Skip to main content

SERV_20221010_energiesleutels_ADV.pdf

Page 1

VLAAMSE SLEUTELS OM DE ENERGIECRISIS KORT TE SLUITEN


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)

Goedkeuring raad

10 oktober 2022

Contactpersoon

Annemie Bollen

abollen@serv.be

Julien Matheys

jmatheys@serv.be

Peter Van Humbeeck

pvhumbeeck@serv.be


De heer Jan JAMBON Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, Digitalisering en Facilitair Management Martelaarsplein 19 B-1000 Brussel

Vlaamse sleutels om de energiecrisis kort te sluiten Mijnheer de minister-president De energiecrisis duwt steeds meer gezinnen in armoede en brengt steeds meer bedrijven, kmo’s, land- en tuinbouwbedrijven, sociale ondernemingen en organisaties in grote problemen. Vlaanderen heeft met de juiste bevoegdheden én middelen belangrijke sleutels in handen om de impact van de energiecrisis te temperen. De SERV waardeert dan ook dat de Vlaamse Regering in haar Septemberverklaring bijkomende maatregelen aankondigde om gezinnen en ondernemingen te steunen. Zonder zich nu al in detail over deze maatregelen uit te spreken – over de meeste zullen nog adviesvragen volgen – wijst de SERV erop dat Vlaanderen nog enkele bijkomende sterke sleutels kan inzetten om de energiecrisis sneller, meer ten gronde en gerichter aan te pakken. In dit advies herhaalt de SERV de oproep van 22 september 20221 om op korte termijn werk te maken van grootschaligere projecten om het brandstofverbruik snel te verminderen en zo de energiefacturen te verlagen. Die collectieve projecten moeten voorzien in drie types activiteiten. Ten eerste moeten ze massaal verwarmingsinstallaties afregelen. Ten tweede moeten ze investeringen in warmtepompen, isolatie en zonnepanelen faciliteren. Ten derde moeten ze voorzien in kleinere maatregelen zoals energiescans, radiatorfolie, spaardouchekoppen, e.d. Nieuwe pistes moeten daarbij geprobeerd worden om ervoor te zorgen dat de uitvoering van die energiemaatregelen niet botst op een tekort aan mensen en middelen. Bijkomende steun moet gericht gaan naar gezinnen en ondernemingen die het nodig hebben. De begeleiding van deze gezinnen en ondernemingen die door

1

https://www.serv.be/serv/persberichten/oproep-serv-vlaanderen-moet-energiecrisis-snel-aanpakken


de energiecrisis in de problemen komen en/of die willen investeren in energiebesparing en hernieuwbare energie moet verder uitgebouwd worden. De Vlaamse sociale partners willen de komende periode intensief met de Vlaamse Regering blijven samenwerken, om via VESOC- en bilateraal overleg en SERV-adviezen het crisisbeleid mee vorm te geven, uit te voeren en op te volgen. Daarnaast willen de sociale partners ook op het terrein meewerken en hun leden mobiliseren om de gevraagde grootschalige projecten mee te realiseren.

Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

6

Advies

8

1.

2.

3.

Versterk de preventieve en gerichte aanpak

9

1.1

Shift meer naar een preventieve aanpak

9

1.2

Doseer steun en richt op de noden

10

1.3

Volg op en zoek synergieën

12

Versnel energiebesparing en hernieuwbare energie drastisch

12

2.1

Mobiliseer in collectieve projecten

13

2.2

Start een elektrificatie-offensief met warmtepompen

14

2.3

Zorg snel voor meer mensen en voldoende middelen

16

Begeleid en informeer beter

17

3.1

Informeer breder en verfijnder

17

3.2

Versterk begeleiding via energiehuizen, OCMW’s e.a.

18

3.3

Voorzie betere en voldoende factuurdata

18

5


Krachtlijnen De Vlaamse Regering heeft met haar bevoegdheden en financiële middelen belangrijke sleutels in handen om te vermijden dat de energiecrisis gezinnen, ondernemingen en organisaties in grote problemen brengt. De SERV waardeert dan ook dat de Vlaamse Regering eerder al maatregelen nam en in haar septemberverklaring bijkomende maatregelen aankondigde. Toch meent de SERV dat Vlaanderen nog enkele bijkomende sterke sleutels kan inzetten om de energiecrisis sneller, ten gronde en gerichter aan te pakken. Met name moet Vlaanderen met grootschalige projecten het brandstofverbruik nog deze winter sterk verminderen. Verder moeten de gerichte steun, de begeleiding en informering nog extra versterkt worden omdat steeds meer gezinnen en ondernemingen tussen de mazen van de netten dreigen te vallen en hulp nodig zullen hebben om energiemaatregelen te kunnen nemen. De Vlaamse sociale partners willen de komende periode intensief met de Vlaamse Regering blijven samenwerken, om via VESOC- en bilateraal overleg en SERV-adviezen het crisisbeleid mee vorm te geven en op te volgen. Daarnaast willen de sociale partners ook op het terrein meewerken en hun leden mobiliseren om de gevraagde grootschalige projecten mee te realiseren. Versterk de preventieve en gerichte aanpak van de energiecrisis Extra crisissteun zal wellicht nodig zijn omdat, ondanks de reeds genomen en aangekondigde Vlaamse maatregelen, nog meer gezinnen en ondernemingen in de problemen dreigen te komen. Deze moet voldoende gericht, adequaat, tijdelijk en tijdig zijn. Door steun te richten, kan Vlaanderen de grootste noden van burgers en ondernemingen aanpakken en de strategische activiteiten en diensten beschermen. Door prioriteiten te leggen en steun te doseren, zijn maatregelen vol te houden zolang dat nodig is. Dat vraagt verfijnde steunregelingen gebaseerd op adequate data en voldoende steun via het lokaal sociaal beleid. Extra preventieve maatregelen zijn nodig, omdat de voorziene initiatieven rond energiebesparing en hernieuwbare energie onvoldoende zijn om de vraag naar gas en olie snel en op grote schaal te verminderen. Preventieve maatregelen kunnen nochtans structureel de energiefactuur verlagen en de energieafhankelijkheid van het buitenland te beperken. Ze vermijden dat geld wegstroomt en laten de ingezette middelen renderen. Het zijn no regret-maatregelen die sowieso nodig zijn voor de klimaat- en energiedoelen en die Vlaanderen beschermen tegen hoge prijzen die nog een tijd kunnen aanhouden.

6


Versnel energiebesparing en de uitrol van hernieuwbare energie Om snel veel energie te besparen en hernieuwbare energie uit te rollen, moet Vlaanderen ten eerste dringend grootschalige energieprojecten opzetten. Die collectieve projecten moeten massaal •

verwarmingsinstallaties en processen afregelen

•

publieke en private investeringen in warmtepompen, isolatie, zonnepanelen etc. faciliteren, ontzorgen en waar nodig bijstaan in de (pre)financiering

•

voorzien in kleinere maatregelen om fossiele energiebehoeftes te verminderen, zoals energiescans en spaardouchekoppen.

Een dergelijke grootschalige aanpak kan vaart maken door snel te mobiliseren en op te schalen. Zulke collectieve projecten kunnen de komende winter(s) al soelaas brengen, maar dan mag er geen tijd meer verloren gaan. De SERV vraagt dat de Vlaamse Regering daarom dringend een daadkrachtig beleidskader en bijhorende middelen voor deze collectieve projecten voorziet. Deze aanpak krijgt best vorm in samenwerking met lokale besturen, ondernemingen, sociale partners en andere actoren. Ten tweede moet een warmtepompoffensief de uitrol van warmtepompen faciliteren. Warmtepompen kunnen immers in één klap het fossiel brandstofverbruik uitschakelen. Om dat warmtepomppotentieel aan te kunnen boren, moet Vlaanderen de prijsverhouding ten opzichte van verwarmen met een fossiele ketel gezond maken en moet de uitfaseringsstrategie voor fossiele ketels bij ketelvervanging, nieuwbouw en renovatie versneld worden. Ten derde moeten nieuwe pistes vermijden dat de uitvoering van die energiemaatregelen botst op een tekort aan middelen. Een offensieve opleidings- en arbeidsmarktstrategie moet de nodige arbeidskrachten verzamelen om de energiemaatregelen in de praktijk te brengen. Begeleid en informeer beter De begeleiding en informering van gezinnen en ondernemingen die in de problemen komen of die willen investeren in energiemaatregelen, moet verder uitgebouwd worden. •

De SERV waardeert in dat kader de aangekondigde extra middelen voor energiehuizen en OCMW’s, al is het onduidelijk of die in verhouding staan tot de uitdaging. Extra versterking lijkt ook nodig voor andere intermediairen die in een gelijkaardige begeleiding voorzien.

•

De informatieverspreiding kan intenser en verfijnder o.a. over energiebesparingsmogelijkheden en hernieuwbare energie.

•

Tot slot kunnen betere informatie over verwachte facturen en vervroegde afrekeningen, helpen om onzekerheden bij gezinnen en ondernemingen te verminderen en betalingsproblemen te vermijden. 7


Advies De hoge energieprijzen hebben een ernstige sociaal-economische impact. Sedert de zomer van 2021 zijn de prijzen voor gas, elektriciteit en olie fors gestegen. Gezinnen worden in de problemen gebracht door hoge voorschotfacturen en afrekeningen. Ze moeten reserves aanspreken, bestedingen schrappen, schulden aangaan, … Ook bij veel ondernemingen en kleine professionele verbruikers, kmo’s, land- en tuinbouwbedrijven staat het water aan de lippen. Sommige bedrijven moeten investeringen uitstellen of leggen hun productie stil, met verlies aan werkgelegenheid en de daarbij horende sociaal-economische kettingeffecten. Ook organisaties in de social profit, scholen, enz. komen in de problemen, zeker als die onvolledig of niet geïndexeerde middelen hebben, beperkte reserves of onvoldoende mogelijkheden om prijsstijgingen door te rekenen. De reeds genomen maatregelen temperen voor bepaalde gezinnen en ondernemingen de impact, maar kunnen niet verhinderen dat de komende maanden steeds meer gezinnen en ondernemingen in de problemen komen. Het is niet precies bekend hoeveel gezinnen en ondernemingen nu in de problemen zitten, maar de kans dat hun aantal zal groeien is groot. De doorrekening van hoge energieprijzen gebeurt met vertraging; een deel kreeg nog geen eindafrekening of heeft nog een voordelig (vast) contract en voelt daardoor de impact van de hoge energieprijzen nu niet ten volle. Het stookseizoen begint ook maar net. Bovendien werken hoge energieprijzen met vertraging door in de prijzen van andere producten. Naarmate hoge energieprijzen langer aanhouden en naarmate bestedingen in de reële economie verminderen, kunnen zich nog meer kettingeffecten gaan manifesteren. Spaargelden en reserves bieden soms tijdelijk redding maar slinken. De federale overheid en de Vlaamse overheid hebben instrumenten om deze impact te temperen. In diverse domeinen kan Vlaanderen maatregelen nemen om de kwetsbaarheid van gezinnen en ondernemingen te verminderen en/of hun energie- en andere lasten te beperken. Vlaanderen kan maatregelen nemen om werkingsmiddelen en tegemoetkomingen aan te passen aan de hogere inflatie. Vlaanderen kan energiebesparing en hernieuwbare energie forser stimuleren en financiële, administratieve en andere belemmeringen hiervoor wegwerken. Vlaamse bevoegdheden voor economisch, opleidings- en arbeidsmarktbeleid kunnen helpen om knelpunten weg te werken die de uitvoering van energie-investeringen hinderen (o.a. tekorten in de bouw). Ook publieke investeringen in openbaar vervoer, sociale woningen en collectieve voorzieningen kunnen soelaas brengen. Vlaanderen stelde recent bijkomende maatregelen voor. Reeds sedert eind 2021 heeft de Vlaamse Regering diverse maatregelen genomen om de energiecrisis aan te pakken. In een oproep op 22 september 2022 vroegen de Vlaamse sociale partners de Vlaamse Regering om met de beschikbare middelen en bevoegdheden werk te maken van gerichte steun en grootschalige energieprojecten. Recent kondigde de Vlaamse Regering naar aanleiding van de septemberverklaring enkele bijkomende maatregelen aan. De SERV zal zich in dit advies niet in detail 8


uitspreken over dat pakket bijkomende maatregelen en hun modaliteiten, temeer omdat hierover wellicht nog adviesvragen volgen. Met dit advies wil de SERV suggesties doen om de aanpak van de energiecrisis krachtiger te maken. De SERV vraagt om vooral de preventieve en gerichte aanpak van de energiecrisis fors te versterken (deel 1). Om investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energie drastisch te versnellen, moet ingezet worden op grootschalige lokale projecten, de massale uitrol van warmtepompen en nieuwe initiatieven om hiervoor genoeg mensen en middelen te verzamelen (deel 2). Tot slot moeten begeleiding en informering verder uitgebouwd worden voor gezinnen en ondernemingen die problemen ondervinden met energiefacturen of energie-investeringen (deel 3).

1. Versterk de preventieve en gerichte aanpak De SERV waardeert dat de Vlaamse Regering reeds eerder maatregelen nam om de impact van de energiecrisis te temperen en nu ook nieuwe maatregelen aankondigde naar aanleiding van de septemberverklaring om gezinnen en ondernemingen te steunen. Toch meent de SERV dat Vlaanderen nog enkele bijkomende sterke sleutels kan inzetten om de energiecrisis krachtiger en gericht aan te pakken. Daarvoor moet Vlaanderen de preventieve aanpak van de energiecrisis versterken (deel 1.1), bijkomende steun richten op waar en wanneer die precies nodig is, op een manier die energiebesparing en andere beleidsdoelen niet hindert (1.2) en zorgen voor synergieën en een goede opvolging (1.3).

1.1

Shift meer naar een preventieve aanpak

Bewaak de verhouding tussen curatieve en preventieve maatregelen. Om de energiefactuur te verminderen, kan Vlaanderen werken met curatieve maatregelen die een financieel voordeel geven op de energiefacturen (of via andere mechanismen) en met preventieve maatregelen die het fossiel energieverbruik beperken en zo de energiefactuur verlagen. Curatieve maatregelen kunnen snel werken. Preventieve maatregelen vereisen een gedragsverandering of investering en dat laatste kan tijd vergen. Zet sterker in op de preventieve aanpak. Preventieve maatregelen die via energiebesparing of hernieuwbare energie het gas- en olieverbruik verminderen, moeten meer aandacht en middelen krijgen in de energiecrisisaanpak. Ten opzichte van curatieve maatregelen hebben preventieve maatregelen enkele voordelen, die belangrijker worden naarmate de crisis langer aanhoudt. •

In tegenstelling tot curatieve maatregelen die slechts soelaas bieden zolang ze gelden, kunnen preventieve maatregelen structureel de energiefacturen van gezinnen en ondernemingen verlagen. Door de energievraag en dus de schaarste te verminderen, verlichten ze de druk op de prijzen, ook voor andere actoren. Energiebesparing en hernieuwbare energie beperken bovendien de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen en

9


internationale brandstofprijzen. Een energiezuinige, fossielarme infrastructuur is als het ware een sociaaleconomische verzekering voor de toekomst. •

Energie-investeringen verdienen zich terug. Door de hoge energieprijzen verdienen energieinvesteringen zich nu zelfs sneller terug dan vroeger via lagere energiefacturen. Preventieve maatregelen vermijden dat geld wegvloeit naar het buitenland en zorgen voor extra economische activiteiten hier.

•

Energie-investeringen hebben nog andere voordelen. Het zijn no regret-investeringen, die sowieso nodig waren in het licht van de energietransitie en de Europese klimaat- en energiebesparingsdoelen. Bovendien doen deze investeringen vaak het wooncomfort stijgen. Ze kunnen ook de luchtkwaliteit verbeteren, zeker als ze de overstap naar houtverbranding kunnen vermijden.

Versnel de preventieve aanpak. Curatieve maatregelen die gezinnen, ondernemingen en voorzieningen boven water houden, kunnen pas afgebouwd worden eenmaal preventieve maatregelen effect ressorteren. De shift naar meer preventieve maatregelen vergt dus een doordachte aanpak. Naarmate preventieve maatregelen sneller effect ressorteren, kunnen curatieve maatregelen sneller afgebouwd worden. Deel 2 bevat concrete suggesties om gezinnen en ondernemingen veel sneller dan nu te defossiliseren.

1.2

Doseer steun en richt op de noden

Onderscheid algemene en gerichte crisismaatregelen en recurrent beleid. Algemene crisissteunmaatregelen gelden voor iedereen of een brede doelgroep. Algemene crisismaatregelen hebben door hun breed bereik weglekeffecten als steun gaat naar groepen die de steun niet nodig hebben. Gerichte crisismaatregelen gelden voor een specifieke doelgroep. Ze gaan uit van prioriteiten en houden rekening met verschillen in impact en draagkracht tussen diverse types gezinnen en ondernemingen (Kader 1). In die zin zijn gerichte crisismaatregelen effectiever en efficiënter; met eenzelfde budget kan gerichte steun betekenisvoller zijn dan algemene steun. In aanvulling op zulke crisismaatregelen die ingevoerd worden om de onvoorziene schokken bij gezinnen en ondernemingen op te vangen, moet de overheid tegelijk ook garanderen dat de lopende beleidsdoelstellingen en maatregelen adequaat gefinancierd blijven. Het aanpassen van de niet of slechts gedeeltelijke indexering van werkingsmiddelen en sociale uitgaven voor gezinnen en organisaties, is dan geen crisisuitgave maar maakt deel uit van het recurrent beleid en moet in dat kader beoordeeld worden en worden dus in dit advies niet verder behandeld. Kader 1: Er zijn grote verschillen in de kwetsbaarheid van gezinnen en ondernemingen Niet alle gezinnen zijn even kwetsbaar voor hoge energieprijzen en de gevolgen daarvan. De kwetsbaarheid wordt bepaald door een combinatie van de impact en de draagkracht. De impact van de hoge energieprijzen op gezinnen wordt bepaald door het energieverbruik, de verwarmingsbron (gas, olie, hout als verwarming, zonneboilers, accumulatieverwarming…), de al dan niet volle stookolietank, de energiezuinigheid, gebruik en bezetting van het gebouw, het type tarief en contract, ... De draagkracht van gezinnen hangt af van het inkomen, de financiële reserves, het vermogen, andere kosten (woonlasten, medische kosten…), de mogelijkheden om betalingen uit te stellen, de mate waarin het gezin geniet van de geldende maatregelen, … Kwetsbare gezinnen zoals huurders combineren vaak ongewild een hoog energiegebruik met hoge variabele tarieven, hoge andere kosten en afnemende koopkracht. 10


Ook bij ondernemingen zijn er grote verschillen in kwetsbaarheid. De impact van hoge energieprijzen op ondernemingen hangt af van de samenstelling van de energiemix en het energieverbruik (de energie-intensiteit, de mogelijkheden om energie te besparen en van brandstof te veranderen die onder meer samenhangt met het productie- of dienstverleningsproces, … ), de aard van de afgesloten energiecontracten en contracten met andere leveranciers én klanten, … Ook verschilt de indirecte impact als gevolg van verhoogde loonkosten naargelang de arbeidsintensiteit, het aandeel van de loonkosten in de kostenstructuur, … De draagkracht van ondernemingen hangt dan weer af van het aandeel van de energiekosten in de kostenstructuur, het weerstandsvermogen (de financiële reserves, de beschikbaarheid van kapitaal, de solvabiliteit, de rendabiliteit, …), de investeringsplannen, de doorrekenbaarheid van verhoogde prijzen, de mogelijkheden om bepaalde betalingen uit te stellen, enz. Bij organisaties in de social profit is er eveneens een grote diversiteit aan kwetsbaarheid. Vooral organisaties met vaste werkingsbudgetten krijgen het moeilijk als zij de stijgende kosten niet kunnen verhalen via (al dan niet geïndexeerde) werkingsbudgetten en toelagen (bv. kinderopvang, scholen, zorginstellingen; ziekenhuizen, ouderenzorg, jeugdzorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, …). Ook de energiesector kent winnaars en verliezers, met winsten voor bepaalde aardgas-, olie- en elektriciteitsproducenten, terwijl sommige gas- en elektriciteitsleveranciers in problemen komen o.a. door verliezen op vaste contracten, hoge balanceringskosten voor elektriciteit, onbetaalde facturen, ...

Voorzie genoeg en adequate crisissteun. De bestaande en nieuw aangekondigde maatregelen zullen niet kunnen verhinderen dat er bijkomend gezinnen en ondernemingen in de problemen komen. In die zin is het huidige maatregelpakket wellicht geen eindpunt. Nieuwe noden zullen opduiken en kunnen bijkomende crisismaatregelen noodzakelijk maken. Juist omdat de crisismaatregelen de (aanhoudend) hoge energieprijzen niet overal volledig kunnen compenseren, groeit het belang van genoeg gerichte steun. Door bijkomende steun goed te richten, komt die terecht waar die echt nodig is. Nieuwe crisismaatregelen moeten dan ook ruimhartig en adequaat ingrijpen waar, wanneer en zolang dat nodig is. Zorg voor goede en gekruiste data. Een gerichte aanpak houdt rekening met een combinatie van parameters die bepalen welke impact de hoge energieprijzen hebben op gezinnen en ondernemingen én hoeveel draagkracht gezinnen en ondernemingen hebben om deze impact op te vangen. Door data te verfijnen en te kruisen ontstaat een accurater zicht op die combinatie van parameters. Time en doseer nieuwe crisismaatregelen goed. Bijkomende crisissteun moet tijdig en tijdelijk zijn. Steun die te laat komt, brengt gezinnen en ondernemingen in de problemen. Tegelijk moet steunverlening gedoseerd worden om rekening te houden met hoge energieprijzen die kunnen aanhouden en andere evoluties die overheidsingrijpen noodzakelijk maken. Een doordachte dosering zorgt dat steun vol te houden is zolang dat nodig is. •

Hoe de energieprijzen zullen evolueren is onzeker, al zijn er heel wat indicaties dat energieprijzen nog een tijd hoog kunnen blijven, zelfs als de oorlog in Oekraïne eindigt en geopolitieke spanningen verminderen. Dat komt door structurele schaarste als gevolg van de toenemende energievraag o.a. vanuit Azië, een onvoldoende aanbod, een tekort aan infrastructuur en de Europese energie- en klimaatdoelen.

•

De crisis kan verder ook acute domino-effecten veroorzaken die forse overheidstussenkomsten in de toekomst noodzakelijk kunnen maken zoals bv. problemen bij 11


energieleveranciers, problemen als gevolg van aanhoudende inflatie, betalingsproblemen, etc. Er moet dus ook worden nagedacht over hoe deze dan gefinancierd kunnen worden. Kader steun in een breder perspectief. Gerichte steun wordt slimmer als die andere beleidsdoelen en mechanismen versterkt, en niet verstoort. •

Behoud de prikkel tot energiebesparing. Bijkomende (curatieve) steun moet zo vorm krijgen dat die de prikkel tot energiebesparing niet te veel tempert.

•

Stem steun af met andere beleidsdoelen. Maatregelen moeten zoveel mogelijk compatibel zijn met de andere lange termijndoelen op het vlak van werk, economie, mobiliteit, klimaat …. Dat betekent bv. dat crisismaatregelen de energietransitie niet mogen hinderen, de inactiviteitsval niet mogen verhogen, enz. Meer nog, crisismaatregelen kunnen de realisatie van de bredere doelen meer binnen bereik brengen door steun aan ondernemingen of gezinnen te koppelen aan bepaalde voorwaarden, zoals de bereikte energie-efficiëntie, de bereidheid tot investeren in defossilisering, e.d. en door in afwachting van de uitvoering van bepaalde voorwaarden hen te helpen het hoofd boven water te houden.

1.3

Volg op en zoek synergieën

Volg goed op: De effectiviteit en efficiëntie van de energiecrisisaanpak moet goed opgevolgd worden met evaluaties en indicatoren over de stand van zaken, zodat waar nodig tijdig bijgestuurd kan worden. Zoek synergieën met andere crisissen. De hoge energieprijzen verhogen de kans op een bredere economische crisis, die de welvaart en samenleving bedreigt. Tegelijk woeden ook een wooncrisis, materiaalschaarste, problemen in leveringsketens, krapte op de arbeidsmarkt, veranderende geopolitieke verhoudingen, een voedselcrisis, wijzigende weerpatronen, ... Die bredere problemen mogen in de aanpak van de energiecrisis niet vergeten worden, maar moeten integendeel waar mogelijk samen aangepakt worden, met oog voor synergieën.

2. Versnel energiebesparing en hernieuwbare energie drastisch De Vlaamse maatregelen rond energiebesparing en hernieuwbare energie lijken niet fit voor de uitdaging. De SERV waardeert dat de Vlaamse Regering sedert eind 2021 diverse maatregelen nam om energiebesparing en hernieuwbare energie extra aan te moedigen, maar wijst erop dat die niet kunnen zorgen voor de schaal, de snelheid en de dynamieken die nu nodig zijn. •

De SERV kan zich vinden in de eerdere introductie van de renovatieverplichting en de gestarte uitfasering van fossiele ketels. Maar door hun timing en ambitieniveaus betekenen ze niet veel voor deze crisis.

•

De extra Vlaamse middelen voor individuele premies en renteloze leningen bieden geen voldoende antwoord op de nood aan prefinanciering noch op andere (niet-financiële) 12


knelpunten, zoals de nood aan ontzorging. Bovendien is de individuele aanpak traag en relatief duur. De bijkomende middelen voor ontzorging en begeleiding via energiehuizen en OCMWs zijn

•

een goede zaak, maar ook deze instanties lijken zelfs met deze extra middelen niet opgewassen tegen de uitdaging. Overigens willen steeds meer gezinnen en ondernemingen nu al inzetten op energiebesparing en hernieuwbare energie maar botsen zij op een tekort aan informatie, ontzorging, middelen, materialen en arbeidskrachten. Nochtans zou de Vlaamse Regering op elk van deze domeinen faciliterend kunnen optreden om te vermijden dat de Vlaamse dynamiek op het terrein afgeremd wordt. Het fossiel energiegebruik kan wel degelijk op korte termijn veel verminderen. Het fossiel energiegebruik kan snel verminderen, zeker via gedragsaanpassingen zoals bij het bad- en douchegedrag, maar ook via investeringen bij gezinnen en ondernemingen, in gebouwen, transport en bij processen. Daarbij is het van belang om op korte termijn vooral in te zetten op opties die snel en vooral in de winter het gasverbruik sterk verminderen. In het bijzonder warmtepompen kunnen snel geplaatst worden en kunnen veel soelaas brengen omdat ze in één klap het fossiel energiegebruik van het gebouw volledig uitschakelen. Ook betere afstellingen van verwarmingsinstallaties, ketels, radiatoren, sturingen, processen, … kunnen zeer snel grote besparingen opleveren. Maar dan mag er geen tijd meer verloren gaan: snel beginnen, prioriteiten leggen, versnellen én volhouden is de boodschap, om nog deze winter en de volgende winters zoveel mogelijk effect te hebben. Het Vlaams beleidsinstrumentarium moet vier versnellingen hoger schakelen. Vlaanderen moet het beleidsinstrumentarium aanvullen om sneller minder afhankelijk te worden van gas en stookolie.2 Gezinnen en ondernemingen moeten op grote schaal aangezet en geholpen worden om energie te besparen en hernieuwbare energie te voorzien via grootschalige collectieve projecten (2.1). Een warmtepompoffensief laat daarbij toe om snelle brandstofbesparingen te realiseren (2.2). Hinderpalen zoals onvoldoende mensen en middelen moet via nieuwe pistes snel opgelost worden (2.3). Ook een meer uitgebouwde sensibilisering, informatieverspreiding en begeleiding (cf. 3) zijn cruciaal.

2.1

Mobiliseer in collectieve projecten

Maak vaart via collectieve projecten. Een massale mobilisatie dringt zich op om energiebesparing en de uitrol van hernieuwbare energie de komende weken drastisch te versnellen. Die energiemaatregelen fungeren als ‘vaccins’ voor de energiecrisis en moeten zo snel mogelijk voldoende voorradig zijn en op grote schaal uitgerold worden. Deze grootschalige projecten moeten voorzien in drie types activiteiten. Ten eerste moeten ze massaal verwarmingsinstallaties, processen, e.d. afregelen. Ten tweede moeten ze investeringen

2

https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20220321_verzamelbesluitVII_ADV.pdf; https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20211014_Fitfor55_ADV.pdf https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-verzameldecreet-energie-iii-klimaatkader-nog-wacht-kus

13


in warmtepompen, isolatie, zonnepanelen, etc. faciliteren bij wie dat wenst. Ten derde moeten ze kleinere ingrepen realiseren zoals de uitvoering van energiescans, de plaatsing van radiatorfolie, leidingisolatie, slimme thermostaten en spaardouchekoppen en de verdeling van douchetimers, … Dergelijke grootschalige mobilisatie kan alleen via een collectieve, gestandaardiseerde aanpak, die organiseert, faciliteert, administratief vereenvoudigt, ontzorgt en waar nodig (pre)financiert. Dat kan private én publieke investeringen versnellen in verhouding tot een aanpak waarbij elk individueel energieproject apart aangepakt wordt. Ook bespaart zo’n collectieve aanpak kosten door schaalvoordelen. Schakel (boven)lokale besturen en andere actoren in. Lokale en bovenlokale besturen zijn voor dergelijke collectieve projecten de uitgelezen partners. Op die manier wordt voortgebouwd op lokale dynamieken en op het lokaal energie- en klimaatpact (LEKP). Ook kan samengewerkt worden met de bouwsector, andere sectoren, lokale actoren, sociale partners, verhuurders, … . Deze samenwerking kan toelaten om op kortere termijn veel meer gezinnen en ondernemingen te bereiken. Collectieve projecten kunnen lokale synergieën opzoeken met initiatieven voor warmtenetten, collectieve verwarming, gebruik van restwarmte, stadsvernieuwing, armoedebestrijding, arbeidsmarktbeleid, … Daarnaast kunnen ook collectieve projecten in sectoren en voor specifieke doelgroepen leiden tot een versnelling van energie-investeringen. Voorzie een Vlaams beleidskader voor collectieve projecten. Vlaanderen moet een beleidskader voor zo’n collectieve projecten verfijnen en moet hiervoor de nodige middelen vrijmaken. Een uniform kader vermijdt dat (boven)lokale besturen elk afzonderlijk tijd en energie steken in de uitwerking van zo’n kader en dat er onnodige regionale verschillen in de aanpak zouden ontstaan. De SERV steekt dan ook de hand uit naar de Vlaamse Regering om advies en inspiratie te leveren voor de uitbouw van zo’n collectieve (renovatie)aanpak en -plan.

2.2

Start een elektrificatie-offensief met warmtepompen

Stimuleer de warmtepomp. Warmtepompen verdienen meer aandacht van de Vlaamse Regering omdat ze als ze geïnstalleerd zijn snel het gas- of olieverbruik kunnen uitschakelen, vooral ook in de kritieke winterperiode en omdat ze veel energie kunnen besparen door hun hoge efficientie. Ze kunnen zo de bevoorradingszekerheid verhogen en de druk op de prijzen individueel en collectief verlagen. Zelfs als de nodige elektriciteit komt van een gascentrale, besparen ze brandstof. Indien de geleverde elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt of indien warmtepompen gecombineerd worden met een PV-installatie, zijn nog extra brandstofbesparingen mogelijk. Rol warmtepompen uit waar het kan, zoveel mogelijk via collectieve projecten (cf. supra). Warmtepompen zijn niet overal mogelijk zonder extra investeringen in isolatie, warmteafgiftesystemen, aanpassingen aan bedrijfssystemen. Maar als ze uitgerold worden waar het zonder meer kan, kunnen ze daar alvast fossiele brandstoffen besparen. Warmtepompen werden door technologische vooruitgang breder toepasbaar, ook in niet supergeïsoleerde gebouwen zonder vloerverwarming. Studies wijzen op hun groot en snel realiseerbaar potentieel bij gezinnen én bedrijven, o.a. in de chemie- en voedingssector. Dat potentieel wordt overigens sneller rendabel door 14


de hoge energieprijzen. Naast individuele systemen kunnen warmtepompen ook werken in de vorm van collectieve systemen (bv. boorgat-energie-opslag (BEO)-veld). Warmtepompen moeten op korte termijn vooral geplaatst worden in gebieden waar elektriciteitsnetten veel warmtepompen kunnen ontvangen, waar hun flexibiliteit gebruikt kan worden of waar zo misschien ook vernieuwingsinvesteringen in gasnetten uitgespaard kunnen worden. De netbeheerders moeten hiervoor dringend de wenselijke zonering uittekenen. Daarnaast moeten zo snel mogelijk de nodige netaanpassingen gebeuren om een versnelde elektrificatie ook elders te ondersteunen. Voorzie extra warmtepompen en stimuleer de opleiding tot warmtepompspecialist. Er komen signalen dat de warmtepompsector de vraag niet kan volgen. Daarom moet het aanbod van warmtepompen verhoogd worden door lokale productie en/of import en moeten verwarmingsdeskundigen dringend bijgeschoold worden tot warmtepompspecialisten. Maak bijkomend werk van een blijvend gezonde prijsverhouding voor verwarmen met een warmtepomp. Er moet voor gezorgd worden dat een warmtepomp financieel interessanter blijft dan verwarmen met fossiele brandstoffen. De Vlaamse Regering deed enkele inspanningen om via de opkoping van groene stroomcertificaten en de schrapping van de energieheffing de druk op de elektriciteitsfactuur te verminderen. Hoge gasprijzen (en in mindere mate ook ingrepen in de elektriciteitsfactuur) maakten een warmtepomp weliswaar tijdelijk interessanter dan voorheen, maar sterke schommelingen in gas- en elektriciteitsprijzen, overheidsingrepen in de gasfactuur en onzekerheden over andere impacts, kunnen evenwel niet garanderen dat een warmtepomp ook echt financieel interessanter zal blijven dan fossiele alternatieven. Combinaties van pistes op de diverse beleidsniveaus zijn aangewezen om de prijsverhouding tussen warmtepompen en fossiele ketels blijvend en gegarandeerd recht te trekken. Samenwerking met de federale overheid is cruciaal gezien de federale bevoegdheden voor accijnzen, CO2, energiebijdragen, .... en het ‘non bis in idem principe’. Mogelijke oplossingen kunnen zijn, zoals de SERV eerder aangaf3, zonder hier een expliciete keuze naar voren te schuiven: •

een rationalisatie van de ingenomen belastingsgrondslagen door de diverse overheden;

•

een meer klimaatgeoriënteerde vormgeving van accijnzen;

•

regionale opcentiemen op federale instrumenten;

•

systemen om variaties in de prijsverhouding op te vangen, zoals cliquetsystemen, onrendabele topsystemen, een of andere toepassing van het ‘niet meer dan elders’-principe bv. via een modulering van bijdragen, toeslagen of heffingen;

•

een herverdeling van lasten binnen of buiten de energiefacturen waarbij de doorrekening van lasten via elektriciteitsfacturen doorbroken wordt;

•

een aangepaste warmtepomppremie, ecologiepremie, ...;

•

een aangepaste woon- en energiefiscaliteit.

3

https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20211014_Fitfor55_ADV.pdf

15


Defossiliseer sneller en bespaar zo kosten. Warmtepompen worden evident als fossiele ketels uitgefaseerd worden, zeker bij ketelvervanging, nieuwbouw en na verkoop. De SERV riep de Vlaamse Regering al eerder op tot een versnelling terzake. De uitfasering van ‘fossiele schouwen’ bij huishoudens moet via een stappenplan geregeld én vastgelegd worden. Een stappenplan creeert duidelijkheid voor gezinnen, gebouwenbeheerders, installateurs, onderhoudstechnici, producenten én netbeheerders, zodat zij in functie hiervan hun werking en planning kunnen aanpassen4. Ook een actieplan warmtepompen voor lagetemperatuurprocessen in de industrie is nodig, afgestemd op de ruimere aanpak in de klimaat- en energietransitie. Door, waar dat kan, warmtepompen te plaatsen op sleutelmomenten (bouw, renovatie, verkoop, ketelvervanging) waar ketels sowieso vervangen of geplaatst worden, worden de kosten en de kapitaalvernietiging beperkt en wordt ook impliciet een extra incentive gegeven om de nodige isolatie- of aanpassingswerken versneld uit te voeren, ook in huurwoningen. Door warmtepompen te plaatsen in (semi)publieke gebouwen (bv. scholen, zorgcentra), spaart de overheid energiekosten uit en geeft zij het goede voorbeeld. Door warmtepompen uit te rollen in sociale woningen en bij andere gebruikers met een sociaal tarief, worden de kosten van dat sociaal gastarief beperkt. Ook private huurwoningen van lage kwaliteit en appartementsgebouwen verdienen een specifieke aanpak. Overigens is het vreemd dat gasketels via Mijn Verbouwpremie5 nog tot midden 2026 ondersteund worden. De SERV pleitte eerder al voor een snelle uitfasering hiervan6.

2.3

Zorg snel voor meer mensen en voldoende middelen

Verzamel mensen via een offensieve opleidings-, onderwijs- en arbeidsmarktstrategie. Met een offensieve opleidings-, onderwijs- en arbeidsmarktstrategie moet Vlaanderen dringend voor de nodige arbeidskrachten zorgen en ze klaarstomen om deze energiemaatregelen in de praktijk te brengen. Nu zijn er indicaties dat energieprojecten als gevolg van een tekort aan arbeidskrachten vertraagd worden. Gezien de omvang van de uitdaging, moeten er prioriteiten gesteld worden en moet er gezocht worden naar innovatieve manieren om mensen te mobiliseren voor een job in de bouwsector, om aanwezige mensen snel om te scholen, om de doe-het-zelf-cultuur, cooperatieve projecten, wijkwerking of samenwerkingsverbanden allerhande in te zetten en om technologie en digitalisering te laten helpen om energiemaatregelen gemakkelijker uit te voeren. Probeer nieuwe pistes uit om financiële drempels weg te werken. Vlaanderen moet financiele drempels oplossen voor gezinnen en ondernemingen die niet (meer) kunnen investeren in energiebesparing of hernieuwbare energie omdat ze onvoldoende middelen hebben of omdat

4

https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20211014_Fitfor55_ADV.pdf

5

https://www.vlaanderen.be/bouwen-wonen-en-energie/bouwen-en-verbouwen/premies-en-belastingvoordelen/mijnverbouwpremie/mijn-verbouwpremie-voor-gascondensatieketel

6

SERV in https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20211014_Fitfor55_ADV.pdf : ‘In de verkeerde richting stappen kan niet meer, omdat dan de afstand tot de doelen nog vergroot. Fossiele energiedragers moeten in de gebouwen- en transportsector snel uitgefaseerd worden en premies hiervoor natuurlijk ook.’

16


oplopende kosten hun cashpositie snel dreigen te verslechteren. Diverse nieuwe pistes (en combinaties ervan) kunnen bewandeld worden om deze financiële hinderpalen op te lossen. •

Voor projecten die zich (deels) kunnen terugverdienen via besparingen op de energiefactuur kunnen esco’s, samenwerking met de financiële sector, e.d. een oplossing zijn. Investeringsfondsen kunnen ook financiële middelen voor dergelijke projecten mobiliseren.

•

Voor projecten die zich niet terugverdienen bij doelgroepen die dat (wellicht) niet kunnen financieren kunnen steun en de bijhorende middelen nodig zijn.

Bespaar kosten door coherentie. De diverse beleidsdomeinen en -niveaus moeten coherent samenwerken in de aanpak van de energiecrisis en in het bijzonder bij de stimulering van energiebesparing en de uitrol van hernieuwbare energie. Opportuniteiten zoals verdichting, stadsvernieuwing, circulariteit, blended dienstverlening, digitalisering,… moeten volop benut worden en kunnen kosten besparen. Hinderpalen zoals vergunningen voor hernieuwbare energie moeten zo snel mogelijk bekeken worden.

3. Begeleid en informeer beter De energiecrisis zorgt voor onzekerheden die gecounterd moeten worden door betere informatieverspreiding en begeleiding voor gezinnen en ondernemingen die door de hoge energieprijzen in de problemen komen én voor zij die willen investeren in energiemaatregelen. Concreet is er nood aan een meer intense en verfijnde informatieverspreiding (3.1). Ook moeten energiehuizen, OCMW’s en andere intermediairen die begeleiding voorzien veel meer dan nu versterkt worden om de omvang van de crisis aan te kunnen (3.2). Tot slot vraagt de SERV dat gezinnen en ondernemingen betere data krijgen over de verwachte reële facturen en dat zij de mogelijkheid krijgen om vervroegd afrekeningen aan te vragen (3.3).

3.1

Informeer breder en verfijnder

Verbreed de informatiecampagne over energiebesparing. Gezinnen en ondernemingen hebben nood aan neutrale, onderbouwde en praktische informatie over de mogelijkheden om energie te besparen, door gedragsaanpassingen, kleine ingrepen én investeringen. Informatieverspreiding gebeurt liefst laagdrempelig en gecoördineerd over overheidsniveaus heen.. De focus moet liggen op uitgebreide en degelijke informatieverspreiding voor wie effectief wil investeren; een communicatiecampagne die louter attendeert, is niet voldoende. Sensibiliseer over hernieuwbare energie. Het draagvlak voor lokale hernieuwbare energieprojecten kan via sensibilisering, collectieve projecten en coöperatieve projecten versterkt worden. Neutrale informatie over effecten van hernieuwbare energie, mogelijkheden tot remediëring en ruimtelijke afwegingen terzake is eveneens zinvol. Voorzie informatie op maat. Aanvullend is er nood aan informatie op maat, liefst via bestaande informatiekanalen. De bestaande databanken moeten ook zo goed mogelijk ontsloten worden.

17


Ook moet de informatievoorziening direct gekoppeld worden aan toegang tot ontzorging en begeleiding (cf. 2.1 en 3.2).

3.2

Versterk begeleiding via energiehuizen, OCMW’s e.a.

Verstevig maatwerksteun via OCMW’s. Er is een versterkt vangnet nodig voor wie tussen de mazen van de steunnetten glipt. De SERV pleitte daarom in maart 2022 voor versterkte maatwerksteun via OCMW’s7. OCMW’s bieden een totaalaanpak omdat zij zicht hebben op andere schulden, de woon- en werksituatie,… Zij kunnen begeleiden naar een andere woning, naar energiebesparende investeringen o.a. samen met energiehuizen, naar schuldbemiddeling, naar andere contracten enz. en zij kunnen ook financiële ondersteuning bieden. De SERV verwelkomt de nu aangekondigde extra middelen voor de OCMW’s omdat de werking van de OCMW’s tot nu toe naar aanleiding van de crisis onvoldoende werd versterkt. Wel is het onzeker in welke mate hiermee nu extra voldaan wordt aan de noden. Voor wie onvoldoende geholpen wordt door de steunmaatregelen moet het lokaal sociaal beleid de nodige hulp kunnen bieden, al moeten steunmaatregelen in de eerste plaats vermijden dat mensen hierop beroep moeten doen. Versterk energiehuizen, VEB en andere intermediairen die begeleiding en ontzorging voorzien. Begeleiding en ontzorging zijn cruciaal om niet-financiële hinderpalen (zoals kennishiaten, praktische problemen,…) voor investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energie op te heffen. De werking van de energiehuizen, VEB en andere intermediairen verdienen extra versterking in het kader van de huidige energieprijzencrisis. Deze begeleiding en ontzorging kan individueel of collectief (per wijk, per type gebouw, per doelgroep, ….) vorm krijgen en moet bijzondere aandacht geven aan kwetsbare groepen en ondernemingen voor wie energie niet tot de kernactiviteiten behoort. Ook bij de nu aangekondigde extra middelen voor energiehuizen rijst de vraag of die voldoende zullen zijn om aan de noden te voldoen.

3.3

Voorzie betere en voldoende factuurdata

Zorg voor zicht op jaarfacturen. Gezinnen en ondernemingen moeten een beter zicht kunnen krijgen op hun verwachte jaarfacturen, zodat ze realistische voorschotten kunnen afspreken, zodat ze hier in hun financiële planning op kunnen anticiperen en zodat wanbetalingen en problemen bij leveranciers (en keteneffecten) kunnen worden vermeden. Verder kunnen vervroegde afrekeningen vermijden dat te hoge of te lage voorschotten klanten nodeloos in de problemen brengen en een stimulans inhouden om hun energieverbruik te beperken.

7

https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20220321_verzamelbesluitVII_ADV.pdf

18


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20221010_energiesleutels_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu