Skip to main content

Efficiente_toegankelijke_erkenning_buitenlandse_studiebewijzen.pdf

Page 1

Advies Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen Brussel, 2 maart 2020

ACEM_2020302_NARIC_ADV.docx Adviescommissie Economische Migratie  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be  www.commissieeconomischemigratie.be


Een efficiĂŤnte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Advies op eigen initiatief Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie) Goedkeuring raad: 2 maart 2020

Contactpersoon: Niels Morsink - nmorsink@serv.be

2


De heer Ben WEYTS Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Kreupelenstraat 2 1000 Brussel

contactpersoon Niels Morsink en Liselotte Hedebouw nmorsink@serv.be; lhedebouw@serv.be

ons kenmerk SERV_BR_20200302_NARIC

Brussel 2 maart 2020

Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen Mijnheer de minister Nieuwkomers worden nog te vaak niet op niveau tewerkgesteld. De arbeidsmarkt evolueert van een diplomafetisjisme naar competentiegericht rekruteren, maar zo lang dat nog niet helemaal is doorgedrongen, kan een erkenning van het buitenlandse studiebewijs nog steeds een belangrijke meerwaarde vormen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Met het oog op een efficiëntere en toegankelijkere erkenning van buitenlandse studiebewijzen vragen de sociale partners en kansengroepen naar één loket met een precedentendatabank en stroomschema’s wat zou moeten resulteren in meer transparantie voor aanvragers en begeleiders. Een kortere afhandelingstermijn en lagere kosten zouden ook mogelijk moeten zijn, net als een flexibelere bewijslast. Meer automatische erkenningen dienen ervoor te zorgen dat NARIC efficiënter kan werken door zich te concentreren op de volwaardige erkenningen. De voorwaardelijke erkenning vermijdt dat er dubbel werk gebeurt. Tenslotte vragen de sociale partners en kansengroepen een structurele informatie-uitwisseling tussen NARIC, hogeronderwijsinstellingen en de beroepserkenningsinstaties zodat dubbel werk kan worden vermeden. De sociale partners en kansengroepen zullen een eerste aanzet geven door een overleg te organiseren.

ACEM_2020302_NARIC_ADV.docx Adviescommissie Economische Migratie  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be  www.commissieeconomischemigratie.be


Hoogachtend

Danny Van Assche

Joris Renard

voorzitter Commissie Diversiteit

Voorzitter Adviescommissie Economische Migratie

Kopie: Vice-minister president en minister van Werk Crevits; Vice-minister president en minister van Bestuurszaken, Integratie en Samenleven Somers

4


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 5 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 6 Situering............................................................................................................................... 9 Beleids- en begrippenkader................................................................................................ 13 Hoe verloopt een procedure? ............................................................................................. 17 Doelgroep voor diploma-erkenning ................................................................................... 21 Advies ................................................................................................................................ 23 1

Eén loket, meer transparantie en ondersteuning ................................................ 23

1.1

Één loket voor erkenningen van studiebewijzen, kwalificaties en competenties ....... 23

1.2

Landenfiches en precedentendatabank ................................................................... 24

1.3

Transparante procedure .......................................................................................... 24

1.4

Meer opleiding ......................................................................................................... 25

1.5

Digitale procedure.................................................................................................... 25

1.6

Meer flexibiliteit in studiebewijslast .......................................................................... 26

1.7

Overbruggingscursus............................................................................................... 28

2

Kortere afhandelingstermijn ................................................................................. 29

3

Automatische erkenning ....................................................................................... 30

3.1

Automatische erkenning tussen gemeenschappen .................................................. 30

3.2

Automatische erkenning tussen landen ................................................................... 30

4

Alternatieve erkenningsvormen ........................................................................... 32

4.1

Authenticiteitserkenning ........................................................................................... 32

4.2

Voorwaardelijke erkenning....................................................................................... 32

5

Transparantie over en dialoog met erkenningsinstanties van gereglementeerde beroepen ................................................................................. 33

6

Samenwerking met werkgevers en sectoren ....................................................... 34

7

Diploma’s bij de overheid ..................................................................................... 34

Bijlagen ................................................................................................................................ 36

5


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Krachtlijnen In de beleidsnota Onderwijs en Vorming 2019-2024 neemt de minister van Onderwijs zich voor om ervoor te zorgen dat nieuwkomers sneller op hun niveau inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt en de werking van het National Academic Recognition Information Center (NARIC) met betrekking tot de erkenning van buitenlandse diploma’s te versterken1. De sociale partners en kansengroepen onderschrijven dit voornemen en doen in dit advies op eigen initiatief concrete voorstellen om een efficiëntere en toegankelijkere erkenning van buitenlandse studiebewijzen te realiseren. Maak werk van één loket en zorg voor transparantie en ondersteuning Bundel alle informatie rond diplomagelijkschakeling, professionele erkenning, eerder verworven competenties en eerder verworven kwalificaties op één centraal punt. Maak een overzicht beschikbaar van de meest gangbare studiebewijzen en hoe die zich verhouden tot een Vlaams studiebewijs, zoals bij de Nederlandse Naric. Maak ook de bestaande landenfiches met de onderwijsstructuur en het niveau van de diploma’s publiek toegankelijk voor de aanvragers en begeleiders. Daarnaast zou een precedentendatabank toelaten om indicatief te weten te komen wat vaak voorkomende problemen zijn bij aanvragen voor de erkenning van studiebewijzen van bepaalde universiteiten en landen. Maak een gedetailleerd stroomschema bekend via verscheidene publiek toegankelijke fora. Vul dit ook aan met de procedures van de beroepsspecifieke erkenningsinstanties en houdt dit in samenwerking met deze instanties geüpdatet. De huidige opleidingsinspanningen zijn positief. Zet daarbij versterkt in op ondersteuning en vorming van trajectbegeleiders bij het Agentschap Inburgerging en Integratie. Maak verder werk van de digitale aanvraagmodule en betrek ook andere stakeholders, zoals de VDAB en de Agentschappen Inburgering en Integratie, bij het ontwerp ervan zodat deze nauw aansluit bij de noden van de aanvragers. De digitale aanvraagprocedure zou ook minstens in een Engels-, Duits- en Franstalige versie beschikbaar moeten zijn en van bij de start e-inclusief ontwikkeld worden. De sociale partners en de kansengroepen vragen om voldoende budget vrij te maken voor deze broodnodige digitalisering. Ga flexibel om met de nood aan bepaalde documenten en maak vaker gebruik van een verkennend gesprek, analoog aan de procedure voor vluchtelingen. Gezien het opvragen van studieprogramma’s bij de buitenlandse hogeronderwijsinstellingen vaak tijdrovend is voor de aanvrager kan het een piste zijn om dit door Naric te laten gebeuren. Maak overbruggingscursussen, waarmee een substantieel verschil voor de erkenningsaanvraag kan worden geremedieerd, voor zoveel mogelijk aanvragers en bijgevolg studierichtingen

1

Eenzelfde passage staat ook in de beleidsnota Gelijke kansen, inburgering en integratie 2019-2024. Ook de minister van Werk wil volgens haar beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2024 samenwerken met NARIC om tot een betere erkenning van buitenlandse diploma’s te komen.

6


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

beschikbaar in het Engels. Maak werk van de toegankelijkheid van overbruggingscursussen voor vluchtelingen en nieuwkomers met beperkte financiële mogelijkheden. Realiseer een kortere afhandelingstermijn Maatregelen uit dit advies zouden tot gevolg kunnen hebben dat er minder aanvragen zijn voor niveaugelijkwaardigheid en volledige gelijkwaardigheid. Samen met een verdere digitalisering en een structurele informatie-uitwisseling met andere NARIC-centra zou de verminderde werklast moeten leiden tot een snellere gemiddelde afhandelingstermijn. De sociale partners en kansengroepen vragen om de aanvullende middelen die in 2018 werden voorzien (200.000 euro of drie dossierbehandelaars) structureel te behouden. Om meer efficiënt om te springen met vertalingen van documenten zou NARIC voor de meest voorkomende talen één of meerdere vertalers kunnen aanwerven of een contract kunnen afsluiten met een aantal beëdigde vertalers. De sociale partners en kansengroepen vragen om op de hoogte te worden gehouden van de zesmaandelijkse rapportering aan de minister over de afhandelingstermijnen. Zet in op automatische erkenningen Sluit een samenwerkingsakkoord om een automatische erkenning tussen de gemeenschappen binnen België van door een andere gemeenschap erkende studiebewijzen te verwezenlijken. Zet verder in op de automatische wederzijdse erkenning van de niveaugelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen behaald binnen de Europese Hoger Onderwijs Ruimte. Met name dienen de onderhandelingen met de noordse landen, Frankrijk en Nordrhein-Westfalen om automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid te bekomen worden hervat. Eenzelfde aanpak zou moeten worden bekeken voor herkomstlanden buiten de EU van waaruit veel erkenningsaanvragen komen zoals Marokko en Turkije. Om tot wederzijdse automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid te komen, willen andere lidstaten niet altijd mee. Wanneer dat niet lukt, kan het ook eenzijdig naar voorbeeld van Portugal. Voorzie dat een document kan worden gedownload dat de automatische erkenning voor aanvragers bevestigt. Onderzoek wat mogelijke toepassingen van blockchain op gebied van automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid zouden kunnen zijn. Maak werk van een aantal alternatieve erkenningsvormen Maak werk van een authenticiteitserkenning waarbij enkel wordt nagegaan of het studiebewijs authentiek is en behaald aan een erkende instelling. Werk een voorwaardelijke erkenning uit waarbij NARIC een studiebewijs erkent op voorwaarde dat nog een bepaald aantal credits, opleidingsonderdeel, seminarie-opdracht, masterproef, stage, onderwijskwalificatie of beroepskwalificatie wordt behaald. NARIC dient actief door te verwijzen naar de instantie waarbij de aanvrager terecht kan om aan de voorwaarde te voldoen. De voorwaardelijke erkenning door NARIC moet daarbij bindend zijn voor de hogeronderwijsinstellingen.

7


Een efficiĂŤnte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Zorg voor transparantie over en ga in dialoog met beroepserkenningsinstanties De sociale partners en kansengroepen vragen de beroepserkenningsinstanties om waar mogelijk de toegankelijkheid te verhogen en procedures op elkaar af te stemmen. Er moet volledige transparantie komen tussen NARIC en beroepsspecifieke erkenningsinstanties over de gehanteerde criteria en procedures. Bezorg, bij erkenning van een studiebewijs, dit studiebewijs en de ingediende documenten automatisch aan de bevoegde beroepserkenningsinstanties. Werk samen met werkgevers en sectoren Informeer werkgevers meer over bestaande erkenningsprocedures en lever extra inspanningen om alle betrokken organisaties te bereiken. Werkgeversorganisaties engageren zich om werkgevers op de hoogte te brengen en houden over mogelijkheden van de erkenning van buitenlandse studiebewijzen. Diploma’s bij de overheid Maak van diplomavereisten binnen de overheid de uitzondering zodat mensen die niet beantwoorden aan de klassieke diplomavereisten maar wel de nodige competenties bezitten kansen krijgen op een gepaste functie.

8


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Situering In de beleidsnota Onderwijs en Vorming 2019-2024 neemt de minister van Onderwijs zich voor om ervoor te zorgen dat nieuwkomers sneller op hun niveau inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt en de werking van het National Academic Recognition Information Center (NARIC) met betrekking tot de erkenning van buitenlandse diploma’s te versterken2. De sociale partners en kansengroepen onderschrijven dit voornemen en doen in dit advies op eigen initiatief concrete voorstellen om de werking te verbeteren. Het advies vormt het eerste deel van een tweeluik waarin in het tweede deel de werking van de erkenning van Eerder Verworven Competenties (EVC) onder de loep wordt genomen. NARIC en diploma-erkenning zijn geen doelstellingen op zich, maar dienen voor de sociale partners en kansengroepen om nieuwkomers volgens hun opleidingsniveau te kunnen tewerkstellen. Nieuwkomers zijn vaker tewerkgesteld in jobs waarvoor ze overgekwalificeerd zijn, wat op zijn beurt leidt tot lagere lonen en lagere jobtevredenheid3. Overkwalificatie is niet enkel problematisch voor de persoon zelf, maar ook voor de samenleving die productiviteit en kennis misloopt4. Daarenboven resulteert overkwalificatie in een verdringingseffect ten aanzien van laagen middengeschoolden. In 2017 werkte in België 50% van buiten de EU geboren én in het buitenland opgeleide hooggeschoolden onder hun opleidingsniveau tegenover 26% van buiten de EU geboren en in België opgeleide hooggeschoolden5. Overkwalificatie blijkt een hardnekkig gegeven waarbij het erg moeilijk is om de overstap te maken van overkwalificatie naar een tewerkstelling op niveau. Een deel van de nieuwkomers kan zonder erkenning van het buitenlands studiebewijs worden toegeleid naar tewerkstelling op niveau. Voor anderen is het nodig om hun buitenlands studiebewijs te laten erkennen. Voor nieuwkomers die een diploma behaalden in hun herkomstland of een ander land, die (gedeeltelijk) een opleiding volgden en/of de belangrijke werkervaring hebben in het buitenland, is het onduidelijk hoe ze hun diploma’s, kwalificaties of competenties kunnen laten erkennen in Vlaanderen. Afhankelijk van de reden waarvoor ze die erkenning nodig hebben, dienen ze zich te richten tot andere instanties. Regelmatig verschijnen berichten6 in de media7 en rapporten die wijzen op de moeizame procedure van de erkenning van buitenlandse studiebewijzen. Caritas International concludeerde in een studie dat de erkenning van diploma’s een zeer moeilijke procedure is die ‘vaak geen of slechts een gedeeltelijke erkenning tot gevolg heeft.’8 Uit een rapport van de Koning Boudewijnstichting blijkt bijvoorbeeld 2

Eenzelfde passage staat ook in de beleidsnota Gelijke kansen, inburgering en integratie 2019-2024. Ook de minister van Werk wil volgens haar beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2024 samenwerken met NARIC om tot een betere erkenning van buitenlandse diploma’s te komen.

3

Geets, J. (2011). De arbeidsmarktpositie van hooggeschoolde migranten met bijzondere aandacht voor ‘overkwalificatie’: resultaten op basis van een survey. Steunpunt Gelijkekansenbeleid.

4

Chakkar, S. (2018). The role of credential recognition policy in the over-qualification among refugees in Flanders: An exploratory policy process evaluation. Masterproef KU Leuven.

5

Indicators 3.7 to 3.11 in OECD/EU (2018), Settling In 2018, Indicators of Immigrant Integration.

6

Weliswaar maken deze mediaberichten en rapporten vaak geen onderscheid tussen de gemeenschappen, terwijl er een verschillende werking is tussen de Vlaamse, Franstalige en Duitstalige NARICs.

7

Christiaens, E. (26 december 2018). Aanvraag tot erkenning buitenlands diploma verloopt voor veel migranten nog altijd moeizaam. in De Morgen.

8

Caritas International (2014). Vluchteling zkt. Job Resultaten van een onderzoek naar opleiding en tewerkstelling bij vluchtelingen.

9


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

dat afro-descendenten globaal hoge opleidingsniveaus hebben, maar dat een aanzienlijk deel van de diploma’s niet erkend zijn9. Het werkloosheidscijfer bij de afro-descendenten die hun diploma buiten België hebben behaald en niet hebben laten erkennen is bijna tien procentpunten hoger dan zij die hun diploma buiten België hebben behaald, maar van wie het diploma wel is erkend10. Ook onderzoekers van het HIVA stelden vast dat er bij werkgevers soms een zekere drempelvrees is om anderstalige nieuwkomers aan te werven, deels vanwege een gebrek aan objectief ingeschatte competenties11. Itinera stelde over de integratie van vluchtelingen dat de ‘moeizame diplomagelijkschakeling een extra obstakel is, zeker in onze diplomagerichte aanwervingscultuur.’12 De arbeidsmarkt evolueert van een diplomafetisjisme naar competentiegericht rekruteren, maar zo lang dat nog niet helemaal is doorgedrongen, kan een erkenning van het buitenlandse studiebewijs nog steeds een belangrijke meerwaarde vormen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Wanneer nieuwkomers een erkenning van een buitenlands studiebewijs aanvragen, wordt dit niet altijd erkend. Hoewel slechts in 2 procent van de aanvragen een negatieve beslissing volgt, kan in 23 procent van de gevallen geen beslissing worden genomen, wat als negatieve beslissing kan worden ervaren. In 11% van de gevallen is dat een gevolg van ontbrekende documenten. Een erkenning van het buitenlands diploma gebeurt niet steeds op hetzelfde niveau als het buitenlands diploma. Zo kan een buitenlands masterdiploma na onderzoek eerder vergelijkbaar zijn met een bepaalde Vlaamse bacheloropleiding of het niveau van ‘bachelor’. In 2018 leidde 1060 aanvragen of 20% van de aanvragen tot volledige gelijkwaardigheid en 2909 aanvragen of 55% van de aanvragen tot niveaugelijkwaardigheid (cfr. infra).13 Uit een survey van houders van een buitenlands diploma die een erkenning hadden aangevraagd bleek dat slechts 63,2% van de respondenten de erkenning kregen die ze hadden beoogd. 27,7% stelde een alternatieve erkenning te hebben gekregen en 9,2% gaf aan dat hun diploma niet werd erkend14. Wanneer men geen erkenning van het diploma krijgt, kan men ook via een Erkennen van Verworven Competenties (EVC) traject een beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties laten erkennen bij een door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling of een andere organisatie die erkend is als EVC-testcentrum15. De sociale partners en kansengroepen zullen in een tweede luik bij dit advies dieper ingaan op deze EVCtrajecten. Wanneer de aanvrager wel een erkenning bekomt, is de weg in sommige gevallen nog niet ten einde. NARIC is slechts een onderdeel in een breed en complex veld waardoor een nieuwkomer 9

Demart et al. (2017). Burgers met Afrikaanse roots: een portret van Congolese, Rwandese en Burundese Belgen. Koning Boudewijnstichting. Brussel.; 15% van de personen die een diploma behaalden buiten België lieten hun diploma erkennen om te kunnen werken in België. Iets meer dan 30% van de respondenten heeft een diploma dat niet erkend is in België, of van wie het statuut om te kunnen werken in België, niet bekend is.

10

Ibid.

11

De Cuyper, P. et al. (2018). @level2work: naar een job op niveau voor hoogopgeleide anderstalige nieuwkomers. HIVA. KU Leuven.

12

Lambrecht N. (2016). Arbeidsmarktintegratie van vluchtelingen: de klok tikt. Itinera.

13

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s – jaarverslag 2018. Brussel.

14

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

15

De sociale partners en kansengroepen zullen in een tweede luik na dit advies dieper ingaan op de erkenning van kwalificaties en competenties.

10


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

naar werk op niveau kan worden toe geleid. NARIC is verantwoordelijk voor de academische erkenning die toeleidt naar de arbeidsmarkt, terwijl de hogeronderwijsinstellingen verantwoordelijk zijn voor academische erkenning met het oog op verder studeren. Met onvolledige studietrajecten of wanneer het buitenlands studiebewijs niet op het verhoopte niveau werd erkend kan men bij hogeronderwijsinstellingen terecht die autonoom bepalen welke opleidingsonderdelen nog moeten worden behaald om een bepaald studiebewijs te bekomen. Het AMIF-project Maxipac16 waaraan verschillende universiteiten en een hogeschool deelnamen, is kritisch over deze rol door de universiteiten. De auteur van het rapport stelt zelfs dat het feit dat elke instelling haar eigen procedures en regels hanteert arbitraire beoordelingen en indirecte discriminatie in de hand zou werken. De criteria zijn bij de verschillende universiteiten niet transparant. Zo hanteren ze verschillende toelatingsvoorwaarden op vlak van taal17 en bij het indienen van een toelatingsdossier18. Naast de academische erkenning, is er een professionele erkenning nodig om een gereglementeerd beroep te mogen uitoefenen. Daar zijn specifieke beroepserkenningsinstanties voor verantwoordelijk. Dit kan de volledige procedure ingewikkeld maken zoals het volgende voorbeeld van artsen aantoont. Voor artsen spreekt NARIC zich uit over de volledige gelijkwaardigheid van het buitenlandse diploma. Op een commissie met vertegenwoordigers van de Vlaamse Universiteiten wordt een oordeel geveld over de gelijkwaardigheid met de Vlaamse Master of Medicine in de Geneeskunde en de Vlaamse Bachelor in de Geneeskunde. Die beslissing wordt opgenomen in een NARIC-beslissing en een ministerieel besluit. Met de mastergelijkwaardigheid kan men zich specialiseren of de in het buitenland behaalde specialisatie laten erkennen door de FOD Volksgezondheid. Met de bachelorgelijkwaardigheid kan men zich inschrijven voor de masteropleiding aan een universiteit naar keuze. Daar wordt dan verder bekeken of vrijstellingen mogelijk zijn. Wanneer toch het hele diploma volwaardig wordt erkend, moet de aanvrager nog met een gemotiveerd verzoek een visum om het beroep uit te oefenen aanvragen bij de FOD Volksgezondheid, onderdeel van de federale overheid. Deze zal advies vragen van de Hoge raad van artsen-specialisten en huisartsen. Bij een gunstige beslissing zal men bij koninklijk besluit de toelating verkrijgen om de geneeskunde uit te oefenen in België. Na het verkrijgen van het visum dient men nog een inschrijving op de Lijst van de Orde aan te vragen bij de provinciale raad van de Orde der artsen waar men zich wenst te vestigen. Indien men een opleiding van arts-specialist heeft behaald in een land dat geen deel uitmaakt van de EER of dat niet Zwitserland is, dient men - nadat men de gelijkwaardigheidsverklaring van de basisopleiding, de toelating om uit te oefenen en de inschrijving op de lijst van de Orde heeft verkregen - een aanvraag tot valorisatie van de specialiteit in te dienen bij de bevoegde erkenningscommissie bij een van de gemeenschappen. De erkenningscommissie kan adviseren om de erkenning al dan niet toe te kennen of kan adviseren dat de kandidaat zijn opleiding dient aan te vullen (en hoelang) om zijn erkenning te kunnen verkrijgen. Bij positief advies wordt een ministerieel besluit afgeleverd dat de arts toelating geeft om de titel als arts-specialist te voeren in België. Dit voorbeeld beschrijft geen marginaal fenomeen. Geneeskunde is namelijk in Vlaanderen met 121 aanvragen in 2018 het tweede meest voorkomende studiegebied voor het hoger onderwijs

16

Een project gefinancierd door het Europees fonds voor Asiel, Migratie en Integratie en de Vlaamse Overheid waaraan onder andere Thomas More, UGent, VUB, NARIC, Minderhedenforum en H&H Education meewerkte.

17

Maxipac, maatregel 1: Mogelijkheden en moeilijkheden wanneer derdelanders willen deelnemen aan het hoger onderwijs in Vlaanderen. https://www.maxipac.be/uploads/1/0/2/1/102130950/maatregel1.pdf

18

De UGent en UAntwerpen niet, de VUB vraagt €50 en de KU Leuven vraagt €75. De KU Leuven vraagt dit bedrag vreemd genoeg zelfs aan houders van een Franstalig of Duitstalig Belgisch diploma.

11


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

waarvoor een volledige gelijkwaardigheid wordt aangevraagd. Op één staat Handelswetenschappen en bedrijfskunde met 190 aanvragen en op drie staat Industriële wetenschappen en technologie met 111 aanvragen. De top drie van landen waaruit aanvragen komen zijn Syrië (430), Nederland (307) en Marokko (293). In 2018 waren in Vlaanderen 2729 van de 4409 aanvragers vrouwen en de gemiddelde leeftijd was 34 jaar.19

19

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s – jaarverslag 2018. Brussel.

12


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Beleids- en begrippenkader Het wettelijk kader voor de erkenning van studiebewijzen in Vlaanderen bestaat uit de vertaling van de Lissabon Erkenningsconventie20 in twee besluiten van de Vlaamse Regering21: Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en de procedure tot de erkenning van buitenlandse studiebewijzen uitgereikt in het hoger onderwijs van 14 juni 2013; Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen met Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het basisonderwijs en secundair onderwijs, en sommige Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het volwassenenonderwijs van 14 juni 2013. De Lissabon Erkenningsconventie stelt dat een erkenning van het buitenlands studiebewijs moet volgen wanneer er geen substantieel verschil wordt gevonden. Het substantieel verschil kan uitsluitend betrekking hebben op vier elementen: (1) het niveau van het buitenlands studiebewijs, (2) de leerresultaten, (3) de studieomvang en (4) de kwaliteit van de opleiding leidende tot het buitenlands studiebewijs.22 De bewijslast van het substantieel verschil ligt bij de erkenningsautoriteit. Een substantieel verschil impliceert niet dat het buitenlands diploma niet kan worden erkend. Zo kan relevante beroepservaring een compensatie vormen voor een substantieel verschil in de studieomvang23.

Algemene gelijkwaardigheid versus individuele gelijkwaardigheid Algemene gelijkwaardigheid is een verzamelterm voor alle gelijkwaardigheden waarvoor geen individueel onderzoek nodig is. Het gaat om gelijkwaardigheden die zijn vastgelegd in een Besluit van de Vlaamse Regering of andere wettelijke bepalingen. Algemene gelijkwaardigheden bestaan zowel binnen het secundair als het hoger onderwijs (o.a. niveaugelijkwaardigheid met Nederland en Luxemburg). De definitie van een algemene gelijkwaardigheid is een gelijkwaardigheid die in de regelgeving is vastgelegd. Het is niet zo dat het gaat om een gelijkwaardigheid van een diploma of instelling die al één keer werd erkend en waarvoor nadien

20

Verdrag van de Raad van Europa en de UNESCO betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio van 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009.

21

De decretale basis van deze besluiten is te vinden in de volgende decreten: decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, in het bijzonder 88; decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, in het bijzonder de artikelen 57bis en 57ter, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI; decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, in het bijzonder de artikelen 74bis, 74ter, 84bis en 84ter, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI; decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, in het bijzonder de artikelen 41bis en 41ter, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI en de Codex Secundair Onderwijs, in het bijzonder de artikelen 115/2 en 115/3, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI.

22

De definitie van deze concepten is bepaald in artikel 5 van het BVR van 14 juni 2013 voor erkenning van buitenlandse studiebewijzen uitgereikt in het hoger onderwijs hogeronderwijsinstellingen en in artikel 3 van een ander BVR van voor erkenning van buitenlandse studiebewijzen uitgereikt in het basisonderwijs en secundair onderwijs, en sommige Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het volwassenenonderwijs.

23

Presentatie door dhr. Erwin Malfroy, Beleidsondersteuner-jurist bij de Afdeling Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs, gegeven bij de VLOR op 25 november 2019 over het erkennen van buitenlandse hogeronderwijsdiploma’s.

13


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

een algemene erkenning is. Voor alle diploma’s waarvoor geen algemene gelijkwaardigheid werd vastgelegd is steeds een individueel onderzoek nodig.

Niveaugelijkwaardigheid versus volledige gelijkwaardigheid Er is een belangrijk onderscheid tussen niveaugelijkwaardigheid en volledige gelijkwaardigheid. Bij niveaugelijkwaardigheid wordt een diploma erkend als een bepaald niveau, maar niet als een specifieke studierichting24. Voorbeelden hiervan zijn gelijkwaardigheden met het niveau van ‘bachelor’, ‘master’, ‘diploma secundair onderwijs’ of ‘gegradueerde’25. Een master management wordt erkend als een diploma op masterniveau zonder te erkennen dat het diploma specifiek als master in management wordt erkend. Bij volledige gelijkwaardigheid wordt het buitenlands studiebewijs specifiek erkend. De master management wordt erkend als master management. Voorheen bedroeg de officiële afhandelingstermijn drie maanden. De officiële afhandelingstermijn voor niveaugelijkwaardigheid is vandaag 60 dagen, de termijn voor volledige gelijkwaardigheid is 120 dagen. NARIC slaagde er verschillende jaren niet in de afhandelingstermijn te respecteren. Dit vertraagde de intrede van nieuwkomers en zorgde ervoor dat hun competenties verouderen of dat ze worden tewerkgesteld in jobs waarvoor ze overgekwalificeerd zijn. Er is echter wel verbetering. Van de 4.409 aanvragen die in 2018 werden ingediend, 87% binnen de wettelijk vastgestelde termijn afgehandeld26. Deze stijging heeft mogelijks te maken met aanvullende middelen (200.000 euro of drie dossierbehandelaars) en een dalend aantal aanvragen27. De vooruitgang werd ook weerspiegeld in het jaarverslag van de ombudsdienst waar voor het eerst sinds 2014 geen opmerkingen over NARIC werden opgenomen28. De erkenningsautoriteit kan de afhandelingstermijn uitzonderlijk verlengen omwille van een authenticiteitscontrole. In sommige gevallen, wordt besloten een extra verificatie te laten doorvoeren door Buitenlandse Zaken (BUZA). Die verificatie kan aanslepen. Het jaarverslag van de Vlaamse ombudsman uit 2017 meldt dat een geval van fraudecontrole een jaar in beslag nam29.

Academische erkenning versus professionele erkenning30 Met een academische erkenning bedoelt men het erkennen van buitenlandse studiebewijzen met het oog op werk en voortgezette opleidingen. De regelgeving hieromtrent is vastgelegd in de Convention Recognition of Qualifications concerning Higher Education in the European Region van 11 april 1997, wat een onderdeel is van de Lissabon Erkenningsconventie die werd omgezet in Vlaamse regelgeving. NARIC en de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen delen deze erkenningsbevoegdheid. De volledige erkenning van een buitenlands hogeronderwijsdiploma

24

Vroeger bestond ook de niveaubepaling waarbij NARIC enkel erkende dat de buitenlandse universiteit erkend was.

25

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s – jaarverslag 2018. Brussel.

26

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s – jaarverslag 2018. Brussel.

27

Antwoord op schriftelijke vraag nr. 243 van Tine Soens van 25 januari 2018; Antwoord op schriftelijke vraag nr. 195 van Robrecht Bothuyne van 28 februari 2019.

28

Jaarverslag van de Vlaamse ombudsdienst 2014-2015-2016-2017-2018

29

Jaarverslag van de Vlaamse http://www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/nieuws/pdf/g411_jv2017.pdf

30

Vlaamse Onderwijsraad. Advies Raad Hoger Onderwijs – Advies over de gelijkwaardigheidserkenning van buitenlandse diploma’s in het hoger onderwijs in Vlaanderen. 13 oktober 2009.

ombudsdienst

2017,

14


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

heeft de vorm van een ministerieel gelijkwaardigheidsbesluit. Vlaamse hogeronderwijsinstellingen zijn niet bevoegd om buitenlandse diploma’s in het algemeen en ten aanzien van derden, volledig te erkennen. Zij kunnen dit enkel doen voor opleidingen die ze zelf inrichten: de instellingen kunnen een buitenlands diploma middels een bewijs van bekwaamheid evenwaardig verklaren met de binnenlandse diploma’s die vereist zijn om toegang te krijgen tot een bepaalde opleiding. In de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 (CHO) wordt bepaald dat de hogeronderwijsinstellingen de principes van de Lissabon Erkenningsconventie van de Raad van Europa en UNESCO moeten respecteren in hun autonome beoordelingen van buitenlandse studiebewijzen met het oog op de toegang tot het hoger onderwijs en het instromen in het hoger onderwijs. De afhandelingstermijn van een aanvraag van een persoon met een buitenlands diploma bij een Vlaamse hogeronderwijsinstelling om verder te studeren in een bepaald studiegebied werd niet in Vlaamse regelgeving vastgelegd. De Vlaamse hogeronderwijsinstellingen zijn hier autonoom bevoegd. Wel vraagt de Lissabon Erkenningsconventie een redelijke tijdslimiet en in de Recommendation on Criteria and Procedures for the Assessment of Foreign Qualifications and Explanatory Memorandum van 2001 wordt vier maanden als maximum voorgesteld31. Sommige hogeronderwijsinstellingen en Centra Voor Volwassenenonderwijs (CVO) gebruiken deze autonomie niet en verwijzen regelmatig door naar NARIC voor de erkenning van buitenlandse studiebewijzen met het oog op een verderzetting van de opleiding. Derdelanders van buiten de EEG dienen eerst een academische erkenning te bekomen voor zij een professionele erkenning kunnen verwerven. Wie een studiebewijs uit de EER heeft kan rechtstreeks een aanvraag voor professionele erkenning indienen bij de beroepsspecifieke ordes/instituten/erkenningscommissies, hierna beroepsspecifieke erkennings-instantie genoemd32. Voor zeven gereglementeerde beroepen is er een zo goed als automatische erkenning voor houders van een buitenlands diploma uitgereikt in een EU-lidstaat, in die zin dat de opleidingsvereisten voor deze beroepen zeer sterk geharmoniseerd en wederzijds erkend zijn. Het gaat om apothekers, architecten, artsen, dierenartsen, tandartsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen. Voor veel andere beroepen verloopt de erkenning ook erg vlot indien men erkend was in een andere lidstaat van de EER. Dit laatste geldt des te meer voor onze buurlanden, aangezien de meeste erkenningsvoorwaarden daar vaak overeenstemmen met de Belgische erkenningsvoorwaarden. De Europese richtlijn 2005/36/EG staat enkel een uitzondering toe wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in de ontvangende lidstaat vereiste beroepskwalificaties, en wel in die mate dat dit verschil de volksgezondheid of de openbare veiligheid kan schaden. Dit kan het geval zijn wanneer de duur van de opleiding ten minste één jaar korter is, wanneer de gevolgde vakken inhoudelijk wezenlijk verschillen of wanneer het gereglementeerde beroep in de ontvangende lidstaat beroepswerkzaamheden omvat die niet bestaan noch worden aangeleerd in de lidstaat van oorsprong. Een voorbeeld hiervan betreft de Nederlandse opleiding en erkenning van psychologen, die sterk verschilt van die in ons land en onze andere buurlanden. In dat geval dient de ontvangende lidstaat de dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis en

31

Paragraph 16, https://www.coe.int/t/dg4/highereducation/recognition/Criteria%20and%20procedures_EN.asp

32

Ook voor wie een studiebewijs uit de EER heeft, kan het in uitzonderlijke gevallen interessanter zijn om eerst een diploma-erkenning aan te vragen. De mogelijkheid om rechtstreeks aan te kloppen bij een beroepsspecifieke erkenningsinstantie, is geen verplichting.

15


Een efficiĂŤnte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

vaardigheden heeft verworven. Een andere compenserende maatregel kan zijn dat de dienstverrichter een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorloopt.

16


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Hoe verloopt een procedure? Aanvrager Een persoon met een buitenlands studiebewijs kan zelf een aanvraag bij NARIC indienen of daarbij worden begeleid. De Agentschappen Integratie en Inburgering hebben de decretale opdracht gekregen om in ieder geval de inburgeraars te ondersteunen bij hun aanvraag van de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen33. In 2018 hebben de Agentschappen Integratie en Inburgering 2.478 aanvragen ondersteund of 53% van het totaal aantal aanvragen34. Ook via de VDAB, OCMWs, worden houders van een buitenlands studiebewijs toegeleid. 65% van de aanvragers wordt door één van deze organisaties begeleid35. De meeste begeleiders kunnen gebruik maken van een digitaal platform dat toelaat aanvragen bij NARIC online in te dienen, documenten op te laden en de status van een aanvraag op te volgen.

Vergelijkend onderzoek Een dossierbehandelaar bij NARIC doet eerst een vooronderzoek waarin wordt nagegaan of de opleiding en instelling erkend zijn. Vervolgens volgt een authenticiteitsonderzoek waarin NARIC controleert of het studiebewijs authentiek is. Dat kan bestaan uit contact opnemen met de universiteit, online verificatiebronnen, controle van lijsten van afgestudeerden, technische controles met fraudedetectie-apparatuur, gesprekken, contact opnemen met andere ENICNARIC-centra, contact opnemen met bevoegde autoriteiten zoals ministeries, …. Het is aan de dossierhandelaar om op basis van criteria vastgelegd in een procedureplan te kiezen welke methode hij hanteert36. Indien nodig kan de dossierbehandelaar advies vragen aan een individuele expert of commissie van experts. Dit is het geval voor geneeskunde, tandheelkunde en andere beroepen in de gezondheidszorg zoals verpleegkunde. In 2018 werden 5548 dossiers afgehandeld en in 26% van de afgehandelde dossiers had NARIC een extern advies nodig37. De adviesverleners worden betaald en er worden duidelijke deadlines opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst die middels een overheidsopdracht wordt gegund. Voor identieke diploma’s wordt geen nieuw advies gevraagd, maar het blijkt niet vaak te gebeuren dat NARIC twee keer een aanvraag krijgt voor identieke diploma’s. De experts kunnen een gesprek hebben met de houder van het buitenlands studiebewijs. Volgens de regelgeving kan ook een bekwaamheidsonderzoek plaats vinden, maar in de praktijk wordt hier nog geen gebruik van gemaakt. In het aansluitende advies omtrent de EVC en EVK-trajecten zullen de sociale partners en kansengroepen op een invulling van dit bekwaamheidsonderzoek ingaan. 33

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid.

34

Agentschap Integratie & Inburgering, In-Gent, Atlas Antwerpen (19 november 2019). Aanbevelingen vanuit de Agentschappen Integratie en inburgering met betrekking tot diplomagelijkschakeling op vraag van de Commissie Economische Migratie en commissie diversiteit van de SERV.

35

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018.

36

In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij Congolese diploma’s, wordt besloten een extra verificatie te laten doorvoeren door Buitenlandse Zaken (BUZA). Die verificatie kan aanslepen. Het aantal gevallen waarin fraude bevestigd wordt na verificatie door BUZA is aanzienlijk. NARIC probeert het aantal dossiers dat voorgelegd wordt aan BUZA zo beperkt mogelijk te houden. Het jaarverslag van de Vlaamse ombudsman uit 2017 meldt dat die fraudecontrole een jaar in beslag nam. ; http://www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/nieuws/pdf/g411_jv2017.pdf

37

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018.

17


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Om te beoordelen of een buitenlands studiebewijs gelijkwaardig is met een Vlaams diploma in een overeenkomstig studiegebied, is een vergelijkend onderzoek van de inhoud van beide opleidingen nodig. Dit onderzoek gebeurt onder andere op basis van de vergelijking van de leerresultaten van de Vlaamse en buitenlandse opleiding. De leerresultaten beschrijven welke competenties behaald werden na het afronden van een opleiding. Het beschrijven van de leerresultaten is meer en meer gangbaar in Europese context. Als een beschrijving van de leerresultaten voor de buitenlandse opleiding niet beschikbaar zijn, gebeurt een vergelijking van de opleidingsonderdelen. Naast de leerresultaten worden ook de kwaliteit, het niveau en de studie-omvang van de buitenlandse opleiding onderzocht. Als er tijdens het onderzoek blijkt dat er verschillen bestaan tussen de buitenlandse opleiding en de Vlaamse opleiding, betekent dit niet noodzakelijk dat de buitenlandse opleiding niet gelijkwaardig is. De verschillen moeten namelijk belangrijk genoeg zijn. Als de verschillen tussen de opleidingen té groot zijn om een gelijkwaardigheid toe te kennen, spreekt NARIC van een substantieel verschil. Als het verschil niet substantieel is, erkent NARIC het diploma. Bij de vaststelling van een substantieel verschil kan de erkenningsautoriteit relevante beroepservaring en andere relevante onderwijservaring van de houder van het buitenlands studiebewijs als compensatiemaatregel aanvaarden en het buitenlands studiebewijs alsnog erkennen.

Kostprijs Voorheen werd de erkenningsaanvraag door NARIC gratis behandeld. De VLOR pleitte er in 2009 voor de procedure kosteloos te houden voor de aanvrager38. De kostprijs voor niveaugelijkwaardigheid bedraagt vandaag 90 euro en de kostprijs voor volledige gelijkwaardigheid is 180 euro. Een doctoraat laten erkennen kost 300 euro. Een groot aantal categorieën van aanvragers zijn vrijgesteld39 zoals asielzoekers; erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden; wie een leefloon of een verhoogde tegemoetkoming ontvangt; inburgeraars met een inburgeringscontract van minder dan drie jaar oud; werkzoekenden met een trajectovereenkomst met VDAB, werkzoekenden ingeschreven bij Actiris met een "attest bestemd voor NARIC" en personen die na de ontvangst van een negatieve erkenningsbeslissing binnen een termijn van zes maanden opnieuw een erkenningsvraag indienen. In 2018 betaalden 73% van de aanvragers niet40. De kost kan toch oplopen door het laten vertalen door een beëdigd vertaler van het studiebewijs naar het Nederlands en andere originele bewijsstukken in een landstaal of het Engels.

Vluchtelingen NARIC neemt overeenkomstig de Lissabon Erkenningsconventie verschillende concrete stappen voor asielzoekers, vluchtelingen, subsidiair beschermden en personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden die niet alle documenten en informatie kunnen indienen. Zij kunnen voor de erkenning van hun studiebewijs een procedure opstarten vanaf het moment dat

38

Vlaamse Onderwijsraad. Advies Raad Hoger Onderwijs – Advies over de gelijkwaardigheidserkenning van buitenlandse diploma’s in het hoger onderwijs in Vlaanderen. 13 oktober 2009.

39

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de differentiatie in de financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van het buitenlandse studiebewijs van 31 januari 2014.

40

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018.

18


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

ze één bewijsstuk hebben dat ze zijn afgestudeerd. Dit kan een diploma zijn maar ook een puntenlijst van het laatste jaar, een voorlopig diploma, een duplicaat. Voor bijkomende informatie over de opleiding is de adviesverlener aangewezen op een verkennend gesprek en een vluchtelingenfiche. Indien nodig kan er gebruik gemaakt worden van een tolk. Terwijl dit vandaag nog kosteloos kan, werd in de beleidsnota Gelijke Kansen, Inburgering en Integratie opgenomen dat de gebruiksoverheden deze dienstverlening moeten financieren tijdens het inburgeringstraject. Het is momenteel nog onzeker of de gebruiksoverheden bijgevolg nog van deze dienstverlening gebruik zullen maken. Na het inburgeringstraject dient de anderstalige zelf te betalen voor deze dienstverlening41. In 2018 werden 1013 aanvragen ingediend door asielzoekers, vluchtelingen, subsidiairbeschermden en personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Ze vormen 22% van de aanvragers en 83% van hen wordt begeleid. De top drie bestaat Syrië, Irak en Palestina42.In 81% van de gevallen leidde de erkenningsaanvraag tot een erkenning. In 15% werd geen beslissing genomen en in 4% van de gevallen een negatieve beslissing43. Er liep een samenwerking tussen de VLIR en NARIC voor de erkenning van vluchtelingen met een masterdiploma in de domeinen business-economie, ingenieurswetenschappen of exacte wetenschappen, maar slechts weinig vluchtelingen volgden dit traject. Er waren in totaal 16 intakegesprekken waarbij twee aanvragers het traject doorliepen en 13 een advies kregen op basis van het intakegesprek44. Eén persoon kon (nog) niet deelnemen aan het traject omwille van onvoldoende kennis van het Engels of Nederlands. De procedure werd geheroriënteerd. In dit huidig alternatief traject heeft de adviesverlener van de universiteit een verkennend gesprek met de aanvrager en bepaalt vervolgens of een assessment traject helpt om een inschatting te kunnen maken van de kwalificaties. Het traject kan dan doorlopen worden in de instelling van de adviesverlener. Een assessment traject kan enkel voorgesteld worden als er na het verkennend gesprek nog steeds onduidelijkheid is over enkele essentiële opleidingsonderdelen en/of over de masterproef. Het assessment traject kan tot zes maanden duren en bestaan uit het volgen van een opleidingsonderdeel aan een hogeronderwijsinstelling, een seminarieopdracht, …,. Na het assessment-traject wordt vervolgens een beslissing genomen over de gelijkwaardigheid van het studiebewijs. Het assessment-traject maakt dus deel uit van de inschatting van het niveau van het studiebewijs, niet van de remediëring.

Beroepsprocedure45 De Lissabon Erkenningsconventie stelt dat indien erkenning geweigerd wordt of indien er geen beslissing genomen wordt, een aanvrager hoger beroep moet kunnen instellen. Dit hoger beroep moet binnen een redelijke termijn afgehandeld worden. Vandaag hanteert NARIC drie procedures voor ‘beroep’: heroverweging, herziening en een beroep bij de Raad voor Betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen: Een heroverweging: dit is een procedure waarbij wordt aangegeven dat NARIC een “materiele fout” gemaakt zou hebben. Er zijn jaarlijks ongeveer vijf dossiers. 41

Beleidsnota 2019-2024 Gelijke Kansen, Integratie en Inburgering

42

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018. Brussel.

43

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018. Brussel.

44

Een meer gedetailleerd overzicht in bijlage 6

45

Informatie per email verstrekt door NARIC

19


Een efficiĂŤnte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Een herziening: dit is een interne procedure waarbij binnen zes maanden na de beslissing nog bijkomende stukken worden toegevoegd aan het dossier. Er zijn jaarlijks ongeveer 100 dossiers, in de helft van de gevallen worden de dossiers dan opnieuw behandeld, maar dat betekent niet dat deze dossiers dan resulteren in een positieve beslissing. Een beroep bij de Raad voor Betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen: dit is een formele beroepsprocedure bij een administratief rechtscollege. De procedure is kosteloos en men heeft geen advocaat nodig. De Raad kan zich enkel uitspreken over de wettelijkheid van de beslissing, de vraag of alle regels correct toegepast werden, met bijkomende stukken mogen zij geen rekening houden. Het beroep moet worden ingediend binnen de 30 kalenderdagen. Er zijn jaarlijks circa 25 beroepen. Het is heel moeilijk te bepalen in hoeveel gevallen de beslissing van NARIC vernietigd wordt. Maar de voorbije jaren gebeurde dit volgens NARIC nooit in meer dan 20% van de beroepen.

20


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Doelgroep voor diploma-erkenning Een erkenning van gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen door NARIC is gericht op doorstroming naar de arbeidsmarkt. Iedere houder van een buitenlands studiebewijs heeft het recht op een onderzoek naar de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs op voorwaarde dat de aanvrager zijn/haar woonplaats heeft in het Vlaams Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, of kan aantonen dat de aanvraag gebeurt met het oog op tewerkstelling in het Vlaams Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Volgens een onderzoek door het HIVA waarin zowel aanvragers als HR-professionals werden bevraagd ziet 70% van de aanvragers diploma-erkenning als belangrijk tot heel belangrijk om met vertrouwen te solliciteren46. Toch is erkenning van een buitenlands studiebewijs slechts voor twee groepen wezenlijk van belang: ten eerste voor aanwervingen bij de publieke sector en ten tweede voor de toegang tot de gereglementeerde beroepen voor personen met een buitenlands studiebewijs van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Voor deze beroepen wordt door HR-professionals dan ook expliciet en systematisch naar de erkenning gevraagd in de selectieprocedure. Al komt het ook voor dat de kandidaat-werknemers reeds een arbeidscontract krijgen aangeboden nog voor de erkenning van het buitenlands studiebewijs rond is. Personen met een buitenlands studiebewijs van binnen de EER kunnen rechtstreeks aankloppen bij de bevoegde erkenningsinstantie voor de toegang tot het beroep. De onderzoekers stelden vast dat ook informeel gereglementeerde beroepen zijn waarvoor het zinvol kan zijn om een buitenlands studiebewijs te laten erkennen. De HIVA-onderzoekers geven de voorbeelden van tussenpersonen in bank en beleggingsdiensten en tussenpersonen in verzekeringsdiensten waarvoor men moet aantonen over voldoende beroepskennis te beschikken. Dat kan door middel van een examen bij Febelfin Academy, maar men kan echter worden vrijgesteld van deze examens mits men in het bezit is van een masterdiploma, een bachelordiploma in bank- en financiewezen of een bachelordiploma met voldoende studiepunten technische kennis. Hetzelfde onderzoek relativeert het belang van erkenning van een buitenlands studiebewijs. HR professionals zijn slechts beperkt bekend met de betekenis van de erkenning van buitenlandse studiebewijzen en de verschillende erkenningsprocedures. Bijvoorbeeld het verschil tussen volledige gelijkwaardigheid en niveaugelijkwaardigheid is zelfs bij HR-professionals grotendeels onbekend47. Voor niet-gereglementeerde beroepen is de erkenning van het buitenlands studiebewijs niet verplicht en vinden HR-professionals dat het weinig meerwaarde heeft. De erkenning van het buitenlands studiebewijs kan van belang zijn voor middengeschoolden en hooggeschoolden met een buitenlands studiebewijs die in een specifiek beroep en/of op hun kwalificatieniveau actief willen zijn op de arbeidsmarkt. Uit het HIVA-onderzoek blijkt echter dat de grote meerderheid van de bevraagde HR-professionals niet naar de erkenning van buitenlandse studiebewijzen vraagt en aangeeft dat werkervaring een veel belangrijkere rol speelt dan het diploma bij het inschatten van kandidaat-werknemers. Ook de motivatie van werknemers bleek een belangrijker element in de uitnodiging voor een eerste gesprek of assessmenttesten, net als de persoonlijke klik die men ervaart met de kandidaat en de fit met het bedrijf. Verder werd 46

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

47

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

21


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

door verschillende HR-professionals aangehaald dat de skills en expertise die zij zoeken zo specifiek zijn, zelfs binnen hun sector, dat een diploma een veel te algemeen gegeven is om hier echt zicht op te krijgen. Dat houders van een buitenlands diploma minder worden aangeworven ligt volgens de HR-professionals niet aan het buitenlands diploma als wel aan andere risico’s zoals taalbarrières. Dat kan verklaren waarom 54% van degene die een erkenning van een buitenlands studiebewijs aanvroegen en aan het werk zijn, rapporteren onder hun niveau aan het werk te zijn.

22


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Advies48 1

Eén loket, meer transparantie en ondersteuning

Vandaag moet men voor de erkenning van kwalificaties en competenties aankloppen bij verschillende instanties met andere procedures. De erkenning van buitenlandse studiebewijzen gebeurt door NARIC. De erkenning van eerder verworven competenties en kwalificaties met het oog op studieduurverkorting gebeurt door de associaties van hogeronderwijsinstelling waar men onderwijs wil volgen. Voor de toegang tot het beroep moet men nog elders zijn. Er heerst momenteel onduidelijkheid, ook bij de begeleiders, over welke organisaties gecertificeerde evaluatoren zijn en aanbieder zijn van EVC of EVK-certificaten. Het is niet duidelijk bij wie men terecht kan voor welke kwalificaties of competenties en onder welke voorwaarden. Een studie van het HIVA49 bij de aanvragers van erkenning van een studiebewijs vond dat slechts 45% van de aanvragers die de procedure hadden doorlopen op de hoogte waren van het verschil tussen niveaugelijkwaardigheid en volledige gelijkwaardigheid. Ook bij vluchtelingen bleek er verwarring over wanneer wel en niet bij NARIC aan te kloppen50. In haar studie geeft mevr. Chakkar het voorbeeld van een Syrische ingenieur die door een OCMW enkel naar werk in de schoonmaaksector of een kringwinkel werd toe geleid51. Er is een gebrek aan gecentraliseerde, duidelijke en actuele informatie over de verschillende mogelijkheden die gaan van tewerkstelling op niveau tot erkenning van beroepskwalificaties.

1.1

Één loket voor erkenningen van studiebewijzen, kwalificaties en competenties

De sociale partners en kansengroepen vragen om alle informatie rond diplomagelijkschakeling, professionele erkenning, eerder verworven competenties en eerder verworven kwalificaties op één centraal punt te bundelen. De aanvrager en toeleider moeten bij een website met een digitaal loket terecht kunnen die voortdurend wordt geüpdatet52. Dit loket hoeft niet te worden bemand met werknemers van NARIC, maar moet wel digitaal en telefonisch in het Nederlands, Frans en Engels bereikbaar zijn.

48

De sociale partners en kansengroepen wensen NARIC en VDAB hartelijk te bedanken voor de uitstekende medewerking bij de totstandkoming van dit advies.

49

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

50

Chakkar, S. (2018). The role of credential recognition policy in the over-qualification among refugees in Flanders: An exploratory policy process evaluation. Masterproef KU Leuven.

51

Chakkar, S. (2018). The role of credential recognition policy in the over-qualification among refugees in Flanders: An exploratory policy process evaluation. Masterproef KU Leuven. p.53

52

De sociale partners en kansengroepen verwijzen ook naar de richtlijnen voor NARICs die op 28 juni 2019 werden goed gekeurd door het Committee of the convention on the recognition of qualifications concerning higher education in the European Region, https://www.enicnaric.net/fileusers/Guidelines_National_Online_Information_Systems.pdf

23


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

1.2

Landenfiches en precedentendatabank

De HIVA-onderzoekers stelden vast dat sommige HR-professionals moeilijk het niveau van een buitenlands diploma kunnen inschatten. Soms hebben ze vragen over de authenticiteit, maar niet altijd53. De European Area of Recognition Manual (EARM) stelt dat erkenningsautoriteiten een inventaris van typische erkenningsaanvragen en/of een vergelijkend overzicht tussen het eigen onderwijssysteem en andere verschillende onderwijssystemen en kwalificaties beschikbaar moeten maken. Daarnaast stelt de EARM dat indien mogelijk een online databank met eerder uitkomsten van erkenningsvragen (precedentendatabank) beschikbaar moet worden gesteld54. De sociale partners en kansengroepen vragen dat, zoals bij de Nederlandse NARIC55, er een overzicht beschikbaar wordt gemaakt van de meest gangbare studiebewijzen en hoe die zich verhouden tot een Vlaams studiebewijs. Deze kan een geloofwaardige indicatie voor werkgevers bieden van de waarde van iemands studiebewijs zonder dat er een procedure aan te pas moet komen en zonder dat NARIC garant staat voor de effectieve gelijkwaardigheid van het specifieke studiebewijs in kwestie of de authenticiteit ervan. NARIC beschikt al over landenfiches met een onderwijsstructuur en het niveau van de diploma’s. Het zou nuttig zijn voor de aanvragers en begeleiders om deze publiek te maken. Daarnaast zou een precedentendatabank toelaten om indicatief te weten te komen wat vaak voorkomende problemen bij aanvragen voor de erkenning van studiebewijzen van bepaalde universiteiten en landen zijn. Het zou zinvol zijn om te weten dat bij een bepaald diploma van een bepaalde universiteit of land bijvoorbeeld nog een stage moet worden gevolgd. Zo zou het voor Nederlandse psychologen erg handig zijn om meteen te kunnen zien dat hun diploma wellicht enkel zal worden erkend wanneer ze ook een jaar werkervaring kunnen voorleggen omdat de Nederlandse opleiding standaard onvoldoende stage-ervaring bevat voor een volledige gelijkwaardigheid. Deze databank zou naar voorbeeld van bestaande databanken van identiteitsbewijzen en rijbewijzen uit voorbeelden van diploma’s van een bepaalde universiteit en bepaald land zijn opgebouwd56.

1.3

Transparante procedure

Transparantie staat centraal in de Lissabon Erkenningsconventie, maar ondanks belangrijke inspanningen van NARIC ontbreekt deze vandaag nog te vaak. Zo vraagt onder andere de VLIR dat de procedure voor erkenning van buitenlandse studiebewijzen transparanter wordt57.

53

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

54

EAR project team, voor Vlaanderen Erwin Malfroy (2012). European Area of Recognition Manual: practical guidelines for fair recognition of qualifications. http://www.eurorecognition.eu/manual/ear_manual_v_1.0.pdf

55

https://www.nuffic.nl/onderwerpen/buitenlandse-onderwijssystemen/

56

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

57

VLIR (24 april 2019). Vluchtelingen aan de Vlaamse universiteiten: aanbevelingen. Conclusies uit het vluchtelingenproject van de VLIR-werkgroep Gelijke Kansen.

24


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Nochtans voorziet artikel 16 van het BVR van 14 juni 2013 voor erkenning van buitenlandse studiebewijzen uitgereikt in het hoger onderwijs dat de procedure tot de erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen en de niveaugelijkwaardigheid bekend gemaakt worden via verscheidene publiek toegankelijke fora. De sociale partners en kansengroepen vragen dat een gedetailleerd stroomschema58 wordt bekendgemaakt via verscheidene publiek toegankelijke fora. Het is voor toeleiders en aanvragers bijzonder nuttig om een helder overzicht te kunnen raadplegen, met name de vervolgtrajecten in het kader van de procedures die leiden tot toegang tot beroepsuitoefening. De sociale partners en kansengroepen vragen daarom om dit stroomschema ook aan te vullen met de procedures van de beroepsspecifieke erkenningsinstanties59 en deze in samenwerking met deze instanties geüpdatet te houden. Er dient volledige duidelijkheid te komen voor (mogelijke) aanvragers over de diverse procedures bij de beroepsspecifieke erkenningsinstanties60, over de overlap en verschillen tussen de procedures qua finaliteit, verloop, criteria, door toevoegingen aan de online informatie. Dit onder meer om te vermijden dat aanvragers tijd en geld, ook voor vertalingen, verliezen doordat ze een aanvraag indienen bij een voor hun specifieke geval ‘minder geschikte’ instantie. Het stroomschema dient ook een overzicht te bevatten van welke overbruggingscursussen (cfr. infra) wanneer en waar kunnen worden gestart.

1.4

Meer opleiding

Vandaag geeft NARIC jaarlijks al een tiental opleidingen voor toeleiders van personen met een buitenlands diploma. Deze opleiding is al een hele tijd opgenomen in het vormingsaanbod voor VDAB-bemiddelaars. VDAB voorziet sinds 2014 begeleiding bij diplomaerkenning voor werkzoekenden, in samenwerking met partners. De partner die deze opdracht uitvoert, moet vanaf dit jaar ook verplicht de basisopleiding bij NARIC volgen. Daarnaast werkt NARIC momenteel aan een webinar dat publiek beschikbaar zal zijn. De sociale partners en kansengroepen verwelkomen deze opleidingsinspanningen en vragen dat NARIC ook versterkt inzet op ondersteuning en vorming van trajectbegeleiders bij het Agentschap Inburgering en Integratie.

1.5

Digitale procedure

Een volledig digitale procedure voor een ‘verzoek om academische erkenning van diploma’s, getuigschriften of andere bewijzen van studies of opleidingen’ wordt verplicht onder de verordening tot oprichting van één digitale toegangspoort61. Momenteel kan een individuele 58

Ook de European Area of Recognition Manual stelt op pagina 18 dat de beschikbare informatie ook een schematic outline of the recognition process dient te bevatten.

59

Een overzicht van de gereglementeerde beroepen en de bevoegde instanties is hier te vinden: https://www.vlaanderen.be/gelijkwaardigheidserkenning-van-een-buitenlands-diploma-of-getuigschrift-invlaanderen/een-gereglementeerd-beroep-uitoefenen-met-een-buitenlands-diploma

60

De richtlijnen van The Committee of the convention on the recognition of qualifications concerning higher education in the European Region ‘Even though many ENIC/NARIC centres have no specific role regarding the recognition of qualifications in regulated professions, information systems should provide information and links to relevant competent authorities.’

61

Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012.

25


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

aanvrager nog geen digitale aanvraag indienen. Personen die via een intermediaire organisatie (Agentschap voor Integratie en Inburgering, VDAB, …) een aanvraag indienen kunnen dat wel digitaal. Ze kunnen ook de vooruitgang van het dossier opvolgen. NARIC startte in 2019 met de voorbereidende analyses die nodig zijn voor de bouw van een digitale aanvraagmodule waarin de aanvrager via de website individueler wordt begeleid. NARIC voorziet de gefaseerde uitrol in 2020-2021. De mogelijkheid tot zelfstandig indienen van een aanvraag zal de zelfredzaamheidgraad en autonomie van individuele aanvragers verhogen. De sociale partners en kansengroepen vragen dat ook andere stakeholders zoals de VDAB en de Agentschappen Inburgering en Integratie bij het ontwerp van de digitale aanvraagmodule worden betrokken zodat deze nauw aansluit bij de noden van de aanvragers. De sociale partners en kansengroepen vragen dat de digitale aanvraagmodule minstens ook in een Engels-, Duits- en Franstalige versie beschikbaar wordt en dat deze digitale dienst van bij de start e-inclusief wordt ontwikkeld met oog voor de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid voor alle gebruikers, ook voor wie niet of minder digitaal vaardig is.62 Daarbij zouden begeleiders en individuele aanvragers, naast de status, ook de resultaten in hun elektronisch dossier moeten kunnen consulteren. De digitale aanvraagmodule dient de gebruikers zonder begeleiding ook aan te moedigen om zich bij de VDAB en de Agentschappen Inburgering en Integratie in te schrijven. De sociale partners en kansengroepen vragen om voldoende budget vrij te maken voor deze broodnodige digitalisering omdat deze kan leiden tot efficiëntiewinsten en bijgevolg ook de afhandelingstermijn kan doen dalen.

1.6

Meer flexibiliteit in studiebewijslast

Gebruik van verkennende gesprekken Aangezien er in 2018 in 11% van de aanvragen geen beslissing werd genomen omdat bepaalde documenten ontbraken63, het soms weken of maanden duurt voor een aanvrager bepaalde documenten zoals een studieprogramma van zijn/haar onderwijsinstelling kan bekomen en het vandaag zelfs gebeurt dat mensen die hun diploma behaald hebben, toch documenten vervalsen omdat ze het originele document niet meer kunnen voorleggen64, vragen de sociale partners en kansengroepen dat analoog aan de procedure voor vluchtelingen flexibeler wordt omgesprongen met de nood aan bepaalde documenten. De sociale partners en kansengroepen vragen om in plaats daarvan vaker gebruik te maken van een verkennend gesprek (cfr. infra). Het is belangrijk dat in deze procedure een beroep kan worden gedaan op tolken (sociaal of beëdigd)65 om te vermijden dat door communicatieproblemen er een verkeerde inschatting gebeurt van het niveau en de competenties.

62

SERV (13 mei 2019) Advies e-inclusie, SERV, Brussel. Commissie Diversiteit (3 mei 2019). Actielijst personen met een migratieachtergrond. SERV, Brussel (actie 60).

63

Informatie verstrekt door NARIC.

64

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018. Brussel.

65

Commissie Diversiteit (6 oktober 2014). Advies hooggeschoolde nieuw- en oudkomers.

26


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Opvraag van studieprogramma’s door NARIC Eén van de redenen die de procedure tot volwaardige erkenning van een diploma hoger onderwijs vertragen, is de noodzaak het studieprogramma te kunnen voorleggen. In de praktijk blijkt het vaak tijdrovend of zelfs onmogelijk om dit te kunnen bekomen. Daarom zou het een piste kunnen zijn om het opvragen van de studieprogramma’s bij de buitenlandse hogeronderwijsinstellingen door NARIC te laten gebeuren.

Assessmenttraject bij ontbrekende documenten In het kader van een samenwerking tussen VLIR en NARIC kunnen vluchtelingen met een onvolledig dossier aan een hogeronderwijsinstelling een assessment traject volgen. Het traject kan aangevat worden wanneer dossierbehandeling op papier en een verkennend gesprek geen sluitend antwoord kunnen bieden over gelijkwaardigheid met een Vlaams diploma, en men de inschatting maakt dat een traject van maximum zes maanden dit wel kan doen. Dat bestaat dan uit het volgen van een OPO, een seminarieopdracht, etcetera aan een universiteit. Bedoeling is nadien een correcte uitspraak te doen over gelijkwaardigheid van het buitenlandse diploma en het Vlaamse diploma, en om bijvoorbeeld ook te kunnen zeggen welk traject best nog afgelegd moet worden wil de kandidaat een Vlaams diploma behalen. Met uitzondering van diploma’s voor gereglementeerde beroepen werd het assessment voor vluchtelingen met een masterdiploma waarvan het aanvraagdossier onvolledig is (ontbrekende documenten) sinds september 2019 open gesteld voor niet-vluchtelingen met een masterdiploma waarvan het aanvraagdossier onvolledig is, maar een officieel attest bevat dat de ontbrekende documenten verklaart. Dit attest dient te worden bekomen bij de onderwijsinstelling waar het buitenlandse studiebewijs is behaald. Het spreekt voor zich dat wanneer een aanvrager van de onderwijsinstelling waar het buitenlands studiebewijs werd behaald bepaalde documenten niet meer kan bekomen, hij/zij ook problemen zal hebben om een officieel attest te bekomen dat de ontbrekende documenten verklaart. Mogelijks verklaart de nood aan dit attest het schrille contrast tussen de brede doelgroep voor een traject in aanmerking komt en het feit dat in 11% van de gevallen geen beslissing wordt genomen omdat er bepaalde documenten ontbreken. De sociale partners en kansengroepen vragen zich af in welke mate dit attest effectief is en vragen te onderzoeken of dit attest achterwege kan worden gelaten. De sociale partners en kansengroepen vragen ook om, uiteraard samen met de desbetreffende beroepserkenningsinstanties, te onderzoeken of dit assessment voor personen met een masterdiploma waarvan het aanvraagdossier onvolledig is ook kan worden uitgebreid naar diploma’s voor gereglementeerde beroepen.

Vluchtelingen Voor vluchtelingen bestaat er al een specifieke procedure (cfr. supra) waarin zij slechts één document moeten kunnen voorleggen dat hun aanvraag tot erkenning van een buitenlands studiebewijs staaft. De Lissabon Erkenningsconventie stelt echter dat een erkenning van een buitenlands studiebewijs voor vluchtelingen mogelijk moet zijn zelfs wanneer er geen documenten zijn die bewijzen dat de aanvrager het diploma heeft behaald66.Het zou op basis van de vluchtelingenfiche en een gesprek met een expert mogelijk moeten kunnen zijn om de gelijkwaardigheid te beoordelen.

66

Section VII –Recognition of qualifications held by refugees, displaced persons and persons in a refugee-like situation Article VII van de Lisbon Recognition Convention

27


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Een mogelijk piste hiertoe, die ook door de VLIR67 naar voor wordt geschoven, is het Europees Kwalificatiepaspoort. In het Europees Kwalificatiepaspoort voor vluchtelingen worden de kwalificaties, werkervaring en talenkennis van vluchtelingen opgelijst en na een evaluatie onder andere op basis van een interview ook erkend. Het concept werd al succesvol toegepast in een aantal landen, waaronder Noorwegen en Griekenland. Vlaanderen financiert dit initiatief van de Raad van Europa mee, maar maakt er zelf nog geen gebruik van. Ook de vorige minister van Onderwijs pleitte ervoor om de mogelijkheden van het Europees kwalificatiepaspoort in het kader van erkenning van diploma’s en competenties te verkennen68.

1.7

Overbruggingscursus

De sociale partners vragen dat een overbruggingscursus, waarmee een substantieel verschil kan worden geremedieerd, voor zoveel mogelijk aanvragers en bijgevolg studierichtingen waar mogelijk in het Engels beschikbaar wordt. Zo is het al jaren een gekend probleem dat het ontbreken van het vak geriatrie de erkenning van een diploma verpleger tegen houdt. Breder ontbreekt bij buitenlandse studiebewijzen omtrent zorgberoepen kennis over de RIZIV nomenclatuur en de organisatie en regelgeving van het zorgsysteem in Vlaanderen en België. Ook deze lacunes kunnen in een overbruggingscursus worden geremedieerd. In de praktijk zijn er al voorbeelden van dergelijke samenwerkingen, maar dan tussen beroepsspecifieke erkenningscommissies en hogeronderwijsinstellingen. Zo werkt de psychologencommissie samen met hogeronderwijsinstellingen door stagecontracten aan te bieden voor personen met een buitenlands diploma psychologie die nog een stage moeten volgen om toegang tot het beroep te kunnen bekomen. Om de overbruggingscursussen ook voor vluchtelingen en nieuwkomers met beperkte financiële mogelijkheden een succes te maken, moeten een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Ten eerste is het van belang dat OCMWs in het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie de mogelijkheid geven om een overbruggingscursus te volgen. Ten tweede, dient het bestaande aanbod aan taalcursussen69 ook aan te sluiten op de overbruggingscursussen en dient het aanbod te worden uitgebreid, beter afgestemd en bekend gemaakt bij de doelgroep. Ten derde dienen de bestaande beurzen voor een taalopleiding aan een Universitair Taal Centrum (UTC) te worden uitgebreid. Aangezien er met een beperkte jaarlijkse gesloten enveloppe wordt gewerkt van 339 beurzen zijn er elk jaar meer aanvragen dan er kunnen worden gehonoreerd. Deze beurzen gelden enkel voor taalcursussen tot en met Europees ReferentieKader (ERK)niveau A2. Aangezien het vereiste niveau van Nederlands voor het aanvatten van een opleiding hoger onderwijs zich op ERK-niveau B2 of C1 situeert, ontstaat er een hiaat in de financiële ondersteuning van deze doelgroep. De VLIR pleit daarom om ook beurzen beschikbaar te maken voor de hogere taalniveaus, zoals dat op stedelijk niveau bestaat in Gent en Antwerpen70. Ook 67

Vlaamse Interuniversitaire Raad (24 april 2019). Vluchtelingen aan de Vlaamse universiteiten: aanbevelingen, conclusies uit het vluchtelingenproject van de VLIR-werkgroep Gelijke Kansen.

68

Antwoord op 14 maart 2019 van minister Crevits op de vraag om uitleg over de in- en doorstroom van vluchtelingen in het hoger onderwijs van Elisabeth Meuleman, https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1307853/verslag/1310101

69

Het MAXIPAC AMIF project maakte een overzicht van het aanbod van kwalitatieve online taallessen en tutorprogramma’s in het Vlaamse Hoger Onderwijs: https://www.maxipac.be/uploads/1/0/2/1/102130950/rapport_maxipac_maatregel4_def_191210_mva.pdf

70

VLIR (24 april 2019). Vluchtelingen aan de Vlaamse universiteiten: aanbevelingen. Conclusies uit het vluchtelingenproject van de VLIR-werkgroep Gelijke Kansen.

28


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

de vorige minister van Onderwijs pleitte ervoor om na te gaan op welke manier dit hiaat kan worden gedicht71. Dit pleidooi is des te urgenter, omdat in beleidsnota de doelstelling van het inburgeringstraject van A2 naar niveau B1 wordt opgetrokken72.

2

Kortere afhandelingstermijn

Voor de sociale partners en kansengroepen is het essentieel dat de vooropgestelde termijn uit artikel 15 van het BVR van 14 juni 2013 voor erkenning van buitenlandse studiebewijzen uitgereikt in het hoger onderwijs wordt nageleefd en verder wordt ingekort. Een goedwerkende overheid leeft haar eigen termijnen na en een performante overheid weet die in te korten. Waar voor een aantal individuele gevallen extra onderzoek nodig zal zijn om tot een kwaliteitsvolle beslissing te komen, lijkt het voor erkenningsaanvragen uit landen of van instellingen in landen waar NARIC veel ervaring mee heeft mogelijk om, mits slimme maatregelen worden genomen en de nodige middelen en mankracht ter beschikking zijn, de afhandelingstermijn van een vraag naar niveaugelijkwaardigheid (twee maanden) of een volledige gelijkwaardigheid (vier maanden) in te korten. Daarbij kan de uitzonderlijke verlenging omwille van een authenticiteitscontrole uit artikel 15 van het BVR van 14 juni 2013 voor erkenning van buitenlandse studiebewijzen uitgereikt in het hoger onderwijs behouden blijven, maar dient deze de uitzondering te blijven. Bijvoorbeeld in Nederland bedraagt de behandeltermijn maximaal vier werkweken, terwijl de behandeltermijn in Vlaanderen minstens het dubbele bedraagt. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat waar in Vlaanderen een ministerieel besluit wordt genomen dat het buitenlandse studiebewijs gelijkwaardig verklaart met het overeenkomstige Vlaamse studiebewijs, in Nederland slechts een indicatie wordt gegeven. Maatregelen uit dit advies zoals de precedentendatabank, authenticiteitserkenning en automatische erkenning zouden tot gevolg kunnen hebben dat er minder aanvragen zijn voor niveaugelijkwaardigheid en volledige gelijkwaardigheid. Samen met een verdere digitalisering en een structurele informatie-uitwisseling met andere NARIC-centra zou de verminderde werklast moeten leiden tot een snellere gemiddelde afhandelingstermijn. In 2018 verminderde reeds de gemiddelde afhandelingstermijn mogelijks vanwege een lager aantal aanvragen en vanwege aanvullende middelen (200.000 euro of drie dossierbehandelaars). De sociale partners en kansengroepen vragen dat deze aanvullende middelen structureel kunnen worden behouden. De sociale partners en kansengroepen vragen ook om op de hoogte te worden gehouden van de zesmaandelijkse rapportering aan de minister over de afhandelingstermijnen. Momenteel is de aanvrager zelf verantwoordelijk voor de beëdigde vertaling van zijn documenten. Daar is zowel een kost als tijdsverlies mee verbonden. Terwijl het Agentschap Inburgering en Integratie de documenten voor de beëdigde vertaling niet terugbetaalt, doet VDAB dit wel met als gevolg dat er soms wordt gewacht tot men door VDAB wordt begeleid om de aanvraag voor de erkenning van het studiebewijs te starten. Ten einde de kost en het tijdverlies voor de aanvrager te verminderen, zou het kostenefficiënt zijn om bij NARIC één of meerdere vertalers aan te

71

Antwoord op 14 maart 2019 van minister Crevits op de vraag om uitleg over de in- en doorstroom van vluchtelingen in het hoger onderwijs van Elisabeth Meuleman, https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1307853/verslag/1310101

72

Beleidsnota 2019-2024: Gelijke Kansen, Integratie en Inburgering.

29


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

werven voor de meest voorkomende talen. Een alternatief is dat NARIC een contract zou afsluiten met een aantal beëdigde vertalers van veel voorkomende talen in de erkenningsaanvragen. Deze wijziging zou NARIC ook de nodige incentives bieden om minder beëdigde vertalingen op te vragen.

3

Automatische erkenning

3.1

Automatische erkenning tussen gemeenschappen

Voor een aantal gereglementeerde beroepen (verpleegkundige, arts, …) wordt de toegang tot het beroep verleend voor het volledige Belgische grondgebied. Dit betekent dat iemand die in Vlaanderen een academische erkenning krijgt met het Vlaamse diploma van “Bachelor in de Verpleegkunde” en nadien op basis hiervan het visum krijgt voor beroepsuitoefening als verpleegkundige, dit beroep op het volledige Belgische grondgebied mag uitoefenen. Dat is echter de uitzondering. De erkenning van buitenlandse hogeronderwijsdiploma’s is gemeenschapsmaterie. Dit heeft tot gevolg dat de erkenningsprocedure verschillend is in Vlaanderen, Franse en Duitstalige gemeenschap. De erkenning van een buitenlands studiebewijs bij de ene gemeenschap impliceert geenszins automatisch een erkenning bij de andere gemeenschap. Het kan niet dat personen met een migratie-achtergrond die hun studiebewijs laten erkennen in Vlaanderen, de Franse of Duitstalige gemeenschap niet automatisch een erkenning bij de andere gemeenschappen binnen België krijgen. De sociale partners vragen dat een samenwerkingsakkoord wordt gesloten om een automatische erkenning tussen de gemeenschappen binnen België van door een andere gemeenschap erkende studiebewijzen te verwezenlijken. Het Brussels Gewest kondigt in haar regeerakkoord aan samen met de Franstalige Gemeenschap en Vlaanderen te willen werken aan een hervorming van de gelijkwaardigheid van diploma’s. De sociale partners en kansengroepen vragen dat de Vlaamse Regering deze uitgestoken hand aangrijpt om een samenwerkingsakkoord rond automatische erkenning van studiebewijzen die door een andere gemeenschap werden erkend te sluiten.

3.2

Automatische erkenning tussen landen

Sinds 2015 is er al een overeenkomst met Nederland en Luxemburg van kracht waarbij automatische niveaugelijkwaardigheid voor bachelors en masters is opgenomen en sinds 25 januari 2018 geldt dit ook voor graduaats- en doctoraatsdiploma’s. Voor volledige gelijkwaardigheid van diploma’s uit Nederland moet men nog wel een aanvraag bij NARIC indienen. In 2015 werd door de landen van de European Higher Education Area het Yerevan Communiqué73 aangenomen waarin voorop werd gesteld dat tegen 2020 de 47 landen automatisch elkaars kwalificaties zouden erkennen. De landen herhaalden deze belofte specifiek voor de automatische erkenning van hoger onderwijs kwalificaties in 2018 in Parijs74, maar zonder de datum 2020 opnieuw naar voor te schuiven. 73

European Higher Education Area (2015). Yerevan Communiqué. http://www.ehea.info/media.ehea.info/file/2015_Yerevan/70/7/YerevanCommuniqueFinal_613707.pdf

74

European Higher Education Area (25 mei 2018). Paris Communiqué. http://www.ehea.info/Upload/document/ministerial_declarations/EHEAParis2018_Communique_final_952771. pdf

30


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Op de Raad Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport van 26 november 2018 namen de onderwijsministers een aanbeveling betreffende de bevordering van automatische wederzijdse erkenning van diploma's hoger onderwijs en hoger secundair onderwijs en de resultaten van leerperioden in het buitenland aan75. De aanbeveling van de Raad heeft tot doel te garanderen dat de leerervaring die een student, stagiair of leerling in het buitenland heeft opgedaan, al dan niet in het kader van een kwalificatie of leermobiliteit, automatisch wordt erkend met het oog op een vervolgopleiding. De Benelux samenwerking wordt samen met een samenwerking tussen de noordse landen en een samenwerking tussen de Baltische staten als goed voorbeeld erkend. Op 8 november 2019 werd door de minister van Onderwijs van de Benelux en Baltische staten een intentieverklaring ondertekend om de automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid uit te breiden met Estland, Letland en Litouwen. De sociale partners en kansengroepen vragen dat de automatische erkenning binnen de Benelux en de Baltische staten wordt uitgebreid naar studiebewijzen van het secundair onderwijs76. In 2018 betrof 36% of 1921 van de erkenningsbeslissingen het secundair onderwijs77. De lidstaten worden door de Europese aanbeveling uitgenodigd om zich politiek te engageren voor automatische erkenning. De sociale partners en de kansengroepen vragen dat Vlaanderen deze aanbeveling aangrijpt om nog verder in te zetten op de automatische wederzijdse erkenning van de niveaugelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen behaald binnen de Europese Hoger Onderwijs Ruimte, met name dienen de onderhandelingen met de noordse landen, Frankrijk en Nordrhein-Westfalen om automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid te bekomen worden hervat. Eenzelfde aanpak zou moeten worden bekeken voor herkomstlanden buiten de EU van waaruit veel erkenningsaanvragen komen zoals Marokko en Turkije. Vlaanderen blijkt een voortrekker te zijn om tot wederzijdse automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid te komen, maar andere lidstaten willen niet altijd mee. Indien er geen schot komt in de automatische wederzijdse erkenning, schuiven de sociale partners en de kansengroepen het voorbeeld van Portugal naar voor dat automatisch de niveaugelijkwaardigheid van andere Europese studiebewijzen erkent. Momenteel ontvangt de aanvrager in geval van automatische erkenning geen bewijsdocument. Het gebrek hieraan is nefast in de contacten met werkgevers. Daarom vragen de sociale partners dat een document kan worden gedownload dat de automatische erkenning bevestigt. De Noorse NARIC – NOKUT – voorziet bijvoorbeeld een document waarin wordt gesteld dat diploma’s van Finland, Ijsland, Denemarken, Litouwen, Polen en Zweden automatisch worden erkend. De sociale partners en kansengroepen vragen ook om te onderzoeken wat mogelijke toepassingen van blockchain op gebied van automatische erkenning van niveaugelijkwaardigheid zouden kunnen zijn.

75

Aanbeveling van de Raad betreffende de bevordering van automatische erkenning van diploma’s hoger onderwijs en hoger secundair onderwijs en de resultaten van leerperioden in het buitenland.

76

Vraag om uitleg over de erkenningsprocedure van NARIC (National Academic Recognition Information Centre) van Koen Daniëls aan minister Hilde Crevits 1895 (2016-2017), https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1128962/verslag/1135650

77

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s: jaarverslag 2018. Brussel.

31


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

4

Alternatieve erkenningsvormen

Voor verschillende nieuwkomers kan een andere vorm van erkenning het meest relevant zijn. Door alternatieve erkenningen aan te bieden wensen de Vlaamse sociale partners en kansengroepen ervoor te zorgen dat elke nieuwkomer beroep kan doen op de voor hem/haar meest relevante vorm van erkenning.

4.1

Authenticiteitserkenning

Uit het HIVA-onderzoek78 blijkt dat HR professionals vragende partij zijn voor een procedure waarbij enkel wordt nagegaan of het studiebewijs authentiek is en behaald aan een erkende instelling. Dit kan een minder tijdrovende, eenvoudigere en goedkopere procedure zijn dan het onderzoeken van inhoudelijke gelijkwaardigheid. De sociale partners en de kansengroepen vragen om samen met de precedentendatabank werk te maken van een procedure authenticiteitserkenning. Deze authenticiteitserkenning kan met name een rol spelen bij kwalificaties waarvoor er in Vlaanderen geen equivalent is. In een internationaal onderzoek merkt de Noorse NARIC – NOKUT – op dat in verschillende landen kwalificaties kunnen worden behaald met het oog op de arbeidsmarkt die niet in de bachelor-master structuur passen. De erkenning van deze ‘short cycle qualifications’ als op zichzelf staande kwalificatieniveaus is één van de maatregelen die door de European Higher Education Area in het Paris Communiqué van 201879 werden opgenomen. NARIC erkent erkent short cycle qualifications op niveau 5. Sinds 2019 doet NOKUT dit ook.

4.2

Voorwaardelijke erkenning

Een erkenning van het buitenlands diploma gebeurt niet steeds op hetzelfde niveau als het buitenlands diploma. Zo kan een buitenlands masterdiploma na onderzoek eerder vergelijkbaar zijn met een bepaalde Vlaamse bacheloropleiding of het niveau van ‘bachelor’. In 2018 leidde 1060 aanvragen of 20% van de aanvragen tot volledige gelijkwaardigheid en 2909 aanvragen of 55% van de aanvragen tot niveaugelijkwaardigheid (cfr. infra).80 Uit een survey van houders van een buitenlands diploma die een erkenning hadden aangevraagd bleek dat slechts 63,2% van de respondenten de erkenning kregen die ze hadden beoogd. 27,7% stelde een alternatieve erkenning te hebben gekregen en 9,2% gaf aan dat hun diploma niet werd erkend81. Ten einde ervoor te zorgen dat er uiteindelijk meer volwaardige erkenningen worden uitgereikt voor zij die deze erkenning beogen, schuiven de sociale partners en kansengroepen op basis

78

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

79

European Higher Education Area (25 mei 2018). Paris Communiqué. http://www.ehea.info/Upload/document/ministerial_declarations/EHEAParis2018_Communique_final_952771. pdf

80

AHOVOKS (2019). De erkenning van buitenlandse diploma’s – jaarverslag 2018. Brussel.

81

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

32


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

van de European Area Recognition Manual82 de voorwaardelijke erkenning als uitkomst naar voor. Hiermee zou NARIC een studiebewijs kunnen erkennen op voorwaarde dat nog een bepaald aantal credits, opleidingsonderdeel, seminarie-opdracht, masterproef, stage, onderwijskwalificatie of beroepskwalificatie wordt behaald. NARIC dient daarbij ook actief door te verwijzen naar de instantie waarbij de aanvrager terecht kan om aan de voorwaarde te voldoen. Deze voorwaardelijke erkenning moet bindend zijn voor de hogeronderwijsinstellingen, zodat de aanvrager niet opnieuw een procedure moet doorlopen die mogelijks zou kunnen beslissen dat de door NARIC erkende credits opnieuw alsnog moeten worden gevolgd.

5

Transparantie over en dialoog met erkenningsinstanties van gereglementeerde beroepen

Uit onderzoek83 blijkt dat erkenning van buitenlandse studiebewijzen vooral belangrijk is als eerste stap voor zij die toegang willen tot een van de meer dan honderd gereglementeerde beroepen. Die procedures verschillen en zijn weinig transparant. NARIC heeft door middel van een specifieke procedure belangrijke stappen gezet om de toegankelijkheid voor vluchtelingen te verhogen. De sociale partners en kansengroepen vragen deze instanties om waar mogelijk de ook de toegankelijkheid te verhogen en procedures op elkaar af te stemmen. Het verschil zit vooral in het al dan niet vragen van beëdigde vertalingen en in het aanvaarden van documenten in het Frans, Engels of Duits (waarvoor dan geen vertaling meer moet voorzien worden). Daarenboven kan de wachttijd oplopen. Bij erkenning van het diploma van verpleger/verpleegster, duurt de wachttijd voor de registratie bij de FOD Volksgezondheid dikwijls nog verschillende maanden. Als gevolg van bovenstaande, gaat er – in een context van nijpende personeelsschaarste in de zorgsector - veel talent en ervaring verloren. Wie een diploma van buiten de EER heeft, moet in principe eerst de diploma-erkenning bij NARIC aanvragen en vervolgens pas toegang tot het beroep bij de beroepsspecifieke erkenningsinstantie. Situaties waarbij NARIC en de beroepsspecifieke erkenningsinsanties de aanvrager voortdurend naar elkaar doorverwijzen moeten in de toekomst worden vermeden. Er moet volledige wederzijdse transparantie komen tussen NARIC en de beroepsspecifieke erkenningsinstanties over de gehanteerde criteria en procedures. Dit onder meer om te vermijden dat er dubbel werk wordt gedaan en ze teveel van elkaar verschillen, maar ook om van elkaar te kunnen leren. Daarnaast vragen de sociale partners en de kansengroepen dat wanneer een studiebewijs is erkend dit studiebewijs en de ingediende documenten automatisch worden bezorgd aan de bevoegde beroepsspecifieke erkenningsinstantie. Hogeronderwijsinstellingen doen dit al voor Vlaamse diploma’s voor een aantal beroepen (bijv. artsen), maar niet voor alle gereglementeerde beroepen (bijv. psychologen).

82

EAR project team, voor Vlaanderen Erwin Malfroy (2012). European Area of Recognition Manual: practical guidelines for fair recognition of qualifications. http://www.eurorecognition.eu/manual/ear_manual_v_1.0.pdf

83

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

33


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

6

Samenwerking met werkgevers en sectoren

Uit onderzoek van het HIVA blijkt dat werkgevers slechts beperkt bekend zijn met de betekenis van de erkenning van buitenlandse studiebewijzen en de verschillende erkenningsprocedures. Bijvoorbeeld het verschil tussen volledige gelijkwaardigheid en niveaugelijkwaardigheid is zelfs bij HR-professionals grotendeels onbekend84. De onderzoekers adviseren om werkgevers meer te informeren over de bestaande erkenningsprocedures. De sociale partners en kansengroepen onderschrijven deze vaststelling en vragen dat NARIC extra inspanningen doet om alle betrokken organisaties te bereiken. Die organisaties dienen op hun beurt de informatie naar hun klanten of achterban door te geven. Ook de werkgeversorganisaties engageren zich om de werkgevers op de hoogte te brengen en te houden van de mogelijkheden van de erkenning van buitenlandse studiebewijzen. Bij een erkenningsaanvraag motiveert NARIC een negatieve beslissing door nauwkeurig aan te geven welke onderdelen er ontbreken en houdt rekening met werkervaring. De sociale partners en kansengroepen moedigen NARIC aan om zoveel mogelijk rekening te houden met werkervaring wanneer er te weinig stage is gevolgd tijdens de opleiding, maar er kan geen rekening worden gehouden met werkervaring die in België werd opgedaan in een gereglementeerd beroep terwijl men voor dit beroep in België nog geen erkenning had. Wanneer de voorwaardelijke erkenning wordt ingevoerd, zouden sectoren voor specifieke onderdelen aanpassingsstages moeten ontwikkelen, met name voor het secundair onderwijs en graduaten.

7

Diploma’s bij de overheid

Kandidaten voor aanwerving bij het gemeente en provinciepersoneel moeten voor de functies in de basisgraden van niveau A, B en C voldoen aan de diplomavereiste die geldt voor het niveau waarin de functie gesitueerd is85. Weliswaar kan de raad bepalen dat kandidaten die niet voldoen aan de diplomavereiste die als aanwervingsvoorwaarde geldt voor de functies van niveaus A, B en C, alsnog in aanmerking komen voor aanwerving. Die afwijking van de diplomavereiste is uitzonderlijk en op grond van vooraf vastgestelde, objectieve criteria, mogelijk als de functie noch op basis van de functiebeschrijving, noch krachtens een reglementering van de hogere overheid een diploma vergt. Een kandidaat die niet over het vereiste diploma beschikt, kan in dat geval toch in aanmerking als hij, ofwel: 1° voldoet aan een vereiste inzake relevante beroepservaring en slaagt voor een niveau- of capaciteitstest. In Gent gebruikt men een niveaubepalende test waarvan de resultaten worden vergeleken met een normgroep op het beoogde niveau. Als men slaagt voor deze testen kan men deelnemen aan de selecties waarvoor een diploma gevraagd wordt.

84

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

85

Artikel 11, Besluit van de Vlaamse Regering houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdeden enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 7 december 2007.

34


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

2° beschikt over een op de functie afgestemd ervaringsbewijs, uitgereikt overeenkomstig de Vlaamse regelgeving over de titels van beroepsbekwaamheid; 3° beschikt over een op de functie afgestemd attest van een beroepsopleiding die hij gevolgd heeft bij een door de Vlaamse Regering erkende instelling voor beroepsopleiding. In voorkomend geval beslist de aanstellende overheid voor de vacantverklaring van de functie of kandidaten die niet aan de diplomavereiste beantwoorden, in aanmerking komen voor aanwerving86. De steden zien volgens de HIVA-onderzoekers87 de diplomaverplichting als een obstakel in het diversiteitsbeleid88 en dat stellen kandidaten soms afhaken vanwege de prijs die ze voor diplomaerkenning moeten betalen. De steden proberen hier wegen rond te zoeken. Zo kan men in sommige gevallen al deelnemen aan de selectieprocedure nog voor dat het diploma daadwerkelijk erkend is. Men kan wel pas in dienst treden wanneer het diploma is erkend wat door de lange afhandelingstermijn voor problemen zorgt. Zo zien de lokale besturen zich soms genoodzaakt iemand te werk te stellen onder zijn/haar niveau tot het diploma wordt erkend. Ook bij de Vlaamse overheid moet een kandidaat over het diploma of studiegetuigschrift of een ervaringsbewijs of toegangsbewijs bezitten dat overeenstemt met het administratief niveau van de functie waarin wordt aangeworven89, met uitzondering van knelpuntberoepen90. In het advies omtrent diversiteit bij lokale besturen91 pleitte de Commissie Diversiteit er al voor om de logica om te gooien en van diplomavereisten de uitzondering te maken. Lokale besturen vragen bij aanwervingen dan enkel een diploma, mits zij dit kunnen motiveren op basis van vooraf bepaalde objectieve criteria (bijvoorbeeld bij beschermde beroepen). Op die manier kunnen lokale besturen mensen die niet beantwoorden aan de klassieke diplomavereisten maar wel potentieel hebben, kansen bieden op een gepaste functie. In het recente advies omtrent het Gelijke Kansen en Diversiteitsplan 2020 van de Vlaamse overheid stelt de Commissie Diversiteit dat ‘een EVC-procedure de standaardprocedure moet zijn in plaats van de uitzondering.’92 De sociale partners en kansengroepen herhalen deze vraag, opdat bij aanwervingen bij de Vlaamse Overheid enkel een diploma wordt gevraagd wanneer dit kan worden gemotiveerd op basis van vooraf bepaalde objectieve criteria bijvoorbeeld bij gereglementeerde beroepen. Deze vraag sluit aan bij het voornemen in de beleidsnota Werk en Sociale Economie om als overheid het goede voorbeeld te geven en het aanwerven op basis van competenties makkelijker te maken. Dat zou ook de druk op NARIC verminderen.

86

Artikel 12 van hetzelfde BVR.

87

Chakkar, S. & De Cuyper P. (2019). De gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt: een analyse vanuit werkgevers en aanvragersperspectief. Onderzoek in opdracht van NARIC-Vlaanderen. HIVA – Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving.

88

Dit kwam ook aan bod tijdens de SERV-academie Diversiteit op de werkplek bij lokale besturen van 19 april 2018,https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20180419_SERVacademie_diversiteit_lokalebesturen_verslag_panelgesp.._.pdf

89

Artikel 3.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid van 13 januari 2006.

90

Artikel 3.3 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid van 13 januari 2006; Ministerieel Besluit van 15 juni 2009 houdende de vaststelling van knelpuntfuncties binnen de diensten van de Vlaamse overheid.

91

Commissie Diversiteit (6 juni 2017). Tewerkstelling van kansengroepen bij lokale besturen in Vlaanderen, https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COMD_20170606_Lokalebesturen_ADV_0.pdf

92

Commissie Diversiteit (20 januari 2020). Advies gelijkekansen- en diversiteitsplan 2020.

35


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Bijlagen Bijlage 1: Aanvragen gelijkwaardigheid93

Aantal aanvragen gelijkwaardigheid 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aantal aanvragen gelijkwaardigheid

In 2018 ontving NARIC 4409 nieuwe aanvragen. Er werden in totaal 5548 aanvragen voor de erkenning van een buitenlands diploma behandeld. Dit zijn aanvragen die NARIC in of vóór 2018 ontvingen.

Beslissingen genomen in 2018 Positieve beslissing – specifieke erkenning

1060

20%

Positieve beslissing – niveaugelijkwaardigheid

2909

55%

Negatieve beslissing – geen enkele gelijkwaardigheid

118

2%

Geen beslissing mogelijk

1226

23%

Totaal

5313

100%

In 23% van de aanvragen waarvoor een beslissing nodig was, was het niet mogelijk om een beslissing te nemen, bijvoorbeeld: Indien bleek dat de opleiding of onderwijsinstelling niet erkend is in het buitenland; Indien er belangrijke documenten ontbraken in het dossier en ze niet meer bezorgd werden; Bij de vaststelling dat er fraude werd gepleegd met documenten.

93

Jaarverslag AHOVOKS 2016; Jaarverslag AHOVOKS 2018; Schriftelijke vraag nr 414 van Robrecht Bothuyne van 22 mei 2018 betreffende NARIC – Erkenning buitenlandse diploma’s

36


Een efficiĂŤnte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Aantal

% ten opzichte van totaal hoger onderwijs

% ten opzichte van het algemene totaal

Hoger Onderwijs Volledige gelijkwaardigheid

Niveaugelijkwaardigheid

Totaal

1376

100%

26%

Positieve beslissing

930

68%

18%

Doctoraat

34

2%

1%

Master

295

21%

6%

Bachelor

559

41%

11%

HBO5

42

3%

1%

Negatieve beslissing

98

7%

2%

Geen beslissing mogelijk

348

25%

7%

Totaal

2016

100%

38%

Positieve beslissing

1673

83%

31%

Master

242

12%

5%

Bachelor

1218

60%

23%

HBO5

213

11%

4%

Negatieve beslissing

12

1%

0%

Geen beslissing mogelijk

331

16%

6%

37


Een efficiĂŤnte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Aantal

% ten opzichte van totaal secundair onderwijs

% ten opzichte van het algemene totaal

Secundair onderwijs Volledige gelijkwaardigheid

Niveaugelijkwaardigheid

Totaal

283

100%

5%

Positieve beslissing

130

46%

2%

Diploma (asotso-bso-kso)

35

12%

0,5%

Certificaat

95

34%

1,5%

Negatieve beslissing

8

3%

0%

Geen beslissing mogelijk

145

51%

3%

Totaal

1638

100%

31%

Positieve beslissing

1236

75%

23%

Diploma secundair onderwijs

1002

61%

19%

Getuigschrift derde graad

58

3%

1%

Getuigschrift tweede graad

162

10%

3%

Getuigschrift eerste graad

14

1%

0%

Negatieve beslissing

0

0%

0%

Geen beslissing mogelijk

402

25%

8%

In 2018 hadden 287 aanvragers een buitenlands adres. Dat is ongeveer 6% van het totale aantal aanvragers.

38


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Bijlage 2: studiegebieden Top 10 – Studiegebied hoger onderwijs

Aantal erkende gelijkwaardigheden

Handelswetenschappen en bedrijfskunde

190

Geneeskunde

121

Industriële wetenschappen en technologie

111

Onderwijs

68

Wetenschappen

57

Psychologie en pedagogische wetenschappen

43

Toegepaste wetenschappen

36

Economische wetenschappen

en

toegepaste

economische

27

Gezondheidszorg

27

Sociaal-agogisch werk

24

De meeste specifieke gelijkwaardigheden kende NARIC toe in het studiegebied handelswetenschappen en bedrijfskunde. Dit is een vrij breed studiegebied met studiebewijzen zoals ‘Master of Science in de handelswetenschappen’, ‘Bachelor in het bedrijfsmanagment’, ‘Bachelor in de toegepaste informatica’, ‘Bachelor in het office management.’

Top studiegebied secundair onderwijs

Aantal erkende gelijkwaardigheden

Personenzorg

94

Horeca

5

Lichaamsverzorging

4

Mechanica-elektriciteit

4

Auto

2

Administratie

2

De meeste gelijkwaardigheidsbeslissingen op het niveau secundair onderwijs kende NARIC toe in het studiegebied ‘personenzorg’. Het gaat over de gelijkwaardigheid met de certificaten van het volwassenenonderwijs ‘logistiek assistent’, ‘verzorging’, ‘zorgkundige’ of studiebewijzen van het secundair onderwijs zoals diploma beroepssecundair onderwijs thuis en bejaardenzorg/zorgkundige, studiegetuigschrift van de derde graad secundair onderwijs verzorging,…

39


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Bijlage 3: Oorsprong diploma Top 10 landen oorsprong diploma 2018 Syrië

430

Nederland

307

Marokko

293

Irak

247

Turkije

203

Palestina

146

Roemenië

134

Rusland

131

Polen

114

India

104

Bijlage 4: Evolutie gemiddelde afhandelingstermijn94 De afhandelingstermijn start wanneer de aanvrager alle benodigde documenten heeft verzameld.

Gemiddelde afhandelingstermijn niveaugelijkwaardigheid 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

BAMA – niveaugelijkwaardigheid SO – niveaugelijkwaardigheid Maximale afhandelingstermijn niveaugelijkwaardigheid

94

Schriftelijke vraag NARIC (National Academic Recognition Information Centre) - Verwerking erkenningsaanvragen van Tine Soens (sp·a) aan minister Hilde Crevits; AHOVOKS (2019) Jaarverslag NARIC 2018.

40


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

Gemiddelde afhandelingstermijn volledige gelijkwaardigheid 250 200 150 100 50 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

BAMA - Volledige gelijkwaardigheid SO – volledige gelijkwaardigheid Maximale afhandelingstermijn volledige gelijkwaardigheid

Bijlage 5: Fraude NARIC gaat tijdens het vooronderzoek na of een diploma authentiek is. Het komt voor dat het studiebewijs of bijbehorende bewijsstukken zoals puntenlijsten of studieprogramma’s vervalst zijn. Deze praktijk is strafbaar en blijft niet zonder gevolgen. 22 aanvragen moest NARIC stopzetten wegens onregelmatigheden. Voor 8 van de 22 aanvragenwaren we genoodzaakt het parket in te lichten. Stopgezet wegens onregelmatigheden: 14 Inlichting parket nodig: 8 Oorsprong studiebewijs met vastgestelde fraude: Guinée: 3 Somalië: 4 Frankrijk: 1

Bijlage 6: VLIR-NARIC samenwerking 16 personen deden het intakegesprek aan een Vlaamse universiteit: 13 personen: beslissing mogelijk op basis van het intakegesprek zonder dat het nodig was om het traject verder te zetten: • 1 positief advies voor een specifieke gelijkwaardigheid met een masterdiploma (Master of science in de Biowetenschappen: Land- en tuinbouwkunde) • 4 positieve adviezen voor het niveau van master • 1 positief advies voor een specifieke gelijkwaardigheid met Bach of sc in de ingenieurswetenschappen: architectuur • 2 positieve adviezen voor een specifieke gelijkwaardigheid met een professionele bachelor (Bachelor in de Elektromechanica)

41


Een efficiënte en toegankelijke erkenning van buitenlandse studiebewijzen

2 positieve advies voor niveau bachelor – Negatief voor master of sc in de ingenieurswetenschappen/industriële wetenschappen – bijkomend advies wordt nog gevraagd voor gelijkwaardigheid met prof bachelor • 1 positief advies voor Bachelor in de ontwerp- en productietechnologie • 1 positief advies voor Bach of sc in de ingenieurswetenschappen: bouwkunde • 1 positief advies voor Bach of Arts in de archeologie 1 persoon deed het traject in het tweede semester van academiejaar 2016-2017 (VUB): gelijkwaardigheid met Master of science in het management werd toegekend. 1 persoon deed het traject in het eerste semester van academiejaar 2017-2018 (UHasselt): negatief voor master of science in de interieurarchitectuur – positief voor niveau bachelor 1 persoon kan niet toegelaten worden tot het traject in het eerste semester van 2016-2017 wegens onvoldoende kennis van het Engels of het Nederlands. Deze kandidaat deed een volgend intakegesprek bij KU Leuven op 31/08/2017. Hij wordt opnieuw niet toegelaten wegens onvoldoende kennis van het Engels of het Nederlands om een traject in een academische opleiding te kunnen volgen. De masterproef ontbreekt in het dossier. Een niveau bachelor werd toegekend. •

42


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Efficiente_toegankelijke_erkenning_buitenlandse_studiebewijzen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu