Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/398
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/398
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur
Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 20 september 2021 dienden xxx een verzoek in bij de Watering De Burggravenstroom om een afschrift te verlenen van de ledenlijst en/of contactgegevens van de leden van de Raad van Bestuur van de watering. Op 25 oktober 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie wegens ontstentenis van beslissing vanwege de watering. Het beroepschrift werd geregistreerd op 25 oktober 2021.
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 20 september 2021. De watering nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn. Overeenkomstig artikel II.48 Bestuursdecreet heeft de termijn om beroep in te dienen bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroep werd ingediend op 25 oktober 2021. Het beroepschrift is bijgevolg ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
De Watering De Burggravenstroom nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn.
2. Inhoud van het beroepschrift Gelet op het gebrek aan antwoord vanwege de watering, ziet verzoeker zich genoodzaakt beroep in te dienen bij de beroepsinstantie. 3. Toelichting door de Watering De Burggravenstroom De beroepsinstantie nam op 25 oktober en 4 november 2021 contact op met de Watering De Burggravenstroom om de gevraagde documenten en nadere toelichting te verkrijgen. Op 4 november 2021 antwoordde de watering dat het bestuur van Watering de Burggravenstroom in de zitting van 27/09/2021 beslist heeft om geen persoonlijke contactgegevens te delen met derden, mede gelet ze persoonlijk meermaals op diverse wijze zijn lastig gevallen en geïntimideerd na het verlenen van omgevingsvergunningsadviezen o.a. door beroepsindiener. Zij stelden verder dat alle briefwisseling, o.a. aangetekende brieven m.b.t. de watering, steeds dient overgemaakt aan het officieel adres van de watering en niet aan hen persoonlijk. Dit standpunt werd beroepsindiener ook mondeling meegedeeld, evenwel niet schriftelijk. De bestuursleden verwijzen naar de GDPR om hun persoonlijke gegevens zoals GSM, e-mailadres, persoonlijk adres, … niet te delen met derden. Na aandringen door de beroepsinstantie bezorgde de watering op 5 november 2021 de contactlijst van het bestuur van de watering. Dit document bevat ook de naam en contactgegevens van de ontvanger-griffier, doch aangezien dit een personeelslid is van de watering, gaat de beroepsinstantie ervan uit dat deze informatie niet het voorwerp uitmaakt van het oorspronkelijk verzoek en het beroep.
4. Standpunt van de beroepsinstantie In tegenstelling tot wat de watering voorhoudt, is het niet de GDPR-regelgeving maar de openbaarheidsregelgeving zoals vervat in het Bestuursdecreet, inclusief de daarin vermelde uitzonderingen op de openbaarheid, die op het voorliggend openbaarheidsverzoek van toepassing is, en dus ook op deze gevraagde informatie.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/398
pagina 2 van 4
De GDPR- en de openbaarheidsregelgeving hebben een verschillende finaliteit. De GDPR-regelgeving bepaalt op welke manier persoonsgegevens (door privé en door openbare entiteiten) mogen verwerkt worden, de openbaarheidsregelgeving bepaalt de modaliteiten waaronder bestuursinstanties informatie waarover ze beschikking hebben, kunnen, moeten of niet mogen openbaar maken. De GDPR-regelgeving bestaat bovendien onverlet andere wettelijke verplichtingen om bepaalde informatie openbaar te maken, zoals bijvoorbeeld opgelegd door de Grondwet en het Bestuursdecreet. In het Bestuursdecreet wordt enerzijds bepaald dat iedereen in principe recht heeft op de openbaarmaking van elk bestuursdocument (artikel II.31), en staan anderzijds een aantal uitzonderingsgronden vermeld op deze principiële openbaarheid van bestuursdocumenten. De lijst met de namen en contactgegevens van de bestuursleden van de watering is een bestuursdocument en komt bijgevolg principieel voor openbaarheid in aanmerking. De Watering De Burggravenstroom heeft het echter over persoonlijke gegevens en privacy. Het Bestuursdecreet bevat in artikel II.34, 2° inderdaad een uitzonderingsgrond op basis van de persoonlijke levenssfeer: Een bestuursdocument mag niet openbaar worden gemaakt wanneer de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens in concreto moet worden geoordeeld of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levensseer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in het opgevraagde document de namen van natuurlijke personen voorkomen, met hun contactgegevens. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van het opgevraagde document (de lijst met de namen en contactgegevens van de bestuursleden van de watering), in casu van oordeel dat dit inderdaad concrete persoonsgegevens bevat van natuurlijke personen. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/398
pagina 3 van 4
Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Navraag door de beroepsinstantie heeft uitgewezen dat de betrokken personen geen toestemming gegeven hebben om deze informatie alsnog openbaar te maken. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep ongegrond is.
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 25 oktober 2021 tegen de ontstentenis van beslissing van de Watering De Burggravenstroom op haar openbaarheidsverzoek d.d. 20 september 2021 is ontvankelijk en ongegrond. Brussel, 25 november 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/398
pagina 4 van 4