Vlaanderen is milieubewust
Milieuhandhavingsrapport 2016 Afdeling Milieu-inspectie
Voorwoord 3 Inleiding 5 Inhoud 6 01/ De afdeling Milieu-inspectie 9 02/ Het jaar in cijfers 31 Bijlagen 47
opmaak-LNE.indd 1
17/03/2017 12:07:37
opmaak-LNE.indd 2
17/03/2017 12:07:40
Voorwoord Het Milieuhandhavingsrapport 2016 heeft net zoals in het verleden de intentie om de lezer in één gebundeld rapport te informeren over hoe de afdeling Milieu-inspectie (MI) in 2016 haar doelstellingen heeft gerealiseerd. Deze doelstellingen werden uitvoerig omschreven in het Milieu-inspectieplan 2016 (MIP), dat begin 2016 door MI na brede consultatie werd opgesteld. Met dit twintigste inspectiejaarplan werd door MI opnieuw een geïntegreerde en multidisciplinaire aanpak van de handhaving van de milieuhygiëneregelgeving beoogd. Conform de Europese aanbeveling betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties geeft MI bewust de voorkeur aan een planmatig en gecoordineerd optreden. De afdeling doet dit dan ook via maximale samenwerking, afstemming en overleg met andere betrokken inspectie- en handhavingsactoren. Een transparante verslaggeving over inspectie- en handhavingsactiviteiten is essentieel om de betrokkenheid van bedrijven, burgers, ngo’s en andere belanghebbenden bij de uitvoering en toepassing van de milieuwetgeving te garanderen. Dit Milieuhandhavingsrapport is het laatste handhavingsrapport van de afdeling Milieu-inspectie. Met de opstart van het nieuwe Departement Omgeving en de nieuwe afdeling Omgevingshandhaving vanaf 1 april 2017, houdt de afdeling Milieu-inspectie in zijn huidige vorm, na meer dan 25 jaar, op te bestaan. 2016 was voor MI niet alleen een zilveren jubileumjaar, maar terzelfdertijd de aanloop naar het afscheid van een geloofwaardig merk ‘Milieu-inspectie’. Ik maak van de gelegenheid gebruik om alle medewerkers van de afdeling Milieu-inspectie, die sedert de opstart van de afdeling Milieu-inspectie in mei 1991, hebben meegewerkt aan het toezicht en de handhaving van de milieuhygiënewetgeving, van harte te danken voor hun inzet. Het is mede dankzij hen dat Vlaanderen tot de top behoort in Europa wat het toezicht op de milieuhygiënewetgeving betreft. Ook heel veel dank voor de jarenlange goede samenwerking met de andere milieuhandhavingsactoren, met de bedrijfsfederaties, de ngo’s, de bedrijven en vele burgers. Het is mede dankzij de inzet van alle betrokkenen dat er op het terrein heel wat milieuwinsten werden gerealiseerd. Toch blijven milieu-inspectie en -handhaving meer dan ooit noodzakelijk. Handhaving is en blijft het sluitstuk van de reguleringsketen. De voorbije 25 jaar hebben we het milieutoezicht zien evolueren van een harde naar een meer zachte, oplossings- en klantgerichte aanpak. De komende jaren wordt deze evolutie best verder gezet om te evolueren naar een meer ‘compliance promotion’ gerichte aanpak: bedrijven en burgers voorbereiden, sensibiliseren, responsabiliseren en zo hun eigen nalevingsgedrag helpen verbeteren. In enkele Europese lidstaten is men deze weg al aan het bewandelen en ziet men het nalevingsgedrag verder toenemen, in Vlaanderen zijn we hiermee gestart. Ik kijk de toekomst uitdagend tegemoet. Paul Bernaert Afdelingshoofd Milieu-inspectie
3
opmaak-LNE.indd 3
17/03/2017 12:07:41
opmaak-LNE.indd 4
17/03/2017 12:07:44
Inleiding De afdeling Milieu-inspectie (MI) bericht jaarlijks in het milieuhandhavingsrapport over de organisatie, uitvoering, voortgangscontrole en resultaten van haar milieu-inspecties. Dit rapport is daarmee uitgegroeid tot een belangrijke schakel bij de volledige implementatie van de Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties in de lidstaten (2001/331/EG). Dat dit rapport noodzakelijk is, wordt al duidelijk in de omschrijving van het doel van de aanbeveling: er zouden milieu-inspecties in de lidstaten moeten worden uitgevoerd volgens minimumcriteria met betrekking tot de organisatie, uitvoering, voortgangscontrole en bekendmaking van de resultaten van de inspecties, om in alle lidstaten de naleving van de communautaire milieuwetgeving kracht bij te zetten en bij te dragen tot een meer consequente uitvoering en handhaving daarvan. De aanbeveling stelt bovendien dat de verslaggeving over inspectieactiviteiten een belangrijke manier is om, door middel van transparantie, de betrokkenheid van burgers, ngo’s en andere belanghebbenden bij de uitvoering van milieuwetgeving te garanderen. Ze vermeldt ook dat de verslaggeving toegankelijk moet worden gemaakt in overeenstemming met de Richtlijn betreffende de vrije toegang tot milieu-informatie.
01/ De afdeling Milieu-inspectie Het milieuhandhavingsrapport start met een beschrijving van de organisatie en de werking van de afdeling Ên met een rapportering over de gebruikte middelen (personeel, budget ‌).
02/ Het jaar 2016 van MI in cijfers Het tweede deel van dit rapport geeft een aantal cijfers over de werklast en de activiteiten van de afdeling. Alle milieu-inspecties worden uitgevoerd op basis van een milieu-inspectieplan. Dit planmatig werken is een basisbeginsel van de aanbeveling. Zo vermeldt de aanbeveling onder andere dat om de doeltreffendheid van het inspectiesysteem te garanderen, de lidstaten erop toe moeten zien dat milieu-inspectieactiviteiten van tevoren worden gepland. Dit deel geeft een cijfermatig overzicht van de uitvoering en de resultaten van dit plan.
5
opmaak-LNE.indd 5
17/03/2017 12:07:44
Inhoud Voorwoord Inleiding Deel 1 – De afdeling Milieu-inspectie 1
Organisatie ........................................................................................ 11
1.1 1.2 1.3 1.4
Situering van MI .......................................................................................................................... 11 Opdracht .........................................................................................................................................12 Bevoegdheden .............................................................................................................................13 Interne structuur .......................................................................................................................14
2
Werking .............................................................................................. 17
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4
Strategische en operationele planninG ......................................................................... 17 Het Milieu-inspectieplan (MIP) ........................................................................................... 20 Waarom een Milieu-inspectieplan? ................................................................................ 20 Doelstellingen van het MIP ................................................................................................. 20 Totstandkoming van een MIP ........................................................................................... 20 Het MIP 2016 ................................................................................................................................ 20
3
Personeel en middelen............................................................................................ 23
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Personeel .......................................................................................................................................23 Aanwending van de kredieten .........................................................................................23 Laboratoriumkosten ...............................................................................................................23 Handhavingsstudies ................................................................................................................23 Overzicht van kosten m.b.t. labo-contracten, handhavingsonderzoeken en kwaliteitssysteem ..................................................................................................................24 Werkingsmiddelen....................................................................................................................24
Deel 2 - Het jaar 2016 in cijfers 1
Algemene cijfers ................................................................................ 33
1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8
Algemene gegevens ................................................................................................................. 33 Gegevens van externe oorsprong ................................................................................... 33 Vergunningen ............................................................................................................................. 33 Klachten .......................................................................................................................................... 33 Voorvallen .................................................................................................................................... 34 Parlementaire vragen .............................................................................................................34 Activiteiten MI .............................................................................................................................35 Inspecties .......................................................................................................................................35 Monsternames en metingen................................................................................................35 Processen-verbaal ..................................................................................................................... 36 Maatregelen .................................................................................................................................. 37 Bestuurlijke maatregelen...................................................................................................... 37 Veiligheidsmaatregelen .........................................................................................................38 Voorstellen tot schorsing en/of opheffing vergunning ......................................38 Verzoek tot wijziging of aanvulling milieuvergunningsvoorwaarden .....38
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 6
Milieuhandhavingsrapport 2016
2
Het handhavingssysteem omgevingsveiligheid .............................. 41
3
Het GPBV-handhavingssysteem ....................................................... 43
4
Het inspectieprogramma ketentoezicht .......................................... 44
5
Het REACH inspectieprogramma ....................................................... 45
Bijlagen Contactpersonen binnen MI Gebruikte afkortingen Adressen
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016
7
6 opmaak-LNE.indd 6
17/03/2017 12:07:45
01/ DE AFDELING MILIEU-INSPECTIE
opmaak-LNE.indd 7
17/03/2017 12:07:45
opmaak-LNE.indd 8
17/03/2017 12:07:47
1 ORGANISATIE Binnen het Vlaamse gewest is MI het belangrijkste orgaan voor het toezicht op de naleving van de milieuhygiÍnewetgeving. Dit hoofdstuk start met de situering van MI binnen de Vlaamse overheid en binnen het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Daarna wordt de aandacht volledig gericht op MI met een omschrijving van de opdracht en de bevoegdheden van de afdeling. De opdracht van MI is uitgebreid en vereist niet alleen ervaring op het terrein, maar ook kennis van zaken, planning en uniformiteit. Daarom heeft MI een dubbele structuur: naast de klassieke verticale structuur is ook een horizontale structuur opgezet in de vorm van werkgroepen per milieucompartiment. Verder wordt de integrale kwaliteitszorg binnen MI, of hoe MI voortdurend naar kwaliteitsborging en –verbetering streeft, nader toegelicht.
1.1
SITUERING VAN MI
Sinds 1 april 2006, met de reorganisatie van de Vlaamse overheid in het kader van Beter Bestuurlijk Beleid, maakt MI deel uit van het Departement LNE. De situering binnen het Departement LNE en de plaats van het departement binnen het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie worden gevisualiseerd in onderstaande organogrammen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016
11
1.2 OPDRACHT In uitvoering van het Milieuhandhavingsdecreet oefenen de toezichthouders van MI toezicht uit op de naleving van de milieuhygiënewetgeving. Joke Schauvliege, Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, stelt in haar beleidsnota Omgeving 2014-2019 dat de handhaving zich vooral moet toespitsen op de belangrijkste niet regulariseerbare overtredingen in termen van impact, omvang en duur en op het ketentoezicht op afvalstoffen. Dit, uitgebreid met het toezicht op de klasse 1-inrichtingen, is de kernopdracht van MI. MI streeft voortdurend naar een verhoging van de kwaliteit van de handhaving. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan een doelmatig, uniform en geïntegreerd optreden over heel Vlaanderen en wil MI een voorbeeldfunctie vervullen voor de lokale overheden. Handhaving vormt het sluitstuk van een goed milieubeleid. De geloofwaardigheid van dat beleid en het bereiken van effectieve milieuresultaten hangen immers af van de mate waarin en de manier waarop de milieuwetgeving wordt gehandhaafd. Naast MI zijn er nog vele andere actoren betrokken bij de handhaving van de milieuhygiënewetgeving. Om de handhaving in haar geheel te laten slagen, moeten alle instanties constructief samenwerken. In het bijzonder moeten concurrerende handhavingsactiviteiten worden vermeden. MI is actief in het vormen van netwerken tussen de instanties. Daarnaast heeft MI ook de taak om internationale contacten te leggen en om actief in te spelen op internationale vernieuwingen en tendensen. Voor de beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie heeft MI de opdracht om de Vlaamse minister te adviseren over de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de regelgeving. Hiertoe koppelt MI haar ervaringen op het terrein terug naar de beleidsmakers. Tot slot heeft MI de opdracht haar optreden en aanpak op geregelde tijdstippen kenbaar te maken en toe te lichten. Met die transparantie beoogt MI een voldoende breed maatschappelijk draagvlak voor de handhaving te creëren en te behouden. ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 12
Milieuhandhavingsrapport 2016
1.3 BEVOEGDHEDEN MI ontleent haar toezichtbevoegdheden aan het Milieuhandhavingsbesluit en houdt toezicht op de volgende Vlaamse milieuhygiënewetgeving (of delen ervan) en hun uitvoeringsbesluiten: 1° 2° 3° 4° 4°/1 5° 6° 7° 8° 9° 10°
11°
12°
13° 14° 15°
16°
17° 18° 19° 20°
21°
titel III, titel IV en titel XV van het decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid de wet van 28 december 1964 op de bestrijding van de luchtverontreiniging de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging; de wet van 18 juli 1973 op de geluidshinder de wet betreffende de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen het Materialendecreet het Grondwaterdecreet het Milieuvergunningendecreet de uitvoeringsbesluiten van de wetten en decreten, vermeld in punt 1° tot en met 7° verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de persistente organische verontreinigde stoffen en tot wijziging van richtlijn 97/117/EEG verordening (EG) nr. 166/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de richtlijn 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijn 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde afvalstoffen, vermeld in bijlage III of III A bij verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad, naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan het Oppervlaktedelfstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan het decreet Diepe Ondergrond en de uitvoeringsbesluiten ervan verordening (EU) nr. 333/2011 van de raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad het Pesticidendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, als het van toepassing is op hinderlijke
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 13
Milieuhandhavingsrapport 2016
22°
23°
24°
25°
26°
27°
28°
29°
inrichtingen vermeld in artikel 3 van het Milieuvergunningendecreet verordening EG nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en –mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt verordening (EG) nr. 1497/2007 van de Commissie van 18 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) Nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire brandbeveiligingssystemen die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten verordening (EG) nr. 1516/2007 van de Commissie van 19 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG
Daarnaast heeft MI ook toezichtbevoegdheid in het kader van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de federale staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
1.4 INTERNE STRUCTUUR MI heeft in elke provincie een buitendienst. Zij staan in hoofdzaak in voor de inspecties, het nemen van maatregelen en de voortgangscontrole bij de saneringen van de gecontroleerde bedrijven. Hun ‘ervaring op het terrein’ wordt gebruikt als input voor de terugkoppeling naar de beleidsmakers. Daarnaast zijn er twee centrale diensten. De belangrijkste taak van de dienst Toezicht zwarerisicobedrijven is de planmatige en systematische controle van de veiligheidsaspecten bij de zogenaamde sevesobedrijven. Het hoofdbestuur coördineert de werking van de thematische werkgroepen en staat in voor de administratieve ondersteuning van de afdeling (personeel, logistiek, financiën en begroting). Zo waken zij over de planning, de diepgang, de uniforme uitvoering en de integratie van de handhavingscampagnes en ondersteunen ze de toezichthouders. ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 14
Milieuhandhavingsrapport 2016
Deze werkgroepen vormen een horizontale structuur binnen de afdeling. Zij moeten garant staan voor een gecoördineerde en uniforme aanpak in het hele Vlaamse gewest. De werkgroepen zijn milieuthematisch georganiseerd, ze werken sectoroverschrijdend. De coördinatie van de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging in het kader van de gelijknamige Europese richtlijn Industriële Emissies gebeurt werkgroepoverstijgend via het management van MI, occasioneel bijgestaan door een ad hoc werkgroep GPBV handhavingssysteem, ook wel werkgroep industrie genoemd. Voor GPBV is er in de afdeling sinds 2015, naast de milieuthematische werking, ook een sectorale werking op poten gezet, die milieuthemaoverschrijdend is. Deze werking is niet structureel ingebed, maar volgt de Europese BREF-cycli. Uitzondering hierop is de sectorale werkgroep GPBV landbouw die wel een plaats heeft in de MI-structuur. Het organogram van MI visualiseert deze verticale en horizontale structuren. Een werkgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van elke buitendienst en een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur. Deze laatsten fungeren als gangmaker. De stafmedewerkers staan respectievelijk in voor het secretariaat en ICT.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 15
opmaak-LNE.indd 10
17/03/2017 12:07:50
2 WERKING 2.1 STRATEGISCHE EN OPERATIONELE PLANNING Met de opmaak en de uitvoering van het Milieu-inspectieplan (MIP) 2016 gaf de afdeling uitvoering aan haar doelstellingen zoals deze staan opgenomen in het Jaarlijks Ondernemingsplan (JOP) van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Het JOP geeft de doelstellingen weer voor verschillende werkingsjaren waarvan 2015 het eerste was. Het beschrijft hoe het Departement LNE in de periode 2014-2019 wil bijdragen aan een kwaliteitsvol leefmilieu. Het JOP geeft via beleidsdoelstellingen invulling aan het beleidskader uitgetekend door de beleidsnota’s omgeving, energie en dierenwelzijn, maar omvat ook doelstellingen voor het regulier beleid en doelstellingen gericht op een efficiënte organisatie en een slagkrachtig beleid. In het JOP zijn aan deze doelstellingen een tijdshorizon en prestatie indicatoren verbonden voor opvolging of kwantificatie van de vooruitgang die geboekt wordt t.a.v. het gestelde doel. Onderstaand overzicht geeft de JOP-doelstellingen voor MI voor 2016 weer. Deze doelstellingen, opgesteld voor de hele afdeling, worden op hun beurt in cascade doorvertaald naar persoonlijke doelstellingen die worden opgenomen in een persoonlijk planningsdocument voor alle personeelsleden. Op basis van de visie, missie, strategie en kernwaarden van de afdeling werd er gewerkt aan meer houvast en coherentie bij het nemen van beslissingen. De visie: de afdeling Milieu-inspectie draagt bij tot de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de Vlaamse Regering ter bescherming van mens en milieu. De missie: in uitvoering daarvan staat de afdeling Milieu-inspectie in voor een onafhankelijk, geloofwaardig, kwaliteitsvol, doelmatig en doeltreffend toezicht op en handhaving van de milieuhygiënewetgeving. De strategie is dit te doen door bevordering en controle van het nalevingsgedrag; • aanwezigheid op het terrein • terugkoppeling van onze terreinervaringen naar het beleid • samenwerking, afstemming en informatie-uitwisseling met andere relevante actoren • complementariteit met, en ondersteuning van lokale besturen De kernwaarden die voor de afdeling belangrijk zijn: • daadkracht • integriteit • oplossingsgericht • proportioneel • risicogestuurd • transparant • uniform • vakkundig • wendbaar
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 17
Beleidsdoelstellingen
JOP 2016-doelstellingen MI OD1.3 We versterken de voorbeeldrol van bedrijven OD8.2. We staan in voor de standpuntbepaling en deelname aan onderhandelingen en besluitvorming in actuele EU en multilaterale dossiers OD14.1 We zetten een risicogebaseerd meerjaren-Milieu-inspectieplan op OD14.2 We stellen, met respect voor de herschikking van de toezichtopdrachten inzake omgeving, een strategisch meerjarenprogramma voor controles vast OD14.3 We bouwen in de loop van de huidige regeerperiode het eigen toezicht op klasse 2-inrichtingen geleidelijk af, en we bouwen de ondersteuning van de lokale toezichthouders voor het toezicht op de klasse 2- en 3-inrichtingen geleidelijk uit OD14.8 We zullen in het kader van onze inspectie- en handhavingscampagnes de handhavingservaringen rechtstreeks terugkoppelen naar de bevoegde minister en voorstellen formuleren ten behoeve van een eenvoudige, transparante, uitvoerbare en handhaafbare regelgeving OD14.13 We stimuleren samenwerking, afstemming en informatie/data-uitwisseling tussen de verschillende toezichtsactoren OD14.14 We bouwen de structurele ondersteuning aan lokale toezichthouders en andere actoren verder uit OD14.15 We dragen bij aan de werkzaamheden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (VHRM) OD15.5. We klaren de knelpunten in de milieuhygiënereglementering met betrekking tot doorvoeropslagplaatsen van internationale maritieme gevaarlijke goederen in de zeehavens uit OD29.1. We richten toezicht en handhaving op illegale grondwaterwinningen en op grondwaterwinningen in beschermingszones OD35.1. We zien extra toe op de kwaliteitsborging bij het grondverzet zodat eventuele bodemverontreiniging vermeden wordt OD40.3 We werken maatregelen en instrumenten uit inzake de valorisatie van de diepe ondergrond OD41.2 We werken maatregelen en instrumenten inzake emissiereductie van industriële en andere stationaire bronnen uit OD42.2 We saneren hotspots van NO2 en PM10 in de zones Antwerpen en Gent en zware metalen in industriële zones OD42.4 We staan in voor een gecoördineerde aanpak voor de verdere vermindering van emissies en deposities van de dioxines en PCB’s OD42.5. We verminderen de fijnstofemissies, zware metalen, dioxines en PCB’s verder door toezicht en handhaving OD44.3. We behandelen klachten m.b.t. geluid-, geur- en lichthinder OD45.3. We werken een klantvriendelijk klachtenbeheersysteem voor hinder door geluid, geur, trillingen uit OD50.1 We nemen actief deel aan de stuurgroep PAS, de diverse werkgroepen en het regiebureau OD50.2 We leveren een bijdrage aan de totstandkoming van de Voorlopige PAS (VPAS) o.m. door middel van wettelijke en reglementaire initiatieven m.b.t. VLAREM en de voorbereiding van de DPAS OD50.3 We zien toe op de naleving van de wettelijke bepalingen m.b.t. verzurende en vermestende emissies van de landbouwsector via diverse gerichte preventieve controlecampagnes OD53.1 We leggen illegale afvalactiviteiten en –stromen (doorvoer, invoer en uitvoer) aan banden in uitvoering van het strategisch programma ‘ketentoezicht’ OD54.1 We bewaken de luchtkwaliteit bij biomassaverwerking en –verbranding OD54.2 We controleren alle relevante milieuaspecten bij vergistingsinstallaties OD56.2 We implementeren maatregelen m.b.t. F-gassen en (industriële) N2O OD56.3 We zorgen voor een efficiënte implementatie en naleving van het EU ETS in Vlaanderen OD58.1 We maken mee werk van de diverse op te stellen beleidsplannen OD69.1 We bereiden de transitie naar het beleidsdomein en het Departement Omgeving voor
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 18
Milieuhandhavingsrapport 2016
Regulier Beleid Interne Werking
We coördineren milieu-incidenten We maken een Milieu-inspectieplan (MIP) op We voeren het Milieu-inspectieplan en –programma’s uit We beheren het uitvoeringskader milieu-inspecties We volgen de uitvoering van het Milieu-inspectieplan en –programma’s op, evalueren deze en rapporteren hierover We beheren het permanentie- en responssysteem m.b.t. handhaving inzake milieuhygiëne We bereiden de milieuhygiëneregelgeving voor We zetten in op de verdere digitalisering van de handhaving We zorgen voor een continue en kwaliteitsvolle sturing van de organisatie We zorgen voor een continue en kwaliteitsvolle (management)ondersteuning
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 19
2.2 HET MILIEU-INSPECTIEPLAN (MIP) MI pakt de handhaving van de milieuhygiënewetgeving op een planmatige wijze aan. In haar jaarlijks Milieu-inspectieplan probeert MI al haar inspectieactiviteiten in kaart te brengen en te begroten qua budget en personeelsinzet.
2.2.1
Waarom een Milieu-inspectieplan?
De uitdaging waar de Vlaamse handhavers voor staan, is ervoor te zorgen dat het toezicht op de naleving van de milieuwetgeving evolueert van toevalstreffers naar een planmatige handhaving. Dit gebeurt via jaarprogramma’s voor de handhaving, waarin de prioriteiten voor een bepaald werkjaar worden vastgelegd en de handhavingsacties worden gepland. Essentieel is dat alle handhavingsacties worden uitgevoerd op basis van een diepgaand inzicht. Er is ook de algemene Europese trend naar een meer systematische, planmatige en gecoördineerde handhaving. Van de lidstaten wordt verwacht dat alle milieu-inspectieactiviteiten van tevoren worden gepland en dat dergelijke inspectieprogramma’s openbaar worden gemaakt.
2.2.2
Doelstellingen van het MIP
De doelstellingen van het MIP bevinden zich op verschillende niveaus. Op het niveau van de organisatie heeft het plan een doelmatige, deskundige, uniforme, integrale en sturende aanpak van de controles tot doel. Een tweede belangrijke doelstelling richt zich op het vlak van de effectiviteit van de controles. Het plan voorziet in diepgaande en zo mogelijk geïntegreerde controles bij klasse 1-inrichtingen die (potentieel) sterk milieubelastend zijn of die ernstige risico's voor de omgeving inhouden. Bij de selectie van de bedrijven of bedrijfssectoren wordt rekening gehouden met hun milieureputatie en -verleden. De beheersing van het werkvolume en de werkdruk is een derde doelstelling voor het opmaken van de jaarplanning. MI wordt immers geconfronteerd met een groot aantal en een grote diversiteit aan te controleren inrichtingen. Een goede jaarplanning moet prioriteiten leggen en daardoor helpen om het werkvolume en de werkdruk te beheersen.
2.2.3
Totstandkoming van een MIP
Het jaarlijks MIP is het resultaat van intern overleg waarbij alle toezichthouders van MI hun voorstellen kunnen laten horen. MI peilt daarnaast ook naar prioritaire handhavingsnoden bij andere (milieu) handhavingsactoren. De verzamelde voorstellen worden geïnventariseerd en uitgediept. Daarna worden de handhavingsprioriteiten voor het komende jaar vastgelegd. Het hoofdbestuur werkt de voorstellen uit en begroot zowel de personeelsinzet als het budget. Hierbij worden een aantal beginselen van professioneel projectmanagement toegepast: doelstellingen en verantwoordelijkheden worden duidelijk vastgelegd, mijlpalenplannen worden uitgetekend, criteria voor succes worden bepaald, … Het MIP wordt daarna definitief aanvaard door de staf.
2.2.4
Het MIP 2016
In het MIP 2016 zijn alle handhavingsactiviteiten van de afdeling opgenomen voor dat jaar. Heel wat inspectiecampagnes kaderen in of geven ondersteuning aan projecten van het MINA-plan 4 of geven uitvoering aan regionale, nationale en internationale verplichtingen. Het MIP 2016 geeft daarnaast uitvoering aan de Beleidsnota 2014-2019 – Omgeving van Joke Schauvliege, Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, door bijzondere aandacht te besteden aan twee specifieke doelgroepen nl. sevesobedrijven enerzijds en GPBV-bedrijven anderzijds en door ook een flink deel van de beschikbare inspectietijd te voorzien voor ketentoezicht op afvalstoffen. Ook emissiegerichte inspecties en controle van zelfcontroleactiviteiten van de bedrijven worden in dit kader onverminderd verdergezet in verschillende acties van het MIP 2016. Daarnaast is er in diverse acties ook aandacht voor andere accenten uit de beleidsnota onder andere voor de fijnstof problematiek. ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 20
Milieuhandhavingsrapport 2016
Overzicht van het MIP 2016 Aard Thema Water/REACH Water
Handhavingscampagnes
Geluid B&G Afval DBPn Lucht
Routine
GGO Energie Water Geluid Afval Lucht
REACH
Controle op naleving autorisatieplichtige stoffen (REACH) via bedrijfsafvalwatercontroles Controles op vraag van VMM Voedingsbedrijven onder richtlijn 91/271 Controle van de zelfcontrole water Lozing van gevaarlijke stoffen Geluids- en trillingsonderzoeken Controle op broomhoudende vlamvertragers bij stortplaatsen voor baggerspecie Controle van grondwaterwinningen Inspecties bij biogasinstallaties Controle opslaghoeveelheden van afvalstoffen en verontreinigde uitgegraven bodem Controles in het kader van de overeenkomst dierlijke bijproducten Controle op gefluoreerde ozonafbrekende stoffen en broeikasgassen Terugdringen van de lekverliezen van koelinstallaties in supermarkten Controle van de zelfcontrole lucht Geuronderzoeken Fijn stof (PM10): aanpak van diffuse emissies in 'hot spot'-gebieden Emissiemetingen bij biomassa- en houtafvalverbrandingsinstallaties Beperking van de emissie van dioxineachtige PCB's (bij schrootverwerkende bedrijven) Controles bij mobiele brekers SOF Controle VOS-emissies bij solventverbruikende bedrijven Controle van ingeperkt gebruik GGO's en pathogene organismen Controle energieplanning en energieaudit Controle van klasse 1 bedrijven die nog niet eerder werden gecontroleerd in Vlaams-Brabant Routine- en ad hoc monsternames afvalwater Ad hoc geluids- en trillingsmetingen Routine-monsternames afvalstoffen, bodem, grondwater Routine-emissiemetingen lucht Ad hoc immissiemetingen lucht Controle van milieuvergunningen Controle op de uitvoer van afvalstoffen via zeehavens Controle op op menging van afvalstoffen in bunkerolie Controle op het wegtransport van afvalstromen Controles in het kader van ketentoezicht Controle op de naleving van REACH
RIE
Ketentoezicht
Exploitatie
Titel
Uitvoeren van het RIE programma Controle BREF herziening
Reactief
Omgevingsveiligheid
Uitvoering van het sevesoprogramma Controle van de veiligheidsaspecten bij koelinstallaties op ammoniak Controle van LPG stations Controle van de bevoorradingsstations met CNG Uitvoering van het net-niet-sevesoprogramma Routinecontroles omgevingsveiligheid Breedbandmetingen van elektromagnetische straling van zendantennes (EMS) Klachten Voorvallen Evaluatieverslag proefvergunning Evaluatie werkplan + andere documenten Rapportering 'kantschriften' Voortgangscontrole (handhavingsinstrumentarium) ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 21
opmaak-LNE.indd 12
17/03/2017 12:07:52
3 PERSONEEL EN MIDDELEN 3.1 PERSONEEL In dit deel wordt een overzicht gegeven van de personele en financiĂŤle middelen die de afdeling ter beschikking heeft om haar opdracht uit te voeren.
Aantal personeelsleden A2A Afdelingshoofd en Stafmedewerkers
A2E
1
Hoofdbestuur Toezicht zwarerisicobedrijven Buitendienst Antwerpen
A2
A1
1
1
1
10
B1
C2
C1
D2
D1
1 1
2
1
1
Buitendienst OostVlaanderen Buitendienst VlaamsBrabant Buitendienst WestVlaanderen
1
1
Totaal 4
1
16
12
Buitendienst Limburg
Totaal
B2
12
16
1
5
2
2
27
9
1
3
1
3
17
14
2
5
2
7
1
4
1
1
13
5
81
1 1
2 6
19
5
11
1
25 14
1
17
2
132
3.2 AANWENDING VAN DE KREDIETEN 3.2.1
Laboratoriumkosten
Ter ondersteuning van haar sleutelproces 'Inspecteren en maatregelen nemen' sluit MI overeenkomsten af met erkende laboratoria voor het meten, bemonsteren en analyseren van allerhande stoffen en emissies. Voor de meting, monstername en analyse van afvalwater, koelwater en oppervlaktewater enerzijds en afvalstoffen, bodem en grondwater anderzijds werden per provincie overeenkomsten afgesloten. Om emissiemetingen uit te voeren op de schoorsteen van verbrandingsinrichtingen en procesinstallaties werd met twee laboratoria een contract afgesloten. Naast de hierboven vermelde algemene overeenkomsten werden nog enkele overeenkomsten afgesloten voor een aantal specifieke dossiers.
3.2.2
Handhavingsstudies
In bepaalde omstandigheden is het noodzakelijk bijkomende studies te laten verrichten door gespecialiseerde laboratoria of deskundigen. Zo kunnen bijvoorbeeld niet-courante analyses worden uitgevoerd of kan de milieu-impact van een specifiek bedrijf worden onderzocht. De studies worden uitgevoerd ter advisering en ter voorlichting van MI.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 23
In toepassing van het kwaliteitssysteem wordt een kwaliteitshandboek onderhouden en opgevolgd. Hierbij wordt geregeld een interne audit binnen MI uitgevoerd.
3.2.3
Overzicht van kosten m.b.t. labo-contracten, handhavingsonderzoeken en kwaliteitssysteem
Het totale beschikbare vastleggingskrediet voor 2016 bedroeg € 2.177.000 en werd volledig vastgelegd. Het ordonnanceringskrediet bedroeg € 2.074.000 en werd voor 85% uitbetaald.
3.2.4
Werkingsmiddelen
De toezichthouders van MI beschikken over heel wat middelen om hun taken efficiënt en effectief uit te voeren. Bij de voorbereiding van een inspectie kan een toezichthouder gebruik maken van het papieren dossier dat op elke buitendienst aanwezig is. Daarnaast hebben ze toegang tot diverse andere documenten (door raadpleging van informatie bij andere entiteiten en/of door raadpleging van databanken via internet): integraal milieujaarverslag, milieueffectrapporten, veiligheidsrapporten, decretale milieuaudits, meldingen van afvoer van afvalstoffen, meetresultaten allerhande, … Elke dienst heeft bovendien een beperkte bibliotheek met publicaties over de handhaving van de milieuhygiënewetgeving en boeken die het mogelijk maken om de evolutie in de gebruikte technieken en in de (handhaving van de) milieuhygiënewetgeving te volgen. Daarnaast gebruiken de toezichthouders een elektronisch dossieropvolgingssysteem, waarmee op een eenvoudige manier een overzicht kan bekomen worden van de verschillende documenten die bij MI aanwezig zijn over het betrokken bedrijf. Voor de uitvoering van de inspecties beschikken de toezichthouders van MI over heel wat materieel en over aangepaste dienstwagens. In de meeste dienstwagens is een scheidingswand aangebracht tussen de passagiers- en de kofferruimte zodat propere en mogelijk gecontamineerde items gescheiden kunnen vervoerd worden. Bovendien zijn de meeste dienstwagens, voorzien van een koelbox, waarmee genomen monsters gekoeld en in het donker kunnen vervoerd worden tussen de plaats van monstername en het laboratorium. Voor het zelf uitvoeren van metingen op het terrein beschikken de toezichthouders onder meer over pH- en temperatuurmeters, zuurstofmeters, geleidbaarheidsmeters, geluidsmeters, trillingsmeters, radioactiviteitsmeters, gasdetectiemeters, explosiemeters en PAK-markers. MI zorgt voor het onderhoud en de ijking van deze toestellen. Om bepaalde situaties vast te leggen beschikken de toezichthouders ook over een fototoestel. Ook voor het uitvoeren van monsternames van water, afval en bodem beschikken de toezichthouders over een grote hoeveelheid materieel. Bovendien is er een grote aandacht voor de persoonlijke bescherming tijdens de inspecties: ook hiervoor zijn tal van beschermingsmiddelen, waaronder ook diverse meettoestellen ter beschikking. Om de goede werking van de afdeling te waarborgen beschikt MI aldus over een aantal kredieten die haar in de mogelijkheid stellen de noodzakelijke aankopen te realiseren en te zorgen dat haar personeelsleden de nodige vormingen kunnen volgen.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24
Milieuhandhavingsrapport 2016
Stafdienst
Paul Bernaert
Hedwig Stylemans
Jos Tits
afdelingshoofd
secretaris
toezichthouder
Hoofdbestuur
Paul Cuypers
Geert Keppens
Ilse Maes
Jeroen November
diensthoofd
Christophe Bervoets toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
hoofddeskundige
toezichthouder
Bart Palmans
Peter Permanne
Saartje Swinnen
Krista Thomas
Daisy Van Calster Roel Vaneerdeweg
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Rita Van Ham
Jan Van Hoeymissen toezichthouder
Tanja Verschaeren
Martine Blondeel
toezichthouder
medewerker
toezichthouder
hoofdmedewerker
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 25
Milieuhandhavingsrapport 2016
Toezicht Zwarerisicobedrijven
Wilfried Van den Wilfried Biesemans Acker diensthoofd toezichthouder
Peter De Neve
Christof De Pauw
Inge Dils
Christel Gernay
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Marc Van Kerckvoorde toezichthouder
Nele Loos
Ingrid Roels
Philip Tanghe
Leentje Timmerman
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Buitendienst Antwerpen
Linda Van Geystelen diensthoofd
Michael Allison
Bart Boschmans
Ivo Broekmans
Ilse Colman
Anne Colman
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
medewerker
toezichthouder
Els De Jonghe
Marc De Strooper
Kris De Wree
Ann Devisschere
Monique Dirickx
Diane Haelwaeters
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 26
Milieuhandhavingsrapport 2016
Lief Mannaerts
Jos Moeskops
An Swinnen
Chris Tackaert
Jan Valckx
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Karen Van Craenenbroeck toezichthouder
Anja Van der Auwera toezichthouder
Ann Van Deun
Rinus Van Roten
Joffrey Vanmoer
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
An Van Steenbergen toezichthouder
Hans Vermeiren
Wim Vermetten
Veerle Wiercx
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Peggy Cloostermans toezichthouder
RafaĂŤl de Sousa Cecilia toezichthouder
hoofdmedewerker hoofdmedewerker
Joke Valckx medewerker
Buitendienst Limburg
Freddy Noels
Karolien Bers
Peter Brien
Erwin Brouwers
diensthoofd
toezichthouder
toezichthouder
hoofdmedewerker
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 27
Guido Gerits
Ann Janssens
Tom Maes
Filip Moers
Tom Nuyts
Rudi Rademaekers
medewerker
toezichthouder
toezichthouder
medewerker
toezichthouder
toezichthouder
Liesbet Rommens
Peter Schoups
toezichthouder
toezichthouder
Sybille Vanderhenst Kaat Vanmeeren toezichthouder
toezichthouder
Josee Vanthienen medewerker
Buitendienst Oost-Vlaanderen
Greta De Maesschalck diensthoofd
Carine Baert
Carmen Bauwens
Peter Coene
Greet De Wandeler
Hans Delcourt
medewerker
medewerker
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Jens Demeyer
Bart Dewaele
Fatma Erkalkan
Sofie Fevery
Gert Govaerts
Lieve Joos
toezichthouder
toezichthouder
assistent
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 28
Milieuhandhavingsrapport 2016
Marian Lagrou
Myriam Macharis
Steven Overmeire
Eric Ryckaert
Steven Van Acker
Els van Bever
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Eric Van Gijseghem
Wilfried Van Vaerenbergh toezichthouder
Gregory Vanneste
Frank Verslype
Peter Wesemael
ValĂŠrie Yde
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Buitendienst Vlaams-Brabant
Marc Vanthienen
Patrick Bergen
Dirk Crivits
Mathy De Preter
Katleen Dethier
Robert Dupont
diensthoofd
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
Jef Feyaerts
Carine Holsbeekx
Koen Mandonx
Kevin Pauwels
Tina Poels
Christiane Reinquin
toezichthouder
medewerker
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
hoofdassistent
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 29
Gert Van de Cauter Philippe Verbecq toezichthouder
toezichthouder
Buitendienst West-Vlaanderen
Wim Delaere
Iris Castel
Pieter Decock
Marc De Vos
Danny Deygers
Carl Feryn
diensthoofd
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
medewerker
Joachim Haezebrouck toezichthouder
Joke Lahousse
Godelieve Martens
Koen Mergaert
Robrecht Pillen
medewerker
assistent
toezichthouder
toezichthouder
Katelijne Schaerlaekens toezichthouder
Tine Soetens
Yoeri Van Dam
Nele Vanassche
Betty Verstraete
toezichthouder
toezichthouder
Geert Van Landschoot toezichthouder
toezichthouder
toezichthouder
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 30
Milieuhandhavingsrapport 2016
02/ HET JAAR IN CIJFERS
opmaak-LNE.indd 15
17/03/2017 12:07:54
opmaak-LNE.indd 16
17/03/2017 12:07:55
1 ALGEMENE CIJFERS In dit deel worden de activiteiten van de afdeling voorgesteld aan de hand van een aantal cijfers. Deze cijfers geven nooit een volledig beeld van de activiteiten van MI, maar kunnen in een aantal gevallen wel een goede aanwijzing zijn voor tendensen of evoluties. Cijfers geven ook basisinformatie voor de planning en evaluatie van het MIP.
1.1
ALGEMENE GEGEVENS
Beschikken over juiste gegevens is essentieel voor een doeltreffende handhaving. De basis hiervoor vormt de kennis van de hinderlijke inrichtingen in Vlaanderen en hun milieuvergunningen. MI verzamelt haar gegevens van deze bedrijven in een databank. Deze gegevens zijn zeker niet volledig maar vormen de basis om de activiteiten van de afdeling doeltreffend te kunnen plannen.
Aantal GPBV-installaties industrie(1) – landbouw(2)
(1)
(2)
Installaties met hoog risico
165
0
Installaties met middelhoog risico
173
7
Installaties met laag risico
473
830
Totaal
811
837
Aantal seveso-inrichtingen Hogedrempelinrichtingen
161
Lagedrempelinrichtingen
125
Totaal
286
Overzicht aantal bedrijven Klasse 1
22.978
Klasse 2
50.055
Totaal
73.033
1.2 GEGEVENS VAN EXTERNE OORSPRONG 1.2.1
Vergunningen
Overzicht besluiten over klasse 1bedrijven voor 2016 Nieuwe exploitaties
215
hermachtigingen
692
Verandering of uitbreiding
755 Totaal:
1.662
Geweigerde vergunningen eerste aanleg
161
Definitieve weigeringen
23
Proefvergunningen
31
1.2.2
MI ontvangt heel wat informatie van buitenaf. Zo krijgt ze een afschrift van alle besluiten aangaande milieuvergunningsaanvragen en bodemsaneringsprojecten.
Klachten
MI ontvangt elk jaar heel wat milieuklachten. Niet alle klachten hiervan zijn voor MI bestemd. Klachten over klasse 1-inrichtingen worden door MI behandeld, evenals klachten over klasse 2- en klasse 3inrichtingen die zware hinder veroorzaken. Op de website van MI wordt beschreven welke klachten MI wel of niet behandelt (https://www.lne.be/inspecteren-en-maatregelen-nemen).
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 33
Overzicht klachten per klasse
Klachten per milieucompartiment*
Klasse 1
2125
Aantal betrokken bedrijven of locaties 545
Klasse 2
172
119
Klasse 3 Niet-ingedeelde inrichting Totaal
52
38
230
106
2579
808
Aantal klachten
Geur
1.285
Geluid
603
Exploitatie
616
Lucht
217
Afval
139
Lozing
355
Bodem en grondwater
65
Mest
33
Veiligheid
26
Licht
35
Aantal daartoe uitgevoerde inspecties
2.466
*Eén klacht kan handelen over meer dan één milieucompartiment
1.2.3
Voorvallen
Alle exploitanten hebben bij de uitbating van hun bedrijf de plicht alle nodige maatregelen te treffen om de buurt te beschermen tegen de risico’s voor en de gevolgen van voorvallen. Dat betekent onder andere dat zij de noodzakelijke interventiemiddelen moeten voorzien. Bij hinder, schade of gevaar daartoe moeten ze onmiddellijk alle nodige maatregelen treffen om die toestand te verhelpen. Eventueel opgetreden verontreiniging moeten zij op verantwoorde wijze ongedaan maken. Ondanks alle mogelijke preventieve maatregelen gebeuren er echter nog steeds onvoorziene emissies die tot hinder kunnen leiden. Soms escaleren deze voorvallen in die mate dat ze schade berokkenen aan de mensen of het milieu in de omgeving van het bedrijf. Naast de zorgplicht rust er ook een meldingsplicht op de exploitanten: ze moeten de voorvallen en de genomen maatregelen melden bij de burgemeester en MI. Als er een voorval heeft plaatsgevonden zal MI, als dat relevant is, er zich van vergewissen of inderdaad de nodige gevolgbeperkende maatregelen werden getroffen. De exploitanten moeten niet alleen voorvallen in de strikte zin melden. Ook als zuiveringstechnische voorzieningen uitvallen en als emissie- of immissienormen overschreden worden, moeten de toezichthouders op de hoogte gebracht worden. Melding van voorvallen Aantal meldingen
1.2.4
1.475
Parlementaire vragen
MI geeft elk jaar heel wat input bij het beantwoorden van diverse vragen vanuit het Vlaams Parlement. Het betreft hierbij schriftelijke vragen, vragen om uitleg en interpellaties. Meestal noodzaken deze vragen niet tot het verrichten van bijkomende inspecties: de dossiers zijn bij MI goed bekend en er is weinig tijd beschikbaar tussen het stellen van de vraag en het meedelen van het ontwerp van antwoord. Behandelde parlementaire vragen Aantal schriftelijke vragen
20
Aantal interpellaties
0
Aantal vragen om uitleg
7
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 34
Milieuhandhavingsrapport 2016
1.3 ACTIVITEITEN MI 1.3.1
Inspecties
Inspecties op het terrein vormen de basis van het toezicht. Naast routinecontroles wordt een groot deel van de inspecties uitgevoerd in het kader van een gecoördineerd project, na klachten of als voortgangscontrole van een eerder optreden. Het grootste aantal inspecties wordt uitgevoerd tijdens de normale werkuren. Aanvullend wordt er ook ’s avonds, ’s nachts en tijdens het weekend geïnspecteerd, aangezien milieuvervuiling geen ‘nine to five’aangelegenheid is. Toezichthouders stellen na iedere inspectie een verslag op. Overzicht van het aantal uitgevoerde inspecties en gecontroleerde bedrijven Aantal uitgevoerde inspecties
11.503
- tijdens de diensturen
6.498
- 's avonds
2.750
- ’s ochtends / ‘s nachts
1.481
- weekend / feestdagen Aantal gecontroleerde bedrijven
1.3.2
774 4.513
Monsternames en metingen
Een toezichthouder kan veel vaststellen met de eigen zintuigen, maar dikwijls is het toch noodzakelijk om monsters te nemen voor een correcte en volledige technische vaststelling of om de juiste graad van verontreiniging of niet-conformiteit met de regelgeving te bepalen. Ook in 2016 werden heel wat monsters genomen. Rekening houdend met het feit dat elk monster geanalyseerd wordt op verschillende parameters, betekent dit dat er vele duizenden analyses werden uitgevoerd. Overzicht van het aantal monsternames Afval
629
Bodem
0
Grondwater
55
Water
1.483
1.3.2.1 Monsternames afvalwater De routinemonsternames van afvalwater worden steeds op voorhand gepland. MI stelt elk jaar een planning op voor de in het volgend jaar uit te voeren afvalwatercontroles. Er wordt gewerkt met een basisfrequentie. Dit is de minimale frequentie waarmee een bedrijf wordt gecontroleerd. De basisfrequentie is afhankelijk van het geloosde debiet, de bestemming van de lozing (riool of oppervlaktewater) en het al dan niet aanwezig zijn van gevaarlijke stoffen in het effluent. De basisfrequentie kan worden aangepast in functie van de voorgeschiedenis van het bedrijf en de beschikbare personele en budgettaire middelen bij de afdeling. De controles vallen uiteen in twee grote groepen. Enerzijds zijn er de steekproeven, waarbij tijdens een (onaangekondigde) controle een schepstaal van het geloosde afvalwater genomen wordt. Dit resulteert in een momentopname van de kwaliteit van het op dat moment geloosde afvalwater. Anderzijds zijn er de uitgebreide controles, waarbij een erkend laboratorium een monsternametoestel plaatst in opdracht van MI en zo gedurende enkele dagen tot weken, de lozing volgt.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 35
Resultaten afvalwatercontroles Gecontroleerde bedrijven
708
- met steekproef
575
- met uitgebreide controle
133
aantal monsters
1.483
Bedrijven één of meermaals in overtreding
1.3.2.2
66
Monsternames afvalstoffen, bodem en grondwater
Sinds 2007 hanteert de afdeling een richt-frequentietabel waarin wordt vastgelegd waar en hoe dikwijls afvalstoffen worden bemonsterd, rekening houdend met het beschikbare budget en de beschikbare toezichthouders. Deze planning omvat bemonsteringen bij afvalproducerende en afvalverwerkende bedrijven en bij producenten van grondstoffen uit afvalstoffen. Een gedeelte van het budget wordt voorbehouden voor de bemonstering en analyse van afvalstoffen in niet-geplande situaties. 1.3.2.3
Metingen lucht en geluid
Net zoals monsternames zijn ook metingen noodzakelijk om een efficiënte controle mogelijk te maken of om de juiste graad van verontreiniging of overtreding te bepalen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitgevoerde metingen in 2016. Overzicht van het aantal routinemetingen Lucht
121
Geluid
72
1.3.2.4
Controles van koelinstallaties
MI controleert jaarlijks de exploitatie van koelinstallaties in bedrijven. Voorkomen en beperken van lekken aan koelinstallaties is belangrijk voor zowel de bescherming van de stratosferische ozonlaag als de bestrijding van het broeikaseffect.
1.3.3
Overzicht geteste koelinstallaties Koelmiddel
Aantal geteste installaties
Lekkende installaties (%)
R22
8
88
R507 + R507a
27
48
R404a
24
62
R134a
38
55
R407 + R407c
42
10
Processen-verbaal
Een aanvankelijk proces-verbaal wordt opgesteld na de vaststelling van een milieumisdrijf en wordt verstuurd naar de procureur des Konings. In één proces-verbaal kunnen verschillende overtredingen worden opgenomen. Bij het overzicht van de opgestelde processen-verbaal wordt er een onderscheid gemaakt tussen schendingen van het Milieuvergunningsdecreet en schendingen van andere wetgeving. Binnen het Milieuvergunningsdecreet wordt er verder een onderscheid gemaakt tussen het ontbreken van een (volledige) vergunning en het niet naleven van de voorwaarden. In de onderstaande tabel is de som van de laatste drie rijen daarom groter dan het getal in de eerste rij. Op basis van de ‘Prioriteitennota vervolgingsbeleid milieurecht in het Vlaams gewest’, die op 18 maart 2013 werd ondertekend door de Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu en de Federale minister bevoegd voor Justitie, kan MI in een proces-verbaal melding maken van het prioritaire karakter van een overtreding volgens de criteria die in de prioriteitennota zijn opgenomen. Naast de aanvankelijke processen-verbaal worden ook heel wat navolgende processen-verbaal opgesteld. Daarmee worden aanvullende inlichtingen over een aanvankelijk proces-verbaal aan de procureur des ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 36
Milieuhandhavingsrapport 2016
Konings bezorgd. Dat gebeurt op eigen initiatief van MI of na een verzoek van het parket. Zo worden gegevens verstrekt over de bestuurlijke voortgangscontrole door MI, wordt een verklaring van de vermoedelijke overtreder doorgestuurd of wordt gemeld dat feiten opnieuw werden vastgesteld. Als het bedrijf na een aanmaning van MI aan alle voorschriften voldoet, wordt dat eveneens gemeld.
Aanvankelijke processen-verbaal
Navolgende processen-verbaal
Totaal aantal
492
Aantal prioritaire processen-verbaal
177
Aantal niet-prioritaire processen-verbaal
315
Wegens geen of gedeeltelijke vergunning
253
Wegens niet naleven voorwaarden
371
Andere wetgeving
76
1.3.4
Totaal aantal
256
Maatregelen
Op 1 mei 2009 trad het nieuwe milieuhandhavingsdecreet in werking. Dit heeft een belangrijke invloed op de manier waarop MI dossiers afhandelt die na een aanmaning een verdere behandeling vragen. 1.3.4.1
Raadgevingen en aanmaningen
Als MI bij een inspectie geen overtredingen vaststelt maar aanwijzingen heeft dat er in de toekomst wel een overtreding kan ontstaan, bijvoorbeeld omdat nieuwe of aangepaste wetgeving in voege zal treden of omdat de toezichthouders vanuit hun expertise oordelen dat installaties zouden kunnen falen, dan kan een raadgeving aan de exploitant worden verstuurd om er voor te zorgen dat conformiteit met de wetgeving continu wordt verzekerd. Stelt MI evenwel overtredingen vast, dan wordt de exploitant steeds aangemaand om de toestand te saneren en om alle toepasselijke bepalingen in wetten, decreten, besluiten en vergunningen na te leven. Gewoonlijk volstaat een aanmaning om te komen tot de nodige saneringen. Een aanmaning bestaat in de meeste gevallen uit verschillende deelaanmaningen, die tegen verschillende data moeten uitgevoerd worden. Pas als alle deelaanmaningen zijn uitgevoerd, registreert MI dat de sanering is uitgevoerd. Raadgevingen en aanmaningen Zonder proces verbaal
1.121
Na proces verbaal
361
1.3.5
Bestuurlijke maatregelen
Met de inwerkingtreding van het nieuwe milieuhandhavingsdecreet, kunnen de toezichthouders van MI bestuurlijke maatregelen opleggen wanneer zij een milieumisdrijf of een milieu-inbreuk vaststellen. Overzicht bestuurlijke maatregelen Bevel tot staking
3
Bevel tot regularisatie
9
Bestuursdwang Combinatie van bovenstaande bestuurlijke maatregelen
0 3
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 37
1.3.6
Veiligheidsmaatregelen
Veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen waarbij de toezichthouders alle handelingen kunnen stellen of opleggen die zij onder de gegeven omstandigheden nodig achten om een aanzienlijk risico voor mens of milieu uit te schakelen, tot een aanvaardbaar niveau in te perken of te stabiliseren. Ook de veiligheidsmaatregel is een nieuw instrument dat sinds 1 mei 2009 ter beschikking staat van de toezichthouder. In 2016 werd één veiligheidsmaatregel getroffen.
1.3.7
Voorstellen tot schorsing en/of opheffing vergunning
Als een exploitant de bepalingen van het Milieuvergunningendecreet en zijn uitvoeringsbesluiten of de vergunningsvoorwaarden niet naleeft, kan de bevoegde overheid op voorstel van een toezichthouder de vergunning geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen, alsook de vergunningsvoorwaarden wijzigen of aanvullen. In 2016 formuleerde MI één voorstel tot schorsing van de vergunning.
1.3.8
Verzoek tot wijziging of aanvulling milieuvergunningsvoorwaarden
De bevoegde overheid kan bij gemotiveerde beslissing de in de lopende vergunning(en) opgelegde voorwaarden wijzigen of aanvullen op verzoek van de toezichthoudende overheid. In 2016 diende MI twee verzoeken in tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden bij de deputatie. De vergunningsvoorwaarden werden gewijzigd in 1 dossier. Het tweede verzoek is nog lopende.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 38
Milieuhandhavingsrapport 2016
39
Specifieke handhavingscampagnes
Project
Acties
52 59
Controles op vraag van VMM
Voedingsbedrijven onder richtlijn 91/271
Water
Afval
Controle van grondwaterwinningen
B&G
30
25
3
42
4
6
0
1
3
8
8
0
0
4
PV's
18
22
0
17
7
12
19
0
4
14
Aanmaningen
Vergunde hoeveelheden worden vooral overschreden voor houtafval.
Correct beheer en onderhoud van grondwaterwinningen blijft vaak problematisch.
Oorzaak hinder door laag frequent geluid niet van industrie na uitvoerig onderzoek.
Bedrijven worden vaak aangemaand omdat niet alle parameters werden opgenomen in het zelfcontroleprogramma. Melden en remediëren van overschrijdingen vraagt nog meer aandacht.
De concentraties van de broomhoudende brandvertragers, perfluortensiden, dioxinen en furanen in bedrijfsafvalwater lijken momenteel onder controle. (Verboden) pesticiden zoals aldrin, dichloorvos, carbendazim, chloorpropham en desethylterbutyalzine werden nog enkele keren teruggevonden in afvalwaters van serristen en verwerkers van aardappelen en suikerbieten.
Uit de voortgangscontroles blijkt dat een aantal bedrijven de waterzuivering onvoldoende onder controle houden.
Terreinvaststellingen van VMM helpen AMI om handhavingsinspanningen efficiënt in te zetten.
Er werden geen significante concentraties van broomhoudende brandvertragers in het grondwater vastgesteld.
Ftalaten werden slechts 1 keer gedetecteerd in bedrijfsafvalwater. Hexabromocyclododecane (HBCDD) werd gedetecteerd maar onder de toegelaten emissiegrenswaarde. Dichloorethaan en trichlooretheen werden niet aangetroffen in het bedrijfsafvalwater.
De werkelijk verwerkte afvalstromen komen vaak niet overeen met de geregistreerde afvalstromen.
Milieuhandhavingsrapport 2016
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
Controle opslaghoeveelheden van afvalstoffen en verontreinigde uitgegraven bodem
Geluids- en trillingsonderzoeken
Geluid
Controle van de zelfcontrole water
66
6
Controle op broomhoudende vlamvertragers bij stortplaatsen voor baggerspecie
B&G
Reach
Lozing van gevaarlijke stoffen
30
Controle op de naleving autorisatieplichtige stoffen (REACH) via bedrijfsafvalwatercontroles
Water/
17
Titel
Inspecties bij biogasinstallaties
Afval
Thema
Geïnspecteerde bedrijven
40
50
/
28 2
30
36
12
31 21 16
Controle op gefluoreerde ozonafbrekende stoffen en broeikasgassen
Terugdringen van de lekverliezen van koelinstallaties in supermarkten
Controle van de zelfcontrole lucht
Geuronderzoeken
Fijn stof (PM10): aanpak van diffuse emissies in 'hot spot'-gebieden
Emissiemetingen bij biomassa- en houtafvalverbrandingsinstallaties
Beperking van de emissie van dioxineachtige PCB's (bij schrootverwerkende bedrijven)
Controle bij mobiele brekers
Controle VOS-emissies bij solventverbruikende bedrijven
Controle van ingeperkt gebruik GGO's en pathogene organismen
Controle energieplanning en energieaudit
Lucht
GGO
Energie
0
2
2
3
1
9
4
1
1
/
7
2
0
6
9
23
11
14
28
1
10
/
21
25
Bij de meeste gecontroleerde bedrijven werden de verplichte maatregelen uitgevoerd of werd een afwijking aangevraagd.
Regelgeving ingeperkt gebruik onvoldoende toegepast bij 1/3 van gecontroleerde bedrijven.
‘Oude’ maar moeilijke wetgeving zorgt nog steeds voor gebrekkige implementatie.
Bij breekinstallaties laat de implementatie van stofbeperkende maatregelen nog geregeld te wensen over.
Daar waar nodig zijn bij grote schrootverwerkende bedrijven de opgelegde saneringen, ter beperking van de (diffuse) emissies van PCB's naar lucht en water, verder opgevolgd.
Milieu-inspectie blijft binnen deze sector regelmatig problemen vaststellen, voornamelijk met de naleving van emissiegrenswaarden (waarbij vooral de emissie van verbrandingsparameters en dioxines de normen regelmatig overschrijden) en met de kwaliteit van het hout dat wordt ingezet als brandstof.
De voortdurende inspanningen van MI en andere actoren werpen hun vruchten af: 2016 is het derde opeenvolgende jaar waarbij in Vlaanderen geen normoverschrijding van het toegelaten aantal PM10-daggrenswaarden is vastgesteld.
Uitsluitsel over veroorzaker geurhinder na geuronderzoek in de omgeving van 2 bedrijven.
De meeste tekortkomingen situeren zich op het vlak van het onvoldoend frequent uitvoeren van zelfcontrolemetingen.
De geselecteerde supermarkt heeft een globaal actieplan opgesteld waarin specifieke acties voor installaties met hoge relatieve lekverliezen opgenomen zijn.
Verschillende koelinstallaties hebben nog steeds hoge relatieve lekverliezen.
De identificatie, opslag, vervoersdocumenten, geregistreerde vervoerders, reine en onreine zones bij dierlijke bijproducten blijven een steeds terugkerend probleem.
Milieuhandhavingsrapport 2016
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
16
100
Controles in het kader van de overeenkomst dierlijke bijproducten
DBPn
2 HET HANDHAVINGSSYSTEEM OMGEVINGSVEILIGHEID Het handhavingssysteem omgevingsveiligheid wordt uitgevoerd door de dienst Toezicht zwarerisicobedrijven en bestaat uit het seveso-inspectieprogramma, het net-niet-sevesoprogramma en een aantal handhavingscampagnes bij andere dan seveso-inrichtingen. Bij de uitvoering van het seveso-inspectieprogramma lag in 2016 de focus op de wijze waarop de sevesobedrijven hun veiligheidsbeheersysteem uitwerken en implementeren en op incidenten- en ongevallenonderzoek. Bij ongeveer de helft van de controles was de voortgangscontrole van de tijdige en effectieve uitvoering van de corrigerende acties een thema. Er werd bijzondere aandacht besteed aan de CLP-vertaalslag die door de bedrijven werd ingediend. Het gebruik van de SIT’s (Seveso Inspectie Tools) wordt meer en meer aanvaard door de bedrijven. Door het feit dat dit openbare documenten zijn en beschikbaar op het internet, maakt het duidelijk voor de industrie wat de inspectiediensten verwachten voor elk veiligheidsthema. Controles door Toezicht zwarerisicobedrijven
252
Aantal gecontroleerde bedrijven
Percentage gecontroleerde seveso-inrichtingen
83%
Aantal controles waarbij een systematisch onderzoek gebeurd van minstens één onderdeel van het veiligheidsbeheersysteem
219 258 481
Aantal controles waarbij de opvolging van eerdere vaststellingen aan bod kwam Totaal aantal controles
Bij inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die de lage drempelwaarden benaderen, kan een kleine variatie in die hoeveelheden de sevesostatus beïnvloeden. Sommige exploitanten maken ook de bewuste keuze om de aanwezige hoeveelheden te beperken tot (net) onder de lage drempel. Dergelijke inrichtingen vallen dan wel buiten het toepassingsgebied van het Samenwerkingsakkoord betreffende de beheersing van zware ongevallen, maar de risico’s voor zware ongevallen zijn allicht vergelijkbaar met de risico’s van een lagedrempelinrichting die de drempelwaarden net overschrijdt. Daarom werd in 2016 bij 10 net-niet-seveso-inrichtingen een systematische controle uitgevoerd. Hier werden o.m. de inspectie-instrumenten gebruikt die al eerder zijn ontwikkeld. Soms worden er ook ‘onderzoeken op maat’ uitgevoerd. De controles op de veiligheidsaspecten van koelinstallaties op ammoniak beginnen vruchten af te werpen: de sector van de koelinstallateurs heeft ingezien dat de controles wel degelijk nuttig zijn omdat de uitbaters gestimuleerd worden hun installaties beter te (laten) beheren. Er worden nog steeds uitbaters van LPG-stations betrapt waar men kan tanken zonder dat er toezicht is door de exploitant of een aangestelde. Verder bleek één maal een opslagtank afgekeurd te zijn. De uitbater kreeg van onze dienst het bevel de tank onmiddellijk leeg te laten maken. De tank werd verzegeld totdat deze hersteld was en conform verklaard. Bij de meestal nieuwe CNG-stations worden quasi geen overtredingen vastgesteld. handhavingscampagnes
Geïnspecteerde bedrijven
PV’s
Aanmaningen
Controle van de veiligheidsaspecten bij koelinstallaties op ammoniak
10
1
7
Controle van LPG-stations
31
2
15
Controle van CNG-stations
14
0
1
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 41
Milieuhandhavingsrapport 2016
opmaak-LNE.indd 20
17/03/2017 12:08:00
3 HET GPBV-HANDHAVINGSSYSTEEM MI stelde in 2012-2013 een specifiek GPBV-handhavingsplan op voor GPBV-installaties. Het maakt, samen met het GPBV-handhavingsprogramma, deel uit van het GPBV-handhavingssysteem. Het plan omvat alle GPBV-installaties op Vlaams grondgebied, een algemene lijst van relevante en significante milieuaspecten en een bijzondere beoordeling van de relevantie van deze milieuaspecten per GPBV-installatie. Het GPBVhandhavingsplan omvat ook een berekende risicoklasse die aan de GPBV-installatie wordt toegekend, met vermelding van de hiermee verbonden minimale inspectiefrequentie (jaarlijks, tweejaarlijks, driejaarlijks). De opeenvolgende jaarlijkse GPBV-handhavingsprogramma’s voor routinematige controles bij GPBVinstallaties zorgen ervoor dat er afdekkend (alle relevante milieuaspecten per GPBV-installatie worden binnen een zekere tijd tijdens een plaatsbezoek onderzocht) en risicogebaseerd (de frequentie van controle hangt samen met de risicoklasse) gecontroleerd wordt. MI stelde in het begin van 2016 haar GPBV-handhavingsprogramma op en voerde het uit. Afdekkingsgraad ‘alle relevante milieuaspecten’ in 2016
industrie + landbouw
voor gecontroleerde GPBV-installaties met hoog risico voor gecontroleerde GPBV-installaties met middelhoog risico Voor gecontroleerde GPBV-installaties met laag risico
Optreden
18% 16% 18%
industrie
landbouw
PV’s
107
26
Aanmaningen
365
217
Er worden tevens niet-routinematige milieu-inspecties uitgevoerd bij GPBV-installaties naar aanleiding van milieuklachten en van meldingen van milieu-incidenten en gevallen van niet-naleving (overschrijding van emissiegrenswaarden) door exploitanten. De behandeling van deze klachten en meldingen gebeurt zo snel mogelijk en, indien nodig, gebeurt een bezoek ter plaatse. De rapportering hiervan zit vervat in de algemene cijfers onder hoofdstuk 1 van deel 2.
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 43
Milieuhandhavingsrapport 2016
4 HET INSPECTIEPROGRAMMA KETENTOEZICHT De controles in het kader van ketentoezicht hebben als doel om na te gaan of afvalstromen het wettelijk voorgeschreven pad volgen. Deze controles richten zich dus met name op transport, inzameling en verhandeling van afvalstoffen. Traceerbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. Net zoals in de vorige jaren organiseerde MI de wegcontroles verspreid over de vijf provincies, in samenwerking met de politiediensten. De meeste overtredingen stelde MI vast in Vlaams-Brabant. De havencontroles vonden plaats in Zeebrugge en Antwerpen, en waren gericht op de export van AEEA naar Afrika enerzijds, en recycleerbare stromen naar Azië anderzijds. Sinds 2015 werd een team van vier controleurs van het federale niveau geïntegreerd bij MI, in het kader van de Zesde Staatshervorming waardoor Vlaanderen ook bevoegd werd voor de doorvoer van afvalstoffen. Het grootste deel van de vastgestelde illegale transporten betrof doorvoer van AEEA. MI voerde controles uit die gericht waren op de inzameling en verwerking van specifieke afvalstromen, met name de afvoer van PCB-houdende olie, de afvoer van sorteerzeefzand, en de bijmenging van afvalstoffen in bunkerolie. Een belangrijk deel van de controlecapaciteit werd ten slotte vrijgehouden voor (algemene) ketencontroles waarbij in diverse afvalstromen stroomopwaartse en –afwaartse onderzoeken konden gestart worden. Die laatste groep controles omvat onder meer het uitladen van containers met AEEA.
Controles in het kader van ketentoezicht Wegcontroles Aantal uitgevoerde wegcontroles
32
Aantal gecontroleerde transporten
228
Aandeel transporten in overtreding
18%
Havencontroles Aantal uitgevoerde havencontroles Aantal gecontroleerde zendingen Aandeel illegale zendingen
146 646 36%
Controles in het kader van ketentoezicht Aantal controles o.b.v. de analyse van douanedeclaraties Aantal algemene ketencontroles
0 447
Aantal controles op de inzameling van PCB-houdende olie en transformatoren
16
Aantal controles van uit het register geschorste IHM
10
Aantal controles op basis van meldingen van het FAVV
0
Aantal controles bij producenten en verwerkers van bouw- en sloopafval
10
Controle op de opmenging van afvalstoffen in bunkerolie Aantal monsternames
4
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 44
5 HET REACH INSPECTIEPROGRAMMA Het doel van de REACH-verordening is een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu. Fabrikanten, importeurs en “downstreamgebruikers” moeten ervoor zorgen dat zij stoffen vervaardigen, in de handel brengen of gebruiken die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens of voor het milieu. MI voert in Vlaanderen controles uit op de naleving van REACH. MI heeft, rekening houdend met haar eigen bevoegdheden, een inspectiecampagne uitgevoerd die was aanbevolen door het Forum van het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen. In 14 bedrijven controleerde MI of er autorisatieplichtige stoffen werden gebruikt waarvan de zogenaamde “sunset date” was verstreken in 2015. Autorisatieplichtige stoffen zijn stoffen die als ‘zeer zorgwekkend’ werden aangeduid en zijn opgenomen in Bijlage 14 van de REACH-verordening. Autorisatieplichtige stoffen mogen niet worden geleverd aan derden noch gebruikt na een bepaalde datum ("sunset date"), tenzij een autorisatie is verleend voor een specifiek gebruik ervan of dat het gebruik ervan is vrijgesteld van autorisatie. MI stelde tijdens haar controles in 2016 vast dat bedrijven die wegmarkeringen met verven aanbrengen vaak nog kankerverwekkende, toxische en reprotoxische stoffen gebruiken (loodchromaatverven) die autorisatieplichtig zijn. In september 2016 werd dit gebruik geautoriseerd door de Europese wetgever. MI controleerde in samenwerking met de Federale overheid bedrijven die gebruik maken van expandeerbare polystyreenkorrels als grondstof op de aanwezigheid van de vlamvertrager hexabromocyclododecaan (HBCDD). HBCDD mag nog worden gebruikt in formuleringen van polystyreen en bij de vervaardiging van artikelen, maar enkel door daarvoor geautoriseerde rechtspersonen. Bij één van deze bedrijven, ontstond het vermoeden dat HBCDD aanwezig was in de polystyreenkorrels. Dit bedrijf heeft zijn ganse, en bij nader inzien verkeerdelijk geleverde, voorraad onmiddellijk laten ophalen door zijn leverancier. MI controleerde eveneens een aantal bedrijven die onderhoud verrichten aan schepen. In de gebruikte aangroeiwerende scheepsverf werden geen verboden stoffen aangetroffen. De bezochte bedrijven lijken de relevante en evoluerende wetgeving vrij goed op te volgen, wellicht dankzij tijdige en gepaste ondersteuning van niet-publieke belangenverenigingen. MI startte in 2016 met het opvragen van informatie bij een aantal bedrijven aangaande het beheer van hun als “intermediate” geregistreerde stof(fen). In 2017 zal deze informatie geanalyseerd worden en zal de reële bedrijfsvoering gecontroleerd worden op de naleving van de relevante REACH-voorschriften. Dan zullen ook nieuwe dossiers worden geopend, dit alles ruim vooraleer ECHA alle lidstaten wellicht zal uitnodigen om gelijkaardige controles te beginnen. De controles van MI in het kader van de bepaling van de polymeerstatus volgens Reach zijn moeilijk in die zin dat de huidige wetgeving interpretatievrijheden laat. Polymeren moeten niet worden geregistreerd en het levert de bedrijven vaak een financieel voordeel op om niet te moeten voldoen aan de registratieplicht. MI overweegt de bevindingen met de Europese publieke belangengroepen te bespreken in 2017. Controles op de naleving van REACH door MI Aantal bedrijfscontroles gepland door MI
24
Aantal bedrijfscontroles op vraag van derden
1
Aantal bemonsteringen
0
Totaal aantal bedrijfscontroles
25
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 45
Milieuhandhavingsrapport 2016
opmaak-LNE.indd 22
17/03/2017 12:08:02
Bijlagen
Contactpersonen binnen MI Inhoudelijke ondersteuning
Diensthoofden
Hoofdbestuur
Toezicht zwarerisicobedrijven
BD Antwerpen
BD Limburg
BD OostVlaanderen
BD VlaamsBrabant
BD WestVlaanderen
Martine Blondeel
Wilfried Van den Acker
Linda Van Geystelen
Freddy Noels
Greta De Maesschalck
Marc Vanthienen
Wim Delaere
Afval Afval
Bart Palmans
Michael Allison Wim Vermetten
Peter Brien
Gert Govaerts
Robert Dupont
Betty Verstraete
Afvaltransport en ketentoezicht incl. doorvoer
Bart Palmans
An Van Steenbergen Hans Vermeiren Marc De Strooper
Tom Nuyts
Steven Overmeire Peter Coene Gregory Vanneste
Philippe Verbecq
Koen Mergaert
Christophe Bervoets
Karen Van Craenenbroeck
Rafaël de Sousa Cecilia
Sofie Fevery
Gert Van de Cauter
Joachim Haezebrouck
Rita Van Ham
Ann Van Deun
Rudi Rademaekers
Wilfried Van Vaerenbergh
Dirk Crivits
Iris Castel
Lucht – emissies
Roel Vaneerdeweg
Ann Devisschere
Liesbet Rommens
Marian Lagrou
Kevin Pauwels
Geert Van Landschoot
Lucht – immissies
Jan Van Hoeymissen
Ann Devisschere
Karolien Bers
Peter Wesemael
Kevin Pauwels
Geert Van Landschoot
Saartje Swinnen
Rinus Van Roten
Peter Brien
Valérie Yde
Mathy De Preter
Katelijne Schaerlaekens
Krista Thomas
Ivo Broekmans
Karolien Bers
Steven Van Acker
Tina Poels
Nele Vanassche
Geert Keppens
Veerle Wiercx
Peggy Cloostermans
Marian Lagrou
Kevin Pauwels
Koen Mergaert
Jeroen November
Bart Boschmans
Sybille Vanderhenst
Bart Dewaele
Tina Poels
Tine Soetens
Geert Keppens
Lief Mannaerts Kris De Wree
Tom Maes
Jens Demeyer
Koen Mandonx
Marc De Vos
Saartje Swinnen
An Swinnen
Peter Schoups
Frank Verslype
Katleen Dethier
Pieter Decock
Jan Van Hoeymissen
Anja Van der Auwera
Liesbet Rommens
Eric Van Gijseghem
Katleen Dethier
Yoeri Van Dam
Peter Permanne
Joffrey Vanmoer
Rafaël de Sousa Cecilia
Bart Dewaele
Tina Poels
Yoeri Van Dam
Martine Blondeel
Anja Van der Auwera
Rafaël de Sousa Cecilia
Sofie Fevery Lieve Joos
Katleen Dethier
Joachim Haezebrouck
Christophe Bervoets
Anne Colman Joffrey Vanmoer
Kaat Vanmeeren
Lieve Joos Greet De Wandeler
Patrick Bergen
Joachim Haezebrouck
Dierlijke bijproducten
Water Lucht
Ozonafbrekende stoffen
VOS Genetisch gemodificeerde organismen Bodem en grondwater Geluid- en trillingshinder Windmolens Energie
Milieuzorgsystemen
Integraal Milieujaarverslag Elektromagnetische straling
Geert Keppens
Geur- en lichthinder
Geert Keppens
REACH
Paul Cuypers
Pesticiden
Paul Cuypers
GPBV handhavingssysteem
GPBV landbouw
(Omgevings)veiligheid
heel de dienst
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 47
Milieuhandhavingsrapport 2016
opmaak-LNE.indd 24
17/03/2017 12:08:03
Gebruikte afkortingen Instanties ANB EEG EG EU INBO LNE MI MINA OBA OESO TZR VEA VLM VMM VREG
Agentschap voor Natuur en Bos Europese Economische Gemeenschap Europese Gemeenschap Europese Unie Instituut voor Natuur en Bosonderzoek Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-inspectie Milieu- en Natuurraad Vlaanderen Organisch-biologische afvalstoffen Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling Dienst Toezicht zwarerisicobedrijven Vlaams Energieagentschap Vlaamse Landmaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt
(Milieu) technische termen BREF EMS GGO GPBV ICT IMJV LDAR MIP PMD REACH SOP VLAREMA VLAREM VTE VTO WZI DBPn
Best available techniques REFerence document Elektromagnetische straling Genetisch gemodificeerde organismen GeĂŻntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging Informatie en communicatie technologie Integraal Milieujaarverslag Leak Detection and Repair Milieu-inspectieplan Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemical substances Strategisch en Operationeel Plan Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaal kringlopen en afvalstoffen Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning Voltijds equivalent Vorming, training, ontwikkeling Waterzuiveringsinstallatie Dierlijke bijproducten
Stoffen en parameters PAK PM10 VOS
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Deeltjes met een aerodynamische diameter < 10Âľm Vluchtige organische stoffen
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 49
Milieuhandhavingsrapport 2016
opmaak-LNE.indd 18
17/03/2017 12:07:57
Adressen Afdelingshoofd en Stafmedewerkers Afdelingshoofd: Paul Bernaert Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel.: 02-553 81 83 Fax: 02-553 80 85 e-mail: milieu-inspectie@lne.vlaanderen.be
Buitendienst Limburg diensthoofd: Freddy Noels Koningin Astridlaan 50 bus 5 3500 Hasselt Tel.: 011-74 26 00 Fax: 011-74 26 29 e-mail: milieu-inspectie.lim@lne.vlaanderen.be
Hoofdbestuur diensthoofd: Martine Blondeel Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel.: 02-553 81 77 Fax: 02-553 80 85 e-mail: milieu-inspectie.hb@lne.vlaanderen.be
Buitendienst Oost-Vlaanderen diensthoofd: Greta De Maesschalck Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 71 9000 Gent Tel.: 09-276 22 00 Fax: 09-237 22 05 e-mail: milieu-inspectie.ovl@lne.vlaanderen.be
Toezicht zwarerisicobedrijven diensthoofd: Wilfried Van den Acker Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel.: 02-553 03 54 Fax: 02-553 81 96 e-mail: milieu-inspectie.tzr@lne.vlaanderen.be
Buitendienst Vlaams-Brabant diensthoofd: Marc Vanthienen Diestsepoort 6 bus 71 3000 Leuven Tel.: 016-66 60 70 Fax: 016-66 60 75 e-mail: milieu-inspectie.vbr@lne.vlaanderen.be
Buitendienst Antwerpen diensthoofd: Linda Van Geystelen Lange Kievitstraat 111-113 bus 62 2018 Antwerpen Tel.: 03-224 64 25 Fax: 03-224 64 28 e-mail: milieu-inspectie.ant@lne.vlaanderen.be
Buitendienst West-Vlaanderen diensthoofd: Wim Delaere Koning Albert I-laan 1/2 8200 Brugge Tel.: 050-24 79 60 Fax: 050-24 79 65 e-mail: milieu-inspectie.wvl@lne.vlaanderen.be
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2016 51
Uitgave Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-inspectie Verantwoordelijke uitgever Jean-Pierre Heirman, secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 BRUSSEL Redactie Rita Van Ham Eindredactie Paul Bernaert, afdelingshoofd Martine Blondeel, diensthoofd Hoofdbestuur Depotnummer: D/2017/3241/113 Dit rapport is ook beschikbaar op https://www.lne.be/milieuhandhavingsrapport Š Vlaamse
overheid
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 52
Milieuhandhavingsrapport 2016
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Koning Albert II laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL www.lne.be