Skip to main content

Bijdrage_Regeerakkoord_2019_2024_hoofdstuk_1.pdf

Page 1

Focus op vier grote beleidsuitdagingen BIJDRAGE VAN DE VLAAMSE ADMINISTRATIE AAN HET REGEERAKKOORD VAN DE VLAAMSE REGERING 2019-2024


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 1 — KLIMAATINTELLIGENTE SAMENLEVING

Uitdaging 1: KLIMAATINTELLIGENTE SAMENLEVING In 2015 werd in Parijs een wereldwijd klimaatakkoord bereikt, waarbij de globale emissies moeten dalen met als uiteindelijk doel klimaatneutraliteit in de tweede helft van deze eeuw. De Europese Unie en alle lidstaten zullen daarvoor een ambitieuze en langetermijnstrategie opstellen die actief streeft naar klimaatneutraliteit in lijn met het akkoord van Parijs. Inmiddels moet tegen 2020 een nationaal energie- en klimaatplan met doelstellingen en maatregelen voor de periode 2021-2030 worden ingediend. Het ontwerp van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 legt het doel vast om in 2030 in de Vlaamse niet-ETSsectoren (transport, gebouwen, landbouw, niet-ETSindustrie en afval) een broeikasgasreductie te realiseren van 35% ten opzichte van 2005, in lijn met de doelstelling die aan België opgelegd is. Samen met het ontwerp van het energieplan vormt dat de Vlaamse input voor het ontwerp van het Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030. Als dat afgerond is, operationaliseren we het geïntegreerde Energie- en Klimaatplan 2021-2030 in Vlaanderen. We stemmen de Vlaamse energie- en klimaatgovernance maximaal af op de Europese beleidscyclus. Daarvoor werken we een afsprakenkader uit met een volledig geïntegreerd en datagedreven energie- en klimaatbeleid, heldere procedures en een duidelijke timing. De betrokkenheid van alle vakministers is essentieel voor de doorwerking van de klimaatuitdaging in hun beleid en voor de gestroomlijnde consultatie en samenwerking met alle stakeholders. Met input van alle betrokken administraties zal het Departement Omgeving, waar en indien nodig ondersteund door onafhankelijke experts, tweejaarlijks rapporteren en gerichte aanbevelingen tot bijsturing formuleren.

We werken een Vlaamse langetermijnstrategie 2050 uit met becijferde energie- en klimaatdoelen voor alle sectoren. Om zekerheid te bieden aan stakeholders en investeerders, worden die doelen, net als het governancedeel, maximaal verankerd, maar met voldoende oog voor te verwachten nieuwe inzichten, innovaties en technologische oplossingen tussen vandaag en 2050. Verder maken we een investeringsplan op voor de financiering van de nodige transitiemaatregelen in de verschillende sectoren. We versterken de administratieve capaciteit in de betrokken beleidsdomeinen en we leiden de klimaat- en energiedialoog met lokale overheden, maatschappelijke organisaties, de bedrijfswereld, investeerders, experts en het brede publiek in goede banen. De Vlaamse overheid scherpt, vanuit haar voorbeeldrol, het eigen ambitieniveau van haar interne klimaatplan aan om te komen tot klimaatneutraliteit vóór 2050.

1— INNOVATIE EN KENNIS: MOTOR VOOR DE REALISATIE VAN ENERGIE- EN KLIMAATDOELSTELLINGEN De realisatie van de energie- en klimaatdoelstellingen biedt kansen voor (hoogtechnologische) innovaties in veel sectoren en domeinen. Vlaanderen speelt een voortrekkersrol op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en creëert zo ook opportuniteiten voor economische ontwikkeling. Vlaanderen beschikt over heel wat technologische expertise binnen universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven. Het Vlaamse innovatiebeleid speelt daarop in en geeft bedrijven en kennisinstellingen de kans om hun innovaties te ontwikkelen en op de markt te brengen. Internationalisering van onderzoek is essentieel. Vlaanderen voorziet in een geschikt ondersteuningsinstrumentarium voor innovaties en bouwt dat verder uit waar nodig. We zien daarbij mogelijkheden, zoals moonshotprogramma’s waarbij ambitieuze, doorgedreven en breed gedragen inspanningen over een langere termijn worden 2


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 1 — KLIMAATINTELLIGENTE SAMENLEVING

gezocht, of speerpuntclusters en innovatieve bedrijfsnetwerken die focussen op innovatieve, technologische oplossingen en doorbraken. We zorgen ervoor dat kennis over innovatief inspelen op klimaatuitdagingen gedeeld wordt. De innovatie die we daarbij nodig hebben, vraagt partnerschap in de hele keten: ondernemers, onderzoekers, overheden, organisaties en elke burger. De overheid faciliteert en versterkt die werking van experimenteren, leren en verankeren door beleid, nieuwe economische modellen en een nieuwe manier van leven. Green deals kunnen daartoe bijdragen. Als globaal kader voor duurzaam handelen introduceren we een duurzaamheidsimpactmeting op organisatieniveau. Zo helpen we gesubsidieerde organisaties op weg naar een duurzame ontwikkeling met gerichte acties die aansluiten bij de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Een klimaatvriendelijke economie heeft behoefte aan passende talenten en profielen. Onze lerende samenleving speelt daar vlot op in via vorming en onderwijs.

2— CIRCULAIRE ECONOMIE: ESSENTIEEL,VEERKRACHTIG EN KLIMAATBESTENDIG Onderzoek van de OESO en de Verenigde Naties leert dat meer dan de helft van de uitstoot van broeikasgassen te wijten is aan de manier waarop we omgaan met materialen (ontginning, productie – hieronder verstaan we ook de teelt van gewassen en voedselproductie –, transport, consumptie) en waarop afval ontstaat. In Vlaanderen gaat het zelfs om 60% van het bruto binnenlands energieverbruik. Er is dus een zeer sterk verband tussen broeikasgasuitstoot en materiaalverbruik. Circulaire economie is dan ook essentieel om klimaatverandering tegen te gaan. In de circulaire economie hebben we twee opdrachten: de voetafdruk van onze consumptie verkleinen en ervoor zorgen dat onze landbouw en industrie circulair produceren. Daarom verlagen we onze materialenvoetafdruk met 30% tegen 2030 en dragen zo bij aan de verlaging van de koolstofvoetafdruk. We kiezen daarbij voor duur-

zame materialen, het verzekeren van zo weinig mogelijk verlies van hulpbronnen (materialen, voedsel en biomassa, water, energie en ruimte) door dematerialisatie en door kringlopen te sluiten. We werken met respect voor de draagkracht van natuurlijke ecosystemen. We zorgen dat de maatregelen ten voordele van de ene hulpbron geen negatieve effecten veroorzaken voor een andere. Als een van de meest kwetsbare zones in Europa op het vlak van beschikbaarheid van water werken we aan een robuust watersysteem waarin alle (afval)water maximaal gezuiverd of gerecupereerd wordt, rekening houdend met sociale en economische effecten. We geven water meer ruimte in de stedelijke en industriële omgeving en in de open ruimte. We zetten in op kwantiteit én kwaliteit, onder andere via sensibilisering en kostprijs, door een beter beheer en een betere coördinatie en via aangepaste regelgeving voor innovatieve projecten. Ook onze industrie 4.0 grijpen we aan voor verregaande verduurzaming. Dankzij digitalisering verhogen we de energie-efficiëntie van de brede industriële sector en verlagen we de uitstoot. Samen met bedrijven en onderzoeksinstellingen onderzoeken we of en hoe een transitiekader voor koolstofarme technologieën kan worden opgesteld. Een industrie in transitie creëert een momentum voor (hoogtechnologische) innovaties. We ontwikkelen en implementeren een strategie voor de uitfasering van fossiele brandstoffen. Tot slot kan de hervorming van de energiebeleidsovereenkomsten haar bijdrage leveren. In overleg met de federaties en de energie-intensieve bedrijven bedden we die vrijwillige overeenkomsten in het bredere industriële transitiekader in, met aandacht voor de afbouw van broeikasgasemissies, de versterking van de energieproductie uit hernieuwbare bronnen, het circulaire materialengebruik, het transport enzovoort. Vlaanderen vervult daarmee een voortrekkersrol in Europa. Ook burgers en werknemers spelen daarin een rol en moeten ondersteund worden om te leren, te werken en te leven in de circulaire economie. In een duurzame economie bereiken we de luchtkwaliteitsdoelstellingen in heel Vlaanderen op elk moment, met een halvering van de gezond3


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 1 — KLIMAATINTELLIGENTE SAMENLEVING

heidsimpact ten gevolge van NO2, PM2,5 en geluid. We versterken en vergroten onze biodiversiteit en zetten sterk in op natuurgebaseerde oplossingen. Ook ons voedingssysteem benaderen we circulair. We ontwikkelen lokale voedselstrategieën en gaan voor 30% minder voedselverlies in 2025. Niet alleen de productie maar ook ons voedingspatroon maken we duurzamer en klimaatvriendelijker. De enterische emissies van rundvee verminderen we door het bijbehorende sectorconvenant uit te voeren. Het landbouw-, natuur- en plattelandsbeleid ondersteunt de productie van biomassa als grondstof om biogebaseerde industriële toepassingen mogelijk te maken. De biomassareststromen uit natuur, landschap en bos oogsten we waar mogelijk en wenselijk en valoriseren we lokaal, binnen de grenzen van de draagkracht van de natuurlijke ecosystemen. We stimuleren bijkomende inspanningen voor de selectieve inzameling en de nuttige toepassing van organischbiologische reststromen, van voedingsindustrie, landbouw, natuur- en bosbeheer, en bioraffinaderijen. Ook kringloopcentra, producenten en andere spelers die inzetten op levensduurverlenging, krijgen meer steun om hun activiteiten uit te breiden en te vernieuwen.

3— RUIMTE: HEFBOOM VOOR EEN KLIMAATROBUUST VLAANDEREN Ruimte is een integrerende hefboom in de transitie naar een koolstofarme samenleving (zie ook Milieuverkenning 2018 van de VMM). We gaan voor de volledige uitvoering van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Samen met de maatschappij steken we de handen uit de mouwen voor de strategische visie van het BRV. We voorzien daarvoor in de nodige instrumenten en budgetten. Ons doel is het bijkomende ruimtebeslag tegen 2025 te halveren tot drie hectare per dag en geen bijkomend ruimtebeslag meer in 2040. We operationaliseren het voeren van een locatiebeleid in functie van knooppuntontwikkeling en voorzieningenniveau en we verhogen het ruimtelijke rendement gericht.

We verhogen ook onze inspanningen om een klimaatrobuuste open ruimte te ontwikkelen, zowel op het vlak van mitigatie als adaptatie. We zetten daarbij de natuur in om de negatieve effecten van de klimaatverandering te bufferen, onder andere via nature based solutions. We werken aan gebiedsgerichte klimaatadaptatie en we maximaliseren groenblauwe infrastructuur. Zo zorgen we voor bijkomende fixatie van koolstof en buffering van wateroverlast, droogte en hitte-effecten. Voor de gebiedsgerichte klimaatadaptatie en het bestaande geïntegreerde project van het geactualiseerde Sigmaplan trekken we extra middelen uit. We zetten in op koolstofopslag in de bodem (landbouw, moerassen, graslanden, bossen en stedelijk groen) en werken daarvoor een monitoringssysteem uit. We zoeken synergieën tussen investeringsmiddelen in het kader van landinrichting, ruilverkaveling, natuurinrichting en andere uitvoeringsgerichte instrumenten. Verder stimuleren we lokale coalities om gericht een klimaatrobuust waterbeheer te voeren, zoals het programma Water-Land-Schap. Daarnaast ondersteunen we gemeenten bij hun lokale klimaatacties door gepaste instrumenten in te zetten. Lokale besturen spelen namelijk een cruciale rol in het vertalen van doelstellingen en acties op gewestelijk niveau naar het niveau dat het dichtste bij de burger staat.

4— ANDERS BOUWEN: ENERGIEZUINIG EN CIRCULAIR Veranderingsgericht bouwen draagt bij tot een klimaatintelligente samenleving. Het veronderstelt een fundamentele ommezwaai in gebouwontwerp en bouwtechnieken. De vakopleiding besteedt veel aandacht aan alle aspecten van duurzaamheid, circulair denken, toegankelijkheid en klimaatneutraliteit. Die uitgangspunten worden van in de prille ontwerpfase geïntegreerd. Aanvullend verhogen we investeringen in de verduurzaming en de kwaliteit van het gebouwenpark en de woon- en leefomgeving. Daarvoor maken we gebruik van een mix aan instrumenten én van een gebiedsgerichte, geïntegreerde aanpak. We zetten in op klimaatadaptatie en wenden daarvoor landschap, erfgoed en (groene) infra4


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 1 — KLIMAATINTELLIGENTE SAMENLEVING

structuur aan. Historische vervuiling van gronden en gebouwen (asbest) verwijderen we versneld. Voorts geven we vorm aan ruimtelijke en infrastructuurprojecten met oog voor medegebruik. Ook de woonwensen van de Vlaming willen we naar een meer duurzaam en klimaatvriendelijk niveau tillen. De gebouwenpas evolueert daarom naar een digitaal gebouwenpaspoort dat alle duurzaamheidselementen omvat. Verduurzaming van de woon- en leefomgeving vraagt ook koolstofneutraliteit. We streven naar een energietransitie en een performant en energiezuinig woningenpark. Met een combinatie van beleidsmaatregelen willen we de renovatiegraad met een factor 3 tot 4 verhogen, met onder andere verplichtingen inzake minimale renovatie. Op de (ver)bouwmarkt werken we met een afwegingskader waarin we renovatie vergelijken met sloop en nieuwbouw. Tegelijk ontwikkelen we op korte termijn een Vlaamse strategie voor de defossilisering van het gebouwenpark, met een duidelijke kalender voor de energieprestaties en de uitfasering van installaties voor fossiele verbranding. Daarnaast past de Vlaamse Regering de hoogte van de investeringssubsidies aan opdat die een katalysator vormen voor een verhoogd ambitieniveau op het vlak van duurzaamheid van de gebouwen. Die aanpassing moet gesubsidieerde organisaties in staat stellen en stimuleren om voldoende te investeren in extra technieken en andere maatregelen die het comfortniveau van de gebruikers blijvend garanderen. Dat is in het bijzonder van belang voor gebouwen in de welzijns- en zorgsector en de scholen. We maken de tool GRO, die gericht is op duurzaam bouwen, hanteerbaar voor alle gesubsidieerde gebouwen. We bepalen het ambitieniveau, met specifieke aandacht voor toegankelijkheid, een gericht locatiebeleid en luchtkwaliteit. We brengen de positieve impact van (nabije) natuur in rekening. Dat verhoogt immers het welbevinden én countert de impact van klimaatverandering (bijvoorbeeld hitte-eilanden).

5— MILIEUVRIENDELIJKE MOBILITEIT: EEN ESSENTIËLE DRIVER Een groene maatschappij vraagt om een andere mobiliteit, en dus enerzijds de vergroening van zowel de logistieke als de private vervoersvloot en anderzijds de vermindering van het aantal voertuigen en gemotoriseerde voertuigkilometers over de weg. We stimuleren de markt en het gebruik van zero-emissievervoermiddelen, voornamelijk batterijelektrische voertuigen. We versterken de uitrol van lage-emissiezones en werken een wetgevend kader uit voor ultralage-emissiezones of zero-emissiezones om de vergroening van het voertuigenpark te versnellen. We bereiken emissieloos rijden voor busvervoer en logistiek in de stadskernen in 2025. Ook bij andere nichevloten, zoals bedrijfswagens, taxi’s en deelauto’s, staat vergroening centraal met als einddoel zero-emissie. Voor de scheepsvloot zetten we in op het smart shipping-initiatief. Voor het goederenvervoer creëren we samen met andere overheden een eerlijker speelveld voor de verschillende modi via fiscale sturing, bijvoorbeeld door de fiscale vrijstelling voor professionele diesel af te schaffen. We treffen voorbereidingen voor technologieën die bijdragen tot de vergroening van vrachtvervoer (elektrificatie en brandstofcellen, waterstof enzovoort). Het toezicht op voertuigemissie versterken we door emissiefraude door eigenaars en constructeurs aan te pakken. We versterken de homologatieprocedure en voeren een effectieve handhaving erop uit. Daarnaast organiseren we in service conformity-controles en breiden we de voertuiginspectie uit. We verhogen ook de controles langs de weg. We engageren reizigers en ondernemingen om hun verplaatsings- en vervoersgedrag te veranderen. Daarvoor geven we een duidelijk prijssignaal door rekeningrijden voor (bestel)wagens in te voeren (met een tarief dat leidt tot vergroening en een vermindering van het aantal kilometer over de weg). We voeren een ruimtelijk beleid op basis van knooppuntontwikkeling en we bieden aantrekkelijke alternatieven aan, zoals mobiliteits- en logistieke diensten. Mobipunten, deel5


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 1 — KLIMAATINTELLIGENTE SAMENLEVING

systemen, logistieke hubs … die ondersteund worden door een regelgevend erkenningskader en nieuwe businessmodellen, kunnen burgers en ondernemingen motiveren om een alternatief (collectief/gedeeld) vervoermiddel te gebruiken. We leggen ook nieuwe, veilige recreatieve en functionele fietsverbindingen aan.

6— VLAAMSE FISCALITEIT EN FINANCIËN: KLIMAATVRIENDELIJK TEGEN 2025 Om de vooropgestelde klimaatdoelen te behalen, is de inzet van financiële middelen noodzakelijk. We zorgen dat er voor alle maatregelen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 en het Adaptatieplan 2021-2030 voldoende middelen gebudgetteerd zijn. Dat is mogelijk via impulsfondsen voor klimaattransitie en door Vlaamse en private investeringen in de koolstofarme circulaire economie te stimuleren. Het Klimaatfonds zal vooral grote effecten hebben als het additioneel wordt ingezet om sectorale investeringen te ondersteunen die ook effectief zijn om de gewenste klimaatdoelstellingen te bereiken. Vlaanderen komt zijn internationale engagementen op het vlak van klimaat na. Om grote investeringen te faciliteren, blijven we pleiten voor een aanpassing van de Europese staatssteun- en begrotingskaders.

De ‘vervuiler betaalt’ betekent in deze context dat alle maatschappelijke kosten effectief worden geïntegreerd in de reële kostprijs die wordt aangerekend aan de consument, bijvoorbeeld bij vliegverkeer. Daardoor laten we een level playing field ontstaan waarbij de huidige concurrentienadelen van de circulaire ten opzichte van de lineaire economie worden weggewerkt. Zo geven we een prijssignaal. De Europese aandacht voor de klimaatdoelstellingen benutten we in ons voordeel: een aanzienlijk deel van de Europese middelen (2021-2027) wordt gereserveerd om de energie- en klimaatdoelstellingen te verwezenlijken. We zoeken dan ook maximale aansluiting met het Europese subsidieniveau.

Binnen de Vlaamse fiscale bevoegdheden belasten we activiteiten die leiden tot broeikasgassenuitstoot zwaarder, terwijl we activiteiten die leiden tot een duurzame, koolstofarme en circulaire economie juist minder belasten. Die fiscale transitie verloopt via een billijke verdeling van financiële inspanningen volgens draagkracht en met oog voor competitiviteit. Ook de vastgoedfiscaliteit zetten we in. Externe kosten rekenen we correct aan en subsidies en premies laten we bijdragen aan onze klimaatdoelstellingen. We integreren woon- en energiepremies en stimuleren locatiespecifiek denken, wonen en werken. Zo willen we tegenwind bieden aan de verdere versnippering van de open ruimte. Om ervoor te zorgen dat de klimaattransitie voor de hele woonmarkt haalbaar is, hebben het woon- en energiebeleid meer oog voor kwetsbare groepen in onze samenleving. 6


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 2 — EEN SOCIAAL-INCLUSIEF WELVAREND VLAANDEREN

Uitdaging 2: EEN SOCIAAL-INCLUSIEF WELVAREND VLAANDEREN Vlaanderen is een sterke, duurzame, actieve en verbonden samenleving die intelligent inzet op welvaart en welzijn. In onze samenleving is iedereen betrokken, krijgt iedereen kansen én grijpt iedereen die kansen. Vlaanderen is een sociale inclusieve samenleving, maar staat daarbij voor belangrijke uitdagingen en kansen. We hebben een samenleving met een hoge graad van ondersteuning op maat en een gelijke toegang tot een gediversifieerd en kwaliteitsvol zorg-, onderwijsen vrijetijdsaanbod. Tegelijkertijd hebben we burgers die zich ontplooien, die participeren in en bijdragen aan het maatschappelijk leven.

Het creëren van synergieën staat daarbij centraal. Daarbij nemen alle partners niet alleen hun eigen aandeel ten volle op, maar versterken ze elkaar ook. Die synergieën vinden en realiseren we via een gebieds-, wijk- en mensgerichte aanpak, een gerichte, samenhangende en billijke financiering en een sociaal rechtvaardige verdeling van de kosten die eraan verbonden zijn. Sociale inclusie integraal aanpakken is dus een breed op te nemen engagement binnen de overheid (federaal, Vlaams en lokaal), maar ook met maatschappelijke actoren. Zo realiseren we samen met de maatschappij een win-winsituatie met een hoge return.

In een inclusieve samenleving is de participatie van sociale groepen evenredig aan hun aandeel in de maatschappij (gender, herkomst, handicap, leeftijd). We besteden bijzondere aandacht aan het multiplicatoreffect van achterstellingsmechanismen, aan de kwetsbaarheid én de mogelijkheden van kinderen, jongeren en ouderen. We dragen onze verworvenheden op het vlak van kinderrechten verder uit en we passen die toe. Inclusief samenleven houdt ook in dat we als maatschappij inzetten op het voorkomen, bespreekbaar maken en remediëren van stress en burn-out, eenzaamheid, partnergeweld, kindermisbruik enzovoort.

Sociale inclusie betekent dat we iedereen op een evenwaardige en integere wijze betrekken en dat elke burger dezelfde kansen krijgt in alle levensdomeinen. Om dat te realiseren, werken we eerst en vooral aan maximale gelijke (participatie)kansen (doelstelling 1). Daarnaast schakelen we, voor wie het nodig heeft, een kwaliteitsvol en sterk welzijns- en zorgaanbod in (doelstelling 2).

We benaderen sociale inclusie en welzijn geïntegreerd. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Commissie zijn ervan overtuigd dat het welzijn van burgers een breed te dragen opdracht is. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, die Vlaanderen ondertekend en verder ontwikkeld heeft, zien sociale inclusie als maatschappelijke hefboom. In de praktijk blijft de geïntegreerde realisatie van sociale inclusie een uitdaging. Het vraagt uitgesproken beleidskeuzes en een samenspel van beleidsvelden, zorgaanbieders, onderwijs, werkgelegenheidsbeleid, justitie, politie, burgers, bedrijven, middenveld, organisaties ..., waar wenselijk op maat van een specifieke doelgroep.

1— SOCIALE INCLUSIE REALISEREN VIA MAXIMALE PARTICIPATIE We werken drempels tot deelname aan de samenleving weg. In een samenspel van overheid en maatschappij doen we dat onder andere door empowerment, bewustmaking, het aanreiken van mogelijkheden, het inzetten op hogere arbeidsparticipatie en het versterken van (digitale) vaardigheden, het verhogen van de toegankelijkheid van diensten en de publieke omgeving, het hanteren en stimuleren van een genuanceerde beeldvorming en het bestrijden van discriminatie. Waar nodig ondersteunen we vroeg in het leven (groeipakket en een degelijke kinderopvang met zijn sociale functie). Ons onderwijs moet Europese toppen scheren, met een zo hoog mogelijk kennis- en competentieniveau. We verzekeren toegang tot dat kwalitatief hoogstaande én 7


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 2 — EEN SOCIAAL-INCLUSIEF WELVAREND VLAANDEREN

inclusieve onderwijs, waarbij we iedereen - los van afkomst, thuistaal, gender, handicap of begaafdheid - uitdagen en ondersteunen om levenslang te leren. Leren, ons vormen en competenties ontwikkelen doen we overal: thuis, op school, op de werkvloer, bij de jeugdbeweging, in het verenigingsleven, tijdens het sporten, gedurende cultuur- en welzijnsactiviteiten … We creëren daarvoor de randvoorwaarden. Investeren in onderwijs en vorming op jonge leeftijd is cruciaal voor leeruitkomsten en levert een grote maatschappelijke return. Een toekomstplan voor het basisonderwijs realiseren vormt dan ook een van de belangrijke budgettaire beleidsuitdagingen. In het onderwijs leren jongeren competenties die een goede basis vormen om zelfstandig te leven en levenslang te leren. We zorgen voor studiekeuzebegeleiding en ontwikkelen een systeem van leerloopbaancoaching op maat, die de Vlaming helpt om zijn eigen opleidingstraject uit te tekenen. In het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs voorzien we een sterkere plaats voor werkplekleren in de opleidingen. We creëren een aanbod levenslang leren in het hoger onderwijs. We geven inclusief onderwijs verder vorm op basis van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. We trekken kwalitatief hoogstaand en inclusief onderwijs door naar de schoolorganisatie, de personeelsomkadering én de financiering. We bieden maximale participatie- en leerkansen door de compensatiefinanciering op basis van leerlingenkenmerken te behouden en door leerlingen met specifieke leerbehoeften in het gewoon en het buitengewoon onderwijs gelijk te financieren. Op basis van de evaluatie van de inzet van middelen voor de ondersteuning in de scholen voor gewoon onderwijs, optimaliseren we het ondersteuningsmodel. Ter uitvoering van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap investeren we ook in toegankelijke begeleiding, competentieversterking en duurzame

tewerkstelling op een inclusieve arbeidsmarkt voor personen met een arbeidshandicap. Binnen de werk- en zorgtrajecten streven we naar de participatie van deelnemers in de maatschappij, indien mogelijk op de arbeidsmarkt. We willen ook werken aan de re-integratie van zieken of personen met medische problemen. Arbeid heeft een aantal belangrijke latente functies die bijdragen aan het welzijn van burgers. Dat betekent ook dat de strijd tegen discriminatie willen voeren. We zorgen voor toegang tot basisvoorzieningen, betaalbaar wonen en werkgelegenheid voor iedereen in een gezonde, groene buurt. Een goede woonsituatie biedt stabiliteit en toekomstperspectief en heeft heel wat positieve effecten op het welbevinden van mensen en op andere levensgebieden. De kwaliteit van een woning heeft een rechtstreekse impact op de gezondheid van de bewoners. Woonzekerheid en voldoende stabiliteit in woonomgeving zijn voorwaarden voor participatie in andere levensdomeinen als onderwijs, tewerkstelling en vrijetijdsbesteding, en om een duurzaam sociaal netwerk uit te bouwen. Maar wonen neemt een grote hap uit het beschikbare (gezins)budget. Voor kwetsbare gezinnen biedt een sociale huurwoning een garantie op een menswaardige woonsituatie, waarin betaalbaarheid, woningkwaliteit en woonzekerheid gewaarborgd zijn. Wachtlijsten voor sociale woningen tonen hoe groot de behoefte is. We voorzien in de nodige instrumenten om het aanbod te bevorderen en de nodige budgetten vrij te maken, zowel voor nieuwbouw als voor renovatie. We stimuleren de private huurmarkt om die garanties ook te bieden, via een systeem van geconventioneerde huur. We ondersteunen lokale besturen en investeerders om buurten inclusief in te richten zodat iedereen, ongeacht zijn financiële of fysieke toestand, terechtkan in een aantrekkelijke publieke (ontmoetings)ruimte. 8


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 2 — EEN SOCIAAL-INCLUSIEF WELVAREND VLAANDEREN

Onze samenleving surft proactief mee op de opportuniteiten van versnelde hoogtechnologische innovatie. Tegelijkertijd bereiden we ons voor op de uitdagingen die die innovatie met zich meebrengt (privacy, fake news …). We investeren in digitale en technologische vaardigheden, bewustmaking en een kritische attitude. Zo werken we ook aan mediawijsheid. Door de toegankelijkheid in de digitale wereld te vergroten dragen we bij tot de vermindering van ongelijkheid. De groeiende diversiteit en diverse kansengroepen in de samenleving zetten ons aan om op verschillende niveaus keuzes te maken die inclusie bevorderen. Voor nieuwkomers is inburgering daarbij een sleutelwoord. Het is cruciaal dat ze een maximale toegang krijgen tot onderwijs en werk en dat we een cultuursensitieve aanpak hanteren. De overheid vervult daarbij een voorbeeldrol. Sociale cohesie versterken we door te werken aan correcte beeldvorming, verbindende contacten en initiatieven. Vlaanderen heeft een rijke traditie van verenigingsleven en vrijetijdsaanbod voor jong en oud. We leggen met ons beleid verder de nadruk op verbinding en gemeenschapsvorming. Participeren in het verenigingsleven en het vrijetijdsaanbod versterkt en ondersteunt sociale verbondenheid. Deelname aan cultuur in de brede zin maakt mensen mentaal en fysiek weerbaarder. Verbeelding en verwondering, samen beleven en creëren, vertwijfeling en reflectie, engagement en verstilling kruiden de samenleving en bieden grondstoffen voor een humane en open gemeenschap. Het is nodig om uitnodigende sociale, natuurlijke en culturele ruimtes te creëren waarin heel diverse mensen zich herkennen en erkend voelen. Zo kan Vlaanderen een hoogwaardige samenleving blijven. De vele vrijwilligers in onze samenleving dragen bij tot de leefbaarheid van buurten en verhogen de weerbaarheid, zowel individueel als collectief. We benutten de kracht daarvan. Vooral de groep van nieuwe initiatieven (bijvoorbeeld buurtcomités, zelforganisaties rond mobiliserende burgernabije thema’s) neemt in aantal en belang toe. Vanuit de evolutie in dat rijke maatschappelijke aanbod herijken we de rol en de positie van de overheid.

2— WERKEN AAN WELZIJN, TOEGANKELIJKE ZORG EN ONDERSTEUNING We bereiken sociale en gezondheidsgelijkheid met structurele preventieacties en financiële correctiemechanismen. We actualiseren in elk geval de gezondheidsdoelstellingen met oog voor de sociale gradiënt en we verruimen ze naar welzijnsdoelstellingen. Omdat de eerste levensfase sterk bepalend is voor de ontwikkeling(skansen), zetten we maximaal in op geïntegreerde zorgtrajecten voor gezinnen met jonge kinderen. We focussen daarbij op de eerste 1000 dagen in de ontwikkeling van jonge kinderen. We monitoren ook de sociale correctie-effecten van het groeipakket en sturen die waar nodig bij. We hanteren de inkomensselectiviteit in de kinderopvang verder als sociaal instrument. We installeren met de lokale en regionale partners werkbare zorggebieden. Dat heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds maken we zo gebruikersgerichte afstemming tussen de aanbieders mogelijk. Anderzijds kunnen we de toegankelijkheid voor de burger beter organiseren. Concreet geven we het lokaal sociaal beleid alle kansen en enten we op de recent vastgelegde ‘eerstelijnszones’ een intersectorale regio-indeling die zo mogelijk met andere thema’s afgestemd is. Die hanteren we als plattegrond voor samenwerking en programmatie, waarbij expliciet ruimte wordt gecreëerd voor nieuwe organisatievormen. Dat betekent onder andere dat de ouderenzorg flexibel invulling krijgt in een waaier van thuiszorg tot gespeci aliseerde zorg en dat ziekenhuizen zich heroriënteren in netwerken van hooggespecialiseerde afdelingen en meer generieke antennewerkingen. Infrastructuur en voorzieningen krijgen duurzaam vorm en worden letterlijk multifunctioneel inzetbaar. We garanderen maximaal zorg, ondersteuning, hulp- en dienstverlening. We doen dat voor al wie daar behoefte aan heeft. Dat betekent een budgettair beheersbare verdere uitbouw én betekenisvolle uitbreiding van het zorgaanbod. De werkgelegenheid in de zorgberoepen zal daardoor uitgebreid worden, onder meer met werknemers via erkenning van verworven competenties. 9


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 2 — Uitdaging EEN SOCIAAL-INCLUSIEF 1 — KLIMAATINTELLIGENTE WELVAREND SAMENLEVING VLAANDEREN

We vertrekken daarvoor van de behoeften, maar ook van de kracht van de gebruiker. We richten ons dus niet alleen op het professionele aanbod, maar versterken ook het netwerk waarin professionele en informele actoren, met inbegrip van vrijwilligers, elkaar vinden. Enkele speerpunten daarbij zijn: de ouderenzorg flexibeler organiseren in functie van de vergrijzing, een leeftijdsonafhankelijk concept voor chronische zorg uittekenen, de persoonsvolgende budgetten voor personen met een handicap verder uitrollen, de integrale uitbouw van de jeugdhulp versterken, de geestelijke gezondheidszorg verder naar de nulde en eerste lijn schuiven, de actieradius van het sociaal werk verbreden, de Vlaamse Sociale Bescherming verder uitbreiden, de Huizen van het Kind steviger integreren in een lokaal en buurtgericht gezinsbeleid en het eigen aanbod van de justitiehuizen en de jeugdhulpaanbieders bestendigen en diversifiëren. Daarnaast verwachten we een bijkomende druk op de (sociale) woningmarkt ten gevolge van de vermaatschappelijking van de zorg. Dat vereist een aanbod van aangepaste woningen en woonvormen die geschikt zijn voor personen met een zorgbehoefte, zoals ouderen en personen met een beperking. Dat biedt ook kansen voor nieuwe vormen van inclusief wonen en zorg, waarbij verschillende generaties, ook zorgafhankelijken, samenwonen en waar een woon-, leef- en zorgaanbod met betaalde assistentie beschikbaar is. Bovendien stelt dat bijzondere (toegankelijkheids) eisen aan de woonomgeving. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar nieuwe financieringsmodellen, alternatieve woonvormen en de preventie van dak- en thuisloosheid. Armoede brengt uitsluiting op verschillende levensdomeinen met zich mee. Dat gaan we tegen met een geïntegreerd beleid. Dat betekent dat we armoedesituaties globaal benaderen, met oog voor alle levensaspecten: inkomen, werk, onderwijs, administratie, betaalbaar wonen, schulden … Waar mogelijk bundelen we die benadering letterlijk in één begeleider, één gezinscoach.

ker, voor een effectieve en veilige gegevensdeling in het kader van een digitaal zorg- en ondersteuningsplan. Mensen, ook als patiënt en gebruiker, willen zelf regisseur kunnen zijn van hun zorg en ondersteuning. Dat geldt in individuele situaties en ook voor beleidsparticipatie. In die context is het een belangrijk sluitstuk om de rechten van de gebruiker vast te leggen. Momenteel zijn die rechten niet of onvolledig geëxpliciteerd. Daarom maken we werk van een decreet Gebruikersrechten. Aansluitend daarbij is de kwaliteit van zorg dé toetssteen voor het aanbod. We zorgen voor een nieuw Kwaliteitsdecreet dat bij de aanbieders de kwaliteitscultuur bevordert. We betrekken de stakeholders daarbij en we vertalen de kwaliteit van zorg maximaal in gevalideerde indicatoren. Met die indicatoren gaan inrichtende machten aan de slag. De wijze waarop ze handelen, hebben ze als sociale ondernemer zelf in handen. Over het resultaat van de kwaliteit van hun zorg rapporteren en communiceren ze open en transparant, net als over de financiële verantwoording van de aanwending van hun middelen. Flankerend zorgen we als overheid voor een duidelijke keten ‘normering-toezicht-handhaving’, waarin zorginspectie een duidelijk rol vervult. We creëren ruimte voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek en het genereren van data die leiden tot onderbouwde beleidskeuzes. De samenwerking tussen zorg, de academische wereld en de economie is nodig om de technologische mogelijkheden voor zorginnovatie optimaal te benutten. We leggen daarbij onder meer het accent op innovatieve behandelingen, op de verruiming van het onlinehulpaanbod en op de ethische uitdagingen die onvermijdelijk vasthangen aan de snelle evoluties waarmee we te maken krijgen.

We optimaliseren de effectiviteit van zorg door digitalisering verantwoord in te zetten om gegevens te delen in een geïntegreerde zorgketen. We zorgen in dat verband, onder regie van de gebrui10


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 3 — EEN KENNISECONOMIE MET EEN BREDE ARBEIDSMARKT

Uitdaging 3: EEN KENNISECONOMIE MET EEN BREDE ARBEIDSMARKT Onze economie beleeft een vierde industriële revolutie, waarbij fysieke en digitale processen met elkaar geïntegreerd worden. Alleen met een even sterk geïntegreerd beleid kunnen die uitdaging en andere uitdagingen, zoals vergrijzing en vergroening, omgezet worden in kansen. Via gerichte investeringen in ons menselijk kapitaal en in innovatie vergroten we de wendbaarheid van onze economie. Zo zetten we meer mensen aan het werk (wie), die via betere scholing en opleidingen (hoe) slimmer en productiever ingezet worden (wat). In navolging van de OESO Skills Strategie voor Vlaanderen zoeken we daarvoor maximale afstemming tussen verschillende beleidslijnen. Zo werken we aan een excellente kennisbasis als fundament voor meer welvaart.

1 — KOESTEREN VAN ONS MENSELIJK KAPITAAL, VAN 0 TOT 99 JAAR In een continu en sterk veranderende arbeidsmarkt krijgt iedereen voortdurend de kans om bij te leren. De Vlaming wordt gesterkt in zijn digitale vaardigheden en in vaardigheden die nodig zijn voor de jobprofielen en de speerpunten van morgen (te monitoren via PIAAC-indicatoren). Meer dan vandaag vereist dat een cultuuromslag naar leren en ontwikkelen tijdens de hele levensloopbaan. Hierbij doet de behoefte aan langere loopbanen de beleidsfocus verschuiven naar loopbaanen werkzekerheid in plaats van jobzekerheid. Het komt erop aan onze mensen met onderwijs, loopbaan- en competentiesystemen te beschermen tegen kwalificatieveroudering. We verliezen ook de preventieve aanpak niet uit het oog. We voorkomen onderwijsachterstand (te monitoren via de indicator schoolse vorderingen): als kinderen eenmaal een onderwijsachterstand hebben, is het moeilijk om die in te halen, met alle gevolgen voor latere levens- en loopbaankansen.

Daarvoor ondernemen we de volgende acties: We zorgen voor een bredere voorschoolse steun voor kinderopvang samen met een vroegschoolse steun, en gecombineerd met een volgehouden ondersteuningsbeleid zodat er minder behoefte is aan curatieve uitgaven later in de levenscyclus. We verbreden het aanbod duaal leren in het secundair onderwijs en breiden het werkplekleren uit naar het hoger en volwassenenonderwijs. We continueren de vernieuwing van de onderwijsdoelen op basis van actuele referentiekaders die toekomstgericht, innovatief en duurzaam zijn. We hebben in het onderwijs- en opleidingsaanbod bijzondere aandacht voor STEM-vaardigheden, digitale geletterdheid, de zogenaamde soft skills, het draagvlak voor wetenschap en innovatie, en opleiding en bijscholing op de werkvloer, met bijzondere aandacht voor re-skilling en up-skilling. Concreet gaat het om de uitrol en verlenging van het STEM-actieplan, de uitbreiding van STEM-academies, de verdere inzet van de kmo-portefeuille en een verruiming van STS voor opleidingen op initiatief van bedrijven. We stemmen beroepsstructuur, beroepskwalificaties en opleidingen af op het subsidiariteitsprincipe, met name het verschuiven van bepaalde handelingen naar het juiste niveau. In welzijn en zorg creëren we daarvoor een beroepsstructuur met opleidingen op verschillende niveaus van enkele knelpuntberoepen: verzorgende en zorgkundige, een nieuw en specifiek profiel verpleegkundige op niveau 5 en een verantwoordelijke algemeen verpleegkundige op niveau 6.

11


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 3 — EEN KENNISECONOMIE MET EEN BREDE ARBEIDSMARKT

We professionaliseren inhoudelijk de mentorenwerking in welzijns- en zorgvoorzieningen om studenten op de werkvloer beter te begeleiden tijdens hun stage door een mentorenopleiding op te zetten in samenwerking met de onderwijsinstellingen. Momenteel haken te veel studenten in welzijn en zorg af wegens ontoereikende begeleiding op de stageplaats. Op het niveau van het hoger onderwijs rollen we een aanbod levenslang leren uit. We appelleren de hogeronderwijsinstellingen aan hun maatschappelijke opdracht en stimuleren hen om hun aanbod zowel verder te rationaliseren als te flexibiliseren, vooral om meer niet-generatiestudenten aan te trekken. Ze kunnen daarvoor een groter beroep doen op de bestaande mogelijkheden van credit- en examencontracten, de trajecten voor zij-instromer, de organisatie van banaba’s en manama’s en postgraduaten. We onderzoeken in welke mate het systeem van studiefinanciering en leerkrediet aangepast moet worden om levenslang leren in het hoger onderwijs te faciliteren. We voorzien in het financieringssysteem ook in ruimte voor kortlopende specialisatie- of professionaliseringstrajecten voor afgestudeerde studenten of werkstudenten. Het is belangrijk dat specifiek de lerarenopleidingen een rol opnemen in het kader van levenslang leren en hun aanbod meer toegankelijk maken voor zij-instromers of leerkrachten met een hybride loopbaan die een pedagogisch bekwaamheidsbewijs willen halen. Voor leerkrachten die aan de slag zijn, stimuleren we dat de lerarenopleiding voorziet in een opfris-, specialisatie- of professionaliseringsaanbod. We werken een gemeenschappelijke visie en strategie uit voor het beleid inzake levens

lang leren, onder andere vertrekkend vanuit een human capital-agenda, zodat leren in een samenspel met werken, ondernemen en innoveren wordt aangepakt en we zo een antwoord kunnen bieden op transities en transformaties (klimaat, digitalisering …) die op ons afkomen. We faciliteren human capital-partnerschappen die erop gericht zijn talentvolle medewerkers in diverse domeinen aan te trekken, te behouden en te ontwikkelen. We zetten verdere stappen naar een gemeenschappelijk kwaliteitszorgsysteem voor beroepsgerichte opleidingen in Vlaanderen. We integreren bestaande opleidingsincentives die tot doel hebben om financiële drempels weg te werken, in één leerrekening en we maken ze maximaal transparant voor de doelgroep tot wie ze zich richten. We bieden begeleiding bij leren en ontwikkelen door competentie(gap)s in kaart te brengen en gericht door te verwijzen naar het aanbod. We ondersteunen ondernemingen om in te zetten op opleiding, jobrotatie en werkplekleren, onder andere door de werkplekleerinstrumenten en het ondersteuningsaanbod van de overheid te herschikken. We geven alle sociale ondernemingen, ongeacht hun rechtsvorm, toegang tot de reguliere ondersteuningsmaatregelen op het vlak van ondernemerschap en werkbaar werk als ze voldoen aan de marktest, en op voorwaarde dat de gunstmaatregelen die nu gelden voor die sector in vergelijking met de reguliere sector, stopgezet worden. We ondersteunen ondernemingen om de gezondheid van hun werknemers te beschermen én te bevorderen. We reiken hen daarvoor gevalideerde preventiemethodieken aan, 12


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 3 — EEN KENNISECONOMIE MET EEN BREDE ARBEIDSMARKT

gekoppeld aan een procesbegeleiding op maat om een duurzaam preventief gezondheidsbeleid binnen de onderneming te voeren. Robotisering en automatisering benutten we als een opportuniteit om te komen tot werkbaar werk en zinvolle loopbanen. We stimuleren burgers om hun loopbaan in handen te nemen en hun competenties te versterken, onder andere via een vijfjaarlijkse competentiecheck-up en een versterkt aanbod van (leer)loopbaanbegeleiding. We hervormen de bestaande verlofstelsels (loopbaanonderbreking, aanmoedigingspremies …) tot één geïntegreerd stelsel voor de publieke en de private sector dat het mogelijk maakt om leren, leven en werken beter te combineren: om zorg op te nemen, opleiding te volgen, een zaak op te starten, te proeven van een andere job … We blijven werkenden met dienstencheques ondersteunen in de combinatie van arbeid en gezin, waarbij we nieuwe behoeften detecteren, de toeleiding van kwetsbare mensen versterken en het budget onder controle houden.

2— MEER MENSEN AAN HET WERK KRIJGEN EN HOUDEN Ondernemingen in Vlaanderen ondervinden steeds meer problemen om vacatures ingevuld te krijgen. Dat de komende jaren heel wat ouderen de arbeidsmarkt verlaten, maakt de spanning op de arbeidsmarkt nog groter. Zonder bijkomende inspanningen kijken we aan tegen een half miljoen openstaande vacatures in 2030. Ook dreigt er door digitalisering en globalisering een baanpolarisatie waardoor de vraag naar middelbaar geschoolde werknemers afneemt, terwijl de vraag naar hoog- en laaggeschoold personeel stijgt. Tegelijkertijd blijft een vijfde van de bevolking op beroepsactieve leeftijd niet aan het werk. Heel wat van die mensen zijn inactief, maar kunnen met bijkomende faciliteiten inzetbaar gemaakt worden voor de arbeidsmarkt. We verhogen de werkzaamheidsgraad van laaggeschoolden, ouderen en personen met een migratieachtergrond, waarbij de kloof kleiner wordt tussen de werkzaamheidsgraad van niet-EU-migranten of personen met een niet-EU-migratieachtergrond en die van autochtonen (te monitoren via diverse arbeidsmarktindicatoren van het Steunpunt Werk). Daarvoor ondernemen we de volgende acties: We werken aan de re-integratie en activering van inactieven en stemmen de dienstverlening beter af op de drempels en belemmeringen die zij ervaren op weg naar een job. We gaan in overleg met de federale overheid over hefbomen (actieve en passieve beschikbaarheid, activerende benadering bij het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT), vrijstellingen, statuten en uitkeringen) die de activering kunnen versterken. We verkennen een actiever migratiebeleid op basis van competentieprognoses en we herzien het beleid voor buitenlandse zelfstandigen, rekening houdend met innovatie en economische meerwaarde. We hanteren een activerende aanpak in de grensregio’s en verhogen de mobiliteit vanuit Brussel en Wallonië naar Vlaanderen. 13


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 3 — EENUitdaging KENNISECONOMIE 1 — KLIMAATINTELLIGENTE MET EEN BREDE ARBEIDSMARKT SAMENLEVING

We maken werk lonend(er) binnen de Vlaamse bevoegdheden. We onderzoeken diverse scenario’s van progressieve werkhervatting over fiscale maatregelen tot en met een jobstimulans waar telkens andere budgetten tegenover staan. Sommige maatregelen kunnen worden geïmplementeerd met een Vlaamse taxshift die de belastingdruk ongewijzigd laat. We zetten loonkostensubsidies selectiever in om de aanwerving en tewerkstelling van groepen die het nodig hebben (langdurig werklozen, laaggeschoolden, personen met lage lonen, ouderen, personen met een migratieachtergrond …) gericht(er) te ondersteunen, rekening houdend met de werkzaamheidsgraad. We werken één uniform kader uit voor ondersteuning (loonkosten, begeleiding of opleiding, aanpassingen aan de arbeidscontext ….) op maat bij aanwerving, tewerkstelling en doorstroom en doorbreken daarbij de schotten tussen de sociale economie en de reguliere economie. We bewaken ook een vlotte opstap van arbeidsmatige activiteiten naar de sociale economie voor wie die stap kan zetten. We realiseren het groeipad dat uitgetekend is voor activeringstrajecten en arbeidsmatige activiteiten (AMA) om personen met medische, mentale, psychische, psychiatrische of sociale problemen (MMPPS) optimaal te laten participeren in de maatschappij. We vragen de federale overheid een statuut voor alle personen met een werkloosheidsuitkering die niet toeleidbaar voor de arbeidsmarkt zijn en werken in Vlaanderen verder aan de onthaaltrajecten via het geïntegreerd breed onthaal. Zelf zetten we in op betere ondersteuning van arbeidsmatige activiteiten en een activerende arbeidszorg. We erkennen elders verworven competenties en werken daarvoor trajecten uit, onder meer voor kinderbegeleiders, verzorgenden en zorgkundigen, opvoeders en ervaringsdeskundigen. We maken werk

van de implementatie van het kader dat in het Vlaams Parlement goedgekeurd is voor de erkenning van verworven competenties, en van de noodzakelijke financiering om van elders verworven competenties echt een instrument te maken dat van Vlaanderen mee een lerende samenleving maakt. We faciliteren de zij-instroom, de instroom van mensen die werken en interesse hebben om in te stromen in een knelpuntberoep, via adequate omscholing. We zetten een proefproject op voor de omscholing van zij-instromers naar knelpuntberoepen in welzijn en zorg, zowel voor beroepsactieven als voor niet-beroepsactieven, zowel voor laag- als hooggeschoolden, zowel voor mensen die de van binnen als van buiten de sector komen. We faciliteren transities tussen sectoren, onder andere door competenties te attesteren bij herstructurering en collectief ontslag. Het CV, niet de C4, moet bepalen welke kansen op maat geboden kunnen worden voor hertewerkstelling en heroriëntering. We realiseren een meer kwaliteitsvolle en diverse instroom in de lerarenopleiding. Via een versterkte aanvangsbegeleiding en meer werkzekerheid houden we de nieuw gestarte leerkrachten langer in het onderwijs. We realiseren meer zij-instroom en hybride loopbanen in het onderwijs.

14


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 3 — EEN KENNISECONOMIE MET EEN BREDE ARBEIDSMARKT

3— MEER PRODUCTIVITEITSVERHOGENDE INVESTERINGEN

internationale ambities beter ondersteunen door de samenwerking tussen de beleidsdomeinen Economie, Wetenschap en Innovatie en Internationaal Vlaanderen verder te versterken.

De productiviteitsgroei in Vlaanderen vlakt al jaren af. Het aanzwengelen van de productiviteitsgroei is noodzakelijk om onze welvaart te behouden en onze concurrentiepositie te vrijwaren. Daarmee brengen we ook de overheidsinvesteringen op een hoger niveau.

We faciliteren de creatie van start-ups via incubatiefondsen die de kloof tussen laboratoriumprototype en verkoopbaar product dichten.

We verhogen de productiviteit van Vlaamse ondernemingen door in te zetten op meer innovatie en digitalisering in bedrijven, te investeren in onderzoek en ontwikkeling (te monitoren via data EWI en Statistiek Vlaanderen) en onderzoeksinfrastructuur in Vlaamse kennisinstellingen en de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen onderling en met bedrijven te bevorderen.

Gelet op de economische waarde van de welzijns- en zorgsectoren zetten we versterkt in op Flanders’ Care. We bundelen middelen van de beleidsdomeinen Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en Economie, Wetenschap en Innovatie om door innovatie het aanbod van kwaliteitsvolle zorg te verbeteren, met focus op belangrijke uitdagingen, zoals chronische zorg, gegevensdeling, big data, artificiële intelligentie en innovatieve behandelingen en innovatieve zorg- en arbeidsorganisatie in zorg en welzijn. Daarnaast stimuleren we met Flanders’ Care nieuwe samenwerkingsmodellen tussen de zorgsector en de ondernemerswereld met maatschappelijke impact als meerwaarde. Vlaanderen excelleert in onderzoek en ontwikkeling op dat vlak. Met Flanders’ Care ondersteunen we de valorisatie daarvan, in Vlaanderen én in het buitenland. Samenwerking met het buitenland op inhoudelijk, technologisch en financieel vlak is onontbeerlijk. Netwerking is cruciaal. Flanders Investment & Trade zien we daarbij als een belangrijke partner.

Daarvoor ondernemen we de volgende acties: We verhogen het budget voor O&O&I om de 1%-norm voor publieke middelen voor O&O&I te behalen. De grootteorde van de meervraag is volgens VARIO 500 miljoen euro. Een toekenning van extra middelen koppelen we aan de doorlichting (via een spending review) van middelen die al toegekend zijn voor O&O&I. We optimaliseren de instrumenten voor meer marktgerichte innovatie door een bredere groep van bedrijven. We versterken de samenwerking tussen kennisinstellingen onderling en de samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven. We zetten gericht in op institutionele, regionale en internationale onderzoeksinfrastructuur. We ontwikkelen ook samenwerkingsvormen en businessmodellen die bedrijven toelaten om gebruik te maken van de onderzoeksinfrastructuur die aanwezig is bij de kennisinstellingen.

De overheidsinvesteringen (inclusief O&O) laten we sneller stijgen dan de gemiddelde uitgavengroei.

We werken een specifiek traject en ondersteuningsaanbod uit voor snelle groeiers (begeleiding, advies, financieringsaanbod). We willen snelle groeiers met 15


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 4 — SMART VLAANDEREN UitdagingALS 1 —INNOVATIEVE KLIMAATINTELLIGENTE EN DIGITALE SAMENLEVING TOPREGIO

Uitdaging 4: SMART VLAANDEREN ALS INNOVATIEVE EN DIGITALE TOPREGIO De grote maatschappelijke uitdagingen, zoals verwoord in de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, vragen ingrijpende veranderingen en innovatieve oplossingen. Innovatie is de toepassing van nieuwe ideeën en kennis op alle vlakken van menselijk handelen met een concreet effect. Technologische ontwikkelingen zijn een belangrijke driver voor innovatie. Momenteel spelen snelle digitale ontwikkelingen een hoofdrol in onze manier van (samen) leven en werken. In de toekomst kunnen andere ontwikkelingen prominenter worden, zoals de doorbraak van biotechnologie. Economisch verzekert het vermogen om vlot te innoveren en te digitaliseren een plaats in de internationale kopgroep. Wil Vlaanderen bij de kopgroep blijven, dan moet het doortastend en gecoördineerd werken aan innovatie en digitalisering. Door doorgedreven in te zetten op innovatie en digitalisering zetten we Vlaanderen op de kaart als slimme regio. Slim omdat we het verwerven en gebruiken van kennis aanmoedigen om nieuwe innovaties te ontwikkelen en het beleid te onderbouwen met data. Slim omdat we via een doorgedreven digitalisering het leven van onze burgers en bedrijven verregaand willen vereenvoudigen en aangenamer willen maken.

1— VERDER INVESTEREN IN INNOVATIE Vlaanderen zet sterk in op onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het streefdoel om als Vlaamse overheid 1% van de bruto toegevoegde waarde te investeren in innovatie wordt nagenoeg behaald. Willen we als regio bij de internationale top aansluiten, is een ongewijzigde focus op middelen en ruimte voor innovatie noodzakelijk en moet een bijkomende inspanning geleverd worden tijdens deze legislatuur. De Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) raamt die inspanning op circa 500 miljoen euro.

Er zijn een aantal belangrijke pijlers in het Vlaamse innovatiesysteem. De strategische onderzoekscentra (SOC’s), waarbij academisch onderzoek op verschillende domeinen wordt gevaloriseerd met het oog op maatschappelijke en economische meerwaarde, spelen een cruciale rol. Die meerwaarde bereiken we via samenwerking met andere organisaties, transfer van kennis en gerichte (mede)investeringen in spin-offs of het aanmoedigen van ondernemerschap van onderzoekers. De middelen die we in de SOC’s investeren, maken we nog sterker afhankelijk van die prestaties. Zo wordt een quadruple helix bereikt, met samenwerking tussen kennisactoren, ondernemingen, maatschappelijke actoren en overheid. Een ander belangrijk instrument voor dergelijke samenwerkingen zijn de clusters met speerpuntclusters in enkele cruciale domeinen en innovatieve bedrijfsnetwerken in ontluikende innovaties. Vlaanderen zet verder in op belangrijke digitale technologieën, zoals artificiële intelligentie, cybersecurity en gepersonaliseerde geneeskunde. We bouwen het kader uit om in te zetten op enkele langetermijnuitdagingen, onder andere via moonshots, en zetten die om in effectieve acties met grote betrokkenheid van alle maatschappelijke actoren. Financiering van onderzoek en ontwikkeling om te innoveren is noodzakelijk. Daarnaast bestaan andere hefbomen om innovatieprojecten een maximale kans te geven: het creëren van regelluwe zones, de inzet van de overheid via haar aankoopbeleid op het stimuleren van innovatie … Ook hier moedigen we de samenwerking tussen de overheid, de academische wereld, de bedrijven en de maatschappelijke actoren aan om tot innovatieve oplossingen te komen.

16


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 4 — SMART VLAANDEREN ALS INNOVATIEVE EN DIGITALE TOPREGIO

Vertrekkend vanuit de sterktes van Vlaanderen en de langetermijnuitdagingen, zijn voor de hand liggende kerngebieden voor innovatie: de ontwikkeling van en de investering in circulaire economie; de uitdagingen op het vlak van klimaat en leefmilieu; de digitalisering van de maatschappij, de producerende en dienstverlenende actoren en de overheid; het welzijns- en gezondheidsbeleid; de agricultuur; het onderwijs en de arbeidsmarkt; mobiliteit; energie.

2— DIGITALISERING: GEEN KEUZE MAAR NOODZAAK De digitale realiteit groeit exponentieel en is onomkeerbaar. Via de bovenvermelde inzet op innovatie creëren we ondernemingsruimte voor digitale ondernemers en initiatiefnemers. Een van de belangrijkste uitdagingen met betrekking tot digitalisering is het aanleren van de nodige vaardigheden om in de digitale maatschappij kwaliteitsvol te leven en te werken. Om actief in de samenleving te kunnen blijven participeren, is het van belang dat iedereen beschikt over een minimaal geletterdheidsniveau op het vlak van taal, wiskunde, financiën en digitalisering. We zorgen ervoor dat elke lerende in het kwaliteitsvolle leerplicht- en volwassenenonderwijs dat minimale niveau haalt en zorgen voor een passend remediëringsaanbod in de basiseducatie en het tweedekansonderwijs. We stimuleren opleidingsverstrekkers om burgers en bedrijven te begeleiden in de ontwikkeling van hun digitale geletterdheid. We beperken ons daarbij niet tot de louter technologische aspecten, maar besteden ook aandacht aan vaardigheden, zoals omgaan met hogere complexiteit, zelfredzaamheid en ondernemerschap, die het goed functioneren in een digitale (werk)omgeving mogelijk maken, rekening houdend met ieders mogelijkheden. We ondersteunen alle vormen van innovatie en digitalise-

ring die leren minder tijds- en plaatsafhankelijk maken.

3— DE OVERHEID IN EEN DIGITALE LEIDERSROL Verder neemt de overheid een digitale leiderschapsrol op ten dienste van de maatschappij. Vlaanderen koos de voorbije jaren voor een radicaal digitaal programma, afgestemd met de lokale overheden en de federale overheid. We bouwen de digitale dienstverlening verder uit. Het uitgangspunt daarbij is dat burgers en bedrijven op ongeacht welk bestuursniveau kunnen rekenen op een digitale overheid. Burgers, ondernemingen en andere actoren krijgen over die dienstverlening correcte en betrouwbare informatie. Van 0 tot 99 jaar kunnen ze hun dossiers volgen, aanvullen en beslissingen consulteren. Op basis van één digitaal paspoort wordt alle overheidsinformatie toegankelijk en kunnen dossiers worden opgevolgd (no wrong door). Gegevens die we al kennen, vragen we niet opnieuw (only once). Met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) werd Europees duidelijk gemaakt dat gegevensdeling veilig moet gebeuren en met toestemming van de burger. Als overheid is het dan ook belangrijk dat we dat vertrouwen geven aan de burgers, zonder de overheidswerking te verlammen. Een tweede overheidsrol heeft betrekking op dienstverlening. De overheid bedient alle burgers. Digital first but not only betekent dat we voluit inzetten op digitale dienstverlening, maar er ook voor zorgen dat burgers die geen of onvoldoende digitale vaardigheden hebben, geholpen kunnen worden. Een derde belangrijke rol voor de overheid is weggelegd in de randvoorwaarden voor een digitale maatschappij. Belangrijke domeinen daarin zijn wet- en regelgeving (privacy, regelluwe initiatieven, kaders voor digitale economie …) en infrastructuur. Op dat vlak en op andere vlakken nemen we het voortouw in samenwerking met andere Belgische en Europese overheden. Zo creëren we een krachtig en stabiel systeem dat op wereldvlak aan de top staat. 17


Focus op vier grote beleidsuitdagingen Uitdaging 4 — SMART VLAANDEREN ALS INNOVATIEVE EN DIGITALE TOPREGIO

De overheid vervult een vierde belangrijke rol in een doortastend databeleid, ter ondersteuning van beleidsinitiatieven, monitoring en uitvoering. Als Vlaamse overheid beschikken we zelf over een schat aan ruwe data. Ook andere overheden en heel wat partnerorganisaties die instaan voor de rechtstreekse dienstverlening aan burgers en bedrijven, beschikken vaak over een schat aan data. Met ondersteuning van beleidsgericht onderzoek en expertise bereiden we onderbouwde beleidsinitiatieven voor. Dat vergt een doorgedreven samenwerking tussen alle organisaties van de Vlaamse overheid, maar ook met andere overheden en partners. De Vlaamse overheid neemt daarin het voortouw en vervult de regierol in het datalandschap. Elke organisatie verzamelt en monitort data, die in een netwerk beschikbaar zijn en aan elkaar gelinkt kunnen worden. De grote set data die daarvan het resultaat is, wordt aangevuld met beschikbare datasets van lokale overheden, de federale overheid en partners. De dataverzameling of het datalake komt tot stand met doorgedreven aandacht voor privacy en beveiliging. Om uit de data te leren, zetten we in op doorgedreven data-analyse in het netwerk van de Vlaamse overheid. Die bigdata-analyses, zowel binnen de organisaties en de beleidsdomeinen als binnen de bredere Vlaamse overheid, leveren belangrijke beleidsinformatie op die we gebruiken om beleid vorm te geven. De dataverzameling voedt ook de statistische autoriteit, die via die doorgedreven samenwerking haar decretale rol van transparantie naar de samenleving kan opnemen. Door bovendien uit te gaan van open data als standaard, stellen we die data ook ter beschikking aan burgers en bedrijven.

en processen, en uiteraard ook in technologie binnen alle organisaties van de Vlaamse overheid. Digitaalvriendelijke regelgeving, betrouwbare hardware, systematische projectaanpak voor de ontwikkelprojecten en programma’s … zijn daarvoor noodzakelijk.

Daarmee ondersteunen we de vijfde rol van de overheid, het stimuleren van digitalisering in alle geledingen van de maatschappij. Dat is eigenlijk een bijzondere vorm van innovatie, waarvoor het hele instrumentarium ingezet kan worden. Alle beleidsdomeinen kunnen daarin vanuit hun opdracht een essentiële rol vervullen. De digitalisering van de Vlaamse overheid vraagt een doorgedreven regisseursrol binnen de Vlaamse overheid, als het ware een soort van digitale bouwmeester. Een gecoördineerde aanpak vergt dat alle geledingen versterkt worden. Digitalisering vergt investering in andere profielen 18


Havenlaan 88 bus 20 1000 Brussel departement.kb@vlaanderen.be www.vlaanderen.be

VU: Martin Ruebens, Departement Kanselarij en Bestuur, Havenlaan 88, bus 20, 1000 Brussel — Depotnummer: D/2019/3241/159

DEPARTEMENT KANSELARIJ EN BESTUUR


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bijdrage_Regeerakkoord_2019_2024_hoofdstuk_1.pdf by Vlaanderen-be - Issuu