VERSLAG OVER DE UITVOERING VAN HET BODEMDECREET VOOR HET JAAR 2019
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
VERSLAG OVER DE UITVOERING VAN HET BODEMDECREET VOOR HET JAAR 2019 /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
2
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel van publicatie: Verslag over de uitvoering van het bodemdecreet voor het jaar 2019 Wettelijk Depot nummer:
Verantwoordelijke Uitgever: OVAM Danny Wille OVAM Trefwoorden: Bodemdecreet --Verslag -- 2019
Samenvatting: Volgens artikel 174 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming moet jaarlijks bij het Vlaams Parlement verslag uitgebracht worden over de uitvoering van het decreet.
Aantal bladzijden: 53 Datum publicatie: mei 2020 Begeleidingsgroep en/of auteur: Bruno Billiaert, Katrien Van de Wiele, RenĂŠe Hoebeke, Filip De Naeyer, Vincent Kindt, Tom Behets, Christine Van Tricht
Aantal tabellen en figuren: /10 tabellen en 6 figuren Prijs*: / Contactpersonen: Ann Cuyckens, Patrick Casier, Johan Ceenaeme, Geert Nys
U hebt het recht deze brochure te downloaden, te printen en digitaal te verspreiden. U hebt niet het recht deze aan te passen of voor commerciĂŤle doeleinden te gebruiken. De meeste OVAM-publicaties kunt u raadplegen en/of downloaden op de OVAM-website: http://www.ovam.be * Prijswijzigingen voorbehouden.
3
INHOUD 1 2
Inleiding .................................................................................................................................... 6 Stand van zaken Bodemdecreet en VLAREBO .......................................................................... 7
2.1 2.2
Implementatie van de wijziging van het bodemdecreet Wijziging VLAREBO
3
Ontsluiten van bodeminformatie ............................................................................................. 9
3.1
Afleveren van bodemattesten
3.1.1 3.1.2
Inleiding Bodemattesten bij opname in het grondeninformatieregister
9 10
3.1.3 3.1.4
Lopende rekeningen Info
11 11
3.2
Webloketten
11
4
Overzichten van bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten .................................... 13
4.1 4.2
Bodemonderzoeken Schadegevallen en meldingen
13 17
4.3 4.3.1
Ambtshalve tussenkomsten Evoluties in ambtshalve tussenkomsten bodem
20 20
4.3.2
Bijzondere tussenkomsten
22
5
Kwaliteitsgaranties ................................................................................................................. 25
5.1 5.2
Erkende bodemsaneringsdeskundigen Kwaliteitsborging
25 25
5.2.1 5.2.2
Audits Controles
26 26
5.2.3
Wijziging standaardprocedures
27
6
Overdracht en financiële beleidsinstrumenten...................................................................... 28
6.1 6.2
Financiële zekerheden en verbintenissen Artikel 164 van het Bodemdecreet:
28 28
6.2.1 6.2.2
Afwijking op de overdrachtsbepalingen Overzicht van verzoeken artikel 164 BD
29 29
6.3
Cofinanciering
30
7
Doelstelling 2036 – DoeLgroepgerichte beleidsinstrumenten ............................................... 31
7.1 7.1.1
Actueel houden van de gemeentelijke inventaris Situering
31 31
7.1.2 7.2
2019 Opvolgen onderzoeksverplichtingen
31 32
7.3 7.4
De Grote Grondvraag Prioriteit kwetsbare gebieden
32 33
7.4.1 7.5
2019 Brown- en blackfields
33 34
7 7
9
4
7.5.1
Opvolgen brownfieldconvenanten
34
7.5.2 7.6
Blackfields Versnelde aanpak bodemonderzoeken bij particulieren via site-aanpak
34 34
7.6.1 7.6.2
Wat is een site Informatie uit de gemeentelijke inventaris
35 35
7.6.3 7.6.4
Realisaties in 2019 Conclusie
35 38
7.7 7.8
Huissaneerder terreinen Vlaamse overheid Bedrijfsspecifieke en Sectorspecifieke overeenkomsten (BSOK en SSOK)
38 39
7.8.1 7.8.2
BSOK SSOK
39 40
7.9 7.9.1
Fondsen Bofas vzw
41 41
7.9.2 7.9.3
Vlabotex vzw Stookoliefonds
42 43
7.9.4 7.10
Tersana vzw Waterbodems
43 44
7.10.1 7.10.2
RESANAT SULLIED SEDIMENTS
46 47
7.10.3 7.11
NARMENA STORTPLAATSEN en EU-projecten
47 48
7.11.1 7.11.2
COCOON RAWFILL
49 49
8
Andere beleidsaspecten ......................................................................................................... 51
8.1
Regeling grondverzet
51
8.2 8.3
Duurzame bodemsanering Bodemzorg
51 52
8.4 8.5
Diffuse bodemverontreiniging Emerging contaminants
53 54
8.6 8.7
Gebiedsgerichte ontwikkeling Soil and landstewardship
54 55
Lijst van tabellen .................................................................................................................................... 57 Lijst van Figuren ..................................................................................................................................... 57
5
1 INLEIDING Op 22 februari 1995 bekrachtigde de Vlaamse Regering het decreet betreffende de bodemsanering. Het Bodemsaneringsdecreet werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad op 29 april 1995. Op 5 maart 1996 nam de Vlaamse Regering het besluit houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering. Het besluit werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad op 27 maart 1996. Op 27 oktober 2006 werd het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming goedgekeurd (Belgisch Staatsblad van 22 januari 2007). Dit Bodemdecreet verving het Bodemsaneringsdecreet van 1995 en trad in werking op 1 juni 2008. Op 14 december 2007 werd het Vlaams Reglement rond de Bodemsanering, kortweg VLAREBO, goedgekeurd (Belgisch Staatsblad van 22 april 2008). In uitvoering van het Regeerakkoord van de Vlaamse regering 2019-2024 en de Beleidsnota Omgeving 2019-2024 van Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Zuhal Demir werden een aantal operationele doelstellingen gedefinieerd. In de loop van het jaar 2019 werkte de OVAM aan de uitvoering hiervan. De beleidsnota Omgeving 2019-2024 werd vertaald in de volgende doelstellingen: het herstel van bodemdiensten en bodemzorg; de bodemkwaliteit garanderen via bodemsanering; de bodemkwaliteit versterken via bodemzorg; de digitale ontsluiting en de kopersgarantie bij een overdracht. Conform artikel 174 van het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming moet de OVAM jaarlijks verslag uitbrengen aan het Vlaams Parlement over de uitvoering van het Bodemdecreet. Dit is het verslag van het jaar 2019.
6
2 STAND VAN ZAKEN BODEMDECREET EN VLAREBO 2.1 IMPLEMENTATIE VAN DE WIJZIGING VAN HET BODEMDECREET Eind 2017 keurde het Vlaams Parlement een wijziging van het Bodemdecreet goed. Het wijzigingsdecreet verscheen begin 2018 in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen traden gefaseerd in werking. De wijzigingen zijn in de loop van 2018 en 2019 geïmplementeerd. Door deze wijzigingen is een belangrijke stap gezet om te garanderen dat de sanering van alle verontreinigde gronden in Vlaanderen tegen 2036 is opgestart.
2.2 WIJZIGING VLAREBO Na de wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet en artikel 38 van het Materialendecreet startte de OVAM de voorbereidingen om het uitvoeringsbesluit VLAREBO te wijzigen. Na de evaluatie en de verwerking van de opmerkingen ging de OVAM over tot de opmaak van een definitief voorstel tot wijziging van het VLAREBO. De Vlaamse Regering keurde het gewijzigde VLAREBO op 21 september 2018 definitief goed. De wijzigingsteksten verschenen in het Belgisch Staatsblad van 10 januari 2019. De meeste bepalingen traden in werking op 1 april 2019 en werden in de loop van 2019 verder geïmplementeerd. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen in het wijzigingsbesluit van de Vlaamse Regering gingen over: 1. de inkanteling van de bodemmaterialen in de grondverzetregeling van het VLAREBO en de daarbij horende wijzigingen van het VLAREMA, VLAREM II, VLAREL en Milieuhandhavingsbesluit; 2. de aanpassing van de procedure van cofinanciering van bodemsaneringswerken; 3. de reparatie van de onverenigbaarheidsregeling voor bodemsaneringsdeskundigen. Deze wijziging wordt pas van kracht via een nog te nemen ministerieel besluit. In uitvoering van de memorie van toelichting bij de wijziging van het Bodemdecreet van 8 december 2017 evalueren we de volgende punten: de afschaffing van de veralgemeende conformverklaring van de bodemonderzoeken. Via het overleg met de belanghebbenden en in het bijzonder de bodemsaneringsdeskundigen heeft de OVAM de prijs van de bodemonderzoeken opgevolgd. Daarbij stelt de OVAM geen bijzondere prijsverhoging van de oriënterende of beschrijvende bodemonderzoeken vast. de bodemsaneringsorganisaties of de sectorfondsen. Vrij snel na het doorvoeren van de versoepelingen in het Bodemdecreet en het VLAREBO kon een nieuw sectorfonds worden erkend, nl. TERSANA voor de garagesector. de nieuwe bodemonderzoeksplicht 2028. Na de afronding van de gemeentelijke inventaris bezit de OVAM de gegevens om de onderzoeksplichtigen te informeren over hun verplichtingen tot een bodemonderzoek. Momenteel wordt in voorbereiding van de eerste fase (deadline voor onderzoek
7
eind 2021) de gemeentelijke inventaris gescreend. Daarnaast worden de brieven voorbereid om de eigenaars of de exploitanten op de hoogte te brengen van hun onderzoeksplicht en de mogelijkheid tot vrijstelling.
8
3 ONTSLUITEN VAN BODEMINFORMATIE 3.1 AFLEVEREN VAN BODEMATTESTEN 3.1.1 Inleiding Een bodemattest is sinds 1996 verplicht voor iedereen die een overeenkomst over de overdracht van een grond wil sluiten. De OVAM levert een attest af binnen maximaal 14 dagen voor niet-dossiergebonden gronden. Dit is zo sinds 1 januari 2015. Vroeger was de maximale aflevertermijn 30 dagen. Voor dossiergebonden gronden bedraagt de aflevertermijn uiterlijk 60 dagen. Als een grond is opgenomen in het grondeninformatieregister wordt dat vermeld op het bodemattest. In het andere geval spreken we van een blanco bodemattest. De OVAM verwerkt momenteel ongeveer 1000 aanvragen per dag. In 2019 leverde de OVAM 276 167 bodemattesten op aanvraag af. Hiervan waren 25 842 attesten dossiergebonden en 236 attesten voor delen van percelen. De OVAM leverde de afgelopen 20 jaar in totaal 4 362 232 bodemattesten af.
9
aantal attesten 300000
250000
200000
150000
100000
50000
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
0
Figuur 1 Aantal afgeleverde bodemattesten per jaar
De meeste notarissen en immobiliÍnkantoren – momenteel 2243 – kiezen voor een lopende rekening bij de OVAM. Daarbij kunnen zij een webtoepassing gebruiken om hun bodemattesten aan te vragen en te ontvangen. Ongeveer 98 % van de bodemattesten wordt op deze manier aangevraagd. De gegevens in de grafiek gaan over de bodemattesten afgeleverd op basis van een aanvraag. De retributie bedraagt 54 euro per kadastraal perceel en 218 euro voor een deel van een kadastraal perceel.
3.1.2 Bodemattesten bij opname in het grondeninformatieregister Bij de opname van een grond in het grondeninformatieregister levert de OVAM een bodemattest af. In 2019 bezorgde zij 25 608 attesten aan de eigenaar, de gebruiker en de gemeente. Eind 2019 bevatte het grondeninformatieregister ongeveer 285 555 percelen. Voor ongeveer 97 500 percelen zijn bij de OVAM nog geen onderzoeksgegevens bekend. Deze percelen zijn opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Door het nieuwe Bodemdecreet vermeldt het bodemattest deze informatie sinds 1 juni 2018. De gemeenten en de OVAM werken samen om de gemeentelijke inventaris aan te vullen en te updaten.
10
3.1.3 Lopende rekeningen Voor de bedrijven of de personen die regelmatig een bodemattest aanvragen bestaat het systeem van lopende rekeningen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de diverse rekeninghouders. Sinds de invoering van het online-systeem is het aantal lopende rekeninghouders fors gestegen. De meeste notarissen en immobiliënkantoren werken via dit systeem om bodemattesten aan te vragen. Houders van lopende rekeningen
Aantal
Immobiliën/vastgoedkantoor
1183
Notaris
877
Overheidsinstelling/gemeente
126
Bodemsaneringsdeskundige
26
Andere
31
Totaal
2243
Tabel 1 Houders van lopende rekeningen
3.1.4 Info Voor meer informatie over bodemgerelateerde onderwerpen kan men terecht bij het team klantenbeheer van de OVAM. Dit team behandelde 32 666 telefoons en 8099 mails in 2019. De meeste vragen zijn afkomstig van de notaris of de makelaar, gevolgd door de particulier. De meeste vragen gaan over de verschillende verplichtingen die volgen uit de verkoop van een grond. Daarna volgen de vragen over de gegevens in de gemeentelijke inventaris.
3.2 WEBLOKETTEN De informaticatoepassing bodemsanering die sinds 1996 actief is, werd op 1 januari 2012 vervangen door de Mistral-toepassing. Deze toepassing is volledig webgebaseerd. Hierdoor kan de OVAM een dossier volledig elektronisch behandelen. Zowel de interne als externe briefwisseling is elektronisch beschikbaar. Ook het beheer van de erkenningen van de bodemsaneringsdeskundigen is hierin geïntegreerd. Naast het beheer van de Mistral-toepassing worden volgende toepassingen up-to-date gehouden en wordt er ondersteuning voor geboden: Geoloket: Deze algemeen toegankelijke webtoepassing laat toe om op een snelle manier na te gaan waar er al bodemonderzoeken en -saneringen zijn uitgevoerd. Webtool ‘Hulp bij overdrachten’: Via deze algemeen toegankelijke toepassing kan iemand nagaan of een overdracht volgens het Bodemdecreet verloopt en wat eventueel nog moet gebeuren. RIT (risico-inrichtingen-tool): Dit is een algemeen toegankelijke webtoepassing waarin iemand op een snelle manier kan nagaan of een inrichting bodemonderzoeksplichtig is en dus als ‘risico-inrichting’ wordt beschouwd. Webloket Digitale bodemattesten, om digitaal bodemattesten aan te vragen en te ontvangen.
11
Webloket Bodemsaneringsdeskundigen, waarin de erkende bodemsaneringsdeskundigen en de OVAM bodeminformatie kunnen uitwisselen. Webloket Gemeenten, voor het beheer van de gemeentelijke inventaris van de risicogronden.
12
4 OVERZICHTEN VAN BODEMONDERZOEKEN EN BODEMSANERINGSPROJECTEN 4.1 BODEMONDERZOEKEN Bij de overdracht van een risicogrond of het stopzetten van een risico-activiteit moet een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd en bezorgd aan de OVAM. Daarnaast geldt een periodieke verplichting voor de uitvoering van dit onderzoek bij bepaalde risico-inrichtingen. Indien uit het oriënterend bodemonderzoek ernstige aanwijzingen blijken voor een verontreiniging van de bodem of het grondwater is een beschrijvend bodemonderzoek noodzakelijk. In twee gevallen zal de OVAM ambtshalve optreden: enerzijds wanneer de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet of niet volledig nakomt, anderzijds als de saneringsplichtige zich kan vrijstellen. Onderstaande tabel toont een beknopt overzicht van het aantal bodemonderzoeken die in 2019 werden ontvangen en verwerkt. Om te vergelijken voegen we de gegevens voor de vorige vier jaren toe. Sinds 1 januari 2015 maant de OVAM bij de overdracht van een risicogrond niet meer aan. Voor de opdrachten ontvangen in 2019 werden 93% van de OBO’s, 87% van de OBBO’s en 65% van de BBO’s standaard beoordeeld. 2014
2015
2016
2017
2018
2019
Oriënterend onderzoek
2259
2390
2519
2543
2993
3261
Oriënterend en beschrijvend
158
184
176
169
156
168
580
/
/
/
/
/
/
337
263
313
289
361
Beschrijvend bodemonderzoek
406
419
338
349
381
401
Aanmaningen tot
241
/
/
/
/
/
/
257
239
259
240
238
onderzoek Aanmaningen tot beschrijvend onderzoek Noodzaak tot beschrijvend onderzoek
bodemsaneringsproject Noodzaak tot bodemsaneringsproject
Tabel 2 Aantal ontvangen en verwerkte bodemonderzoeken en Bodemsaneringsprojecten
13
Figuur 2 Overzicht aantal verontreinigde en niet-verontreinigde grond
14
Figuur 3 Overzicht BBO-BSP cumulatief
Indien uit de bodemonderzoeken blijkt dat er moet gesaneerd worden zal de saneringsplichtige een (beperkt) bodemsaneringsproject moeten laten opstellen. De OVAM levert een conformiteitsattest af. Dit attest geeft de nodige vergunningen om de bodemsaneringswerken op te starten. Na de uitvoering van de werken levert de OVAM een eindverklaring af. In sommige gevallen legt de OVAM maatregelen van bewaking en controle worden op. Voor 137 nieuwe locaties werd in 2019 een (beperkt) bodemsaneringsproject bij de OVAM ingediend. In 2019 werden op 213 locaties de bodemsaneringswerken opgestart en werden voor 231 locaties de bodemsaneringswerken afgerond en eindverklaringen afgeleverd.
15
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Ingediend Aanvullingen en/of wijzigingen Conformiteitsattesten In uitvoering (werken/nazorg) Eindverklaringen
2009
BodemsaneringsProjecten
233 31 281 292 301
259 27 311 315 312
288 22 349 348 480
202 11 278 291 264
240 18 307 293 337
184 6 296 294 347
176 7 264 273 291
182 7 247 256 246
168 6 244 248 260
137 8 200 204 239
137 9 189 213 231
Tabel 3 Overzicht bodemsaneringsprojecten
Voor de (beperkte) bodemsaneringsprojecten waarvan de OVAM in 2019 een conformiteitsattest afleverde, wordt de kostprijs geraamd op ongeveer 95 miljoen euro. Het totale geraamde bedrag voor de periode 1997-2019 bedraagt ongeveer 2,364 miljard euro.
Figuur 4 BSP-BSW cumulatief
16
Toestand op 01/01/2020
Percelen GIR: 285555 gemeentelijke inventaris onderzochte gronden
24000 27000 11000 12500
Meldingen & schadegevallen
dossiers OBO afgerond 43613 100%
dossiers meldingen en schadegevallen 3653
geen verdere maatregelen nodig 29203 67%
BBO nodig 14410 100%
geen verdere maatregelen nodig 6343 49%
BBO conform 12913 90%
BSP nodig 6570 100%
51%
57%
dossiers (basis studie 2006) geschat aantal risicogronden 85000 100,00%
geschat BBO nodig 24000 - 27000 100%
BBO conform 12913 48% - 54%
56%
geschat BSP nodig 11000 - 12500 100%
BSP conform 5543 84%
BSP conform 5543 44% - 50%
BSW opgestart 5170 79%
BSW opgestart 5170 41% - 47%
BSW afgerond 4108
BSW afgerond 4108
Figuur 5 Boomstructuur (op dossierniveau)
4.2 SCHADEGEVALLEN EN MELDINGEN Jaarlijks worden bij de OVAM schadegevallen met mogelijke bodemverontreiniging tot gevolg gemeld. Het Bodemdecreet definieert een schadegeval als een 'onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging'. Het Bodemdecreet voorziet voor schadegevallen een 'schadegevallen' procedure. Met deze vereenvoudigde procedure kan de saneringsplichtige op een snelle en efficiĂŤnte manier de noodzakelijke maatregelen treffen om de bodemverontreiniging te behandelen. Deze behandeling gebeurt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.
17
De saneringsplichtige kan deze procedure enkel gebruiken bij een aantal specifieke voorwaarden: het schadegeval moet binnen de dertig dagen na het ontstaan ervan gemeld worden bij de bevoegde overheid (de gemeente of de OVAM) EN de behandeling van de bodemverontreiniging duurt maximaal honderdtachtig dagen.
Schadegevallen
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
157
137
240
249
237
193
197
Tabel 4 Aantal schadegevallen
In 2019 registreerde de OVAM 197 nieuwe schadegevallen met mogelijke bodemverontreiniging. Bij elk van de volgende gevallen geldt sowieso de klassieke procedure: Het schadegeval werd niet gemeld binnen de dertig dagen. Het gaat niet om een onvoorziene gebeurtenis. De bodemverontreiniging kan niet gesaneerd worden binnen de 180 dagen. Dit betekent dat de saneringsplichtige in eerste instantie een beschrijvend bodemonderzoek moet uitvoeren. We spreken dan niet langer over een schadegeval maar wel over een melding bodemverontreiniging.
Meldingen
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
50
37
31
31
34
70
18
bodemverontreiniging
Tabel 5 Aantal meldingen bodemverontreiniging
In 2019 registreerde de OVAM 18 nog niet eerder gekende of vastgestelde bodemverontreinigingen. Deze konden niet behandeld worden binnen de schadegevallenprocedure. Een incident aan de stookolietank voor de verwarming van een gebouw is een veel voorkomend schadegeval. In 2019 registreerde de OVAM 77 schadegevallen met stookolietanks die leidden tot een mogelijke bodemverontreiniging.
18
Figuur 6 geregistreerde incidenten met stookolietanks
Elk jaar ondersteunt de OVAM de lokale besturen bij een schadegeval of een acute bodemverontreiniging. Naast de eerstelijnszorg en grotendeels adviserende rol heeft de OVAM een raamcontract afgesloten met een bodemsaneringsdeskundige. Indien nodig wordt deze, in samenspraak met de gemeente, ter plaatse gestuurd om de nodige vaststellingen uit te voeren. De bodemsaneringsdeskundige zal de betrokkenen (gemeente, saneringsplichtige, ‌ ) verder advies geven over de aanpak van de bodemverontreiniging.
19
4.3 AMBTSHALVE TUSSENKOMSTEN 4.3.1 Evoluties in ambtshalve tussenkomsten bodem 4.3.1.1
Situering
De basis van het Bodemdecreet bepaalt dat de saneringsplichtige het initiatief tot saneren neemt. Daarentegen treedt de OVAM in volgende gevallen ambtshalve op: Alle saneringsplichtigen hebben op een perceel het statuut onschuld verkregen. De saneringsplichtige wil niet optreden, waarna de OVAM via handhaving in zijn plaats optreedt. Ook volgens art. 164 van het Bodemdecreet kan de OVAM ambtshalve optreden. Dat kan bij dadingen en bijzondere overeenkomsten zoals de convenant met Umicore. Bij historische bodemverontreinigingen over grotere oppervlaktes bakent de OVAM een site af en komt zij ambtshalve tussen. In 2019 werden zowel sites bij vrijgestelde particulieren als bij locaties met meerdere eigenaars opgestart. Bij verontreinigde terreinen gevat in een faillissement komt de vrije markt soms niet tot een oplossing. Dan koopt de OVAM het verontreinigde terrein binnen het zogenaamde protocol curatoren om het terrein te saneren en te herontwikkelen. De OVAM treedt ook op binnen het zogenaamde protocol scholen. Dit protocol werd afgesloten tussen de minister bevoegd voor leefmilieu en de minister bevoegd voor onderwijs, op voordracht van de OVAM, van AGIOn en van GO!. Tot slot komt de OVAM via veiligheidsmaatregelen tussen in uitzonderlijke situaties waar de volksgezondheid in gevaar dreigt te komen. Deze acties komen naast de eerstelijnszorg die de OVAM biedt aan de lokale besturen bij de melding van bodemverontreiniging en de grotendeels adviserende rol van de OVAM bij een schadegeval (zie eerder). 4.3.1.2
Middelen
Bij de uitvoering van de diverse fasen van de ambtshalve saneringen gebruikt de OVAM kredieten vanuit het MINA-fonds en het BodemBeschermingsFonds (BBF). Het totale pakket aan bodemsanering stemde in 2019 overeen met een effectief vastleggingskrediet van 35,2 miljoen euro, wat overeenstemt met het 5jaars gemiddelde. In onderstaande tabel vindt u de evolutie van de totale effectieve vastleggingsbedragen in euro voor ambtshalve bodemgerelateerde opdrachten: 2015 € 27 214,29
2016 € 28 195,58
2017 € 32 754,33
2019 2018 € 53 233,81 € 35 224,925
Tabel 6 Totale effectieve vastleggingsbedragen voor ambtshalve opdrachten
20
Extra dotaties en een intering op het BBF leidden tot een piek in 2018. Deze middelen waren bestemd voor de sanering van specifieke brownfielddossiers. Een ploeg van medewerkers met een equivalent van 18,2 VTE gebruiken deze financiĂŤle middelen. 4.3.1.3
Evoluties
De onderstaande tabel toont een evolutie van de ambtshalve uitvoeringen binnen het Bodemdecreet. Deze lijst is beperkt tot de dossiers waar onschuld werd verleend. Jaartal nieuw op te starten BBO verder te zetten BBO/BSP/BSW totaal in behandeling
2006 52
2010 98
2014 113
2017 150
2018 86
359 411
475 573
586 699
625 775
690 776
2019 105 697 802
Tabel 7 Aantal ambtshalve uitvoeringen
In 2019 realiseerde de OVAM in 98 dossiers een definitieve oplossing na het beschrijvend bodemonderzoek of na de uitvoering van de bodemsaneringswerken. Er waren ook heel wat andere tussenkomsten zoals deze binnen het protocol scholen, bij sitebesluiten, door handhaving of door een verwerving bij van het protocol curatoren.
21
4.3.2 Bijzondere tussenkomsten 4.3.2.1
Overzicht grootste tussenkomsten
De tabel beschrijft de voornaamste tussenkomsten uit 2019 gemeente/roepnaam Gent/Oude Dokken Kortrijk/Spinnerijkaai
Antwerpen/Vulkaanstraat
gegund bedrag 2019 € 1 520 787,86
(voormalige) activiteit creosootimpregnatie
(nieuwe) ruimtelijke invulling
minerale olie, PAK's, BTEX
nieuw gemengd stadsdeel
Spinnerij & VOCL's, BTEX, groothandel minerale olie € 1 282 102,73 chemische producten cyanides, teer, voormalige gasfabriek minerale olie, € 843 758,02 naftaleen
blijvend : parking lofts en tuin met ringgracht Industriële site
VOCl's, BTEX, minerale olie
€ 824 675,00
De site (5ha) wordt volledig herontwikkeld naar een nieuwe woonwijk, de Minerve wijk.
zware metalen
€ 756 989,31
particuliere tuintjes & openbaar groen blijven; er worden nieuwe sociale woningen gebouwd
Herstelplaats voor vliegtuigen tijdens WOII
Edegem/Fort V-straat
Voormalige zinkfabriek
Boom/Broekweg
Tessenderlo/Winterbeek deel
Bedrijfslozing in waterloop € 627 904,61
Diest/New Dicar € 602 021,28 Lokeren/woonzone
parameters
€ 445 546,20
waterloop met herstelde zware metalen, oevers en chloriden overstromingsgebieden
minerale olie, Voormalig tankstation BTEX voormalige haarsnijderij
kwik
op korte termijn parking, op lange termijn retail (na goedkeuring RUP) middelbare school met speelplaats
Tabel 8 Voornaamste tussenkomsten 2019
22
4.3.2.2
Toelichting
Kortrijk – Spinnerijkaai – de sanering van een woongebied In de beschermde Stoopsfabriek, aan de Spinnerijkaai in Kortrijk, gebeurden in de vorige eeuw industriële activiteiten. Zo was er onder meer een spinnerij en een groothandel in scheikundige producten voor textiel- en metaalnijverheid. Het indrukwekkende gebouw is sinds een tiental jaren heringericht met 42 lofts en drie kantoren. Als gevolg van de industriële activiteiten zijn de bodem en het grondwater zwaar verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en vluchtige gechloreerde solventen (VOCl's). De totale kernsanering bestaat onder meer uit: het omleggen van de nutsleidingen op het perceel; het ontgraven van drie kernzones tot 7,5 meter diepte met gebruik van een grondwaterverlaging; het zuiveren van het sterk verontreinigde grondwater met een grondwaterzuiveringsinstallatie; het reinigen van 10 000 ton verontreinigde grond; het aanbrengen van een betonpalenwand over een lengte van 170 meter en een diepte van 10 meter omwille van stabiliteitsredenen; het ruimen en verwerken van 2000 ton slib in de ringgracht rond de naburige villa. Hierbij moet het beschermde gebouw gespaard blijven. Via een bewonersvergadering lichtte de OVAM de werken vooraf toe. Edegem – Fort V – een brownfield biedt ruimte aan nieuwe duurzame woonwijk Op het voormalige terrein van Agfa Gevaert aan de Fort V-straat in Edegem is een historische bodemverontreiniging vastgesteld met minerale olie (vluchtig), BTEX’n, VOCl’s en enkele nietgenormeerde parameters. De verontreiniging is veroorzaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de site gebruikt werd als vliegtuigherstelwerkplaats. Een sanering is noodzakelijk. Revive Minerva Land cvba kocht het terrein in 2016 aan. Projectontwikkelaar Revive zal de herontwikkeling uitvoeren. Het terrein van 5 hectare is verlaten en de gebouwen staan leeg. Dit is een echte brownfield. Het terrein werd herbestemd naar woongebied. De OVAM voert in samenwerking met de projectontwikkelaar de bodemsanering uit. Er moet zo’n 19 000 m³ verontreinigde grond getransporteerd en gereinigd worden. Een vernevelingsinstallatie en een mistkanon houden de mogelijke geurhinder door deze sterk verontreinigde grond binnen de perken. De site wordt volledig herontwikkeld naar een nieuwe woonwijk: Minerve. De naam verwijst naar Minerva, de fietsen- en autofabriek die hier was gevestigd vóór Agfa Gevaert. Diest – New Dicar – van een leegstaand gebouw naar een nieuwe retail Vroeger bevond zich hier een tankstation, waarvan de exploitant in faling is gegaan. Het gebouw, dat achter een retailzone ligt, heeft jarenlang leeg gestaan en is in verval geraakt. Na ingebrekestelling van de
23
gefailleerde startte de OVAM ambtshalve de bodemsanering. Dit gebeurde in samenspraak met de eigenaar, die vooraf het gebouw heeft gesloopt. Hierdoor kon de OVAM de verontreiniging volledig wegnemen door uitgraving. Een RUP is in opmaak om het gebruik aansluitend op de retailzone op te waarderen. Intussen is deze lokale ‘kanker’ verdwenen. Het terrein kent een tijdelijk gebruik als parking.
24
5 KWALITEITSGARANTIES 5.1 ERKENDE BODEMSANERINGSDESKUNDIGEN Bodemonderzoeken en -saneringen worden uitgevoerd onder leiding of toezicht van een erkende bodemsaneringsdeskundige. De OVAM beslist over die erkenning als bodemsaneringsdeskundige en over de schorsing en de opheffing ervan. Eind 2019 waren 66 bodemsaneringsdeskundigen erkend: 19 erkenningen als bodemsaneringsdeskundige van type 1; 47 erkenningen als bodemsaneringsdeskundige van type 2. In vergelijking met 2018: hebben we twee bijkomende bodemsaneringsdeskundigen erkend; is er één erkenning van rechtswege vervallen; hebben zeven bodemsaneringsdeskundigen hun erkenning stopgezet. In 2019 heeft de OVAM geen erkenningen geschorst of opgeheven. Vijf bodemsaneringsdeskundigen volgden de gebruikseisen van de erkenning niet. De OVAM maakte een verslag van vaststelling op.
5.2 KWALITEITSBORGING De OVAM ontwikkelde een kwaliteitszorgsysteem om de kwaliteitsvolle werking van de erkende bodemsaneringsdeskundigen op te volgen, te ondersteunen en te borgen. Vanuit verschillende invalshoeken verzamelen we gegevens en vaststellingen. We brengen die samen in het individueel kwaliteitsdossier van de bodemsaneringsdeskundige. Zo krijgen we een algemeen beeld van de kwaliteitsvolle werking van elke erkende bodemsaneringsdeskundige. In 2019 startten we met een traject om de informatie in de individuele kwaliteitsdossiers efficiënter te ontsluiten. We werkten aan een meer gestandaardiseerde aanpak van audits en controles. Dat geeft ons betere mogelijkheden om voor een bodemsaneringsdeskundige een verbetertraject uit te werken. Een ander belangrijk voordeel is dat elke controle en audit vertrekt vanuit een generiek en objectief kader. Kwalitatief werken wordt getoetst aan regels en normen. Daarom actualiseerden we in 2019 onze standaardprocedures, codes van goede praktijk en richtlijnen waar dat nodig was.
25
5.2.1 Audits In 2019 rondden we de eerste fase van de audits af. We hebben nu voor elke bodemsaneringsdeskundige een globaal beeld van zijn algemene procesvoering en technisch inhoudelijke werking. Op basis van de corrigerende maatregelen in het auditverslag moet de bodemsaneringsdeskundige zijn werking bijsturen. We volgden op in welke mate de genomen maatregelen leidden tot kwaliteitsvollere eindproducten. De eerste fase van audits bestond uit een systematische controle van alle erkende bodemsaneringsdeskundigen. In de volgende fase gaan we niet meer systematisch maar wel op basis van prioriteiten auditen. In 2019 werkten we daarvoor een beoordelingskader uit, dat we vanaf 2020 zullen toepassen.
5.2.2 Controles De OVAM controleert hoe de eindproducten in al hun facetten tot stand komen. Deze controles gebeuren steekproefsgewijs in concrete bodemdossiers, door een rapport- of veldwerkcontrole of naar aanleiding van een (externe) klacht. 5.2.2.1 Rapportcontrole In 2019 werkten we aan een globale en geĂŻntegreerde visie op de rapportcontrole. We willen de gegevens en de vaststellingen die we met onze verschillende controles verzamelen meer centraliseren en de verschillende controles beter op elkaar afstemmen. Voor een goede ontsluiting van de resultaten van de rapportcontrole is een verdere digitalisering en standaardisering van de controles nodig. In 2019 hebben we daarvoor een eerste stap gezet. 5.2.2.2 Veldwerk- en werfcontrole Tijdens de veldwerkcontrole beoordelen we de bodemsaneringsdeskundige (en eventueel zijn onderaannemer) tijdens de uitvoering van het veldwerk. In 2019 voerden we 90 controles uit. De controles zijn als volgt verdeeld: Aanleiding
Aantal controles (%)
OriĂŤnterend bodemonderzoek
48
Beschrijvend bodemonderzoek
23
Grondverzet
14
Bodemsaneringswerken
11
Bodemsaneringsproject
2
Tabel 9: aantal controles per rapporttype – aanleiding
26
Daarbij stelden we 29 niet-conformiteiten (32%) vast. Het aantal niet-conformiteiten komt in grootteorde overeen met onze vaststellingen in 2018 (31%). Door een beperkte personeelsbezetting hebben we in 2019 geen werfcontroles kunnen uitvoeren.
5.2.3 Wijziging standaardprocedures De standaardprocedures worden vastgesteld bij besluit van de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu. Sinds 1 april 2019 gelden nieuwe standaardprocedures die via het MB van 12 september 2018 door de minister werden goedgekeurd. Dit zijn: de standaardprocedure oriĂŤnterend bodemonderzoek; de standaardprocedure beschrijvend bodemonderzoek; de standaardprocedure oriĂŤnterend en beschrijvend bodemonderzoek; de standaardprocedure bodemsaneringsproject; de standaardprocedure beperkt bodemsaneringsproject; de standaardprocedure bodemsaneringswerken, eindevaluatieonderzoek en nazorg. VEB en VOBAS zijn de twee verenigingen die de erkende bodemsaneringsdeskundigen vertegenwoordigen. Beide verenigingen zijn een aanspreekpunt voor overleg en uitwisseling van kennis en ervaring binnen de bodemsector. De OVAM heeft deze deskundigheid gebundeld om tot door de bodemsector gedragen vernieuwde standaardprocedures te komen. De OVAM startte in 2018 samen met VOBAS en VEB een co-creatie op voor de standaardprocedures oriĂŤnterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek. Deze co-creatie is in 2019 succesvol verdergezet. De standaardprocedures zijn grondig herwerkt en vereenvoudigd. Van 22 juli tot 19 september is een tussentijdse consultatieronde gehouden. Eind 2019 is een consultatieronde gestart van de ontwerpversies.
27
6 OVERDRACHT EN FINANCIËLE BELEIDSINSTRUMENTEN 6.1 FINANCIËLE ZEKERHEDEN EN VERBINTENISSEN De OVAM keurde in 2019 70 nieuwe verbintenissen tot bodemsanering goed. 31 van deze verbintenissen ondertekende men in het kader van de gewone overdrachtsprocedure. In 28 gevallen gebruikte men de versnelde overdracht volgens artikel 115 van het Bodemdecreet. Bij 59 van deze verbintenissen genoot men in 3 gevallen van de regeling 50% financiële zekerheid bij een overdracht uit een faling. Bij 6 overdrachten stond de minister een afwijking volgens artikel 164 van het Bodemdecreet toe met de verplichting tot ondertekening van een verbintenis en het stellen van een financiële zekerheid. In 4 dossiers ontvingen we een voorwaardelijke verbintenis waarbij Vlabotex het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering zal afronden. Bij 2 verbintenissen sloot men een Realisatieconvenant af en verkreeg men vrijstelling van de verplichting tot het stellen van financiële zekerheden. Dit gebeurde in het kader van een overdracht binnen een Brownfieldconvenant. Om de uitvoering van de verbintenissen tot bodemsanering en eventuele nazorg te waarborgen, moet de saneringsplichtige financiële zekerheden stellen. Dit gebeurde in 2019 voor een totaalbedrag van bijna 29 miljoen euro. Om overdrachten uit falingen te faciliteren en te vermijden dat verontreinigde terreinen onbeheerd achterblijven, vraagt de OVAM slechts 50 procent financiële zekerheid wanneer de verwervende partij de saneringsplicht op zich neemt. Zo werd 332.000 euro in de economie behouden en moet het voor de verwervende partij (financieel) makkelijker zijn de sanering op te starten. In 2019 werden 163 verbintenissen tot bodemsanering beëindigd. Op 31 december 2019 heeft de OVAM 743 lopende verbintenissen tot bodemsanering en eventuele nazorg in beheer waarbij in totaal voor 750 miljoen euro aan financiële zekerheden worden gesteld.
6.2 ARTIKEL 164 VAN HET BODEMDECREET: “In verband met de toepassing van de bepalingen van artikelen 9 tot en met 135 en artikel 160 kan de Vlaamse Regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen, dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien, afwijkingen toestaan en overeenkomsten sluiten.” De Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu beslist – gedelegeerd door de Vlaamse Regering – over een verzoek tot toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet (verzoek). Hierbij adviseert de OVAM de minister in elk verzoek.
28
In 2019 werden elf verzoeken ingediend, waarbij de OVAM voor al deze verzoeken advies heeft gegeven.
6.2.1 Afwijking op de overdrachtsbepalingen Artikel 164 van het Bodemdecreet biedt de mogelijkheid om af te wijken op heel wat bepalingen uit het Bodemdecreet. In 2019 werd dit artikel enkel toegepast voor een afwijking op de overdrachtsbepalingen. Het Bodemdecreet legt vast onder welke voorwaarden gronden kunnen worden overgedragen. Sommige overdrachten kunnen – bijvoorbeeld omwille van hun hoogdringendheid of grootschaligheid – niet worden uitgesteld tot alle overdrachtsverplichtingen zijn uitgevoerd. In dat geval bepaalt de Vlaamse leefmilieu-minister onder welke voorwaarden de geplande overdracht vervroegd kan plaatsvinden. In 2019 werden zes 'klassieke' verzoeken ingediend. De overdracht kan plaatsvinden op voorwaarde dat een verbintenis tot uitvoering van de bodemonderzoeken, de bodemsanering en de nazorg wordt aangegaan en dat een financiële zekerheid tot waarborg van de uitvoering van die verbintenis wordt gesteld. In 2019 werd voor één verzoek een specifieke oplossing op maat uitgewerkt en werd één verzoek ingediend voor een addendum aan een reeds bestaand ministerieel besluit. Daarnaast werden in 2019 drie verzoeken ingediend waarbij in het kader van het Protocol betreffende de uitvoering van bodemonderzoeken. bodemsanering en afvalstoffenverwijdering in het kader van faillissementen met vastgoed gelegen in het Vlaamse Gewest' (protocol Curatoren) van 18 maart 2016, of volgens de principes van dit protocol, de OVAM de betreffende grond heeft aangekocht.
6.2.2 Overzicht van verzoeken artikel 164 BD Dossier Eikenaar - Bocholt
Gevraagde afwijking overdrachtsbepalingen
Cristal Cleaning
overdrachtsbepalingen
NV Emiel Nuyens Autocars Excelsior Willebroek Alvat Buggenhout Fam.Baeyens Evergem Alken Maes BP Antwerpen De Wille nv Ineos Integan Schoevaerts
overdrachtsbepalingen
Aanpak Aanpassing bestaand MB Principes van protocol curatoren protocol curatoren
overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen
protocol curatoren MB op maat ‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek
Beslissing in 2019 ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja
Tabel 9 Verzoeken artikel 164
29
6.3 COFINANCIERING Eigenaars die hun grond moeten saneren voor een historische verontreiniging of het historisch deel van een gemengde bodemverontreiniging kunnen hiervoor cofinanciering aanvragen. Maar dit kan enkel als er aan alle voorwaarden voldaan is. Vanaf 1 april 2019 is de werkwijze om cofinanciering aan te vragen gewijzigd. Cofinanciering kan enkel aangevraagd worden als de saneringswerken effectief zijn uitgevoerd. Hierdoor ontving de OVAM in 2019 minder aanvragen voor cofinanciering. De OVAM keurde in totaal 6 aanvragen goed. In 2020 kan er nog steeds cofinanciering aangevraagd worden. Alle voorwaarden, wetgeving en formulieren vindt men terug op www.ovam.be/cofinanciering.
30
7 DOELSTELLING 2036 – DOELGROEPGERICHTE BELEIDSINSTRUMENTEN 7.1 ACTUEEL HOUDEN VAN DE GEMEENTELIJKE INVENTARIS De Vlaamse gemeenten brachten de afgelopen jaren alle risicogronden op hun grondgebied in kaart. Via de uitwisseling van deze gemeentelijke inventaris heeft de OVAM sinds 2018 een volledig zicht op waar precies in Vlaanderen de bodem mogelijk verontreinigd is. Dankzij dit inventarisatieproject is een belangrijke eerste stap gerealiseerd om tegen 2036 alle historische verontreinigingen minstens in sanering te hebben. Nu de gemeentelijke inventaris is afgerond is het noodzakelijk dat deze ook voldoende actueel wordt gehouden
7.1.1 Situering In het verleden bleek het niet vanzelfsprekend om de gemeentelijke inventaris van risicogronden aan de OVAM te bezorgen. De OVAM lanceerde in 2012 een nieuw webloket voor de gemeenten om deze gegevens digitaal uit te wisselen. Sindsdien is de kwaliteit en de uitwisselbaarheid van de gemeentelijke inventaris sterk verbeterd. Met de inzet van externe experten kwam het inventarisatieproject vanaf 2015 in een stroomversnelling. Tegen eind 2017 moest elke gemeentelijke inventaris volledig afgerond zijn. Om deze deadline te halen, lieten 262 gemeenten zich bijstaan door een team van externe experten. Samen met de OVAM is telkens de meest praktische oplossing bepaald om de gevraagde informatie uit milieuvergunningen tijdig via het webloket uit te wisselen. Hierbij lag de focus op de digitalisering van de beschikbare informatie van de gemeentelijke archieven, eventueel aangevuld met de provinciale data per gemeente. De gemeenten hebben in totaal informatie over risico-inrichtingen op ongeveer 187 000 kadastrale percelen doorgegeven via het webloket. Dit betekent dat Vlaanderen in totaal 85 000 risicogronden telt. Ondersteuning blijft noodzakelijk om een goede kwaliteit van de uitgewisselde gegevens te waarborgen. De kwalificatie als risicogrond heeft immers een grote impact op een hele reeks van betrokkenen. Voor een correcte aflevering van bodemattesten en een vlotte ontginning van de databank, is een goede datakwaliteit essentieel. Elke gemeente die een volledige dataset van risicogronden aanlevert, krijgt feedback over de kwaliteit. Eenmaal de gemeentelijke inventaris volledig is, is het noodzakelijk dat de gemeenten deze inventaris ook actueel houden. Hierbij ligt de nadruk op een efficiĂŤnte digitale uitwisseling. Samenwerking met het departement Omgeving is vereist om in de toekomst via het omgevingsloket de nodige gegevens te verkrijgen. Dit is ook voor de 300 Vlaamse lokale besturen de gewenste werkmethode.
7.1.2 2019 Op dit moment zijn alle 300 gemeentelijke inventarissen uitgewisseld. Sinds 1 januari 2018 kunnen de meeste softwareprogramma's geen omgevingsvergunningen meer uitwisselen met het OVAM webloket, omdat men uitging van een centrale omgevingsdatabank met uitwisselingsplatform. Dit betekent dat de gemeenten de gegevens van de omgevingsvergunningen ofwel manueel (een rechtstreekse ingave via het
31
OVAM webloket) ofwel via conversie (via een aparte lijst in excel) moeten uitwisselen. Deze optie bood geen garantie naar volledigheid en rechtszekerheid over het meerwerk voor de gemeenten. In 2019 is een periodieke uitwisseling van de aanvraaggegevens van Vlarebo-plichtige omgevingsvergunningen via het omgevingsloket gerealiseerd. Verdere verfijning van dit uitwisselingsformaat is noodzakelijk. Een uitgebreidere integratie met het omgevingsloket blijft wenselijk.
7.2 OPVOLGEN ONDERZOEKSVERPLICHTINGEN Uit de resultaten van de uitwisseling van de gemeentelijke inventaris van risicogronden blijkt dat een stroomversnelling nodig is om de doelstelling 2036 te realiseren. Ongeveer de helft van deze risicogronden is nog niet onderzocht. Een aangehouden versnelling wordt voorzien om tegen 2028 alle oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren. Dit gebeurt via een actieve opvolging van de onderzoeksverplichtingen via de wettelijk vastgelegde tussentijdse mijlpalen. Sinds 2017 ontgint de OVAM de informatie van risicogronden per gemeente. De OVAM bekijkt elke risicolocatie zonder bodeminformatie afzonderlijk. Hiervoor vult de OVAM de uitgewisselde informatie aan met bijkomende gegevens uit een grondige deskstudie (websites, Kruispuntdatabank voor Ondernemingen, streetview). Voor elke locatie wordt een individuele opvolging of een doelgroepgerichte aanpak voorgesteld. Eind 2019 is deze ontginning afgerond voor in totaal 250 gemeenten. Locaties met actieve risico-activiteiten worden gecontroleerd op hun periodieke onderzoeksplicht. De exploitant ontvangt een brief als hij te laat is met het indienen van een eerste periodiek bodemonderzoek. De OVAM volgt de termijnen om een reactie in te dienen of het bodemonderzoek te bezorgen strikt op. Om een tijdrovende handhavingsprocedure (en eventuele ambtshalve uitvoering) maximaal te voorkomen, volgen we een proactieve aanpak via externe begeleiding. Hierdoor willen we zoveel mogelijk in gebreke blijvenden overtuigen hun verplichtingen toch nog na te komen. De aanschrijfronde voor de eerste decretale termijn eind 2021 is eveneens in voorbereiding. De opstart is voorzien in 2020. De activering van de onderzoeks- en saneringsplicht gebeurt eveneens doelgroepgericht (cfr onderstaande titels). In totaal zijn in 2019 ruim 11 000 onderzoeksplichtigen individueel geïnformeerd. Deze inspanningen hebben er uiteindelijk toe geleid dat het aantal 1ste oriënterende bodemonderzoeken versneld gestegen is: in 2019 is de bodemkwaliteit voor meer dan 5700 locaties uitgeklaard.
7.3 DE GROTE GRONDVRAAG De basisdoelstelling van het Vlaams bodembeleid is om tegen 2036 voor alle historische bodemverontreinigingen minstens de sanering op te starten. De OVAM voorziet een aangehouden versnelling om tegen 2028 alle oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren. Daarom zijn verplichte onderzoeksmomenten ingebouwd in het Bodemdecreet: afhankelijk van de aard van de historische activiteiten moet men tegen 2021, 2023 of 2027 een eerste oriënterend bodemonderzoek uitvoeren. Een cruciale stap is iedereen tijdig over deze onderzoeksverplichtingen te informeren. In 2019 is een communicatiecampagne onder de creatieve noemer ‘De Grote Grondvraag’ gelanceerd. De Grote Grondvraag heeft als doel:
32
iedereen tijdig te informeren over de onderzoeksverplichtingen en de mogelijkheid tot een vrijstelling voor particulieren; de effectiviteit van alle 2036-acties verhogen; een sensibiliserend effect om het bodembewustzijn in brede zin te verhogen. De gemeente speelt hierbij een sleutelrol want zij blijft de eerste bron van informatie over de risicogronden én zij neemt ook een informatieve rol naar haar burgers en bedrijven op. De gemeente die deelneemt aan de campagne spoort alle inwoners aan om via de website www.degrotegrondvraag.be na te gaan of er bodeminformatie beschikbaar is. Met deze campagne willen we de gemeenten helpen om iedereen sneller tot de juiste informatie te begeleiden en ervoor zorgen dat de nodige acties genomen worden. De Grote Grondvraag is een gefaseerd project. Dit betekent dat momenteel nog niet alle gegevens van alle gemeenten en steden beschikbaar zijn. In een eerste fase is getest in 3 voorbeeldgemeenten. Verspreid over Vlaanderen werd een eerder kleine gemeente, een middelgrote gemeente en een grote stad geselecteerd die reeds een voorbeeldrol vervullen op vlak van bodembeleid: Gavere, Nijlen en Mechelen. Deze waren bij de eerste 20 steden of gemeenten die zelf hun gemeentelijke inventaris van risicogronden volledig hebben uitgewisseld met de OVAM en ook vlot samenwerkten bij de eerste stappen van het 2036-project. Op 5 november is de Grote Grondvraag gelanceerd in de rest van Vlaanderen met 83 deelnemende gemeenten. In 2019 namen uiteindelijk in totaal 125 gemeenten deel. Na één week campagne controleerden al meer dan 50 000 burgers hun grond via degrotegrondvraag.be. De relevantie van het project liet ook de media niet onberoerd. In 2019 werd de kaap van 125 000 unieke bezoekers overschreden.
7.4 PRIORITEIT KWETSBARE GEBIEDEN Binnen de doelstelling 2036 geven we prioriteit aan de kwetsbare gebieden en dan in het bijzonder aan de beschermingszones voor grondwaterwinning. Eind 2014 zijn de geïnventariseerde risicogronden gelegen binnen de beschermingszones van de grondwaterwingebieden geïdentificeerd én is voor deze gronden een versnelde aanpak van onderzoek en sanering opgestart. De doelstelling is dat tegen midden 2019 bij alle locaties waarvoor verdere maatregelen nodig zijn de sanering minstens opgestart is. Sinds eind 2016 is de inventarisatie van de risicogronden in deze kwetsbare gebieden volledig. Voor deze gronden is een doelgroepgerichte aanpak opgestart, zodat we via de inzet van onze verschillende instrumenten op maat de prioritaire onderzoeken tegen eind 2020 kunnen afronden.
7.4.1 2019 In 2019 is dit versnelde traject verder gezet. Voor ongeveer alle (circa 98%) van de eind 2014 gekende locaties gelegen binnen een beschermingszone, is de doelstelling bereikt. Er zijn dus geen verdere
33
maatregelen nodig of er is een goedgekeurd bodemsaneringsproject opgemaakt. De OVAM maakte een lijst van de dossiers waarvan de doelstelling nog niet volledig afgerond is met een motivatie van de redenen hiervoor en volgt deze dossiers strikt op. De OVAM volgt de in 2016 geĂŻnventariseerde risicogronden in drinkwaterwingebieden verder op volgens de verschillende doelgroepen binnen de algemene opvolging van het project 2036.
7.5 BROWN- EN BLACKFIELDS 7.5.1 Opvolgen brownfieldconvenanten In 2019 volgde de OVAM als partij 68 actieve brownfieldconvenanten op omwille van de aanwezige bodemverontreiniging. In 22 van deze dossiers komt de OVAM ambtshalve tussen. De OVAM sloot 7 realisatieconvenanten af zodat de klant geen financiĂŤle zekerheid moet stellen. In 34 convenantaanvragen lopen onderhandelingen over het sluiten van een convenant waarbij de OVAM betrokken is. Bij de negende oproep werden opnieuw specifieke accenten gelegd rond duurzaamheid, de herontwikkeling op stortplaatsen en de sanering van verontreinigde waterbodems. Op 26 april 2019 organiseerde de OVAM in samenwerking met Vlaio en het team van de Vlaamse bouwmeester een druk bijgewoond netwerkevent rond duurzame brownfieldherontwikkeling. Daarbij werd een publicatie met tal van inspirerende voorbeelden voorzien.
7.5.2 Blackfields De OVAM kreeg in 2019 3 verzoeken in het kader van het protocol curatoren voor de aankoop van een blackfield voor 1 symbolische euro (in Wichelen, Wevelgem en Zwalm). Het verzoek in Wevelgem werd geweigerd. De verzoeken in Wichelen en Zwalm worden momenteel bestudeerd. In 2019 kocht de OVAM 2 blackfields aan voor 1 symbolische euro: de Alvat-site in Buggenhout en een voormalige drukkerij in Dilbeek. Eind 2019 liepen aankopen voor 4 sites in: Vilvoorde, Boom, Willebroek en Aalst. Voor de onteigening van de voormalige Biochim-site in Machelen werd de gerechtelijke fase opgestart. We verkochten 1 voormalige blackfield in Herk-De-Stad. Dankzij de sanering van dit terrein door de OVAM zal een projectontwikkelaar er een appartementsgebouw met aansluitend een park kunnen realiseren.
7.6 VERSNELDE AANPAK BODEMONDERZOEKEN BIJ PARTICULIEREN VIA SITE-AANPAK Gronden in eigendom van particulieren kunnen verontreinigd zijn door activiteiten uit het verleden. Oude stortplaatsen of fabrieksterreinen, maar ook kleinere bedrijfsactiviteiten in het centrum van een gemeente (bv. kolenhandel, werkplaatsen), worden vandaag bewoond of gebruikt door particulieren. Door die activiteiten is de grond mogelijk verontreinigd, waar nu kinderen in de tuin spelen, de bewoners
34
groenten kweken en soms zelfs grondwater gebruiken om de tuin te besproeien of het zwembad te vullen. Ook deze gronden moeten decretaal onderzocht zijn in een oriënterend bodemonderzoek tegen 2021, 2023 of 2027. Omdat de eigenaars meestal niet verantwoordelijk zijn voor de mogelijke bodemverontreiniging, heeft de OVAM een beleid uitgewerkt om deze gronden zelf te onderzoeken in één globaal bodemonderzoek: het siteonderzoek. Dankzij dit beleid worden deze gronden versneld onderzocht en indien nodig ambtshalve gesaneerd. Door de grootschaligheid van de siteonderzoeken kan de OVAM sneller en efficiënter werken. We krijgen sneller een volledig beeld van de kwaliteit van de bodem in Vlaanderen en van waar er mogelijk risico's zijn door verontreiniging. De OVAM zal voor 2028 in elke gemeente een site op de particuliere gronden starten.
7.6.1 Wat is een site Een site is een verzameling van gronden waar vroeger historische activiteiten plaatsvonden. Een siteonderzoek bestaat uit een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek (OBBO). Het bodemonderzoek richt zich enkel op de historische activiteiten waarvoor de site is vastgelegd. Het sitebesluit maakt het juridisch mogelijk dat de OVAM het bodemonderzoek uitvoert.
7.6.2 Informatie uit de gemeentelijke inventaris De selectie van de gronden waar de OVAM een siteonderzoek start, halen we uit de gemeentelijke inventaris (GI). Deze gronden zijn in particuliere eigendom, er werden activiteiten uitgevoerd die mogelijk historische bodemverontreiniging veroorzaken en de huidige eigenaars hebben geen link met deze activiteiten. Vooraleer we een sitebesluit kunnen opmaken, geven we aan een bodemsaneringsdeskundige de opdracht tot een voorstudie: de deskundige vraagt de vergunningen op en toetst deze aan wat er in de GI staat en aan de voorwaarden voor opname in een site. Deze voorstudie neemt veel tijd in beslag. Aan de gemeente vraagt de OVAM het engagement om alle relevante informatie over de grond tijdig aan de deskundige te bezorgen. Dankzij de voorstudie zetten we voor de gronden in particuliere eigendom in één adem ook de fouten in de GI recht. Op basis van de voorstudie maken we een definitieve lijst voor het sitebesluit. Uiteraard is dit een momentopname op basis van de beschikbare informatie. We willen tegen 2028 voor alle gemeenten via een siteonderzoek de particuliere eigendommen onderzocht hebben. Grote gemeenten worden mogelijk opgesplitst om de onderzoeken overzichtelijk te houden.
7.6.3 Realisaties in 2019 Tabel 10 geeft een overzicht van alle gemeenten waar in 2019 een siteonderzoek werd opgestart, afgesloten of in uitvoering was. Er zijn verschillende types van onderzoek: Site GI: alle percelen uit de GI die voldoen aan de sitevoorwaarden zijn opgenomen.
35
OBBO: er werd geen siteonderzoek uitgevoerd, maar omwille van de omvang een oriënterend – en beschrijvend bodemonderzoek. Site: niet alle percelen uit de GI werden opgenomen in de site, maar bv. enkel deze van een grote locatie als een voormalige stortplaats. Stand van zaken: Opgestart in 2019: het sitebesluit (SB) werd in 2019 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Lopend in 2019: uitvoering van het siteonderzoek in 2019 (en mogelijk al voor 2019 opgestart). Afgerond in 2019: het eindverslag van het siteonderzoek is in 2019 ingediend.
stand van zaken
Gemeente (+ evt. activiteit) Aalst Aarschot Ardooie Avelgem Balen Beerse Beringen Bertem Bierbeek Bonheiden Boom Boom – monostortplaats Boutersem Bredene Damme Deinze – baggerstortplaats Dendermonde Eeklo Erpe-Mere Grimbergen Haacht Herent
aantallen
type opgestart lopend afgerond locaties percelen onderzoek in 2019 in 2019 in 2019 in SB in SB site GI x x 35 75 site GI x x 33 52 site GI x 14 34 site GI x x 21 58 site GI x x 17 29 site GI x x 16 24 site GI x x 17 23 site GI x x 12 24 site GI x x 14 22 OBBO x 5 8 site GI x x 3 22 site x x 1 254 site GI x x 16 29 site GI x x 6 7 site GI x x 7 13 site x x 1 26 site GI x x 38 70 site GI x 29 87 OBBO x x 3 4 site GI x x 28 39 site GI x x 10 14 site GI x x 7 9
te saneren percelen
4 0
3
0
0
36
stand van zaken
Gemeente (+ evt. activiteit) Hoegaarden Kluisbergen Knokke-Heist Lier – stortplaats Lokeren – stortplaats Mechelen Mechelen afgeronde site Merelbeke Mol Neerpelt Oostrozebeke Overijse Puurs Scherpenheuvel-Zichem Schoten Sint-Amands Sint-Niklaas – textielfabriek Sint-Pieters-Leeuw – Steenbakkerij Tervuren Tongeren – gieterij Vilvoorde Waasmunster Wachtebeke Wervik – stortplaatsen Wingene Zandhoven Zele Zwevegem
aantallen
type opgestart lopend afgerond locaties percelen onderzoek in 2019 in 2019 in 2019 in SB in SB site GI x x 12 18 site GI x x 12 15 site GI x x 4 5 site x x 1 45 site x x 2 17 site GI x 113 135 site GI x x 24 42 site GI x x 20 40 site GI x x 41 76 site GI x x 8 14 site GI x 17 52 site GI x x 47 91 site x x 31 66 site GI x x 5 10 site GI x 5 14 site GI x x 6 13 site x x 1 24 site x x 1 97 site GI x x 31 43 site x x 1 36 site GI x x 30 58 OBBO x 3 27 site GI x x 16 26 site x x 4 48 site GI x x 19 30 site GI x x x 14 26 OBBO x x 1 2 site GI x x 36 66
te saneren percelen
0 16 0
0
0
0
0 0 0 0 0 0
Tabel 10 overzicht opgestarte, afgesloten, lopende site/woonzone per gemeente
37
7.6.4 Conclusie Voor de OVAM is het uitvoeren van grootschalige onderzoeken via het beleid van de sites een efficiënte wijze om bodeminformatie te verkrijgen over een groot aantal historische risicogronden. Dankzij het siteonderzoek moet de eigenaar zelf geen bodemonderzoek meer uitvoeren bij de verkoop of voor het verplichte onderzoeksmoment. Het bodemonderzoek kost de eigenaar niets. Voor 2019 merken we een duidelijke versnelling van de onderzoeken op particuliere gronden. Er werd 27 sites opgestart, met samen 1249 percelen. 17 siteonderzoeken werden afgerond op 479 percelen. Voor slechts 33 percelen is een bodemsanering nodig.
7.7 HUISSANEERDER TERREINEN VLAAMSE OVERHEID De OVAM wil collega-overheden ondersteunen om hun vastgoed te valoriseren. Daarvoor nemen we de rol op van 'huissaneerder'. Zo wordt de bodemverontreiniging adequaat én kostenefficiënt aangepakt. De rol van huissaneerder voor de Vlaamse overheid sluit perfect aan bij het in het Vlaamse regeerakkoord vermelde kerntakenbeleid waarbij bodemsanering als kerntaak van de OVAM maximaal wordt ingevuld. Het instrument huissaneerder draagt bij om naar 2036 een inhaalbeweging te maken van de te saneren gronden in eigendom van overheden. In 2019 heeft de OVAM de 'grootgrondbezittende' collega-overheden verder geïnformeerd over hun risicopercelen. Het gaat hierbij om collega-overheden met meer dan 50 niet-onderzochte risicopercelen, met name ANB, Aquafin, AWV, BAM, De Lijn, De Vlaamse Waterweg, De Watergroep, DMOW, Sport Vlaanderen en VMM. De OVAM leverde in 2019 extra inspanningen om percelen die onterecht als risicogrond waren opgenomen in de gemeentelijke inventaris, te laten schrappen. Door de entiteitsgerichte aanpak zijn er bijna 900 van de 3500 nog niet onderzochte risicopercelen uitgeklaard door een schrapping of door een bodemonderzoek. Naast deze entiteitsgerichte aanpak werd de projectgerichte aanpak verder uitgewerkt. Drie van de zes ingediende projecten krijgen een vervolg in het kader van een 'inspirerende aanpak bij verontreinigde (water)bodem bij Vlaamse overheden’. Voor de gasfabrieksterreinen waar een lokaal bestuur of een publieke instelling saneringsplichtig is, voorziet de OVAM een aanpak van deze terreinen. Zo voerden we in 2019 de sanering uit van de gasfabriek te Dendermonde en deze te Wetteren. Voor scholen gaf de OVAM na de uitbreiding van het 'protocol scholen' opdrachten voor het uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken aan bodemsaneringsdeskundigen. Sinds 2018 staat de OVAM de scholen dan ook bij in het volledig bodemtraject.
38
7.8 BEDRIJFSSPECIFIEKE EN SECTORSPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN (BSOK EN SSOK) In het verleden werd niet altijd even zorgzaam omgesprongen met onze bodem. Als gevolg daarvan hebben heel wat ondernemingen vandaag risicogronden in beheer en hebben ze te kampen met historische en complexe bodemverontreinigingen. Grootschalige bodemonderzoeken en saneringen zijn dan niet altijd evident. Een onmiddellijke aanpak van alle gronden kan zelfs een omgekeerd effect hebben. Het bedrijf komt in een financieel en organisatorisch onmogelijke situatie en de verontreinigde gronden blijven verontreinigd. Wat is de oplossing? Een bedrijfsspecifieke overeenkomst (BSOK) of een sectorspecifieke overeenkomst (SSOK).
7.8.1 BSOK In een BSOK maken een onderneming en de OVAM afspraken over de verplichtingen voor de gronden van deze onderneming binnen een bepaalde termijn. De BSOK houdt rekening met de prioriteit van de bodemverontreinigingen en alle bepalingen van het Bodemdecreet. Dankzij de BSOK zijn de bodemonderzoeken en de aanpak van de bodemverontreinigingen beter gespreid in de tijd. Enerzijds maakt dit de totaliteit van bodemonderzoeken en bodemsaneringen voor de betreffende onderneming beter organisatorisch én financieel haalbaar. Anderzijds krijgt de OVAM een duidelijk én ondertekend engagement van de betrokkene dat hij de onderzoeken en saneringen binnen een specifieke termijn laat uitvoeren. De laatste jaren groeit het bewustzijn om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen. In de recent aangegane BSOK’s is dan ook aandacht voor maatregelen en acties om bodemverontreiniging te voorkomen en te beheersen. De beleidsnota Omgeving 2019-2024 van Vlaams minister van Justitie en handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme voorziet ook in de aanpak van het historisch passief. Dit betekent dat de OVAM de bedrijven stimuleert en ondersteunt via een sectorale aanpak, sectorfondsen, bedrijfsspecifieke overeenkomsten of coaching in functie van de noden. De voorbije jaren sloot de OVAM al overeenkomsten met Umicore, Electrabel, de ‘Gasfabrieksgroep’, Bekaert, de NMBS-groep, Colruyt (DATS), Tessenderlo Chemie, de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn, Defensie, het Agentschap Wegen en Verkeer, het Gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen, de Haven van Zeebrugge, de Vlaamse Landmaatschappij, BAC, de Vlaamse Waterweg en Eandis. De OVAM volgt de vooruitgang op het vlak van bodemonderzoeken en -saneringen op in overleg via begeleidingscomités. 7.8.1.1 BSOK AS24 Op 24 april 2019 ondertekenden de OVAM en AS24 Belgium nv een BSOK. Deze overeenkomst omvat alle risicogronden in Vlaanderen die AS24 Belgium nv in eigendom of in exploitatie heeft.
39
Deze overeenkomst bepaalt wanneer de beschrijvende bodemonderzoeken uitgevoerd worden. Daarnaast worden afspraken gemaakt om een prioriteiten- en opvolgingskader op te stellen. Dit kader voorziet in de aanpak en de uitvoering van bodemsanering van de gronden waarvoor volgens het Bodemdecreet bodemsanering noodzakelijk is. Ook zetten we in op een efficiënte en duidelijke sensibilisering van de medewerkers van AS24. Dat gaat over de bodemwetgeving, over bodemverontreiniging voorkomen, over interventiemaatregelen nemen bij schadegevallen en over het beheer van bodemverontreiniging op de gronden van AS24. 7.8.1.2 BSOK Havenbedrijf Gent Op 25 januari 2019 ondertekenden de OVAM en het Havenbedrijf Gent nv een BSOK. Deze overeenkomst omvat de gronden waarvan het Havenbedrijf eigenaar of beheerder is. Deze overeenkomst bevat afspraken over de uitwisseling van informatie tussen de OVAM en het Havenbedrijf. Hierdoor bereiken we een globaal overzicht van de bodemkwaliteit van de gronden binnen het havengebied Gent. De onderzoeks- en saneringsverplichtingen van deze gronden worden in kaart gebracht en kunnen opgevolgd worden. Daarnaast engageert het Havenbedrijf Gent zich via deze overeenkomst tot: Indien nodig zal het bedrijf periodieke oriënterende bodemonderzoeken laten uitvoeren op de terreinen in zijn eigendom waarop geen concessiehouder aanwezig is. en Het bedrijf laat een prioriteitenkader opstellen voor de uitvoering van eventueel noodzakelijke beschrijvende bodemonderzoeken en bodemsanering op deze gronden. Het Havenbedrijf Gent ondersteunt de concessiehouders van hun gronden in het havengebied Gent, bij de uitvoering van de oriënterende bodemonderzoeken, van de beschrijvende bodemonderzoeken en de bodemsanering volgens het Bodemdecreet. Het bedrijf sensibiliseert de concessiehouders over de milieuwetgeving, meer specifiek de bodemwetgeving én rond de preventie van bodemverontreiniging.
7.8.2 SSOK 7.8.2.1
Samenwerking tussen de OVAM en de sectorfederaties
De samenwerking tussen de OVAM en de sectorfederaties helpt bedrijven om bodemonderzoeken en -saneringen uit te voeren en om preventieve maatregelen te nemen om bodemverontreiniging te voorkomen. Bedrijven die activiteiten uitvoeren die de bodem kunnen verontreinigen, zijn verplicht om periodiek een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren. Dat controleert de kwaliteit van de bodem en laat toe om
40
tijdig in te grijpen als dat nodig is. Heel wat bedrijven voerden dit bodemonderzoek al uit, maar toch stellen we vast dat een behoorlijk aantal dat nog niet heeft gedaan. 7.8.2.2
Vele voordelen
Om het aantal bodemonderzoeken op korte termijn te verhogen, gaat de OVAM samenwerken met de sectorfederaties. Die kennen het reilen en zeilen in hun respectievelijke sectoren heel goed. Ze zijn ook vertrouwd met de eventuele opportuniteiten en moeilijkheden bij hun aangesloten leden en kunnen gemakkelijk door hen worden aangesproken. De samenwerking biedt dus voordelen voor alle betrokkenen. In 2018 sloot de OVAM de eerste samenwerkingsovereenkomsten met Agoria (de federatie van de Belgische technologische bedrijven) en met Boerenbond vzw en het Algemeen Boerensyndicaat vzw (ABS) als sectorfederaties voor de land- en tuinbouw. In 2019 werd een bijkomende samenwerkingsovereenkomst gesloten met Vlamef vzw (de Vlaamse Metaalfederatie voor de KMO). Vlamef groepeert bedrijven en ondernemers die actief zijn in metaalbewerking, metaalverwerking en machinebouw. 7.8.2.3
Belangrijke partners
Samen met de federaties probeert de OVAM de bedrijven uit de betrokken sectoren zo goed mogelijk te sensibiliseren en te ondersteunen bij de uitvoering van bodemonderzoeken en -saneringen. Dat kan bijvoorbeeld via raamcontracten voor het uitvoeren van oriĂŤnterende bodemonderzoeken die de federaties aan hun leden aanbieden. Dat verlaagt de drempel voor de achterblijvers. De federaties engageren zich ook om een ondersteunende en indien nodig een bemiddelende rol te spelen voor leden die in de loop van een onderzoeks- of saneringstraject problemen ondervinden. Om nieuwe bodemverontreinigingen in de toekomst te voorkomen, zetten we in samenwerking met de bedrijven uit de betrokken sectoren ook in op preventie.
7.9 FONDSEN 7.9.1 Bofas vzw De oprichting van BOFAS vzw in 2004 gaf het startschot voor de alternatieve financiering van de bodemsanering van benzinestations. Met de wijziging van het samenwerkingsakkoord in 2007 en een bijhorende tweede aanmeldingsperiode werden in totaal 2365 ontvankelijke aanvragen voor een tussenkomst ingediend bij BOFAS. In 2009 werd als gevolg van dit hoog aantal aanvragen de erkenning van BOFAS verlengd tot 26 maart 2019. In 2019 was er een derde en laatste aanmeldingsperiode voor nieuwe dossiers als gevolg van het derde samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018. Bij het afsluiten van deze aanmeldingsperiode op 8 november 2019 heeft BOFAS 480 bijkomende aanvragen ontvangen, waarvan 193 aanvragen voor Vlaanderen. De erkenning van BOFAS werd reeds verlengd tot eind 2021. Na screening van de bijkomende aanvragen voor tussenkomst door BOFAS zal een verdere verlenging van de erkenning van BOFAS wenselijk zijn.
41
Voor de aanmeldingen bij een ‘verderzetting van de activiteiten van een tankstation’ betaalt Bofas de kosten na ontvangst van de facturen over de uitgevoerde sanering. De aangestelde deskundige moet de ingediende facturen via een gedetailleerde kostenstaat verantwoorden. De bevoegde gewestelijke overheid moet bevestigen dat de sanering werd uitgevoerd volgens de in dat Gewest toepasselijke normen en codes van goede praktijk. Uit cijfergegevens van BOFAS blijkt dat nog voor ongeveer 15 % van de locaties nog een aanvraag tot terugbetaling verwacht wordt. Zonder een eindverklaring van de OVAM is terugbetaling niet mogelijk. Daarom benadrukte BOFAS in het verleden reeds dat de timing van de aflevering van de eindverklaringen belangrijk is. Voor de aanmeldingen ‘verderzetting van de activiteiten van een tankstation – overgangsmaatregel’ moeten voor ongeveer 5,5 % nog acties worden ondernomen. Mede dankzij de gezamenlijke inspanningen van BOFAS en de OVAM is intussen reeds een hele vooruitgang geboekt. Voor de locaties aangemeld bij een ‘stopzetting van de activiteiten van een tankstation’ zijn in Vlaanderen alle bodemsaneringswerken afgerond op 1 locatie na (< 0,1 %). Op een nog beperkt aantal locaties (2,2 %) aangemeld als ‘stopzetting van de activiteiten van het tankstation – overgangsmaatregel’ verlopen de saneringswerken moeizaam. Hiervoor zijn diverse redenen. Het risico bestaat dat het aanvraagdossier tot terugbetaling van de saneringskosten te laat kan worden ingediend. BOFAS stelde in het verleden reeds voor een aantal saneringen over te nemen en verder te zetten. Hierdoor wordt de aanpassing van de bestaande installaties efficiënt en doeltreffend uitgevoerd en worden de saneringen tijdig afgesloten. Reeds gemaakte kosten kunnen terugbetaald worden aan de aanvragers. Voor dit beperkt aantal kritische dossiers voorziet BOFAS een intense opvolging. Aanvragers voor een tussenkomst van BOFAS bij de sluiting van een tankstation merken bij de verkoop van hun grond dat dit omwille van de aanwezige bodemverontreiniging niet mogelijk is. Afhankelijk van de ernst van de bodemverontreiniging kan het immers nog een aantal jaren duren vooraleer BOFAS een bodemsaneringsproject laat opmaken. Om een oplossing te bieden voor dit probleem voorziet het Bodemdecreet een afwijkende maatregel op de overdrachtsbepalingen.
7.9.2 Vlabotex vzw Voor een periode van 30 jaar erkende de Vlaamse Regering op 14 september 2007 VLABOTEX vzw als bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector. Deze sector omvat de inrichtingen die op een chemische manier textiel reinigen, kortweg noemen we ze ‘nieuw- of droogkuis’. Tot 30 juni 2015 konden meerdere personen een overeenkomst voor overdracht van de saneringsplicht met VLABOTEX sluiten. Zowel de saneringsplichtige - huidige of voormalige - exploitanten van een nieuwof droogkuis als de eigenaars van een terrein waarop in het verleden een nieuw- of droogkuis werd geëxploiteerd kunnen deze overeenkomst ondertekenen. In ruil voor een forfaitaire jaarlijkse bijdrage van de contractant zal VLABOTEX in de periode van 30 jaar de decretaal voorziene bodemonderzoeken en
42
-saneringen voor de als historisch te beschouwen bodemverontreiniging met chemische reinigingsmiddelen (solventen) uitvoeren. In totaal werden 201 overeenkomsten voor de overdracht van de saneringsplicht gesloten met VLABOTEX. Jaarlijks voorziet de Vlaamse overheid een subsidie die gelijk is aan de totale jaarlijkse bijdrage die VLABOTEX van de contractanten ontvangt. Zo wordt de helft van de globale kosten voor de bodemonderzoeken en -saneringen voor de bodemverontreiniging met solventen gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De effectief uitbetaalde jaarlijkse subsidie bedraagt in de grootteorde van 1 miljoen euro. In 2019 voerde VLABOTEX 6 beschrijvende bodemonderzoeken uit, werden 6 bodemsaneringsprojecten opgesteld, 12 bodemsaneringswerven opgestart en 4 bodemsaneringen beëindigd. Artikel 164 van het Bodemdecreet laat via een ministerieel besluit uitzonderingen toe op de decretale overdrachtsprocedure. Op deze manier vermijden we dat alle betrokken panden of terreinen onverkoopbaar zijn, in afwachting van de bodemonderzoeken en –saneringen. Zo is onder bepaalde voorwaarden en na het doorlopen van de afgesproken procedure een eventuele overdracht (verkoop) mogelijk sinds 2012. Voor het concreet aantal dossiers waarbij deze procedure in 2019 effectief werd toegepast, verwijzen we naar het deel ‘Financiële zekerheden en eenzijdige verbintenissen’ (6.1).
7.9.3 Stookoliefonds De wetgeving die de werking van het fonds voor de bodemsanering van gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden (stookoliefonds) mogelijk zal maken is in de drie gewesten en op federaal niveau definitief goedgekeurd. In Vlaanderen werd het instemmingsdecreet voor het samenwerkingsakkoord op 20 februari 2019 met unanimiteit van stemmen goedgekeurd in het Vlaams parlement. Het samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 verscheen op 8 mei 2019 in het Belgisch Staatsblad. De petroleumsector heeft als gevolg daarvan de vzw Promaz opgericht en is gestart met de voorbereidingen om een erkenningsdossier als fonds in te dienen. De OVAM is vertegenwoordigd in het Interim Management Team en in diverse werkgroepen die hiervoor in 2018 in het leven zijn geroepen.
7.9.4 Tersana vzw De voorbije jaren hield de OVAM overleg met de betrokken federaties in de sector van de garage, carrosserie, en koetswerkbedrijven om deze bedrijven te ondersteunen bij het uitvoeren van bodemonderzoeken en -saneringen. De sectorfederaties, meer specifiek Traxio, Febelcar, Fedagrim en Bond van Garagisten beroepsverenigingen hebben hun schouders gezet onder Tersana vzw. Op 21 december 2018 erkende de Vlaamse Regering Tersana vzw als bodemsaneringsorganisatie voor de garage-, carrosserie- en landbouwmachinesector, en dit tot 31 december 2036. Op dezelfde datum werd
43
ook het voorstel van subsidiĂŤringsprogramma voor de periode 2019-2023 goedgekeurd en een startsubsidie toegekend. Door deze erkenning kunnen bedrijven uit de sector die geconfronteerd worden met bodemverontreiniging hun saneringsplicht overdragen aan Tersana vzw. Vanaf 1 april 2019 kunnen bedrijven uit de sector een overeenkomst met Tersana vzw afsluiten. Er wordt een aanmeldingsperiode van 3 jaar voorzien tot 31 maart 2022. Het aantal ontvankelijke aanvragen werd beperkt tot 1000. Tersana ontving vanaf 1 april 2019 de eerste aanmeldingen. Ook werden de eerste bodemonderzoeken in opdracht van Tersana vzw opgestart in het najaar van 2019.
7.10 WATERBODEMS De Europese kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) heeft als doel een Goede Ecologische Toestand (GET) en een Goed Ecologisch Potentieel (GEP) te bereiken van alle Vlaamse waterlichamen tegen 2027. Vervuilde waterbodems beletten een verdere verbetering van de waterkwaliteit en het ecologisch herstel van de waterloop. Via verschillende instrumenten pakt de Vlaamse Overheid deze problematiek aan. Uit recente evoluties blijkt dat bij meer en meer beleidsmakers het inzicht groeit dat ook het waterbodembeheer een inherent en belangrijk onderdeel van elk stroomgebiedbeheerplan moet uitmaken. In quasi alle stroomgebieden zijn immers zowel de waterkwaliteit, de verontreinigde waterbodems als de hydromorfologie de belangrijkste redenen waarom de goede toestand niet kan bereikt worden. Een holistisch en integraal sediment- en waterbodembeheer kan hier soelaas bieden. Sediment- en waterbodembeheer is bovendien niet alleen voor het waterkwantiteits- en het waterkwaliteitsbeheer belangrijk, maar ook voor het scheepvaartverkeer, het overstromingsbeheer, de materialenvoorraad en de circulaire economie, het duurzaam ruimtegebruik, de ecologische herstelprojecten en het waterkrachtbeheer. Daarenboven is de brongerichte reductie van sedimentaanvoer sterk gelinkt met het bodembeschermingsbeleid. Als gevolg van de klimaatverandering worden we geconfronteerd met extremere meteorologische verschijnselen die zich onder andere vertalen in intensere regenbuien, droogteperiodes en hittegolven. Een goede waterbodemkwaliteit, het belang van groen-blauwe netwerken ‌ speelt hier eveneens een belangrijke rol. Een duurzaam sediment- en waterbodembeheer vereist de identificatie, de prioritering en de aanpak van verontreinigde waterbodems. Informatie over de ligging en de oorzaak van potentieel verontreinigde waterbodems dient nog ruimtelijk geïntegreerd te worden om een gebiedsgerichte aanpak toe te laten. In 2019 ontwikkelde het VITO het prototype van de Waterbodemverkenner naar een desktoptool Waterbodemverkenner en een publieke webtool Waterbodemverkenner (in de DOV-verkenner) met de resultaten per waterloopsegment raadpleegbaar en bevraagbaar via een gebruikersinterface. De Waterbodemverkenner (geheel van desktoptool en webtool) stelt een gebiedsdekkende onderzoeksprioritering voor Vlaanderen op. De rankschikking van waterloopsegmenten in een
44
onderzoekslijst gebeurt via een multi-criteria analyse (MCA). De 8 geselecteerde criteria weerspiegelen de maat van verontreiniging, de ecologische waarde, de kans op duurzaam herstel en het economisch belang van waterloopsegmenten in een ruimtelijk expliciete manier. Elk criterium wordt opgedeeld in klassen waaraan scores worden gekoppeld. Daarnaast wordt voor elk criterium een wegingsfactor gedefinieerd. Om gevoeligheids- en impactanalyses te ondersteunen kan men binnen de desktoptool een aantal zaken aanpassen, zoals de rekenparameters (scores en gewichten) en de criteria in de effectieve berekening. Andere functionaliteiten laten toe om de resultaten te bevragen, te filteren en te vergelijken met andere informatielagen en ondersteunen zo meer operationele analyses. De output van de desktoptool bevat de scores per waterloopsegment die vervolgens in de DOV-verkenner geïmplementeerd worden onder het luik ‘Waterbodemverkenner’. De desktoptool is zodanig ontwikkeld dat de output van de tool afgestemd is op de nodige dataformat die de gebruikersinterface bij DOV vereist. Om (historische) verontreiniging in waterlopen aan te pakken is het belangrijk de risico’s van de aanwezige polluenten correct in te schatten. Een risicoanalyse van verontreinigde sedimenten is echter erg complex en vereist onderzoek naar onder meer de concentraties aan polluenten, hun biobeschikbaarheid, de mogelijke effecten op fauna en flora en de kans op verspreiding. Het is niet wenselijk en economisch onhaalbaar om deze uitgebreide risicoanalyse uit te voeren in alle Vlaamse waterlopen. In 2019 bepaalde de Universiteit Antwerpen de triggerwaarden voor verschillende polluenten. De triggerwaarde is een concentratie waaronder geen aanzienlijke effecten op de aanwezige biota worden verwacht. De literatuurstudie over bestaande risicomodellen bij waterbodems werd afgewerkt. Hierna werd in samenwerking met het VITO en de stuurgroep van deze opdracht een onderbouwde methodiek uitgewerkt ‘Duidelijke Aanwijzing voor een Ernstige Waterbodemverontreiniging’ en werd deze methodiek getoetst aan verschillende dossiers met waterbodemverontreiniging. Het project voor de inventarisatie van potentiële hotspots met waterbodemverontreiniging, opgestart in 2017, werd verdergezet. Tijdens de voorbije twee jaar lag de focus lag op het onderzoek van de meest verdachte potentiële hotspots. Daarentegen werden in 2019 de prioritair verdachte waterloopsegmenten met 1 of meerdere potentiële hotspots onderzocht. 193 voorstudies werden afgerond, 65 segmenten werden bemonsterd en voor 83% van de bemonsterde segmenten werden de triggerwaarden overschreden. De sanering van de Winterbeek werd verdergezet. De Winterbeek in Beringen, Tessenderlo, Diest en Scherpenheuvel-Zichem is al decennialang verontreinigd met zware metalen zoals cadmium en radium. Dat heeft een negatieve impact op de grond, de waterkwaliteit en de natuur. Begin maart 2016 sloten de OVAM, de Vlaamse Milieumaatschappij en de Tessenderlo Group een samenwerkingsovereenkomst af om de Winterbeek te saneren. Over een lengte van 17 kilometer wordt de waterbodem weggehaald en waar nodig weer aangevuld met zuivere grond. Ook de oevers en de overstromingsgebieden krijgen een grondige schoonmaakbeurt. De verontreinigde grond wordt afgevoerd naar een saneringsberging op het terrein van Tessenderlo Chemie.
45
De werkzaamheden zijn gespreid van 2017 tot 2021 en zijn opgedeeld in 4 deelgebieden. Elk jaar wordt een deelgebied aangepakt, van stroomopwaarts naar stroomafwaarts. Zo voorkomen we dat gesaneerde stukken opnieuw verontreinigd raken door het opwoelen en afstromen van verontreinigde bodem. In 2019 werden de bodemsaneringswerken afgerond ter hoogte van deelgebied 2: Rietbroek en Dassenaarde. Voor deelgebied 3, Molenstede en Kraanrijk zijn in 2019 de werken aanbesteed volgens het conform verklaarde bodemsaneringsproject voor deelgebied 3.
7.10.1 RESANAT Het ingediende project RESANAT werd in 2019 goedgekeurd. Het Interreg-project RESANAT, ofwel ‘restverontreiniging saneren met natuurgebaseerde technieken’ is een Vlaams-Nederlandse samenwerking om een aantal saneringstechnieken voor PAK’s en olie te verfijnen. In RESANAT werken zeven kleine en grote bedrijven uit Nederland en Vlaanderen (Witteveen en Bos, Tauw, Jan de Nul Group-Envisan, Duravermeer, Bio2Clean, TTE en Iflux) samen met de kennisinstelling Deltares en de OVAM om de herontwikkeling van verontreinigde locaties in Nederland en Vlaanderen te stimuleren. Conventionele sanerings- en beheerstechnieken zijn kostbaar en energie-intensief. RESANAT zal inzetten op innovatie van duurzame saneringstechnieken, waarbij planten, microorganismen, natuurlijke materialen, en wind- en zonne-energie worden ingezet om restverontreiniging te beheersen. Duizenden locaties in Vlaanderen en Nederland die nog met (rest)verontreiniging kampen, zouden dankzij deze vernieuwende technieken op termijn opnieuw duurzaam inzetbaar kunnen worden. Het verbeteren van deze technieken gebeurt via drie pilootproeven. Twee van de drie pilootproeven zullen plaatsvinden op en in Vlaamse bodem. In de Lieve in Gent helpen matten op basis van organoklei de historische PAK verontreiniging aan te pakken. Op de Carcoke-terreinen in Zeebrugge plant het project een aantal gewassen om te kijken hoe zij de teer, BTEX, cyanide en andere stoffen te lijf gaan. Het derde pilootproject in het Nederlandse ’s Gravenmoer vergaart kennis over opschaling en de praktische toepassingsmogelijkheden van plaatsgebonden biostimulatie. Biostimulatie is het versnellen van de biologische afbraak van verontreinigingen door micro-organismen aan de bodem toe te dienen. Door de methode verder te ontwikkelen kan deze worden ingezet om de nazorg van verontreinigingen op een milieutechnisch verantwoorde wijze te beëindigen. Het RESANAT project loopt van mei 2019 tot april 2022 en heeft een totaal budget van 2,2 miljoen euro waarvan de Europese Unie ongeveer 50% subsidieert.
46
7.10.2 SULLIED SEDIMENTS Europese waterwegen worden bedreigd door de aanwezigheid van ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen die nog niet gereguleerd zijn door de Europese Kaderrichtlijn Water: denk aan stoffen in cosmetica, farmaceutische producten en bestrijdingsmiddelen, bv. triclosan in tandpasta. Voor veel van die stoffen is aangetoond dat ze schadelijk zijn voor het ecosysteem. Ze stapelen zich op in de waterbodem van rivieren en kunnen daar jarenlang aanwezig blijven. Waterloopbeheerders en beleidsmakers weten vaak niet hoe ze met deze nieuwe verontreinigende stoffen moeten omgaan, want er ontbreekt nog veel informatie over de locatie en de effecten van die ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen. Dat maakt het moeilijk om juiste, duurzame en kosteneffectieve maatregelen te nemen. Door het gebrek aan data en kennis is het ook moeilijk om de kosten van bv. baggerwerken en de verwerking van de gebaggerde specie in te schatten. Sullied Sediments, ‘Sediment Characterisation and Remediation for inland waterways’, is een Interregproject onder het Noordzeeregio-programma dat loopt van 2017 tot en met juni 2020. Het project wil ondersteuning bieden op drie vlakken: een betere risico-inschatting van ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen in sediment. Bij deze risicoinschatting wordt ook het risico van de ‘conventionele’ verontreinigingsparameters meegenomen. een betere behandeling (zowel in situ als ex situ) van verontreinigde waterbodem en sediment en betere mogelijkheden tot het hergebruik van verontreinigd sediment. een betere preventie van verontreiniging door de bewustmaking van alle betrokkenen. Het projectconsortium bestaat uit 13 partners uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Vlaanderen. Naast de OVAM zijn de Vlaamse Milieumaatschappij en de Universiteit Antwerpen betrokken als Vlaamse partner. In 2019 voerde OVAM als partner verschillende taken van dit project uit: Om tot een beter risicobeheer te komen, werkte de OVAM verder aan een risico-model. Dit model evalueert de risico’s van verontreinigde waterbodem, zowel in situ als ex situ. Ook werd gestart met de prioritering van emerging contaminants op basis van hun belang voor waterbodembeheer: zowel voor de ecologische risico’s als voor de humane risico’s. Voor het luik behandeling van sediment startte de OVAM verschillende pistes op. Via een uitgewerkte beslisboom kan men de saneringsmogelijkheden van verontreinigd sediment beter selecteren. We zoeken meer mogelijkheden voor verontreinigd sediment in de circulaire economie via een juridische en milieutechnische analyse (o.a. de opmaak van end-of-waste criteria) en de uitwerking van een studie in systeemdenken.
7.10.3 NARMENA Het ingediende project Life Narmena werd in 2019 goedgekeurd.
47
In het LIFE-project NARMENA ofwel Nature-based Remediation of Metal pollutants in Nature Areas to increase water storage capacity, zoeken we samen met de projectpartners naar oplossingen voor historische metaalverontreiniging. We testen twee types niet-invasieve, natuurgebaseerde saneringsmethoden uit, waarbij we de (water)bodemsanering afstemmen op natuurbehoud en waterberging. Naast de ontwikkeling van innovatieve bodemsaneringstechnieken wordt in het project ook ecomodellering onderzocht en toegepast om de toxiciteit voor een organisme in relatie te brengen tot de beschikbaarheid van een bepaalde schadelijke stof in het milieu. Dit kan de huidige drempelwaardes onderbouwen of bijstellen voor verontreinigende stoffen in waterbodems. In het NARMENA-project worden demonstratieprojecten voorzien in de valleien van drie met metalen verontreinigde waterlopen. Deze drie beken - de Grote Calie (regio Turnhout-Kasterlee), de Winterbeek (regio Scherpenheuvel-Zichem) en de Laak (regio Geel–Zammel) - stromen door Natura 2000 gebied. Door het aanleggen van fytoremediatievelden en ‘constructed wetlands’ reduceren we de biobeschikbaarheid van de metalen aanzienlijk, waardoor mogelijke risico's voor het ecosysteem worden beperkt of uitgesloten. De OVAM doet dit samen met het Agentschap voor Natuur en Bos en Natuurpunt, die eigenaar en beheerder zijn van de natuurgebieden. Ook de Vlaamse Milieumaatschappij, als waterloopbeheerder van de Laak en de Winterbeek, is partner in dit project. ABO NV (bodemonderzoek en –sanering), Bio2clean (fytoremediatie) en ARCHE Consulting cvba (ecomodellering) zorgen voor een kwaliteitsvol partnerschap voor dit uitdagende project. Het NARMENA project loopt van juli 2019 tot augustus 2025 en heeft een totaal budget van 4,5 miljoen euro, waarvan de Europese Unie ongeveer 55% subsidieert.
7.11 STORTPLAATSEN EN EU-PROJECTEN Binnen Vlaanderen heeft de OVAM binnen de brede inventarisatieronde van risico-activiteiten ook de (voormalige) stortplaatsen beter in kaart gebracht. Deze actie kadert enerzijds in de doelstelling 2036 en anderzijds binnen de Europese onderzoeksprojecten rond het langetermijnbeheer van stortplaatsen. Eind 2019 had de OVAM 3318 stortsites geïdentificeerd. Amper een 20-tal locaties zijn vandaag nog vergund of operationeel en de aanvoer is zeer beperkt. Zowel voor huishoudelijk als industrieel afval wordt minder dan 2% van het geproduceerde afval gestort. De uitdaging is vooral een strategie uit te werken die voormalige stortplaatsen niet enkel veilig maakt maar ook een meer duurzame invulling geeft. De OVAM werkt in dat verband verder op de conceptnota ‘Duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen’ (DVS). Deze nota werd goedgekeurd 16 oktober 2015. Het ging om een vernieuwend concept waarbij we stortplaatsen niet langer zien als louter statische constructies die voor de eeuwigheid zijn ontworpen. Ze worden beschouwd als dynamische voorraden
48
van materiaal, energie en ruimte die vroeg of laat een meerwaarde opleveren voor de leefomgeving en de lokale economie. Door de wijziging van het Bodemdecreet op 29 november 2017 (Belgisch Staatsblad op 2 februari 2018) komt er een verplicht bodemonderzoeksmoment voor de nog niet onderzochte gronden met een potentieel historische bodemverontreiniging. Elke voormalige stortplaatsen valt uiteraard ook onder deze regeling. Om de onderzoeken beter te stroomlijnen worden specifieke voorschriften voor stortplaatsen uitgewerkt en opgenomen in de standaardprocedures (publicatie 2020). Vanuit andere regelgeving wordt ook aan de praktische invulling en promotie van DVS verder gewerkt. Een recente wijzing van Vlarem voert een specifieke rubriek 2.2.9 in voor de ontginning van stortplaatsen, de zogenaamde Enhanced Landfill Mining projecten (ELFM). Daarnaast voorziet een wijziging van de heffingsregeling dat sinds 1 juli 2018 geen heffingen verschuldigd zijn op de afvalstoffen die afkomstig zijn uit een door de OVAM goedgekeurd ELFM-project en opnieuw dienen gestort. Vanuit de brownfieldconvenanten zijn er sinds 2017 oproepen gelanceerd waarin bijzondere aandacht wordt gevraagd voor projecten met de herontwikkeling van stortplaatsen. Deze innovatieve benadering is ook opgepikt door de Europese Commissie en resulteerde in vijf onderzoeksprojecten waarin de OVAM als partner of adviseur betrokken is.
7.11.1 COCOON Het Interreg Europe project COCOON (Consortium for a Coherent European Landfill Management Strategy) is een netwerk van overheden om beleidsinstrumenten te ontwikkelen en te integreren om een duurzaam beheer van stortplaatsen mogelijk te maken. De stortplaats als eindbestemming is volgens de projectpartners van COCOON in strijd met de gedachte van een circulaire economie en een duurzame gebiedsontwikkeling. De partners in COCOON streven daarom naar een dynamisch stortplaatsbeheer: Dynamic Landfill Management. Het Vlaamse DVS-concept gaat Europees. De eerste fase is in 2019 afgerond en resulteerde in een Good Practice Handbook.
7.11.2 RAWFILL Het Interreg NWE project RAWFILL (supporting a new circular economy for RAW materials recovered from landFILLs) legt meer de nadruk op het onderzoek en de classificatie van stortplaatsen met het oog op ontginning. In 2019 leverde de OVAM een bijdrage aan het geofysische onderzoek om zo een meer kwaliteitsvolle en kostenefficiĂŤntere karakterisatiemethode te ontwikkelen. De OVAM leverde in 2019 de ontwerpversies van de 2-staps beslissingsondersteunende modellen Cedalion en Orion af. Een belangrijk onderdeel vormt ONTOL (Online Tool for the Evaluation of Landfill Mining Projects). Dit is het resultaat van de samenwerking met de Technische Universiteit Wenen. Daarin wordt de methodiek van het beoordelingsmodel United Nations Framework Classification for Resources (UNFC) toegepast. Dit werd in 2018 ingevoerd om de antropogene voorraden naar hun mogelijke ontginning in te delen.
49
In 2019 leverde de OVAM bijdragen aan de werkgroep Landfill mining van het Minea-project (Mining the European Anthroposphere), een netwerk van een 20-tal universiteiten. De publicaties worden verwacht in april 2020. Het New-Mine project is een MSCA-project dat 15 doctoraatstudenten aan diverse EU-universiteiten (KUL, UA, UG) ondersteund rond ELFM. De OVAM maakt deel uit van de advisory board en droeg bij tot diverse onderzoeksthema’s. In september 2019 werd het Interreg NWE project Regeneratis goedgekeurd. Dit Interreg-project beoogt een opwaardering van (voormalige) terreinen van de metaalverwerkende industrie. Hoewel recente metaalafvalstromen behandeld en gerecycleerd worden, beschouwt men oudere afvalstoffen (aggregaten met hoog ferro-metaalgehalte, schroot, slakken,…) als een bron van verontreiniging én duur om te beheren of te elimineren. Regeneratis is erop gericht dit probleem om te zetten in een kans door grote volumes grondstoffen (metalen, materialen en land) terug te winnen.
50
8 ANDERE BELEIDSASPECTEN 8.1 REGELING GRONDVERZET ln 2019 is een belangrijke stap gezet op de weg naar een kwaliteitsvoller en circulair grondverzet. Op 1 april 2019 is de gewijzigde regeling voor het gebruik van bodemmaterialen van titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO in werking getreden. Om de kwaliteitsvolle uitvoering van de werken volgens de regeling te waarborgen, steunt de wetgeving op geijkte standaardprocedures en codes van goede praktijk. Met de praktijkervaring en op basis van de standaardprocedures en codes van goede praktijk die nu al worden toegepast, zijn de procedures en codes verfijnd en zijn specifieke procedures uitgewerkt voor bagger- en ruimingsspecie. Al de voorbereidende stappen - van de codes aanpassen tot de achterliggende websitepagina's - zijn gezet zodat de gewijzigde regelgeving succesvol in voege trad. De internationale samenwerking rond het hergebruik van bagger- en ruimingsspecie (BRS) is opgestart. De systeemanalyse van bagger- en ruimingsspecie (BRS) in het watersysteem is succesvol afgerond. Met het zicht op de toekomst is een studie geïnitieerd om de grondstromen binnen het grondverzet in kaart te brengen en de data te centraliseren.
8.2 DUURZAME BODEMSANERING Bodemsanering willen we op een zo duurzaam mogelijke manier uitvoeren. Dit betekent dat we kiezen voor technieken die zuinig omgaan met energie en materialen en waarbij er zo weinig mogelijk CO2 wordt uitgestoten. We integreren bodemsanering in andere maatschappelijke processen, en betrekken alle stakeholders. Ook zorgen we ervoor dat de bodemkwaliteit en de ecosysteemdiensten die de bodem levert zo weinig mogelijk worden aangetast. Dit betekent onder meer dat de voorkeur wordt gegeven aan technieken die de structuur, het organische stofgehalte en het bodemleven niet aantasten. Zo’n technieken worden ook ‘naturebased solutions’ of natuurgebaseerde saneringstechnieken genoemd. Een saneringstechniek die hieraan beantwoordt, is fytoremediatie. De code van goede praktijk voor fytoremediatie wordt uitgetest in de praktijk. Deze code beschrijft in welke gevallen fytoremediatie kan worden ingezet. Daarnaast bevat de code praktische richtlijnen om haalbaarheidstesten, opvolging en monitoring uit te voeren. Momenteel loopt een pilootproef waarbij fytoremediatie helpt om gechloreerde solventen en 1,4-dioxaan uit het grondwater te verwijderen. Voor het duurzaam beheer van de restverontreinging werd een systeem ontwikkeld met gebruiksadviezen. Gebruiksadviezen geven advies over het mogelijke gebruik van een grond met bodemverontreiniging maar houden geen verplichtingen in zoals dat bij gebruiksbeperkingen het geval is. Het bodemattest vermeldt deze gebruiksadviezen. Bij het ontwikkelen van beleidsinstrumenten voor duurzame bodemsanering en duurzaam beheer van restverontreiniging, werd duidelijk dat meer fundamentele aanpassingen aan het beleidskader nodig zijn
51
om onze bodems in al hun aspecten te beschermen en te vrijwaren voor de toekomstige generaties. Er is meer dan ooit behoefte aan ‘bodemzorg’ (zie deel 8.3).
8.3 BODEMZORG Binnen het project bodemzorg zoeken we naar een maatschappelijk draagvlak en instrumenten om ervoor te zorgen dat bodems in de toekomst als een te beschermen goed worden behandeld. Bodems hebben immers een bijzondere zorg nodig omwille van hun cruciale en unieke rol in het ecosysteem. Gezonde bodems zijn het fundament voor voedselveiligheid en een gezond menselijk leven. Goed beheerde bodems spelen een belangrijke rol om de problemen van de klimaatverandering op te vangen. Om dit te realiseren is het nodig diverse aspecten opnieuw te bekijken. Dient het juridisch kader te worden aangepast? Wat is nodig aan databanken en de ontsluiting van bodeminformatie (IT-aspecten)? Kan een instrument zoals het bodemattest of het geoloket hiervoor worden ingezet? Welke andere beleidsinstrumenten moeten worden ontwikkeld? We zoeken hiervoor niet alleen een draagvlak bij de betrokken sectoren en de overheden, maar ook in een bredere maatschappelijke context. Het project bodemzorg heeft raakvlakken met een reeks van bodemthema’s zoals grondverzet, diffuse bodemverontreiniging, opkomende stoffen (‘emerging contaminants’), stortplaatsen, beheer van restverontreiniging, gebiedswerking, ecosysteemdiensten, … Voor deze verschillende bodemthema’s worden concrete beleidsinstrumenten ontwikkeld of aangepast. Deze instrumenten hebben meestal een gemeenschappelijke basis. Via het project bodemzorg zorgen we voor convergentie tot één transparant en helder beleidskader. Een gezonde en levende bodem levert vele onmisbare en cruciale bodemdiensten aan de mens en zijn omgeving: de productie van veilig voedsel en water, een gezonde leefomgeving, een habitat voor de biodiversiteit, de regulering van ons klimaat, ... In onze huidige wereld vol maatschappelijke uitdagingen staat bodem als natuurlijk kapitaal echter sterk onder druk door verontreiniging en andere bodembedreigingen zoals erosie, verlies aan organische koolstof, afdekking en compactie, … en door het opbod van de huidige ruimteclaims. Hierdoor wordt de bodemkwaliteit en dus de noodzakelijke levering van de bodemdiensten aangetast. Het voorkomen van de verdere degradatie van bodem en land, het duurzaam beheer en gebruik en het herstellen van bodemdegradatie (en dus van bodemkwaliteit) waar nodig, is een urgente en complexe opgave. De OVAM voorziet met haar huidige bodembeleid en flankerend instrumentarium in een gedegen curatieve aanpak van bodemverontreiniging met aanvullend ook een belangrijk preventief luik. (Dit luik bevat onder andere: een strengere regeling van de saneringsplicht en de aansprakelijkheid voor nieuwe bodemverontreiniging, het duurzaam beheer van bodemmaterialen via de grondverzetregeling en een algemeen kader voor bodembescherming). Voor andere nieuwe uitdagingen zijn nieuwe oplossingspistes nodig, waarvan er enkele momenteel in de verkenningsfase zijn. Denk bij deze uitdagingen onder andere aan: het beleid rond opkomende stoffen en diffuse verontreiniging, de verdere preventie van verontreiniging, het versterken van de ambities van duurzaam circulair landgebruik (met het waarderen
52
van de gezonde en veerkrachtige bodem via nieuwe vormen van waarde-creatie) en het integreren van de zorg voor bodem-ecosysteemdiensten. De tien inhoudelijke bodemzorg-thema’s waar de OVAM op inzet zijn: grondverzet, opkomende stoffen (emerging contaminants), diffuse verontreiniging, soil+land stewardship, preventie, dynamic landfill management, restverontreiniging, ecosysteemdiensten-biodiversiteit-naturebased solutions, soil and land as a resource in the CE, gebiedswerking. Vier transversale procesmatige thema’s zijn hierbij van belang: data- en informatiemanagement, regelgeving en flankerende instrumenten, samenwerking tussen de overheden en coördinatie-opvolging. Voor enkele thema’s worden de acties uitgevoerd in 2019 verder toegelicht.
8.4 DIFFUSE BODEMVERONTREINIGING Diffuse bodemverontreiniging is bodemverontreiniging die niet onmiddellijk kan worden toegeschreven aan een gekende bron of een risico-activiteit. Met de huidige regelgeving wordt diffuse bodemverontreiniging niet of nauwelijks aangepakt, omdat het Bodemdecreet en het VLAREBO in de eerste plaats gericht zijn op bodemverontreiniging die wordt veroorzaakt door een duidelijk identificeerbare bron of risico-activiteit. Omwille van de gezondheidsrisico’s en de bedreiging van ecosystemen (op korte en lange termijn) is het noodzakelijk dat diffuse bodemverontreiniging eveneens wordt geïnventariseerd en beheerd of aangepakt. Als eerste stap werd een verkennende beleidsstudie uitgevoerd, met als doelstellingen: 1. alle gegevensbronnen over diffuse bodemverontreiniging in Vlaanderen inventariseren; 2. de impact en problematiek inschatten, dit wil zeggen een globale risico-evaluatie voor Vlaanderen, als basis voor prioritering van de gegevensbronnen; 3. voorstellen formuleren voor de verdere aanpak van diffuse bodemverontreiniging via het bodembeleid van de OVAM. De blootstelling aan (diffuse) verontreiniging in particuliere of publieke moestuinen kan leiden tot gezondheidsrisico’s bij de consumptie van zelfgekweekte gewassen of de eieren van eigen kippen. Om deze risico’s te verminderen of weg te nemen werden in 2019 de volgende acties uitgevoerd: ondersteuning van tuiniers bij vragen over bodemverontreiniging in hun moestuin: via de website Gezond uit eigen grond en via bijkomend individueel advies; uitvoering van een studie die zich specifiek richtte op de aanpak van bodemverontreiniging in volksen samentuinen. In een eerste stap inventariseerden we de volks- en samentuinen in Vlaanderen. We bekeken de voornaamste kenmerken die een invloed hebben op de bodemkwaliteit. Uit alle volks- en samentuinen kozen we vervolgens twintig zo divers mogelijke tuinen uit om te onderzoeken. Er werden bodemstalen genomen. Op die stalen werden analyses uitgevoerd. De resultaten waren grotendeels positief wat betreft verontreiniging met klassieke stoffen, zoals zware metalen of PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Slechts in één volkstuin werden verhoogde concentraties aangetroffen. Deze zijn vermoedelijk te wijten aan een naastgelegen beek die geregeld overstroomt. Voor deze volkstuin stelden we een uitgebreid advies op om toch gezonde gewassen te kunnen telen.
53
8.5 EMERGING CONTAMINANTS In de huidige bodemsaneringspraktijk worden hoofdzakelijk courante en goed bekende verontreinigende stoffen gemeten. Er zijn echter heel wat ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen of ‘emerging contaminants’ die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken: bv. allerlei toeslagstoffen, gebromeerde vlamvertragers, perfluorverbindingen, gewasbeschermingsmiddelen, farmaceutische stoffen, … Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze stoffen risico’s voor de menselijke gezondheid en het ecosysteem veroorzaken. Vaak zijn er echter nog geen richtlijnen of standaard analysemethoden beschikbaar, of ontbreekt er nog kennis over het gedrag van deze stoffen in de bodem en het grondwater. Het is vaak onduidelijk hoe men met deze problematiek moet omgaan, en zijn er vragen over onderzoeks- en saneringsplicht en aansprakelijkheid. Dit leidt tot juridische en financiële onzekerheid voor de betrokkenen. Het is onze ambitie een gezamenlijke aanpak uit te werken in een internationale en Europese context, waarbij we beleidsmakers, onderzoekers, probleembezitters, adviesbureaus en andere belanghebbenden betrekken. Daarom nam de OVAM het initiatief voor de oprichting van een internationale netwerk EmConSoil. Het doel is kennis en ervaring uit te wisselen, en samen een beleid en een praktisch haalbare aanpak te ontwikkelen. Als vertrekpunt publiceerde de OVAM in 2019 het witboek Challenges for emerging soil contaminant governance & policy. Dat analyseert de uitdagingen en de problemen die de verschillende stakeholders zien, en stelt acties en thema’s voor waaraan we met EmConsoil willen werken. EmConSoil wil een open netwerk zijn voor alle belanghebbenden uit verschillende landen en uit diverse sectoren (onderzoek, beleid, bedrijven, adviesbureaus). Dit initiatief komt voort uit de eerste ENSOr-workshop (Emerging policy challenges on New SOil contaminants) in Brussel in 2018. Voor de implementatie van deze nieuwe stoffen in het Vlaamse bodembeleid volgt de OVAM een stapsgewijze aanpak. In 2019 werd het beleid over perfluorverbindingen of PFAS verder uitgewerkt. We stelden richtlijnen op voor de brandweerkorpsen en voor het grondverzet. Er werden bodemsaneringsnormen afgeleid voor PFOS en PFOA. Dit zijn twee van de meest voorkomende perfluorverbindingen. Daarnaast hebben we een onderzoek opgestart om de achtergrondwaarden of streefwaarden voor PFAS in de bodem te bepalen. Samen met de andere Vlaamse milieu-administraties stelden we een geïntegreerd actieplan voor PFAS op.
8.6 GEBIEDSGERICHTE ONTWIKKELING Gebiedswerking is de overtreffende trap van samenwerking. Waar sectoraal beleid en gesplitste bevoegdheden ontoereikend zijn, geeft gebiedswerking de kans om functies, infrastructuren, disciplines, partijen, projecten, belangen, budgetten, … te verbinden met het oog op een duurzame (her)ontwikkeling van een logisch begrensd en samenhangend gebied. Het biedt een handelingsperspectief om de grote vraagstukken van vandaag op te pakken, de kennis van de betrokken actoren en de bestaande initiatieven actief te bundelen, uit te wisselen en te versterken om tot gezamenlijke realisaties op het terrein te komen.
54
De OVAM startte binnen het strategische plan 2015-2019 met het koppelen van kansen voor materialen en bodembeheer binnen het ruimtelijk beleid. Dit gaf snel aanleiding tot de ontwikkeling van deze gebiedswerking. Hiervoor werkten we samen met en binnen Vlaamse en internationale relevante platformen en netwerken, lokale besturen en provincies. We gingen aan de slag binnen TOP Noordrand. We werkten samen rond de pilootprojecten BWMSTR Terug in omloop, we onderzochten stedelijk metabolisme, … Het beleid rond gebiedswerking benadrukt ook de waarde van ‘land as a resource’ waarbij een sanering niet alleen ‘ruimte(n) recycleert’, maar ook bodem- en andere diensten levert die de stad gezond houden. Het biedt kansen voor bodemzorg. Bovendien biedt de tussentijd bij het saneren, naast het ‘veranderen van de plek’ op vlak van stedenbouw, allerlei culturele en maatschappelijke organisaties de kans om te experimenteren. Een mooie weerslag van deze initiatieven zijn terug te vinden in de Terugblik van Vlaanderen Circulair . In 2019 zette de OVAM extra in op: de samenwerking met het Departement Omgeving, het Agentschap voor Natuur en Bos, perspective.brussels, en Leefmilieu Brussel binnen TOP Noordrand; Deze samenwerking vormt de basis voor ontwerpend onderzoek rond de ontwikkeling van een ambitieuze landschapsvisie voor de versterking en de ontwikkeling van een coherent open ruimte netwerk op regionaal niveau in en rond Brussel door een geïntegreerde aanpak die rekening houdt met de bodemkwaliteit; het trekken van de programmaverkenning Grondzaken binnen het Openruimteplatform samen met het Departement Omgeving en de VLM in samenwerking met het programmateam: INBO, L&V, ANB, Ag Onroerend erfgoed, ILVO en VITO; de verkenning van de kansen voor materialen en bodembeheer binnen circulaire stadshavens de verkenning van een circulaire gebiedsontwikkeling met focus op het Oost Vlaamse kerngebied.
8.7 SOIL AND LANDSTEWARDSHIP Soil+Land Stewardship (vaak vertaald als ‘rentmeesterschap’) - als actief handelingsperspectief voor bodemzorg - is één van de oplossingspistes die we uitwerken om de bodemuitdagingen voor de toekomst aan te pakken. Stewardship gaat uit van het duurzaam en gebalanceerd gebruik van onze natuurlijke hulpbronnen. Hierbij wordt nadrukkelijk een verantwoordelijkheid (‘accountability’) voor de (toekomstige) maatschappij en het ecosysteem gelegd, en dit bij eenieder die een relatie of rol ten opzichte van deze hulpbronnen heeft. In een historische context is de steward de persoon die de zorg van een gebied of koninkrijk overneemt ‘in het belang van’ de op dat moment minderjarige koning. In die zin kan stewardship ook opgevat worden als de zorg voor onze omgeving (waaronder de bodem) die de actoren van de huidige generatie opnemen ‘in het belang van’ de minderjarige generatie, en bij uitbreiding alle toekomstige generaties en de niet-menselijke organismen (o.a. de biodiversiteit). De OVAM ziet in stewardship een potentiële hefboom om iedereen aan te moedigen de verantwoordelijkheid voor bodemzorg (waaronder de opgesomde uitdagingen) op te nemen en in de praktijk te brengen. Om dit te bereiken, werken we in verschillende lagen:
55
1. het besef van het belang van een gezonde bodem en de sense of urgency voor bodemzorg door een toenemend bodembewustzijn versterken; én 2. de nodige regelgevende kaders en kennis aanbieden om deze bodemzorg te kunnen toepassen; zodanig dat dit leidt tot 3. meer bodemzorg - en dus ook meer bodemzorgers of -stewards - in de praktijk binnen verschillende contexten, doelgroepen en ruimtelijke schalen: van micro- over meso- tot macroschaal (gebiedswerking). Binnen elk van deze lagen werkten we in 2019 aan verschillende concrete acties: de creatie van een draagvlak en bewustzijn, en de uitbreiding van kennis via workshops op internationale fora (WRF, AquaConsoil, … ); de ontwikkeling van toekomstscenario’s binnen een internationale groep van stakeholders; de juridische verkenning van de mogelijkheden om stewardship en bodemzorg in regelgeving te verankeren; de uitbouw van netwerken om de stewardship-community actief vorm te geven: via de architectuurbiënnale IABR, via het OpenRuimtePlatform (programma Grondzaken), via de denktank van KVAB, … goede praktijken stimuleren op maat van de doelgroep: bv. via de ontwikkeling van richtlijnen voor het beheer van verontreinigde bodem binnen onthardingstrajecten, …
56
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 Houders van lopende rekeningen ............................................................................... 11 Tabel 2 Aantal ontvangen en verwerkte bodemonderzoeken en Bodemsaneringsprojecten.... 13 Tabel 3 Overzicht bodemsaneringsprojecten .......................................................................... 16 Tabel 4 Aantal schadegevallen ............................................................................................... 18 Tabel 5 Aantal meldingen bodemverontreiniging ................................................................... 18 Tabel 6 Totale effectieve vastleggingsbedragen voor ambtshalve opdrachten ........................ 20 Tabel 7 Aantal ambtshalve uitvoeringen................................................................................. 21 Tabel 8 Voornaamste tussenkomsten 2019 ............................................................................ 22 Tabel 9 Verzoeken artikel 164 ................................................................................................ 29 Tabel 10 overzicht opgestarte, afgesloten, lopende site/woonzone per gemeente ................. 37
LIJST VAN FIGUREN Figuur 1 Aantal afgeleverde bodemattesten per jaar .............................................................. 10 Figuur 2 Overzicht aantal verontreinigde en niet-verontreinigde grond .................................. 14 Figuur 3 Overzicht BBO-BSP cumulatief .................................................................................. 15 Figuur 4 BSP-BSW cumulatief ................................................................................................. 16 Figuur 5 Boomstructuur (op dossierniveau) ............................................................................ 17 Figuur 6 geregistreerde incidenten met stookolietanks ........................................................... 19
57