Vlaanderen is milieu
VMM VERNIEUWT GROTE STEUNBEER IN DIEST MINDER KANS OP OVERSTROMINGEN, BETER VOOR DE NATUUR In 1960 werd de Demer in Diest gedempt en rond de stad geleid. Het water vloeit sindsdien via de Grote Steunbeer, de oude stuw aan de Omer Vanaudenhovelaan, door de vroegere vestinggrachten. De komende jaren wordt de Grote Steunbeer gerestaureerd: de dichtgemetselde doorgangen worden heropend en er komen geautomatiseerde stuwconstructies. Samen met de heropening van de Demer in de stad zal de vernieuwing van de Grote Steunbeer Diest en omgeving nog beter beschermen tegen overstromingen.
www.vmm.be
De heropende Demer in het stadscentrum van Diest, ter hoogte van de Zichemsepoort.
INLEIDING De Demervallei rond Diest is van oudsher heel overstromingsgevoelig. Het gebied is laag gelegen en waterlopen moeten een lange weg afleggen voor ze de Schelde kunnen vervoegen. Om Diest te beschermen tegen overstromingen werden in de loop der jaren heel wat maatregelen genomen. Zo werd onder andere de Demer in 1960 gedempt en rond de stad geleid. De rivier was toen al jaren niet meer bevaarbaar en was een open riool geworden. Met de rivierbedding verdween echter ook een grote buffer voor regenwater. Daarom legde de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de Demer in 2016 weer open, deze keer proper, beleefbaar en veilig. Voor afvalwater werd een apart rioleringsstelsel voorzien. Het water dat door de ‘nieuwe’ Demer stroomt, komt voorlopig niet van de Demer, maar van de
2
nabijgelegen Begijnebeek. Dat komt doordat het waterpeil van de echte Demer stroomopwaarts van Diest te laag ligt. Het doel van de geplande werken aan de Grote Steunbeer, een historische stuwconstructie op de omgelegde Demer, is om het waterpeil te verhogen en de rivier weer echt door te stad te leiden. De renovatie moet ook de waterveiligheid en de beleving verhogen en de natuur in de omgeving een boost geven. WATERPEIL AANPASSEN Aan de Grote Steunbeer kon het water vroeger mondjesmaat door drie openingen. Twee van die openingen werden in de jaren 1960 deels afgesloten met een hoge betonnen drempel. In de middelste doorgang staat een oude houten schuif, die de brandweer in nood kan laten zakken. De bedoeling van de schuif en de drempels was
om het grote debiet van de Demer te beperken. Het stroomgebied van de rivier kan stroomopwaarts makkelijk 200 kubieke meter water per seconde aanleveren, terwijl de Demer stroomafwaarts maar 55 kubieke meter per seconde aankan zonder te overstromen. De Grote Steunbeer ‘knijpt’ het water en verlaagt het debiet in Testelt en Zichem, zodat overstromingen sterk beperkt worden. De rest van het water wordt tijdelijk opgeslagen in wachtbekkens, waaronder het Schulensbroek en het Webbekoms Broek. Het nadeel van de huidige constructie is dat de stuw niet regelbaar is in functie van droogte of wateroverlast. De nieuwe constructie in de Grote Steunbeer voorziet twee beweegbare klepstuwen en één centrale schuif. Die aanpak maakt twee belangrijke ingrepen mogelijk: 1
De stuwconstructie kan deels of volledig gesloten worden. Daardoor stijgt het waterpeil in de Demer (stroomopwaarts van de Grote Steunbeer) en kan de rivier niet alleen rond maar ook door de stad geleid worden. Een hoger waterpeil heeft ook een positieve invloed op de omliggende na-
De huidige Grote Steunbeer in Diest.
tuur. Als de debieten dalen (bij laagwater of in periodes van droogte) zal de stuwconstructie zich meer sluiten om het waterpeil in de Demer stroomopwaarts voldoende hoog te houden. 2
Als het debiet stijgt, zal de stuwconstructie langzaam openen tot de maximale afvoercapaciteit van de afwaartse Demer is bereikt. Die toestand blijft aangehouden
tot de wachtbekkens in de buurt zijn leeggelopen. Het wachtbekken van het Schulensbroek was oorspronkelijk bedoeld om één keer om de tien jaar vol te lopen. Momenteel gebeurt dat soms drie keer per jaar, een gevolg van toenemende verharding en de klimaatverandering. De wachtbekkens moeten dus sneller kunnen leeglopen om klaar te zijn voor een volgende episode van hoog water. Stroomafwaarts van de Grote Steunbeer is de Demer geklasseerd als een bevaarbare waterloop en staat De Vlaamse Waterweg in voor het beheer. In het kader van het Sigmaplan worden ook hier maatregelen genomen om wateroverlast tegen te gaan. Zo worden de dijken langs de Demer verwijderd en komen er verder landinwaarts nieuwe dijken om meer bufferruimte voor water te creëren. De vernieuwde Grote Steunbeer zal het mogelijk maken om de waterbuffers stroomopwaarts en stroomafwaarts langs de Demer beter te benutten, om zo de hele Demervallei te beschermen.
Zicht op het Schulensmeer, de permanente waterplas in het overstromingsgebied Schulensbroek.
3
WAT GAAN WE DOEN? De geplande werkzaamheden zullen plaatsvinden aan de Grote Steunbeer en op enkele andere locaties in de buurt. Ze omvatten telkens meerdere ingrepen.
•
Het vroegere sluishuisje is verdwenen en komt niet terug. Het bedieningsgebouw van de nieuwe constructie wordt in de wallen geïntegreerd, met erbovenop een uitkijkplatform voor wandelaars en fietsers. Op die manier worden de nodige hydraulische installaties en leidingen onopvallend weggewerkt. Er worden ook vuilafleiders voorzien om ervoor te zorgen dat zwerfvuil de installaties niet kan blokkeren en dat het niet door de stad stroomt.
•
Over de historische Grote Steunbeer werd jaren geleden een betonnen fietspad aangelegd. Die betonnen platen, die geen deel uitmaken van de oorspronkelijke constructie, worden weer weggenomen. Rond de gerestaureerde Grote Steunbeer komt een boogvormige ‘zwevende brug’ om fietsers en voetgangers door
Zwarte Beek Demer Teerlings Grote Steunbeer Demer door Diest
Grote Leigracht
Zwarte Beek Demer
CENTRUM DIEST Begijnebeek
WACHTBEKKEN WEBBEKOM
Demer
GROTE STEUNBEER •
•
4
Met twee nieuwe klepstuwen en een schuif zal de vernieuwde stuwconstructie weer ‘stuurbaar’ zijn. Al naargelang de omstandigheden wordt er meer of minder water doorgelaten. Door het waterpeil te verhogen kan het Demerwater ook in droge maanden door de ‘nieuwe’ Demer in het stadscentrum stromen. Na een periode met veel regen kunnen de wachtbekkens sneller leeglopen om het hoofd te bieden aan een volgende waterpiek. Dwars op de Oude Steunbeer staat een betonnen muur. Die werd gebouwd in 1960 en maakt geen deel uit van de historische constructie. Hij moest destijds beletten dat het water ooit nog Diest zou kunnen instromen. Om de Demer
Zwarte Beek
opnieuw door Diest te leiden, moet de muur worden weggenomen. Aan de binnenkant van de Omer Vanaudenhovelaan komt een automatische schuifconstructie die het centrum van Diest zal beschermen tegen hoogwater op de Demer.
UNIEKE WAAIERSLUIS AAN DE SASPOORT Tegelijk met de aanleg van de Grote Steunbeer werd in Diest een waaiersluis gebouwd. Dat is een houten sluisconstructie die wordt aangestuurd via ondergrondse kanaaltjes. De waaiersluis was bedoeld om het waterpeil in de Demerbroeken op te stuwen, zodat een eventuele vijand moeilijker zou kunnen naderen. Het systeem liet toe om de sluis ook tegen de waterdruk in te openen: een unicum in België. De laatste restanten van de Diestse waaiersluis bevinden zich aan de Saspoort, tussen de Demer en de Omer Vanaudenhovelaan. Een renovatie staat momenteel niet op het programma.
WAT GEBEURT ER MET DE TEIRLINGS? De ‘teirlings’ of teerlingen zijn gemetste pijlers uit donkere en lichte natuursteen, op 100 meter afstand van de Grote Steunbeer. Wellicht vormden ze ooit een noodoverlaat van de Demer naar de Zwarte Beek. De teerlingen zijn momenteel overwoekerd door planten, maar kunnen weer worden vrijgemaakt. Dat is niet nodig voor
een goed waterbeheer, maar zou wel mooi zijn vanuit historisch oogpunt. Bovendien kunnen de teerlingen opnieuw dienst doen als nooduitlaat bij een onverwacht defect aan de Grote Steunbeer. Het wandelpad dat vandaag over de stenen pijlers loopt, zou vervangen kunnen worden door een passerelle. De VMM en de Stad Diest bekijken nog wat er met de teerlingen zal gebeuren.
te laten. De brug wordt 3,5 meter breed en zal bestaan uit moderne materialen, zodat het onderscheid met de gerestaureerde stuw duidelijk zichtbaar is. •
De Grote Steunbeer is sinds jaren een beschermde constructie. De oude stuw werd in 1835 gebouwd en was bedoeld om het omringende land onder water te zetten bij een dreigend militair conflict. Zo wilde men de opmars van de vijand vertragen. Alle onderdelen van de stuw worden maximaal bewaard en archeologisch hersteld. Ook de historische muren rond en tegenover de Grote Steunbeer worden gerestaureerd. Waardevolle planten zoals eikvaren blijven behouden.
Maquette van de gerenoveerde Grote Steunbeer met daarrond het nieuwe boogvormige fietspad.
5
BEGIJNEBEEK EN VIJVERS ROND DIEST •
De ‘nieuwe’ Demer in het centrum van Diest wordt op dit moment gevoed door de Begijnebeek, een zijloop die net stroomafwaarts van de Grote Steunbeer in de Demer uitmondt. De Begijnebeek zal straks uitmonden in de omgelegde Demer via een nieuwe koker onder de Ring. Bij lage waterstanden zal de beek door de stad blijven stromen. Wordt er veel regen verwacht, dan gaat de inlaat van de Demer richting Diest dicht en wordt het beekwater naar de omgelegde Demer geleid. Op die manier zakt het waterpeil
Sinds de heropening van de Demer in het centrum van Diest houdt de stad regelmatig een ‘eendjesrace’. Die trekt steevast veel bezoekers.
6
van de Demer in het stadscentrum en komt er ruimte vrij om regenwater te bufferen. •
Ook de stadsvijvers rond Diest, ter hoogte van recreatiedomein De Halve Maan, worden via een nieuwe constructie met de Begijnebeek verbonden. Zo kunnen ze gebruikt worden als bijkomende waterbuffers, onder meer om het laaggelegen begijnhof te beschermen tegen wateroverlast. Is het erg droog en staat het waterpeil in de vijvers te laag, dan kan de nieuwe constructie gebruikt worden om de Begijnebeek op te stuwen en de vijvers bij te vullen. Nu droogte stilaan een even groot
probleem wordt als overstromingen – een gevolg van de klimaatverandering – is het belangrijk om een integraal waterbeheer te voeren. De geplande stuwconstructie op de Begijnebeek maakt daar deel van uit. DEMER DOOR DIEST •
De oude Demerbedding in Diest, die water door de stad leidt, werd in 2016 heropend. De nieuwe, propere Demer is intussen een eyecatcher van formaat. Ze vormt onder meer het decor voor de ‘eendjesrace’, waarbij duizenden badeendjes om ter snelst door de Demer dobberen. De
geplande werkzaamheden aan de Begijnebeek en de Grote Steunbeer zullen ervoor zorgen dat het waterpeil in de nieuwe Demer hoger komt te liggen en dat het water sneller stroomt, wat de rivier nog mooier zal maken. STROOMAFWAARTS VAN DIEST NAAR ZICHEM •
Het waterpeil van de Demer in Diest wordt nauwlettend in het oog gehouden. Om het waterbeheer verder te verbeteren, wil de VMM in de hele stad hetzelfde waterpeil aanhouden. Dat geldt ook voor de ‘oude’ Demer, het stuk van de rivier stroomafwaarts van de
Zichemsepoort, waar nog geen werkzaamheden gebeurd zijn. De verzande rivierbedding van de oude Demer wordt uitgebaggerd en een meter dieper gemaakt. Tegelijk komt er een bestuurbare stuwklep tussen de oude en de omgelegde Demer, ter hoogte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Aquafin. Die klep moet toelaten om het waterpeil in Diest te verlagen of te verhogen, al naargelang er meer of minder nood is aan ruimte om regenwater op te vangen. De nieuwe klepconstructie wordt 3 meter breed en 2,5 meter hoog.
MEERDERE DOELEN TEGELIJK REALISEREN De renovatie van de historisch stuw aan de Saspoort in Diest is een multidisciplinair project dat meerdere doelen tegelijk wil realiseren. De nieuwe stuw biedt bescherming tegen overstromingen en maakt vismigratie mogelijk. De geplande moderne fietsbrug en het hogere waterpeil van de Demer in Diest verbeteren de beleving in de stad. Door de Grote Steunbeer kwaliteitsvol te restaureren krijgt waardevol erfgoed een nieuwe functie en wordt het ook in de toekomst optimaal beheerd. Door de handen in elkaar te slaan met de Stad Diest, Natuur en Bos, Onroerend Erfgoed en andere partners kan de VMM veel méér realiseren dan alleen een nieuwe stuw. Op die manier biedt het project een belangrijke meerwaarde.
7
STREEFDOELEN VOOR OMGEVING EN NATUUR Naast waterveiligheid, beleving en erfgoedbescherming hebben de werken aan de Grote Steunbeer in Diest ook ecologische doelen. Een stijging van het grondwaterpeil moet de natuur in de buurt een boost geven. Tegelijk worden enkele vismigratieknelpunten weggewerkt. DALEND GRONDWATERPEIL WEER VERHOGEN Het waterpeil in de Demer werd eeuwenlang hoog gehouden om de Ezeldijkmolen in de stad vlot te laten draaien. Toen de rivier in 1960 werd gedempt en rond de stad werd geleid, had dat ingrijpende gevolgen. Het waterpeil stroomopwaarts van de stad zakte met maar liefst 2 meter. Ook de grondwaterstanden langs de
8
rivier namen af. Dat zorgde voor een verdroging van het Webbekoms Broek, het wachtbekken en natuurgebied stroomopwaarts van de stad. Een van de hoofddoelen van de geplande waterwerken aan de Grote Steunbeer en de Begijnebeek is om het waterpeil in de Demer opnieuw te verhogen tot het niveau van 1960. Zo kan het rivierwater niet alleen rond, maar
ook weer door de stad stromen. De opstuwing van het water zal ervoor zorgen dat ook het grondwaterpeil in de stroomopwaartse vallei zal stijgen en dat het Webbekoms Broek opnieuw natter wordt. Die hogere grondwaterstanden zijn nodig om de natuurdoelen in het gebied – meer moerasvegetatie en natte graslanden – te realiseren. Het doel is om een groter en beter leefgebied te creëren voor onder meer zeldzame moerasvo-
gels. Het agentschap Natuur en Bos, dat het gebied beheert, gaat nog bijkomende vernattingsmaatregelen nemen om de stijging van het grondwaterpeil extra te boosten. De nieuwe ‘wetlands’ of natte natuurgebieden die door de verhoging van het grondwater ontstaan, kunnen een belangrijke rol spelen in de strijd tegen de klimaatverandering. Wetlands zuigen regenwater op als een spons en geven het maar mondjesmaat weer af. Daardoor zijn ze een bondgenoot in de strijd tegen zowel wateroverlast als verdroging. VISMIGRATIEKNELPUNTEN WEGWERKEN Een tweede ecologisch aspect van de nieuwe constructies op de Demer is de impact op de vismigratie. De Grote Steunbeer is vandaag een vismigratieknelpunt: het water stroomt er te snel en met een te groot verval om vissen er tegenin te laten zwemmen. Dat is nadelig, omdat de Demer aan de Saspoort een toegangspoort vormt tot een groot waternetwerk, met onder
ZEEPRIK OP KOMST IN SCHULENSMEER? Tijdens het vismigratieonderzoek van het INBO werden onder meer twee zeeprikken gevangen. Dat is een vissoort die tot voor kort als uitgestorven werd beschouwd in Vlaanderen. Door de verbetering van de waterkwaliteit keert de zeeprik nu stilaan terug naar de Vlaamse waterlopen. De vangst van twee zeeprikken vlak bij de Grote Steunbeer is een hoopvol signaal. Als we dit vismigratieknelpunt kunnen wegwerken, kunnen vissen zoals de zeeprik, de rivierprik en de paling heel ver landinwaarts geraken. Dan ligt een heel nieuw netwerk van beken en kleinere rivieren voor hen open.
meer de Gete, de Herk, de Velpe en de Mangelbeek. De helft van alle waterlopen in Limburg stroomt af naar de Grote Steunbeer. Al die wateren zijn vandaag onbereikbaar voor vissen die vanuit de zee en de Schelde landinwaarts willen zwemmen. Door het water in de toekomst op te stuwen, wordt vismigratie alleen nog maar moeilijker. Daarom gaat de VMM op enkele goedgekozen locaties vispassages aanleggen. De beste plaats voor een vispassage Om te bepalen waar de vispassages best komen, vroeg de VMM
in 2014 aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) om het zwemgedrag van de vissen nabij Diest te bestuderen. Enkele vissen werden met zendertjes uitgerust, zodat we hun verplaatsingen konden volgen. Daaruit bleek dat vissen momenteel niet voorbij de Grote Steunbeer geraken. Ze vinden ook moeilijk hun weg naar de Zwarte Beek, die 500 meter voor de historische stuwconstructie op de Demer aansluit. De meeste vissen volgen de sterkste stroming en gaan pas aan de Grote Steunbeer, waar ze niet meer verder kunnen, op zoek naar een doorgang.
Artistieke impressie van de vismigratieweg tussen de Zwarte Beek en de Demer.
Daarom gaan we vlak bij de huidige grote stuwconstructie een vlotte doorsteek creëren naar de Zwarte Beek. Via de Zwarte Beek kunnen de vissen dan Diest voorbij zwemmen. Voorbij de stad, aan de verdeelconstructie K31 tussen Zwarte Beek en Demer, maken we een nevengeul, zodat de vissen weer de Demer in kunnen. De aanleg van de vispassages kadert in de Europese Kaderrichtlijn Water, waarin de Demer de hoogste prioriteit heeft als een weg te werken knelpunt voor vismigratie. Door het waterpeil in de Demer op te stuwen, zal ook een vismigratieknelpunt op de Velpe vanzelf verdwijnen.
9
DYNAMISCH WATERBEHEER Een complex project zoals dat rond de Grote Steunbeer gaat niet zomaar van start. De VMM rekent vooraf nauwkeurig uit of de beoogde doelen behaald zullen worden en of er neveneffecten kunnen zijn. Een dynamisch waterbeheer moet alle vormen van wateroverlast – zowel overstromingen als verdroging – zoveel mogelijk voorkomen.
In de jaren 1990 werden alle waterlopen in Vlaanderen gedetailleerd opgemeten. De data werden samengebracht in een vooruitstrevend computermodel. Daarmee konden onderzoekers voorspellen op welke plaatsen er al dan niet overstromingen zouden komen. Dertig jaar later is het oorspronkelijke watermodel verder ontwikkeld tot een real-time-instrument dat nauwkeurig kan voorspellen hoe een waterloop zich gaat gedragen. Het model omvat alle meetdata van waterlopen, stuwen, schuiven, wachtbekkens, pompstations en andere constructies, maar ook hoogtemodellen, neerslagmetingen, gemiddelde en actuele waterpeilen, radargegevens en
nog veel meer. Op basis van al die data kunnen we bijvoorbeeld achterhalen hoe een waterloop zal evolueren in een bepaald klimaatscenario. De VMM gebruikt het simulatiemodel ook om vooraf na te gaan welke impact bepaalde werkzaamheden zullen hebben, zodat er geen ongewenste neveneffecten ontstaan. Een maatregel tegen wateroverlast mag bijvoorbeeld geen extra last veroorzaken op een andere locatie. Zodra de werken in en rond Diest achter de rug zijn, zal het real-time-voorspellingssysteem ingezet worden als een dynamisch beheer- en bewakingssysteem. Het model zal mee bekijken waar en wanneer er wateroverlast verwacht
wordt, wanneer de wachtbekkens gevuld moeten worden, waar een wateroverschot nog naartoe kan als de wachtbekkens vol zijn en wanneer een waarschuwing aan de orde is. MEER BUFFERCAPACITEIT Naast bewaking zetten we ook in op een dynamischer waterbeheer. De huidige voorspellingssystemen gebruiken de vaste instellingen die in bepaalde waterbouwwerken geprogrammeerd zijn. Dat werkt wel goed, maar op en rond de Demer zullen straks zoveel stuurbare bouwwerken staan dat we ook efficiënter kunnen gaan werken. Wordt er bijvoorbeeld veel regen voorspeld,
Overstromingskaart op basis van computersimulaties. Linksboven ligt de stad Diest; de donkere vlek rechtsonder is het Schulensmeer in Linkhout.
10
HOE WERKT EEN WACHTBEKKEN?
Luchtfoto van een gevuld Webbekoms Broek. Let ook op de waterberging in tal van laagten in de omgeving.
dan kunnen we het waterpeil in de Demer vooraf al verlagen, zodat er meer buffercapaciteit vrijkomt voor regenwater. We kunnen ook wachten om een wachtbekken te vullen tot het echte piekdebiet van een storm eraan komt. De wachtbekkens blijven een hulpmiddel: er kan altijd een storm komen die zo zwaar is dat de rivieren en de wachtbekkens het water niet meer kunnen slikken. Dan komt het erop aan om de buffercapaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten. Met een dynamisch opvolgsysteem willen we de maximale efficiëntie uit onze wachtbekkens halen. Als extra vernieuwing gaan we in Diest ook inzetten op waterberging in het landschap. We rekenen niet alleen op de officiële wachtbekkens, maar brengen elk stukje grond in kaart dat in nood gebruikt kan worden om water vast te houden. Zo kunnen we bijvoorbeeld de vijvers rond Diest inschakelen als bufferzones. Door de klimaatverandering zullen we in de toekomst veel meer neerslag te verwerken krijgen op kortere periodes. Waar overstromingen vroeger vooral in de winter voor-
Een wachtbekken is een gebied dat een teveel aan regenwater tijdelijk kan opvangen om overstromingen op andere plaatsen te vermijden. De meeste wachtbekkens zijn geautomatiseerd: zodra het waterpeil op een bepaald meetpunt in een waterloop te hoog is, gaat er een stuwklep open en stroomt er water in het wachtbekken. Op momenten dat een wachtbekken niet in gebruik is – het merendeel van de tijd, want het is een noodmaatregel – heeft het een andere functie, bijvoorbeeld natuurof landbouwgebied. Aanpassen aan omstandigheden Een dynamisch waterbeheer, zoals de VMM in Diest wil realiseren, laat toe om wachtbekkens efficiënter in te zetten. Het wordt dan bijvoorbeeld mogelijk om een wachtbekken niet meteen te vullen zodra een bepaald waterpeil overschreden wordt, maar te wachten tot de echte neerslagpiek van een storm eraan komt. Op die manier wordt mogelijke economische en andere schade maximaal beperkt. Bij minder felle regen kan de beheerder ook rekening houden met andere aspecten, zoals het maximaal spreiden van de overstromingsdruk om de natuur in de wachtbekkens zo weinig mogelijk te verstoren.
kwamen, zien we ze nu ook in de zomer opduiken, met veel meer schade voor landbouw en natuur als gevolg. Door de Grote Steunbeer en de nabijgelegen waterconstructies stuurbaar te maken, kunnen we veel beter op zulke omstandigheden inspelen. VEILIGHEIDSSYSTEMEN Alle bestaande en nieuwe waterconstructies in Diest werken volautomatisch, met een lokale regelaar. Ze worden opgevolgd via
een afstandsbewakingssysteem (een SCADA-systeem) en via camerabewaking. De toestand ter plaatse wordt overal zo goed mogelijk gemonitord. Loopt er iets fout, dan wordt de permanentiedienst meteen verwittigd, zodat we tijdig kunnen ingrijpen en bijsturen. Via automatisering en afstandsbewaking proberen we alles 24 uur per dag op een betrouwbare manier op te volgen. Uiteraard worden alle constructies ook regelmatig ter plaatse gecontroleerd.
11
Artistieke impressie van de nieuwe inlaatconstructie van de Demer richting stadscentrum van Diest. Rechtsboven liggen de Saspoort en de Omer Vanaudenhovelaan; rechtsonder de Begijnebeek
OOG VOOR FIETSERS
TIMING & MOGELIJKE HINDER Om wateroverlast te voorkomen, moet de Demer tijdens alle werkzaamheden door de Grote Steunbeer kunnen blijven stromen. Daarom worden de werkzaamheden nauwkeurig gepland en stap voor stap uitgevoerd. TIMING • •
•
In april 2020 werd de bouwaanvraag ingediend. De eigenlijke werkzaamheden zouden moeten starten in 2021 en zullen twee à drie jaar duren, afhankelijk van de weersomstandigheden. De timing van alle werkzaamheden wordt goed op elkaar
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst info@vmm.be
afgestemd. Zo wordt de huidige muur aan de Grote Steunbeer, die Diest in geval van nood moet beschermen, pas weggehaald als de nieuwe schuiven langs de Omer Vanaudenhovelaan gebouwd zijn en de nieuwe klepstuwen in de Grote Steunbeer goed functioneren.
De werkzaamheden aan de Saspoort in Diest kunnen tijdelijk voor mobiliteitshinder zorgen. Uiteraard wordt alles in het werk gesteld om de hinder zoveel mogelijk te beperken. De huidige fietsbrug over de historische stuwconstructie wordt afgebroken. Daardoor verliezen scholieren en andere fietsers tijdelijk een veelgebruikte fietsverbinding. De VMM bekijkt of het mogelijk is om een tijdelijke brug te plaatsen, of om de nieuwe fietsbrug aan te leggen voor de oude verdwijnt. De nieuwe fietsbrug zou dan geplaatst worden voor de eigenlijke werkzaamheden aan de stuw van start gaan.
www.vmm.be