Skip to main content

Rapport_landbouwstudie.pdf

Page 1

NIG Landbouwstudie Liereman

LANDBOUWSTUDIE Landschap De Liereman en Omgeving

VLM / Antwerpen / versie 2012


NIG Landbouwstudie Liereman

Colofon Uitvoerder: Vlaamse Landmaatschappij Brussel Guldenvlieslaan 72 1060 Brussel Tel 02 543 72 00 Fax 02 543 72 99 www.vlm.be

Auteur:

Judith Deusings Annelies Van Hauwermeiren

Datum rapport mei 2012

status / revisie definitief

VLM / Antwerpen / versie mei 2012


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Inhoudstafel INLEIDING

3

1 DESKTOP STUDIE

5

1.1

Landbouwgebruik “Landschap de Liereman en omgeving” (kaart 1 en 2) ...............................5

1.2

Kavelstructuur (kaart 3) .............................................................................................................6 1.2.1

Kavelligging en afstand tot de bedrijfszetel .......................................................................6

1.2.2

Gemiddelde perceelsgrootte .............................................................................................7

1.3

Bodemgebruik (kaart 4).............................................................................................................7

1.4

Lokalisatie van de bedrijven ......................................................................................................8

1.5

Bedrijfstype (kaart 5) .................................................................................................................9

1.6

Sociologische kenmerken .......................................................................................................10 1.6.1

1.7

Leeftijd .............................................................................................................................10

Bedrijfseconomische kenmerken ............................................................................................11 1.7.1

Bedrijfsoppervlakte ..........................................................................................................11

1.7.2

Bedrijfsomvang ................................................................................................................11

1.8

Impact op de landbouwbedrijven ............................................................................................13

1.9

Mogelijke betrokkenheid bij andere projecten in de omgeving ...............................................16

2 DE LANDBOUWSTUDIE

17

2.1

De eerste workshop ................................................................................................................17

2.2

De zitdagen .............................................................................................................................18

2.3

De tweede workshop...............................................................................................................19

2.4

Resultaten landbouwstudie (kaart 6) ......................................................................................19

3 VERWERKTE GEGEVENS ZITDAGEN

20

3.1

Eigendomsstructuur (kaart 7) ..................................................................................................20

3.2

Lokalisatie van de bedrijven ....................................................................................................21

3.3

Typologie van de bedrijven (kaart 8) .......................................................................................21

3.4

Sociologische kenmerken .......................................................................................................22

3.5

3.4.1

Inkomensvorming (kaart 9) ..............................................................................................22

3.4.2

Leeftijd (kaart 10).............................................................................................................22

Bedrijfseconomische kenmerken ............................................................................................23 3.5.1

Bedrijfsoppervlakte ..........................................................................................................23

3.5.2

Ruwvoederbalans (kaart 11) ...........................................................................................23

3.5.3

Mestbalans (kaart 12) ......................................................................................................24

3.6

Impact op de landbouwbedrijven ............................................................................................25

3.7

Interesse voor beheer .............................................................................................................27

3.8

Interesse voor flankerende maatregelen ................................................................................28

4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

30

4.1

Landbouwgebruik in Landschap de Liereman en omgeving. .................................................30

4.2

Conclusie.................................................................................................................................31

Landbouwstudie

1


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landbouwstudie

2


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Inleiding Deze landbouwstudie is opgemaakt naar aanleiding van het Raamakkoord “Landschap de Liereman en omgeving” dat in september 2011 werd ondertekend en waarbij de Vlaamse Landmaatschappij opdracht kreeg tot het uitvoeren van een aantal studies. Het raamakkoord heeft betrekking op een gebied met een oppervlakte van 1630 ha. Dit gebied is opgesplitst in een drietal deelgebieden, De Liereman, Braekeleer en Oosthoven & Laks, zie figuur 1. Omdat momenteel nog niet geweten is waar de grens ligt tussen deelgebied De Liereman en de Braekeleer is er een zekere overlap tussen de twee gebieden. Een uitgebreide gebiedsbeschrijving is terug te vinden in het onderzoek naar de haalbaarheid Natuurinrichting (P. Struyf & M. De Block, mei 2012). In dit rapport zal het gebied “Landschap de Liereman en omgeving” ook het studiegebied genoemd worden, de deelgebieden worden als zodanig aangeduid.

Figuur 1: Gebied “Landschap de Liereman en omgeving”

In het raamakkoord staat de landbouwstudie als volgt omschreven: “De landbouwstudie omvat de beschrijving van de actuele landbouwsituatie, een onderzoek naar bereidheid van individuele landbouwers om mee te werken rond specifieke maatregelen en een beschrijving van de compenserende maatregelen die de landbouwers vooropstellen. De landbouwstudie omvat een desktopanalyse, terreininventarisatie en een luik enquêtering.” Om invulling te geven aan deze omschrijving bestaat de studie uit een drietal luiken. Er is begonnen met een desktop studie waarbij enkel met behulp van gegevens uit de Eenmalige Perceelsregistratie (EPR) van productiejaar 2011 en de Landbouw Economische Databank (LBEDB) een aantal gebiedsbeschrijvende kaarten en tabellen zijn opgemaakt. De resultaten hiervan zijn terug te vinden in deel 1. Om het studiegebied en de betrokken landbouwers beter te leren kennen zijn er een tweetal workshops georganiseerd waarvoor alle betrokken landbouwers uit het studiegebied werden uitgenodigd. Daarnaast werden er ook zitdagen georganiseerd waar landbouwers, individueel, hun Landbouwstudie

3


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

situatie en voorkeuren konden komen toelichten. Een uitgebreide beschrijving van de landbouwstudie staat in deel 2. De verwerkte gegevens die verkregen werden tijdens de zitdagen zijn te vinden in deel 3. Deel 4 bevat enkele conclusies en aanbevelingen.

.

Landbouwstudie

4


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

1

Desktop studie

In dit deel van het rapport wordt het huidig landbouwgebruik in het studiegebied beschreven. Met behulp van de EPR van 2011 en de Landbouw Economische Databank zijn een aantal gebiedsbeschrijvende kaarten en tabellen opgemaakt met als centraal onderwerp het landbouwgebruik in Landschap de Liereman en omgeving.

1.1

Landbouwgebruik “Landschap de Liereman en omgeving” (kaart 1 en 2)

Volgens de EPR 2011 wordt er 913 ha landbouwgrond aangegeven in het studiegebied (Landschap de Liereman en omgeving) door 105 verschillende gebruikers. Uit ervaring blijkt echter dat het regelmatig voorkomt dat één zelfde perceel door twee gebruikers wordt aangegeven omdat bijvoorbeeld één landbouwer de teelt zet en toeslagrechten (subsidies) activeert en een andere landbouwer er mest op afzet. Om de effectieve oppervlakte in landbouwgebruik in het studiegebied te kunnen meegeven werd deze dubbele aangifte gecorrigeerd. Hierna blijft een “tastbare” oppervlakte van 870,2 ha in landbouwgebruik over. Dit is ruim 53% van de totale oppervlakte van het studiegebied. Vervolgens richt deze landbouwstudie zich op landbouwgebruikers en worden oppervlaktes aangeven door niet-particulieren landbouwers uitgesloten. Er zijn drie gebruikers gekend die geen primair landbouwer zijn namelijk het Agentschap voor Natuur en Bos, Natuurpunt en Kemp vzw. Deze drie partijen geven echter wel gronden aan middels de EPR, namelijk 44,4 ha in het gebied. Kaart 1a, 1b en kaart 2 geven de oppervlaktes en percelen weer die in niet particuliere eigendom en/of gebruik zijn. De bijbehorende oppervlaktes zijn opgenomen in bijlage 1. Tabel 1 geeft al deze verschillende oppervlaktes meer gestructureerd weer. Aangezien bij de opmaak van deze studie nog niet duidelijk is waar de daadwerkelijke grens komt te liggen tussen deelgebied De Liereman en de Braekeleer bestaat er een overlap tussen de twee gebieden. Deze overlap is in fysieke oppervlakte 23 ha, echter één perceel (2,5 ha) binnen deze “zone van overlap” wordt door twee landbouwers aangegeven waardoor in de tweede rij van tabel 1, 25,5 ha dubbel is meegeteld. Landschap de Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven& Laks

Oppervlakte EPR 2011*

913,0

307,5

152,3

478,7

Fysieke oppervlakte landbouwgebruik**

870,2

288,3

142,7

462,6

44,4

44,2

-

0,2

Aangifte door niet landbouw

Tabel 1: Verschillende oppervlaktes (ha) in het studiegebied *overlap 25,5 tussen Braekeleer en de Liereman **overlap 23,4 tussen Braekeleer en de Liereman

Om een totaalbeeld van het landbouwgebruik te krijgen wordt in deze studie alle (dubbel) aangegeven oppervlakte, min het gebruik door het Agentschap voor Natuur en Bos, Natuurpunt en Kemp vzw, meegeteld. Dit is in totaal 913 - 44,4 = 868,6 ha. Binnen het studiegebied is dus 868,6 ha in landbouwgebruik, in tabel 2 staat het landbouwgebruik per deelgebied weergegeven. Ook het aantal gebruikers staat erbij vermeld. Van alle gebruikers zijn er 71 in één deelgebied met gronden gelegen, 27 in twee deelgebieden en vier landbouwers zijn in alle deelgebieden betrokken. Landbouwstudie

5


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Oppervlakte (ha)*

Aantal gebruikers

Landschap de Liereman en omgeving

868,6

102

De Liereman

263,3

42

Braekeleer

152,3

21

Oosthoven & Laks

478,5

74

Tabel 2: Oppervlakte landbouwgebruik en aantal gebruikers *overlap 25,5 tussen Braekeleer en de Liereman

1.2

Kavelstructuur (kaart 3)

1.2.1

Kavelligging en afstand tot de bedrijfszetel

Bij de kavelligging bespreken we de ligging van de bedrijfszetel en de afstand van de gebruikspercelen tot deze zetel. De percelen die naast de bedrijfsgebouwen liggen en samen een aaneengesloten geheel vormen, beschouwen we als huiskavel. De veldkavels zijn de percelen die niet tot de huiskavel behoren. Voor de bedrijven die een huiskavel hebben, is die uiteraard heel belangrijk. De ligging naast de bedrijfszetel zorgt immers voor heel wat kostenbesparingen. In het studiegebied liggen 43 bedrijfszetels met bijbehorende huiskavels. De meeste liggen in gebied Oosthoven & Laks, één zetel ligt in de overlap tussen De Liereman en de Braekeleer en vier zetels liggen in De Liereman. Op kaart 3 wordt de ligging van de bedrijfszetels weergegeven, ook wordt van alle percelen de afstand tot de bedrijfszetel weergegeven. Afstand tot de bedrijfszetel

Aantal percelen

Relatief aantal percelen (%)

230

52,0

1 – 2 km

73

16,5

2 – 5 km

70

15,8

5 – 10 km

31

7,0

10- 15 km

1

0,2

> 15 km

12

2,7

onbekend

25

5,6

442

100

< 1 km

Totaal

Tabel 3: Afstand tot de bedrijfszetel

Tabel 3 is gebaseerd op de afstand tot de bedrijfszetel voor elk perceel gelegen in het studiegebied. Ook als de bedrijfszetel buiten het studiegebied is gelegen is de afstand berekend. Hieruit blijkt dat 52% van de betrokken percelen op minder dan één kilometer afstand van de bedrijfszetel gelegen is. Ruim 84% van de percelen ligt op minder dan 5 km afstand van de bedrijfszetel. Er zijn een tiental bedrijven waarvan de zetel in Nederland ligt of waarvan de ligging onbekend is, samen gebruiken deze bedrijven 25 percelen in het studiegebied waarvan de afstand tot de bedrijfszetel niet berekend kan worden.

Landbouwstudie

6


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

1.2.2

Gemiddelde perceelsgrootte

De gemiddelde perceelsgrootte van de betrokken percelen in het studiegebied is 2,7 ha. Het gaat hierbij om de volledige percelen, niet enkel het deel binnen het studiegebied. Het gemiddelde voor Vlaanderen bedraagt 2,0 ha. De gemiddelde oppervlakte van de percelen in het studiegebied ligt ruim boven dit Vlaams gemiddelde. Van de deelgebieden is de perceelsoppervlakte in de Braekeleer het grootst namelijk 3,1 ha. Binnen De Liereman is dit 2,1 ha en in Oosthoven & Laks 1,4 ha. Een groter perceel is normalerwijs een belangrijke landbouweconomische troef. De voordelen van grotere percelen zijn tweeërlei. Enerzijds zijn er minder kosten per ha als de percelen groter zijn (minder wendakkers e.d.). Anderzijds is de opbrengst per ha groter omwille van de kleinere verliezen aan de randen van het perceel en een betere gewascontrole. Indien er grotere percelen zijn, kan immers verondersteld worden dat de gewascontrole meer accuraat gebeurt.

1.3

Bodemgebruik (kaart 4)

In dit deel wordt het bodemgebruik binnen het studiegebied omschreven. Tabel 4 geeft in de tweede en derde kolom een overzicht van het volledige studiegebied en in de volgende kolommen een uitsplitsing per deelgebied. Op kaart 4 wordt dit bodemgebruik ook weergegeven. Wat opvalt in de tweede en derde kolom is dat grasland, zowel tijdelijk als blijvend als in de vorm van grasklaver de helft van het landbouwoppervlak in gebruik neemt (50,7%). Verder wordt er ook veel maïs geteeld (32,7%). De resterende oppervlakte wordt ingenomen door akker- en tuinbouwgewassen (12,2%) en gebouwen. Hierbij moet worden opgemerkt dat tijdelijk grasland en korrelmaïs ook als akkerbouwgewas zouden kunnen worden beschouwd, dit is in deze studie echter niet gebeurd. Wanneer expliciet naar de deelgebieden wordt gekeken dan blijkt dat in De Liereman het percentage grasland iets hoger ligt dan in het gehele studiegebied, ditzelfde geldt voor het percentage maïs (37,4%). Het aandeel akker- en tuinbouwgewassen ligt daardoor lager (9%). In de Braekeleer wordt meer maïs geteeld (40,1%) terwijl in Oosthoven & Laks juist minder (26,8%) maïs en meer tuin- en akkerbouwgewassen (15,3%) worden geteeld. Ook staan daar de meest gebouwen. Dit laatste is te verklaren door het grote aantal bedrijfszetels in dit gebied.

Landbouwstudie

7


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Tijdelijk grasland

276,5

31,8

87,5

33,2

49,8

32,7

155,4

32,5

Snijmaïs

192,9

22,2

40,3

15,3

51,9

34,1

104,4

21,8

Blijvend grasland

100,7

11,6

27,0

10,3

24,3

15,9

49,5

10,3

Korrelmaïs

91,5

10,5

58,2

22,1

9,1

6,0

24,1

5,0

Grasklaver

63,5

7,3

23,2

8,8

2,6

1,7

37,6

7,9

Aardappelen

63,4

7,3

13,6

5,2

8,3

5,4

45,8

9,6

Kruiden

22,1

2,5

-

-

-

-

22,1

4,6

Bonen

10,0

1,2

10,0

3,8

-

-

-

-

Aardbeien

5,1

0,6

-

-

-

-

5,1

1,1

Wortels

5,0

0,6

-

-

5,0

3,3

-

-

Overig

3,0

0,4

1,4

0,5

-

-

1,9

0,4

Gebouwen

19,9

2,3

1,9

0,7

1,3

0,9

18,0

3,8

Onbekend

14,8

1,7

-

-

-

-

14,8

3,1

868,6

100

263,3

100

152,3

100

478,5

100

Teelt 2011

Totaal

Tabel 4: Bodemgebruik, absoluut en relatief, binnen studiegebied Landschap de Liereman en omgeving

1.4

Lokalisatie van de bedrijven

Dit deel beschrijft de ligging van de bedrijfszetels van alle betrokken landbouwbedrijven. Zoals hierboven vermeld in 1.2.1 zijn de meeste bedrijven in of op vrij korte afstand van het studiegebied gelegen. Een groot deel van de bedrijfsgebouwen ligt in één van de betrokken gemeenten Oudturnhout, Ravels en Arendonk. De overige zetels liggen in onder andere de gemeenten Turnhout, Merksplas en Retie. Zoals al eerder vermeld zijn er vijf betrokken gebruikers die in Nederland een landbouwbedrijf hebben. In tabel 5 wordt per gemeente het aantal betrokken landbouwers weergegeven.

Landbouwstudie

8


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landschap de Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven& Laks

Oud-Turnhout

55

25

6

50

Ravels

10

2

4

6

Arendonk

6

2

4

1

Turnhout

5

-

-

5

Merksplas

5

1

1

4

Retie

4

2

1

1

NL

5

4

3

1

Onbekend

5

3

1

2

Overige

7

3

1

4

102

42

21

74

Gemeente

Totaal

Tabel 5: Ligging van de bedrijfszetels

1.5

Bedrijfstype (kaart 5)

De tabel hieronder geeft een overzicht van de hoofdrichting van de 102 landbouwers die gronden gebruiken in het studiegebied. Tabel 7 geeft dan vervolgens de absolute en relatieve oppervlaktes van deze bedrijfstypes per deelgebied weer. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven& Laks

Melkvee

17

10

5

10

Akkerbouw

14

5

3

9

Vleesvee

13

6

4

12

Varkens

8

3

2

6

Pluimvee

5

3

1

4

Tuinbouw

6

1

-

6

Gemengd**

7

3

5

2

Graasdieren

8

3

-

8

Mestkalveren

6

2

-

5

18

6

1

12

102

42

21

74

Bedrijfstype

Onbekend* Totaal

Tabel 6: Bedrijfstypes van de betrokken landbouwers *Onbekend; 5 gebruikers niet kunnen terugvinden in LBEDB en 13 bedrijven zijn “niet-geclassificeerd”. ** Gemengd: 6 gemengde veebedrijven, 1 gemengd tuin/akkerbouwbedrijf

Landbouwstudie

9


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

180,9

20,8

67,0

25,4

51,3

33,7

80,3

16,8

76,8

8,8

38,3

14,5

20,6

13,5

23,6

4,9

Vleesvee

202,7

23,3

41,1

15,6

29,5

19,4

132,0

27,6

Varkens

59,8

6,9

20,3

7,7

5,1

3,3

34,3

7,2

Pluimvee

30,9

3,6

6,9

2,6

2,1

1,4

24,0

5,0

Tuinbouw

54,7

6,3

13,4

5,1

-

-

41,3

8,6

Gemengd

184,1

21,2

57,8

21,9

36,2

23,8

90,1

18,8

Graasdieren

32,0

3,7

11,9

4,5

-

-

20,1

4,2

Mestkalveren

15,4

1,8

2,9

1,1

-

-

12,5

2,6

Onbekend

31,5

3,6

3,8

1,4

7,5

4,9

20,2

4,2

868,6

100

263,3

100

152,3

100

478,5

100

Bedrijfstype Melkvee Akkerbouw

Totaal

Tabel 7: Absolute en relatieve betrokken oppervlakte per bedrijfstype In het volledige studiegebied zijn melkvee, akkerbouw en vleesvee de meest voorkomende bedrijfstypes. De meeste grondoppervlakte wordt echter gebruikt door de vleesvee-, gemengde- en de melkveebedrijven. Alle andere betrokken bedrijftypes gebruiken minder dan 10% van de totale oppervlakte. In deelgebieden De Liereman en de Braekeleer zijn de melkveehouderij zowel in aantal als in oppervlakte de grootste grondgebruiker. In Oosthoven & Laks zijn dit de vleesveebedrijven, terwijl de melkveebedrijven daar de derde grootste grondgebruiker zijn. Akkerbouwbedrijven zijn in aantallen goed vertegenwoordigd in gebieden Oosthoven & Laks en in De Liereman maar gebruiken slechts een kleine oppervlakte.

1.6 1.6.1

Sociologische kenmerken Leeftijd

Van de 102 betrokken landbouwers is van 38 bedrijfsleiders de leeftijd onbekend. Dit zijn waarschijnlijk bedrijven die een landbouwvennootschap (LV) of een andere niet-persoonlijke rechtsvorm hebben waardoor de leeftijd van de bedrijfsleider niet geregistreerd wordt. Als de leeftijd van de 64 overgebleven landbouwers bekeken wordt zijn er slechts 6 landbouwers jonger dan 40 jaar, samen gebruiken zij 12% van de oppervlakte. De resterende 58 landbouwers zijn ouder dan 40 jaar. Deze verdeling kan waarschijnlijk verklaard worden doordat veel jongere landbouwers een LV of BVBA vormen met ouders of partner. In deel 3.4.2 wordt de leeftijd van de bedrijfsleiders aanwezig op de zitdagen beschreven.

Landbouwstudie

10


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

1.7

Bedrijfseconomische kenmerken

1.7.1

Bedrijfsoppervlakte

De gemiddelde bedrijfsoppervlakte voor de bedrijven actief in het studiegebied wordt hieronder weergegeven per deelgebied en per bedrijfstype. Het gaat hier om de totale oppervlakte van de betrokken bedrijven binnen én buiten het studiegebied. Van alle betrokken bedrijfstypes zijn de gemengde bedrijven gemiddeld het grootst. Verder valt op dat de bedrijven die actief zijn in Oosthoven & Laks gemiddeld de kleinste oppervlakte hebben. Van alle bedrijfstypes zijn die met graasdieren het kleinste, dit zijn vaak ook hobby paarden- of schapenhouders die een relatief kleine oppervlakte gebruiken. Landschap De Liereman en omgeving Gemiddelde bedrijfsoppervlakte

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Aantal

Opper vlakte (ha)

Aantal

Opper vlakte (ha)

Aantal

Opper vlakte (ha)

Aantal

Opper vlakte (ha)

Melkvee

17

69,2

10

79,1

5

70,7

10

55,3

Akkerbouw

14

48,0

5

39,1

3

34,0

9

52,5

Vleesvee

13

51,3

6

71,2

4

48,9

12

51,3

Varkens

8

19,6

3

22,2

2

12,3

6

19,2

Pluimvee

5

25,3

3

38,5

1

94,0

4

8,1

Tuinbouw

6

12,1

1

63,5

-

-

6

12,1

Gemengd*

7

227,2

3

385,8

5

107,4

2

101,7

Graasdieren

8

6,0

3

7,9

-

-

8

6,0

Mestkalveren

6

73,0

2

12,1

-

-

5

85,6

18

0,9

6

0,4

1

0

12

1,2

102

48,7

42

62,9

21

62,2

74

34,5

Onbekend Totaal

Tabel 8: Gemiddelde bedrijfsoppervlakte per bedrijfstype *één van de gemengde bedrijven heeft een extreem grote oppervlakte waardoor het gemiddelde hoog komt te liggen, wanneer dit bedrijf buiten beschouwing wordt gelaten daalt de gemiddelde bedrijfsoppervlakte van gemengde bedrijven in kolom 3 naar 105,9 ha

1.7.2

Bedrijfsomvang

De vergelijkende bedrijfsomvang (VBO) van de betrokken bedrijven werd berekend op basis van de standaardopbrengst (SO) van alle teelten en gewassen rekening houdend met de productierichting (bedrijfstype). De SO is de prijs “af boerderij” uitgedrukt in euro per dier of per ha. BTW, productgebonden belastingen en rechtstreekse betalingen zijn hier niet in meegenomen. De SO heeft betrekking op de productie en kosten gedurende 12 maanden en is gelijk aan de som van de waarde van het/de hoofdproduct(en) en de waarde van het/de bijproduct(en), zowel voor verkoop, voor eigen gebruik (op het bedrijf en door de landbouwer en zijn gezin zelf) als door de veranderingen in voorraad.

Landbouwstudie

11


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Voor verdere informatie omtrent SO kan de volledige studie van AMS (D’hooghe J. & Campens V. Vlaamse standaardopbrengsten voor de gewassen en de veehouderij (2003-2005) (2009), Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel.) raadpleegd worden op: http://lv.vlaanderen.be/nlapps/data/docattachments/Vlaamse%20standaardopbrengsten%20voor%20d e%20gewassen%20en%20de%20veehouderij.pdf De VBO wordt uitgedrukt in Familiale ArbeidsKracht (FAK) en is gelijk aan 1 wanneer het bedrijf, rekening houdend met de productierichting, voldoende SO heeft om potentieel in een gemiddeld Vlaams landbouwbedrijfsinkomen te voorzien voor 2 volwaardige FAK's. Dit gemiddelde Vlaams landbouwbedrijfsinkomen is gebaseerd op de Vlaamse gemiddelden uit het Rentabiliteitsrapport Landen tuinbouw (Coulier T. (2009) Rentabiliteitsrapport Land- en tuinbouw 2008, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel). Zo worden bedrijven onderverdeeld in vijf VBO-klassen (zeer klein, klein, matig, groot en zeer groot). Daarnaast is er nog een categorie “niet van toepassing (nvt)”. De cijfers geven echter alleen de bedrijfsomvang weer. Het is geen maat voor het arbeidsinkomen per bedrijf. Dat hangt uiteraard af van de toegevoegde waarde die het bedrijf realiseert en van de intrestlasten die het bedrijf draagt. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven& Laks

1

17

5

-

16

2

4

2

-

3

3

14

4

5

11

4

7

5

2

5

5

42

20

13

27

Onbekend

18

6

1

12

102

42

21

74

VBO Klasse

Totaal

Tabel 9: Economische bedrijfsomvang van de betrokken bedrijven

Ruim 41% van alle betrokken bedrijven bevindt zich in de hoogste VBO klasse (5). Dit zijn bedrijven die minimaal twee volwaardige FAK van een gemiddeld landbouwbedrijfsinkomen kunnen voorzien. In de Braekeleer zijn overwegend grote en zeer grote bedrijven actief. In Oosthoven & Laks zijn de meeste bedrijven met een economisch kleine bedrijfomvang actief, 25,7% heeft een VBO klasse van 1 of 2. Uit tabel 10 blijkt dat de zeer grote bedrijven 66% van het totale landbouwoppervlak gebruiken in het studiegebied.

Landbouwstudie

12


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

Absoluut (ha)

Relatief (%)

1

59,0

6,8

21,6

8,2

-

-

37,5

7,8

2

43,7

5,0

28,3

10,8

-

-

15,3

3,2

3

117,7

13,6

6,2

2,4

28,2

18,5

83,3

17,4

4

43,2

5,0

14,7

5,6

9,8

6,4

24,4

5,1

5

573,6

66,0

188,7

71,7

106,9

70,1

297,8

62,2

31,5

3,6

3,8

1,4

7,5

4,9

20,2

4,2

868,6

100

263,3

100

152,3

100

478,5

100

VBO Klasse

Onbekend Totaal

Tabel 10: Economische bedrijfsomvang van de betrokken bedrijven

1.8

Impact op de landbouwbedrijven

In onderstaande figuren wordt de absolute en relatieve betrokkenheid van de landbouwbedrijven weergegeven. Uit figuur 2 valt af te lezen dat een 35 tal landbouwers met een oppervlakte van maximaal 2 ha in het studiegebied zijn gelegen. Tien landbouwers zijn betrokken met een oppervlakte van minimaal 20 ha. Figuur 3 laat zien dat 29 landbouwers met minder dan 10% van de totale bedrijfsoppervlakte in het studiegebied gelegen zijn. 30 bedrijven liggen met meer dan 90% van hun gronden in het studiegebied waarvan 16 landbouwers volledig in het studiegebied gelegen zijn.

Figuur 2: Absolute betrokkenheid

Landbouwstudie

13


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Figuur 3: Relatieve betrokkenheid

Tabel 11 geeft zowel de absolute als de relatieve oppervlakte in het studiegebied weer. De bedrijven die zich in de rechter beneden hoek bevinden zijn zowel met een grote absolute oppervlakte als met een relatief groot deel van de totale bedrijfsoppervlakte betrokken. Hieruit valt onder andere af te lezen dat de 16 bedrijven volledig in het studiegebied liggen, deze bedrijven hebben een maximale bedrijfsoppervlakte van 20 ha. Voor de vijf bedrijven die met meer dan 40 ha in het studiegebied gelegen zijn, geldt dat dit minimaal 60% van de totale bedrijfsoppervlakte is.

Relatieve oppervlakte in het studiegebied

Absolute oppervlakte in het studiegebied (ha) <2

2-5

5-10

< 5%

7

6

4

5 – 10%

4

4

3

10 – 20%

2

3

6

20 - 30%

10-20

1

40 – 50%

2

2

50 – 60%

1

1

60 – 70%

1

70-80%

2

80-90%

1

>40

1

12 11 1

3

1

2 2

1

1 1

Totaal 17

2

30 – 40%

20-40

1

6

1

5

2

2

5

1

1

5

1

6

2

90-100%

6

4

1

2

100 %

8

2

3

3

Totaal

35

25

19

13

1

1

14 16

5

5

102

Tabel 11: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in het studiegebied

Landbouwstudie

14


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Tabel 12, 13 en 14 geven ditzelfde weer voor respectievelijk de deelgebieden De Liereman, de Braekeleer en Oosthoven & Laks. Uit tabel 12 valt af te lezen dat drie landbouwers met een minimale oppervlakte van 20 ha in deelgebied De Liereman zijn gelegen. Tabel 13 toont dat 12 bedrijven met een oppervlakte tussen de 5 en de 10 ha in de Braekeleer zijn gelegen. Voor één van deze bedrijven is dit maximaal 60% van de totale bedrijfsoppervlakte. Relatieve oppervlakte in De Liereman

Absolute oppervlakte in De Liereman (ha) <2

2-5

< 5%

9

3

5 – 10%

2

2

1

10 – 20%

1

2

1

20 - 30%

2

30 – 40%

1

40 – 50%

1

5-10

10-20

>40

1

6 4

4

1

7

1

2 1

1 1

60 – 70% 1

100 %

3

Totaal

16

Totaal 12

50 – 60%

90-100%

20-40

3 1

1

1

1

1

3

12

5

3 6

2

1

42

Tabel 12: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in De Liereman

Relatieve oppervlakte in Braekeleer

Absolute oppervlakte in Braekeleer (ha) <2

2-5 2

2

4

1

1

4

6

5

5

< 5% 5 – 10% 10 – 20%

5-10

10-20

20 - 30%

1

1

30 – 40%

1

1

20-40

>40

2 1

3

40 – 50%

-

50 – 60% Totaal

Totaal

1 1

5

12

1 2

1

-

21

Tabel 13: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in de Braekeleer

Landbouwstudie

15


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Relatieve oppervlakte in Oosthoven & Laks

Absolute oppervlakte in Oosthoven & Laks (ha) <2

2-5

5-10

< 5%

8

2

2

5 – 10%

4

4

10 – 20%

2

2

10-20

20-40

>40

Totaal 12 8

1

20 - 30%

5 2

1

2

30 – 40%

1

2

40 – 50%

2

2

50 – 60%

1

1

60 – 70%

1

70-80%

2

80-90%

1

1

90-100%

5

3

1

9

100 %

5

2

2

9

Totaal

32

17

11

1

1

2

1

1

1

2

1

1

4 6 1

4 1

5

1

8

7

3

5

1

74

Tabel 14: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in Oosthoven & Laks

1.9

Mogelijke betrokkenheid bij andere projecten in de omgeving

Het merendeel van de 102 betrokken landbouwers gebruikt, behalve de percelen in het studiegebied nog meer gronden. Om te kunnen beoordelen of de landbouwers mogelijk nog in andere projecten betrokken zijn wordt allereerst bekeken waar de overige gebruiksgronden liggen. In tabel 15 worden de landbouwstreken genoemd en het aantal percelen dat erin gelegen is, exclusief de 506 percelen in het studiegebied. Landbouwstreek

Aantal percelen

Kempen

1978

Leemstreek

23

Polders

12

Vlaamse-Zandstreek

164

Zandleemstreek

159

Tabel 15: Ligging gebruiksgronden buiten Landschap De Liereman en omgeving

In bijlage 2 is een lijst terug te vinden met alle gemeenten waar betrokken landbouwers gronden gebruiken. In navolging van deze studie zal voor die landbouwers die met een grote relatieve en/of absolute oppervlakte betrokken zijn in het studiegebied de betrokkenheid bij andere projecten verder worden uitgezocht.

Landbouwstudie

16


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

2

De landbouwstudie

In dit deel van het rapport worden eerst kort de georganiseerde workshops en zitdagen beschreven en het verloop of de uitkomst ervan weergegeven. Tenslotte word ook bekeken hoeveel van de betrokken landbouwers bereikt werden met deze landbouwstudie.

2.1

De eerste workshop

Na ondertekening van het raamakkoord werd er een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de jachtsector op 29 september 2011 en voor de betrokken eigenaars op 3 oktober 2011. Met behulp van de EPR van 2009 werden de landbouwgebruikers binnen het studiegebied achterhaald. Deze werden uitgenodigd voor een eerste workshop op 21 en 23 november 2011. Tijdens de eerste workshop werd begonnen met een algemene presentatie zoals die ook aan de jachtsector en aan de eigenaars werd gegeven. Het doel van de workshop was echter om een beeld te krijgen van hoe de landbouwers aankijken tegen bepaalde thema`s binnen het studiegebied. De specifieke thema`s waren natuur, water, erfgoed, landschap en recreatie. Er was ruimte om ook andere thema`s mee te nemen mocht hier behoefte aan zijn. De landbouwers kregen, in groep, de opdracht om per thema kansen en knelpunten, in relatie tot landbouw, te formuleren. Hieronder staan de concrete vragen voor het thema water, de vragen voor de andere thema`s waren gelijkaardig. 1

Welke waterkundige aspecten in het gebied vind jij als landbouwer goed?

2

Waar kunnen deze aspecten nog versterkt worden of zie je nog (onbenutte) kansen voor landbouw(ers)?

3

Waar zie je de grootste knelpunten op het vlak water(huishouding) voor de lokale landbouw(ers)?

Een verslag van deze eerste workshop is opgenomen in bijlage 3, dit zelfde verslag werd ook op de website van de VLM geplaatst.. De belangrijkste zaken die werden aangehaald tijdens de twee dagen zijn: -

Landbouwers zijn ook fier op de natuur- en landschapswaarden in Landschap de Liereman en omgeving. Ze zien zichzelf als medescheppers, -bewaarders en -beheerders van de typische structuur en het uitzicht van het gebied.

-

Er moet voldoende respect zijn van verschillende sectoren tov elkaar en er moeten (eventueel) duidelijke regels afgesproken worden (vb code voor recreatief medegebruik). Landbouweducatie zou hier ook in kunnen thuishoren.

-

De waterhuishouding: er moet gezocht worden naar mogelijkheden die (te sterke) vernatting (of verdroging) van landbouwgronden tegen gaan, maar die toch de natuur in het gebied ook kansen geven. De waterstanden moeten beter regelbaar worden. Duidelijke afspraken, onderhoud en een neutrale beheerder van grachten, stuwtjes, enz. kunnen hier een groot deel van de oplossing bieden. Ook gebruik van waterputten en mogelijke vervuiling van slib werd aangehaald.

-

Er worden voorstellen gedaan rond mogelijke flankerende maatregelen landbouw. Onder andere moet er genoeg rekening gehouden worden met bedrijfszetels in of tegen de Braekeleer en De Liereman; moet er voldoende naar de economische situatie gekeken worden en moet er ruim genoeg gekeken worden om oplossingen te kunnen bieden aan alle landbouwers.

Landbouwstudie

17


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

-

(Mogelijkheid tot) bemesting is erg van belang voor de landbouwers. Indien de plaatsingsruimte voor mest zou afnemen op sommige percelen, moet hier een vergoeding tegenover staan. Er wordt ook aangegeven dat doelstellingen voor weidevogels beter gehaald worden op weiden waar een bepaald bemestingsregime toegelaten is (zo vinden de vogels meer voedsel).

-

Ivm recreatie zijn de meningen verdeeld: sommigen vinden dat recreatie kansen kan bieden aan de aanwezige landbouw (verbreding). Anderen vinden dat beroepslandbouw zich niet richt op recreatie en/of dat recreatie ook een nadelig effect kan hebben op de natuur.

-

De mogelijkheid om een agrobeheergroep op te richten om onderhoudswerken uit te voeren moet onderzocht worden. Evenals mogelijkheden om beheerovereenkomsten (zoals voor weidevogels) af te sluiten in gebieden waar dit nu niet kan.

-

Andere vaak voorkomende opmerkingen zijn de toegankelijkheid van het gebied en het feit dat het vroegere vliegveld niet mee in de perimeters van De Liereman ligt.

Tijdens deze eerste workshopronde waren totaal 33 landbouwers aanwezig.

2.2

De zitdagen

Alle betrokken landbouwers werden eveneens uitgenodigd voor de zitdagen die doorgingen op 8 en 12 december 2011. Doel was om na de meer algemene eerste workshop nu de persoonlijke situatie van de betrokken landbouwers te bespreken. Op deze zitdagen waren ook vertegenwoordigers van Boerenbond en ABS aanwezig om, in overleg met de landbouwer, aanwezig te zijn tijdens de gesprekken met de landbouweconomen van de VLM. Tijdens deze gesprekken werden, na een korte inleiding, de adres- en bedrijfsgegevens van het landbouwbedrijf, waarover de VLM beschikt vanuit de mestbankaangifte en de EPR, gecontroleerd. Ook werd er bekeken welke percelen binnen het studiegebied in gebruik zijn door de betreffende landbouwer. Hierna werden een aantal vragen gesteld aan de landbouwer: 1. Wat betekenen de percelen binnen het studiegebied voor uw bedrijf op vlak van: 

Ruwvoederbalans

Mestbalans

Activeren van premies

2. Heeft u interesse in beheer en/of verbreding van het landbouwbedrijf? Ter ondersteuning werd hier een lijst van mogelijkheden met daarbij een korte beschrijving getoond, zie bijlage 4. 3. Welke flankerende maatregelen wenst u bij een eventueel grondverlies? Ter ondersteuning werd hierbij een lijst van mogelijkheden met daarbij een korte beschrijving getoond, zie bijlage 4.

Uiteraard werd alle andere relevante informatie over de landbouwer en zijn/haar bedrijf ook genoteerd en opgenomen in de vertrouwelijke bedrijfsfiche. In totaal zijn er 40 landbouwers op een dergelijke manier bevraagd. Het grootste deel tijdens de zitdagen en een klein aantal tijdens bedrijfsbezoeken door een VLM landbouweconoom. Van elk bedrijf werd een vertrouwelijk bedrijfsfiche opgemaakt en daarnaast is de verkregen informatie in een verwerkte vorm opgenomen in deel 3 van dit rapport.

Landbouwstudie

18


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

2.3

De tweede workshop

De tweede workshop is doorgegaan op 15 februari 2012. Het hoofddoel van deze avond was om meer duidelijkheid te scheppen in de mogelijke compenserende, stimulerende en flankerende maatregelen en beheermaatregelen om zo in de mate van het mogelijke verwarring, ongekendheid en onduidelijkheid weg te werken. Na een korte situering en een stand van zaken landbouwstudie werden meerdere experten aan het woord gelaten om een aantal termen en thema`s die te maken hebben met stimulerend en flankerend beleid toe te lichten. Dit waren zowel VLM medewerkers als ook medewerkers van EcoKwadraat, het Agentschap voor Natuur en Bos en de Provincie Antwerpen. Een overzicht van al deze termen en thema’s met daarbij de naam van de betreffende expert plus een website om meer informatie te vinden werd na afloop van de workshop uitgedeeld aan de aanwezige landbouwers. Dit document is ook terug te vinden op de VLM website en als bijlage bij dit rapport (bijlage 5). Nadat alle termen en thema’s kort waren toegelicht kregen de landbouwers de mogelijkheid om meer informatie te vragen aan de aanwezige experten middels een kleine infomarkt. Vóór de afsluiting van de avond werd er een korte terugkoppeling gedaan waarna er nog de mogelijkheid was om na te praten. Er waren 27 landbouwers aanwezig.

2.4

Resultaten landbouwstudie (kaart 6)

In de voorgaande paragraven werd al per onderdeel aangegeven hoeveel landbouwers aanwezig waren. In dit deel wordt samengevat hoeveel landbouwers bereikt werden met de som van workshops en zitdagen. Kaart 6 geeft weer welke percelen in gebruik zijn door landbouwers die hebben deelgenomen aan de landbouwstudie. De zitdagen hebben het meest aantal landbouwers bereikt, tijdens de workshops waren er echter ook drie landbouwers aanwezig die niet aan de zitdagen hebben deelgenomen. Samen gebruiken zij 2,6 ha in Oosthoven & Laks. Één perceel (60 are) van deze landbouwers werd wel besproken tijdens de zitdagen omdat het momenteel door een andere landbouwer in gebruik is. Tabel 16 toont een samenvatting van de opkomst tijdens de verschillende onderdelen van de landbouwstudie. Van de betrokken landbouwers kwam 15,6% naar alle drie de activiteiten in het kader van de landbouwstudie, samen gebruiken zij 32,9% van alle landbouwgronden in het studiegebied. Landschap De Liereman en omgeving

Braekeleer

De Liereman

Oosthoven& Laks

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Absolute oppervlakte (ha)

Absolute oppervlakte (ha)

Absolute oppervlakte (ha)

3

16

286,6

66,7

85,2

152,4

2

18

268,2

34,3

118,4

121,3

1

14

106,9

25,5

5,9

77,6

0

54

206,9

25,8

53,8

127,2

102

868,6

152,3

263,3

478,5

Activiteiten

Totaal

Tabel 16: Overzicht van betrokkenheid landbouwers

Landbouwstudie

19


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

3

Verwerkte gegevens zitdagen

In dit deel worden de gegevens van de landbouwers die aanwezig waren op de zitdagen in verwerkte vorm weergegeven. Per landbouwer werd er ook een bedrijfsfiche opgemaakt (zie voorbeeld in bijlage 6). Deze zijn echter vertrouwelijk en blijven (voorlopig) in het bezit van de VLM. Oppervlakte (ha)*

Aantal gebruikers

Landschap de Liereman en omgeving

676,3

40

De Liereman

218,8

22

Braekeleer

129,3

15

Oosthoven & Laks

352,0

26

Tabel 17: Oppervlakte landbouwgebruik en aantal gebruikers per deelgebied *overlap 23,8 tussen Braekeleer en de Liereman

In totaal zijn 40 landbouwers bevraagd tijdens de zitdagen, dit is slechts 39% van alle betrokken landbouwers. Wat oppervlakte betreft gebruikt deze groep ruim 78% van het totale landbouwareaal binnen landschap de Liereman en omgeving. Vier van de bevraagde landbouwers zijn met gronden in alle deelgebieden gelegen, 15 landbouwers zijn in twee deelgebieden met gronden gelegen. De overige 21 liggen in één deelgebied waarvan negen in Oosthoven & Laks, zes in De Liereman en zes in de Braekeleer. Wanneer in dit deel gesproken wordt over “oppervlakte in het studiegebied” , “bevraagde landbouwers” etc wordt steeds gerefereerd naar de aantallen en oppervlaktes zoals ze in tabel 17 hierboven staan vermeld.

3.1

Eigendomsstructuur (kaart 7)

De tabel hieronder geeft de eigendomsstructuur weer van de percelen binnen het studiegebied. Van alle gebruiksgronden is bijna 45% in eigendom van de gebruiker. In Oosthoven & Laks komt het hoogste percentage eigendom voor, namelijk 51%. In De Liereman is het percentage eigendom het laagst. Behalve in eigendom is ruim 42% van de totale oppervlakte in pacht door de gebruiker. De resterende oppervlakte, goed voor 13%, is in gebruik middels een mondelinge overeenkomst, via burenregeling of seizoenspacht.

Deelgebied

Oppervlakte in eigendom (ha)*

Oppervlakte in pacht (ha)**

Oppervlakte in seizoens pacht (ha)

Oppervlakte in gebruik (ha)

Oppervlakte burenregeling (ha)

De Liereman

77,3

99,3

6,9

28,5

6,8

218,8

Braekeleer

54,1

45,8

-

29,3

-

129,3

Oosthoven & Laks

180,7

161,6

-

5,6

4,1

352,0

Totaal

306,4

288,6

6,9

63,4

10,9

676,2

Totaal

Tabel 18: Eigendomstructuur *overlap 5,7 tussen Braekeleer en de Liereman ** overlap 18,1 tussen Braekeleer en de Liereman

Landbouwstudie

20


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

3.2

Lokalisatie van de bedrijven

Zoals ook in deel 1 al werd aangehaald liggen de meeste bedrijfszetels in of nabij de betrokken gemeenten. Ook uit tabel 19 blijkt dat 35 landbouwers aanwezig op de zitdagen, uit één van de betrokken gemeenten komen. Verder waren er ook vier Nederlandse landbouwers aanwezig. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

25

16

7

22

Arendonk

4

1

3

-

Ravels

6

2

4

2

Turnhout

1

-

-

1

Bladel NL / Reusel NL

4

3

1

1

40

22

15

26

Gemeente Oud-Turnhout

Totaal

Tabel 19: Ligging van de bedrijfsgebouwen

3.3

Typologie van de bedrijven (kaart 8)

Hieronder worden de verschillende bedrijfstypes die voorkomen in het studiegebied besproken en de oppervlaktes die deze gebruiken getoond. Ruim 48% van de oppervlakte in het studiegebied is in gebruik door 14 melkveebedrijven. Hierna is de vleesveesector de grootste oppervlaktegebruiker. Dit alles geldt ook voor de deelgebieden, echter in De Liereman is akkerbouw de 2e grootste ruimtegebruiker. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

14

326,4

6

119,6

9

75,7

7

149,1

Gemengd vee

6

62,1

3

16,2

1

12,9

5

33,0

Vleesvee

7

145,7

4

26,6

2

17,7

7

101,4

Akkerbouw (gemengd)

2

86,7

2

36,8

-

-

2

49,9

Varkens

2

21,7

2

8,3

1

17,0

-

-

Paarden

3

7,6

2

6,1

-

-

1

1,5

Mestkalveren

2

4,5

1

2,2

-

-

1

2,3

Overige

4

21,5

2

3,0

2

6,0

3

14,8

40

676,3

22

218,8

15

129,3

26

352,0

Bedrijfstype Melkvee

Totaal

Tabel 20. Bedrijfstypologie in het studiegebied

Landbouwstudie

21


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

3.4

Sociologische kenmerken

3.4.1

Inkomensvorming (kaart 9)

Tijdens de zitdagen werd ook aan de landbouwers gevraagd of ze landbouwer in hoofd- of bijberoep zijn of anders hobby- of gepensioneerde landbouwer. Van de bevraagde landbouwers is 70% landbouwer in hoofdberoep, deze groep gebruikt 84,5% van de oppervlakte. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Inkomensvorming

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Hoofdberoep

28

571,3

16

194,1

13

121,3

16

279,7

Geen hoofdberoep

12

105,0

6

24,7

2

8,0

10

72,3

Totaal

40

676,3

22

218,8

15

129,3

26

352,0

Tabel 21: Inkomensvorming

3.4.2

Leeftijd (kaart 10)

Voor de volgende tabel werd per bedrijf één leeftijd meegenomen, namelijk die van de jongste bedrijfsleider (meestal de meewerkende zoon of dochter die op termijn het bedrijf zal overnemen). Ruim 28% van alle landbouwgrond in het gebied is in gebruik door landbouwers jonger dan 40 jaar. De landbouwers ouder dan 50 jaar gebruiken samen 33,2%. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

< 30

3

156,0

3

44,3

2

37,9

3

91,8

30 – 40

3

37,6

2

19,9

1

5,1

2

12,6

40 – 50

15

227,4

6

71,3

5

48,9

9

110,9

50 – 60

9

139,6

4

40,0

4

25,9

7

73,6

> 60

7

85,5

5

18,2

1

4,1

5

63,1

onbekend

3

30,2

2

25,1

2

7,3

-

-

40

676,3

22

218,8

15

129,3

26

352,0

Leeftijd klasse

Totaal

Tabel 22: Leeftijd van de bedrijfsleiders

Landbouwstudie

22


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

3.5

Bedrijfseconomische kenmerken

3.5.1

Bedrijfsoppervlakte

De gemiddelde bedrijfsoppervlakte voor de bedrijven actief in het studiegebied wordt hieronder weergegeven in tabel 23. Het gaat hier om de totale oppervlakte van de betrokken bedrijven binnen én buiten het studiegebied. In het studiegebied zijn de melkveebedrijven gemiddeld het grootst. Het kleinst zijn de paardenbedrijven. Type bedrijf

Aantal bedrijven

Gemiddelde oppervlakte (ha)

14

93,2

Gemengd vee

6

18,2

Vleesvee

7

34,6

Akkerbouw (gemengd)

2

64,4

Varkens

2

22,0

Paarden

3

7,9

Mestkalveren

2

12,9

Overige

4

23,5

40

49,3

Melkvee

Totaal

Tabel 23: Gemiddelde bedrijfsoppervlakte per bedrijfstype

3.5.2

Ruwvoederbalans (kaart 11)

Ruwvoeders zijn de gewassen die geteeld worden voor het voederen van grazers (rundvee, schapen, paarden en geiten). Het zijn in de eerste plaats gras, klaver, maïs en voederbieten. Voor een bedrijf met grazers is het van groot belang om voldoende ruwvoeders te telen. Dat is bedrijfseconomisch immers de meest interessante productiewijze. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Tekort aan ruwvoeder

6

45,6

3

10,5

5

41,0

-

-

Evenwicht

19

356,8

9

120,4

8

60,1

14

176,3

Overschot aan ruwvoeder

7

204,9

6

49,0

1

24,3

6

149,6

Niet van toepassing

4

29,9

3

16,0

-

-

3

13,8

Onbekend

4

39,1

1

22,9

1

3,9

3

12,3

40

676,3

22

218,8

15

129,3

26

352,0

Ruwvoeder balans

Totaal

Tabel 24: Aantal bedrijven in functie van de ruwvoederbalans

Landbouwstudie

23


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Tijdens de zitdagen werd aan de landbouwers gevraagd hoe de ruwvoederbalans van hun bedrijf momenteel is. De resultaten hiervan worden in tabel 24 weergegeven. Van vier bedrijven is de balans vooralsnog onbekend, vier andere bedrijven geven aan dat een ruwvoederbalans voor hen niet van toepassing is. De bedrijven die min of meer in evenwicht zijn, zijn de meest kwetsbare bedrijven. Een kleine verandering van het landbouwareaal kan deze bedrijven uit evenwicht brengen, waardoor zij hun bedrijfsvoering moeten aanpassen. De tabel hieronder geeft een overzicht van de ruwvoederbalans afhankelijk van het bedrijfstype. Wat opvalt is dat er in de kolom “niet van toepassing” ook een bedrijf met gemengd vee staat. Dit is echter een hobby landbouwer die aangeeft dat een ruwvoedertekort niet snel zal voorkomen. Bedrijfstype

Tekort

Evenwicht

Overschot

3

5

3

Melkvee Gemengd vee

5

Vleesvee

3

Akkerbouw (gemengd)

1

Varkens

Niet van toepassing

Onbekend

Totaal

3

14

1

6

4

7 1

2

2

2

Paarden

3

Mestkalveren

1

1 1

1

4

4

4

40

Overige

1

1

Totaal

6

19

3

7

2

Tabel 25: Ruwvoederbalans volgens de bedrijfstypes

3.5.3

Mestbalans (kaart 12)

Tijdens de zitdagen werd ook gevraagd naar de mestbalans op de bedrijven van de bevraagde landbouwers. De antwoorden van de landbouwers zijn in tabel 26 weergegeven. Hieruit valt af te lezen dat 15 bedrijven momenteel voldoende gronden gebruiken om de geproduceerde mest op af te zetten, 12 bedrijven kunnen nog mest aanvoeren. Zes bedrijven daarentegen moeten mest afvoeren. Landschap De Liereman en omgeving

De Liereman

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Tekort aan mest

12

243,6

9

92,5

3

40,5

9

128,6

Evenwicht

15

315,4

7

79,4

7

49,1

9

186,9

Overschot aan mest

6

50,5

3

10,1

4

35,8

2

10,4

Niet van toepassing

2

13,3

1

6,5

-

-

2

6,8

Onbekend

5

53,5

2

30,3

1

3,9

4

19,4

40

676,3

22

218,8

15

129,3

26

352,0

Mest balans

Totaal

Tabel 26: Aantal bedrijven in functie van de mestbalans

In tabel 27 wordt nogmaals de mestbalans weergegeven maar nu per bedrijfstype voor het gehele studiegebied. Voor een akkerbouw- en een tuinbouwbedrijf is de mestbalans niet van toepassing, van vier veebedrijven is de mestbalans onbekend. Landbouwstudie

24


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bedrijfstype

Tekort

Evenwicht

Overschot

Melkvee

3

6

Gemengd vee

1

3

Vleesvee

3

4

Akkerbouw (gemengd)

1

Onbekend

Totaal

2

3

14

1

1

6 7

1

Varkens

1

Paarden

Niet van toepassing

2

1

2

3

3

Mestkalveren

1

Overige

1

1

Totaal

12

15

2

1

1

1

4

6

2

5

40

Tabel 27: Mestbalans volgens de bedrijfstypes Naar aanleiding van de mestbalans gaven acht bedrijven aan dat ze derogatie toepassen, zeven bedrijven maken gebruik van burenregeling om mest af te zetten en zeker drie bedrijven aanvaarden nog extra mest via de loonwerker of een andere landbouwer.

3.6

Impact op de landbouwbedrijven

De absolute en relatieve betrokkenheid van de landbouwers wordt in tabel 28 hieronder weergegeven. De landbouwers in de rechter beneden hoek van de tabel zijn zowel met de grootste absolute als relatieve oppervlakte in het studiegebied gelegen. Relatieve oppervlakte in het studiegebied < 5%

Absolute oppervlakte in het studiegebied (ha) <2 1

2-5

5-10

10-20

1

1

10 – 20%

3

5

20 - 30%

2

3 8 1

30 – 40%

1

40 – 50%

1

50 – 60%

2

60 – 70%

1

70-80%

90-100%

1

100 % 3

3 1

1

2 2

1 1

Totaal 2

1

80-90%

>40

1

5 – 10%

Totaal

20-40

2

3

2

3

1 1

1

3

1

1

2

9

8

12

2 1

6 5

3

5

40

Tabel 28: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in het studiegebied

In de onderstaande tabellen wordt dezelfde informatie nogmaals gegeven maar nu uitgesplitst per deelgebied. Hieruit blijkt onder andere dat in De Liereman drie landbouwers elk meer dan 20 ha landbouwgrond gebruiken. Verder is er nog een kleiner landbouwbedrijf dat bijna volledig in De Liereman ligt, dit is echter geen landbouwer in hoofdberoep. Landbouwstudie

25


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Uit tabel 30 blijkt dat één landbouwer bijna volledig in de Braekeleer ligt. Dit is echter één van de bedrijven uit Nederland waarvan enkel de percelen in Vlaanderen gekend zijn. Een ander bedrijf ligt met meer dan 20 ha in de Braekeleer. Relatieve oppervlakte in De Liereman < 5%

Absolute oppervlakte in De Liereman (ha) <2

2-5

1

2

2

3

1

20 - 30%

2

30 – 40%

2

10-20

20-40

>40

Totaal 3

5 – 10% 10 – 20%

5-10

1

2 5

1

1

2

6

1

3

40 – 50%

-

50 – 60%

1

60 – 70%

1

1

1

70-80%

-

80-90%

-

90-100%

1

1

100 % Totaal

3

10

3

3

2

1

22

>40

Totaal

Tabel 29: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in De Liereman

Relatieve oppervlakte in Braekeleer

Absolute oppervlakte in Braekeleer (ha) <2

2-5

< 5%

1

5 – 10%

1

10 – 20%

5-10

10-20

1 3

4

4

4

20 - 30%

1

1

30 – 40%

1

1

90-100% Totaal

20-40

2 1

3

1 -

4

7

3

1 1

-

15

Tabel 30: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in Braekeleer

Landbouwstudie

26


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Relatieve oppervlakte in Oosthoven & Laks < 5%

Absolute oppervlakte in Oosthoven & Laks (ha) <2

2-5

5-10

10-20

20-40

>40

1

5 – 10% 10 – 20%

1 2

1

1

20 - 30%

2 1

3

1

1

30 – 40%

1

40 – 50%

1

2

50 – 60%

2

60 – 70%

1

1

1

1

70-80% 1

90-100%

1

100 % Totaal

1

1

4

2

1

5

1

3 2

1

80-90%

Totaal

1 3 1

1

1

5

7

2 4

3

3

26

Tabel 31: Aantal gebruikers volgens absolute en relatieve bedrijfsoppervlakte in Oosthoven & Laks

3.7

Interesse voor beheer

Tijdens de zitdagen werd, zoals beschreven in deel 2.2 van dit rapport, ook gevraagd of landbouwers interesse hebben om Landschap de Liereman en omgeving, in de toekomst, mee te beheren. Ter illustratie werden een aantal voorbeelden toegelicht zoals een beheerovereenkomst, de oprichting van een agrobeheergroep en uitmijning. Deze instrumenten zijn terug te vinden in bijlage 4 en worden in de studie instrumentenmix (M. Lodts, mei 2012) meer uitgebreid beschreven. Een vijftien landbouwers gaven direct aan hier geen interesse in te hebben. 23 andere landbouwers zien het wel zitten om “iets” van beheer te doen tegen een passende vergoeding. Ook werd duidelijk dat de bevraagde landbouwers dit beheer niet zien als een oplossing voor een eventueel oppervlakte verlies. Negen bedrijven geven aan beheer enkel te overwegen als zij daarnaast hun huidige bedrijfsvoering onveranderd kunnen doorzetten.

Landbouwstudie

27


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landschap De Liereman en omgeving Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

11

Ja, tenzij Ja, al actief

De Liereman

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

227,9

9

9

179,6

3

Nee Nvt

Beheer

Ja

Totaal

Braekeleer

Oosthoven & Laks

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

73,9

4

48,0

7

123,9

5

61,5

1

4,1

8

114,0

30,1

1

7,4

2

15,7

1

7,0

15

235,0

6

73,8

8

61,4

9

105,7

2

3,7

1

2,2

-

-

1

1,5

40

676,3

22

218,8

15

129,3

26

352,0

Tabel 32: Interesse voor beheer in Landschap de Liereman en omgeving

3.8

Interesse voor flankerende maatregelen

Tijdens de zitdagen werd ook de voorkeur van de landbouwers voor flankerend beleid besproken. Dit is allereerst van toepassing voor diegene die gelegen zijn in deelgebied De Liereman omdat daar waarschijnlijk ongeveer 200 ha evolueert van een gele naar een groene gewestplan (GWP) bestemming. Maar ook voor landbouwers met gronden in de Braekeleer kan flankerend beleid van toepassing zijn. Dit alles hangt echter af van de uiteindelijke inrichting en afbakening van de deelgebieden. Aangezien de gele GWP bestemmingen in Oosthoven & Laks herbevestigd worden is voor de landbouwers die enkel daar gronden gebruiken geen sprake van flankerend beleid. Tabel 33 geeft weer welke flankerende maatregelen de voorkeur hebben van de bevraagde landbouwers en welke oppervlakte deze gebruiken in de twee deelgebieden. Wat opvalt is dat veel landbouwers vragen voor ruilgrond, in totaal 208,7 ha. In De Liereman geven drie landbouwers aan dat flankerend beleid niet van toepassing is, het betreft hier een gepensioneerde landbouwer, een gebruiker van percelen van Natuurpunt en een gebruiker waarvan de gronden al in een groene GWP bestemming liggen. In de Braekeleer zijn twee gebruikers actief die gronden in beheer hebben van Natuurpunt, zij geven zelf aan dat flankerend beleid voor hen niet van toepassing is. Enkele andere gevraagde maatregelen zijn een grenscorrectie of een bedrijfsverplaatsing. Ook geven een aantal landbouwers aan dat ze eerst willen wachten op de meer concrete plannen alvorens ze een voorkeur uitspreken.

Landbouwstudie

28


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

De Liereman Flankerend beleid

Braekeleer

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

Aantal

Absolute oppervlakte (ha)

13

144,5

8

64,2

Nvt

3

41,6

2

20,2

Ruilgrond of verkoop

1

6,4

1

5,2

Verplaatsing

1

18,0

1

24,3

Grenscorrectie

1

2,2

-

-

Geen Antwoord

1

3,2

2

13,2

Nader bespreken

1

2,1

1

2,1

Overige

1

0,8

-

-

22

218,8

15

129,3

Ruilgrond

Totaal

Tabel 33: Voorkeur flankerend beleid gebruikers gronden De Liereman en Braekeleer

Tijdens de gesprekken met de landbouwers kwamen er ook vragen over “alternatieve” flankerende maatregelen. Zo werd er regelmatig de vraag gesteld of een perceel bos gelegen in landbouwbestemming gekapt mag worden en als ruilgrond mag dienen voor landbouwers waarvan gronden mogelijk uit landbouwgebruik gaan. Ook fasering van de plannen kan een oplossing bieden voor bepaalde landbouwers.

Landbouwstudie

29


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

4

Conclusies en aanbevelingen

In dit laatste deel van het rapport is een korte samenvattende beschrijving van het landbouwgebruik in het studiegebied opgenomen. Vervolgens worden een aantal conclusies gegeven en tenslotte een aantal actiepunten voor de komende periode beschreven.

4.1

Landbouwgebruik in Landschap de Liereman en omgeving.

Ruim 53% van het studiegebied is momenteel in landbouwgebruik. De gronden worden gebruikt door 102 landbouwers waarvan het merendeel van de bedrijfszetels in of nabij het studiegebied is gelegen. De betrokken percelen hebben een grotere oppervlakte dan een gemiddeld perceel in Vlaanderen. De teelten die voorkomen in het studiegebied zijn vooral voedergewassen (gras en maïs). Daarnaast is ook ruim 12% van de oppervlakte in gebruik voor akker- en tuinbouwgewassen. De gebruikers van het studiegebied zijn actief in uiteenlopende type landbouwsectoren. De meer extensieve veebedrijven zijn echter de grootste oppervlakte gebruikers. De 17 melkvee-, 13 vleesveeen 6 gemengde veebedrijven gebruiken samen 65% van de oppervlakte die in landbouwgebruik is. De gemiddelde bedrijfsoppervlakte geeft weer hoeveel oppervlakte de verschillende sectoren gebruiken zowel binnen als buiten het studiegebied. Een gemiddeld melkveebedrijf actief in het studiegebied heeft een totale bedrijfsoppervlakte van bijna 70 ha. Voor een vleesveebedrijf is dit 51 ha en een mestkalverenbedrijf gebruikt gemiddeld 73 ha. Behalve omvang op basis van oppervlakte kan ook gekeken worden naar de economische bedrijfsomvang. Hierin worden vijf klassen onderscheiden waarbij 42 bedrijven zich in de grootste economische klasse bevinden, samen gebruiken deze bedrijven 66% van de oppervlakte in het studiegebied. Uit de informatie verzameld tijdens de zitdagen komt een meer gedetailleerd beeld naar boven en ondanks het feit dat de 40 bevraagde landbouwers ruim 78% van de oppervlakte in het studiegebied gebruiken is dit uiteraard geen compleet beeld. De zitdagen geven aanvullende informatie over de eigendomsstructuur in het gebied. Van alle gebruiksgronden is bijna 45% in eigendom van de gebruiker. In De Liereman is het percentage eigendom het laagst. Behalve in eigendom is ruim 42% van de oppervlakte in pacht door de gebruiker. De resterende oppervlakte is in gebruik middels een mondelinge overeenkomst, via burenregeling of seizoenspacht. Van de 40 bevraagde landbouwers zijn er 28 landbouwer in hoofdberoep, samen gebruiken zij 84,6% van de oppervlakte in het studiegebied. De leeftijd van de bedrijfsleider kwam tijdens de zitdagen ook aan bod en er blijkt een redelijk klassieke verdeling te zijn. Het grootste oppervlak is in gebruik door landbouwers tussen de 40-50 jaar. Echter, de jongere landbouwers gebruiken samen ook 29% van het landbouwareaal. Tenslotte wordt de ruwvoeder- en mestbalans van de betrokken bedrijven bekeken. Hieruit blijkt dat het merendeel van de bedrijven streeft naar zelfvoorziening en een evenwicht hierin, deze bedrijven zijn bij een mogelijk grondverlies wel extra kwetsbaar.

Landbouwstudie

30


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

4.2

Conclusie

Tijdens de uitvoering van de landbouwstudie is er een beeld gevormd van de aanwezige landbouw in het studiegebied. De desktop studie beslaat het volledige gebied maar is enkel gebaseerd op informatie uit databanken (EPR en LBEDB). De zitdagen werden door een deel van de landbouwers persoonlijk bezocht en resulteerden onder andere in de persoonlijke bedrijfsfiches. Deze fiches vormen een belangrijk resultaat van deze studie omdat ze actuelere en meer diepgaande informatie geven per individuele landbouwer dan de in de desktop studie gebruikte databanken. Bij de verdere uitvoering van het raamakkoord kan deze studie gebruikt worden om de impact van bepaalde maatregelen op bedrijfsniveau te bepalen. Hierdoor kan ten alle tijden rekening worden gehouden met de aanwezige landbouw en kunnen de maatregelen zo goed als mogelijk hierop worden afgestemd. Verder zal deze studie als uitgangspunt worden gebruikt om het flankerend landbouwbeleid verder uit te werken. In het raamakkoord is hierover het volgende opgenomen: “De opmaak van het flankerend beleid landbouw moet op basis van de uitgevoerde studies gebeuren tegen het najaar van 2012. De goedkeuring ervan door de Vlaamse regering, inclusief het ter beschikking stellen van de noodzakelijke middelen, dient te gebeuren gelijktijdig met de instelling van het natuurinrichtingsproject.” Om een breed gedragen en praktisch werkbaar flankerend beleid op maat van de betrokken landbouwbedrijven uit te werken is het belangrijk om een zicht te hebben op de verdere uitvoering van het raamakkoord. Pas wanneer geweten is waar welke maatregelen uitgevoerd worden kan de impact per landbouwer ingeschat worden en wordt meer duidelijk waar de betrokken landbouwers baat bij hebben. Echter, om een overeenstemming te bereiken met de landbouwers over de maatregelen die op of nabij hun gebruiksgronden zullen worden genomen is het nodig om de landbouwers tijdig zekerheid te bieden over het flankerend beleid waarop ze aanspraak kunnen maken mocht de maatregel worden uitgevoerd. Beiden factoren samen pleiten dus voor een snelle concretisering van de lopende processen met parallel daaraan de vastlegging van een gedegen pakket aan flankerende, stimulerende en ondersteunende maatregelen voor de landbouwers. Hoe dit pakket er uit zou kunnen zien zal de komende maanden duidelijk worden.

Landbouwstudie

31


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Inhoudstafel BIJLAGE 1: OPPERVLAKTE NIET-PARTICULIERE EIGENDOM EN NIET-LANDBOUW GEBRUIK

2

BIJLAGE 2: LIJST VAN BETROKKEN GEMEENTE

3

BIJLAGE 3: VERSLAG VAN DE 1

E

WORKSHOP

BIJLAGE 4: DOCUMENTATIE ZITDAG BIJLAGE 5: DOCUMENTATIE 2

E

WORKSHOP

BIJLAGE 6: VOORBEELD BEDRIJFSFICHE

Landbouwstudie - bijlagen

4 10 13 16

1


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bijlage 1: Oppervlakte niet-particuliere eigendom en niet-landbouw gebruik

Natuurpunt EPR aangifte (ha)

EPR landbouw (ha)

Gebruik (ha)

Totaal (ha)

37,8*

66,5**

115,8

220,1

Huur van gemeente

-

18,0

150,0

168,0

Huur van VLM

-

-

0,5

0,5

Huur van particulier

-

-

-

3,5

Compromis

-

17,4

6,3

23,7

37,8

102,0

276,1

415,8

EPR aangifte* (ha)

EPR landbouw (ha)

Gebruik (ha)

Totaal (ha)

3,5

1,6

11,4

17,6

Eigendom

Totaal

*incl 29,8 ha door Kemp vzw aangegeven ** incl 3,8 ha door Natuurpunt aangegeven tot 15/1/11

Agentschap Natuur en Bos

Eigendom

*incl 1,1 ha dubbel aangegeven door ANB en landbouwer

Gemeente Oud-Turnhout 168 ha eigendom in gebruik gegeven aan NP (kaart 2 is gebaseerd op kadaster gegevens). Vlaamse Landmaatschappij 0,45 ha niet aangegeven in EPR, in gebruik door Natuurpunt

Landbouwstudie - bijlagen

2


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bijlage 2: Lijst van betrokken gemeente

Oud‐Turnhout

Maaseik

Meerhout

Laarne

Ravels

Overijse

Pittem

Mechelen

Arendonk

Herzele

Wielsbeke

Ranst

Retie

Oostkamp

Antwerpen

Sint‐Laureins

Turnhout

Lier

Balen

Sint‐Pieters‐Leeuw

Mol

Wortegem‐Petegem

Damme

Izegem

Merksplas

Hoegaarden

Diepenbeek

Olen

Lille

Lommel

Huldenberg

Pepingen

Hoogstraten

Beerse

Sint‐Genesius‐Rode

Schilde

Rijkevorsel

Houthalen‐Helchteren

Bredene

Zemst

Brecht

Aalter

Erpe‐Mere

Aarschot

Geel

Deinze

Schelle

Anzegem

Kasterlee

Ieper

Zottegem

Beernem

Baarle‐Hertog

Lummen

De Pinte

Boechout

Lennik

Gent

Ham

Dilsen‐Stokkem

Wuustwezel

Herk‐de‐Stad

Herne

Grobbendonk

Dessel

Heusden‐Zolder

Kampenhout

Halle

Heist‐op‐den‐Berg

Kluisbergen

Kortessem

Hasselt

Kapelle‐op‐den‐Bos

Malle

Kruishoutem

Holsbeek

Lo‐Reninge

Zoersel

Geraardsbergen

Schoten

Lochristi

Zwevegem

Grimbergen

Sint‐Amands

Machelen

Aartselaar

Haacht

Temse

Nevele

Ardooie

Hamont‐Achel

Willebroek

Sint‐Martens‐Latem Bekkevoort

Kortenberg

Wingene

Tielt‐Winge

Berlaar

Lede

Wommelgem

Veurne

Bilzen

Linkebeek

Zaventem

Vorselaar

Boutersem

Melle

Zonnebeke

Vosselaar

Brugge

Nazareth

Wijnegem

Zwalm

Nieuwerkerken

Landbouwstudie - bijlagen

3


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bijlage 3: Verslag van de 1e workshop LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING VERSLAG WORKSHOP LAND‐ EN TUINBOUW 21 EN 23 NOVEMBER 2011

VERSLAG Tijdens de workshops werd kort toelichting gegeven over het raamakkoord De Liereman en omgeving en de aanpak van de landbouwstudie (zie presentaties). Daarna werd overgegaan tot het workshop‐gedeelte zelf. 21/11 werden de land‐en tuinbouwers ingedeeld in 4 groepen (thema landbouw, natuur, water en erfgoed‐landschap‐recreatie‐enz). Op 23/11 werden 3 groepen gevormd (thema natuur, water, erfgoed‐landschap‐recreatie‐ enz). Voor de vragen die gesteld werden per thematafel: zie presentaties. Wat stond er na afloop van de workshops op de verschillende thema‐bladen: 1. 21 november a. Thema landbouw (op zichzelf) − In het noorden van het deelgebied Oosthoven ‐Laks en in de Braekeleer zijn grote percelen aanwezig, terwijl er in het westen van het deelgebied Oosthoven ‐ Laks vooral kleine percelen liggen. Waarom worden net deze grote percelen herbestemd? − Het gebied is te groot om de impact op landbouw te kunnen compenseren. − Percelen die vlak naast elkaar zijn gelegen kunnen sterk verschillen in (landbouw)kwaliteit. Hiermee kan rekening worden gehouden bij de bloksgewijze verweving, fasering, enz. − De eigendommen van Natuurpunt in de Braekeleer zijn te nat. Op de omliggende percelen moet akkerbouw behouden blijven, hier vinden de weidevogels ook voedsel. − Wat is de invloed van de waterstand? vb. de schotten op de Liermansloop. Dit is ook belangrijk voor het verwevingsgebied. − Wat met bedrijfsgebouwen en huiskavels? Voornamelijk het bedrijf in De Braekeleer, maar ook de bedrijven tegen de grens (tussen De Liereman en Oosthoven‐laks) kunnen in de problemen komen met hun vergunningen. Er moet een passende beoordeling worden uitgevoerd. − Niet beroepsactiviteiten horen niet thuis in landbouwgebied. − Het flankerend beleid voor landbouw dat wordt voorgesteld in het raamakkoord moet ook een stap vooruit zijn voor landbouw. − Er moet bekeken worden of recht van voorkoop positief kan zijn voor de landbouw. − De perimeter voor een grondenbank moet ruim genoeg genomen worden zodat landbouwers gronden dichter bij huis kunnen krijgen als ruilgrond. Er kunnen binnen de Braekeleer gronden uitgeruild worden naar gronden dichter bij de bedrijfszetels. − Bemesten moet mogelijk blijven en indien dit toch niet kan, moet dit vergoed worden. − Compensatie in grond moet gelijkwaardig zijn. − Ontbossing in landbouwgebied (zonder compensatie) moet ruimte geven aan landbouw. Landbouwstudie - bijlagen

4


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

− Langs het kanaal kunnen de landbouwers niet uitbreiden. b. Thema natuur in relatie tot landbouw − We zijn fier op de kievitten op onze donkergroene weiden en onze opgroeiende maïs. − Het belang van de kievit: Kievitten hebben akkerland nodig om zich te kunnen nestelen. Dit kan versterkt worden door de belagers in toom te houden (buizerds, meeuwen, kraaiachtigen). − Koeien weiden op natuurgrond. − Waterpeil: het water wordt opgehouden doordat de grachten niet gereinigd worden in de Braekeleer. − De bomen langs wegen en akkerland moeten onderhouden worden. − Kanten kunnen onderhouden worden door een agrobeheergroep (= ABG; door landbouwers via “loonwerk”) − Vroeger werd het gebied manueel onderhouden en dit werkte goed. Éénmalige grote machinale werken zijn niet voldoende. − Wie zal er instaan voor het onderhoud? Maaien, vergoedingen voor de landbouwers, enz.? − Wat met de ligging van de boerderij in De Braekeleer? − Het ex‐vliegveld moet eerst omgezet worden naar natuur (paddenovertocht), nu is het er buiten gelaten. Eerst waren een aantal percelen in het noordwesten van deelgebied De Liereman niet opgenomen in dit deelgebied, nu wel en dan worden ze natuur. − Toegankelijkheid: is het noodzakelijk dat het gebied wordt afgesloten? − De afwisseling tussen bos, open ruimte, landbouw en heide heeft ook een waarde. − Momenteel zijn geen beheerovereenkomsten mogelijk in natuurgebied. c. Thema erfgoed‐landschap‐recreatie‐overige in relatie tot landbouw − Wederzijds respect tussen recreanten en landbouwers: o Fietspad is mogelijk mits er ook naar landbouwvoertuigen wordt gekeken. o Code rond recreatief gebruik. o Geen zwerfvuil achterlaten. o Naast het bezoekerscentrum ook landbouweducatie. vb. landbouwleerpad, natuur & landbouw toelichten. o Onderzoeken of verbreding (hoevetoerisme) van landbouwbedrijven mogelijk is. − Toegankelijkheid: openheid van het gebied De Liereman garanderen. − Route Pierelierebinkenpad omleiden, met de moutainbikers, fietsers. − Waarom moeten honden aan de leiband? − Landbouwgebruik in ankerplaats en erfgoed: o bermen en grachten maaien en beheren. o belang van akkerland voor de vogels. o wat zijn de mogelijkheden voor drainage, nivellering en beregening bij de ontwikkeling van het gebied. − Wildgroei van beschermde roofvogels en vossen beperken. d. Thema water in relatie tot landbouw − Het grondwater in de Braekeleer mag niet stijgen. Landbouwstudie - bijlagen

5


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

− Grachten ruimen zodat het water weg kan. − De gracht achter het bedrijf in de Braekeleer loopt door De Liereman en wordt daar niet geruimd, dus watert de Braekeleer niet meer af. − Beheerovereenkomsten weidevogels moeten mogelijk gemaakt worden in de Braekeleer (kostendekkende vergoeding). − De landbouwers zouden toelating moeten krijgen om de bestaande waterputten te gebruiken voor beregening (op kaart werd aangeduid over welke putten het gaat). − Indien stuwen geplaatst worden moet het beheer ervan gebeuren door een onafhankelijke partij. − Elke verlegging van een waterloop mag geen bijkomende hinder voor andere percelen veroorzaken. Plenaire terugkoppeling in de volledige groep: a. Landbouw: − Aandacht voor afwatering van percelen en stuwen van grachten (11 stemmen). − De bemesting en de opbrengst mag niet worden teruggeschroefd op landbouwpercelen. Dit is ook van belang voor weidevogels (13 stemmen). b. Natuur: − Landbouwers zijn ook fier op kievitten en andere weidevogels. − Het vliegveld is momenteel al natuur (4 stemmen). − Toegankelijkheid van het gebied. − Landbouwers zijn fier op de diversiteit in het gebied (bos, landbouw, heide). Dit is een meerwaarde. − Koeien kunnen weiden in natuurgebied. − Wie gaat het beheer uitvoeren? Is er de mogelijkheid voor een agrobeheergroep? (1 stem) c. Landschap, erfgoed en recreatie: − Wederzijds respect (tussen landbouw en recreatie): een code rond platteland‐ ”gebruik” en recreatie (vb. zwerfvuil). − Landbouweducatie is nodig in het gebied, maar dat zal niet gemakkelijk zijn. − Is verbrede landbouw een optie (vb hoevetoerisme)? − Toegankelijkheid en openheid van het gebied. − Bepaalde recreatieroutes zouden omgelegd moeten worden. − Blijft drainage, beregening enz. mogelijk op akkers in de ankerplaats? − Er moet rekening worden gehouden met de natuurlijke vijanden van weidevogels. d. Water: − Weidevogelbeheer moet kostendekkend zijn. − Het waterpeil moet onder controle gehouden worden, zeker na de eventuele inrichting van een weidevogelgebied. − Een onafhankelijke partij moet de stuwen regelen. Niet Natuurpunt. − Verlegging van waterlopen mag geen hinder veroorzaken op andere landbouwpercelen. − Bestaande waterputten moeten terug in gebruik genomen kunnen worden. 2. 23 november a. Thema natuur in relatie tot landbouw − Er is niemand zo fier op de natuur als de landbouwers. Landbouwstudie - bijlagen

6


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

− Boeren hebben al heel hun leven voor groen gezorgd. − De regels die opgemaakt worden, moeten besproken worden met de landbouw. − Zonder bemesting geen landbouw en geen onderhoud van de gronden en geen kosten voor natuurbeheer. − Natuur behouden en beheren. Geen landbouw omzetten in natuur. − Natuurgebied zonder landbouw zal verschralen. − De economische situatie moet bekeken worden. − Er moeten vergoedingen komen voor de verliezen in de landbouw. − Landbouwgebruik kan in natuurgebied als er oplossingen gezocht worden bij verderzetting van het landbouwbedrijf. − Beheerovereenkomsten kunnen, maar na 5 jaar moet iedereen terug vrij zijn. − Mogelijkheden van agrobeheergroepen onderzoeken. − De Liereman maakt de grond waardeloos. − Er worden geen waterlopen meer uitgediept en de landbouwgronden zijn verzadigd van water. De afwatering is een ramp. − De grond van uitdiepingen moet mogelijk afgevoerd worden wegens de aanwezigheid van zware metalen. Wij hebben geen zware metalen in de grond. − Wat er is mag zo blijven. Laat landbouw zoals het is.

− − − − − − − −

b. Thema erfgoed‐landschap‐recreatie‐overige in relatie tot landbouw Gezien de geschiedenis zijn de landbouwers fier dat het gebied is bewaard gebleven door de landbouw en de eigenaars. Landbouw kan wel zonder natuur, maar natuur kan niet zonder landbouw. Recreatie moet op sommige plaatsen beperkt blijven om de rust in de natuur te bewaren. Beroepslandbouw richt zich niet op verbreding (zorgboerderij, hoevetoerisme, bed&breakfast). De successierechten zouden moeten verminderd of afgeschaft worden in functie van de waardevermindering van gronden door vb. ligging in een ankerplaats, enz. De structuur van de verkaveling en de wegen moet behouden blijven. De bestaande trage wegen moeten behouden blijven, ook in de stukken die omgezet worden naar natuur en men moet er geen nieuwe bijzoeken. Laat alles zoals het is.

c. Thema water in relatie tot landbouw − Hoe zit het met de ruiming van de Aa? − Er zou een regelbare waterberging moeten komen op provinciale waterlopen. − De waterberging die men plant langs de Aa zou moeten gerealiseerd worden in het bestaande waterlopenstelsel. − Bij de afwatering van de Aa zijn zonder overleg sluizen geplaatst. − Wat met vergunde waterputten voor beregening in het gebied (bekende waterputten werden aangeduid op kaart)? − De afwatering van het gebied “De Zeshonderd” ging via de Braekeleer, richting Turnhout. Nu is uit nood een afwatering van de Braekeleer via De Zeshonderd naar de Rooise Loop aangelegd, maar die loop kan het water niet slikken en ligt onder water. − Er is sprake van het omleggen van de Lieremansloop in het westelijk deel van De Liereman richting de Aa. Landbouwstudie - bijlagen

7


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Plenaire terugkoppeling in de volledige groep: a. Natuur: − Niemand is zo fier op de natuur als de landbouwers. In de toekomst moeten regels samen besproken worden (1 stem). − Landbouw kan zelf ook voor natuur zorgen (1 stem). − Beheerovereenkomsten moeten kunnen, maar mogen na 5 jaar geen verplichting worden. − Agrobeheergroep onderzoeken. − Economische situatie van de landbouwbedrijven is het grootste knelpunt. Een bedrijf moet rendabel blijven. Er moeten goede vergoedingen zijn voor eventueel natuurbeheer (6 stemmen). b. Water: − Uitdiepen en ruimen van waterlopen en de afwatering van landbouwpercelen moeten gewaarborgd worden (11 stemmen) − Zoveel mogelijk waterberging in bestaande waterlopen ipv bijkomende berging die landbouwgronden inneemt. − Aanwezige waterputten moet men terug in gebruik mogen nemen (1 stem). − Beheer van eventuele sluizen moet door de landbouwers zelf gebeuren (1 stem). − Geen grachten dempen zonder afspraken te maken met de gebruikers van aanpalende percelen (1 stem). c. Recreatie, erfgoed, landschap: − De Liereman is bewaard gebleven zoals het nu is dankzij de landbouwers (6 stemmen). − Landbouw kan wel zonder natuur, maar natuur niet zonder landbouw (2 stemmen). − Recreatie moet beperkt worden om rust in de natuur te bewaren. − Beroepslandbouw richt zich niet op recreatie. − De infrastructuur moet behouden blijven in alle gebieden zoals die nu is (2 stemmen). Conclusies De belangrijkste zaken die werden aangehaald tijdens de 2 workshops zijn: − Landbouwers zijn ook fier op de natuur‐ en landschapswaarden in De Liereman en omgeving. Ze zien zichzelf als medescheppers, ‐bewaarders en ‐beheerders van de typische structuur en het uitzicht van het gebied. − Er moet voldoende respect zijn van verschillende sectoren tov elkaar en er moeten (eventueel) duidelijke regels afgesproken worden (vb code voor recreatief medegebruik). Landbouweducatie zou hier ook in kunnen thuishoren. − De waterhuishouding: er moet gezocht worden naar mogelijkheden die (te sterke) vernatting (of verdroging) van landbouwgronden tegen gaan, maar toch de natuur in het gebied ook zijn kansen geeft. De waterstanden moeten beter regelbaar worden. Duidelijke afspraken, onderhoud en een neutrale beheerder van grachten, stuwtjes, enz. kunnen hier een groot deel van de oplossing bieden. Ook gebruik van waterputten en mogelijke vervuiling van slib werden aangehaald. − Er worden voorstellen gedaan rond mogelijke flankerende maatregelen landbouw. Onder andere moet er genoeg rekening gehouden worden met bedrijfszetels in of tegen De Braekeleer en De Liereman; moet er voldoende naar de economische situatie gekeken worden, en moet er ruim genoeg gekeken worden om oplossingen te Landbouwstudie - bijlagen

8


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

−

−

−

−

kunnen bieden aan alle landbouwers. (Mogelijkheid tot) bemesting is erg van belang voor de landbouwers. Indien de plaatsingsruimte voor mest zou afnemen op sommige percelen, moet hier een vergoeding tegenover staan. Er wordt ook aangegeven dat doelstellingen voor weidevogels beter gehaald worden op weiden waar een bepaald bemestingsregime toegelaten is (zo vinden de vogels meer voedsel). Ivm recreatie zijn de meningen verdeeld: sommigen vinden dat recreatie kansen kan bieden aan de aanwezige landbouw (verbreding). Anderen vinden dat beroepslandbouw zich niet richt op recreatie en/of dat recreatie ook een nadelig effect kan hebben op de natuur. De mogelijkheid om een agrobeheergroep op te richten om onderhoudswerken uit te voeren moet onderzocht worden. Evenals mogelijkheden om beheerovereenkomsten (zoals voor weidevogels) af te sluiten in gebieden waar dit nu niet kan. Andere vaak voorkomende opmerkingen zijn de toegankelijkheid van het gebied en het feit dat het vroegere vliegveld niet mee in de perimeters van De Liereman ligt.

Landbouwstudie - bijlagen

9


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bijlage 4: Documentatie zitdag ZITDAGEN LANDBOUWSTUDIE DE LIEREMAN EN OMGEVING – DECEMBER 2012 1. Mogelijke beheermaatregelen door landbouwers Beheerovereenkomsten - Beheer van kleine landschapselementen (KLE): o Aanplanten van houtige KLE: heg, haag, houtkant, houtwal o Onderhoud van bestaande houtige KLE o Aanleg en onderhouden van poelen - Botanisch beheer o Zorgen voor natuurlijke graslanden (maai- en/of beweidingsbeheer) o Ontwikkelen van kruidenrijke akkers - Perceelsrandenbeheer: aanleggen van beschermingsstroken langs kwetsbare elementen (zoals waterlopen) - Soortenbescherming: o Weidevogels (omzetting, maai- en/of beweidingsbeheer, nestbescherming, vluchtstroken) o Akkervogels (gemengde of ongeploegde grasstroken, fauna- of grasranden, winterstoppels, vogelvoedselgewassen, leeuwerikvlakjes) - Verminderde bemesting o Op grasland o Op akkers

Weidevogel‐ & akkervogelgebied -

-

-

Creëren weilandcomplex met beheer gericht op weidevogels. o Omzetten van akkerland naar permanente graslanden o Herverkaveling of ruil ifv optimalisatie van kavels voor weidevogelbeer o maaibeheer o onderhoud / in stand houden van de waterstanden / stuwen o Agrobeheergroep (ABG) Maatregelen lokale waterhuishouding o opstuwing o waterstanden instellen o vernatting Creëren akkerlandcomplex met beheer gericht op akkervogels. Aanleggen van graanakkers - geen maïs.

Omvorming en beheer van landbouwgronden naar natuur of van bosgronden naar landbouwgronden - Richting landbouw o ontbossing o aanbrengen verrijkende toplaag o instellen waterhuishouding - Richting heischraal grasland - heide Uitmijning (een landbouwgebruik met aangepaste bemesting zorgt voor een geleidelijke afname van nutriënten in de bodm doorheen de tijd) o Begrazing Richting bos o

-

o o

bebossing verbossing (nietsdoen)

Landbouwstudie - bijlagen

10


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Landschaps- en erfgoedbeheer - Onderhoud van het landschap of erfgoed (allerhande onderhoudswerken) Andere aspecten waarvoor mogelijks interesse is: - Toerisme (B&B, verbruiksgelegenheid, ...) - Verkoop hoeveproducten (ijs, melk, zuivel, fruit, groenten,…) - (landbouw-)educatie (landbouwpad, rondleiding, stopplaats bij bedrijfszetel,…)

-

…

2. Flankerende / compenserende instrumenten voor landbouw Ruilgrond: -

Ruilverkaveling (uit kracht van wet of in der minne) Lokale grondenbank (met bedrijfsverplaatsing) Eventueel andere vergoedingen: o toeslag voor bedrijfsverplaatsing, o pachtaanvaardingsstimulus, toeslag voor de eigenaar

Stopzetting van gebruik: -

Verkoop van gronden (via koopplicht, voorkooprecht, lokale grondenbank, ...) Pachtuittreding van gronden (via pachtuittredingsvergoeding) Volledige stopzetting van bedrijf en uitbetaald worden. Eventueel extra vergoedingen: o wijkersstimulus, o toeslag voor vrijwillig beëindigen van het landbouwgebruik

Overige - Fasering (meest gevoelige gebieden pas in laatste instantie inrichten of voorlopig laten dienen als reserve) - Bedrijfsreconversie (heroriëntering) - ‘Dienstenconvenant’ (vergoedingen voor omvormingsbeheer) - Jaarlijkse gebruiksovereenkomst - Steun bij mestverwerking, bemestingsplan, bemestingsadviezen - Schaderegeling bij vernatting - Vergoedingen voor beheerovereenkomsten, Agrobeheergroep Instrumenten ruimtelijke ordening -

GRUP en haar (vergunnings-) bepalingen Kapitaalschade / gebruikscompensatie

Instrumenten erfgoed -

Onderhoudspremie ( voor allerhande onderhoudswerken: 40% van de aanvaarde kostenraming met max. van 20.000€) Landschapspremie (70% voor uitvoering landschapsbeheerplan met min. van 500 €)

Landbouwstudie - bijlagen

11


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Instrumenten inrichting -

Natuurinrichting (inrichting, vergoeding waardeverlies, herverkaveling, bedrijfsverplaatsing, …), Landinrichting (inrichting+ subsidies),

Landbouwstudie - bijlagen

12


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bijlage 5: Documentatie 2e workshop 2e workshop landbouwstudie De Lierman en omgeving 15 februari 2012 VLM Termen en thema’s: nuttige informatie Beheerovereenkomsten ‐ Lieven Lavrijsen (VLM) Korte beschrijving: Beheerovereenkomsten zijn een onderdeel van het Europees landbouwbeleid om landschapzorg en milieu‐ en natuurmaatregelen door land‐ en tuinbouwers te integreren binnen hun bedrijfsvoering. Hiervoor ontvangt de land‐ of tuinbouwer een vergoeding. Deze beheerovereenkomsten kunnen gesloten worden met de VLM. Enkele van de mogelijkheden zijn de aanleg van grasstroken langs waterlopen, grachten en houtkanten, het onderhouden van bestaande houtkanten, de aanleg van nieuwe houtkanten, het beschermen van weidevogels en het natuurlijk beheren van hooilanden zonder bemesting. Link naar verdere http://www.vlm.be/landtuinbouwers/beheerovereenkomsten/Pages/default.aspx

informatie:

Agrobeheergroepen – Mathias Van Springel (ECO², een samenwerking tussen Boerenbond, agro|bedrijfshulp, VLM & ANB) Korte beschrijving: Een agrobeheergroep (ABG) is een lokale vereniging van, door en voor land‐ en tuinbouwers die gebiedsgericht samenwerken rond agrarisch landschaps‐ en/of natuurbeheer. Een ABG is een boereninitiatief in boerenhand voor land‐ en tuinbouwers die dit beheer wensen te integreren in hun economische bedrijfs‐voering. ABG’s kunnen worden opgericht rond een breed gamma van thema’s als beheer van landschaps‐elementen (zoals houtkanten, poelen,…), waterconservering, weidevogelbeheer, …. Zo kunnen win‐wins uitgebouwd worden met meerwaarde voor landbouw, natuur en landschap. Niet elke landbouwer dient aan alle projecten deel te nemen, er wordt afgesproken wie welke beheerwerken op zich neemt tegen een markt‐conforme vergoeding. Zo vindt de uitvoering plaats op de meest efficiënte en effectieve wijze. Een ABG is daarbij een aanspreekpunt voor samenwerking met diverse partners zoals gemeenten, provincies, regionale landschap‐pen, natuurverenigingen, wildbeheereenheden,… De ABG’s worden begeleid zowel op inhoudelijk als organisatorisch vlak door het agrobeheercentrum opgericht in kader van het project ECO². Link naar verdere informatie: www.ecokwadraat.be

Uitmijning ‐ Mario de Block (ANB) & Piet Struyf (VLM) Korte beschrijving: het gericht onttrekken van een bepaald nutriënt (vb. fosfaat) aan de bodem, met een geschikt gewas (vb. grasklaver) en geschikte bemesting (vb. fosfaatvrije bemesting) om de ontwikkeling van gewenste natuur op voormalige landbouwgronden te versnellen. Link naar verdere informatie: http://www.louisbolk.org/downloads/2402.pdf

Landschappelijk erfgoed – Jasmine Michielsen (Onroerend Erfgoed Antwerpen) – op 15/2 gebracht door Maggie Lodts (VLM) Korte verduidelijking: Het beheer van het landschappelijk erfgoed houdt alle maatregelen, werkzaamheden en handelingen in om de verschillende waarden van dit landschappelijk erfgoed in stand te houden, te verbeteren of te herstellen. De Vlaamse Overheid, meer bepaald de provinciale afdelingen van Onroerend Erfgoed, zien er op toe dat bij onderhouds‐ of herstelwerkzaamheden de vooropgestelde beheersdoelstellingen worden gerespecteerd. Voor de meer ingrijpende beheerswerkzaamheden is een volledig overzicht, een geïntegreerde samenwerking met alle betrokkenen en een langetermijnvisie noodzakelijk. Dit wordt mogelijk gemaakt door een beheerscommissie op te richten en een landschapsbeheersplan op te stellen. Het landschapsbeheersplan Landbouwstudie - bijlagen

13


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

omschrijft het beoogde beheer en bepaalt welke werkzaamheden nodig zijn. Alle werkzaamheden opgenomen in het beheersplan worden steeds op vrijwillige basis uitgevoerd. Om de eigenaars te helpen bij het beheer van hun beschermde landschap bestaan er onderhouds‐ en landschapspremies. Link naar verdere informatie: Contactinfo: http://onroerenderfgoed.ruimte‐erfgoed.be/Default.aspx?tabid=14809&language=nl‐NL Ankerplaats – erfgoedlandschap: http://onroerenderfgoed.ruimte‐erfgoed.be/Default.aspx?tabid=14818

Provinciaal waterbeleid‐ Roeland Librecht (Provincie Antwerpen) Korte verduidelijking: waterlopenbeheer (waterlopen 2de cat.), wateradvies, machtiging, waterschapswerking, exotenbestrijding, ... Link naar verdere informatie: http://www.provant.be/leefomgeving/waterlopen/ Flankerende maatregelen ‐ Kristel Guns (VLM) Korte verduidelijking: Flankerende maatregelen voor landbouw stellen de leefbaarheid van een landbouwbedrijf centraal als het huidig grondgebruik in het gedrang komt. Er kunnen een aantal instrumenten ingeschakeld worden die de gevolgen van mogelijke beperkingen of ingrepen verzachten. Dit kan o.a. door het uitruilen van deze gronden of door een financiële vergoeding. Link naar verdere http://www.vlm.be/algemeen/diensten/Flankerende_maatregelen/Pages/default.aspx

informatie:

Vb. Brochure ruilverkaveling: http://www.vlm.be/algemeen/Mediatheek/foldersenbrochures/Pages/Detail.aspx?itemId=37&webId=3b76bfe 1‐7870‐4273‐910a‐d8b516c9dc7c

Mestbank ‐ Els Daemen (VLM) Link naar verdere informatie: http://www.vlm.be/landtuinbouwers/mestbank/Pages/default.aspx

Natuurinrichting (NI), NI‐mogelijkheden & Instandhoudingsdoelstellingen (IHD`s) ‐ Mario de Block (ANB) Korte beschrijving: Natuurinrichting (NI) wordt toegepast om gebieden zo goed mogelijk in te richten in functie van onze natuur. Door actief in te grijpen wil NI betere omstandigheden creëren voor de ontwikkeling van de natuur in gebieden die daarvoor aangewezen zijn. Dit kan aangewezen zijn om een geschikt milieu te laten ontstaan voor de flora en de fauna, bijv. gebieden waar bijzondere vormen van waterbeheer nodig zijn, in natuurgebieden waar recreatie best geordend wordt, enz. Link naar verdere informatie:

-

-

http://www.natuurenbos.be/nl‐BE/Natuurbeleid/Natuur/Natuurinrichtingsprojecten.aspx http://www.vlm.be/algemeen/Mediatheek/foldersenbrochures/Pages/Detail.aspx?itemId=76&webId =3b76bfe1‐7870‐4273‐910a‐d8b516c9dc7c http://www.natuurenbos.be/nl‐BE/Natuurbeleid/Natuur/Natura_2000.aspx

Landinrichting (LI) en LI‐mogelijkheden – Johan De Ridder (VLM) & Maggie Lodts (VLM) Korte beschrijving: Landinrichting (LI) is opgezet als een instrument voor de inrichting van de open ruimte (gewestplan‐bestemming: landelijke gebieden, recreatiegebieden, woongebieden met een landelijk karakter en ontginningsgebieden). LI‐projecten willen gebieden zodanig inrichten dat alle facetten die in het gebied aanwezig zijn (milieu, natuur, landbouw, recreatie, cultuurhistorie, …), zich volwaardig kunnen ontwikkelen. Link naar verdere informatie: -

http://www.vlm.be/algemeen/projecten/overzichtpertype/Pages/default.aspx

Landbouwstudie - bijlagen

14


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

-

http://www.vlm.be/algemeen/Mediatheek/foldersenbrochures/Pages/Detail.aspx?itemId=7&webId= 3b76bfe1‐7870‐4273‐910a‐d8b516c9dc7c

Gemeente Oud‐Turnhout ‐ Leo Nys, Leo Van Miert & Peggy De Wit Link naar verdere informatie: www.oud‐turnhout.be/

Boerenbond ‐ Gert van de Moortel & Sarah Seyen Link naar verdere informatie: Diversificatie en innovatie in de landbouw: http://www.innovatiesteunpunt.be

Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO) ‐ Ilse Maes Link naar verdere informatie: http://lv.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?id=52

Afdeling Ruimtelijke Planning (ARP) Link naar verdere informatie: http://www.ruimtelijkeordening.be/ AGNAS: http://www.rsv.vlaanderen.be/nl/planningsprocessen/Buitengebied/ GRUP: http://www.ruimtelijkeordening.be/Default.aspx?tabid=14390 BuitengebiedregioNoorderkempen: http://www.rsv.vlaanderen.be/nl/planningsprocessen/Buitengebied/Noorderkempen U kan met vragen en opmerkingen ook doorgeven via deliereman.ra@vlm.be of per brief naar: VLM Antwerpen, Cardijnlaan 1 in 2200 Herentals. Wij kunnen u evenwel niet verzekeren op alle vragen een individueel antwoord te geven.

Landbouwstudie - bijlagen

15


LANDSCHAP DE LIEREMAN EN OMGEVING

Bijlage 6: Voorbeeld bedrijfsfiche Enquête nr. Naam landbouwer

Vertrouwelijk

Adres Telefoonnummer Geboortedatum LB nummer

Type bedrijf Hoofdberoep Totale bedrijfsoppervlakte Oppervlakte in Oosthoven‐Laks Oppervlakte in De Liereman Oppervlakte in de Braekeleer Teelten Dieren

Melkvee, Akkerbouw, Vleesvee… Ja/Nee x ha x ha x ha x ha x ha gras, maïs, aardappels … x stuks melkvee / x vleesvarkens …

Ruwvoederbalans: Mestbalans: Premies: Interesse beheer en/of verbreding: Flankerende maatregelen: Opmerkingen: Percelen:

Landbouwstudie - bijlagen

16


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 Kaart 1a: Gronden Natuurpunt vzw

Landschap De Liereman en omgeving eigendom huur ontwerpakte/compromis

Bron: - Natuurpunt vzw - VLM gegevens 2011-2012

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012

Kaart 1b: Natuurpunt vzw gebruik volgens EPR

Landschap De Liereman en omgeving Kemp vzw Natuurpunt landbouwer

Bron: - VLM gegevens 2011-2012

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 Kaart 2: Eigendom gemeente Oud-Turnhout, ANB en VLM

Landschap De Liereman en omgeving Oud-Turnhout VLM Agentschap Natuur en Bos

EPR ANB

Bron: - VLM gegevens 2011-2012 - Kadaster gegevens 2011

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 3: Kavelstructuur

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

! !

!

Landschap De Liereman en omgeving

! !

!

! ! !

!

! !

!

onbekend 0 - 1 km

!

!

bedrijfszetels

!! 1 - 2 km 2 - 5 km

! !

!

5 - 10 km

!

! !

!

!

10 - 15 km

! !

>15 km

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 4: Bodemgebruik

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

! !

!

Landschap De Liereman en omgeving

! !

!

! ! !

!

! !

!

tuinbouw

!

!

bedrijfszetels

gebouwen

!!

akkerbouwgewas grasland

! !

!

!

mais

! !

!

!

! !

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 5: Bedrijfstype

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

! !

!

Landschap De Liereman en omgeving

! !

!

! ! !

!

! !

graasdieren

!

tuinbouw

!

!

bedrijfszetels

akkerbouw

!!

gemengd melkvee mestkalveren

! !

!

!

!

pluimvee

!

!

! !

varkens vleesvee

!

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 6: Opkomst landbouwstudie

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

Landschap De Liereman en omgeving

! !

! !

!

!

aanwezig

! ! !

!

! !

bedrijfszetels

!

niet aanwezig

!

!

!!

! !

!

!

! !

!

!

! !

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


KAART 7 : EIGENDOMSSTRUCTUUR

Is verwijderd ter bescherming van persoonsgegevens.


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 8: Bedrijfstype

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

Landschap De Liereman en omgeving

! !

! !

!

!

akkerbouw

! ! !

!

! !

gemengd vee

!

melkvee

!

!

bedrijfszetels

mestkalveren

!!

graasdieren pluimvee tuinbouw

! !

!

!

varkens

! !

!

!

vleesvee

! !

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 9: Inkomensvorming

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

Landschap De Liereman en omgeving

! !

! !

!

! ! ! !

!

! !

bedrijfszetels hoofdberoep

!

geen hoofdberoep

!

!

!!

! !

!

!

! !

!

!

! !

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


KAART 10 : LEEFTIJD

Is verwijderd ter bescherming van persoonsgegevens.


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 11: Ruwvoederbalans

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

Landschap De Liereman en omgeving

! !

! !

!

!

bedrijfszetels

! ! !

!

! !

overschot

!

evenwicht

!

!

!!

tekort nvt onbekend

! !

!

!

! !

!

!

! !

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


Landschap de Liereman en omgeving Landbouwstudie mei 2012 !

Kaart 12: Mestbalans

! ! ! !

! !

!

!!

!

!

! !

Landschap De Liereman en omgeving

! !

! !

!

!

bedrijfszetels

! ! !

!

! !

overschot

!

evenwicht

!

!

!!

tekort nvt onbekend

! !

!

!

! !

!

!

! !

! ! Bron: - VLM gegevens 2011-2012

!

0

200

400

600

800 meter

±


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Rapport_landbouwstudie.pdf by Vlaanderen-be - Issuu