Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/333
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/333
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 19 november 2020 diende xxx een verzoek in bij Fluvius, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende documenten: - de elektriciteitsmeterstanden 17/10/2000 tot 23/04/2019 waarop zeker de DELTA en DELTA/P kolom terug te vinden is, uiteraard aangevuld met de meterstand zoals opgenomen door de medewerker TOM van Fluvius op 04/11/2020. - de factuur voor de periode 16 november 2019 - 23 april 2019 (datum van afsluiting) Fluvius heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 15 december 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing door Fluvius. Dit beroep werd geregistreerd op 15 december 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 19 november 2020. Op 15 december 2020, de datum van het beroepschrift, is de decretale termijn voor de beslissing van Fluvius inmiddels verstreken. Bij gebrek aan beslissing heeft de termijn om beroep aan te tekenen geen aanvang genomen. Het ingestelde beroep is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat de door hem gestelde vragen aan Fluvius tot op heden onbeantwoord zijn gebleven.
2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt nogmaals vast dat de door verzoeker gestelde vragen opnieuw betrekking hebben op het dossier rond de meterstanden en de afsluiting door Fluvius van de elektriciteit bij verzoeker. De beroepsinstantie nam eerder al twee beslissingen in verband met datzelfde dossier (OVB/2020/274 en 2020/284). De beroepsinstantie merkt op dat, zoals artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt, een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang zou aldus kennelijk onredelijk kunnen zijn. Het komt een overheidsinstantie of een beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken, maar dit kan echter geen vrijgeleide zijn om systematisch tal van documenten aan te vragen of uitleg en bijkomende informatie op te vragen waardoor een onredelijke continue overlast ontstaat voor een instantie, waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat er alleen al sinds september 2019 tussen Fluvius en xxx meer dan 60 mails werden uitgewisseld over dit dossier rond de meterstanden. Er kan Fluvius dan ook zeker geen gebrek aan medewerking worden verweten in zijn talrijke pogingen om verzoeker uitleg en informatie te geven in dit dossier. Daarmee hebben zij zeer zeker voldaan aan de behulpzaamheidverplichting die is ingeschreven in artikel II.6 van het Bestuursdecreet Voorts is uit het onderzoek ook gebleken dat verzoeker met betrekking tot ditzelfde dossier rond de meterstanden ook al meermaals contact heeft opgenomen met de Vlaamse Ombudsdienst. Sinds 2015 is verzoeker meermaals gaan aankloppen bij de Vlaamse Ombudsdienst en ook in de zomermaanden van 2020 heeft hij nog een klacht ingediend bij de Vlaamse Ombudsdienst: hun taak bestaat erin om het dossier te onderzoeken en zo nodig te bemiddelen. Afgelopen zomer ondernam de Vlaamse Ombudsdienst een zoveelste en laatste poging om te bemiddelen bij de verzuchtingen van verzoeker, waarbij de mensen van de Vlaamse Ombudsdienst zelfs ter plaatse zijn geweest en aan verzoeker alle tijd en ruimte hebben gegeven om al zijn problemen op te lijsten en aan hen over te maken. Daarop werd vanuit de Vlaamse Ombudsdienst nogmaals een uitgewerkt voorstel tot verzoening gedaan tussen verzoeker en Fluvius, doch dit is slechts mogelijk indien beide partijen bereid zijn om hierin mee te gaan en na te denken over oplossingen en tegemoetkomingen. Dit veronderstelt ook vertrouwen in de Vlaamse Ombudsdienst en het vertrouwen dat
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/333
pagina 2 van 4
de tegenpartij eventueel afspraken zal nakomen. Uiteraard veronderstelt dit ook dat de verzoeker zich zelf houdt aan de afspraken. Al snel is gebleken dat dit voor verzoeker onmogelijk was. Daarop heeft de Vlaamse Ombudsman eind augustus 2020 dit dossier definitief afgesloten en de verzoeker doorverwezen naar het gemeen recht voor eventuele verdere stappen. Ook is nog gebleken dat er nog een verzoeningsprocedure bij het Vredegerecht is geweest begin oktober 2020, die er is gekomen op uitdrukkelijke vraag van xxx zelf. Inhoudelijk is de discussie over dit dossier van de meterstanden daar nogmaals gevoerd, waarbij verzoeker voor de rechtbank (opnieuw) inhoudelijk verduidelijking heeft verkregen bij dit dossier, samen met een verregaand voorstel tot minnelijk akkoord. Verzoeker heeft evenwel ook daarmee geen genoegen genomen en is daarop opnieuw Fluvius en de beroepsinstantie gaan bestoken met mails met allerhande vragen over ditzelfde dossier. De beroepsinstantie stelt bijgevolg vast dat het huidige openbaarheidsverzoek en de ingestelde beroepsprocedure van xxx te situeren zijn in enerzijds een lange reeks van mails tussen verzoeker en Fluvius en anderzijds ook talloze pogingen van de Vlaamse Ombudsdienst om verzoenend op te treden en een verzoeningsprocedure bij de Vrederechter. De beroepsinstantie is, verwijzende naar wat hiervoor werd uiteengezet, daarom van oordeel dat de werking van de diensten van Fluvius nu onevenredig wordt belast door de aard en het herhalend karakter van de verzoeken/mails die bij hen worden ingediend door xxx. De beroepsinstantie concludeert hieruit dat de grenzen van de kennelijke onredelijkheid hiermee bereikt zijn. De beroepsinstantie onderkent uit alle voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en intentioneel aspect bij de beroeper dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van een overheidsinstantie. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Beroeper heeft aldus het volste recht om gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die hij zich ter harte heeft genomen, na te gaan. Hij is er evenwel niet van ontslagen om zijn rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen: het belang dat de beroeper heeft bij de uitoefening van zijn rechten, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de betrokken overheidsinstantie. De vraag wanneer een aanvraag tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijdt is zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Nochtans kan de beroepsinstantie in casu alleen maar besluiten dat de huidige beroeper de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan. Zijn handelwijze, gelet op het repetitief karakter van de vragen om informatie/verduidelijking die zijn gesteld aan Fluvius en gelet op de jarenlange bemiddelingspogingen door de Vlaamse Ombudsdienst en de recente verzoeningspoging bij het Vredegerecht, schaadt de normale werking van de betrokken overheidsinstantie (in casu Fluvius). Verwijzende naar de hiervoor uiteengezette bijzondere omstandigheden, is er naar het oordeel van de beroepsinstantie in casu dan ook sprake van rechtsmisbruik: de beroepsinstantie is m.a.w. de mening toegedaan dat de diverse herhaalde vragen om verduidelijking/informatie aan Fluvius rond het dossier met de meterstanden van deze beroeper een misbruik van recht inhouden. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel. Volgens de rechtspraak en rechtsleer is rechtsmisbruik de uitoefening van een recht, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/333
pagina 3 van 4
bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is in casu het geval, gelet op het repetitief karakter van de vragen om informatie/verduidelijking die zijn gesteld aan Fluvius en gelet op de jarenlange bemiddelingspogingen door de Vlaamse Ombudsdienst en de recente verzoeningspoging bij het Vredegerecht. Er kan dan ook niet anders geconcludeerd worden dan dat beroeper zijn recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt met het huidige nieuw openbaarheidsverzoek met vragen om verduidelijking rond de meterstanden. Na billijke afweging van ieders belangen, oordeelt de beroepsinstantie, op basis van wat hiervoor uitvoerig werd uiteengezet, dat het huidige openbaarheidsverzoek van xxx moet afgewezen worden omdat het een manifeste uitdrukking is van rechtsmisbruik en kennelijke onredelijkheid. Het voordeel van de informatie die beroeper wenst te bekomen (via herhaaldelijk dezelfde of gelijkaardige informatie op te vragen) weegt kennelijk niet op tegen de last die deze herhaaldelijke aanvragen veroorzaken binnen de diensten van Fluvius. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 15 december 2020 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege Fluvius wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 5 januari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/333
pagina 4 van 4