Rapport Arbeidshandicap en werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers Analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019
Brussel, december 2020
Ria Bourdeaud’hui, Frank Janssens, Stephan Vanderhaeghe
Stichting Innovatie & Arbeid Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be/stichting
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Een onderzoek met financiële ondersteuning van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk
De Vlaamse werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle publicaties kunnen geraadpleegd worden en werkbaarheidscijfers interactief opgevraagd op www.werkbaarwerk.be Bij gebruik van gegevens en informatie uit deze publicatie wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld.
2
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 3 Samenvatting....................................................................................................................... 5 Inleiding ............................................................................................................................... 7 1
Socio-demografische kenmerken van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ...................................................................................... 9
1.1
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap 2019 ........................ 10
1.2
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau ....................................................................................................... 11
1.3
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar gezinssituatie ................ 12
1.4
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar organisatieomvang, anciënniteit en deelname aan vennootschap ........................................................... 13
1.5
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar sector ............................ 13
1.6
Samenvatting........................................................................................................... 14
2
Werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap .................................................................................................... 15
2.1
De werkbaarheidsgraad ........................................................................................... 15
2.2
De werkbaarheidsknelpunten .................................................................................. 16
2.2.1
Werkstress en burn-out ........................................................................................... 17
2.2.2
Motivatie .................................................................................................................. 18
2.2.3
Leermogelijkheden .................................................................................................. 19
2.2.4
Werk-privébalans ..................................................................................................... 19
2.2.5
Werkbaarheidsknelpunten op een rijtje .................................................................... 20
2.3
De werkbaarheidsrisico’s ......................................................................................... 21
2.3.1
Werkdruk ................................................................................................................. 22
2.3.2
Emotionele belasting ............................................................................................... 22
2.3.3
Taakvariatie ............................................................................................................. 23
2.3.4
Arbeidsomstandigheden .......................................................................................... 24
2.3.5
Een cumulatie van werkbaarheidsrisico’s ................................................................ 24
2.4
Samenvatting........................................................................................................... 25
3
Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap .............................................................. 27
3.1
Werktijden ............................................................................................................... 27
3.2
Opleiding, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing ................................. 28
3
Arbeidshandicap en werkbaar werk
3.3
Haalbaarheid pensioen, groeiverwachting en afhankelijkheid van inkomen uit zelfstandige activiteit................................................................................................ 29
3.4
Grensoverschrijdend gedrag .................................................................................... 30
3.5
Tevredenheid over diverse werkaspecten................................................................ 31
3.6
Samenvatting........................................................................................................... 34
Lijst figuren.......................................................................................................................... 35 Lijst tabellen ........................................................................................................................ 36 Referentielijst ...................................................................................................................... 38
4
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Samenvatting Dit rapport is gebaseerd op de werkbaarheidsmeting 2019 en levert geen informatie over de gevolgen van de Corona-crisis (voor de jobs) voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. In 2019 geeft 16,4% van de zelfstandige ondernemers aan tijdens de dagelijkse bezigheden hindert te ervaren door een handicap, een langdurige lichamelijke aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte. Bij 13,9% gaat het over beperkte hinder, 2,5% omschrijft de hinder als erg. Dit betekent dat op de Vlaamse arbeidsmarkt heel wat zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap in hoofdberoep aan het werk zijn. We ramen hun aantal op zo’n 61.000. Ze zijn soms jong, hooggeschoold of net als ondernemer gestart maar ze zijn wel oververtegenwoordigd bij de 50-plussers, de kortgeschoolden en de anciens -meer dan vijf jaar actief als zelfstandige ondernemer. We vinden de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ook vaker terug bij de alleenstaanden. Ze runnen hun bedrijf ook vaker zelf zonder personeel en maken minder deel uit van een vennootschap. Het aandeel van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ligt het hoogst in de horeca (28,5%), de land- en tuinbouw (24,1%) en de bouw (23,4%). In de sector van de vrije beroepen en bij de (andere) intellectuele diensten ligt dit aandeel met resp. 11,5% en 7,9% veel lager. Het percentage werkbare jobs ligt aanmerkelijk lager bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. In 2019 heeft 35,5% van de zelfstandige ondernemers met een werkbare job. Dit staat tegenover 53% werkbare jobs bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. De lage werkbaarheidscijfers voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap vinden hun oorsprong in het feit dat zij meer dan de andere zelfstandige ondernemers met werkbaarheidsknelpunten worden geconfronteerd Werkstress/burn-out is voor alle zelfstandige ondernemers, ook voor deze met een arbeidshandicap het belangrijkste knelpunt. 53,3% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap wordt geconfronteerd met werkstressproblemen, bij 21,8% is er sprake van burn-outsymptomen. Een onevenwicht in de werk-privécombinatie komt als werkbaarheidsknelpunt op de tweede plaats bij alle zelfstandige ondernemers, ook bij deze met een arbeidshandicap. 41,9% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ervaren problemen in de werkprivébalans, voor 19,4% zijn die problemen acuut. 16,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap signaleren motivatieproblemen. Bij 6,4% is er sprake van ernstige demotivatie. Hiermee komen motivatieproblemen op de derde plaats. Van de vier werkbaarheidsknelpunten komt bij de zelfstandige ondernemers een leerdeficit het minst voor. 7,5% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap heeft af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden en bij 0,9% is er sprake van een ernstig leerdeficit. Werkbaarheidsknelpunten gaan hand in hand met risico’s in de arbeidssituatie, dit is niet anders voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap worden bovendien significant meer dan de andere zelfstandige ondernemers blootgesteld aan hoge werkdruk en fysieke belastende arbeidsomstandigheden: Werkdruk is voor alle zelfstandige ondernemers, ook voor deze met een arbeidshandicap het belangrijkste knelpunt. Voor 54,5% van de zelfstandige ondernemers met een
5
Arbeidshandicap en werkbaar werk
arbeidshandicap is de werkdruk hoog. Bij 26,5% er sprake van zeer hoge werkdruk. Deze aandelen liggen met respectievelijk 44,2% en 17,7% ongeveer 10 procentpunt lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. 41% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap wordt geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden. Bij 16% is er sprake van een zeer hoge fysieke belasting. Deze aandelen liggen met respectievelijk 16,9% en 5% aanzienlijk lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Belastende arbeidsomstandigheden vormen voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap het op een na belangrijkste werkbaarheidsrisico. 30,9% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap emotioneel belastend werk. Bij respectievelijk 6,4% is er sprake van emotionele overbelasting. Van de vier werkbaarheidsrisico’s komt routinematig werk het minst vaak voort. Routinematig werk is voor 8,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap problematisch. Bij 0,9% is er sprake van extreem routinematig werk. Het frequenter voorkomen van elk van de werkbaarheidsrisico’s bij zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap betekent ook dat vier op de tien (43,7%) van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap twee of meer werkbaarheidsrisico’s combineren. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap is dit een kwart (27,6%). De werkbaarheidsmonitor brengt niet enkel de werkbaarheidsgraad en –indicatoren in kaart, maar peilt ook naar aanvullende informatie over de jobkenmerken en werkbeleving. Ook hieruit blijkt dat in een aantal opzichten de arbeidssituatie van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap precairder is dan deze van de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap: werken gemiddeld meer uren, nemen minder vakantie en doen vaker nachtwerk; zijn minder hoog opgeleid, nemen minder deel aan bijscholing, ervaren vaker een competentiedeficit op het vlak van management en hebben minder vaak ondersteuning vanuit een sociaal netwerk; zijn frequenter slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, voor ongewenst seksueel gedrag en pesten is het aandeel dat ermee geconfronteerd wordt dubbel zo hoog; scoren minder gunstig op de indicatoren voor duurzame inzetbaarheid: een groter aandeel heeft negatieve groeiverwachtingen of acht in de huidige job doorwerken tot het pensioen niet haalbaar; Ongeveer zes op de tien zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap blikt tevreden terug op hun keuze voor het zelfstandig ondernemerschap. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap loopt dit aandeel op tot drie op de vier. Op het vlak van sociale bescherming is het aandeel dat tevreden is bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap (19,3%) bijna dubbel zo hoog als bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap (10,3%). Ook voor de tevredenheid over de financieel-economische aspecten (inkomen, financieel economische toestand, mogelijkheid om leningen te bekomen) zijn de verschillen groot. Dat de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap vaker alleenstaand (enige kostwinner) is, maakt deze vaststellingen nog meer tot een aandachtspunt.
6
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Inleiding De Vlaamse sociale partners dragen al vele jaren de boodschap uit dat langer werken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en het werk voldoende kwaliteitsvol is. Ze zetten daarom resoluut in op ‘werkbaar werk’: werk waarvan je niet overspannen of ziek wordt, dat boeiend en motiverend is, kansen biedt op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laat voor gezin en privéleven. Om de vinger aan de pols te houden brengt de Stichting Innovatie & Arbeid sinds 2004 de werkbaarheid van de jobs in Vlaanderen in kaart via een grootschalige, driejaarlijkse schriftelijke bevraging bij werknemers en zelfstandige ondernemers. Sinds 2019 wordt ook specifieke aandacht gegeven aan de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Dat zijn zelfstandige ondernemers die in de werkbaarheidsenquête aangeven dat ze tijdens hun dagelijkse bezigheden hinder ervaren door een handicap, een langdurige aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte. Werkbaarheid wordt - conform de vermelde beleidsdefinitie – in de monitor geoperationaliseerd aan de hand van vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsmonitor beoordeelt niet enkel in welke mate het werk werkbaar is voor de betrokkenen, maar registreert ook een aantal achterliggende risicofactoren. Daartoe werden voor de zelfstandige ondernemers een aantal risico-indicatoren ontwikkeld: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Daarnaast levert de werkbaarheidsbevraging ook aanvullende informatie op over de arbeidssituatie en werkbeleving zoals werktijden, opleiding, bijscholing, inschatting van de haalbaarheid om door te werken tot de pensioenleeftijd, tevredenheid over een aantal aspecten van het ondernemerschap. Dit rapport brengt voor 2019 de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap in beeld en is opgedeeld in drie hoofdstukken: Het eerste hoofdstuk bekijkt welk aandeel van de zelfstandige ondernemers hinder ervaart door een arbeidshandicap en beschrijft de samenstelling van deze zelfstandige ondernemers groep naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, gezinssituatie, beroepsgroep en sector; Het tweede hoofdstuk gaat in op de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. We nemen de kengetallen voor werkbaarheidsindicatoren en de risicoindicatoren onder de loep; Het derde hoofdstuk inventariseert de aanvullende informatie over de arbeidssituatie en werkbeleving van de zelfstandige ondernemers met een (beperkte of zware) arbeidshandicap.
7
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Methodologie Vlaamse Werkbaarheidsmonitor in een notendop De Vlaamse werkbaarheidsmonitor is een door de Stichting Innovatie & Arbeid ontwikkeld en beheerd meetsysteem, dat de ontwikkelingen in de kwaliteit van de arbeid of werkbaarheid in kaart brengt. Het is gebaseerd op grootschalige, driejaarlijkse (cross-sectionele) surveys bij werknemers en zelfstandige ondernemers op de Vlaamse arbeidsmarkt. In de meting 2019 wordt voor het eerst gepeild naar de arbeidshandicap bij zelfstandige ondernemers. De Vlaamse sociale partners hebben de beleidsnotie werkbaarheid concreet gemaakt aan de hand van vier kwaliteitscriteria: werkbaar werk verwijst naar werk, waarvan je niet overspannen of ziek wordt, die boeiend en motiverend zijn, kansen bieden op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laten voor gezin en privéleven. De werkbaarheidsmonitor hanteert daarom vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. Meettechnisch is voor de operationalisering van de werkbaarheidsindicatoren geopteerd voor psychometrische schalen. De argumentatie voor het gebruik van dergelijke meetschalen (in plaats van enkelvoudige vragen) ligt in de meetnauwkeurigheid ervan. Bij de constructie van de vragenlijst werd maximaal aansluiting gezocht bij bestaande, wetenschappelijk gevalideerde instrumenten. Voor elk van de vier werkbaarheidsdimensies en -indicatoren zijn voor de schaalscores grenswaarden (‘cutoff points’) bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is. In de werkbaarheidsmonitor wordt met ‘gelede’ kengetallen gewerkt: naar analogie met de kleurensymboliek van een verkeerslicht, wordt niet enkel een problematische groep afgebakend en becijferd (‘oranje knipperlicht’ - knelpunt), maar daarbinnen ook een subgroep die als ‘acuut problematisch’ kan gelabeld worden (‘rood alarmsignaal’ - acuut knelpunt). Problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsdimensies als volgt benoemd: Psychische vermoeidheid: werkstressklachten - burn-outsymptomen Welbevinden in het werk: motivatieproblemen - ernstige demotivatie Leermogelijkheden: onvoldoende leermogelijkheden - ernstig leerdeficit Werk-privé-balans: problemen werk-privé-combinatie - acuut werk-privé-conflict De werkbaarheidsgraad als samengestelde index verwijst naar het percentage zelfstandige ondernemers dat een kwaliteitsvolle job heeft/in een niet problematische situatie verkeert/geen knelpunten signaleert voor elk van vier genoemde werkbaarheidsdimensies.
8
Arbeidshandicap en werkbaar werk
In de werkbaarheidsmonitor wordt ook gepeild naar een aantal kenmerken van de arbeidssituatie, die de werkbaarheid kunnen bedreigen dan wel bevorderen. In de monitor voor de zelfstandige ondernemers worden vier jobkenmerken via zogenaamde risico-indicatoren in kaart gebracht: werkdruk, emotionele belasting, (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden, taakvariatie (afwisseling in het werk), autonomie (zelfstandigheid in het werk) en ondersteuning door de directe leiding. Ook bij deze vier risico-indicatoren is de indicering gebaseerd op psychometrische schalen en werden grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is. De kengetallen voor problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden risico-indicatoren als volgt benoemd: Werkdruk: hoge werkdruk - zeer hoge werkdruk Emotionele belasting: emotioneel belastend werk - emotionele overbelasting Taakvariatie: routinematig werk - extreem routinematig werk Arbeidsomstandigheden: belastende arbeidsomstandigheden - zeer hoge fysieke belasting In dit rapport wordt ingezoomd op de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. In de werkbaarheidsenquête 2019 wordt hierover de volgende vraag gesteld:
De drie onderscheiden groepen noemen we verder in het rapport ‘zelfstandige ondernemers met een zware arbeidshandicap’, ‘zelfstandige ondernemers met een beperkte arbeidshandicap’ en ‘zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap’. Omdat het aantal respondenten met een zware arbeidshandicap beperkt is (n=71) worden deze meestal samengevoegd met deze van de zelfstandige ondernemers met een beperkte arbeidshandicap. We spreken in de geval van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap.
1
Socio-demografische kenmerken van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap
In dit hoofdstuk kijken we eerst welk aandeel van de zelfstandige ondernemers (dat actief is op de arbeidsmarkt) hinder ervaart door een arbeidshandicap. We beschrijven daarna voor verschillende deelgroepen (geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, gezinssituatie, organisatieomvang, anciënniteit, deelname aan vennootschap, sector) hoe de zelfstandige ondernemers zijn verdeeld naar arbeidshandicap: aandeel zelfstandige ondernemers met arbeidshandicap versus aandeel zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Hierdoor krijgen we een beeld van de deelgroepen waarin de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap onder- dan wel oververtegenwoordigd zijn.
9
Arbeidshandicap en werkbaar werk
1.1
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap 2019
In 2019 bedraagt het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat tijdens de dagelijkse bezigheden hindert ervaart door een handicap, een langdurige lichamelijke aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte 16,4%: 13,9% heeft een beperkte arbeidshandicap, 2,5% een zware arbeidshandicap. Tabel 1:
Aandeel zelfstandige ondernemers met/zonder een arbeidshandicap, 2019
2019 % 83,6
geen arbeidshandicap N
beperkte arbeidshandicap
2367
13,9 N
zware arbeidshandicap
394
2,5 N
71
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers, 2019 Figuur 1:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een (beperkte of zware) arbeidshandicap, 2019
zwaar; 2,5%
beperkt; 13,9%
geen; 83,6%
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019
In absolute cijfers ramen we het aantal zelfstandige ondernemers in hoofdberoep met een arbeidshandicap op om en bij de 61.000 personen, waarvan 51.600 met een beperkte arbeidshandicap en 9.300 met een zware arbeidshandicap. In wat volgt worden de gegevens van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap samen gerapporteerd en dit omwille van het lage aandeel van zelfstandige ondernemers met een zware arbeidshandicap (n=71).
10
Arbeidshandicap en werkbaar werk
1.2
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau
Het aandeel van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap verschilt niet voor mannen en vrouwen (16,4%). Naar leeftijd en scholingsniveau zijn er wel verschillen. Het aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap neemt toe met de leeftijd en neemt af met het scholingsniveau. Tabel 2:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau, 2019
arbeidshandicap
geen arbeidhandicap
Geslacht man vrouw
%
%
16,4 16,4
83,6 83,6
100,0
1004
100,0
1825
Leeftijd -30 30 - 49 jaar 50+
10,3 14,3 19,9
89,7 85,7 80,1
100,0
224
100,0
1368
100,0
1236
Hoogste diploma of getuigschrift kortgeschoold middengeschoold hooggeschoold
28,6 22,3 11,4
71,4 77,7 88,6
100,0
308
%
N
100,0
803
100,0
1705
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
Figuur 2:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar leeftijd, 2019
50+
19,9
30 - 49 jaar
14,3
-30
10,3 0
20 arbeidshandicap
40
60
80
100
geen arbeidshandicap
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
Naar leeftijd zien we dat het aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap toeneemt van 10,3% bij de min-dertigers, over 14,3% bij de leeftijdsgroep 30 tot 49 jaar, tot bijna een op de vijf (19,9%) bij de vijftigplussers.
11
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Figuur 3:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar scholingniveau, 2019
hooggeschoold
11,4
middengeschoold
22,3
kortgeschoold
28,6
0
20
arbeidshandicap
40
60
80
100
geen arbeidshandicap
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
Van de hooggeschoolde zelfstandige ondernemers geeft 11,4% aan hinder te ondervinden door een arbeidshandicap. Bij de kortgeschoolden is dat aandeel meer dan dubbel zo groot (28,6%) en bij de middengeschoolden gaat het om 22,3%. Dat het aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap veel lager is bij hooggeschoolden hangt voor een deel samen met het feit dat het aandeel 50+ers bij de hooggeschoolden binnen die groep veel kleiner is. Van de kortgeschoolden is 50,1% vijftig jaar of ouder terwijl dat bij de middengeschoolden 32,8% en bij de hooggeschoolden 34,6%.
1.3
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar gezinssituatie
Het aandeel van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap verschilt naar gezinssituatie. Bij de zelfstandige ondernemers zonder kinderen en bij deze zonder partner vinden we verhoudingsgewijs meer zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Tabel 3:
Aandeel zelfstandige (kinderen/partner), 2019
ondernemers
arbeidshandicap
met
een
arbeidshandicap
naar
gezinsssituatie
geen arbeidhandicap
kinderen kinderen geen kinderen
%
%
14,4 19,7
85,6 80,3
100,0
1724
100,0
1104
Partner partner geen partner
15,5 20,7
84,5 79,3
100,0
2331
100,0
496
%
N
12
Arbeidshandicap en werkbaar werk Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
1.4
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar organisatieomvang, anciënniteit en deelname aan vennootschap
De zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap zijn sterker vertegenwoordigd bij de eenmanszaken en maken verhoudingsgewijs ook minder deel uit van een vennootschap. We vinden de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ook vaker terug bij de zaakvoerders met meer dan vijf jaar anciënniteit. Dit hangt uiteraard samen met de gemiddeld hogere leeftijd van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Tabel 4:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar organisatievorm en deelname aan vennootschap, 2019 arbeidshandicap
geen arbeidhandicap
organisatieomvang geen personeel wel personeel
%
%
17,5 14,9
82,5 85,1
100,0
1622
100,0
1152
anciënniteit max vijf jaar meer dan vijf jaar
11,4 17,7
88,6 82,3
100,0
613
100,0
2204
deel van vennootschap ja nee
14,2 20,2
85,8 79,8
100,0
1796
100,0
1000
%
N
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
1.5
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar sector
Het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat hinder ondervindt door een arbeidshandicap of langdurige aandoening/ziekte (arbeidshandicap) is het grootst in de horeca (28,5%), de landen tuinbouw (24,1%) en de bouw (23,4%). Dit aandeel ligt het laagst bij de vrije beroepen (11,5% en de andere intellectuele diensten (7,9%).
13
Arbeidshandicap en werkbaar werk Figuur 4:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar sector, 2019
horeca
28,5
71,5
landbouw, tuinbouw, visserij
24,1
75,9
bouw
23,4
76,6
handel
17,0
transport, productie goederen
83,0
14,6
vrije beroepen
85,4
11,5
andere intellectuele diensten
88,5
7,9
92,1
0
20
40
arbeidshandicap
60
80
100
geen arbeidshandicap
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
Tabel 5:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar sector, 2019
geen arbeidshandicap arbeidshandicap sector
%
landbouw, tuinbouw, visserij handel bouw horeca vrije beroepen transport, productie goederen andere intellectuele diensten andere
24,1 17,0 23,4 28,5 11,5 14,6 7,9 18,8
% 75,9 83,0 76,6 71,5 88,5 85,4 92,1 81,2
%
N
100,0
199
100,0
352
100,0
367
100,0
158
100,0
705
100,0
151
100,0
457
100,0
399
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers , 2019
1.6
Samenvatting
In 2019 bedraagt het aandeel van de zelfstandige ondernemers (als geregistreerd op basis van de werkbaarheidsmeting) dat tijdens de dagelijkse bezigheden hindert ervaart door een handicap,
14
Arbeidshandicap en werkbaar werk
een langdurige lichamelijke aandoening of een langdurige lichamelijke ziekte 16,4%: 13,9% heeft een beperkte arbeidshandicap, 2,5% een zware arbeidshandicap. In absolute cijfers ramen we dit aantal op om en bij de 61.000 zelfstandige ondernemers (51.600 met een beperkte arbeidshandicap, 9.300 met een zware arbeidshandicap). Het aandeel van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap verschilt niet voor mannen en vrouwen. Naar een aantal andere persoonskenmerken (leeftijd, scholingsniveau, gezinssituatie, anciënniteit) zijn er wel verschillen. Het aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap neemt toe met de leeftijd en neemt af met het scholingsniveau. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap komen verhoudingsgewijs vaker voor bij de zelfstandige ondernemers zonder kinderen en/of partner. Ook bij de groep ‘meer dan vijf jaar anciënniteit’ zijn de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap oververtegenwoordigd. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap vinden we minder vaak dan de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap terug bij de zmp’ers (zelfstandig ondernemingen met personeel) en ze maken ook minder deel uit van een vennootschap. Het aandeel van de zelfstandige ondernemers ligt het hoogst in de horeca (28,5%), de land- en tuinbouw (24,1%) en de bouw (23,4%). In de sector van de vrije beroepen en bij de (andere) intellectuele diensten ligt dit aandeel met resp. 11,5% en 7,9% veel lager.
2
Werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap
In dit hoofdstuk nemen we de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers met een (zware of beperkte) arbeidshandicap onder de loep en vergelijken deze met hun collega’s die geen hinder ondervinden door een arbeidshandicap of langdurige ziekte/aandoening. Daarna nemen we de kengetallen voor vier werkbaarheidsknelpunten en vier werkbaarheidsrisico’s onder de loep.
2.1
De werkbaarheidsgraad
De notie ‘werkbaarheid’ wordt in de werkbaarheidsmonitor geconcretiseerd aan de hand van vier kwaliteitscriteria: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsgraad verwijst naar het percentage zelfstandige ondernemers dat een kwaliteitsvolle job heeft en bijgevolg geen knelpunten signaleert voor alle vier genoemde werkbaarheidscriteria. Het percentage werkbare jobs ligt aanmerkelijk lager bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. In 2019 heeft 35,5% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap een werkbare job. Dit staat tegenover 53% werkbare jobs bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
15
Arbeidshandicap en werkbaar werk Tabel 6:
Werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers met en zonder een arbeidshandicap op de Vlaamse arbeidsmarkt, 2019
werkbaarheidsgraad %
53,0
geen arbeidshandicap N
arbeidshandicap
2.285
35,5 N
440
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019
De lage werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap komt niet zomaar uit de lucht vallen en vindt zijn oorsprong in de werkbaarheidsknelpunten. In de volgende paragraaf gaan we hierop verder in.
2.2
De werkbaarheidsknelpunten
De beoordeling van de werkbaarheid van een job (en daarmee de werkbaarheidsgraad) wordt afgeleid uit informatie van de vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid, motivatie), leermogelijkheden in de job (kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling) en werk-privé-balans (combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven). Tabel 7:
Overzicht en omschrijving werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor Indicator
Omschrijving
Psychische vermoeidheid
de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren (problemen met) werkstress
Welbevinden in het werk
de mate waarin zelfstandige ondernemers door de aard van de job(inhoud) werkbetrokken zijn/blijven dan wel gedemotiveerd raken (problemen met) werkbetrokkenheid en motivatie
Leermogelijkheden
de mate waarin zelfstandige ondernemers door formele opleidingskansen en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek hun competenties al dan niet op peil kunnen houden en verder ontwikkelen i.f.v. hun inzetbaarheid op langere termijn (onvoldoende) kansen op bijblijven/competentieontwikkeling
Werk-privébalans
de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan niet belemmerende effecten hebben op de handelingsmogelijkheden in de ‘thuis’situatie (problemen met) combinatie van arbeid met privé-leven
Voor elk van de vier werkbaarheidsdimensies en -indicatoren zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019b). Bij een problematische situatie spreken we over een werkbaarheidsknelpunt, bij een acuut-problematische situatie over een acuut werkbaarheidsknelpunt. In de werkbaarheidsmonitor wordt met andere woorden met ‘gelede kengetallen’ gewerkt. Naar analogie met de kleurensymboliek van een verkeerslicht, wordt niet enkel een problematische groep afgebakend en becijferd (‘oranje knipperlicht’ - knelpunt), maar daarbinnen ook een
16
Arbeidshandicap en werkbaar werk
subgroep die als ‘acuut problematisch’ kan gelabeld worden (‘rood alarmsignaal’ - acuut knelpunt). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsdimensies als volgt benoemd: Tabel 8:
Terminologie voor de kengetallen voor de werkbaarheidsindicatoren Niet problematisch Problematisch
Acuut-problematisch
= geen knelpunt
= knelpunt
= acuut knelpunt
geen werkstress
werkstressproblemen
symptomen burn-out
geen motivatieproblemen
motivatieproblemen
ernstige demotivatie
Leermogelijkheden
voldoende leermogelijkheden
onvoldoende leermogelijkheden
ernstig leerdeficit
Werk-privé-balans
haalbare werk-privécombinatie
problemen werk-privécombinatie
acuut werk-privé-conflict
Psychische vermoeidheid Welbevinden in het werk
In dit hoofdstuk nemen we de (evolutie in de) kengetallen voor de vier werkbaarheidsindicatoren onder de loep en vergelijken we de gegevens van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap met die voor de (controle)groep van zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
2.2.1
Werkstress en burn-out
In 2019 worden 53,3% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap geconfronteerd met werkstressproblemen. Bij 21,8% is er sprake van burn-outsymptomen. Deze aandelen liggen met respectievelijk 33,8% en 10,1% lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
17
Arbeidshandicap en werkbaar werk Tabel 9:
Het aandeel zelfstandige ondernemers met werkstressproblemen en burn-outsymptomen naar arbeidshandicap, 2019
% werkstressproblemen geen arbeidshandicap
symptomen burn-out N
symptomen burn-out N
53,3 21,8 454
werkstressproblemen
significantietoetsing
10,1 2.348
werkstressproblemen arbeidshandicap
33,8
s
symptomen burn-out
s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
2.2.2
Motivatie
In 2019 signaleren 16,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap motivatieproblemen. Bij 6,4% is er sprake van ernstige demotivatie Deze aandelen liggen met respectievelijk 9,1% en 3,5% lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Tabel 10:
Aandeel zelfstandige ondernemers met (ernstige) motivatieproblemen naar arbeidshandicap, 2019.
% motivatieproblemen geen arbeidshandicap
ernstige demotivatie N
ernstige demotivatie N
significantietoetsing
3,5 2.314
motivatieproblemen arbeidshandicap
9,1
16,4 6,4 450
motivatieproblemen ernstige demotivatie
s s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
18
Arbeidshandicap en werkbaar werk
2.2.3
Leermogelijkheden
In 2019 heeft 7,5% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden. Dit aandeel (2,7%) ligt lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Op het vlak van ernstig leerdeficit kunnen we niet spreken van een significant verschil tussen de zelfstandige ondernemers zonder en deze met een arbeidshandicap. Tabel 11:
Aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden naar arbeidshandicap, 2019.
% onvoldoende leermogelijkheden geen arbeidshandicap
2,7 ernstig leerdeficit
N
2.318 onvoldoende leermogelijkheden
arbeidshandicap
7,5 ernstig leerdeficit
N significantietoetsing
0,4
0,9 452
onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit
s ns
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
2.2.4
Werk-privébalans
In 2019 ervaren 41,9% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap een problematische werk-privébalans. Voor 19,4% is er sprake van een acuut problematische situatie. Deze aandelen liggen met respectievelijk 28,2% en 8,9% lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
19
Arbeidshandicap en werkbaar werk Tabel 12:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werk-privébalans naar arbeidshandicap, 2019.
% problemen werk-privé-combinatie geen arbeidshandicap
acuut werk-privé-conflict N
acuut werk-privé-conflict N
significantietoetsing
8,9 2.352
problemen werk-privé-combinatie arbeidshandicap
28,2
41,9 19,4 463
problemen werk-privé-combinatie acuut werk-privé-conflict
s s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
2.2.5
Werkbaarheidsknelpunten op een rijtje
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap worden vaker dan zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap geconfronteerd met elk van de vier werkbaarheidsknelpunten. In procent punten is het verschil het grootst voor werkstressproblemen. Het aandeel voor werkstressproblemen ligt bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap zowat 20 procentpunt hoger dan wanneer geen sprake is van een arbeidshandicap. Zowel bij zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap als bij deze zonder arbeidshandicap zijn werkstressproblemen het belangrijkste knelpunt, onmiddellijk gevolgd door problemen in de werk-privécombinatie. De derde plaats komt toe aan motivatieproblemen, de vierde aan onvoldoende leermogelijkheden. De volgorde waarin de werkbaarheidsknelpunten voorkomen verschilt niet tussen zelfstandige ondernemer met en deze zonder arbeidshandicap.
20
Arbeidshandicap en werkbaar werk Figuur 5:
Aandeel zelfstandige ondernemers met werkbaarheidsknelpunten naar arbeidshandicap, 2019
60%
53,3%
50%
41,9%
40%
33,8% 28,2%
30% 16,4%
20% 9,1%
10%
7,5% 2,7%
0% werkstressproblemen
motivatieproblemen
geen arbeidshandicap
onvoldoende leermogelijkheden
problemen in werkprivécombinatie
arbeidshandicap
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019
2.3
De werkbaarheidsrisico’s
Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap worden meer dan de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap geconfronteerd met werkbaarheidsknelpunten. Deze knelpunten vinden (deels) hun oorzaak in de arbeidssituatie waarin de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap terechtkomen. Omdat het vanuit beleidsoogpunt uiteraard relevant is om de werkbaarheid van jobs oorzakelijk te kunnen duiden (wat maakt werk (on)werkbaar?), wordt in de werkbaarheidsmonitor ook gepeild naar een aantal kenmerken van de arbeidssituatie die de kwaliteit van jobs bedreigen dan wel bevorderen. In de monitor voor zelfstandige ondernemers worden vier jobkenmerken via zogenaamde risicoindicatoren in kaart gebracht: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk) en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Tabel 13:
Overzicht en omschrijving risico-indicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor Indicator
Omschrijving
Werkdruk
de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines
Emotionele belasting
de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen, inz. bij omgang met klanten (patiënten, leerlingen) of coördinatieopdrachten
Taakvariatie
de mate waarin de functie-inhoud een afwisselend takenpakket omvat en beroep doet op vaardigheden van zelfstandige ondernemers
Arbeidsomstandigheden
de mate waarin zelfstandige ondernemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting
Ook voor deze zes werkbaarheidsrisico’s zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019b). Niet
21
Arbeidshandicap en werkbaar werk
problematische, problematische en acuut-problematische onderscheiden werkbaarheidsrisico’s als volgt benoemd: Tabel 14:
situaties
worden
voor
de
Terminologie voor de kengetallen voor de risico-indicatoren Niet problematisch
Problematisch
Acuut-problematisch
geen hoge werkdruk
hoge werkdruk
zeer hoge werkdruk
geen emotioneel belastend werk
emotioneel belastend werk
emotionele overbelasting
Taakvariatie
geen routinematig werk
routinematig werk
extreem routinematig werk
Arbeidsomstandigheden
geen belastende arbeidsomstandigheden
belastende arbeidsomstandigheden
zeer hoge fysieke belasting
Werkdruk Emotionele belasting
2.3.1
Werkdruk
Voor meer dan de helft van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap (54,5%) is de werkdruk hoog. Bij een kwart (26,5%) er sprake van zeer hoge werkdruk. Deze aandelen liggen met respectievelijk 44,2% en 17,7% ongeveer 10 procentpunt lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Hoge werkdruk vormt hiermee voor alle zelfstandige ondernemers – met of zonder arbeidshandicap - het belangrijkste werkbaarheidsrisico. Tabel 15:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werk-privébalans naar arbeidshandicap, 2019.
% hoge werkdruk geen arbeidshandicap
44,2 zeer hoge werkdruk
N
2.319 hoge werkdruk
arbeidshandicap
54,5 zeer hoge werkdruk
N significantietoetsing
17,7
26,5 453
hoge werkdruk
s zeer hoge werkdruk
s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
2.3.2
Emotionele belasting
In 2019 hebben 30,9% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap emotioneel belastend werk. Bij respectievelijk 6,4% is er sprake van emotionele overbelasting. Deze aandelen verschillen niet significant van deze voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
22
Arbeidshandicap en werkbaar werk Tabel 16:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een emotioneel belastend werk naar arbeidshandicap, 2019.
% emotioneel belastend werk geen arbeidshandicap
emotionele overbelasting N
4,7 2.315
emotioneel belastend werk arbeidshandicap
emotionele overbelasting N
significantietoetsing
27,6
30,9 6,4 453
emotioneel belastend werk emotionele overbelasting
ns ns
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
2.3.3
Taakvariatie
In 2019 hebben 8,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap onvoldoende taakvariatie. Bij 0,9% is er sprake van extreem routinematig werk. Deze aandelen verschillen niet significant van deze voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Onvoldoende taakvariatie komt bij alle zelfstandige ondernemers – met of zonder arbeidshandicap- het minst voor. Tabel 17:
Aandeel zelfstandige ondenemers met (extreem) routinematig werk naar arbeidshandicap, 2019.
% routinematig werk geen arbeidshandicap
7,7 extreem routinematig werk
N
2.319 routinematig werk
arbeidshandicap
8,4 extreem routinematig werk
N significantietoetsing
2,0
0,9 452
routinematig werk extreem routinematig werk
ns ns
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
23
Arbeidshandicap en werkbaar werk
2.3.4
Arbeidsomstandigheden
In 2019 worden 41% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden. Bij 16% is er sprake van een zeer hoge fysieke belasting. Deze aandelen liggen met respectievelijk 16,9% en 5% aanzienlijk lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Op het vlak van belastende arbeidsomstandigheden zijn de verschillen tussen zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap en deze zonder groter dan voor de andere werkbaarheidsrisico’s. Belastende arbeidsomstandigheden vormen voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap het op een na belangrijkste werkbaarheidsrisico. Tabel 18
Evolutie 2019 van het aandeel dat met belastende arbeidsomstandigheden geconfronteerd wordt, naar arbeidshandicap, 2019
% belastende arbeidsomstandigheden geen arbeidshandicap
zeer hoge fysieke belasting N
41,0
zeer hoge fysieke belasting
16,0
belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting
456 s s
N significantietoetsing
5,0 2.324
belastende arbeidsomstandigheden arbeidshandicap
16,9
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns bij significantietoetsing wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
2.3.5
Een cumulatie van werkbaarheidsrisico’s
Voor werkdruk en belastende arbeidsomstandigheden ligt het aandeel zelfstandige ondernemers dat ermee geconfronteerd wordt hoger bij zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Dit maakt dat er zich bij deze zelfstandige ondernemers ook vaker ‘cumul’ van de werkbaarheidsrisico’s manifesteert. In onderstaande tabel geven we weer dat met hoeveel van de vier risico’s de zelfstandige ondernemer gemiddeld wordt geconfronteerd.
24
Arbeidshandicap en werkbaar werk Figuur 6:
Aantal werkbaarheidsrisico’s waarmee zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap en zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap geconfronteerd worden (2019)
arbeidshandicap
21,4%
geen arbeidshandicap
35,0%
36,0%
0%
20%
geen werkbaarheidsrisico
43,7%
36,4%
40%
60%
27,6%
80%
100%
slechts één werkbaarheidsrisico
twee of meer werkbaarheidsrisico's Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Zelfstandige ondernemers 2019
Uit de figuur blijkt dat vier op de tien (43,7%) van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap twee of meer werkbaarheidsrisico’s combineren. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap is dit een kwart (27,6%).
2.4
Samenvatting
Het percentage werkbare jobs ligt beduidend lager bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. In 2019 heeft 35,5% van de zelfstandige ondernemers met een werkbare job. Dit staat tegenover 53% werkbare jobs bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. De lage werkbaarheidscijfers voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap vinden hun oorsprong in het feit dat zij meer dan de andere zelfstandige ondernemers met werkbaarheidsknelpunten worden geconfronteerd Werkstress/burn-out is voor alle zelfstandige ondernemers, ook voor deze met een arbeidshandicap het belangrijkste knelpunt. 53,3% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap wordt geconfronteerd met werkstressproblemen, bij 21,8% is er sprake van burn-outsymptomen. Deze aandelen liggen met respectievelijk 33,8% en 10,1% lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
25
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Een onevenwicht in de werk-privécombinatie komt als werkbaarheidsknelpunt op de tweede plaats bij alle zelfstandige ondernemers, ook bij deze met een arbeidshandicap. 41,9% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ervaren problemen in de werkprivébalans, voor 19,4% zijn die problemen acuut. Deze aandelen liggen met respectievelijk 28,2% en 8,9% lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. 16,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap signaleren motivatieproblemen. Bij 6,4% is er sprake van ernstige demotivatie. Deze aandelen liggen met respectievelijk 9,1% en 3,5% lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Hiermee komen motivatieproblemen voor alle zelfstandige ondernemers op de derde plaats. Van de vier werkbaarheidsknelpunten komt bij de zelfstandige ondernemers een leerdeficit het minst voor. 7,5% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap heeft af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap bedraagt dit aandeel op 2,7%. Op het vlak van ernstig leerdeficit is er geen significant verschil tussen de zelfstandige ondernemers met en deze zonder arbeidshandicap. Werkbaarheidsknelpunten gaan hand in hand met risico’s in de arbeidssituatie, dit is niet anders voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap worden bovendien meer dan de andere zelfstandige ondernemers blootgesteld aan hoge werkdruk en belastende arbeidsomstandigheden in het werk: Werkdruk is voor alle zelfstandige ondernemers, ook voor deze met een arbeidshandicap het belangrijkste knelpunt. Voor 54,5% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap is de werkdruk hoog. Bij 26,5% er sprake van zeer hoge werkdruk. Deze aandelen liggen met respectievelijk 44,2% en 17,7% ongeveer 10 procentpunt lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. 41% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap wordt geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden. Bij 16% is er sprake van een zeer hoge fysieke belasting. Hiermee zijn belastende arbeidsomstandigheden het op een na belangrijkste werkbaarheidsrisico voor zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Deze aandelen liggen met respectievelijk 16,9% en 5% aanzienlijk lager bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. 30,9% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap emotioneel belastend werk. Bij respectievelijk 6,4% is er sprake van emotionele overbelasting. Deze aandelen verschillen niet significant van de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Van de vier werkbaarheidsrisico’s komt routinematig werk het minst vaak voort. De taakvariatie is voor 8,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap problematisch. Bij 0,9% is er sprake van extreem routinematig werk. Deze aandelen verschillen niet significant van deze voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Het frequenter voorkomen van elk van de werkbaarheidsrisico’s bij zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap betekent ook dat vier op de tien (43,7%) van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap twee of meer werkbaarheidsrisico’s combineren. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap is dit een kwart (27,6%).
26
Arbeidshandicap en werkbaar werk
3
Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap
In de werkbaarheidsenquêtes wordt - naast de besproken indicatoren - ook aanvullende informatie opgevraagd over de arbeidssituatie en werkbeleving. Bij de meting 2019 werden bijvoorbeeld ook gegevens verzameld over de werktijden, opleiding en bijscholing, de mate waarin het gezin afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit, de groeiverwachtingen, de haalbaarheid om door te werken tot de pensioenleeftijd, de confrontatie met grensoverschrijdend gedrag en tevredenheid over diverse aspecten van het zelfstandig beroep. We brengen in dit hoofdstuk deze informatie voor de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap bijeen en vergelijken hun scores met deze van de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
3.1
Werktijden
In tabel 19 vinden we de cijfergegevens over de werktijden en de vakantiedagen. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap werken gemiddeld 55,5 uur per week. Dat is twee uur meer dan de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap, zij werken 53,6 uur per week. Het aantal vakantiedagen van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap ligt met 17,5 zo’n twee dagen lager dan bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap komt nachtwerk (werken tussen 22u en 6u) vaker voor dan bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Tabel 19:
Werktijden en vakantiedagen van zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, 2019 arbeidshandicap
geen arbeidshandicap verschiltoetsing
gemiddeld aantal werkuren per week
55,5
53,6
s
aantal vakantiedagen
17,5
19,4
s
aantal werkuren per week
%
%
≤40 uren
22,3
20,0
41-59 uren
31,0
40,7
≥60 uren
46,7
39,3
nachtarbeid (tussen 22u en 6u)
%
s
%
altijd
3,5
2,1
vaak
12,6
9,6
soms
38,2
38,1
nooit
45,7
50,2
s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
27
Arbeidshandicap en werkbaar werk
3.2
Opleiding, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing
De informatie over het opleidingsniveau, de ervaren competenties, de sociale ondersteuning en de bijscholing wordt opgelijst in tabel 20. In 2019 heeft vier op de tien van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap een diploma hoger onderwijs. Dat is beduidend minder dan het aandeel (64,2%) bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Ongeveer de helft van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap voelt zich in alle omstandigheden (altijd) voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van het werk. Dat aandeel ligt hoger dan het aandeel bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Voor de antwoordmogelijkheid ‘vaak’ zien we het omgekeerde. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap scoren hier lager dan zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Ongeveer twee op de tien van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap voelt zich in alle omstandigheden (altijd) voldoende opgeleid voor het beheer en het management van het bedrijf. Dit is ook zo bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Voor de antwoordmogelijkheid ‘vaak’ zien we wel een verschil. Hier scoren de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap minder goed dan deze zonder arbeidshandicap. Dit maakt dat het aandeel zelfstandige ondernemers met een ernstig deficit (soms, nooit voldoend opgeleid) op het vlak van management groter is bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Ongeveer twee op de tien zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap voelt zich bij de bedrijfsvoering niet ondersteund door een sociaal netwerk. Hiermee doen ze het slechter dan de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. 44,5% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap volgde het afgelopen jaar een bijscholing. Dit aandeel ligt lager dan de 56,2% die we vinden bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap.
28
Arbeidshandicap en werkbaar werk Tabel 20:
Opleidingsniveau, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing, zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, 2019 arbeidshandicap
geen arbeidshandicap
%
%
geen, lager of lager secundair
19,1
9,3
verschiltoetsing
hoogste getuigschrift
hoger secundair
38,8
26,5
hoger onderwijs korte type
18,9
25,9
hoger onderwijs lange type/universiteit
23,2
38,3
altijd
49,1
43,9
vaak
39,9
48,4
soms
9,5
6,7
nooit
1,5
1,0
altijd
22,3
20,4
s
voelt u zich voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van uw zelfstandige activiteit?
s
voelt u zich voldoende opgeleid voor het beheer en het management van uw bedrijf, firma?
vaak
41,2
47,8
soms
29,8
28,1
nooit
6,7
3,7
s
voelt u zich (als u dat nodig vindt) bij uw bedrijfsvoering ondersteund door een sociaal netwerk (verenigingen, externe adviseurs, familieraad)?
deelname aan bijscholing afgelopen jaar
helemaal
7,3
9,0
in belangrijke mate
32,2
35,8
in beperkte mate
41,4
42,7
helemaal niet
19,2
12,5
44,5
56,2
s
s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
3.3
Haalbaarheid pensioen, groeiverwachting en afhankelijkheid van inkomen uit zelfstandige activiteit
Tabel 21 bevat informatie over de mate waarin het gezin afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit, de groeiverwachtingen van de ondernemer en de mate waarin doorwerken tot het pensioen haalbaar wordt geacht.
29
Arbeidshandicap en werkbaar werk Tabel 21:
Afhankelijkheid van inkomen, groeiverwachting en haalbaarheid pensioen bij zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, 2019
arbeidshandicap
geen arbeidshandicap
%
%
verschiltoetsing
In welke mate is uw gezin afhankelijk van het inkomen uit uw zelfstandige activiteit? helemaal
48,4
39,5
in belangrijke mate
36,7
46,6
in beperkte mate
12,1
10,8
helemaal niet
2,9
3,1
s
groeiverwachting verwacht groei van activiteit
29,4
43,4
verwacht behoud van huidig peil
43,5
42,0
verwacht vermindering of stopzeting
27,1
14,7
doorwerken tot pensioen haalbaar
53,4
71,6
doorwerken tot pensioen haalbaar, mits aangepast werk
41,5
24,9
doorwerken tot pensioen niet haalbaar
5,1
3,5
s
haalbaarheid pensioen s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
Bijna de helft van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap is het gezin helemaal afhankelijk van het inkomen uit de zelfstandige activiteit. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap is dat vier op de tien. Drie op de tien zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap verwacht in de nabije toekomst (3 à 5 jaar) een groei van de activiteit. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap ligt is dit meer dan vier op de tien. Voor vermindering of stopzetting van de activiteit zien we het omgekeerde, 27,1% voor de zelfstandige ondernemers met arbeidshandicap tegenover 14,7% bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. 53,4% van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap acht het haalbaar om de huidige job verder te zetten tot het pensioen, 41,5% acht dit enkel haalbaar bij aanpassing van het werk (bv. minder werken of lichter werk) en een kleine minderheid (5,1%) acht het sowieso niet haalbaar. Zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap zien doorwerken tot het pensioen zonder aanpassingen van het werk, vaker zitten.
3.4
Grensoverschrijdend gedrag
Tabel 22 inventariseert de informatie uit de werkbaarheidsenquête 2019 over het voorkomen van verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag: (verbale) intimidatie of bedreiging, ongewenst seksueel gedrag, (fysieke) agressie en pesten.
30
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap werd in het afgelopen jaar 4% (sporadisch of regelmatig) slachtoffer van lichamelijk geweld, 20,7% van intimidatie of bedreiging, 5,9% van ongewenst seksueel gedrag en 9,8% van pestgedrag. Voor lichamelijk geweld wijken deze cijfers niet significant af van deze voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Voor de drie andere vormen van grensoverschrijdend gedrag zijn er wel verschillen, de cijfers liggen telkens hoger bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap is er bij 14,1% sprake van voor intimidatie of bedreiging, bij 2,6% van ongewenst seksueel gedrag en bij 3,6% van pesten. Dit betekent dat zowel bij ongewenst seksueel gedrag als bij pesten het aandeel bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap dubbel zo hoog is dan bij zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Tabel 22:
Aandeel zelfstandige ondernemers grensoverschrijdend gedrag, 2019
met
en
zonder
arbeidshandicap,
arbeidshandicap
slachtoffer
van
geen arbeidshandicap
%
%
nooit
96,1
97,6
sporadisch
3,3
2,1
regelmatig
0,7
0,3
verschiltoetsing
slachtoffer van lichamelijk geweld ns
slachtoffer van intimidatie of bedreiging nooit
79,3
85,9
sporadisch
18,7
13,0
regelmatig
2,0
1,1
nooit
94,1
97,5
sporadisch
5,5
2,5
regelmatig
0,4
0,1
s
slachtoffer van ongewenst seksueel gedrag s
slachtoffer van pestgedrag nooit
90,2
96,4
sporadisch
8,5
3,1
regelmatig
1,3
0,5
s
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de bouwsector en de rest van de zelfstandige ondernemers.
3.5
Tevredenheid over diverse werkaspecten
In de werkbaarheidsenquête voor de zelfstandige ondernemers wordt gevraagd hoe tevreden ze, alles bij elkaar genomen, zijn met een dertiental aspecten van hun zelfstandige activiteit. In tabel 23 wordt weergegeven welk percentage van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap (eerder tot zeer) tevreden is en wordt vergeleken met de score voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Voor de meeste aspecten ligt het aandeel (zeer) tevreden significant hoger bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Voor vier aspecten is er geen verschil: tevredenheid over
31
Arbeidshandicap en werkbaar werk
het personeel, de samenwerking met vennoot of meewerkende partner, de contacten met de leveranciers en de overheidsadministratie. Zowel zelfstandige ondernemers zonder als met een arbeidshandicap zijn het meest tevreden over hun klanten: 86,3% bij zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap en 90,6% bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap. Voor alle andere aspecten is het verschil tussen de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap meer uitgesproken. Op het vlak van sociale bescherming is het aandeel voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap (19,3%) bijna dubbel zo hoog als bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap (10,3%). Ook voor de tevredenheid over de financieel-economische aspecten zijn de verschillen groot: inkomen (32,5% versus 51,2%), de financieel-economische toestand van de onderneming (33,6% versus 52,9%) en de mogelijkheid om leningen te bekomen (41,6% versus 57,2%). Ook over de werktijden ligt het aandeel tevreden bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap lager (45,1% versus 58%). Ongeveer zes op de tien zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap blikt tevreden terug op hun keuze voor het zelfstandig ondernemerschap. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap loopt dit aandeel op tot drie op de vier.
32
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Tabel 23:
Tevredenheid over diverse werkaspecten bij zelfstandige ondernemers zonder en met arbeidshandicap, 2019. contacten met klanten (s)
86,3
personeel
81,5
90,6
85,3
79,5 79,0
contacten met leveranciers 75,3 75,9
de samenwerking met vennoot, meewerkende partner
keuze voor het zelfstandig ondernemerschap (s)
77,1
62,0
onafhankelijkheid in het werk (s)
71,5
61,3
gedragen verantwoordelijkheid (s)
64,3
50,5
werktijden (s)
58,0
45,1
mogelijkheden om financiering of leningen te bekomen (s)
57,2
41,6
financieel-economische toestand van de activiteit (s)
52,9
33,6
inkomen (s)
51,2
32,5 21,8 20,5
contact met de overheid(sadministratie)
sociale bescherming (s)
10,3
0,0
10,0
19,3
20,0
30,0
geen arbeidshandicap
40,0
50,0
60,0
70,0
80,0
90,0
100,0
arbeidshandicap
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering (s) wijst erop dat bij toetsing een significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap.
33
Arbeidshandicap en werkbaar werk
3.6
Samenvatting
Niet alleen de werkbaarheidsrisico’s geven aan dat de arbeidssituatie van de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap in een aantal opzichten precairder is dan deze van de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap, ook andere indicatoren bevestigen dit beeld. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap werken gemiddeld meer uren, ze nemen minder vakantie en doen vaker nachtwerk. Ze zijn minder hoog opgeleid, nemen minder deel aan bijscholing, ervaren vaker een competentiedeficit op het vlak van management en kunnen minder vaak een beroep doen op een sociaal netwerk. Een ander aandachtspunt bij zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap is dat zij frequenter dan andere zelfstandige ondernemers aangeven in het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geweest van grensoverschrijdend gedrag. Het gaat hierbij over intimidatie, ongewenst seksueel gedrag en/of pesten. Voor ongewenst seksueel gedrag ligt het aandeel dat ermee geconfronteerd wordt bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap dubbel zo hoog is als bij zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap (5,9% versus 2,6%). Met aandelen van 9,8% versus 3,6% geldt dit ook voor de confrontatie met pesten. Zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap scoren minder gunstig op de indicatoren voor duurzame inzetbaarheid: een groter aandeel heeft negatieve groeiverwachtingen of acht in de huidige job doorwerken tot het pensioen niet haalbaar. Ongeveer zes op de tien zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap blikt tevreden terug op hun keuze voor het zelfstandig ondernemerschap. Bij de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap loopt dit aandeel op tot drie op de vier. Op het vlak van sociale bescherming is het aandeel voor de zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap (19,3%) bijna dubbel zo hoog als bij de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap (10,3%). Ook voor de tevredenheid over de financieel-economische aspecten (inkomen, financieel economische toestand, mogelijkheid om leningen te bekomen) zijn de verschillen groot. Dat de zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap vaker de enige kostwinner, is maakt deze vaststellingen nog meer tot een aandachtspunt.
34
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Lijst figuren Figuur 1: 2019
Aandeel zelfstandige ondernemers met een (beperkte of zware) arbeidshandicap, …………………………………………………………………………………………….10
Figuur 2:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar leeftijd, 2019 11
Figuur 3: 2019
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar scholingniveau, …………………………………………………………………………………………….12
Figuur 4:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar sector, 2019 14
Figuur 5: Aandeel zelfstandige ondernemers met werkbaarheidsknelpunten naar arbeidshandicap, 2019 ............................................................................................................. 21 Figuur 6: Aantal werkbaarheidsrisico’s waarmee zelfstandige ondernemers zonder arbeidshandicap en zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap geconfronteerd worden (2019) …………………………………………………………………………………………….25
35
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Lijst tabellen Tabel 1:
Aandeel zelfstandige ondernemers met/zonder een arbeidshandicap, 2019 ....... 10
Tabel 2: Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar geslacht, leeftijd en scholingsniveau, 2019 ......................................................................................................... 11 Tabel 3: Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar gezinsssituatie (kinderen/partner), 2019 ........................................................................................................... 12 Tabel 4: Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar organisatievorm en deelname aan vennootschap, 2019 ..................................................................................... 13 Tabel 5:
Aandeel zelfstandige ondernemers met een arbeidshandicap naar sector, 2019 14
Tabel 6: Werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers met en zonder een arbeidshandicap op de Vlaamse arbeidsmarkt, 2019 ............................................................... 16 Tabel 7: Overzicht en omschrijving werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor .............................................................................................................. 16 Tabel 8:
Terminologie voor de kengetallen voor de werkbaarheidsindicatoren .................. 17
Tabel 9: Het aandeel zelfstandige ondernemers met werkstressproblemen en burnoutsymptomen naar arbeidshandicap, 2019 ............................................................................. 18 Tabel 10: Aandeel zelfstandige ondernemers met (ernstige) motivatieproblemen naar arbeidshandicap, 2019. ............................................................................................................ 18 Tabel 11: Aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden naar arbeidshandicap, 2019. ............................................................................................................ 19 Tabel 12: Aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werkprivébalans naar arbeidshandicap, 2019. ................................................................................. 20 Tabel 13:
Overzicht en omschrijving risico-indicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor ..... 21
Tabel 14:
Terminologie voor de kengetallen voor de risico-indicatoren ............................... 22
Tabel 15: Aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werkprivébalans naar arbeidshandicap, 2019. ................................................................................. 22 Tabel 16: Aandeel zelfstandige ondernemers met een emotioneel belastend werk naar arbeidshandicap, 2019. ............................................................................................................ 23 Tabel 17: Aandeel zelfstandige ondenemers met (extreem) routinematig werk naar arbeidshandicap, 2019. ............................................................................................................ 23 Tabel 18 Evolutie 2019 van het aandeel dat met belastende arbeidsomstandigheden geconfronteerd wordt, naar arbeidshandicap, 2019 .................................................................. 24 Tabel 19: Werktijden en vakantiedagen van zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, 2019 ............................................................................................................. 27 Tabel 20: Opleidingsniveau, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing, zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, 2019 ................................................................ 29 Tabel 21: Afhankelijkheid van inkomen, groeiverwachting en haalbaarheid pensioen bij zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, 2019 ............................................ 30
36
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Tabel 22: Aandeel zelfstandige ondernemers met en zonder arbeidshandicap, slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, 2019 ........................................................................................... 31 Tabel 23: Tevredenheid over diverse werkaspecten bij zelfstandige ondernemers zonder en met arbeidshandicap, 2019. ..................................................................................................... 33
37
Arbeidshandicap en werkbaar werk
Referentielijst Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019a). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers . Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13448 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019b). Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13437 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020). Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers ? Onderzoek naar determinanten van werkbaar werk op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2004-2019. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13638
38