RAAD
VOOR BETWISTINGEN INZAKE STUDIEVOORTGANGSBESLISSINGEN
JAARVERSLAG 2014
© Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen
Jaarverslag 2014
Voorwoord Beste lezer
Voor u ligt het jaarverslag 2014 studievoortgangsbeslissingen1 .
van de Raad
voor
betwistingen inzake
Opgericht bij decreet van 19 maart 2004 2 en operationeel sinds 1 januari 2005, sluit de Raad met dit verslag zijn tiende werkingsjaar af. Het is een gepast moment om kort terug te blikken. De bevoegdheden van de Raad zijn doorheen het voorbije decennium voortdurend uitgebreid. Bij zijn oprichting werd de Raad bevoegd gemaakt voor examen(tucht)beslissingen binnen het hoger onderwijs. In de daaropvolgende jaren werd de bevoegdheid van de Raad stelselmatig uitgebreid, hetzij door tussenkomst van de decreetgever, hetzij door een nadere omschrijving van de decretale bevoegdheid door de Raad van State als cassatierechter. Samen met, maar niet uitsluitend ten gevolge van de uitbreiding van de bevoegdheden is de werklast van de Raad aanzienlijk toegenomen. Tussen 2005 en 2012 (het jaar waarin de laatste bevoegdheidsaanpassing van 2011 volle uitwerking kreeg) steeg het aantal dossiers van 48 tot 345 (+ 297 dossiers). De twee volgende jaren (2013 en 2014) vertegenwoordigen een verdere toename tot 548 rolnummers (+ 203 dossiers). Binnen de huidige structuur, die dateert van bij de oprichting van de Raad in 2004, zijn de grenzen van het verwerkbare aantal dossiers bereikt. In dit verslag worden de zaken toegelicht die werden ingeleid tijdens het werkjaar 2014. Tijdens het werkjaar 2014 werden 548 zaken ingeleid, wat een stijging met 135 zaken ten opzichte van het werkjaar 2013 betekent. Na behandeling van de zaken worden de uitspraken, zoals decretaal bepaald werd, geanonimiseerd gepubliceerd op de website van de Raad met aanduiding van het rolnummer. De besluiten waarnaar in voorliggend verslag wordt verwezen, zijn dan ook te raadplegen op http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/Raad/. Daarnaast wordt ook het jaarverslag op deze website gepubliceerd. Het jaarverslag volgt sinds enkele jaren niet langer hetzelfde stramien als in de werkjaren 2005 tot 2011. Door een toegenomen complexiteit en door de uitbreiding van bevoegdheden 1
Hierna Raad genoemd. Decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, BS 10 juni 2004. 2
2 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
is er noodzaak tot enige bijsturing. Het is thans opgebouwd uit drie delen. Het eerste inleidende deel informeert over de bevoegdheid van de Raad, de werking van het secretariaat en de samenstelling van de Raad. In een tweede deel worden eenvoudige statistische gegevens weergegeven over de ingestelde beroepen bij de Raad, met desgevallend de nodige bijhorende toelichting. In een derde deel ten slotte, formuleert de Raad kort enkele aanbevelingen. Ik wens u een aangename lectuur.
Jim Deridder Voorzitter
3 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
VOORWOORD
2
DEEL I
5
1. 2. 3.
BEVOEGDHEID SECRET ARIAAT SAMENST ELLING VAN DE RAAD
DEEL II 1. 2. 3.
DE RAAD ALS ADMINIS TRATIEF RECHTSCOLLEGE
STATISTIS CHE GEGEVENS EN TOELICHTING
VERZOEKSCHRIFTEN EN ZITTINGSDAGEN A ANTAL ZITTINGSDAGEN EN BEHANDELDE VERZOEKSCHRIFTEN PER ZITTINGSDAG VERZOEKENDE PART IJEN 3.1. Aantal beroepsschriften per “unieke” verzoekende partij 3.2. Gender 3.3. Geografische spreiding 3.4. Spreiding naar aard verwerende partij 3.4.1. 3.4.2.
Werkjaar 2014 Periode 2007-2014
3.5. Spreiding over studiegebied 4. VOORWERP VAN HET VERZOEKSCHRIFT 4.1. Aard opleidingsonderdeel 4.2. Spreiding naar aard studievoortgangsbeslissing 4.2.1. 4.2.2.
5.
Werkjaar 2014 Verhouding soorten studievoortgangsbeslissingen over de periode 2005-2014
4.3. Beslissingen inzake gelijkwaardigheid buitenlandse diploma’s UIT SPRAKEN VAN DE RAAD 5.1. Besluiten werkjaar 2014 5.1.1. 5.1.2.
5.2.
M et overmachtsdossiers Abstractie van overmachtsdossiers
Besluiten inzake gegrondheid van de ontvankelijke beroepen
5.2.1. Werkjaar 2014 5.2.1.1. M et overmachtsdossiers 5.2.1.2. Abstractie van overmachtsdossiers 5.2.2. Overzicht 5.2.2.1. M et overmachtsdossiers: periode 2007-2014 5.2.2.2. Abstractie van overmachtsdossiers: periode 2012-2014
6.
BIJST AND DOOR EEN RAADSMAN 6.1. Verzoekende partij 6.2. Instelling
DEEL 3
AANB EVELINGEN
5 6 6 7 7 8 10 10 12 12 14 14 14
15 18 18 18 18 20
23 24 24 24 24
25 25 25 25 26 26 26
27 27 28 30
4 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
DEEL I
De Raad als administratief rechtscollege
1. Bevoegdheid Krachtens artikel II.285 Codex Hoger Onderwijs doet de Raad uitspraak over betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. De volgende studievoortgangsbeslissingen konden tijdens het werkjaar 2014 het voorwerp uitmaken van een beroep bij de Raad: a) een examenbeslissing, zijnde elke beslissing die, al dan niet op grond van een deliberatie, een eindoordeel inhoudt over het voldoen voor een opleidingsonderdeel, meer opleidingsonderdelen van een opleiding, of een opleiding als geheel; b) een examentuchtbeslissing, zijnde een sanctie opgelegd naar aanleidin g van examenfeiten; c) de toekenning van een bewijs van bekwaamheid, dat aangeeft dat een student op grond van eerder verworven competenties of eerder verworven kwalificaties bepaalde competenties heeft verworven; d) de toekenning van een vrijstelling, zijnde de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel, of een deel ervan, examen af te leggen; e) een beslissing waarbij het volgen van een schakel- en/of voorbereidingsprogramma wordt opgelegd en waarbij de studieomvang van dergelijk programma wordt vastgesteld; f) het opleggen van een maatregel van studievoortgangsbewaking, bedoeld in artikel II.2463 ; g) het weigeren van het opnemen van een bepaald opleidingsonderdeel in het diplomacontract waarvoor de student die een geïndividualiseerd traject volgt, zich nog niet eerder heeft ingeschreven; h) een beslissing inzake gelijkwaardigheid van een buitenlands diploma van hoger onderwijs met een Vlaams diploma van hoger onderwijs genomen krachtens artikel II.256; i) een beslissing waarbij er in geval van overmacht geen aangepaste examenregeling mogelijk is om organisatorische redenen. (opgeheven bij art. 2 Vereenvoudigingsdecreet, inw. AJ 2014-2015. Zie nu art. II. 285, lid 2 Codex Hoger Onderwijs)
3
Met inbegrip van de beslissing om een stage of praktisch opleidingsonderdeel voortijdig te beëindigen (ingevoerd artikel 25 Vereenvoudigingsdecreet).
5 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
2. Secretariaat De leden van de Raad worden ondersteund door de medewerkers van het secretariaat, die instaan voor het in staat stellen van de dossiers. David Keyaerts en Nele Laseure waren in 2014 aangesteld als secretarissen van de Raad.
3. Samenstelling van de Raad Tijdens het werkjaar 2014 kende de Raad tot 29 april 2014 volgende samenstelling: Voorzitter Plaatsvervangend Voorzitter Werkend bijzitters Plaatsvervangende bijzitters
de heer Marc Boes de heer Jean Dujardin mevrouw Kaat Leus4 de heer Bertel De Groote de heer Jean Goossens de heer Henri Verhaaren de heer Jan Geens de heer Daniël Cuypers de heer Piet Versweyvelt
Vanaf 29 april 2014 was de Raad samengesteld als volgt5 : Voorzitter Kamervoorzitter Bijzitters
de heer Jim Deridder de heer Bertel De Groote mevrouw Karla Van Lint de heer Jean Goossens de heer Henri Verhaaren de heer Jan Geens de heer Daniël Cuypers de heer Piet Versweyvelt
Tijdens elke zitting van de Raad zetelt er een voorzitter samen met twee bijzitters. De zetel van de Raad voor een zitting wordt samengesteld in functie van de beschikbaarheid van de leden van de Raad. Wanneer een lid verbonden is aan een bepaalde instelling, zetelt dit lid niet wanneer deze instelling één van de betrokken partijen is.
4
Mevr. Kaat Leus werd in de loop van het werkjaar 2013 benoemd tot staatsraad bij de Raad van State waardoor zij met onmiddellijke ingang niet meer kon zetelen als voorzitter. 5 Artikel 1 Huishoudelijk Reglement Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, BS 15 juli 2015.
6 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
DEEL II
Statistische gegevens en toelichting
1. Verzoekschriften en zittingsdagen In het werkjaar 2014 heeft de Raad 548 verzoekschriften ontvangen en geregistreerd. 6 Dit betreft opnieuw een significante stijging tegenover het vorige werkjaar, waar er reeds 413 verzoekschriften werden ontvangen. Dit werkjaar werden er dus 135 zaken meer (= + 33%) ontvangen en geregistreerd. De beroepen worden heel het jaar door ingediend, met zoals steeds duidelijke pieken in juli, september en oktober, na de examenperiodes van juni en augustus/september. Wat de werklast betreft, deint de impact van deze pieken steeds verder uit, gelet op de termijn die de Raad nodig heeft om tot een eindbeoordeling te kunnen komen. Het aantal verzoekschriften in februari en maart na de eerste examenperiode blijft stabiel. Dit is opvallend, gelet op het feit dat verschillende onderwijsinstellingen na de eerste examenperiode (december-februari) de examenresultaten reeds definitief vastleggen. Studenten geven in deze fase vermoedelijk nog de voorkeur aan een tweede zit. Uit de grafiek kan tevens worden afgeleid dat er in de maanden april, mei en juni een relatief kleinere instroom is. Aantal ingediende verzoekschriften per maand 157
165
74
23
31
20
7
4
11
29
15
12
In onderstaande grafieken wordt het aantal verzoekschriften van de laatste acht werkjaren vergeleken en de trend ten aanzien van refertejaar 2007 weergegeven. De laatste werkjaren neemt het aantal beroepen elk jaar aanzienlijk toe. Hiervoor kan een aantal verklaringen worden gegeven. De Raad is in de eerste plaats steeds bekender geworden bij de studenten. Het is tevens vereist dat de mogelijkheid om en modaliteiten voor een beroep bij de Raad duidelijk worden vermeld op alle studievoortgangsbeslissingen.
Trend 600,00% 500,00% 400,00% 300,00% 200,00% 100,00% 0,00% -100,00% Trend
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
0%
-13%
46%
67%
172% 288% 364% 516%
6
Daarin worden ook de ambtshalve registratie en behandeling van verzoekschriften na vernietiging door de Raad van State meegerekend.
7 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Bovendien werd de bevoegdheid van de Raad ook uitgebreid. Ook in de media is er elk jaar aandacht voor de statistieken en het functioneren van de Raad. Dit werkjaar is opnieuw voornamelijk de uitbreiding van de bevoegdheid van de Raad de oorzaak voor de aanzienlijke stijging van het aantal beroepen. Overzicht van het aantal verzoekschriften over de periode 2007-2014 600
500
400
300
200
100
0 aantal
2007 89
2008 77
2009 130
2010 149
2011 242
2012 345
2013 413
2014 548
Vanaf 1 september 2011 werden voor het eerst dossiers in verband met ‘overmacht en leerkrediet’ behandeld. Deze betreffen in se niet echt klachten tegen een onderwijsinstelling. Het gaat immers om studenten die wegens overmacht (doorgaans ziekte) hun examenkansen niet volledig hebben kunnen benutten en bijgevolg een deel van hun leerkrediet verloren hebben. Zij vragen de verloren studiepunten uit hun leerkrediet terug op grond van een aangetoonde overmachtssituatie. In 2014 waren er maar liefst 302 dossiers betreffende leerkrediet en overmacht, terwijl er in 2013 nog maar 189 dossiers werden ingesteld.
Wat de gebruikelijke studievoortgangsbetwistingen (examenbetwistingen, weigering van een inschrijving,…) betreft, is er een lichte stijging van het aantal beroepen.
2. Aantal zittingsdagen en behandelde verzoekschriften per zittingsdag De Raad heeft in 2014 542 beroepen behandeld tijdens 32 zittingsdagen. Er werden nog 9 dossiers die in 2013 ingeleid waren, behandeld in het werkjaar 2014. Voorts behandelde de Raad 529 dossiers (ingesteld in 2014 of teruggekeerd na vernietiging door de Raad van State).7 In het werkjaar 2015 werden nog 21 dossiers behandeld die pas eind december 2014 ingesteld werden. De hiernavolgende grafieken zullen telkens betrekking hebben op de dossiers die in het werkjaar 2014 werden ingeleid en/of tevens effectief behandeld werden op een zittingsdag in 2014. Er waren exact evenveel zittingsdagen in vergelijking met het vorige werkjaar. Gelet op het gestegen aantal beroepen en feit dat het aantal zittingsdagen gelijk bleef, nam het aantal zaken dat per zitting behandeld werd, sterk toe. Zo waren er vorig werkjaar 17 zittingsdagen met 10 of meer zaken, terwijl er in het werkjaar 2014 al 20 zittingsdagen met 10 of meer zaken werden georganiseerd, waarvan twee zittingsdagen met 43 dossiers (30 september 2014 en 2 oktober 2014) en één zittingsdag met maar liefst 52 dossiers (23 december 2014). Om het groot aantal beroepen binnen een redelijke termijn te kunnen behandelen is de Raad genoodzaakt met het oog op een vlotte organisatie steeds meer zaken op de rol van één zitting te plaatsen. De grenzen van de verwerkbaarheid binnen de huidige structuur zijn ter zake bereikt, aangezien de kamers van de Raad over slechts een beperkte tijdspanne beschikken tussen de vervollediging van het dossier (termijn voor de neerlegging van de wederantwoordnota) en de oproeping ter zitting.
7
De restfractie omvat o.a. meervoudige verzoekschriften, wat kan leiden tot bis en tris besluiten.
8 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Op de zittingsdag worden de partijen in elkaars aanwezigheid gehoord in een openbare zitting. 8 Ook als een partij niet ter zitting verschijnt, zal de zaak worden behandeld en neemt de Raad een besluit. Nadien wordt er onmiddellijk beraadslaagd achter gesloten deuren. Het besluit werd de eerste werkdag na de zittingsdag elektronisch aan de partijen bezorgd. 9 De duur van de behandeling van een zaak varieert in functie van de moeilijkheidsgraad, de duidelijkheid van het schriftelijk dossier en de pleidooien van de partijen. De partijen worden uitdrukkelijk gevraagd om tijdig aanwezig te zijn en om zich te beperken tot de kern van de zaak. In principe loopt de procedure grotendeels op basis van het ingediende dossier. Uit de praktijk blijkt echter wel dat de verklaringen van de partijen ter zitting een nieuw licht op de zaak kunnen werpen. Het uitstellen van een zaak gebeurt uiterst zelden.
aantal zaken
zittingsdag
rolnummers
donderdag 16 januari 2014 maandag 17 februari 2014 donderdag 6 maart 2014 vrijdag 7 maart 2014 vrijdag 21 maart 2014 donderdag 27 maart 2014 dinsdag 22 april 2014 vrijdag 16 mei 2014 donderdag 19 juni 2014 maandag 7 juli 2014 dinsdag 22 juli 2014 donderdag 31 juli 2014 donderdag 7 augustus 2014
2013/406 2013/401 2014/008 2014/010 2014/025 2014/030 2014/031 2014/049 2014/056 2014/060 2014/075 2014/086 2014/085
dinsdag 12 augustus 2014
2014/094 097 099 100 114Bis 125 127 128 129 132 133 135 145
14
donderdag 14 augustus 2014 donderdag 21 augustus 2014 maandag 1 september 2014 dinsdag 2 september 2014
2014/105 2014/106 2014/118 2014/140
13 11 13 5
donderdag 18 september 2014
2014/070 082 113 142 154 160 162 164 165 166 167 169 170 175
14
dinsdag 30 september 2014
2014/054 163 168 171 172 173 174 177 178 179 181 182 184 185 186 187 188 189 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 206 207 208 209 211 212 213 214 215 216 217
43
donderdag 2 oktober 2014
2014/210 218 219 220 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 257 258 259 260 261 262
43
donderdag 16 oktober 2014
2014/256 276 284 288 292 293 299 301 314 318 324 325 326 326bis 332 334 335 341 350 358 359 367 369
23
407 408 409 410 411 412 413 2014/001 002 003 004 005 006 007 009 013 016 017 019 020 024 011 012 014 015 018 021 022 023 026 027 028 029 034 036 038 040 032 033 035 037 039 041 042 043 044 045 046 047 048 050 051 052 053 055 057 058 059 066 067 061 062 063 064 065 068 069 071 072 073 074 076 077 078 079 080 081 083 084 087 090 092 096 093 095 089 088 091 098 101 102 103 104 111 112 117
107 110 126 146
108 115 136 148
109 116 137 153
113 114 121 122 123 141 143 150 151 119 120 124 130 134 144 149 138 139 147 152 155 156 157 158 159 161
8 9 7 9 9 8 7 6 6 12 9 8
11
8
De procedure inzake overmacht verloopt in principe wel schriftelijk. Zie art. II. 307, lid 4: “De uitspraak van de Raad wordt bij het secretariaat ter beschikking gesteld van de partijen op de eerstvolgende werkdag na de zitting, behoudens een andersluidende beslissing van de Raad. Deze terbeschikkingstelling geldt als enige kennisgeving van de uitspraak aan alle partijen. De uitspraak van de Raad wordt ook nog elektronisch meegedeeld aan de partijen op de eerste werkdag volgend op de zitting van de Raad, behoudens een andersluidende beslissing van de Raad.”. 9
9 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
donderdag 23 oktober 2014
2014/180 205 242 246 263 267 272 273 278 282 283 289 291 294 296 303 304 306 308 310 311 312 313 315 316 317 320 321 327 329 330 343 346 352 355 363 370 372 375
39
donderdag 30 oktober 2014
2014/221 233bis 265 270 274 275 277 281 285 287 295 298 305 322 323 333 337 338 339 344 348 349 351 353 354 361 364 364bis 382 392 394 395 398
33
donderdag 13 november 2014
2014/183 264 266 269 279 286 290 342 357 362 378 380 387 388 389 393 417 421 426 428 432 438 441 447
24
vrijdag 21 november 2014
2014/190 377 379 381 384 385 402 406 408 409 411 413 416 418 419 420 422 423 424 425 431 435 436 437 440 442 444 445 449 450
30
donderdag 27 november 2014
2014/302 376 399 403 405 407 414 429 433 443 448 448bis 455 456 461 463 465 470 483 487 490 494
22
donderdag 4 december 2014
2014/328 368 457 471 472 478 479 482 484 485 489 496 498 504
14
donderdag 11 december 2014
2014/366 371 410 427 430 434 439 446 473 486 491 2014/268 307 319 340 356 383 386 390 412 451 458 464 469 480 492 517 520 2014/297 331 336 347 360 365 373 374 396 400 404 415
11
dinsdag 16 december 2014 donderdag 18 december 2014
dinsdag 23 december 2014
2014/271 280 300 309 345 397 401 452 453 454 460/522 462 466 467 468 474 475 476 477 481 488 493 495 497 499 500 501 502 503 505 506 507 508 509 510 511 512 513 514 515 516 518 519 521 524 525 526 527 528 529 530
Totaal 32
17 12
52 542
3. Verzoekende partijen 3.1. Aantal beroepsschriften per “unieke” verzoekende partij
Sommige studenten dienen meerdere beroepen in over eenzelfde betwisting (zogenaamde terugkomers). Een aantal van deze zaken heeft de toets van de ontvankelijkheid echter niet doorstaan. Soms werd tijdens het werkjaar 2014 naar aanleiding van een extern beroep de genomen studievoortgangsbeslissing ingetrokken en werd er een nieuwe beslissing op intern beroep genomen, waartegen de student in voorkomend geval opnieuw beroep instelde. Het gebeurt ook dat eenzelfde student meerdere beroepen indient omdat de student nog steeds niet akkoord gaat met het nieuwe besluit dat de instelling heeft genomen in opvolging van het vernietigingsbesluit van de Raad. Het gebeurt dat de instelling grondiger motiveert, maar dat de eerdere beslissing in se behouden blijft. De Raad stelt ook vast dat, niettegenstaande in beginsel elke betwisting van een beslissing in een apart verzoekschrift opgenomen moet worden, dat verzoekende partijen in overmachtsdossiers een enig verzoekschrift indienen voor een teruggave van leerkrediet, verloren tijdens verschillende academiejaren in meerdere onderwijsinstellingen. De Raad splitst dergelijk verzoekschrift ambtshalve op in zoveel beroepen als er betrokken onderwijsinstellingen zijn. Onderstaande tabel geeft een overzicht weer van de verzoekschriften die in 2014 werden ingediend door eenzelfde unieke student. Telkens wordt verduidelijkt wat de opeenvolgende besluiten van de Raad waren.
rolnummers
beslissingen
1
008 043
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal niet ontvankelijk
2
306 498
tweemaal ontvankelijk en gegrond
3
107 173
tweemaal ontvankelijk en gegrond
4
082 176
tweemaal ontvankelijk en gegrond
10 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
5 6
006 045 015 046
tweemaal ontvankelijk en gegrond éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
7
069 192
éénmaal onontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en gegrond
8
014 049 071
driemaal ontvankelijk en gegrond
9
097 166
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
10
448 448bis
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
11
333 406
tweemaal ontvankelijk en niet gegrond
12
121 143
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
13
175 415
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en gegrond
14
367 483
tweemaal ontvankelijk en gegrond
15
129 162
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal niet ontvankelijk
16
233 233bis 233tris
driemaal ontvankelijk en gegrond
17
073 148 219
tweemaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
18
413 057
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
19
112 161
tweemaal ontvankelijk en gegrond
20
326 326bis
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en gegrond
23
305 497
éénmaal zonder voorwerp - éénmaal ontvankelijk en gegrond
25
388 389
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal niet ontvankelijk
26
171 172
tweemaal ontvankelijk en gegrond
27
081 355
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en gegrond
29
019 142
31
001 053 151
32
501 502
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal zonder voorwerp éénmaal zonder voorwerp - éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal niet ontvankelijk tweemaal ontvankelijk en niet gegrond
33
492 520
éénmaal zonder voorwerp - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
34 36
éénmaal ontvankelijk en niet gegrond - éénmaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
37
447 476 234 413 461 026 048
38
407 444
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond tweemaal ontvankelijk en niet gegrond
39
218 377
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en gegrond
40
364 364bis
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
42
210 430
éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en niet gegrond
44 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 59
168 484
éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal niet ontvankelijk éénmaal niet ontvankelijk - éénmaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond tweemaal niet ontvankelijk éénmaal ontvankelijk en gegrond - éénmaal niet ontvankelijk tweemaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond tweemaal ontvankelijk en gegrond éénmaal ontvankelijk en niet gegrond - éénmaal ontvankelijk en gegrond driemaal zonder voorwerp
077 460 067 292 284 075 042 165 324 159 368 153
263 522 079 353 442 282 060 167 325 216 490 469 496
11 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
3.2. Gender
In 2014 werden er 273 verzoekschriften ingediend door vrouwen en 267 door mannen. Enkele jaren geleden waren de mannelijke studenten die een beroep instelden nog in de meerderheid. In 2011 was er een gelijke verdeling tussen de mannen en de vrouwen (elk 50%). Nadien werden meer verzoekschriften ingesteld door vrouwelijke dan mannelijke studenten, doch dit werkjaar is de verdeling opnieuw bijna in evenwicht.
Genderverdeling
Man 49%
Vrouw 51%
3.3. Geografische spreiding
Wat de geografische spreiding betreft, stellen we zoals elk werkjaar ook voor 2014 vast dat de meeste verzoekschriften – op basis van woonplaatscriterium – uit de provincie Antwerpen komen. Net zoals vorig werkjaar wordt Antwerpen ook in werkjaar 2014 gevolgd door Oost-Vlaanderen. Tevens kunnen we dit werkjaar vaststellen dat het aantal verzoekschriften uit Limburg en Vlaams-Brabant verhoudingsgewijs stabiel blijft. Wanneer we de louter absolute cijfers van de geografische entiteit in functie van het totaal vergelijken met de relatieve geografische spreiding (op basis van woonplaats) van de studenten, ingeschreven aan een hoger onderwijsinstelling in de Vlaamse Gemeenschap10 , dan is de provincie Antwerpen “oververtegenwoordigd” in onze cijfers.
10
Deze cijfers zijn beschikbaar bij AHOVOS, afdeling hoger onderwijs: Antwerpen (25%), BHG (3%), Henegouwen (0,2%), Limburg (11%), Oost-Vlaanderen (23%), Vlaams-Brabant (17,50%), West-Vlaanderen (15,50%), buitenland (3,50%)
12 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Geografische spreiding op basis van woonplaats
35,0%
200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
30,0%
25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0%
0,0% Antwerpen
Aan tal %
Bru ssels Hoofdsted elijk gewest
Heneg ouw en
Limbur g
OostVlaa ndere n
Vlaa msBra bant
WaalsBra bant
WestVlaa ndere n
buitenl and
177
13
1
59
107
85
2
78
18
32,8%
2,4%
0,2%
10,9%
19,8%
15,7%
0,4%
14,4%
3,3%
Voorts stellen we vast dat het merendeel van de beroepen gericht wordt tegen instellingen in de provincies Oost-Vlaanderen (27%); Antwerpen (25%) en Vlaams-Brabant (22%).11 Ten opzichte van het vorige werkjaar blijven de beroepen tegen instellingen in de provincies Limburg en WestVlaanderen stabiel. Hierbij moet opgemerkt worden dat er voor de cijfers abstractie gemaakt wordt van beroepen inzake gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s, waarvan de verwerende partij (in casu NARIC-Vlaanderen) in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest gevestigd is.
spreiding op basis van zetel verwerende partij (abstractie NARIC)
120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 % Aan tal
30%
25% 20% 15%
10% 5%
0%
Antwerpen
Bru ssel Hoofdsted elijk Gewest
Limbur g
OostVlaa ndere n
Vlaa ms-Br abant
WestVlaa ndere n
25%
16%
7%
27%
22%
3%
99
61
28
107
85
11
11
Vgl. cijfers relatieve spreiding van hoger onderwijsinstellingen op basis van zetel, rekening houdend met fusies: Antwerpen (6; 26%), BHG (4; 17%), Limburg (4; 17%), Vlaams -Brabant (3; 13%), Oost-Vlaanderen (3; 13%), West-Vlaanderen (3, 13%).
13 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
3.4. Spreiding naar aard verwerende partij 3.4.1.
Werkjaar 2014
Net zoals in het vorig werkjaar blijkt dat er in 2014 meer verzoekschriften tegen universiteiten werden ingediend dan tegen hogescholen (190 hogescholen - 336 universiteiten). 62% van de verzoekschriften werd ingesteld tegen universiteiten, tegenover 35% Verhouding hogescholen - universiteiten - andere tegen hogescholen. Het is het derde andere werkjaar dat er meer verzoekschriften 3% werden ingediend tegen universiteiten. Gelet op de integratie van een aantal Hogeschool hogeschoolopleidingen in de 35% Universiteit universiteit, is het normaal dat deze 62% trend zich doorzet.
3.4.2.
Periode 2007-2014 Overzicht van het aantal verzoekschriften ingediend door hogeschool- of universiteitsstudenten over de periode 2007-2014 360 340 320 300 280 260 240 220 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
hogescholen 58 51 69 99 120 146 155 190
universiteiten 31 25 61 50 117 172 235 336
14 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
3.5. Spreiding over studiegebied
Zoals vorig werkjaar blijken ook de ingediende beroepen over verschillende studiegebieden gespreid te zijn.12 Uit onderstaande tabel blijkt dat bij de hogescholen er opnieuw uitschieters zijn bij enerzijds het studiegebied ‘Handelswetenschappen en bedrijfskunde’ en anderzijds bij het studiegebied ‘Onderwijs’ met respectievelijk 41 en 49 ingestelde beroepen. Deze cijfers zijn evenwel niet gerelateerd aan het aantal studenten dat in de betrokken studierichting is ingeschreven, of er verplichte stages zijn e.d. Beroepen met betrekking tot het studiegebied ‘Gezondheidszorg’ en ‘Sociaal-agogisch werk’ komen ook meer aan bod, net zoals vorig werkjaar. studiegebied
soort opleiding
Hogescholen Architectuur Audiovisuele en beeldende kunst
Biomedische wetenschappen Biotechniek Gezondheidszorg Handelswetenschappen en bedrijfskunde Industriële wetenschappen en technologie Muziek en dramatische kunst Muziek en podiumkunsten
Nautische wetenschappen nvt Onderwijs
Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen Sociaal-agogisch werk
Aantal
Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Master Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master SLO Professioneel gerichte bachelor nvt Bachelor na bachelor Master/SLO Professioneel gerichte bachelor
1 8 2 2 1 4 27 2 39 1 15 1 1 8 1 4 1 1 1 1 1 47
Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor
1 2 18
Voor de universiteiten blijken, net zoals vorig werkjaar, de meeste studenten te komen uit het studiegebied Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen. Universiteiten Archeologie en kunstwetenschappen Architectuur
Master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Academisch gerichte bachelor
1 8 1 6
12
In de NARIC dossiers is het niet steeds duidelijk op welk studiegebied en/of op welk soort opleiding het dossier betrekking heeft. In de tabel werd dit weergegeven door ‘nvt’.
15 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Master Academisch gerichte bachelor Master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor
2 1 10 2 13 1
Academisch gerichte bachelor
1
Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor
1 1 1 6
Bewegings- en revalidatiewetenschappen
Biomedische wetenschappen Biomedische wetenschappen en rechten Biomedische wetenschappen en taal- en letterkunde Biomedische wetenschappen en wetenschappen conservatie-restauratie Diergeneeskunde
Academisch gerichte bachelor Economische en toegepaste economische wetenschappen
Farmaceutische wetenschappen Gecombineerde studiegebieden Geneeskunde
Geschiedenis Gezondheidszorg Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht Handelswetenschappen en bedrijfskunde Industriële wetenschappen en technologie
Academisch gerichte bachelor Master Schakelprogramma Schakelprogramma/master Voorbereidingsprogramma/master Academisch gerichte bachelor Master Master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master Academisch gerichte bachelor Voorbereidingsprogramma Academisch gerichte bachelor
23 6 1 1 1 12 2 1 11 3 5 9 1 5
Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master Schakelprogramma en master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master
3 7 1 14 2 3 1 1 17 2 5
Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Doctoraatsopleiding Master Voorbereidingsprogramma
12 1 1 10 2
Politieke en sociale wetenschappen
Psychologie en pedagogische wetenschappen
16 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen
Taal- en letterkunde
Tandheelkunde Toegepaste biologische wetenschappen
Toegepaste biologische wetenschappen en architectuur Toegepaste taalkunde Toegepaste wetenschappen
Wetenschappen
Wetenschappen: Biologie Wijsbegeerte en moraalwetenschappen Zonder specifiek studiegebied/onbekend
Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master Schakelprogramma Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor Master Academisch gerichte bachelor en master Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Academisch gerichte bachelor Master nvt Academisch gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor/master Master Schakelprogramma/master Academisch gerichte bachelor/master Academisch gerichte bachelor Master Academisch gerichte bachelor/master
39 4 5 1 22 1 1 3 1 5 1 1 3 1 3 2 1 11 1 1 1 1 6 2 1
Andere Architectuur Economische en toegepaste economische wetenschappen Gezondheidszorg Handelswetenschappen en bedrijfskunde nvt Muziek en podiumkunsten nvt nvt Onderwijs Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht secundair onderwijs
Master Master
1 1
Master Professioneel gerichte bachelor of HBO5 opleiding Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor Master Master nvt Professioneel gerichte bachelor
1
nvt secundair onderwijs
1 1
1 1 1 1 3 1 1
17 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
4. Voorwerp van het verzoekschrift 4.1. Aard opleidingsonderdeel
De verhouding tussen de verschillende opleidingsonderdelen die het voorwerp uitmaken van een betwisting ligt ook nu in de lijn van het vorig werkjaar. Onder de rubriek ‘meerdere’ wordt aangegeven wanneer de betwisting meerdere opleidingsonderdelen tot voorwerp heeft of de volledige opleiding. soort opleidingsonderdeel
aantal
praktijk proefschrift stage en theorie stage theorie diploma nvt
21 23 1 38 75 13 62
Dit is doorgaans het geval wanneer de betwisting de toekenning van vrijstellingen, de weigering van inschrijving, de inhoud van het studieprogramma, … betreft.
De Raad is met ingang van 1 september 2011 exclusief bevoegd voor de beroepen en dit werkjaar werden er 307 verzoeken tot teruggave van leerkrediet wegens overmacht ingediend en/of behandeld.
4.2. Spreiding naar aard studievoortgangsbeslissing 4.2.1.
Werkjaar 2014 Betwistingen studievoortgangsbeslissingen 2014 0,2% 1,9% 0,2% 10,9%
0,2% 25,2%
0,2% 0,4%
55,9% Examenbeslissing Examentuchtbeslis sing Herziening leerkrediet Leerkrediet - weigering inschrijving - berekening art. 113 quater Leerkrediet overmacht Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art. II.246 Codex Hoger Onderwijs meerdere Beslissing Naric gelijkwaardigheid buitenlands diploma (SD art. 88) Toekenning bewijs van bekwaamheid - EVC overige Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art. 52 flex + examenbeslissing Toekenning vrijstelling
2,2% 1,1% 1,1%
18 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Onderstaand diagram toont aan welke soort beslissingen werden aangevochten. Betwistingen studievoortgangsbeslissingen 2014 0,4% 0,8% 0,4%
0,4% 4,2%
0,4%
24,8%
5,0%
57,1%
2,5%
2,5% Examenbeslissing Examentuchtbeslis sing Herziening leerkrediet Leerkrediet - weigering inschrijving - berekening art. 113 quater Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art. 52 flex
meerdere Beslissing Naric gelijkwaardigheid buitenlands diploma (SD art. 88) Toekenning bewijs van bekwaamheid - EVC overige Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art. 52 flex + examenbeslissing
Toekenning vrijstelling
Dit werkjaar werden in relatieve cijfers het meeste beroepen ingediend voor dossiers inzake leerkrediet en overmacht (55,9%). Dit werkjaar is het derde werkjaar dat de Raad gedurende het ganse jaar bevoegd is voor deze studievoortgangsbeslissing. Een vergelijking met het vorige werkjaar leert dat het relatieve aandeel van overmachtsdossiers toeneemt. Voor de overige studievoortgangsbeslissingen blijft het aandeel van de examenbetwistingen met 25,2% tot het meeste beroepen aanleiding geven (136 dossiers). Beslissingen inzake maatregelen van studievoortgangsbewaking vormen de tweede grootste cluster (10,9%), wat overigens in de lijn van de vorige werkjaren ligt. Het betreft in hoofdzaak studenten wiens inschrijving wordt geweigerd op basis van artikel II.246 Codex Hoger Onderwijs (studievoortgangsmaatregelen). Betwistingen over de andere studievoortgangsbeslissingen blijven ook in huidig werkjaar zeer beperkt. Er worden weinig examentuchtbeslissingen en vrijstellingsbeslissingen voorgelegd aan de Raad. Het aantal dossiers betreffende negatieve beslissingen inzake gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s blijft nog beperkt, gelet op het grote aantal aanvragen bij de bevoegde instantie.
19 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
4.2.2.
Verhouding soorten studievoortgangsbeslissingen over de periode 2005-2014
studievoortgangsbeslissing Examenbeslissing
2014 136
2014% 2013 25,2% 130
2013% 31,6%
2012 124
2012% 2011 2011% 2010 2010% 2009 2009% 2008 2008% 2007 2007% 2006 2006% 2005 2005% 37,5% 140 57,9% 90 60,4% 91 70,0% 59 76,6% 68 76,4% 32 74,4% 38 79,2%
Examentuchtbeslissing
12
2,2%
11
2,7%
9
2,7%
9
3,7%
10
6,7%
17
13,1%
3
3,9%
5
5,6%
1
2,3%
1
2,1%
Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art. II.246 Codex Hoger Onderwijs
59
10,9%
40
9,7%
31
9,4%
31
12,8%
29
19,5%
9
6,9%
4
5,2%
6
6,7%
4
9,3%
6
12,5%
T oekenning vrijstelling
4
0,7%
4
1,0%
4
1,2%
6
2,5%
5
3,4%
5
3,8%
5
6,5%
8
9,0%
2
4,7%
2
4,2%
T oekenning bewijs van bekwaamheid (EVC)
1
0,2%
5
1,2%
-
-
2
0,8%
-
-
-
-
1
1,3%
-
-
-
1
0,4%
-
-
1
0,8%
-
-
1
1,1%
-
-
-
-
-
-
-
-
2
1,3%
3
2,3%
1
1,3%
-
-
1
2,3%
-
-
Schakel- en/of voorbereidingsprogramma
-
Art. II.245 Codex Hoger Onderwijs - evc/evk rechtstreeks diplomering 0
0,0%
9
2,2%
6
1,8%
18
7,4%
1
0,7%
2
1,5%
3
3,9%
-
-
-
-
-
-
302
55,9%
189
45,9%
134
40,5%
28
11,6%
9
6,0%
2
1,5%
-
-
-
-
-
-
-
-
Leerkrediet - weigering inschrijving
6
1,1%
1
0,2%
5
1,5%
3
1,2%
1
0,7%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Herziening leerkrediet
3
0,6%
1
0,2%
-
-
3
1,2%
-
-
-
-
-
1
0,7%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Studieprogramma Leerkrediet overmacht
T oelatingsproef meerdere Beslissing naric gelijkwaardigheid buitenlands diploma Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving – art. II.246 Codex Hoger Onderwijs + toekennen vrijstelling Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving – art. II.246 Codex Hoger Onderwijs + examenbeslissing Examenbeslissing + examentuchtbeslissing
7
1,3%
2
0,5%
1
0,3%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
10
1,9%
20
4,9%
17
5,1%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1
1,1%
-
-
-
-
1
0,4%
1 -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
3
7,0%
-
-
T oekenning vrijstelling + examenbeslissing
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1
2,1%
T oekenning vrijstelling + studieprogramma
-
-
-
-
-
-
-
-
1
1,3%
-
-
-
-
-
-
Examenbeslissing + weigering inschrijving
-
-
-
-
1
0,7%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
331
100%
242
100%
149
100%
130
100%
77
100%
89
100%
43
100%
48
100%
Totaal aantal zaken
540 100,0%
412 100,0%
20 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Aard betwisting 2007-2014 90,0% 80,0% 70,0%
60,0% 50,0% 40,0% 2007
30,0%
2008
20,0%
2009 10,0%
2010
0,0%
2011 2012 2013
2014
21 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
meerdere studievoortgangsbeslissingen Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art 52 flex + toekennen vrijstelling
-
-
Maatregel studievoortgangsbewaking/weigering inschrijving - art 52 flex + examenbeslissing
-
-
1
0,4%
-
-
-
-
-
-
1
1,1%
-
-
-
-
-
-
-
-
3
7,0%
-
-
Examenbeslissing + examentuchtbeslissing
-
-
-
-
-
-
-
-
T oekenning vrijstelling + examenbeslissing
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1
2,1%
T oekenning vrijstelling + studieprogramma
-
-
-
-
-
-
-
-
1
1,3%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1
0,7%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Examenbeslissing + weigering inschrijving Totaal aantal zaken
417 100,0% 335 100% 242 100% 149 100% 130 100% 77 100% 89 100% 43 100% 48 100%
22 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
4.3. Beslissingen inzake gelijkwaardigheid buitenlandse diploma’s
Vlaamse graad 7 6 5 4 3 2 1 0 master
bachelor
HBO5
De beroepen betreffen negatieve beslissingen inzake de gelijkwaardigheid met de Vlaamse mastergraden13 , HBO5-graden14 en bachelor-graden.15 De bestreden beslissingen hebben betrekking op diploma’s inzake muziekonderwijs16 , kunsten17 , verpleegkunde18 , bedrijfsmanagement en handelswetenschappen19 , architectuur20 en toerisme 21 . De verzoekers kwamen niet enkel uit Europa (en meer bepaald uit Slovenië 22 , Nederland23 , Roemenië24 en Groot-Brittannië25 ). Er werden immers ook betwistingen over de erkenning van diploma’s uit de Filipijnen 26 , Peru27 en Mexico28 aan de Raad voorgelegd.
oorsprong buitenlands diploma Slovenië Roemenië 22%
11%
11%
11%
Filipijnen 11%
11%
23%
Nederland
Peru Mexico Groot- Britannië
13
R. R. 15 R. 16 R. 17 R. 18 R. 19 R. 20 R. 21 R. 22 R. 23 R. 24 R. 25 R. 26 R. 27 R. 28 R. 14
Stvb. nr. 2013/413; Stvb. nr. 2014/007. Stvb. nr. 2013/409; Stvb. nr. 2013/413; Stvb. nr. 2014/001; Stvb. nr. 2014/007. Stvb. nr. 2013/409; Stvb. nr. 2014/404. Stvb. nr. 2014/021. Stvb. nr. 2013/409. Stvb. nr. 2013/413; Stvb. nr. 2014/009. Stvb. nr. 2014/001; Stvb. nr. 2014/007. Stvb. nr. 2014/021. Stvb. nr. 2014/404.
2014/001; 2014/021; 2014/053; 2014/057; 2014/404. 2014/007; 2014/009. 2014/057. 2014/053. 2014/009.
2014/057. 2014/053.
23 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
5. Uitspraken van de Raad Zoals hierna blijkt, worden de statistieken van het huidige werkjaar sterk beïnvloed door de grote toename van het aantal dossiers waarbij studenten verloren studiepunten terugvragen omwille van een overmachtssituatie. Het beeld over het werkjaar 2014 is dus vertekend voor zover de globale cijfers niet genuanceerd en gefilterd worden. In de onderstaande grafieken wordt daarom telkens een dubbele rapportering gemaakt waarbij al dan niet abstractie wordt gemaakt van de overmachtsdossiers. 5.1. Besluiten werkjaar 2014 5.1.1.
Met overmachtsdossiers
In het werkjaar 2014 werden op een totaal van 540 dossiers (de dossiers die werden ingeleid en behandeld in 2014) 455 beroepen ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat ongeveer 84,5% van alle dossiers in het werkjaar 2014 ten gronde werd behandeld. Er werden 65 dossiers of 12% onontvankelijk verklaard en 20 dossiers of 3,5% waren zonder voorwerp (bv. intrekking van de bestreden beslissing of afstand) of werden uitgesteld. 400 350
Besluiten werkjaar 2014
300 250 200 150 100 50 0
aantal
ontvankelijk - gegrond ontvankelijk - niet gegrond niet ontvankelijk nvt - zonder voorwerp uitgesteld - afstand van beroep
5.1.2.
348 107 65 20
Abstractie van overmachtsdossiers
120
Besluiten werkjaar 2014 (abstractie van overmachtsdossiers)
100 80 60 40 20
0
ontvankelijk - gegrond ontvankelijk - niet gegrond niet ontvankelijk nvt - zonder voorwerp - uitgesteld
aantal
74 96 50 18
24 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
Indien men abstractie maakt van de dossiers inzake overmacht en leerkrediet werden er 170 van de 238 dossiers ontvankelijk verklaard (71,43%) en bijgevolg ten gronde behandeld. Dit betreft een lichte stijging ten opzichte van vorig werkjaar. Er werden 74 dossiers gegrond verklaard, wat overeenkomt met 43,53%. Dit betreft een stijging van bijna 10% ten opzichte van het vorig werkjaar. 21,01% van de dossiers werd onontvankelijk verklaard en in 7,56% van de dossiers verklaarde de Raad het beroep zonder voorwerp of werd de zaak uitgesteld. Het aantal onontvankelijke verzoekschriften is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van vorig werkjaar.
5.2. Besluiten inzake gegrondheid van de ontvankelijke beroepen 5.2.1.
Werkjaar 2014
5.2.1.1.
Met overmachtsdossiers
De Raad heeft in 2014 van de 455 ontvankelijke dossiers er 348 dossiers gegrond verklaard wat overstemt met ongeveer 76%. Dossiers m.b.t. overmacht en leerkrediet worden heel vaak ontvankelijk en gegrond verklaard (nl. 96,14% van de dossiers). Tijdens het werkjaar 2014 werd door de Raad voor een globaal jaartotaal van 10 399 studiepunten teruggegeven nadat er overmacht werd vastgesteld. 29 Dit is beduidend meer dan in 2013 (6 978 studiepunten).
Alle ontvankelijke zaken en hun gegrondheid 2014
24% 76%
ontvankelijk - gegrond
5.2.1.2.
ontvankelijk - niet gegrond
Abstractie van overmachtsdossiers
Alle ontvankelijke zaken en hun gegrondheid 2014 (abstractie overm achtsdossier) 56% 44%
ontvankelijk - gegrond
ontvankelijk - niet gegrond
De Raad heeft van de 170 ontvankelijke dossiers (zonder de dossiers m.b.t. leerkrediet en overmacht) 74 dossiers gegrond verklaard, wat overstemt met ongeveer 44% en 96 niet gegrond (56%). Dit betreft een stijging ten opzichte van
29
De complexiteit van het Financieringsdecreet laat niet toe om een exacte begroting te maken, maar op basis van een gemiddelde (gegevens Cel Financiering AHOVOS: financieringspunt 54,74 euro) heeft de Raad voor ca. 569.000,00 euro aan gefinancierde studiepunten teruggegeven (+ 47% ten opzichte van het bedrag in 2013).
25 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
het vorig werkjaar vermits er in 2013 slechts 32% van de ontvankelijke zaken gegrond werden verklaard.
5.2.2.
Overzicht
5.2.2.1.
Met overmachtsdossiers: periode 2007-2014
Overzicht van de ontvankelijke zaken en hun gegrondheid over de periode 2007 – 2014
70% 60% 50%
40% 30% 20%
10% 0% 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
5.2.2.2.
ontvankelijk - gegrond
ontvankelijk - niet gegrond
45,3% 38,2% 47,5% 50,4% 47,2% 67,3% 65,2% 76,5%
54,7% 61,8% 52,5% 49,6% 52,8% 32,7% 34,8% 23,5%
Abstractie van overmachtsdossiers: periode 2012-2014
26 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
6. Bijstand door een raadsman Het aantal studenten en instellingen dat beroep doet op een raadsman blijft, in absolute cijfers, relatief stabiel ten opzichte van vorig werkjaar. Net zoals in 2013 kiest de meerderheid van de studenten en de instellingen er wel voor om geen beroep te doen op een raadsman. 6.1. Verzoekende partij
Studenten kunnen zich laten bijstaan voor de procedure bij de Raad door een raadsman. Dit Raadsman student kan zowel een advocaat als een andere vertrouwenspersoon zijn. In 2 gevallen werd er gebruik gemaakt van een andere raadsman. In 82 gevallen werd effectief beroep gedaan op een advocaat. Dit kan in elke stand van de procedure zijn. In de loop van de procedure kan een partij in principe echter geen nieuwe middelen meer inbrengen. Dus een advocaat die op een later moment in de procedure advocaat andere geen betrokken wordt, zal binnen de krijtlijnen van raadsman raadsman het initieel ingediende verzoekschrift moeten aantal 82 2 456 blijven. Uit bijgevoegde tabel blijkt dat in het werkjaar 2014 het overgrote deel van de studenten hun zaak zelf verdedigd hebben zonder specifieke juridische bijstand van een advocaat in te roepen. Dit is een constante. De onderstaande tabellen schetsen een mogelijk verband tussen het inschakelen van een raadsman en het resultaat van de procedure. De percentages zijn berekend in verhouding tot het aantal zaken dat binnen een bepaalde groep behandeld is om zodoende een correcte succesratio te berekenen. In 456 dossiers waar de student zelf zijn zaak verdedigd heeft, werden er 311 beroepen gegrond verklaard en werden er 58 dossiers niet-ontvankelijk verklaard. In 82 dossiers waar een advocaat optrad, werden er 35 beroepen gegrond verklaard en werden 7 dossiers niet-ontvankelijk verklaard. Deze cijfers moeten echter steeds genuanceerd worden daar de inhoud van de dossiers zelf buiten beschouwing werd gelaten. Tevens dient ook hier de kanttekening te worden gemaakt dat er een zeer grote toename is van het aantal dossiers inzake leerkrediet en overmacht. Deze zaken vallen buiten de ‘normale’ procedures bij de Raad. Meestal wordt voor deze dossiers geen advocaat aangesteld en vaak zijn deze dossiers ontvankelijk en gegrond. raadsman student advocaat
ontvankelijkheid volledig ontvankelijk
andere raadsman
niet ontvankelijk nvt (zonder voorwerp) volledig ontvankelijk
geen raadsman
niet ontvankelijk nvt (zonder voorwerp) volledig ontvankelijk niet ontvankelijk nvt (zonder voorwerp - uitgesteld)
gegrondheid volledig gegrond niet gegrond
volledig gegrond niet gegrond
volledig gegrond niet gegrond
2014 35 35 7 5 2 0 0 0 311 72 58 15 540
6,48% 6,48% 1,30% 0,93% 0,37% 0,00% 0,00% 0,00% 57,59% 13,33% 10,74% 2,78% 100,00%
27 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
advocaat
andere raadsman
niet ontvankelijk
ontv. + niet-gegrond
ontv. + gegrond
nvt (zonder voorwerp)
niet ontvankelijk
ontv. + niet-gegrond
ontv. + gegrond
nvt (zonder voorwerp)
niet ontvankelijk
ontv. + niet-gegrond
ontv. + gegrond
350 300 250 200 150 100 50 0
nvt (zonder…
Jaarverslag 2014
geen raadsman
6.2. Instelling
De instellingen doen vaker beroep op een advocaat dan de studenten. In 142 dossiers werd Raadsman instelling een advocaat ingeschakeld om de belangen van de instelling te verdedigen. Wat betreft de instellingen geeft de onderstaande tabel het volgende weer. In dossiers waar de instelling zelf haar belangen verdedigde, werden 278 van de 398 beroepen gegrond verklaard en werden 39 dossiers onontvankelijk verklaard. In dossiers waar een advocaat de zaak ter harte nam, werden 70 van ja neen de 142 beroepen gegrond verklaard en werden 8 aantal 142 398 dossiers onontvankelijk verklaard. Deze cijfers moeten ook hier worden genuanceerd want de inhoud van het dossier werd buiten beschouwing gelaten. Ook moet er gewezen worden op een mogelijke vertekening van het beeld door de grote toename van het aantal dossiers m.b.t. leerkrediet en overmacht. Ten slotte moet opgemerkt worden dat bij de instellingen die geen externe raadsman hebben, er vaak wel een intern juridisch adviseur is die het dossier behartigt. raadsman instelling Ja
ontvankelijkheid volledig ontvankelijk
gegrondheid volledig gegrond niet gegrond
niet ontvankelijk nvt (zonder voorwerp-afstand) Totaal Neen
volledig ontvankelijk niet ontvankelijk nvt (zonder voorwerp - uitgesteld)
Totaal
volledig gegrond niet gegrond
2014 % 70 49,30% 42 29,58% 8 5,63% 22 15,49% 142 100,00% 278 65 39
69,85% 16,33% 9,80%
16 398 540
4,02% 100,00%
28 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
300 250 200 150 100 50 0
Wel raadsman
nvt (zonder voorwerp -…
niet ontvankelijk
ontv. + niet gegrond
ontv. + gegrond
nvt (zonder voorwerp-…
niet ontvankelijk
ontv. + niet gegrond
ontv. + gegrond
Jaarverslag 2014
Geen raadsman
Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
29
Jaarverslag 2014
DEEL 3
Aanbevelingen
1. Werklast De Raad is zich ervan bewust dat een spoedige uitspraak, omwille van de impact op de studieloopbaan, in het belang is van zowel de student als de hogeronderwijsinstelling. Dit was voor de decreetgever ook een belangrijk motief voor de oprichting van de Raad. Het aantal dossiers dat de Raad moet behandelen, neemt elk jaar toe. Op 8 oktober 2014 lag het aantal geregistreerde rolnummers reeds op hetzelfde peil als voor heel het jaar 2013. Terwijl de structuur van de Raad wezenlijk ongewijzigd is gebleven sinds 2004, steeg de werklast op tien jaar tijd van 48 dossiers in 2005 tot 548 in 2014. De Raad heeft binnen de huidige organisatievorm – ook wanneer abstractie wordt gemaakt van de leerkredietdossiers – zijn limieten bereikt, wil de Raad binnen een korte termijn uitspraak blijven doen en bovendien de kwaliteit van de arresten handhaven. Daarbij moet worden aangestipt dat de verzoekschriften die worden ingediend gemiddeld genomen langer worden c.q. er meer verschillende middelen worden opgeworpen, wat in veel gevallen de complexiteit en dus ook de voorbereidingstijd van het dossier aanzienlijk verhoogt.
2. Aanwezigheid van de partijen ter zitting De procedure voor de Raad verloopt tegensprekelijk: partijen wisselen schriftelijk hun nota’s uit en worden opgeroepen voor de zitting. Gelet op de korte termijnen waarbinnen de Raad tot een arrest dient te komen, bepaalt de Codex Hoger Onderwijs in artikel II.306 terecht dat de afwezigheid van een procespartij de geldigheid van de zitting niet verhindert. Diezelfde korte termijnen maken het vaak onmogelijk om bij de in staat stelling van het dossier voorafgaand aan de zitting, omtrent alle vragen schriftelijk met partijen te communiceren. De debatten ter zitting zijn daarom voor de Raad van belang om in voorkomend geval verduidelijking te vragen aan de partijen. De Raad hecht er belang aan dat partijen ter zitting verschijnen.
3. Bevoegdheidsomschrijving De Raad vraagt ook aandacht voor de omschrijving van zijn bevoegdheden. Bij de oprichting van de Raad heeft de decreetgever ervoor gekozen om aan de Raad geen algemene bevoegdheid toe te kennen voor (alle) eenzijdige beslissingen die door een hogeronderwijsinstelling ten aanzien van een student worden genomen. De Raad beschikt integendeel enkel over bevoegdheden ten aanzien van die beslissingen die uitdrukkelijk door de decreetgever aan het toezicht van de Raad zijn onderworpen. Zoals in het voorwoord is aangestipt, zijn die bevoegdheden doorheen de jaren meermaals gewijzigd. De eertijds vrij eenduidige omschrijving van ‘examen(tucht)beslissingen’ is geëvolueerd tot een omvangrijke opsomming. Hierdoor wordt de juiste bepaling van de bevoegdheid van de Raad complexer, wat op zijn beurt aanleiding geeft tot bevoegdheidsconflicten die, zeker wanneer zij gepaard gaan met een cassatieberoep bij de Raad van State, de afhandeling van het beroep aanzienlijk vertragen. De Raad suggereert dan ook dat de decreetgever de mogelijkheid zou onderzoeken van een homogenisering van de bevoegdheden. Dit zou alle partijen ook meer rechtszekerheid bieden. 30 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014
Jaarverslag 2014
4. Anonimisering van de arresten Artikel II.313 van de Codex Hoger Onderwijs bepaalt dat de uitspraken van de Raad bij hun publicatie worden geanonimiseerd. Bij gebreke aan enige nadere toelichting ter zake in de parlementaire voorbereiding, betreft de anonimisering beide procespartijen. Bovendien impliceert een anonimisering wat de onderwijsinstelling betreft, in vele gevallen dat bij publicatie van het arrest tal van passages onleesbaar moeten worden gemaakt. Immers, verwijzingen naar het artikelnummer uit het onderwijs- en examenreglement, naar de specifieke naam van een bepaald (beroeps)orgaan binnen de instelling, naar een vestigingsplaats, naar een opleiding of een opleidingsonderdeel enz. kunnen leiden tot het achterhalen van de ‘identiteit’ van de betrokken onderwijsinstelling. Deze anonimisering leidt tot een aanzienlijke administratieve werklast en de vraag rijst of zij nog relevant is. De Raad ziet een aantal redenen om de bepaling van artikel II.313 te heroverwegen. Vooreerst ligt het, gelet op het aantal beroepen dat aanhangig wordt gemaakt, niet in de lijn der verwachtingen dat de hogeronderwijsinstellingen onderling zullen worden vergeleken aan de hand van het aantal dossiers waarin zij betrokken zijn. Tweedens is een anonimisering van de arresten van administratieve rechtscolleges niet de regel maar de uitzondering: de Raad van State, de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen vermelden in regel de namen van de procespartijen. Het Milieuhandhavingscollege anonimiseert de verzoeker, maar daar betreft het beroepen tegen sancties. Bovendien wordt de anonimisering ongedaan gemaakt wanneer tegen een arrest van de Raad een cassatievoorziening wordt ingesteld bij de Raad van State. Artikel 2 van het Koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State bepaalt immers dat bij publicatie van het arrest enkel de identiteit van een natuurlijke persoon, op diens uitdrukkelijk verzoek, kan worden weggelaten. Dit betekent dat de naam van de onderwijsinstelling steeds bekend zal zijn, en na tussenkomst van een arrest van de Raad van State zowel het arrest a quo van de Raad (aan de hand van het arrestnummer of rolnummer dat de Raad van State in zijn arrest vermeldt) als het eventuele nieuwe arrest van de Raad (aan de hand van de vermelding van het arrestnummer van de Raad van State) identificeerbaar zijn. Een minder verregaande anonimisering dan deze waartoe de Raad nu is verplicht, zou de leesbaarheid en begrijpbaarheid van de uitspraken zoals zij worden gepubliceerd zeker ten goede komen. De Raad verzoekt dan ook om de regel van de anonimisering te wijzigen, en te axeren op de voormelde bepaling die op de Raad van State van toepassing is. Voor een goed begrip: deze opmerking betreft de identiteit van de procespartijen. De identiteit van andere personen, zoals betrokken docenten, de ombud, getuigen, andere studenten enz. wordt steeds geanonimiseerd door enkel de initialen te vermelden.
***
31 Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen – Jaarverslag 2014