Skip to main content

Werkbaar_werk_zelfstandige_landbouw_StIA_rapp.pdf

Page 1

Rapport Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw Sectorale analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2013 - 2019

Brussel, april 2020

Ria Bourdeaud’hui, Frank Janssens, Stephan Vanderhaeghe

2020_StIA_RAPPORT_Werkbaar werk bij de zelfstandige ondernemers in de landbouw 2013-2019 Stichting Innovatie & Arbeid  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@serv.be  www.serv.be/stichting


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Een onderzoek met financiĂŤle ondersteuning van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk

De Vlaamse werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle publicaties kunnen geraadpleegd worden en werkbaarheidscijfers interactief opgevraagd op www.werkbaarwerk.be Bij gebruik van gegevens en informatie uit deze publicatie wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld.

2


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 3 Samenvatting....................................................................................................................... 4 Inleiding ............................................................................................................................... 5 1

De werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers in de landbouw ................................................................................................................ 6

2

Werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de landbouw ................................................................................................................ 8

2.1

Werkstress en burn-out ........................................................................................... 9

2.2

Motivatie .................................................................................................................. 10

2.3

Leermogelijkheden .................................................................................................. 11

2.4

Werk-privébalans ..................................................................................................... 12

3

Determinanten van werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de landbouw ............................................................................... 14

3.1

Werkbaarheidsrisico’s bij zelfstandige ondernemers in de landbouw ....................... 15

3.1.1

Werkdruk ................................................................................................................. 15

3.1.2

Emotionele belasting ............................................................................................... 16

3.1.3

Taakvariatie ............................................................................................................. 17

3.1.4

Arbeidsomstandigheden .......................................................................................... 18

3.2

Risicoprofielen voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw .......................... 19

3.2.1

Risicoprofiel voor werkstress ................................................................................... 19

3.2.2

Risicoprofiel voor werk-privébalans ......................................................................... 20

4

Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers in de landbouw ............................................................................... 22

4.1

Werktijden ............................................................................................................... 22

4.2

Opleiding, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing ................................. 23

4.3

Haalbaarheid pensioen, groeiverwachting en afhankelijkheid van inkomen uit zelfstandige activiteit................................................................................................ 24

4.4

Grensoverschrijdend gedrag .................................................................................... 25

4.5

Tevredenheid over diverse werkaspecten................................................................ 26

Referentielijst ...................................................................................................................... 28

3


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Samenvatting Dit onderzoek werd vóór de coronacrisis (voorjaar 2020) uitgevoerd. De resultaten houden dan ook geen rekening met de gevolgen van deze crisis. Precies de helft (50%) van de zelfstandige ondernemers in de landbouw heeft in 2019 werkbaar werk. Dit aandeel is niet significant gewijzigd ten opzichte van de meting in 2013 en wijkt ook niet significant af van de werkbaarheidsgraad bij de volledige populatie van zelfstandige ondernemers. Een blik op de onderliggende werkbaarheidsindicatoren geeft een duidelijk zicht op (het voorkomen van) knelpunten in de werksituatie van de zelfstandige ondernemers in de landbouwsector in 2019: 34,9% wordt geconfronteerd met werkstressklachten, bij 12,5% is de situatie acuutproblematisch en is er sprake van burn-outsymptomen; 8,7% kampt met motivatieproblemen, bij 5,1% gaat het om ernstige demotivatie; 3,6% heeft onvoldoende leermogelijkheden in de job, er zijn geen zelfstandige ondernemers met een ernstig leerdeficit; 43,4% signaleert problemen in de werk-privé-combinatie, bij 18,2% gaat het om een acuut werk-privé-conflict. Het is duidelijk dat de overgrote meerderheid van de zelfstandige ondernemers in de landbouw voldoende leermogelijkheden heeft in het werk en gemotiveerd aan de slag is. Daartegenover staat evenwel dat een grote groep met werkstress geconfronteerd wordt en het moeilijk heeft om werk en privé in balans te houden. De indicatorscores voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw van 2016 vertonen geen significante verschillen met deze van de meting 2013. De opgemaakte risicoprofielen voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw leren ons dat een hoge werkdruk een belangrijke determinant vormt van werkstressklachten en werk-privécombinatiemoeilijkheden. In 2019 wordt 48,7% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw met een hoge werkdruk geconfronteerd. Verder zien we dat een grote groep (bijna acht op tien) van de zelfstandige ondernemers in de landbouw meer dan 50 uren per week werkt. Ook dat is een risico voor werkstress en vooral voor een onevenwichtige werk-privébalans. De monitor 2019 brengt niet alleen de werkbaarheidsgraad en -indicatoren in kaart, maar peilt ook naar aanvullende informatie over het werk van de zelfstandige ondernemer. We zetten een aantal opvallende vaststellingen voor de zelfstandige ondernemer in de landbouw op een rijtje: Ze werken gemiddeld 66 uur per week, dit is twaalf uur meer dan het gemiddelde; Ze nemen slechts de helft van de gemiddelde vakantiedagen voor zelfstandige ondernemers (8,4 versus 19 dagen); Ze werken vaker s ‘nachts, slechts een kwart doet nooit nachtwerk, gemiddelde is dat de helft; Slechts een kwart heeft een diploma hoger onderwijs (zelfstandige ondernemers Vlaanderen: 60,6%); De helft voelt zich goed ondersteund door een sociaal netwerk, dit is beter dan het gemiddelde (vier op tien); Bijna zes op tien volgde een bijscholing, dit is evenveel als het gemiddelde; De tevredenheidscores in de landbouw liggen vooral voor het financiële luik van de zaak lager dan gemiddeld, een kwart is tevreden over het inkomen, drie op tien over de financieeleconomische toestand, gemiddelde is dit voor beide indicatoren een op twee.

4


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Inleiding De Vlaamse sociale partners dragen al vele jaren de boodschap uit dat langer werken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en het werk voldoende kwaliteitsvol is. Ze zetten daarom resoluut in op ‘werkbaar werk’: werk waarvan je niet overspannen of ziek wordt, dat boeiend en motiverend is, kansen biedt op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laat voor gezin en privéleven. Om de vinger aan de pols te houden brengt de Stichting Innovatie & Arbeid sinds 2007 de werkbaarheid bij zelfstandige ondernemers in Vlaanderen in kaart via een grootschalige, driejaarlijkse schriftelijke bevraging. Met de zopas opgeleverde resultaten van de enquête 2019 (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2020a) is de werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers inmiddels aan zijn vijfde editie toe. Werkbaarheid wordt - conform de vermelde beleidsdefinitie – in de monitor geoperationaliseerd aan de hand van vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie, werkbetrokkenheid), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsmonitor beoordeelt niet enkel in welke mate het werk werkbaar is voor de betrokkenen, maar registreert ook een aantal achterliggende risicofactoren. Daartoe werden vier risico-indicatoren ontwikkeld: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk) en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Daarnaast levert de werkbaarheidsbevraging ook aanvullende informatie op over de arbeidssituatie van de zelfstandige ondernemer, zoals: participatie aan bijscholing, werktijden, groeiperspectieven, confrontatie met grensoverschrijdend gedrag, tevredenheid met diverse werkaspecten en de inschatting van de haalbaarheid om door te werken tot de pensioenleeftijd. Dit rapport brengt de resultaten van de werkbaarheidsmeting 2019 en vergelijkt deze met 20131 - de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers in de landbouw in beeld. Onder landbouw wordt verstaan ‘landbouw, tuinbouw, bosexploitatie, visserij’. Het rapport is opgedeeld in vier hoofdstukken: het eerste hoofdstuk bekijkt de evolutie van de werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers in de landbouw en vergelijkt met het sectorgemiddelde voor de zelfstandige ondernemers; het tweede hoofdstuk gaat in op de afzonderlijke werkbaarheidsdimensies en de aanwezigheid van specifieke werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de landbouw; in het derde hoofdstuk worden op basis van de kengetallen voor de risico-indicatoren risicoprofielen opgemaakt voor werkstress en werk-privé-balans; het vierde hoofdstuk inventariseert de aanvullende informatie over de arbeidssituatie en werkbeleving van zelfstandige ondernemers in de landbouw.

1

Enkel voor deze twee metingen zijn er voldoende respondenten om op het niveau van de landbouwsector te rapporteren

5


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

1

De werkbaarheidsgraad bij zelfstandige ondernemers in de landbouw

De Vlaamse sociale partners hebben de beleidsnotie ‘werkbaarheid’ concreet gemaakt aan de hand van vier kwaliteitscriteria: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie), leermogelijkheden en werk-privébalans. De werkbaarheidsgraad verwijst dan naar het percentage zelfstandige ondernemers dat kwaliteitsvol werk heeft/geen knelpunten signaleert voor alle vier genoemde werkbaarheidsdimensies2. De helft van de zelfstandige ondernemers in de landbouw heeft in 2019 werkbaar werk. In vergelijking met de meting 2013 registreren we geen significante wijziging van de werkbaarheidsgraad bij de zelfstandige ondernemers in de landbouw. Tabel 1:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2013-2019 bij zelfstandige ondernemers in de landbouw en zelfstandig ondernemers in Vlaanderen

werkbaarheidsgraad 2013 2019 %

land- en tuinbouw N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

%

56,0

50,0

225

188

51,4

50,1

ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019 Leeswijzer: Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) toename resp. afname van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van 2013. De verschiltoetsing (s versus ns) vergelijkt het sectorkengetal met het (ongewogen) gemiddelde voor alle zelfstandige ondernemers en besluit op basis van effectcoderingen en logistische regressie tot een al dan niet significante afwijking (Wald chi², s indien p ≤ 0,05 versus ns indien p > 0,05).

Bij elk meetpunt zien we dat de werkbaarheidsgraad van de zelfstandige ondernemers in de landbouw niet significant afwijkt van deze voor de volledige populatie van de zelfstandige ondernemers. Figuur 1 brengt de cijfers nog eens visueel in beeld.

2

Het gaat enkel om zelfstandige ondernemers in hoofdberoep met woonplaats in het Vlaams Gewest

6


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 1:

Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2013-2019 bij zelfstandig ondernemers in de landbouw en zelfstandig ondernemers in Vlaanderen

70%

65%

60%

56,0% 55%

50,0% 50%

51,4% 50,1%

45%

40%

2013

2019

land- en tuinbouw zelfstandige ondernemers Vlaanderen Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers, 2013-2019

7


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

2

Werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de landbouw

De beoordeling van de werkbaarheid van de zelfstandige activiteit (en daarmee de werkbaarheidsgraad) wordt afgeleid uit informatie van de vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie), leermogelijkheden in de job (kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling) en werk-privébalans (combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven). Tabel 2:

Overzicht en omschrijving werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor Indicator

Omschrijving

Psychische vermoeidheid

de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren (problemen met) werkstress

Welbevinden in het werk

de mate waarin men door de aard van het werk gemotiveerd is/blijft dan wel gedemotiveerd raakt (problemen met) werkbetrokkenheid en motivatie

Leermogelijkheden

de mate waarin men door opleiding en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek de competenties al dan niet op peil kan houden en verder ontwikkelen (onvoldoende) kansen op bijblijven/competentieontwikkeling

Werk-privébalans

de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan niet belemmerende effecten hebben op de handelingsmogelijkheden in de ‘thuis’situatie (problemen met) combinatie van arbeid met privéleven

Voor elk van de vier werkbaarheidsdimensies en -indicatoren zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Bij een problematische situatie spreken we over een werkbaarheidsknelpunt, bij een acuut-problematische situatie over een acuut werkbaarheidsknelpunt. In de werkbaarheidsmonitor wordt met andere woorden met ‘gelede kengetallen’ gewerkt. Naar analogie met de kleurensymboliek van een verkeerslicht, wordt niet enkel een problematische groep afgebakend en becijferd (‘oranje knipperlicht’ - knelpunt), maar daarbinnen ook een subgroep die als ‘acuut problematisch’ kan gelabeld worden (‘rood alarmsignaal’ - acuut knelpunt). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsdimensies als volgt benoemd: Tabel 3:

Terminologie voor de kengetallen voor de werkbaarheidsindicatoren

Psychische vermoeidheid Welbevinden in het werk Leermogelijkheden Werk-privébalans

Niet problematisch

Problematisch

Acuut-problematisch

= geen knelpunt

= knelpunt

= acuut knelpunt

geen werkstress

werkstressproblemen

symptomen burn-out

geen motivatieproblemen

motivatieproblemen

ernstige demotivatie

voldoende leermogelijkheden

onvoldoende leermogelijkheden

ernstig leerdeficit

haalbare werk-privécombinatie

problemen werk-privécombinatie

acuut werk-privé-conflict

8


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

In dit hoofdstuk nemen we de (evolutie in de) kengetallen voor de vier werkbaarheidsindicatoren onder de loep en vergelijken we de gegevens voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw met deze van de volledige populatie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.

2.1

Werkstress en burn-out

In 2019 wordt 34,9% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw geconfronteerd met werkstressproblemen, bij 12,5% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van burnoutsymptomen. In vergelijking met de meting 2013 registreren we geen significante wijziging van het aandeel met werkstress. Tabel 4

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige werkstressproblemen en burn-outsymptomen

ondernemers

werkstressproblemen

land- en tuinbouw

symptomen burn-out N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

werkstressproblemen symptomen burn-out werkstressproblemen symptomen burn-out

in

de

landbouw

met

2013

2019

%

%

28,8

34,9

9,4

12,5

233

192

33,4

37,0

10,2

12,0

ns

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘symptomen burn-out’ is een subgroep binnen de groep ‘werkstressproblemen’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p ≤ 0,05) afname resp. toename van het aandeel met werkstressproblemen/burn-outklachten ten opzichte van 2013. De verschiltoetsing (s versus ns) vergelijkt het sectorkengetal met het (ongewogen) gemiddelde voor alle sectoren van zelfstandige ondernemers en besluit op basis van effectcoderingen en logistische regressie tot een al dan niet significante afwijking (Wald chi², s indien p ≤ 0,05 versus ns indien p > 0,05).

Tabel 4 en figuur 2 leren ons dat het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw met werkstressklachten of burn-outsymptomen bij geen enkel meetpunt significant afwijkt van het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers.

9


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 2:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met werkstressproblemen en burnoutsymptomen in de landbouw

40%

34,9% 30%

28,5% 20%

12,5%

10%

9,4% 0%

2013

2019

werkstressproblemen

symptomen burn-out

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

2.2

Motivatie

In 2019 registreren we bij 8,7% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw motivatieproblemen en bij 5,1% is er sprake van ernstige demotivatie. Deze aandelen wijken niet significant af van de indicatorscores in 2013. Tabel 5:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw met (ernstige) motivatieproblemen.

motivatieproblemen

land- en tuinbouw

ernstige demotivatie N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

motivatieproblemen ernstige demotivatie motivatieproblemen ernstige demotivatie

2013

2019

%

%

6,8

8,7

3,4

5,1

235

195

8,4

10,2

3,5

3,9

ns

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘symptomen ernstige demotivatie’ is een subgroep binnen de groep ‘motivatieproblemen’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

10


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Uit tabel 5 kunnen we afleiden dat het aandeel zelfstandige ondernemers met motivatieproblemen in de landbouw bij geen enkel meetpunt significant verschilt van het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. Figuur 3:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met (ernstige) motivatieproblemen in de landbouw

10%

8,7%

6,8%

5,1% 3,4%

0%

2013

2019

motivatieproblemen

ernstige demotivatie

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

2.3

Leermogelijkheden

In 2019 heeft 3,6% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw af te rekenen met onvoldoende leermogelijkheden. Er zijn geen zelfstandige ondernemers met een ernstig leerdeficit. Uit tabel 6 blijkt dat deze indicatorscores niet significant verschillen van de meting 2013. Tabel 6:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit in de landbouw.

onvoldoende leermogelijkheden

land- en tuinbouw

ernstig leerdeficit N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit onvoldoende leermogelijkheden ernstig leerdeficit

2013

2019

%

%

5,8

3,6

0,8

0,0

240

195

4,7

3,5

0,8

0,5

ns

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘ernstig leerdeficit’ is een subgroep binnen de groep ‘onvoldoende leermogelijkheden’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

11


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Uit tabel 6 en figuur 4 kunnen we afleiden dat het aandeel zelfstandig ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden in de landbouw niet afwijken van het sectorgemiddelde. Figuur 4:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leermogelijkheden en een ernstig leerdeficit in de landbouw

10%

5,8%

3,6%

0,8% 0,0%

0%

2013

2019

onvoldoende leermogelijkheden

ernstig leerdeficit

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

2.4

Werk-privébalans

In 2019 wordt 43,4% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw geconfronteerd met een problematische werk-privébalans, bij 18,2% is er sprake van een acuut werk-privé-conflict. In vergelijking met de meting 2013 registreren we een significante wijziging van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw die kampen met een acuut onevenwicht in de werkprivébalans. Tabel 7:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werk-privébalans in de landbouw

2013 problemen werk-privécombinatie

land- en tuinbouw

acuut werk-privéconflict N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict problemen werk-privécombinatie acuut werk-privéconflict

2019

%

%

34,3

43,4

9,6

18,2

239

198

31,6

30,4

9,5 ns ns

10,7 s s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘acuut werk-privé-conflict’ is een subgroep binnen de groep ‘problemen met de werk-privé-combinatie’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

12


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Uit tabel 7 en figuur 5 blijkt dat het aandeel zelfstandige ondernemers met werk-privécombinatieproblemen in de landbouw significant afwijkt van het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. In de landbouw in 2019 ligt het aandeel (acuut) problematisch werkprivéconflict hoger dan het Vlaamse sectorgemiddelde. In 2013 was dit niet zo. Figuur 5:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met een (acuut) problematische werk-privébalans in de landbouw, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

50%

43,4%

40%

30%

34,3%

20%

18,2% 10%

9,6% 0%

2013 problemen werk-privécombinatie afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

2019 acuut werk-privéconflict afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

13


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

3

Determinanten van werkbaarheidsknelpunten bij zelfstandige ondernemers in de landbouw

Omdat het vanuit beleidsoogpunt uiteraard ook relevant is om de werkbaarheid van de zelfstandige activiteit oorzakelijk te kunnen duiden (wat maakt werk (on)werkbaar?), wordt in de werkbaarheidsmonitor ook gepeild naar een aantal kenmerken van de arbeidssituatie die de kwaliteit van het werk bedreigen dan wel bevorderen. In de monitor voor zelfstandige ondernemers worden vier kenmerken van het werk via zogenaamde risico-indicatoren in kaart gebracht: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie (afwisseling in het werk), en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Tabel 8:

Overzicht en omschrijving werkbaarheidsmonitor

risico-indicatoren

Indicator

zelfstandige

ondernemers,

Vlaamse

Omschrijving

Werkdruk

de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines

Emotionele belasting

de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen, inz. bij omgang met klanten of patiënten en coördinatieopdrachten

Taakvariatie

de mate waarin de functie-inhoud een afwisselend takenpakket omvat en beroep doet op vaardigheden van zelfstandige ondernemers

Arbeidsomstandigheden

de mate waarin zelfstandige ondernemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting

Ook voor deze vier werkbaarheidsrisico’s zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet (acuut) problematisch is (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Niet problematische, problematische en acuut-problematische situaties worden voor de onderscheiden werkbaarheidsrisico’s als volgt benoemd: Tabel 9:

Terminologie voor de kengetallen voor de risico-indicatoren Niet problematisch

Problematisch

Acuut-problematisch

geen hoge werkdruk

hoge werkdruk

zeer hoge werkdruk

geen emotioneel belastend werk

emotioneel belastend werk

emotionele overbelasting

Taakvariatie

geen routinematig werk

routinematig werk

extreem routinematig werk

Arbeidsomstandigheden

geen belastende arbeidsomstandigheden

belastende arbeidsomstandigheden

zeer hoge fysieke belasting

Werkdruk Emotionele belasting

In dit hoofdstuk tekenen we, op basis van de kengetallen voor de risico-indicatoren bij de zelfstandige ondernemers in de landbouw, risicoprofielen uit voor werkstress en werkprivébalans. Voor leermogelijkheden en motivatie wordt geen risicoprofiel uitgetekend omdat het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat gedemotiveerd is of onvoldoende leermogelijkheden heeft, zeer beperkt is.

14


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

3.1

Werkbaarheidsrisico’s bij zelfstandige ondernemers in de landbouw

In een eerste stap analyseren we de kengetallen voor de vier risicovelden, die voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw werden berekend. We bekijken daarbij de evolutie in de risico-indicatoren en vergelijken de sectorgegevens met het sectorgemiddelde van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.

3.1.1

Werkdruk

In 2019 heeft 48,5% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw af te rekenen met een hoge werkdruk, bij 16,3% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van een zeer hoge werkdruk. In vergelijking met de meting 2013 registreren we een significante stijging van het aandeel met hoge of zeer hoge werkdruk. Tabel 10:

Evolutie 2007-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk

hoge werkdruk zeer hoge werkdruk

land- en tuinbouw N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen verschiltoetsing

hoge werkdruk zeer hoge werkdruk hoge werkdruk zeer hoge werkdruk

2013

2019

%

%

28,3 7,9

48,5 16,3

240

196

37,7 13,3

46,1 19,2

s s

ns ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘zeer hoge werkdruk’ is een subgroep binnen de groep ‘hoge werkdruk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 4 onder 2.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Uit tabel 10 en figuur 6 kunnen we vaststellen dat het aandeel met hoge werkdruk bij de zelfstandige ondernemers in de landbouw in 2019 niet verschilt van het sectorgemiddelde. In 2013 lag dit aandeel nog lager dan het sectorgemiddelde.

15


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 6:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw geconfronteerd met een (zeer) hoge werkdruk, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

60% 50%

48,5% 40% 30%

28,3% 20%

16,3%

10%

7,9% 0%

2013

2019

hoge werkdruk afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

zeer hoge werkdruk afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

3.1.2

Emotionele belasting

In 2019 heeft 13,8% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw emotioneel belastend werk, bij 1,0% is er sprake van emotionele overbelasting. Over de periode 2013-2019 is het aandeel met emotioneel belastend of overbelastend werk niet significant gewijzigd. Tabel 11:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met emotioneel belastend werk in de landbouw

2013 emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

land- en tuinbouw N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

verschiltoetsing

emotioneel belastend werk emotionele overbelasting

2019

%

%

8,8 0,4

13,8 1,0

240

195

29,6 5,7

28,1 5,0

s

s s

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013 -2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘emotionele overbelasting’ is een subgroep binnen de groep met ‘emotioneel belastend werk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 10 onder 3.1.1 ‘Werkstress en burnout’.

Uit tabel 11 en figuur 7 blijkt dat het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw met emotioneel belastend werk in 2013 en 2019 significant lager ligt dan het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers.

16


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 7:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw met emotioneel belastend werk, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

40%

30%

20%

13,8%

10%

8,8% 1,0%

0,4% 0%

2013

2019

emotioneel belastend werk

emotionele overbelasting

afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

3.1.3

Taakvariatie

In 2019 heeft 9,7% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw routinematig werk, bij 1% is de situatie acuut-problematisch en is er sprake van extreem routinematig werk. In vergelijking met de meting 2013 registreren we voor de sector geen significante verschuivingen op het vlak van taakvariatie. Tabel 12:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers met routinematig werk in de landbouw

routinematig werk extreem routinematig werk

land- en tuinbouw N

2013

2019

%

%

7,1 1,3

9,7 1,0

238

196

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

routinematig werk extreem routinematig werk

8,2 2,0

7,9 1,8

verschiltoetsing

routinematig werk extreem routinematig werk

ns

ns ns

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘extreem routinematig werk’ is een subgroep binnen de groep met ‘routinematig werk’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 10 onder 3.1.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Tabel 12 en figuur 8 laten tevens zien dat het aandeel met routinematig werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw niet significant verschilt van het sectorgemiddelde.

17


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 8:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw met routinematig werk

20%

10%

9,7% 7,1%

1,3% 0%

1,0%

2013

2019

routinematig werk

extreem routinematig werk

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

3.1.4

Arbeidsomstandigheden

In 2019 wordt de helft van de zelfstandige ondernemers in de landbouw geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden, bij 17,6% is er sprake van een zeer hoge fysieke belasting. In vergelijking met 2013 registreren we voor de sector van de landbouw een significante toename van het aandeel zelfstandige ondernemers met (zeer) belastende arbeidsomstandigheden. Tabel 13:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden in de landbouw

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

land- en tuinbouw N

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

verschiltoetsing

belastende arbeidsomstandigheden zeer hoge fysieke belasting

2013

2019

%

%

40,5 8,7

50,3 17,6

242

199

17,6 4,5

20,9 6,8

s

s ns

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019 Leeswijzer: De categorie met het rode balkje ‘zeer hoge fysieke belasting’ is een subgroep binnen de groep ‘belastende arbeidsomstandigheden’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie. Voor de betekenis van de kleurencodes (groene/rode cijfers) en de verschiltoetsing (s versus ns): zie tabel 10 onder 3.1.1 ‘Werkstress en burn-out’.

Uit tabel 13 en figuur 9 kunnen we afleiden dat het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw dat te maken heeft met belastende arbeidsomstandigheden significant hoger ligt dan het Vlaamse sectorgemiddelde voor zelfstandige ondernemers. In 2019 is dit ook zo op het vlak van zeer hoge fysieke belasting.

18


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 9:

Evolutie 2013-2019 van het aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw geconfronteerd met belastende arbeidsomstandigheden, met aanduiding van significante afwijkingen t.o.v. het Vlaamse sectorgemiddelde

60%

50,3%

50%

40%

40,5%

30% 20%

17,6% 8,7%

10% 0%

2013 belastende arbeidsomstandigheden afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

2019 zeer hoge fysieke belasting afwijkend sectorgemiddelde Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2013-2019

3.2

Risicoprofielen voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw

Op basis van de kengetallen voor de onderscheiden risico-indicatoren en de recent gepubliceerde analyses over de samenhang tussen werkbaarheids- en risico-indicatoren (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2020b), kunnen we een aantal risicoprofielen ‘op maat van’ de zelfstandige ondernemers in de landbouw construeren. Deze risicoprofielen verschaffen ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren in de arbeidssituatie van specifieke groepen van zelfstandige ondernemers: een risico is ernstiger naarmate er meer zelfstandige ondernemers mee geconfronteerd worden én er een grotere kans bestaat dat zelfstandige ondernemers door dit risico met een specifiek werkbaarheidsknelpunt af te rekenen krijgen. In wat volgt bespreken we de sectorspecifieke risicoprofielen voor werkstress en werk-privébalans. Voor leermogelijkheden en motivatie wordt geen risicoprofiel uitgetekend omdat het aandeel van de zelfstandige ondernemers dat gedemotiveerd is of onvoldoende leermogelijkheden heeft, zeer beperkt is.

3.2.1

Risicoprofiel voor werkstress

Werkstress kan uiteraard allerlei oorzaken hebben. In figuur 10 wordt de ‘ernstgraad’ van vijf werkstressrisico’s in de arbeidssituatie geïllustreerd voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw. Een risico is ernstiger naarmate er meer zelfstandige ondernemers mee geconfronteerd worden (de horizontale as in figuur 10) en er een grotere kans is dat de zelfstandige ondernemer door dit risico werkstressproblemen krijgt (de verticale as in figuur 10).

19


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 10: Risicoprofiel voor werkstressproblemen bij zelfstandige ondernemers in de landbouw, 2019

5 4,5

impact op werkstress

4 hoge werkdruk

3,5 3 emotioneel belastend werk

2,5 2 1,5

routinematig werk

belastende arbeidsomstandig meer dan 50 uren heden

1

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

% zelfstandige ondernemers land- en tuinbouw

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De figuur verschaft ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren voor het ontstaan van werkstressproblemen bij zelfstandige ondernemers in de landbouw. De ernstgraad van specifieke risicofactoren wordt bepaald door 2 elementen: 1. De impact van een specifieke risicofactor (verticale positionering van de onderscheiden buttons, berekend o.b.v. een logistische regressieanalyse en de daaruit resulterende odds ratio’s). Zo vormt een hoge werkdruk (3,7 keer de kansverhouding werkstress/geen werkstress t.o.v. ‘lage werkdruk’) duidelijk een hoger risico voor het ontstaan van werkstress dan routinematig werk (de kansverhouding werkstress/geen werkstress verhoogt met factor 1,4). 2. Het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie voor een specifieke risicofactor bevindt (horizontale positie van de onderscheiden buttons). Zo zijn er meer zelfstandige ondernemers in de landbouw die fysiek belastend werk hebben (50,3%) dan routinematig werk (9,7%).

Hoge werkdruk is duidelijk de meest ernstige risicofactor voor werkstress bij zelfstandige ondernemers in de landbouw. Hoge werkdruk komt niet alleen vaak voor, maar verhoogt ook aanzienlijk de kans op werkstress. Bijna de helft van zelfstandige ondernemers uit de landbouw werkt onder hoge werkdruk. Ook de emotionele belasting heeft een belangrijke impact op de werkstress maar het aandeel met emotioneel belastend werk is kleiner (ongeveer 15%). Verder valt op dat een grote groep (bijna acht op de tien) van zelfstandige ondernemers in de landbouw meer dan 50 uren per week werkt en voor ongeveer een op twee de arbeidsomstandigheden belastend zijn. Ook deze elementen vormen, in beperktere mate, een risico voor werkstress.

3.2.2

Risicoprofiel voor werk-privébalans

Figuur 11 evalueert de relevantie van de vier risicofactoren voor een problematische werk-privébalans bij zelfstandige ondernemers in de landbouw.

20


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Figuur 11: Risicoprofiel voor problemen met de werk-privé-combinatie bij zelfstandige ondernemers in de landbouw, 2019

5 4,5

impact op werkstress

4

hoge werkdruk

3,5 3 emotioneel belastend werk

2,5

meer dan 50 uren

2 belastende arbeidsomstandig heden

1,5 1

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

% zelfstandige ondernemers landbouw

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De figuur verschaft ons inzicht in de relevantie van diverse risicofactoren voor het ontstaan van problemen met de werk-privé-combinatie bij zelfstandige ondernemers in de landbouw. De ernstgraad van specifieke risicofactoren wordt bepaald door 2 elementen: 1. De impact van een specifieke risicofactor (verticale positionering van de onderscheiden buttons, berekend o.b.v. een logistische regressieanalyse en de daaruit resulterende odds ratio’s). Zo vormt een hoge werkdruk (een verviervoudiging van de kansverhouding problemen met de werk-privé-combinatie/haalbare werk-privécombinatie) duidelijk een hoger risico voor het ontstaan van een problematische werk-privé-balans dan emotioneel belastend werk (de kansverhouding problemen met de werk-privé-combinatie/haalbare werk-privé-combinatie verhoogt met een factor 2,4). 2. Het aandeel zelfstandige ondernemers dat zich in een problematische situatie voor een specifieke risicofactor bevindt (horizontale positie van de onderscheiden buttons). Zo zijn er meer zelfstandige ondernemers in de landbouw die fysiek belastend werk hebben (50,3%) dan emotioneel belastend werk (13,8%).

Werkdruk blijkt veruit de belangrijkste risicofactor voor de werk-privébalans bij de zelfstandige ondernemers in de landbouw. Een hoge werkdruk komt niet alleen vaak voor (ongeveer de helft van de zelfstandige ondernemers in de landbouw), maar verhoogt ook aanzienlijk (verviervoudiging van) het risico op een onevenwicht in de werk-privébalans. Ook lange werkdagen (meer dan 50 uur per week) vormen voor bijna 8 op tien van de zelfstandige ondernemers in de landbouw een belangrijk aandachtspunt voor het werk-privécombinatievraagstuk. Verder zien we dat ook de emotionele belasting een belangrijke risicofactor is (meer dan verdubbeling van het risico) maar deze factor treft een kleinere groep (13,8%) van de zelfstandige ondernemers in de landbouw.

21


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

4

Aanvullende informatie over de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers in de landbouw

In de werkbaarheidsenquĂŞtes wordt - naast de besproken indicatoren - ook aanvullende informatie opgevraagd over de arbeidssituatie en werkbeleving. Bij de meting 2019 werden bijvoorbeeld ook gegevens verzameld over de werktijden, opleiding en bijscholing, de mate waarin men afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit, de groeiverwachtingen, de haalbaarheid om door te werken tot de pensioenleeftijd, de confrontatie met grensoverschrijdend gedrag en de mate waarin men tevreden is met diverse aspecten van het zelfstandig beroep. We brengen in dit hoofdstuk deze informatie voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw bijeen en vergelijken hun scores met deze van de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.

4.1

Werktijden

In tabel 14 vinden we cijfergegevens over werktijden en vakantiedagen. Zelfstandige ondernemers in de landbouw werken gemiddeld 66 uur per week. Dat is twaalf uur meer dan het gemiddelde bij de zelfstandige ondernemers (54). Het aantal vakantiedagen van de zelfstandige ondernemers uit de landbouw ligt op de helft van het gemiddelde voor Vlaanderen. Bij de zelfstandige ondernemers in de landbouw komt nachtwerk (werken tussen 22u en 6u) vaker voor dan gemiddeld. Minder dan drie op tien van de landbouwers beweren nooit ’s nachts te werken.

22


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Tabel 14:

Werktijden en vakantiedagen van zelfstandige ondernemers in de landbouw, 2019 landbouw

gem iddeld aantal w erkuren per w eek aantal vakantiedagen aantal w erkuren per w eek

zelfstandige ondernem ers Vlaanderen

verschiltoetsing

65,7

53,9

s

8,4

19,1

s

%

%

≤40 uren

7,2

20,4

41-59 uren

21,1

39,0

≥60 uren

71,6

40,6

nachtarbeid (tussen 22u en 6u)

s

% altijd

1,0

2,3

vaak

13,1

10,1

som s

58,6

38,0

nooit

27,3

49,5

s

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw en de rest van de zelfstandige ondernemers.

4.2

Opleiding, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing

De informatie over het opleidingsniveau, de ervaren competenties, de sociale ondersteuning en bijscholing wordt opgelijst in tabel 15. In 2019 heeft een kwart van de zelfstandige ondernemers in de landbouw een diploma hoger onderwijs. Dat is beduidend minder dan het aandeel (60,6%) bij de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Slechts één op drie van de zelfstandige ondernemers uit de landbouw voelt zich in alle omstandigheden voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van het werk. Dat aandeel ligt lager dan het Vlaamse populatiegemiddelde. Voor het beheer en het management van het bedrijf voelt 68,2% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw zich (vaak of altijd) voldoende opgeleid. Dat aandeel verschilt niet van het populatiegemiddelde. Ongeveer de helft van de zelfstandige ondernemers in de landbouw voelt zich bij de bedrijfsvoering vaak of altijd ondersteund door een sociaal netwerk. Hiermee doen ze het beter dan het populatiegemiddelde. Meer dan de helft van de zelfstandige ondernemers in de landbouw volgde het afgelopen jaar een bijscholing. Dit aandeel verschilt niet van het populatiegemiddelde.

23


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Tabel 15:

Opleidingsniveau, competentie, sociale ondersteuning en bijscholing, zelfstandige ondernemers in de landbouw, 2019 landbouw %

zelfstandige ondernem ers Vlaanderen %

verschiltoetsing

hoogste getuigschrift geen, lager of lager secundair

19,8

10,9

hoger secundair

55,8

28,4

hoger onderw ijs korte type

17,3

24,8

hoger onderw ijs lange type/universiteit

7,1

35,8

altijd

34,9

44,8

vaak

52,8

47,0

som s

12,3

7,1

nooit

0,0

1,1

altijd

15,1

20,7

vaak

53,1

46,7

som s

29,2

28,4

nooit

2,6

4,2

altijd

9,1

8,8

vaak

41,6

35,1

som s

41,6

42,3

nooit

7,6

13,8

56,8

54,2

s

voelt u zich voldoende opgeleid voor de vakinhoudelijke of technische aspecten van uw zelfstandige activiteit?

s

voelt u zich voldoende opgeleid voor het beheer en het m anagem ent van uw bedrijf, firm a?

ns

voelt u zich (als u dat nodig vindt) bij uw bedrijfsvoering ondersteund door een sociaal netw erk (verenigingen, externe adviseurs, fam ilieraad)?

deelnam e aan bijscholing afgelopen jaar

s

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw en de rest van de zelfstandige ondernemers.

4.3

Haalbaarheid pensioen, groeiverwachting en afhankelijkheid van inkomen uit zelfstandige activiteit

Tabel 16 bevat informatie over de mate waarin het gezin afhankelijk is van het inkomen uit de zelfstandige activiteit, de groeiverwachtingen van de ondernemer en mate waarin hij of zij het haalbaar acht om tot het pensioen door te werken.

24


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Tabel 16: Afhankelijkheid van inkomen, groeiverwachting en haalbaarheid pensioen bij zelfstandige ondernemers in de landbouw, 2019 landbouw %

zelfstandige ondernem ers Vlaanderen %

verschiltoetsing

In w elke m ate is uw gezin afhankelijk van het inkom en uit uw zelfstandige activiteit? helem aal

54,8

41,0

in belangrijke m ate

31,7

44,8

in beperkte m ate

9,5

11,0

helem aal niet

4,0

3,1

verw acht groei van activiteit

36,7

41,1

verw acht behoud van huidig peil

42,7

42,4

verw acht verm indering of stopzeting

20,6

16,6

s

groeiverw achting

ns

haalbaarheid pensioen doorw erken tot pensioen haalbaar

64,1

68,7

doorw erken tot pensioen haalbaar, m its aangepast w erk

33,9

27,6

doorw erken tot pensioen niet haalbaar

2,1

3,7

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw en de rest van de zelfstandige ondernemers.

Bij ongeveer negen op de tien van de zelfstandige ondernemers in de landbouw is het gezin helemaal of in belangrijke mate afhankelijk van het inkomen uit de zelfstandige activiteit. Dat is significant meer dan het aandeel in de volledige populatie zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. 36,7% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw verwacht in de nabije toekomst (3 à 5 jaar) een groei van de activiteit, 42,7% denkt dat het huidig peil zal behouden blijven en 20,6% verwacht een vermindering of stopzetting. Deze verdeling vinden we ook terug bij de volledige populatie. 64,1% van de zelfstandige ondernemers in de landbouw acht het haalbaar om de huidige job verder te zetten tot het pensioen, 33,9% acht dit enkel haalbaar bij aanpassing van het werk (bv. minder werken of lichter werk) en een kleine minderheid (2,1%) acht het sowieso niet haalbaar. Deze percentages wijken niet significant af van het populatiegemiddelde.

4.4

Grensoverschrijdend gedrag

Tabel 17 inventariseert de informatie uit de werkbaarheidsenquête 2019 over het voorkomen van verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag bij zelfstandige ondernemers in de landbouw: (verbale) intimidatie of bedreiging, ongewenst seksueel gedrag, (fysieke) agressie en pesten.

25


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Van de zelfstandige ondernemers in de landbouw werd in het afgelopen jaar 2,5% (sporadisch of regelmatig) slachtoffer van lichamelijk geweld, 12,6% van intimidatie of bedreiging, 0,5% van ongewenst seksueel gedrag en 3% van pestgedrag. Deze cijfers voor grensoverschrijdend gedrag wijken niet significant af van het gemiddelde voor de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Tabel 17:

Aandeel zelfstandige ondernemers in de landbouw slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, 2019 landbouw

zelfstandige ondernem ers Vlaanderen

%

%

verschiltoetsing

slachtoffer van licham elijk gew eld nooit

97,5

97,3

sporadisch

2,0

2,4

regelm atig

0,5

0,3

nooit

87,4

84,8

sporadisch

11,6

14,0

regelm atig

1,0

1,2

nooit

99,5

96,9

sporadisch

0,5

3,0

regelm atig

0,0

0,1

ns

slachtoffer van intim idatie of bedreiging

ns

slachtoffer van ongew enst seksueel gedrag

ns

slachtoffer van pestgedrag nooit

97,0

95,3

sporadisch

2,5

4,1

regelm atig

0,5

0,6

ns

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering s/ns wijst erop dat bij toetsing een al dan niet significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de bouwsector en de rest van de zelfstandige ondernemers.

4.5

Tevredenheid over diverse werkaspecten

In de werkbaarheidsenquĂŞte voor de zelfstandige ondernemers wordt gevraagd hoe tevreden ze, alles bij elkaar genomen, zijn met een dertiental aspecten van hun zelfstandige activiteit. In tabel 18 wordt weergegeven welk percentage van de zelfstandige ondernemers in de landbouw (eerder tot zeer) tevreden is en wordt vergeleken met de score voor de totale populatie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Acht op de tien zelfstandige ondernemers in de landbouw zijn tevreden met de contacten met klanten en leveranciers, met de samenwerking met vennoot en/of meewerkende partner en met het personeel van het bedrijf. Een minderheid is evenwel tevreden over de sociale bescherming als zelfstandige (22,5%) en de contacten met de overheid (19,4%). De tevredenheidsscores in de landbouw liggen vooral lager (dan gemiddeld) voor het financieel luik van de zaak. Een kwart

26


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

is tevreden over het inkomen, een op drie over de financieel-economisch toestand van de zaak. Bij de populatie is dat voor beide indicatoren een op twee. Ongeveer zeven op de tien landbouwers zijn tevreden met de keuze die ze gemaakt hebben voor het zelfstandig ondernemerschap. Dit aandeel wijkt niet af van het populatiegemiddelde. Tabel 18: Tevredenheid over diverse werkaspecten bij zelfstandige ondernemers uit de landbouw, 2019. 79,3

contacten met klanten (s)

89,9 83,9

contacten met leveranciers

79,5 85,7 84,9

personeel

84,8

de samenwerking met vennoot, meewerkende partner

79,2 70,3

keuze voor het zelfstandig ondernemerschap

74,7

onafhankelijkheid in het werk (s)

61,8

gedragen verantwoordelijkheid

58,5 62,0

69,9

48,4

werktijden

55,9 58,6

mogelijkheden om financiering of leningen te bekomen

54,7 25,3

inkomen (s)

48,3 29,5

financieel-economische toestand van de activiteit (s)

49,8 22,5

sociale bescherming

17,7 19,4 21,5

contact met de overheid(sadministratie) 0,0

10,0

land- en tuinbouw

20,0

30,0

40,0

50,0

60,0

70,0

80,0

90,0

100,0

zelfstandige ondernemers Vlaanderen

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2019 Leeswijzer: De codering (s) wijst erop dat bij toetsing een significant verschil werd vastgesteld (Pearson chi²; p ≤ 0,05) tussen de meetgegevens voor de zelfstandige ondernemers in de landbouw en de rest van de zelfstandige ondernemers.

27


Werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers in de landbouw 2019

Referentielijst Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019). Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13437 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020a). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 – zelfstandige ondernemers. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13533 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2020b). Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers? Onderzoek naar determinanten van werkbaar werk op basis van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor 2007-2019 Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/XXXX

28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook