Skip to main content

briefadvies_Minaraad_Energiedecreetfit55.pdf

Page 1

Briefadvies

Briefadvies

Wijziging Energiedecreet i.f.v. fit-for-55

Briefadvies van 2 december 2021 over het ontwerp tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 in functie van het fit-for-55 pakket Datum van goedkeuring

2/12/2021

Volgnummer

2021| 029

Coördinator + e-mailadres

Stefanie Corens, stefanie.corens@minaraad.be

p. 1/4


Mevrouw Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-laan 7 1210 Brussel

Minaraad Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 15 1000 Brussel T 02 558 01 30 E info@minaraad.be www.minaraad.be

Uw bericht van 29 oktober 2021 Uw kenmerk ZD/SL

Datum 2 december 2021 Ons kenmerk 01/K2/2021/0393

Contact Stefanie.corens@minaraad.be Telefoon 02/558.0130

Mevrouw de minister, Op 29 oktober 2021 ontving de Minaraad uw adviesvraag inzake het ontwerp tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, in functie van het fit-for-55 pakket, met adviestermijn van een maand. Met dit briefadvies formuleert de Raad zijn aanbevelingen. Steun voor doelstelling wijziging Energiedecreet als (eerste) stap inzake het versnellen van de Vlaamse energietransitie van het gebouwenpark ten voordele van de globale strijd tegen de klimaatverandering Als reactie op het door de Europese Commissie voorgestelde klimaatpakket “Fit for 55”1 (14 juli 2021), werden in Vlaanderen zowel Minaraad2, maar ook MORA, SERV en SALV, meteen om advies gevraagd (22 juli 2021): over “potentiële bijkomende maatregelen die op een kostenefficiënte wijze bijkomende broeikasgasreducties kunnen opleveren”. De gevraagde adviezen werden in de loop van september overgemaakt. Als eerste stap vanuit de Vlaamse Regering werd een wijziging van het Energiedecreet voorgesteld met enkele concrete maatregelen. De Minaraad apprecieert deze manier van werken alsook de strakke timing die hierbij gehanteerd werd. De hieronder toegevoegde suggesties, vragen en aanbevelingen hebben als doel die (eerste) stap richting energietransitie van het Vlaamse gebouwenpark verder te versterken. Zorg voor voldoende hoge ambitie en opvolging inzake verplichte renovaties richting 2050 Een van de voorgestelde maatregelen uit het ontwerpdecreet is de uitbreiding van verplichte renovatie – bij natuurlijke veranderingsmomenten – van niet-residentiële gebouwen3 naar ook woongebouwen (wijzigingen in Energiedecreet, artikel 11.2/2.1.).

Dit pakket is erop gericht om de netto-uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990. 2 Minaraad (2021|024), Bijkomende maatregelen klimaatbeleid n.a.v. "Fit for 55". https://www.minaraad.be/themas/klimaat/bijkomende-maatregelen-n-a-v-fit-for-55-open-adviesvraag. 3 Er werd reeds een renovatieverplichting ingevoerd voor niet-residentiële gebouwen die geldt vanaf 1 januari 2022. Kleine niet-residentiële gebouwen moeten binnen vijf jaar na notariële overdracht in volle eigendom het gebouw 1

p. 1/4


Deze maatregel werd ook bepleit door de Minaraad. Tevens vroeg de Raad om hierbij de prioriteit te laten gaan naar de slechtst presterende woningen. Ook dit werd opgenomen in het ontwerp tot wijziging van het Energiedecreet. De Raad beseft dat het een moeillijke evenwichtsoefening zal zijn om bij de uitwerking hiervan (via besluit) enerzijds voldoende ambitieus te zijn om de langetermijndoelstelling van 2050 te halen4 en anderzijds ook de betaalbaarheid voor iedereen te garanderen. Bij de memorie van toelichting van de ontwerpwijzigingen van het Energiedecreet wordt evenwel voorgesteld “om het toepassingsgebied van de energielening+ en het renteloos renovatiekrediet vanaf 1 januari 2023 uit te breiden: niet-energiezuinige woningen die tot label D renoveren kunnen een energielening+ krijgen van 20.000 euro; niet-energiezuinige appartementen kunnen een lening van 20.000 euro krijgen als ze renoveren tot label C en 10.000 als ze renoveren tot label D. Voor de rentesubsidie zullen gelijkaardige voorwaarden gelden.” Dit zou, eveneens vermeld in de memorie van toelichting, verankerd worden via een aanpassing van het Energiebesluit. Daarnaast werd het principe van verplichte renovatie vanaf label E tot label D herhaald in het Vlaamse Klimaatakkoord5. De Minaraad vreest evenwel dat personen of gezinnen met deze regeling de foute perceptie krijgen dat renovatie naar niveau D op lange termijn voldoende is, terwijl het vastgelegde einddoel voor 2050 label A is. De Minaraad merkt evenwel op, en apprecieert, dat de regering ook maatregelen heeft genomen om gezinnen aan te zetten tot een renovatie die verder gaat dan de norm. De bedoeling moet zijn om dit verplicht renovatiemoment aan te grijpen en zich niet enkel houden aan wat louter verplicht is. Een oppervlakkige renovatie tot label D vandaag kan later financieel of technisch een verdere renovatie tot label A belemmeren. Daarom beveelt de Minaraad aan om telkens een nieuw EPC te laten opstellen bij natuurlijke verandermomenten en om er voor te zorgen dat de deskundigen daarbij verplicht worden een renovatieplan richting 2050 op te stellen. Zo een renovatieplan dient daarbij uitgebreid te worden met technische opties voor zowel gefaseerde als totaalingrepen alsook met de inschatting van prijzen en subsidies. Deze informatie uit het EPC zou idealiter gekoppeld moeten worden met de woningpas. De Raad hoopt dat alzo burgers (nog) meer inzicht krijgen in de hen beschikbare renovatie-opties. Tot slot vraagt de Raad om de voorgestelde maatregel van renovatieverplichting tot niveau D na enkele jaren te evalueren en bij te stellen indien afgeweken wordt van het pad richting 2050.

gerenoveerd worden tot label C en moeten 4 energiebesparende maatregelen laten uitvoeren. Voor grote nietresidentiële gebouwen moeten enkel 4 energiebesparende maatregelen uitgevoerd worden. Vanaf 2023 moeten grote niet-residentiële gebouwen ook een minimaal aandeel hernieuwbare energie (5%) voorzien. VLAAMSE REGERING (2010), Energiebesluit Art. 9.3.1. 4 In mei 2020 keurde de Vlaamse Regering de Vlaamse Renovatiestrategie gebouwen 2050 goed als onderdeel van het NEKP 2030 met volgende streefdoelen 2050. Voor woongebouwen wordt het gemiddelde EPC-kengetal verlaagd met 75% tot EPC-label A (EPC-kengetal). VLAREG (2020), Langetermijnstrategie voor de renovatie van Vlaamse gebouwen, p. 11, 89 5 “Naar analogie met de renovatieverplichting voor niet-residentiële gebouwen (vanaf 1 januari 2022) zullen we ook aan

nieuwe eigenaars van energieverslindende woongebouwen (label E of hoger) vanaf 1 januari 2023 opleggen om binnen vijf jaar na notariële overdracht in volle eigendom hun woning te renoveren tot label D .” VLAAMSE REGERING (2021), Visienota: Bijkomende maatregelen Klimaat, p. 7

p. 2/4


Appreciatie wegvallen solidarisering aardgasaansluitingen bij nieuwbouw, maar tevens doortrekken naar bestaande woningen De Minaraad beschouwt het wegvallen van de solidarisering voor aardgasaansluitingen bij nieuwbouw (wijziging in het Energiedecreet, art. 4.1.13) als een correcte maatregel in functie van de klimaattransitie. De Raad vraagt zich echter af of de solidarisering van gasaansluitingen ook kan wegvallen voor bestaande woningen. Een noodzakelijke voorwaarde die de Raad hieraan verbindt, is het werken met een rollend fonds (dat investeringen prefinanciert en dat pas na verkoop terugbetaald dient te worden) en dit specifiek voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben. De Minaraad merkt ook op dat er tot op heden amper individuele woningen zijn aangesloten op een warmtenet6. Dit is merkwaardig aangezien in bepaalde gebieden er voldoende netwerkinfrastructuur en (rest)warmte aanwezig is. De Provincie West-Vlaanderen en de stad Oostende hebben daarom een proefproject opgezet om bestaande woningen aan te sluiten op hun warmtenet7. Het opzet is te achterhalen welke technische, financiële en mogelijk andere hindernissen er zijn die tot op heden verhinderen dat individuele woningen aangesloten worden op een bestaand warmtenet. De Minaraad vindt dit een zinvol proefproject en vraagt de Vlaamse Regering het mogelijk te maken dat meerdere van die proefprojecten overheen Vlaanderen opgezet kunnen worden. Zet in op een taks shift ten voordele van hernieuwbare energie De oorzaak van de hoge prijs voor elektriciteit ligt in Vlaanderen grotendeels bij eenzijdige heffingen, toeslagen en openbaredienstverplichtingen op elektriciteit8 waardoor (hernieuwbare) stroom duurder is dan fossiele brandstoffen9. Dit zorgt er vervolgens voor dat warmtepompen niet kunnen concurreren met fossiele alternatieven. Algemeen zijn de mogelijkheden in dit verband: herverdelen van deze lasten over alle energiedragers, verschuiven van deze lasten naar de algemene middelen of delgen van deze lasten door het invoeren van een (klimaat)taks In het Klimaatplan wordt gesproken van de “invoering van een gedifferentieerde aardgasheffing

bij ondernemingen en niet-residentiële afnemers aangesloten op lage- en middendruk naar analogie met de huidige energieheffing op alle afnamepunten van elektriciteit.”10 De inkomsten daarvan zouden benut worden “voor een taks shift van elektriciteit naar aardgas en tevens aangewend worden om investeringen in energiebesparing bij ondernemingen te stimuleren”.

De Minaraad is van mening dat deze voorgenomen Vlaamse aardgasheffing de aanleiding kan zijn om het debat over een gehele taks shift op Vlaams niveau aan te gaan. Temeer omdat het grootste deel van de toeslagen op elektriciteit in Vlaanderen, namelijk 84%11, afkomstig zijn vanuit

ODE (2018) Warmtenettten: sleutelrol voor duurzame warmte. VVSG Inspiratiedag, 8 feb. 2018 slide 12. Warmtenet Oostende (2021), Wij zoeken particuliere woningen om aan te sluiten op het Warmtenet Oostende. 8 PWC (2021), A European comparison of electricity and natural gas prices for residential, small professional and large industrial consumers, p. 40. 9 VREG (2021), Evolutie energieprijzen en distributienettarieven. 10 VLAAMSE REGERING (2021), Visienota: Bijkomende maatregelen Klimaat, p. 10. 11 Uit de doorrekening van het VREG-dashboard met informatie over de opbouw en de evolutie van de elektriciteitsprijs (update 17 november) blijkt, voor een gemiddeld gezin (1600 kWh overdag - 1900 kWh 's nachts) en dit in de periode oktober 2021, dat 15,6 procent van de heffingen afkomstig zijn vanuit het federale beleidsniveau terwijl 84,4% afkomstig 6 7

p. 3/4


het Vlaamse beleidsniveau. Naast bovenstaande oefening, vraagt de Minaraad de Vlaamse regering om samen met het federale bevoegdheidsniveau te onderzoeken hoe een taks shift geoptimaliseerd kan worden tussen beide bevoegdheidsniveaus. Zet meer in op verankering en beleidsacties inzake lokaal opgewekte groene warmte De Minaraad mist (bij deze decretale ingreep) aandacht voor lokale opgewekte groene warmte. In de beleidsnota Energie staat dat de Vlaamse Regering het als wenselijk beschouwt dat de lokale besturen concrete warmteplannen zouden (laten) opstellen voor hun grondgebied. Een dergelijke plan dient een warmtevisie, een warmtezoneringsplan en de nodige maatregelen te bevatten om alzo de energietransitie te kunnen realiseren. De Vlaamse Regering is ertoe bereid om vanaf 2021 de lokale besturen te helpen “bij de opmaak van lokale warmteplannen als onderdeel van de ruimtelijke energiestrategie die elke gemeente zal uitwerken”. Het Netwerk Klimaat zal daarbij weliswaar ondersteuning bieden bij de opmaak van lokale warmteplannen, maar het is tot op heden onduidelijk tot welke beleidsacties en met welke verankering (per decreet, andere wetgeving of (bindend) akkoord) de Vlaamse Regering uitvoering zal geven aan zulke plannen. De Raad hoop dat hier snel duidelijkheid over komt en is bereid om hier aan mee te werken. Aansluitende bij bovenstaande heeft de Vlaamse Regering, via de Beleidsnota Energie 2019-2024, beloofd dat er een nieuw Warmteplan 2025 zou opgemaakt worden in de loop van 202012. Tot op heden is er nog geen (ontwerp) document ter beschikking. De Minaraad is echter benieuwd naar het in opmaak zijnde Warmteplan 2025 en zou het graag – vooraf aan de publicatie – betrokken willen worden bij de opmaak hiervan. Aanpassingen gemeentewegen beperken tot de wegen die tot het openbaar domein behoren Een aantal kleine ontwerpwijzigingen (aan artikel 1.1.3, 4.1.27-28, 4.5.1. en 4.7.1. en 4/1.1.13-14 van het Energiedecreet) hebben betrekking op gemeentewegen en moeten er in essentie voor zorgen dat deze – voor wat betreft de aanleg en het onderhoud van leidingen, lijnen en warmte- of koudenetten – onder dezelfde regeling zouden vallen als de vergelijkbare installaties die zich op of onder het openbaar domein bevinden. Daartoe wordt om te beginnen de definitie van “gemeentewegen” overgenomen uit het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, met name “een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond”. In het Decreet Gemeentewegen wordt het volgende voorzien om gemeentewegen aan te leggen of te wijzigen: (*) een gemeenteweg kan slechts worden aangelegd of gewijzigd op grond van een voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad (art. 8); (*) hierbij moet de gemeenteraad rekening houden met bepaalde doelstellingen en principes, en, indien het er is, met een

is vanuit het Vlaams beleidsniveau. (1) Vlaams: energiekost ODV + distributie ODV en toeslagen: 82,89 + 137,68 = 220,57 € (18,1% van totale factuur); (2) federaal: transmissie toeslagen: 45,08 € (3,7% van totale factuur); (3) Heffingen: 24,19 € (2,0% van totale factuur). Op basis daarvan: federaal / Vlaams: 23,9% / 76,1% van de heffingen, toeslagen en openbaredienstverplichtingen. Indien de 'onzekere' heffingen ook Vlaams zouden zijn: federaal / Vlaams: 15,6% / 84,4%. VREG (2021), Dashboard prijzen elektriciteit (update van 17/11/21): “Hoewel dit op de figuur niet te zien is, is het

interessant op te merken dat in België de verhouding federale-regionale kosten vergelijkbaar is voor de component “alle overige kosten” en de netwerkkosten (transmissie-distributiekosten), namelijk 80-20.”, PWC (2021), A European comparison of electricity and natural gas prices for residential, small professional and large industrial consumers , p. 40. 12 “Ik zal in 2020 een nieuw Warmteplan 2025 uitwerken met doorkijk naar 2030 dat uitvoering geeft aan de ambitie om de productie van groene warmte te verhogen.” VLAAMSE REGERING (2019), Beleidsnota Energie 2019-2024, p. 47.

p. 4/4


gemeentelijk afwegingskader (art. 10); (*) het doel van het decreet is “om de structuur, de

samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren […], in het bijzonder [voor] de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit” (art. 3); (*) bij de principes van het decreet is opgenomen dat wijzigingen aan gemeentewegen moeten gebeuren “ten dienste van het algemeen belang” en steeds “een uitzonderingsmaatregel” zijn (art. 4); (*) het afwegingskader moet specifiek betrekking hebben op “wijzigingen aan het netwerk van gemeentewegen”. Als eerste wijst de Minaraad erop dat de centrale doelstelling van het Decreet Gemeentewegen dus de zachte mobiliteit betreft. Met voorliggende ontwerpwijziging van het Energiedecreet ontstaat er evenwel een risico op een verkeerde toepassing van dit Decreet Gemeentewegen. De openbare macht zou er immers toe kunnen overgaan om lukraak, i.e. los van enige ernstige mobiliteitsbehoefte, stroken met zogenaamde gemeentewegen aan te leggen of te wijzigen om dan over te kunnen gaan tot het aanleggen van de gewenste nutsleidingen. Een dergelijke toepassing van het Decreet Gemeentewegen zou neerkomen op oneigenlijk gebruik van de openbare macht, en vernietigbaar moeten zijn. Als tweede wijst de Raad er op dat bestaande gemeentewegen dikwijls ook het privaat domein doorsnijden. Bij de aanleg of het ontstaan van dergelijke gemeenteweg was het voor de betrokken eigenaars niet bekend dat daar ooit een nutsleiding door getrokken zou worden – en dat was evenmin de bedoeling van de zachte weggebruikers die tot het ontstaan van die gemeentewegen aanleiding hebben gegeven. Om die reden stelt de Raad voor om de toepassing van de gewijzigde bepalingen in de ontwerp van het Energiedecreet te beperken tot de gemeentewegen die duidelijk en ondubbelzinnig een openbaar karakter hebben. Indien het niet mogelijk is om dit te garanderen bij de uitvoering van het aldus gewijzigde decreet, vraagt de Minaraad om gemeentewegen die behoren tot het privaat domein expliciet uit te sluiten in de nu voorgestelde bepalingen. Betrokkenheid Minaraad bij uitwerking van de visienota “Bijkomende maatregelen Klimaat” De Minaraad heeft met veel aandacht de visienota inzake bijkomende maatregelen Klimaat doorgenomen (opgesteld en goedgekeurd na voorliggende ontwerpwijziging Energiedecreet). Wij kijken alvast uit naar de decretale en andere uitwerking hiervan en vragen hierbij betrokken te mogen worden. Met vriendelijke groeten, Piet Vanden Abeele, Voorzitter 2021

p. 5/4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
briefadvies_Minaraad_Energiedecreetfit55.pdf by Vlaanderen-be - Issuu