Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/197
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/197
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 7 april 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de VREG (de onafhankelijke autoriteit van de Vlaamse energiemarkt), waarbij werd verzocht om: “1. de volledige berekeningswijze te bekomen van de prosumenten tarieven vanaf 2015 tot heden, zoals deze op uw site terug te vinden zijn (bvb.: Prosumententarief 2021 | VREG ; Prosumententarief 2020 | VREG ; ...) 2. een volledig overzicht te krijgen van de (on)kosten in rekening genomen bij de bepaling van de verschillende prosumententarieven (per regio per jaar), alsook de documenten (facturen) die al de in rekening gebrachte onkosten staven ten einde te vermijden dat fictieve onkosten aangerekend werden en het aangerekende prosumenten tarief eveneens fictief is. 3. Tevens wens ik de stukken te bekomen waaruit de oorzaak blijkt dat het prosumenten tarief afhankelijk van de regio varieert van -9,3% tot +19,3% tussen 2020 - 2021 (Bron Prosumententarief Vlaanderen 2021 | Intellisol) 4.In uw documenten vermeldt u ook "Om te weten hoeveel prosumententarief u betaalt, moet u het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) vermenigvuldigen met het bedrag op uw netgebied". Kan u mij het (onderzoeks)document bezorgen waaruit de grond/motivering blijkt dat het vermogen van de omvormer moet gebruikt worden om het prosumententarief te berekenen en niet de werkelijke productie
www.vlaanderen.be
aangegeven door de omvormer, dan wel door de meter van de groenestroom-certificaten, alsook waar deze laatste alternatieven in onderzocht werden 5. Kan u mij ook het (onderzoeks)document bezorgen waarin kan teruggevonden worden hoe het prosumenten tarief moet berekend worden bij een analoge meter die op jaarbasis terugdraait (eindmeterstand lager dan beginmeterstand) en waardoor een deel van het vermogen van de omvormer aangewend werd om deze overproductie op te wekken, die enkel in het net geïnjecteerd werd en slechts in 1 richting gebruik maakt van het elektriciteitsnet en waarvoor geen injectietarief verschuldigd is en waarbij het prosumententarief dat een AFNAME tarief is ook onverschuldigd is, gezien een overproductie geen afname is, noch een afname compenseert. 6. Kan u mij de documenten bezorgen waaruit blijkt dat bij het bepalen van het prosumenten tarief rekening gehouden werd met de overproductie gegenereerd door een PV-installatie. 7. Kan u mij de documenten bezorgen waarin voor het eerst het begrip prosument officieel/wettelijk gedefinieerd werd? Ik stel vast dat het pas in het energiedecreet van 26/04/2019, in werking getreden op 15 juni 2019 het begrip prosument voor het eerst gedefinieerd werd: art 1.1.3.,102° Producent: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt, biogas produceert en/of aardgas wint, met uitsluiting van prosumenten art 1.1.3.,104°Prosument: elektriciteitsdistributienetgebruiker met toegangspunt voor afname, al dan niet rechtstreeks op een transformator aangesloten en met een decentrale productie-eenheid met een maximaal AC-vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kVA die hem in staat stelt elektriciteit te injecteren op het elektriciteitsdistributienet Terwijl vóór 15 juni 2019 art 1.1.3., 104 onbestaande is in het energiedecreet en nergens anders het begrip prosument op rechtsgeldige wijze omschreven/vastgelegd was. Kan u mij de documenten bezorgen waaruit de rechtsgrond / rechtsgeldigheid voortvloeit van het begrip prosument en tot het innen van een prosumententarief bij de groep van prosumenten terwijl het begrip prosument voorafgaand aan 15 juni 2019 nog niet bestond.” De VREG heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 8 mei 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VREG met betrekking tot het hiervoor vermelde openbaarheidsverzoek. Dit beroep werd geregistreerd op 10 mei 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek dateert van 7 april 2021. Op 8 mei 2021, de datum van het beroepschrift, is de decretale termijn voor de beslissing voor de VREG inmiddels verstreken. Bij gebrek aan beslissing heeft de termijn om beroep aan te tekenen geen aanvang genomen. Het ingestelde beroep is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/197
pagina 2 van 4
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat zijn openbaarheidsverzoek door de VREG tot op heden onbeantwoord is gebleven.
2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de VREG om wat meer toelichting te geven bij dit dossier. Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat de vragen zoals geformuleerd door verzoeker geen betrekking hebben op bestuursdocumenten die in het bezit zijn van de VREG. De VREG verduidelijkt dat het antwoord op de vragen van verzoeker niet gelegen is in welbepaalde, bestaande bestuursdocumenten. Het betreffen immers zeer ruim geformuleerde vragen om informatie. Enerzijds is het zo dat sommige informatie als antwoord op de gestelde vragen mogelijks deels is terug te vinden in publiek toegankelijke documenten, zoals bij voorbeeld de tariefmethodologie (die uitvoerig raadpleegbaar is via: www.vreg.be/nl/tariefmethodologie). Daarnaast is ook de informatie over de voorafgaandelijke consultaties en de verwerking van de consultatiereacties en zijn ook de jaarlijkse beslissingen tot goedkeuring van de tariefvoorstellen van de verschillende distributienetbeheerders voor de distributienettarieven voor elektriciteit raadpleegbaar via de documentendatabank bij de VREG: www.vreg.be/nl/documenten-databank. Wat betreft de documenten die op de beide voormelde webpagina’s is terug te vinden en actief openbaar werden gemaakt, is het ingestelde beroep dus als zonder voorwerp te beschouwen. Anderzijds is gebleken dat een volledige beantwoording van de door verzoeker zeer complex geformuleerde en technische vragen om informatie een verdere verwerking en analyse vanwege de VREG vergen van een hele reeks documenten. Daartoe is de VREG op grond van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur niet verplicht, gezien art. II.31, laatste lid van het Bestuursdecreet bepaalt dat er geen verplichting is om gevraagde bestuursdocumenten te verwerken of te analyseren. Zoals hiervoor al gesteld, kunnen de door verzoeker geformuleerde vragen niet direct worden gelinkt aan beschikbare documenten bij de VREG, maar dient een grondige analyse en verwerking plaats te vinden door de specialisten bij de VREG om een antwoord te bieden op de gestelde vragen. Hiertoe kan een overheidsinstantie niet worden verplicht, op grond van voormeld artikel II.31, laatste lid van het Bestuursdecreet. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/197
pagina 3 van 4
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 8 mei 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VREG wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 4 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/197
pagina 4 van 4