfin label niet opgenomen in tabel 7.
41
Tabel 7: Gedeeltelijke, selectieve lijst van bestaande labels op de Belgische financiële markt die in september 2020 minstens 25 producten certificeren. Naam van het label (stichtingsjaar)
Aantal Land van producten met oorsprong het label*
Initiatiefnemer
155
Oostenrijk
Het Oostenrijkse federale ministerie voor Klimaatactie, Milieu, Energie, Mobiliteit, Innovatie en Technologie (BMK)
LuxFLAG ESG (2014)
118
Luxemburg
7 private en publieke stichtende partners, waaronder de Luxemburgse regering en andere institutionele actoren van de financiële sector
FNG-Siegel (2015)
104
Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland
FNG (forum voor duurzame beleggingen in Duitstalige landen)
SRI Label (2009)
508
Frankrijk
Frans ministerie van Financiën
Nordic Swan Ecolabel (2017)
40
Denemarken, Finland, Ijsland, Noorwegen & Zweden
Scandinavische ministerraad
Towards Sustainability (2019)
472
België
Febelfin (Federatie van de Belgische financiële sector)
Umweltzeichen (2004)
42
Eigenaar
Verificateur
Duurzaamheidsstrategie
Het Oostenrijkse federale ministerie – De Oostenrijkse Ecolabelingraad bepaalt de strategie en de richtlijnen van het label
Oostenrijkse Consumentenbond (VKI)
Uitsluitingscriteria / Integratie van ESG-factoren / Puntensysteem
LuxFLAG (door financiële actoren van de Luxemburgse financiële sector gesticht labelingagentschap)
Uitsluitingscriteria EN integratie van ESG-factoren EN een van de volgende strategieën: • Best-in-Class screening • Uitgebreide uitsluitingen
FNG
Analyse gebeurt door het ESG Label Eligibility Committee van LuxFLAG en de beslissing wordt genomen door de raad van LuxFLAG GNG (de labelingentiteit van FNG) en de Universiteit van Hamburg
Integratie van ESG-factoren / ‘Best in class’ met minimumnorm (uitsluitingscriteria) / Puntensysteem
Comité van stakeholders
Externe Auditors (Afnor Certificering en EY France)
Uitsluitingscriteria / Integratie van ESG-factoren / Best-in-class / Actief aandeelhouderschap
Een nationaal agentschap De Nordic Ecolabelling Uitsluitingscriteria / op normen gebaseerde of staatsagentschap in Board (gemandateerd door de screening / Integratie van ESG-factoren / Actief elk Scandinavisch land Scandinavische regeringen) aandeelhouderschap / Puntensysteem bepaalt de criteria / Een intern auditingteam treedt op als verificateur Het Central Labelling Agency (CLA, nonprofitorganisatie)
Verificateur aangesteld door de CLA (consortium van ICHEC Brussels Management School, Universiteit Antwerpen en Forum Ethibel)
Uitsluitingscriteria EN integratie van ESG-factoren EN een van de volgende strategieën: • Best-in-Class screening • Op normen gebaseerde screening • Beleggingen met duurzaamheidsthema’s • Impact/gemeenschapsbeleggen • Actief aandeelhouderschap (in sommige gevallen verplicht)
43
Wat hebben deze labels met elkaar gemeen? 1. Ze hebben allemaal een soortgelijk doel Al deze labels willen de marktactoren, de leverancier (nl. de vermogensbeheerders) en de consumenten (nl. de beleggers of de verzekerde partijen) garanderen dat de beheerde activa voldoen aan bepaalde kwaliteitsnormen op het vlak van de duurzaamheid. De labelingagentschappen pleiten meestal ook voor meer transparantie. 2. Ze hanteren een gemeenschappelijke reeks methoden en volgen vergelijkbare internationale richtlijnen De labels gebruiken vergelijkbare strategieën om te beoordelen of activa in aanmerking komen. Ze baseren zich gedeeltelijk op sommige van de zeven duurzaamheidsstrategieën, geïdentificeerd door de Global Sustainable Investment Alliance (GSIA) en Eurosif. De meeste labels gebruiken bijvoorbeeld een negatieve benadering, door uitsluitingscriteria te definiëren. Deze strategie komt dikwijls naar voor, soms gecombineerd met een positieve benadering. Een positieve benadering kan resulteren in inclusiecriteria, die eisen dat fondsen een minimumbedrag aan activa hebben die aan bepaalde criteria voldoen, ofwel een ‘best-in-class’ benadering, die ondernemingen (in dezelfde sector) vergelijkt en de beste presteerders selecteert. 3. Elke vermogensbeheerder kan bijna alle labels aanvragen Alle labels van tabel 7 kunnen door elke vermogensbeheerder worden aangevraagd. De vraag is of het zin heeft dat een vermogensbeheerder alle labels tegelijk aanvraagt. In eerste instantie brengt dit hoge kosten met zich mee (ondanks de lage individuele vergoeding voor elk label op zich) en leidt het tot veel administratief werk, met weinig toegevoegde waarde. Sommige internationaal verhandelde financiële producten kunnen echter toch hun voordeel doen omwille van de reputatie van lokale labels en ze als marketingtool gebruiken om bepaalde types klanten in verschillende geografische regio’s aan te spreken en dus meer beleggers aan te trekken. De reputatie van een label, of de waarde die een doelpubliek met het label associeert, stuurt de beslissingen van fondsbeheerders om bepaalde labels boven andere te verkiezen, of meerdere labels tegelijk aan te vragen. 4. Ze zijn allemaal betaalbaar De meeste bestaande labels worden door gouvernementele of non-profitorganisaties beheerd. Dit type bestuur heeft twee voordelen. Allereerst wordt de neutraliteit van de organisaties gegarandeerd, aangezien er geen belangenconflicten meespelen in de toekenning van het label. Bovendien blijven de labels betaalbaar, daar de labelingagentschappen meestal geen winstoogmerk hebben.
44
Waarin verschillen deze labels van elkaar? 1. Ze werken met verschillen vereisten/strategieën Sommige labels leggen strenge eisen op inzake de drie ESG-factoren; andere zijn toleranter. Zo worden de uitsluitingscriteria dikwijls uitgedrukt als het maximale gedeelte van de opbrengsten of inkomsten dat een onderneming uit een bepaalde activiteit mag genereren (bv. wapenproductie of de winning van bepaalde grondstoffen die als milieuschadelijk wordt beschouwd). Het aanvaardingsniveau verschilt tussen labels en wordt soms volledig aan de vermogensbeheerder overgelaten. Tabel 8 toont dat de labels SRI en LuxFLAG ESG bijvoorbeeld niet uitdrukkelijk verklaren dat de aanvrager sommige of alle ondernemingen met inkomsten uit controversiële activiteiten uit de portfolio moet weren. Het Nordic Swan Ecolabel hanteert daarentegen strengere criteria. Ondernemingen mogen slechts worden opgenomen in de portefeuille van een vermogensbeheerder wanneer maximum 5% van hun inkomsten uit controversiële activiteiten afkomstig is.
45
Tabel 8: Overzicht van de uitsluitings-/inclusiecriteria van de labels voor 2020 – Gedeeltelijke, selectieve lijst van de drempels om in aanmerking te komen voor een ESG-label voor financiële producten11
Fossiele brandstoffen
Max % opbrengsten uit steenkoolwinning
Umweltzeichen
LuxFLAG ESG
SRI Label
FNGSiegel
Nordic Swan Ecolabel
Towards Sustain ability
5
-
-
5
5
10
5
-
-
5
5
10
5
-
-
-
5
10
5(b)
-
-
-
5
(c)
5
-
-
5
5
(c)
Max % opbrengsten uit elektriciteitsopwekking met kernenergie
5
-
-
5
5
(c)
Max % opbrengsten uit productie of verkoop van conventionele wapens
5
-
-
5
5
10
Max % opbrengsten uit productie of verkoop van controversiële wapens (a)
5
-
-
0
0
0
Max % opbrengsten uit tabaksproductie
-
-
-
-
5
10
Uitsluitingscriteria voor obligaties van controversiële landen
Y
-
-
Y
Y
Y
Max % opbrengsten uit niet-conventionele olie- en gaswinning Max % opbrengsten uit conventionele olie- en gaswinning
Max % opbrengsten uit elektriciteitsopwekking met fossiele brandstoffen
Max % opbrengsten uit elektriciteitsopwekking met steenkool
Wapenindustie
Tabak
Overheidsobligaties
11 ‘-‘ geeft aan dat het overeenkomstige criterium niet voorkomt in de richtlijnen van het label; (a) Ondernemingen die in België fondsen op de markt brengen, mogen volgens de nationale wetgeving geen ondernemingen opnemen in de portfolio die actief zijn in de controversiële wapenindustrie; (b) Criterium geldt alleen voor steenkool en olie, elektriciteit op basis van gas is toegestaan; (c) Towards Sustainability hanteert een progressieve drempel voor de koolstofintensiteit, met maximaal 408 gCO2/kWh in 2020. De drempel zal in 2021 verlaagd worden naar 393 gCO2/kWh.
46
2. Elk label legt een andere klemtoon op de drie ESG-factoren Sommige labels focussen op één van de drie ESG-factoren, andere verkiezen een meer evenwichtige aanpak. Dit kan worden verklaard door het feit dat de labels niet gelijktijdig en niet in dezelfde regio of door dezelfde entiteit werden ontwikkeld Elk label werd gestart om een leemte te vullen en een antwoord te bieden op een toenemende vraag naar duurzaamheid, in verschillende maturiteitsstadia van de wereldwijde markt. De labels weerspiegelen hierom in zekere zin de evolutie van duurzame financiën in de publieke opinie. 3. Zichtbaarheid van de portfoliosamenstelling (transparantie) De meest labels promoten transparantie. Doch, ze leggen niet allemaal dezelfde frequentie op voor rapportage van financiële gegevens en de samenstelling van de portefeuille van vermogensbeheerders. In Europa zijn vermogensbeheerders verplicht om op halfjaarlijkse basis een financieel verslag te publiceren waarin ze de inhoud van hun portfolio’s kunnen bekendmaken. Vermogensbeheerder kunnen echter terughoudend zijn om dit type informatie vaak te publiceren. Andere spelers zouden immers hun goed presterende portfolio’s kunnen kopiëren en het concurrentieel voordeel zo doen verdwijnen. Vertrouwelijkheid staat transparantie vaak in de weg. Terwijl sommige labelingagentschappen de portfolio’s jaarlijks verifiëren, leggen andere strengere verplichtingen op en vragen ze dat vermogensbeheerders veel vaker informatie te verstrekken. Zo eist het Umweltzeichen een maandelijkse openbaarmaking van de samenstelling van de portfolio van zijn gelabelde producten. Zoals in dit deel besproken, hebben ondernemingen veel keuze in labels om het duurzame karakter van hun producten te laten certificeren. De labels vertonen overeenkomsten, maar zijn heterogeen in hun eisen of opgelegde strategieën alsook het doelpubliek dat ze wensen te beïnvloeden. Het gebrek aan populariteit van duurzame labels bij het grote publiek kan gedeeltelijk worden verklaard door de diversiteit aan labels, wat gemakkelijk verwarring schept bij belanghebbenden. Daarom, en aangezien er geen unieke marktreferentie bestaat, kiezen vermogensbeheerders soms voor meerdere labels. Nu het EU Ecolabel in aantocht is, beweren sommigen dat de markt van financiële producten meer zal gaan lijken op die van de voeding, met een groot aantal labels op productverpakkingen (zoals het EU Biolabel). Het EU Ecolabel zal niet alle ESG-factoren op dezelfde manier omschrijven, aangezien het de nadruk zal leggen op ecologische thema’s. Dit brengt anderen ertoe om het Ecolabel als toekomstig groen referentielabel voor de Europese markt te beschouwen. De toekomst zal het uitwijzen. Desalniettemin, zal het Ecolabel ongetwijfeld het begin van een nieuw tijdperk voor de Europese markt in haar geheel markeren. Dit onderdeel bracht een algemeen beeld van bestaande labels, waarin één duidelijk gegeven naar voor komt: duurzaamheid wint aan belang en de labels doen dat ook. Beiden zullen de komende jaren wellicht nog veel veranderingen doormaken naarmate het publieke bewustzijn omtrent duurzaamheid verder ontplooit.
47
Een nieuwe speler op de markt Op 31 januari 2020 ontving NewB een bankenlicentie van de Europese Centrale Bank. Een betaalkaart en verzekeringen waren er al. Kredieten, zichtrekeningen en spaarrekeningen zullen volgen. Het idee voor een duurzame bank ontstond in 2011 naar aanleiding van de bankencrisis en krijgt nu vorm. Tom Olinger, directeur van NewB, schetste voor ons de grote lijnen van het profiel van de bank en gaf hun visie op bankieren weer. 2019, erop of eronder 2019 was een bijzonder jaar voor NewB. Op 6 weken tijd slaagde de bank er in om €35 miljoen op te halen. Er werd een kapitaalcampagne opgezet om het nodige bedrag te verzamelen. Door de trage opstart, was het tot de laatste dag uitkijken of het vereiste bedrag zou worden bereikt. Het resultaat is bekend: de campagne had een groot bereik en het publiek bleek de missie van NewB te onderschrijven. Het idee om een ‘nieuwe’ bank te introduceren ontstond in nasleep van de bankencrisis in 2008. 11 jaar later blijkt die nood er nog steeds te zijn. De traditionele banken bieden dan wel duurzame producten aan, ze doen dit voornamelijk uit commerciële beweegredenen: omdat klanten hierom vragen. Anderzijds blijken de banken die de meeste duurzame producten aanbieden ook het meest te investeren in schadelijke producten zoals wapens en fossiele brandstoffen via hun niet duurzame producten. Bovendien zetten banken nog steeds constructies op zodat de meest welvarende klanten hun geld in belastingparadijzen kunnen parkeren. Wegen duurzame producten op tegen de betrokkenheid van de banken in deze praktijken? De crisis in 2008 ontstond door structureel foute bedrijfsvoering en disfunctionele systemen. Banken waren ‘too big too fail’ waardoor het financieel systeem in elkaar zakte. Daarom werd kort na de crisis gepleit dat banken niet meer te groot mochten worden. Vandaag zien we dat de concentratie en centralisatie van banken een realiteit blijft. Dit alles maakt een bank als NewB vandaag nog noodzakelijk. NewB verwacht geen fundamentele veranderingen binnen de bankensector. Ze merken wel een mentaliteitswijziging en toenemend bewustzijn bij het grote publiek op. NewB meent dat de logica van de financiële sector de enige is volgens dewelke de sector zal kunnen transformeren, namelijk door financiële incentives: investeringen in schadelijke producten en praktijken moeten financieel oninteressant zijn. Bovendien zouden er – naast groene labels – ook labels op de markt moeten komen om het publiek te informeren over fondsen waarbij in onwenselijke producten wordt geïnvesteerd. De echte verandering zal vanuit de sector zelf moeten komen en zal enkel gebeuren onder druk van het publiek en naar voorbeeld van andere (ethische) banken zoals NewB. Een idee in de praktijk brengen Nu de licentie door de nationale bank werd toegekend, krijgt NewB verder vorm en komt het erop aan de basisideeën in de realiteit om te zetten. De waarden die NewB nastreeft, moeten gerijmd worden met professionaliteit en rendabiliteit op lange termijn. Duurzaamheid nastreven betekent ook dat je autonoom en financieel gezond bent. Bovendien wil de bank klantvriendelijk zijn door toegankelijk te zijn en performante diensten en producten aan te bieden. 48
Een bank oprichten doe je echter niet alleen; je hebt er partners voor nodig, wat een kwestie is van overwegingen maken. Indien er fundamentele verschillen zijn en tegenstrijdige visies gehanteerd worden, is een samenwerking niet realistisch. Anderzijds is het onmogelijk om partners te vinden die exact dezelfde waarden hanteren. Als die er waren, was NewB niet nodig. Ook in de keuze tot partners en leveranciers wordt de lat zo hoog mogelijk gelegd. NewB vindt het belangrijk om transparant weer te geven met welke partijen er wordt samengewerkt. Indien blijkt dat bepaalde praktijken en stellingen van de partners ingaan tegen de waarden van NewB, zal daar dialoog rond gevoerd worden. Zo wil NewB haar impact uitbreiden en ondernemers en organisaties inspireren om een duurzamere weg in te slaan. Er zijn wel duidelijke, absolute no-go-zones: onder meer bedrijven die regimes steunen die de mensenrechten niet respecteren, die oorlogs- of geweldzuchtig, racistisch of homofoob zijn, blijven uitgesloten van samenwerkingen met NewB. In het kader van transparantie en ‘ambitieuze’ samenwerkingen, werkt de bank momenteel aan een sociaal en milieuhandvest, waarin 17 thema’s, zoals toegankelijkheid en inclusie, keuze van leveranciers, en klantenrelaties, worden belicht. Het handvest dient als leidraad: het zal niet alle discussiepunten en grijze zones dekken maar geeft vooral richting. De bank opteerde bijvoorbeeld om naast fietsverzekeringen en woningverzekeringen ook autoverzekeringen aan te bieden. De auto is niet bepaald een goed voorbeeld van duurzaamheid. Desalniettemin is dit in sommige gevallen noodzakelijk, bijvoorbeeld voor mensen die in afgelegen regio’s wonen of slecht te been zijn. Waar het normaal complexer is meerdere bestuurders in te schrijven, stimuleren deze autoverzekeringen dit zodat er meer aan autodelen wordt gedaan. Bovendien, wordt er over gewaakt dat de producten eenvoudig en toegankelijk zijn, in lijn met NewB’s filosofie. De opties zijn beperkt wat de duidelijkheid en transparantie vergroot. Overigens zijn de segmenteringen minder streng en het verschil tussen de laagste en hoogste premie beperkt om de rol van georganiseerde solidariteit en risicospreiding te garanderen. Lessons learned NewB is niet de eerste ethische of coöperatieve bank. Andere buitenlandse spelers zijn hen voorgegaan. Hoewel elke bank werkt en handelt naar zijn regionale logica, kan NewB lessen leren van gelijkgezinde spelers wereldwijd. De bank streeft naar inclusie door zich lokaal te positioneren en nabijheid en toegankelijkheid na te streven. Dit neemt echter niet weg dat de krachten gebundeld kunnen worden om ervaringen te delen. Ook spelers dichter bij huis dienen als voorbeeld. Zo wordt bijvoorbeeld Triodos - die er sinds de oprichting in 1980 voor ijvert om geld in te zetten in functie van mens en milieu - als gelijkgezind beschouwd.
49
Europa werkt aan een groene toekomst De Europese Unie is de derde grootste producent van broeikasgassen ter wereld. Hoewel heel wat inspanningen de uitstoot reeds met een kwart verlaagden ten opzichte van dertig jaar geleden, is de strijd tegen klimaatverandering nog lang niet gestreden12. De afgelopen jaren toonde Europa zijn ambitie en wens om zich als voortrekker te positioneren in de transitie naar een duurzame samenleving. Er werden reeds verschillende maatregelen getroffen omtrent recyclage en mobiliteit. Ook circulaire economie en voedselverspilling genieten veel aandacht. Bovendien wordt er sterk ingezet op onderzoek naar duurzame en toekomstgerichte oplossingen en worden verscheidene subsidieprogramma’s (vb. Horizon 202013 en ESIF14) ontwikkeld om dit te financieren. Eind 2018 werden daarenboven de doelstellingen voor 2030 vernieuwd. De nieuwe agenda omvat vermindering van de CO2-uitstoot met minstens 40% ten opzichte van 1990, een minimum aandeel hernieuwbare energie in de EU van 32%, verbetering van de energie-efficiëntie met minstens 32% als streefcijfer en de verplichting aan lidstaten tot een energiebesparing van 0,8% per jaar15. Actieplan voor duurzame financiering De Europese klimaatambities kunnen niet worden waargemaakt zonder investe ringen. In maart 2018 stelde de Europese Commissie een actieplan voor duurzame financiering voor, waarin de noodzaak van de transitie naar een klimaatneutraal economisch model wordt beklemtoond. Het actieplan beoogt kapitaalstromen te heroriënteren richting duurzame investe ringen om 1. duurzame en inclusieve groei te bewerkstelligen, 2. financiële risico’s als gevolg van de klimaatverandering, uitputting van hulpbronnen, aantasting van milieu en sociale kwesties, te beheren en 3. transparantie en lange termijn denken bij financiële en economische activiteiten te stimuleren16. Bovendien tracht men duurzame financiering en reële economie te koppelen, zodat de toegenomen vraag naar duurzame producten en diensten van investeerders gepaard gaat met een groter aanbod17.
12 https://www.mo.be/analyse/klimaatpoker-op-hoog-niveau 13 https://www.europa-nu.nl/id/viv7n7plgqvw/horizon_2020_kp8 14 https://www.europa-nu.nl/id/vh7downx7izu/structuurfondsen_esif 15 https://www.europa-nu.nl/id/vhesf063wxu9/europese_aanpak_klimaatverandering 16 https://www.fsma.be/nl/presentatie-van-het-europees-actieplan#_ftn1 17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52019DC0022&from=EL
50
Om dit te bereiken, wordt er gewerkt aan 1. een verplichting aan verzekeraars en beleggingsondernemingen om cliënten op basis van hun voorkeuren inzake duurzaamheid te adviseren, 2. de versterking van transparantie in bedrijfsrapportage, 3. de ontwikkeling van een uniform EU-classificatiesysteem om te bepalen wat duurzaam is en gebieden te identificeren waar duurzame investeringen het meeste effect kunnen hebben en 4. de invoering van EU-labels voor groene financiële producten op basis van de Europese taxonomie, zodat beleggers vlot inzicht krijgen of hun beleggingen aan koolstofarme criteria voldoen. Het actieplan schrijft een grotere rol toe aan de financiële sector in het bevorderen van een goed functionerende economie die bijdraagt aan het behalen van ecologische en sociale doelstellingen. De strategie uit 2018 kreeg begin 2020 een update, naar een meer ambitieuze en allesomvattende strategie. De focus veranderde van ‘financiering van het groene’ naar het ‘vergroenen van financiering’. Er wordt gefocust op de financiële sector, maar dit wordt aangevuld met meer oog voor bedrijven en het mobiliseren van burgers. De klemtoon wordt verschoven naar de reële economie, bedrijven, publieke overheden en burgers en voorziet iedereen van de nodige instrumenten tot ‘vergroening’. De groene taxonomie Vandaag is het voor beleggers vaak onduidelijk welke activiteiten precies gefinancierd worden met hun kapitaal, zelfs binnen een duurzaam financieel product. Daarom werkt Europa sinds midden 2019 aan een groene taxonomie: een uniform classificatiesysteem waarin gedefinieerd wordt wat een ecologische duurzame economische activiteit is. Vastgelegde criteria zullen het beleggers gemakkelijker maken hun investeringen te heroriënteren naar duurzamere bedrijven. Investeerders en bedrijven zullen dezelfde taal hanteren om te bepalen welke economische activiteiten als ecologisch kunnen worden beschouwd. Bovendien zal dit leiden tot meer transparantie om greenwashing tegen gaan. Elke financiële speler wordt namelijk verplicht om het exacte percentage van beleggingsfondsen die daadwerkelijk duurzame milieuactiviteiten - volgens de taxonomie - financieren, te publiceren18. Aansluitend biedt de taxonomie een
18 https://www.fsma.be/nl/presentatie-van-het-europees-actieplan#_ftn1 19 https://moneystore.be/nl/2019/duurzame-beleggingen/europese-taxonomie-een-eenduidige-definitie-van-duurzaam-
51
referentiekader voor beleggers die moeten rapporteren over de duurzame en groene blootstelling van hun investeringen. De taxonomie is niet juridisch bindend, maar institutionele beleggers dienen te voldoen aan het ‘comply or explain’ principe; rechtvaardigen in welke mate ze de taxonomie toepassen in beleggingen die als duurzaam worden bestempeld19. De taxonomie gaat uit van zes milieudoelstellingen van de EU: 1. verzachten van klimaatverandering, 2. aanpassing aan klimaatverandering, 3. duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, 4. overgang naar circulaire economie, 5. preventie en beheersing van verontreiniging en 6. bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen. Activiteiten die ecologisch duurzaam zijn moeten minstens wezenlijk bijdragen aan één van de doelstellingen zonder opmerkelijke schade toe te brengen aan de andere20. Waar sommige activiteiten reeds zullen voldoen aan de criteria, zijn er nog twee andere types: faciliterende activiteiten21 en activiteiten in transitie (of overgang)22. Voor elk financieel product zal het verplicht worden het aandeel te vermelden dat in een van deze type activiteiten wordt geïnvesteerd23. Meer dan 200 experts trachten de zes doelstellingen te linken aan technische screeningscriteria. Deze Technische Expertengroep (TEG) update tevens de methodologie en bereidt de concrete implementatie voor. Midden 2020 bracht de TEG reeds drie rapporten uit. De volgende stap is nu aan de Europese Commissie om het wettelijk instrument te ontwikkelen waardoor de criteria van de taxonomie ook juridisch geïmplementeerd kunnen worden24. Het beoogde tijdskader is opgesplitst in twee fasen. De eerste twee doelstellingen moeten tegen eind dit jaar vast vorm krijgen zodat ze vanaf eind 2021 kunnen worden toegepast. De vier andere doelstellingen worden verwacht klaar te zijn tegen eind 2021, voor implementatie vanaf eind 202225. De taxonomie zal essentieel zijn om greenwashing tegen te gaan en duurzame financiering aan te moedigen26. Het moet ervoor zorgen dat investeringen geen schade berokkenen aan omgeving en maatschappij27. Stemmen gaan op om verder te gaan en ook een bruine taxonomie te ontwikkelen om duidelijk zicht te krijgen op welke investeringen snel moeten worden stopgezet28. beleggen 20 https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20200615IPR81229/green-finance-parliament-adopts-criteria-forsustainable-investments 21 Dit zijn activiteiten die alle andere activiteiten mogelijk maken, zoals beheerders van elektriciteitsnetwerken. 22 Dit zijn activiteiten die niet compatibel zijn met klimaatneutraliteit maar nodig zijn voor de transitie, zoals productie van staal of cement. 23 https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20200615IPR81229/green-finance-parliament-adopts-criteria-forsustainable-investments 24 https://www.ca-cib.com/pressroom/news/sustainable-finance-eu-taxonomy-and-eu-green-bond-standard-are-updated 25 https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2019/12/18/sustainable-finance-eu-reaches-political-agreement-ona-unified-eu-classification-system/ 26 https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20200615IPR81229/green-finance-parliament-adopts-criteria-forsustainable-investments 27 https://www.duurzaam-beleggen.nl/blog/using-the-eu-taxonomy-as-a-guide-to-sustainable-recovery/ 28 https://www.duurzaam-beleggen.nl/2020/06/18/europa-zet-met-taxonomie-standaard-voor-groeninvesteren/#:~:text=Vanaf%202021%20treedt%20de%20groene,van%20het%20jaar%20klaar%20zijn. 29 https://www.europa-nu.nl/id/vhesf063wxu9/europese_aanpak_klimaatverandering
52
De Europese Green Deal In juli 2019 stelde Ursula von der Leyen haar politieke programma aan het Europees Parlement voor, waarmee ze verkozen werd tot eerste vrouwelijke voorzitter van de Europese Commissie. Tot agendapunten zoals ‘een klaar Europa voor het digitale tijdperk’ en ‘een economie die werkt voor mensen’ behoort ook de Europese Green Deal29. De Green Deal werd op 11 december 2019 voorgesteld door klimaatcommissaris Frans Timmermans30. Het biedt een stappenplan richting een duurzame Europese economie en Europa als het eerste klimaatneutrale continent in 2050. Klimaat- en milieu-uitdagingen worden omgezet in kansen, met oog op een rechtvaardige en inclusieve transitie31. De klimaatdoelstellingen voor 2030 worden in het plan verder opgetrokken van 40% naar 50% of zelfs 55% minder CO2-uitstoot. Dit zal worden gerealiseerd door klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling aan te pakken via allesomvattende regelgeving en financiering. Er wordt ingegrepen in alle sectoren32 en de transitie krijgt vorm via taxatie, wetgeving, innovatie, opleiding en een groot investeringsbudget33. De Green Deal is Europa’s nieuwe groeistrategie om een moderne, grondstofefficiënte en concurrerende economie te bereiken die klimaatneutraal is tegen 2050, wat inclusieve economische groei oplevert zonder dat grondstoffen worden uitgeput. Het is een strategie die ervoor moet zorgen dat de groei meer opbrengt dan hij kost34; een kans om het economisch model te hervormen en de gezondheid en het welzijn van de burgers te verbeteren35. Alle economische sectoren worden verwacht hieraan bij te dragen en er zal financiële steun en technische ondersteuning worden verleend aan degenen die het zwaarst getroffen worden door de overgang naar een groene economie. Een kort overzicht De Green Deal heeft betrekking op verschillende beleidsdomeinen. Er komt heel wat beleidswerk aan te pas waarbij plannen en strategieën worden uitgedacht en voorgesteld. Sinds de voorstelling eind 2019 werd er veel werk verricht. In januari 2020 lag het Investeringsplan voor de Green Deal en het mechanisme voor rechtvaardige transitie op tafel36. Twee maanden later werd er tevens een voorstel gedaan voor de Europese klimaatwet. Deze eerste juridische grondslag van de Green Deal moet ervoor zorgen dat EU-lidstaten gefocust en gedisciplineerd op het juiste pad blijven om de
30 https://www.europa-nu.nl/id/vg9pjk198axu/milieubeleid 31 https://www.vleva.eu/nl/onderzoek-en-innovatie/eu-nieuws/d%C3%A9-europese-green-deal 32 Energie, mobiliteit, infrastructuur, voeding, industrie en gebouwen. 33 https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/met-de-green-deal-worden-we-wakker-een-nieuw-europa 34 https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/european-green-deal_nl 35 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_19_6691 36 Beiden worden hieronder verder toegelicht. 37 https://www.europa-nu.nl/id/vg9pjk198axu/milieubeleid
53
CO2-uitstoot te reduceren37. Daarnaast werd in maart de Europese industriestrategie goedgekeurd en een actieplan voor circulaire economie geïntroduceerd. In mei werden de strategie om voedselsystemen duurzamer te maken – ‘van boer tot bord’ – en de EU-biodiversiteitsstrategie om kwetsbare natuurlijke hulpbronnen te beschermen, voorgesteld. Tot slot, lag er halfweg 2020 een strategie voor energiesysteemintegratie en waterstof op tafel. Dit beleid moet een weg banen voor een geheel koolstofvrije, efficiëntere en onderling verbonden energiesector38. Zeer recent – op 16 september 2020 – kondigde Ursula von der Leyen bovendien de ambitie aan om de uitstoot niet met 40% maar met minstens 55% te verlagen tegen 2030. Dit nieuwe voorstel zal de weg banen voor klimaatneutraliteit tegen 2050. De realisatie ervan begint met de herziening van alle klimaat- en energiewetgeving van de Europese Unie tegen de zomer van 2021, binnen het kader van een CO2-reductie van 55%39. Het Investeringsplan voor de Green Deal De Europese ambities komen niet zonder prijskaartje. Om de Green Deal te realiseren moet Europa jaarlijks 290 miljard euro aan privaat kapitaal voor duurzame activiteiten aantrekken40. De overgang naar duurzaamheid vergt investeringen op korte termijn en vereist een sterke verandering in de werking van het financiële systeem op lange termijn41. Het vraagt zowel politiek engagement als aanzienlijke investeringen, afkomstig uit overheidsmiddelen én de privésector. De opzet hiervoor werd verwerkt in het Investeringsplan voor de Green Deal. Het plan werd voorgesteld in januari 2020 en zou in totaal 1 biljoen euro aan investeringen moeten opleveren42. EU financiering wordt gemobiliseerd door een ongezien aandeel van de Europese begroting toe te wijzen aan uitgaven voor klimaatactie, wat tevens particuliere financiering zal aantrekken. Bovendien worden er prikkels ingebouwd in wet- en regelgeving om groene investeringen te laten floreren. Beleggers krijgen instrumenten aangereikt doordat duurzame financiering centraal komt te staan43. Het plan moet de noodzakelijke, maar forse, investeringen van diverse spelers realiseren. Deze aanzet tot overheids- en particuliere investeringen gaat hand in hand met het verminderen van de financiering van projecten die schadelijk zijn voor een groene en inclusieve economische groei. Daarenboven omvat het andere maatregelen zoals de verplichting aan financiële instellingen om klanten te adviseren over sociale en milieuaspecten. Zowel financiële als duurzaamheidsrisico’s moeten in kaart gebracht worden voor de risico-inschatting van een investering; een aanpak waardoor ESG des te meer in het hart van het financieel systeem wordt geplaatst.
38 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_19_6691 39 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_20_1657 40 https://www.investmentofficer.be/nl/nieuws/wetgeving-groene-taxonomie-weer-stap-dichterbij 41 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52019DC0022&from=EL 42 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_20_17 43 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_20_17: 44 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_20_17
54
Mechanisme voor rechtvaardige transitie Zoals reeds aangekaart, is er in de Green Deal oog voor een inclusieve overgang middels het mechanisme voor rechtvaardige transitie. Dit houdt concreet in dat landen en regio’s die getroffen worden en een ingrijpende economische en sociale transformatie doormaken, financiële en praktische ondersteuning op maat ontvangen in de periode 2021 - 202744. Een bedrag van minstens 100 miljard euro moet de sociaaleconomische impact van de overgang verzachten en ertoe leiden dat de nodige investeringen om werknemers en gemeenschappen, afhankelijk van fossiele brandstoffen, te helpen, er effectief komen. Naast concrete financiering wordt er technische bijstand verleent. Bovendien zal de Europese Commissie erop toezien dat de getroffen gemeenschappen, lokale overheden, sociale partners en ngo’s betrokken worden. EU Green Bond Standard Een onderdeel van het Investeringsplan is de ontwikkeling van een EU Green Bond Standard (GBS), een standaard voor groene obligaties45. Duurzame investeringen gebeuren immers steeds vaker via groene obligaties. Desalniettemin, lijken investeerders hier niet voldoende in geïnteresseerd. Drie elementen spelen mee: 1. het gebrek aan een eenduidige definitie van ‘groen’, 2. complexe herzieningsprocedures die onzekerheid bieden voor obligatieuitgevers en –aankopers en 3. een gebrek aan investeerbare projecten of middelen. De GBS zal een praktisch en veilig instrument bieden dat verduidelijkt voor welke producten en projecten investeringen gebruikt kunnen worden. Het zal trachten de barrières aan te pakken en meer publieke en private sponsoring voor investeringen in groene projecten en activiteiten stimuleren. De norm krijgt geen verplichtend karakter, maar ambieert in de groene obligatiemarkt efficiënter, transparanter en geloofwaardiger te maken. Groene investeringen zullen de taxonomiecriteria volgen. Er worden ook eisen gesteld aan uitgevers om een Green Bond Framework, impactrapportage en verificatie te publiceren46. Bovendien is het de bedoeling marktspelers aan te moedigen om obligaties uit te geven en aan te kopen. In maart 2020 publiceerde de TEG een leidraad voor de standaard. De gids biedt de marktspelers een handleiding tot het gebruik van de standaard en helpt in de opzet van een op de markt gebaseerd systeem voor externe verificatie. De Europese Commissie maakte dit vervolgens openbaar voor het grote publiek met de vraag tot feedback. Het resultaat van deze publieke consultatie biedt de basis om de standaard verder te ontwikkelen47.
45 https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance/eu-green-bond-standard_en 46 https://www.ca-cib.com/pressroom/news/sustainable-finance-eu-taxonomy-and-eu-green-bond-standard-are-updated 47 https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance/eu-green-bond-standard_en 48 https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/02/24/coronavirus-infecteert-nu-ook-de-europese-beurzen/
55
Dossier corona De eerste helft van 2020 was voor iedereen wellicht een unieke ervaring. ‘Blijf in uw kot’ was de norm en het land ging op slot. De COVID-19 pandemie beïnvloedde verschillende levensdomeinen, met een onmiskenbare impact op de economie en financiële markten. In wat volgt wordt dieper ingegaan op de financiële impact, veranderingen in het gedrag van beleggers en de plaats van duurzaamheid in dit verhaal. Economische & financiële impact COVID-19 begon aan een wereldwijde opmars en bereikte begin 2020 ook het Westen. Landen sloten de grenzen, overheden implementeerden strenge maatregelen en centrale banken grepen in. Eind februari noteerden de Europese beurzen de zwaarste verliezen sinds de dag na het Brexitreferendum in 2016. Sectoren zoals luchtvaart, toerisme en luxeproducten zijn het meest gevoelig voor de gevolgen van en de maatregelen ‘tegen’ corona, en verloren het sterkst48. De aandelenbeurs in Amsterdam ervoer eind februari de slechtste week sinds oktober 2008; Londen, Parijs en Frankfurt kelderen49. Een maand later, op het hoogtepunt van de crisis in Europa, daalde de Euro Stoxx60050 enorm en bereikte de BEL2051 een nooit eerder gezien dieptepunt in zijn dertigjarig bestaan52. De Belgische overheid riep al snel economische steunmaatregelen in het leven om de gevolgen tegen te gaan, zoals uitstel van leningen en het systeem van tijdelijke werkloosheid. Ook de verschillende gewesten, FOD Financiën en Febelfin bleven niet achterwege. Financieringsmechanismen om verscheidene doelgroepen te steunen werden opgezet, zoals de noodlening via PMV (de Vlaamse investeringsmaatschappij) om innovatieve start- en scale-ups, kmo’s en zelfstandigen met beperkte cashflow of financiering, te ondersteunen53. Binnen het steunpakket aan maatregelen werden financiële instellingen geacht hun verantwoordelijkheid op te nemen en solidair te zijn met klanten in moeilijke papieren54. Ondertussen zijn we enkele maanden verder en wordt Europa, net zoals elders ter wereld, geconfronteerd met de gevolgen van de crisis: hogere schulden, lagere groei en economische gevolgen die nog lang voelbaar zullen zijn. Desalniettemin, zijn zowat alle belangrijke beursindexen opnieuw aan een opmars bezig. Zowel de BEL20 als de Euro Stoxx600 bijvoorbeeld, sprongen in dezelfde periode ruim een kwart hoger55. De hoop op snel economisch herstel, indrukwekkende steunmaatregelen
49 https://www.ad.nl/economie/het-corona-effect-beleggers-zijn-nu-pas-wakker-geworden-en-direct-in-paniek~aa3229ec/?refe rrer=https://www.google.com/ 50 De Euro Stoxx 600 is een korf waarin de 600 belangrijkste aandelen van Europa vervat zitten. 51 De BEL20-index is een Belgische aandelenindex waarin 20 bedrijfsaandelen noteren die door Euronext (een internationale beursmaatschappij) gekozen worden op basis van strenge voorwaarden een grote gezuiverde marktkapitalisatie, voldoende verhandelbaarheid en een solide liquiditeit. De bedrijven in deze index moeten niet Belgisch zijn, maar wek aanzienlijk actief in ons land. 52 https://www.investmentofficer.be/nl/nieuws/actualiteit-beeld-belegger-ziet-andere-realiteit-dan-econoom 53 https://www.tijd.be/dossiers/coronavirus/europa-zet-plafond-op-vlaamse-noodlening-voor-bedrijven/10225053.html 54 https://www.febelfin.be/nl/journalisten/artikel/banken-ondersteunen-particulieren-en-ondernemingen-financieel-tijdens 55 https://www.tijd.be/markten-live/homepage/jongeren-ontdekken-opnieuw-de-beurs/10234787.html
56
56 https://www.standaard.be/cnt/dmf20200710_97295045?&articlehash=F72D6FBF4163ABB137DABCF13E43D4C9F BE54FE9A57DEB 343B3D9FEC931B963B6F2EE8F609505BBF4DF1B4C83B496AB2CE447EDF3C9F9B028CDE66C04514A16D
alsook het geloof dat een tweede lockdown zal uitblijven, beïnvloedt dit sterk. Bovendien duiden recente gegevens dat 2020 alsnog een topjaar kan worden. De gemiddelde dagelijkse beursomzet in Brussel lag de afgelopen zes maanden 136% hoger dan in 2019 en het lijkt erop dat het aantal beurstransacties een record zal breken56. Hoewel een krachtig economisch herstel verwacht wordt in het najaar van 2020, zullen de verliezen wellicht nooit volledig worden goedgemaakt en zullen we moeten omgaan met enkele pijnlijke gevolgen, zoals een stijgende werkloosheid57. Reacties van de belegger Ook op persoonlijk vlak had de crisis heel wat impact. De sluiting van bepaalde sectoren en verplicht thuiswerk maakte dat individuen hun inkomsten zagen slinken en sommigen ontslag vreesden. Financiële kosten en verplichtingen verdwenen niet en liepen soms zelfs op. Op de beurs stond de zogenoemde VIX-index - ook wel de ‘angstbarometer’ - genoemd, op hetzelfde niveau als tijdens de kredietcrisis. Beleggers werden ongerust en gingen op zoek naar veilige havens, zoals goud en overheidsobligaties58. Onrust of voorzichtigheid was echter niet de enige reactie op de beurs. Een overschot aan tijd door de lockdown, spaarboekjes die al langer bijna niets opbrengen en de sterk dalende beurskoersen, inspireerden velen om hun persoonlijke financiën te herbekijken en net wel de stap richting de beurs te wagen59. In mei 2020 berichtte de FSMA60 dat de aan- en verkoop van aandelen tussen eind februari en eind april vijf keer groter bleek te zijn ten opzichte van de periode voordien. In het algemeen gaf 22% van de Belgen ook aan zich sinds de crisis meer te interesseren voor de beurs61. Opvallend in deze cijfers is het groeiende aandeel van zowel niet-frequente beleggers62 als jongere beleggers. Niet-frequente beleggers kochten in de laatste week van maart maar liefst voor 30 miljoen euro aandelen aan, tegenover een bedrag van 3 miljoen euro in de week voor de crisis (derde week van februari). Bij jongvolwassenen werd er in die periode voor 19 miljoen euro meer aangekocht63. De groep beleggers tussen 18 en 35 jaar kende tijdens de lockdown een groei van 28%. Volgens BinckBank en Bolero – de grootste onlinebrokers in België – was de helft van de nieuwe gebruikers tussen maart en mei, jonger dan 35 jaar. Dit representeert een stijging in deze leeftijdsgroep van 10% tegenover 201964. Een bevraging van Febelfin in mei dit jaar, concludeerde tevens dat 23% van de jongeren ondertussen belegt op de beurs, waarvan een kwart startte tijdens de lockdown65.
57 https://www.duurzaam-beleggen.nl/blog/interactie-tussen-overheden-bedrijven-en-individuen-in-de-wereld-na-covid-19bepaalt-toekomstige-vorm-van-verantwoord-beleggen/ 58 https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/02/24/coronavirus-infecteert-nu-ook-de-europese-beurzen/ 59 https://www.standaard.be/cnt/dmf20200710_97295045?&articlehash=F72D6FBF4163ABB137DABCF13E43D4C9FBE54FE9A57 DEB343B3D9FEC931B963B6F2EE8F609505BBF4DF1B4C83B496AB2CE447EDF3C9F9B028CDE66C04514A16D 60 Financial Services & Markets Authority 61 https://www.fsma.be/nl/news/belgen-verhandelen-tot-vijfmaal-meer-aandelen-tijdens-coronacrisis 62 Niet-frequente beleggers zijn beleggers die maximum 5 transacties uitvoerden in de afgelopen 2 jaar. 63 https://www.fsma.be/nl/news/belgen-verhandelen-tot-vijfmaal-meer-aandelen-tijdens-coronacrisis 64 https://www.tijd.be/markten-live/homepage/jongeren-ontdekken-opnieuw-de-beurs/10234787.html 65 https://www.febelfin.be/nl/consumenten/artikel/7-tips-om-als-jongere-je-eerste-stappen-op-de-beurs-te-zetten 66 https://www.tijd.be/markten-live/nieuws/aandelen-buitenlandse-beurzen/wall-street-lijdt-globaal-minder-onder-corona-daneuropa/10220875.html
57
De interesse voor de beurs bij jongvolwassenen is duidelijk aangewakkerd. Naast beperkte groeimarges op het spaarboekje en de coronacrash op de beurzen in februari en maart, speelt digitalisering hier een belangrijke rol. Overheidsmaatregelen noodzaakten fulltime thuiswerk en versterkten online verkoop. De groei van e-commerce is sterk zichtbaar, alsook voor beleggingen66. Jonge beleggers voelen zich beduidend comfortabeler bij online beleggingsadvies dan hun collega’s ouder dan 45 jaar67. Opmars van beleggingsapplicaties Meer digitalisering alsook groeiende interesse voor de beurs bij jongvolwassenen, blijkt ook uit de populariteit van beleggingsapplicaties. In de Verenigde Staten kent de applicatie Robinhood een ongezien succes, met maar liefst 3 miljoen nieuwe gebruikers in het eerste kwartaal van dit jaar. Het merendeel hiervan zijn millenials – personen geboren tussen 1980 en 2000. De gemiddelde leeftijd van de gebruikers is 31 jaar en de helft van deze groep is volledig nieuw in de beleggingswereld68. Ook in Europa volgt de trend met het Nederlandse Bux. Bux telt ondertussen meer dan 300 000 klanten en noemt zich de ‘grootste mobiele broker van Europa’. Na lancering in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk, is de applicatie nu ook beschikbaar in België69. Beleggingsapplicaties bieden jongvolwassenen een laagdrempelige en meer toegankelijke beleggingsoplossing. De aantrekkelijkheid zit in de gelijkenissen met online spellen– gamification genoemd – alsook het feit dat de transacties vrijwel volledig kosteloos zijn. Deze trend is echter niet zonder gevaren en de meningen hierover zijn verdeeld70. Waar sommigen dit beschouwen als een opportuniteit en leerervaring voor jongvolwassenen71, bekritiseren anderen Robinhood voor het cultiveren van kuddegedrag. De beleggingskeuzes van andere gebruikers worden (anoniem) meegedeeld, wat jongeren, die de gevaren van impulsieve aandelenhandel moeilijk kunnen inschatten, beïnvloedt72. Bij aansluiting bij Bux moet er bovendien aandacht zijn voor enkele elementen, zoals de voorwaarde een rekening te openen in Nederland, met de nodige complexiteit voor de belastingbrief. Daarnaast wordt de administratieve rompslomp omwille van beurstaksen en roerende voorheffing in binnen- en buitenland, dikwijls onderschat73.
67 https://www.investmentofficer.be/nl/nieuws/1-op-5-jongeren-belegt-meer-sinds-coronacrisis 68 https://www.tijd.be/markten-live/homepage/jongeren-ontdekken-opnieuw-de-beurs/10234787.html 69 https://www.tijd.be/markten-live/homepage/wat-u-moet-weten-over-de-nieuwe-beursapp-bux/10245595.html 70 https://businessam.be/beurs-app-bux-komt-met-gratis-beleggen-naar-belgie/ 71 https://www.bloomberg.com/news/audio/2020-07-09/inside-the-mind-of-a-young-retail-day-trader-podcast 72 https://businessam.be/beurs-app-bux-komt-met-gratis-beleggen-naar-belgie/ 73 https://www.tijd.be/markten-live/homepage/wat-u-moet-weten-over-de-nieuwe-beursapp-bux/10245595.html 74 https://www.febelfin.be/nl/consumenten/artikel/7-tips-om-als-jongere-je-eerste-stappen-op-de-beurs-te-zetten 75 https://www.fsma.be/sites/all/modules/custom/fsma_core/fraud-quiz/quiz-nl.html
58
59
Om dit tegen te gaan, zetten de platformen ondertussen in op strengere toelatingsvoorwaarden en het informeren van gebruikers over hoe financiële markten in elkaar zitten (o.a. via cursussen). Ook Febelfin tracht jonge alsook beginnende beleggers in het algemeen, bij te staan door info te verstrekken en nuttige tips te publiceren74. De FSMA ontwikkelde alsook een tool om alert te blijven voor fraude75. En wat nu? 2019 en 2020 kunnen niet sterker van elkaar verschillen. Waar het maatschappelijk debat vorig jaar beheerst werd door klimaatbetogingen en de opwarming van de aarde, stond 2020 tot nog toe in het teken van corona. Overheden zetten momenteel in op de ontwikkeling van economieherstelplannen en maatregelen om de gevolgen van de crisis op te vangen. Individuen en bedrijven trachten hun financiën opnieuw op punt te krijgen of te optimaliseren. Duurzaamheidsbeleid of duurzaam beleggen lijkt hierdoor gemakkelijk naar de achtergrond te verdwijnen. Desalniettemin gaan diverse stemmen op om van dit kantelmoment gebruik te maken om echt voor duurzaamheid te gaan en fiscale & monetaire steunmaatregelen alsook het overheidsbeleid te koppelen aan ESG (environment, social issues, governance)76. Duurzame fondsen lijken beter bestand Verscheidene studies tonen hoe duurzame beleggingsproducten de crisis beter hebben doorstaan dan niet-duurzame tegenhangers. Turbulentie op de beurs benadrukte dat duurzaam beleggen meer dan ooit nodig lijkt te zijn omwille van risico’s aan bestaande productie- en consumptiesystemen. Bedrijven die mens, milieu en goed bestuur hoog in het vaandel dragen, maken risicobeheer prioritair. Obligaties van zulke bedrijven werden beduidend minder hard geraakt tijdens de crisis77. Een grootschalige studie van onderzoeksbureau Refinitiv Lipper sluit hierbij aan. Uit een analyse van bijna 35 000 Europese fondsen tussen 31 januari en 31 maart, blijkt dat duurzame fondsen beter presteerden tijdens de crisis omwille van investeringen in bedrijven die inzetten op risico’s in de productieketen, gezondheidsen veiligheidsbeleid van werknemers en omgeving, transparant en goed bestuur en kwaliteitsvolle rapportage78. Procentueel gezien presteerden duurzame fondsen beter dan hun referentie-index79. Bovendien waren de verliezen van slecht presterende traditionele fondsen groter dan bij duurzame fondsen en ligt het rendementsverschil tussen de best en slechtst presterende traditionele fondsen veel hoger dan bij ESGfondsen. Hoewel de studie refereert naar een korte periode waardoor de resultaten kritisch moeten worden beschouwd, bieden deze conclusies stof tot nadenken. Interesse voor duurzaamheid in stroomversnelling Een groeiende interesse voor duurzaamheid bij investeerders alsook in het maatschappelijk debat is niet nieuw. De trend lijkt echter in een stroomversnelling te komen door de coronacrisis. 76 https://www.duurzaam-beleggen.nl/blog/using-the-eu-taxonomy-as-a-guide-to-sustainable-recovery/ 77 https://www.iexprofs.nl/Column/498467/De-impact-van-het-coronavirus/Duurzame-bedrijven-beter-bestand-tegen-crisis.aspx 78 https://www.iexprofs.nl/Column/498467/De-impact-van-het-coronavirus/Duurzame-bedrijven-beter-bestand-tegen-crisis.aspx 79 https://www.medirect.be/nl-be/nieuws-research/nieuws-dossiers/article/2020/05/20/crisis-duurzaam-beleggen 80 https://www.medirect.be/nl-be/nieuws-research/nieuws-dossiers/article/2020/05/20/crisis-duurzaam-beleggen 81 https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/corona/34341/coronacrisis-esg
60
Klimaat primeert traditioneel in het duurzaamheidsdebat en dit was ook niet anders tijdens de crisis. Het stilleggen van het sociale leven en de economie, leidde tot een drastische vermindering in gebruik van voertuigen en legde industriële activiteiten grotendeels stil. De natuur leek zich bijgevolg snel te herstellen omwille van minder fossiele uitstoot. Hoewel zo’n korte periode onvoldoende is om klimaatverandering tegen te gaan, liet dit toch een indruk na. Er wordt verwacht dat de afgelopen periode de vergroening van de maatschappij zal versnellen. Duidelijk zichtbare gevolgen, in combinatie met het in acht nemen van wetenschappelijke argumenten, lange termijnvisie en een sterker geloof in het verband tussen verschillende uitdagingen, heeft het bewustzijn over de klimaatproblematiek vergroot. Ook in de debatten over de strijd tegen virusziekten zoals corona, lijkt klimaatopwarming voor velen steeds interessanter te worden. Milieubewust beleid met minder luchtvervuiling tot gevolg, beperkt bijvoorbeeld de verspreiding van ziektes. Dit is slechts één voorbeeld van hoe verschillende uitdagingen te koppelen zijn aan elkaar80. Ecologie lijkt de aandacht steeds meer te moeten delen met sociale elementen en goed bestuur. Ontwrichtende gevolgen van COVID-19 zetten het belang van goed bestuur en sociale structuren in de verf81. Het geloof in sociale zekerheden zoals een sociaal vangnet en een goed zorgsysteem groeide en het gevoel voor sociale rechtvaardigheid werd aangesterkt. Ongekende fiscale en financiële steunmaatregelen, uitgifte van sociale obligaties om projecten in de gezondheidszorg te ondersteunen en jobbehoud te financieren, bedrijven die geen dividenden uitkeren maar zich in eerste plaats focussen op welzijn van werknemers, zijn slechts enkele voorbeelden hiervan. De crisis bewees bovendien dat de manier waarop overheden en bedrijfsleiders omgaan met mens en milieu ook financiële gevolgen heeft. Duurzame bedrijfsvoering leidt tot stabiele en hogere winsten op lange termijn en wordt gekenmerkt door goed risicoen voorraadbeheer met oog voor menselijk kapitaal door sterk personeelsbeleid. Dit alles werkt ook bedrijfscontinuïteit in de hand waardoor activiteiten beter bestand zijn tegen crisisperiodes82. Risico’s worden bovendien meer vermeden en tegenslag wordt beter gedragen wanneer er oog is voor alle belanghebbenden: aandeelhouders, werknemers én de maatschappij in het algemeen83. Tijdens de crisis werden bedrijven nauw in het oog gehouden en bekritiseerd op hun omgang met de verschillende partijen. Investeerders tonen minder interesse in ondernemingen die onethisch of maatschappelijk onaanvaardbaar verdrag vertoonden. Duurzame bedrijfsreputatie zal steeds meer maatschappelijke druk ervaren en mogelijke reputatieschade zal bedrijfsleiders ertoe bewegen (meer) in te zetten op duurzame bedrijfsvoering84.
82 https://www.duurzaam-beleggen.nl/blog/duurzaam-beleggen-zal-sterk-groeien-vanwege-coronacrisis/ 83 https://www.medirect.be/nl-be/nieuws-research/nieuws-dossiers/article/2020/05/20/crisis-duurzaam-beleggen 84 https://www.medirect.be/nl-be/nieuws-research/nieuws-dossiers/article/2020/05/20/crisis-duurzaam-beleggen 85 https://www.ipsos.com/sites/default/files/ct/news/documents/2020-05/20.060.127_ rapportklimaatveranderingurgentiecorona.pdf
61
De drie elementen van duurzaamheid krijgen aldus een grotere rol toebedeeld sinds de crisis en leiden steeds meer investeerders in hun beleggingen. Deze tendens voltrekt zich eveneens bij het grote publiek. Volgens onderzoeksbureau IPSOS hechten mensen in toenemende mate belang aan een maatschappij waarin problemen samen worden aangepakt en persoonlijk en financieel gewin gepaard gaat met aandacht voor elkaars welzijn. Velen ijveren om duurzaamheid hoger op de politieke agenda te plaatsen, zeker nu de samenleving opnieuw vorm moet krijgen85. Enerzijds groeit het draagvlak om leningen voor overheden zelf te verwerven via het uitgeven van groene en sociale obligaties86. Anderzijds wordt er geopperd om het steunpakket aan maatregelen voor bedrijven te koppelen aan duurzaamheidsvoorwaarden voor bedrijven en te gebruiken als katalysator voor verandering87. Overheden moeten bedrijven helpen de crisis te doorstaan en ze tegelijkertijd motiveren tot duurzame transitie88. Tot slot trekken experts en belangrijke instanties aan deze kar. Zo ontwikkelde de Resilience Management Group, bestaande uit meer dan 100 wetenschappers en 182 bedrijven, een kader voor Belgische overheden om hun herstelplan op te baseren. Plan Sophia omschrijft meer dan 200 mogelijke acties in 15 domeinen en benadrukt het belang van economische veerkracht, naast productiviteit en competitiviteit. Het ijvert voor een ecologische en sociale transitie met oog voor de beperkingen van onze planeet en de noden van de meest kwetsbaren, waardoor het mogelijk wordt om de gevolgen van toekomstige crisissituaties te vermijden, vertragen of beperken89. Op internationaal niveau kan ook de Verenigde Naties niet ontbreken. De VN moedigt de integratie van beleid en duurzaamheid aan en beargumenteert bijvoorbeeld dat het economisch noodplan voor de coronacrisis van de Europese Unie in overeenstemming moet worden gebracht met de strijd tegen klimaatverandering. Met de steunmaatregelen die overheden implementeren, kunnen onder meer enkele elementen uit de Green Deal sneller opstarten. VN-secretaris Antonio Guteress besluit: “We hebben de verantwoordelijkheid om beter te herstellen dan na de financiële crisis in 2009. We hebben een actiekader – de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling en het Akkoord van Parijs over Klimaatverandering. We moeten onze beloften voor mens en planeet nakomen”90.
86 https://www.duurzaam-beleggen.nl/blog/a-call-on-governments-now-is-the-time-to-issue-green-and-social-bonds/ 87 https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/is-de-coronacrisis-dan-op-zijn-minst-goed-voor-het-klimaat/ 88 https://www.duurzaam-beleggen.nl/blog/using-the-eu-taxonomy-as-a-guide-to-sustainable-recovery/ 89 https://www.groupeone.be/plansophia/ 90 https://www.mo.be/nieuws/vn-economisch-herstel-na-coronacrisis-moet-duurzamer
62
63
Samenvatting In samenwerking met drie partners – de Vlaamse Milieumaatschappij, de Universiteit Antwerpen en Forum Ethibel – onderzoekt dit rapport de evolutie van duurzaam sparen en beleggen in België. Het betreft enerzijds de cijfergegevens met betrekking tot 2019. Anderzijds biedt de studie (nieuwe) inzichten over duurzaam investeren. Het rapport reikt zowel cijfergegevens als kennis aan voor wie duurzaam wenst te sparen of beleggen.
I. Duurzaam sparen en beleggen in België Deze studie onderzoekt de evolutie van duurzame spaar- en beleggingsproducten die expliciet, systematisch en gebalanceerd maatschappelijke criteria in rekening brengen. Het betreft spaar- en beleggingsproducten van Belgische makelij of hoofdzakelijk gericht op de Belgische markt én met focus op de particuliere belegger. De data die in Deel I aan bod komen, werden verkregen via een consistente methodologie met oog voor de volledigheid van gegevens en het vermijden van dubbeltellingen. Op die manier werd een zo getrouw mogelijk beeld geschetst van de ontwikkelingen op de Belgische markt. In 2018 werd er gesproken over het doorbreken van een ‘glazen plafond’. Hoewel dit de verwachtingen over het groeiende belang van duurzaamheid in de financiële wereld oversteeg, toonde 2019 een ongeziene stijging van maar liefst 74% tegenover 2018. Indrukwekkende cijfers als 48,6 miljard euro aan duurzaam belegd vermogen en de sterkste stijging van de Ethibel MVI-index sinds 1992, duiden het groeiend belang van duurzaamheid, zowel in aanbod als in vraag. Het aantal duurzame beleggingsproducten staat momenteel op 514. Met een toename van 107 producten, zien we de grootste jaarlijkse groei sinds het startpunt van de meting in 1992. De verduurzaming is opvallend bij de pensioenfondsen, die in 2019 een waarneembare inhaalslag van 14,5% in 2018 naar 19,7% in 2019 maakten. Met een bedrag van bijna 10 miljard euro verkrijgen ze de tweede plaats in de markt. Het grootste marktsegment is immers toe te wijzen aan de ICB’s met 69,8% van het totale volume. Nadien volgen levensverzekeringen (9%) en gestructureerde producten (1,5%). Duurzame fondsen met kapitaalbescherming zijn ondertussen volledig verdwenen uit het aanbod. Waar duurzame beleggingen blijven toenemen, zet de dalende trend van duurzaam sparen zich voort. Desalniettemin, lijkt dit zich min of meer te stabiliseren met een beperkte daling van 0,4% tegenover 2018. Op het laagste punt in zeven jaar, bestaan er drie spelers die een duurzame spaarrekening aanbieden en 2,4 miljard euro aan duurzaam spaarvolume vertegenwoordigen. Tot slot, kunnen we ook in de private bankierswereld een indrukwekkende stijging aanschouwen. Met 46% stijging op een jaar tijd, groeit het marktsegment aan een hoog tempo. Private bankiers bieden zowel duurzame als gestandaardiseerde duurzame beleggingsproducten aan en lijken, met een duurzaam volume van net geen 28 miljard euro, de interesse van welgestelden voor duurzame beleggingen, aan te wakkeren. In het algemeen, klinken bovenstaande cijfers als muziek in de oren. Doch, aandachtig blijven is de boodschap. Greenwashing is de wereld nog niet uit en duurzame producten
64
hanteren dikwijls diverse strategieën in verschillende mate. De transparantie hierin wordt steeds vergroot door het groeiende belang van duurzaamheidslabels. Het is bijvoorbeeld opvallend dat 30 van de 32 nieuwe producten in deze studie, een duurzaamheidslabel dragen. De evolutie van de verschillende labels en hun rol in de verdere verduurzaming van financiële producten, wordt daarom verder opgevolgd. II. Inzicht in duurzame investeringen Het tweede deel van dit rapport focust op enkele trends en inzichten en biedt context aan de cijfergegevens uit Deel I. In eerste instantie mogen we niet vergeten dat duurzaamheid geen eenduidige definitie biedt. Niet elke investeerder hecht evenveel belang aan duurzaamheid en de interesse voor thema’s als goed bestuur, sociale integratie, klimaat en milieu of duurzame economie is erg persoonlijk. Het duurzaamheidsprofiel van Belgische beleggers werd bevraagd in een enquête, ontwikkeld door Forum Ethibel en Van Lanschot België. De resultaten werden geanalyseerd door een masterstudente aan de KU Leuven en vijf beleggerstypes – gaande van de traditionele belegger tot de filantroop – werden onderscheiden. Bovendien belichten de cijfers enkele interessante verbanden tussen duurzaamheidsinteresse en geslacht, opleidingsniveau, leeftijd en vermogen. Van duurzaamheidsprofiel wordt er overgegaan naar duurzaamheidsdata. Het is immers niet vanzelfsprekend om de duurzaamheid van een bedrijf in te schatten en deze kennis lijkt voorbehouden aan gespecialiseerde dataleveranciers. Twee grote spelers trachten hier meer transparantie in te bieden en maken de duurzaamheidsprofielen van enkele grote internationale bedrijven ondertussen publiek beschikbaar. Transparantie wordt verder aangemoedigd door duurzaamheidslabels op de markt. Het Towards Sustainability label, geïntroduceerd in 2019 en ondertussen een van de belangrijkste labels in Europa in aantal en volume, is er slechts één van. Een overzicht van de diverse labels legt de verschillende focus op klimaat, sociale factoren en goed bestuur bloot en toont aan welke duurzaamheidsstrategieën ze toepassen. Er beweegt aldus veel op vlak van duurzame financiën. Ook de markt hinkt niet achterop en nieuwe producten alsook nieuwe spelers verschijnen op het toneel. NewB is de jongste, met een bankenlicentie sinds begin 2020. Daarenboven zit ook de Europese Unie niet stil en wordt er hard gewerkt aan de ambitieuze agenda van een klimaatneutraal Europa tegen 2050. De Green Deal van Ursula von der Leyen vraagt veel voorbereiding, inzet en grote investeringen van de overheid, de bedrijfswereld en de burgers zelf. Tot slot,wordt deze studie afgesloten met‘Dossier corona’.Hoewel klimaatproblematiek de debatten in 2019 beheerste, stond 2020 namelijk tot nog toe in het teken van COVID-19. De pandemie beïnvloedt de economie en financiële markten sterk, maar bracht ook bepaald gedrag en interesse bij de belegger teweeg. Hoewel men het niet zou verwachten en de focus momenteel ligt op de actuele acute situatie, lijkt duurzaamheid hier eveneens stand te houden en een plaats in dit verhaal te krijgen.
65
Begrippenlijst en afkortingen
66
Asset class
Dit verwijst naar het type beleggingen die op de beurs verhandeld worden, zoals aandelen, obligaties, vastgoed, deposito’s, cashinstru menten en dergelijke.
Asset management
Het professionele beheer van vermogens van particulieren en instituten, gericht op het realiseren van een optimaal beleggingsresultaat.
AUM
Assets Under Management. Activa in beheer. Beheerd vermogen.
BEAMA
Het doel van de Belgian Asset Managers Association, de Belgische Vereniging van Asset Managers, is het ontwikkelen van de bedrijfstak en het behartigen van de belangen van haar leden, professionele vermogensbeheerders in België. (www.beama.be)
Bevek
Dit is een type van collectieve beleggingsvennootschap in België. Bevek staat voor ‘Beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal’. Een bevek mag beleggen in België of in het buitenland, door collectieve belegging vanuit het publiek aangetrokken kapitaal. Een bevek kan haar kapitaal verhogen zonder haar statuten te moeten wijzigen. Daarom wordt soms gesproken van een ‘open’ fonds.
Corporate governance
Deugdelijk bestuur
CSR
Corporate Social Responsibility. Een vorm van ondernemen, gericht op economische prestaties, maar met respect voor de sociale kant en binnen ecologische randvoorwaarden, rekening houdende met andere belanghebbenden en de maatschappij in het algemeen.
Divestment beweging
Divestment is het tegenoverstelde van investeren en duidt op het verwijderen van aandelen, obligaties of investeringsfondsen die als onethisch of moreel bedenkelijk beschouwd worden. Door divestment campagnes op te zetten wordt getracht de geldstroom naar specifieke bedrijven of sectoren droog te leggen om een politiek of maatschappelijk probleem onder de aandacht te brengen.
Duurzaam beleggen
Duurzaam beleggen wordt ook wel verantwoord beleggen of ethisch beleggen genoemd. Bij deze vorm van investeren kijkt men niet alleen naar financiële aspecten. Minstens zo belangrijk is hoe een bedrijf presteert op het gebied van mens, milieu en duurzaam ondernemen.
Duurzame fondsen
Duurzame beleggingsfondsen of ICB’s kunnen gedefinieerd worden als beleggingsfondsen die expliciet, systematisch en gebalanceerd maatschappelijke (sociale, ecologische …) criteria hanteren bij het selecteren van de waarden waarin wordt geïnvesteerd. Bij een fonds dat duurzaam belegt, worden de middelen geïnvesteerd in ondernemingen die bepaalde ethische normen hanteren.
Engagement
Met ‘engagement’ wordt ‘betrokkenheid’ bedoeld. Dit houdt in dat de vermogensbeheerder het gesprek aangaat met bedrijven waarin wordt belegd. Die gesprekken gaan over een verbetering van prestaties op het vlak van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur.
ESG
Dit is een afkorting van ‘environmental (milieu), social (sociale) and governance (bestuur)’ factoren. Ze worden beschouwd als de drie belangrijkste gebieden voor de extra financiële analyses voor beleggingen.
ESG integratie
Dit is het integreren van ESG parameters binnen een traditionele investeringsstrategie. Dergelijke fondsen zijn echter niet per definitie duurzaam. Enkel indien de integratie systematisch en bindend is voor de beleggingsbeslissingen kunnen zij als duurzaam beschouwd worden.
Ethisch beleggen
Ethisch beleggen wordt ook wel verantwoord beleggen of duurzaam beleggen genoemd.
Eurosif
Eurosif is het European Sustainable Investment Forum en overkoepelt een aantal Europese social investment fora. Eurosif is een pan-Europees netwerk en denktank en heeft als missie de duurzaamheid van Europese financiële markten te bevorderen. Onder de leden van Eurosif bevinden zich onder meer institutionele beleggers, financiële dienstverleners, academische instituten en onderzoeksinstellingen. (www.eurosif.org)
FairFin
Fairfin is een NGO die campagne voert tegen onverantwoorde en schadelijke investeringen van banken en pleit voor duurzame investeringen. De naam FairFin verwijst naar de overtuiging dat geld de motor kan zijn voor een faire maatschappij, waarin het uiteindelijk om meer dan geld draait. (www.fairfin.be)
Febelfin
De Belgische Federatie van het Financiewezen is de overkoepelende federatie voor de Belgische financiële sector. (www.febelfin.be)
Fiduciaire verantwoordelijkheid Een fiduciair beheerder mag eigenbelang niet boven het belang van de opdrachtgever stellen, en mag geen profijt halen uit de fiduciaire rol. Pensioenfondsen houden uiteraard al rekening met financiële factoren. Maar meer en meer worden indicatoren op gebied van goed ondernemingsbestuur, milieu en mensenrechten en sociale verhoudingen in het oog gehouden: de zgn. ESG-factoren. Verantwoord beleggen kan bijdragen aan de primaire doelstelling om te zorgen voor een goed en betrouwbaar pensioen op de lange termijn. Duurzaam beleggen kan onderdeel zijn van fiduciaire verantwoordelijkheid.
67
68
Filantropie
Private initiatieven voor het publiek belang, met de focus op het verbeteren van de kwaliteit van het leven’. Filantropie is het geven van tijd en assets ter ondersteuning van sociale, culturele en milieu gerelateerde doelen.
Forum ETHIBEL
Onderzoeks- en adviesbureau voor duurzaam beleggen en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voert als sociaal-ethisch revisor ook audits uit voor financiële en niet-financiële producten en biedt maatwerk aan om portefeuilles van institutionele investeerders te verduurzamen. (www.ethibel.org)
FSMA
De autoriteit voor financiële diensten en markten streeft naar een eerlijke en correcte behandeling van de financiële consument en naar integere financiële markten. (www.fsma.be)
Fund of funds
Beleggingsfondsen die op hun beurt in meerdere beleggingsfondsen beleggen. Ook dakfonds genoemd.
Gestructureerd product
Dit is een beleggingsproduct met vaste looptijd waarvan het rendement via afgeleide producten, gekoppeld is aan bepaalde onderliggende activa: bijvoorbeeld een korf van aandelen, fondsen, indices, e.a. Er bestaan heel wat verschillende structuren en elk gestructureerd product heeft specifieke eigenschappen. Zo zijn er gestructureerde producten die 100 % kapitaalbescherming bieden op de eindvervaldag en zijn er die slechts gedeeltelijk of helemaal geen kapitaalbescherming bieden.
HLEG
High Level Expert Group. Een expertengroep rond duurzame financiën die de Europese Commissie bijstaat in haar strategie rond sustainable finance.
ICB
De afkorting “ICB’s” verwijst naar de Instellingen voor Collectieve Belegging.
Index
Een index is het koersgemiddelde op een bepaald tijdstip van een aantal aandelen. Een beursindexcijfer bijvoorbeeld wordt onder meer gebruikt als graadmeester voor de stemming op de beurs. Een index kan ook als benchmark fungeren om beleggingsprestaties van een portefeuille of van een vermogensbeheerder te meten.
Impact investing
Beleggen met een financieel en (bewezen of meetbaar) maatschappelijk rendement. Het gaat nog iets verder dan maatschappelijk verantwoord of duurzaam beleggen.
Institutionele beleggers
Dit zijn instellingen die de beschikking krijgen over gelden die ze moeten beleggen en de taak op zich te nemen pensioenvorming te verzekeren of particuliere beleggers mogelijkheden te bieden tot beleggen met een gewenst risicoprofiel. Tot de institutionele beleggers worden gerekend: pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen. Omdat ze grote kapitalen beheren zijn ze belangrijke marktspelers.
andere
Levensverzekering
Een levensverzekering is een verzekering die 2 soorten risico’s kan dekken: overlijden en overleven (gewoonlijk het pensioen). De uitkering van de levensverzekering gebeurt in de vorm van kapitaal of van rente.
MiFID II
Markets in Financial Instruments Directive. Een door de Europese regelgever opgelegde richtlijn voor de handel in financiële instrumenten, die ook beoogt de consument (spaarder, belegger) te beschermen.
MVI
Maatschappelijk Verantwoord Investeren.
MVO
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Notes
Verhandelbare leningen met een korte looptijd
Obligatie
Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen die deel uitmaken van een grotere lening uitgegeven door een onderneming of de overheid. Bekend zijn de staatsleningen die via obligaties geld uit de markt haalden om het financieringstekort van de overheid te financieren.
Obligatiefonds
Beleggingsfonds dat in obligaties belegt.
Private equity
Dit betekent letterlijk ‘privaat vermogen’ en staat tegenover ‘public equity’, investeringen in publieke, beursgenoteerde bedrijven. Private equity is risicodragend vermogen voor de financiering van nietbeursgenoteerde ondernemingen of projecten.
Prospectus
Publicatie waarin een beleggingsfonds zijn doelstelling omschrijft en welke beleggingsstijl het hanteert.
Proxy voting
Letterlijk betekent dit stemmen bij volmacht. Het uitoefenen van stemrechten verbonden aan beleggingen kan deel uitmaken van ‘actief vermogensbeheer’.
Rendement
Het positieve of negatieve resultaat dat een beleggingsfondsfonds, vermogensbeheerder of verzekeringsmaatschappij behaalt met zijn beleggingen.
Risicospreiding
Het aanhouden van aandelen in verschillende bedrijven en/of verschillende bedrijfstakken of beleggingsvormen, om het risico van koersfluctuaties te beperken.
Screening
Beleggingsportefeuilles kunnen worden gescreend op negatieve en positieve criteria. Vaak gaat men na welke producten en processen in strijd zijn met (inter-)nationale afspraken en verdragen. Vervolgens sluit men deze ondernemingen uit van de beleggingen. Screening kan ook betekenen dat een belegger kijkt welke ondernemingen zich positief onderscheiden op bepaalde thema’s.
Sicav
Dit is in feite de Franstalige vorm van bevek en staat voor ‘Société d’investissement à capital variable’. De term wordt in Vlaanderen vooral gebruikt om te verwijzen naar beveks naar Luxemburgs recht. 69
70
SRI
Socially Responsible Investeren.
Investment,
Maatschappelijk
Verantwoord
Tak 21 en Tak 23
Dit zijn twee types levensverzekering voor particulieren. Tak 21 wordt dikwijls als een spaarproduct beschouwd, omdat het een levensverzekering is met gewaarborgd rendement, eventueel aangevuld met een winstdeelname, naargelang de prestaties van de verzekeringsmaatschappij. Bij Tak 23 ontbreekt het gegarandeerd rendement, omdat die formule gekoppeld is aan beleggingsfondsen, waarbij het rendement afhankelijk is van de prestaties van die fondsen.
Vermogensbeheerder
Een professionele beheerder van vermogens voor organisaties en/ of vermogende particulieren. Vermogensbeheerders leunen vaak aan bij een bank of een financiële instelling. Maar zij kunnen ook een onafhankelijke organisatie zijn.
Wikifin
Wikifin is een portaalsite die helpt bij het nemen van financiële beslissingen. De website stelt op een onafhankelijke manier informatie ter beschikking van de consument. Het betreft het programma financiële educatie van de FSMA. (www.wikifin.be)
Dank Kennis en visie liggen aan de basis van deze studie: methodologische inzichten om de gegevens op een correcte manier te verwerken, kennis van duurzaamheidsdata en de interpretatie ervan, visie op sustainable finance en voeling met wat er leeft bij investeerders en stakeholders. De fijne samenwerking tussen de Vlaamse Milieumaatschappij, de Universiteit Antwerpen en Forum Ethibel was daar een goede voedingsbodem voor. Sander Devriendt volgde met veel interesse de verschillende stappen in de totstandkoming van deze studie, net als de weerklank die deze studie heeft in de sector alsook in de pers. Luc Van Liedekerke wees ons steeds op de eigen invalshoek van dit onderzoek dat een combinatie vraag van continuïteit in de methodologie en verfijning en vernieuwing doorheen de tijd. Zonder de cijfergegevens die we ontvingen van de financiële instellingen zou deze studie niet volledig zijn. Dank aan de banken en vermogensbeheerders die erg responsief reageerden op onze vragen naar enerzijds de cijfers en anderzijds bijkomende toelichting. In alfabetische volgorde gaat het om: ABN AMRO Private Banking, AG Insurance, Allianz, Argenta, Axa Bank, Belfius, Belfius IP, BNP Paribas Asset Management, BNP Paribas Fortis, Degroof Petercam AM, Delen Private Bank, Deutsche Bank België, Econopolis, Ethias, ING België, KBC Asset Management, KBC Bank, Leleux Fund Management, NN Insurance Belgium, NN Investment Partners, Triodos, Van Lanschot Bankiers en vdk bank. Enkele mensen investeerden extra tijd om ons te woord te staan, duiding te geven voor de bijdragen in deze studie, of ons efficiënt door te verwijzen naar anderen. Het betreft: Florentine Stevenart, Tom Olinger, Sigrid Gulix, Free Coonen en Staf Lavergne. Ik wil graag ook iedereen bedanken die op een of andere manier heeft meegewerkt, maar door een vergetelheid niet voorkomt in bovenstaande lijst. Tot slot zou deze studie er niet gekomen zijn zonder de energie van Laura Uwase, Ro Van den broeck, Hanne Werquin en Yann Fantoli, onderzoeksmedewerkers van Forum Ethibel. Gezien de toenemende trend in duurzaam investeren bleven zij inspanningen leveren om hun kennis op te bouwen om niet alleen de bomen door het bos te blijven zien in de steeds complexere benadering van duurzame financiële producten, maar er zelfs een mooi bospad in aan te leggen. Hun inzichten en pen maken deze studie tot wat ze is en hoopt te zijn: een overzicht van duurzaam sparen en beleggen in België en een inspiratie voor wie ermee aan de slag wenst te gaan. Kenny Frederick, Directeur Forum Ethibel
71
Documentbeschrijving Titel Duurzaam Sparen en Beleggen in België: Actualisatie tot 2019 en nieuwe trends en inzichten Deze studie werd uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) – Dienst MIRA, Milieurapport Vlaanderen, en kwam tot stand in samenwerking met de Universiteit Antwerpen en Forum Ethibel. Dit rapport bevat de mening van de auteur(s) en niet noodzakelijk van de Vlaamse Milieumaatschappij. Samenstellers Forum Ethibel vzw en Universiteit Antwerpen Ro Van den broeck, Laura Uwase, Hanne Werquin, Yann Fantoli, Luc Van Liedekerke, Kenny Frederickx Wijze van refereren R. Van den broeck, L. Uwase, H. Werquin, Y. Fantoli, L. Van Liedekerke, K. Frederickx. (2020), Duurzaam Sparen en Beleggen in België: actualisatie tot 2019 en nieuwe trends en inzichten, studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA, Forum ETHIBEL vzw. Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Milieurapportering (MIRA) Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 67 35 mira@vmm.be Foto’s: © AdobeStock
72
Vlaanderen is milieu