Mevrouw Lydia PEETERS Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II laan 20 B-1000 Brussel
contactpersoon
ons kenmerk
Brussel
Frank Van Thillo
MORA_20220121_BR
21 januari 2022
fvthillo@serv.be
Fietsfonds Mevrouw de minister, Op 9 november 2021 ging u in dialoog met de Mobiliteitsraad naar aanleiding van de publicatie van de Beleids- en begrotingstoelichting 2021-2022 (BBT). Op dit overleg beklemtoonde u o.a. de prominente rol die u ziet voor de fiets als antwoord op de toenemende mobiliteitsdruk en de klimaatproblematiek. De MORA heeft al in meerdere adviezen aangegeven verheugd te zijn met deze focus en de historisch hoge budgetten die u ter beschikking stelt om fietsinfrastructuur te realiseren. De MORA is tevreden dat de vastgelegde kredieten het beoogde budget van 2021 halen. De Raad wil er ook op blijven toezien dat de vastgelegde middelen zich ook effectief vertalen in concrete fietsinfrastructuur op het terrein en niet worden aangewend voor andere modi. De provincies, steden en gemeenten zijn belangrijke partners om op het terrein meer kwalitatieve fietsinfrastructuur te realiseren. De ondersteuning die u via het Fietsfonds biedt om projecten op het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk en het fietssnelwegennetwerk te helpen realiseren, vormt hierbij een belangrijke stimulans. In 2021 investeerden de vijf Vlaamse provincies een recordbedrag van ongeveer 50 miljoen euro in de Fietsfondsprojecten van steden en gemeenten. Ook investeren de provincies in de fietssnelwegen. De werking van het Fietsfonds is zo geregeld dat Vlaanderen, na het voorschieten van de gemeentelijke en eigen kosten door de provincies, de provincies compenseert voor die bijdrage. Voor elke euro die de provincie zo investeert, legt de Vlaamse overheid er dus een euro bij. De Vlaamse overheid heeft het compensatiebedrag voor de provincies echter begrensd op 15 miljoen euro. Dit werd in de loop van vorig jaar aangekondigd toen de provincies al meer hadden uitgegeven op basis van behoeften die ze eerder hadden doorgegeven. De Vlaamse overheid kiest er dus voor om het hoge investeringsritme en de Mobiliteitsraad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel www.mobiliteitsraad.be – 02 209 01 11 – info@mobiliteitsraad.be
beleidsprioriteit voor meer fietsverkeer van haar provincies, steden en gemeenten niet te volgen en zet haar bijkomende middelen in voor de eigen gewestwegen en het Kopenhagenplan. De provincies nemen een sterke regisseursrol op bij de Fietsfondsprojecten. De beleidstandem tussen Vlaamse overheid en provincies dreigt stil te vallen. Dit valt te betreuren omdat deze projecten binnen de projectstuurgroep vaak al een grondige kwaliteitstoets hebben doorstaan, de nodige vergunningen hebben, al gerealiseerd zijn of mits financiering snel kunnen gerealiseerd worden. De MORA is ervan overtuigd dat ook deze projecten een wezenlijke bijdrage kunnen vormen aan uw beleid om van de fiets een volwaardig vervoersalternatief in ons mobiliteitssysteem te maken. De MORA wil u dan ook vragen om het budget van het Fietsfonds te verhogen, af te stemmen op de beoogde budgetten en prognoses die de provincies hebben opgemaakt, en efficiënter aan te wenden zodat ook deze projecten tijdig kunnen gerealiseerd worden. Via deze weg brengen we u graag ook nog eens ons Mobiliteitsverslag 2020 onder de aandacht dat volledig in teken stond van de fiets. We adviseerden om de prioriteiten voor fietsinfrastructuur te bepalen op basis van volledige routes of ketens en dit over vervoerregio-, provincie-, gemeente- en zelfs gewestgrenzen heen. Deze ketenaanpak vraagt een optimale samenwerking tussen alle betrokken wegbeheerders en stakeholders en een afstemming van investeringsmiddelen. De MORA vraagt om alle vastgelegde middelen voor fietsinfrastructuur ook effectief aan te wenden voor concrete realisaties op het terrein. Daarnaast herhaalt de Raad zijn oproep om maximale transparantie te verschaffen over de totale beleids- en betaalkredieten voor fietspadinfrastructuur. Dit is nodig voor de creatie van maatschappelijk draagvlak en om investeringen beter te kunnen stroomlijnen, opvolgen en desgewenst bij te sturen. Het moet het ook mogelijk maken om het vooropgestelde investeringsritme te kunnen toetsen aan concrete realisaties. Mogen wij u vragen of aan deze aanbeveling gevolg werd gegeven?
Met vriendelijke groeten,
Frank Van Thillo algemeen secretaris
Daan Schalck voorzitter
2