JAARVERSLAG SARO 2019
SARO | HAVENLAAN 88 BUS 23 | 1000 BRUSSEL
INHOUD
I.
VOORWOORD................................................................................................................................. 2
II.
OPDRACHT...................................................................................................................................... 3
III. SAMENSTELLING ............................................................................................................................ 4 IV. ADVIEZEN ....................................................................................................................................... 6 V.
INTERNE WERKING ....................................................................................................................... 13
Bijlage 1: decretale taakstelling SARO ................................................................................................. 15 Bijlage 2: huishoudelijk reglement SARO ............................................................................................. 17 Bijlage 3: SARO adviezen 2019 ............................................................................................................. 26 Bijlage 4: SARO raadszittingen 2019 .................................................................................................... 27 Bijlage 5: SARO werkgroepen 2019 ..................................................................................................... 28
SARO jaarverslag 2019
p. 1
I.
VOORWOORD
SARO is de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. De raad werd met het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 voor het eerst samengesteld. De Vlaamse Regering besliste op 18 september 2016 om de huidige samenstelling van de SARO te herbevestigen, teneinde de continuïteit van de beleidsadvisering over ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed te verzekeren in afwachting van de oprichting van de Omgevingsraad. De huidige samenstelling werd verlengd en zal van rechtswege een einde nemen op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot aanwijzing van de voorzitter en de leden van de Omgevingsraad. SARO bracht in 2019 23 adviezen uit. Het merendeel van de adviezen werd gevraagd door de minister bevoegd voor het omgevingsbeleid, resp. Joke Schauvliege en Koen Van den Heuvel. Daarnaast formuleerde SARO, op vraag van de Vlaamse Waterweg, een advies over alternatievenonderzoeksnota betreffende het complex project ‘Opwaardering en/of aanpassing van het kanaal Bossuit-Kortrijk voor klasse Va-schepen’ en op vraag van het departement Mobiliteit en Openbare Werken een advies over het voorontwerp voorkeursbesluit van het complex project voor de realisatie van extra containerbehandelingscapaciteit in het havengebied van Antwerpen. Op vraag van minister Matthias Diependaele bracht SARO nog een spoedadvies uit over de aanpassing van het programmadecreet 2020, waarin o.a. een nieuw financieringskanaal wordt ingevoerd voor de lokale besturen met het oog op het behoud en de inrichting van de open ruimte. Op eigen initiatief ten slotte formuleerde SARO adviezen over respectievelijk de beleidsnota omgeving 2019-2024 en de beleidsnota onroerend erfgoed 2019-2024.
Filiep Loosveldt voorzitter
SARO jaarverslag 2019
p. 2
II. OPDRACHT SARO is de strategische adviesraad voor het beleidsveld ruimtelijke ordening en het beleidsveld onroerend erfgoed. De opdracht van SARO, zoals vastgelegd in het decreet van 10 maart 2006, is zeer ruim. SARO brengt advies uit over strategische beleidsvraagstukken en de hoofdlijnen van het beleid inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. Dit gebeurt in hoofdzaak in antwoord op een vraag van de Vlaamse Regering. SARO heeft bovendien een klankbordfunctie. De raad draagt bij tot het vormen van een beleidsvisie en het interpreteren van maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. Het SARO-decreet (artikel 3) formuleert de volgende opdrachten voor SARO: -
uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed,
-
bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie over de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed,
-
de maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed volgen en interpreteren,
-
advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed,
-
uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, met uitzondering van de ontwerpen van besluit inzake de individuele beschermingsdossiers,
-
reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed,
-
uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord van strategisch belang met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat, met andere gemeenschappen of gewesten of in internationaal verband.
SARO jaarverslag 2019
p. 3
III. SAMENSTELLING Het SARO-decreet (artikel 4) bepaalt dat SARO wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld die actief zijn in het beleidsveld ruimtelijke ordening of het beleidsveld onroerend erfgoed, uit onafhankelijke deskundigen en uit vertegenwoordigers van provincies, steden en gemeenten. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2007 regelt de samenstelling van SARO. SARO telt twintig leden: vijf onafhankelijke deskundigen, twaalf vertegenwoordigers van het middenveld en drie vertegenwoordigers van de provincies, steden en gemeenten. De Vlaamse Regering benoemt de leden voor vier jaar en duidt een voorzitter onder de leden aan. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 wees - opnieuw voor een periode van 4 jaar - de voorzitter, de leden en de plaatsvervangers van SARO aan. Het mandaat van de raadsleden liep aldus af op 27 januari 2016. Bij besluit van 18 september 2016 besliste de Vlaamse Regering over een herbevestiging van de huidige samenstelling van SARO, teneinde de continuïteit van de beleidsadvisering over ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed te verzekeren en in afwachting van de oprichting van de Omgevingsraad. D.w.z. dat de samenstelling tijdelijk wordt verlengd en van rechtswege een einde neemt op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot aanwijzing van de voorzitter en de leden van de Omgevingsraad. Onafhankelijke deskundigen: 1.
Filiep Loosveldt voorzitter
plaatsvervanger: Herman Baeyens
2.
Leo Van der Vliet
plaatsvervanger: Piet Gellynck
3.
Veerle Lauwers
plaatsvervanger: x
4.
Yves Loix
plaatsvervanger: Frédéric de Grave
5.
Godfried Bekaert
plaatsvervanger: Yvo Peeters
Vertegenwoordigers werkgevers en middenstandsorganisaties voorgedragen door de SERV 6.
Mia Vancompernolle (UNIZO)
plaatsvervanger: Piet Vanden Abeele (UNIZO)
7.
Steven Betz (Voka)
plaatsvervanger: Goedele Sannen (Voka)
Vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties voorgedragen door de SERV 8.
Thomas Vael (ACV)
plaatsvervanger: Sandra Rosvelds (Beweging.net)
9.
Pieter Verbeek (ABVV)
plaatsvervanger: Greg Verhoeven (ABVV)
Vertegenwoordigers voorgedragen door de milieuverenigingen zetelend in de Minaraad 10.
Erik Grietens (BBL)
SARO jaarverslag 2019
plaatsvervanger: Frederik Mollen (Natuurpunt)
p. 4
Vertegenwoordigers voorgedragen door de openruimte organisaties zetelend in de Minaraad 11.
Philippe Casier (Landelijk Vlaanderen)
plaatsvervanger: Oda Walpot
Vertegenwoordigers voorgedragen door de landbouworganisaties zetelend in de SALV 12.
Katrien Van Herck (BB)
plaatsvervanger: Lieven De Stoppeleire (ABS)
Vertegenwoordigers van het middenveld voorgedragen door de Vlaamse Woonraad 13.
BjĂśrn Mallants
plaatsvervanger: Gert Huybrechts
Vertegenwoordigers van het middenveld voorgedragen door de SARC 14.
Heidi De Nijn
plaatsvervanger: Winand Vandelaer
Vertegenwoordigers van de Federatie van de Toeristische Industrie voorgedragen door de SARiV 15.
Peggy Verzele
plaatsvervanger: Eve Diels
Vertegenwoordigers voorgedragen door Herita 16.
Karel Dendooven
plaatsvervanger: x
Vertegenwoordigers voorgedragen door Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning 17.
Karel Vanackere
plaatsvervanger: RaĂŻssa Bratkowski
Vertegenwoordigers van provincies, steden en gemeenten 18.
Els Deconinck
plaatsvervanger: Mark Cromheecke
19.
Xavier Buijs
plaatsvervanger: Karen Alderweireldt
20.
Tineke Dewint
plaatsvervanger: Brecht Nuyttens
SARO jaarverslag 2019
p. 5
IV. ADVIEZEN 4.1
Advies over het voorontwerp RUP Ebema ENA
Op 23 januari 2019 brengt SARO, op vraag van minister Joke Schauvliege advies uit over het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Specifiek bedrijventerrein met watergebonden karakter Ebema en omgeving’. In zijn advies ondersteunt SARO de doelstellingen van het RUP voor het specifiek bedrijventerrein met watergebonden karakter Ebema en omgeving. De raad vraagt duidelijke garanties voor een zuinig ruimtegebruik binnen het bedrijventerrein en voor de effectieve realisatie van de bestemming bosgebied. Aanvullend vraagt de raad te onderzoeken of het vernieuwde instrument 'herverkaveling uit kracht van wet gekoppeld aan een ruimtelijk uitvoeringsplan' toegepast zou kunnen worden in dit voorontwerp RUP. 4.2.
Advies over het voorontwerp RUP N34 omleidingsweg Adinkerke - De Panne
SARO brengt op 23 januari 2019, op vraag van minister Joke Schauvliege, advies uit over het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘N34 omleidingsweg Adinkerke - De Panne’. SARO erkent de dringende noodzaak inzake het verhogen van de verkeersveiligheid ter hoogte van het afrittencomplex met de A18 en het realiseren van een verbeterde doortocht van Adinkerke. De raad beoordeelt het RUP evenwel ongunstig. Het RUP is niet ingebed binnen de context van duurzame mobiliteit en de uitbouw van een gelaagd vervoersnetwerk. Het RUP formuleert geen samenhangende ruimtelijke visie omtrent de ruimtelijke doorvertaling van de parkeerbehoefte. Daarnaast leidt het RUP tot een belangrijk verlies aan open ruimte. De impact op de landbouw is zeer groot. De voorgestelde compensatie is bovendien onvoldoende onderbouwd en is onsamenhangend. Voka neemt in dit advies een standpunt in. 4.3
Advies over het voorontwerp RUP Golfterrein Witbos Herentals - Westerlo
Op vraag van minister Joke Schauvliege brengt SARO op 23 januari 2019 advies uit over het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Golfterrein Witbos in Herentals en Westerlo’. De raad beoordeelt het RUP ongunstig en formuleert in zijn advies diverse strategische bemerkingen. De raad meent dat het RUP onvoldoende aandacht heeft voor de ontwikkeling van een samenhangende visie voor het openruimtegebied. De raad wijst op de noodzakelijke boscompensatie en op het behoud en de versterking van de natuurwaarden in het plangebied. De herbestemming van grote zones naar 'gebouwen en verharde parkeerplaatsen' biedt onvoldoende garanties voor een inperking van de bebouwingsdynamiek, de verhardingsdynamiek en de mobiliteitsvraag. 4.4
Advies over het voorontwerp RUP Zwaaikom Ranst
Nog op 23 januari 2019 brengt SARO, op vraag van minister Joke Schauvliege, advies uit over het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Specifiek bedrijventerrein met watergebonden karakter Zwaaikom-Ranst’. SARO formuleert diverse overwegingen bij het RUP. De raad vraagt een verdere afweging van voorliggend ENA-project met de ruimtelijke strategische doelstellingen van de Strategische Visie BRV. Daarnaast benadrukt de raad de grote milieu-impact van dit RUP en de noodzakelijke uitvoering van heel wat milderende maatregelen. Hierdoor is het zeer twijfelachtig of de realisatie van een watergebonden bedrijventerrein effectief optimaal kan gebeuren. SARO vraagt verder verduidelijking van de bos- en natuurcompensatie en dringt aan op flankerende maatregelen voor de landbouw.
SARO jaarverslag 2019
p. 6
4.5
Advies over de alternatievenonderzoeksnota - complex project AON kanaal Bossuit - Kortrijk
SARO brengt ook op 23 januari 2019, op vraag van de Vlaamse Waterweg, advies uit over alternatievenonderzoeksnota betreffende het complex project ‘Opwaardering en/of aanpassing van het kanaal Bossuit-Kortrijk voor klasse Va-schepen’. De raad erkent dat het complex project kadert in de realisatie van het Trans-European Network for Transport en deel uitmaakt van het project SeineSchelde. Het complex project vloeit tevens voort uit het Vlaams Regeerakkoord 2014-2019. De raad wijst evenwel op het belang van een volwaardige alternatievenonderzoeksnota met het oog op het te voeren onderzoeksproces. Het is voor de raad zeer onduidelijk in hoeverre op basis van voorliggende AON een volwaardig geïntegreerd onderzoek gevoerd kan worden. De raad vraagt het complex project duidelijker te positioneren en af te bakenen in relatie tot het Europese Seine-Schelde project. De raad vraagt tevens de inhoudelijke en ruimtelijke scope van het complex project duidelijker af te bakenen. Verder wijst SARO op het ontbreken van volwaardige alternatieven voor alle deelaspecten van het project. Tenslotte formuleert de raad diverse bedenkingen bij de voorgestelde onderzoekmethodiek. 4.6
Briefadvies over de startnota RUP Bovenzanden
Op vraag van minister Joke Schauvliege brengt SARO tevens op 23 januari 2019 advies uit over deze startnota. SARO ondersteunt de strategische doelstellingen van het RUP. De voorgestelde bestemmingswijziging naar natuurgebied met overdruk grote eenheid natuur zal toelaten het bestaande GOG Bovenzanden om te vormen naar een gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd tij. Aangezien dit zal leiden tot het stopzetten van het actuele landgebruik vraagt de raad aandacht voor volwaardige flankerende maatregelen voor de betrokken landbouwers. 4.7
Briefadvies over het voorontwerp RUP N42 ombouw Wetteren - Oombergen
Tenslotte brengt SARO op 23 januari 2019, op vraag van minister Joke Schauvliege, advies uit over het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Ombouw N42 tot Primaire weg: Wegvak Wetteren – Oombergen’. SARO adviseert het RUP gunstig. Het voorontwerp geeft invulling aan de doelstellingen van het RSV om de N42 uit te bouwen als primaire weg type II. De raad vraagt naar een stand van zaken inzake de uitvoering van de categorisering van het wegennet en vraagt te verduidelijken in hoeverre de Strategische Visie BRV hieromtrent nieuwe accenten legt. BBL en Natuurpunt onthouden zich van advies in dit dossier. 4.8
Briefadvies over het voorontwerp voorkeursbesluit complex project extra containercapaciteit haven van Antwerpen
SARO ontving op 10 januari 2019 een adviesvraag van het departement Mobiliteit en Openbare Werken over het voorontwerp voorkeursbesluit van het complex project voor de realisatie van extra containerbehandelingscapaciteit in het havengebied van Antwerpen. De raad legt in zijn advies van 27 februari 2019 de nadruk op de cruciale rol van het instrument van ‘voorkeursbesluit’. Het voorkeursbesluit wordt in het proces tot opmaak van een complex project immers beschouwd als een ‘point of no return’. Bovendien zijn er zeer belangrijke rechtsgevolgen aan gekoppeld. Het voorkeursbesluit gaat uitvoerig in op het groot algemeen belang van dit project, wat impliceert dat artikel 16 van het Decreet Complexe Projecten van toepassing wordt. De Vlaamse overheid kan het voorkeursbesluit definitief vaststellen ondanks de negatieve conclusies van de passende beoordeling. In dat geval zullen alle nodige compenserende maatregelen moeten worden genomen om de samenhang
SARO jaarverslag 2019
p. 7
van het coherente Europese ecologische netwerk van speciale beschermingszones (Natura 2000) te waarborgen. Die maatregelen impliceren - conform artikel 16 - de actieve ontwikkeling van een evenwaardige habitat of het natuurlijk milieu ervan met minstens een gelijkaardige oppervlakte. SARO vraagt verder aandacht voor de ruimere context en de samenhang tussen alle geplande ruimtelijke initiatieven in dit plangebied. De samenhang tussen dit complex project en de gewestelijke RUP’s ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’ en ‘Havenontwikkeling Linkerscheldeoever’ is een belangrijk aandachtspunt. De raad wijst ten slotte op de belangrijke milieu-impact van het voorkeursbesluit. Een hele reeks milderende maatregelen zal noodzakelijk zijn. Deze moeten in samenhang worden ontwikkeld met de milderende maatregelen die noodzakelijk zijn voor de andere ruimtelijke projecten in het plangebied en dit zeer specifiek wat betreft mobiliteit, luchtkwaliteit, klimaat, natuurcompensatie, boscompensatie en flankerende maatregelen landbouw. 4.9
Briefadvies over het voorontwerp RUP Zeeschelde Gentbrugge-Melle en Bastenakkers-Ham
SARO brengt op 27 februari 2019, op vraag van minister Koen Van den Heuvel, advies uit over het voorontwerp van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘RUP Zeeschelde Gentbrugge-Melle en Bastenakkers-Ham’. De raad ondersteunt het realiseren van de met het Sigmaplan beoogde veiligheidsdoelstellingen voor de ruime regio tussen Gent en Wetteren, alsook het realiseren van de natuurcompensatie voor het gedeeltelijke verlies aan getijdennatuur in de Scheldemeander opwaarts Heusdenbrug. De raad adviseert het RUP voorwaardelijk gunstig op voorwaarde dat a) een volwaardig omgevingsveiligheidsrapport wordt gevoerd en b) de voorlopige vaststelling van het RUP wordt gekoppeld aan de goedkeuring van de startnota voor de opmaak van een gewestelijk RUP voor het omvormen van de Zeeschelde Gentbrugge-Heusden naar een jaarrond gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerde getijwerking. 4.10
Advies over het voorontwerp RUP afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen
Nog op 27 februari 2019 brengt SARO aan minister Koen Van den Heuvel advies uit over dit voorontwerp RUP ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen herneming’. De raad beoordeelt het RUP gunstig voor wat betreft de deelgebieden 1 ‘veiling zuid’, 2 ‘Technopolis’, 3 ‘Brusselsesteenweg’, 4 ‘R6 ZuidOtterbeek’, 7 ‘Kantvelde’ en 9 ‘Barebeek’. De raad adviseert het deelgebied 5 ‘Stedelijk gebied Maenhoevevelden’ ongunstig omwille van het beperkte kernversterkend karakter, de overstromingsgevoeligheid, het verlies aan open ruimte en de geluidsproblematiek. Verder adviseert SARO het deelgebied 6 ‘Stedelijk woongebied Geerdegem’ gunstig mits specifieke aandacht voor de geluidsproblematiek en het deelgebied 8 ‘Stadsbos’ gunstig mits aandacht voor het CH-gebied. 4.11
Briefadvies over het voorontwerp RUP Demervallei
In zijn advies van 27 februari 2019 aan minister Koen Van den Heuvel meldt SARO dat hij de verdere uitvoering van de beslissing van de Vlaamse Regering inzake de integrale visie voor de Demervallei en Laak tussen Diest en Werchter ondersteunt. De raad adviseert het RUP evenwel ongunstig omwille van enkele strategische bemerkingen. Allereerst oordeelt de raad dat het RUP er onvoldoende in slaagt om een volwaardig samenhangend verhaal te realiseren tussen landbouw en natuur. Het RUP geeft geen volwaardige ruimtelijke invulling aan de opdeling tussen wetland en winterbed. Bovendien is er nood aan een debat over de gewenste SARO jaarverslag 2019
p. 8
ruimtelijke differentiatie van het agrarisch gebied en het natuurgebied. SARO stelt bovendien vast dat het RUP geen constructieve oplossing ontwikkelt voor de problematiek van de weekendverblijven. Dit heeft niet onbelangrijke gevolgen voor de realisatie van de strategische doelstellingen van het SIGMAplan. De raad formuleert ten slotte bedenkingen bij de vooropgestelde ruimtelijke differentiatie van het erfgoedlandschap en kan de veelheid aan puntsgewijze, lineaire en vlakvormige erfgoedaanduidingen niet ondersteunen. 4.12
Briefadvies over de startnota RUP Fort van Lillo
Op vraag minister Koen Van den Heuvel brengt de raad op 27 februari 2019 tenslotte advies uit over dit de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Fort van Lillo’. SARO ondersteunt de doelstellingen van het RUP die kaderen in het Geactualiseerd Sigmaplan van de Vlaamse Regering en het Masterplan Fort Lillo van de stad Antwerpen. De startnota legt, in functie van het op te maken RUP, reeds een aantal bestemmingszones vast en duidt deze heel concreet op kaart aan. De raad benadrukt het belang van het te voeren effectenonderzoek, waarvan de resultaten een doorvertaling moeten krijgen in het op te maken RUP. De raad wijst in het bijzonder op de effecten inzake natuur, landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie. 4.13
Advies over de startnota RUP reservatiezone Schipdonkkanaal Oost-Vlaanderen
Op vraag van Minister Koen Van den Heuvel brengt SARO op 22 mei 2019 advies uit over de startnota en de procesnota bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Reservatie Schipdonkkanaal OostVlaanderen’. De raad ondersteunt de bezorgdheid inzake het realiseren van juridische zekerheid ten aanzien van de eigenaars binnen een reservatiestrook. SARO adviseert de startnota evenwel ongunstig en dringt aan op verdere afstemming van het RUP met de generieke maatregel inzake de opheffing van reservatiestroken, inclusief het voorziene gedifferentieerd systeem inzake de afstand van meerwaarde. De raad heeft tevens veel vragen bij de doelstellingen van het RUP en dringt aan op een grondige heroverweging van de doelstellingen. Indien wordt geopteerd voor de opmaak van een gewestelijk RUP dringt de raad aan op een volwaardige ruimtelijke afweging met aandacht voor alle ruimtevragers binnen het plangebied. De raad wijst tenslotte op het belang van een volwaardige plan-MER. Boerenbond neemt in dit advies een standpunt in. Landelijk Vlaanderen onthoudt zich van advies. 4.14
Advies over de startnota RUP kasteelpark de Merode
Naar aanleiding van de adviesvraag van minister Koen Van den Heuvel over de startnota en de procesnota bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kasteelpark de Merode’ bracht SARO op 22 mei 2019 hierover advies uit. De doelstellingen voor de opmaak van het RUP zijn het mogelijk maken van een commercieel toeristisch-recreatieve ontwikkeling in het kasteelpark en het aanduiden van een erfgoedlandschap. SARO wijst er op dat de voorgenomen herbestemmingen diverse ontwikkelingen in openruimtegebied mogelijk maken. De impact hiervan is groot en er zijn sterke aanwijzingen dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied overschreden zal worden. Daarnaast meent de raad dat de (potentiële) ontwikkelingen op het kasteeldomein onvoldoende ruimtelijk worden gekaderd. Wat de problematiek van het duurzaam beheer van onroerend erfgoed betreft, dringt de raad aan op duurzame oplossingen mét oog voor ruimtelijke draagkracht.
SARO jaarverslag 2019
p. 9
4.15
Briefadvies over de startnota RUP ‘Planologisch attest HGB Vanden Avenne Vrieshuis’
Nog op vraag van minister Koen Van den Heuvel brengt SARO op 22 mei 2019 advies uit over deze startnota. De raad neemt akte van de doelstellingen van het geplande RUP, die gericht zijn op het bestendigen en uitbreiden van het historisch gegroeid bedrijf Vanden Avenne Vrieshuis en dit conform het voorwaardelijk positief planologisch attest uit 2017. SARO vraagt wel aandacht voor een volwaardig ruimtelijk planproces en voor de opmaak van een volwaardige plan-MER. 4.16
Advies over het startnota RUP Kleine Nete
Op 3 juni 2019 geeft SARO advies - op vraag van minister Koen Van den Heuvel - over de startnota over de startnota en de procesnota bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Vallei van de Kleine Nete en Aa van Kasterlee tot Grobbendonk’. De raad ondersteunt de diverse doelstellingen van voorliggend gewestelijk RUP en de kwaliteit van het opgestarte planningsproces, maar vraagt wel aandacht voor de uitwerking en operationalisering van volwaardige flankerende maatregelen voor de betrokken landbouwers. 4.17
Advies over de startnota RUP Ventilus
Op 22 mei 2019 brengt SARO op vraag van minister Koen Van den Heuvel advies uit over de startnota en de procesnota bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Ventilus’. SARO adviseert de startnota en de procesnota gunstig en ondersteunt de doelstellingen van het gewestelijk RUP, met name: de vereiste planologische basis creëren voor de realisatie van een aantal noodzakelijke ontwikkelingen van het hoogspanningsnet in West-Vlaanderen in functie van de energietransitie. SARO ondersteunt de kwaliteit van de startnota en van het opgestarte planningsproces. De raad vindt het positief dat de startnota maximaal uitgaat van de ruimtelijke planningsprincipes van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De raad waardeert dat de startnota ruim aandacht heeft voor de geplande uitwerking van milderende maatregelen en van een flankerend beleid. Niettemin wijst SARO er op dat het geplande Ventilus-project onmiskenbaar belangrijke ruimtelijke en landschappelijke implicaties voor gevolg heeft. Zowel de bouw van nieuwe stations als de aanleg van nieuwe bovengrondse verbindingen zal bijkomend ruimtebeslag vergen en landschappelijke effecten genereren. 4.18
Briefadvies over de startnota RUP GEN-spoor L 124
SARO ontving een adviesvraag van minister Koen Van den Heuvel over de startnota voor de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘GEN-spoor Lijn 124 en fietssnelweg F207’. In zijn advies van 22 mei 2019 ondersteunt SARO de doelstelling van de startnota om op het grondgebied van de gemeenten Linkebeek en Sint-Genesius-Rode een uitbreiding van spoorlijn L124 van twee naar vier sporen mogelijk te maken. De raad erkent dat de spoorweguitbreiding tevens een opportuniteit is voor het realiseren van fietssnelweg F207. 4.19
Advies over de startnota RUP rond Ronse en het complex project Kluisbos
SARO ontving op 3 juni 2019 een adviesvraag van minister Koen Van den Heuvel over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Rond Ronse’. Tevens ontving SARO op 5 juni 2019 een
SARO jaarverslag 2019
p. 10
adviesvraag van het departement Omgeving over de alternatievenonderzoeksnota van het complex project ‘Kluisbos’. Gezien de samenhang tussen de beide processen opteert de raad er voor om op 16 juli 2019 een gezamenlijk advies te formuleren voor beide planningsprocessen. In zijn advies dringt de raad er op aan om de doelstellingen van het RUP ‘Rond Ronse’ grondig te herdefiniëren. Het proces focust immers momenteel in eerste instantie op het mobiliteitsvraagstuk in Ronse en zal daarnaast ook aandacht besteden aan het creëren van een maatschappelijke meerwaarde voor de hele regio. Tevens vraagt SARO dat bij dit ruimtelijk planningsproces volwaardig aandacht gaat naar de afbakening van de gebieden van de agrarische- en natuurlijke structuur (AGNAS) vermits de uitdagingen voor natuur, landbouw, landschap en bos in dit plangebied zeer groot zijn. De geformuleerde bemerkingen zijn tevens ingegeven vanuit de bezorgdheid voor een volwaardige integratie van de effectbeoordelingen binnen het ruimtelijk planningsproces alsook voor de uitwerking van een samenhangend compensatieverhaal. De raad pleit er voor om het complex project ‘Kluisbos’ niet verder te zetten. De raad stelt immers vast dat het Kluisbos integraal is opgenomen binnen het plangebied van het gewestelijk RUP ‘Rond Ronse’. Doelstellingen inzake het Kluisbos (o.a. inzake natuurontwikkeling en recreatie) kunnen aldus volwaardig worden meegenomen bij het gewestelijk RUP ‘Rond Ronse’. Afsluitend dringt SARO ook aan op nauw overleg met het Waals Gewest bijvoorbeeld binnen het Intergewestelijk Informatieforum Ruimtelijke Ordening. 4.20
Advies over het programmadecreet 2020 en de financiering van de open ruimte
Op vraag van minister Matthias Diependaele bracht SARO op 23 oktober 2019 een spoedadvies uit over het voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2019 en het voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2020. De raad focust in zijn advies op de artikelen die relevant zijn bevoegdheden. De raad vindt het positief dat met artikelen 24 t.e.m. 27 een nieuw financieringskanaal wordt ingevoerd voor de lokale besturen met het oog op het behoud en de inrichting van de open ruimte. De raad heeft hiertoe in het verleden meermaals op aangedrongen. De raad stelt evenwel enkele aanpassingen aan de regeling voor. Zo vraagt SARO een verdere afstemming van de definitie van ‘open ruimte’ zoals voorgesteld in voorliggend decreet met de definitie van open ruimte zoals vastgelegd in de door de Vlaamse Regering goedgekeurde strategische visie BRV. Verder wijst de raad op de problematiek dat de gemeenten autonoom mogen beslissen over wat ze met het extra geld doen. De raad vraagt aan de Vlaamse Regering hoe ze met deze problematiek wenst om te gaan en vraagt alvast de impact van deze nieuwe maatregel op te volgen (te monitoren) met het oog op de effectieve realisatie van de doelstelling inzake kwalitatief behoud en beheer van de open ruimte. En tenslotte wijst de raad op het volledige pakket aan maatregelen die noodzakelijk zullen zijn voor de beoogde ruimtelijk omslag in het ruimtelijk beleid. Voorliggende maatregel is hier slechts één instrument in en zal zeker moeten worden afgestemd met het totale instrumentenpakket. 4.21
Advies over de startnota RUP K-R8 te Kortrijk
SARO bracht op 18 december 2019 op vraag van het departement omgeving een advies uit over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘K-R8 Verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost en de leefbaarheid van de omgeving’ te Kortrijk, Harelbeke, Kuurne, Zwevegem, Wevelgem, Deerlijk, Menen, Wervik, Waregem, Wielsbeke en Anzegem. Het uitgangspunt voor de opmaak van het RUP K-R8 is het verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en KortrijkOost en de leefbaarheid van de omgeving. SARO jaarverslag 2019
p. 11
SARO wijst er in zijn advies op dat de doelstellingen van het RUP onvoldoende eenduidig zijn. Met name de doelstellingen inzake de stedelijke ontwikkelingen in de omgeving van de betreffende verkeerscomplexen roepen vragen op. Deze moeten kaderen in een volwaardige ruimtelijke visie voor zowel de stad Kortrijk als de volledige regio Zuid-West-Vlaanderen. Daarnaast vraagt de raad om sterker te focussen op duurzame mobiliteit binnen het kader van duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Tenslotte vraagt SARO ook aandacht voor de impact van het RUP op bedrijvigheid en op milieu, natuur en landbouw. Het is daarbij van belang dat effectbeoordelingen volwaardig geĂŻntegreerd worden in het ruimtelijk planproces. 4.22
Advies over de beleidsnota onroerend erfgoed 2019-2024
Op eigen initiatief bracht SARO op 18 december 2019 advies uit over de beleidsnota onroerend erfgoed 2019-2024 van minister Matthias Diependaele. Met dit advies formuleert de raad enkele strategische aandachtspunten bij de hoofdlijnen van het onroerenderfgoedbeleid. De raad vraagt dat deze strategische bemerkingen worden meegenomen bij de verdere uitwerking en operationalisering van de beleidsnota onroerend erfgoed 2019-2024. 4.23
Advies over de beleidsnota omgeving 2019-2024
Tenslotte bracht SARO op 18 december 2019 een advies uit op eigen initiatief over de beleidsnota omgeving 2019-2024 van minister Zuhal Demir. Ook met dit advies formuleert de raad enkele strategische aandachtspunten bij de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid. De raad vraagt dat deze strategische bemerkingen worden meegenomen bij de verdere uitwerking en operationalisering van de beleidsnota omgeving 2019-2024.
SARO jaarverslag 2019
p. 12
V. INTERNE WERKING Secretariaat Het bestuursdecreet (artikel III.100) voorziet dat een strategische adviesraad beschikt over een eigen secretariaat dat onder het gezag van de strategische adviesraad wordt geleid door een secretaris. In uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet werden op 1 januari 2015 drie nieuwe commissies opgericht: de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, de Vlaamse Heraldische Raad en de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed. Het secretariaat van deze commissies wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO. Naar aanleiding van het aflopen van het mandaat van de leden van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed en de Vlaamse Heraldische Raad heeft de Vlaamse Regering de drie commissies opnieuw samengesteld vanaf 1 januari 2019. Het secretariaat bestaat uit: Bea Kayaerts - secretaris Tinka Lembrechts - beleidsmedewerker (tot 23 november 2019) Sandra Vandewiele - beleidsmedewerker (tot 21 januari 2019) Steven Thiry - beleidsmedewerker (vanaf 1 juni 2019) Patricia Pauwels - administratief ondersteuner Bureau Het bureau bestaat uit de voorzitter Filiep Loosveldt, drie raadsleden die ook werkgroepvoorzitter zijn, m.n. Mark Cromheecke, Karel Dendooven en Karel Vanackere en de secretaris. Het bureau bereidt de vergaderingen van de raad voor en stelt naast het ontwerpwerkplan ook de ontwerpbegroting en de ontwerprekening op cf. titel XII van het huishoudelijk reglement. Het bureau kwam in 2019 samen op 22 mei, 2 juli, 25 september, 23 oktober en 18 december. Werkgroepen Ter voorbereiding van de adviezen zijn vier werkgroepen actief. Bijlage 5 geeft een overzicht van de data van de werkgroepen in 2019. Het betreft volgende 4 werkgroepen die opgericht zijn in functie van de 4 werkvelden: werkgroep ‘planning en omgeving’ voorzitter: Filiep Loosveldt werkgroep ‘instrumentarium’ voorzitter: Mark Cromheecke werkgroep ‘RUP’s’ voorzitter: Karel Vanackere werkgroep ‘onroerend erfgoed’ voorzitter: Karel Dendooven Nieuwsbrief Na elke raadszitting werd de nieuwsbrief opgemaakt en rondgestuurd. De vastgestelde adviezen worden kort toegelicht en andere interessante informatie wordt er in opgenomen. Er wordt tevens een overzicht gegeven van toekomstige adviezen en activiteiten. Overleg SARO - PÔLE AT - CRD-GOC Op initiatief van het bureau van SARO kwam een intergewestelijk overleg tot stand tussen SARO en de gewestelijke ontwikkelingscommissies van Brussel (CRD-GOC) en Wallonië (CESW Pôle aménagement du territoire). Dit overleg is gericht op een uitwisseling van informatie. SARO jaarverslag 2019
p. 13
In 2019 kwamen de raden samen op 14 maart en 17 september. Er werd afgesproken om opnieuw een gezamenlijk colloquium te organiseren op 12 februari 2020 met in de voormiddag toelichtingen van de drie gewesten over de grote beleidslijnen van de respectievelijke regeerakkoorden m.b.t. ruimtelijke ordening en in de namiddag toelichtingen over ruimtelijke- en stedelijke ontwikkelingen en de bijhorende woonproblematiek, meer bepaald in Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent en Luik.
Omgevingsraad In het nieuwe Vlaamse Regeerakkoord 2019-2024 wordt aangekondigd: ‘Ter vervanging van de strategische adviesraden SARO en MINA wordt een Omgevingsraad opgericht die naar advisering complementair is met de SERV. We gaan voor een evenwichtige en compacte raad.’ De beleidsnota Omgeving 2019-2024 stelt verder op pag. 22-23: ‘De huidige strategische adviesraden SARO en MINA worden vervangen door een nieuwe Omgevingsraad, die naar advisering complementair is met de SERV. We gaan voor een evenwichtige en compacte raad die mij ondersteunt in het uitstippelen van een krachtig omgevingsbeleid. De huidige SARO en MINA-raden worden maximaal betrokken bij de omvorming ervan naar een Omgevingsraad. Mede op basis van hun voorstellen zal ik in 2020 de nieuwe Omgevingsraad installeren’. De Omgevingsraad wordt verder vermeld in de beleidsnota omgeving 2019-2024 (pag.23) in het kader van het op te richten forum voor handhavers: ‘Daarom richt ik voor het einde van 2019 een forum voor handhavers op in de schoot van het departement Omgeving. Dit forum fungeert als netwerk tussen de verschillende handhavingsactoren. Door het uitwisselen van informatie, kunnen de verschillende actoren hun opdrachten en taken beter vervullen en wordt kennisdeling gefaciliteerd. Zodra de Omgevingsraad is opgericht, zorg ik ervoor dat deze zijn adviestaken en -verplichtingen ten aanzien van deze actoren ten volle kan opnemen.’
SARO jaarverslag 2019
p. 14
Bijlage 1: decretale taakstelling SARO Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 formuleert voor alle strategische adviesraden een algemene taakomschrijving en legt globale regels vast inzake de samenstelling, werking, programmering en verslaggeving. Het SARO-decreet (artikel 3) formuleert de volgende opdrachten voor SARO: § 1. De SARO heeft de volgende opdrachten: 1° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; 2° bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie over de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed; 3° de maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed volgen en interpreteren; 4° advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; 5° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, met uitzondering van de ontwerpen van besluit inzake de individuele beschermingsdossiers met betrekking tot onroerend erfgoed; 6° reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; 7° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord van strategisch belang met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat, met andere gemeenschappen of gewesten of in internationaal verband. § 2. De Vlaamse Regering is verplicht om advies te vragen van de SARO over: 1° de voorontwerpen van decreet, vermeld in § 1, 4°; 2° de ontwerpen van reglementair of organiek besluit van de Vlaamse Regering, die de Vlaamse Regering beschouwt als basisuitvoeringsbesluiten inzake ruimtelijke ordening of onroerend erfgoed en die daarom van strategisch belang zijn; 3° de ontwerpen van samenwerkingsakkoord, vermeld in § 1, 7°, die de Vlaamse Regering van strategisch belang acht. § 3. De Vlaamse Regering kan de SARO machtigen Vlaanderen te vertegenwoordigen in federale of internationale adviesorganen. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening legt volgende adviesvraagplichten voor SARO vast: Artikel 2.1.3, §2. De Vlaamse Regering stelt het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan voorlopig vast na advies van de strategische adviesraad. Artikel 2.1.3, §7. De strategische adviesraad, de SERV en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen kunnen eveneens, binnen de termijnregeling, vermeld in het eerste lid, een standpunt uitbrengen over SARO jaarverslag 2019
p. 15
het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Artikel 2.1.5, §3. De regels voor de opmaak van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen zijn eveneens van toepassing op de herziening ervan. Artikel 2.2.7, §2. De Vlaamse Regering vraagt advies over de startnota inzake gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen aan: 1° de strategische adviesraad en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen. Artikel 2.3.1. Het ontwerp van stedenbouwkundige verordening wordt voor advies voorgelegd aan de strategische adviesraad. Het decreet Grond- en Pandenbeleid legt volgende adviesvraagplicht voor SARO vast: Artikel 2.2.2, § 1. Het grond- en pandenbeleidsplan wordt vastgesteld na advies van 1° de strategische adviesraad ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, 2° de Vlaamse Woonraad, 3° de SERV en 4° de Minaraad. Het Mobiliteitsdecreet formuleert de adviesvraagplicht aan SARO over het Mobiliteitsplan: Artikel 13, §2. De Vlaamse Regering legt het ontwerp van Mobiliteitsplan Vlaanderen bij de aanvang van het openbaar onderzoek voor aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en aan SARO, die binnen de termijn, vermeld in § 1, eerste lid, hun advies bezorgen aan de MORA. Het decreet Oppervlaktedelfstoffen legt volgende bepaling inzake SARO vast: Artikel 3,§4bis van het besluit van 26 maart 2004 betreffende de uitvoering van het decreet oppervlaktedelfstoffen. Na verwerking van het advies van de ambtelijke stuurgroep wordt het voorontwerp toegankelijk gemaakt via het internet en wordt het door de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen gedurende zestig kalenderdagen ter inzage gelegd. … Tevens wordt het voorontwerp op dat moment ter informatie overgemaakt aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en aan de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed.”
SARO jaarverslag 2019
p. 16
Bijlage 2: huishoudelijk reglement SARO Gelet op het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden; Gelet op het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2007 tot regeling van de samenstelling van de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; Na beraadslaging, definitief goedgekeurd door de raad op 28 maart 2012: TITEL I - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: 1° kaderdecreet: het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden; 2° oprichtingsdecreet: het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; 3° oprichtingsbesluit: het besluit van 26 januari 2007 tot regeling van de samenstelling van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; 4° raad: de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, opgericht bij decreet van 10 maart 2006; 5° voorzitter: de voorzitter zoals vermeld in artikel 6,§2 van het kaderdecreet en in artikel 5 van het oprichtingsdecreet; 6° leden: de 20 effectieve leden en de 20 plaatsvervangende leden van de raad, zoals bedoeld in art.6,§1 van het kaderdecreet en artikel 4,§2 van het oprichtingsdecreet; 7° bureau: het uitvoerend orgaan van de raad, zoals vermeld in titel XII van dit huishoudelijk reglement; 8° secretariaat: het eigen secretariaat van de raad, zoals vermeld in artikel 12 van het kaderdecreet; 9° secretaris: de leidinggevende ambtenaar van het secretariaat, zoals vermeld in artikel 12 van het kaderdecreet. TITEL II - BIJEENROEPING Artikel 2 De voorzitter kan de raad op elk moment bijeenroepen en moet de raad bijeenroepen na een verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening en/of onroerend erfgoed. Artikel 3 De voorzitter is verplicht de raad binnen tien werkdagen samen te roepen op verzoek van ten minste vijf
SARO jaarverslag 2019
p. 17
leden, die hun vraag daartoe schriftelijk en gemotiveerd aan de voorzitter meedelen, met afschrift aan de secretaris. TITEL III - AGENDA EN UITNODIGING Artikel 4 Het bureau stelt de agenda op van de vergaderingen. Artikel 5 Een agendapunt dat ingediend is met een schriftelijk verzoek door minstens vijf leden, moet op de agenda geplaatst worden. Dat verzoek moet minstens vijf kalenderdagen vóór de vergadering naar het secretariaat verstuurd worden. Het ingediende agendapunt wordt op de vergadering behandeld als één van de leden die het agendapunt hebben ingediend, op de vergadering aanwezig is. Artikel 6 Mits instemming van twee derde van de aanwezige leden kan een punt bij hoogdringendheid aan de agenda worden toegevoegd. Deze mogelijkheid geldt niet voor de adviezen van de raad. Artikel 7 De uitnodiging voor de vergadering van de raad - met de agenda en de nodige documenten - wordt per e-mail aan de leden bezorgd uiterlijk zeven kalenderdagen voor de vergadering. Als bepaalde documenten niet kunnen worden verzonden, worden ze ter inzage gelegd op het secretariaat. De documenten zijn eveneens ter inzage op de vergadering. TITEL IV - AANWEZIGHEDEN Artikel 8 §1. Effectieve leden die verhinderd zijn om deel te nemen aan de vergadering, verwittigen hun plaatsvervanger en brengen de secretaris daarvan op de hoogte. §2. Ieder lid tekent op de vergadering de presentielijst. §3. De leden ontvangen voor hun aanwezigheid een presentiegeld en verplaatsingskosten conform het oprichtingsbesluit. §4. Indien de voorzitter niet aanwezig kan zijn op een raadszitting of bureau wordt de voorzitter vervangen door het oudste aanwezige lid van het bureau (met uitzondering van de secretaris). Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de plaatsvervanger van de voorzitter als deskundige, om bij zijn afwezigheid aan de vergadering deel te nemen. §5. Bij elke vorm van langdurige afwezigheid van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door het oudste lid van het bureau (met uitzondering van de secretaris). V - BERAADSLAGING EN NOTULEN Artikel 9 §1. De voorzitter opent en sluit de vergadering, stelt vast of het vereiste aantal leden aanwezig is en leidt de debatten. De voorzitter waakt over de naleving van het huishoudelijk reglement. SARO jaarverslag 2019
p. 18
§2. De vergadering is niet openbaar. Artikel 10 §1. De notulen van de raadsvergadering worden opgemaakt door de secretaris en bevatten de volgende elementen: 1° de datum, het aanvangsuur en het sluitingsuur van de vergadering; 2° de aanwezige leden en externe deskundigen; 3° de leden die zich hebben laten verontschuldigen; 4° in voorkomend geval, de vaststelling dat het quorum van de aanwezige leden niet is bereikt; 5° de agenda van de vergadering; 6° een samenvatting van de gedachtewisseling per agendapunt zonder evenwel de namen van de tussenkomende leden te vermelden behalve op verzoek en bij de eventuele motivering van het stemgedrag; 7° de besluiten per agendapunt. §2. Het verslag van de vergadering wordt ter goedkeuring geplaatst op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad. §3. De goedgekeurde notulen worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel 11 §1. De raad kan alleen geldig beslissen als bij de stemming ten minste de helft van de leden aanwezig is. De raad kan echter, als niet het vereiste aantal leden aanwezig is voor een geldige stemming, na een tweede oproep, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze stemmen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda staan. De termijnen, vermeld in artikel 7 zijn niet van toepassing voor die tweede oproep. §2.De raad streeft naar consensus. Als de raad geen consensus kan bereiken, wordt beslist bij meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. De stemverhouding wordt in het advies vermeld. Op verzoek van één of meer leden wordt een minderheidsstandpunt aan het advies toegevoegd. §3. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering doorslaggevend. §4. De raad kan op de raadszitting, op verzoek en mits instemming van ¾ van de aanwezige leden , beslissen om - bepaalde delen van - een advies, dat vastgesteld werd op de raadszitting, te onderwerpen aan een technisch nazicht. De secretaris stuurt hiertoe het advies - zoals aangepast aan de bespreking in de raadszitting - aan alle leden die aanwezig waren op de raadszitting. Technisch nazicht houdt in dat deze leden beoordelen in hoeverre de doorgevoerde aanpassingen aan het advies conform zijn met de bespreking en de genomen beslissingen in de raadszitting. Indien de raadsleden binnen de twee werkdagen na het toesturen van het aangepast advies, geen bemerkingen formuleren bij het advies dat voorgelegd werd voor technisch nazicht wordt het advies beschouwd als definitief vastgesteld. De raadsleden worden op de hoogte gebracht van de resultaten van het technisch nazicht en ontvangen het definitief vastgestelde advies.
SARO jaarverslag 2019
p. 19
Indien de raadsleden binnen de twee werkdagen bemerkingen ingediend hebben bij het advies dat voorgelegd werd voor technisch nazicht, dan beoordeelt het bureau van de SARO in hoeverre de ingediende bemerkingen moeten leiden tot een aanpassing van het advies. Het aangepaste advies wordt vervolgens als definitief vastgesteld beschouwd. De raadsleden worden op de hoogte gebracht van de resultaten van het technisch nazicht en ontvangen het definitief vastgestelde advies. TITEL VI - ADVIEZEN Artikel 12 §1. Het ontwerp van de adviezen die de Raad dient uit te brengen wordt voorbereid door de voorzitter, een daartoe aangesteld lid of een interne werkgroep van leden of plaatsvervangers. §2. Het secretariaat verleent de nodige bijstand in het opstellen van het ontwerp van advies. Artikel 13 Elk lid mag gedurende de voorbereiding van het advies zijn opmerkingen, suggesties of eigen ontwerp van advies bezorgen aan degene die het advies voorbereidt. Artikel 14 §1. Het ontwerpadvies wordt aan de leden verstuurd minstens zeven kalenderdagen voor de raadsvergadering waarop de bespreking van het advies geagendeerd is. §2. Bij spoedeisendheid kan een kortere termijn in acht genomen worden van minstens vijf kalenderdagen. Artikel 15 §1. Indien leden een amendement voorstellen, moet een concreet alternatief voorgesteld worden. §2. De opmerkingen en amendementen op het ontwerpadvies moeten minstens twee werkdagen voor de vergadering waarop de bespreking van het advies werd geagendeerd, worden verstuurd aan de secretaris en aan degene die het advies heeft opgesteld. §3. Ingeval van spoedeisendheid kunnen de opmerkingen en amendementen op de zitting zelf worden aangebracht. Artikel 16 Enkel de opmerkingen en amendementen,volgens art. 15 § 2 verstuurd, worden op de vergadering waarop de bespreking van het advies werd geagendeerd, besproken. De raad kan beslissen om vooralsnog laattijdige opmerkingen op te nemen. Artikel 17 §1. Onverminderd artikel 3 van dit reglement, kan het bureau in uitzonderlijke gevallen beslissen om een adviesvraag schriftelijk af te handelen. Het bureau motiveert zijn beslissing en deelt die mee aan alle leden. §2. In geval van een schriftelijke afhandeling krijgen alle leden de mogelijkheid om schriftelijk hun bijdrage te leveren aan de totstandkoming van het advies. Het door het secretariaat geformuleerde advies wordt vervolgens via schriftelijke procedure voor goedkeuring voorgelegd aan de raad. SARO jaarverslag 2019
p. 20
Artikel 18 De secretaris maakt aan de bestemmeling van het advies het aangenomen advies over. De notulen van de beraadslaging worden eveneens aan de bestemmeling bezorgd. Artikel 19 Zolang de adviezen van de raad niet zijn goedgekeurd en aan de bestemmeling werden overgemaakt, is het de leden en hun plaatsvervangers niet toegelaten hieromtrent publieke verklaringen, noch schriftelijke noch mondelinge, af te leggen. Artikel 20 Enkel de voorzitter is woordvoerder van de raad en de werkgroepen. De voorzitter kan deze opdracht delegeren aan een ander lid of aan de secretaris. TITEL VII – DERDEN EN EXTERNE DESKUNDIGEN Artikel 21 §1. De vergaderingen van de raad, het bureau en de werkgroepen zijn niet openbaar. §2. Op voorstel van de raad, het bureau of de werkgroepvoorzitter kunnen externe deskundigen worden uitgenodigd voor toelichting bij en/of gedachtewisseling over adviesontwerpen. Bij het begin van de vergadering stelt de voorzitter deze externe deskundigen voor aan de raad, het bureau of de werkgroep. Deze externe deskundigen hebben een raadgevende stem. Ze krijgen alleen maar het woord na toelating van de voorzitter of de werkgroepvoorzitter. De voorzitter kan beslissen om de externe deskundige te vergoeden voor hun aanwezigheid op de raad, het bureau of de werkgroep. §3. Leden kunnen de voorzitter of de werkgroep-voorzitter verzoeken op de raadszitting of op de interne werkgroep bijgestaan te worden door derden. In uitzonderlijke gevallen kunnen leden de werkgroepvoorzitter verzoeken zich op de interne werkgroep gemandateerd te laten vervangen door een derde. Bij het begin van de vergadering stelt de voorzitter deze derden voor aan de raad of de werkgroep. Deze derden hebben een raadgevende stem. Ze krijgen alleen maar het woord na toelating van de voorzitter of de werkgroepvoorzitter. TITEL VIII - INTERNE WERKGROEPEN Artikel 22 Interne werkgroepen kunnen op verzoek van de raad, het bureau of de voorzitter ingesteld worden met het oog op het voorbereiden van ontwerpadviezen of het begeleiden van onderzoeksopdrachten. Artikel 23 §1. Elk lid kan verzoeken deel uit te maken van een interne werkgroep. §2. Elk lid van een interne werkgroep tekent op de werkvergadering een presentielijst. §3. De leden ontvangen voor hun aanwezigheid op de werkgroepvergaderingen een presentiegeld en verplaatsingskosten conform het oprichtingsbesluit. Artikel 24
SARO jaarverslag 2019
p. 21
De interne werkgroep kiest onder zijn midden een werkgroepvoorzitter. Artikel 25 §1. De interne werkgroep belegt in overleg met het secretariaat de vergaderingen en bepaalt het tijdstip, de plaats en de agenda. Het secretariaat zorgt tevens voor het opsturen van de stukken. §2. Het secretariaat maakt op basis van de bespreking in de interne werkgroep een ontwerpadvies op of een kort verslag van de werkgroepvergadering. TITEL IX - DEONTOLOGIE Artikel 26 Een lid dat van oordeel is een persoonlijk belang te hebben bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking ervan, noch de beraadslaging over het advies van de raad en de stemming erover bijwonen. De vergadering kan het betrokken lid evenwel om een toelichting van dit onderwerp verzoeken. Artikel 27 Wanneer een lid van oordeel is dat een ander lid een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp, brengt het lid dit onmiddellijk ter kennis aan de voorzitter. De voorzitter brengt dit, desgevallend met zijn advies, ter kennis aan het betrokken lid. Indien de voorzitter van oordeel is dat het lid een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp en het lid weigert zich uit de bespreking van dit onderwerp terug te trekken, dan kan de voorzitter hiervoor aan de raad om een geheime stemming vragen. De raad kan het lid bij gewone meerderheid van de bespreking en van de stemming uitsluiten. TITEL X - ONDERZOEKEN Artikel 28 Na overleg met het bureau of de raad kan de voorzitter een contract sluiten met externe deskundigen voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken. Dit verzoek omvat minstens: 1° de aard van het onderzoek; 2° de verantwoording van het beroep op een externe deskundige; 3° de raming van de kostprijs; 4° de gegevens van de te stellen deskundige; 5° de einddatum van het onderzoek. TITEL XI - SECRETARIAAT Artikel 29 §1. De secretaris is, namens de raad, hoofd van het personeel dat aan de raad ter beschikking wordt gesteld. De secretaris houdt zich daarbij aan het Vlaams personeelsstatuut en aan de richtlijnen die hem gegeven worden door de voorzitter en het bureau. De secretaris rapporteert regelmatig aan het bureau. SARO jaarverslag 2019
p. 22
§2. De secretaris is verantwoordelijk voor het opmaken van functiebeschrijvingen en het beoordelen van de proeftijd van nieuw aangeworven personeelsleden, binnen de krijtlijnen van het Vlaams personeelsstatuut en na overleg met het bureau. §3. De secretaris is verantwoordelijk voor het aanwerven van nieuwe personeelsleden en de opvolging van het prestatiemanagement van de personeelsleden, binnen de krijtlijnen van het Vlaams personeelsstatuut en na overleg met het bureau. §4. Voor wat de aanwerving en opvolging van prestatiemanagement van de secretaris aangaat, is het bureau namens de raad verantwoordelijk, binnen de krijtlijnen van het Vlaams personeelsstatuut. Artikel 30 §1. De secretaris assisteert de voorzitter, het bureau en de raad bij de uitvoering van hun opdracht. §2. De voorzitter kan de secretaris richtlijnen en opdrachten geven bij de uitvoering van de beslissingen van de raad. §3. De secretaris en de andere leden van het secretariaat kunnen zonder stemrecht de vergaderingen van de raad bijwonen. Ze zorgen voor de uitvoering van de beslissingen van de raad en het bureau. §4. De secretaris en de voorzitter ondertekenen alle verslagen, beslissingen en adviezen. §5. De secretaris duidt een lid van het secretariaat aan die hem vervangt bij afwezigheid. TITEL XII - BUREAU Artikel 31 §1. Het bureau bestaat minstens uit de voorzitter, twee leden en de secretaris. §2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het bureau. Artikel 32 §1. Het bureau bereidt de vergaderingen van de raad voor. §2. Het bureau kan die bevoegdheden geval per geval of in algemene bewoordingen delegeren aan de voorzitter. Artikel 33 §1. Het bureau stelt een ontwerpwerkplan voor aan de raad, zoals vermeld in artikel 18,§2 van het kaderdecreet. Daarnaast is het bureau verantwoordelijk voor het opstellen van een ontwerpjaarverslag, zoals vermeld in artikel 19 van het kaderdecreet, dat eveneens tijdig moet worden voorgelegd aan de raad. §3. Het bureau stelt de ontwerpbegroting en de ontwerprekening op, zoals vermeld in artikel 14 van het kaderdecreet, en legt die voor aan de raad. Artikel 34 §1. De voorzitter stelt in overleg met de secretaris de agenda op voor de vergadering van het bureau. §2. Het bureau beslist met unanimiteit. Als die niet wordt bereikt, wordt het punt voorgelegd aan de raad. SARO jaarverslag 2019
p. 23
§3. De secretaris van de raad is tevens secretaris van het bureau en zorgt er voor dat een ontwerpverslag van de vergadering opgemaakt wordt. De secretaris kan zich daartoe laten bijstaan door een personeelslid van het secretariaat. De secretaris en de voorzitter tekenen het ontwerpverslag. De secretaris stuurt het verslag ter informatie aan alle leden van de raad. TITEL XIII - BUDGET Artikel 35 §1. Binnen de beperkingen van de toegekende dotatie stelt de raad jaarlijks, op voorstel van het bureau, zijn begroting vast en keurt de rekeningen goed. §2. De secretaris gaat contractuele en financiële verbintenissen aan namens en voor de raad. Bij bedragen boven de 2.500 euro is het fiat noodzakelijk van de voorzitter. §3. De uitbetaling van presentiegelden en vergoedingen aan de leden, voorzitter, plaatsvervangers en externe deskundigen gebeurt door het secretariaat conform de richtlijnen van de Vlaamse Regering of haar gemachtigde. TITEL XIV - OPENBAARMAKING EN VERTEGENWOORDIGING Artikel 36 §1. Een advies wordt door de secretaris zo spoedig mogelijk naar de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement verstuurd. De leden van de raad ontvangen steeds een kopie van het advies. §2. De adviezen zijn openbaar nadat ze meegedeeld zijn aan de Vlaamse Regering. Andere documenten zijn openbaar en de secretaris kan ze ter beschikking stellen aan derden zodra ze door de raad zijn bekrachtigd. §3. Na bekrachtiging wordt het jaarverslag voorgelegd aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement. §4. De voorzitter en de secretaris verzorgen namens de raad de publiciteit over of naar aanleiding van adviezen of andere publicaties. Artikel 37 §1. De voorzitter is verantwoordelijk voor de externe vertegenwoordiging van de raad. De voorzitter kan een raadslid, de secretaris of een lid van het secretariaat machtigen om in zijn plaats op te treden voor bepaalde materies. §2. Als op grond van een decreet, een besluit, een andere reglementaire bepaling of op eenvoudig verzoek aan de raad gevraagd wordt iemand af te vaardigen in een gespreksforum of op een vergadering, dan beslist het bureau wie die externe vertegenwoordiging opneemt en met welk mandaat, nadat de secretaris informatie ingewonnen heeft over het gevraagde mandaat en over de aard van de gevraagde vertegenwoordiging. §3. Als de externe vertegenwoordiging betrekking heeft op een materie waarover de raad reeds advies heeft uitbracht, en er wordt gevraagd in naam van de raad een standpunt in te nemen, dan wordt het mandaat en de inhoud van deze vertegenwoordiging door dat advies bepaald. De vertegenwoordiging mag niet strijdig zijn met de inhoud van dit advies. Desgevallend moeten de verschillende standpunten SARO jaarverslag 2019
p. 24
die in het advies zijn opgenomen, worden weergegeven. §4. Als de externe vertegenwoordiging betrekking heeft op een materie waarover de raad nog geen advies uitgebracht heeft, en er wordt gevraagd een standpunt in te nemen in naam van de raad, dan wijst de betrokken vertegenwoordiger er op dat de raad nog geen standpunt heeft ingenomen, en dat de betrokken vertegenwoordiger geen uitspraken kan doen in naam van de raad. §5. Aan de raad wordt verslag uitgebracht over de externe vertegenwoordiging in naam van de raad. Alle raadsleden kunnen inzage vragen in de documenten die bekomen worden via de vertegenwoordigingsopdracht. TITEL XV - ANDERE WERKZAAMHEDEN Artikel 38 In het kader van de benoeming van de secretaris worden de bevoegdheden van de raad uitgeoefend conform het raamstatuut, goedgekeurd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 (titel 2). Artikel 39 De raad moet steeds zijn goedkeuring hechten aan de jaarlijkse begroting, de rekening, het werkprogramma en het jaarverslag. Die bevoegdheden kunnen niet worden gedelegeerd. Artikel 40 §1. Als de raad dat nuttig acht of op verzoek van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement, kan de raad bijeenkomsten of andere werkzaamheden organiseren ter bevordering van de gedachtevorming op het terrein van het bestuurlijk beleid. §2. Deze bijeenkomsten of werkzaamheden kunnen een publiek of semipubliek karakter hebben (zoals studiedagen, colloquia of hoorzittingen) of ze kunnen een besloten karakter hebben en de vorm aannemen van een bijzonder overleg tussen een beperkt aantal partners. TITEL XVI - DIVERSE BEPALINGEN Artikel 41 De raad kan wijzigingen in dit reglement doorvoeren als minstens negen leden ermee akkoord gaan. Daarover wordt beslist op de tweede vergadering na het indienen van de aanvraag tot wijziging. Artikel 42 Het werkjaar van de raad loopt in principe van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 43 §1. De zetel van de raad is gevestigd op het volgende adres: Havenlaan 88 bus 23 1000 Brussel. §2. De officiële correspondentie van het secretariaat met de leden kan zowel per brief als per e-mail.
SARO jaarverslag 2019
p. 25
Bijlage 3: SARO adviezen 2019 2019-01
Advies over het voorontwerp RUP Ebema ENA
2019-02
Advies over het voorontwerp RUP N34 omleidingsweg Adinkerke – De Panne
2019-03
Advies over het voorontwerp RUP Golfterrein Witbos Herentals - Westerlo
2019-04
Advies over het voorontwerp RUP Zwaaikom Ranst
2019-05
Advies over het complex project AON kanaal Bossuit-Kortrijk
2019-06
Briefadvies over de startnota RUP Bovenzanden
2019-07
Briefadvies over het voorontwerp RUP N42 ombouw Wetteren - Oombergen
2019-08
Briefadvies over het voorkeurbesluit complex project extra containercapaciteit Antwerpen
2019-09
Briefadvies over het voorontwerp RUP Zeeschelde
2019-10
Advies over het voorontwerp RUP afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen
2019-11
Briefadvies over het voorontwerp RUP Demervallei
2019-12
Briefadvies over de startnota RUP Fort van Lillo
2019-13
Advies over de startnota RUP reservatiezone Schipdonkkanaal Oost-Vlaanderen
2019-14
Briefadvies over de startnota RUP kasteelpark de Merode
2019-15
Briefadvies over de startnota RUP Planologisch attest HGB Vanden Avenne Vrieshuis’
2019-16
Advies over de startnota RUP Kleine Nete
2019-17
Advies over de startnota RUP Ventilus
2019-18
Briefadvies over de startnota RUP GEN-spoor L 124
2019-19
Advies over de startnota RUP rond Ronse en het complex project Kluisbos
2019-20
Advies over het programmadecreet 2020
2019-21
Advies over de startnota RUP K-R8 te Kortrijk
2019-22
Advies over de beleidsnota onroerend erfgoed 2019-2024
2019-23
Advies over de beleidsnota omgeving 2019-2024
SARO jaarverslag 2019
p. 26
Bijlage 4: SARO raadszittingen 2019
Filiep Loosveldt Herman Baeyens Mia Vancompernolle Piet Vanden Abeele Steven Betz Goedele Sannen Pieter Verbeek Greg Verhoeven De Wel/Vael Sandra Rosvelds Erik Grietens Frederik Mollen Philippe Casier Oda Walpot Katrien Van Herck Lieven De Stoppeleire Björn Mallants Gert Huybrechts Heidi De Nijn Winand Vandelaer Peggy Verzele Eve Diels Karel Dendooven X Karel Vanackere Raïssa Bratkowski Xavier Buijs Karen Alderweireldt Tineke Dewint Brecht Nuyttens Els Deconinck Mark Cromheecke Leo Van der Vliet Piet Gellynck Veerle Lauwers X Yves Loix Frédéric de Grave Godfried Bekaert Yvo Peeters
SARO jaarverslag 2019
23/01 27/02 22/05 25/09 23/10 18/12 x x x x x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x x
x x
x x
x x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x x x
x
x
x
x x
x
x x
x x x x x
x x x
x x x
x
x
x
Totaal 4 0 5 0 6 0 0 0 0 0 1 5 5 0 6 0 0 3 0 6 1 0 6 0 6 1 4 0 5 0 2 6 3 5 2 0 1 1 4 0
p. 27
Bijlage 5: SARO werkgroepen 2019
Filiep Loosveldt Herman Baeyens Mia Vancompernolle Piet Vanden Abeele Steven Betz Goedele Sannen Pieter Verbeek Greg Verhoeven De Wel/Vael Sandra Rosvelds Erik Grietens Frederik Mollen Philippe Casier Oda Walpot Katrien Van Herck Lieven De Stoppeleire Björn Mallants Gert Huybrechts Heidi De Nijn Winand Vandelaer Peggy Verzele Eve Diels Karel Dendooven X Karel Vanackere Raïssa Bratkowski Xavier Buijs Karen Alderweireldt Tineke Dewint Brecht Nuyttens Els Deconinck Mark Cromheecke Leo Van der Vliet Piet Gellynck Veerle Lauwers X Yves Loix Frédéric de Grave Godfried Bekaert Yvo Peeters
SARO jaarverslag 2019
08/01 02/05 02/07 05/11 27/11 03/12 RUP RUP RUP Planning Planning Planning x x x x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x
x x x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x x x
x x
x
x x
x
x x x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Totaal 4 0 6 0 4 0 0 0 0 0 5 4 3 0 6 1 0 0 0 0 0 0 3 0 5 0 2 0 2 0 2 4 1 1 2 0 0 0 4 0
p. 28