ADVIES 22 september 2022
Een nieuw regelgevend kader voor de onderwijsinternaten Advies over het voorontwerp van decreet over de Onderwijsinternaten
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 18 juli 2022 Uitgebracht door de Algemene Raad op 22 september 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep onderwijsinternaten op 29 september 2022 en 8 september 2022 onder voorzitterschap van Jean-Luc Barbery Inbreng van de commissie voor Lerenden met Specifieke Noden op 30 augustus 2022 en de commissie Leerlingenbegeleiding op 5 september 2022 Dossierbeheerder: Simon Grymonprez
Inhoud 1
Situering .......................................................................................................................................... 2
2
Algemene opmerkingen ................................................................................................................. 2
3
2.1
Geen accuraat zicht op omkadering ..................................................................................... 2
2.2
Bezorgdheden rond schaalvergroting ................................................................................... 2
2.3
Noodzakelijke inhaalbeweging inzake infrastructuur .......................................................... 3
2.4
Nood aan betere overgangsmaatregelen ............................................................................. 3
Specifieke opmerkingen ................................................................................................................ 3
Bronnnen ................................................................................................................................................ 6
1
vlor.be
1 Situering Het voorontwerp van decreet over de Onderwijsinternaten geeft verder vorm aan een nieuw regelgevend kader voor de onderwijsinternaten, zoals aangekondigd in de beleidsnota van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts.1 De Vlor gaf eerder advies over de conceptnota ‘Onderwijsinternaten, een plaats binnen de samenleving’, dat aan dit voorontwerp van decreet voorafging.2
2 Algemene opmerkingen De Vlor is tevreden dat de internaten een eigen, volwaardig decreet krijgen. Het decreet is een belangrijke opstap naar een eigen plaats van de internaten als een volwaardige sector binnen het beleidsdomein Onderwijs.
2.1 Geen accuraat zicht op omkadering Over het algemeen kan de Vlor zich vinden in het voorontwerp van decreet. De raad is opgetogen dat er op heel wat punten rekening is gehouden met zijn advies over de conceptnota. Niettemin is er nog steeds een belangrijke onbekende die een oordeel over het voorontwerp van decreet bemoeilijkt: welke exacte omkadering zal worden toegekend aan de onderwijsinternaten? In het voorontwerp wordt die uitgedrukt in omkaderingsrekeneenheden (ORE). De precieze waarde van een ORE is nog niet bekend. Daarvoor is het wachten op (1) de telling van het aantal internen in oktober 2022 en (2) de precieze loonkost van de ambten zoals die zijn vermeld in het decreet. Daardoor zijn geen accurate simulaties mogelijk, wat het moeilijk maakt te oordelen over de vooropgestelde omkadering.
2.2 Bezorgdheden rond schaalvergroting Het voorontwerp van decreet streeft naar schaalvergroting. Het gaat, zo stond het ook in de conceptnota, niet over een rationalisatie op vestigingsniveau maar op instellingsniveau. De Vlor merkt hier een aantal zaken over op: • In de memorie van toelichting wordt onvoldoende omschreven hoe een schaalvergroting een betere governance van het internatenlandschap mogelijk moet maken. • Het is onvoldoende duidelijk hoe de voorlopige rationalisatienorm van 63.427 ORE is bepaald. • Het is zeker niet ondenkbaar dat kleine internaten door de rationalisatienorm geïmpacteerd worden. Misschien verdwijnen ze omdat ze geen bestuurlijke partner met een internaat vinden waarmee ze kunnen fuseren of gaan ze op in een ander internaat als internaatvestiging. Zo zou de schaalvergroting toch kunnen resulteren in een rationalisatie op vestigingsniveau. Dat zorgt voor onrust in het internatenlandschap. De Vlor is dus bezorgd over die rationalisatienorm en de impact ervan op het terrein. • Er ontbreekt een visie op kleine internaten. De Vlor kan zich vinden in het feit dat ‘te kleine (irrationele) entiteiten’ niet wenselijk zijn3. Maar in het bepalen van een minimale schaalgrootte spelen verschillende factoren mee. Net als in zijn advies over de conceptnota herhaalt de Vlor
Beleidsnota Onderwijs 2019-2024. https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/32245. Vlor, Algemene Raad. Advies over de conceptnota ‘Onderwijsinternaten, een plaats binnen de samenleving’, 17 december 2020. 3‘Onderwijsinternaten, een plaats binnen de samenleving. Conceptnota’, https://www.vlaanderen.be/publicaties/onderwijsinternaten-een-plaats-binnen-de-samenleving-conceptnota. 1 2
2
vlor.be
dat kleine internaten voor veel jongeren een meerwaarde zijn: ze kunnen door hun kleinschaligheid voor veel internen een thuis betekenen. Kleine internaten met een specifieke karakter omvormen tot vestigingsplaatsen van een groter geheel is zeker niet altijd wenselijk.
2.3 Noodzakelijke inhaalbeweging inzake infrastructuur De Vlor herhaalt nogmaals zijn vraag naar een inhaalbeweging inzake infrastructuur. Veel onderwijsinternaten functioneren vandaag immers binnen een verouderde infrastructuur. De Vlaamse Regering vraagt (terecht) dat de internaten tegemoet komen aan de verwachtingen van het referentiekader voor internaatskwaliteit (RiK), maar de verouderde infrastructuur is in sommige internaten ontoereikend om volledig tegemoet te komen aan het RiK. Internaten met een sterk verouderde infrastructuur zijn ook geen aantrekkelijke partner om in een fusie mee te nemen. De Vlor vraagt daarom om: • een kloofanalyse uit te voeren tussen de huidige infrastructuur en de nodige infrastructuur die internaten in staat stelt om te voldoen aan moderne kwaliteitsverwachtingen. Waar liggen de minimale verwachtingen inzake infrastructuur en hoe kunnen die bereikt worden?; • een extra investering te voorzien in infrastructuur; • het percentage van de subsidiabele kostprijs waarin AGION tussenkomt te verhogen van 60% naar 70%.
2.4 Nood aan betere overgangsmaatregelen De Vlor vraagt de mogelijkheid tot een langere overgangsfase, zeker voor de fusies of overnames die het gevolg zullen zijn van dit decreet. • Internaten die willen fuseren, moeten dat laten weten tegen 1 juni 2023. Dat is erg snel. • De transitie van sommige internaten naar het beleidsdomein Welzijn is volop bezig. Het is nog onduidelijk hoeveel internen zullen aansluiten bij de onderwijsinternaten en hoeveel bij de instellingen die zich in een transitie naar Welzijn bevinden. • Internaten zullen tijd nodig hebben om aan alle kwaliteitsverwachtingen te voldoen. De Vlor vraagt dat de Onderwijsinspectie daarmee rekening houdt. De eerste algemene doorlichting door de Onderwijsinspectie kan gelden als een ‘nulmeting’ van dit nieuwe decreet. • Internaten moeten volgens dit voorontwerp van decreet minimaal een internaatsraad en internenraad oprichten Een langere overgangsfase zou ervoor kunnen zorgen dat internaten dat proces kwalitatief en op eigen tempo kunnen opstarten. • Voor jongeren die in een internaat verblijven binnen de context van jeugdhulpverlening, moet een afsprakenkader en ondersteuningsplan worden opgemaakt. De Vlor hoopt dat de ondersteuning vanuit Welzijn gegarandeerd kan worden, zoals bijvoorbeeld bepaald in artikel 15 van het voorontwerp van decreet.
3 Specifieke opmerkingen Wat betreft de werkings- en omkaderingsmiddelen: • Het voorontwerp van decreet voorziet de mogelijkheid voor een internaatbestuur om, indien er niet voldoende ORE worden gegenereerd, zelf middelen bij te passen. Volgens de Inspectie van Financiën4 ondergraaft dat het doel van de schaalvergroting en draagt het potentieel gevaar in
4
Nota aan de Vlaamse Regering. Betreft: Voorontwerp van decreet over de onderwijsinternaten-Principiële goedkeuring. 15 juli 2022 op voorstel van viceminister-president Ben Weyts.
3
vlor.be
•
•
•
zich dat kleine internaten een hoog kostgeld zullen vragen om te kunnen blijven bestaan. De Inspectie van Financiën vraagt dan ook om die uitzondering te schrappen of om een maximum percentage eigen inbreng te voorzien. In het antwoord zegt de minister dat die opmerking ‘zeker te volgen’ is.5 De Vlor kan zich vinden in het stellen van een maximumpercentage eigen inbreng. Dat heeft zeker niet noodzakelijk een impact op het kostgeld voor internen: internaten kunnen immers geen hoge(re) kostgelden vragen zonder aan instroom van internen in te boeten. Bovendien vermeldt het voorontwerp van decreet dat internaten alleen een persoonlijke bijdrage kunnen vragen ‘die in redelijke verhouding staat tot de verblijfkosten van de interne’ (artikel 40). Daarnaast kunnen de internaten gesensibiliseerd worden om een sociaal tarief aan te bieden, wat bij heel wat internaten al gebeurt. Internen met een verslag genereren te weinig extra omkadering. De Vlor vraagt om dat bij te stellen. Volgens het voorontwerp van decreet heeft een internaat 36 internen met een verslag nodig om één VTE te genereren. Meer omkadering voor die internen kan een verdere stap zijn richting meer inclusie. Er geldt in het voorontwerp van decreet een minimumcontingentering voor bijkomende verblijfsdagen. Onder een bepaalde norm is er geen omkadering, terwijl iedere verblijfsdag extra omkadering zou moeten genereren. De extra investering van vijf miljoen euro in de onderwijsinternaten is broodnodig en dus welgekomen. De Vlor betwijfelt dat er voldoende zekerheid is dat de voorziene 1.200 euro per interne voldoende is om tegemoet te komen aan alle kosten om een internaat op een kwaliteitsvolle manier te organiseren. De Vlor hoopt dat de extra middelen naar de werkvloer gaan en niet opgaan in administratieve tussenstructuren. Bovendien zijn er verschillende nieuwe elementen in het decreet die extra werk van de internaten zullen vragen, zoals de internaatsraad en internenraad of de bijkomende overlegmomenten met actoren uit het beleidsdomein Welzijn. De Vlor vraagt om de nieuwe verhouding tussen werkingsmiddelen en omkadering en de impact ervan op de internaten van nabij te monitoren. Dat is een cruciaal element aangezien alle internaten immers in staat moeten zijn om hun werking verder te zetten.
Wat betreft de pedagogische begeleiding en de Centra voor Leerlingenbegeleiding (clb’s): • Er is in het voorontwerp van decreet geen (pedagogische) begeleiding voor de onderwijsinternaten voorzien. De Vlor vraagt om het recht op begeleiding van de pedagogische begeleidingsdiensten in te schrijven en daarvoor ook middelen te voorzien. • Gezien de grotere rol die de CLB’s zullen spelen naar aanleiding van dit decreet, vraagt de Vlor om extra omkadering voor de CLB’s te voorzien. De werkdruk bij de CLB’s is nu al erg hoog. • Na een definitieve uitsluiting van een interne blijft het internaat maximum 1 maand voorzien in opvang van de interne. Het is een goed idee om, analoog met scholen uit het leerplichtonderwijs, de CLB’s een rol te geven ter ondersteuning van het internaat en de interne. Zij hebben immers een breed zicht op mogelijke alternatieven of alternatieve verblijfplaatsen. Ook hiervoor moeten voor de CLB’s de nodige extra middelen voorzien worden. Wat betreft de link met het beleidsdomein Welzijn: • Het voorontwerp van decreet voorziet een regeling voor internen waarvan het verblijf kadert in jeugdhulpverlening. De Vlor vraagt om ‘jeugdhulpverlening’ in het decreet te verduidelijken. Wat valt daaronder en wat niet?
5
Ibidem.
4
vlor.be
•
Het is belangrijk om dit voorontwerp van decreet samen te lezen met de conceptnota ‘Onderwijs-Welzijn,’ waarover de Vlor eerder advies uitbracht.6 Het is cruciaal dat internen die in een onderwijsinternaat verblijven in het kader van jeugdhulpverlening effectief op hulp van het beleidsdomein Welzijn kunnen rekenen. De komende jaren moet blijken hoe dit in de praktijk vorm krijgt. Bijsturingen moeten mogelijk blijven in het belang van de internaten en de internen.
Wat betreft de schorsing: • In voorontwerp van decreet is bij de preventieve schorsing en tijdelijke en definitieve uitsluiting telkens sprake van uitsluiting van de ‘leefgroep’. Een uitsluiting van de leefgroep is niet hetzelfde als een uitsluiting van het internaat. Dat moet uitgeklaard worden. Een ‘uitsluiting van de leefgroep’ moet immers organisatorisch haalbaar zijn. Wat betreft de verblijfsdagen: • In de memorie van toelichting is er sprake van ‘sommige vakantiedagen die behoren tot gewone verblijfsdagen’ (artikel 5). Daarbij wordt Paasmaandag en Pinkstermaandag vermeld, maar die vakantiedagen sluiten wel aan bij een weekend of een vakantieperiode. Wat betreft het internaatreglement: • Aan het reglement wordt best het volgende element toegevoegd: informatie en afspraken over de regeling van verblijfsdagen en specifieke sluitingsdagen van het internaat (zie artikel 5 van het voorontwerp van decreet).
6
Mededeling aan de Vlaamse Regering. Betreft: Conceptnota Onderwijs-Welzijn. 7 september 2021 op voorstel van viceminister-president Ben Weyts en minister Wouter Beke. Vlor, Algemene Raad. Onderwijs, Welzijn en de rol van de (onderwijs)internaten. Advies over de conceptnota Onderwijs-Welzijn, 28 oktober 2021.
5
vlor.be
Bronnnen Beleidsnota Onderwijs 2019-2024, https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/32245. Mededeling aan de Vlaamse Regering. Betreft: Conceptnota Onderwijs-Welzijn. 7 september 2021 op voorstel van viceminister-president Ben Weyts en minister Wouter Beke. Nota aan de Vlaamse Regering. Betreft: Voorontwerp van decreet over de onderwijsinternatenPrincipiële goedkeuring. 15 juli 2022 op voorstel van viceminister-president Ben Weyts.
Vloradviezen Vlor, Algemene Raad. Advies over de conceptnota ‘Onderwijsinternaten, een plaats binnen de samenleving’, 17 december 2020. Vlor, Algemene Raad. Onderwijs, Welzijn en de rol van de (onderwijs)internaten. Advies over de conceptnota Onderwijs-Welzijn, 28 oktober 2021.
6
vlor.be