BIJLAGE 1: KWALITEITSBORGING VAN DE PFAS METINGEN IN SERUM Bijlage 1-A: HBM4EU certificaat m.b.t. PFAS metingen in serum
1
Bijlage 1-B: Kort overzicht van enkele relevante kwaliteitscontroles Procedure blanco – controle van contaminatie Al het gebruikte materiaal voor de monstername werd voorafgaand aan de start van de studie getest op aanwezigheid van PFAS om blanco contaminatie uit te sluiten. Alleen materiaal waarbij geen meetbare hoeveelheid PFAS werd genoteerd werd gebruikt. Daarnaast werden tijdens de staalnamecampagne ook zogenaamde veldblanco’s genomen. Ook deze blanco’s waren allemaal negatief zodat een systematische PFAS contaminatie tijdens de bemonstering kan worden uitgesloten. Bij elke analysereeks werd 500 µL ultrapuur water met de bovenstaande procedure opgewerkt en gemeten. De procedure blanco was voor elke reeks lager dan de rapporteergrens. Bepalingsgrens of kwantificatielimiet De bepalingsgrens, BG, wordt gedefinieerd als de kleinste hoeveelheid stof of laagste concentratie van de component in het serum monster die met een bepaalde (en redelijke) precisie en juistheid met de analysemethode gekwantificeerd kan worden, met andere woorden waarvan de meetwaarde nog met een bepaalde (on)zekerheid kan worden vastgesteld. De effectieve kwantificatielimiet van allen PFAS is voor deze methode vastgelegd op maximaal 0,2 µg/L. Uitzonderingen hierop kunnen worden toegelaten voor zover dit de bruikbaarheid van de analyseresultaten niet in het gedrang brengt (bijv. in het geval van sterk met fluorverbindingen verontreinigde monsters). De specificaties werden voor alle meetreeksen gehaald met uitzondering van meetreeks 6 waar voor PFOA en PFNA een BG van respectievelijk 0,25 en 0,11 µg/L werd bekomen. Gezien het feit dat 90 % van de monsters waarden lieten optekenen ruim boven de BG werd hiervoor geen actie ondernomen. Controle van de geldigheid van de kalibratie Bij elke meetreeks wordt een onafhankelijke standaard (QC225) gemeten ter controle van de kalibratiecurve en stabiliteit van de meting tijdens een meetreeks. De recovery van deze standaard wordt berekend tov de kalibratiecurve en dient tussen de 80% en 120% gelegen te zijn voor acceptatie van de kalibratiecurve. Deze controle is ook een indicatie voor de stabiliteit van de meetsystemen over een langere periode, zoals hier voor 800 serummonsters. Deze kwaliteitscontrolekaarten zijn hieronder weergegeven.
2
Procedure blanco – controle van contaminatie Al het gebruikte materiaal voor de monstername werd voorafgaand aan de start van de studie getest op aanwezigheid van PFAS om blanco contaminatie uit te sluiten. Alleen materiaal waarbij geen meetbare hoeveelheid PFAS werd genoteerd werd gebruikt. Daarnaast werden tijdens de staalnamecampagne ook zogenaamde veldblanco’s genomen. Ook deze blanco’s waren allemaal negatief zodat een systematische PFAS contaminatie tijdens de bemonstering kan worden uitgesloten (Tabel 1). Bij elke analysereeks werd 500 µL ultrapuur water met de bovenstaande procedure opgewerkt en gemeten. De procedure blanco was voor elke reeks lager dan de rapporteergrens. Bepalingsgrens of kwantificatielimiet De bepalingsgrens, BG, wordt gedefinieerd als de kleinste hoeveelheid stof of laagste concentratie van de component in het serum monster die met een bepaalde (en redelijke) precisie en juistheid met de analysemethode gekwantificeerd kan worden, met andere woorden waarvan de meetwaarde nog met een bepaalde (on)zekerheid kan worden vastgesteld. De effectieve kwantificatielimiet van allen PFAS is voor deze methode vastgelegd op maximaal 0,2 µg/L. Uitzonderingen hierop kunnen worden toegelaten voor zover dit de bruikbaarheid van de analyseresultaten niet in het gedrang brengt (bijv. in het geval van sterk met fluorverbindingen verontreinigde monsters). De specificaties werden voor alle meetreeksen gehaald met uitzondering van meetreeks 6 waar voor PFOA en PFNA een BG van respectievelijk 0,25 en 0,11 µg/L werd bekomen. Gezien het feit dat 90 % van de monsters waarden lieten optekenen ruim boven de BG werd hiervoor geen actie ondernomen.
3
Controle van de geldigheid van de kalibratie Bij elke meetreeks wordt een onafhankelijke standaard (QC225) gemeten ter controle van de kalibratiecurve en stabiliteit van de meting tijdens een meetreeks. De recovery van deze standaard wordt berekend tov de kalibratiecurve en dient tussen de 80% en 120% gelegen te zijn voor acceptatie van de kalibratiecurve. Deze controle is ook een indicatie voor de stabiliteit van de meetsystemen over een langere periode, zoals hier voor 800 serummonsters. Deze kwaliteitscontrolekaarten zijn hieronder weergegeven.
Terugvinding van de isotoop-aangerijkte fluorverbindingen Voor elk monster werd de terugvinding van de isotoop-aangerijkte interne standaarden bepaald, d.i. de experimenteel teruggevonden hoeveelheid van elk van de bij het begin van de analyse toegevoegde standaarden. Als kwaliteitscriterium werd een terugvindingsrendement van de isotoopaangerijkte fluorverbindingen van minimaal 30 % gehanteerd. Voor de recovery van 13C-PFDA was het terugvindingsrendement minimaal 20 %. De langere C-ketens blijven makkelijk kleven aan glaswerk. Validatie van de methode heeft aangetoond dat deze terugvindingen resulteren in voldoende betrouwbare data. Indien desgevallend (bv. indien geen monster meer beschikbaar is of indien heranalyse niet relevant is i.f.v. gebruik van het resultaat) toch resultaten worden gerapporteerd waarbij aan het criterium voor terugvinding niet voldaan is, wordt dit als opmerking bij het verslag gevoegd. Analyse van controlemonsters In elke analysereeks werden controlemonsters meegenomen die de hele analyseprocedure doorlopen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van een reëel serum (QC serum) dat geaddeerd wordt met 4
een gekende hoeveelheid PFAS. De terugvindingen worden genoteerd op de respectievelijke controlekaarten van de controlemonsters en dienden gelegen te zijn tussen de controlegrenzen van deze kaarten. Hiervoor werd de geschatte meetonzekerheid met 95 % confidentie gebruikt. Er werd voor elk van de 3 hoofdcomponenten (PFOA, PFHxS en PFOS) één lichte overschreiding vastgesteld (op 40). Hiervoor werd geen actie ondernomen aangezien deze vallen binnen het aanvaarde confidentieinterval van 95 %. Analyse van een duplo serum staal (QC serum) At random werd per analysereeks één staal 2 x gemeten. De variatie hierop mag oplopen tot 20 %. Voor PFHxS werden 2 overschrijdingen (op 40) vastgesteld. Aangezien de metingen voor de andere componenten in diezelfde monsters wel aan de criteria voldeden en de overschrijding door de omvang aan een artefact in de detector werd toegeschreven werd hiervoor geen actie ondernomen. Kwantificering van vertakte isomeren Van de meeste perfluorverbindingen komt uitsluitend de lineaire vorm voor; van een aantal perfluorverbindingen zoals PFOS, PFOA and PFHxS bestaat het technische mengsel uit zowel lineaire als vertakte isomeren. In afwachting van geschikte standaarden en duidelijke regelgeving/internationale afspraken, worden zowel de lineaire als de vertakte vormen gekwantificeerd gebruikmakend van de RRF-waarde bekomen voor de lineaire vorm. De vertakte standaard wordt toegevoegd aan de meetreeks ter controle van de identificatie en integratie. Terugvinding van de isotoop-aangerijkte fluorverbindingen Voor elk monster werd de terugvinding van de isotoop-aangerijkte interne standaarden bepaald, d.i. de experimenteel teruggevonden hoeveelheid van elk van de bij het begin van de analyse toegevoegde standaarden. Als kwaliteitscriterium werd een terugvindingsrendement van de isotoopaangerijkte fluorverbindingen van minimaal 30 % gehanteerd. Voor de recovery van 13C-PFDA was het terugvindingsrendement minimaal 20 %. De langere C-ketens blijven makkelijk kleven aan glaswerk. Validatie van de methode heeft aangetoond dat deze terugvindingen resulteren in voldoende betrouwbare data. Indien desgevallend (bv. indien geen monster meer beschikbaar is of indien heranalyse niet relevant is i.f.v. gebruik van het resultaat) toch resultaten worden gerapporteerd waarbij aan het criterium voor terugvinding niet voldaan is, wordt dit als opmerking bij het verslag gevoegd. Analyse van controlemonsters In elke analysereeks werden controlemonsters meegenomen die de hele analyseprocedure doorlopen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van een reëel serum (QC serum) dat geaddeerd wordt met een gekende hoeveelheid PFAS. De terugvindingen worden genoteerd op de respectievelijke controlekaarten van de controlemonsters en dienden gelegen te zijn tussen de controlegrenzen van deze kaarten. Hiervoor werd de geschatte meetonzekerheid met 95 % confidentie gebruikt. Er werd voor elk van de 3 hoofdcomponenten (PFOA, PFHxS en PFOS) één lichte overschreiding vastgesteld (op 40). Hiervoor werd geen actie ondernomen aangezien deze vallen binnen het aanvaarde confidentieinterval van 95 %. Analyse van een duplo serum staal (QC serum) At random werd per analysereeks één staal 2 x gemeten. De variatie hierop mag oplopen tot 20 %. Voor PFHxS werden 2 overschrijdingen (op 40) vastgesteld. Aangezien de metingen voor de andere
5
componenten in diezelfde monsters wel aan de criteria voldeden en de overschrijding door de omvang aan een artefact in de detector werd toegeschreven werd hiervoor geen actie ondernomen. Kwantificering van vertakte isomeren Van de meeste perfluorverbindingen komt uitsluitend de lineaire vorm voor; van een aantal perfluorverbindingen zoals PFOS, PFOA and PFHxS bestaat het technische mengsel uit zowel lineaire als vertakte isomeren. In afwachting van geschikte standaarden en duidelijke regelgeving/internationale afspraken, worden zowel de lineaire als de vertakte vormen gekwantificeerd gebruikmakend van de RRF-waarde bekomen voor de lineaire vorm. De vertakte standaard wordt toegevoegd aan de meetreeks ter controle van de identificatie en integratie.
6
BIJLAGE 2 : OVERZICHT VAN DE KENMERKEN VAN DE ONDERZOEKSGROEP Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek
Demografische kenmerken leeftijd leeftijd in jaren (mediaan (P5;P95))
51,0 (21,5;72,6)
leeftijd in categorieën (n en %) 12 tot en met 19 jaar
34 (4,3 %)
20 tot en met 29 jaar
48 (6,0 %)
30 tot en met 39 jaar
139 (17,5 %)
40 tot en met 49 jaar
161 (20,2 %)
50 tot en met 59 jaar
169 (21,2 %)
60 tot en met 69 jaar
186 (23,4 %)
70 tot en met 79 jaar
56 (7,0 %)
80 tot en met 89 jaar
3 (0,4 %)
90 tot en met 99 jaar
0 (0,0 %)
jonger dan 40 jaar
221 (27,8 %)
40 jaar tot 60 jaar (niet inbegrepen)
330 (41,5 %)
60 jaar of ouder
245 (30,8 %)
man
339 (42,6 %)
vrouw
457 (57,4 %)
geslacht
socio-economische positie hoogste opleiding in het huishouden (n en %) geen diploma of lager secundair onderwijs
85 (10,7 %)
hoger secundair onderwijs
194 (24,4 %)
hoger onderwijs
506 (63,6 %)
ontbrekende antwoorden
11 (1,4 %)
rondkomen met het inkomen (n en %) heel erg moeilijk tot moeilijk
38 (4,8 %)
lukt om rond te komen
287 (36,1 %)
lukt om comfortabel te leven
444 (55,8 %)
ontbrekende antwoorden
27 (3,4 %)
herkomst via nationaliteit (n en %) Belgische herkomst
723 (90,8 %)
buitenlandse herkomst
68 (8,5 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
herkomst via nationaliteit (n en %) Belgische herkomst
Persoonlijke kenmerken
1
723 (90,8 %)
EU-herkomst
43 (5,4 %)
niet-EU-herkomst
25 (3,1 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek
Body Mass Index (n en %) ondergewicht
5 (0,6 %)
gezond gewicht
292 (36,7 %)
overgewicht
327 (41,1 %)
ernstig overgewicht
172 (21,6 %)
ondergewicht of gezond gewicht
297 (37,3 %)
Body Mass Index (n en %) overgewicht
327 (41,1 %)
ernstig overgewicht
172 (21,6 %)
1ste kind
346 (43,5 %)
2de kind
231 (29 %)
geboortevolgorde (n en %)
3de kind of later
209 (26,3 %)
ontbrekende antwoorden
10 (1,3 %)
menopauze
210 (46 %)
(tijdelijk) geen menstruatie
24 (5,3 %)
status menstruatie (n en %, enkel vrouwen)
wel menstruatie ontbrekende antwoorden
219 (47,9 %) 4 (0,9 %)
status menstruatie (n en %, enkel vrouwen) menopauze langer dan 5 jaar
144 (31,5 %)
menopauze 5j of minder
65 (14,2 %)
(tijdelijk) geen menstruatie
24 (5,3 %)
wel menstruatie ontbrekende antwoorden
219 (47,9 %) 5 (1,1 %)
aantal keer zwanger geweest (n en %, enkel vrouwen) nooit
99 (21,7 %)
1 keer
65 (14,2 %)
2 keer
156 (34,1 %)
3 keer of meer
135 (29,5 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,4 %)
deelnemers die zwanger zijn op moment van onderzoek (n en %, enkel vrouwen) nee ja ontbrekende antwoorden
445 (97,4 %) 9 (2 %) 3 (0,7 %)
deelnemers die borstvoeding geven/gaven (n en %, enkel vrouwen) nooit
97 (21,2 %)
vroeger, maar nu niet
239 (52,3 %)
vroeger en nu ontbrekende antwoorden
18 (3,9 %) 103 (22,5 %)
duur van de borstvoeding (alle zwangerschappen opgeteld) in categorieën (n en %) nooit of maximaal 2 maanden
Geografische kenmerken aantal deelnemers per perimeter (n en %)
2
23 (5 %)
maximaal 6 maanden
61 (13,3 %)
meer dan 6 maanden
166 (36,3 %)
ontbrekende antwoorden
207 (45,3 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek perimeter 1,5 km
224 (28,1 %)
perimeter 1,5 - 3 km
572 (71,9 %)
perimeter 1,5km
224 (28,1 %)
aantal deelnemers per geografische zone (n en%) perimeter 3km Beveren
25 (3,1 %)
perimeter 3km Zwijndrecht
506 (63,6 %)
perimeter 3km Linkeroever
41 (5,2 %)
afstand van de woning tot 3M in meters (mediaan (P5;P95))
1803 (975;2899)
afstand van de woning tot 3M in categorieën (n en %) kleiner of gelijk aan 1,5 km
224 (28,1 %)
groter dan 1,5 en kleiner of gelijk aan 2 km
274 (34,4 %)
groter dan 2km
298 (37,4 %)
afstand tot de dichtstbijzijnde PFAS-bron (mediaan (P5;P95))
1704 (895;2686)
benaming van de dichtstbijzijnde PFAS-bron (n en %) productie 3M
685 (86,1 %)
brandweeroefenterrein ISEC
44 (5,5 %)
brandweerpost Linkeroever
67 (8,4 %)
aantal deelnemers per windrichting t.o.v. 3M (n en %) NO
0 (0 %)
ZO
298 (37,4 %)
ZW
498 (62,6 %)
NW
0 (0,0 %)
tijd dat deelnemer op dit adres woont in jaren (mediaan (P5;P95))
15 (1,5;44,0)
tijd dat deelnemer op dit adres woont in categorieën (n en %) minder dan 5 jaar
131 (16,5 %)
van 5 tot 15 jaar
246 (30,9 %)
van 15 tot 30 jaar
226 (28,4 %)
30 en meer ontbrekende antwoorden tijd dat deelnemer in het studiegebied woont in jaren (mediaan (P5;P95))
191 (24 %) 2 (0,3 %) 30 (3;62)
tijd dat deelnemer in het studiegebied woont in categorieën (n en %) minder dan 5 jaar
55 (6,9 %)
van 5 tot 15 jaar
139 (17,5 %)
van 15 tot 30 jaar
202 (25,4 %)
30 en meer ontbrekende antwoorden
398 (50 %) 2 (0,3 %)
tijd dat deelnemer in het studiegebied woont in categorieën (n en %) 15 jaar of minder
219 (27,5 %)
van 15 tot en met 30 jaar
190 (23,9 %)
van 30 tot en met 44 jaar
197 (24,7 %)
45 jaar en meer
188 (23,6 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
Lokale voeding consumptie van eieren van eigen kippen (n en %) nee, nooit gedaan
527 (66,2 %)
Vroeger wel, gestopt vóór maatregelen
107 (13,4 %)
Vroeger wel, gestopt omwille van maatregelen
94 (11,8 %)
3
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek ja, nog steeds
67 (8,4 %)
ontbrekende antwoorden
1 (0,1 %)
deelnemers met een moestuin (n en %) nee ja, in plantenbakken ja, in volle grond ontbrekende antwoorden
483 (60,7 %) 71 (8,9 %) 238 (29,9 %) 4 (0,5 %)
consumptie van klein fruit (aardbeien, bessen) uit eigen tuin (n en %) nooit
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
96 (12,1 %)
maandelijks
108 (13,6 %)
wekelijks
80 (10,1 %)
dagelijks of meer
25 (3,1 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van klein fruit (aardbeien, bessen) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
96 (12,1 %)
maandelijks
108 (13,6 %)
wekelijks of meer
105 (13,2 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van boomgaard fruit (appels, peren, kersen) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
200 (25,1 %)
maandelijks
65 (8,2 %)
wekelijks of meer
41 (5,2 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
consumptie van groenten (totaal) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
111 (13,9 %)
maandelijks
75 (9,4 %)
wekelijks
95 (11,9 %)
dagelijks of meer
27 (3,4 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van groenten (totaal) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
111 (13,9 %)
maandelijks wekelijks of meer ontbrekende antwoorden
75 (9,4 %) 122 (15,3 %) 5 (0,6 %)
consumptie van aardappelen uit eigen tuin (n en %)
consumptie van aardappelen uit eigen tuin (n en %)
4
nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
228 (28,6 %)
maandelijks
21 (2,6 %)
wekelijks
39 (4,9 %)
dagelijks of meer
20 (2,5 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
228 (28,6 %)
maandelijks of meer
80 (10,1 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van sla uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
174 (21,9 %)
maandelijks
62 (7,8 %)
wekelijks of meer
73 (9,2 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van spinazie uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
254 (31,9 %)
maandelijks of meer
54 (6,8 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van andere bladgroenten (andijvie, peterselie, …) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
177 (22,2 %)
maandelijks
72 (9 %)
wekelijks of meer
60 (7,5 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van kolen (bloemkool, rode kool, witte kool, savooikool, spruitjes) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
251 (31,5 %)
maandelijks of meer
58 (7,3 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van tomaten uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
169 (21,2 %)
maandelijks
62 (7,8 %)
wekelijks of meer
78 (9,8 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van komkommers uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
226 (28,4 %)
maandelijks
35 (4,4 %)
wekelijks of meer
47 (5,9 %)
ontbrekende antwoorden consumptie van andere vruchtgewassen (courgetten, pompoenen, …) uit eigen tuin (n en %)
5 (0,6 %)
consumptie van bolgewassen (prei, ui, …) uit eigen tuin (n en %)
5
nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
181 (22,7 %)
maandelijks
72 (9 %)
wekelijks of meer
56 (7 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
229 (28,8 %)
maandelijks
39 (4,9 %)
wekelijks of meer
41 (5,2 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van stengelgewassen (selder) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
243 (30,5 %)
maandelijks
45 (5,7 %)
wekelijks of meer
20 (2,5 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van knolgewassen (wortelen, radijzen, …) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
226 (28,4 %)
maandelijks
50 (6,3 %)
wekelijks of meer
32 (4 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van peulvruchten (prinsessenbonen, snijbonen, tuinbonen, …) uit eigen tuin (n en %) nooit (geen moestuin)
483 (60,7 %)
niet laatste 3 maanden
211 (26,5 %)
maandelijks
63 (7,9 %)
wekelijks of meer
35 (4,4 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van eieren afkomstig van derden binnen het studiegebied (n en %) nee, nooit gedaan
427 (53,6 %)
Vroeger wel, gestopt vóór maatregelen
113 (14,2 %)
Vroeger wel, gestopt omwille van maatregelen
178 (22,4 %)
ja, nog steeds
72 (9 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie van groenten en fruit afkomstig van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) nee
474 (59,5 %)
ja
318 (39,9 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
consumptie van klein fruit (aardbeien, bessen) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden maandelijks wekelijks of meer ontbrekende antwoorden
524 (65,8 %) 135 (17 %) 132 (16,6 %) 5 (0,6 %)
consumptie van boomgaard fruit (appels, peren, kersen) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %)
6
niet laatste 3 maanden
633 (79,5 %)
maandelijks
88 (11,1 %)
wekelijks of meer
69 (8,7 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek
consumptie van groenten (totaal) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
606 (76,1 %)
maandelijks
95 (11,9 %)
wekelijks
71 (8,9 %)
dagelijks of meer
18 (2,3 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie van groenten (totaal) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
606 (76,1 %)
maandelijks
95 (11,9 %)
wekelijks of meer
89 (11,2 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie van aardappelen van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden maandelijks wekelijks
657 (82,5 %) 49 (6,2 %) 72 (9 %)
dagelijks of meer
13 (1,6 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van aardappelen van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
657 (82,5 %)
maandelijks
49 (6,2 %)
wekelijks of meer
85 (10,7 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van sla van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
688 (86,4 %)
maandelijks
61 (7,7 %)
wekelijks of meer
41 (5,2 %)
ontbrekende antwoorden consumptie van spinazie van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %)
6 (0,8 %)
niet laatste 3 maanden
740 (93 %)
maandelijks of meer
49 (6,2 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
consumptie van andere bladgroenten (andijvie, peterselie, …) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden maandelijks
720 (90,5 %) 48 (6 %)
wekelijks of meer
22 (2,8 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie van kolen (bloemkool, rode kool, witte kool, savooikool, spruitjes) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
7
714 (89,7 %)
maandelijks
53 (6,7 %)
wekelijks of meer
23 (2,9 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie van tomaten van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden maandelijks
668 (83,9 %) 75 (9,4 %)
wekelijks of meer
48 (6 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
consumptie van komkommers van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
702 (88,2 %)
maandelijks
59 (7,4 %)
wekelijks of meer
29 (3,6 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie van andere vruchtgewassen (courgetten, pompoenen, …) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
679 (85,3 %)
maandelijks
75 (9,4 %)
wekelijks of meer
35 (4,4 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
consumptie van bolgewassen (prei, ui, …) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
702 (88,2 %)
maandelijks
49 (6,2 %)
wekelijks of meer
38 (4,8 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
consumptie van stengelgewassen (selder) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
725 (91,1 %)
maandelijks of meer
64 (8 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
consumptie van knolgewassen (wortelen, radijzen, …) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
710 (89,2 %)
maandelijks
49 (6,2 %)
wekelijks
30 (3,8 %)
dagelijks of meer ontbrekende antwoorden
0 (0 %) 7 (0,9 %)
consumptie van peulvruchten (prinsessenbonen, snijbonen, tuinbonen, …) van derden binnen het studiegebied de voorbije 3 maanden (n en %) niet laatste 3 maanden
689 (86,6 %)
maandelijks
70 (8,8 %)
wekelijks of meer
31 (3,9 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
consumptie lokaal geteelde eieren (eigen kippen of van derden binnen het studiegebied) (n en %) nee, nooit gedaan
308 (38,7 %)
Vroeger wel, gestopt vóór maatregelen
145 (18,2 %)
8
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek
Vroeger wel, gestopt omwille van maatregelen ja, nog steeds
223 (28 %) 120 (15,1 %)
hoe vaak waren de geconsumeerde eieren de voorbije 3 maanden afkomstig van de afgebakende zone? (n en %) geen
470 (59 %)
de helft of minder
135 (17 %)
meer dan de helft
59 (7,4 %)
altijd ontbrekende antwoorden
126 (15,8 %) 6 (0,8 %)
Hoeveel eieren uit de afgebakende zone werden gemiddeld per week geconsumeerd (bereidingen zoals cake en mayonaise meegerekend)? (n en %) geen
490 (61,6 %)
1 tot 3 eieren
201 (25,3 %)
4 of meer eieren
75 (9,4 %)
ontbrekende antwoorden
30 (3,8 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van klein fruit (aardbeien, bessen) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
389 (48,9 %)
maandelijks
188 (23,6 %)
wekelijks
176 (22,1 %)
dagelijks of meer
40 (5 %)
ontbrekende antwoorden
3 (0,4 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van boomgaard fruit (appels, peren, kersen) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
560 (70,4 %)
maandelijks
129 (16,2 %)
wekelijks
79 (9,9 %)
dagelijks of meer
21 (2,6 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van groenten (totaal) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
457 (57,4 %)
maandelijks
141 (17,7 %)
wekelijks
151 (19 %)
dagelijks of meer
42 (5,3 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van aardappelen geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden maandelijks wekelijks
594 (74,6 %) 64 (8 %) 102 (12,8 %)
dagelijks of meer
32 (4 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van sla geteeld binnen het studiegebied (n en %)
9
niet laatste 3 maanden
579 (72,7 %)
maandelijks
103 (12,9 %)
wekelijks of meer
110 (13,8 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van spinazie geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
694 (87,2 %)
maandelijks
75 (9,4 %)
wekelijks of meer
23 (2,9 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van andere bladgroenten (andijvie, peterselie, …) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
607 (76,3 %)
maandelijks
106 (13,3 %)
wekelijks of meer
79 (9,9 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van kolen (bloemkool, rode kool, witte kool, savooikool, spruitjes) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
665 (83,5 %)
maandelijks
96 (12,1 %)
wekelijks of meer
31 (3,9 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van tomaten geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
559 (70,2 %)
maandelijks
118 (14,8 %)
wekelijks of meer
116 (14,6 %)
ontbrekende antwoorden
3 (0,4 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van komkommers geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
634 (79,6 %)
maandelijks
87 (10,9 %)
wekelijks of meer
70 (8,8 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van andere vruchtgewassen (courgetten, pompoenen, …) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
570 (71,6 %)
maandelijks
136 (17,1 %)
wekelijks of meer
86 (10,8 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van bolgewassen (prei, ui, …) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
637 (80 %)
maandelijks
80 (10,1 %)
wekelijks of meer
75 (9,4 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van stengelgewassen (selder) geteeld binnen het studiegebied (n en %)
10
niet laatste 3 maanden
672 (84,4 %)
maandelijks
86 (10,8 %)
wekelijks of meer
33 (4,1 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek
de voorbije 3 maanden consumptie van knolgewassen (wortelen, radijzen, …) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
645 (81 %)
maandelijks
87 (10,9 %)
wekelijks of meer
59 (7,4 %)
ontbrekende antwoorden
5 (0,6 %)
de voorbije 3 maanden consumptie van peulvruchten (prinsessenbonen, snijbonen, tuinbonen, …) geteeld binnen het studiegebied (n en %) niet laatste 3 maanden
609 (76,5 %)
maandelijks
122 (15,3 %)
wekelijks of meer
62 (7,8 %)
ontbrekende antwoorden
3 (0,4 %)
commerciële voeding consumptie van eieren uit de winkel gemiddeld per week (bereidingen zoals cake en mayonaise meegerekend) (n en %) geen 1 tot 3 eieren 4 of meer eieren ontbrekende antwoorden
132 (16,6 %) 454 (57 %) 182 (22,9 %) 28 (3,5 %)
Mogelijke PFAS-blootstelling via beroep, opleiding of hobby (n en %) Mogelijke PFAS-blootstelling via beroep, opleiding of hobby (n en %) nee
558 (70,1 %)
ja
229 (28,8 %)
ontbrekende antwoorden
9 (1,1 %)
chemie (labo, gebruik bestrijdingsmiddelen, chemische of textielindustrie) nee
712 (89,4 %)
ja
75 (9,4 %)
ontbrekende antwoorden
9 (1,1 %)
smeermiddelen (werken aan auto’s, fietsen) nee
736 (92,5 %)
ja
51 (6,4 %)
ontbrekende antwoorden
9 (1,1 %)
metalen (metaalnijverheid, lassen) nee
760 (95,5 %)
ja
27 (3,4 %)
ontbrekende antwoorden
9 (1,1 %)
brandbestrijding (brandweer) nee
782 (98,2 %)
ja
5 (0,6 %)
ontbrekende antwoorden
9 (1,1 %)
bodem (wegenwerken, bouw, landbouw, natuurbeheer) nee
640 (80,4 %)
ja
147 (18,5 %)
ontbrekende antwoorden
9 (1,1 %)
Mogelijke PFAS-blootstelling bij gebruik van producten (n en %) spuitbussen of sprays voor het waterdicht maken van tapijten, kleding of schoenen nooit
11
551 (69,2 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek af en toe tot wekelijks ontbrekende antwoorden
244 (30,7 %) 1 (0,1 %)
verf, vernis, lak, beitsmiddel nooit
487 (61,2 %)
af en toe tot wekelijks
308 (38,7 %)
ontbrekende antwoorden
1 (0,1 %)
boenmiddel voor meubels of parket nooit
663 (83,3 %)
af en toe tot wekelijks
131 (16,5 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
boen- of smeermiddel voor hobby (paardenzadel, fiets) nooit
688 (86,4 %)
af en toe tot wekelijks
106 (13,3 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
dichtingsproducten (voegkitten zoals mastiek) nooit
618 (77,6 %)
af en toe tot wekelijks
176 (22,1 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
kookpotten of bakvormen met anti-aanbaklaag nooit
111 (13,9 %)
af en toe
218 (27,4 %)
wekelijks
165 (20,7 %)
meerdere keren per week
301 (37,8 %)
ontbrekende antwoorden
1 (0,1 %)
voeding uit verpakkingen met water- en vetafstotende laag (pizzadozen, fast food, friekzakjes) nooit
171 (21,5 %)
af en toe
485 (60,9 %)
wekelijks of meer
138 (17,3 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
waterafstotende kledij (regenjas, gore-tex, …) nooit
225 (28,3 %)
af en toe
418 (52,5 %)
wekelijks
88 (11,1 %)
meerdere keren per week
63 (7,9 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
waterafstotende kledij (regenjas, gore-tex, …) nooit
225 (28,3 %)
af en toe
418 (52,5 %)
wekelijks of meer ontbrekende antwoorden
151 (19 %) 2 (0,3 %)
zonnemelk, bodylotion, handcrème
12
nooit
96 (12,1 %)
af en toe
326 (41 %)
wekelijks
115 (14,4 %)
meerdere keren per week
257 (32,3 %)
ontbrekende antwoorden
2 (0,3 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek
mascara of nagellak nooit
447 (56,2 %)
af en toe
149 (18,7 %)
wekelijks
49 (6,2 %)
meerdere keren per week
150 (18,8 %)
ontbrekende antwoorden
1 (0,1 %)
Kenmerken van de tuin bezit van een grondwaterput (n en %) nooit gehad
664 (83,4 %)
ooit gehad, maar nu niet meer
38 (4,8 %)
ja
90 (11,3 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
diepte van de grondwaterput (n en %) geen grondwaterput
664 (83,4 %)
put minder dan 10 m diep
62 (7,8 %)
put meer dan 10 m diep
25 (3,1 %)
ontbrekende antwoorden
45 (5,7 %)
ooit gebruik van water uit put voor voeding, sproeien, hygiene, vaatwas,.. (n en %) nee
664 (83,4 %)
ja
128 (16,1 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
huidig gebruik van water uit put voor voeding, sproeien, hygiene, vaatwas,.. (n en %) neen
702 (88,2 %)
ja
90 (11,3 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
ooit gebruik van water uit put voor drinken, thee, koffie en bereiding voeding (n en %) neen
783 (98,4 %)
ja
9 (1,1 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
huidig gebruik van water uit put voor drinken, thee, koffie en bereiding voeding (n en %) neen
783 (98,4 %)
ja
9 (1,1 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
huidig contact met putwater via vaat, persoonlijke hygiene of sproeien moestuin (n en %) neen
714 (89,7 %)
ja
78 (9,8 %)
ontbrekende antwoorden
4 (0,5 %)
grootte van de moestuin in categorieën (n en%) geen moestuin
487 (61,2 %)
moestuin tot en met 2 m²
69 (8,7 %)
moestuin tussen 2 en 10 m²
78 (9,8 %)
moestuin tussen 10 m² en 50 m²
85 (10,7 %)
moestuin groter dan 50 m²
70 (8,8 %)
ontbrekende antwoorden
7 (0,9 %)
aantal jaren in bezit van de kippen (mediaan (P5;P95)
4 (0,5;30)
aantal jaren in bezit van de kippen in categorieën (n en %) geen kippen
13
633 (79,5 %)
Kenmerken van de studiepopulatie
Beschrijvende statistiek kippen sinds 5 jaar of minder
105 (13,2 %)
kippen tussen 5 en 10 jaar
25 (3,1 %)
reeds langer dan 10 jaar kippen
21 (2,6 %)
ontbrekende antwoorden
12 (1,5 %)
leeftijd van de kippen in jaren (mediaan, (P5;P95)
3 (0,5;6)
leeftijd van de kippen in categorieën (n en %) geen kippen
633 (79,5 %)
kippen zijn 2 jaar of jonger
66 (8,3 %)
kippen zijn tussen 2 en 4 jaar
66 (8,3 %)
kippen zijn ouder dan 4 jaar
19 (2,4 %)
ontbrekende antwoorden
12 (1,5 %)
kippen toegang tot de composthoop (n en %) geen kippen
633 (79,5 %)
nee
102 (12,8 %)
ja ontbrekende antwoorden
48 (6 %) 13 (1,6 %)
voeding van de kippen (n en %) geen kippen aangekochte dierenvoeding aangekochte voeding en/of etensresten/keuken- en tuinafval ontbrekende antwoorden
634 (79,6 %) 17 (2,1 %) 131 (16,5 %) 14 (1,8 %)
voederplaats van de kippen (n en %) geen kippen
634 (79,6 %)
binnen
21 (2,6 %)
buiten op een verharding/in voederbak
53 (6,7 %)
buiten op de bodem
75 (9,4 %)
ontbrekende antwoorden
13 (1,6 %)
drinkwater van de kippen (n en %) geen kippen
633 (79,5 %)
water uit de regenton/regenput of grondwaterput
58 (7,3 %)
leidingwater (stadswater)
89 (11,2 %)
ontbrekende antwoorden
16 (2 %)
oppervlakte van de scharrelruimte in categorieën (n en %) geen kippen
639 (80,3 %)
scharrelruimte 20 m² of minder
78 (9,8 %)
scharrelruimte tussen 20 en 80 m²
42 (5,3 %)
scharrelruimte groter dan 80 m²
31 (3,9 %)
ontbrekende antwoorden
6 (0,8 %)
mate van begroeiïng van de scharrelruimte (gras of planten) (n en %) geen kippen
633 (79,5 %)
minder dan een vierde
96 (12,1 %)
tussen een vierde en drie vierde
29 (3,6 %)
meer dan drie vierde
25 (3,1 %)
ontbrekende antwoorden
13 (1,6 %)
14
BIJLAGE 3: ONDERBOUWING VAN DE GEZONDHEIDSKUNDIGE TOETSINGSWAARDEN VAN EFSA EN DE DUITSE COMMISSIE VOOR HUMANE BIOMONITORING Om de PFAS metingen in serum gezondheidskundig te interpreteren, baseren we ons op gezondheidskundige richtwaarden voor PFAS in serum opgesteld door een aantal internationale instanties. Deze richtwaardes zijn gebaseerd op associaties tussen PFAS blootstelling en gezondheidseffecten gerapporteerd in verschillende epidemiologische studies, en versterkt met toxicologische kennis (bv. dierproeven) wat betreft causaliteit. Voor een aantal van de PFAS-componenten werden door internationale instanties richtwaarden afgeleid. De Duitse HBM-commissie definieerde HBM-I en HBM-II waarden voor PFOS en PFOA afzonderlijk. Het Europese Voedingsagentschap EFSA definieerde een toelaatbare wekelijkse inname via voeding voor de som van PFNA+PFOA+PFHxS+PFOS, op basis van een PFAS niveaus in serum. Een overzicht van de richtwaarden is gegeven in Tabel 1. De onderbouwing en betekenis van deze richtwaarden wordt verder in deze tekst uitgelegd. Andere instanties (US EPA, ATSDR, Health Canada, RIVM,…) hebben geen gezondheidskundige richtwaarden voor PFAS in serum of bloed gepubliceerd. Evenwel hebben sommige instanties gezondheidskundige richtwaarden voor externe blootstelling aan PFAS gepubliceerd; deze zijn niet eenvoudig om te rekenen naar gezondheidskundige richtwaarden in serum of bloed. Tabel 1: Overzicht van de huidige beschikbare richtwaarden voor PFAS-componenten in serum.
HBM-I
PFOS
PFOA
µg/L
µg/L
5
2
20
10
10
5
PFOA+PFNA+PFHxS+PFOS µg/L
Algemene bevolking1 HBM-II Algemene bevolking (mannen + vrouwen -12j en 52+ j) 2 HBM-II, Vrouwen vruchtbare leeftijd (12-51j) 2 EFSA3
6,9
1
Achtergrond en onderbouwing gezondheidskundige richtwaarden PFAS in serum EFSA 2020 Voor de som van 4 PFAS heeft EFSA een Tolereerbare Wekelijkse Inname (TWI) afgeleid van 4,4 ng/kg lichaamsgewicht per week op basis van een kritische inname van 0,63 ng/kg lichaamsgewicht per dag voor moeders die borstvoeding geven (EFSA, 2020). EFSA’s uitgangspunt (point of departure, PoD) is een BMDL104 voor bloedserumspiegel voor de som van de EFSA-4 van 17,5 ng/ml in bloedserum van zuigelingen van 1 jaar oud die gedurende 12 maanden borstvoeding kregen. Boven deze concentratie in bloedserum worden (nadelige) effecten verwacht op de immuniteit van de kinderen. De sleutelstudie onderliggend aan deze BMDL10 is de Duitse studie van Abraham et al. (2020) waarin een inverse associatie tussen serum levels van de EFSA-4 PFAS stoffen en niveaus van antilichamen tegen difterie in kinderen die borstvoeding krijgen op de leeftijd van 1 jaar werden waargenomen (meer details over deze studie: zie infobox 1). Dit is een bijkomende studie ten opzichte van eerdere studies waarin de relatie tussen PFAS blootstelling en immuunrespons bij kinderen werd aangetoond (studie Faroe Islands, Greandjean et al.,2012; Greandjean et al., 2017); bovendien zijn deze associaties ondersteund door causaliteit aangetoond in dierproeven. Deze concentratie in het bloedserum (kinderen) is vertaald naar de concentratie PFAS in het serum van de moeder (moeder: 6,9 ng/ml voor de som van de 4 EFSA PFAS stoffen) die het kind zal beschermen tegen 10% vermindering in vaccinatierespons met de veronderstelling dat de moeder gedurende 1 jaar borstvoeding geeft. De serumconcentratie in de moeder werd via modellering omgezet in een richtlijn voor externe inname voor de hoeveelheid die volwassen vrouwen (35 jaar) wekelijks via voedsel mogen binnenkrijgen (4,4 ng/kg bw per week), zonder dat het bloedserum van borstgevoede kinderen de kritische waarde voor immuuneffecten bereikt. Die vertaling is gedaan met behulp van gegevens die de opname en verdeling van PFAS in het lichaam van moeder en kind beschrijven. Hiermee is de overdracht berekend van PFAS vanuit voedsel naar het bloedserum van de moeder en van daaruit via de moedermelk naar het lichaam en bloedserum van het kind. Het CONTAM panel van EFSA was van oordeel dat er geen bijkomende onzekerheidsfactoren dienen toegepast worden op het referentiepunt van 4,4 ng/week.kg bw om te komen tot een waarde voor Total Weekly Intake (TWI). Meer uitleg over de sleutelstudie en de modellering wordt weergegeven in onderstaande infoboxen.
2
Infobox 1: Extract uit EFSA (2020) met betrekking tot de sleutelstudie waarop de TWI
gebaseerd is (relevantie borstvoeding -/blootstelling) In een cohort van 101 zuigelingen uit Duitsland, onderzochten Abraham et al. (2020) de associatie tussen plasmaconcentraties van PFHxS, PFOS, PFOA en PFNA en antilichamen tegen difterie, tetanus en haemophilus type b (Hib). Moeders en hun kinderen werden gerekruteerd in 1997-1999 toen de baby's tussen 341 en 369 dagen oud waren. Hiervan kregen 21 flesvoeding (≤ 2 weken borstvoeding) en 80 kregen > 4 maanden borstvoeding. Bij het combineren van exclusieve en gedeeltelijke borstvoeding tot 'equivalent aan exclusieve borstvoeding' was de mediane duur 7,4 maanden. De gemiddelde PFAS-spiegels in plasma van respectievelijk niet-borstgevoede en borstgevoede zuigelingen waren voor PFOA 3,8 en 16,8 ng/ml, voor PFOS 6,8 en 15,2 ng/ml, voor PFHxS 1,7 en 2,1 ng/ml en voor PFNA 0,2 en 0,6 ng / ml. Voor de moeders waren de gemiddelde plasmaconcentraties bij degenen die geen borstvoeding gaven (n = 21) en degenen die borstvoeding gaven (n = 80) voor PFOA 4,9 en 3,2 ng / ml, voor PFOS 17,2 en 14,1 ng / ml, voor PFHxS 1,8 en 1,0 ng/ml en voor PFNA 0,4 en 0,3 ng/ml. Hogere plasmaconcentraties bij zuigelingen die borstvoeding krijgen en lagere concentraties bij moeders die borstvoeding hebben gegeven, worden verklaard door de lactatieoverdracht van PFAS's van de moeder op de baby. Deze overdracht in de moedermelk is effectiever voor PFOA in vergelijking met PFOS, wat ook de verschillen in PFOS/PFOA-verhouding tussen moeders en zuigelingen verklaart. Concentraties van PFOA in zuigelingenplasma waren significant en omgekeerd gecorreleerd met antilichaamconcentraties tegen difterie (r = -0,23, p = 0,02), tetanus (r = -0,25, p = 0,01) en Hib (r = -0,32, p = 0,001) . Analyses werden gecorrigeerd voor de tijd sinds de laatste vaccinatie en voor tetanus ook het aantal vaccinaties. Correctie voor andere cocontaminanten gemeten in bloed van zuigelingen, waaronder PCB's, dioxines (I-TEQ), organochloorpesticiden, kwik, cadmium en lood hadden geen invloed op deze associaties. Correctie voor duur van exclusieve borstvoeding had geen relevante invloed. De NOAEC's voor PFOA, geschat door de blootstelling in kwintielen te verdelen, varieerden tussen 18,9 en 19,4 ng/ml, afhankelijk van het type antilichamen. In termen van effectgrootte was de gemiddelde afname in antilichaamrespons bij vergelijking van het hoogste tot het laagste kwintiel van PFOA-blootstelling –57%, –53% en –78% voor respectievelijk difterie, tetanus en Hib. Associaties voor PFOS, PFHxS en PFNA waren niet significant. Net als voor PFOA was de som van de vier PFAS's significant en omgekeerd gecorreleerd met tetanus en Hib, terwijl de correlatie voor difterie borderline significant was.
3
Infobox 2: PBPK modellering om de PFOA en PFOS serum niveaus te bepalen voor een 35jarige vrouw overeenkomstig met kritische niveaus op leeftijd van 12 maanden Geschatte serum niveau PFOA (bovenste figuur) voor een vrouw blootgesteld in utero, via borstvoeding gedurende 12 maanden, en vervolgens een dagelijkse inname via voeding gedurende 49 jaar aan een constant niveau van 0,187 ng PFOA kg/kg lg per dag en 0.444 ng PFOS/kg lg per dag (figuur overgenomen van figure 12 en 13 uit EFSA, 2020)
4
Verder wordt opgemerkt dat EFSA eveneens associaties tussen PFAS en andere gezondheidseffecten uit verschillende epidemiologische studies beschrijft, en causaliteit onderbouwt op basis van dierproefstudies. Zo beschrijft EFSA associaties tussen 1) blootstelling aan PFOS, PFOA, PFNA en verhoogde cholesterol niveaus in serum, 2) blootstelling aan PFOS, PFOA en verhoogde ALT niveaus (indicatief voor effecten op leverfunctie) en 3) causale associaties tussen PFOS en FPOA en geboorte gewicht. Daar waar in de vorige EFSA Opinie (EFSA, 2018) deze vier eindpunten geselecteerd werden als potentieel kritisch effect, haalt EFSA (2020) een aantal argumenten aan om de focus nu te leggen om immunotoxiciteit. Wat betreft effecten op cholesterol, oordeelt EFSA dat de onzekerheid m.b.t. causaliteit groter is (verder onderzoek nodig). Wat betreft effect op geboortegewicht oordeelt EFSA dat het effect na correctie voor confounders vrij klein is, en merkt op dat de lange termijn gevolgen van dergelijke daling onduidelijk zijn. EFSA (2020) acht daarom het eindpunt immunotoxiciteit als het meest kritisch en daarom het meest geschikte eindpunt om een TWI af t leiden. EFSA beschouwt de kennis i.v.m. verminderde immunologische respons ten gevolge van PFAS blootstelling als voldoende robuust omdat deze effecten consistent ook waargenomen zijn in twee studies op knaagdieren (voor PFOS en PFOA) en in humane epidemiologische studies. Evenwel zijn de cijfers uit de vorige EFSA opinie (2018) illustratief om risico’s voor andere eindpunten te kaderen. EFSA (2018) voerde een BMD modelering uit voor 4 relevante eindpunten Effecten op cholesterol -
-
3 studies ivm serum cholesterol vertoonden zeer vergelijkbare BMDL5 waardes voor PFOS (nl. 21-25 ng PFOS /mL) . Deze BMDL5 waarde werd gebruikt (zonder extra onzekerheidsfactor) om ahv PBPK modellering een TDI van 1,7-2,0 ng/kg lg per dag af te leiden (EFSA, 2018) 2 studies ivm serum cholesterol vertoonden zeer vergelijkbare BMDL5 waardes voor PFOA (nl. 9.2-9.4 ng PFOS /mL). Deze BMDL5 waarde werd gebruikt (zonder extra onzekerheidsfactor) om a.h.v. PBPK modellering een TDI van 1,7-2,0 ng/kg lg per dag af te leiden (EFSA, 2018)
Effecten op geboortegewicht: -
Voor PFOS: BMDL5: 21 ng/mL (1 studie) Voor PFOA: BMDL: 4- 10 ng/mL (2 studies)
Effecten op alanine aminotransferase (lever enzyme): -
Voor PFOA: BMDL3 21 ng/mL (1 studie) merk op: keuze voor BMDL3 ipv BMDL5 Geen waarde voor PFOS
Merk hierbij op dat deze waardes (POD voor effecten op cholesterol, geboortegewicht, ALT) heel dicht in de buurt liggen van corresponderende waardes opgesteld door de Duitse Commissie voor Humane biomonitoring, uiteraard omdat deze grotendeels op dezelfde studies gebaseerd zijn.
5
HBM-I en HBM-II (Duitse Commissie humane biomonitoring) De Duitse Commissie Humane Biomonitoring (DC HBM) heeft in respectievelijk 2018 en 2020 HBM-I en HBM-II humane biomonitoringswaardes gepubliceerd voor PFOS en PFOA2,4. Merk hierbij op dat de originele Duitstalige publicaties dus dateren van 2018 en 2020. De vertaling van deze inhoud naar wetenschappelijke Engelstalige papers werd in 2021 gepubliceerd in Regulatory Toxicology & Pharmacology. 1,5 De DC HBM heeft in een position paper verschillende manieren beschreven dewelke de DC HBM gebruikt om HBM-I en HBM-II waarden af te leiden6. Voor PFOS en PFOA heeft de DC HBM een procedure gekozen dewelke hoofdzakelijk gebaseerd is op humane studies. Bevindingen uit dierstudies worden gerapporteerd voor interpretaties, en in de mate van het mogelijke, gebruikt voor verklaring van onderliggende mechanismen. De DC HBM erkent dat deze methode afwijkt van procedures door andere internationale instanties. De DC HBM schrijft dit toe aan het ‘precautionary’ karakter van HBM-I waardes, die eerder gefocust zijn op preventie in plaats van risico inschatting. De DC HBM heeft een uitgebreide literatuuronderzoek gedaan naar humane studies waarin associaties tussen PFOA/PFOS blootstelling en gezondheid, en hanteerde hierbij dezelfde zoektermen als EFSA. De publicaties werden gedocumenteerd per studietype, studiepopulatie, blootstellingssituaties en onderzochte eindpunten, en dan beoordeeld op de kwaliteit van het onderzoek (onderzoeksopzet, steekproef / cohort, onderzoeksmethodologie, analyse, evaluatiemethode, controle van confounders). Epidemiologische studies die relevant zijn voor de beoordeling van toxiciteit bij mensen werden geselecteerd en gecontroleerd voor identificatie van Point of Departure (PODepi) om een verband te kwantificeren tussen blootstelling en kritische effecten. Waar de evaluatie van categorische gegevens werden gerapporteerd op basis van kwantielen van PFAS-concentraties in serum en / of plasma statistisch significante verschillen, was numerieke afleiding van de PODepi gebaseerd op de ondergrens van het kwantiel waarvoor een significant verhoging van het risico was t.o.v. lagere kwantiel. Voor continue gegevens werd de PODepi bepaald op basis op significante effecten vergeleken met referentiecategorieën, of de identificatie van een significante trend over het blootstellingsniveau bereik. Indien Dosisbenchmark modeleringsresultaten beschikbaar waren, werd deze gebruikt voor bepalen van PODepi. Door de verschillende manier waarop wetenschappelijke papers rapporteren, kwam men aldus tot een ‘mix’ van PODepi types (gebaseerd op IQR, significante regressietrends of BMD modelling). De kwaliteit van de studies werd beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: design, tijdsvolgorde tussen blootstelling en optreden van veranderingen van indicator en gezondheidsrisico's, omvang en selectie van de desbetreffende steekproef, identificatie en rekening houdend met essentiële beïnvloedende factoren, gedetailleerde karakterisering en consistentie van de onderzochte parameters, methodologische beschrijving van de technieken van de gebruikte statistische analyse en het gekozen significantieniveau, en volledigheid van de documentatie van resultaten. Dit is de reden waarom een hoger gewicht werd toegekend aan resultaten van hoogwaardige cohort en longitudinaal studies. Beperkingen met betrekking tot de interpreteerbaarheid van gerapporteerde bevindingen uit crosssectionele en case-control studies werden per geval onderzocht door de DC HBM. Ecologische studies (d.w.z. studies die regio's en perioden vergelijken) zonder te verwijzen naar individuen werden over het algemeen uitgesloten van overweging. Als resultaat van het literatuuronderzoek werden ranges gedefinieerd binnen welke associaties zijn gemeld tussen PFOA- en PFOS-concentraties in bloedserum/plasma en relevante eindpunten.
6
Een overzicht van Point of Departures op basis van epidemiologische studies (PODepi) is weergegeven in Tabel 5. De PODepi is gebaseerd op de ondergrens van het kwantiel waarvoor een significante verhoging van het risico was t.o.v. lagere kwantiel Tabel 2: Overzicht van ranges in PODepi voor verschillende eindpunten voor gebruik HBM-I uit review door DC HBM
1. Vruchtbaarheid en zwangerschap Tijd tot gewenste zwangerschap/wachttijd tot zwangerschap > 1 jaar (‘time to pregancy TTP’) Zwangerschapsgerelateerde hypertensie/diabetes
PFOS
PFOA
16-25 ng/mL
2-5 ng/mL
10-12 ng/mL
4-20 ng/mL
3-17 ng/mL
1-4 ng/mL
13-35 ng/mL
2-13 ng/mL
1-5 ng/mL
0,5-14 ng/mL
7-23 ng/mL
4-35 ng/mL
15-36 ng/mL
1-13 ng/mL
2. Geboortegewicht 3. Vet metabolisme Serum cholesterol concentrate, low density lipoproteïne, triglycerides 4. Immuniteit Immuniteit na vaccinatie, immunologische ontwikkeling 5. Hormonale effecten Hormonale ontwikkeling en leeftijd bij puberteit en eerste menstruatie 6. Schildklier(thyroid) metabolisme 7. Menopauze Aanvang menopauze
12 ng/mL
-
8. Urinezuur metabolisme 7-17,5 ng/mL
1,3-5,4 ng/mL
Bijvoorbeeld, voor TTP zijn er 3 studies beschreven: de studie van Whitworth et al. (2012), gebaseerd op de Noorse moeder-kind cohorte (2003-2004) bestaande uit 910 moeder/kind paren heeft een Odds Ratio (OR voor TTP > 1 jaar) van 1,6 (95 % CI: [1,1-2,4] in het tweede quartiel (1,7-2,2 ng/ml) voor PFOA. De ondergrens van dit quartiel werd door DC HBM als PODepi voor HBM-I voor deze studie gekozen (dit getal werd verder afgerond tot 2 ng/mL). In de studie van Fei et al. (2009), gebaseerde op de Deense geboorte cohorte (1240 moeders; 1996-2002) bedroeg de Odds Ratio voor TTP > 1 jaar 2,1 (95 % CI: [1,2-3,5] in het tweede quartiel (3,9-5,2 ng/ml) voor PFOA. De derde studie (Velez et al. (2015) had een Odds Ratio voor TTP > 1 jaar van 1,31 (95 % CI: [1,11-1,53] per genormaliseerde standaard deviatie, waaruit DC HBM een PODepi van 2-5 voor PFOA heeft afgeleid voor deze studie.
7
Het is niet expliciet beschreven waarom niet voor de ondergrens van PODi voor effecten op schidkliermetabolisme (1 ng/mL voor PFOA) of immuniteit (0,5 ng/mL voor PFOA) werd gekozen. Wellicht spelen de grootte van de studies hierin een rol. De DC HBM geeft immers aan meer gewicht te geven aan studies met een grotere studiepopulatie. De studie met PODepi voor schidlkiermetabolisme ‘(PODepi van 1 ng/mL) is gebaseerd slechts 83 moeder/kind paren. Voor het PODepi van 0,3 ng/mL voor PFOA (afgerond toto 0,5 µg/mL) en 0,5 ng/mL voor PFOA speelt de kanttekening i.v.m. co-exposure aan andere stoffen mogelijks een rol. Dit was ook de reden waarom de Duitse DrinkWater Commissie deze studie niet in beschouwing nam bij het afleiden van aan richtwaarde voor PFOS drinkwater. Evenwel zijn er naast de associaties tussen PFAS en antilichamen, ook enkele studies beschreven door EFSA (2020) waarin associaties gevonden zijn tussen FPAS in serum (moeder) en infecties bij kinderen. EFSA oordeelt op basis van deze studies dat een verhoogde neiging van infecties aannemelijk lijkt. In totaal vonden vier onderzoeken naar infectie bij kinderen enkele positieve associaties tussen maternale concentraties van PFAS's met het latere risico op infecties van het nageslacht (Granumet al., 2013; Dalsager et al., 2016; Goudarzi et al., 2017; Impinen et al., 2018). Twee onderzoeken bij kinderen rapporteerde geen dergelijke associatie (Fei et al., 2010a; Abraham et al., 2020) en één studie rapporteerde beide positieve en negatieve associaties (Impinen et al., 2019). Over het algemeen waren associaties het meest vaak voorkomend voor PFOS, maar wat betreft de vaccinatiestudies, maken de verschillen in concentratie en samenstelling van de mengsels het moeilijk om het bewijs voor elke verbinding afzonderlijk te evalueren. Een studie bij volwassenen meldde ook geen verband met infecties (Looker et al., 2014). Alle behalve twee van deze studies (Fei et al., 2010a; Dalsager et al., 2016) waren gebaseerd op zelfgerapporteerde infectie-episodes, die dus gevoelig zijn voor bias zijn voor vooroordelen. Over het algemeen is er enig bewijs dat suggereert dat blootstelling aan PFAS's wordt geassocieerd met een verhoogde kans op infecties, maar er zijn meer onderzoeken met objectieve metingen van infecties (geen zelfrapportage) zijn nodig. Bijgevolg was het niet mogelijk om op basis van deze studies een POD voor infecties geassocieerd aan PFAS gehaltes in serum af te leiden De ranges in Tabel 2 geven de spreiding weer in PODepi die uit verschillende studies werden gevonden voor dit gezondheidseffect. Merk op dat de leeftijden van de personen uit deze studies vrij uiteenlopend zijn. Sommige studies betreffen specifieke groepen (kinderen, adolescenten, zwangere vrouwen); andere studies beschouwen een brede groep (volwassenen). Analoog zijn voor andere effecten de ranges ook gebaseerd op spreidingen van PODepi uit verschillende studies. Voor sommige van de effecten uit Tabel 2 (nl. voor immuniteit, geboortegewicht, en puberteitsontwikkeling) werden gelijkaardige effecten gevonden bij dierproeven. Zulke analogieën tussen dierproeven en menselijke epidemiologie vergroten de aannemelijkheid dat relevante effecten werden geselecteerd. De DC HBM evalueert dat er voldoende evidentie bestaat uit humane epidemiologische studies en dierstudies om een HBM-I af te leiden. De DC HBM besluit dat er op basis van de PODepi ranges (zie Tabel 2) een HBM-I waarde van 2 ng/mL voor PFOA en een waarde van 5 ng/mL voor PFOS kan afgeleid worden. Men heeft geen bijkomende onzekerheidsfactoren gebruikt van PODepi naar HBM-I te gaan, omdat de studies reeds gebaseerd zijn humane epidemiologische studies met inbegrip van gevoelige groepen en eindpunten. 8
De methode voor bepalen van een PODepi voor HBM-II waardes zijn gelijkaardig aan deze voor HBMI (nl. voorkeur voor BMD, gebruik van adjusted regression analyse en IQR), behalve dat voor studies waarbij kwantiel vergelijking gebruikt wordt het de mediane waarde van kwantiel waarbij een statistisch significant verschillende effect werd gevonden gebruikt werd als PODI epi (in plaats van de ondergrens van het kwantiel die gebruikt werd bij HBM-I).
Tabel 3: Overzicht van ranges in PODepi voor verschillende eindpunten voor gebruik HBM-II uit review door de Duitse Commissie voor Humane Biomonitoring
1. Vruchtbaarheid en zwangerschap Tijd tot gewenste zwangerschap/wachttijd tot zwangerschap > 1 jaar (‘time to pregancy TTP’)
PFOS
PFOA
10-20 ng/mL
3-10 ng/mL
15 ng/mL
10 ng/mL
20 ng/mL
10 ng/mL
2. Geboortegewicht 3. Vet metabolisme Verhoogde cholesterol concentrate 4. Immuniteit Immuniteit
1-25 ng/mL*
5. Type II diabetes Zwangerschapsgerelateerde diabetes
8 ng/mL
-
(geen waarde)
7 ng/mL
¨*in tegenstelling tot andere studie is deze waarde gebaseerd op een dierenstudie m.b.t. influenza-geinduceerde mortataliteit bij muizen. Hierbij werd een POD geschat tussen BMDL10, nl. 1 ng PFOS/ml en 25 ng PFOS/ml (plasma concentratie in hoogst blootsgestelde groep). OP deze studie werd een total assessment factor van 25 toegepast (de humane studies werden door DC HBM als insufficiënt beschouwd om een HBM-II waarde af te leiden in 2015).
De POD die in beschouwing werden genomen voor HBM-II liggen in de range van 1-25 ng/mL voor PFOS en 3-10 ng/mL voor PFOA. Gebaseerd op deze range heeft de Duitse HBM Commissie HBM-II waardes van 10 ng/mL voor PFOA en van 20 ng/mL voor PFOS bepaald. Voor vrouwen ‘in childbearing age’ heeft de DC HBM gekozen voor lagere waardes, nl. 5 ng/mL voor PFOA en van 10 ng/mL voor PFOS omwille van 1) de indicaties van toxiciteit op ontwikkeling (aangetoond in dierproef studies), 2) de associaties tussen verhoogde PFOA en PFOS in serum en verminderde vruchtbaarheid, en 3) indicaties van PFAS geassocieerde verhoogde incidentie van zwangerschapsgerelateerde diabetes. Net zoals bij de keuze voor HBM-I waardes heeft de DC niet expliciet één studie gekozen als basis voor HBM-II waarde, maar het geheel van studies (inclusief kwaliteit, grootte van de cohortes) in rekening gebracht.
Gezondheidskundige interpretatie: wat betekent een overschrijding van een een grenswaarde PFAS in serum (en wat niet) ? De DC HBM schrijft dat de PODepi waarop de HBM-I en -II waarden voor PFOA en PFOS gebaseerd zijn, hun oorsprong hebben in relatief kleine veranderingen van meerdere meetwaarden (bijv. een 9
daling in +/-100 gram geboortegewicht binnen significante verschillen bij IQR voor HBM-I en een daling van +/-200 gr geboortegewicht voor HBM-II ) of hun afwijkingen binnen een referentiebereik liggen (vb. een stijging in Total Cholesterol, LDL -cholesterol of Triglyceriden in serum bij toenemende PFOS of PFOAS concentraties, maar nog steeds binnen een normaal referentiebereik voor TC, LDL of Trig) . In andere gevallen werden zeer aanzienlijke numerieke veranderingen waargenomen (bijv. een verschuiving –met name vertraging - van leeftijd bij het begin van de puberteit van meer dan 100 dagen), maar desondanks is het ook voor dit eindpunt onduidelijk of een dergelijke verandering gaat gepaard met nadelige gezondheidseffecten. Dergelijke numerieke effecten kunnen volgens de DC HBM niet worden geïnterpreteerd als een klinisch manifeste ziekte, en kunnen evenmin gebruikt om risico op ziekte voor een individu te kaderen. Men zou gezondheidseffecten kunnen opdelen in 4 types naar graad van klinische ernst: vroegtijdige biologische effecten, verandering in weefselfunctie of – structuur, waarneembaar gezondheidseffect, ziekte. De DC HBM vindt dat er zou moeten gekeken worden wat dan wel kritische niveaus zijn van PFAS-geassocieerd hoger risico’s op veranderingen ten opzichte van normale klinische waarden, waarvoor een medische behandeling (klinisch) vereist is. Een gelijkaardig verhaal voor de EFSA HBGV: vermits de EFSA HBGV gebaseerd is op associaties tussen PFOA/PFOS en antilichamen tegen difterie, tetanus en haemophilus type b (Hib) kan dit ook niet zonder meer vertaald worden naar een klinisch effect. Niveaus van antilichamen dienen beschouwd te worden als een vroeg biologisch effect voor het mogelijk optreden van infecties. De EFSA HBGV en de DC HBM-I dienen dus hoofdzakelijk gebruikt te worden in kader van screening. De DC HBM-II waarde dient in principe wel om gegevens te identificeren waar reden is tot bezorgdheid omdat gezondheidsschade kan optreden, en zeker voor individuen die reeds andere onderliggende oorzaken hebben waardoor ze extra gevoelig zijn. Evenwel dient gekaderd te worden dat de schade niet per definitie aanwezig is/zal optreden, maar dat verder opvolging nodig is. EFSA en de DC HBM geven aan de Gezondheidskundige Richtwaarden in serum niet kunnen gehanteerd worden om risico’s op individueel niveau in te schatten, maar moeten toegepast worden op groepsniveau. Met andere woorden, de vergelijking van de PFAS niveaus van de deelnemers uit deze studie zal ons een antwoord leveren op de volgende vraag: “Kunnen we, op basis van kennis uit andere epidemiologische studies, verwachten dat de PFAS blootstelling een risico voor de gezondheid voor sommige individuen onder de bevolking in Zwijndrecht met zich meebrengt?” De vergelijking geeft ons echter geen antwoord of de bewoners effectief gezondheidsschade zullen ondervinden ten gevolge van de PFAS niveaus in hun bloed, en stelt ons niet in de mogelijkheid om op individueel niveau het risico accuraat in te schatten. Evenmin kunnen we op basis van de resultaten causaliteit aantonen tussen PFAS in serum en mogelijke ziektes. Het ontstaan van ziektes is immers een multifactorieel gebeuren, waarin verschillende risicofactoren een rol spelen. PFAS vormt één van de verschillende risicofactoren op het voorkomen van hoger genoemde ziektes en aandoeningen. De toetsingswaarden kunnen gebruikt worden als ‘alarmbel’ om de blootstelling te verminderen, omdat het risico op het voorkomen van ziektes of aandoeningen ten gevolge van PFAS blootstelling niet uit te sluiten is. Op basis van de huidige kennis is het evenwel niet mogelijk een uitspraak te doen of de mate waarin de serum concentraties de toetsingswaarde overschrijden (lichte overschrijdingen versus sterke overschrijdingen) in relatie staat tot een hoger risico of hogere ernst op voorkomen van ziektes. Hiervoor ontbreken momenteel dosis-effect relaties in de relevante concentratieniveaus. Verder onderzoek (inclusief het meten van effect merkers) is hiervoor nodig.
10
11
BIJLAGE 4: VERGELIJKING VAN DE PFAS SERUM CONCENTRATIES VAN DEZE STUDIES MET ANDERE VLAAMSE, WAALSE, INTERNATIONALE STUDIES VOOR DE ALGEMENE BEVOLKING, EN VERGELIJKING MET ANDERE PFAS HOTSPOTS Tabel 1: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor PFHpA in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
N (%>LOQ)
Centrumma at
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
796 (10,55%)
GM: / P50: <LOQ
Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte
20142015
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v; 0-92 j
51 (% niet vermeld)
Amerika cohorte
20052006
Hotspot – brandblusschuim m/v; 0-92 j Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont)
–
C8
20142015
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Vlaanderen FLEHS IV
–
20162020
Duitsland – GerES V
20142017
Frankrijk ESTEBAN
–
20142016
C8
20052006
Amerika cohorte
–
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Duitsland, Rastatt
2018
Hoge percentiel en P90: 0,20 P95: 0,53
Referentie
GM: 0,04 P50: 0,04
P95: 0,2
Xu et al, 2021
901 (56%)
GM: 0,11 P50: 0,05
P95: 0,8
Xu et al, 2021
66899 (37,5%)
GM: 0,4* P50: 0,3* GM: 1,0** P50: 0,9**
P95: /
Frisbee et al., 2009
Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Hotspot; m/v 12-19 j chemische industrie (Dupont)
34 (17,65%)
GM: / P50: <LOQ
P90:0,53 P95: (a)
Deze studie
410 (1,22%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: <LOQ
Steunpunt Milieu Gezondheid, 2020
2294 (1%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: <LOQ
Duffek et al., 2020
249 (5,22%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: 0,17
Santé Publique France, 2019
Niet gerapport eerd per subgroep
GM: 0,6* P50: 0,6* GM: 1,1** P50: 0,9**
P95: /
Frisbee et al., 2009
Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Hotspot (gruppe A) Kompost en bodemverbetere nde middelen
348 (7,18%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: 0,31
Deze studie
414 (12,80%)
GM: / P50: <LOQ
P90: 0,23 P95: 0,58
Deze studie
120 (75%)
P50: 0,3
P75: 0,6 Max: 10,3
LandesGesundheitdsAm bt Baden-Württemberg, 2019
1
Deze studie
en
Frankrijk ESTEBAN
-
20142016
Italie, Veneto hotspot groep Italie, referentiegroep Veneto groep
20152016 20152016
Amerika cohorte
–
C8
20052006
Amerika cohorte
–
C8
20052006
Amerika cohorte
–
C8
20052006
m/v; 30-60 j Algemene bevolking m/v, 18-74 j Hotspot; m/v 20-51 j Hotspot; m/v 20-51 j chemische industrie Hotspot; m/v 20-39 j chemische industrie (Dupont)
744 (2,76%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: <LOQ
Santé Publique France, 2019
257 (51 %) 250 (66 %)
P50: <LOQ
P95: 0,21
Ingelido et al., 2018
P50: <LOQ
P95: 0,13
Ingelido et al., 2018
Niet gerapport eerd per subgroep
GM: 0,4* P50: 0,3* GM: 0,9** P50: 0,9**
P95: /
Frisbee et al., 2009
Hotspot; m/v 40-59 j chemische industrie (Dupont)
Niet gerapport eerd per subgroep
GM: 0,4* P50: 0,3* GM: 0,9** P50: 0,8**
P95: /
Frisbee et al., 2009
Hotspot; m/v > 60 j j chemische industrie (Dupont)
Niet gerapport eerd per subgroep
GM: 0,4* P50: 0,3* GM: 1,0** P50: 0,9**
P95: /
Frisbee et al., 2009
*: waardes < LOD vervangen door 50% LOD; **: geen substitutie voor waardes < LOD (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 2: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair + vertakt PFOA in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
N (%>LOQ)
Centrumma at
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
796 (99,37%)
USA - NHANES
2017 2018 2005 2006
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont) Hotspot m/v 7-85 j chemische industrie Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 12-19 j bodemverbeteren de middelen
Amerika – C8 cohorte
Duitsland, Altötting
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
USA - NHANES
2017 2018 2006
Duitsland, Arnsberg
Referentie
GM: 1,14 P50: 1,14
Hoge percentiele n P90: 2,95 P95: 3,63
1929
GM: 1,42 P50:1,47
P90: 2,97 P95: 3,77
CDC, 2021
66899 (99,9%)
GM: 32,9 P50: 28,2
P95: /
Frisbee et al., 2009
906 (100%)
P50: 20,06
P95: 58,46
LandesGesundheitdsAm bt Baden-Württemberg, 2019
34 (100%)
GM: 1,39 P50: 1,44
P90: 1,78 P95: (a)
Deze studie
313
GM: 1,18 P50: 1,17
P90: 2,07 P95: 2,37
CDC, 2021
80 (100%)
GM: 22.1 P50: /
P95: 46,2
Holzer et al. 2008
2
Deze studie
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
USA - NHANES
2017 2018 2015 2016
Italie, Veneto hotspot groep
Italie, referentiegroe p Veneto groep Duitsland, Arnsberg
2015 2016
Duitsland, Arnsberg
2006
2006
Nederland Dordrecht
–
2016
Nederland Dordrecht
–
2016
Nederland Dordrecht
–
2016
Duitsland, Rastatt
2018
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
gecontamineerd met industrieel slib m/v; kinderen (gem 5,8 j) Hotspot; m/v 12-19 j chemische industrie (Dupont) Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 20+ j Hotspot; chemische industrie m/v 20-51 j Hotspot; m/v 20-51 j chemische industrie bodemverbeteren de middelen gecontamineerd met industrieel slib m/v; moeders (gem 35j) bodemverbeteren de middelen gecontamineerd met industrieel slib m/v; mannen 1869 j) Hotspot (Dupont/Chemour s) m/v; > 18 jaar binnencontour (hoogst blootgestelden) Hotspot (Dupont/Chemour s) m/v; > 18 jaar buitencontour Hotspot (Dupont/Chemour s) m/v; > 18 jaar controle Hotspot (gruppe A) Kompost en bodemverbeteren de middelen m/v; 30-60 j Hotspot; m/v 20-39 j
Niet gerapporteer d per subgroep 348 (99,14%)
GM: 29,3 P50: 25,7
P95: /
Frisbee et al., 2009
GM: 1,04 P50: 1,10
P90: 2,00 P95: 2,42
Deze studie
414 (99,52%)
GM: 1,80 P50: 1,83
P90: 3,45 P95: 4,09
Deze studie
1616
GM: 1,45 P50: 1,47
P90: 3,17 P95: 3,87
CDC, 2021
257 (100%)
GM: / P50: 13,77
P95: 247,94
Ingelido et al., 2018
250 (100%)
GM: / P50: 1,63
P95: 3,92
Ingelido et al., 2018
164 (100%)
GM: 23,4 P50: /
P95: 52,4
Holzer et al. 2008
101 (100%)
GM: 25,3 P50: /
P95: 46,6
Holzer et al. 2008
N: 41 (% n.r)
GM: / P50: 10,2
P75: 26,7 Max: 147,4
RIVM, 2017
N: 186 (% n.r)
GM: / P50: 3,4
P75: 5,4 Max: 24,1
RIVM, 2017
N: 56 (% n.r)
GM: / P50: 3,4
P75: 4,8 Max: 14,1
RIVM, 2017
120 (100 %)
P50:15,6
P75: 23,8 Max: 71,2
LandesGesundheitdsAm bt Baden-Württemberg, 2019
Niet gerapporteer
GM: 25,2* P50: 21,8
P95: /
Frisbee et al., 2009
3
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
Italie, Veneto hotspot groep
2015 2016 2015 2016
chemische industrie (Dupont) Hotspot; m/v 40-59 j chemische industrie (Dupont) Hotspot; m/v > 60 j j chemische industrie (Dupont) Hotspot; m/v 20-51 j
d per subgroep Niet gerapporteer d per subgroep Niet gerapporteer d per subgroep 257 (94,2 %)
GM: 36,2 P50: 30,7
P95: /
Frisbee et al., 2009
GM: 45,7 P50: 41,9
P95: /
Frisbee et al., 2009
GM: / P50: 0,61
P95: 1,54
Ingelido et al., 2018
Italie, Hotspot; 250 GM: / P95: 1,34 Ingelido et al., 2018 referentiegroe m/v 20-51 j (100 %) P50: 0,58 p Veneto chemische groep industrie (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 3: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair PFOA in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht USA NHANES
2021
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte
20162017
Hotspot productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Algemene bevolking, m/v, 3-79 j
20172018
–
N (%>LOQ) 796 (99,25%)
Centrummaat
Referentie
GM: 1,33 P50: 1,39
Hoge percentielen P90: 2,85 P95: 3;54
1929
GM: 1,32 P50:1,40
P90: 2,90 P95: 3,70
CDC, 2021
2593 (100%)*
GM: 1,30 P50: 1,20
P90: 2,60 P95: 3,10
Health Canada, 2019
Deze studie
20142015
Algemene bevolking m/v; 0-92 j
219 (100%)
GM: 1,5 P50: /
P95: 3,4
Xu et al., 2021
20142015
Hotspot – brandblusschuim m/v; 0-92 j
3293 (100%)
GM: 6,8 P50: /
P95: 37
Xu et al., 2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht Menen (Vl) – FLEHS II
2021
34 (100%)
GM: 1,00 P50: 1,03
P90: 1,68 P95: (a)
Deze studie
199 (100%)
GM: 2,55 P50: 2,60
P90: 3,62
Colles et al., 2019
Vlaanderen – FLEHS IV
20162020
410 (100%)
GM: 1,03 P50: 1,00
P90: 1,60 P95: 1,80
Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020
Duitsland – GerES V
20142017
2294 (86%)
GM: 1,12 P50: 1,27
P90: 2,70 P95: 3,24
Duffek et al., 2020
Frankrijk – ESTEBAN
20142016
249 (100%)
GM: 1,56 P50: 1,54
P90: 2,46 P95: 2,76
Santé Publique France, 2019
USA NHANES
20172018
Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Hotspot – schrootverwerker m/v, 14-15 j Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking
313
GM: 1,09 P50: 1,10
P90: 2,00 P95: 2,30
CDC, 2021
–
20102011
4
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5
20162017
3 km rond 3M in Zwijndrecht 3 km rond 3M in Zwijndrecht Vlaanderen – FLEHS II
2021
Vlaanderen – FLEHS III
2014
Frankrijk ESTEBAN
20142016
USA NHANES
20172018
–
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5
2021
20082009
20162017
m/v, 12-19 j Algemene bevolking, m/v, 12-19 j
Hotspot productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 20-40 j Algemene bevolking m/v, 50-65 j Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking m/v, 20+ j Algemene bevolking, m/v, 20-79 j
527 (100%)*
GM: 1,10 P50: 1,00
P90: 1,60 P95: 1,90
Health Canada, 2019
–
348 (98,85%)
GM: 0,99 P50: 1,04
P90: 1,92 P95: 2,41
Deze studie
–
414 (99,52%)
GM: 1,74 P50: 1,76
P90: 3,36 P95: 4,01
Deze studie
201 (100%)
GM: 3,23 P50: 3,50
P90: 5,80
Colles et al., 2019
205 (100%)
GM: 2,82 P50: 2,94
P90: 4,93
Colles et al., 2019
744 (100%)
GM: 2,08 P50: 2,12
P90: 4,09 P95: 5,26
Santé Publique France, 2019
1616
GM: 1,36 P50: 1,40
P90: 3,10 P95: 3,80
CDC, 2021
1055 (100%)*
GM: 1,30 P50: 1,30
P90: 2,70 P95: 3,20
Health Canada, 2019
* %>LOD, (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 4: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair PFNA in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
USA - NHANES
20172018
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte
20162017
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Algemene bevolking,1,3 m/v, 12-79 j
N (%>LOQ) 796 (89,95%)
Centrummaat
Referentie
GM: 0,43 P50: 0,43
Hoge percentielen P90: 0,96 P95: 1,16
1929
GM: 0,41 P50: 0,40
P90: 1,00 P95: 1,40
CDC, 2021
1497 (98,8%)*
GM: 0,51 P50: 0,50
P90: 1,10 P95: 1,50
Health Canada, 2019
Deze studie
20142015
Algemene bevolking m/v; 0-92 j
51 (% niet vermeld))
GM: 0,50 P50: 0,5
P95: 1,0
Xu et al, 2021
20142015
Hotspot – brandblusschuim m/v; 0-92 j
901 (99,7%)
GM: 0,67 P50: 0,7
P95: 1,8
Xu et al, 2021
5
Amerika – C8 cohorte
20052006
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Vlaanderen – FLEHS IV
20162020
Duitsland GerES V
–
20142017
Frankrijk ESTEBAN
-
20142016
USA - NHANES
20172018
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Amerika – C8 cohorte
20162017
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Vlaanderen – FLEHS III
2014
Frankrijk ESTEBAN
-
20142016
USA - NHANES
20172018
20052006
Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont) Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking m/v, 12-19 j Algemene bevolking, m/v, 12-19 j
66899 (37,5%)
GM: 1,4 P50: 0,58
95:/
Frisbee et al., 2009
34 (85,29%)
GM: 0,32 P50: 0,34
P90: 0,53 P95: (a)
Deze studie
410 (82,2%)
GM: 0,30 P50: 0,31
P90: 0,59 P95: 0,70
Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020
2294 (10%)
GM: <LOQ P50: <LOQ
P90: 0,56 P95: 0,66
Duffek et al., 2020
249 (99,6%)
GM: 0,61 P50: 0,57
P90: 1,04 P95: 1,35
Santé Publique France, 2019
313
GM: 0,35 P50: 0,40
P90: 0,90 P95: 1,20
CDC, 2021
494 (99,4%)*
GM: 0,41 P50: 0,37
P90: 1,00
Health Canada, 2019
Hotspot; m/v 12-19 j chemische industrie (Dupont) Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 50-65 j Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking m/v, 20+ j Algemene bevolking m/v, 20-39 j
Niet gerapporteerd per subgroep
GM: 1,7 P50: 1,6
P95: /
Frisbee et al., 2009
348 (82,18%)
GM: 0,32 P50: 0,32
P90: 0,61 P95: 0,70
Deze studie
414 (96,86%)
GM: 0,57 P50: 0,56
P90: 1,13 P95: 1,33
Deze studie
205 (100%)
GM: 0,86 P50: 0,87
P90: 1,64
Colles et al., 2019
744 (99,5%)
GM: 0,80 P50: 0,80
P90: 1,54 P95: 1,91
Santé Publique France, 2019
1616
GM: 0,42 P50: 0,40
P90: 1,00 P95: 1,40
CDC, 2021
Canadese 2016336 GM: 0.41 P90: 0.77 Health Canada, 2019 Health 2017 (98,4%)* P50: 0.44 P95: 0.91 Measures Survey, cyclus 5 Canadese 2016- Algemene 332 GM: 0.60 P90: 1.4 Health Canada, 2019 Health 2017 bevolking (98,7%)* P50: 0.56 P95: 1.7 Measures m/v, 40-59 j Survey, cyclus 5 Canadese 2016- Algemene 335 GM: 0,62 P90: 1,2 Health Canada, 2019 Health 2017 bevolking (99,3%)* P50: 0,61 P95: 1,5 Measures m/v, 60-79 j Survey, cyclus 5 * %>LOD; (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
6
Tabel 5: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor PFDA in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
N (%>LOQ)
Centrumma at
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
796 (47,11%)
USA - NHANES
2017 2018 2016 2017
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Algemene bevolking, m/v, 12-79 j
2014 2015
2014 2015 2005 2006
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte Amerika – C8 cohorte
3 km rond 3M in Zwijndrecht Vlaanderen FLEHS IV
2021
–
2016 2020 Duitsland – 2014 GerES V 2017 Frankrijk - 2014 ESTEBAN 2016 USA - NHANES 2017 2018 Canadese 2016 Health Measures 2017 Survey, cyclus 5 Amerika – C8 2005 cohorte 2006
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Referentie
GM: / P50: <LOQ
Hoge percentiele n P90: 0,48 P95: 0,61
1929
GM: 0,19 P50: 0,20
P90: 0,40 P95: 0,60
CDC, 2021
1450 (91,4%)*
GM: 0,18 P50: 0,17
P90: 0,48 P95: 0,65
Health Canada, 2019
Algemene bevolking m/v; 0-92 j
51 (100%)
GM: 0,22 P50: 0,2
P95: 0,4
Xu et al, 2021
Hotspot – brandblusschuim m/v; 0-92 j Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont) Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking m/v, 12-19 jaar Algemene bevolking, m/v, 12-19 j
901 (89%)
GM: 0,24 P50: 0,3
P95: 0,8
Xu et al, 2021
66899 (37,5%)
34 (35,29%)
GM: 0,4** P50: 0,3** GM: 0,7*** P50: 0,7*** GM: / P50: <LOQ
P90: 0,29 P95: (a)
Deze studie
410 (42,2%)
GM: / P50: <LOQ
P90: 0,38 P95: 0,49
Steunpunt Milieu Gezondheid, 2020
2294 (10%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: 0,35
Duffek et al., 2020
249 (71,1%)
GM: 0,24 P50: 0,24
P90: 0,42 P95: 0,55
Santé Publique France, 2019
313
GM: 0,15 P50: 0,20
P90: 0,30 P95: 0,40
CDC, 2021
474 (86,7%)*
GM: 0,13 P50: 0,13
P90: 0,22 P95: 0,34
Health Canada, 2019
Hotspot; m/v 12-19 j chemische industrie (Dupont)
Niet gerapporteer d per subgroep
GM: 0,3* P50: 0,5* GM: 0,7** P50: 0,6**
P95: /
Frisbee et al., 2009
Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site
348 (32,47%)
GM: / P50: <LOQ
P90: 0,37 P95: 0,45
Deze studie
414 (60,39%)
GM: 0,23 P50: 0,23
P90: 0,58 P95: 0,67
Deze studie
7
Deze studie
Frisbee et al., 2009
en
Frankrijk ESTEBAN
-
USA - NHANES
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Italie, Veneto hotspot groep Italie, referentiegroe p Veneto groep Duitsland, Rastatt
2014 2016 2017 2018 2016 2017
M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking m/v, 20+ jaar Algemene bevolking, m/v, 20-39 j
2016 2017
744 (89,2%)
GM: 0,34 P50: 0,32
P90: 0,68 P95: 0,78
Santé Publique France, 2019
1616
GM: 0,20 P50: 0,20
P90: 0,40 P95: 0,60
CDC, 2021
331 (88,9%)*
GM: 0,16 P50: 0,15
P90: 0,32 P95: 0,47
Health Canada, 2019
Algemene bevolking, m/v, 40-59 j
322 (91,7%)*
GM: 0,21 P50: 0,18
P90: 0,64 P95: 0,89
Health Canada, 2019
2016 2017
Algemene bevolking, m/v, 60-79 j
323 (96,6%)*
GM: 0,21 P50: 0,20
P90: 0,47 P95: 0,62
Health Canada, 2019
2015 2016 2015 2016
Hotspot; m/v 20-51 j
257 (88 %)
GM: / P50: 0,33
P95: 0,86
Ingelido et al., 2018
Hotspot; m/v 20-51 j chemische industrie Hotspot (gruppe A) Kompost en bodemverbeteren de middelen m/v; 30-60 j Hotspot m/v 7-85 j chemische industrie Hotspot; m/v 20-39 j chemische industrie (Dupont)
250 (97,2 %)
GM: / P50: 0,32
P95: 0,97
Ingelido et al., 2018
120 (100%)
P50:
P75: Max:
LandesGesundheitdsAm bt Baden-Württemberg, 2019
906 (51%)
P50: 0,25
P95: 1,09
LandesGesundheitdsAm bt Baden-Württemberg, 2019
Niet gerapporteer d per subgroep
GM: 0,3* P50: 0,5* GM: 0,7** P50: 0,7**
P95: /
Frisbee et al., 2009
2018
Duitsland, Altötting
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
Hotspot; m/v 40-59 j chemische industrie (Dupont)
Niet gerapporteer d per subgroep
GM: 0,4* P50: 0,3* GM: 0,7** P50: 0,7**
P95: /
Frisbee et al., 2009
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
Hotspot; m/v > 60 j j chemische industrie (Dupont)
Niet gerapporteer d per subgroep
GM: 0,4* P50: 0,3* GM: 0,7** P50: 0,7**
P95: /
Frisbee et al., 2009
* %>LOD; **: waardes < LOD vervangen door 50% LOD; ***: geen substitutie voor waardes < LOD; (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
8
Tabel 6: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor PFUnA in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Amerika – C8 cohorte
20162017
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking, m/v, 12-79 j Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont)
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Vlaanderen – FLEHS IV
20162020
Duitsland – GerES V
20142017
Frankrijk - ESTEBAN
20142016
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte
20162017
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Frankrijk - ESTEBAN
20142016
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 Italie, Veneto hotspot groep Italie, referentiegroep Veneto groep
20162017
20052006
20142015 20142015
20162017 20162017 20152016 20152016
N (%>LOQ) 796 (12,81%)
Centrummaat
Referentie
GM: / P50: <LOQ
Hoge percentielen P90: 0,22 P95: 0,26
1576 (38,5%)*
GM: / P50: <LOD
P90: 0,35 P95: 0,50
Health Canada, 2019
66899
Frisbee et al., 2009
Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020 Duffek et al., 2020
Deze studie
Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 14-15 j
34 (5,88%)
Resultaten niet gegeven omdat deze stof enkel gedetecteerd werd in een verwaarloosbaar deel van de stalen GM: / P90: <LOQ P50: <LOQ P95: (a)
410 (7,56%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: 0,23
Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking, m/v, 12-19 j Algemene bevolking m/v 11 j kinderen Hotspot – brandblusschuim m/v; 11 j kinderen Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking, m/v, 20-39 j Algemene bevolking, m/v, 40-59 j Algemene bevolking, m/v, 60-79 j Hotspot; m/v 20-51 j Hotspot; m/v 20-51 j
2294 (1%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: <LOQ
249 (95,6%)
GM: 0,1 P50: 0,12
P90: 0,23 P95: 0,29
525 (16,4%)*
GM: / P50: <LOD
P90: 0,15 P95: 0,19
17 (% nr )
GM: / P50: 0,2
P75: 0,2 Max: 0,3
Xu et al, 2021
20 (%: n.r)
P50: 0,1
P75: 0,2 Max: 0,2
Xu et al, 2021
348 (5,17%)
GM: / P50: <LOQ
P90: <LOQ P95: <LOQ
Deze studie
414 (19,81%)
GM: / P50: <LOQ
P90: 0,25 P95: 0,29
Deze studie
744 (99,5%)
GM: 0,17 P50: 0,18
P90: 0,35 P95: 0,42
358 (33,2%)*
GM: / P50: <LOD
P90: 0,27 P95: 0,36
Santé Publique France, 2019 Health Canada, 2019
346 (43,2%)*
GM: / P50: <LOD
P90: 0,43 P95: 0,64
Health Canada, 2019
347 (49,5%)*
GM: / P50: <LOD
P90: 0,36 P95: 0,49
Health Canada, 2019
257 (72 %) 250 (87 %)
GM: / P50: 0,16 GM: / P50: 0,18
P95: 0,56
Ingelido et al., 2018 Ingelido et al., 2018
9
P95: 0,62
Deze studie
Santé Publique France, 2019 Health Canada, 2019
chemische industrie
* %>LOD; (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 7: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair + vertakt PFHxS in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
N
Centrumma at
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
796
GM: 1,53 P50: 1,47
Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte Amerika – C8 cohorte
2014 2015
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v m/v; 0-92 j
219 (100 )
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Duitsland, Arnsberg
2006
Amerika – C8 cohorte
2005 2006
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Italie, Veneto hotspot groep
2015 2016 2015 2016
Hotspot – brandblusschuim m/v; m/v; 0-92 j Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont) Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar bodemverbeteren de middelen gecontamineerd met industrieel slib m/v; kinderen (gem 5,8 j) Hotspot; m/v 12-19 j chemische industrie (Dupont) Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Hotspot; m/v 20-51 j Hotspot; m/v 20-51 j chemische industrie bodemverbeteren de middelen gecontamineerd met industrieel slib m/v; moeders (gem 35j)
Italie, referentiegroe p Veneto groep Duitsland, Arnsberg
2014 2015 2005 2006
2006
Hoge percentiele n P90:4,75 P95:7,73
Referentie
GM: 0,84 P50: /
P95: 3,5
Xu et al, 2021
3293 (100)
GM: 114 P50: /
P95: 715
Xu et al, 2021
66899 (37,5%)
GM: 3,3 P50: 3,2
P95:/
Frisbee et al., 2009
34
GM: P50:
P90: P95: (a)
Deze studie
80 (100%)
GM: 1,2 P50: /
P95: 2,1
Holzer et al. 2008
Niet gerapporteer d per subgroep 348
GM: 4,6 P50: 4,3
P95: /
Frisbee et al., 2009
GM: P50:
P90: P95:
Deze studie
414
GM: P50:
P90: P95:
Deze studie
257 (72 %)
GM: / P50: 2,98
P95: 21,20
Ingelido et al., 2018
250 (87 %)
GM: / P50: 2,49
P95: 6,04
Ingelido et al., 2018
164 (100%)
GM: 1,1 P50: /
P95: 2,2
Holzer et al. 2008
10
Deze studie
Duitsland, Arnsberg
2006
bodemverbeteren 101 GM: 2,5 P95: 4,4 Holzer et al. 2008 de middelen (100%) P50: / gecontamineerd met industrieel slib m/v; mannen 1869 j) Duitsland, 2018 Hotspot (gruppe A) 120 P50: 0,8 P75: 1,2 LandesGesundheitdsAm Rastatt Kompost en (100%) Max: 3,9 bt Baden-Württemberg, bodemverbeteren 2019 de middelen m/v; 30-60 j Duitsland, 2018 Hotspot 906 P50: 1,30 P95: 9,06 LandesGesundheitdsAm Altötting 7-85 j (83%) bt Baden-Württemberg, (chemische 2019 industrie) Amerika – C8 2005 Hotspot; Niet GM: 2,9 P95: / Frisbee et al., 2009 cohorte m/v 20-39 j gerapporteer P50: 2,9 2006 chemische d per industrie (Dupont) subgroep Amerika – C8 2005 Hotspot; Niet GM: 2,8 P95: / Frisbee et al., 2009 cohorte m/v 40-59 j gerapporteer P50: 2,9 2006 chemische d per industrie (Dupont) subgroep Amerika – C8 2005 Hotspot; Niet GM: 3,4 P95: / Frisbee et al., 2009 cohorte m/v > 60 j j gerapporteer P50: 3,3 2006 chemische d per industrie (Dupont) subgroep (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 8: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair PFHxS in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
USA - NHANES
20172018
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 3 km rond 3M in Zwijndrecht
20162017
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Algemene bevolking, m/v, 3-79 j
Vlaanderen FLEHS IV
–
20162020
Duitsland GerES V
–
20142017
Frankrijk ESTEBAN
-
20142016
USA - NHANES
2021
20172018
Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking
N (%>LOQ) 796 (98,99%)
Centrummaat
Referentie
GM: 1,50 P50: 1,46
Hoge percentielen P90: 4,66 P95: 7,57
1929
GM: 1,08 P50: 1,10
P90: 3,00 P95: 3,70
CDC, 2021
2595 (99,7%)*
GM: 0,90 P50: 0,90
P90: 3,0 P95: 5,3
Health Canada, 2019
34 (100%)
GM: 0,90 P50: 0,88
P90: 2,19 P95: (a)
Deze studie
410 (96,59%)
GM: 0,48 P50: 0,48
P90: 0,97 P95: 1,30
Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020
2294 (74%)
GM: 0,36 P50: 0,38
P90: 0,84 P95: 1,26
Duffek et al., 2020
249 (99,6%)
GM: 0,79 P50: 0,73
P90: 1,53 P95: 2,26
Santé Publique France, 2019
313
GM: 0,87 P50: 0,80
P90: 2,30 P95: 3,40
CDC, 2021
11
Deze studie
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 3 km rond 3M in Zwijndrecht
20162017
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Vlaanderen FLEHS III
–
2014
Frankrijk ESTEBAN
-
20142016
USA - NHANES
2021
20172018
m/v, 12-19 j Algemene bevolking, m/v, 12-19 j
Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 50-65 j Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking m/v, 20+ j Algemene bevolking, m/v, 20-79 j
527 (100%)*
GM: 0,69 P50: 0,58
P90: 2,1 P95: 3,6
Health Canada, 2019
348 (98,85%)
GM: 0,97 P50: 0,90
P90: 2,88 P95: 4,06
Deze studie
414 (99,03%)
GM: 2,24 P50: 2,18
P90: 6,48 P95: 9,82
Deze studie
205 (99,5%)
GM: 1,57 P50: 1,61
P90: 3,61
Colles et al., 2019
744 (99,6%)
GM: 1,37 P50: 1,48
P90: 2,82 P95: 3,42
Santé Publique France, 2019
1616
GM: 1,41 P50: 1,20
P90: 3,00 P95: 3,80
CDC, 2021
Canadese 20161057 GM: 0,98 P90: 3,1 Health Canada, 2019 Health 2017 (99,6%)* P50: 0,99 Measures Survey, cyclus 5 * %>LOD; (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 9: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor PFHpS in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht USA NHANES 3 km rond 3M in Zwijndrecht Vlaanderen – FLEHS IV Frankrijk ESTEBAN USA NHANES 3 km rond 3M in Zwijndrecht 3 km rond 3M in Zwijndrecht Frankrijk ESTEBAN USA NHANES
2021
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking m/v, 12-19 j Hotspot – productie site M/V, 20-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking m/v, 20+ j
20172018 2021
20162020 20142016 20172018 2021
2021
20142016 20172018
N (%>LOQ) 796 (30,03%)
Centrummaat
Referentie
GM: / P50: <LOQ
Hoge percentielen P90: 0,61 P95: 1,03
1929
GM: 0,22 P50: 0,20 GM: / P50: <LOQ
P90: 0,60 P95: 1,00 P90: 0,43 P95: (a)
CDC, 2021
P90: <LOQ P95: <LOQ P90: <LOQ P95: <LOQ P90: 0,30 P95: 1,50 P90: 0,33 P95: 0,54
Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020 Santé Publique France, 2019 CDC, 2021
348 (17,53%)
GM: / P50: <LOQ GM: / P50: <LOQ GM: 0,15 P50: 0,10 GM: / P50: <LOQ
414 (41,79%)
GM: / P50: <LOQ
P90: 0,83 P95: 1,26
Deze studie
744 (53,4%) 1616
GM: 0,18 P50: 0,19 GM: 0,23 P50: 0,20
P90: 0,39 P95: 0,48 P90: 0,70 P95: 1,00
Santé Publique France, 2019 CDC, 2021
34 (14,71%) 410 (2,44%) 249 (3,21%) 313
12
Deze studie
Deze studie
Deze studie
Duitsland, Rastatt
2018
Hotspot (gruppe A) 120 P50: 0,1 P75: 0,2 LandesGesundheitdsAmbt Kompost en (60%) Max: 0,6 Baden-Württemberg, bodemverbeterende 2019 middelen m/v; 30-60 j (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 10: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair + vertakt PFOS in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
USA - NHANES
2017 2018 2014 2015
Hotspot productie site m/v, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Algemene bevolking m/v m/v; 0-92 j
Zweden – referentie groep vd Ronneby cohorte Zweden – Ronneby cohorte Amerika – C8 cohorte
2014 2015 2005 2006
Duitsland, Altötting
2018
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
Duitsland GerES V
2014 2017 2017 2018 2005 2006
–
USA - NHANES
Amerika – C8 cohorte
Duitsland, Arnsberg
2006
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
3 km rond 3M in Zwijndrecht
2021
–
Hotspot – brandblusschuim m/v; m/v; 0-92 j Hotspot; m/v <12 tot > 61 j chemische industrie (Dupont) Hotspot m/v 7-85 j chemische industrie Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Algemene bevolking, m/v, 3-17 j Algemene bevolking m/v, 12-19 j Hotspot; m/v 12-19 j chemische industrie (Dupont) bodemverbeteren de middelen gecontamineerd met industrieel slib m/v; kinderen (gem 5,8 j) Hotspot – productie site M/V, 21-49 jaar Hotspot – productie site
N (%>LOQ)
Centrumma at
Referentie
GM: 20,5 P50: 20,4
Hoge percentiele n P90: 79,6 P95: 139
796
1929
GM: 4,25 P50:4,30
P90: 11,5 P95: 14,6
CDC, 2021
219 (100 )
GM: 3,9 P50: /
P95: 11
Xu et al, 2021
3293 (100)
GM: 135 P50: /
P95: 718
Xu et al, 2021
66899 (99,6%)
GM: 19,2 P50: 20,2
P95:/
Frisbee et al., 2009
906 (94,4%)
P50: 1,78
P95: 6,21
LandesGesundheitdsAm bt Baden-Württemberg, 2019
34 (100%)
GM: 17,0 P50: 18,6
P90: 65,4 P95: (a)
Deze studie
2294 (100%)
GM: 2,49 P50: 2,41
P90: 4,43 P95: 6,00
Duffek et al., 2020
313
GM: 2,68 P50: 2,60
P90: 5,70 P95: 7,30
CDC, 2021
Niet gerapporteer d per subgroep 80 (100%)
GM: 19,1 P50: 19,3
P95: /
Frisbee et al., 2009
GM: 4,9 P50: /
P95: 10,5
Holzer et al. 2008
348 (100%)
GM:15,6 P50: 14,5
P90: 57,6 P95: 94,3
Deze studie
414 (100%)
GM: 28,5 P50: 27,7
P90: 99,7 P95: 174
Deze studie
13
Deze studie
USA - NHANES
Italie, Veneto hotspot groep Italie, referentiegroe p Veneto groep Duitsland, Arnsberg
2017 2018 2015 2016 2015 2016
M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 20+ j Hotspot; m/v 20-51 j
1616
GM: 4,50 P50: 4,70
P90: 12,2 P95: 15,1
CDC, 2021
257 (100 %)
GM: / P50: 8,69
P95: 29,42
Ingelido et al., 2018
Hotspot; 250 GM: / P95: 20,63 Ingelido et al., 2018 m/v 20-51 j (100 %) P50: 5,84 chemische industrie 2006 bodemverbeteren 164 GM: 5,8 P95: 11,5 Holzer et al. 2008 de middelen (100%) P50: / gecontamineerd met industrieel slib m/v; moeders (gem 35j) Duitsland, 2006 bodemverbeteren 101 GM: 10,5 P95: 23,4 Holzer et al. 2008 Arnsberg de middelen (100%) P50: / gecontamineerd met industrieel slib m/v; mannen 1869 j) Duitsland, 2018 Hotspot (gruppe A) 120 P50: 15,6 P75: 23,8 LandesGesundheitdsAm Rastatt Kompost en (100%) Max: 71,2 bt Baden-Württemberg, bodemverbeteren 2019 de middelen m/v; 30-60 j Amerika – C8 2005 Hotspot; Niet GM: 16,8 P95: / Frisbee et al., 2009 cohorte m/v 20-39 j gerapporteer P50: 18,1 2006 chemische d per industrie (Dupont) subgroep Amerika – C8 2005 Hotspot; Niet GM: 19,3 P95: / Frisbee et al., 2009 cohorte m/v 40-59 j gerapporteer P50: 20,5 2006 chemische d per industrie (Dupont) subgroep Amerika – C8 2005 Hotspot; Niet GM: 23,7 P95: / Frisbee et al., 2009 cohorte m/v > 60 j j gerapporteer P50: 25,1 2006 chemische d per industrie (Dupont) subgroep (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
Tabel 11: Vergelijking van de resultaten van het bloedonderzoek in een perimeter van 3 km rond 3M in Zwijndrecht met andere studies voor lineair PFOS in bloed (µg/L) Land/studie
Jaar
Studiepopulatie
3 km rond 3M in Zwijndrecht USA NHANES
2021
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5
20162017
Hotspot – productie site M/V, 12-89 jaar Algemene bevolking m/v, 12+ jaar Algemene bevolking, m/v, 3-79 j
20172018
N (%>LOQ) 796 (100%)
Centrummaat
Referentie
GM: 7,03 P50: 5,40
Hoge percentielen P90: 50,5 P95: 87,8
1929
GM: 2,94 P50:3,00
P90: 7,80 P95: 10,40
CDC, 2021
2594 (99,9%)*
GM: 3,00 P50: 2,90
P90: 8,10 P95: 11,00
Health Canada, 2019
14
Deze studie
3 km rond 3M in Zwijndrecht Menen (Vl) – FLEHS II
2021
Vlaanderen – FLEHS IV
20162020
Frankrijk ESTEBAN
20142016
USA NHANES
-
20172018
Canadese Health Measures Survey, cyclus 5 3 km rond 3M in Zwijndrecht 3 km rond 3M in Zwijndrecht Vlaanderen – FLEHS II
20162017
Vlaanderen – FLEHS III
2014
Frankrijk ESTEBAN
20142016
USA NHANES
20172018
-
20102011
2021
2021
20082009
Hotspot – productie site M/V, 12-20 jaar Hotspot – schrootverwerker m/v, 14-15 j Algemene bevolking m/v, 14-15 j Algemene bevolking m/v, 6-17 j Algemene bevolking m/v, 12-19 j Algemene bevolking, m/v, 12-19 j
34 (100%)
GM: 9,87 P50: 8,84
P90: 65,4 P95: (a)
Deze studie
199 (100%)
GM: 5,83 P50: 5,70
P90: 10,80
Colles et al., 2019
410 (100%)
GM: 2,16 P50: 2,10
P90: 4,95 P95: 7,3
Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020
249 (100%)
GM: 2,22 P50: 2,00
P90: 4,92 P95: 6,12
Santé Publique France, 2019
313
GM: 1,92 P50: 1,90
P90: 4,10 P95: 5,70
CDC, 2021
526 (100%)*
GM: 1,90 P50: 1,80
P90: 3,30 P95: 3,90
Health Canada, 2019
Hotspot – productie site M/V, 21-49 jaar Hotspot – productie site M/V, 50-89 jaar Algemene bevolking m/v, 20-40 j Algemene bevolking m/v, 50-65 j Algemene bevolking m/v, 18-74 j Algemene bevolking m/v, 20+ j Algemene bevolking, m/v, 20-79 j
348 (100%)
GM: 4,81 P50: 3,54
P90: 32,2 P95: 66,1
Deze studie
414 (100%)
GM: 9,30 P50: 7,23
P90: 60,4 P95: 113
Deze studie
201 (100%)
GM: 12,54 P50: 12,60
P90: 25,20
Colles et al., 2019
205 (100%)
GM: 7,53 P50: 7,58
P90: 16,30
Colles et al., 2019
744 (100%)
GM: 4,03 P50: 4,23
P90: 9,95 P95: 13;54
Santé Publique France, 2019
1616
GM: 3,11 P50: 3,20
P90: 8,50 P95: 11,0
CDC, 2021
Canadese 20161057 GM: 3,40 P90: 8,50 Health Canada, 2019 Health 2017 (99,9%)* P50: 3,30 P95: 13,00 Measures Survey, cyclus 5 * %>LOD; (a) P95 niet weergegeven voor deze groep omdat de groep bestaat uit 34 personen en er minstens 60 personen in een groep moeten zijn om een P95 te mogen vermelden.
15