Skip to main content

Bouwstenen_onderzoeksvoorstel.pdf

Page 1

Bouwstenen voor een dynamisch en efficiĂŤnt subregionaal beleid in Vlaanderen Projectvoorstel voor het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma

Inhoud van dit onderzoeksvoorstel 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Promotor Titel Samenvatting van het onderzoeksvoorstel Thema en topic waarbij dit projectvoorstel aansluit Gedetailleerd tijdsschema Financieel plan Valorisatie van onderzoeksresultaten Lopende onderzoeksprojecten Samenstelling onderzoeksteam

Bijlage 1 : Uitgebreide beschrijving onderzoeksproject Bijlage 2 : CV’s van de onderzoeksverantwoordelijken Bijlage 3 : Voorstelling IDEA Consult


1. Promotor :

Prof. Dr. Filip De Rynck Hoofddocent Bestuurskunde Hogeschool Gent Voskenslaan 270 9000 Gent tel : 09/242.42.08 fax : 09/242.42.09 E-mail : filip.derynck@hogent.be

CoĂśrdinator :

Wim Van der Beken IDEA Consult Maria-Louizasquare 79 1000 Brussel tel : 02/282.17.10 fax : 02/282.17.15 E-mail : wim.vanderbeken@ideaconsult.be

2. Titel :

Bouwstenen voor een dynamisch en efficiĂŤnt subregionaal beleid in Vlaanderen

1


3. Samenvatting van het onderzoeksvoorstel Het centrale doel van dit onderzoeksproject bestaat erin om belangrijke bouwstenen aan te reiken voor een dynamisch en efficiĂŤnt subregionaal sociaal-economisch beleid, op basis van een gedegen analyse van het huidig beleid en leereffecten van ontwikkelingen en beleidsinitiatieven in de omringende landen. Meer bepaald zal een antwoord gezocht worden op volgende vragen: 1. Wat is de beleidscontext betreffende het subregionaal beleid in Vlaanderen, en wat reiken bestuurskundige inzichten terzake aan? 2. Hoe is het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen institutioneel georganiseerd, en welke zijn de sterke en zwakke punten? Welke slaag- en faalfactoren zijn bepalend voor de subregionale dynamiek van een streek? 3. Welke relevante leereffecten zijn er voor Vlaanderen te trekken uit recente beleidsinitiatieven met betrekking tot het subregionaal sociaal-economisch beleid in de buurlanden? 4. Welke conclusies ter optimalisering van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen kunnen getrokken worden op basis van de interne (deel 2) en externe (deel 3) analyse van dit onderzoek? Overeenkomstig deze vier kernvragen, wordt het onderzoek ook opgezet in vier stappen: Stap 1 : Ontwikkelingen op vlak van decentralisering van het beleid: een status questionis Het resultaat van de eerste fase is een uitgewerkte startnota, die een accuraat beeld geeft van het subregionaal beleid op onder meer volgende punten: -

een toepassing van onderzoeksconcepten uit de bestuurskunde met een selectie van relevante inzichten. een globaal beeld van het subregionaal landschap in Vlaanderen de huidige stand van zaken met betrekking tot de subregionale beleidsinitiatieven in Vlaanderen, vertrekkende vanuit een beknopte historiek

Deze uitgewerkte startnota zal ook gebruikt worden om de aanpak en methodiek in stappen 2 en 3 van het project verder te verfijnen.

Stap 2 : Analyse van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen Resultaat van stap 2 is tweeledig. In een overzichtelijke rapportage worden de onderzoeksresultaten van een dubbele analyse samengebracht: -

vooreerst wordt via een vergelijkende analyse van de verschillende instituties actief in het Vlaams subregionaal sociaal-economisch landschap een inzicht verschaft in de strategie, organisatie en instrumenten van deze organen

2


-

vervolgens worden als resultaat van veldonderzoek de slaag- en faalfactoren voor de versterking van de subregionale dynamiek op streekniveau geïdentificeerd, en dit aan de hand van drie cases (grootstad, centrumstad en platteland)

Beide analyses samen zullen ons in staat stellen de efficiëntie en de effectiviteit van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen te beoordelen, en aandachtspunten voor verbetering af te lijnen.

Stap 3 : Good practices op vlak van subregionaal sociaal-economisch beleid uit de buurlanden Vanuit een analyse in drie buurlanden (Nederland, Engeland en Duitsland: Nord Rhein Westfalen) wordt een dubbel resultaat beoogd, relevant voor het subregionaal beleid in Vlaanderen, namelijk: -

-

een globaal overzicht van de subregionale werking in de geselecteerde buurlanden met specifieke aandacht voor de samenhang tussen het beleid inzake arbeidsmarkt, regionale economie en opleiding en vorming. een selectie van ‘good practices’ op vlak van strategie, organisatie en instrumenten van het subregionaal sociaal-economisch beleid in deze landen, aansluitend bij de in stap 2 weerhouden aandachtspunten voor verbetering in Vlaanderen.

Stap 4 : Bouwstenen voor een dynamisch en efficiënt subregionaal sociaaleconomisch beleid in Vlaanderen Op basis van de conclusies van voorgaande analyses worden bouwstenen geformuleerd voor een dynamisch en efficiënt subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. Deze aanbevelingen zullen geformuleerd worden als concrete voorstellen ter onderbouwing van het Vlaamse beleid terzake, op drie vlakken: -

de centrale strategie van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen, alsook de mogelijke meerwaarde ervan. de organisatiestructuur van de verschillende instanties afzonderlijk, evenals hun onderlinge samenhang en netwerking de implicaties voor het in te zetten instrumentarium, gegeven de strategie en de organisatiestructuur

Indien aangewezen kunnen verschillende scenario’s worden uitgewerkt, in functie van de mate van decentralisering en de gewenste samenhang tussen de verschillende domeinen en instituties.

3


4. Thema en topic waarbij dit projectvoorstel aansluit Dit onderzoeksvoorstel sluit aan bij het thema 1.3 ‘Arbeid en institutionele actoren’ van het onderzoeksprogramma VIONA 2000, met name inzicht verwerven in de wijze waarop de arbeidsmarktactoren functioneren. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de evaluatie en de ondersteuning van het Europese, regionale en lokale arbeidsmarktbeleid. In topic 11 wordt dit thema verder omschreven en meer specifiek gericht naar het subregionaal beleid, waar verschillende instanties in opereren zoals de STC’s , de streekplatformen en de Edufora. Resultaat wordt ook verwacht van een verkenning over de landsgrenzen heen, waarbij nagegaan wordt welke sporen in andere regio’s en lidstaten ontwikkeld worden. Uiteindelijk moet een dergelijke verkenning een bijdrage kunnen leveren aan de discussie: welke zijn de voorwaarden om een subregionaal beleid goed te laten draaien, welke meerwaarde mag men hiervan verwachten, voor welke structuren en samenwerkingsverbanden wordt er geopteerd, welke methoden worden gebruikt, enzovoort.

4


5. Aangepast tijdschema De totale doorlooptijd voor het project bedraagt 12 maanden. Het project zal aanvangen op 15 oktober 2000 en zal worden afgerond tegen 14 oktober 2001. De doorlooptijd voor elk van de afzonderlijke delen van de studie staat aangegeven in de onderstaande tabel. Na deel 1 wordt een eerste interimrapport afgewerkt (december 2000). Een tweede interimrapport wordt opgeleverd nadat deel 2 is afgerond (april 2001). Nadat ook deel 3 en 4 zijn afgewerkt, wordt een voorlopige versie van het eindrapport ingediend (augustus 2001). Het eindrapport wordt dan verder afgewerkt tegen oktober 2001. 2000 okt

nov

2001 dec

jan

feb

ma

apr

mei

juni

juli

aug

sept

okt

Deel 1 Interimrapport 1 Deel 2 Interimrapport 2 Deel 3 en 4 Voorlopige versie eindrapport

Afwerking eindrapport Oplevering eindrapport

5


6. Valorisatie van onderzoeksresultaten

Het eindrapport zal worden voorgesteld tijdens workshops, bijvoorbeeld bij subregionale besturen of betrokken organisaties. Voorstellen ter zake zijn: § §

Presentatie van de onderzoeksresultaten voor bepaalde fora: Serv, Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur Presentatie in een besloten seminarie met sleutelfiguren uit de betrokken instituties en/of in de onderzochte regio’s

De onderzoeksresultaten kunnen ook aanleiding geven tot interviews en bijdragen in vaktijdschriften en specifieke katernen.

7. Recente relevante onderzoeksprojecten §

§

§

Evaluatie van het regionaal-economisch beleid in Vlaanderen. Een vergelijking met Nederland, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid, april-juni 1999. Ex ante evaluatie van de operationele programma’s van de doelstelling 2gebieden en de phasing out zones in Vlaanderen, periode 2000-2006, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie, Afdeling Europa Economie, februari-april 2000 Regionaal profiel van het Benelux Middengebied, IGRES, juli 1999september 1999

6


8. Samenstelling onderzoeksteam Het onderzoeksteam is zo samengesteld dat het een brede expertise combineert, relevant voor een geslaagde uitvoering van het project, met name een diepgaande kennis van het subregionaal beleid en landschap in Vlaanderen, sterk vertrouwd met bestuurskundige inzichten, ervaring met evaluatie van beleidsprogramma’s en een netwerk ter beschikking in de buurlanden. Het onderzoeksteam zal bestaan uit de volgende 4 leden (een uitgebreid CV van de onderzoekers is opgenomen in Bijlage 2): §

Prof. Dr. Filip Derynck

Filip De Rynck is doctor in de sociale wetenschappen (bestuurskunde). Hij doctoreerde op de bestuurskundige problematiek van de streekontwikkeling. Hij verrichte onderzoek over decentralisatie, over de Europese structuurfondsprogramma’s, over grensoverschrijdende samenwerking, over intercommunales, over provinciebesturen, over beleidsnetwerken op bovenlokaal niveau. Hij was voorzitter van de Commissie Bestuurlijke Organisatie en is nu voorzitter van de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur. Hij werkte in verschillende functies op streekniveau. Prof. Dr. Filip Derynck zal optreden als promotor en wetenschappelijk begeleider van de studie, en zich toespitsen op de bestuurskundige aspecten van het onderzoek.

§

Wim Van der Beken

Wim Van der Beken, directeur IDEA Consult, combineert een economische achtergrond met een uitgebreide kennis van het Vlaams sociaal-economisch beleid. Hij is licentiaat in de Economische Wetenschappen en Master of Arts in Economics. Tot september 1998 was hij directeur van de VEV-studiedienst en zetelde onder meer in de SERV en VESOC. Vanuit die functie was hij ook nauw betrokken bij het sociaal overleg in Vlaanderen en het arbeidsmarktbeleid in brede zin. Hij was betrokken bij de evaluaties van de Vlaamse verlaging van de onroerende voorheffing, de Vlaamse successierechtenverlaging en het Vlaams regionaal economisch beleid. Bovendien heeft hij de begeleiding verzorgt van de strategische planning bij de opmaak van de beleidsnota’s voor de Vlaamse regering in opdracht van APS. Wim Van der Beken zal vooral betrokken zijn bij delen 2, 3 en 4 van de studie en ook de algemene coördinatie van het project op zich nemen.

§

Geert Steurs

Geert Steurs is Doctor in de Economische Wetenschappen met een specialisatie in industriële economie. Zijn doctoraat handelde over “Spillovers and Cooperation in R&D”. Hij is senioronderzoeker bij IDEA Consult en doceert ook het vak ‘industriële economie’ aan de EHSAL. Bij IDEA Consult werkte hij o.a. mee aan het evaluatie-onderzoek van het regionaal-economisch beleid in Vlaanderen. Momenteel is hij ook betrokken bij de voorafgaande evaluatie van de ontwerpprogramma’s voor de nieuwe Doelsteling2-gebieden en de “phasing-out”-zones. Geert Steurs zal vooral betrokken zijn bij delen 2, 3 en 4 van de studie.

7


§

Stephanie Devisscher

Stephanie Devisscher werkt als onderzoeker bij IDEA Consult. Ze was onder andere betrokken bij projecten en projectvoorstellen inzake arbeidsmarkt en overheidswerking. Deze projecten gebeuren voor opdrachtgevers als de Europese Commissie, de GIMV en de Vlaamse overheid. Zij behaalde het diploma van handelsingenieur (KUL) alsmede dat van Master of Science in Economics aan de KUL. Haar vaardigheden liggen vooral op het vlak van arbeidsmarktonderzoek en macro-economische analyse. Stephanie Devisscher was ook lid van het projectteam voor de studie ‘Evaluatie van het regionaal-economisch beleid in Vlaanderen’. Stephanie Devisscher zal in hoofdzaak betrokken zijn bij de uitvoering van het eerste, het tweede en derde deel van de studie.

8


Bijlage 1 : uitgebreide beschrijving van het onderzoeksproject

Inhoud van deze bijlage I.

Probleemstelling

II.

Inhoudelijke benadering

III.

Plan van aanpak

IV.

Beleidsrelevantie

9


I.

Probleemstelling

De opzet van het subregionaal beleid is onderwerp van een intensief debat. Beleidsverantwoordelijken op Vlaams en lokaal niveau, evenals de sociale partners zijn directe betrokkenen in een zoektocht naar het juiste evenwicht tussen een topdown (van bovenaf gestuurd) en bottom-up (van onderuit opgebouwd) aanpak. Meer bepaald wordt gezocht naar initiatieven voor enerzijds een verbetering in de samenhang van het subregionaal landschap en anderzijds de versterking van de subregionale dynamiek, rekening houdend met de eigenheid van elke subregio. In die zin werden tijdens de jaren ’90 verschillende beleidsinitiatieven genomen. Hierbij verwijzen we naar de hervorming van de STC’s, het uittekenen van het vernieuwd regionaal-economisch beleid of de oprichting van de Edufora. Opvallend daarbij is dat al deze initiatieven geïnitieerd zijn vanuit het eigen beleidsdomein, zonder een duidelijk horizontaal karakter over de verschillende beleidsdomeinen heen. Ook de komende jaren staat er ongetwijfeld één en ander op de beleidsagenda rond het subregionaal beleid. Dit blijkt uit verschillende beleidsnota’s van de Vlaamse regering (vb. Werkgelegenheid, Economie), of uit recente adviezen van de sociale partners ter zake (cfr SERV-advies). Deze initiatieven zijn terecht, want uit onderzoek (Moesen en Cherchye, 1998) blijkt dat goed bestuur van aantoonbaar belang is voor de sociaal-economische performantie van een land of regio. In de Europese Muntunie, waar het zwaartepunt van het monetaire en budgettaire beleid van de lidstaten verplaatst is naar het Europese niveau, is de goede werking van de instellingen één van de beleidsdomeinen waar de lidstaten en regio’s zich in kunnen onderscheiden. Dit geldt ook voor het subregionaal beleid. Vooral van het lokale niveau op beleidsvlak wordt steeds meer verwacht. Voorbeelden daarvan zijn de uitbouw van de nieuwe diensteneconomie, de matching van vraag en aanbod in een krappe arbeidsmarkt en de subregionale strategische planning. Aanpassingen aan de opzet van het subregionaal beleid maken niet alleen in Vlaanderen het voorwerp uit van een beleidsdebat, maar staan ook bij buurlanden op de agenda. Volgt men de ontwikkelingen in andere Europese landen, telkens stelt men vast dat er of initiatieven genomen zijn om de werking van het subregionaal beleid te optimaliseren of dat er maatregelen op stapel staan. Bijgevolg is het interessant om ook lering te trekken uit de ontwikkelingen in deze landen. Deze probleemstelling wordt verder toegelicht in de oproep tot onderzoeksvoorstellen voor VIONA 2000 (Thema 1.3, topic 11): ‘Inzicht verwerven in de wijze waarop de arbeidsmarktactoren functioneren. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de evaluatie en de ondersteuning van het Europese, regionale en lokale arbeidsmarktbeleid. De laatste jaren is geïnvesteerd in de uitbouw van een subregionaal beleid (STC’s, streekplatform, Edufora,…). Een onderzoek zou ook over de landsgrenzen heen kunnen kijken en nagaan welke sporen in andere regio’s en lidstaten ontwikkeld worden. Uiteindelijk moet een dergelijke verkenning een bijdrage kunnen leveren aan de discussie: welke zijn de voorwaarden om een

10


subregionaal beleid goed te laten draaien, welke meerwaarde mag men hiervan verwachten, voor welke structuren en samenwerkingsverbanden wordt er geopteerd, welke methodieken worden gebruikt,‌ . Voortbouwend op de formulering in de VIONA-onderzoeksoproep, heeft dit onderzoeksvoorstel volgende centrale doelstelling: Het aanreiken van belangrijke bouwstenen voor een dynamisch en efficiÍnt subregionaal beleid, op basis van een gedegen analyse van het huidig beleid en leereffecten van ontwikkelingen en beleidsinitiatieven in de omringende landen. Meer bepaald zal een antwoord gezocht worden op volgende vragen: 1. Wat is de beleidscontext betreffende het subregionaal beleid in Vlaanderen, en wat reiken bestuurskundige inzichten terzake aan? 2. Hoe is het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen institutioneel georganiseerd, en welke zijn de sterke en zwakke punten? Welke slaag- en faalfactoren zijn bepalend voor de subregionale dynamiek van een streek? 3. Welke relevante leereffecten zijn er voor Vlaanderen te trekken uit recente beleidsinitiatieven met betrekking tot het subregionaal sociaal-economisch beleid in de buurlanden? 5. Welke conclusies ter optimalisering van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen kunnen getrokken worden op basis van de interne (deel 2) en externe (deel 3) analyse van dit onderzoek?

11


II.

Inhoudelijke benadering

Dit onderzoeksvoorstel is opgedeeld in vier stappen, zoals blijkt uit onderstaand schema:

Decentralisering in beleid • status questionis

Analyse subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen

Institutionele analyse

Analyse subregionale dynamiek

Gelijkenissen en verschillen tussen actoren

Slaag- en faalfactoren dynamiek

Aandachtspunten voor verbetering

•

Good practices in buurlanden Nederland, Engeland, Duitsland

Bouwstenen voor een dynamisch en efficiënt subregionaal sociaaleconomisch beleid • strategie, organisatie, instrumenten

12


Om een antwoord te geven op de kernvragen van dit onderzoek, wordt het onderzoek uitgevoerd in 4 stappen, met name: Stap 1 : Ontwikkelingen op vlak van decentralisering van het beleid: een status questionis Stap 2 : Analyse van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen Stap 3 : Good practices op vlak van subregionaal sociaal-economisch beleid uit de buurlanden Stap 4 : Bouwstenen voor een dynamisch en efficiĂŤnt subregionaal sociaaleconomisch beleid in Vlaanderen

Stap 1 : Ontwikkelingen op vlak van decentralisering van het beleid: een status questionis Het eerste deel van het onderzoek heeft als doel om het globale kader van het onderzoek duidelijk te definiĂŤren, en de context te beschrijven waarbinnen de ontwikkelingen op vlak van decentralisering van het (sociaal-economisch) beleid plaatsgrijpen. Dit gebeurt aan de hand van volgende topics: -

Aandachtspunten bij decentralisering van het beleid vanuit bestuurskundig oogpunt. Hier wordt op basis van de beschikbare literatuur een bondig overzicht gegeven van de belangrijkste factoren bij decentralisering van het beleid, en dit op basis van de literatuur. De klassieke institutionele en economische literatuur over decentralisatie is sedert enkele jaren opengetrokken naar een benadering van interactief bestuur, intergouvernementele relaties en intergouvernementeel management. Decentralisatie en centralisatie worden als instrumenten ingebed in een meer dynamische analyse van de publiek - private relaties en van de publiek publieke relaties tussen bestuursniveaus. Binnen die netwerkrelaties is het belangrijk dat besturen zich toespitsen op hun kerntaken en uitvoeringstaken afstoten of verzelfstandigen, hetzij naar de markt, naar private actoren, naar publiek-private samenwerkingsvormen of naar andere bestuursniveaus. Uitzuivering van taken en uitbesteding horen bij het moderne arsenaal van vernieuwd publiek management waarbij effectiviteit en efficiĂŤntie steeds meer dominante waarden worden. In het zog van deze benadering passen convenant- of contractachtige instrumenten. In de studie zullen dit begrippenarsenaal en deze vernieuwde inzichten over sturing en netwerkrelaties toegepast worden op het geheel van instituties en procedures voor het subregionaal sociaal-economisch beleid. Dat moet leiden tot een meer dynamische analyse die het mogelijk maakt om de institutionele benadering te overstijgen en te komen tot advisering gericht op de sturing van de relaties tussen de verschillende betrokken actoren en bestuursniveaus.

-

Decentralisering van het beleid in Vlaanderen. Vlaanderen kent talrijke initiatieven op vlak van beleidsdecentralisering, en dit op verschillende domeinen. In feite kunnen er drie clusters onderscheiden worden, met name: - Welzijn en gezondheid - Milieu - Sociaal-economisch (arbeidsmarktbeleid, economisch beleid, vormings- en opleidingsbeleid)

13


In de verdere studie wordt het accent op deze laatste cluster gelegd, met het arbeidsmarktbeleid als centrale insteek. Toch is het aan te bevelen om hier een synopsis te maken van het globale subregionale landschap in Vlaanderen. -

De initiatieven inzake subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen tijdens de jaren ’90. Een korte historiek van recente initiatieven mbt het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen wordt opgemaakt. Aandacht wordt onder meer besteed aan: - de oprichting en aanpassing van de STC’s - de initiatieven op vlak van het (vernieuwd) regionaal-economisch beleid - de oprichting van de Edufora - de rol van de lokale besturen Ook wordt rekening gehouden met standpunten en adviezen van de sociale partners, die in het kader van de SERV en VESOC (samen met de Vlaamse regering) werden uitgebracht. Tot slot wordt de doorwerking van het EU-beleid terzake, bvb inzake Structuurfondsen en territoriale pacten, meegenomen.

-

Dit inleidend deel sluit af met een inventarisatie van de krachtlijnen in de beleidsnota's’van de nieuwe Vlaamse regering inzake subregionaal sociaaleconomisch beleid. Relevante beleidsnota’s zijn ondermeer: - de beleidsnota ‘Werkgelegenheid’ - de beleidsnota ‘Economie’ - de beleidsnota ‘Onderwijs’ - de beleidsnota ‘Stedenbeleid’

Resultaat Het resultaat van de eerste fase is een uitgewerkte startnota, die een accuraat beeld geeft van het subregionaal beleid op onder meer volgende punten: -

een toepassing van onderzoeksconcepten uit de bestuurskunde met een selectie van relevante inzichten. een globaal beeld van het subregionaal landschap in Vlaanderen de huidige stand van zaken met betrekking tot de subregionale beleidsinitiatieven in Vlaanderen, vertrekkende vanuit een beknopte historiek

Deze uitgewerkte startnota zal ook gebruikt worden om de aanpak en methodiek in stappen 2 en 3 van het project verder te verfijnen.

14


Stap 2 : Analyse van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen Met als insteek het arbeidsmarktbeleid wordt in deel 2 een grondige analyse gemaakt van het subregionaal landschap in Vlaanderen. In hoofdzaak worden hierbij actoren meegenomen, werkzaam in het arbeidsmarktbeleid (vb. STC’s), het regionaaleconomisch beleid (vb. streekplatformen, GOM’s en streekontwikkelingsintercommunales) en het vormingsbeleid (vb. Edufora). Inhoudelijk staan twee topics centraal in deze analyse, namelijk de efficiënte organisatie van het subregionaal sociaal-economisch beleidsgebouw en de bevordering van de subregionale sociaal-economische dynamiek, rekening houdende met de eigenheid van de subregio. Dit tweede deel valt uiteen in twee complementaire onderzoeksluiken, namelijk: -

Een institutionele analyse van het subregionaal sociaal-economisch landschap in Vlaanderen, waar een antwoord wordt gegeven op vragen mbt de strategie, de organisatie en de instrumenten van deze actoren. Meer bepaald gaat het over volgende topics: -

Welke taken hebben de betrokken organisaties toegewezen gekregen? Hoe worden deze instanties bestuurd? Wat is de democratische controle? Wat is de bestaffing van deze organisaties? Hoe worden ze gefinancierd? Wat zijn de werkingsmiddelen? Welke samenwerkingsverbanden zijn er onderling of met andere organisaties? Welke beleidsfuncties worden waargenomen (beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering,…)? Wat zijn de belangrijkste werkingsinstrumenten? Hoe is de relatie geregeld met de Vlaamse niveau?

Deze analyse zal zowel gebeuren voor de instanties afzonderlijk, als vergelijkend tussen de verschillende actoren -

Analyse van de subregionale dynamiek aan de hand van de uitwerking van een aantal cases. Terwijl het eerste deel van de analyse eerder statisch van aard is, is het belangrijk om ook een dynamisch zicht te verwerven op de werking van deze actoren in de praktijk. Daarbij wordt voorgesteld om te werken met drie cases, namelijk: - een grootstad, zoals Antwerpen en Gent - een centrumstad, zoals Mechelen, Kortrijk of Hasselt - een plattelandsregio, zoals de Westhoek of het Meetjesland. Deze drie cases worden opgesteld om een gedifferentieerd ‘bottom-up’ beeld te krijgen van de subregionale dynamiek voor verschillende types van streken. De bedoeling van deze case-studies is te komen tot de identificatie vanuit de subregio van slaag-en faalfactoren voor de subregionale dynamiek van een streek. Meer bepaald worden volgende vragen beantwoord, die een inzicht moet

15


verschaffen op de efficiëntie (verhouding middelen-resultaat) en de effectiviteit (werden de doelstellingen bereikt?) van het subregionale beleid in de praktijk: -

-

Wat is de historiek van de subregionale werking in de streek? Hoe hebben de subregionale beleidsinitiatieven op de aanwezige dynamiek ingewerkt? Welke zijn de belangrijkste aandachtspunten voor verbetering? Welke instrumenten ontbreken er op subregionaal niveau? Wat verwacht het subregionale niveau van het Vlaamse niveau? Welke zijn de meest aangewezen organisatorische aanpassingen, voor de verschillende beleidsdomeinen afzonderlijk (werkgelegenheid, economie, opleiding en vorming) en over de beleidsdomeinen heen (synergetische effecten)? Welke zijn de meest gevoelige punten bij de verschillende stake-holders op het subregionale niveau, nu en ten aanzien van mogelijke nieuwe ontwikkelingen? …

Resultaat Resultaat van stap 2 is tweeledig. In een overzichtelijke rapportage worden de onderzoeksresultaten van een dubbele analyse samengebracht: -

-

Vooreerst wordt via een vergelijkende analyse van de verschillende instituties actief in het Vlaams subregionaal sociaal-economisch landschap een inzicht verschaft in de strategie, organisatie en instrumenten van deze organen. Vervolgens worden als resultaat van veldonderzoek de slaag- en faalfactoren voor de versterking van de subregionale dynamiek op streekniveau geïdentificeerd, en dit aan de hand van drie cases (grootstad, centrumstad en platteland)

Beide analyses samen zullen ons in staat stellen de efficiëntie en de effectiviteit van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen te beoordelen, en aandachtspunten voor verbetering af te lijnen.

16


Stap 3 : Good practices op vlak van subregionaal sociaal-economisch beleid uit de buurlanden Een gerichte analyse van de ontwikkelingen op vlak van subregionaal beleid bij buurlanden kan interessante informatie opleveren voor het uittekenen en verfijnen van het subregionaal beleid in Vlaanderen. Vooral omdat blijkt dat in verschillende Westeuropese landen het subregionaal landschap in volle beweging is. We verwijzen hiervoor bijvoorbeeld naar de studies opgezet in het kader van ‘Local Economic and Employment Development Programme (LEED)’ van de OESO, of de programma’s en onderzoeken van de Europese Commissie (vb. Local development and employment initiatives (1995, 1998). Vooraf dient wel gesteld dat bij het maken van een internationale vergelijking en het selecteren van good practices rekening zal gehouden worden met mogelijke verschillen in bestuurlijke organisatie en cultuur tussen deze landen en Vlaanderen. Dit impliceert dat bij de selectie van de good practices aandacht zal besteed worden aan de relevantie ervan voor het subregionaal beleid in Vlaanderen. 3.1 Selectie van de omringende landen In nagenoeg alle EU-landen zijn er interessante aanknopingspunten te vinden voor het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. Bijgevolg stellen we voor om een onderbouwde selectie te maken van drie landen, die in de buitenlandanalyse betrokken worden: •

Nederland Nederland is een interessante case omdat het subregionaal beleid in volle beweging is. De rol van het rijk is bijvoorbeeld in de loop der tijd veranderd, van ‘schoolmeester’ naar ‘regisseur’. Tot eind jaren ’70 werd vooral van bovenaf bepaald wat er moest gebeuren. Vanaf de jaren ’80 is dit veranderd. Voor de verschillende regio’s wordt door het rijk wel een kader geschetst, maar de invulling van het beleid vindt meer en meer van onderaf plaats. De decentralisatie heeft zich in de jaren ’90 doorgezet. Een tweede reden waarom Nederland aan te bevelen is, bestaat erin dat het ook een overlegmodel heeft op lokaal niveau. Sociale partners spelen zowel op nationaal, regionaal en lokaal niveau een rol bij de totstandkoming van het subregionaal sociaal-economisch beleid. Tot slot dient ook meegegeven te worden dat Nederland een interessante case is omdat de laatste jaren heel wat vernieuwende methoden zijn ingevoerd om de dynamiek van het subregionaal beleid te optimaliseren en te sturen, zoals het werken met convenanten tussen het nationale en het subregionale niveau, monitoringinstrumenten om het uitgetekend beleid op te volgen en eventueel bij te sturen in functie van de vooropgezette visie en doelstellingen, de introductie van horizontale programma’s zoals het stadseconomiebudget en het werken met

17


tendersystemen op vlak van beleidsuitvoering (voorbeeld Stimuleringsregeling Ruimte voor Economische Activiteit). •

StiREA

of

Engeland Het subregionaal beleid in Engeland heeft in de loop van de jaren ’90 een ommezwaai gekend, die zijn oorsprong vindt in het feit dat het tot dusver gevoerde subregionale beleid een sterk ad hoc karakter had en zeer gefragmenteerd was op vlak van uitvoering zodat er eigenlijk weinig aan structurele ontwikkeling werd gedaan. In de jaren ’90 werd dan vanuit verschillende departementen het beleid geherdefinieerd rond het concept ‘Building partnerships for prosperity’, een beleid dat wat het regionaaleconomisch beleid betreft, uitgaat van volgende strategische visie: ‘het regionaaleconomisch beleid moet een geïntegreerde aanpak zijn van economische, sociale en milieuaspecten voor de lange termijn. Iedere regio dient daarvoor een strategie, op basis van sterke en zwakke punten en de potenties, te bepalen. De regio dient zelf voor de strategie, coördinatie en uitvoering zorg te dragen.’ Deze aanpak moet trouwens gezien worden in de context van het ruimere programma rond ‘Welfare to Work’, waar gepoogd wordt om vanuit een bottomup aanpak met locale partnerships de subregionale dynamiek te bevorderen en te laten bijdragen tot het behalen van de beoogde beleidsdoelstellingen op landsniveau. Aan deze nieuwe strategie werd ook een aangepaste organisatie gekoppeld. In 1999 werden in elk van de negen regio’s Regional Development Agencies (RDA’s) opgericht. Deze RDA moeten er onder meer voor zorgen dat de diverse nationale ontwikkelingsprogramma’s op lokaal vlak coherent worden uitgevoerd. Vele van de bestaande subregionale beleidsinstrumenten zijn in deze RDA’s geïntegreerd, zoals Business Link, de Training and Enterprise Councils, de regionale organisaties van de Rurale Ontwikkelingscommissie en de Education action zones. Bijgevolg is Engeland een interessante case zowel inhoudelijk, maar ook voor de inschatting van organisatorische implicaties van hervormingen in het subregionaal beleid.

•

Duitsland (deelstaat Nord Rhein Westfalen) Duitsland als federaal land, en Nord Rhein Westfalen meer specifiek, bieden eveneens interessante aanknopingspunten, omdat in de eerste helft van de jaren ’90 een gedecentraliseerde en participatieve aanpak is uitgetekend ten aanzien van het arbeidsmarkt en structureel beleid. Dit gebeurde door het opzetten van regionale adviesraden en regionale secretariaten. Momenteel zijn er 29 regionale adviesraden werkzaam, die ondersteund worden door de regionale secretariaten. De regionale adviesraden zijn opgevat als lokale partnerships en hebben een brede samenstelling (lokale overheid, sociale partners, onderwijsinstanties en andere stakeholders).

18


Deze structuur is relatief vergelijkbaar met die in Vlaanderen, maar interessante lering kan getrokken worden uit de evaluatie van het model in Nord Rhein Westfalen. Verbeteringen worden geconcipieerd met het oog op een verdere afstemming van diverse beleidsdomeinen naar het lokale niveau toe, een verbreding en activering van het partnership, en een optimalisering van de relatie tussen het regionale en het subregionale niveau.

3.2. Topics voor de externe analyse De analyse in de buurlanden zal zich toespitsen op de ervaringen die relevant zijn voor de Vlaamse situatie. Bijgevolg zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan die aspecten die in de analyse van het Vlaamse subregionaal beleid belangrijk zijn naar voor gekomen, met oog voor de efficiëntie van de organisatiestructuur en de bevordering van de subregionale dynamiek. Daarop vooruitlopend zal op volgende punten met betrekking tot strategie, organisatie en instrumenten worden ingegaan: -

Analoog aan de analyse van het Vlaamse landschap zal eerste een inventarisatie worden gemaakt van het institutioneel veld, waarbij de subregionale instanties in de arbeidsmarkt, het regionaal-economisch en vormingsbeleid in kaart worden gebracht. Vervolgens wordt de samenhang tussen het subregionale en het regionale/nationale niveau in kaart gebracht, met als vragen in welke mate is er sprake van decentralisatie vanverantwoordelijkheden en wie is verantwoordelijk voor wat? Hoe stuurt het regionale/nationale niveau het subregionale niveau aan, en hoe vult het subregionale niveau bottom-up de hoger uitgetekende krijtlijnen in?

-

Specifieke aandacht wordt ook besteed aan volgende punten: - Welke taken hebben de betrokken organisaties toegewezen gekregen? - Hoe worden deze instanties bestuurd? Wat is de democratische controle? - Wat is de bestaffing van deze organisaties? - Hoe worden ze gefinancierd? Wat zijn de werkingsmiddelen? - Welke samenwerkingsverbanden zijn er onderling of met andere organisaties? - Welke beleidsfuncties worden waargenomen (beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering,…)? - Wat zijn de belangrijkste werkingsinstrumenten? - Hoe wordt het decentrale niveau aangestuurd (vb. management by objectives)?

-

Tot slot zal gepeild worden naar de belangrijkste slaag-en faalfactoren om tot een dynamisch subregionaal beleid te komen. Welke zijn belangrijke lessen/ervaringen geweest bij het opzetten of herdefiniëren van het subregionaal beleid? Hoe wordt het beleid geëvalueerd, en welke conclusies vloeien daaruit voort? Welke stappen zullen naar de toekomst gezet worden om het samenspel te sturen tussen het nationale/regionale en het subregionale niveau?

19


Resultaat Vanuit een analyse in drie buurlanden (Nederland, Engeland en Duitsland (Nord Rhein Westfalen) wordt een dubbel resultaat beoogd, relevant voor het subregionaal beleid in Vlaanderen, namelijk: -

-

Een globaal overzicht van de subregionale werking in de geselecteerde buurlanden met specifieke aandacht voor de samenhang tussen het beleid inzake arbeidsmarkt, regionale economie en opleiding en vorming. Een selectie van ‘good practices’ op vlak van strategie, organisatie en instrumenten van het subregionaal sociaal-economisch beleid in deze landen, aansluitend bij de in stap 2 weerhouden aandachtspunten voor verbetering in Vlaanderen.

Stap 4 : Bouwstenen voor een dynamisch en efficiënt subregionaal sociaaleconomisch beleid in Vlaanderen

In stap 4 van het onderzoek worden bouwstenen geformuleerd voor een dynamisch en efficiënt subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. Deze conclusies en aanbevelingen worden gemaakt op basis van het samenbrengen van het onderzoeksresultaat van de interne analyse (stap 2) en de externe analyse (stap 3). Meer bepaald zullen bouwstenen geformuleerd worden met betrekking tot de strategie, de organisatie en de instrumenten van een performant subregionaal sociaaleconomisch beleid in Vlaanderen, met aandacht voor de rol van de overheid en de sociale partners op de verschillende bestuursniveaus. Volgende specifieke thema’s zullen daarbij onder meer aan bod komen: -

-

Hoe wordt het subregionaal beleid op Vlaams niveau best aangestuurd? Welke hefbomen dienen de subregio’s te hebben om de subregionale dynamiek te versterken? Welke organisatorische aanpassingen zijn aangewezen om synergieën te bereiken tussen de verschillende facetten (werkgelegenheid, economie, opleiding en vorming) van het subregionaal sociaal-economisch beleid? Via welk samenspel van instrumenten ‘top down-bottom-up’ kunnen de beoogde beleidsdoelstellingen best bereikt worden? Welke randvoorwaarden dienen vervuld te zijn om het draagvlak voor de voorstellen zo breed mogelijk te maken? …

In dit afsluitend deel zullen de voorstellen zo concreet mogelijk geformuleerd worden, zodat de beleidsrelevantie gewaarborgd is en ze een belangrijke input kunnen zijn voor verdere beleidsinitiatieven op dit vlak. Aan de hand van een scenario-analyse kunnen de gevolgen geschetst worden van verschillende opties inzake mate van decentralisering of samenhang tussen de betrokken beleidsdomeinen en bijhorende

20


instanties. Specifieke aandacht zal daarbij besteed worden aan de positie van de in het onderzoeksprogramma geciteerde instanties (STC’s, Streekplatformen en Edufora). Resultaat Op basis van de conclusies van voorgaande analyses worden bouwstenen geformuleerd voor een dynamisch en efficiÍnt subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. Deze aanbevelingen zullen geformuleerd worden als concrete voorstellen ter onderbouwing van het Vlaamse beleid terzake, op drie vlakken: -

de centrale strategie van het subregionaal sociaal-economisch beleid in Vlaanderen de organisatiestructuur van de verschillende instanties afzonderlijk, evenals hun onderlinge samenhang de implicaties voor het in te zetten instrumentarium, gegeven de strategie en de organisatiestructuur

Indien aangewezen kunnen verschillende scenario’s worden uitgewerkt, in functie van de mate van decentralisering en de gewenste samenhang tussen de verschillende domeinen en instituties.

21


III.

Plan van aanpak

In dit deel geven we aan op basis van welke onderzoeksmethodes we de onderzoeksvragen zoals ze in de voorgaande paragrafen aan bod kwamen zullen aanpakken. De onderzoeksmethodes die zullen worden gebruikt zijn literatuuronderzoek, desk research van bestaande analyses en documenten en casestudies op basis van interviews. Tevens zal het expertisenetwerk van IDEA Consult in het buitenland ingeschakeld worden om de gepaste gegevens, contacten en eerste verkenningen voor te bereiden. §

Een literatuurstudie zal worden uitgevoerd om na te gaan tot welke resultaten en inzichten analyses die verband houden met het onderwerp in binnen- en buitenland hebben geleid. Rapporten en bronnen die hier zeker voor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld : -

-

-

de decreten en besluiten mbt de verschillende betrokken instanties en beleidsprogramma’s, de relevante beleidsnota’s, jaarverslagen van de instanties publicaties van de OESO en de EU-Commissie. de evaluatiestudie van IDEA Consult rond het regionaal-economisch beleid in Vlaanderen, met een benchmarking van Vlaanderen met Engeland, Nederland, Frankrijk en Duitsland (1999) publicaties van Prof Dr Filip Derynck (zie CV en literatuurlijst in bijlage) andere

Contacten in de geselecteerde buurlanden zullen geconsulteerd worden om in eerste instantie basisinformatie samen te brengen, en het onderzoek in de verdere fase doelgericht aan te pakken. Deze literatuurstudie moet er ook toe leiden dat de inhoud en de aanpak van het project verder worden verfijnd. §

De institutionele analyse van het subregionaal landschap in Vlaanderen zal opgezet worden aan de hand van desk research en een telefonische/schriftelijke bevraging bij de verantwoordelijken van de betrokken organen. Dit moet ons toelaten om op basis van eenzelfde template de basiskenmerken van elk van de instituties vergelijkbaar naast elkaar te plaatsen.

§

De case-studies in Vlaanderen zullen uitgevoerd worden aan de hand van interviews met de belangrijkste stake-holders. Voor de drie cases wordt gerekend op een totaal van 20 à 25 interviews, gespreid over de drie weerhouden streken (grootstad, centrumstad en platteland).

§

De analyse bij de buurlanden zal in eerste instantie gebeuren aan de hand van een verkennende analyse door lokale experten die deel uitmaken van het netwerk van IDEA Consult. Vervolgens zal op basis van deze eerste analyse gerichte contacten gelegd worden met verantwoordelijken in deze buurlanden. We plannen een 5-tal interviews per land.

22


De aanpak van de studie, alsmede van de verschillende delen zullen in nauw overleg met de opdrachtgever worden opgezet.

IV.

Beleidsrelevantie

Bij de uitwerking van het projectvoorstel is expliciet aandacht besteed aan het beleidsvoorbereidend karakter van het onderzoek. De beleidsrelevantie van dit projectvoorstel situeert zich op drie niveaus. §

Het projectvoorstel biedt expliciet aandacht aan een diepgaande analyse van het sociaal-economisch subregionaal beleid in Vlaanderen, en dit zowel voor de top down als voor de bottom-up aanpak. Daarbij wordt specifieke aandacht besteed aan het samenspel tussen : - een efficiënte organisatie en sturing van het subregionaal beleid, en - de versterking van de subregionale dynamiek, rekening houdende met de eigenheid van elke subregio.

§

Door juist de nadruk te leggen bij de analyse op de strategie, de organisatie en de instrumenten in het Vlaams subregionaal beleid wordt een antwoord gegeven op beleidsrelevante vragen van zowel de overheid als de sociale partners. Aangezien beide zeer belangrijke actoren in het sociaal-economisch beleid op Vlaams en subregionaal niveau zijn, zal zowel in de analyse voor Vlaanderen als die in de buurlanden de rol en positionering van beide actoren afzonderlijk belicht worden.

§

De beleidsrelevantie van het onderzoek wordt ook mede bepaald door de actualiteit van het thema in de sociaal-economische beleidsvorming. Verschillende beleidsnota’s bijvoorbeeld spelen in op deze problematiek. De bouwstenen voor een dynamisch en efficiënt subregionaal beleid in Vlaanderen zullen dan ook zo opgesteld worden dat ze inspelen op actuele noden en vragen. Deze bouwstenen zullen voortvloeien vanuit een diepgaande analyse die de evaluatiemethodiek (efficiëntie- en effectiviteitstoets) koppelt aan een bestuurskundige analyse.

23


Bijlage 2 : de onderzoekers

24


Filip De Rynck LITERATUURLIJST FILIP DE RYNCK A. ONDERZOEK 1. PUBLICATIES I. ARTIKELS IN GEREVIEWDE TIJDSCHRIFTEN " Een bestuurskundige benadering van de streekontwikkeling in Vlaanderen ", in Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 1991, 4, p 224-235. " Heeft Vlaanderen provinciebesturen nodig ? ", in Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 1991, 11, p 724 - 727. " Intergoevernementele relaties en veranderende bestuurskundige inzichten ", in Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 1992, 1, p 9-16. " Europese steun voor de Westhoek. Analyse van de bestuursverhoudingen " in Gids Ruimtelijke Planning, Kluwer, 1992, aflevering 28 (co-redacteurschap met Stefaan De Rynck). " Intergemeentelijke samenwerking in Nederland, Frankrijk en Duitsland ", in Tijdschrift van het Gemeentekrediet, 1995/1, nr 191, p 5-25. " La coopération intercommunale aux Pays-Bas, en France et en Allemagne ", in Bulletin du Crédit Communal, 1995/1, nr 191, p 5-25. HOUTHAEVE, R., en DE RYNCK, F., “ Het GAPAK: samen de streek sturen “, in Ruimtelijke Planning, 1996/1, p 65-98. DE RYNCK, F., en DE RYNCK, S., “ The implementation of European Structural Funds programmes in the Flemish Region “, in HESSE, H., en TOONEN, TH. (red.), Yearbook of Comparative Government and Public Administration, 1996, p 341360. Gereviewd artikel. “ Convenanten in Vlaanderen: van ondergeschiktheid naar partnerschap. Een tussentijdse balans “, in Tijdschrift van het Gemeentekrediet, nr 209, 1999/3, p 517 (ook vertaald in het Frans).

II. ARTIKELS IN (semi) - WETENSCHAPPELIJKE TIJDSCHRIFTEN

25


" Beleidsopbouw in de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn ", in OCMWVisies, 1990, Brussel, p 1-15. DE RYNCK, F., en SUYKENS, M., " Gemeenten en openbaarheid van bestuur ", in Jaarboek Openbaarheid van Bestuur, 1990-1991, Brussel, 1991, p 75-97 (eindredactie). " Decentralisatie in de culturele sector ", in De Gemeente, 1991, 12, p 581-592. " Openbaar bestuur en besluitvorming ten aanzien van het platteland ", in De Aardrijkskunde, 1993, 17e jrg, 2., p 103-127. " Heeft Vlaanderen nog provinciebesturen nodig? " in De Provincie, 1994, 1, p 1727. " Hebben de provincies een rol te vervullen in het federale België ? ", in De Provincie, 1994, 2, p 41-49. “ Beleidsnetwerken in bovenlokale ruimtes”, in Planologisch Nieuws , 1995/2, p 232244. “ Streekplatformen: nieuwe retoriek in oude verpakking “, in Planologisch Nieuws , 1996/1, p 2-5. “ De Vlaamse gemeenten: is er nog ruimte voor territoriaal bestuur in Vlaanderen “, in De Gemeente, 1996/8-9, p 438-443. “ De ROSI’s: tuinarchitectuur in het welzijnslandschap “, in Welzijnswerkkroniek, 1996/1, p 35-45. “ België zit op de wip. Lokale besturen in Europa “, in De Europese Gemeente, 1999/4, p 19-21. “ De responsieve gemeente “, in Tijdschrift van de Vlaamse Federatie voor Gemeentesecretarissen, 1999/3 Secundaire tijdschriften " Tielt: de eerste inspraakstappen ", in Terzake, 1984, nr 1,p 7-11. " 10 op 10 voor raadsagenda en raadsverslag ? ", in Terzake, 1984, nr 2, 22-26. " Inspraak in de cijfers. Over begrotingsvoorlichting en begrotingsinspraak ", in Terzake, 1984, nr 3, p 7-11. " Inspraak in de gemeentebegroting. Moeilijk maar mogelijk ", in Terzake, 1985, nr 2, p 17-20.

26


" Wijkraden in Bredene maken een balans op ", in Terzake, 1986, nr 2, p 24-26. SUYKENS,M., BERCKMOES,T., DE RYNCK, F., Verslag studiedag openbaarheids- en inspraakwetgeving, Hoge Raad voor Volksontwikkeling, Vlaams Centrum voor de Volksontwikkeling, De Wakkere Burger, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 1986 (redactie van ongeveer één derde van de teksten). " De Haan: informatie en inspraak in de praktijk ", in Terzake, 1987, nr 4, p 2-6. " Kommentaar en suggesties bij het Gemeentelijk Reglement Openbaarheid van Bestuur ", in Terzake, 1989, nr 2, p 9-15. " Hoe werken aan een gemeentelijk reglement openbaarheid van bestuur ? ", in Documentatiemap Contactdag gemeentelijke informatiebeleid VBSG-De Wakkere Burger, Heusden-Zolder, 1989. " Van lokale dynamiek naar bestuurlijke kreativiteit. Naar een meer kreatieve bestuurlijke kultuur in Vlaandern ", in Koepel Vijf, 1989/4, p 15-32. " Beleidsnetwerken op het vlak van de sociale huisvesting ", in Alert, 1993, 3. DE RYNCK, F., en SUYKENS, M., " Na de gemeenteraadsverkiezingen. De agenda van de lokale politieke vernieuwing ", in Kultuurleven, 1994, 7, p 66-73. " Provincies tussen St-Michiels en Vlaanderen 2002 ", in Kanaal 8, 1994/3, p 24-33. “ Bijdrage voor het jaarverslag van het Strategisch Plan Regio Antwerpen “, in Jaarverslag 1998, Strategisch Plan, Antwerpen, 1999.

III. MEDEDELINGEN OP INTERNATIONALE CONGRESSEN (periode 1992-2000) A. GEPUBLICEERD IN PROCEEDINGS 1. " De toekomst van de provinciebesturen in België " Belgisch-Nederlands colloquium Maastricht, op 27.10.1992, georganiseerd door de afdeling Bestuurwetenschap en het Nederlands Ministerie van Binnenlandse Zaken. Lezing over de Belgische situatie gepubliceerd in verslagbundel. 2. " European Support for the Westhoek: analysis of the intergovernmental relations " Deelname aan ECPR - congres in april 1992 in Limerick. Deelname werkgroep en inbreng paper.

27


3. " Stadsgewestelijk bestuur in Antwerpen ? " Lezing op het internationaal congres 'De functionele stad' naar aanleiding van Antwerpen '93 op 12.10.1993. Gepubliceerd in proceedings. 4. “ Local development and local government “ Vlaams-Slovaakse conferentie in Trencin en Bratislava (29 april tot 4 mei 1996). Lezing over regionale ontwikkeling in Vlaanderen en redactie van eindrapport. 5. “ Het structuurplan Vlaanderen vanuit bestuurskundig perspectief “ Lezing voor de Planologische Studiedagen op 30 mei 1996 in Almere . Conferentieboek werd begin 1997 gepubliceerd. 6. “ Samenwerking in de Rijndelta “ Inleiding voor de conferentie van de Benelux Economische Unie op 26 juni 1996 in Breda. Conferentieboek werd eind 1996 gepubliceerd. 7. “ De organisatie van het binnenlands bestuur in Vlaanderen “ Lezing voor de conferentie ‘Besturen met de buren’ op 29 januari 1997 van de Euregio Scheldemond, gepubliceerd in het verslagboek.

B. 'SUMMER SCHOOL' (onderwijsaktiviteit) " Subregional governance in Belgium after the federalisation compared with evolutions in France and the Netherlands " Leiding van workshop en verzorgen van lezing op de Barcelona Summer School, Barcelona (4 tot 11.9.1994) met centraal thema: 'Europe of the Regions versus Administrative Models and Administrative Reform'. Gepubliceerd in verslagbundel van de Summerschool.

C. NIET GEPUBLICEERD 1. " The administrative organisation of Belgium, France and the Netherlands in comparative perspective " Lezing en paper op de conferentie 'Regionalisation in the Netherlands versus France', 26-28.11.1992, georganiseerd door de universiteit Leiden, Department Public Administration. 2. " Verschuivende verhoudingen in de besturing van de welzijnszorg in Vlaanderen "

28


Lezing en paper op het congres KU.Nijmegen op 1.10.1993 over de verschuivende besturingsverhoudingen. 3. " Public Policy Making in Federal Belgium " Congres 'Public Administration in Europe', Rotterdam/Leiden op 29.10.1994. Deelname aan workshop en inbreng paper. 4. “ Privatisation in Belgium “ Paper voorgesteld op het congres van het Leonardoproject ‘Privatisation in Western and Eastern Europe’ van het Europees consortium van Hogescholen in Leeuwarden(18 en 19 september 1997). 5. “ New skills for public managers: towards a unique training programme ? “ Lezing op het congres van de Fachhochschule für öffentliche Verwaltung in Ludwigsburg op 14 mei 1998. 6. Lezingen over ‘Impact of regionalisation on the public sector in the Flanders’ en over ‘Towards a new politicial culture in Belgium ‘ ? voor de studenten van de opleiding bestuurskunde van de Fachhochschule in Berlijn (op 9 en 11 juni 1998). 7. Organisatie van de ‘Summer Academy’ (16 september tot en met 19 september 1998, Gent) voor instellingen van het hoger onderwijs uit Nederland, Duitsland, Italië, Hongarije, Bulgarije en België. 8. Lezingen voor de ‘école doctorale’ van de Faculté de Droit van de Université d’Orléans over de intergoevernementele relaties in het federale België en over de impact van de Europese structuurfondsen op de bestuursverhoudingen in Vlaanderen, op dinsdag 19 januari 1999.

IV. MEDEDELINGEN OP ANDERE CONGRESSEN (beperkt tot de periode 1993-2000) A. GEPUBLICEERD IN PROCEEDINGS 1. " Openbaar bestuur en besluitvorming ten aanzien van het platteland " Lezing tijdens de studiedag van de Vlaamse Geografen (georganiseerd door Prof. E. Van Hecke, K.U.Leuven) op 3.3.1993, gepubliceerd in het tijdschrift 'De Aardrijkskunde'. 2. " Een complementaire aanpak door netwerkvorming " Lezing op het congres 'Blijft de sociale huisvesting kansarm' op 17.3.1993 georganiseerd door het overleg van Vlaamse Huurdersverenigingen en het overleg

29


Wonen en Welzijn. Gepubliceerd in verslagboek. 3. " Provincies tussen St-Michiels en Vlaanderen 2002 " Brochure en lezing voor het gelijknamige colloquium georganiseerd door de afdeling Bestuurswetenschap, 24.11.1993, Leuven. Opgenomen in verslagboek. 4. " Hebben de provincies een rol te vervullen in het federale BelgiĂŤ ? " Lezing tijdens de studiedag van de Vlaamse Vereniging voor Provincies op 28.1.1994, gepubliceerd in het tijdschrift 'De Provincie' van de VVP.

5. " Is plattelandsbeleid in Vlaanderen wel mogelijk ? " Lezing in het kader van de reeks De Toekomst van de Landelijke Gebieden, op 9.3.1994 georganiseerd door het provinciebestuur West-Vlaanderen, het Postuniversitair Centrum West-Vlaanderen KULAK en de Koning Boudewijnstichting. Gepubliceerd in verslagboek. 6. " Intergemeentelijke samenwerking in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Toepassingsvormen en trends. Uitklaring en link naar de situatie in Vlaanderen " Lezing op 26.10.1994 georganiseerd door het Gemeentekrediet in samenwerking met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Gepubliceerd in het Tijdschrift van het Gemeentekrediet (zie verder). 7. " Taken en bevoegdheden van provinciebestuur, gemeentebe stuur en OCMW " Lezing in het kader van de Cursus over Vlaanderen, Belgisch-Nederlandse Vereniging op 2.11.1994. Opgenomen in verslagboek. 8. " Beleidsnetwerken op het vlak van verkeer en vervoer: een bestuurskundige kijk " Lezing in het kader van de reeks 'Stilstaan bij mobiliteit', van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde en Langzaam Verkeer op 9.11.1994. Gepubliceerd in boek (zie verder). 9. " Het intermediaire bestuursniveau. Knelpunten en mogelijkheden " Lezing op het congres ' Nieuwe tendensen van het streekbeleid in Vlaanderen ' op 3.5.1995 georganiseerd door de Vlaamse Federatie voor Planologie, SESO (UFSIA) en de vakgroep Ruimtelijke Planning Universiteit Gent. Publicatie in het tijdschrift 'Planologisch Nieuws' (zie hoger)

30


10. " Wijkontwikkeling in de stad. De bestuurlijke aspecten" Lezing op het congres 'Wijkontwikkeling in de stad', georganiseerd door de Stadsontwikkelingsmaatschappij Antwerpen, de vakgroep Ruimtelijke Planning U.Gent en SESO (UFSIA) op 31.5.1995. Publicatie in boek (EPO)(zie verder). 11. “ Is er nog toekomst voor territoriaal bestuur in Vlaanderen ? “ Lezing voor de federatie van gemeentesecretarissen op 14 juni 1996. Gepubliceerd in De Gemeente (zie hoger). 12. “ Het kansenbeleid in het kader van het Sociaal Impulsfonds “ Lezing voor de gemeenten en OCMW’s van de provincie West-Vlaanderen in Knokke op vrijdag 4 oktober 1996. Gepubliceerd in verslagbundel. 13. “ Beleidsnetwerken. Een theoretische inleiding “ Lezing voor de initiatiefnemers van de projecten sociale economie in het kader van een vormingsreeks van de Vlaamse administratie op donderdag 28 november 1996 in Brussel. Gepubliceerd in verslagbundel. 14. “ Beleidsnetwerken in het kader van de bipool Hasselt-Genkt “ Lezing voor de stuurgroep van de studie-opdracht voor de vorming van een bipool Hasselt-Genk op zaterdag 30 november 1996. De lezing werd opgenomen in het verslag van de studie. 15. Lezingen over het rapport van de Commissie Bestuurlijke Organisatie In het kader van het rapport ‘De organisatie van het binnenlands bestuur in Vlaanderen’ werden in 1997 provinciale hoorzittingen georganiseerd in vijf provinciesteden en werden vier hoorzittingen afgewerkt met de Commissie Binnenlandse Aangelegenheden van het Vlaamse parlement. Daarnaast werden een heel aantal inleidingen gegeven voor groepen van mandarissen of overlegfora overal in Vlaanderen. Dat ging nog in 1998 door onder andere met drie hoorzittingen in het Vlaamse parlement in de periode januari - februari 1998. 16. Colloquium ‘Universiteit in de stad’ (25 jaar UIA) op 14 mei 1997 Inleiding over thema van het stadsgewest voor de feestviering van 25 jaar UIA. Gepubliceerd in de verslagbundel. 17. Inleiding planologische discussiedagen (Antwerpen 16 mei 1997) Inleiding over het thema plannen en besturen voor de planologische discussiedagen. 18. Inleiding studiedag over binnengemeentelijke decentralisatie (Antwerpen, 21

31


juni 1997) Inleiding voor de studiedag georganiseerd door de stad Antwerpen over de organisatie van verkozen deelgemeenteraden. Tekst opgenomen in verslagbundel. 19. De toekomstige verhouding tussen gemeente en OCMW Lezing voor de federatie van OCMW-secretarissen op 21 maart 1998 in Boom. Werd gepubliceerd in een boek (zie boeken). 20. Lezing over de bestuurlijke aspecten van plattelandsvernieuwing in Vlaanderen op een studiedag van de VVSG, VVP, KBS en provincie WestVlaanderen op 17 juni 1999 21. Lezing over ‘de responsieve gemeente’ voor het congres van de Vlaamse Federatie van Gemeentesecretarissen op 1 oktober 1999 (Antwerpen) (gepubliceerd in het tijdschrift van de Vlaamse Federatie) 22. Lezing over ‘het plattelandsbeleid in Vlaanderen’ voor de Milieu- en Natuurraad van de provincie Antwerpen (zaterdag 22 januari 2000).

B. NIET GEPUBLICEERD (beperkt tot periode 1993-2000) 1. " Kansarmoedebeleid in Vlaanderen " Lezing op het Vlaams Kansencongres op 17.3.1993, georganiseerd door de Vlaamse Minister voor Sociale Aangelegenheden, mevr. Detiège. 2. " Beleidsnetwerken in de welzijnszorg " Lezing op het congres van de Vlaamse Gemeenschap op 26.10.1993, georganiseerd door de Vlaamse administratie. Niet gepubliceerd. 3. " De rol van de overheid in netwerkontwikkeling " Lezing op het congres 'Netwerkontwikkeling in de sector alcohol en drugs', Vlaamse Vereniging voor Alhocol en Drugsverslaafden (instelling van de Vlaamse Gemeenschap) op 21.10.1994. 4. " Decentralisatie bestuurskundig bekeken" Lezingen voor de directeurs van de STD's en de directie van de VDAB op een seminarie over decentralisatie op 15 en 16.12.1994 (Blankenberge). Gepubliceerd in interne seminariebundel, uitgegeven door de VDAB. Lezingen over decentralisatie in de VDAB en de rol van de STC's voor de leden van de Subregionale Tewerkstellingscomités op 17 en 18.1.1995 in Brussel.

32


5. " De invloed van het VFIK op de lokale beleidsnetwerken inzake kansarmoedebestrijding " Lezing voor de Vlaamse Interdepartementale Commissie Armoedebestrijding op 8.6.1995 over de effecten van het VFIK op de lokale beleidsnetwerken. 6. " Sturing van streekontwikkeling. Tussen macht en onmacht, tussen dynamiek en regelgeving, tussen effectiviteit en democratie " Lezing voor de ontmoetingsdag van de Intercommunale Leiedal op 13.6.1995. 7. " Evaluatie van de netwerkvorming in het kader van Interreg " Lezing op seminarie over het Interreg I programma op 13.6.1995 georganiseerd door het provinciebestuur West-Vlaanderen. 8. “ Lokale ontwikkeling en de rol van lokale besturen “ Lezing voor de LEDA - conferentie (Europese Commissie) op 21 maart 1996. 9. “ Wijkontwikkeling en netwerken “ Lezing voor de conferentie over het Sociaal Impulsfonds georganiseerd door de Vlaamse administratie op 20 mei 1996. 10. Inleiding voor het seminarie georganiseerd door de Koning Boudewijnstichting over beleidsnetwerken in de milieu- en natuureducatie (30 juni 1997) 11. Inleiding voor het seminarie ‘samenwerking en coördinatie in het cultuurbeleid’ georganiseerd door de Vereniging van Steden en Gemeenten op dinsdag 21 oktober 1997 in Brussel. 12. Inleiding over bestuurskracht van gemeenten voor de federatie van gemeentesecretarissen op vrijdag 21 november 1997 in Lochristi. 13. Inleiding over ‘de levende stad’ (stadsontwikkeling) voor de studiedag georganiseerd door De Wakkere Burger (Brussel, 9 januari 1998) 14. Inleiding over ‘netwerken in het gemeentelijk en regionaal cultuurbeleid’ voor het colloquium over netwerking in de culturele sector, georganiseerd door de VVSG in Kortrijk op 31 januari 1998. 15. Inleidingen over bovenlokale samenwerking voor de gemeenten van het stadsgewest Turnhout op 5 februari en 7 april 1998 in Turnhout, 16. Inleiding over lokale democratie voor het Agalev-congres in Brussel op 28 februari 1998.

33


17. Lezing over de bestuurlijke organisatie van Vlaanderen voor het Waals parlement op 27 april 1998 in Namen. 18. Inleiding over de bestuurlijke organisatie van Vlaanderen voor de alumni van de KULeuven, op 19 mei 1998 in Mechelen. 19. Inleiding over netwerkvorming in de culturele sector voor de Brusselse gemeenschapscentra op 28 mei 1998. 20. Inleiding over evaluatie en netwerkvorming in het kader van een congres over het Sociaal Impulsfonds op vrijdag 29 mei 1998 in Brussel. 21. Lezing over de bestuurlijke vernieuwing voor de opbouwwerkers van VIBOSO op 16 juni 1998 in Brussel 22. Lezing over procesarchitectuur en processturing rond complexe projecten voor het NIRAS (Brussel), 14 januari 1999.

23. Lezing voor de cursus planning op lokaal niveau georganiseerd door de KULeuven, Instituut voor de Overheid, voor gemeente- en OCMW-secretarissen op 18 maart 1999 24. Lezing op 27 maart 1999 in opdracht van Viboso over bewonersparticipatie in het kader van het Sociaal Impulsfonds 25. Lezing op 1 april 1999 over de verhouding tussen politici en leidende ambtenaren voor de afgestudeerden van de Provinciale School voor Bestuursrecht in West-Vlaanderen 26. Lezing voor het Netwerk voor Management in de Openbare Vlaamse Instellingen over de convenanten als bestuursinstrumenten tussen lokale en centrale overheden op 26 april 1999 27. Lezing voor Viboso voor opbouwwerkers over de bestuurlijke vernieuwing op lokaal niveau in Vlaanderen op dinsdag 27 april 1999 28. Lezing en leiding van de workshop ‘De Vitale Stad’, een samenwerkingsverband tussen de Vlaamse en de Nederlandse minister voor stedelijk beleid (11 maart 1999 en 29 april 1999) 29. Lezing voor de Boerenbond en de KVLV over trends en veranderingen bij de overheid op 30 september in Leuven 29. Lezing en voorzitterschap van de conferentie over ‘Gebiedsgericht milieubeleid’ in Zoersel op 14 september 1999 georganiseerd door ISRO-Leuven ism de administratie Aminal

34


30. Lezing en voorzitterschap over de verhouding tussen de administraties van het departement LIN (Vlaamse gemeenschap) en de gemeentebesturen op 25 oktober 1999 in Ovivat 31. Lezing over transformaties bij lokale besturen voor het seminarie van de Koning Boudewijnstichting op 29 oktober 1999 in Affligem 32. Lezing over effecten en inzet van convenanten in de relatie tussen gemeentebesturen en Vlaamse overheid op 13 november 1999 voor de Vereniging van Oud-Studenten van het Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen van de Antwerpen 33. Lezing naar aanleiding van de installatie van de Hoge Raad voor het Binnenlands Bestuur in het Vlaamse parlement op 22 november 1999 34. Lezing over de subsidiariteit in de ruimtelijke ordening voor de Vlaamse Federatie van Planologie op maandag 30 maart 2000 35. Lezing over trends en ontwikkelingen op het lokaal niveau voor VIBOSO (koepel van de sector samenlevingsopbouw) op dinsdag 28 maart 2000 36. Lezing over de rol van de gemeenten en provincies in het Vlaamse plattelandsbeleid voor de KVLV op zaterdag 1 april 2000

Secundaire lezingen niet gepubliceerd Naast de hier vermelde lezingen werden in de loop van de periode 1993-1999 nog een aantal inleidingen over de binnenlandse bestuurlijke organisatie en over bestuurskundige thema's gegeven voor politieke partijen (SP, CVP, Agalev, Volksunie,...), belangengroepen (ACW, BVVO, CSKW, Centravoc, Christelijke Mutualiteiten,...) en onderwijsinstellingen (Ipsoc, Erasmushogeschool, UFSIA,...). Deze vormen van 'maatschappelijke dienstverlening' worden hier niet vermeld. VI. DOCTORAATSTHESIS Streekontwikkeling in Vlaanderen, bestuurskundig bekeken. Besturingsverhoudingen en beleidsnetwerken in de bovenlokale ruimte, afdeling Bestuurswetenschap, KU Leuven, 1995, Leuven, 432p. VII. BOEKEN a. Als enig of hoofdauteur Lokale initiatieven. Werk voor lokale besturen ?, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1986, 158p (enig auteur).

35


Gemeentebeleid in de praktijk. Tewerkstelling en werkzoekenden, Kluwer, Antwerpen, 1988, 62p (enig auteur). Openbaarheid van bestuur, Handleiding voor gemeentebesturen, Vereniging voor Belgische Steden en Gemeenten, Brussel, 1989, 76p (enig auteur). MAES, R., DE RYNCK, F., Gemeentelijk beleid in samenspraak, Leidraad voor een democratische en doelmatige besluitvorming, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1989, 190p (co-redacteurschap). DE RYNCK, F., DEKIEN, C., Atlas van de Administratieve Gebiedsindelingen in Vlaanderen, Leuven, Brussel, met steun van de Gemeenschapsminister voor Binnenlandse Aangelegenheden en Openbaar Ambt, Brussel, Leuven, 1991, 252p (leiding van project en volledige redactie. C. Dekien zorgde voor het technische gedeelte). Rest-Vlaanderen. Een ruimtelijke strategie voor het Westvlaamse platteland. RISO West-Vlaanderen, met steun van de Koning Boudewijnstichting en het provinciebestuur van West-Vlaanderen, Woumen, 1992, 110p (eindredactie). Kansenbeleid en bestuurlijke vernieuwing, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 1992 45p, (enig auteur). DE RYNCK, F., DE RYNCK, S., De bestuurlijke organisatie van het Limburgs ontwikkelingsbeleid, in opdracht van de Europese Commissie en Vlaamse Regering, HIVA, Leuven, 1993, 103p. (deelpublicatie, co-redactie en eindredactie). DE RYNCK, F., samen met JOCHMANS, K. en WOUTERS, L., Grens overschrijdende samenwerking van West-Vlaanderen met Nord Pas de Calais. Evaluatie van het management en de netwerkvorming, HIVA, Leuven, 1995. Rapport in opdracht van de Europese Commissie, de Vlaamse Gemeenschap en de provincie West-Vlaanderen (projectleiding en redactie). De organisatie van het binnenlands bestuur in Vlaanderen. Advies van de Commissie Bestuurlijke Organisatie, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 1997. De bestuurlijke organisatie van Vlaanderen. Amendementenrapport. De reacties op het advies van de Commissie Bestuurlijke Organisatie, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 1998 met uitgebreide tekstbijlagen (de reacties in extenso). De Roo, N., De Rynck, F en Vandelanootte, S (red), De stille metamorfose van het Vlaamse platteland, Die Keure, 1999 De Rynck, F. en G. Bouckaert (red), Handboek Gemeentebeleid, Die Keure: Brugge, 2000 (in voorbereiding)

36


VIII. ARTIKELS IN OF GEDEELTEN VAN BOEKEN 'Inspraak in de besluitvorming' en 'Openbaarheid van bestuur', bijdragen voor de VOLOB-cursus van het Instituut Administratie-Universiteit, 1990, 10p (enig auteur). DE RYNCK, F., SUYKENS, M., " Openbaarheid van bestuur in de Vlaamse Gemeenten ", in Tegenspraak-Cahier Openbaarheid van Bestuur, Kluwer, Brussel, 1990, p 56-78. Co-redacteurschap, eerste auteur). " Beslissende volksraadplegingen op alle bestuursniveaus kunnen bijdragen tot de vernieuwing van de politieke cultuur", in Jaarboek Openbaarheid van Bestuur, vzw De Wakkere Burger, Brussel, 1992, p 96-109 (enig auteur). " Overheid, planning en sociaal-cultureel werk ", in WILDEMEERSCH, D., en GOUBIN, J.,(red), Sociaal-cultureel werk en overheidsbeleid vandaag, VCVO, Leuven, 1992, p 94-100 (artikel, enig auteur). DE RYNCK, F., DE RYNCK, S., "De bestuurlijke organisatie " in COSSEY, H., en PACOLET, J., (red), Limburg en het Europees beleid in de jaren 1987-1991, 1993, HIVA, Leuven, p 129-149. Onderzoek in opdracht van de Europese Commissie en de Vlaamse Regering (co-redacteurschap). DE RYNCK,F., DE RYNCK, S.," The administrative organization ", in COSSEY, H., en PACOLET, J., (red), Limburg and European Policy 1987-1991. Evaluation Report, 1994, HIVA, Leuven, p 129-148. Onderzoek in opdracht van de Europese Commissie en de Vlaamse Regering (co-redacteurschap). " Sturing van verkeer en vervoer. Het nut van vervoerregio's in Vlaanderen ", in Stilstaan bij Mobiliteit, Langzaam Verkeer (red), Garant, Leuven, 1994, p 115-133 (enig auteur). “ De regie in de wijk: overheid en besturing in nieuwe gedaantes “, in DE DECKER, P., HUBEAU, B., en NIEUWINCKEL, S. (red), In de ban van stad en wijk, EPO, Antwerpen, 1996, p 167-180. “ Het Sociaal Impulsfonds: decentralisatie dubbelzijdig bekeken “, in Jaarboek Armoedebeleid, UFSIA, Antwerpen, 1996, p 221-230. “ Beleidsnetwerken in het kader van het overheidsbeleid “, in Inleiding tot de bestuurskunde, STOHO-cursus , Leereenheid 21, Brussel, 1996, p 243-273. “ Beleidsnetwerken in het kader van het armoedebeleid “, in BAERT, H., (red) Conceptenboek voor de planning en sturing in het Sociaal Impulsfonds , Koning Boudewijnstichting en Vlaamse Regering, 1996, p 37-58. DE RYNCK, F., en DE RYNCK, S., “ The implementation of European Structural Funds programmes in the Flemish Region “, in HESSE, H., en TOONEN, TH. (red.),

37


Yearbook of Comparative Government and Public Administration, 1996, p 341360. Gereviewd artikel. “ Actoren en relaties op het subregionale veld “, in Nieuwsbrief van het steunpunt WAV, 1997, jg 7, nr 1 en 2, p 29-40. “ De toekomst van de provinciebesturen in Vlaanderen “, in DE BRUYCKER, Ph (red.), L’avenir des communes et provinces dans la Belgique fédéralisée, Bruylant, 1997, p 237-261. “ De bestuurskundige benadering van beleidsvoering in stedelijke gebieden “, in UIA, Universiteit en Metropool, referaten colloquium 25 jaar UIA, Antwerpen, 1997, p 77-106. “ De organisatie van het lokaal sociaal beleid. De toekomst van de OCMW’s vanuit bestuurskundig perspectief “, in VRANKEN, J. (red), Twintig jaar OCMW: naar een actualisering van het maatschappijproject, Acco, Leuven, 1998, p 275-292 (verscheen ook gelijktijdig in Franse vertaling, eveneens bij Acco). “ Overheid in beweging: een kader “, in DE RYNCK, F. (red), Overheid in Beweging, losbladige publicatie, Kluwer editorial, 1998 (augustus 1998). “ De organisatie van het lokaal sociaal beleid “, in Het OCMW gaat voor wat het is. Essentie, kernopdrachten en plaats, uitgave van Vereniging van Vlaamse OCMWsecretarissen en de VVSG, Brussel, april 1999. “ De organisatie van het lokaal sociaal beleid “, in Overheid in Beweging, Kluwer editorial, aflevering 1, april 1999

“ Opvolgings- en aanknopingspunten voor het beleid “, in De Roo, N, F. De Rynck en S. Vandelannoote (red), De stille metamorfose van het Vlaamse platteland, Die Keure: Brugge, 1999, p 151-161 2. LEIDING, REDACTIE, EDITING REEKSEN EN TIJDSCHRIFTEN Handleiding en ideeën voor buurt- en wijkontwikkeling, vierdelige losbladige uitgave in opdracht van de Vlaamse Ministers Martens en Peeters en de Koning Boudewijnstichting, 1997 - 1998 (hoofdredactie), publicatie afgerond in 1998 (is ook de basis van een Internetsite van de Koning Boudewijnstichting). Hoofdredacteurschap voor Kluwer Uitgeverij voor de losbladige reeks ‘Overheid in beweging’. Hoofdredacteurschap geldt voor meerdere jaren met een vrij omvangrijk eigen publicatieprogramma per aflevering. 3. ONDERZOEKSPROJECTEN a. Contract- en projectonderzoek voor de afdeling Bestuurswetenschap

38


KULeuven Onderzoek naar de inbreng van de Vlaamse Gemeenschap, van de provincies en de gemeenten in het plaatselijk sociaal-cultureel werk met jongeren en volwassenen. De case van de gemeente Harelbeke, in opdracht van de Vlaamse Regering en het Centrum voor Andragogisch Onderzoek (CAO), Brussel, 1990, 87p (enig auteur)(onderzoeker). Profiel en werking van de Westvlaamse culturele raad. Opdracht van het provinciebestuur van West-Vlaande ren, in opdracht van het provinciebestuur, Brugge, Leuven, 1990, 31p (samen met C. Dekien voor de interviews)(onderzoeker). STRUYVEN, L., DE RYNCK, F., (projectleiders) samen met JOCHMANS, K., WOUTERS, L., SANDERS, G., STRUYVEN, L., Grensoverschrijdende samenwerking van West-Vlaanderen met Nord-Pas de Calais, Tussentijdse evaluatie van het Interreg I-programma, Onderzoek in opdracht van de Europese Commissie en de Vlaamse Regering, HIVA en Afdeling Bestuurswetenschap, Leuven, 1995. Filip De Rynck had de leiding voor het project ivm de bestuurlijke evaluatie (onderzoeker). DE RYNCK, F., met voorbereiding door VERBELEN, B., De invloed van het VFIK op de lokale netwerkvorming in het kader van de kansarmoedebestrijding. Exemplarisch onderzoek in Genk, Lokeren, Sint-Niklaas en Maasmechelen, in opdracht van de Vlaamse Regering en de Koning Boudewijnstichting, 1995. Projectleiding en redactie. Enig auteur (onderzoeker). Provincies in Vlaanderen. Studie in opdracht van de Vereniging voor Vlaamse Provincies, december, Brussel, 1995 (onderzoeker). b. Contract en projectonderzoek voor de Koning Boudewijnstichting als stafmedewerker Coรถrdinatie van opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven met risicogroepen, Koning Boudewijnstichting, 1993, p75 Evaluatierapport over het programma Arbeid, in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, Brussel, juli 1995. Beleidsnetwerken in het kader van de sociale huisvesting. Voorbereidende studie in opdracht van de Vlaamse administratie voor huisvesting en de Koning Boudewijnstichting, Brussel, januari 1996. Evaluatie van aspecten van het Urgentieprogramma in de grote steden. Evaluatiestudie in opdracht van de Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie Jan Peeters en uitgevoerd door de Koning Boudewijnstichting. Eindrapport, 31 oktober 1996 (onderzoek en projectleiding). Transformaties van lokale besturen in Vlaanderen, werktekst voor een

39


expertenseminarie georganiseerd op initiatief van de Koning Boudewijnstichting (oktober - december 1999). c. Contract en projectonderzoek op zelfstandige basis (1996-2000) Beleidsnota voor de gebiedsgerichte werking van de provincie West-Vlaanderen, Opdracht van de provincie West-Vlaanderen, Brugge, maart 1996. Samenwerking in de bipool Hasselt-Genk, in opdracht van de gemeentebesturen Hasselt en Genk, voorbereidende studie en beleidsadvies, Genk, juli 1996. Strategie-ontwikkeling voor de implementatie van de Vlaamse Ruit in het kader van het structuurplan Vlaanderen, probleemstellende nota in opdracht van de stuurgroep voor het structuurplan Vlaanderen, september 1997. Evaluatie van de samenwerking tussen Vlaanderen en de Zuid-Nederlandse provincies, opdracht vanwege de Vlaamse Gemeenschap, Minister-President Van den Brande, Brussel, 1997. Wijkgerichte werking in Antwerpen, opmaak van een discussienota en voorzitterschap van workshops met leidinggevende ambtenaren van het stadsbestuur Antwerpen (mei-juli 1999) Voorzitterschap van het seminarie over het Vlaamse mobiliteitsplan, 20-21 januari 2000 in opdracht van de Vlaamse regering en het Instituut voor Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening d. Contract- en projectonderzoek voor de Hogeschool Gent (1997-2000) Effect van verzelfstandiging en privatisering op rol en functie van overheidsmanagers. Bijdrage in het kader van het Leonardoproject met caseonderzoek bij Belgacom (eindrapport: najaar 1998). Supervisie en tekstbijdragen. Bestuurskracht van gemeenten in Vlaanderen. Onderzoeksproject samen met Kris Deschouwer van de VUB, in opdracht van Minister Leo Peeters, bevoegd voor binnenlandse aangelegenheden, start najaar 1998 - einde 2000. De provinciebesturen. Status quaestionis van de constitutionele en bestuurlijke problematiek. Opdracht van de Commissie Institutionele aangelegenheden van de Belgische Senaat, samen met prof. dr. R. Maes (KULeuven) en prof. dr. Ph. De Bruycker (ULB), Brussel, maart 1999 gepubliceerd in Belgische Senaat, zitting 19981999, Evaluatie van de werking van de nieuwe federale structuren, stuk 1-1333/1, p 259-312 De gebiedsgerichte werking van de provincie West-Vlaanderen (oktober 1999januari 2000), opdrachtonderzoek voor het provinciebestuur (samen met Alex Vanderstraeten en Sandra Heleyn)

40


§

Van der Beken Wim Kantoor: Idea Consult Maria Louizasquare 79 1000 Brussel Tel: ++32/2/282.17.10 Fax ++32/2/282.17.15 wim.vanderbeken@ideaconsult.be

STEURS Geerhard, Victor, Gaston

Idea Consult Maria Louizasquare 7 1000 Brussel België Tel: 02/282.17.13 Fax: 02/282.17.15 Geert.Steurs@ideaconsult.be

12. •

• •

publicaties CORTESE, V., G. STEURS en K. KESTELOOT (1990), "De Belgische Deelname aan de EGOnderzoeksprogramma's", D.P.W.B.-rapport onder leiding van Prof. P. Desmarez en Prof. R. De Bondt, 294 p. STEURS, G. en K. KESTELOOT (1991), "Economische Achtergronden van de Europese Onderzoeksprogramma's", Tijdschrift voor Economie en Management, Vol. 36, nr. 2, 155 - 178. KESTELOOT, K. en G. STEURS (1991), "Small Country Participation in the EC Research Programmes", Working Paper, Departement Toegepaste Economische Wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven.

41


•

• •

• • •

• •

STEURS, G. en V. CORTESE (1993), "The Impact of the EC Research Programmes upon Science and Technology in Belgium", rapport voor DG XII van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, 90 p. STEURS, G. (1994), “Spillovers and Cooperation in Research and Development”, Doctoraatsthesis, 252 p. + v. STEURS, G. en V. CORTESE (1995), “De Belgische Deelname aan het Tweede Kaderprogramma voor Onderzoek en Ontwikkeling, een profielschets van de deelnemende en niet-deelnemende Belgische ondernemingen”, Working Paper, Departement Toegepaste Economische Wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven. STEURS, G. (1995), "Interindustry R&D Spillovers: What Difference Do They Make?", International Journal of Industrial Organization 13, 249 - 276. VEUGELERS, R. en G. STEURS (1995), “Enquête naar de Onderzoeksinspanningen van de Bedrijven in Vlaanderen in 1992 en 1993 - Finale Resultaten”, 71 p. + v. STEURS, G. (1997) , “National versus International R&D-Cooperation in Segmented versus Integrated Markets”, in Poyago-Theotoky J. (Ed.), R&D-Cooperation: Theory and Evidence, Macmillan, London. STEURS, G. (1997), “Strategic Rivalry with Spillovers in Segmented versus Integrated Markets”, Economics of Innovation and New Technology, Vol. 4, pp. 321-337. CARLIER, A, G. PEPERMANS en G. STEURS (1998), “Economie : Van Opgave tot Uitkomst”, Universitaire Pers Leuven

42


DEVISSCHER Stephanie

IDEA Consult Square Maria Louiza 79 1000 Brussel Tel: ++32/2/282.17.11 Fax ++32/2/282.17.15 Stephanie.Devisscher@ ideaconsult.be

Bijlage 3: Voorstelling IDEA Consult

43


IDEA Consult is het onderzoeksbureau in België gespecialiseerd in onafhankelijke economische analyse en strategisch advies voor onderneming en overheid. IDEA Consult onderscheidt zich door zijn research-based consultancy. IDEA Consult is lid van de Europese NEI-Kolpron groep die vestigingen heeft in onder meer Brussel, Rotterdam, Berlijn en Oost-Europa. Dat netwerk is ontstaan uit het Nederlands Economisch Instituut, Kolpron en hun buitenlandse vestigingen.

Kwaliteit en onafhankelijkheid Als kennisonderneming engageert IDEA Consult zich om analyse en advies van topkwaliteit te leveren. Onafhankelijkheid, creativiteit en resultaatgericht werken staan daarbij voorop. De uitvoering van projecten vindt plaats in nauw overleg met de klant.

Diensten ü ü ü ü

Onderzoek en analyse Advies Strategische planning Evaluatie en monitoring

Strategische actiedomeinen ü ü ü ü

Markten en sectoren Arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid Transport en mobiliteit Regionale en stedelijke ontwikkeling

Klanten ü ü ü ü

Ondernemingen Intermediaire organisaties Federale, regionale en lokale overheden Internationale overheden en organisaties

44


IDEA Diensten IDEA Consult heeft een uitgebreid dienstenpakket: van onderzoek en analyse over concrete advisering en strategische planning tot evaluatie en monitoring. Zie ook onderstaand schema. Voor elk project kan een aparte combinatie samengesteld worden, die zo nauw mogelijk aansluit bij de vragen en de behoeften van de klant.

Onderzoek en analyse Interne analyse

Externe analyse

Advies

Strategische planning

Evaluatie en monitoring

45


IDEA Diensten ü Onderzoek en analyse Goed beleid en goed management vragen om degelijke fundamenten. Met name onderzoek en analyse. Deze bieden de nodige informatie om uw strategie met succes te onderbouwen en uit te voeren. IDEA onderzoek kan zowel kwantitatief als kwalitatief van aard zijn; het kan zowel analyserend als voorspellend zijn. Het IDEA Consult-team beantwoordt de onderzoeksvragen via interne analyse en/of externe analyse. Zo kan een economische evaluatie aangevuld worden met goede praktijken uit de buurlanden. ü Advies Louter onderzoek of analyse is doorgaans niet voldoende: u wil de resultaten vertaald zien naar concrete beleidsadviezen en praktische aanbevelingen. IDEA -advies verschaft u duidelijke aanbevelingen op grond waarvan u op verantwoorde wijze beslissingen kunt nemen. Indien gewenst, vertaalt IDEA Consult de adviezen ook naar een ondersteunend instrument waarmee u zelf scenario's kunt doorrekenen. ü Strategische planning IDEA Consult heeft een uitgebreide expertise op vlak van strategische planning. IDEA –onderzoek en -advies worden op die manier ingebed in een strategisch managementsysteem, dat zich leent voor sturing en opvolging. Uit de combinatie van een SWOT-analyse en een verkenning van good practices worden missie/visie, strategische doelstellingen, kritische succesfactoren en strategische projecten op een overzichtelijke manier in kaart gebracht. ü Evaluatie en monitoring Naast onderzoek en advies maken ook evaluatie en monitoring deel uit van het IDEA Consult-dienstenpakket. Monitoring van projecten maakt het mogelijk om werkmethoden aan te passen vooraleer problemen zich voordoen. Evaluatie kan ook zorgen voor een optimale benuttting van opgedane ervaringen. Zo is IDEA -evaluatie een effectief instrument voor het management van de opdrachtgevende en uitvoerende organisaties, dat de slaagkansen van lopende en toekomstige projecten vergroot.

46


Markten en sectoren

Als verantwoordelijke in een onderneming, in een sectororganisatie of bij de overheid wil u inzicht krijgen in de relaties tussen structuur van een markt of sector, het gedrag van de marktparticipanten en de daaruit voortvloeiende resultaten. Of u wil zich laten adviseren omtrent de te volgen strategie voor meer groei en werkgelegenheid. U wil uw eigen positie kunnen vergelijken met die van andere ondernemingen of (sub)sectoren en weten waaraan uw concurrenten hun groeikracht ontlenen. U wil weten welke scenario’s er bestaan voor de introductie van (meer) marktwerking in een sector en wat de voor- en nadelen zijn van elk van deze scenario's. U wil weten wat de mogelijke gevolgen zijn van een wijziging in de regelgeving op uw bedrijfstak of onderneming. Of u wil nagaan hoe u zich als sector of onderneming strategisch het best opstelt tegenover de overheid of drukkingsgroepen.

IDEA Consult verschaft u via zijn onderzoek en advies de inzichten om op al deze vragen een antwoord te formuleren. Projecten in dit actiedomein situeren zich op het raakvlak tussen marktstrategie, economisch beleid en industriële economie.

Diensten ü ü ü ü

Analyse en positionering van markten en sectoren Analyse en advies rond de introductie van marktwerking en mededinging Analyse van klantenprofielen en -behoeften Advies voor een marktstrategie versus een niet-marktstrategie

47


Arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid

U wenst meer inzicht in het profiel van bepaalde groepen op de arbeidsmarkt zoals oudere werknemers of deeltijds werkenden. Deze profielanalyses zijn een nuttig instrument voor het inschatten van marktpotentieel of het evalueren van beleidsmaatregelen. U wil advies bij het uitwerken van maatregelen om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. Of u wenst de effecten te kennen van wijzigingen in het institutioneel kader rond de arbeidsmarkt. U bent geïnteresseerd in de gevolgen van trends zoals de EMU-integratie, de bevolkingsveroudering, de globalisering en de informatiemaatschappij op het eigen sociaal-economisch weefsel. Of u wenst meer inzicht te verwerven in de relatie tussen economische groei, milieu en werkgelegenheid.

IDEA Consult biedt een antwoord door middel van analyse, advies en evaluatie op terreinen als arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid.

Diensten ü ü ü ü ü

Onderzoek en advies op vlak van arbeidsmarktmaatregelen Analyse van vraag en aanbod op arbeidsdeelmarkten Evaluatie van beleidsprogramma’s Sociaal-economische impactanalyse Uitwerking van monitoringinstrumenten

48


Regionale en stedelijke ontwikkeling

U wil een duidelijk omlijnde sociaal-economische analyse van uw stad of regio en wil uw strategie enten op de sterkten en zwakten van de regio. U heeft behoefte om uw doelstellingen en strategieën zowel kwalitatief als kwantitatief te formuleren. U heeft nood aan instrumenten voor prestatiemeting en dit zowel voor infrastructurele ontwikkelingen, voor sociaal-culturele voorzieningen als voor maatregelen ter bevordering van de sociale cohesie. U wenst de economische effecten van uw subregionale projecten te kwantificeren.

IDEA Consult kan u ondersteunen bij de uitbouw van het regionaal en stedelijk beleid. IDEA reikt u, via een systeem van regionaal-economische effectenraming, een kader voor het voeren en opvolgen van een performant regionaal beleid.

Diensten ü ü ü ü ü

Impactstudies van regionaal-economische politiek Strategische planning Prestatiemeting van hefboomprojecten Evaluatie van beleidsprogramma’s Haalbaarheidsanalyse

49


Transport en mobiliteit

U wenst beleidsbeslissingen op het vlak van verkeer en vervoer te onderbouwen. U vraagt zich bijvoorbeeld af wat de impact is van een luchthaven, zeehaven of spoorlijn op de nationale of regionale economie? Of hoe beïnvloeden prijsmaatregelen de mobiliteit in een regio? U bent geïnteresseerd in een kosten/baten-analyse van een grootschalig infrastructuurproject. De toenemende globalisering van de verkeers-en vervoersstromen vraagt om een sterkte/zwakte-analyse van uw bedrijf of uw regio. U bent op zoek naar een beter inzicht in de vraag naar parkeervoorzieningen in de binnenstad, het economisch potentieel van een lucht- of zeehaven in een regio, of de haalbaarheid en sociaal-economische effecten van een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein of kantorenpark.

Door toegepast economisch onderzoek en advies kan IDEA Consult u bijstaan in uw zoektocht naar antwoorden op talloze vraagstukken op vlak van transport en mobiliteit.

Diensten ü ü ü ü ü

Economische effectenrapportage van investeringsprojecten Sociaal-economische kosten/baten-analyses Sterkte/zwakte-analyses Haalbaarheidsanalyse Advies en evaluatie inzake transportbeleid

50


IDEA Team

IDEA Consult bestaat uit een kern van vaste medewerkers. Voor elk project wordt een aangepast team gevormd. Dat bestaat uit de eigen IDEA-experts. Daarnaast doet IDEA Consult geregeld beroep op specialisten van de NEI-Kolpron groep. Bovendien werkt IDEA Consult samen met wetenschappelijke adviseurs of experten uit het toegepast onderzoek en advies.

Wim Van der Beken Directeur Email wim.vanderbeken@ideaconsult.be Geert Steurs Markten en sectoren Email geert.steurs@ideaconsult.be Veerle Minne Markten en sectoren Email veerle.minne@ideaconsult.be Stephanie Devisscher Transport en mobiliteit, arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid Email stephanie.devisscher@ideaconsult.be Anneleen Peeters Arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid Email anneleen.peeters@ideaconsult.be Dafne Reymen Regionale en stedelijke ontwikkeling Email dafne.reymen@ideaconsult.be Silvy Eyfferts Administratief medewerker Email silvy.eyfferts@ideaconsult.be

51


Raad van Bestuur

IDEA Consult wordt bijgestaan door een actieve Raad van Bestuur, bestaande uit zes eminente leden : ü Dr. L. Bertrand Voorzitter Directiecomité Ackermans & van Haaren ü Drs. W.J.H. Kuijpers Directeur NEI-Kolpron International ü Prof.Dr. W.T.M. Molle Voorzitter Directie NEI ü Prof.Dr. L. Sleuwaegen Hoogleraar FETEW KU Leuven ü Dr. P. Taselaar Directiesecretaris NEI ü Dhr Ph. Wilmès Voorzitter Directiecomité Federale Participatiemaatschappij

52


Een greep uit de referenties

Markten en sectoren ü “A market and non-market analysis of the European sugar sector”, CEFS, december 1998 - juni 1999 ü “Anders werkt: Voorwaarden en beleid voor groei en jobs in de voedingsindustrie-2000”, IPV, juli 1999 – september 1999 ü “Fusies en overnames in het Nederlandse bankwezen: een instrument voor de NMA”, Nederlandse Mededingingsautoriteit, oktober 1999 – februari 2000 ü “Een concept van jaarrapport voor de Vlaamse economie”, GIMV, februari 1999 – maart 1999 ü “Mergers and acquisitions and Science and Technology Policy”, European Commission, maart 2000 – maart 2002

Arbeidsmarkt en sociaal-economisch beleid ü “Desindustrialisatie in Vlaanderen en de implicaties voor de arbeidsmarkt”, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Werkgelegenheid, september 1999 – september 2000 ü “Evaluatie Vlaamse premies loopbaanonderbreking en arbeidsduurvermindering”,Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Werkgelegenheid, Afdeling Migratie en Arbeidsmarktbeleid, december 1999-april 2000 ü “Profielanalyse van de uitzendkracht”, UPEDI, oktober 1999 – maart 2000 ü “Haalbaarheidsanalyse voor uitzendarbeid in de transportsector”, RandstadInterlabor, oktober 1999 – december 1999 ü “Administratieve lasten bij de opstart van een onderneming: Vergelijkende analyse van België en zijn buurlanden”, Verbond van Belgische Ondernemingen, december 1999 – maart 2000

53


Regionale en stedelijke ontwikkeling ü “On going evaluatie Doelstelling 2 programma Kempen 1997-1999”Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Europa-Economie, december 1998 maart 1999 ü “Interregionale analyse en evaluatie met het oog op de versterking van de groeikracht van de Vlaamse economie”Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie, mei 1999 – juli 1999 ü “Regionaal profiel van het Benelux-middengebied”, IGRES, juli 1999 - september 1999 ü “Voorafgaande evaluatie van de ontwerpprogramma’s voor de nieuwe Doelstelling 2-gebieden en de “phasing out”-zones”,Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie, februari 2000 – maart 2000 Transport en mobiliteit ü “Marktwerking in het Openbaar vervoer: Scenario-analyse voor de Lijn”, De Lijn, november 1998 - februari 1999 ü “Actieplan reizigersgroei”, NMBS, oktober 1999 - februari 2000 ü “Kansen voor vrachtluchtvaart in Antwerpen”, Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen, augustus 1999 - oktober 1999

Strategische planning ü “Externe ondersteuning bij de opmaak van de beleidsnota’s van de Ministers van de Vlaamse regering”, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Planning en Statistiek, september 1999 - december 1999 ü “Verlaging van de Onroerende voorheffing op nieuwe investeringen in materieel en outillage in Vlaanderen: Financiële impactanalyse”, Vlaamse Minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, januari 1999 -–april 1999 ü “De verlaging van de successierechten voor familiale ondernemingen: Evaluatierapport”, Vlaamse Minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, april 1999 – juni 1999

54


Recente opdrachtgevers CEFS, Comité Européen des Fabricants de Sucre De Lijn DIV, Dienst Investeren Vlaanderen Europese Commissie Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen GIMV, Gewestelijke Investeringsmaatschappij Vlaanderen Igres, Interregionale Grensoverschrijdende Economische Samenwerking in het Benelux-Middengebied Instituut voor Permanente Vorming van de Voeding Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse aangelegenheden -Administratie Economie, Afdeling Europa Economie -Administratie Economie, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid -Administratie Werkgelegenheid, Afdeling Migratie en Arbeidsmarktbeleid Departement Algemene Zaken en Financiën -Administratie Planning en Statistiek, Afdeling Strategische Planning en Beleidsevaluatie -Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management Nederlandse Mededingingsautoriteit Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Randstad Interlabor UPEDI, Beroepsvereniging van uitzendbedrijven Verbond Belgische Ondernemingen Vlaamse Landmaatschappij

55


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bouwstenen_onderzoeksvoorstel.pdf by Vlaanderen-be - Issuu