Skip to main content

Weliswaar_2021_april_mei.pdf

Page 1

APRIL-MEI 2021 NR.153

WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN

Hulplijnen piekten in 2020

Hard werken en toch arm zijn: “ALS WERKGEVER KAN JE MET KLEINE INSPANNINGEN EEN WERELD VAN VERSCHIL MAKEN.”


EEN LOCKDOWN IS NIET ALLEEN BREIEN EN BANANENBROOD BAKKEN

4 CORONA VERGROOT HET AANTAL WERKENDEN IN ARMOEDE Volgens de Universiteit Antwerpen leeft 4,8% van de werkenden in een gezin met een inkomen onder de armoederisicodrempel. “Armoede op de werkvloer is moeilijk meetbaar”, zegt Heleen Dom. “Het niet eenvoudig om de signalen te herkennen.”

2

| nr. 153 - april-mei 2021

In het najaar was dat wel anders. Het donker en de kou hielden meer mensen binnen. We hadden het stilaan wel gehad met dat breien, het bananenbrood kwam ons de oren uit en wandelen werd minder aantrekkelijk. We zaten meer en meer op elkaars lip. Voor velen versterkte de lockdown de situatie die er voorheen al was. Had je een goede relatie en een fijn gezinsleven? Veel kans dat je nog dichter naar je partner en kinderen toe groeide, of toch minstens elkaar niet de duvel aandeed. Maar wat als er onderhuidse spanningen sluimerenden? Dan zorgde de extra druk van de lockdown er in veel gevallen voor dat ze aan de oppervlakte

12

DOSSIER

020 was een jaar als nooit tevoren. We bleven massaal in ons kot. Sommigen met hun gezin, anderen met een partner of huisgenoten, singles in hun eentje. Wie kon thuiswerken, zag de collega’s amper of niet, tenzij via de telefoon of het scherm van de laptop. Sommigen konden hun draai goed vinden. Weggevallen hobby’s werden vervangen door amateurbakken – sommige mensen staken het ene na het andere bananenbrood in de oven – of door fanatiek breien of haken. En vergeet vooral de ontelbare wandelingen niet! Tijdens de eerste lockdown was het mooi weer. We konden na het werk nog even buiten en de kinderen konden zich uitleven in de tuin of in het park.

WERKENDEN IN ARMOEDE

© Stephan Vanfleteren

2

EEN UITZONDERLIJK JAAR VOOR DE HULPLIJNEN Soms wil je je verhaal niet kwijt aan vrienden of familie, maar liever aan iemand die je niet kent, voor wie je je niet moet schamen of bij wie je anoniem kan zijn. Een hulplijn contacteren is dan een goede oplossing. Dat gebeurde in 2020 massaal. Vanzelfsprekend zat het coronavirus daar voor iets tussen.


26

luisterend oor te bieden en te woord te staan. Daarvoor verruimden ze vaak hun contacturen en schakelden ze extra vrijwilligers in. Het was zonder enige twijfel een uitdagend jaar voor de hulplijnen. Hoe ze dit aanpakten, lees je in het dossier vanaf p. 11.

Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar

28

DENKERS IN WELZIJN

22

INTERVIEW

1712, de hulplijn waar mensen terechtkunnen met alle vragen over geweld, noteerde een pak meer oproepen, vooral van ongeruste buren. Omdat mensen meer thuis waren, hoorden ze vaker wat

er zich bij de buren afspeelde. Awel, de hulplijn voor jongeren, kreeg oproepen van studenten die niet bij hun ouders terechtkonden met zorgen over hun examens. CLBch@t stelde vast dat veel leerlingen met concentratiestoornissen kampten en voerde in 2020 ook veel meer gesprekken met ouders dan het jaar voordien. Tele-Onthaal kreeg mensen aan de lijn bij wie het zelfs niet lukte om één knuffelcontact te vinden, wat hen pijnlijk met hun neus op hun eenzaamheid drukte. Bijna alle hulplijnen noteerden in 2020 de helft meer tot zelfs dubbel zoveel oproepen als het jaar ervoor. Ze deden er alles aan om zoveel mogelijk mensen een

DE ESSENTIE

kwamen. De combinatie van thuiswerken of tijdelijke werkloosheid, de angst om de fysieke gezondheid, het permanente samenzijn met een partner en kinderen door thuiswerk en afstandsonderwijs was voor sommige mensen de druppel die de emmer deed overlopen. Dat ze zich niet konden uitleven in de sportclub of het hart konden luchten aan de toog, maakte de situatie er niet beter op.

CACHET VZW HELPT JONGEREN UIT JEUGDHULP

GEEN KWETSBAARHEID ZONDER STERKTE

MENSELIJKHEID IN DE ZORG

De vzw helpt jongeren om ‘de grote stap’ naar een zelfstandig leven vlotter te zetten. “Toen ik vijf jaar geleden ging studeren, was ik niet voorbereid op een leven als zelfstandig student”, vertelt Samantha. “Cachet hielp me daarbij.”

“Na het overlijden van mijn vader was lopen een houvast voor mij. Ik was er nog meer – misschien zelfs obsessief – mee bezig”, vertelt Louise Carton. Stilaan kwam ze tot het besef dat ze een eetstoornis had. Na therapie wist ze nieuwe prioriteiten te stellen.

Filosoof Willem Lemmens, een opvallende stem in het euthanasiedebat, vindt dat we moeten leren leven met beperkingen. “Moeten we alle technisch haalbare medische ingrepen uitvoeren? En wil je alle gezondheidsrisico’s van je kind op voorhand kunnen inschatten?”

Omslagillustratie Pieter Van Eenoge

nr. 153 - april-mei 2021 |

3


WERKENDEN IN ARMOEDE

Corona vergroot het aantal werkenden in armoede

HARD WERKEN EN TOCH ARM ZIJN Tekst: Janine Meijer | Foto’s Bob Van Mol

Bijna vijf procent van de werkenden leeft onder de armoedegrens. Ondanks een vast salaris kunnen deze medewerkers financieel niet rondkomen. Door de coronacrisis neemt de groep sterk in aantal toe. Het Netwerk tegen Armoede wil werkgevers bewustmaken van deze verborgen problematiek en werkte een coachingstraject uit. “Met een paar eenvoudige inspanningen maak je als werkgever een wereld van verschil.”

S

choonmaakbedrijf Care betaalt de lonen van haar arbeiders in twee delen. Rond de vijftiende krijgen ze een eerste deel. Aan het einde van de maand volgt het tweede deel. Ondanks deze maatregelen zijn er nog regelmatig werknemers die tussendoor een voorschot komen vragen. “Het toont aan hoe kwetsbaar de financiële positie van onze mensen is”, zegt salesmanager Chantal Moerenhout van Care. “Ze hebben geen marge. We zorgen er daarom altijd voor dat het geld exact op de beloofde dag op hun bankrekening staat.” De werknemers van Care zijn niet alleen. Volgens onderzoek van de Universiteit Antwerpen leeft 4,8% van de werkenden in een gezin met een inkomen onder de

4

| nr. 153 - april-mei 2021

armoederisicodrempel. “Armoede op de werkvloer is zeer moeilijk meetbaar”, zegt Heleen Dom. Ze is consultant duurzame tewerkstelling bij het Netwerk tegen Armoede, een koepelorganisatie van

“Armoede is een zeer complex en gelaagd probleem.” 58 verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen.“Voor werkgevers is het niet eenvoudig om signalen van armoede te herkennen. Mensen lopen niet te koop met hun moeilijke situatie. Ze proberen het te verbergen omdat ze zich schamen. Sommige werknemers wisselen regelmatig

van baan. In een korte periode is het voor een leidinggevende moeilijk om een beeld van de situatie te krijgen. Of mensen combineren twee of drie jobs en zijn maar beperkte tijd aanwezig bij dezelfde werkgever. Armoede kent vele gezichten. Er zijn werkenden met een goed diploma en een degelijk inkomen die toch niet rondkomen, omdat ze alleenstaande ouder zijn, schulden uit het verleden meeslepen of moeten zorgen voor een ziek gezinslid.”

SIGNALENKAART Toch zijn er signalen die wijzen op een armoedesituatie waarop werkgevers kunnen letten. Het Netwerk tegen Armoede werkte een signalenkaart uit. Werkgevers kunnen deze kaart online


invullen. Is de score hoog, dan is de kans groot dat er een verborgen probleem van armoede aanwezig is op de werkvloer. Een aantal indicaties ligt voor de hand, zoals de vraag naar een voorschot of het feit dat werknemers te maken hebben met loonbeslag. Maar ook andere signalen zoals vaak afwezig zijn, nooit deelnemen aan sociale activiteiten op het werk, niet over kinderopvang beschikken of gehuisvest zijn in een sociale woning kunnen wijzen op een verborgen financieel probleem. “Armoede is een zeer complex en gelaagd probleem”, weet Cindy Van Geldorp. Ze is ervaringsdeskundige en vormingswerker bij het Netwerk tegen Armoede. “Armoede heeft niet alleen te maken met

het bedrag dat op je rekening staat. Het is ook gelinkt aan het al dan niet beschikken over een sociaal netwerk. Wie vrienden of familie heeft die de kinderen van school of de opvang kan halen, kan langer doorwerken. Wie de weg weet te vinden in het administratieve doolhof is een stuk minder kwetsbaar. Ook digitale armoede is van tel. Wie niet over een computer of smartphone beschikt, mist een deel van de communicatie en komt daardoor in de problemen.”

“Corona treft onze doelgroep bijzonder hard. Ze werken vaak in onzekere arbeidsstatuten en in sectoren die een tijdlang stil hebben gelegen.”

“Bij armoede op de werkvloer zien we vaak een draaideureffect”, gaat Van Geldorp verder. “Mensen beginnen vol goede moed aan een nieuwe job, al dan niet met een tijdelijk of onzeker arbeidscontract. In sommige gevallen hebben ze te maken

met een wisselend uurrooster. Plots moeten ze hun leven helemaal anders organiseren. Bovendien komen er veel extra kosten bij kijken, zoals transportkosten, de rekening van kinderopvang, de aankoop van een nieuw paar schoenen of

HELEEN DOM, CONSULTANT DUURZAME TEWERKSTELLING BIJ HET NETWERK TEGEN ARMOEDE:

nr. 153 - april-mei 2021 |

5


WERKENDEN IN ARMOEDE

een smartphone. Het loon komt pas aan het einde van de maand. Maaltijdcheques krijg je nog later en op de dertiende maand moet je als werknemer vaak lang wachten. Sommige sociale voordelen zoals de huurtoeslag of de derdebetalersregeling vallen weg. Mensen in armoede hebben geen buffer waarop ze kunnen terugvallen. De eerste periode kan financieel heel zwaar zijn. Ze werken en verdienen een salaris, maar hebben nog minder financiële ruimte dan voorheen. Werkgevers zijn zich daar niet altijd van bewust.”

ADVIES OP MAAT VAN HET BEDRIJF Ook Chantal Moerenhout van Care geeft toe dat ze onvoldoende zicht had op de complexiteit van het probleem. Care heeft duizend werknemers in dienst waaronder bedienden en arbeiders. De laatste groep werkt lang niet altijd voltijds. Het schoonmaakbedrijf telt 750 klanten waaronder enkele grote namen zoals Carglass en Deloitte. “De schoonmaak is een sector die extra vatbaar is voor armoede onder werkenden”, weet Chantal Moerenhout. “Bij sollicitaties hoor ik vaak dat mensen al lange tijd van een uitkering leven. Een groot deel van onze medewerkers heeft een migratieachtergrond. Ze beheersen het Nederlands niet altijd even goed. Dat maakt hen kwetsbaar.” Moerenhout stelde het managementteam voor om een coachingstraject te volgen bij het Netwerk tegen Armoede. Het coachingstraject bestaat uit een armoedegevoeligheidsscan en een advies op maat van het bedrijf. Verschillende medewerkers van Care waren hierbij betrokken, waaronder iemand van de loonadministratie, maar ook districts‑ leiders en teamverantwoordelijken.

6

| nr. 153 - april-mei 2021

De scan brengt in kaart hoe gevoelig het bedrijf is voor armoede. Aan de hand van vragen wordt gepeild hoe het bedrijf scoort op zes topics die daarmee verband houden. Het eerste en meest fundamentele is inzicht in armoede. Daarna volgen nog communicatie, aanwezigheidsbeleid, werken in team, doorverwijzen en beschikbaar inkomen. Uit de scan blijkt dat Care al veel goede dingen doet op het vlak van armoedebeleid voor werknemers. Behalve de grote aandacht die gaat naar het op tijd betalen van de lonen, zijn er nog tal van positieve punten. Poetsmedewerkers krijgen bijvoorbeeld vaste klanten in de buurt van hun woning. Verder wordt er gezocht naar een goede match tussen werknemers en klant zodat medewerkers betrokkenheid voelen bij het werk. En op het vlak van communicatie verkiezen ze face-to-facecontact boven telefonisch contact zodat ook de lichaamstaal duidelijk is. Elke nieuwe werknemer bij Care krijgt een basisopleiding van twintig uur waarin een aantal digitale skills wordt aangeleerd, onder meer hoe je een e-mailadres aanmaakt. In samenwerking met de VDAB biedt Care ook cursussen Nederlands op de werkvloer aan. Moerenhout: “Dat kost het bedrijf tijd en geld, maar we zien de positieve effecten. Als je niet met elkaar kan communiceren, kan je ook niet samenwerken.” Toch formuleerde het Netwerk tegen Armoede ook een aantal adviezen. Een belangrijke eerste stap is het schrijven van een charter over armoede. Een bedrijf moet zijn visie op armoede bepalen en vragen beantwoorden. Wat wil het bedrijf als werkgever doen? En waar ligt de grens?

Een ander advies is het herschrijven van de bedrijfsbrochure Start to Work met daarin informatie over lokale sociale voorzieningen, zoals kindercrèches, OCMW’s en scholen. Werknemers verliezen vaak veel tijd en energie als ze zelf een crèche of een school moeten zoeken. Of ze worden van het kastje naar de muur gestuurd en raken gefrustreerd. Voor bedrijven is het vaak een kleine moeite om de lokale sociale voorzieningen in kaart te brengen en de informatie beschikbaar te stellen. Ook het arbeidsreglement werd vereenvoudigd. Dom: “Een arbeidsreglement is vaak een lange, saaie en moeilijk leesbare tekst. Ons advies is om alleen die zaken te melden die relevant zijn voor het poetspersoneel. We raden ondernemingen aan om eenvoudige taal te gebruiken en te werken met schema’s, foto’s en pictogrammen. Anderstalige of laaggeletterde werknemers kunnen visuele informatie makkelijker verwerken. Het klinkt misschien allemaal voor de hand liggend, maar met een paar eenvoudige ingrepen kan je als werkgever een wereld van verschil maken.”

STRESS BEHEERST HET LEVEN VAN MENSEN IN ARMOEDE Het Netwerk tegen Armoede wijst in het rapport van de armoedegevoeligheidsscan nog op een ander punt. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de hersenen van mensen met financiële problemen anders functioneren, wat hun gedrag verandert. “Wie in armoede leeft, ervaart veel stress en spanningen. Het brein is zo zwaar belast dat er vaak nauwelijks plaats is voor andere gedachten. Je hebt als het ware minder bandbreedte. Je verliest het overzicht, krijgt een tunnelvisie en het wordt


CHANTAL MOERENHOUT, SALESMANAGER CARE:

“De financiële positie van onze mensen is kwetsbaar. Ze hebben geen marge.”

moeilijker om op lange termijn te denken. De problemen worden groter en je belandt in een vicieuze cirkel”, legt Van Geldorp uit. Zelf heeft ze het ook meegemaakt. “Je bent alleen nog bezig met overleven en staat onder grote spanning. Het is lastig uitleggen aan mensen die niet in armoede leven, maar financiële problemen wegen zo zwaar dat je met niets anders bezig kan zijn. Ik was me in die tijd niet bewust van het feit dat ik in armoede leefde. Dat inzicht kwam pas later. De bewustmaking is heel belangrijk, anders kan je nooit opkomen voor je rechten. We hebben het bij het Netwerk tegen Armoede altijd over mensen in armoede en niet over armen. Het is cruciaal om de juiste terminologie te gebruiken.” Vanwege de beperkte bandbreedte waar mensen in armoede mee te maken hebben, is het belangrijk dat de werkgever heel duidelijk communiceert over wat hij van de werknemer verwacht. Een persoonlijk ontwikkelingsplan kan een antwoord bieden. Maar ook de figuur van een peter of meter kan veel bijdragen aan het verminderen van de stress bij kwetsbare medewerkers. Het systeem werkt alleen goed, stelt het Netwerk tegen Armoede, als er voldoende tijd is voor de peter of meter en de medewerker om elkaar te leren kennen. De peter of meter moet ook de ruimte krijgen om de taak op zich te nemen. Care heeft vroeger met een peter-en-metersysteem gewerkt. Het bedrijf is van plan om het initiatief nieuw leven in te blazen. “Je stapt als werknemer toch sneller af op een peter of meter dan op een leidinggevende als je een vraag hebt. De nabijheid van een vertrouwenspersoon geeft rust.” nr. 153 - april-mei 2021 |

7


WERKENDEN IN ARMOEDE

Het schoonmaakbedrijf is heel tevreden over de samenwerking met het Netwerk tegen Armoede. Een aantal suggesties is al uitgevoerd. De uitwerking van andere adviezen heeft vertraging opgelopen vanwege corona. Moerenhout benadrukt graag dat Care veel waarde hecht aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Het coachings­ traject maakt hier deel van uit. Tegelijk erkent ze dat het om een win-winsituatie gaat. “Het personeelsverloop in de schoonmaaksector is groot. Een sollicitatieprocedure uitschrijven, nieuwe medewerkers opleiden en inwerken: het kost allemaal veel geld. Hetzelfde geldt voor medewerkers die zich regelmatig ziek melden. Investeren in een goed personeelsbeleid waarbij je oog hebt voor de meest kwetsbare medewerkers is ook een slimme bedrijfsinvestering. Care heeft al twee jaar op rij het Voka Charter Duurzaam Ondernemen gewonnen. De ambitie is om het succes dit jaar te herhalen.”

8

| nr. 153 - april-mei 2021

CORONA VERGROOT HET PROBLEEM Het Netwerk tegen Armoede wijst bedrijven altijd op de voordelen van een investering in armoedebeleid. “De organisatie benadert actief bedrijven waarvan ze weten dat er potentieel werkende mensen in armoede aan de slag zijn om hun diensten aan te bieden. Er worden ook infosessies gegeven tijdens bijeenkomsten van VOKA of de VDAB. Sommige bedrijven vinden zelf hun weg naar ons.” “De vrees bestaat dat steeds meer werkenden de komende maanden in financiële problemen komen”, zegt Dom. “Corona treft onze doelgroep bijzonder hard. Ze werken vaak in onzekere arbeidsstatuten en in sectoren die een tijdlang stil hebben gelegen of nog steeds stilliggen. Dat is zeer zorgwekkend. We stellen vast dat de vraag naar coachingstrajecten en advies op maat nu al toeneemt. Er komt een drukke periode aan voor ons.”

CINDY VAN GELDORP, ERVARINGSDESKUNDIGE EN VORMINGSWERKER BIJ HET NETWERK TEGEN ARMOEDE:

“We spreken over mensen in armoede en niet over armen. Het is cruciaal om de juiste terminologie te gebruiken.”

>> www.netwerktegenarmoede.be/nl/ wat-kan-je-doen#werkgever >> www.netwerktegenarmoede.be/nl/ armoedegevoelig-hr-beleid >> Signalenkaart voor werkgevers: bit.ly/3cms77w


BIJSLUITER

GEBETEN DOOR CORONA Sinds het begin van de pandemie, ruim een jaar geleden, slorpt nieuws rond het coronavirus dagelijks verschillende uren van mijn professionele activiteiten op. Als arts-journalist volg ik van heel dichtbij de verhalen rond het virus, rond de ontwikkeling van de verschillende vaccins en de evolutie van de vaccinatiebereidheid. Ik schrijf over corona, geef webinars over corona, beantwoord vragen van ongeruste burgers, neem deel aan vergaderingen van de Vlaamse vaccinatiekoepel, de interfederale taskforce corona en van het internationale Vaccine Safety Net (WHO). In al mijn gedrevenheid, schreef ik tussendoor ook een boek over vaccinatie, samen met een jonge collega. Werken doe ik sinds een jaar grotendeels van thuis uit. Vergaderen doe ik digitaal. Mijn kinderen zie ik hoofdzakelijk via videochat. Ik volg de maatregelen als vanzelfsprekend. En toch … Op een blauwe maandag werd ik verkouden, althans daar leek het aanvankelijk op. De volgende dag had ik lichte koorts, hardnekkige spierpijn en vanaf dag drie een enorme behoefte om te slapen. De COVIDtest tekende positief. Shit, corona … Al snel merkte ik op dat ik amper geuren waarnam. Een appelcake in de oven merkte ik niet op. Een glas champagne smaakte jammer genoeg hetzelfde als spuitwater. Tien dagen quarantaine maken geen groot verschil als je al maanden thuiswerkt. Vermits ik niet de enige besmette was in ons gezin, zat ik bovendien niet alleen. Een geluk bij een ongeluk. Ik was nooit bang van het coronavirus, tot ik zelf ziek werd. Weten wat er kan misgaan, hoe klein dat risico ook is, en weten dat er geen goede behandeling bestaat voor een ernstige coronabesmetting, ging me niet in de koude kleren zitten. Ook de beelden van overvolle buitenlandse ziekenhuizen stonden op mijn netvlies gebrand. Gelukkig bleef het bij een milde vorm, zoals dat in meer dan 80% van de coronabesmettingen

het geval is. De symptomen hielden wel drie weken aan, vooral de vermoeidheid speelde me parten. Ik herinner me niet dat ik ooit zo moe geweest ben ondanks dat ik veel sliep, zowel ’s nachts als overdag. Na drie weken klaarde de lucht op. De energie keerde terug, de smaak en de geur geleidelijk ook. Ik lees in de vele verslagen en publicaties over COVID-19 dat de milde vorm geregeld vier tot zes weken, of langer, aanhoudt en dat de vermoeidheid soms maanden later nog aanwezig is. Daar ben ik dan mooi aan ontsnapt. De angst voor besmetting begrijp ik nu beter. Het onduidelijke verloop van de ziekte boezemt angst in. Niet alleen bij mij, ook in mijn omgeving. Bezorgdheid bij de ene, angst om ook besmet te worden bij de andere. Je bent het meest besmettelijk in de eerste dagen dat je symptomen ontwikkelt en dat blijf je ruim een week. Voor alle zekerheid houd je tien tot veertien dagen

quarantaine aan. Daarna, tenzij het de verkeerde kant opging, is alle besmettingsgevaar voor anderen geweken. Lastiger is dat je een tweetal dagen vooraleer de eerste symptomen opduiken, ook al besmettelijk bent. Zo kan het virus ongemerkt in je bubbel circuleren. En zo geschiedde. In de eerste weken na mijn quarantaine liepen sommige mensen toch nog in een boogje om me heen. Angst speelt een grote rol in deze pandemie. Een beetje bang zijn is gezond. Het helpt om de regels te blijven volgen. Te veel is niet nodig. De overgrote meerderheid komt er met lichte symptomen vanaf. Marleen Finoulst, hoofdredacteur Bodytalk

>> Marleen Finoulst & Wietse Wiels, Vaccineren: doen of laten?, ASP, 2021, 125 p., €15. ISBN 9789461171252 nr. 153 - april-mei 2021 |

9


KORT

100 JAAR GEZINSBOND: WENSEN VOOR DE TOEKOMST De eerste sporen van de Gezinsbond zijn terug te vinden in een manifest uit augustus 1920. Dat betekent dat de Gezinsbond zijn honderdste verjaardag viert. En dat doen ze onder andere door wensen voor de toekomst te verzamelen. Mensen laten graag van zich horen als er iets leuks te melden is, maar soms ook als ze verdriet hebben of als het ergens knelt. De Gezinsbond wil weten wat mensen prikkelt, wat hen boeit, waar ze van wakker liggen of wat hun wensen voor de toekomst zijn. Die boodschappen ontvangen ze graag op hun website voor 100 jaar Gezinsbond. Zo blijven ze ook in de toekomst signalen opvangen van gezinnen, vrijwilligers, betrokken academici en actieve middenvelders. Misschien bepaalt jouw wens of boodschap wel mee de toekomst van gezinnen? >>

Stuur jouw wens of boodschap in op www.100jaargezinsbond.be

MET DE TAXI NAAR HET VACCINATIECENTRUM De taxisector en de Minder Mobielen Centrale willen hun steentje bijdragen om personen met een verminderde mobiliteit in de Vlaamse vaccinatiecentra te krijgen. Lokale besturen spelen een belangrijke rol in de vaccinatiecampagne nu de eerste golf prioritaire vaccinaties achter de rug is. Een van de uitdagingen is ervoor te zorgen dat ook minder mobiele mensen hun weg naar de centra vinden. Lokale besturen zullen een beroep kunnen doen

op de taxisector en de Minder Mobielen Centrale. Elk vaccinatiecentrum kreeg middelen toegewezen voor de logistiek. Hoe die ingezet worden en hoe het vervoer van minder mobiele inwoners georganiseerd wordt, kunnen de lokale besturen zelf bepalen. >> www.laatjevaccineren.be

TE GEK!? MAAKT VAN HET HOOFD EEN ZAAK Al twee jaar werkt Te Gek!? samen met vijf organisaties onder één dak bij het Steunpunt Geestelijke Gezondheid. Sinds februari treedt het Steunpunt Geestelijke Gezondheid als geheel naar buiten onder de naam Te Gek!?. Met de baseline ‘maakt van het hoofd een zaak’ willen ze door te versterken, verbinden en vernieuwen samen de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg aanpakken. De vernieuwde organisatie zal niet enkel het taboe op geestelijke gezondheid verder verkleinen, maar ook inzetten op een humane geestelijke gezondheidszorg. Denk aan nieuwe methodieken en praktijkondersteuning, ‘kwartiermaken’, buddywerking, herstelacademies, herstelplatformen. Ze willen alle mensen verbinden, omdat psychische kwetsbaarheid een zaak is van en voor iedereen. Dat doen ze samen met de familie en de hulpverlener, met gelijkwaardigheid voor elke betrokkene. Verbinding, solidariteit en gastvrijheid zijn de beste garantie voor inclusie. Herstel is de basisvisie. Te Gek!? is bekommerd om de psychische gezondheid van de mensen en pleit voor een humane aanpak, want iedere mens verschilt en leeft op zijn eigen, unieke manier. Voor de gelegenheid ontwierp Élodie Ouédraogo een muts en schreef Lize Spit een tekst. Die vind je terug op www.tegek.be.

10 10

| nr. 153 - april-mei 2021


DOSSIER HULPLIJNEN

HULPLIJNEN PIEKTEN IN 2020 106, 1712, 1813, 102. Nummers waarvan je hoopt ze nooit te moeten indrukken, maar waarvan je toch blij bent dat er iemand aan de andere kant zit om te luisteren als je het nodig hebt. Soms wil je je verhaal niet kwijt aan vrienden of familie, maar liever aan iemand die je niet kent, voor wie je je niet moet schamen of bij wie je anoniem kan zijn. Hoe de luisterende oren achter de hulplijnen het erg uitdagende 2020 doorkwamen, lees je in dit dossier. 11


DOSSIER HULPLIJNEN

Bellen helpt

2020 WAS EEN UITZONDERLIJK JAAR VOOR DE HULPLIJNEN Tekst Liesbet De Vuyst | Foto’s Sigrid Spinnox, Geert Van de Velde, Bob Van Mol

12

| nr. 153 - april-mei 2021

1712 Wim Van de Voorde, coördinator: “De mails stroomden binnen. Onze telefoon en chatbox stonden niet stil. Dat is kort hoe het voorbije jaar er voor 1712 uitzag. Bij ons beantwoorden professionele hulpverleners vragen van zowel volwassenen als jongeren over geweld, misbruik en kindermishandeling.” “De meeste oproepen die 1712 kreeg, gingen over kindermishandeling. Die kwamen van volwassenen die zich zorgen maakten om een minderjarige. Opvallend


LUMI Nicolas Janssen, coördinator: “Lumi is een hulplijn voor iedereen met vragen over gender- en seksuele voorkeur. Waar normaal twee vrijwilligers op een avond onze lijn bemannen, schakelden wij op de drukste momenten iemand extra in. Zo slaagden we erin om in de eerste lockdown 65% meer oproepen te beantwoorden dan in dezelfde periode vorig jaar.” “In een normaal jaar bellen mensen vooral omdat ze twijfelen aan hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit, omdat ze het moeilijk hebben zichzelf te aanvaarden of omdat ze bang zijn voor de reacties bij een coming-out. In het voorjaar merkten we een toename in dat gepieker. Het isolement bracht meer tijd om na te denken. Daarnaast vielen praktische vragen op. Kan ik nog naar een vereniging? Corona is geen soa, wat met sexdating? We plaatsten daarom al in maart coronatips op onze website.” “Veel oproepers contacteerden ons meer dan één keer en gesprekken werden langer. Dat komt wellicht omdat het sociaal isolement woog en ze zich door hun bubbel niet

was dat buren ons meer contacteerden. Nu iedereen thuis moest blijven, zagen en hoorden zij veel beter wat er boven, onder of naast hen gebeurde. Ook gesprekken rond partnergeweld namen fors toe. We kregen daarover ruim 2.000 oproepen tegenover 1.140 in 2019. Sociaal isolement, een krappe huisvesting, alcohol- of druggebruik zijn risicofactoren. Een lockdown verscherpt die.” “Door een docureeks op tv over het thema kindermishandeling en de media-aandacht

“Opvallend was dat we veel meer oproepen kregen van buren.” errond, begon 2020 al meteen drukker. Toch was dat niets in vergelijking met de vloedgolf die in april over ons heen kwam. Alleen al in die maand kregen we een duizendtal oproepen, dubbel zoveel als het jaar ervoor. We waren niet voorbereid op zo’n crisis. Toch konden we kort

“Mensen die geen LGBTI+-vriendenkring hebben, missen het verenigingsleven.” ondersteund voelden. Gesprekken gingen ook over eenzaamheid. Mensen hadden nood aan een verenigingsleven, een groep waar ze zich gesteund voelden en anderen konden leren kennen. Toch moesten we hen vaak teleurstellen. Er waren wel LGBTI+-verenigingen die online activiteiten organiseerden, maar het aanbod was beperkt. Ook daten werd minder vanzelfsprekend. We hoorden daardoor veel singles die angst hadden geen partner meer te vinden. Voor een LGBTI+-persoon is het al moeilijker om iemand te ontmoeten, corona maakte er een extra uitdaging van.”

op de bal spelen. Aan het begin van de eerste lockdown lanceerden we een campagne waarin we tips gaven hoe gezinnen met spanningen en conflicten konden omgaan. In april verdrievoudigden we onze chaturen en breidden we onze telefoonpermanentie uit. Zo slaagden we erin om 50% meer oproepen te beantwoorden dan in 2019. Toch moesten we vaststellen dat ondanks alle inspanningen de helft van de gesprekken tijdens de eerste lockdown onbeantwoord bleef. Daarom zetten we nu extra lijnen in op piekmomenten.” nr. 153 - april-mei 2021 |

13


DOSSIER HULPLIJNEN

AWEL

NUPRAATIKEROVER.BE

Awel, de algemene luisterlijn voor kinderen en jongeren, voerde in 2020 een kwart meer gesprekken dan in 2019. De lijn zag daarnaast een duidelijke verschuiving in de gespreksonderwerpen. Tijdens de eerste lockdown piekten de oproepen over familiaal geweld. In de tweede golf stond mentaal welzijn op kop. Waar doorgaans vooral 13- tot 16-jarigen contact opnemen, was er in 2020 een enorme toename van 18-plussers. Tine* zit in haar eerste jaar aan de universiteit als de coronacrisis uitbreekt. Haar nieuwjaarsexamens waren geen succes. Ze is net met volle moed aan het tweede semester begonnen als het land op slot gaat. “Omdat ik hoogbegaafd ben, heb ik nooit moeten studeren om goede schoolresultaten te halen. Maar aan de universiteit kom ik in de problemen. Dat zorgt voor stress, want ik ben iemand die de lat voor zichzelf hoog legt en streeft naar perfectie. Thuis heb ik lieve ouders en een zus die me graag zien. Toch heb ik het gevoel dat ze me niet begrijpen. Ik beschouw mezelf als een buitenbeentje in ons gezin. We hebben vaak ruzie. Bij het begin van de eerste lockdown verlaat ik mijn kot en ga thuis wonen. Wanneer de spanningen tussen mijn ouders en mij oplopen, trek ik me huilend op mijn kamer terug. Andere ontsnappingsroutes zijn er niet. De campus is gesloten, afspreken met vrienden is verboden, mijn grootouders bezoeken mag niet meer. Het leven is eentonig en er is niets om naar uit te kijken.”

“In mei wordt het me te veel en bel ik een eerste keer met Awel. De vrijwilligster luistert en stelt me op mijn gemak. Ik laat niet snel mensen in mijn comfortzone toe, maar door de anonimiteit verloopt het gesprek vlot. De vrouw aan de lijn raadt me aan hulp te zoeken. Ik ga al naar een psycholoog, maar besef dat ik er niet altijd vertel wat me echt dwarszit. Ik neem me voor eerlijker te zijn tijdens de therapie. In de aanloop naar de tweede zittijd bel ik een tweede keer. De studiestress is enorm en zorgt voor nieuwe spanningen thuis. Ik krijg last van paniekaanvallen. Ik blokkeer helemaal en ben voor alles bang: de toekomst, mijn ouders, mezelf.”

“Het leven was eentonig en er was niets om naar uit te kijken.” “De gesprekken met Awel hebben een verschil gemaakt. Er werd naar mij geluisterd op een moment dat ik het gevoel had bij niemand terecht te kunnen. Er is natuurlijk altijd de psycholoog, maar die wordt betaald. De perceptie is anders. Dat je bij Awel een vrijwilliger aan de lijn krijgt, geeft je het gevoel dat er oprecht naar je geluisterd wordt. De vrouwen die ik sprak zaten met me in en wilden het beste voor me. Hun stemmen klonken warm en vertrouwd. Ze slaagden erin de chaos in mijn hoofd tot rust te brengen.” * Tine is een schuilnaam.

14

| nr. 153 - april-mei 2021

Ilse Van Campenhout, coördinator: “Minderjarigen die vragen hebben over mishandeling, verwaarlozing of seksueel geweld, of er slachtoffer van zijn, kunnen op onze chatbox terecht. Wij luisteren niet alleen, maar bieden ook concrete hulp. Dat betekent dat jongeren zich kunnen laten opvolgen en helpen door een van onze hulpverleners. Afgelopen coronajaar steeg zowel het aantal gesprekken als het aantal concrete hulpvragen.”

“We moesten niet alleen meer chatten, maar ook meer ingrijpen.”


“In een normaal jaar gaat bijna de helft van onze gesprekken over seksueel geweld zowel in als buiten de familie. Dat extrafamiliale geweld zagen we nu afnemen. Iemand die lastiggevallen wordt na een fuif, een aanranding in de sportclub: dat kon niet meer. Het aantal gesprekken over fysieke mishandeling thuis nam daarentegen bijna met de helft toe. Er waren niet alleen meer gevallen, het geweld werd ook frequenter en heviger. Doordat iedereen op elkaars lip leefde, stonden veel gezinnen onder druk. We noteerden een piek in april. Door de sluiting van de scholen, sportclubs en jeugdbewegingen konden jongeren niet ontsnappen. Waar onze chatters meestal weigerachtig staan om zich te laten helpen, hoorden we nu vaker de vraag om in te grijpen. Soms moesten we politie en crisishulpverlening inschakelen.”

CLBCH@T Tom Billiet, coördinator: “Bij CLBch@t luisteren CLB-medewerkers naar leerlingen van de lagere en middelbare school, maar ook naar hun ouders. Met de sluiting van de scholen in maart verdrievoudigde ons aantal gesprekken. Van half maart tot eind augustus voerden we er bijna 5.000, het jaar ervoor waren dat er in dezelfde periode 1.900. Wij hebben bij de start van de eerste lockdown onmiddellijk het aantal chat­ uren uitgebreid en er meer medewerkers op ingezet.”

“Veel leerlingen kampten met leer- en concentratieproblemen.” “We merkten vooral in het voorjaar een inhoudelijke verandering in de gesprekken op. Leerlingen meldden vaker angsten. Ze waren bang voor het virus zelf. Ze vreesden ziek te worden of een grootouder te ver­ liezen. We hoorden ook dat veel leerlingen zich zorgen maakten over hun schoolse motivatie. Die kreeg het zwaar te verduren tijdens de lockdowns. Velen kampten met leer- en concentratiemoeilijkheden. Door actief naar hen te luisteren konden we de leerlingen weer moed geven. Waar het nodig was, verwezen we door naar hulpverlening in of buiten het CLB.” “Een andere vaststelling het voorbije jaar is dat we in 2020 veel meer gecontacteerd werden door ouders. Waar wij in 2019 net geen 200 chatgesprekken met een ouder voerden, waren dat er vorig jaar meer dan 900. Ouders stelden ons vooral vragen over studiekeuze, leermoeilijkheden en studiemethode.”

nr. 153 - april-mei 2021 |

15


DOSSIER HULPLIJNEN

STOP IT NOW! Minne De Boeck, coördinator: “Stop it Now! werd vier jaar geleden opgericht voor mensen die zich zorgen maken over hun seksuele gevoelens of gedrag naar minderjarigen toe. Wij kregen het afgelopen jaar 459 oproepen tegenover 281 in 2019. De twee lockdowns waren de drukste periodes en dat hoeft niet te verbazen. Gevoelens van frustratie, angst en sociale eenzaamheid zijn eigen aan een lockdown, maar zijn ook risicofactoren voor seksueel kindermisbruik. We weten dat meer dan 30% van dat misbruik binnen de familie plaatsvindt. Niet alle huiskamers zijn dus even veilig.”

“Meer oproepen gingen over internetdelicten.” “Opvallend meer oproepen gingen over internetdelicten. Mensen brachten meer tijd door online. Ze zaten niet alleen in hun vrije tijd, maar ook voor hun beroep aan de computer. Voor iemand met een porno- of seksverslaving werd het moeilijker om niet aan die verslaving toe te geven. Wie te veel porno kijkt, heeft vaak meer triggers nodig. In hun zoektocht komen sommigen terecht bij misbruikbeelden van minderjarigen. Ook jongeren waren in 2020 door het afstandsonderwijs meer online en ouders controleerden minder. Chatten of webcamseks met een minderjarige werd daardoor gemakkelijker.” “Onze professionele hulpverleners luisteren niet alleen, maar verwijzen ook door wanneer daar nood aan is. Doordat de geestelijke gezondheidszorg in het voorjaar zwaar onder druk stond, ontstonden er wachtlijsten. Dat had ook gevolgen voor ons. Wanneer je iemand overtuigt om het probleem aan te pakken, maar de doorverwijzing verloopt moeilijk, dan dreig je mensen voorgoed te verliezen.”

16

| nr. 153 - april-mei 2021


TELE-ONTHAAL Jennifer Pots, coördinator: “Tele-Onthaal werkt al 55 jaar rond alle mogelijke thema’s. In een normaal jaar zijn relaties, mentale gezondheidsproblemen en eenzaamheid de meest voorkomende onderwerpen. Maar door het coronavirus voerden we tijdens de eerste lockdown heel wat gesprekken over angst om de fysieke gezondheid.”

“In vergelijking met 2019 steeg het aantal oproepen bij Tele-Onthaal met 15%. Dat was goed voor gemiddeld 380 oproepen per dag. Vooral alleenstaanden contacteerden ons. Vaak zijn dat mensen met een beperkt netwerk. Corona maakte de eenzaamheid nog confronterender. Toen we van de overheid slechts één knuffel­ contact mochten hebben, stelden sommigen vast dat zelfs dat niet lukte.”

“Alleenstaanden stelden vast dat zelfs dat ene knuffelcontact niet lukte.” “We merkten ook dat we meer oproepen kregen van actieve senioren: pas gepensioneerden die voor kleinkinderen zorgen en actief zijn in het

verenigingsleven vielen door de coronamaatregelen in een zwart gat. Er waren ook opvallend meer jonge oproepers. We hoorden vooral tienermeisjes klagen over de moeilijke relatie met ouders of leerkrachten. Tijdens de puberteit is die relatie al niet eenvoudig, corona zorgde voor extra spanningen. Die tieners hebben ervoor gezorgd dat onze chat geboomd heeft. Het aantal chatberichten is met een kwart gestegen.”

CAW EN JAC Frances Van Belle (CAW) en Berbe Luyckx (JAC): “Van half maart tot half mei moesten alle Centra Algemeen Welzijn (CAW) en het bijhorende jongerenonthaal JAC de deuren sluiten. Het CAW werkt met professionele hulpverleners. Die boden voor 2020 vooral fysiek eerstelijnshulp aan. In de eerste lockdown moest er noodgedwongen overgeschakeld worden op digitale en telefonische hulpverlening. Hoewel we wel al ervaring op dat vlak hadden, waren sommige hulpverleners eerder terughoudend. Maar ondertussen zijn zowel zij als ons cliënteel ervan overtuigd dat hulp vanop afstand werkt. In de toekomst blijven wij die mengvorm van fysiek, digitaal en telefonisch contact aanbieden.” “Door de sluiting van de fysieke onthalen, kregen het CAW en het JAC in de eerste helft van 2020 meer oproepen. Maar we stelden ook een toename van de oproepen vast via ons gratis nummer 0800 13 500. Waar vroeger mensen vooral bij het CAW of JAC terechtkwamen na doorverwijzing door een hulplijn of de huisarts, vonden ze nu zelf de weg. Ook jonge mensen meldden zich spontaan en dat vooral via onze chat. Niet alleen jongeren uit kwetsbare gezinnen bereikten ons, maar ook zij met een stabiele thuissituatie. De normale structuur die wegviel, was voor iedereen lastig.”

“We vermoeden dat veel mensen na corona de weerbots zullen krijgen.” “Dat 2020 een druk jaar was, staat buiten kijf. Maar wij houden ons hart vast voor wat er na corona zal gebeuren. We vermoeden dat veel mensen de weerbots zullen krijgen als het leven normaliseert. Op economisch vlak is er blijvende schade aangericht. Mensen met financiële problemen worden nu met hulpmaatregelen boven water gehouden. Wanneer die wegvallen, vrezen we dat velen kopje-onder zullen gaan. Ook de schooluitval op termijn baart ons zorgen.” nr. 153 - april-mei 2021 |

17


DOSSIER HULPLIJNEN

DE DRUGLIJN Ook bij De Druglijn was 2020 druk. Hoewel het aantal oproepen niet spectaculair steeg, werden er opvallend minder informatieve en veel meer hulpgesprekken gevoerd. Gesprekken duurden ook langer. Meer dan anders sprak de lijn met mensen die bezorgd waren over hun alcoholgebruik. Tijl* is vrijwilliger bij De Druglijn. Hij startte begin maart 2020 zijn opleiding, liep stage tijdens de eerste lockdown en deed zijn eerste gesprekken tijdens de tweede. “Ik kon me geen leerrijker jaar wensen.”

“De Druglijn was meer hulplijn dan ooit tevoren.” ZELFMOORD 1813 Kirsten Pauwels, coördinator: “De Zelfmoordlijn is de enige hulplijn die haar aantal oproepen vorig jaar niet zag stijgen. Dat komt wellicht omdat zelfmoord een lang proces is. Bijna de helft van de oproepers in 2020 meldde al meer dan een jaar suïcidale gedachten te hebben. Wel voerde de lijn ruim een kwart meer gesprekken dan in 2019 en moest dus minder oproepen doorschakelen naar Tele-Onthaal. Dat danken we aan onze vrijwilligers die met meer waren en ook meer permanenties voor hun rekening wilden nemen.” “Als iemand ons contacteert, gaan we eerst na hoe acuut het probleem is en welke risicofactoren een rol spelen. Bij die factoren zagen we wel verschuivingen. Zo meldden oproepers dat ze zich door de coronamaatregelen nog eenzamer voelden dan anders. We stelden ook vast dat meer oproepers alcohol of drugs gebruikten. Bij de vijftigers gaf bijna een kwart van de mannen aan met dat probleem te kampen. Financiële problemen verhogen ook het risico op zelfmoord. Toch zagen we daar geen toename. Het is wel een factor die we op lange termijn in het oog zullen houden.”

“Mensen hebben hoop dat het beter wordt.” “Gelukkig zijn er ook beschermende factoren die ervoor zorgen dat mensen volhouden. Daar stelden we geen veranderingen vast. Veel oproepers lieten weten dat ze hoop hadden dat de situatie weer beter zou worden. Een tweede reden waarom mensen geen zelfmoord plegen, is omdat ze hun naasten het verdriet willen besparen. Ook daar zagen we geen toenemende problemen.”

18

| nr. 153 - april-mei 2021

“Wat komt er op ons af? Dat vroegen ze zich bij De Druglijn in maart af. Niet onterecht, want de coronacrisis had een impact op onze werking. Waar De Druglijn de gewoonte had om grotendeels vanop kantoor gesprekken te voeren, moest ze overschakelen op telewerk. Dat zorgde ervoor dat de scheiding tussen privé en werk vervaagde. Je had niet meer de mogelijkheid om bij andere medewerkers te ventileren. Enkele vrijwilligers haakten daardoor af.” “Maar de crisis had vooral impact op de gesprekken. Ik ben in een moeilijke periode gestart. In februari kreeg ik de boodschap dat ik voor de helft informatieve oproepen zou beantwoorden. Toch stelde ik vast dat De Druglijn meer hulplijn was dan ooit tevoren. De meeste gesprekken die ik voerde gingen over alcohol. Mensen dronken meer tijdens de lockdowns en sommige kwamen daardoor in de problemen. Een van de belangrijkste adviezen aan iemand met een alcohol­ probleem is om iets leuks te doen als de drang om te drinken opkomt. Maar tijdens de lockdown waren de alternatieven beperkt. Het was ook frustrerend om te merken dat mensen hun probleem wel wilden aanpakken, maar bij een hulpverlenende organisatie op de wachtlijst terechtkwamen omdat er een patiëntenstop was.” “Een gesprek van een uur of langer was in 2020 geen uitzondering. Die langere oproepen wijzen erop dat mensen diep zaten. Er zijn verhalen die me zo geraakt hebben dat ik nadien een stevige wandeling maakte om te bekomen. Ik herinner me iemand die succesvol zijn verslavingsprobleem aan het aanpakken was, maar door corona zijn job verloor en niet meer naar de therapie kon. Het is moeilijk om tegen zo iemand te zeggen: ‘hou vol’. En toch is dat wat je moet doen. Ik motiveer door te wijzen op kleine verwezenlijkingen. Misschien heeft die persoon bijvoorbeeld al twee of drie dagen geen alcohol meer gedronken.” “Ik beantwoord vooral de telefoon. Het mooie daaraan is dat je hoort wanneer je iets hebt kunnen betekenen. In het begin krijg je iemand in tranen aan de lijn. Doorheen het gesprek merk je dat die rustiger wordt. Wij brengen niet de grote oplossingen aan, maar erover kunnen praten is voor velen al een hele opluchting.” * Tijl is een schuilnaam.


HULPLIJNEN IN CIJFERS

AANTAL OPROEPEN SCHOOT DE LUCHT IN

163% CLBch@t

2020 was ook voor de hulplijnen een bijzonder jaar. Meer mensen hadden nood aan een gesprek of aan hulp en belden daarvoor naar een van de algemene of gespecialiseerde hulplijnen die ons land rijk is.

75% 1712 ontving in 2020 ruim 2.000 oproepen over ­partnergeweld, in 2019 waren dat er 1.140.

voerde van half maart tot eind a ­ ugustus 2020 bijna 5.000 gesprekken, het jaar ervoor waren dat er in dezelfde periode 1.900. Ook ouders vonden meer hun weg naar CLBch@t: in 2019 waren net geen 200 chatgesprekken met een ouder, in 2020 meer dan 900.

65% Lumi beantwoordde tijdens eerste lockdown 65% meer ­gesprekken dan tijdens dezelfde periode in 2019.

63% Stop it Now! kreeg vorig jaar 459 oproepen van mensen die worstelen met pedofiele gevoelens. In 2019 waren dat er 281. 30% van het kindermisbruik vindt plaats binnen de familie.

±50% Nupraatikerover.be zag in 2020 het aantal gesprekken over seksueel geweld binnen en buiten de familie afnemen, terwijl het aantal gesprekken over fysiek geweld binnen de familie bijna met de helft toenam.

nr. 153 - april-mei 2021 |

19


14:23 Psychologe en wandelcoach Liesbeth Saerens is op pad met een van haar cliënten. Als je niet meer goed weet wie je bent, wat je wil in het leven en hoe je dat kan bereiken, kan je een afspraak maken om met Liesbeth te gaan wandelen. Samen ga je op zoek naar doelen, de obstakels die je daarvoor moet overwinnen en de stappen die je daarvoor moet zetten. Letterlijk dus. In de natuur komen haar cliënten tot rust en tot inzicht, raken ze geïnspireerd door wat ze onderweg tegenkomen en komt hun leven opnieuw in beweging. En dat helemaal coronaproof. >>  www.walktalk.be

20

| nr. 153 - april-mei 2021


nr. 153 - april-mei 2021 |

21


CACHET VZW Cachet vzw brengt verandering voor jongeren uit de jeugdhulp

“OOK WIE OPGROEIT IN EEN VOORZIENING HEEFT EEN TOEKOMST” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto Bob Van Mol

Op je achttiende op eigen benen staan na jaren in een jeugd­ hulpvoorziening is niet makkelijk. Cachet vzw helpt jongeren om ‘de grote stap’ naar een zelfstandig leven vlotter te zetten. In Mechelen werkt de vzw samen met het Sociaal Huis en Jeugdzorg Emmaüs (afdeling De Aanzet). Dat leidt tot structurele verandering.

S

amantha Geraerts groeide op in een jeugdhulpvoorziening. Ze getuigt regelmatig voor Cachet over hoe ‘de grote stap’ voor haar verliep. Om jongeren uit de jeugdhulp tips te geven en om begeleiders en hulpverleners te wijzen op de noden van jongeren. “Toen ik vijf jaar geleden alleen ging wonen was dat moeilijk”, vertelt Samantha. “Ik ging studeren, maar ik was niet voorbereid op een leven als zelfstandig student. Ik had altijd in een groep geleefd en plots moest ik alles alleen doen. Daarbij had ik totaal geen idee waar ik recht op had. Het weinige spaargeld dat ik had, ging naar tweedehands meubels, omdat ik niet wist dat ik een installatiepremie kon krijgen. En ik vond het eng, want ik hoorde weinig positieve verhalen over jongeren zoals ik die alleen gingen wonen.”

VOORBEELDSTAD MECHELEN Cachet erkent de problemen waar jongeren als Samantha op botsen. Al sinds het

22

| nr. 153 - april-mei 2021

ontstaan van de vzw tien jaar geleden worden jongeren beter voorbereid op ‘de grote stap’ met ontmoetingsavonden, kampen en workshops. “Vanuit de ervaringen van jongeren maakten we een brochure voor jongeren die op het punt staan om hun eigen weg te gaan. We hebben ook aanbevelingen voor hulpverleners en beleidsmakers gebundeld”, zegt Kris Clijsters, coördinator van Cachet. “Die publicaties vonden in 2013 hun weg naar het kabinet van gewezen minister Jo Vandeurzen. We werden gevraagd om een uitgebreider project op te zetten rond de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. In Mechelen gingen we met jongeren, begeleiders en hulpverleners op zoek naar hoe de overgang van het leven in een voorziening naar zelfstandig wonen beter kon. Onze bevindingen werden gebundeld in het boek Sur ma Route.” “Daarnaast brachten we in Mechelen het Sociaal Huis, het OCMW en De Aanzet met elkaar in contact en er ontstond een

intensieve samenwerking. Die partners gingen met alle aanbevelingen aan de slag en integreerden die in hun werking. Zo kent het OCMW jongeren uit de jeugdhulp nu bijvoorbeeld een leefloon alleenstaande toe, ook al wonen ze samen met vrienden. Daarnaast wordt er op vraag van de jongere afgezien van een inkomens­ onderzoek van de ouders bij de toekenning van een leefloon. Want vaak is de relatie met hun ouders zo vertroebeld dat jongeren dan liever van een leefloon afzien”, legt Kris uit. “En omdat het voor jongeren uit de jeugdhulp niet evident is om huisvesting te vinden, renoveerde het Sociaal Huis ook twee woningen in het centrum van Mechelen. Het zijn kleinschalige cohousing-wooneenheden voor jongeren die uitstromen uit De Aanzet.”


KRIS CLIJSTERS, COÖRDINATOR CACHET VZW:

“De verhalen van jongeren uit de jeugdhulp waren een wake-upcall. Die hebben tot actie geleid.”

RONDE VAN VLAANDEREN Cachet won met het Mechelse samenwerkingsverband de federale prijs voor armoedebestrijding in 2016 en de vzw startte met een Ronde van Vlaanderen, samen met het Sociaal Huis Mechelen en met De Aanzet, om ook andere steden en gemeenten te inspireren. Kortrijk volgde het Mechelse voorbeeld en ook Oostende was enthousiast. “We slaagden erin om heel wat lokale besturen wakker te schudden. Maar eerlijk gezegd hadden we meer van onze Ronde van Vlaanderen verwacht. We trokken naar elke centrumstad, maar het aantal OCMW’s dat het Mechelse model kopieerde, bleef volgens mij beperkt”, zegt Kris.

Hoe dat komt? “Omdat de OCMWwetgeving veel ruimte laat voor interpretatie van lokale besturen bij de toekenning van een installatiepremie of een leefloon”, meent Samantha. Kris knikt. “Daarnaast heeft het succes van Mechelen voor een stuk ook te maken met het engagement van een aantal individuen die ons echt wilden helpen. Wij brachten alle partners samen en investeerden zelf veel in die samenwerking. Maar om dat ook op andere locaties te doen, heeft Cachet de middelen niet.”

WEGEN OP HET BELEID Toch bracht Cachet op een aantal locaties blijvende verandering teweeg. De vzw woog ook op het beleid. Sur ma Route was een van de bronnen van het Vlaams actieplan jongvolwassenen.

Helpen politieke connecties om dingen te veranderen? “Dat kan helpen, maar je hebt toch vooral sterke inhoud nodig”, zegt Kris. “De verhalen van onze jongeren waren een wake-upcall. Door hun ervaring te delen, werd voor iedereen duidelijk dat er iets moest veranderen.” Samantha beaamt. En met haar kwam het goed. “Ik heb nu een vaste job, een relatie en ik woon op mezelf met mijn twee katten. Een verleden in de jeugdhulp wil niet zeggen dat je iets hebt misdaan en dat het slecht met je afloopt. Het is belangrijk dat dit ook eens wordt verteld.” Politiserend werken is deel van het DNA van sociaal werk. Maar wat is dat concreet? In het kader van #sterksociaalwerk brengen Weliswaar, Sociaal.Net en Socius goede praktijken in beeld. nr. 153 - april-mei 2021 |

23


MIRIAM MIRIAM versterkt alleenstaande moeders met een leefloon

“DIT PROJECT BRENGT ALLEENSTAANDE OUDERS OP DE RADAR’” Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto Jan Locus

In België zijn er in verhouding voor elke alleenstaande vader met een leefloon acht moeders. Daarom ontwikkelden de Nederlandstalige Vrouwenraad en de POD Maatschappelijke Integratie het project MIRIAM. Via dat project wordt in OCMW’s en/of lokale besturen een casemanager aangesteld die moeders met een leefloon intensief begeleidt. Het doel is om de moeders te versterken en het project structureel in te bedden in de werking van de OCMW’s en lokale besturen.

AN GIELEN, CASEMANAGER SOCIALE DIENSTVERLENING VAN DE STAD ANTWERPEN:

“De moeders hebben de regie in handen. Onze steun is aanklampend maar vrijblijvend.”

24

| nr. 153 - april-mei 2021

“I

n ons land zijn er heel wat alleenstaande ouders in armoede. Brussel alleen al telt maar liefst 65.000 eenoudergezinnen en veel van die gezinnen hebben het financieel moeilijk”, zegt Heidi Degerickx van de Nederlandstalige Vrouwenraad en projectcoördinator van MIRIAM. “De moeders die we met MIRIAM bereiken hebben daarnaast nog andere problemen. Bijvoorbeeld werk of huisvesting vinden, alimentatie verkrijgen, de taal spreken ... Vaak hebben de moeders nauwelijks een netwerk. Daar proberen de casemanagers verandering in te brengen”, zegt Heidi.

JONGE ANTWERPSE MOEDERS Een van die casemanagers is An Gielen. Zij werkt voor Sociale Dienstverlening van de stad Antwerpen en begeleidt sinds 2018 kwetsbare alleenstaande moeders tussen 18 en 25 jaar met een leefloon. “In Antwerpen kozen we voor jonge alleenstaande moeders – het project is daarom ingebed in onze Jongerenwerking – en werken we binnen één wijk. De moeders kunnen makkelijker een netwerk uitbouwen als ze in dezelfde buurt wonen en ze kunnen dan ook beter worden toegeleid naar buurtinitiatieven en lokale hulp”, legt An uit. “We selecteren de wijk op basis van cijfers van alleenstaande moeders en de kansarmoede-index van Kind en Gezin. We werkten al in Antwerpen-Noord, DeurneNoord, en de Merksemse wijk ‘t Dokske.”


“Als na een informatief gesprek vanuit de sociale centra blijkt dat moeders zich willen engageren, volgt een intakegesprek bij hen thuis. Huisbezoeken zijn heel belangrijk. Je kan de situatie van de gezinnen dan veel beter inschatten”, vindt An. “Ik vraag de moeders waar ze samen met mij aan willen werken, wat ze willen verwezenlijken, en dan stellen we een plan van aanpak op. De moeders hebben dus de regie in handen en mijn steun is aanklampend maar vrijblijvend. Elk jaar begeleid ik 12 tot 15 moeders en dat gebeurt zowel individueel als in groep, zodat de vrouwen elkaar ook kunnen versterken.” “Het traject dat we met de moeders doorlopen is intensief en duurt een jaar. Vertrouwen opbouwen is essentieel. En er is nauw overleg met de maatschappelijk assistent die de moeders ondersteunt en die hun dossier verder opvolgt als de MIRIAM-werking afloopt”, vertelt An. “We hebben ook heel wat partners waarmee we expertise uitwisselen: de sociale centra, de stedelijke kinderopvang, buurthuizen en -restaurants, Huizen van het Kind …” “De MIRIAM-methodiek is erop gericht om alleenstaande moeders een kans te geven om hun situatie – op verschillende levensdomeinen – wezenlijk te veranderen. En dat gaat niet alleen over het vinden van werk. Als vrouwen tijdens de begeleiding opteren om hun middelbaar diploma te behalen of een opleiding te volgen, is dat ook belangrijk een belangrijke opstap naar een beter leven”, concludeert An.

WETENSCHAPPELIJKE BASIS De effectiviteit van de methodiek werd getest met focus- en testgroepen en beginen eindmetingen. “Die wetenschappelijke basis zorgt ervoor dat MIRIAM niet alleen een uitvoerend project is, maar dat er ook beleidsaanbevelingen kunnen worden

HEIDI DEGERICKX, PROJECTCOÖRDINATOR MIRIAM:

“De Vrouwenraad zorgt ervoor dat wat er uit de projecten komt terugvloeit naar het beleid.”

gedaan”, zegt Heidi. “Eenoudergezinnen in armoede kwamen door dit project meer op de radar. Alleenstaande moeders krijgen er een stem door, en zowel regionaal als federaal gaat daar nu meer aandacht naar uit. Doordat MIRIAM gecoördineerd wordt door de Vrouwenraad, vloeit wat er uit de lokale projecten komt terug naar het beleid. Zo doen we onder meer aanbevelingen rond flexibele kinderopvang, betaalbare woningen en discriminatie op de arbeidsmarkt.” Soms brengt MIRIAM ook verandering teweeg binnen OCMW’s en lokale besturen. Is het project na een jaar positief? Dan is er veel kans dat het ingebed wordt in de reguliere werking van het lokale bestuur en de partners. “MIRIAM brengt het genderperspectief binnen; organisaties krijgen meer oog voor de link tussen genderongelijkheid en armoede”, zegt Heidi nog. “OCMW’s of lokale besturen

helpen ook om de MIRIAM-methodiek verder te verspreiden. En daarnaast ontstaan er door het project ook lerende netwerken om kwetsbare vrouwen niet alleen te empoweren, maar ze ook meer een plaats te geven in reguliere vrouwenbewegingen en -groepen.” MIRIAM bestaat sinds 2015. Het project werd toen uitgevoerd in de OCMW’s van Namen, Charleroi, Sint-Jans-Molenbeek, Leuven en Gent. In 2018 en 2019 volgden de OCMW’s en het lokaal bestuur van Antwerpen, Bergen, Brussel, Genk, Luik en Oostende en sinds 2020 wordt het uitgerold in Anderlecht, La Louvière, Mechelen, Schaarbeek, Seraing en Sint-Niklaas. Politiserend werken is deel van het DNA van sociaal werk. Maar wat is dat concreet? In het kader van #sterksociaalwerk brengen Weliswaar, Sociaal.Net en Socius goede praktijken in beeld.

nr. 153 - april-mei 2021 |

25


“ JE MOET STERK ZIJN OM JE KWETSBAAR OP TE STELLEN” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Stephan Vanfleteren

“Je kan nooit voor iedereen goed doen, al was dat wel lange tijd mijn drijfveer.”

26

| nr. 153 - april-mei 2021


DE ESSENTIE VOLGENS LOUISE CARTON

Louise Carton was jarenlang een veelbelovende veldloopster. Dat was al meteen duidelijk toen haar papa haar als kind een keertje meenam naar de Oostendse atletiekclub. Ze trainde naar kampioenschappen toe, rijfde medailles binnen en nam zelfs deel aan de Olympische Spelen. Tot ze in mei 2019 een blogpost online gooide over haar eetstoornis. Die veranderde de kijk op haar leven.

“Ik rolde spelenderwijs de atletiek in”, steekt Louise van wal. “Aanvankelijk trainde ik gewoon voor mijn plezier, competitie kwam er pas na een tijdje bij. Maar hoe langer hoe meer werd duidelijk dat ik er echt goed in was. Toen ik van Oostende naar Leuven trok om kinesitherapie te studeren, ging ik zelfs een tijdje deeltijds studeren om meer te kunnen trainen. Ik begon deel te nemen aan internationale wedstrijden en dat smaakte naar meer.” In 2014 overleed haar vader. “In die periode was het lopen een houvast voor mij. Ik was er nog meer – misschien zelfs een beetje

��

obsessief – mee bezig. Ik haalde goede resultaten, brak door en won ook inter­ nationaal medailles. Tegelijk was ik altijd nogal onzeker. Om dat te compenseren deed ik altijd mijn best om heel goed te presteren. Ik wilde graag aan de verwachtingen van andere mensen voldoen. Door mijn perfectionisme kreeg ik veel goedkeuring en appreciatie. Maar na verloop van tijd besefte ik dat dat geen respectvolle manier is om met jezelf om te gaan. Je kan nooit voor iedereen goed doen, al was dat was wel voor lange tijd mijn drijfveer.”

Lees op weliswaar.be verder over hoe Louise stilaan tot het besef kwam dat ze een eetstoornis had, hoe ze er met hulp van therapie grip op kreeg en hoe ze langzaamaan nieuwe prioriteiten leerde stellen.

nr. 153 - april-mei 2021 |

27


DENKERS IN WELZIJN

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.

Filosoof Willem Lemmens zoekt ­menselijkheid in de zorg

HANDELEN MET GEZOND VERSTAND Tekst Harold Polis | Foto Jan Locus

Voor filosoof Willem Lemmens (UAntwerpen) is het niet wenselijk om ethische kwesties in de zorg uitsluitend met procedures te regelen. Weliswaar sprak met hem over de complexe realiteit van de zorg en over de grenzen van onze kennis. Hij ziet in de zorg een duidelijke rol weggelegd voor filosofen.

Filosoof Willem Lemmens volgt de zorg van nabij. Hij is de afgelopen jaren een opvallende stem in het euthanasiedebat. Lemmens kiest steevast voor de nuance in een debat dat evenzeer over principes gaat als over concrete mensen met hun concrete problemen. Zijn interesse voor de zorg is mee gevoed door zijn werk. Lemmens doceerde bio-ethiek en zat ook in het ethisch comité van de faculteit geneeskunde (UAntwerpen). Bovendien was hij tot 2018 lid van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Willem Lemmens: “Ik zat in het Comité voor Bio-Ethiek als opvolger van de jezuïet en emeritus hoogleraar Fernand Van Neste (UAntwerpen). Ik heb toen vrij actief deel­ genomen aan het formuleren van een aantal adviezen. Dat comité heeft een grote invloed op de manier waarop er wordt nagedacht over gezondheidszorg en geneeskunde. Het is daar dat de Belgische euthanasiewet is voorbereid. Sterke figuren als wijlen Etienne

28

| nr. 153 - april-mei 2021

Vermeersch konden via hun aanwezigheid in het comité invloed uitoefenen op het beleid. Het comité moet een klankbord zijn van wat er leeft in medische, juridische en filosofische kringen.”

ZOEKEN NAAR ALTERNATIEVEN Een mogelijke depenalisering van euthanasie zou volgens u niet verhinderen dat het debat erover blijft doorgaan? “Dat is volgens mij onvermijdelijk: het intentioneel beëindigen van een leven zal nooit een gewone medische act worden. Ik stel vast dat mensen me blijven aanspreken over euthanasie, zowel artsen als mensen die afscheid hebben moeten nemen van een naaste. Soms is het heel concreet. Ik had onlangs nog contact met een familie waarin iemand euthanasie vraagt. De familie is van oordeel dat er nog een andere mogelijkheid is. De betrokkene in kwestie is

in een moeilijke situatie terechtgekomen, maar hoeft niet te sterven. Dat zijn zeer tragische situaties. Een arts of een jurist kan aangesproken worden om in zo’n geval te helpen. Ik ben van oordeel dat ook een filosoof zich niet aan zo’n gesprek kan onttrekken. Er zijn dus redenen waarom ik in het debat volhard.” Hoe komt het dan volgens u dat de discussie doorgaat? “Je kan ethische beslissingen niet vervangen door procedures. Paradoxaal genoeg suggereert onze liberale wetgeving rond euthanasie dat net wel. En procedure zou dan tot een glasheldere oplossing leiden. De wet heeft in dat opzicht iets misleidends. Tegelijk geloof ik steeds minder in de symbolenstrijd rond de wet. Veel artsen bekijken de euthanasiewet vandaag als een vaststaand feit. Ik begrijp dat. Er zijn ook nog mensen, soms katholiek geïnspireerd, die tegen de wet ageren. Ik deel hun bezorgdheid. We


FILOSOOF WILLEM LEMMENS (UANTWERPEN):

“We moeten in de toekomst leren leven met beperkingen. Moeten we bijvoorbeeld alle technische haalbare medische ingrepen echt uitvoeren? Is het wenselijk dat je alle gezondheidsrisico’s van je kind volledig op voorhand kan inschatten?”

moeten naar hen blijven luisteren, zo hoort het in een democratie. Persoonlijk denk ik dat de wet nu eenmaal een feit is. Maar ik zie ook veel artsen die zich zorgen maken om dingen die fout lopen. Een evaluatie van de huidige wet is hoe dan ook onvermijdelijk en dat moet grondig gebeuren.”

MOET JE ALLES WILLEN WETEN? Er duiken ook nieuwe bio-ethische discussies op. Patiënten gaan vandaag zelf op zoek naar informatie. Bovendien valt er ook gewoon meer te weten te komen over je gezondheid en je DNA. “Sommige wetenschappers die ik ken noemen die genetische screening een ­onomkeerbaar proces. Op basis van de kaart van het genoom weten we dan welke ziektes we zullen krijgen. In een extreem toekomst­ scenario test je de foetus en als de kans op genetische afwijkingen te groot is, dan krijg

“De taak van ­filosofen is het bredere plaatje tonen.” je het advies om de zwangerschap af te breken. Volgens mij is het niet denkbaar dat we volledig meegaan op dat pad: we hoeven helemaal niet alles te weten wat we kunnen weten. We zullen moeten leren leven met beperkingen. Door ruimte te nemen om bepaalde medische ingrepen niet te doen die wel technisch mogelijk zouden zijn. Het zou ook kunnen dat we ons erbij neerleggen dat we bepaalde dingen niet willen weten, of dat we de ruimte laten aan mensen om die houding aan te nemen. Is het bijvoorbeeld wenselijk dat je alle gezondheidsrisico’s van je kind volledig kan inschatten?” “Samen met wetenschappers moeten we nadenken over de impact van kennis op onze

gezondheid. We kunnen daar procedures over ontwikkelen die we toepassen in de concrete zorg, tot en met op het niveau van wetgeving. Dingen die we niet gaan doen. Beperkingen die we onszelf of specifieke sectoren opleggen. Een typisch voorbeeld is de collectieve beslissing om mensen niet te klonen. Tot nader order volgen we die afspraak.” Je neemt dus niet het grootst mogelijke nut als uitgangspunt in je denken over zorg. “We stellen vast dat die louter utilitaire calculus soms tekortschiet en ook onwenselijk is. Ik denk dat het de taak is van ethici, van humane wetenschappers in het algemeen en van mensen uit de medische wereld, om daar op een creatieve manier over na te denken. Hoe leggen we onszelf ook limieten op? Zo’n situatie is vrij nieuw in de geschiedenis.” �� Lees het volledige gesprek met Willem

Lemmens op www.weliswaar.be

nr. 153 - april-mei 2021 |

29


OF NIET SOMS?

WAAR BLIJVEN DIE VERPLEEGKUNDIGEN?

D

e VDAB publiceert jaarlijks cijfers over knelpuntberoepen. Dat de verpleegkundige in de cijfers voor 2021 als grootste knelpuntberoep naar voren komt, noemen de rapporteurs van de VDAB ‘niet verrassend’. In een moment van onoplettendheid kan je die spijtige vaststelling misschien normaal vinden. Er zijn immers zoveel problemen die slijten. Alles went. Ik stel voor dat we helemaal niet aan dat gevoel toegeven. Iedereen die ervoor ijvert om het beroep van verpleegkundige en zorgverlener aantrekkelijker te maken, verdient volop onze steun. Het tekort aan zorgverleners was voor de epidemie begon al ‘niet verrassend’ groot. Hoe langer de epidemie duurt, hoe meer druk er op de schouders van de hulpverlening zal liggen. Eens te meer is de toekomst van de zorg een kwestie van mensen. Overal ter wereld schudt de epidemie zorgsystemen door elkaar. Alle zwakke punten worden genadeloos blootgelegd: elke onderinvestering, alle systeemfouten, alle tekorten. We kijken jaloers naar een land als Zuid-Korea, dat na een uitbraak van het MERS-virus in 2015 met 38 doden zichzelf grondig voorbereidde op een nieuwe epidemie. Het resultaat is dat Zuid-Korea de eerste golf zeer goed opving en eigenlijk nooit in lockdown is gegaan. Bij nader inzien blijkt dat het land het welzijn van haar burgers onevenwichtig beschermt. De helft van de Zuid-Koreaanse 65-plussers leeft bijvoorbeeld in armoede: geen enkel land dat is aangesloten bij de OESO doet het slechter. De overheid slaagt er onvoldoende in om de krimpende informele en familiale zorg te vervangen door professionele zorg. Bovendien spuugt de Zuid-Koreaanse arbeidsmarkt oudere werknemers uit en bevoordeelt ze jonge, goedkopere mensen. De Zuid-Koreaanse zwijgcultuur maakt het plaatje volledig. Het is er gewoon not done om openlijk over tegenslag, geldgebrek of eenzaamheid te praten. De gunstige Zuid-Koreaanse coronacijfers tonen dus slechts een deel van de waarheid. Dat geldt ook voor onze cijfers. Ondanks de vele doden die we moeten betreuren, bleef de universele zorg bij ons overeind. Velen herontdekten wat solidariteit betekent. Wat hebben we voor elkaar over? Dat is het thema van de toekomst. De epidemie verplicht ook ons om zonder taboes na te denken

over de organisatie van de welzijnszorg. In geen geval ontsnapt de zorgsector aan de ontwikkelingen die in versneld tempo andere delen van de samenleving radicaal veranderen: de vergroening van de activiteiten, het herdenken van de fysieke werkvloer, het herijken van de balans tussen je gezinsleven en je beroep. Mogelijk zullen we ons van deze periode vooral de versnelde digitalisering van de zorg herinneren. Plots begon de dokter met ons te praten via platformen zoals Helena (een platform om je medische documenten te bekijken in een beveiligde omgeving) en WhatsApp. De kers op de taart van de coronarevolutie is echter de versnelde invoering van de stakeholderseconomie. Een democratisch gekozen overheid legt verantwoording af aan haar kiezers. Vanaf nu moeten ook bedrijven en instellingen volop rekenschap afleggen aan hun stakeholders en aan de brede samenleving. Ze kunnen altijd raad vragen aan de welzijnszorg: de mensensector bij uitstek. Die zorg heeft daarmee alle troeven in handen om in de toekomst meer medewerkers aan te trekken. Harold Polis

30

| nr. 153 - april-mei 2021


WAARIN ZIT HET VERSCHIL? Elke dag maken duizenden zorgverleners het verschil voor patiënten. Maar waarin zit dat verschil precies? Diverse (ex-) patiënten vertellen wat uitmuntende zorg voor hen betekent.

Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

��

Jaargang 27 - nummer 2 Editie april-mei 2021

Krista Bracke, Van mens tot mens. Hoe patiënten zorgverleners kunnen inspireren, LannooCampus, 2020, 132 p., €24,99. ISBN 9789401468299

DE SPELREGELS VAN EHEALTH EHealth is in de gezondheidszorg onmisbaar. Dit boek biedt patiënten, zorgverleners en zorgaanbieders alle noodzakelijke juridische hulp. Wat met de digitale verwerking van medische gegevens? Hoe gereguleerd en geïntegreerd is de toepassing van teleconsultatie in de gezondheidszorg? ��

Stefaan Callens, EHealth juridisch bekeken. Rechten en plichten voor patiënten, zorgverleners en zorgaanbieders, LannooCampus, 2020, 216 p., €29,99. ISBN 9789401470537

MYTHES OVER JONGEREN EN DRUGS De auteurs wikken en wegen hardnekkige mythes over verslaving bij jongeren. Ze bieden een omvattende visie op hoe we als zorgverleners en maatschappij beter kunnen omgaan met verslaving, zowel voor als tijdens de behandeling. ��

Johan Sools & Inez Vandenbussche, Eerste hulp bij verslaving. 10 mythes over jongeren en drugs, LannooCampus, 2020, 204 p., €24,99. ISBN 9789401461443

OVER ENERGIEGEVERS EN -VRETERS Je bent op je best wanneer je job samenvalt met wie je bent. Voor zorgverleners is zo’n houding evident. Maar deze gedrevenheid heeft ook een keerzijde. Dit boek toont hoe je de energiegevers voor je werk positief leert aanwenden en hoe je op tijd de energievreters ontwijkt. ��

Sybille Opdebeeck, Volkomen zorg. Op het pad naar bevlogenheid voor je patiënt, jezelf en je team, LannooCampus, 2021, 200 p., €24,99. ISBN 9789401470100

Redactie: Liesbeth Van Braeckel, Liesbeth Van Houdt Eindredactie: Harold Polis Medewerkers: Janine Meijer, Liesbet De Vuyst Tekeningen en cartoons: Pieter Van Eenoge, Nix Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Sigrid Spinnox, Stephan Vanfleteren Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Redactiebegeleiding en lay-out: Trendhuis Druk en distributie: Roularta Publishing Oplage: 15.036 ex Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@abonnementen.be of 078 35 33 13. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Tel.: 02 553 33 76 Fax: 02 553 31 40 Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

ETHIEK IN DE ZORG Een gids voor gedreven hulpverlening voor en door mensen en organisaties. Met getuigenissen en een stevige dosis gezond verstand biedt het zorgverleners die anderen willen inspireren een eigenzinnige inkijk in de kerndimensies van een ethisch inspirerende zorgcultuur, waaraan iedereen kan meewerken. ��

2021

WIW 153.21 JG27/nr.2

ISSN 1371-9092

Yvonne Denier, Het pluisbloemeffect. Hoe ethiek in de zorg aanstekelijk werkt, LannooCampus, 2021, 200 p., €25,99. ISBN 9789401470438 nr. 153 - april-mei 2021 |

31


V.U.: KARINE MOYKENS, SECRETARIS-GENERAAL, DEPARTEMENT WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, KONING ALBERT II-LAAN 35 BUS 30, 1030 BRUSSEL.

De artikels online lezen en op de hoogte blijven van nieuws rond welzijn en gezondheid?

WWW.WELISWAAR.BE

Afgiftekantoor Gent X Roularta Media Group Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare

TIJDSCHRIFT

Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Weliswaar_2021_april_mei.pdf by Vlaanderen-be - Issuu