Skip to main content

Vlaams_onderwijs_in_beeld_2007_2008.pdf

Page 1

HET

Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Onderwijs en Vorming Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 Brussel Coรถrdinatie: Stafdiensten Onderwijs en Vorming Website: http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken Verantwoordelijke uitgever: Ludy Van Buyten, secretaris-generaal Depotnummer: D/2008/3241/215 Vormgeving en druk: Goekint Graphics, Oostende

Deze uitgave of delen ervan mogen gebruikt worden mits bronvermelding.

2007 - 2008 VLAAMS ONDERWIJS in beeld


LEERLINGEN

De leerlingenaantallen in deze plooifolder hebben betrekking op het aantal ingeschreven leerlingen en studenten op 1 februari 2008. In het hogescholenonderwijs en het universitair onderwijs worden de regelmatige (eerste) inschrijvingen in de professioneel en academisch gerichte bacheloropleidingen, in de mastersopleidingen, en in de basisopleidingen en initiële lerarenopleidingen in afbouw geregistreerd. In het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs en het B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren) wordt het aantal inschrijvingen geteld. Dit aantal ligt hoger dan het aantal fysieke personen, omdat een leerling voor meerdere cursussen ingeschreven kan zijn. In het onderwijs voor sociale promotie wordt het aantal inschrijvingen in opleidingen gestart binnen de referteperiode ( van 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2007) geteld. De data van de referteperiode die aanvangt op 1 februari 2007 waren bij het ter perse gaan van deze publicatie nog niet beschikbaar. Leerlingen die omwille van een langdurige ziekte les volgen in het buitengewoon onderwijs (de zogenaamde type-5-leerlingen) worden, om dubbeltellingen te vermijden, niet in het cijfermateriaal van het buitengewoon onderwijs opgenomen. Voor het buitengewoon kleuteronderwijs betreft het 139 leerlingen, voor het buitengewoon lager onderwijs 216 leerlingen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 238 leerlingen. De leerlingen en studenten die ingeschreven zijn in Franstalige scholen of in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid, worden evenmin in dit cijfermateriaal opgenomen. In het hoger onderwijs daarentegen zijn de opleidingen in een andere taal wel inbegrepen in de cijfers. Het Vlaamse hoger onderwijs omvat vanaf het academiejaar 20042005 opleidingen die leiden tot de graad van bachelor en master. Bacheloropleidingen zijn in Vlaanderen ofwel professioneel gericht ofwel academisch gericht. Voor academisch gerichte bacheloropleidingen vormt het doorstromen naar een masteropleiding de hoofddoelstelling. Masteropleidingen kunnen ook toegankelijk zijn voor professioneel gerichte bachelors na het succesvol afronden van een schakelprogramma. Bacheloropleidingen hebben een studieomvang van minstens 180 studiepunten. Masteropleidingen hebben een studieomvang van minstens 60 studiepunten. Vanaf het academiejaar 2005-2006 werd het klassieke jaarsysteem vervangen door een meer flexibel systeem met studiepunten.

SCHOLEN

Een school is een instelling waar onderwijs wordt verstrekt en die onder het bestuur staat van één directeur. In het onderwijs voor sociale promotie wordt de term “centrum voor volwassenenonderwijs” gebruikt. Instellingen die onderwijs verstrekken aan leerlingen van het type 5, worden niet in het cijfermateriaal opgenomen. Voor het buitengewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs betreft het 6 scholen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 4 scholen.

PERSONEEL

In de personeelsstatistieken wordt enkel het personeel geregistreerd dat ofwel rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt betaald ofwel waarvan de lonen ten laste zijn van de werkingsenveloppe van het hoger onderwijs. Het personeel dat geniet van het stelsel ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen’ (TBS55+) is dus opgenomen in deze statistieken. Het meester-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd onderwijs komt niet aan bod in de statistieken. De gesubsidieerde contractuelen worden ook buiten beschouwing gelaten, omdat deze personeelsleden niet volledig door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming worden betaald. De contractuelen van onbepaalde duur worden wel geregistreerd.

De personeelsgegevens voor het schooljaar 2007-2008 hebben betrekking op de maand januari 2008, zoals gekend in juni 2008. De personeelsgegevens voor het universitair onderwijs zijn afkomstig van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vl.I.R.), en hebben betrekking op 1 februari 2007. De gegevens voor het academiejaar 2007-2008 waren bij het drukken van deze plooifolder nog niet beschikbaar. Binnen het onderwijspersoneel wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bestuurs- en onderwijzend personeel en anderzijds de andere personeelscategorieën. Het bestuurspersoneel bestaat uit directeurs en adjunct-directeurs. Het onderwijzend personeel vervult een lesopdracht of is terbeschikkinggesteld voorafgaand aan het rustpensioen. De andere personeelscategorieën bestaan uit het administratief personeel, het werkliedenpersoneel van het gemeenschapsonderwijs, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het CLB-personeel, het inspectiepersoneel, het personeel pedagogische begeleiding, het personeel van de internaten en de kinderverzorgsters van het kleuteronderwijs. In het basisonderwijs komen voor het bestuurs- en onderwijzend personeel vanaf het schooljaar 2003-2004 ook de leraars LO (kleuteronderwijs) en de zorgcoördinatoren in aanmerking. De personeelsgegevens worden uitgedrukt in aantal fysieke personen. De fysieke personen worden geregistreerd in het onderwijsniveau en onderwijsnet waar zij de grootste lesopdracht hebben. Het aantal personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden is de som van alle deelopdrachten van alle personeelsleden (m.a.w. met inbegrip van de vervangingen van minder dan een jaar). Bij het hogescholenonderwijs zijn de lesopdrachten van de gastprofessoren en de mandaatvergoedingen niet in de voltijdse eenheden opgenomen. Voor het universitair onderwijs zijn de gastprofessoren en vervroegd gepensioneerden in het cijfermateriaal opgenomen voor wat betreft het aantal personeelsleden, maar niet voor de budgettaire fulltime-equivalenten.

BUDGET

Het budget wordt uitgedrukt in termen van beschikbare beleidskredieten die jaarlijks worden geraamd en ingeschreven in de (aangepaste) uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. De beleidskredieten omvatten de niet-gesplitste kredieten, de gesplitste vastleggingskredieten, de variabele kredieten, de machtigingen en de bijkredieten vorige jaren, verminderd met de vereffeningskredieten en de uitgaven voor de schuldenlast. De term beschikbare kredieten betekent dat deze kredieten naast de hierboven vermelde kredieten ook het aandeel in de globale provisies (vnl. index en CAO) en kredietherschikkingen omvatten. De gegevens voor 2008 hebben betrekking op de kredieten na de eerste budgetcontrole. Bepaalde niveauoverschrijdende uitgaven, waarvan de verdeling over de niveaus gekend is, worden toegewezen aan de respectieve niveaus (o.a. onderwijsvoorrangsbeleid en investeringen). Zonder deze aanpassing is het beeld van de reële uitgaven per niveau vertekend. Voor 2008 zijn de werkelijke gegevens nog niet beschikbaar en werd dezelfde verdeling als 2007 verondersteld. Er wordt in dit cijfermateriaal dus geen rekening gehouden met de inspanningen van andere (lokale) overheden, noch met de inspanningen van ouders, scholen en privé-bedrijven. De kostprijs per leerling wordt berekend op basis van het aantal financierbare leerlingen. Een financierbare leerling is een regelmatig ingeschreven leerling die op basis van bepaalde criteria zoals onderwijsniveau, studierichting, herkomst, ... een wegingscoëfficiënt krijgt. Deze financierbare eenheden bepalen de grootte van de werkingsmiddelen en het personeelsbestand van elke onderwijsinstelling. De bedragen worden steeds in duizend euro (duizend EUR) uitgedrukt, tenzij anders vermeld.


STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS 2007 - 2006 2008 SCHOOLJAAR 2005

Bachelor na bachelor

Minstens 60 studiepunten

Minstens 60 studiepunten

Minstens 60 studiepunten

Master na master

Master Schakelprogramma

Professioneel gerichte bachelor

Academisch gerichte bachelor

ENKEL HOGESCHOLEN (3)

UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN (ASSOCIATIE) (4)

Minstens 180 studiepunten

HOGER ONDERWIJS

Doctor (Enkel universiteiten)

theoretische leeftijd

Beroeps (1)

4de graad

18

VII

16

Algemeen

VI V

VII Kunst

VI V

VII Technisch

VI V

VII

VI V

Beroeps

3de graad

16 14

Algemeen

IV III

IV III

Kunst

DEELTIJDS

IV III

Technisch

V IV III

Beroeps

2de graad

14 12

II I

A

Beroepsvoorbereidend

B

II I

1ste graad leerjaren

BUITENGEWOON ONDERWIJS

SECUNDAIR ONDERWIJS (2)

leerjaren

BASISONDERWIJS

12

VI V IV III II I

6 LAGER ONDERWIJS 6 2,5 2,5

KLEUTERONDERWIJS (1) Iedereen die het tweede leerjaar van de 3de graad met vrucht heeft beëindigd of geslaagd is in een toelatingsexamen, heeft toegang tot de 4de graad beroepsonderwijs. (2) Het modulair onderwijs wordt niet in graden en leerjaren ingedeeld en is bijgevolg niet in het schema opgenomen. (3) De vroegere ééncyclusopleidingen aan de hogescholen zijn met ingang van het academiejaar 2004-2005 omgevormd naar professioneel gerichte bacheloropleidingen. (4) De tweecycliopleidingen van de hogescholen en de academische opleidingen van de universiteiten zijn met ingang van het academiejaar 2004-2005 omgevormd naar academisch gerichte bacheloropleidingen en masteropleidingen. Deze opleidingen gaan over van een minstens 2-jarige kandidatuur en een minstens 2-jarige licentie naar een 3-jarige academisch gerichte bachelor en een minstens 1-jarige masteropleiding. Kandidaatsdiploma's zijn niet gelijkgeschakeld met bachelordiploma's.


2007 - 2008

HET

VLAAMS

ONDERWIJS

in beeld


SCHOOLBEVOLKING schoolbevolking in het voltijds onderwijs: 1.276.301 schoolbevolking per onderwijsniveau: kleuteronderwijs lager onderwijs

239.480 411.697

basisonderwijs

651.177

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

104.174 64.372

secundair onderwijs (1) 456.578

hoger onderwijs (2)

168.546

500.000

456.578

kleuteronderwijs lager onderwijs

411.697

400.000

hogescholenonderwijs universitair onderwijs 300.000 239.480

200.000 104.174

100.000

64.372

0

basisonderwijs

secundair onderwijs

hoger onderwijs

verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs

gewoon basis- en secundair onderwijs OGO 16,6%

buitengewoon basis- en secundair onderwijs

GO 15,0%

OGO 14,6% VGO 62,4%

VGO 68,4%

volwassenenonderwijs

GO 22,9%

LEVENSLANG LEREN onderwijs voor sociale promotie (3)

secundair

lineair modulair hoger lineair modulair basiseducatie (4) B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren) (5)

30.695 270.899 3.977 22.108 33.463 13.688

deeltijds kunstonderwijs: 168.066

(1) Niet inbegrepen: aantal leerlingen in het deeltijds secundair onderwijs: 6.889. (2) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, kandidaturen en licenties.

(3) Data van de referteperiode 1/02/2006 - 31/01/2007. (4) Werkjaar 2006-2007. (5) Werkjaar 2007.


INSTELLINGEN instellingen in het voltijds onderwijs: 3.579 instellingen per onderwijsniveau: autonome kleuterscholen autonome lagere scholen scholen met kleuter- ĂŠn lager onderwijs basisonderwijs (1)

169 275 2.055

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

22 7

2.499 secundair onderwijs (2) 1.051 hoger onderwijs

2.500 2.224

2.330

29

kleuteronderwijs lager onderwijs

2.000

hogescholenonderwijs universitair onderwijs 1.500 1.051

1.000

500 22

0

basisonderwijs

secundair onderwijs

7

hoger onderwijs

verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs

gewoon basis- en secundair onderwijs OGO 18,1%

buitengewoon basis- en secundair onderwijs

GO 17,7% VGO 64,2%

VGO 65,9%

LEVENSLANG LEREN onderwijs voor sociale promotie

volwassenenonderwijs

deeltijds kunstonderwijs: 167

GO 17,9%

OGO 16,2%

secundair hoger basiseducatie

(1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.055 basisscholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) Aantal instellingen in het deeltijds secundair onderwijs: 48.

107 61 29

GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs


PERSONEEL aantal personeelsleden (1): 187.421 personeelsleden per onderwijsniveau: basisonderwijs secundair onderwijs hogescholenonderwijs universitair onderwijs (1)

68.932 77.860 11.936 11.180

onderwijs voor sociale promotie deeltijds kunstonderwijs andere (2)

7.283 5.470 4.760

40.000 17.027

35.834

35.000

33.459

mannen vrouwen

30.000

13.332 30.163

25.642

25.000

19.559

20.000

55+ 15.057

15.000

12.666

10.000

8.238

5.000

3.614 3.189

0

20-29

30-39

40-49

50-59

60+

leeftijd

personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden 16.213 42.572

basisonderwijs

58.785

secundair onderwijs

18.535 51.107

hogescholen onderwijs

69.642

3.589 5.972 9.561

universitair onderwijs (1)

8.194

onderwijs voor sociale promotie

2.241 3.153 5.394

deeltijds kunstonderwijs

1.103 2.973 4.076

andere (2)

1.129 2.753 3.882

0

10

tijdelijken vastbenoemden totaal 20

30

40

50

60

70

(1) Gegevens universitair onderwijs: academiejaar 2006-2007. Deze worden niet opgenomen in de bovenste grafiek. (2) Personeel CLB, onderwijsinspectie, pedagogische begeleiding, internaten...

80


BUDGET Totaal onderwijsbudget (beleidskredieten 2008): 9.242.702 duizend euro. Aandeel van het onderwijsbudget in de Vlaamse begroting: 38,84%. onderwijsbudget per onderwijsniveau

(in duizend EUR) 4.000.000

3.688.610

3.500.000 3.000.000

2.899.774

2.500.000 2.000.000 1.610.935

1.500.000 1.000.000 559.852

500.000 0

299.939

basisonderwijs

secundair onderwijs

hoger onderwijs

volwassenenonderwijs

183.592

deeltijds kunstonderwijs

niet-onderwijsniveau-gebonden

procentuele verdeling van het onderwijsbudget

niet-onderwijsniveau-gebonden 6,1% deeltijds kunstonderwijs 2,0% volwassenenonderwijs 3,2% basisonderwijs hoger onderwijs 31,4% 17,4% secundair onderwijs 39,9%


De Vlaamse overheid onderging in 2006 een herstructurering onder de naam ‘Beter Bestuurlijk Beleid’ (BBB). Het hele landschap werd herschikt in 13 homogene beleidsdomeinen met telkens dezelfde interne structuur. Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming is de overkoepelende naam voor: • de vijf autonome organisaties die samen de Vlaamse onderwijsadministratie vormen: het Departement Onderwijs en Vorming dat het Vlaamse onderwijsbeleid uitstippelt, en vier agentschappen die dat beleid uitvoeren: het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) het Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC) het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) (basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, centra voor leerlingen begeleiding, inspectie en begeleiding) Het departement en elk agentschap functioneren autonoom en worden elk geleid door een leidend ambtenaar. • de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, die in de Beleidsraad samen met de leidend ambtenaren van de vijf entiteiten het beleidsdomein aanstuurt en opvolgt. De Beleidsraad is het forum waarop het politieke en het administratieve niveau overleg plegen en dat de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein. • de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), die functioneert als strategische adviesraad voor het beleidsdomein. De onderwijsinspectie blijft in opdracht van de Vlaamse overheid toezien op de kwaliteit van het onderwijs.

Beleidsdomein Onderwijs en Vorming Minister

Beleidsraad

Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Agentschap voor OnderwijsdienstenHogercentrum Onderwijs, Volwassenenonderwijs Hoger Onderwijs en en Studietoelagen (AHOVOS) Volwassenenonderwijs (ODCHOVO)

Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC)

Departement Onderwijs en Vorming (DEP O&V)

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

Vlaamse Onderwijsraad (VLOR)


2007 - 2008

BASISONDERWIJS in beeld


LEERLINGEN aantal leerlingen: kleuteronderwijs

lager onderwijs

totaal kleuteronderwijs totaal basisonderwijs: 651.177

totaal lager onderwijs

gewoon buitengewoon

237.530 1.950

gewoon buitengewoon

239.480

384.557 27.140

411.697

verdeling over de provincies (1) 120.000

7.308

kleuteronderwijs gewoon buitengewoon

100.000

lager onderwijs gewoon buitengewoon 6.051

80.000

4.003

5.346

519

60.000 410

40.000 106.400

20.000 0

4.432

443

285

73.024

65.886

48.754

Antwerpen

68.219 39.762

Vlaams-Brabant en B.H.G.

87.122

293

53.337

West-Vlaanderen

49.776

29.777

Oost-Vlaanderen

Limburg

verhouding kleuter/lager/gewoon/buitengewoon buitengewoon lager 4,2% gewoon kleuter 36,5% gewoon lager 59,1%

buitengewoon kleuter 0,3%

verdeling over de netten kleuteronderwijs OGO 22,9%

lager onderwijs OGO 22,3%

GO 14,2% VGO 62,9%

GO 14,4% VGO 63,3%

(1) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.


SCHOLEN aantal scholen:

gewoon buitengewoon

basisonderwijs (1)

2.309 190

kleuteronderwijs

gewoon buitengewoon

2.130 94

gewoon buitengewoon

lager onderwijs

2.140 190

totaal

2.499

totaal

2.224

totaal

2.330

verdeling over de provincies (2) 800 700

basisonderwijs 44

600

24

gewoon buitengewoon

44

kleuteronderwijs

gewoon buitengewoon

lager onderwijs

gewoon buitengewoon

43 30

500

21

45

11 30

43

45

24

400

28

300

14 28

200 100 0

541 609

428 561

460

Antwerpen

400 417

428

Vlaams-Brabant en B.H.G.

474 413

West-Vlaanderen

500

286 468

311

Oost-Vlaanderen

280 Limburg

verdeling over de netten basisonderwijs OGO 21,9%

kleuteronderwijs

GO 15,4%

OGO 21,4%

GO 16,7% VGO 61,9%

VGO 62,7%

lager onderwijs OGO 22,0%

GO 16,4% VGO 61,6%

(1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.055 scholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.

B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs


PERSONEEL aantal personeelsleden:

mannen

vrouwen

totaal totaal basisonderwijs: 68.932

10.614

58.318

gewoon basisonderwijs buitengewoon basisonderwijs

9.031 1.583

totaal

50.163 8.155

59.194 9.738

68.932

personeelsleden naar geslacht en leeftijd 20.000 17.091

mannen vrouwen

6.731

15.634

15.000 13.044

2.083 11.238

10.000

55+

5.000 2.116

1.825

3.136

3.007

1.311

530

0

20-29

30-39

40-49

50-59

60+

leeftijd

personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden vastbenoemd personeel in het gewoon basisonderwijs OGO 23,5%

vastbenoemd personeel in het buitengewoon basisonderwijs OGO 13,7%

GO 13,9%

GO 28,8%

VGO 62,7%

VGO 57,5%

tijdelijk personeel in het gewoon basisonderwijs

tijdelijk personeel in het buitengewoon basisonderwijs

OGO 23,0%

GO 21,1% VGO 55,8%

bestuurs- en onderwijzend personeel gewoon basisonderwijs 46.228 overig personeel gewoon basisonderwijs 4.100

OGO 13,1%

GO 38,3%

VGO 48,7%

buitengewoon basisonderwijs 5.789 buitengewoon basisonderwijs 2.668


BUDGET Budget basisonderwijs (beleidskredieten 2008): 2.899.774 duizend euro. Aandeel basisonderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 31,37%. Budget gewoon basisonderwijs: 2.536.274 duizend euro waarvan 12,93% naar werking, 7,27% naar investeringen en 79,80% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon basisonderwijs: 358.615 duizend euro waarvan 8,00% naar werking, 2,58% naar investering- en en 89,42% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. verdeling over de netten gewoon basisonderwijs

buitengewoon basisonderwijs

Netoverschrijdend 0,1%

GO 14,9%

GO 29,8% OGO 23,0%

VGO 62,0%

VGO 56,5%

OGO 13,7%

evolutie van de kostprijs per leerling

(in EUR)

gewoon basisonderwijs

buitengewoon basisonderwijs

15.000 11.937,05

12.000 10.236,10

10.587,66

12.413,74

12.411,39

11.191,11

9.000

6.000 3.424,35

3.627,94

3.704,95

3.944,36

4.088,45

4.239,40

3.000

0

2003

2004

2005

2006

2007

2008


Het Basisonderwijs wordt behandeld door vier entiteiten – twee beleidsvoorbereidende en twee beleidsuitvoerende – die samen verantwoordelijk zijn voor het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs. Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Basisonderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen en gelijke-onderwijskansenbeleid, spijbelbeleid, rechten en plichten van ouders en leerlingen, …). U kan de afdeling contacteren via basisonderwijsbeleid@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijsbeleid@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten - Scholen Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan basisscholen en aan centra voor leerlingenbegeleiding. Scholen kunnen hier terecht voor: • de erkenning, financiering of subsidiëring van instellingen • het wijzigen van de schoolstructuur en het onderwijsaanbod • de verificatie van leerlingenaantallen en regelmatigheid van de leerlingen • de berekening en controle op de aanwending van de omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen • samenstelling en omkadering van scholengemeenschappen • afwijkingen op de organisatie van het schooljaar • de ondersteuning van Lokale Overlegplatforms • de ondersteuning van de schooladministraties • de leerlingentellingen • het verkrijgen van een gelijkwaardigheid van een buitenlands studiebewijs • het verkrijgen van hulpmiddelen die een kind met een handicap nodig heeft om het onderwijsleerproces in een gewone school te kunnen volgen

CLB’s kunnen hier terecht voor: • de erkenning, financiering of subsidiëring van centra voor leerlingenbegeleiding • de berekening en controle op de aanwending van de omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen

Departement Onderwijs en Vorming - Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkten worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten - Personeel Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding. Daarnaast beheert zij het administratief dossier van deze personeelsleden. Dit gaat van de eerste indiensttreding, over de vaste benoeming tot de voorbereiding van het pensioendossier. Ook alle dienstonderbrekingen worden bijgehouden in een elektronisch personeelsdossier. Over deze materies verstrekt zij ook inlichtingen aan de directies en secretariaatsmedewerkers van basisscholen en CLB’s en in tweede instantie aan de personeelsleden zelf. U kan de afdeling contacteren via personeel.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be en clb.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

Ouders en leerlingen kunnen hier terecht voor: • het verkrijgen van een verslag van een schooldoorlichting • het volgen van huisonderwijs • de opvolging van de leerplicht • vragen over de rechten en plichten van leerlingen U kan de afdeling contacteren via scholen.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be en clb.agodi@vlaanderen.be


2007 - 2008

SECUNDAIR

ONDERWIJS

in beeld


LEERLINGEN aantal leerlingen: voltijds secundair onderwijs gewoon 438.315 buitengewoon 18.263 totaal voltijds: 456.578

deeltijds secundair onderwijs deeltijds beroepssecundair onderwijs deeltijds secundair zeevisserij onderwijs totaal deeltijds:

6.687 2 6.689

verdeling over de provincies gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

deeltijds secundair onderwijs

150.000 2.578

120.000

4.946 1.453 1.191

90.000 631

3.988

3.894

836

2.205

60.000

3.230

30.000

121.476

0

72.654

Antwerpen

Vlaams-Brabant en B.H.G.

84.243

97.088

62.854

West-Vlaanderen

Oost-Vlaanderen

Limburg

verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs buitengewoon secundair onderwijs

OGO 7,8%

OGO 13,0%

GO 16,5%

VGO 75,7%

GO 22,8%

VGO 64,2%

verdeling over de onderwijsvormen in de 2de, 3de en 4de graad en het modulair onderwijs voor het gewoon voltijds secundair onderwijs

GO ASO 38,8%

BSO 35,7% TSO 23,1% KSO 2,4%

VGO

KSO 1,3%

BSO 22,9% TSO 32,8%

OGO ASO 43,0%

ASO 11,8% BSO 45,0%

TSO 35,4% KSO 7,8%


SCHOLEN aantal scholen: voltijds secundair onderwijs gewoon 939 buitengewoon 112 totaal voltijds: 1.051

deeltijds secundair onderwijs (1) deeltijds beroepssecundair onderwijs deeltijds secundair zeevisserijonderwijs totaal deeltijds:

47 1 48

verdeling over de provincies gewoon secundair onderwijs 300

buitengewoon secundair onderwijs

deeltijds secundair onderwijs

12 30

250

11 10

200

6

26

20

19

9

150 100

17

258

168

181

195

137

West-Vlaanderen

Oost-Vlaanderen

Limburg

50 0

Antwerpen

Vlaams-Brabant en B.H.G.

verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs OGO 7,9%

GO 23,7%

VGO 68,4%

buitengewoon secundair onderwijs GO 17,9%

OGO 15,2%

VGO 67,0%

(1) Op één na, maken alle centra voor deeltijds secundair onderwijs deel uit van een school voor gewoon voltijds secundair onderwijs.

B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

ASO: algemeen secundair onderwijs TSO: technisch secundair onderwijs KSO: kunstsecundair onderwijs BSO: beroepssecundair onderwijs


PERSONEEL aantal personeelsleden gewoon secundair onderwijs buitengewoon secundair onderwijs totaal totaal secundair onderwijs: 77.860

mannen 27.322 2.651 29.973

vrouwen 43.239 4.648 47.887

totaal 70.561 7.299 77.860

personeelsleden naar geslacht en leeftijd 15.000

12.000

13.660

mannen vrouwen

6.855

12.145

11.561

7.393

10.698 9.225

9.000

7.034 6.245

6.000

55+

4.484

3.000 1.512

0

20-29

30-39

40-49

50-59

1.296

60+

leeftijd

personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden vastbenoemd personeel in het gewoon secundair OGO onderwijs 9,4%

GO 17,5%

VGO 73,2%

tijdelijk personeel in het gewoon secundair OGO onderwijs 9,8%

VGO 64,8%

GO 27,3%

OGO 12,4%

GO 27,4%

tijdelijk personeel in het buitengewoon secundair onderwijs

VGO 60,2%

VGO 62,9%

bestuurs- en onderwijzend personeel overig personeel

OGO 13,6%

vastbenoemd personeel in het buitengewoon GO secundair 21,5% onderwijs

gewoon secundair onderwijs prof bachelors vr het onderwijs ten minste master andere gewoon secundair onderwijs

56.255 buitengewoon secundair onderwijs 25.410 20.036 10.809 6.822 buitengewoon secundair onderwijs

5.565

1.000


BUDGET Budget secundair onderwijs (beleidskredieten 2008): 3.688.610 duizend euro. Aandeel secundair onderwijs t.o.v. totaal onderwijsbudget: 39,91%. Budget gewoon secundair onderwijs: 3.374.626 duizend euro waarvan 11,96% naar werking, 5,20% naar investeringen en 82,84% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon secundair onderwijs: 307.476 duizend euro waarvan 7,26% naar werking, 6,19% naar investeringen en 86,54% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.

verdeling over de netten

gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

Netoverschrijdend 0,7%

Netoverschrijdend 0,2%

GO 20,43%

GO 22,02%

OGO 8,96%

VGO 69,87%

VGO 62,35%

OGO 15,40%

evolutie van de kostprijs per leerling

(in EUR)

gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

20.000 16.166,68

15.000

15.186,67

14.764,72

14.695,43

16.658,14

15.124,17

10.000 6.878,63

7.009,72

7.037,59

7.167,20

7.376,44

7.572,44

5.000

0

2003

2004

2005

2006

2007

2008


Het Secundair Onderwijs wordt behandeld door vier entiteiten – twee beleidsvoorbereidende en twee beleidsuitvoerende – die samen verantwoordelijk zijn voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs. Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen, gelijke-onderwijskansenbeleid, leerlingenrechten, Regionale Technologische Centra, …). U kan de afdeling contacteren via secundaironderwijsbeleid@vlaanderen.be en volwassenenonderwijsbeleid@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten – Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan secundaire scholen en leerlingen en aan het DKO. Dit omvat o.a. : • toekenning van de verschillende soorten urenpakketten en punten; • toekenning van de verschillende soorten toelagen; • verificatie van de leerlingengegevens; • gelijkwaardigheid verlenen aan buitenlandse diploma’s; • opvolgen van de spijbelproblematiek. U kan de afdeling contacteren via scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be

Agentschap voor Onderwijsdiensten - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Zij beheert de bijbehorende financiële en administratieve personeelsdossiers. Dit omvat: • het bijhouden, opvolgen en verwerken van de verschillende verlofstelsels zoals ziekteverlof, loopbaanonderbreking, verschillende stelsels van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties, verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen in het onderwijs, … • het bijhouden, controleren en verwerken van de verschillende terbeschikkingstellingen in het onderwijs (wegens ziekte, wegens ontstentenis van betrekking, wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, ...) Zij verstrekt inlichtingen en levert een aantal gegevens aan voor interne en externe klanten. U kan de afdeling contacteren via personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

Departement Onderwijs en Vorming - Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkten worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be


2007 - 2008

HOGER

ONDERWIJS

in beeld


STUDENTEN HOGESCHOLENONDERWIJS aantal inschrijvingen (bachelor- en masteropleidingen, en basisopleidingen en initiële lerarenopleidingen (afbouw)) (1) mannen vrouwen totaal PBA + één cyclus 33.581 46.429 80.010 ABA + MA + twee cycli 14.187 9.977 24.164 totaal hogescholenonderwijs: 47.768 56.406 104.174

AANTAL INSCHRIJVINGEN PER HOGESCHOOL mannen vrouwen Arteveldehogeschool

2.492

5.510

8.002

EHSAL - Europese Hogeschool Brussel

1.762

2.074

3.836

Erasmushogeschool Brussel

2.004

2.237

4.241

Groep T - Leuven Hogeschool

1.151

513

1.664

Hogere Zeevaartschool

472

60

532

Hogeschool Antwerpen

2.976

3.473

6.449

Hogeschool Gent

6.992

7.239 14.231

Hogeschool Sint-Lukas Brussel

466

359

825

Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

3.056

2.298

5.354

Hogeschool West-Vlaanderen

2.414

1.565

3.979

Karel de Grote-Hogeschool

3.889

4.134

8.023

Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende

1.373

1.911

3.284

Katholieke Hogeschool Kempen

2.434

3.289

5.723

Katholieke Hogeschool Leuven

1.890

3.073

4.963

Katholieke Hogeschool Limburg

2.164

2.809

4.973

Katholieke Hogeschool Mechelen

1.561

2.550

4.111

Katholieke Hogeschool Sint-Lieven

2.843

1.825

4.668

Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen

2.580

3.949

6.529

Lessius Hogeschool

756

2.121

2.877

Plantijn-Hogeschool

1.227

1.994

3.221

Provinciale Hogeschool Limburg

1.648

2.086

3.734

XIOS Hogeschool Limburg

1.618

1.337

2.955

0

totaal

3.000

6.000

9.000

12.000

15.000

(1) Het betreft de eerste inschrijving van de studenten in een instelling van het hoger onderwijs in het huidige academiejaar. Daarnaast kunnen de studenten zich nog inschrijven in een andere opleiding. Dit zijn dan tweede of volgende inschrijvingen. PBA: professioneel gerichte bachelor ABA: academisch gerichte bachelor MA: master


STUDENTEN HOGER ONDERWIJS aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs naar finaliteit (1) (2) mannen Professioneel hoger onderwijs hogescholen 33.581 Totaal professioneel hoger onderwijs 33.581 Academisch hoger onderwijs hogescholen 14.187 Academisch hoger onderwijs universiteiten 28.734 Totaal academisch hoger onderwijs 42.921 totaal hoger onderwijs:

76.502

vrouwen 46.429 46.429 9.977 35.638 45.615

totaal 80.010 80.010 24.164 64.372 88.536

92.044

168.546

vrouwen 35.638

totaal 64.372

UNIVERSITAIR ONDERWIJS aantal inschrijvingen (in academische basisopleidingen) (1) (2) mannen totaal 28.734

AANTAL INSCHRIJVINGEN PER UNIVERSITAIRE INSTELLING mannen vrouwen Katholieke Universiteit Brussel

105

Katholieke Universiteit Leuven

155

totaal

260

10.820 13.241 24.061

transnationale Universiteit Limburg

400

245

645

Universiteit Antwerpen

3.778

4.382

8.160

Universiteit Gent

9.827 13.237 23.064

Universiteit Hasselt

747

575

1.322

Vrije Universiteit Brussel

3.057

3.803

6.860

0

5.000

10.000

15.000

20.000

(1) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, kandidaturen, licenties. (2) Het betreft de eerste inschrijving van de studenten in een instelling van het hoger onderwijs in het huidige academiejaar. Daarnaast kunnen de studenten zich nog inschrijven in een andere opleiding. Dit zijn dan tweede of volgende inschrijvingen.

25.000


PERSONEEL aantal personeelsleden ten laste van de werkingsenveloppe van het hogescholenonderwijs: mannen vrouwen bestuurs- en onderwijzend personeel 4.989 4.756 overig personeel 691 1.500 totaal

5.680

totaal 9.745 2.191

6.256

bestuurs- en onderwijzend personeel

11.936

overig personeel

1.354

2.000

1.910

mannen

894

1.500

vrouwen

1.438

1.295 1.374 1.421

999

1.000

125

55+

55+ 500

431

416 275

0

30-39

40-49

50-59

480

381 185

20-29

95

60+

192

20-29

leeftijd

176

413 219

172

totaal

40-49

6.573

50-59

60+

totaal 3.979 2.735 4.466

4.607

assisterend academisch personeel

1.099

11.180

administratief en technisch personeel

1.200 1.080 1.000

464

844

796 681

600

706

664

625

594

552

55+

429

400

148

305 210

200

671

529

491

0

542

mannen vrouwen

1,.078

800

209

184

266 130

55+ 61

14 4 20-29

34

29

30-39

aantal personeelsleden ten laste van de werkingsuitkeringen van het universitair onderwijs: academiejaar 2006-2007 mannen vrouwen zelfstandig academisch personeel 3.215 764 assisterend academisch personeel 1.390 1.345 administratief en technisch personeel 1.968 2.498

zelfstandig academisch personeel

200

30-39

40-49

50-59

60+

57 leeftijd

20-29

30-39

20-29

30-39

40-49

50-59

60+


BUDGET Budget hoger onderwijs (beleidskredieten 2008): 1.610.935 duizend euro. Aandeel hoger onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 17,43%. Door de implementatie van de nieuwe begrotingsstructuur vanaf 2008 en het decreet Hoger Onderwijs, is er voor de financiering geen onderscheid meer mogelijk tussen hogescholen en universiteiten. Om een vergelijkbare evolutie te behouden werden de voorgaande jaren herberekend conform de nieuwe structuur.

evolutie van het budget hoger onderwijs

(in duizend EUR) 2.000.000

1.500.000

1.342.391

1.368.790

1.404.737

2003

2004

2005

1.464.120

1.528.040

1.610.935

1.000.000

500.000

0

2006

2007

2008


Met de invoering van BBB werd de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek opgeheven. Twee entiteiten – een beleidsvoorbereidende en een beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het hoger onderwijs. Departement Onderwijs en Vorming - Hoger Onderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding en de beleidsevaluatie. Samen met de hogescholen, universiteiten en intermediaire organisaties wil de afdeling Hoger Onderwijs toekomstgerichte initiatieven pro-actief ontwikkelen, stimuleren en uitbouwen op het gebied van het hoger onderwijs en onderzoek. De entiteit zal: • een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kennissamenleving door de kwaliteit en de relevantie van het hoger onderwijs en onderzoek continu te verbeteren • het adaptatie- en innovatievermogen van de hogescholen en universiteiten en van het hoger onderwijsbestel versterken door het verruimen van de autonomie van de hogescholen en universiteiten, door deregulering en vereenvoudiging • de internationale erkenning en herkenbaarheid van het Vlaams hoger onderwijsbestel versterken • zorg dragen voor een kwaliteitsvolle en relevante regelgeving • tijdige en correcte informatie verstrekken aan alle belanghebbenden met het oog op een correcte interpretatie van de decreten en de besluiten • zorg dragen voor een goede communicatie, dialoog en overleg met alle stakeholders, vnl. met de studenten en de instellingen • een bijdrage leveren aan de internationale ontwikkelingen op het gebied van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek Ze staat ook in voor de ontwikkeling van de regelgeving voor de instellingen van het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) en van de regelgeving inzake de rechtspositie van het personeel van de hogescholen. De inschakeling van het hoger onderwijs in een Europese en internationale context, bv. op het gebied van het erkenningsbeleid van diploma’s, wordt ook opgevolgd door deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijsbeleid@vlaanderen.be

De afdeling stelt zich de volgende doelstellingen: • Ze verzorgt de financiële dienstverlening voor de personeelsleden van de hogescholen ten einde tijdig en correct de salarissen uit te betalen. • Ze kent de werkingsmiddelen van de onderwijsinstellingen van het hoger onderwijs toe. Dit omvat o.a. het tijdig verstrekken van ramingen, het correct berekenen en tijdig uitbetalen van de werkingsmiddelen, en de tijdige opmaak van begrotingsvoorstellen. • Ze verzorgt het gegevensbeheer met betrekking tot het hoger onderwijs. Dit omvat o.a. het tijdig en correct inzamelen van studentenge gevens teneinde deze beschikbaar te stellen voor financiering, publieke verantwoording en informatieverstrekking. • Ze onderzoekt de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van nieuwe regelgevende initiatieven teneinde de beleidsvoorbereiding te informeren over de repercussies van de regelgeving op de uitvoering. • Ze onderzoekt en verstrekt de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s. • Ze organiseert het toelatingsexamen arts/tandarts. • De afdeling verzorgt een klantvriendelijke dienstverlening aan instellingen, studenten en personeelsleden. De ondersteuning van de commissarissen van de Vlaamse regering voor de universiteiten, resp. hogescholen, situeert zich ook binnen deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijs@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

Agentschap Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs – Afdeling Hoger Onderwijs Deze entiteit is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid inzake hoger onderwijs. Zo staat ze o.a. in voor de subsidiëring/financiering van de hogescholen en de universiteiten en fungeert ze als sociaal secretariaat ten aanzien van de hogescholen.


2007 - 2008

LEVENSLANG LEREN in beeld


V O L WA S S E N E N O N D E R W I J S ONDERWIJS VOOR SOCIALE PROMOTIE SCHOOLBEVOLKING

(referteperiode 1/2/2006-31/1/2007)

aantal cursisten: secundair onderwijs voor sociale promotie hoger onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen totaal mannen vrouwen totaal lineair 9.780 20.915 30.695 lineair 1.835 2.142 3.977 modulair 111.568 159.331 270.899 modulair 9.126 12.982 22.108 totaal 121.348 180.246 301.594 totaal 10.961 15.124 26.085

verdeling over de netten 120.000

secundair onderwijs voor sociale promotie

hoger onderwijs voor sociale promotie

110.537

100.000

lineair modulair

88.781

80.000

71.581

60.000 40.000 20.000

12.603

10.280

0

GO

7.812

VGO

661 5.512

OGO

2.851

GO

INSTELLINGEN

12.553

465 4.043

VGO

OGO

(referteperiode 1/2/2006-31/1/2007)

aantal centra voor volwassenenonderwijs: secundair onderwijs voor sociale promotie: 107

hoger onderwijs voor sociale promotie: 61

verdeling over de netten 60

53

50

secundair onderwijs voor sociale promotie hoger onderwijs voor sociale promotie

40

32

28

30

26

20

17

12

10 0

GO

VGO

OGO

PERSONEEL secundair onderwijs voor sociale promotie: mannen vrouwen in fysieke personen: 2.100 3.878 1.645 2.986 in voltijdse eenheden:

hoger onderwijs voor sociale promotie: totaal mannen vrouwen 5.978 in fysieke personen: 765 540 4.631 in voltijdse eenheden: 395 368

secundair onderwijs voor sociale promotie (voltijdse eenheden) 1.200 1.000 800

hoger onderwijs voor sociale promotie (voltijdse eenheden)

1.094 857

782

713

vastbenoemd personeel tijdelijk personeel

811

600 374

400 200 0

117

106

GO

VGO

OGO

totaal 1.305 763

GO

199

175

VGO

86

80

OGO


V O L WA S S E N E N O N D E R W I J S BASISEDUCATIE werkjaar 2006-2007

aantal cursisten: 33.463

aantal centra voor basiseducatie: 29

spreiding van de deelnemersuren over de verschillende leerdomeinen

Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

andere rekenen 4,3% 2,2%

8,9%

alfabetisering anderstaligen 23,2%

Nederlands moedertaal 6,3% samengesteld aanbod 0,5% maatschappelijk functioneren/participeren 6,7%

Nederlands tweede taal

48,0%

B.I.S. (BEGELEID INDIVIDUEEL STUDEREN) werkjaar 2007

aantal cursisten: 13.688

aantal mentoren (december 2007): 125

spreiding van de cursisten over de verschillende studiegebieden

varia

6,9%

BIS online

7,5% techniek

10,0%

talen

44,3%

economie

5,6% wiskunde

2,7% administratie

2,7% wetenschappen 5,5%

informatica

15,0%

GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs


DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS SCHOOLBEVOLKING aantal financierbare leerlingen beeldende kunst muziek, woordkunst en dans totaal deeltijds kunstonderwijs

(referteperiode 1/2/2006-31/1/2007)

jongeren (-18 jaar) 39.912 89.480 129.392

verdeling over de netten 120.000 120.000 100.000 100.000 80.000 80.000

89.480 89.480

54.162 54.162 39.912 39.912

40.000 40.000 0 0

totaal 58.503 109.563 168.066

verhouding jongeren/ volwassenen

101.555 101.555 beeldende beeldende kunst kunst muziek, muziek, woordkunst woordkunst en dans en dans

60.000 60.000 20.000 20.000

volwassenen 18.591 20.083 38.674

20.083 20.083 18.591 18.591

8.008 8.008 2.385 2.385

1.956 1.956

GO GO

VGOVGO

OGOOGO

jongeren jongeren (-18(-18 jaar)jaar)

INSTELLINGEN

volwassenen volwassenen

(referteperiode 1/2/2006-31/1/2007)

aantal instellingen: 167

verdeling over de netten 147

150 120 90 60 30

15

0

5

GO

VGO

OGO

PERSONEEL personeel uitgedrukt in fysieke personen: personeel uitgedrukt in voltijdse eenheden:

mannen 2.353 1.846

3.000

vrouwen 3.117 2.230

totaal 5.470 4.076

2.704

2.500 2.000 1.500 994

1.000 500 0

230

98

GO

39

11

VGO

OGO


BUDGET Budget levenslang leren (beleidskredieten 2008): 483.531 duizend euro. Aandeel levenslang leren t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 5,23%. evolutie van het budget voor volwassenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs volwassenenonderwijs

(in duizend EUR)

deeltijds kunstonderwijs 299.939

300.000

282.549

270.364

250.000

233.526

246.211

209.305 180.943

200.000 150.009

141.177

178.982

183.592

157.907

150.000

100.000

0

2003

2004

2005

2006

2007

2008

evolutie van de kostprijs per cursist (in EUR) 1.200 1.000

1.147,30 969,57

1.001,92

1.103,99

1.111,62

2007

2008

1.028,37

800 600 400 200 0

2003

2004

2005

2006


HET VOLWASSENENONDERWIJS Het volwassenenonderwijs heeft als doelstelling aan de cursisten kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen, nodig voor: - de persoonlijke ontwikkeling, - het maatschappelijk functioneren, - het verder deelnemen aan onderwijs, - de uitoefening van een beroep, - het beheersen van een taal en de cursist in staat te stellen erkende studiebewijzen te behalen. Het volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in: - basiseducatie - secundair volwassenenonderwijs - hoger beroepsonderwijs 1) De basiseducatie richt zich tot laaggeschoolde volwassenen en omvat opleidingen in 7 leergebieden, die georganiseerd worden op het niveau van lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs. 2) Het secundair volwassenenonderwijs omvat opleidingen in 31 studiegebieden, die georganiseerd worden op het niveau van het voltijds secundair onderwijs. 3) Het hoger beroepsonderwijs omvat beroepsgerichte opleidingen, ingericht in 6 studiegebieden, die georganiseerd worden op het niveau van het hoger onderwijs en die niet leiden tot de graad van bachelor of de graad van master. BIS (Beleid Individueel Studeren) Op 12 december 2006 werd beslist de activiteiten van BIS (afstandsonderwijs) geleidelijk af te bouwen. Concreet betekent dit dat de inschrijvingen van BIS Klassiek werden stopgezet voor het grote publiek op 16 april 2007. De inschrijvingen van BIS Online werden reeds in het najaar van 2006 stopgezet. Enkel de doelgroepen examencommissie en gedetineerden kunnen zich nog inschrijven van de schriftelijke cursussen en begeleiding bij BIS. Huizen van het Nederlands De huizen van het Nederlands hebben als opdracht bij te dragen tot de integratie van enerzijds de anderstalige volwassenen en anderzijds de inburgering van anderstalige nieuwkomers in de Vlaamse samenleving (nu uitgebreid met de wijzigingen aan de Vlaamse Wooncode). Het decreet van 7 mei 2004 voorziet in een werking van de Huizen van het Nederlands gespreid over gans Vlaanderen en dit op basis van acht Huizen van het Nederlands, met name drie stedelijk en vijf provinciaal georganiseerde Huizen. Samen met de inburgeringdiensten (onthaalbureaus) en de VDAB vormen de Huizen van het Nederlands immers een geĂŻntegreerd samenwerkingsverband, gericht op een efficiĂŤnte dienstverlening ten aanzien van de anderstalige (nieuwkomers). HET DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS Het deeltijds kunstonderwijs (DKO) biedt een ruime keuze aan artistieke opleidingen voor jongeren en volwassenen. Het DKO bestaat uit vier studierichtingen: beeldende kunst, muziek, woordkunst en dans. Elk van die studierichtingen is verder onderverdeeld in een aantal opties.

Jongeren kunnen zich degelijk en doelgericht voorbereiden op het hoger kunstonderwijs. Voor volwassenen betekent dit onderwijs een zinvolle tijdsbesteding of een stap naar het beoefenen van kunst als liefhebber of als professioneel. Het deeltijds kunstonderwijs geeft jong en oud de kans om de eigen artistieke persoonlijkheid volwaardig te ontplooien. U kan onderstaande entiteiten contacteren via deze e-mailadressen: Departement Onderwijs en Vorming Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs: volwassenenonderwijs@vlaanderen.be

Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen Afdeling VWO: levenslangleren@vlaanderen.be B.I.S.: bis@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten - Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

Alle aspecten van kunstbeleving en kunstbeoefening komen aan bod. Leerlingen verkrijgen artistiek inzicht, leren basistechnieken aan en verwerven theoretische kennis die kan toegepast worden in de praktijk. Alleen al het muziekonderwijs heeft een aanbod van 70 verschillende instrumenten, in de studierichting beeldende kunst bestaan er 30 soorten ateliers. Ook de opleidingen in woordkunst en dans zijn in belangrijke mate praktijkgericht.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaams_onderwijs_in_beeld_2007_2008.pdf by Vlaanderen-be - Issuu