Skip to main content

Activiteitenverslag_VMM_2009.pdf

Page 1

Activiteitenverslag

2009


Inhoudstafel

Woord vooraf

3

VMM in een notendop

5

Een integrale kijk op water

7

Integraal waterbeleid

7

Doordacht vergunningenbeleid

8

Monitoring watersystemen

9

Pesticiden terugdringen

11

Beheer onbevaarbare waterlopen

11

Toezicht op de waterzuiveringinfrastructuur

18

Toezicht op water bestemd voor menselijke consumptie

22

Werken aan zuivere lucht

25

Monitoring luchtkwaliteit

25

Emissie-inventaris lucht

27

Voorspellen van ozon- of smogpieken

29

Advies milieuvergunningen

29

Hoe is het met ons milieu?

31

VMM werkt samen

33

Op Vlaams niveau

33

Op internationaal niveau

34

VMM informeert

38

Een slagkrachtige organisatie

41

Financiële overzichten

48

COLOFON Coördinatie en eindredactie | Kathleen Vancaester, VMM Vormgeving | Olivier Van Impe, VMM Fotografie | Yves Adams, Jan Caudron, Misjel Decleer, Vilda-photo, Comstock, Steven Ledoux, VMM-archief Verantwoordelijke uitgever | Philippe D’Hondt, Afdelingshoofd Lucht, Milieu en Communicatie Depotnummer | D/2010/6871/005

2


woord vooraf

Beste lezer

In een activiteitenverslag blik je vanzelfsprekend terug op wat voorbij is. Het is altijd goed om eens achterom te kij­ ken en de balans op te maken: wat liep goed, wat kan nog beter, hoe ver staan we in de realisatie van onze ambi­ tieuze doelstellingen … Maar nog veel belangrijker is het om vooruit te kijken en een ambitieus toekomstplan op te maken. Het Vlaanderen-in-Actie-plan (ViA) van de Vlaamse Regering is zo'n toekomstproject. Het doel is om Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van Europese regio's te leiden. Ik stip enkele concrete doelstellingen van Vlaanderen in Actie aan. De Vlaamse burgers kunnen in een aangename, gezonde en milieuvriendelijke omgeving wonen. Het aan­ tal gezonde levensjaren dat verloren gaat door milieuvervuiling moet significant dalen. De concentratie aan fijn stof in de lucht verlaagt met een kwart. De meeste Vlaamse waterlopen hebben een goede ecologische toestand bereikt, zoals bepaald in de Europese kaderrichtlijn Water. Het is duidelijk dat in Vlaanderen in Actie een cruciale rol voor de Vlaamse Milieumaatschappij is weggelegd. Werk maken van een beter leefmilieu in Vlaanderen is precies de kerntaak van de VMM. Voor u en voor uw kinderen. Dat is ons toekomstproject. Daarbij engageren we ons ook voor een andere doelstelling van Vlaanderen in Actie: een slagkrachtige overheid. Samenwerking, efficiëntie, kwaliteit en effectiviteit zijn hierbij de sleutelwoorden. De Vlaamse Milieumaatschappij is klaar voor die grote uitdagingen. Ik wil dit even illustreren aan de hand van één realisatie uit dit rijke activiteitenverslag 2009: de Stroomgebiedbeheerplannen voor de Schelde en de Maas. De wijze waarop deze ambitieuze ontwerpplannen in samenwerking met onze partners tot stand zijn gekomen, is een goed voorbeeld van een slagkrachtige overheid. Verschillende bevoegde instanties slaan de handen in elkaar om te kijken hoe de middelen van de overheid op de meest efficiënte manier kunnen worden ingezet om effectief te komen tot een goede ecologische toestand van onze waterlopen.

Veel leesplezier.

Frank Van Sevencoten Administrateur-generaal

Activiteitenverslag 2009 • 3


4


VMM in een notendop De Vlaamse Milieumaatschappij of VMM werkt als agentschap van de Vlaamse overheid mee aan een beter leefmilieu in Vlaanderen. De Vlaamse Milieumaatschappij heeft als missie bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van het milieube­ leid door het voorkomen, beperken en ongedaan maken van schadelijke effecten voor watersystemen, verontreiniging van de atmosfeer en het rapporteren over de toestand van het leefmilieu en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid. De Vlaamse Milieumaatschappij is een intern verzelfstandigd agentschap (IVA) met rechtspersoonlijkheid en behoort tot het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid. Onze opdrachten zijn bij decreet bepaald. Met de Vlaamse Regering sloten we een eerste beheersovereenkomst af op 23 december 2007, met als looptijd 2008-2010. De beheersovereenkomst bevat de engagementen van de Vlaamse Milieumaatschappij met betrekking tot de uitvoering van haar missie en toegewezen decretale opdrachten en verdui­ delijkt welke middelen ze hiervoor ter beschikking krijgt. In de jaarlijkse ondernemingsplannen wordt de beheersovereenkomst vertaald in concrete doelstellingen en actiepro­ gramma's, met een verwijzing naar de financiering ervan. De Vlaamse Milieumaatschappij beschikt over een intern beheersinformatiesysteem (BIS) op basis van indicatoren om dit ondernemingsplan op te volgen. Onze maatschappelijke zetel is in Aalst. Daarnaast hebben wij verschillende vestigingen in elke provincie in Vlaanderen.

Activiteitenverslag 2009 • 5


6


Een integrale kijk op water De Vlaamse Milieumaatschappij gaat uit van een integrale visie op water. Als leidraad gelden de ambitieuze doel­ stellingen uit de Europese kaderrichtlijn Water, met name een goede algemene toestand van het oppervlakte- en grondwater in Vlaanderen.

Integraal waterbeleid Bij integraal waterbeheer wordt water beschouwd als

op het waterbeheer binnen dat bekken. Die visie wordt

een systeem dat niet alleen de waterlopen, maar ook het

in de praktijk vertaald naar concrete acties en maatrege­

grondwater, de waterbodem, de oevers en de valleien

len om het watersysteem gezonder, veiliger en aantrek­

omvat, en de planten en dieren die er leven. Het herstel,

kelijker te maken.

het behoud, de ontwikkeling en het duurzame gebruik van dit watersysteem is de kerngedachte van integraal waterbeleid. Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 vormt de hoeksteen voor het integraal water­ beleid in Vlaanderen. Via de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) coördineert de Vlaamse Milieumaatschappij het integraal waterbeleid in Vlaanderen en verzekert ze de efficiënte werking van de bekkenstructuren en de bekkensecretariaten. Het secretariaat en het voorzitterschap van de CIW zijn toevertrouwd aan de VMM.

De bekkenbeheerplannen bevatten maatregelen om overstromingen tegen te gaan, van infrastructuurwerken tot baggeren of onkruid ruimen. De plannen tonen ook waar ruimte komt voor recreatie, welke watermolens gerestaureerd zullen worden, waar rioleringswerken gepland zijn, waar aan erosiebestrijding wordt gedaan, welke beken opnieuw zullen meanderen, enz. Heel wat van deze acties en maatregelen worden door de Vlaamse Milieumaatschappij uitgevoerd. Verder werden 13 overstromingsgebieden en 2 oeverzo­ nes afgebakend die meer ruimte aan water geven. Om

Het integraal waterbeleid gaat uit van een gebiedsge­

de uitvoering van deze gebieden te ondersteunen, voor­

richte aanpak. De watersystemen worden opgedeeld in

ziet het decreet Integraal Waterbeleid in een aantal

stroomgebiedsdistricten, stroomgebieden, bekkens en

financiële instrumenten: onteigening, recht van voor­

deelbekkens. Op elk van deze niveaus worden integrale

koop, aankoopplicht en vergoedingsplicht. Op 24 juli

beheerplannen opgemaakt.

2009 keurde de Vlaamse Regering het besluit dat aan

Meer info: www.ciwvlaanderen.be

Bekkenbeheerplannen definitief

deze financiële instrumenten uitvoering geeft, definitief goed. In 2009 werden de eerste bekkenvoortgangsrapporten goedgekeurd door de bekkenbesturen. Een bekken­

Op 30 januari 2009 stelde de Vlaamse Regering de elf

voortgangsrapport brengt verslag uit over de uitvoering

bekkenbeheerplannen en de bijhorende deelbekkenbe­

van het bekkenbeheerplan en de deelbekkenbeheer­

heerplannen vast. Het besluit hierover verscheen op 5

plannen en heeft aandacht voor de werkzaamheden van

maart 2009 in het Belgisch Staatsblad.

de bekkenstructuren.

Elk bekkenbeheerplan bundelt de aspecten en de ken­

De bekkenbeheerplannen en de bekkenvoortgangsrap­

merken van het watersysteem in het bekken en

porten kun je raadplegen via www.bekkenwerking.be. Via

beschrijft welke kansen en knelpunten er zijn. Het cen­

het geoloket bekkenwerking kan elke Vlaming op een

trale hoofdstuk van het plan is een weloverwogen visie

eenvoudige manier nagaan welke acties in zijn buurt gepland zijn.

Activiteitenverslag 2009 • 7


Stroomgebiedbeheerplannen Schelde en Maas

Doordacht vergunningenbeleid

Op 15 juni 2009 werd het openbaar onderzoek over de

Vlaamse Milieumaatschappij naar een minimale belasting

stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas en

en een maximale bescherming van het milieu. De doel­

het bijhorende maatregelenprogramma voor Vlaanderen

stellingen uit de kaderrichtlijn Water zijn daarbij richting­

afgesloten. Via inspraakvergaderingen, een infobrochure

gevend.

en

de

website

www.volvanwater.be

Met een doordacht vergunningenbeleid streeft de

heeft

de

Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) zo veel mogelijk belangenorganisaties en burgers geïnfor­ meerd en gestimuleerd om de plannen te consulteren en erop te reageren. In het Europese en Vlaamse waterbe­ leid wordt immers veel belang gehecht aan inspraak en publieke participatie.

lende rubrieken van Vlarem een advies op basis van objectieve criteria. De adviezen oppervlaktewater behandelen de lozingsproblematiek van de ingedeelde inrichtingen. Doordachte adviezen zijn het resultaat van de nauwgezette opvolging van de best beschikbare technieken (BBT en BREF-documenten) en van het

Het is voor de eerste keer dat integrale waterplannen op

Europees beleid Gevaarlijke Stoffen (kwik, REACH, hor­

stroomgebiedniveau worden opgesteld. Bij deze beide

moonverstoorders), de continue uitbouw van de exper­

stroomgebiedbeheerplannen hoort ook een maatrege­

tise gevaarlijke stoffen en van een databeheersysteem

lenprogramma. Hierin zijn de lopende en de geplande

voor de vergunningen. De adviezen voor grondwater

maatregelen van het Vlaamse waterbeleid opgenomen

handelen hoofdzakelijk over grondwaterwinningen en

als basismaatregelen. Die maatregelen waren ook opge­

hun effecten op de grondwaterlichamen.

nomen in de 11 bekkenbeheerplannen. Die plannen ble­ ken nog niet voldoende om aan de verwachtingen van Europa te voldoen. Daarom focussen de stroomgebied­ beheerplannen op aanvullende maatregelen. Alle opmerkingen en adviezen van het openbaar onder­ zoek werden door de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid verwerkt. De CIW keurde in 2009 de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas en de bijhorende maatregelenplannen voor Vlaanderen die ter vastlegging aan de Vlaamse Regering worden voorge­ legd, goed. Na de vaststelling door de Vlaamse Regering zal de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid uitgebreid over deze plannen en de bijhorende maatregelenpro­ gramma's communiceren.

8

De Vlaamse Milieumaatschappij verleent voor verschil­

In 2009 werden 1.366 milieuvergunningadviezen voor oppervlaktewater, 3.025 milieuvergunningadviezen voor grondwaterwinningen en 136 bodemsaneringdossiers geadviseerd. De Vlaamse Milieumaatschappij verleent ook advies voor de watertoets. Bij deze adviesverlening voor plan­ nen en vergunningen wordt vooral gelet op het vrijwaren van de nodige ruimte voor water. De VMM gaat dan na of de projecten een mogelijk schadelijk effect kunnen hebben op de toestand van het grondwater of op de waterlopen die de VMM beheert. In 2009 werd voor 2.365 dossiers advies gegeven.


Monitoring watersystemen De Vlaamse Milieumaatschappij meet en controleert de

specie en sediment). Het laboratorium van de VMM is

kwantiteit en de kwaliteit van het oppervlaktewater, het

tevens erkend door de Vlaamse overheid voor het uit­

grondwater en de waterbodems en rapporteert over de

voeren van wateranalysen en voor het uitvoeren van

resultaten. De VMM bouwde hiervoor verschillende

analysen op (water)bodem.

kwaliteitsvolle meetnetten uit zoals het oppervlaktewa­ termeetnet, het afvalwatermeetnet, het meetnet riool­ overstorten, het meetnet waterbodems en het primair en freatisch grondwatermeetnet.

Emissies van diffuse bronnen, zoals het afvoerwater van landbouwgronden of hemelwater dat van de openbare weg afvloeit, kunnen niet of moeilijk worden gemeten. Ze worden daarom geïnventariseerd in een emissie­

Alle interne en externe monsternemings-, meet- en ana­

inventaris Water op basis van schattingen. Die 'schattin­

lyseactiviteiten worden op een erkende en kwaliteitsvol­

gen' gebeuren natuurlijk niet lukraak. De Vlaamse

le manier uitgevoerd en gerapporteerd. Zo wordt de

Milieumaatschappij beschikt hiervoor over verschillende

objectiviteit van de meetresultaten gewaarborgd. Het

gesofisticeerde berekeningsmodellen.

laboratorium van de Vlaamse Milieumaatschappij is sinds 2001 geaccrediteerd door BELAC (Federale overheid Economie, KMO, Middenstand en Energie) conform de internationale norm ISO 17025. Dit BELAC-certificaat strekt zich uit over meerdere toepassingen (met name analyse van anorganische en organische polluenten en zware metalen) in water (afval-, grond- en oppervlakte­ water) en bodem (waterbodem, bagger- en ruimings­

Alle meetgegevens worden bijgehouden in een milieudatabank. De grondwatergegevens worden publiek gemaakt via de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV). Deze databanken zijn een onmisbaar werkings­ middel, zowel voor de overheden als voor externen, en een onschatbare informatiebron voor milieurapporte­ ring en beleidsevaluatie.

VMM paraat bij milieu-incidenten De Vlaamse Milieumaatschappij is zeven dagen per week, 24 uur per dag, verantwoordelijk voor het toezicht op de waterkwaliteit in Vlaanderen. Dit betekent dat de VMM ook paraat moet staan bij milieu-incidenten die kun­ nen leiden tot waterschade. In het kader van de toepassing van het 'milieuschadedecreet' van 21 december 2007 is deze taak van essentieel belang. In 2009 werkte de VMM hiervoor een permanentieregeling uit. Milieu-inciden­ ten kan je immers niet voorspellen. In geval van een calamiteit of milieu-incident moet de VMM zo snel moge­ lijk de eventuele schade aan water controleren. De Vlaamse Milieumaatschappij bewees in 2009 de efficiëntie van deze calamiteitenwerking, onder meer bij de stopzetting van het waterzuiveringstation Brussel Noord door de exploitant. Pas op woensdagnamiddag 9 december 2009 - twee weken na de stopzetting - werd het Vlaamse Gewest ingelicht. De VMM startte onmid­ dellijk de interne alarmprocedure op en stuurde medewerkers ter plaatse om stalen te nemen om een eerste inschatting van de milieuschade te maken. Al op donderdag 10 december leverde de VMM de eerste onderzoeks­ resultaten waaruit bleek dat de zuurstofhuishouding in de Zenne ernstig verstoord was. De VMM bleef geduren­ de enkele weken de toestand monitoren zodat de geleden milieuschade objectief vastgesteld kon worden.

Activiteitenverslag 2009 • 9


Jaarrapport Water 2008 Elk jaar meet de Vlaamse Milieumaatschappij de toestand van de Vlaamse water­ lopen. Uit het Jaarverslag Water 2008, opgemaakt en verspreid in 2009, blijkt dat de waterkwaliteit in Vlaanderen verder verbetert. Voor de meeste parame­ ters werden in 2008 de beste resultaten opgetekend sinds het begin van de metingen. Van de 1.665 meetplaatsen zijn er nu nog slechts twee 'zwaar veront­ reinigd'. Wanneer men kijkt naar de biologische kwaliteit, voldoet nog maar een derde van de meetplaatsen aan de wettelijke basiskwaliteitsnorm. Ook in de uit­ bouw van de zuiveringsinfrastructuur wordt vooruitgang geboekt. Eind 2008 werd 73% van het huishoudelijk afvalwater gezuiverd. Jaarrapport Water Water- en waterbodemkwaliteit Lozingen door bedrijven Evaluatie saneringsinfrastructuur

2008

Het mestbeleid, dat ernaar streeft het nitraatgehalte in het water te verminde­ ren, leverde opvallend goede resultaten op. Het aantal overschrijdingen in het MAP-meetnet daalde het voorbije jaar met 10%, van 37% naar 27%. De positieve

tendensen voor ammonium- en fosfaatconcentraties zetten zich in 2008 door. Ook de zuurstofhuishouding, die een belangrijke rol speelt in de zelfzuiverende processen van het water, is voor het tweede jaar op rij verbeterd. Toch is er nog een lange weg te gaan. Ondanks de decennialange inspanningen om het afvalwater te zuiveren, voldoet de helft van de meetplaatsen nog niet aan de zuurstofnorm. Daarnaast vormen bestrijdingsmiddelen nog steeds een bedreiging voor de kwaliteit van veel waterlopen. De meetresultaten tonen wel een verschuiving in gebruik van verboden producten naar minder schadelijke alternatieven. Door bijkomende investeringen of een hoger zuiveringsrendement bij bedrijven die boven de milieunorm lozen, kan de milieuwinst nog verhogen. De gemeenten, die voor de aanleg of heraanleg van riolen en kleinschalige zui­ veringsinstallaties subsidies kunnen krijgen van het Vlaamse Gewest, ontvingen in 2008 allen samen ruim 52 mil­ joen euro. Daarmee werd ongeveer 300 km riolen (her)aangelegd, werd het afvalwater van ruim 60.000 inwoners bijkomend afgevoerd naar een zuiveringsinstallatie en het hemelwater van ongeveer 1.250 hectare afgekoppeld van het afvalwaternet. Onder meer door de inspanningen op gewestelijk niveau steeg de globale zuiveringsgraad in Vlaanderen in 2008 met 3% tot 73%. De Vlaamse Milieumaatschappij meet ook de prestaties van de zuiveringsinstallaties en stelt vast dat in 2008 bijna 90% van de gecontroleerde installaties voldoet aan de voorwaarden in de vergunning. De overigen voldeden niet omdat ze faalden voor één of in uitzonderlijke gevallen voor twee voorwaarden in de vergunning. In veel gebie­ den wordt de werking van de zuiveringsinstallaties verstoord door een te hoge aanvoer van hemelwater. De VMM speurt verder mee naar de oorzaken van verdunning.

Meer info: www.vmm.be/publicaties Een samenvatting van het Jaarverslag Water 2008 in zakformaat kunt u gratis bestellen bij het VMM-Infoloket.

10


Pesticiden terugdringen

Beheer onbevaarbare waterlopen

Pesticiden zijn gevaarlijk voor onze gezondheid en het

De Vlaamse Milieumaatschappij beheert de grootste

milieu. Sinds 1 januari 2004 mogen openbare diensten in

onbevaarbare waterlopen in Vlaanderen. Ze neemt

Vlaanderen geen chemische bestrijdingsmiddelen meer

maatregelen om schade door overstromingen te beper­

gebruiken. Omdat een totaalverbod van de ene dag op

ken en om de natuurlijke waterlopen te herstellen.

de andere niet mogelijk is, werken de openbare diensten

Aanpakken van wateroverlast

aan de hand van een reductieprogramma. De Vlaamse Milieumaatschappij zorgt voor de opvolging en de ondersteuning, onder meer ook via de sensibilisatiecam­ pagne 'Zonder is gezonder'. Vanaf 1 juli 2009 zijn openbare besturen verplicht een pestici­ dentoets toe te passen. De Vlaamse

Leidraad pesticidentoets

2009

Milieumaatschappij

De Vlaamse Milieumaatschappij probeert de schade van overstromingen maximaal te beperken door resoluut te kiezen voor natuurlijke oplossingen die aansluiten bij het watersysteem. In de eerste plaats pakt ze de bron van de overstromin­ gen aan en promoot ze kleinschalige maatregelen waar­ door de bodem en het oppervlaktewater het overtollige

organiseerde in 2009 in elke

water beter vasthouden.

Vlaamse provincie infosessies

In de valleigebieden van de waterlopen eerste categorie

om de openbare besturen ver­

wordt het waterbergend vermogen maximaal behouden.

trouwd te maken met het uit­

Is dit nog onvoldoende, dan zorgt de Vlaamse

voeren van de pesticidentoets.

Milieumaatschappij voor extra buffering, bijvoorbeeld

Naast inhoudelijke aanbevelingen over het omvormen

door creatie van bijkomende bergingsmogelijkheden in

van verhardingen en groenzones met het oog op een

gecontroleerde overstromingsgebieden.. Zo werden op 1

pesticidenvrij beheer, bevat de leidraad pesticidentoets

april 2009 twee gecontroleerde overstromingsgebieden

ook een checklist die kan helpen bij het toetsen van

(GOG's) ingehuldigd in Erpe-Mere, binnen het bekken

ontwerpplannen.

van de Molenbeek. De GOG's werden aangelegd om de

Meer info: www.zonderisgezonder.be

meer stroomafwaarts gelegen woongebieden in Erpe-

Sinds 2005 voert het VMM-laboratorium een analyse­ programma uit naar het voorkomen van bestrijdingsmid­ delen in het oppervlaktewater in Vlaanderen. Hierbij is het de bedoeling om een aantal onbekende stoffen op te sporen waarvoor nog geen milieukwaliteitsnormen werden opgesteld. Op basis van de initiële (kwalitatieve)

Mere en Aalst (Hofstade) beter tegen wateroverlast te beschermen. Voordien bevond zich op de Molenbeek één gecontroleerd overstromingsgebied dat een gunstig, maar beperkt effect had. De nieuwe overstromingsge­ bieden zullen de bewoners bijkomende veiligheid bie­ den.

analyseresultaten werden een aantal stoffen geselec­ teerd voor kwantitatieve bepaling. Vanaf 2009 worden de bestrijdingsmiddelen die het frequentst en in ver­ hoogde concentratie voorkomen routinematig in het oppervlaktewater gemonitord. Het gaat onder meer om herbiciden zoals dichlobenil en het insectenwereld middel DEET en een aantal fungiciden.

Activiteitenverslag 2009 • 11


Pas

in

derde

instantie

voorziet

de

Vlaamse

gemalen uit te voeren onder meer op basis van waarge­

Milieumaatschappij aanvullende infrastructuur zoals slui­

nomen peilverhogingen in opwaartse gebieden en van

zen, wachtbekkens en pompstations. In 2009 werd een

voorspelde neerslag via online modellering. Hierdoor

volledig nieuw bewakings- en besturingssysteem op

zullen de bestaande overstromingsgebieden effectiever

afstand voorbereid voor de stuwen en pompgemalen op

beheerd kunnen worden en crisissituaties nog beter aan­

de waterlopen eerste categorie in het Demer- en

gepakt kunnen worden.

Maasbekken, het Netebekken, het Benedenschelde­ bekken en het Dijle- en Zennebekken. De opdracht werd eind 2009 gepubliceerd en zal in 2010 gegund worden. In een volgende fase zal dit systeem ook uitgebouwd wor­ den in de andere bekkens. Dit nieuwe systeem biedt mogelijkheden om de sturing van stuwen en pomp­

Maar geen enkel infrastructuurwerk is bestand tegen uit­ zonderlijke neerslag. De Vlaamse Milieumaatschappij ontwikkelde daarom de overstromingsvoorspeller: een instrument dat de menselijke, economische en materië­ le schade van wateroverlast kan beperken.

Overstromingsvoorspeller IJzerbekken Op 23 november 2009 stelde

de

Vlaamse

Milieumaatschappij

in

Brugge de gedetailleerde overstromingsvoorspeller voor

het

IJzerbekken

voor. De laatste jaren werd de regio van het IJzerbekken meermaals

immers geteisterd

door ernstige overstro­ mingen met veel schade tot gevolg, onder meer in juli 2005 en juli 2007. Dankzij de gedetailleerde overstromingsvoorspeller kan heel wat schade vermeden worden. Op basis van waterstanden en weersvoorspellingen berekent het model of er overstromingen dreigen en welke wijken, straten en huizen met wateroverlast te kampen zullen krijgen. Zodra de overstromingsvoorspeller kritieke overstromingen signaleert, brengt de VMM de waterbeheerders en de hulp- en crisisdiensten op de hoogte. Zo kunnen de hulpdiensten preventief optreden en bewoners tijdig verwittigen. In 2007 lanceerde de Vlaamse Milieumaatschappij haar vereenvoudigde overstromingsvoorspeller voor Vlaanderen. Voor het Denderbekken was er al een gedetailleerde voorspeller. Sinds oktober 2008 zijn er ook gedetailleerde voorspellers voor het Dijle- en Zennebekken. In 2009 kwam er naast de gedetailleerde overstro­ mingsvoorspeller voor het IJzerbekken ook een voor het Demerbekken bij. Meer info: www.overstromingsvoorspeller.be

12


Nieuw pompstation op De Schijn in Antwerpen Het Groot Schijn komt uit op de Kempen en kronkelt via Schilde en Oelegem richting Antwerpen. Aan het Sportpaleis in Merksem komt het Klein Schijn, een zijvriviertje, erbij en samen gaan ze als 'de Schijn’ ondergronds en volgen min of meer de Antwerpse Ring. Ze komt

terug

boven

aan

de

Leugenbergbocht in Ekeren. De Schijn volgt de havenweg en wordt aan het pompstation Rode Weel uiteindelijk verpompt naar de Schelde. Toen in september 1998 op een paar dagen tijd enorme hoeveelheden water uit de lucht kwamen vallen, over­ stroomde de Schijnkoker. De riolen van het verstedelijkte gebied Antwerpen-Noord konden al dat water niet meer slikken en dit leidde tot nooit eerder geziene overstromingen in de regio Merksem-Ekeren-KapellenStabroek. De waterbeheerder ging meteen investeren in een noodpompstation aan het Sportpaleis. Bij noodweer jagen propellerpompen van tien kubieke meter per seconde het overtollige water het Lobroekdok in. Op diezelf­ de plaats wou de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) de aansluiting tussen de nieuwe Oosterweelverbinding met de ring rond Antwerpen voorzien. Daardoor zou de ingekokerde Schijn tot aan het Albertkanaal overbouwd worden. De waterbeheerders - de Vlaamse Milieumaatschappij, de provincie Antwerpen en de stad Antwerpen - formuleerden een alternatief dat de afwatering van de regio wezenlijk verbetert, goed­ koper is en het onderhoud van de Schijnkokers niet hypothekeert. Het alternatief bestaat erin om de Schijn ter hoogte van het Albertkanaal volledig te scheiden van zijn stroomafwaartse loop en het bovendebiet volledig over te pompen naar het Albertkanaal. De Vlaamse Milieumaatschappij bouwde hiervoor aan het Sportpaleis ter hoogte van het Lobroekdok een extra pompstation, een van 8 kubieke meter per seconde. Er werd gekozen voor een vijzelgemaal met 4 vijzels. Door zijn eenvoud, bedrijfszekerheid en energierendement is een vijzel zeer geschikt voor het oppompen van water over kleine hoogteverschillen. Een vijzel is bovendien visvriendelijker dan een klassiek pompstation: vissen worden meegevoerd met minder kans op letsels. Het pompstation werd in augustus 2009 in gebruik genomen.

Activiteitenverslag 2009 • 13


Efficiënte aanpak van sedimentproblematiek De Vlaamse Milieumaatschappij voert slibruimingen uit

tie van water belemmert. Op plaatsen waar de economi­

op locaties waar het slib een verhoogd risico op water­

sche, ecologische, sociaal-culturele of recreatieve func­

overlast veroorzaakt. Om overstromingsgevoelige regio's

tie door te veel slib in het gedrang komt, worden ruimin­

te beschermen is het van belang om via slibruimingen

gen aanbesteed.

enerzijds de bergingscapaciteit en anderzijds een goede doorstroming te garanderen. Op plaatsen waar het waterpeil door pompstations wordt geregeld, is een regelmatige slibruiming belangrijk voor een goede, onderhoudsarme werking van de pompen.

Om de aanpak van slibruimingen te optimaliseren werd in 2009 een eerste versie van het sedimentvangplan gepubliceerd. Dit plan beschrijft de locaties waar de bouw van een sedimentvang vanuit financieel of ecolo­ gisch oogpunt aangewezen is.

Verder voert de Vlaamse Milieumaatschappij slibruimin­ gen uit op plaatsen waar slib de maatschappelijke func­

Onderhoud sedimentvang Dijle Door de erosiegevoeligheid van het Brabants Plateau voert de Dijle grote sedimentvrachten richting Leuven. Omdat de Dijle in het centrum van Leuven zich in een hoofdarm en 5 zijarmen splitst, kwam tot 2005 een groot deel van dit sedi­ ment in het centrum van Leuven tot bezinking met een ver­ hoogd risico op wateroverlast tot gevolg. Om Leuven te behoeden voor wateroverlast was tweejaar­ lijks een grondige slibruiming in het stadscentrum noodzake­ lijk. Door de moeilijke toegankelijkheid in stedelijke omge­ ving liepen de kosten voor deze ruimingen hoog op. Met de bouw van een sedimentvang opwaarts Leuven eind 2005 werd voor een structurele oplossing gezorgd. De sediment­ vang biedt verschillende voordelen. Frequente sedimentrui­ mingen in het stadscentrum zijn niet meer nodig. Dit beperkt de hinder en kosten. In het centrum van Leuven kostte de ruiming 60 euro per kubieke meter, in de sedimentvang slechts 20 euro per kubieke meter. Voor het onderhoud van de sedimentvang werd begin 2009 een contract voor een bedrag van 1,4 miljoen euro afgesloten. Het contract voorziet 4 onderhoudsbeurten waarmee de sedimentvang gedurende een periode van 2,5 tot 3 jaar onderhouden kan worden. Het centrum van Leuven wordt hierdoor gevrijwaard van 72.000 kubieke meter sediment.

14


Ecologisch herstel van waterlopen De Vlaamse Milieumaatschappij streeft het ecologische

bekend staat voor zijn unieke heide- en venvegetaties, is

herstel van waterlopen na. Hierbij wordt steeds rekening

een van de waardevolste natuurgebieden in Vlaanderen

gehouden met de randvoorwaarden vanuit andere func­

en is aangeduid als habitatrichtlijngebied.

ties (wonen, landbouw, …) in het valleigebied.

Door de rechttrekking verminderde de structuurkwali­

De Vlaamse Milieumaatschappij stimuleert onder meer

teit van de Dommel en verlaagde de grondwatertafel in

de vorming van meanders, legt oeverzones aan, bevor­

het

dert de vismigratie en bestrijdt uitheemse waterplanten

Milieumaatschappij werkte daarom een project uit dat

of 'invasieve exoten'.

de Dommel een deel van zijn oorspronkelijke kronkels

Kronkelende Dommel hersteld In de jaren '60 werd de rivier de Dommel rechtgetrokken voor een snellere afvoer en een betere ontwatering van de valleigronden. Ter hoogte van het Kempense natuur­ gebied het Hageven verdwenen vijfentwintig meanders waardoor de lengte van de waterloop met 1,5 km inkort­ te. Het Hageven, dat tot ver buiten de landsgrenzen

omliggende

natuurreservaat.

De

Vlaamse

teruggaf. In totaal werden 10 historische meanders ­ goed voor een totale lengte van 1,2 km - opnieuw uitge­ graven en werden de aanliggende rechte Dommeltracés gedempt. Om negatieve effecten op het omliggende landbouwgebied te voorkomen werd de afwatering her­ steld via de Broeseinderloop, een zijwaterloop van de Dommel. De werken werden eind november 2009 afge­ rond. In het Hageven kunnen fauna en flora eindelijk weer op adem komen.

Bestrijding invasieve exoten De Vlaamse Milieumaatschappij startte in 2009 een intensieve bestrijding van de invasieve exoten grote waternavel, waterteunisbloem en parelvederkruid. De aannemers kregen de opdracht om de waterlopen exotenvrij te houden door een zeer regelmatige controle van alle besmette waterlopen en de verwijdering van alle exoten. Hiervoor wordt met de aannemers een resultaatsverbintenis afgesloten. Ze worden in principe pas betaald als zij erin slagen de hoeveelheid exoten in de waterlopen tot een minimum bepaald in het bestek te beperken. Zo hoopt de VMM het aantal broeihaarden sterk in te perken.

Activiteitenverslag 2008 • 15


Vrije vismigratie Heel wat inheemse vissoorten zijn bedreigd. Door de vervuiling en menselijke ingrepen is hun leefgebied ver­ kleind. Hierdoor kunnen ze zich onvoldoende verplaatsen om zich voort te planten. De Vlaamse Milieumaatschappij zorgt ervoor dat de vissen een vrije doorgang krijgen, onder meer door het aanleggen van vistrappen en nevengeulen naast stuwen. Hierdoor zal het visbestand toenemen, zelfs in visarme rivieren. Begin 2009 legde de Vlaamse Milieumaatschappij aan de molen in Terlanen (Overijse) op de rivier de Laan een vis­ doorgang aan. De Laan herbergt zowel vrij algemene vissoorten (riviergrondel en bermpje) als zeldzame soorten (beekforel, kopvoorn, winde, serpeling en elrits). Door de sterke stroming en het grote hoogteverschil vormde de molen een zogenaamd vismigratieknelpunt: de vissen raakten niet stroomopwaarts door het plotse verval aan het rad. Dankzij de bestaande parallelle gracht met de Laan, de omliggende open ruimte én de samenwerking met de moleneigenaar, kon de VMM in Terlanen een lange, watervoerende nevengeul aanleggen. Via deze doorgang kun­ nen vissen zich weer tegen of met de stroom mee verplaatsen. Ook op de Dijle in Florival werkte

de

Vlaamse

Milieumaatschappij een vis­ migratieknelpunt weg. De Dijle, die over een lengte van 86 km van het Waalse Hautain-Le-Val over VlaamsBrabant naar Antwerpen stroomt, behoort tot een van de meest waardevolle waterlopen van Vlaanderen. De aanwezigheid van stu­ wen stuit vissen echter in hun trek naar geschikte paai- of schuilgebieden en dat heeft een nefaste invloed op hun populatie. Zo was ook in Florival, even stroomafwaarts van de grens met Wallonië, een historische stuw aanwezig om water af te leiden naar een watermolen. De watermolen was sinds lang in onbruik geraakt, maar de stuw bleef zodat vissen nog steeds niet verder stroomopwaarts konden. De VMM legde in de zomer van 2009 een visdoorgang in Florival aan. De stuw werd ontmanteld, de daarbij horende woelkom deels gedempt en het bodempeil van de Dijle aangepast over een afstand van ongeveer 500 m totdat die weer een natuurlijk verloop kreeg. Ook op andere waterlopen zoals de Velpe, de Kleine Nete en de Poperingevaart, werd in 2009 werk gemaakt van vrije vismigratie.

16


Rattenbestrijding De Vlaamse Milieumaatschappij organiseert een perma­ nente en intensieve rattenbestrijding langs de Vlaamse waterlopen. Muskusratten, beverratten en bruine ratten kunnen enorme ravage aanrichten. Alleen door een gecoördineerde aanpak en een goede samenwerking met de provincies en natuurbeheerders kan de VMM de restpopulatie echt onder controle krijgen. Deze gecoör­ dineerde aanpak volgens de actieve bestrijdingsmetho­ de levert resultaat op: de restpopulatie muskusratten verkleint. De populatie bruine ratten is - ondanks de aan­ pak met giftig lokaas - veel moeilijker onder controle te krijgen. Enkele cijfers: in 2009 vingen de rattenbestrijders van de VMM 3.705 muskusratten en 25 beverratten en keken ze maar liefst 87.000 gifbuizen na.

Activiteitenverslag 2009 • 17


Toezicht op de waterzuiveringsinfrastructuur De Vlaamse Milieumaatschappij kijkt erop toe dat het waterzuiverings- en rioleringsbeleid bijdraagt tot het bereiken van de goede oppervlaktewaterkwaliteit zoals voorgeschreven in de Europese kaderrichtlijn Water. Bovendien let ze op de kostenefficiëntie van sanerings­ projecten en int ze een heffing op watervervuiling en op grondwaterwinning.

De Vlaamse Milieumaatschappij heeft een belangrijke rol in de uitbouw en de optimalisatie van de zuiveringsinfra­ structuur, onder meer door de opmaak en de opvolging van de gewestelijke investeringsprogramma's. De VMM legde eind 2009 het optimalisatieprogramma 2011-2015 ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering voor. Daarin zijn 192 zuiveringsprojecten voor een budget van 199,7 miljoen euro opgenomen. De VMM zorgt tevens voor de opmaak van de programma's ter subsidiëring van de gemeentelijke investeringen in de zuiveringsinfrastruc­

Ecologisch toezicht

tuur. In 2009 werd het vastleggingkrediet van 109 miljoen

De Vlaamse Milieumaatschappij stuurt het waterzuive­

euro optimaal benut.

rings-en rioleringsbeleid aan, zowel op gemeentelijk als

Om de lozingssituatie op het terrein en de knelpunten in

bovengemeentelijk vlak. Belangrijke pijlers hierbij zijn de

de waterzuiveringinfrastructuur accuraat op te volgen, is

zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoerings­

een performante rioleringsdatabank noodzakelijk.

plannen. In de zoneringsplannen werd per gemeente

Medio 2009 nam de Vlaamse Milieumaatschappij het

vastgelegd in welke straten er nog riolering zal worden

beheer van de rioleringsdatabank opnieuw over van

aangelegd en welke woningen moeten worden voorzien

Aquafin nv.

van een individuele behandelingsinstallatie voor afval­ water (IBA). De gebiedsdekkende uitvoeringsplannen bepalen wie welke van deze projecten zal moeten uit­ voeren en wat de uiterste deadline is.

Ook het ecologisch toezicht op de werking van de zui­ veringsinfrastructuur in Vlaanderen is een opdracht voor de Vlaamse Milieumaatschappij. Zowel voor het beheer van de bovengemeentelijke infrastructuur als voor het beheer van de gemeentelijke infrastructuur werden dui­ delijke doelstellingen vooropgesteld. Deze doelstellin­ gen werden vertaald in indicatoren en aan de hand hier­ van gebeurt de opvolging van de verschillende operato­ ren. Dankzij dit opvolgingssysteem kan de VMM ook knelpunten in het beheer en eventueel noodzakelijke aanpassingen aan de infrastructuur sneller onder de aan­ dacht brengen, wat de kwaliteit van het oppervlaktewa­ ter ten goede zal komen. Voor het bovengemeentelijk indicatorenkader gebeurde de opvolging al in 56 zuiveringsgebieden die samen iets meer dan 60% van de totale op RWZI aangesloten vuil­ vracht vertegenwoordigen. De Vlaamse Milieumaatschappij organiseerde in het voorjaar 2009 in elke Vlaamse provincie infosessies om gemeenteambtenaren, bestuurders en rioolbeheerders wegwijs te maken in de gebiedsdekkende uitvoerings­

18


plannen (GUP) en het gemeentelijk indicatorenkader.

In 2009 werd het samenwerkingsprotocol tussen de

Het gemeentelijk indicatorenkader heeft als doel duide­

drinkwatermaatschappijen en de Vlaamse Milieu­

lijkheid te scheppen over de praktische invulling van het

maatschappij voor onbepaalde duur vastgelegd. In dit

beheer van de gemeentelijke infrastructuur. Hiervoor

protocol worden de geldende afspraken met betrekking

kregen alle Vlaamse steden en gemeenten een bevra­

tot de gegevensuitwisseling tussen de drinkwatermaat­

gingslijst. 186 steden en gemeenten reageerden hier op;

schappijen en de VMM opgenomen die de aanrekening

voor hen werden de indicatoren berekend.

van de saneringsbijdrage en -vergoeding en het econo­

Economisch toezicht

misch toezicht hierop mogelijk maakt. Indien er actuali­

De Vlaamse Milieumaatschappij houdt onder meer toe­

via een addendum aan het protocol worden toege­

zicht op de door drinkwatermaatschappijen afgesloten saneringsovereenkomsten en op de gefactureerde sane­ ringsbijdragen en -vergoedingen. De VMM ziet ook toe op de kostenefficiëntie en een correcte kostentoereke­ ning van de saneringskosten, zowel op gemeentelijk als op bovengemeentelijk vlak. De Vlaamse Milieumaatschappij wordt regelmatig door drinkwatermaatschappijen of abonnees/eigen waterwin­ ners geconsulteerd bij geschillen of vragen tot verduide­ lijking. Zo beantwoordde de VMM in 2009 68 vragen en klachten met betrekking tot het gemeentelijk toezicht. Als economisch toezichthouder formuleert de VMM adviezen en richtlijnen, in 2009 onder andere aanbeve­

seringen en aanpassingen vereist zijn, zullen die jaarlijks voegd. Om de gemeenten toe te laten op een uniforme wijze te rapporteren over hun saneringsactiviteiten, ontwikkelde de VMM in 2008 een rapporteringsinstrument voor gemeentelijke rioleringsinitiatieven. Met dat instrument kunnen de gemeenten op uniforme wijze rapporteren over hun saneringsactiviteiten, door hun kosten en opbrengsten helder tegenover elkaar te plaatsen. In 2009 maakte de Vlaamse Milieumaatschappij een eerste tussentijdse analyse van de saneringsactiviteiten van een 200-tal gemeenten. Enkele opvallende, maar voorlopige conclusies:

lingen omtrent de vrijstelling en de aanrekening van de

• De opbrengsten uit de gemeentelijke saneringsbijdrage

(collectief geplaatste) IBA's, de facturering saneringskos­

en -vergoeding volstaan op dit ogenblik om de exploita­

ten in grensgevallen, het maximum gemeentelijk tarief

tiekosten te dekken. Uit de gerapporteerde gegevens

grootverbruikers, duiding bij ingediende gunningdossiers

kan men voorlopig niet afleiden of de gemeenten vol­

en de aanrekening van de gemeentelijke vergoeding.

doende middelen uittrekken voor een degelijke exploi­ tatie van het gemeentelijk rioleringsnet. • De bijdrage en vergoeding dekken bijna de helft van de totale gemeentelijke saneringskosten. Uit de gerappor­ teerde gegevens kan men echter niet afleiden of de saneringsinspanningen voldoende zijn om de uitbouw van de saneringsinfrastructuur tegen 2027 te realiseren. • De totale opbrengsten (saneringsbijdrage en -vergoe­ ding, gewestelijke subsidies, opbrengsten van riolerings­ aansluitingen, extra rioolbelastingen,...) dekken 67 procent van de totale saneringskosten. 33 procent van de kosten voor 2007 wordt dus niet gedekt door de sane­ ringsopbrengsten in 2007. De gemeenten vangen dit op met eigen middelen en/of leningen.

Activiteitenverslag 2008 • 19


De conclusies zullen pas representatief zijn wanneer de

De Vlaamse Milieumaatschappij kijkt of Aquafin nv de

rapporteringsdata van verschillende jaren beschikbaar

wet op de overheidsopdrachten volgt en zich aan de

zijn.

afgesproken timing en kostenraming houdt. Als het

In 2009 zette de Vlaamse Milieumaatschappij het gemeentelijke financieringsmodel op punt. Voor alle Vlaamse gemeenten werd een modellering voor de peri­ ode 2009-2027 gemaakt, enerzijds van de te verwachten saneringsinkomsten en anderzijds van de uitgaven van

project is afgerond, controleert de VMM of alle afspra­ ken nagekomen zijn, of het project tegen een maat­ schappelijk verantwoorde kostprijs werd uitgevoerd en of de waterkwaliteit verbetert. In 2009 heeft Aquafin nv 96 projecten opgeleverd aan het Vlaamse Gewest.

uitbouw van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur

De Vlaamse Milieumaatschappij houdt ook toezicht op

van het buitengebied en de exploitatie van de infrastruc­

de contracten die bedrijven met Aquafin nv afsluiten om

tuur in het buiten- en centraal gebied. De resultaten

hun afvalwater te zuiveren. Daarnaast controleert de

worden in 2010 aan de gemeenten overgemaakt.

VMM of Aquafin nv de kosten op een correcte manier

Op bovengemeentelijk vlak houdt de Vlaamse Milieumaatschappij toezicht op de opdrachten die door het Vlaamse Gewest aan Aquafin nv zijn opgedragen. De kosten van Aquafin nv worden op verschillende tijdstip­ pen beoordeeld. Zo wordt advies uitgebracht ter voor­ bereiding van de budgetbesprekingen, na het beëindigen van het financiële jaar en tijdens en na de projectuitvoe­

aanrekent aan de bedrijven die sedert 2005 een contract hebben afgesloten voor de sanering van de vuilvracht die zij lozen in de riolering. In 2009 evalueerde de VMM deze saneringscontracten. Daaruit blijkt dat sanerings­ contracten nog eerder beperkt in aantal zijn, maar wel al bijna de helft van de mogelijke vuilvracht van bedrijven voor hun rekening nemen.

ring. Kwartaalfacturen worden geadviseerd voor ze aan de drinkwatermaatschappijen worden voorgelegd.

Is de drinkwaterfactuur correct? Omdat

de

drinkwater­

maatschappijen sinds 2005 verant­ woordelijk zijn voor de opvang en zuivering van afvalwater, mogen zij hun klanten een saneringsbijdrage aanrekenen via de integrale drinkwa­ terfactuur. De Vlaamse Milieu­ maatschappij waakt sindsdien over de correctheid van deze aanreke­ ning op de waterfactuur. Uit onderzoek van de VMM blijkt dat de facturatie van het sanerings­ aandeel globaal gezien correct gebeurt. Wel zijn er een aantal ver­ schillen in de interne processen bij de diverse drinkwatermaatschappijen. De VMM formuleerde op een aantal van

deze punten gerichte aanbevelingen. De toezichthoudende rol van de VMM moet leiden tot een nog betere en

klantvriendelijkere service door de Vlaamse drinkwatermaatschappijen.

De VMM stelt op haar website een toepassing ter beschikking om de drinkwaterfactuur na te rekenen.

Meer info: www.vmm.be, rubriek water, drinkwaterfactuur.

20


Heffingen De Vlaamse Milieumaatschappij inde in 2009 ruim 91,8 miljoen euro aan heffingsinkomsten. Dit bedrag is de som van de heffing op de waterverontreiniging en de heffing op de grondwaterwinning. De inkomsten worden opnieuw geïnvesteerd in een beter leefmilieu. De Vlaamse Milieumaatschappij vestigde in 2009 94,0 miljoen euro heffingen: 25,1 miljoen euro aan heffing op de grondwaterwinning, 3,2 miljoen euro aan heffing op de waterverontreiniging voor kleinverbruikers (gezinnen en kleinere bedrijven) en 65,7 miljoen euro aan heffing op de waterverontreiniging voor grootverbruikers (bedrijven en landbouwers).

Online aangiftewizard Grootverbruikers (> 500 m³ waterverbruik per jaar) zijn verplicht om jaarlijks een aangifte voor de hef­ fing op de waterverontreiniging en de grondwater­ winning in te dienen bij de Vlaamse Milieu­ maatschappij. In 2009 konden ze voor het eerst gebruik maken van een elektronische aangiftewizard voor het invullen van hun aangifteformulier. De wizard is een automa­ tisch begeleidingsprogramma dat de grootverbrui­ kers door de aangifte gidst. Nadat ze zijn ingelogd, worden alle identificatiegegevens van hun bedrijf automatisch ingevuld. Per activiteit worden daarna

Van de heffing op de waterverontreiniging voor groot­

ook alle bekende gegevens ingevuld, zoals het sec­

verbruikers zijn al twee bedragen in mindering gebracht:

tornummer, de abonneegegevens van de water­

de bovengemeentelijke saneringsbijdrage (36,9 miljoen

maatschappij, de laatst bekende tellerstanden van

euro) aangerekend door de openbare waterdistributie­

hun grondwaterwinning en de gegevens van uitge­

maatschappijen en de contractvergoeding (7,3 miljoen

voerde meetcampagnes. De grootverbruikers hoe­

euro) aangerekend door Aquafin nv.

ven deze gegevens enkel nog te controleren en/of aan te vullen. Meer info op op www.heffingen.be.

Activiteitenverslag 2009 • 21


Toezicht op water bestemd voor menselijke consumptie

Reguleringsinstantie

De Vlaamse Milieumaatschappij houdt toezicht op de

zoals bepaald in het decreet van 24 mei 2002 betreffen­

waterleveranciers in Vlaanderen. Dit zijn de openbare

de water bestemd voor menselijke aanwending, toege­

drinkwatermaatschappijen en de eigenaars van private

wezen aan de Vlaamse Milieumaatschappij. Een van de

waterwinning die gebruikt wordt voor de productie van

belangrijkste taken is het vergelijken van de prestaties

water bestemd voor menselijk consumptie. De VMM

van de waterdistributiemaatschappijen in Vlaanderen.

geeft vorm aan hun wettelijk werkingskader en houdt

Op 15 april 2009 werd een addendum aan de beheers­

toezicht op de dienstverlening en de kwaliteit van het

overeenkomst tussen de Vlaamse Regering en de VMM

geleverde water bestemd voor menselijke consumptie.

goedgekeurd, als eerste stap in de operationalisering van

De waterleveranciers zijn zelf verantwoordelijk voor de

de reguleringsinstantie.

uitvoering van de wettelijk verplichte kwaliteitscontrole. Jaarlijks maken ze een controleprogramma op dat door de VMM moet worden goedgekeurd. In kader van het toezicht op de kwaliteit van het water dat geleverd wordt door de openbare drinkwaterbedrijven is de VMM in 2009 gestart met een validatieprogramma op de zelfcontrole door de sector.

De Vlaamse Milieumaatschappij publiceerde in decem­ ber 2009 het jaarlijkse rapport over de kwaliteit van het water bestemd voor menselijke consumptie dat via het openbaar leidingnet wordt verdeeld. De resultaten van de controle aan dekraan en van de operationele contro­ les van de drinkwatermaatschappijen bevestigen dat de kwaliteit van het geleverde water in Vlaanderen in zeer grote mate voldoet aan de opgelegde kwaliteitseisen. Uit een analyse van de resultaten van de loodwaarde blijkt dat lood een pijnpunt dreigt te worden. Vanaf 2014 geldt immers een strengere norm. Het rapport over de drinkwaterkwaliteit kun je raad­ plegen via www.vmm.be/publicaties.

22

Eind 2008 werden de taken van de reguleringsinstantie


Activiteitenverslag 2009 • 23


24


Werken aan zuivere lucht De Vlaamse Milieumaatschappij draagt bij tot een betere luchtkwaliteit in Vlaanderen. We monitoren de luchtkwa­ liteit, maken de emissie-inventaris Lucht op, monitoren en voorspellen ozon, stikstofoxiden en fijn stof en adviseren over milieuvergunningen. Aangezien luchtvervuiling een aanzienlijke impact op de volksgezondheid heeft, zorgt de VMM zo mee voor de gezondheid van de Vlamingen.

Monitoring luchtkwaliteit

nergens overschreden, maar de daggrenswaarde werd

De Vlaamse Milieumaatschappij controleert voortdu­ rend de luchtkwaliteit door de aanwezigheid van scha­ delijke stoffen in de omgevingslucht te meten. De resul­ taten van die metingen worden verzameld in weten­ schappelijke rapporten. Die publicaties bieden heel wat informatie over de bronnen en de verspreiding van luchtvervuiling.

niet op alle plaatsen gerespecteerd. Probleemgebieden voor zware metalen blijven Beerse, Hoboken en Genk. Daar zullen extra inspanningen moeten gebeuren als Vlaanderen wil voldoen aan de nieuwe Europese streef­ waarden die vanaf 2012 zullen gelden. De saneringen van de non-ferrobedrijven werpen hun vruchten af op vlak van dioxineverontreiniging. De uitbreiding van het depo­ sitiemeetnet verzuring vertaalde zich meteen in metin­

Jaarrapport Luchtkwaliteit 2008 In

gen die het effect van bemesting duidelijk weerspiege­

december

2009

len. Voor ammoniakmetingen halen we voorlopig ner­

publiceerde de Vlaamse

gens de langetermijndoelstelling.

Milieumaatschappij het

Het

Jaarrapport

www.vmm.be/publicaties.

Lucht-

kwaliteit 2008 over de algemene toestand van

volledige

rapport

kun

je

raadplegen

op

Resultaten dioxine- en PCB-depositie

in

Sinds 1995 meet de Vlaamse Milieumaatschappij de

Vlaanderen. Voor de

dioxines in neervallend stof in Vlaanderen. Naast de

meeste

schadelijke

zogenaamde combinatie van 'the dirty seventeen' (de 17

stoffen merken we een

meest schadelijke stoffen van de 210 dioxines) wordt

verbetering

de

sinds 2002 ook PCB 126 (polychloorbifenyl) gemeten: de

luchtkwaliteit op. Zo

meest toxische onder de PCB's. In 2009 publiceerde de

zijn de concentraties van zwaveldioxide en benzeen de

VMM een rapport over de dioxine- en PCB-deposities in

voorbije decennia stelselmatig gedaald en werden de

Vlaanderen, voor de periode maart 2008 - maart 2009.

grenswaarden nergens meer overschreden. Een uitzon­

De dioxineresultaten worden steeds uitgedrukt als een

dering hierop was een kleine en beperkte overschrijding

toxisch equivalent (TEQ): de som van de zeventien toxi­

van de Europese grenswaarde voor zwaveldioxide in het

sche dioxines, vermenigvuldigd met hun afzonderlijke

Antwerps havengebied. Ook de concentraties van stik­

toxische equivalentfactor of giftigheidscoëfficiënt. Uit

stofdioxide namen stelselmatig af. Het jaar 2008 viel

het rapport blijkt dat de dioxinedepositie in 2008 op de

relatief goed mee op vlak van ozonoverlast, maar de

helft van de meetposten lager lag dan 6 pg TEQ/m² dag,

Europese langetermijndoelstellingen voor ozon werden

de drempelwaarde die de VMM hanteert om aan te dui­

nog bijna overal overschreden. De fijnstofconcentraties

den dat het gezondheidsrisico verwaarloosbaar is.

de

Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest Jaarverslag Immissiemeetnetten Kalenderjaar 2008

luchtkwaliteit

van

daalden in 1997-1998, nadien toonden ze een eerder schommelend verloop. 2008 was vrij gunstig voor de fijnstofconcentraties, onder meer door gunstige weers­ omstandigheden. De jaargrenswaarde voor fijn stof werd

In Zelzate werd één uitzonderlijk hoge depositie geme­ ten. Dit zou te wijten kunnen zijn aan een intense sneeuwbui die de dioxines uitgestoten door een metaal-

Activiteitenverslag 2009 • 25


Studiedag fijn stof verwerkend bedrijf, lokaal en op korte tijd heeft uitge­

Op woensdag 2 december 2009 organiseerde de

wassen. Metingen door het Federaal Voedselagentschap

Vlaamse Milieumaatschappij in Antwerpen een weten­

hebben evenwel uitgewezen dat de voedselketen niet

schappelijke studiedag over fijn stof. Tien sprekers gaven

besmet werd. In Hoboken en Olen bleven de dioxinede­

voor een publiek van wetenschappers en beleidsverant­

posities onder de drempelwaarde. De dioxineresultaten

woordelijken toelichting over het verleden, heden en de

van de regio Oostrozebeke-Desselgem-Wielsbeke wij­

toekomst van fijn stof in Vlaanderen en daarbuiten.

zen opnieuw op de aanwezigheid van lokale bronnen. De PCB-waarden gemeten nabij de schrootverwerkende

getoond dat de dalende trend in primaire emissies van

sector blijven hoog. Niettegenstaande de waarden van

fijn stof zich niet vertaalt in een vergelijkbare verbete­

2008 beduidend lager liggen dan bij de start van de

ring van fijnstofconcentraties in de lucht. Op heel wat

metingen in 2003, werd de drempelwaarde voor PCB126

plaatsen in Vlaanderen wordt de PM10-dagnorm nog

nog geregeld overschreden.

steeds niet gehaald. Onderzoek naar de samenstelling

Via het meetnet probeert de Vlaamse Milieu­ maatschappij na te gaan of de saneringen en stofbeheer­ singsmaatregelen bij geïdentificeerde puntbronnen een effect hebben op de luchtkwaliteit. Dioxines en PCB's worden voornamelijk opgenomen via de voeding.

van fijn stof gaf aan dat secundair stof (dat gevormd wordt uit gassen zoals SO2, NOx en NH3) de grootste fractie is in PM10 en dat er belangrijke lokale verschillen zijn in de PM10-samenstelling. Dit geeft aan dat er toch nog heel wat ruimte is voor een lokaal en Vlaams beleid.

Hogere deposities in industriële zones vormen daarom

Verschillende sprekers wezen ook op het feit dat de

niet direct een gevaar voor de gezondheid.

meest gevaarlijke fractie waarschijnlijk dieselroet is, hoe­

Vanaf 2010 verandert de Vlaamse Milieumaatschappij haar meetstrategie en ligt de nadruk meer op metingen in agrarische en bevolkingsgebieden in de buurt van industriële installaties. Die metingen geven immers een beter zicht op de impact van de industriële uitstoot op de bevolking.

26

Naast een overzicht van de wetgeving werd onder meer

wel deze in massa niet zo belangrijk is. Desondanks heb­ ben maatregelen naar deze fractie (bv. 90 km/u rijden bij smog) toch een positief effect op de gezondheid van tal van Vlamingen. Over het feit dat bijkomende en duurza­ mere maatregelen nodig zijn in Vlaanderen en de naburi­ ge regio's, was nagenoeg iedereen het eens.


Emissie-inventaris Lucht De Vlaamse Milieumaatschappij inventariseert de lozin­

Dit betekent niet dat geen maatregelen werden geno­

gen in de lucht afkomstig van industrie, gebouwenver­

men om de uitstoot te verminderen, maar die wegen

warming, verkeer, land- en tuinbouw en de natuur. De

niet altijd op tegen de toenemende activiteit in die sec­

resultaten verzamelt ze in het Jaarrapport Lozingen in

toren.

de lucht 1990-2008.

De uitstoot van broeikasgassen nam ten opzichte van

In vergelijking met de beginjaren '90 stootten we anno

1990 met 8% af. De CO2-emissie nam wel toe, maar dit

2008 aanzienlijk minder verontreinigende stoffen uit.

werd gelukkig gecompenseerd door de verminderde uit­

Koolstofmonoxide (CO) en dioxines daalden met 53 en

stoot van andere broeikasgassen. Grootste uitstoters

91% ten opzichte van 1990. Ook de emissies van fijn stof

van broeikasgassen in Vlaanderen zijn de industrie (21%),

daalden voor de helft in vergelijking met 1995. Dankzij de

de gebouwenverwarming (20%), het verkeer (19%) en de

dalende uitstoot van zwaveldioxide en ammoniak daalde

elektriciteitscentrales (18%).

ook de verzurende emissie, oorzaak van 'zure regen', met 53%. De aanpak om het gat in de ozonlaag te verkleinen werpt vruchten af. De ozonafbrekende emissies namen

Het

volledige

rapport

kun

je

raadplegen

op

www.vmm.be/publicaties.

met maar liefst 75% af. Dat betekent niet dat we al vic­ torie kunnen kraaien. In dezelfde periode nam het rela­ tieve aandeel van gebouwenverwarming en verkeer toe.

Activiteitenverslag 2008 • 27


90 km per uur bij smog: een nuttige maatregel Snelheidsverlaging tijdens smogepisodes heeft een duidelijk effect op de luchtkwaliteit. Dat blijkt uit het eindrap­ port van de studie Impact 90 km/u beleidsmaatregel luchtkwaliteit, die de Vlaamse Milieumaatschappij liet uit­ voeren door VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek). De studie gaat na hoe een snelheidsverlaging tot 90 km/u op een aantal snel- en ringwegen de luchtkwaliteit beïn­ vloedt tijdens smogepisodes. Enkele interessante conclusies: Dalingen in de totale fijnstofconcentraties (PM10/PM2.5) zijn beperkt tot enkele procenten en situeren zich in de onmiddellijke omgeving van de snelwegen. De concentraties EC (elementair koolstof) dalen wél aanzienlijk. Elementair koolstof is de maat voor de hoeveel­ heid dieselroet: dit behoort tot de meest gevaarlijke fractie van fijn stof. Vlakbij de snelwegen waar de snelheids­ beperking geldt, kan de daling van de hoeveelheid dieselroet oplopen tot 30 procent. Op sommige locaties noteren we zelfs tot op 1.300 meter van de snelweg een daling van 10 procent van de dieselroetconcentratie. Meer dan 40.000 Vlamingen worden bij snelheidsbeperkingen blootgesteld aan minstens 10 procent minder die­ selroet. Voor iets meer dan 7.500 Vlamingen is dat zelfs minstens 15 procent. Deze bevindingen illustreren het belang van metingen naar de samenstelling van fijn stof. Uit een vorig onderzoek van de VMM (Chemkar PM10) bleek reeds dat, hoewel de totale fijnstofconcentraties tussen landelijke en stede­ lijke meetplaatsen niet echt verschillen, de EC-concentraties tot 400 procent hoger zijn in Antwerpen dan in een landelijke meetplaats.

28


Voorspellen van ozon- of smogpieken

Advies milieuvergunningen

De Vlaamse Milieumaatschappij volgt de luchtkwaliteit

Net zoals voor de aspecten 'oppervlaktewater' en

in Vlaanderen continu op. Dankzij deze metingen en met

'grondwater' verleent de Vlaamse Milieumaatschappij

behulp van voorspellingsmodellen kan de VMM waar­

voor het aspect 'lucht' advies voor milieuvergunnings­

schuwen voor smog- of luchtvervuiling. Dit gebeurt op

aanvragen van bedrijven. Met haar advies streeft de

een gecoördineerde manier in samenwerking met de

VMM naar een minimale belasting van het milieu.

andere gewesten via de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL).

Wintersmog - Fijn stof Te hoge concentraties van fijn stof in de omgevingslucht kunnen leiden tot smogwaarschuwingen en ermee gepaard gaande verkeersmaatregelen. Zodra er ten min­ ste twee dagen na elkaar hoge fijnstofconcentraties worden verwacht, krijg je op bepaalde ringwegen en

Daarnaast wordt de Vlaamse Milieumaatschappij als bevoegde administratie geraadpleegd door de initiatief­ nemer van Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP's). De VMM gaat na of er door het voorgenomen plan aanzien­ lijke effecten op de atmosfeer en de klimatologische factoren te verwachten zijn. In dat geval adviseert de VMM dat een planmilieueffectrapportage of een planMER opgemaakt moet worden.

autosnelwegen in Vlaanderen snelheidsbeperkingen tot 90 km per uur. In 2009 waren er twee smogepisodes door fijn stof met activering van een snelheidsbeperking: één begin januari (4 dagen: 1 en 2 januari, inclusief 30 en 31 december 2008) en één van 9 tot en met 11 januari.

Zomersmog - Ozon Op warme en zonnige zomerdagen is er soms te veel ozon in de lucht. Dit noemen we ozonsmog. Ozon wordt gevormd onder invloed van zonlicht bij aanwezig­ heid van stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen. De belangrijkste bronnen van deze 'ozonvoorlopers' zijn het verkeer, de industrie en het gebruik van vluchtige oplosmiddelen. Er waren in 2009 drie 'ozondagen', met name op 2 juli, 6 en 7 augustus. Een ozondag is een dag met ten minste op één meetplaats in Vlaanderen een overschrijding van de Europese informatiedrempel.

Activiteitenverslag 2009 • 29


30


Hoe is het met ons milieu? De Vlaamse Milieumaatschappij coördineert de opmaak van het Milieurapport Vlaanderen (MIRA). De VMM beschrijft, analyseert en evalueert de toestand van het Vlaamse leefmilieu, bespreekt het gevoerde milieubeleid en blikt vooruit op het milieu van morgen.

MIRA-T 2008 Indicatorrapport

evolueren en welke impact het beleid daarop kan heb­

In mei 2009 publiceerde de Vlaamse Milieumaatschappij

ben.

het MIRA-T 2008 Indicatorrapport. Dit rapport bevat een selectie van feiten en cijfers over het milieu in Vlaanderen. Meer dan 100 indicatoren behandelen samen het volledige milieudomein. Indicatoren geven signalen hoe het met het milieu gesteld is en of we op de vooropgestelde koers zitten. De indicatoren in het MIRA-T 2008 Indicatorrapport zijn minstens getoetst aan de doelstellingen van het milieubeleidsplan voor Vlaanderen, MINA-plan 3+ (2008­ 2010). Om de lezer toe te laten snel een oordeel te vor­ men, hebben de meeste indicatoren een eindbeoorde­ ling gekregen aan de hand van een zogenaamde smiley.

De toekomstige ontwikkelingen zijn met behulp van drie beleidsscenario's met toenemend ambitieniveau in

Een algemene conclusie is alvast dat de milieudruk in

beeld gebracht:

Vlaanderen daalt, maar niet snel genoeg om de milieu­

• het referentiescenario onderzoekt hoe ver het huidige milieubeleid reikt.

kwaliteitsdoelstelllingen te halen. Naast een selectie van sleutelindicatoren in het MIRA-T Indicatorrapport, kan je een meer uitgebreide set

van

(milieu)indicatoren

raadplegen

op

www.milieuindicatoren.be.

• het Europa-scenario onderzoekt wat nodig kan zijn om de Europese ambities op vlak van klimaatverandering, luchtkwaliteit en waterkwaliteit op middellange termijn te realiseren.

het Engels.

• het visionaire scenario onderzoekt hoe het milieu kan veiliggesteld worden voor huidige en toekomstige gene­ raties.

Milieuverkenning 2030

De uitkomst van de scenario's geven aan wat nodig kan

Op 11 december 2009 overhandigde de Vlaamse

zijn

Het MIRA-T 2008 Indicatorrapport is ook beschikbaar in

Milieumaatschappij het rapport Milieuverkenning 2030

om

bepaalde

ambities

te

realiseren.

De

Milieuverkenning 2030 mag geenszins als een voorspel­

aan Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur

ling van de toekomst worden gezien.

Joke Schauvlieghe, samen met de Natuurverkenning

Door de impact en snelheid van de klimaatverandering,

2030 van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

de eindigheid van de fossiele brandstofvoorraden en de

Dit

vierde

onstabiele energieprijzen staat onze maatschappij voor

Milieubeleidsplan (MINA-plan4) wetenschappelijk te

grote uitdagingen. Een ommezwaai is nodig, maar biedt

onderbouwen.

tegelijk ook interessante investeringsperspectieven. Uit

De Milieuverkenning 2030 onderzoekt hoe het milieu in

het rapport blijkt duidelijk dat we de transitie nu moeten

rapport

werd

gebruikt

om

het

Vlaanderen er kan uitzien binnen enkel decennia. De

inzetten, om tegen 2050 een duurzame koolstofarme

bedoeling is om beleidsmakers en geïnteresseerde bur­

economie te kunnen realiseren.

gers te tonen hoe de milieukwaliteit in Vlaanderen kan

Meer info: www.milieurapport.be.

Activiteitenverslag 2009 • 31


32


VMM werkt samen De Vlaamse milieumaatschappij bundelt haar krachten samen met tal van organisaties uit Vlaanderen, België en het buitenland om het milieubeleid te optimaliseren en het leefmilieu daadwerkelijk te verbeteren.

Op Vlaams niveau Het Vlaamse Gewest is verantwoordelijk voor het leef­

Daarnaast werkt de Vlaamse Milieumaatschappij nauw

milieu in Vlaanderen. De Vlaamse minister van Leefmilieu

samen met tal van organisaties: de Vlaamse provincies,

voert het milieubeleid, terwijl de Vlaamse Regering de

steden en gemeenten, de polders en wateringen, het

eindbeslissingen neemt. Voor de voorbereiding en de

Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid, het Vlaams

uitvoering van het beleid kan de minister rekenen op de

Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken, milieu-

medewerking van een administratie en een aantal instel­

en

lingen van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en

Milieumaatschappij is ook vertegenwoordigd in het

Energie. De Vlaamse Milieumaatschappij is een van die

Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM),

instellingen: een IVA of intern verzelfstandigd agent­

een samenwerkingsverband tussen de federale Staat, het

schap.

Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse

Op 13 juli 2009 legde Joke Schauvliege de eed af als Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur. Zij

natuurorganisaties,

enzovoort.

De

Vlaamse

Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot het inter­ nationaal milieubeleid.

nam de fakkel over van Hilde Crevits, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Energie.

ORGANOGRAM BELEIDSDOMEIN LEEFMILIEU, NATUUR EN ENERGIE

Vlaams Minister van Leefmilieu

Technische comités

Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (MiNaRaad)

Beleidsraad Ministerie voor Leefmilieu, Natuur en Energie

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) IVA met rechtspersoonlijkheid

Vlaams Energieagentschap (VEA) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) IVA met rechtspersoonlijkheid

Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Vlaamse Landmaatschappij (VLM) EVA met publiekrechterlijke vorm

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) EVA met publiekrechterlijke vorm

Activiteitenverslag 2009 • 33


Op internationaal niveau

Riviercommissies

Milieu houdt niet op bij de grenzen. De Vlaamse

In

Milieumaatschappij heeft dan ook de opdracht om

Internationale Maascommissie neemt Vlaamse Milieu­

samen te werken op het niveau van de gewesten en

maatschappij een actieve rol op. Zo werden in 2009op

internationaal, in Europa en daarbuiten.

internationaal stroomgebiedniveau de overkoepelende

Beleidsadvies Europese richtlijnen

delen van de stroomgebiedbeheerplannen opgemaakt

De Vlaamse Milieumaatschappij stelt haar ervaring en

staten.

expertise ten dienste van het internationale beleid voor de toekomst. Zo wordt de VMM betrokken bij de tot­

Internationale

Scheldecommissie

en

de

als aanvulling op de individuele plannen van de oever­

Internationale rapportering

standkoming en implementatie van Europese richtlijnen

De Vlaamse Milieumaatschappij werkt intensief mee aan

over water en lucht.

de opmaak van internationale rapporten door meetre­

Voorbereiding Europees voorzitterschap

sultaten en informatie aan te leveren, onder meer aan de

Samen met Spanje en Hongarije maakt België deel uit

het Europees Milieuagentschap -, de Verenigde Naties

van het eerste triovoorzitterschap. In de tweede helft

en de Organisatie voor Economische Samenwerking en

van 2010 zal België het voorzitterschap opnemen. Op 7

Ontwikkeling. Het internationale niveau weegt immers

december 2009 keurde de Raad van Europa het gemeen­

steeds meer op het beleid - denk maar aan de klimaats­

schappelijk voorzitterschapprogramma definitief goed.

wijziging - en vraagt hiervoor ook om de nodige cijfers.

Het programma bevat de aandachtspunten die de drie

Veel van deze cijfers worden gebruikt voor rapporten bij

voorzitters gedurende achttien maanden zullen uitwer­

internationale besprekingen of kunnen op het internet

ken. Elk beleidsdomein van de Vlaamse overheid is ver­

worden geconsulteerd.

antwoordelijk voor de organisatie van de evenementen die binnen de eigen inhoudelijke bevoegdheid vallen.

Europese Unie en haar instellingen - zoals Eurostat en

De Vlaamse Milieumaatschappij levert veel inspanningen om de evoluties zo goed mogelijk op te volgen, in te

Klimaat, energie en leefmilieu zijn prioritaire dossiers tij­

schatten en door te vertalen naar de eigen werking. De

dens het Belgische voorzitterschap. De Vlaamse milieu-

informatie beschikbaar via het Europees Milieuagent­

minister zal de raadsbijeenkomsten van de Europese

schap is daar een mooi voorbeeld van: Eye on Earth met

milieuministers voorzitten. Het Vlaamse Gewest organi­

lucht- en zwemwatergegevens, het 'Air Pollution data

seert op 12 en 13 juli 2010 een informele Milieuraad in

centre' (EN - NL), het 'Water data centre' (EN - NL) en de

Gent; het centrale thema is duurzaam gebruik van

rapporten over lucht en water.

grondstoffen. Ook de Vlaamse Milieumaatschappij zal een belangrijke bijdrage leveren. Zo organiseert de VMM seminaries rond drinkwater, grondwater en overstro­ mingsbeheer. Het nationaal knooppunt voor het Europees Milieu Agentschap (EMA) bij de VMM werkt samen met het EMA aan een meerdaagse workshop rond de implementatie van SEIS (Shared environmental information system) die zal volgen op de officiële voor­ stelling van het State of the Environment Report 2010 van het EMA eind november.

34

de


Internationale samenwerking en kennis­ uitwisseling Als dynamische en grensverleggende organisatie wil de Vlaamse Milieumaatschappij de internationale samen­ werking en uitwisseling van kennis stimuleren: we starten Europese en bilaterale projecten op en organiseren uit­ wisselingen en evenementen met buitenlandse zuster­ instellingen. In 2009 ontving de Vlaamse Milieumaatschappij drie bui­ tenlandse delegaties, onder meer uit China, Nederland en de Balkan. De VMM coördineerde daarnaast 9 inter­ nationale bijeenkomsten. Personeelsleden van de VMM

In het project wordt samengewerkt rond het ecologisch herstel, met bijzondere aandacht voor vismigratie, de grensoverschrijdende monitoring en modellering van sedimentenvrachten, de monitoring en modellering van 2 grensoverschrijdende grondwatersystemen, de ont­ wikkeling van een gemeenschappelijke set van (econo­ mische) indicatoren en informatieverspreiding. Op 23 juni 2009 werd de partnerschapsovereenkomst van het project ondertekend tijdens de 'International Monitoring Board' van het ScaldWIN-project. Het start­ seminarie vond plaats op 11 december 2009 in Boulognesur-Mer, Frankrijk.

gingen 182 keer op buitenlandse zending.

Meer info: www.scaldwin.org

Project CROW afgerond

Cartora: grensoverschrijdende rattenbestrijding

Eind juni 2009 liep het CROW-project (Croatian Concept

Cartora (Cartographie transfrontalière de l'infestation

of Reporting on Water) ten einde. Met deze samenwer­

des rats musqués) bundelt de partners in de grenszone

king tussen de Vlaamse Milieumaatschappij en het

Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk om met hedendaagse

Kroatische milieuagentschap AZO gedurende drie jaar

en milieuvriendelijke technieken de muskusrattenpopu­

wilden de partners een helder instrument ontwikkelen,

latie terug te dringen. Zo maken de partners onder ande­

als hulpmiddel bij de Kroatische rapportering rond

re werk van een grensoverschrijdende cartografie, de

milieugegevens. Als toekomstige EU-lidstaat zal ook

harmonisatie van rattenvallen en taalcursussen voor de

Kroatië regelmatig moeten rapporteren aan officiële

rattenvangers. De VMM voert voor Cartora prospecties

instanties zoals de Europese Commissie en het Europees

en metingen van de restpopulatie van muskusratten uit

Milieuagentschap. De eisen gesteld aan deze rapporte­

om een efficiënte sturing van de bestrijding mogelijk te

ring, worden steeds strenger. Uniformisering en harmo­

maken. Op 16 juni 2009 vond in het Franse Deûlémont

nisering van de rapporteringsgegevens zijn daarbij de

het lanceringsmoment plaats.

codewoorden. Met een 'testcase' rond de kwaliteit van

Overstromingsprojecten met Europese financiering

oppervlaktewater bood CROW Kroatië de nodige ondersteuning bij het toepassen van deze regelgeving. Project Scaldwin officieel van start

Door het veranderende klimaat vallen in NoordwestEuropa steeds meer uitzonderlijke hoeveelheden regen op kortere tijd. Deze extreme regenval zorgt ervoor dat

Het ScaldWIN-project wil de kwaliteit van het opper­

velden, wegen, dorpen of zelfs hele delen van steden

vlakte- en grondwater in het internationale stroomge­

blank komen te staan. Om beter gewapend te zijn in de

biedsdistrict van de Schelde verbeteren. ScaldWIN ging

strijd tegen dit soort van overstromingen, is de Vlaamse

op 1 januari 2008 van start en werd goedgekeurd onder

Milieumaatschappij ingestapt in 3 Europese samenwer­

het Interreg IVB Noordwest-Europa programma. De

kingsprojecten: Alfa, FRC en Wave. De drie projecten

Vlaamse Milieumaatschappij is 'leadpartner', wat bete­

kunnen rekenen op de steun van Interreg IVB NWE, een

kent dat de VMM de volledige projectcoördinatie voor

belangrijk financieringsinstrument voor de regio's in

haar rekening neemt. ScaldWIN loopt tot eind 2013.

Europa.

Activiteitenverslag 2009 • 35


de Molenbeek in Zandbergen nabij Geraardsbergen. Om de omwonenden van de Molenbeek beter te bescher­ men, bouwt de VMM in Zandbergen een wachtbekken. Het Alfa-project heeft tot doel het creëren van nieuwe capaciteit voor wateropslag en -afvoer om de effecten van overstromingen ten gevolge van klimaatsveranderin­ gen te verminderen. In het kader van dit project voert de Vlaamse Milieumaatschappij een aantal belangrijke aan­ passingen door aan de Kleine Nete tussen Kasterlee en Herentals om de waterberging, het natuurherstel en recreatie te verbeteren. Op 4 april 2009 organiseerde de VMM een terreinbezoek aan het projectgebied De Hellekens in Herentals voor de Europese projectpart­ ners. Meer info: www.alfa-project.eu

De partners van WAVE - uit België, Duitsland, Frankrijk en Nederland - namen van 22 tot 24 juni 2009 in Antwerpen deel aan een workshop voor hydrologen, waar de over­ stromingsproblematiek in Vlaanderen werd toegelicht. Meer info: www.waveproject.eu Het project FRC of FloodResilienCity gaat dieper in op

overstromingen in grote steden, waar tevens een enor­ me druk bestaat op de open ruimte voor woningen. Binnen het kader van dit Interreg-project werken 11 part­ ners initiatieven uit die tot concrete acties moeten leiHet doel van het Wave-project is om klimaatbestendige­ re watersystemen te ontwikkelen die economische ver­ liezen kunnen beperken en zelfs voorkomen, rekening houdend met de lokale context. De Vlaamse

Orléans, Dublin, Bradford en Nijmegen. Bedoeling is om de historische stadscentra te wapenen tegen overstro­ mingen.

Milieumaatschappij pakt de overstromingsproblematiek

Dankzij de transnationale aanpak kunnen de deelnemen­

in het Denderbekken aan. De Dender is een typische

de steden hun expertise koppelen aan die van de ande­

regenrivier: bij hevige neerslag treedt hij buiten zijn

re deelnemers. Dat moet leiden tot een groter inzicht en

oevers, tijdens droge periodes wordt het een bijna stil­

betere oplossingen. Daarnaast zullen de deelnemers

staand water. Om scheepvaart mogelijk te maken, wordt

meer betrokken raken bij het overstromingsmanage­

het waterpeil kunstmatig hoog gehouden. Dit leidt tot

ment.

afwateringsproblemen voor een aantal zijrivieren, zoals

36

den in acht steden: Brussel, Leuven, Mainz, Parijs,


Voor twee Belgische steden - Brussel en Leuven - zal de

om de kans op overstromingen in Zuid-Limburg te ver­

Vlaamse Milieumaatschappij masterplannen opstellen

kleinen. Ook de Vlaamse Milieumaatschappij heeft con­

die voorzien in een integrale aanpak van de overstro­

crete plannen. Ter hoogte van de Kevie in Tongeren zal

mingsproblematiek. De VMM zal ook instaan voor een

de Jeker binnenkort opnieuw meanderen in zijn natuur­

kosteneffectiviteitstudie voor de aanleg van een onder­

lijke omgeving. Om 's Gravenvoeren te beschermen

gronds wachtbekken in Woluwe en voor de renovatie

tegen overstromingen wordt op de Horstergrub een

van de middeleeuwse kaaimuren in Leuven. De VMM

overstromingszone aangelegd. Ook in Nederland en

organiseerde van 25 tot 27 maart 2009 een driedaagse

Wallonië worden projecten uitgevoerd die een positieve

bijeenkomst in Leuven voor de verschillende project-

invloed hebben op het waterbeheer in Haspengouw en

partners.

Voeren.

Meer info: www.floodresiliencity.eu

Interactief Waterbeheer Verschillende projectpartners in het grensgebied

AQUADRA, gecoördineerd waterbeheer over de grenzen Het project AQUADRA (Interreg IVA), waaraan zowel de provincie Limburg, de Vlaamse Milieumaatschappij als partners uit Wallonië en Nederland deelnemen, streeft naar een verbetering van de waterkwaliteit van de waterlopen en wil een oplossing bieden voor de proble­ men rond wateroverlast in vier deelbekkens van de Maas: de Jeker, de Voer, de Berwijn en de Geul. In Limburg zal over de grenzen samengewerkt worden

Vlaanderen-Nederland willen binnen het kader van de Europese kaderrichtlijn Water versneld uitvoer geven aan interactief waterbeheer. Dit project wordt medege­ financierd door Interreg IVA Grensregio Vlaanderen ­ Nederland. De Vlaamse Milieumaatschappij werkt rond communicatie met betrekking tot het Integraal Waterbeheer door het bouwen van een informatiecen­ trum in de watermolen 'Oude Wasserij' ter hoogte van de visdoorgang in Meerhout. Op 2 juni 2009 werd de samenwerkingsovereenkomst tussen de VMM en de gemeente Meerhout officieel ondertekend.

Activiteitenverslag 2009 • 37


VMM informeert Via informatie en sensibilisatie wil de Vlaamse Milieumaatschappij de bedrijven, de burgers en de landbouwers aan­ zetten tot milieusparend gedrag.

www.vmm.be

Milieuverkenning

In dit activiteitenverslag verwezen we regelmatig naar

2030

en

het

MIRA-T

2008

Indicatorrapport gepubliceerd.

Vlaamse

In 2009 verschenen vier edities van Verrekijker, het

Milieumaatschappij biedt een schat aan informatie over

publieksmagazine van de Vlaamse Milieumaatschappij. In

water, lucht en milieu: publicaties van de VMM, achter­

elke editie wordt een bepaald aspect van het leefmilieu

grondinformatie, onderliggende cijfers en databanken,

uitgewerkt in een verhelderend dossier. Zo hadden we

gebruiksvriendelijke geoloketten…

een dossier over waterkwaliteit, verzuring, de maatregel

www.vmm.be.

De

website

van

de

van de snelheidsbeperking tot 90 km per uur bij smog-

Toegankelijke website

alarm en de bekkenwerking in Vlaanderen. Bovendien

Met het project Toegankelijk Web van de Vlaamse over­

geeft Verrekijker heel wat praktische informatie en con­

heid engageert de Vlaamse overheid zich om al haar

crete tips om zelf uw steentje bij te dragen tot een beter

websites en webtoepassingen toegankelijk maken voor

leefmilieu.

mensen met een handicap. Websites die bruikbaar zijn voor slechtzienden, (kleuren)blinden, ouderen en wie een auditieve of motorische beperking heeft, krijgen het

Meer info:

www.vmm.be/publicaties en www.vmm.be/verrekijker

toegankelijksslabel AnySurfer. Door het toepassen van een correct webdesign - met onder meer aandacht voor de algemene gebruiksvriendelijkheid en internationale webstandaarden - heeft het respecteren van de toegan­ kelijkheidsrichtlijnen van AnySurfer niet alleen voorde­ len voor gebruikers met speciaal uitgeruste apparatuur of software, maar ook voor álle internetgebruikers. Zo zijn toegankelijke websites ook geschikt voor kleine beeldschermen, zoals dat van een GSM of zakcomputer,

Elektronische nieuwsbrief De Vlaamse Milieumaatschappij informeert bedrijven, openbare besturen en onderzoekers via een elektroni­ sche nieuwsbrief. Die geeft in korte overzichtelijke blok­ ken de belangrijkste informatie over de activiteiten en realisaties van de VMM weer. Inschrijven kan via www.vmm.be/nieuwsbrief.

en zijn ze bruikbaar in iedere webbrowser. Drie websites van de Vlaamse Milieumaatschappij kregen

Infoloket

intussen de erkening als toegankelijke website:

Het Infoloket is het aanspreekpunt van de Vlaamse

www.heffingen.be,

www.milieurapport.be

en

www.waterloketvlaanderen.be.

Het toegankelijk maken van www.vmm.be is een

omvangrijke job en zal wat meer tijd vragen.

Milieumaatschappij voor burgers, organisaties, bedrijven, onderwijs, overheden en zo meer. In 2009 werden in totaal 7.420 vragen geregistreerd. De belangrijkste doel­ groepen zijn burgers (37%), bedrijven (22,5%), gemeenten (12%) en onderwijs (11%). Het Infoloket is elke werkdag

VMM-publicaties De Vlaamse Milieumaatschappij brengt jaarlijks flink wat publicaties uit. In 2009 publiceerde de VMM 18 rappor­ ten over water en lucht en werden de milieurapporten

38

bereikbaar via tel. 053 72 64 45 of via info@vmm.be.


Milieukenniscentrum Het

milieukenniscentrum

van

de

Vlaamse

Milieumaatschappij bundelt informatie over het milieu in het algemeen en over water en lucht in het bijzonder. Iedere werkdag stelt het zijn collectie boeken, rappor­ ten, tijdschriften en video's beschikbaar. Maak bij voor­ keur een afspraak via tel. 053 72 64 46 of via mkc@vmm.be. Zo kunnen de bibliotheekmedewerkers u helpen bij uw zoektocht. Milieukenniscentrum, Dr. De Moorstraat 24-26, 9300 Aalst.

Een bezoek waard De Vlaamse Milieumaatschappij was in 2009 present op verschillende beurzen of evenementen: de beurs Agriflanders, de Vlariodag, de Zuinig Huizen infomarkt, het BorgerRio festival, de Open Tuindag in Merchtem, de Dag van het Park in Diest, de beurs Eco-Live in Bellingen, de Jeugddag in Diksmuide, de milieubeurs in Menen, de infomarkt Demer en Diest, … De VMM stelde haar groen datacenter in Aalst en het passief centraal besturingsge­ bouw in Leuven open voor het publiek tijdens de 'Open Huizendagen'. Verder organiseerde de Vlaamse Milieumaatschappij tal van infovergaderingen over of inhuldigingen van VMM­ projecten: de inhuldiging van de gecontroleerde over­ stromingsgebieden in Erpe-Mere, de inhuldiging van het groen datacenter van de VMM in Aalst, de voorstelling van de overstromingsvoorspeller van het IJzer- en Demerbekken, de studiedag Fijn Stof in Antwerpen, de provinciale infosessies over de opmaak van de gebieds­ dekkende uitvoeringsplannen en het opzet en de struc­ tuur van het gemeentelijk indicatorenkader, provinciale infosessies over de pesticidentoets, enzovoort. Raadpleeg onze evenementenagenda: www.vmm.be/evenementen.

Activiteitenverslag 2009 • 39


40


Een slagkrachtige organisatie De Vlaamse Milieumaatschappij is een slagkrachtige overheidsorganisatie, met als pijlers transparantie, modern personeelsbeleid, een efficiënte besteding van de middelen en een klantvriendelijke dienstverlening.

Voorbeeldfunctie Vlaamse overheid De Vlaamse Milieumaatschappij engageert zich om de

De Vlaamse Milieumaatschappij biedt haar medewerkers

voorbeeldfunctie van de Vlaamse overheid mee te ver­

tijd en ruimte om opleidingen te volgen en om zich te

vullen. Daartoe zijn in de beheersovereenkomst een aan­

ontplooien. Bovendien geven we onze personeelsleden

tal algemene doelstellingen opgenomen die gelden voor

de kans een gezond evenwicht tussen werk- en privéle­

elke Vlaamse entiteit. Zo is er sprake van onderlinge

ven te vinden.

samenwerking, kwaliteitsbeleid, aantrekkelijk werkgever­

Feiten en cijfers

schap, diversiteitbeleid, duurzaam aankoopbeleid en

Op

interne milieuzorg, beheersrapportering, interne contro­

het

einde

van

2009

telde

de

Vlaamse

le en meten van beleidseffecten.

Milieumaatschappij 1072 personeelsleden. Dit cijfer

Personeel

VMM door een arbeidsovereenkomst of statuut is ver­

betreft het totale aantal personeelsleden dat met de

Er wordt veel verwacht van de Vlaamse Milieu­

bonden. Ieder personeelslid telt als een eenheid, onge­

maatschappij. Om aan die hoge verwachtingen te kun­

acht of deze aan- of afwezig is, voltijds of deeltijds

nen voldoen, hebben we deskundige medewerkers

werkt, bezoldigd of onbezoldigd (bijvoorbeeld perso­

nodig. Medewerkers die gemotiveerd zijn en fier zijn op

neelsleden die met voltijdse loopbaanonderbreking zijn

wat ze doen. Bij de VMM werken ruim 1000 medewer­

of genieten van verlof zonder wedde). Het cijfer van de

kers. Hun vakkennis staat borg voor een integrale aanpak

voltijdse equivalenten is een nauwkeuriger indicator van

van het leefmilieubeleid.

het beschikbare personeelsbestand, aangezien de afwe­ zige personeelsleden, die niet worden bezoldigd, niet

Vijf basiswaarden vormen de kern van onze organisatie­

worden meegeteld.

cultuur: betrouwbaarheid, klantgerichtheid, samenwer­ king, voortdurend verbeteren en milieusparend gedrag.

94 statutaire personeelsleden zijn ter beschikking

Deze waarden zijn de toetssteen voor het dagelijks han­

gesteld van Aquafin nv, waar ze meewerken aan de

delen van onze medewerkers.

exploitatie van de zuiveringinfrastructuur.

Personeelsbezetting op 31 december 2009 Personeelsleden Personeelsaantal (in personen) Personeelscapaciteit (in bruto VTE)

Totaal Man Statutair (incl. stagiair)

1072

612

Vrouw < 35j

460

254

35-44j 45-54j 55-60j

309

336

Contractueel Statutair (incl. stagiair) Contractueel

962,3

572,6

389,8

235,8

275,3

301,3

Kwalificatie (niveau) Personeelsleden

61j

62j

63j

64j

> 64j

132

12

3

3

0

3

17

1

0

2

0

0

116,1

10,6

2,0

2,8

0,0

2,0

15,0

0,5

0,0

1,0

0,0

0,0

Statuut Statutair (incl. stagiairs)

Contractueel

A

B

C

D

Personeelsaantal (in personen)

337

140

239

356

823

249

Personeelscapaciteit (in bruto VTE)

312,7

127,5

214,4

307,8

742,0

220,4

Activiteitenverslag 2009 • 41


Diversiteit op de werkvloer De Vlaamse Milieumaatschappij onderschrijft het Actieplan Gelijke kansen en Diversiteit van de Vlaamse overheid dat streeft naar een hogere vertegenwoordi­ ging van kansengroepen in het eigen personeel. Bij aan­ werving zijn de kwaliteiten van kandidaten belangrijker dan hun leeftijd, geslacht, etnische afkomst, handicap of nationaliteit. Om het gevaar van stigmatisering te vermij­ den, kiest de VMM voor een vrijwillige registratie van de kansengroepen. • Aantal personeelsleden van allochtone origine: 16 • Aantal personeelsleden met een arbeidshandicap: 9 Positieve werkcultuur

pesterijen en ongewenst seksueel gedrag voor dan in de referentiegroep. De VMM heeft daarover een duidelijk standpunt: elk geval is er een te veel. De VMM zal haar inspanningen inzake het preventiebeleid en de individu­ ele klachtenbehandeling dan ook onverminderd voort­ zetten.

Kwaliteitsvolle dienstverlening De Vlaamse Milieumaatschappij zou de vele taken en opdrachten onmogelijk kunnen uitvoeren zonder een degelijke interne ondersteuning op vlak van kennisbe­ heer, organisatie- en procesontwikkeling, juridische advi­ sering en ondersteuning, financieel beheer en facility management, personeelsbeheer, ICT en interne commu­

De Vlaamse Milieumaatschappij voerde in maart 2009

nicatie. Kwaliteitszorg en klantentevredenheid zijn de

een 'risicoanalyse psychosociale aspecten' uit. Via een

pijlers van de managementondersteunde diensten van

schriftelijke enquête peilde ze naar de psychosociale

de VMM.

aspecten van het werk en de psychosociale belasting als

Als Vlaams overheidsagentschap vindt de Vlaamse

gevolg van ongewenst grensoverschrijdend gedrag. Doelstelling van de risicoanalyse is een actieplan op te zetten om psychosociale belasting op het werk preven­ tief en curatief aan te pakken. De resultaten van de VMM worden altijd vergeleken met een referentiebestand, opgebouwd met gegevens van organisaties uit de privé­ en overheidssector die al een soortgelijke risicoanalyse hebben uitgevoerd. 60% van de personeelsleden stuur­ de de vragenlijst ingevuld terug.

Milieumaatschappij een goede dienstverlening essenti­ eel. De burger en het beleid verwachten dat we de mid­ delen die we krijgen efficiënt en goed besteden om het leefmilieu te verbeteren en dat we daarover verant­ woording afleggen. Daarom bouwt de VMM in haar wer­ king een systeem van organisatiebeheersing of interne controle in. Effectiviteit, integriteit, kwaliteit en efficiën­ tie zijn de sleutelwoorden van organisatiebeheersing. Processen worden in kaart gebracht om ze te optimali­

De Vlaamse Milieumaatschappij scoort in het algemeen

seren, risico's worden benoemd om ze te minimaliseren,

zeer goed ten opzichte van het referentiebestand. Er

kennis- en informatiestromen worden op elkaar afge­

heerst een positieve werkcultuur. Medewerkers ervaren

stemd om ze beter te beheren... De VMM streeft naar

een grote sociale steun, zowel van hun collega's als van

een voortdurende verbetering van haar organisatie in al

hun leidinggevenden. Ze voelen zich betrokken bij de

zijn facetten.

VMM en zijn bovendien tevreden over de hoge mate van

Organisatiestructuur

beslissingsruimte in hun job en over de ontplooiingskan­ sen. Sommige collega's gaven aan dat ze gerust wat meer verantwoordelijkheid in hun job willen opnemen. Door te focussen op samenwerking en coaching zal de VMM hier werk van maken.

42

Er komen bij de Vlaamse Milieumaatschappij minder

Een goede organisatiestructuur moet toelaten om de vele taken en opdrachten in optimale omstandigheden uit te voeren. De Vlaamse Milieumaatschappij opteerde in 2009 voor een vereenvoudigde, transparante en klant­ gerichte organisatiestructuur.


Organogram

ADMINISTRATEUR-GENERAAL Frank Van Sevencoten

DIENST STRATEGISCHE PLANNING Barbara Vael

ALGEMEEN DIRECTEUR Dirk Waegeman

DIENST REGULERINGSINSTANTIE Ellen Wailly

DIENST STROOMGEBIEDBEHEER Veronique Van Den Langenbergh

FRANK DELAERE vertegenwoordigt de personeelsleden ter beschikking gesteld van nv Aquafin

DIENST SECRETARIAAT COÖRDINATIECOMMISSIE INTEGRAAL WATERBELEID Lieve De Roeck

AFDELING RAPPORTERING WATER Rudy Cautaerts

AFDELING LUCHT, MILIEU EN COMMUNICATIE Philippe D’Hondt

AFDELING ECOLOGISCH TOEZICHT Dirk Waegeman

AFDELING ECONOMISCH TOEZICHT Lutgarde Fleurinck

AFDELING OPERATIONEEL WATERBEHEER Paul Thomas

AFDELING ALGEMENE ZAKEN Michelinne Van Den Langenbergh

AFDELING KENNISBEHEER Eric Vreye

DIENST MEETNET OPPERVLAKTE­ WATER Martin Verdievel

DIENST LUCHT Edward Roekens

DIENST MILIEU­ VERGUNNINGEN Freddy Van Den Bossche

DIENST HEFFINGEN Pieter D’Hondt

DIENST BEHEER ONBEVAARBARE WATERLOPEN Koen Martens

DIENST PERSONEEL Patrick De Prins

DIENST INFORMATICA N.N.

DIENST MEETNET AFVALWATER Greet Vos

DIENST MILIEU­ RAPPORTERING Marleen Van Steertegem

DIENSTUITBOUWEN BEHEER SANERINGS INFRASTRUCTUUR

DIENST ECONOMISCH TOEZICHT Hilde Soetaert

DIENST LOKAAL WATERBEHEER Kris Van Den Belt

DIENST MIDDELEN Krista Van Malder

DIENST LABORATORIUM Peter Van Caeter

DIENST INTERNATIONAAL MILIEUBELEID Steven Vinckier

DIENST GEGEVENS BEHEER SANERINGS INFRASTRUCTUUR

DIENST GRONDWATER BEHEER Didier D’hont

DIENST JURIDISCHE ZAKEN Ann Carette

DIENST STURING EN RAPPORTERING WATER Henk Maeckelberghe

DIENST EXTERNE COMMUNICATIE Katrien Smet

DIENST HOOGWATER BEHEER Kris Cauwenberghs

DIENST INTERNE COMMUNICATIE Kathleen Vancaester

Ingeborg Barrez

Koen De Witte DIENST ECOLOGISCH TOEZICHT Steven Van Den Broeck

DIENST INVESTERINGEN EN RENOVATIES

Ivo Terrens

BUITENDIENST IJZER, LEIE EN BRUGSE POLDERS Kathleen Vanmaele

BUITENDIENST BOVENSCHELDE, GENTSE KANALEN EN DENDER Marc Van Verre

Woordvoerder: Mie Van den Kerchove - GSM 0476 205 024

BUITENDIENST DEMER, DIJLE EN MAAS Berthold Meers

BUITENDIENST NETE EN BENEDENSCHELDE Marc Florus

Situatie op 31 december 2009

Activiteitenverslag 2009 • 43


Klachtenmanagement

Interne milieuzorg

Door het systematisch registreren en analyseren van

De Vlaamse Milieumaatschappij vraagt grote inspannin­

klachten kan je onduidelijkheden opsporen en de dienst­

gen van bedrijven en burgers voor een beter milieu. Het

verlening continu verbeteren. Dit past in de klantgerich­

is dan ook vanzelfsprekend dat ze zelf het goede voor­

te

beeld geeft. De VMM wil de negatieve impact van haar

organisatiecultuur

van

de

Vlaamse

Milieumaatschappij. In de loop van 2009 ontving de klachtencoördinator van

producten en diensten zo veel mogelijk beperken en bij­ dragen tot een duurzaam milieugedrag.

de Vlaamse Milieumaatschappij 25 klachten. 22 hiervan

Via een werkgroep Intern Leefmilieu voert de Vlaamse

werden ontvankelijk verklaard. Slechts 2 klachten wer­

Milieumaatschappij actie op verschillende terreinen:

den volledig gegrond verklaard, 1 was deels gegrond.

afvalbeheer, energie- en waterverbruik, mobiliteit, duur­

Een groot deel van de klachten heeft te maken met de verwarring tussen de gemeentelijke saneringsbijdrage die betaald wordt aan de drinkwatermaatschappij ener­ zijds en de (bovengemeentelijke) forfaitaire heffing door de VMM voor wie een eigen waterwinning heeft ander­ zijds. Andere klachten gaan over de uitbetaling van de premie voor een individuele behandelingsinstallatie van afvalwater. Die premie bestaat uit een gemeentelijk en/of een gewestelijk gedeelte. Het derde deel van de klachten heeft betrekking op de invordering van de hef­ fing, de berekeningsclaims en de hoogte van de heffing. Vaak zijn dat heffingsplichtigen van wie het bezwaar eer­ der niet gegrond werd verklaard. Ook de lange uitbetalingstermijn van de gewestelijke premies voor de individuele behandelingsinstallatie van afvalwater is een terugkerende klacht. Het is voor de burger niet duidelijk dat deze subsidie niet door het Vlaamse Gewest wordt betaald. De subsidie wordt eerst aan de gemeente gestort die ze vervolgens aan de parti­ culieren doorstort.

zaam aankoopbeleid, duurzame huisvesting, ... De VMM moedigt milieusparend gedrag bij haar medewerkers aan. Ze streeft naar minder papierverbruik, promoot duurza­ me mobiliteit en neemt deel aan sensibiliserende cam­ pagnes zoals 'Dikketruiendag', 'Ik kyoto', 'donderdag veg­ giedag', enzovoort. VMM opent groen datacenter Op woensdag 6 mei 2009 stelde de Vlaamse Milieumaatschappij in Aalst haar ecologisch datacenter voor. Net als het hoofdkantoor in de Dr. De Moorstraat is het een voorbeeldgebouw op vlak van duurzaamheid en ecologie. De VMM hoopt dat haar groen datacenter navolging krijgt in Vlaanderen. Het gebouw - consequent opgetrokken uit milieuvrien­ delijke materialen - is optimaal geïsoleerd en geventi­ leerd. De serverruimte herbergt smalle, sterk verkleinde servers. Deze hebben minder aansluitingen nodig en zijn heel wat energie-efficiënter dan traditionele servers, zonder aan performantie in te boeten. De koude buiten­ lucht dient als gratis koeling. Een ijswatermachine vormt

De klachtenrapportage 2009 kan geraadpleegd worden

een alternatief wanneer het buiten warmer wordt dan

op www.vmm.be.

13°C. De Vlaamse Milieumaatschappij ging op zoek naar een milieuvriendelijke koelvloeistof als alternatief voor het schadelijke ethyleenglycol. De keuze viel op betaïne, een product afgeleid van bietensap. De traag draaiende ventilatoren op het platte dak garanderen minimale geluidsoverlast en efficiënter energieverbruik: een dub­ bele milieuwinst.

44


De warmte die de servers vrijgeven, wordt vastgehouden

Ook op de werkvloer wordt aandacht besteed aan ener­

en via een warmtewisselaar gerecupereerd voor de

giezuinigere en milieusparende toestellen. In 2009 ver­

stookinstallatie in de kelder. Die stookinstallatie op aard­

ving de Vlaamse Milieumaatschappij haar oude printers,

gas verwarmt twee kantoorgebouwen van de VMM, een

kopieertoestellen, scanners en faxtoestellen door multi­

Sociaal huis, het kantoorgebouw van het OCMW en 200

functionele apparaten die deze verschillende functies

sociale appartementen. Dankzij de samenwerking tussen

combineren. Niet alleen leidde dit tot een aanzienlijke

het OCMW Aalst, de stad Aalst en de VMM krijgt de

daling van het aantal toestellen, ook het energieverbruik

hele buurt warmte op de meest milieuvriendelijke en

en het papierverbruik kent een dalende lijn. Deze ten-

rendabele manier.

dens wordt door de VMM nauwgezet opgevolgd.

Activiteitenverslag 2009 • 45


VMM in Hasselt: van twee naar één Op 24 juni 2009 werd de gerenoveerde VMM-vestiging in Hasselt feestelijk ingehuldigd. Een historisch moment. Na het samengaan van de Vlaamse Milieumaatschappij en de voormalige afdeling Operationeel Waterbeheer in het IVA VMM in 2006 had de VMM in Hasselt immers twee vestigingen op een boogscheut van elkaar. Dat kon efficiënter. De Vlaamse Milieumaatschappij maakte van de gelegen­ heid gebruik om het gebouw in de Schiervellaan te reno­ veren volgens de duurzame en ecologische standaarden van de VMM. Er werd consequent gekozen voor milieu­ vriendelijke materialen, zoals hout met FSC-label, linole­ um met ecolabel, isolatie met rotswol, … In de sanitaire ruimtes vind je waterbesparende kranen en waterbespa­ rende spoelbakken. Door daglichtsturing en bewegings­ melders is ook de verlichting energievriendelijk. De inkomdeur aan het onthaal werd aangepast om het warmteverlies via kieren en spleten zo klein mogelijk te houden. Het gebouw beantwoordt opnieuw aan alle normen inzake comfort en veiligheid. Zo is er bijvoorbeeld nachtkoeling: het totale volume lucht van het gebouw wordt tijdens de nacht 21 keer ververst. De bedoeling is dat de koele lucht zich 's nachts in de massa van het gebouw vastzet om op warme zomerdagen tijdens de dag een aangenamer binnenklimaat te verkrijgen. Dankzij het verenigen van de vestigingen in één comfor­ tabel gebouw kunnen de collega's in Hasselt veel effi­ ciënter samenwerken. Een duidelijke win-winsituatie.

46

Donderdag is veggiedag bij de VMM Donderdag Veggiedag is een campagne die mensen wil stimuleren om ten minste één keer in de week lekker vegetarisch te eten. Het is niet alleen gezond en diervriendelijk, het is ook een goede stap om mee te werken aan de ombuiging van de klimaatver­ andering. Ongeveer één vijfde van de CO2-uitstoot is immers afkomstig van de vleesindustrie. Via sensibiliseringsacties vragen we onze personeels­ leden om ten minste één keer per week vegetarisch te eten. Wie op donderdag vergadert of een oplei­ ding volgt bij de Vlaamse Milieumaatschappij, krijgt vegetarische broodjes voorgeschoteld. En ook voor de catering tijdens evenementen kiest de VMM resoluut voor duurzaam en zo veel mogelijk vegeta­ risch. Meer info: www.donderdagveggie.dag


Activiteitenverslag 2009 â&#x20AC;¢ 47


Financiële overzichten Rekeningen 2009 Bij decreet van 7 mei 2004 (BS 11 juni 2004), in werking getreden door een besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006, ontstond op 1 april 2006 de nieuwe rechtspersoon IVA VMM, rechtsopvolger van de VOI VMM en van de vroegere afdeling Water van het depar­

VMM op 1 april 2006 zijn er een aantal dotaties voor operationeel beheer van watersystemen bijgekomen. Het bedrag van de bestaande algemene werkings- en investeringsdotaties is eveneens beduidend toegeno­ men.

tement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie

De totale ontvangsten aangerekend op de begroting van

van de Vlaamse Gemeenschap.

de VMM voor het begrotingsjaar 2009 bedragen 123,602

Het IVA VMM is onderworpen aan de regels opgelegd door de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Dit verplicht het agentschap jaarlijks volgende rekeningen voor te leggen: • Uitvoeringsrekening van de begroting: de indeling van de begroting is conform de normen van het Europees Systeem van Rekeningen 1995 (ESR 95) van de uitgaven en de ontvangsten van de overheid. Het verschil tussen de aangerekende ontvangsten en uitgaven - inclusief alle vaststaande rechten en verplichtingen - vormt het begrotingsresultaat van het jaar. • Balans en resultatenrekening met toelichting: de boekhouding wordt gevoerd conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997 betreffende een geïntegreerde economische boek­

miljoen euro.

De aangerekende uitgaven belopen

106,040 miljoen euro.

Dit resulteert in een positief

begrotingssaldo van 17,562 miljoen euro op 31 december 2009. De totale uitgaven en ontvangsten zijn in 2009 nauwe­ lijks toegenomen tegenover 2008. Nochtans is er een stijging van de werkingskosten en de personeelskosten (met 4,946 miljoen euro) en een stijging van de investe­ ringen voor het operationeel beheer van watersystemen (met 2,243 miljoen euro). Door de vertraging in de door­ storting van de verschillende investeringsdotaties heb­ ben de ontvangsten deze stijging niet gevolgd, vandaar de daling van het gecumuleerd saldo dat de uitgavenstij­ ging neutraliseert (-6,274 miljoen euro). Het positief gecumuleerd begrotingssaldo op 31 decem­ ber 2009 is samengesteld als volgt:

houding en budgettaire rapportering voor de Vlaamse

• een positief saldo op de werkingsmiddelen van 3,602

Openbare Instellingen. De benaming en de interpretatie

miljoen euro. Dit saldo is hoofdzakelijk gerealiseerd op

van de rekeningen zoals vastgesteld door dit besluit

de algemene werkingsdotatie LC4146B. Dit komt omdat

wijkt op een aantal punten af van het genormaliseerd

deze dotatie volledig uitbetaald wordt, ongeacht de uit­

rekeningstelsel (MAR).

voeringsgraad. Dit gebeurt in periodieke schijven op

De balans en de resultatenrekening zijn integraal op­ genomen. De uitvoeringsrekening van de begroting op 31 december 2009 is beknopt weergegeven.

48

Door de overheveling van de afdeling Water naar de

basis van het dotatiebesluit. Alle andere werkingsdota­ ties worden door VMM geprefinancierd en teruggevor­ derd aan de hand van bewezen uitgaven.

Uitvoeringsrekening Begroting

• een tekort van 1,097 miljoen euro op de investerings­

De Vlaamse Milieumaatschappij verwerft haar middelen

in de milieudatabank, een tekort van 1,075 miljoen euro

grotendeels via de dotaties voorzien op de algemene

op de investeringsdotatie LC6144B voor duurzame roe­

uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap (pro­

rende en onroerende goederen en een tekort van 7,704

gramma's LC, CG, DD en GD) en via de dotaties op de

miljoen euro op de investeringsdotatie LC6147B voor

Minafondsbegroting.

operationeel waterbeheer. Investeringen worden even­

dotatie LC6142B voor de investeringen in meetnetten en


eens geprefinancierd, maar het BVR van 21 mei 1997 laat

• het overgedragen, niet aangewend gecumuleerd

niet toe om teruggevorderde investeringssubsidies of

begrotingssaldo 2008 ten bedrage van 23,836 miljoen

-toelagen te boeken zolang ze niet werkelijk op de

euro.

rekening zijn ontvangen. Door de vertraging in de terug­ betaling worden negatieve of positieve saldi mogelijk. Onderstaande tabel geeft schematisch de soorten uitgaven met de eraan gekoppelde ontvangsten weer. EUR

EUR

ONTVANGSTEN

31.12.2009

UITGAVEN

31.12.2009

Werkingsdotatie (LC4146B)

80.703.000

Werkingskosten

91.568.450

Eigen ontvangsten

973.667

EU-instellingen

196.357

Dotatie Administratie Gezondheidszorg

428.729

(GD4104E) Dotatie provisie CFO-vergoeding

479.946

(CG4102B) Werkingsdotatie operationeel beheer

12.388.969

watersystemen (LC4149B) Dotatie Minafonds artikel LC4150BC

258.793

Sociale vrijstellingen en moratorium-

258.793

intresten i.v.m. milieuheffingen afvalwater- en grondwater Investeringssubsidies

1.642.362

Investeringen meetnetten

2.739.198

1.190.509

Andere investeringen in duurzame roerende

2.402.719

(LC6142B) Investeringsdotatie (LC6144B)

en onroerende goederen Eigen ontvangsten Investeringsdotatie operationeel

137.087 0

295.145

202.420

295.145

Subsidies aan drinkwatermaatschappijen

202.420

en openbare besturen

maatschappijen en openbare besturen (LC6150BC) Terugstorting lasten leningen

Subsidies aan polders en wateringen ter verbetering onbevaarbare waterlopen

polders en wateringen (LC6146B) Dotatie voor subsidies aan drinkwater­

7.703.859

beheer watersystemen

beheer watersystemen (LC6147B) Dotatie voor subsidies aan

Investeringen operationeel

242.998

Lasten leningen

242.998

437.825

Spijziging van het Fonds

437.825

door de hogere overheid Ontvangsten toegewezen aan het

voor de Waterhuishouding

Fonds voor de Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor de

181.462

7.436

Investeringen ten laste van het Fonds

7.436

voor het Grondwaterbeheer

Grondwaterbeheer Overgedragen begrotingssaldo 2008

181.462

de Waterhuishouding

Waterhuishouding Aanwending van het Fonds voor het

Investeringen ten laste van het Fonds voor

23.835.691 123.602.396

Over te dragen begrotingssaldo 2009

17.562.091 123.602.396

Activiteitenverslag 2009 • 49


Balans ACTIVA

VASTE ACTIVA II. IMMATERIELE VASTE ACTIVA Software III. MATERIELE VASTE ACTIVA Terreinen en gebouwen Werken van burgerlijke bouwkunde Installaties, machines en uitrusting Meubilair en materieel Rollend materieel Varend materieel Informatica en telematica Kantoormeubilair Andere materiële vaste activa Terreinen exploitatie Installaties waterzuivering Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen Vaste activa in aanbouw IV. FINANCIELE VASTE ACTIVA Aandelen Borgtochten in contanten VLOTTENDE ACTIVA V. VORDERINGEN OP MEER DAN EEN JAAR Overige vorderingen i.v.m. leningen VI. VOORRADEN Hulpstoffen VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Handelsvorderingen Overige vorderingen Te ontvangen werkingsdotaties Te ontvangen kapitaalsubsidies Diverse vorderingen VIII. GELDBELEGGINGEN IX. LIQUIDE MIDDELEN Banken Kassen Rekeningen CFO X. OVERLOPENDE REKENINGEN Over te dragen kosten TOTAAL DER ACTIVA

PASSIVA EIGEN VERMOGEN I. KAPITAAL III. HERWAARDERINGSMEERWAARDEN IV. RESERVES Onbeschikbare reserves V. OVERGEDRAGEN NETTO RESULTAAT VI. DOTATIES, SUBSIDIES, TOELAGEN EN SOORTGELIJKE VREEMD VERMOGEN VII. VOORZIENINGEN VOOR RISICO’S EN KOSTEN Overige risico’s en kosten VIII. SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR Kredietinstellingen Overige - ontvangen borgen IX. SCHULDEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR Tijdens boekjaar vervallende schulden > 1 jaar Financiële schulden kredietinstellingen (CFO) Handelsschulden - gewone crediteuren Schulden belastingen en bezoldigingen Overige schulden X. OVERLOPENDE REKENINGEN Toe te rekenen kosten Over te dragen opbrengsten Wachtrekening TOTAAL DER PASSIVA

50

CODES

21 214 22/27 220-223 224-229 23 24 240 241 243 244 26 260 261 27 270 28 284 288 29 291 3 31 40/41 40 41 4130 4133 416 50/54 55/59 55 57 59 490/491/495 490

EUR

EUR

31.12.2009

31.12.2008

360.410.604 6.503.921 6.503.921 353.843.208 116.579.290 57.206.544 17.227.070 3.466.989 1.624.897 6.021 1.581.400 254.671 147.754.413 15.708.871 132.045.542 11.608.902 11.608.902 63.475 4.670 58.805 45.987.950 202.133 202.133 34.608 34.608 45.057.194 218.775 44.838.419 31.686.228 13.091.347 60.845 0 259.194 394 322 258.478 434.821 434.821 406.398.554

378.684.380 3.698.514 3.698.514 374.922.627 117.178.064 58.576.344 16.913.226 3.357.591 1.537.540 2.820 1.550.676 266.555 173.029.243 15.817.425 157.211.818 5.868.159 5.868.159 63.239 4.670 58.569 43.523.133 362.150 362.150 34.966 34.966 42.883.740 468.606 42.415.134 42.104.992 226.228 83.914 0 652 393 259 0 241.625 241.625 422.207.513

389.470.285 495.787 901.727 4.361.524 4.361.524 -65.205.688 448.916.935 16.928.269 0 0 202.976 202.133 843 16.713.044 220.861 0 9.527.580 6.964.603 0 12.249 11.453 796 0 406.398.554

401.060.990 495.787 901.727 4.112.597 4.112.597 -68.722.183 464.273.062 21.146.523 0 0 362.993 362.150 843 20.750.180 310.142 4.207.363 9.702.413 6.530.262 0 33.350 6.345 2.722 24.283 422.207.513

CODES 10 12 13 131 14 15 16 163 17 173 178 42/48 420/429 430/433 44 45 47/48 492-493-496 492 493 499


Resultatenrekening OPERATIONELE OPBRENGSTEN Lopende opbrengsten Inkomens- en kapitaaloverdrachten Andere operationele opbrengsten OPERATIONELE KOSTEN Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Diensten en diverse goederen Personeelskosten Afschr. en waardevermin. op immat. - en materiële vaste activa Voorzieningen Inkomensoverdrachten Andere operationele kosten OPERATIONEEL RESULTAAT FINANCIËLE OPBRENGSTEN Opbrengsten uit vlottende activa Gerealiseerde wisselopbrengsten Andere financiële opbrengsten FINANCIËLE KOSTEN Kosten van schulden Gerealiseerde wisselverliezen Bankkosten Verwijlintresten FINANCIEEL RESULTAAT UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN Meerwaarden op de realisatie van vaste activa UITZONDERLIJKE KOSTEN Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa Minderwaarden op realisatie van vaste activa Andere uitzonderlijke kosten UITZONDERLIJK RESULTAAT NETTO RESULTAAT VAN HET JAAR

EUR

EUR

CODES

31.12.2009

31.12.2008

70/74 70 73 74 60/64 60 61 62 630 633/637 640 641/649

132.268.217 627.586 130.248.868 1.391.763 128.460.382 7.839.473 25.784.737 56.366.307 35.910.002 0 2.353.823 206.040 3.807.835 633 1 632 0 36.381 16.770 954 34 18.623 -35.748 145.859 145.859 152.524

131.245.475 408.389 129.351.843 1.485.243 120.988.748 6.454.086 26.569.385 51.566.899 36.238.033 -4.005.884 3.200.591 965.638 10.256.727 1971 116 1.855 0 60.216 25.939 2.475 65 31.737 -58.245 1.630.951 1.630.951 46.303

48.377 103.940 207 -6.665 3.765.422

46.303 0 0 1.584.648 11.783.130

75 751 754 756/759 65 650 654 657 658 76 763 66 660 663 664/669

Hierna volgt een korte bespreking van de voornaamste evoluties in 2009 ten opzichte van 2008 zoals die in de balans en resultatenrekening tot uiting komen.

ACTIVA II. Immateriële vaste activa De rubriek 'Immateriële vaste activa' is in 2009 netto met

Daaronder vinden we de waterzuiveringinfrastructuur

2,805 miljoen euro toegenomen. Dit is voornamelijk te

terug. Doordat de Vlaamse Milieumaatschappij sedert

wijten aan belangrijke softwareontwikkelingen voor het

1991 geen nieuwe waterzuiveringsinfrastructuur meer

operationeel bekkenmodel (OBM) voor de Dijle, het

bouwt, zijn de enige bewegingen in de balans de waar­

OBM voor de IJzer en Demer, de modellering voor de

dedepreciatie door de jaarlijkse afschrijvingen, de bui­

Noordede, verschillende analyse- en implementatieop­

tengebruikstellingen en de verkopen. De daling op deze

drachten voor de meetnettensoftware, een software­

subrubriek bedraagt 25,275 miljoen euro.

toepassing voor de Gemeentelijke sanering en een nieu­ we beheers- en validatietoepassing voor de Emissie­ inventaris Lucht (EIL).

III. Materiële vaste activa De daling van de vaste activa met 18,274 miljoen euro is te wijten aan de daling van de rubriek van de 'Materiële vaste activa', namelijk van de subrubriek 'Andere materiële vaste activa'.

In 2009 werden de reeds gedane uitgaven voor niet­ opgeleverde werken burgerlijke bouwkunde van de afdeling Operationeel Waterbeheer net als in 2008 op balansdatum naar de subrubriek 'Vaste activa in aan­ bouw' overgeboekt. Door de lange voorbereiding en bouwduur van deze werken (stuwen, wachtbekkens e.d.) is dit nodig om tot een correct beeld in de balans te komen. Activiteitenverslag 2009 • 51


De redenen van de toename van deze sub-rubriek zijn

De vordering in verband met leningen die binnen het jaar

de facturen voor volgende investeringsprojecten:

2010 vervallen (zie vorderingen op meer dan één jaar) is

• de uitbouw van een pompstation op de Stenengoot en Houtensluisvaart te Woumen;

VIII. Geldbeleggingen

• de aanleg van een wachtbekken op de Jeker te Lauw;

Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 22

• de uitbreiding en aanpassing van het pompstation op de Benedenvliet te Schelle;

september 1993 wordt het thesauriebeheer van de Vlaamse Openbare Instellingen centraal beheerd door de Afdeling Financieel Management van het Ministerie

• de aanleg van een wachtbekken op de Marke te Herne

van

en de aanleg van een molen-bypass te Galmaarden;

Milieumaatschappij heeft dus geen eigen geldbeleggin­

• de herinrichting van de Poperingevaart te Poperinge;

gen, maar ontvangt of betaalt een marktconforme ver­

• de herinrichting van de Heulebeek te Moorsele.

V. Vorderingen op meer dan één jaar Deze rubriek omvat de van de overheid op termijn te ontvangen toelagen ter dekking van de openstaande schulden op meer dan 1 jaar (cf. Rubrieken VIII en IX van

de

Vlaamse

Gemeenschap.

De

Vlaamse

goeding op een theoretische kaspositie. In 2009 betaalde de afdeling Financieel Management de vergoeding voor het goed financieel beheer uit voor de jaren 2007 en 2008.

IX. Liquide middelen

het passief). De vorderingen die binnen het jaar - dus in

De kaspositie van de Vlaamse Milieumaatschappij op 31

2010 - ontvangen zullen worden, worden overgeboekt

december 2009 bedraagt 0,259 miljoen euro. Deze posi­

naar vorderingen op ten hoogste één jaar. Door deze

tie wordt bijna uitsluitend gerealiseerd op de rekeningen

boeking verminderden de vorderingen op meer dan één

onderworpen aan het CFO-stelsel.

jaar met 0,160 miljoen euro.

X. Overlopende rekeningen van het actief

VI. Voorraden

Het betreft hier voornamelijk over te dragen kosten,

Dit betreft het magazijn van de onderhoudsdienst in

namelijk facturen met factuurdatum in 2009 waarvan de

Oostende waar een beperkte stock van het meest cou­

prestatie slaat op 2010, bijvoorbeeld huur- en onder­

rante materiaal voor het onderhoud van de wagens en

houdscontracten. Begrotingstechnisch worden deze uit­

de monsternemingtoestellen aanwezig is.

gaven aangerekend in het jaar 2009, boekhoudkundig in

VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar

het jaar 2010. Tevens zijn de te verwachten rentedota­ ties op de overlopende rekeningen van het actief vanaf

De vorderingen op ten hoogste één jaar namen toe met

2009 geboekt als verkregen opbrengsten (0,008 miljoen

2,173 miljoen euro ten opzichte van 2008. Dit is uitslui­

euro).

tend te wijten aan de stijging van de aangevraagde, nog niet ontvangen investeringsdotaties 2008 en 2009 (12,931 miljoen euro) in het bijzonder van basisallocaties LC6142B, LC6144B en LC6147B. De te ontvangen investe­ ringsdotaties mogen niet in de uitvoeringsrekening van de begroting worden opgenomen, maar zijn vanaf 2009 wel in de balans opgenomen in de subrubriek 'Te ontvan­ gen kapitaalsubsidies'.

52

gedaald tot 0,160 miljoen euro.


PASSIVA

Miljoen EUR Afgeschreven toelagen in 2009

-35.901

Ontvangen toelagen in 2009 LC6142B meetnetten

+1.951

Ontvangen toelagen in 2009 LC6144B roerende en onroerende goederen

+4.409

het Fonds voor de Waterhuishouding.

Ontvangen toelagen in 2009 LC6147B operationeel beheer watersystemen

+9.404

Naar aanleiding van de consolidatie van de ESR-begro­

Ontvangen toelagen in 2009 opleveringen operationeel beheer (*)

+4.781

Totaal

-15.356

IV. Reserves De Vlaamse Milieumaatschappij beschikt over 2 begro­ tingsfondsen: het Fonds voor het Grondwaterbeheer en

tingsrapporteringen en de proefbalansen van de IVA's en de EVA's met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, is vanaf 2008 door Financiën en Begroting (IVA Centrale Accounting) een uniforme boe­ kingswijze voor het verwerken van de inkomsten en aan­ wending van fondsen opgelegd.

(*) Investeringen die op de begroting van het departe­ ment LNE werden vastgelegd (vóór 1 april 2006) werden in 2009 nog op deze vastlegging geordonnanceerd. De installaties komen zo, na oplevering en ingebruikname,

De laatste instructies van het IVA Centrale Accounting

zonder pecuniaire tegenprestatie op de balans van de

(per schrijven van 22 september 2008) bepalen dat

Vlaamse Milieumaatschappij.

reservefondsmutaties verwerkt moeten worden via de

wordt als toelage beschouwd.

resultaatverwerking en onbeschikbare reserves - onge­ acht of er al dan niet een te bestemmen winstsaldo is. Het Fonds voor de Waterhuishouding werd gespijsd met 0,438 miljoen euro en 0,181 miljoen euro werd onttrokken voor investeringen. Aan het Fonds voor het Grondwaterbeheer werd enkel 0,008 miljoen euro ont­ trokken.

V. Overgedragen resultaat

Deze financieringsbron

VIII. Schulden op meer dan één jaar Deze rubriek daalt jaarlijks door de overboeking op afsluitdatum naar schulden op ten hoogste één jaar (0,160 miljoen euro). Zie ook rubriek 'V. Vorderingen op meer dan één jaar' van het actief. De leningen die op 31 december 2009 nog op de balans van de Vlaamse Milieumaatschappij staan, zijn de zoge­ naamde 'gewestleningen' waarvan de aflossing en intrest­

Het overgedragen verlies is ten opzichte van 2008

lasten betoelaagd worden door de federale overheid.

gedaald van 68,722 naar 65,206 miljoen euro. Dit is te

Het gaat om 14 leningen waarvan de langst lopende in

danken aan het positief resultaat van het boekjaar 2009

2013 afgelost zal zijn.

(3,765 miljoen euro) plus en minus de onttrekkingen (0,181 en 0,008 miljoen euro) en toevoegingen (0,438 miljoen

IX. Schulden op ten hoogste één jaar

euro) aan de onbeschikbare reserves. Dit resultaat wordt

De gewone handelsschulden namen in 2009 af met 0,175

verder besproken bij de resultatenrekening.

miljoen euro, in tegenstelling tot de stijging in de voor­

VI. Toelagen

gaande jaren. Dit is aannemelijk omdat de gesplitste ordonnanceringskredieten en de inkomende facturen na

Conform het Besluit van de Vlaamse regering van 21 mei

de integratie van de afdeling Operationeel Waterbeheer

1997 worden de toelagen in gelijke mate afgeschreven als

vanaf 2006 stilaan hun niveau hebben bereikt.

de aankoopprijs van de activa die ermee gefinancierd worden.

Naar aanleiding van de opmerkingen van het IVA Centrale Accounting op de rekeningen Vlaamse

De afname van de investeringstoelagen in de balans met

Milieumaatschappij 2006, wordt sedert 2007 de correc­

15,356 miljoen euro is als volgt samengesteld:

te toerekening aan de periode van de wedde van

Activiteitenverslag 2009 • 53


december niet meer via de 'Overlopende rekeningen

houdplan geboekt worden onder de rubriek 'inkomens­

van het passief' geboekt, maar via deze rubriek

en kapitaaloverdrachten' van het operationeel resultaat.

'Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten'. Deze schulden wegens bezoldigingen stegen met 0,434 miljoen euro, voornamelijk door de hogere loonlast t.o.v. 2008.

geldbeleggingen aanhoudt en de CFO-intresten op advies van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening als een dotatieont­

X. Overlopende rekeningen van het passief Dit betreft toe te rekenen intresten op de gewestlenin­ gen, toe te rekenen kosten (facturen 2010 met betrek­ king tot kosten 2009) en over te dragen huuropbreng­

vangst geboekt moeten worden, is het financieel resul­ taat van de VMM per definitie negatief. In 2009 werd de vergoeding voor 'goed financieel beheer 2007 en 2008' toegekend en ontvangen.

sten.

Uitzonderlijk resultaat

RESULTATENREKENING

Het uitzonderlijk resultaat heeft in 2009 nauwelijks

Operationeel resultaat

impact op het netto resultaat van het boekjaar (-0,007

De operationele opbrengsten (70/74) zijn grotendeels samengesteld uit de werkingsdotatie vanuit LC4146B (80,703 miljoen EUR) en de in resultaat name van ontvan­ gen investeringstoelagen (35,904 miljoen EUR) die de Vlaamse Milieumaatschappij in gelijke mate afschrijft als de activa die ermee gefinancierd worden. Doordat vanaf 2006 het positief begrotingssaldo niet meer van het operationeel resultaat of de toelagen wordt overgeboekt naar de rubriek 'Overlopende reke­ ningen

van

het

passief'

heeft

de

Vlaamse

Milieumaatschappij - net zoals in de drie voorgaande jaren - op 31 december 2009 een positief operationeel resultaat. De andere operationele opbrengsten betreffen in hoofdzaak de tussenkomst van derden in personeelskos­ ten (gedetacheerden, eerste werkervaring…), inkomsten van Europese projecten en recuperatie van kosten van heffingsplichtigen.

Financieel resultaat Bij de financiële kosten daalden de intresten op gewaar­ borgde gewestleningen tot 0,017 miljoen euro, dit inge­ volge de verdere aflossing.

De vergoeding die de

Vlaamse Milieumaatschappij ontvangt voor de betaling van deze intresten, moet volgens het opgelegde boek­

54

Aangezien de Vlaamse Milieumaatschappij zelf geen

miljoen euro). De uitzonderlijke opbrengsten zijn bijna alle meerwaar­ den op de verkoop van gronden. Enige uitzondering is de meerwaarde op de verkoop van afgeschreven wagens (0,031 miljoen euro) en de verkoop van schroot (0,001 miljoen euro). De uitzonderlijke afschrijvingen bedroegen 0,048 mil­ joen euro door de buitengebruikstelling van nog niet afgeschreven meet- en laboapparatuur en informatica­ materiaal.


Activiteitenverslag 2009 â&#x20AC;¢ 55


Meer weten? Mocht u nog vragen hebben, aarzel dan niet de

VMM te contacteren. Meer informatie vindt u op

onze website, www.vmm.be

Specifieke vragen kunt u stellen aan het Infoloket,

info@vmm.be, tel. 053 72 64 45.

A. Van de Maelestraat 96 - 9320 Erembodegem (Aalst) - www.vmm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Activiteitenverslag_VMM_2009.pdf by Vlaanderen-be - Issuu