Skip to main content

h10_Loopkevers.pdf

Page 1

L E F A T S D U O H N I

10. Loopkevers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . KONJEV DESENDER, JEAN-PIERRE MAELFAIT & DIRK MAES - Soortenaantal en veranderingen in status – Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Soortenaantal en veranderingen in status – Ecoregio’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Wettelijke bescherming en soorten van internationaal belang . . . . . . . . . . . . . . . . - Kenmerkende biotopen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Diversiteit en populatiedynamiek van loopkevers in de kustduinen . . . . . . . . . . . . - Loopkevers van het Scheldebekken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Loopkevers van ‘set-aside’-maïsvelden in de Kempen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

78 78 78 78 78 78 79 79


10. Loopkevers

Wettelijke bescherming en soorten van internationaal belang

10. Loopkevers KONJEV DESENDER, JEAN-PIERRE MAELFAIT & DIRK MAES Zandloopkevers en loopkevers behoren, samen met de dagvlinders en de libellen, tot de best onderzochte insecten in Vlaanderen en dit zowel wat hun verspreiding betreft als hun ecologie. De gegevens in de loopkeverdatabank komen van bodemval- en handvangsten (meer dan 30.000 gegevens), van collecties (5.500 gegevens) en hebben betrekking op meer dan 1 miljoen gedetermineerde exemplaren.

Soortenaantal en veranderingen in status - Vlaanderen

In Vlaanderen zijn alle soorten van de familie Cicindelidae (4 soorten) en van de genera Carabus (15 soorten) en Calosoma (4 soorten) wettelijk beschermd. Zoals aangetoond (MAELFAIT et al. 1992) betreft dit echter een niet echt verantwoorde keuze van doelsoorten. Veel beter zou een groep sterk bedreigde soorten worden geselecteerd en opgenomen in een nieuw besluit omtrent soortenbescherming. In de appendices van de Conventie van Bern of van de Habitatrichtlijn staan geen loopkeversoorten die in Vlaanderen voorkomen. Op de internationale Rode Lijst van de IUCN (1996) staat één soort, die in Vlaanderen wellicht is uitgestorven (Carabus intricatus).

Kenmerkende biotopen

In Vlaanderen werden sinds het midden van de vorige eeuw 368 soorten loopkevers waargenomen waarvan er 352 als inheems worden beschouwd en 16 als dwaalgasten. De verdeling van de soorten over de verschillende Rode-Lijstcategorieën in Vlaanderen is terug te vinden in Tabel 10.1 en Figuur 10.1 (DESENDER et al. 1995).

Soortenaantal en veranderingen in status - Ecoregio's Tabel 10.1 geeft de verdeling van het aantal soorten loopkevers per Rode-Lijstcategorie in de vijf ecoregio's. Vooral de Kempen (voornamelijk heidesoorten) en de Leemstreek (vooral bossoorten) zijn rijk aan RodeLijstsoorten.

De biotooptypes met de meest bedreigde loopkevers staan opgesomd in Tabel 10.2 in volgorde van hun bedreiging.

Diversiteit en populatiedynamiek van loopkevers in de kustduinen Deze studie loopt onafgebroken sinds acht jaar en volgt populaties van loopkevers als modelorganismen in enkele habitats van de Vlaamse kustduinen: de soortendiversiteit en zijn wijzigingen worden benaderd in functie van (1) het omliggend landschap (een mozaïek aan habitats), (2) biologische en ecologische karakteristieken van de soorten (habitatpreferentie, dispersievermogen, populatiedynamiek). Het is de bedoeling de continue bemonste-

Tabel 10.1: Aantal soorten en Rode-Lijstsoorten in Vlaanderen en in de vijf ecoregio’s. Rode-Lijstcategorie

Vlaanderen

Duinen

Polders

Zandleem

Leem

Kempen

Uitgestorven Met uitsterven bedreigd Bedreigd Kwetsbaar Waarschijnlijk bedreigd Zeldzaam Onvoldoende informatie Momenteel niet bedreigd

32 20 21 25 12 91 7 144

5 4 8 2 42 4 126

0 8 10 4 52 2 141

3 10 18 0 60 2 144

7 11 19 5 52 3 142

7 19 16 3 57 1 144

Aantal Rode-Lijstsoorten Aantal Zeldzame soorten Totaal aantal soorten

98 91 352

17 42 -

18 52 -

31 60 -

37 52 -

42 57 -

Instituut voor Natuurbehoud 78

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


10. Loopkevers ringsinspanning 10 jaar vol te houden. De voorlopige resultaten (DESENDER & BAERT 1995; DESENDER 1996) tonen aan dat er van jaar tot jaar een hoge turn-over is in de totale soortensamenstellling van de bestudeerde habitats. Dit is vermoedelijk een zeer algemeen geldend principe voor diverse organismen in mozaïeklandschap. Tegelijk wijst dit op het grote gevaar bij het nastreven van een 'hoge diversiteit' zonder het gebruik van kennis over habitatspecificiteit van de betrokken organismen: gedetailleerde studie van de soorten die niet jaarlijks in deze duinen worden teruggevonden (op basis van hun dispersievermogen, reproductie en mogelijk voorkomen in andere omliggende habitats) toont aan dat een meerderheid te interpreteren is als toevallige immigranten uit de omgeving en niet als lokale populaties tijdens een flessenhalsfase. Dit opent voor enkele habitats (zoals duinpannen, oeverhabitats, schorren e.d.) enerzijds perspectieven voor natuurontwikkeling (veel soorten 'zoeken' geregeld naar geschikte nieuwe habitats in de omgeving), maar wijst anderzijds op de sterke fragmentatie in het landschap (alsmaar kleiner wordende mogelijke 'oorsprongsgebieden', toenemende 'randeffecten' en hierdoor een verhoogde lokale diversiteit, met het risico dat dit positief wordt geëvalueerd). Monitoring van stenotope, maar in voldoende densiteit aanwezige, soorten is nodig om eventuele wijzigingen in de toestand van de natuur te kunnen inschatten.

speciale soorten te vinden is en dit ondanks de bekende slechte waterkwaliteit van de Schelde en de opgetreden reductie in oppervlakte van dergelijke habitats (DESENDER & MAELFAIT in druk). Uit de resultaten blijkt dat het hoogste aantal typische loopkeversoorten te vinden is in de resterende brakwaterschorren. Zoute schorren worden, door het voorkomen van halobionte en halofiele soorten, sterk gedifferentieerd van zoetwaterschorren. Populatie-genetisch onderzoek op dergelijke soorten (DESENDER et al. 1998) toont aan dat zich in Vlaanderen ook effecten van genetische verarming manifesteren in kleine populaties, terwijl dit vaak de enig overblijvende plaatsen zijn van waaruit kolonisatie van eventueel nieuw ontstane gebieden zou kunnen gebeuren.

Loopkevers van voormalige maïsvelden in de Kempen Een voorbeeldstudie van enkele voormalige maïsvelden (gelegen in de buurt van het provinciaal natuurreservaat "het Prinsenpark" in Retie), die sinds 1992 worden beheerd als natuurgebied, toont aan dat een bijzondere levensgemeenschap van loopkevers hierop te vinden is met niet minder dan 11 Rode-Lijstsoorten voor Vlaanderen (DESENDER & BOSMANS in druk). Extensief beheerde akkers en schrale graslanden herbergen een aparte en relatief soortenrijke loopkeverfauna, die recent sterk is bedreigd. De gerehabiliteerde biotopen lijken als vervanging voor de vroeger algemenere schrale graslanden in deze regio te fungeren. Hoewel op basis van de beperkte data-set nog geen uitspraken over het te voeren detailbeheer kunnen worden gemaakt blijkt toch al dat, voor deze speciale fauna, bebossing van deze oude akkers moet worden vermeden.

Loopkevers van het Scheldebekken Recent uitgevoerd onderzoek naar de aanwezigheid en de diversiteit van loopkevers, spinnen en andere groepen terrestrische ongewervelden langsheen een transect van Scheldeschorren tussen Gent en de Scheldemonding toont aan dat in deze habitats nog altijd een groot aantal 8%

9% 6% Uitgestorven 6%

Met uitsterven bedreigd Bedreigd

7%

38%

Kwetsbaar Zeldzaam Momenteel niet bedreigd Overige categorieën

26%

Figuur 10.1: Verdeling van het aantal soorten loopkevers over de verschillende Rode-Lijstcategorieën in Vlaanderen.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

79


10. Loopkevers Tabel 10.2. Het aantal loopkeversoorten per habitattype en per Rode-Lijstcategorie. Sommige soorten komen in meerdere habittypes voor. De habitats werden gerangschikt in dalend aandeel van Rode-Lijst soorten ten opzichte van het totaal aantal soorten dat erin voorkomt. Biotopen Kalkgraslanden en stenige hellingen Oevers van stromend water Duinen en stranden Droge graslanden en habitats op droge zandgrond Heide en hoogveen Slikken en schorren Halfnatuurlijke bossen Voedselarm stilstaand water Ruigten en akkers Moerassen en voedselrijk stilstaand water Overige bossen Vochtige graslanden Overige droge habitats Overige vochtige habitats

U

MUB

B

K

12 5 3 7 2 4 1 1 -

5 3 1 3 2 2 3 1 2 -

2 4 3 7 5 1 3 1 1 3 1 -

2 2 11 5 2 2 4 3 1 2 2 1 -

#U+RL 19 (68 14 (54 9 (41 28 (41 14 (40 9 (36 9 (26 6 (22 4 (18 7 (17 3 (13 2 (13 1 (3

%) %) %) %) %) %) %) %) %) %) %) %) %) -

Figuur 11.3: Rode-Lijstsoorten hot spots van libellen in Vlaanderen.

Instituut voor Natuurbehoud 80

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

Totaal 28 26 22 69 35 25 35 27 22 42 23 16 37 29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook