Skip to main content

jaarverslag_2020_VSB.pdf

Page 1

AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING Jaarverslag 2020


Inhoud Voorwoord

5

Covid-19 1.

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Werking van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming

1.1 Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 1.2 ZORGBUDGET VOOR MENSEN MET EEN HANDICAP 1.3 Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood 1.4 Mobiliteitshulpmiddelen 1.5 Residentiele ouderenzorg 1.6 Enkele kerncijfers Leden Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Zorgbudget voor mensen met een handicap Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Combinatie van de drie zorgbudgetten Mobiliteitshulpmiddelen Residentiële ouderenzorg 1.7 Subsidiëring van de zorgkassen Algemene principes De subsidie voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden De subsidie voor het zorgbudget voor mensen met een handicap De subsidie voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood De subsidie voor mobiliteitshulpmiddelen De subsidie voor residentiële ouderenzorg De subsidie voor werkingskosten voor het ledenbeheer en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor mensen met een handicap De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor ouderen met een zorgnood De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget ouderen De subsidie voor werkingskosten voor de mobiliteitshulpmiddelen De subsidie voor werkingskosten voor de residentiële ouderenvoorzieningen 1.8 Verwerking van gegevensstromen Verzamelen en analyseren van gegevens De gegevens voor een tegemoetkoming voor residentiële zorg Doorgeefluik van gegevens 1.9 Aansluiting en vrijstellingen Wie moet aansluiten Wie is vrijgesteld Zorgpremie 1.10 Administratieve geldboete Algemeen principe Aantal boetes Geïnd bedrag 1.11 Tegemoetkomingen Voorwaarden van administratieve aard Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Zorgbudget voor mensen met een handicap Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood

8 9 9 10 10 11 11 11 13 19 20 22 23 29 35 35 35 35 35 36 36 36 36 37 37 37 37 38 38 39 39 40 41 41 42 42 43 43 43 43 43 43 44 47 48 2

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Mobiliteitshulpmiddelen Residentiële ouderenzorg 1.12 De ADMINISTRATIEVE BEROEPSCOMMISSIE Behandeling van het beroepsschrift door de administratieve beroepscommissie Samenstelling van de administratieve beroepscommissie Cijfergegevens

51 56 59 59 59 60

2

62

Inkomsten en uitgaven van de zorgkassen

2.1 Inleiding 2.2 Bespreking van de voornaamste posten van de balans en de resultatenrekening Bespreking van de activa Bespreking van de passiva Bespreking van de geglobaliseerde technische resultaten van de zorgkassen Bespreking van de geglobaliseerde werkingsresultaten van de zorgkassen Bespreking van de overige geglobaliseerde financiële en uitzonderlijke resultaten van de zorgkassen Geglobaliseerd resultaat van het boekjaar 2020 van de zorgkassen

62 62 62 64 65 67 69 69

3

70

Inkomsten en uitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming

3.1 Inkomsten 72 Overdracht begrotingsoverschot vorige begrotingsjaar 72 Dotaties aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming 72 Zorgpremies 72 Inkomsten uit beleggingen 72 Inkomsten uit administratieve geldboete en achterstallige bijdragen 73 Terugstortingen van terugbetaalde kwijtgescholden administratieve geldboetes 73 Waardevermindering vordering administratieve geldboetes - terugneming 73 3.2 Uitgaven 74 Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 74 Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap 75 Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget ouderen met zorgnood 76 Subsidie voor tegemoetkomingen mobiliteitshulpmiddelen 77 Subsidie voor tegemoetkomingen residentiële zorg 78 Vergoeding van de indicatiestellingen m.b.t. het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 79 Subsidiëring van de werkingskosten van de zorgkassen 79 Werkingskosten van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming 81 Werkingskosten van de vzw Vlaamse Zorgkas 82 Diverse terugstortingen 83 Informatica – investeringen van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming 83 Investeringssubsidie aan de zorgkassen (Mobiliteits- en Hulpmiddelen – MOHM)Fout!Bladwijzernietgedefinieerd. Inkomensoverdrachten aan de FOD SZ – werking THAB 83 Dotatie aan het reservefonds 83 3.3 Over te dragen resultaat voor het jaar 2020 84 Budgettair resultaat 2020 84 Economisch resultaat 2020 84 3.4 Bespreking van de voornaamste posten van de balans en de resultatenrekening 85 De vaste activa (codes 21, 24 en 27 – actief van de balans) 85 Vorderingen op ten hoogste 1 jaar (codes 41 – actief van de balans) 86 Geldbeleggingen (codes 51 tot en met 53 – actief van de balans) en de geboekte gerealiseerde meer- en minderwaarden op de effectenportefeuilles (codes 75 en 65 van de resultatenrekening) 87 Overlopende rekeningen van het actief (code 49 – actief van de balans) 89 Voorzieningen (code 16 – passief van de balans) 89 3

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Handels, sociale en overige schulden (codes 44, 45 en 48 – passief van de balans) Uitzonderlijke kosten en opbrengsten Regularisatie van belastingen

89 90 90

4

91

Financieel beleid van het Agentschap Vlaamse sociale bescherming

4.1 Thesauriebeheer 4.2 Vermogensbeheer Beleggingsstrategie Obligatiemandaat Aandelenmandaat Rendement obligatie- en aandelenmandaat sinds de start eind 2003

91 91 91 93 94 96

5

Bijlagen

99

5.1 5.2 5.3

Bijlage 1: Glossarium 99 Bijlage 2: Coördinaten zorgkassen 103 Bijlage 3: Jaarrekening van het AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING op 31 december 2020 104 Bijlage 4: Geglobaliseerde jaarrekening van de zorgkassen op 31 december 2020 109 Bijlage 5: Bespreking en evaluatie van het boekhoudkundig verslag van de zorgkassen 113 Bijlage 6: Overzicht van de nieuwe wetgeving jaar 2020 115 Bijlage 7: BEL-foto 116 Bijlage 8: tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen 2020 117 Bijlage 9: Contact 128

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

4

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Voorwoord In uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het uitvoeringsbesluit van 30 november 2018 bestaat de Vlaamse sociale bescherming (VSB) sinds 1 januari 2019 uit de volgende pijlers: -

het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (vroeger de zorgverzekering); het zorgbudget voor mensen met een handicap (ook gekend als het basisondersteuningsbudget); het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (vroeger gekend als de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden); de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen; de residentiële ouderenzorg.

De uitvoering van de VSB is toevertrouwd aan de zorgkassen. Er zijn zes zorgkassen: vijf mutualistische zorgkassen plus de Vlaamse Zorgkas die opgericht is door de Vlaamse Overheid. De zorgkassen zijn voor alle pijlers van de VSB het uniek loket. Dat wil zeggen dat de gebruiker voor alle pijlers VSB één aanspreekpunt heeft. De zorgkas int de premie, informeert, behandelt de aanvraag, waarborgt de dossieropvolging, beoordeelt of aan de voorwaarden voldaan is, beslist en betaalt uit conform het decreet en het uitvoeringsbesluit. De gebruiker weet dat hij met al zijn vragen over tegemoetkomingen in de zorg bij zijn zorgkas terecht kan. Dat is duidelijk en transparant voor de burger. De uitgaven voor de tegemoetkomingen Vlaamse sociale bescherming bedroegen in 2020 meer dan 2.856,1 mio euro, als volgt verdeeld: -

zorgbudget zorgbehoevenden: 410,9 mio euro voor 269.769 lopende dossiers; zorgbudget handicap: 62,5 mio euro voor 16.800 lopende dossiers; zorgbudget ouderen: 327,4 mio euro voor 94.662 lopende dossiers mobiliteitshulpmiddelen: 55,4 mio residentiële ouderenzorg: 1.999,9 mio voor 78.366 gebruikers

In 2020 is de Vlaamse sociale bescherming significant geïmpacteerd door de Corona – crisis. Vooral in de woonzorgcentra is een zware tol betaald, waardoor de bezettingsgraad – tijdelijk – lager was dan verwacht. Maar ook de aanvragen voor zorgbudgetten en de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen waren ten gevolge van de COVID – pandemie beduidend lager in 2020. De Vlaamse Regering heeft vervolgens belangrijke financiële inspanningen gedaan om de gevolgen van de pandemie voor de bewoners, het personeel en de voorzieningen te verlichten. Hiertoe werden op de VSB – begroting 2020 voor een bedrag van 217,8 mio aan ondersteunende Corona – gerelateerde subsidies uitbetaald:

5

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

subsidiëring managementondersteuning crisisbeheer covid-19: 0,5 mio euro; compensaties WZC/CVK covid 19: 135,1 mio euro; compensaties CDV covid 19:19,2 mio euro; compensaties inzet extern personeel WZC/CVK covid 19: 59,3 mio euro; subsidies aan K. Boudewijnstichting covid 19 – virtual hugs: 0,2 mio euro; schakelzorgcentra: 2,3 mio euro; compensatie voor vervoer voor centra dagverzorging: 1,2 mio euro.

Het jaar 2020 stond ook in het teken van de voorbereiding van de integratie van de pijlers uit het overnamedecreet in de VSB. Hiervoor werden zowel op juridisch vlak als op ICT – vlak de nodige voorbereidende stappen gezet om op 1 januari 2022 te kunnen starten met een gefaseerde integratie van de sectoren uit het overnamedecreet, te starten met de revalidatieziekenhuizen. Deze voorbereiding resulteerde in 2021 in het decreet van 18 juni 2021 tot wijziging van regelgeving in het kader van de Vlaamse sociale bescherming. Daarnaast zijn ook stappen gezet voor de invoering van de persoonsvolgende financiering in de VSB. Een absolute randvoorwaarde om deze doelstelling te bereiken is de implementatie van het instrument BelRAI in de betrokken sectoren. Een eerste mijlpaal werd ondertussen gerealiseerd. Sinds juni 2021 wordt in de gezinszorg en voor het toekennen van het zorgbudget zwaar zorgbehoevenden enkel nog met de BelRAI screener gewerkt. Ook het vervolgtraject ligt vast. Vanaf juni 2023 wordt BelRAI Long Term Care Facilities uitgerold in de residentiële ouderenzorg en voor complexe dossiers in de gezinszorg wordt de BelRAI Home Care geïmplementeerd. Hiervoor werd de juridische basis al gecreëerd (BVR d.d. 28 mei 2021 over de tenuitvoerlegging van BelRAI en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin). In 2022 wordt de uitrol van beide BelRAI – instrumenten voorbereid op vlak van ICT – ondersteuning en vorming. Ten slotte werd ook een aanvang genomen met de uitvoering van het engagement in het regeerakkoord waarbij het basisondersteuningsbudget een uitdovend karakter kreeg (besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2020 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft wijzigingen met betrekking tot het basisondersteuningsbudget). In het regeerakkoord is expliciet opgenomen dat het concept van basisondersteuningsbudget verdwijnt, behalve voor kinderen met zorgtoeslag. In uitvoering hiervan wordt het basisondersteuningsbudget vanaf 2021 niet langer toegekend aan personen met een integratietegemoetkoming. Verworven rechten blijven echter behouden. De middelen die op deze manier vrijkomen, worden ingezet voor rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aan personen met een handicap. We kunnen concluderen dat het jaar 2020 ook voor VSB gedomineerd werd door de COVID – pandemie, vooral in de woonzorgcentra. De pandemie heeft ook de werking van het agentschap zwaar geïmpacteerd, gezien tal van medewerkers gedurende een lange periode uitsluitend konden ingezet worden in de strijd tegen de pandemie.

6

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Het agentschap is er niettemin in geslaagd om in 2020 de basis te leggen voor de verdere uitvoering van het regeerakkoord met betrekking tot de integratie van de pijlers van het overnamedecreet in de VSB, de implementatie van de BelRAI screener en de aanzet van een uitdovend karakter van het basisondersteuningsbudget.

Dirk Dewolf Leidend ambtenaar Vlaamse Sociale Bescherming

7

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


1. Werking van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming is een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid. Het IVArp Vlaamse Sociale Bescherming maakt op zijn beurt deel uit van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. De missie en taken van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming zijn decretaal vastgelegd1. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming heeft als missie een actief beleid te voeren dat gericht is op het bevorderen van de zelfredzaamheid, rekening houdend met de noden en de eigen regie van de gebruiker en van zijn kansen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Het agentschap beoogt de financiële toegankelijkheid van zorg te waarborgen en streeft naar de beheersing van de overheidsuitgaven op lange termijn. In 2020 stond het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming in voor drie zorgbudgetten; - het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (vroeger de zorgverzekering genoemd) - het zorgbudget voor mensen met een handicap of het basisondersteuningsbudget; - het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (vroeger de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genoemd). Daarnaast is het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming sinds 1 januari 2019 ook bevoegd voor de volgende pijlers: - De tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen; - De tegemoetkoming voor residentiële zorg. In deze pijlers geldt een derde betalersregeling. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming werkt voor de uitvoering van de opdrachten van de Vlaamse sociale bescherming samen met de zorgkassen. De voornaamste taken van een zorgkas zijn het aansluiten van leden, het innen van de premies, het onderzoeken van aanvragen voor de zorgbudgetten, het uitbetalen van de tegemoetkomingen, het informeren en adviseren van de leden en het rapporteren aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Er zijn momenteel zes zorgkassen: vijf mutualistische en de vzw Vlaamse Zorgkas. De vzw Vlaamse Zorgkas heeft een specifieke opdracht naast de opdracht van andere zorgkassen. De vzw Vlaamse Zorgkas vormt het vangnet voor personen die zich niet vrijwillig aansluiten in Vlaanderen. Zij sluit ambtshalve personen aan die nergens lid zijn.

1

De missie en taken van het IVArp Vlaamse Sociale Bescherming zijn vastgelegd in de artikels 10 en 11 van het decreet VSB d.d. 18 mei 2018.

8

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


1.1 ZORGBUDGET VOOR ZWAAR ZORGBEHOEVENDEN Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden is een tegemoetkoming voor personen met een zwaar verminderd vermogen tot zelfzorg en dit zowel voor gebruikers in residentieel, semi-residentieel of ambulant verband. Dit zorgbudget wil de kosten voor niet-medische hulp- en dienstverlening betaalbaar houden voor de gebruiker. Zo staat het borg voor de toegankelijkheid van langdurige en intensieve niet–medische zorg thuis of in een instelling. De totale uitgaven voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (onderdelen residentiële zorg en mantel- en thuiszorg) bedroegen voor 2020 410,9 miljoen euro. En dit voor 269.769 gebruikers. Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij mantel- en thuiszorg en bij residentiële zorg (woonzorgcentrum, rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis) is een forfaitair bedrag van 130 euro per maand. Dat bedrag kan vrij besteed worden.

1.2 ZORGBUDGET VOOR MENSEN MET EEN HANDICAP Het zorgbudget voor mensen met een handicap (basisondersteuningsbudget) is een maandelijks bedrag van 300 euro dat vrij besteedbaar is en dat de gebruiker niet moet verantwoorden. Hij kan het bedrag inzetten voor het vergoeden van mantelzorg, voor het inkopen van (meer) reguliere dienstverlening of voor het inkopen van rechtstreeks toegankelijke dienstverlening. De persoon met een beperking kan zelf een op maat georganiseerde mix, vanuit de verschillende ondersteuningsbronnen samenstellen. De regie van de zorg ligt bij de persoon met een beperking. Het zorgbudget voor mensen met een handicap is gefaseerd ingevoerd. In september 2016 is het zorgbudget voor mensen met een handicap aan een eerste groep toegekend. Deze groep bestaat uit volwassenen met een handicap die in aanmerking komen voor een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp, en die al sinds 31 december 2014 met een actieve zorgvraag geregistreerd staan in de databank “Centrale Registratie voor Zorgvragen” van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Zij moesten er nog steeds geregistreerd staan op 1 januari 2016. In januari 2017 werd het zorgbudget voor mensen met een handicap uitgebreid naar minderjarigen die op 30 juni 2015 met een actieve zorgvraag geregistreerd waren bij de intersectorale toegangspoort voor jeugdhulp. Of ze kwamen op diezelfde datum in aanmerking voor een persoonlijk assistentiebudget voor minderjarigen. In september 2017 werd het zorgbudget voor mensen met een handicap verder uitgebreid. Het zorgbudget is er nu ook voor kinderen en jongeren tot 21 jaar die minstens 12 punten scoren op de schaal voor bijkomende of verhoogde kinderbijslag, en jongeren van 21 tot en met 25 jaar met minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal voor de integratietegemoetkoming. In mei 2019 werd het zorgbudget uitgebreid met de groep van meerderjarige personen met een handicap die met een vraag naar een persoonsvolgend budget geregistreerd staan in prioriteitengroep 1 of in prioriteitengroep 2, met een aanvraagdatum voor 16 oktober 2017.

9

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Hiernaast is het sinds 1 januari 2017 mogelijk om een zorgbudget voor mensen met een handicap te ontvangen, na een vrijwillige overstap van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH, naar het zorgbudget voor personen met een handicap (basisondersteuningsbudget). De totale uitgaven voor het zorgbudget voor mensen met een handicap bedroegen voor 2020 62,5 miljoen euro. Daarvoor waren er in 2020 16.800 gebruikers met een dossier zorgbudget voor mensen met een handicap.

1.3 ZORGBUDGET VOOR OUDEREN MET EEN ZORGNOOD Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood heeft tot doel ouderen met een beperking en met een beperkt inkomen die bijkomende kosten hebben vanwege een vermindering van de zelfredzaamheid in staat te stellen een deel van de bijkomende kosten te financieren. Dit zorgbudget is een belangrijk instrument om: -

-

aan gebruikers de mogelijkheid te geven om thuis te blijven wonen, door een financiële ondersteuning in de kosten omwille van de moeilijkheden die ze ondervinden in de activiteiten van het dagelijks leven; de financiële toegankelijkheid van de woonzorgcentra voor gebruikers te verbeteren.

Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood wordt toegekend vanaf de leeftijd van 65 jaar, in functie van de zorgbehoevendheid, met een getrapte inschaling. De tegemoetkoming is hoger naargelang het gebrek aan zelfredzaamheid (de score op de schaal) hoger is. Bij het bepalen van dit zorgbudget wordt ook het inkomen van de betrokkene of de persoon met wie hij een gezin vormt in rekening gebracht. In de praktijk maken vooral ouderen met een laag pensioen aanspraak op dit zorgbudget. De totale uitgaven voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood bedroegen voor 2020 327,4 miljoen euro. Daarvoor waren er in 2020 94.662 gebruikers met een dossier zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (toestand juli 2020). De gemiddelde maandelijkse tegemoetkoming bedroeg in 2020 275,52 euro.

1.4 MOBILITEITSHULPMIDDELEN De tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen heeft tot doel de bewegingsfunctie van gebruikers te ondersteunen. Het gaat dan over rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en hun aanpassingen. De zorgkas betaalt de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen via een derdebetalerssysteem uit aan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, tot wie de gebruiker zich heeft gewend. Met die tegemoetkoming kan een mobiliteitshulpmiddel, dat op een lijst van erkende producten staat, worden vergoed. De meeste mobiliteitshulpmiddelen zijn volledig vergoedbaar. In sommige gevallen is er nog een supplement voor de gebruiker.

10

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Er bestaat momenteel een aankoopsysteem, wat inhoudt dat de persoon een mobiliteitshulpmiddel krijgt (in eigendom), en een huursysteem. Het huursysteem houdt in dat de persoon een mobiliteitshulpmiddel ter beschikking gesteld krijgt en dat de verstrekker hiervoor maandelijks een vast huurforfait ontvangt. Het huursysteem was in 2020 verplicht voor 4 doelgroepen: - personen die zijn opgenomen in een woonzorgcentrum; - personen ouder dan 85 jaar; - personen met een snel degeneratieve aandoening; - personen die pas uit revalidatie komen. De totale uitgaven voor tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen bedroegen voor 2020 55,4 mio euro. Daarmee werden 43.971 mobiliteitshulpmiddelen in 2020 aangekocht. Tevens waren 36.502 mobiliteitshulpmiddelen op 31 december 2020 verhuurd.

1.5 RESIDENTIELE OUDERENZORG De residentiële ouderenzorg bestaat uit de woonzorgcentra (WZC), de centra voor kortverblijf (CVK) en de centra voor dagverzorging (CDV). Bij de centra voor dagverzorging wordt een onderscheid gemaakt tussen de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor zorgafhankelijke personen en de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte. De tegemoetkoming wordt via een derdebetalersregeling door de zorgkas van de gebruiker rechtstreeks uitbetaald aan de ouderenvoorziening. In de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit:  de basistegemoetkoming voor zorg;  de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kosten van het incontinentiemateriaal. In de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit:  de basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging;  de tegemoetkoming in de reiskosten van en naar het centrum voor dagverzorging. De totale geboekte uitgaven voor de tegemoetkoming voor residentiële zorg bedroegen voor 2020 1.999,9 miljoen euro. Daarvoor waren er in 2020 78.366 gebruikers met een tegemoetkoming voor residentiële zorg.

1.6 ENKELE KERNCIJFERS Leden Vlaanderen en Brussel telden in 2020 4.824.014 aangesloten leden bij de Vlaamse sociale bescherming. Hieronder vindt u een overzicht van het aantal leden per zorgkas. En dit zowel voor Vlaanderen als voor Brussel. Er is ook een tabel die de evolutie geeft van het aantal leden per zorgkas van 2013 tot 2020.

11

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tabel 1 - Aantal leden in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Zorgkas

Vlaanderen

180 - CM zorgkas 280 - Neutrale zorgkas 380 - Socialistische zorgkas 480 - Liberale zorgkas 580 - Onafhankelijke zorgkas 680 - Vlaamse zorgkas Totaal

2.318.643 156.483 914.774 264.953 555.751 553.299 4.763.903

Brussel

Wallonië

11.852 1.618 9.340 1.831 11.608 6.307 42.556

180 29 97 11 271 142 730

Buitenland

Onbekend

6.482 554 3.653 986 3.478 727 15.880

301 26 194 62 318 44 945

Totaal

2.337.458 158.710 928.058 267.843 571.426 560.519 4.824.014

Tabel 2 - Evolutie van het aantal leden per zorgkas op 31 december Zorgkas 180 280 380 480 580 680 880 Totaal

2016 2.321.907 144.188 906.757 275.148 536.204 498.432 4.682.636

2017 2.334.680 147.234 911.730 272.735 544.664 503.020 4.714.063

2018 2 337 281 151 059 918 478 270 387 553 804 522 576 4 753 585

2019 2 336 166 154 825 924 056 268 835 562 317 530 371 4 776 570

2020 2.337.458 158.710 928.058 267.843 571.426 560.519 4.824.014

Tabel 3 - Aandeel personen met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

Het aandeel van de personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (VT) bedroeg 14,30 % in 2020 (2019 – 14,25% en 2018 – 14,25%). Zorgkas 180 - CM zorgkas 280 - Neutrale zorgkas 380 - Socialistische zorgkas 480 - Liberale zorgkas 580 - Onafhankelijke zorgkas 680 - Vlaamse zorgkas Totaal

Leden 2.337.458 158.710 928.058 267.843 571.426 560.519 4.824.014

VT'ers 316.482 18.524 169.884 41.281 45.341 98.446 689.958

% VT 13,54% 11,67% 18,31% 15,41% 7,93% 17,56% 14,30%

Tabel 4 – Aantal VT’s per leeftijdscategorie

Deze tabel geeft het aantal VT’s per leeftijdscategorie weer. Hier valt duidelijk op dat het percentage VT’s toeneemt naarmate de populatie ouder wordt. De leeftijdscategorie onder de 26 jaar betaalt geen zorgpremie. Deze groep bestaat uitsluitend uit personen die een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden of een zorgbudget handicap ontvangen.

Leeftijd

Geen VT

VT

Eindtotaal

% VT'ers tov aantal 12

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


leden Onbekend < 26 jaar 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar 65 - 79 jaar >= 80 jaar Totaal

4

0

17.907 1.411.194 1.611.656 808.661 284.634 4.134.056

4 3.542 144.862 189.869 173.428 178.257 689.958

21.449 1.556.056 1.801.525 982.089 462.891 4.824.014

0,00% 16,51% 9,31% 10,54% 17,66% 38,51% 14,30%

Tabel 5 - Ambtshalve aansluitingen

In deze tabel vindt u per leeftijdscategorie het aantal leden dat de Vlaamse Zorgkas in 2020 ambtshalve aansloot. De groep van 27-jarigen bestaat uit inwoners van Vlaanderen die zich op 26 jarige leeftijd niet spontaan bij een zorgkas aansloten. Een andere grote groep bestaat uit personen die gemigreerd zijn naar Vlaanderen en niet tijdig spontaan aansloten bij een zorgkas. Aantal leden met ambtshalve aansluiting Leeftijd: 26j leeftijd: 27j leeftijd: 28j leeftijd: 29j leeftijd: 30j leeftijd > 30j Totaal

1 19.936 2.054 2.097 1.919 33.384 59.391

Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Tabel 6 - Aanvragen zorgbudget zwaar zorgbehoevenden per zorgkas uitgesplitst naar type aanvraag

Onderstaande tabel geeft het aantal aanvragen weer per zorgkas, opgesplitst per type van de aanvraag: a) het aantal eerste aanvragen: voor deze personen was nog geen dossier aangemaakt; b) het aantal retroactieve toekenningen: er is sprake van een retroactieve toekenning als bij een aanvraag de datum van het attest van zorgbehoevendheid of de datum van het verblijfsattest in een residentiële voorziening vóór de datum van de aanvraag valt. Retroactieve tegemoetkomingen in het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (de zorgverzekering) zijn beperkt tot maximaal zes maanden voor de datum van aanvraag. De eerste maand retroactieve tegemoetkoming wordt niet uitbetaald; c) het aantal controles: bij een toekenning van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden op basis van een score op de BEL-schaal, kan er een controle gebeuren door het controleorgaan. Op basis van het resultaat van deze controle, neemt de zorgkas een nieuwe beslissing. Bij een positieve controle wordt de tegemoetkoming opnieuw toegekend, bij een negatieve controle wordt de tegemoetkoming stopgezet; d) het aantal verlengingen: dossiers voor bepaalde duur kunnen verlengd worden, als de zorgbehoevende nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming zorgbudget zwaar zorgbehoevenden; e) het aantal veranderingen van zorgvorm: met verandering van zorgvorm wordt bedoeld dat de rechthebbende overstapt van mantel- en thuiszorg naar residentiële zorg - of omgekeerd;

13

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Zorgkas

Eerste aanvraag

Onbepaald 180 280 380 480 580 680 Totaal

Retroactieve

125 30.882 1.580 14.514 4.308 4.420 3.312 59.141

Controle

17 2.838 111 310 43 343 304 3.966

Herziening of verlenging

0 1.186 17 828 366 148 117 2.662

45 43.540 2.216 22.248 6.092 7.284 2.455 83.880

Verandering van zorgvorm 16 11.082 495 2.983 1.091 1.258 516 17.441

Totaal

203 89.528 4.419 40.883 11.900 13.453 6.704 167.090

Opmerking: strikt genomen staan de controles los van de aanvragen. Ze zijn hier toch opgenomen, omdat de zorgkas naar aanleiding van de controle ook een nieuwe beslissing in het dossier neemt. Tabel 7 - Aanvragen zorgbudget zwaar zorgbehoevenden volgens de wijze van indicatiestelling en uitgesplitst per indicatiestelling of attest

In deze tabel worden de indicatiestellingen en attesten m.b.t. mantel- en thuiszorg opgenomen2. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen inschalingen die op initiatief van de zorgkas of de gebruiker zijn afgenomen (indicatiestellingen) en inschalingen waarbij gebruik is gemaakt van bestaande scores (attesten). Voorts is ook het aantal controles opgenomen. Indicatiestellingen Het gaat hier om indicatiestellingen op de BEL-schaal die uitgevoerd werden door: - diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg; - OCMW's (enkel in Vlaanderen); - diensten maatschappelijk werk in het kader van de ziekenfondsen; Type indicatiesteller Diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg OCMW Diensten maatschappelijk werk Lokale dienstencentra Diensten voor logistieke hulp Totaal indicatiestellingen

2 3

M&Tgeweigerd

M&TVAPH goedgekeurd Cumul3

Totaal

% weigering

274

1.604

7

1.885

14,54%

56 10.081 0 2 10.413

1.242 65.636 3 3 68.488

5 801 0 0 813

1.303 76.518 3 5 79.714

4,30% 13,17% 0,00% 40,00% 13,06%

Voor de residentiële sector volstaat immers het verblijfsattest. VAPH cumul: een goedgekeurd dossier voor mantel-en thuiszorg van een persoon die ook een tegemoetkoming van het VAPH heeft.

14

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Attesten Hier wordt gebruik gemaakt van bestaande attesten M&TM&TVAPH Totaal geweigerd goedgekeurd Cumul Katz-schaal thuisverpleging 95 16.960 528 17.583 Katz Verzorgingsinrichting 72 1.597 8 1.677 BEL gezinszorg 127 24.965 555 25.647 Integratietegemoetkoming, 59 2.265 758 3.082 hulp aan bejaarden Kinderbijslag 23 753 166 942 Kine E-attest 1 2.447 147 2.595 Totaal attesten 377 48.987 2.162 51.526

Controleorgaan Het gaat hier om de indicatiestellingen, uitgevoerd door het controleorgaan naar aanleiding van een controle of een aanvraag. Bij een controle neemt de zorgkas een nieuwe beslissing na een controle door het controleorgaan. Bij een aanvraag wordt er op vraag van de zorgbehoevende een indicatiestelling door het controleorgaan uitgevoerd binnen de twaalf maanden4 na een vorige indicatiestelling door het controleorgaan. Dit gebeurt als de toestand van de zorgbehoevende sindsdien verslechterd is. M&Tgeweigerd Controleorgaan Totaal Controleorgaan

M&TVAPH goedgekeurd cumul

620 620

2.168 2.168

Totaal 3 3

% weigering 2.791 2.791

22,21% 22,21%

Tabel 8 - Lopende dossiers per zorgkas uitgesplitst naar zorgvorm Zorgkas

180 280 380 480 580 680 Totaal

4

Mantel-en thuiszorg % t.o.v. totaal Aantal mantel- en thuiszorg

99.762 5.611 50.215 15.868 13.343 7.129 191.928

51,98% 2,92% 26,16% 8,27% 6,95% 3,71% 100,00%

Residentiële Zorg % t.o.v. totaal Aantal

44.689 2.009 15.722 5.751 6.254 3.416 77.841

57,41% 2,58% 20,20% 7,39% 8,03% 4,39% 100,00%

Aantal

144.451 7.620 65.937 21.619 19.597 10.545 269.769

Totaal % mantel% en residentieel % t.o.v. totaal thuiszorg zorgkas zorgkas t.o.v. totaal t.o.v. totaal zorgkas zorgkas 53,55% 69,06% 30,94% 2,82% 73,64% 26,36% 24,44% 76,16% 23,84% 8,01% 73,40% 26,60% 7,26% 68,09% 31,91% 3,91% 67,61% 32,39% 100,00% 71,15% 28,85%

Vanaf 2017 bedraagt deze termijn 12 maanden.

15

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tabel 9 - Aandeel van de personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering in de lopende dossiers, per zorgkas, uitgesplitst naar zorgvorm

Van de personen die een lopend dossier hebben, heeft in de residentiële zorg ongeveer 55% een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. In de mantel – en thuiszorg is dat 54%.

VT Zorgkas

Mantel- en thuiszorg Totaal % vt t.o.v totaal zorgkas

Residentiële zorg Totaal % vt t.o.v totaal zorgkas

VT

180

55.686

99.762

55,82%

25.419

44.689

56,88%

280

2.887

5.611

51,45%

1.070

2.009

53,26%

380

26.712

50.215

53,20%

9.205

15.722

58,55%

480

8.148

15.868

51,35%

3.250

5.751

56,51%

580

6.375

13.343

47,78%

2.315

6.254

37,02%

680 Totaal

3.671

7.129

51,49%

1.714

3.416

50,18%

103.479

191.928

53,92%

42.973

77.841

55,21%

Zorgkas

Totaal Totaal zorgkas

VT

180

81.105

144.451

% VT t.o.v. totaal zorgkas 56,15%

280

3.957

7.620

51,93%

380

35.917

65.937

54,47%

480

11.398

21.619

52,72%

580

8.690

19.597

44,34%

680 Totaal

5.385

10.545

51,07%

146.452

269.769

54,29%

VT: Personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

Tabel 10 - Duurtijd van de lopende dossiers in de mantel- en thuiszorg per zorgkas

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

0 tot 5 maanden 1.006 22 797 562 104 374 2.865

6 tot en met 12 maanden 16.635 672 11.095 2.931 2.255 1.440 35.028

Mantel- en thuiszorg 13 tot en met 25 tot en met 24 maanden 36 maanden 14.151 24.816 741 1.852 7.965 13.473 1.187 4.641 2.628 3.215 1.131 1.744 27.803 49.741

Meer dan 36 maanden 43.154 2.324 16.885 6.547 5.141 2.440 76.491

Totaal 99.762 5.611 50.215 15.868 13.343 7.129 191.928

16

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tabel 11 - Evolutie van de lopende dossiers per zorgkas

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Mantel – en thuiszorg 2019 2020 groei 99.664 99.762 0,10% 5.530 5.611 1,46% 49.687 50.215 1,06% 16.017 15.868 -0,93% 13.070 13.343 2,09% 7.039 7.129 1,28% 191.007 191.928 0,48%

Residentiële zorg 2019 2020 45.156 44.689 2.036 2.009 16.576 15.722 6.141 5.751 6.303 6.254 3.586 3.416 79.798 77.841

groei -1,03% -1,33% -5,15% -6,35% -0,78% -4,74% -2,45%

2019 144.820 7.566 66.263 22.158 19.373 10.625 270.805

Totaal 2020 144.451 7.620 65.937 21.619 19.597 10.545 269.769

groei -0,26% 0,71% -0,49% -2,49% 1,14% -0,76% -0,38%

Tabel 12 - Lopende dossiers per gewest uitgesplitst naar zorgvorm Gewest Vlaanderen Brussel Wallonië Buitenland Onbekend Totaal

Mantel- en thuiszorg 189.494 2.265 0 161 8 191.928

Op 31 december 2019 % Residentieel 98,73% 76.202 1,18% 1.624 0,00% 0 0,08% 15 0,00% 0 100,00% 77.841

% 97,89% 2,09% 0,00% 0,02% 0,00% 100,00%

Tabel 13 - Lopende dossiers per leeftijdscategorie uitgesplitst naar zorgvorm

De leeftijdscategorie tot 64 jaar is goed voor ongeveer 27% van de dossiers mantel- en thuiszorg en voor 4% van de dossiers residentiële zorg. Het is duidelijk dat het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden vooral gericht is op de oudere doelgroep.

Leeftijd

0 - 18 19-25 26-44 45-64 0-64 65-69 70-74 75-79 80-84

Mantel- en thuiszorg % leeftijdscatego Aantal rie t.o.v. totaal mantel- en thuiszorg 5.274 2,75% 3.470 1,81% 12.301 6,41% 31.565 16,45% 52 610 27,42% 13.016 6,78% 17.111 8,92% 21.347 11,12% 31.780 16,56%

Residentiële zorg % leeftijdscatego Aantal rie t.o.v. totaal residentiële zorg 0 0,00% 7 0,01% 338 0,43% 2.952 3,79% 3 297 4,25% 2.436 3,13% 4.001 5,14% 6.303 8,10% 13.530 17,38%

Totaal Aantal

5.274 3.477 12.639 34.517 55 907 15.452 21.112 27.650 45.310

% leeftijdscategorie t.o.v. totaal

1,96% 1,29% 4,69% 12,80% 20,73% 5,73% 7,83% 10,25% 16,80% 17

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


85-89 90-94 95-99 >= 100 65-->100 Totaal

33.772 17.862 4.081 346 139 315 191 925

17,60% 9,31% 2,13% 0,18% 72,58% 100,00%

21.504 18.918 7.018 813 74 523 77 820

27,63% 24,30% 9,02% 1,04% 95,75% 100,00%

55.276 36.780 11.099 1.159 213 838 269 745

20,49% 13,63% 4,11% 0,43% 79,27% 100,00%

Tabel 14 - Lopende dossiers per indicatiesteller of attest voor mantel- en thuiszorg

In deze tabel worden de lopende dossiers mantel- en thuiszorg opgenomen5 en de wijze waarop de toekenning is gebeurd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen lopende dossiers, waarbij de beslissing is genomen op basis van een nieuwe indicatiestelling, op basis van een bestaand attest of op basis van een inschaling door het controleorgaan. Indicatiestellingen

Diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg OCMW Diensten maatschappelijk werk Lokale dienstencentra Dienst voor logistieke hulp Totaal indicatiestellingen

Mantel- en thuiszorg 9.566 2.435 116.464 0 28 128.493

%

Mantel- en thuiszorg 7.806 920 19.885 20.218 3.021 5.649 57.499

%

4,98% 1,27% 60,68% 0,00% 0,01% 66,95%

Attesten

Katz-thuisverpleging Katz-verzorgingsinrichting BEL gezinszorg en aanvullende gezinszorg Integratietegemoetkoming en hulp bejaarden Verhoogde Kinderbijslag Kine E-attest Totaal attesten

4,07% 0,48% 10,36% 10,53% 1,57% 2,94% 29,96%

Controleorgaan

Controleorgaan Totaal Controleorgaan

5

Mantel- en thuiszorg 5.935 5.935

% 3,09% 3,09%

In lopende dossiers residentiële sector is het verblijfsattest het enige mogelijke criterium voor toekenning.

18

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Globaal overzicht Mantel- en thuiszorg 128.493 57.499 5.935 191.927

Indicatiestellingen Attesten Controleorgaan Totaal

% 66,95% 29,96% 3,09% 100,00%

Zorgbudget voor mensen met een handicap De cijfers die in de onderstaande tabellen zijn opgenomen, zijn de cijfers op 31 december 2020. Tabel 15 - Aantal leden met zorgbudget handicap per bron attest

In deze tabel zijn de personen met een aansluiting bij een zorgkas opgenomen, die een zorgbudget handicap hebben6. Uitleg: - VAPH: CRZ: Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – Centrale Registratie Zorgvragen - Overstap: vrijwillige overstap van niet rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH naar een zorgbudget voor mensen met een handicap - ITP: Intersectorale Toegangspoort van het Agentschap Opgroeien - VKB: verhoogde kinderbijslag - IT: integratietegemoetkoming - VAPH: PG1_PG2: Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, personen in prioriteitengroep 1 of 2 met een aanvraag vóór 16 oktober 2017 Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

6

VAPH: CRZ

Overstap

2.606 118 1.135 242 365 341 4.807

677 49 260 68 131 85 1.270

ITP 886 92 497 106 281 179 2.041

VKB

IT 2.159 176 2.072 260 833 712 6.212

733 56 605 113 266 147 1.920

VAPH: PG1_PG2 237 14 164 33 70 32 550

Totaal 7.298 505 4.733 822 1.946 1.496 16.800

% 43,44% 3,01% 28,17% 4,89% 11,58% 8,90% 100,00%

We verwijzen naar punt 2.2 voor meer uitleg over de verschillende groepen

19

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tabel 16 - Aantal leden met zorgbudget handicap - per leeftijdcategorie

180 280 380 480 580 680 Totaal %

0 - 18 2.694 236 2.273 304 969 780 7.256 43,19%

19 - 25 1.279 109 891 194 436 260 3.169 18,86%

26 - 44 1.640 101 933 167 322 346 3.509 20,89%

45 - 64 1.122 42 488 113 159 88 2.012 11,98%

65 plus 563 17 148 44 60 22 854 5,08%

Totaal 7.298 505 4.733 822 1.946 1.496 16.800 100,00%

% 43,44% 3,01% 28,17% 4,89% 11,58% 8,90% 100,00% 100,00%

Tabel 17 - Aantal leden met zorgbudget handicap – met statuut VT

Van het aantal leden met een zorgbudget voor mensen met een handicap, heeft ongeveer 35% recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dat is beduidend meer dan het percentage VT bij alle aangesloten leden VSB (14,30%). Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal %

VT: Ja 2.700 339 2.149 262 1.281 299 7.030 41,85%

VT: Nee 4.598 166 2.584 560 665 1.197 9.770 58,15%

Totaal 7.298 505 4.733 822 1.946 1.496 16.800 100,00%

% 43,44% 3,01% 28,17% 4,89% 11,58% 8,90% 100,00% 100,00%

Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Tabel 18 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per zorgkas per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen weer per categorie van vermindering van de zelfredzaamheid. Hoe hoger de categorie, hoe minder zelfredzaam de persoon is. Drie op de vier personen bevinden zich in de tweede of de derde categorie.

180 280 380 480 580 680 Totaal %

Categorie I 3.862 266 2.225 661 388 470 7.872 8%

Categorie II 22.795 1.166 10.664 3.425 1.682 1.274 41.006 43%

Categorie III 18.732 945 8.420 2.389 1.425 1.064 32.975 35%

Categorie IV 5.118 211 2.168 639 410 329 8.875 9%

Categorie V 2.320 87 979 239 181 128 3.934 4%

Totaal 52.827 2.675 24.456 7.353 4.086 3.265 94.662

20

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tabel 19 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per zorgkas met statuut VT

Van het aantal leden met een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood heeft ongeveer 90% recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dat is ook logisch aangezien het zorgbudget ouderen inkomensgerelateerd is. VT: Ja 180 280 380 480 580 680 Totaal Totaal %

VT: Nee 48.273 2.415 21.741 6.656 3.641 2.810 85.536 90%

Totaal 52.827 2.675 24.456 7.353 4.086 3.265 94.662

4.554 260 2.715 697 445 455 9.126 10%

% 56% 3% 26% 8% 4% 3%

Tabel 20 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per leeftijd per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen weer per leeftijd en per categorie van vermindering van de zelfredzaamheid. Het zorgbudget ouderen kan pas aangevraagd worden vanaf de leeftijd van 65 jaar. Is men jonger dan 65 jaar, dan moet men een integratietegemoetkoming aanvragen. 73 % is ouder dan 80 jaar.

65 - 79 jaar

>= 80 jaar

Totaal Totaal %

Categorie I 663

Categorie II 1.631

Categorie III 902

Categorie IV 192

Categorie V 85

70 – 74 75 – 79 Totaal 80 – 84

1.332 1.603 3.598 1.989

3.945 5.976 11.552 9.806

2.520 4.054 7.476 7.327

613 970 1.775 2.012

85 – 89 90 - 94 95 – 99 >= 100 Totaal

1.544 616 119 6 4.274 7.872 8%

11.198 6.650 1.660 140 29.454 41.006 43%

9.436 6.343 2.159 234 25.499 32.975 35%

2.396 1.900 686 106 7.100 8.875 9%

65 – 69

Totaal

%

3.473

4%

292 492 869 887

8.702 13.095 25.270 22.021

9% 14% 27% 23%

1.087 766 284 41 3.065 3.934 4%

25.661 16.275 4.908 527 69.392 94.662

27% 17% 5% 1% 73%

Tabel 21 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per categorie gezinssamenstelling per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen weer per categorie van gezinssamenstelling en per categorie van zelfredzaamheid.

21

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tot de gezinscategorie B behoren de zorgbehoevenden die: - ofwel een gezin vormen met een persoon die op hetzelfde adres woont en die geen bloed- of aanverwant is in de eerste, tweede of derde graad. Meestal gaat het hier om de echtgenoot, echtgenote of partner van de zorgbehoevende; - ofwel een kind ten laste hebben. De gezinscategorie A bestaat uit de personen die niet behoren tot categorie B. Meestal gaat het om alleenstaanden of om ouderen die met familie samenwonen, evenwel zonder een kind ten laste te hebben. 77% van de dossiers zorgbudget ouderen behoort tot de gezinscategorie A.

Gezinscategorie A Gezinscategorie B Totaal Totaal %

Categorie I 5.977 1.895 7.872 8%

Categorie II 31.025 9.981 41.006 43%

Categorie III 25.402 7.573 32.975 35%

Categorie IV 7.060 1.815 8.875 9%

Categorie V 3.167 767 3.934 4%

Totaal

%

72.631 22.031 94.662

77% 23%

Tabel 22 - Gemiddelde uitbetaalde zorgbudget ouderen-bedrag per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het gemiddelde zorgbudget ouderen weer dat uitbetaald wordt per categorie van zelfredzaamheid. Het gemiddeld uitbetaald bedrag over alle categorieën heen bedraagt in 2020 275,52 euro.

Categorie I Categorie II Categorie III Categorie IV Categorie V Totaal

Gemiddelde zorgbudget ouderenbedrag € 76,71 € 255,80 € 303,89 € 359,31 € 452,09 € 275,52

Combinatie van de drie zorgbudgetten Tabel 23 - Aantal personen met vergoeding zorgbudget zorgbehoevenden/zorgbudget handicap/zorgbudget ouderen per zorgkas

Deze tabel geeft weer wie recht heeft op één of verschillende zorgbudgetten. In totaal ontvangen 301.752 personen minstens 1 zorgbudget. Verder valt op dat ongeveer 76% van de personen met een zorgbudget ouderen ook een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden heeft. Dit percentage wordt berekend door 72.426 personen met zorgbudget zorgbehoevenden en zorgbudget ouderen te vermeerderen met 104 personen die de drie zorgbudgetten samen krijgen (beide cijfers zijn terug te vinden in tabel 23). Dit levert een totaal op van 72.530. Dit aantal wordt gedeeld door het aantal lopende dossiers met een zorgbudget ouderen, 94.662 personen (dit cijfer is terug te vinden in tabel 18). Slechts een zeer kleine groep krijgt de drie zorgbudgetten samen.

22

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Enkel Zorgbudget zorgbehoevenden

Enkel Zorgbudget ouderen

180 280 380 480 580 680 Totaal

101.595 5.428 44.609 15.256 15.603 8.027 190.518

180 280 380 480 580 680 Totaal

Zorgbudget handicap + zorgbudget ouderen 24 1 1 0 2 0 28

Enkel Zorgbudget handicap

12.827 662 5.235 1.376 847 1.152 22.099

4.302 319 2.587 424 1.167 1.061 9.860

Drie zorgbudgetten samen

Zorgbudget zorgbehoevenden + zorgbudget ouderen 39.908 2.009 19.198 5.968 3.232 2.111 72.426

Totaal

63 3 22 9 6 1 104

Zorgbudget zorgbehoevenden + zorgbudget handicap 2.885 180 2.107 385 754 406 6.717

%

161.604 8.602 73.759 23.418 21.611 12.758 301.752

53,54% 2,85% 24,44% 7,76% 7,16% 4,23% 100%

Mobiliteitshulpmiddelen Tabel 24 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2020 per zorgkas

Deze tabel geeft het aantal aangekochte mobiliteitshulpmiddelen weer die binnen de Vlaamse sociale bescherming afgeleverd zijn in de loop van 2020. In totaal gaat het om 43.971 mobiliteitshulpmiddelen. Het gaat hier om de aantallen in verkoop, voor de aantallen in verhuur verwijzen we naar tabel 28 en volgende. De aankoop van loophulpmiddelen maakt 63,5% uit van alle aankopen mobiliteitshulpmiddelen, manuele rolstoelen volgt op afstand met 17,9 %. Loophulpmiddel Onbekend 180 280 380 480 580 680 Totaal

Manuele rolstoel Elektronische Elektronische Driewielfiets rolstoel scooter 5 4.182 373 1.188 421 249 20 72 32 1.860 144 708 186 603 48 175 29 595 59 159 73 367 43 158 54 7.861 687 2.460 795

1 15.953 765 6.015 2.027 2.057 1.066 27.884

Stasysteem

Forfaitaire

AD kussen

Totaal

Aandeel zorgkas 23

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


tegemoetkoming Onbekend 180 280 380 480 580 680 Totaal

18 1 8

2 2.030 99 704 301 315 152 3.603

355 20 165 35 43 33 651

3 30

8 24.520 1.258 9.790 3.218 3.304 1.873 43.971

0,02% 55,76% 2,86% 22,26% 7,32% 7,51% 4,26% 100,00%

Tabel 25 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2020 - opgesplitst tussen personen met en zonder verhoogde tegemoetkoming (VT) 43,4% van de verkochte mobiliteitshulpmiddelen zijn verkocht aan personen die recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering hebben. Loophulpmiddel VT: Ja VT: Nee Totaal

Manuele rolstoel Elektronische Elektronische Driewielfiets rolstoel scooter 11.409 3.521 436 1.261 278 16.475 4.340 251 1.199 517 27.884 7.861 687 2.460 795

Stasysteem VT: Ja VT: Nee Totaal

Forfaitaire AD kussen Totaal tegemoetkoming 17 269 1.874 13 382 1.729 30 651 3.603

Aandeel VT 19.065 24.906 43.971

43,36% 56,64% 100,00%

Tabel 26 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2020 - opgesplitst tussen de leeftijdscategorie van de personen 79,9 %van de verkochte mobiliteitshulpmiddelen zijn verkocht aan personen die ouder zijn dan 65 jaar. De helft van alle verkochte mobiliteitshulpmiddelen wordt verkocht aan personen die ouder zijn dan 80 jaar. Loophulpmiddel

< 26 jaar

26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

0 - 12 jaar 13 - 18 jaar 19 - 25 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar

117 33 18 168 177 1.963 2.140 1.448 2.764 4.299 8.511 6.829

Manuele rolstoel

Elektronische rolstoel

557 217 154 928 560 1.789 2.349 656 1.025 1.166 2.847 1.623

26 31 26 83 111 267 378 69 48 50 167 36

Elektronische scooter

2 7 9 85 703 788 334 359 381 1.074 309

Driewielfiets

191 65 27 283 104 225 329 63 46 35 144 23

24

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal Niet ingevuld Niet ingevuld Totaal Totaal

6.669 2.964 573 30 17.065

79 27 6 1 1.736 1 1 7.861

27.884

Stasysteem

< 26 jaar

26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

Niet ingevuld

0 - 12 jaar 13 - 18 jaar 19 - 25 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal

Forfaitaire tegemoetkoming

6 16 108 124 69 91 89 249

4

80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal Niet ingevuld Totaal

1

Totaal

205 60 15

11 5

59

589

39

687

2.460

795

AD kussen

5 1

1 1 2 8 15 23 2 2

18 5

1

140 101 28 2 1 272

30

651

Totaal

Aandeel leeftijdscategorie

89 70 68 227 276 717 993 225 288 338 851

985 420 301 1.706 1.337 5.787 7.124 2.866 4.623 6.358 13.847

2,24% 0,96% 0,68% 3,88% 3,04% 13,16% 16,20% 6,52% 10,51% 14,46% 31,49%

480 531 370 136 14 1.531 1 1 3.603

9.441 7.614 3.459 732 46 21.292 2 2 43.971

21,47% 17,32% 7,87% 1,66% 0,10% 48,42% 0,00% 0,00% 100,00%

Tabel 27 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2020 - opgesplitst per woonplaats 250 mobiliteitshulpmiddelen zijn binnen de Vlaamse sociale bescherming verkocht aan personen die in Brussel wonen, dit is een aandeel van 0,57%. Inwoners van Brussel die aangesloten zijn bij een zorgkas, kunnen er ook voor kiezen om een beroep te doen op het systeem van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. We zien ook dat er vrijwel geen mobiliteitshulpmiddelen worden verkocht aan personen die in het buitenland wonen.

Loophulp-

Manuele

Elektronische

Elektronische

Driewielfiets 25

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


middel Vlaanderen

Brussel Wallonië Buitenland Onbekend

Antwerpen Limburg OostVlaanderen VlaamsBrabant WestVlaanderen Totaal Brussel Totaal Wallonië Totaal Buitenland Totaal Onbekend Totaal

Totaal

rolstoel

rolstoel

scooter

7.201 4.009 6.306

1.926 1.043 1.879

139 92 160

710 402 548

242 120 192

3.566

952

106

177

72

6.682

1.982

176

620

163

27.764 109 109

7.782 74 74

673 14 14

2.457 3 3

789 6 6

7 7 4 4 27.884

3 3 2 2 7.861

687

2.460

795

Stasysteem Vlaanderen

Antwerpen Limburg OostVlaanderen VlaamsBrabant WestVlaanderen Totaal Brussel Brussel Totaal Wallonië Wallonië Totaal Buitenland Buitenland Totaal Onbekend Onbekend Totaal Totaal

Forfaitaire AD kussen Totaal tegemoetkoming 10 171 804 11.203 6 170 526 6.368 5 81 737 9.908 1

62

536

5.472

8

164

953

10.748

30

648 2 2 1 1

3.556 42 42 1 1 4 4

30

651

3.603

43.699 250 250 2 2 14 14 6 6 43.971

Tabel 28 - Lopende verhuur december 2020 - opgesplitst per zorgkas Deze tabel geeft het aantal mobiliteitshulpmiddelen weer die binnen de Vlaamse sociale bescherming zijn verhuurd op 31 december 2020. In totaal gaat het om 36.502 mobiliteitshulpmiddelen. De verhuur aan personen in een woonzorgcentrum maakt 87,8% uit van alle verhuurde mobiliteitshulpmiddelen, de verhuur aan personen ouder dan 85 jaar in de thuissituatie volgt op grote afstand met 10,7%. Verhuur SDA en tijdelijke huur hebben een zeer klein aandeel. Woonzorgcentra

Thuissituatie

SDA

Tijdelijke huur

Totaal

Aandeel zorgkas

26

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Geen 180 280 380 480 580 680 Totaal

2 19.157 815 6.214 2.417 2.314 1.148 32.067

2.384 144 724 275 300 96 3.923

201 9 56 18 24 20 328

2 21.841 972 7.030 2.718 2.654 1.285 36.502

99 4 36 8 16 21 184

0,02% 59,83% 2,66% 19,26% 7,44% 7,27% 3,52% 100,00%

Tabel 29 - Lopende verhuur december 2020 - opgesplitst tussen personen met en zonder verhoogde tegemoetkoming Ongeveer 57% van de verhuurde mobiliteitshulpmiddelen zijn verhuurd aan personen die recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering hebben. Dit percentage ligt hoger dan bij verkoop (43%). Woonzorgcentra Thuissituatie VT: Ja VT: Nee Totaal

18.544 13.524 32.068

SDA

2.093 1.830 3.923

Tijdelijke huur 92 236 328

Totaal

60 124 184

Aandeel VT 20.789 56,95% 15.714 43,05% 36.503 100,00%

Tabel 30 - Lopende verhuur december 2020 - opgesplitst tussen de leeftijdscategorie van de personen De verhuur van mobiliteitshulpmiddelen is quasi volledig een zaak van 65+’ers, het gaat om 98%. Een kleine 86% wordt verhuurd aan personen die ouder zijn dan 80 jaar. Woonzorgcentra <26 jaar 26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

–13-18 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal

Totaal

18 497 515 599 1.287 2.270 4.156 5.391 9.189 8.818 3.562 437 27.397 32.068

Tijdelijke huur < 26 jar

Thuissituatie

SDA

6 6 2 5 7 17 2.111 1.452 306 24 3.910 3.923

Totaal

–13-18 jaar

1 1 12 148 160 50 61 29 140 23 3 1

27 328

Aandeel leeftijdscategorie 1 0,00% 27

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal

1 42 696 738 672 1.376 2.332 4.380 5.463 11.313 10.277 3.870 461 31.384 36.503

12 45 57 23 26 28 77 32 10 6 2 50 184

Totaal

0,00% 0,12% 1,91% 2,02% 1,84% 3,77% 6,39% 12,00% 14,97% 30,99% 28,15% 10,60% 1,26% 85,98% 100%

Tabel 31 - Lopende verhuur december 2020 - per woonplaats 204 mobiliteitshulpmiddelen zijn binnen de Vlaamse sociale bescherming verhuurd aan personen die in Brussel wonen, dit is een aandeel van 0,56%. Inwoners van Brussel die aangesloten zijn bij een zorgkas, kunnen er ook voor kiezen om een beroep te doen op het systeem van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. We zien ook dat er zo goed als geen mobiliteitshulpmiddelen worden verhuurd aan personen die in het buitenland wonen.

Vlaanderen

Brussel Wallonië Buitenland

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal Wallonië Totaal Buitenland Totaal

Totaal

Woonzorgcentra Thuissituatie 8.313 3.805 6.967 5.020 7.768 31.873 177 177 2 2 15 15 35.282

Tijdelijke huur Vlaanderen

Brussel Wallonië

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal Wallonië

SDA 987 551 816 517 1.032 3.903 20 20

92 34 69 59 66 320 7 7

32.067

1 1 3.923

Totaal 87 21 39 16 21 184

9.479 4.411 7.891 5.612 8.887 36.280 204 204 2 28

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Buitenland

Totaal Buitenland Totaal

Totaal

2 16 16 36.502

184

Residentiële ouderenzorg Tabel 32 - Aantal bewoners/gebruikers per afhankelijkheidscategorie

Op 31 december 2020 verbleven 78.366 VSB-leden in de erkende capaciteit van de Vlaamse residentiële ouderenzorgvoorzieningen. In een woonzorgcentrum (WZC) kan een bewoner in een woongelegenheid zonder bijkomende erkenning (ROB-woongelegenheid) of een woongelegenheid met een bijkomende erkenning (RVTwoongelegenheid) verblijven. Voor een Centrum voor Kortverblijf (CVK) is er maar één soort woongelegenheid. Voor een Centrum voor Dagverzorging (CDV) is er, afhankelijk van de aard van de erkenning, een onderscheid tussen een “gewoon” CDV en CDV voor palliatieve verzorging (CDV-p). Tabel 32 toont de verdeling van de bewoners/gebruikers volgens hun afhankelijkheidscategorie en uitgesplitst per type voorziening en woongelegenheid. De meeste bewoners van WZC’s en CVK’s hebben een afhankelijkheidscategorie B (27.069) en Cd (22.989). In de woonzorgcentra zijn ongeveer dubbel zoveel bewoners opgenomen in een woongelegenheid met bijkomende erkenning dan in een woongelegenheid zonder bijkomende erkenning. Zowel de verhoudingen tussen de verschillende afhankelijkheidscategorieën als de verdeling tussen de types woongelegenheden geven aan dat een groot deel van de bewoners in woonzorgcentra zwaar zorgbehoevend is. De lege cellen zijn combinaties woongelegenheid-en afhankelijkheidscategorie die niet zijn toegestaan. WZC Bijkomende erkenning Neen Ja O A B C Cd D F Fd Fp Totaal

4.324 7.840 1.515 978 3.991 2.517

21.165

24.831 7.867 18.820

51.518

Totaal 4.324 7.840 26.346 8.845 22.811 2.517

72.683

CVK

CDV

CDV_p

Totaal

Totaal

Totaal

117 309 723 235 178 39

1.601

886 1.525 1.571 3.982

100 100

Totaal 4.441 8.149 27.069 9.080 22.989 3.442 1.525 1.571 100 78.366

% 6% 10% 35% 12% 29% 4% 2% 2% 0% 100%

Tabel 33 - Aantal bewoners/gebruikers per zorgkas

29

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tabel 33 toont een overzicht van het aantal bewoners/gebruikers per zorgkas, uitgesplitst volgens type woongelegenheid. De meeste bewoners/gebruikers zijn aangesloten bij de CM zorgkas (59%), gevolgd door de socialistische zorgkas (20%). De onafhankelijke zorgkas heeft 8% van de leden, 7% is aangesloten bij de liberale zorgkas, 4% bij de Vlaamse zorgkas en 3% bij de neutrale zorgkas. WZC

CVK

Bijkomende erkenning Neen Ja 180 - CM zorgkas 12.201 30.145 280 - Neutrale zorgkas 533 1.335 380 - Socialistische zorgkas 4.299 10.300 480 - Liberale zorgkas 1.538 3.923 580 - Onafhankelijke zorgkas 1.747 3.873 680 - Vlaamse zorgkas 847 1.942 Totaal 21.165 51.518

CDV

CDV_p Totaal %

Totaal Totaal Totaal 42.346 1.868 14.599 5.461 5.620 2.789 72.683

967 39 301 121 112 61 1.601

Totaal

2.555 106 719 209 275 118 3.982

44 49.348 59% 6 2.176 3% 13 16.698 20% 6 6.336 7% 12 6.532 8% 19 3.192 4% 100 84.282 100%

Tabel 34 - Aantal bewoners/gebruikers per leeftijdscategorie

Tabel 34 toont de verdeling van de bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen per leeftijd en per type woongelegenheid/verblijfseenheid. 80% de bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen zijn 80 jaar of ouder. Slechts 3 % is jonger dan 65 jaar. WZC

CVK

CDV

CDV_p

Bijkomende erkenning Totaal Totaal Totaal Totaal Neen Ja 26 - 64 jaar 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 79 jaar 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal >= 80 jaar 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar >= 100 jaar Totaal Totaal

9 572 581 709 1.097 1.803 3.609 3.939 6.079 5.068 1.705 184 16.975 21.165

24 1.101 1.125 1.224 2.431 4.192 7.847 9.200 14.820 13.041 4.897 587 42.545 51.518

33 1.673 1.706 1.933 3.528 5.995 11.456 13.139 20.899 18.109 6.602 771 59.520 72.683

2 40 42 43 105 196 344 355 521 262 71 6 1.215 1.601

17 268 285 272 464 641 1.377 963 876 398 72 10 2.319 3.982

2 35 37 16 12 17 45 10 6 2

18 100

Totaal % 54 0% 2.016 3% 2.070 3% 2.264 3% 4.109 5% 6.849 9% 13.222 17% 14.467 18% 22.302 28% 18.771 24% 6.745 9% 787 1% 63.072 80% 78.366 100,00%

Tabel 35 - Aantal bewoners per regio (woonplaats bewoner)

30

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


In tabel 35 wordt het aantal bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen weergegeven volgens woonplaats. De woonplaats van een bewoner is het adres waarop deze gedomicilieerd is. Voor sommige bewoners is dit identiek aan het adres van de ouderenvoorziening, al is dit zeker niet het geval voor alle bewoners. Voor regio Vlaanderen wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende provincies, de overige Belgische regio’s worden geaggregeerd op gewest-niveau. De overgrote meerderheid (99%) van de bewoners van Vlaamse ouderenvoorzieningen zijn woonachtig in Vlaanderen. Een klein aandeel woont in Brussel (687) en Wallonië (68). Daarnaast hebben 29 bewoners een woonplaats in het buitenland. WZC

Vlaanderen

Brussel Wallonië Buitenland Onbekend

Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal Wallonië Totaal Buitenland Totaal Onbekend Totaal

Totaal

CVK

CDV

CDV_p

Bijkomende erkenning Totaal Totaal Totaal Totaal Neen Ja 6.120 12.933 19.053 371 696 30 2.637 5.730 8.367 164 509 5.052 12.262 17.314 437 825 1 3.448 8.303 11.751 224 463 18 3.618 11.894 15.512 389 1.420 32 20.875 51.122 71.997 1.585 3.913 81 266 335 601 9 58 19 266 335 601 9 58 19 20 34 54 4 10 20 34 54 4 10 3 23 26 2 1 3 23 26 2 1 1 4 5 1 1 4 5 1

21.165

51.518

72.683

1.601

3.982

Totaal

100

20.150 9.040 18.577 12.456 17.353 77.576 687 687 68 68 29 29 6 6 78.366

Tabel 36 - Aantal bewoners per geslacht

Tabel 36 toont de verdeling volgens geslacht in de verschillende types woongelegenheid. Er verblijven aanzienlijk meer vrouwen (72%) in de Vlaamse ouderenvoorzieningen dan mannen (28%). WZC

CVK

Bijkomende erkenning Totaal Totaal Neen Ja Geslacht: man Geslacht: vrouw Totaal

6.359 14.806 21.165

13.137 38.381 51.518

19.496 53.187 72.683

511 1.090 1.601

CDV

CDV_p

Totaal

Totaal

1.637 2.345

3.982

Totaal % 48 21.692 52 56.674

28% 72% 100 78.366 100%

Tabel 37 - Aantal bewoners per VT

31

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020

%

26% 12% 24% 16% 22% 99% 1% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100%


Tabel 37 toont dat meer dan de helft (53%) van de bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming.

WZC Bijkomende erkenning Neen Ja Verhoogde tegemoetkoming Geen verhoogde Totaal tegemoetkoming

10.700 10.465 21.165

Totaal

28.437 23.081 51.518

39.137 33.546 72.683

CVK

CDV

CDV_p

Totaal

Totaal

Totaal

707 894

1.905 2.077 3.982

1.601

Totaal

55 45 100

41.804 36.562 78.366

% 53% 47% 100%

Tabel 38 – Aantal bewoners

Deze tabel geeft het aantal bewoners weer per type voorziening in 2019 en 2020. Het aantal bewoners in 2020 ligt een stuk lager dan in 2019 omwille van de COVID-19-epidemie. Aantal bewoners WZC

DVC

CVK

2019

2020

ROB RVT Totaal DVC DVC_P Totaal CVK Totaal

21.165 51.518 72.683 3.982 100 4.082 1.601 1.601

27 697 49 960 77 657 4 400 98 4 498 2 127 2 127 84 282

Totaal

78.366

Tabel 39 - Aantal bewoners niet Belgisch sociaal verzekerd

Deze tabel geeft weer hoeveel gebruikers van de voorzieningen er sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de EU of de EER dan België op 31 december 2020. Het gaat in totaal om 298 personen.

Wonen (gedomicilieerd) in Vlaanderen Wonen (gedomicilieerd) in buitenland Totaal

WZC Bijkomende Neen erkenning 68 2 70

Ja 173 23 196

Totaal

CVK Totaal

CDV Totaal

CDV_p Totaal

241 25 266

8 1 9

21 1 22 11

1

271 27 298

1

Tabel 40 - Aantal voorzieningen per sector

32

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020

Totaal


Naargelang het juridisch statuut van de initiatiefnemer kunnen 3 categorieën ouderenvoorzieningen worden onderscheden: commercieel, openbaar en VZW. De tabel toont de verdeling volgens sector voor ouderenvoorzieningen met opname op 31 december 2020. Hieruit blijkt dat meer dan helft (57%) van de ouderenvoorzieningen VZW’s zijn, gevolgd door openbare voorzieningen (29%) en commerciële voorzieningen (14%).

WZC

CVK 168 219 431 818

Commercieel Openbaar VZW Totaal

DVC 34 157 269 460

Totaal 4 65 160 229

%

206 441 860 1.507

14% 29% 57% 100%

Tabel 41 - Aantal voorzieningen per regio In tabel 41 wordt het aantal voorzieningen per provincie weergegeven. De meeste voorzieningen bevinden zich in Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. De provincies met lagere inwonersaantallen, Limburg en Vlaams-Brabant, tellen ook minder ouderenvoorzieningen. In Brussel bevinden zich 13 ouderenvoorzieningen die gesubsidieerd worden door Vlaanderen.

WZC Vlaanderen

Brussel

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal

CVK

DVC

208 101 196 138 167 810 8 8 818

Totaal

Totaal

%

113 55 110 70 110 458

43 33 50 30 70 226

364 189 356 238 347 1.494

2 2

3 3

460

229

13 13 1507

24% 13% 24% 16% 23% 99% 1% 1% 100%

Tabel 42 - Aantal erkende entiteiten per sector Een entiteit is een koepelterm voor zowel een woongelegenheid in een woonzorgcentrum als een verblijfseenheid in een centrum voor kortverblijf of in een centrum voor dagverzorging. Ouderenvoorzieningen kunnen enkel tegemoetkomingen voor zorg aanvragen voor bewoners/gebruikers die werden opgenomen binnen de erkende capaciteit van de ouderenvoorziening. Op 31 december 2020 waren er 81.208 erkende woongelegenheden in de woonzorgcentra, 2.420 erkende verblijfseenheden in de centra voor kortverblijf en 2.499 erkende verblijfseenheden in de centra voor dagverzorging.

WZC

CVK

DVC

Totaal

%

33

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


15.270 24.359 42.818

Commercieel Openbaar VZW Totaal

81 208

220 626 1.574 2.420

20 719 1.760 2.499

15.510 25.704 46.152 87.366

18% 29% 53%

100%

Tabel 43 – Erkende opvang per regio Tabel 43 geeft weer hoeveel personen per provincie kunnen opgevangen worden in Vlaamse ouderenvoorzieningen. De onderlinge verdeling tussen de regio’s is vergelijkbaar met het aantal voorzieningen per regio.

Erkende opvang per regio WZC Vlaanderen

Brussel

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal

Totaal

CVK

DVC

Totaal

22.244 9.288 19.245 13.786 17.010 81.573

623 279 587 363 555 2.407

448 325 522 288 880 2.463

23.315 9.892 20.354 14.437 18.445 86.443

874 874

13 13

36 36

923 923

82.447

2.420

2.499

87.366

% 27% 11% 23% 17% 21% 99% 1% 1% 100%

Tabel 44 – Percentage woongelegenheden (WZC/CVK)

De bezettingsgraad wordt berekend door het aantal aangemelde opnames op 31 december van een bepaald jaar te vergelijken met het aantal erkende woongelegenheden van een voorziening op diezelfde datum. Tabel 44geeft aan dat in 2020 in de woonzorgcentra 88,16% van de erkende woongelegenheden zijn ingenomen, voor CVK’s is dit gemiddeld 66,16%. Uit de cijfers blijkt dat de bezetting in 2020 veel lager ligt dan in 2019 omwille van de COVID-19 epidemie. Belangrijk is hierbij op te merken dat deze cijfers geen gemiddelden zijn voor 2019 en 2020, maar een momentopname is van de situatie op 31 december 2019 en op 31 december 2020. Deze cijfers werden berekend op basis van de opnames op 31/12/2019 en 31/12/2020 waarvoor een tegemoetkoming voor zorg kan gefactureerd worden.

WZC 34

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


2019

2020

2019

2020

Aantal bewoners

77 657

72 683

2 127

1 601

Aantal erkende woongelegenheden

81 208

82 477

2 380

2 420

% erkende woongelegenheden

95,63%

88,16%

89,37%

66,16%

1.7 SUBSIDIËRING VAN DE ZORGKASSEN Algemene principes De zorgkassen ontvangen een subsidie voor de diverse tegemoetkomingen en een subsidie voor werkingskosten. Daarnaast ontvangen zij ook een subsidie voor het uitbetalen van de gemachtigde indicatiestellers. Voor de VZW Vlaamse Zorgkas geldt een aparte subsidieregeling, waarvan de regels zijn vastgelegd in de beheersovereenkomst tussen de VZW Vlaamse Zorgkas en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. De subsidie voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming subsidieert de zorgkassen voor het uitbetalen van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Deze subsidie bedroeg 392,9 miljoen in 2019 en in 2020 is de subsidie opgelopen tot 410,9 miljoen euro. Dat is een stijging met 3,2 %. In hoofdstuk 3, punt 2.1. wordt dieper ingegaan op de subsidiëring van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden voor het jaar 2020. De subsidie voor het zorgbudget voor mensen met een handicap Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming subsidieert de zorgkassen voor het uitbetalen van het zorgbudget voor mensen met een handicap. Deze subsidie bedroeg 60,1 miljoen in 2019 en in 2020 is de subsidie opgelopen tot 62,5 miljoen euro. Dat is een stijging met 4 %. In hoofdstuk 3, punt 2.2. wordt dieper ingegaan op de subsidiëring van het zorgbudget voor mensen met een handicap voor het jaar 2020. De subsidie voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming subsidieert de zorgkassen voor het uitbetalen van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. Deze subsidie bedroeg 327,4 miljoen in 2020. In 2019 werd 345,7 miljoen voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood uitbetaald. Dat is een daling met 5,29 %. In hoofdstuk 3, punt 2.3. wordt dieper ingegaan op de subsidiëring van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood voor het jaar 2020.

35

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


De subsidie voor mobiliteitshulpmiddelen De subsidie van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming bedroeg in 2020 55,4 mio euro. De subsidie voor residentiële ouderenzorg De residentiële ouderenzorg bestaat uit de woonzorgcentra (WZC), de centra voor kortverblijf (CVK) en de centra voor dagverzorging (CDV). Bij de centra voor dagverzorging wordt een onderscheid gemaakt tussen de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor zorgafhankelijke personen en de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte. De tegemoetkoming wordt via een derdebetalersregeling door de zorgkas van de gebruiker rechtstreeks uitbetaald aan de ouderenvoorziening. In de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit:  de basistegemoetkoming voor zorg;  de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kosten van het incontinentiemateriaal. In de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit:  de basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging;  de tegemoetkoming in de reiskosten naar het centrum voor dagverzorging. De totale geboekte uitgaven voor de tegemoetkoming voor residentiële zorg bedroegen voor 2020 1.999,9 miljoen euro. Daarvoor waren in 2020 84.282 gebruikers met een tegemoetkoming voor residentiële zorg. De subsidie voor werkingskosten voor het ledenbeheer en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Deze subsidie voor werkingskosten is een forfaitair bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. De nietloon component is in 2020 - conform de begrotingsinstructies - opnieuw niet geïndexeerd. Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het aantal leden en het aantal personen dat een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden ontvangt. Voor het jaar 2020 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 9.237.247 euro. De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor mensen met een handicap Deze subsidie voor werkingskosten is een forfaitair bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. De nietloon component is in 2020 - conform de begrotingsinstructies - echter niet geïndexeerd. Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een zorgbudget voor mensen met een handicap per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een zorgbudget bij alle erkende zorgkassen. Voor het jaar 2020 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 409.367 euro.

36

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Deze subsidie voor werkingskosten is een forfaitair bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. De nietloon component is in 2020 - conform de begrotingsinstructies - echter niet geïndexeerd. Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een zorgbudget bij alle erkende zorgkassen. Voor het jaar 2020 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 3.371.806 euro. De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Om in aanmerking te komen voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij mantel- en thuiszorg moet de gebruiker aantonen dat hij zwaar zorgbehoevend is. De zorgbehoevendheid kan aangetoond worden aan de hand van een indicatiestelling met de BEL-profielschaal. Hiervoor wordt een beroep gedaan op gemachtigde indicatiestellers, tenzij de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg al een BEL-foto hadden afgenomen. De zorgkassen betalen aan de gemachtigde indicatiestellers een vergoeding uit van 75 euro per uitgevoerde indicatiestelling. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming betaalt deze vergoeding volledig terug aan de zorgkassen via de subsidie voor indicatiestellingen. De zorgkassen bezorgen aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming maandelijks een overzicht van de uitbetaalde indicatiestellingen. In 2020 heeft het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming aan de zorgkassen 5,35 miljoen euro uitbetaald voor de vergoeding van indicatiestellingen. In 2019 was dit 5,34 miljoen euro. De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget ouderen De FOD Sociale Zekerheid blijft voor het zorgbudget ouderen instaan voor het uitvoeren van indicatiestellingen op basis van de medisch – sociale schaal. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming heeft hiervoor 1,82 miljoen euro in 2020 aan de FOD Sociale Zekerheid betaald. De subsidie voor werkingskosten voor de mobiliteitshulpmiddelen Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een dossier mobiliteitshulpmiddelen per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een dossier mobiliteitshulpmiddelen bij alle erkende zorgkassen. Onder dossier mobiliteitshulpmiddelen wordt verstaan: - ofwel, een dossier van een zorgbehoevende met een of meerdere aanvragen voor de aankoop van een mobiliteitshulpmiddel in het voorgaande kalenderjaar. In afwijking hiervan worden voor 2020 de dossiers in de periode van 1 januari tot 31 juli 2020 in rekening gebracht; - ofwel, een dossier van een zorgbehoevende met een tegemoetkoming in de vorm van periodieke huurforfaits voor een mobiliteitshulpmiddel waarvan de termijn voor tegemoetkomingen nog niet verstreken is op 31 december van het voorgaande kalenderjaar. In afwijking hiervan mag voor het jaar 2020 de termijn niet verstreken zijn op 31 juli 2020.

37

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Voor het jaar 2020 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 6.790.614 euro. De subsidie voor werkingskosten voor de residentiële ouderenvoorzieningen Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een tegemoetkoming voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een tegemoetkoming voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra bij alle erkende zorgkassen. Het gaat om het percentage personen met een tegemoetkoming voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra op 31 december van het voorgaande jaar, behalve voor het jaar 2019 waar het om het percentage personen op 31 juli 2019 gaat. Voor het jaar 2020 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 7.583.419 euro.

1.8 VERWERKING VAN GEGEVENSSTROMEN Voor de uitvoering van het ledenbeheer en de zorgbudgetten zijn er gegevensstromen tussen het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en volgende actoren: - de zorgkassen; - het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH); - het controleorgaan Mediwe; - de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg; - het Agentschap Opgroeien; - de FOD Sociale Zekerheid. Via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) zijn er gegevensstromen tussen het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en volgende actoren: - rijksregister - ziekenfondsen - Federale Pensioendienst - FOD Financiën - FOD Sociale Zekerheid - Agentschap Opgroeien Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming bezorgt via de KSZ gegevensstromen met de personen die recht hebben op een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood aan actoren die op basis van dit recht een sociaal voordeel toekennen. Het gaat hierbij om: - de ziekenfondsen - de Lijn - de gas- en elektriciteitsmaatschappijen - de watermaatschappijen en de Vlaamse milieumaatschappij (vanaf 2018)

38

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Verzamelen en analyseren van gegevens Voor de ledengegevens werden de resultaten verkregen via het Digitaal Platform VSB. Voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, inclusief de indicatiestellingen met de BEL-schaal, bezorgt elke zorgkas periodiek aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming een bestand. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming voegt deze bestanden samen tot een centraal bestand voor de dossiers zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden en een centraal bestand voor indicatiestellingen. De gegevens van het zorgbudget voor mensen met een handicap zijn opgenomen in een centrale applicatie (eBOB) binnen het Digitaal Platform VSB. Het VAPH, Opgroeien en de FOD Sociale Zekerheid leveren de gegevens aan voor de doelgroepen die een zorgbudget voor mensen met een handicap ontvangen. Via het Digitaal Platform worden deze gegevens verspreid naar de zorgkassen, en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. De gegevens van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood worden ook in een centrale applicatie (eZBO) binnen het Digitaal Platform ingevoerd. Burgers voeren een aanvraag in deze applicatie in, waarbij ze bijgestaan worden door een maatschappelijk werker van de dienst maatschappelijk werk van de ziekenfondsen of van een OCMW of een gemeente. De zorgkassen hebben toegang tot de centrale applicatie voor de behandeling van de dossiers. De gegevens voor een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen worden in een centrale applicatie (eMOHM) ingevoerd. De verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen voeren een aanvraag in. De zorgkassen hebben toegang tot de centrale applicatie voor de behandeling van de dossiers. Ook hebben de Zorgkassencommissie en, de Bijzondere Technische Commissie toegang tot de centrale applicatie eMOHM voor hun taken. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) heeft toegang tot een beperkt deel van de applicatie (enkel de statuspagina, waar het VAPH beslissingen/aanvragen kan consulteren). De gegevens voor een tegemoetkoming voor residentiële zorg De gegevens voor een tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of centrum voor dagverzorging worden via de software van de ouderenvoorzieningen verzonden naar de centrale toepassing eWZCfin. De ouderenvoorzieningen sturen de aanmelding van de opname, de indicatiestelling en de digitale facturen op naar eWZCfin. De zorgkassen hebben toegang tot eWZCfin voor de behandeling van de dossiers en het goedkeuren van de facturen. Ook de leden van de Zorgkassencommissie hebben toegang tot de centrale applicatie eWZCfin voor hun taken. De informatie over de opnames en indicatiestellingen wordt via VSBNet en Mycarenet bezorgd aan de zorgkassen en de ziekenfondsen.

39

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Doorgeefluik van gegevens Via bestanden -

-

Maandelijks bezorgt het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming aan de zorgkassen een lijst van indicatiestellers en een lijst van zorgverleners voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden; Tweewekelijks bezorgt het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming aan de zorgkassen bestanden met de resultaten van de controles door het controleorgaan.

Via DP VSB -

-

-

-

-

-

Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgt jaarlijks van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid een bestand dat aangeeft wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekteverzekering. Deze gegevens worden dan verder verspreid naar de zorgkassen waar de betrokken personen aangesloten zijn. Op basis van deze informatie kunnen de zorgkassen bepalen welke leden de verlaagde premie moeten betalen. Deze gegevensuitwisseling betekent zowel voor de personen in kwestie als voor de zorgkassen een administratieve vereenvoudiging. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming ontvangt jaarlijks een bestand via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid dat aangeeft wie op basis van de Europese verordening 883/2004 vrijgesteld is voor aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming. Maandelijks bezorgen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg via Vesta en het digitaal platform BEL-scores die recht geven op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden aan de zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid attesten van de FOD Sociale Zekerheid die recht geven op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Het gaat om scores op de medisch-sociale schaal die gebruikt wordt voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid i.k.v. het onderzoek naar het recht op de verhoogde kinderbijslag, integratietegemoetkoming, inkomensvervangende tegemoetkoming en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks updates van de attesten van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap (eerste fase van het zorgbudget voor mensen met een handicap). De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks attesten “niet-rechtstreeks toegankelijke hulp” van het VAPH. Het gaat om de personen die gebruik maken van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH. Deze hulp kan niet gecombineerd worden met een zorgbudget voor mensen met een handicap. En sinds 1 januari 2017 ook niet met een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, weliswaar met overgangsmaatregelen. Deze attesten bevatten de vermelding van voltijds verblijf in een minderjarigenvoorziening van het VAPH, of van persoonlijk assistentiebudget toegekend aan minderjarige personen (voordien werden deze gegevens via maandelijkse bestanden overgemaakt aan het Agentschap VSB). Minderjarige personen die voltijds in een VAPH-voorziening verblijven, of die een persoonlijk

40

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

-

-

-

-

assistentiebudget ontvangen, mogen deze uitkering of dit verblijf immers niet cumuleren met het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen attesten van het Agentschap Opgroeien die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap vanaf 1 januari 2017. Er worden hierna maandelijks ook updates bezorgd van deze attesten. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen attesten van de FOD Sociale Zekerheid die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap vanaf 1 september 2017. Er worden hierna maandelijks ook updates bezorgd van deze attesten. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen attesten van het Agentschap Opgroeien die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap. Er worden hierna maandelijks ook updates bezorgd van deze attesten. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks attesten van de personen die een beroep doen op niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp van het Agentschap Opgroeien (voordien werden deze gegevens via maandelijkse bestanden overgemaakt aan het Agentschap VSB). Personen die een beroep doen op deze hulp, mogen dit immers niet cumuleren met een zorgbudget voor mensen met een handicap. Sinds 2019 krijgen de zorgkassen attesten van personen die in een Vlaams erkend woonzorgcentrum verblijven of een score C of Cd op de Katz-schaal in een centrum voor kortverblijf hebben die recht geven op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden.

1.9 AANSLUITING EN VRIJSTELLINGEN Wie moet aansluiten Inwoners van Vlaanderen, ouder dan 25 jaar en Belgisch sociaal verzekerd, zijn verplicht om zich aan te sluiten bij de Vlaamse sociale bescherming. Men wordt als inwoner van Vlaanderen beschouwd als men ingeschreven is in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister. Personen die wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen op vrijwillige basis aansluiten bij de Vlaamse sociale bescherming. Ook inkomende grensarbeiders moeten of kunnen aansluiten. Inkomende grensarbeiders zijn verplicht aan te sluiten bij de Vlaamse sociale bescherming, indien zij aan volgende voorwaarden voldoen: - zij zijn ouder dan 25 jaar; - zij wonen niet in België, maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; - zij zijn sociaal verzekerd in België omwille van tewerkstelling in Vlaanderen. Is de tewerkstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan kunnen inkomende grensarbeiders vrijwillig aansluiten bij de Vlaamse sociale bescherming. Op 31 januari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Ingevolge het terugtrekkingsakkoord heeft de Brexit pas gevolgen vanaf 1 januari 2021.

41

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Wie is vrijgesteld Omwille van Europese of internationale regelgeving is een aantal personen vrijgesteld van aansluiting. Het gaat om: 

personen die uit eigen recht of als persoon ten laste sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de EU of de EER dan België, of in Zwitserland, de zogenaamde uitgaande grensarbeiders; Sinds 1 januari 2019 kunnen de personen die sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat vrijwillig bij de Vlaamse sociale bescherming aansluiten. Zij betalen dan de zorgpremie. In dat geval kunnen zij recht hebben op alle tegemoetkomingen van de Vlaamse sociale bescherming. Wensen ze geen zorgpremie te betalen, dan kunnen ze binnen VSB alleen een beroep doen op een tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel of een tegemoetkoming voor een verblijf in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of dagverzorgingscentrum. In dat geval worden ze administratief bij een zorgkas aangesloten op het moment dat ze op deze zorg een beroep willen doen.

personen die vrijgesteld zijn krachtens een internationale overeenkomst of Europese regelgeving, bijvoorbeeld EU-ambtenaren en hun personen ten laste, NAVO-personeelsleden, enz.

Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgt jaarlijks een bestand van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid dat aangeeft wie op basis van de Europese verordening 883/2004 vrijgesteld is van aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming. Niet alle vrijgestelden worden via de Kruispuntbank gerapporteerd. Wie niet via de Kruispuntbank gerapporteerd wordt, moet zelf jaarlijks met een attest aantonen dat men vrijgesteld is. Het verwerken van deze attesten vormt een belangrijke administratieve belasting voor het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Zorgpremie De jaarlijkse zorgpremie werd geïndexeerd en bedraagt in 2020 53 euro, in 2019 was dit 52 euro. Voor personen die genieten van een verhoogde tegemoetkoming voor de ziekteverzekering is de premie vastgesteld op 26 euro, hetzelfde bedrag als voor 2019. In 2020 waren er 4.134.056 leden die in aanmerking kwamen voor de gewone premie en 689.958 leden die in aanmerking kwamen voor de verminderde premie. In 2020 werd 237,2 miljoen euro premies geïnd.

42

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


1.10 ADMINISTRATIEVE GELDBOETE Algemeen principe Wie in Vlaanderen woont en ouder is dan 25 jaar, moet jaarlijks een zorgpremie betalen. Wie twee keer7 zijn premie niet betaalt, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 250 euro (100 euro voor VT’s).

Aantal boetes Er wordt een administratieve geldboete opgelegd aan personen die twee keer de jaarlijkse premie niet of niet volledig betaalden. Vooraleer de boete wordt opgelegd, krijgt een lid nog een laatste kans om zich te regulariseren. Daartoe sturen de zorgkassen een aangetekende brief met uitnodiging om de achterstallige premies alsnog te betalen. Enkel wie niet ingaat op deze laatste aanmaning heeft een boete. Wie de boete betwist, kan een bezwaar indienen bij het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Hieronder vindt u een tabel met het aantal opgelegde boetes en het aantal ingediende bezwaren. De stijging van het aantal boetes in 2020 is te verklaren door een wijziging in de wetgeving. Een administratieve geldboete wordt nu opgelegd aan personen die twee keer de jaarlijkse premie niet of niet volledig betaalden, voorheen was dit drie keer.

Mailing

Boetebrieven

Bezwaren

% bezwaren

2016 2017 2018 2019 2020

16.243 23.544 25.299 61.505 72.813

1.000 1.273 1.448 2.994 3.189

6,16% 5,41% 5,72% 4,87% 4,38%

Geïnd bedrag In 2020 werd op kasbasis een bedrag van 14.738.925 euro geïnd voor achterstallige premies en administratieve geldboetes. Daarvan werd 9.840.661 euro of 67% geïnd via de Vlaamse Belastingsdienst (gerechtsdeurwaarder). Het gaat om boetes die in 2020 en voorgaande jaren werden opgelegd.

1.11 TEGEMOETKOMINGEN Voorwaarden van administratieve aard Om in aanmerking te komen voor een zorgbudget moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: - aangesloten zijn bij een zorgkas; - de zorgpremies moeten betaald zijn of ze moeten gecompenseerd worden op het zorgbudget.

7

Tot en met 2018 werd een administratieve geldboete opgelegd aan personen die drie keer de geldboete niet betaald hadden.

43

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

-

-

op het ogenblik van de uitvoering van de tegemoetkoming moet de zorgbehoevende legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland; de zorgbehoevende moet minstens 5 jaar onafgebroken in Vlaanderen of Brussel wonen of ononderbroken sociaal verzekerd zijn in een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte (of een combinatie van beide) – dit geldt niet voor kinderen die jonger zijn dan 18 jaar; de zorgbehoevende moet minstens 65 jaar zijn voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. personen tot 25 jaar kunnen een aanvraag indienen bij een zorgkas naar keuze en hoeven geen premies te betalen

Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Recht

Personen die verblijven in een residentiële voorziening (een erkend woonzorgcentrum of psychiatrisch verzorgingstehuis) kunnen bij hun zorgkas een aanvraag voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij residentiële zorg indienen. In Brussel kunnen ook personen die verblijven in voorzieningen die erkend zijn door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de Franse Gemeenschapscommissie, een aanvraag indienen. Personen die thuis verblijven en zwaar zorgbehoevend zijn, kunnen bij hun zorgkas een aanvraag voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij mantel- en thuiszorg indienen. Wie doet de aanvraag

De aanvraag voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden kan gebeuren door de zorgbehoevende zelf of door een vertegenwoordiger. Datum van uitbetaling Tijdige aanvraag

De zorgbehoevende komt voor een tegemoetkoming in aanmerking vanaf de vierde maand volgend op de maand waarin de aanvraag is gebeurd. Laattijdige aanvraag: de datum van het attest van zorgbehoevendheid of het verblijfsattest valt vóór de datum van de aanvraag Zorgbehoevende personen die thuis verblijven hebben recht op een tegemoetkoming vanaf het ogenblik waarop hun zorgbehoefte werd vastgesteld. Zorgbehoevende personen die in een erkend woonzorgcentrum, rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven, verwerven recht op een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van zodra ze in de voorziening worden opgenomen. In het geval van een laattijdige aanvraag worden de tegemoetkomingen vanaf de eerste dag van de vijfde maand na de datum van het attest of het verblijf toegekend. Er kunnen maximaal zes maanden tegemoetkomingen retroactief worden uitgekeerd. 44

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Aanvraag en palliatief forfait

De zorgbehoevende met een palliatief forfait komt voor een tegemoetkoming in aanmerking vanaf de maand volgend op de maand waarin de aanvraag is gebeurd. Bij een laattijdige aanvraag is het vanaf de maand na datum van het attest. Het palliatief forfait moet wel toegekend zijn vóór de eerste dag van de vierde maand na de aanvraag of na de datum van het attest bij een laattijdige aanvraag. Deze maatregel is ingevoerd op 1 december 2019. Vereiste attesten

Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming voor residentiële zorg moet men een verblijfsattest voegen dat kan aangevraagd worden bij de residentiële instelling waar men verblijft of het ziekenfonds waarbij men aangesloten is. De aanvraag voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg moet vergezeld zijn van een attest dat de graad van zorgbehoevendheid aanduidt. Indien de zorgbehoevende reeds over een attest beschikt dat in aanmerking komt voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, volstaat het dit attest toe te voegen aan de aanvraag. De attesten die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg zijn:  minstens de score B op de Katz-schaal in de thuisverpleging (attest van het ziekenfonds);  minstens de score 35 op de BEL-profielschaal (attest van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg);  minstens de score 15 op de medisch-sociale schaal die wordt gebruikt voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming of het zorgbudget ouderen (attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of het ziekenfonds);  minstens de score C op de evaluatieschaal tot staving van de aanvraag tot tegemoetkoming in een centrum voor kortverblijf;  zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte of bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 18 punten op de medisch-sociale schaal (samengesteld uit de pijlers P1, P2 en P3) (attest van het ziekenfonds);  een Kine-E-attest in het kader van de verplichte ziekteverzekering. Dit attest mag bij een verlenging van een positieve beslissing voor mantel– en thuiszorg gebruikt worden als de persoon reeds drie jaar over een positieve beslissing op basis van de BEL-schaal (of een ander Kine-Eattest) beschikt (attest van het ziekenfonds). Indien men nog geen attest heeft dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg, kan de zorgbehoevende aan de zorgkas vragen om een indicatiestelling uit te voeren. Automatische toekenning

45

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


In bepaalde gevallen ontvangt de zwaar zorgbehoevende automatisch het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Een automatische toekenning is mogelijk bij zorgbehoevenden die beschikken over een van de volgende attesten:  minstens de score 35 op de BEL-profielschaal, bij zorgbehoevenden die een beroep doen op een erkende dienst voor gezinszorg, of op een erkende dienst voor logistieke hulp;  minstens de score 15 op de medisch-sociale schaal die wordt gebruikt voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming, de tegemoetkoming hulp aan bejaarden en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood;  zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke zorgbehoeften of bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 18 punten op de medisch-sociale schaal (samengesteld uit de pijlers P1, P2 en P3);  minstens de score C op de evaluatieschaal tot staving van de aanvraag tot tegemoetkoming in een Vlaams erkend centrum voor kortverblijf;  verblijfsattest dat aantoont dat de persoon in een Vlaams erkend woonzorgcentrum verblijft De zorgbehoevende heeft recht op een tegemoetkoming vanaf de eerste dag van de vierde maand na de datum waarop de dienst de BEL-schaal heeft afgenomen, of de eerste dag van de vierde maand na de begindatum van het attest. De automatische toekenning van de tegemoetkoming gebeurt op basis van gegevensstromen. Om het dossier te vervolledigen, kan de zorgkas bijkomende gegevens opvragen bij de zorgbehoevende, zoals bijvoorbeeld het rekeningnummer waarop de tegemoetkoming uitbetaald moet worden. Personen die over een ander geldig attest beschikken of die in een psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven, moeten wel nog steeds een aanvraag indienen. Uitvoering van de indicatiestellingen

Indien de aanvrager nog geen attest heeft dat in aanmerking komt voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zal de zorgkas aan een gemachtigde indicatiesteller vragen om een indicatiestelling uit te voeren. De uitvoering van de indicatiestelling gebeurt bij de zorgbehoevende thuis. Aan de hand van een vragenlijst wordt nagegaan in welke mate iemand zelfstandig in staat is huishoudelijke activiteiten te verrichten, de lichaamsverzorging uit te voeren, sociaal kan fuctioneren en een goede geestelijke gezondheid heeft. Als bijlage 7 wordt de vragenlijst (BEL-foto) toegevoegd die door de indicatiesteller wordt gebruikt om de mate van zorgbehoevendheid te bepalen. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg moet men minstens 35 punten scoren op de BEL-profielschaal. In de regio Dendermonde/Sint-Niklaas loopt een pilootproject, waarbij voor de zorgverzekering, de gezinszorg en de woonzorgcentra de BelRAI–screener mag gehanteerd worden als evaluatieinstrument. Voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (de zorgverzekering) betekent dit, dat een score van minstens 13 op de BelRAI–screener of minstens een score van 6 op de onderdelen IADL of ADL recht geeft op een tegemoetkoming zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering).

46

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Met dit pilootproject wordt de brede uitrol van de BelRAI–screener in Vlaanderen in het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (de zorgverzekering) en in de gezinszorg voorbereid.

Controleorgaan

Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming voert controles uit op de indicatiestellingen die worden uitgevoerd door de gemachtigde indicatiestellers op basis van de BEL-profielschaal. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming heeft hiertoe – na een overheidsopdracht - een controleorgaan aangeduid: Mediwe vzw. Mediwe staat in voor de uitvoering van deze controles. Dit controleorgaan controleert jaarlijks via een steekproef 4.000 dossiers met een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg op basis van de BEL-profielschaal. Zorgbudget voor mensen met een handicap

Recht op het zorgbudget voor mensen met een handicap

De zorgkas kent een zorgbudget voor mensen met een handicap toe aan personen met een handicap die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning hebben. Een zorgbudget voor mensen met een handicap wordt toegekend aan meerderjarige personen die in aanmerking komen voor een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, en zowel op 31 december 2014 als op 1 januari 2016 geregistreerd staan op de Centrale Registratie voor Zorgvragen-databank, met een actieve vraag. Het zorgbudget voor mensen met een handicap ook toegekend aan minderjarigen die op 30 juni 2015 met een actieve zorgvraag geregistreerd waren bij de intersectorale toegangspoort voor jongerenwelzijn. Of ze kwamen op diezelfde datum in aanmerking voor een persoonlijk assistentiebudget voor minderjarigen. Het zorgbudget voor mensen met een handicap is verder uitgebreid. Ze is er nu ook voor kinderen en jongeren tot 21 jaar die minstens 12 punten scoren op de schaal voor bijkomende of verhoogde kinderbijslag, en jongeren van 21 tot en met 25 jaar met minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal voor de integratietegemoetkoming. Sinds mei 2019 wordt het zorgbudget voor personen met een handicap ook toegekend aan meerderjarige personen met een handicap die met een vraag naar een persoonsvolgend budget bij het VAPH geregistreerd staan in prioriteitengroep 1 of in prioriteitengroep 2, met een aanvraagdatum vóór 16 oktober 2017. Ten slotte is het mogelijk om een zorgbudget voor mensen met een handicap te ontvangen, na een vrijwillige overstap van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH, naar het zorgbudget voor mensen met een handicap. Het zorgbudget voor mensen met een handicap kan niet gecombineerd worden met:  

Het persoonsvolgend budget van het VAPH Het persoonlijke assistentiebudget (PAB) 47

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


     

Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. Verblijf in een gemeenschapsinstelling erkend door Opgroeien Een inschrijving in een internaat of internaat permanente openstelling (IPO) van een medischpedagogisch instituut van het Gemeenschapsonderwijs Een verblijf in een residentiële gehandicaptenvoorziening buiten Vlaanderen (in Brussel, Wallonië of het buitenland). Ondersteuning door een ambulante gehandicaptenvoorziening buiten Vlaanderen (in Brussel, Wallonië of het buitenland). Een verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis.

Beslissing en uitvoering van het zorgbudget voor mensen met een handicap

Bij de eerste groep geldt beslissing voor onbepaalde duur. Bij de tweede groep geldt de positieve beslissing tot de leeftijd van 21 jaar, tenzij de einddatum van het attest later valt. Dan loopt de beslissing tot het einde van de maand waarin het attest vervalt. Bij de derde groep geldt de positieve beslissing zolang de persoon een score van minstens 12 punten heeft. Bij de vierde groep gaat de positieve beslissing in op 1 mei 2019. Deze beslissing geldt voor onbepaalde duur. Er is geen carenstijd bij het zorgbudget voor mensen met een handicap. Dit houdt in dat de uitvoering van het zorgbudget voor mensen met een handicap ingaat vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop het recht op een zorgbudget voor mensen met een handicap geopend wordt. Het zorgbudget voor mensen met een handicap bedraagt 300 euro per maand en is cumuleerbaar met de andere tegemoetkomingen van VSB. Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood De zorgkassen staan in voor de behandeling van de dossiers zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. Aanvraag voor een zorgbudget ouderen

Ouderen (65-plussers) met een vermindering van hun zelfredzaamheid en met een beperkt inkomen die bijkomende kosten hebben vanwege die vermindering van de zelfredzaamheid, kunnen bij hun zorgkas een aanvraag voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood indienen. De aanvraag voor een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood kan ingediend worden door de zorgbehoevende zelf of door een vertegenwoordiger. De aanvraag gebeurt online via de elektronische identiteitskaart en de pincode van de zorgbehoevende. Medewerkers van de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, van de OCMW’s en van de sociale diensten van gemeenten en steden kunnen de zorgbehoevende of zijn vertegenwoordiger hierbij helpen. Zij hebben de mogelijkheid om met de eigen elektronische identiteitskaart en pincode aanvragen in te dienen voor hun klanten of burgers.

48

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Brussel

Personen die in Brussel wonen kunnen geen aanvraag voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood indienen bij hun zorgkas, ook al zijn ze aangesloten bij de Vlaamse sociale bescherming. Ze dienen zich hiervoor te wenden tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waar ze een aanvraag voor een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden kunnen indienen. Vaststelling verminderde zelfredzaamheid

De vaststelling van de verminderde zelfredzaamheid voor de aanvragen voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood gebeurt momenteel nog door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, meer bepaald door artsen bij de Directie-generaal Personen met een handicap. Ze maken hiervoor gebruik van de medisch-sociale schaal. De artsen vragen medische informatie op bij de behandelende arts van de zorgbehoevende. Deze informatie kan volstaan, maar de directie-Generaal Personen met een Handicap kan de zorgbehoevende ook nog uitnodigen voor een gesprek met de arts. De medisch-sociale schaal meet de invloed van de handicap of gezondheidsprobleem op het dagelijkse leven. Het gaat om dagelijkse activiteiten op deze 6 domeinen:  je verplaatsen  eten bereiden en opeten  je verzorgen en aankleden  je woning onderhouden en huishoudelijke activiteiten doen  gevaar inschatten en vermijden  contacten onderhouden met andere personen Per criterium kan je maximum 3 punten krijgen:    

0 punten = geen moeilijkheden 1 punt = weinig moeilijkheden 2 punten = grote moeilijkheden 3 punten = onmogelijk zonder hulp van anderen

Je moet minstens 7 punten behalen op deze schaal van zelfredzaamheid om een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood te krijgen. Het maximum is 18 punten. Er zijn 5 categorieën van zorgzwaarte. Bij elke categorie hoort een maximaal bedrag voor het zorgbudget (toestand op 31 december 2020). Categorie

Punten

Maximaal jaarbedrag

Maximaal maandbedrag

1

7-8

1.041,77

87

2

9-11

3.976,67

331

3

12-14

4.834,97

403

4

15-16

5.693,05

474

5

17-18

6.993,11

583

49

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Zorgbudget ouderen is inkomensafhankelijk

Hoeveel het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood uiteindelijk bedraagt, hangt ook af van het inkomen van de zorgbehoevende en zijn eventuele partner. De meest voorkomende inkomstenbronnen waarmee rekening gehouden wordt zijn:  Pensioen, waarvan 90 % in aanmerking wordt genomen;  Inkomen uit arbeid;  Vervangingsinkomen;  Spaargelden;  Beleggingen;  Eigendommen (huis, bouwgrond, weiland,..);  Verkoop of schenking van eigendommen in de laatste 10 jaar. De partner van de zorgbehoevende is de persoon die op hetzelfde adres woont en die geen bloed- of aanverwant is in de eerste, tweede of derde graad.  eerste graad: vb kind, ouder, schoonouder  tweede graad: vb broer, zus, grootouder, schoonbroer, schoonzus  derde graad: vb oom, tante Heeft de zorgbehoevende een partner of een kind ten laste, dan behoort hij tot de gezinscategorie B. In de andere gevallen behoort hij tot de gezinscategorie A. Afhankelijk van de gezinscategorie wordt een bepaalde som van het inkomen niet in aanmerking genomen bij de berekening van het zorgbudget ouderen (toestand 31 december 2020): Gezinscategorie A B

Vrijstelling inkomen 14.149,83 17.681,40

Men bekomt dus het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood door het maximale bedrag van het zorgbudget te verminderen met het berekend inkomen, waarbij een bepaald deel van het inkomen wordt vrijgesteld. Beslissing en uitvoering van het zorgbudget ouderen

Bij een goedkeuring van de aanvraag, gaat het recht in vanaf de maand die volgt op de aanvraag. Er is dus geen carenstijd. Na het nemen van de positieve beslissing betaalt de zorgkas de achterstallige bedragen uit. Vervolgens betaalt de zorgkas het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood telkens voor het einde van de maand uit. De betaling gebeurt op het rekeningnummer van de zorgbehoevende. Is de behandelingstermijn meer dan zes maanden, dan betaalt de zorgkas ook verwijlintresten uit.

50

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Mobiliteitshulpmiddelen Overheveling van de bevoegdheid naar Vlaamse sociale bescherming Vanaf 1 januari 2019 zijn de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen ingebed in de Vlaamse sociale bescherming. Het gaat hierbij om de mobiliteitshulpmiddelen die voorheen onder de bevoegdheid van het RIZIV vielen, en om de aanvullende tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Met de federale overheid (RIZIV) was een overgangsprotocol afgesloten, waarbij de verzekeringsinstellingen en het RIZIV tot eind 2018 instonden voor de tegemoetkomingen voor de mobiliteitshulpmiddelen. Mobiliteitshulpmiddelen die voorheen onder de bevoegdheid van het RIZIV vielen, waren voornamelijk rolstoelen en aanpassingen op rolstoelen. Onder de bevoegdheid van het VAPH vielen tweede manuele rolstoelen, supplementen op rolstoelen, innovatieve producten, tellers voor onderhoud en herstel op een rolstoel,… Met het oog op een zo vlot mogelijke overname van de bevoegdheid hebben er op verschillende tijdstippen datamigraties plaatsgevonden tussen de verzekeringsinstellingen en het Agentschap VSB. Het gaat hierbij om gegevens over afgeleverde mobiliteitshulpmiddelen en lopende huurcontracten (huur woonzorgcentra). De gegevens van de afgeleverde mobiliteitshulpmiddelen gaan terug tot 2011. Bij de huurcontracten gaat het om dossiers waarbij in een periode tussen 1 juni 2018 en 31 december 2018 ten minste 1 maand huur werd gefactureerd. Daarnaast zijn er ook datamigraties gebeurd tussen het VAPH en het Agentschap VSB. Het gaat dan om gegevens over rolstoelen die in het verleden (teruggaand tot 2011) zijn afgeleverd en tellers voor onderhoud en herstel (teruggaand tot 2011). Aanvraag

Een aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel gebeurt steeds met een aantal documenten. Welke documenten dit moeten zijn, is afhankelijk van het mobiliteitshulpmiddel dat wordt aangevraagd. Eenvoudige hulpmiddelen vergen minder motivatie en bijgevolg minder documenten dan complexere mobiliteitshulpmiddelen. Er zijn vijf procedures en elk mobiliteitshulpmiddel valt onder een procedure. De procedure bepaalt welke documenten er nodig zijn en welk soort controle er zal gebeuren door de zorgkas en/of de zorgkassencommissie. Korte beschrijving van de 5 verschillende aanvraagprocedures: 1) vereenvoudigde aanvraag Een vereenvoudigde aanvraag wordt gevolgd bij onder meer aanvragen van een loophulpmiddel. Hiervoor is er enkel een medisch voorschrift, ingevuld door de arts, en een vereenvoudigd aanvraagdocument, ingevuld door de gebruiker en de verstrekker, nodig. Er is geen a priori controle door de zorgkassencommissie.

51

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


2) Basisprocedure Een basisprocedure wordt gevolgd bij aanvragen van onder meer een standaardrolstoel. Hiervoor is er een medisch voorschrift, ingevuld door de arts, en een aanvraagdocument, ingevuld door de gebruiker en de verstrekker, nodig. Dit soort aanvragen worden a priori behandeld door de zorgkassencommissie. De beoordeling mag monodisciplinair gebeuren door een expert of paramedicus. 3) Uitgebreide procedure De uitgebreide procedure wordt gevolgd bij onder meer de aanvraag van een modulaire rolstoel. Bovenop het medisch voorschrift en het aanvraagformulier, dient de verstrekker ook nog een motivatierapport in te dienen waarin hij beschrijft waarom deze hulpmiddelen noodzakelijk zijn en worden aangevraagd. Dit soort aanvragen wordt door de zorgkassencommissie a priori en monodisciplinair behandeld. 4) Uitgebreide plus procedure De uitgebreide plus procedure omvat naast de documenten van de uitgebreide procedure ook een rolstoeladviesrapport. Dit rapport wordt opgemaakt door een rolstoeladviesteam dat multidisciplinair is samengesteld. Het rolstoeladviesrapport vervangt in de meeste gevallen het medisch voorschrift, met uitzondering van aanvragen voor scooters waar ook nog een medisch voorschrift nodig is. Dit soort aanvragen zal a priori en multidisciplinair door een arts én een expert van de zorgkassencommissie worden beoordeeld. Het gaat bijvoorbeeld om aanvragen van elektronische rolstoelen of elektronische scooters. 5) Bijzondere Technische Procedure De laatste procedure is een ‘uitzonderingsprocedure’. Deze kan gevolgd worden wanneer het een aanvraag betreft die niet valt onder één van de klassieke procedures (zoals hierboven beschreven in punt 1 tot en met 4). Het gaat dan bijvoorbeeld om aanvragen van producten die niet op de productlijst staan zoals innovatieve producten. Voor dit soort aanvragen zijn 5 documenten noodzakelijk: een aanvraagdocument, een rolstoeladviesrapport, in sommige gevallen nog een medisch voorschrift, een motiveringsrapport en een bestek. Het bestek wordt opgemaakt door de verstrekker. Dit soort aanvragen zal a priori en multidisciplinair worden beoordeeld door de zorgkassencommissie en nadien door de Bijzondere Technische Commissie. In alle 5 de procedures is er in bepaalde gevallen ook een testrapport verplicht. Dit wanneer het om een eerste aanvraag gaat van een elektronische rolstoel of scooter. Verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen

De Vlaamse sociale bescherming werkt met verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen die daartoe gemachtigd zijn. De verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen die aan één van de onderstaande voorwaarden voldoen, worden van rechtswege gemachtigd om mobiliteitshulpmiddelen te verkopen of te verhuren: 52

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


ze beschikken over een erkenning als orthopedisch technoloog in de mobiliteitshulpmiddelen ter uitvoering van artikel 72 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015; ze beschikken over een erkenning voor de verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen en hun aanpassingen, afgeleverd conform artikel 215 van de Ziekteverzekeringswet.

Er worden extra voorwaarden opgelegd aan verstrekkers die instaan voor de verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan zorgbehoevenden die aan snel degeneratieve aandoeningen lijden. Dit om de kwaliteit van dienstverlening voor deze doelgroep te garanderen. De gebruiker kan vrij kiezen tot welke verstrekker hij zich wendt. De verstrekker zal samen met de zorgbehoevende nagaan welk hulpmiddel het meest geschikt is. De verstrekker dient de aanvraag voor een tegemoetkoming voor de mobiliteitshulpmiddelen digitaal in naam van de zorgbehoevende in. Brussel

Elke inwoner van Brussel die bij een zorgkas aangesloten is, kan een tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel binnen de Vlaamse sociale bescherming aanvragen. Deze persoon kan er echter ook voor kiezen om een beroep te doen op het systeem van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel.

Beperking van de mobiliteit van de zorgbehoevende

De omvang van de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen wordt bepaald in functie van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de zorgbehoevende in aanmerking komt, afhankelijk van de beperking van zijn mobiliteit, zijn functionele noden en zijn levensdoelen. De beperking van de mobiliteit van de zorgbehoevende wordt geëvalueerd aan de hand van het instrument ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health) door indicatiestellers. Voor eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen treedt de behandelende arts op als indicatiesteller, voor complexere hulpmiddelen gaat het om multidisciplinaire teams, rolstoeladviesteams genoemd. De ‘gespecialiseerde rolstoeladviesteams’ zijn erkende multidisciplinaire equipes die in het kader van verhuur aan personen met een snel degeneratieve aandoening voor een gespecialiseerd rolstoeladviesrapport zorgen. Vervolgens wordt dan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen ingeschakeld om deze noden te vertalen in een mobiliteitshulpmiddel dat voldoet aan de nodige functionaliteiten en wensen van de gebruiker. Aankoop en verhuur

Binnen het aankoopsysteem krijgt de gebruiker het mobiliteitshulpmiddel in eigendom. Het huursysteem houdt in dat de persoon een mobiliteitshulpmiddel ter beschikking gesteld krijgt en dat de verstrekker hiervoor maandelijks een vast huurforfait ontvangt. Het huursysteem was in 2020 verplicht voor 4 doelgroepen: - personen die zijn opgenomen in een woonzorgcentrum; - personen ouder dan 85 jaar; - personen met een snel degeneratieve aandoening; 53

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

personen die pas uit revalidatie komen.

Indeling van de verschillende types mobiliteitshulpmiddelen

Mobiliteitshulpmiddelen worden ingedeeld in hoofdgroepen en subgroepen. Bijvoorbeeld: hoofdgroep ‘manuele rolstoelen’, subgroep ‘standaardrolstoel’/’modulaire rolstoel’/… Een volledige lijst van deze indeling is terug te vinden als bijlage 8. Elk type mobiliteitshulpmiddel heeft een prestatiecode. De prestatiecode bepaalt welke tegemoetkoming tegenover het type mobiliteitshulpmiddel staat. Onder deze prestatiecode bestaan verschillende producten, dit zijn de verschillende merken en types van een mobiliteitshulpmiddel. Aflevering

Nadat de verstrekker een positieve beslissing over de tegemoetkoming van het mobiliteitshulpmiddel heeft verkregen, mag hij het mobiliteitshulpmiddel afleveren aan de zorgbehoevende. In het aankoopsysteem zal de zorgbehoevende ook een ‘afleveringsattest’ tekenen. Dit bewijst welke hulpmiddelen er effectief zijn afgeleverd aan de gebruiker. In het huursysteem gaat het niet om een ‘afleveringsattest’ maar om een huurovereenkomst waarin de bepalingen rond de verhuur zijn opgenomen. Deze huurovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. De verstrekker moet dit afleveringsattest of huurcontract ook digitaal bezorgen aan de zorgkas. De aflevering moet gebeuren binnen een welbepaalde termijn. Deze termijn is enkel verlengbaar indien er door de verstrekker overmacht wordt ingeroepen. Testrapport

Bij de aanvraag voor een aankoop van een elektronische rolstoel of een elektronische scooter, dient er verplicht een testrapport te worden opgemaakt door de verstrekker. De test moet aantonen dat:   

het mobiliteitshulpmiddel aangepast is aan de noden van de zorgbehoevende; het mobiliteitshulpmiddel gebruikt kan worden in de woon- en leefomgeving van de zorgbehoevende; de zorgbehoevende in staat is om het mobiliteitshulpmiddel veilig te gebruiken (binnenshuis en/of op de openbare weg).

Indien het gaat om een eerste aanvraag van een elektronische rolstoel, dan moet de test worden uitgevoerd in de woonplaats of de woonomgeving van de gebruiker. De test zelf moet bestaan uit het uitproberen van ten minste twee verschillende mobiliteitshulpmiddelen die aangepast zijn aan de noden van de gebruiker. Ten minste één van de geteste mobiliteitshulpmiddelen moet volledig vergoedbaar zijn, zonder supplementen voor de zorgbehoevende.

54

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Beslissing en uitvoering

De zorgkas beslist over de tegemoetkoming voor het mobiliteitshulpmiddel. Zij voert hiervoor een aantal administratieve controles uit. Inhoudelijk wordt het dossier beoordeeld door de zorgkassencommissie. Zij geeft een bindend advies aan de zorgkas. De zorgkas bezorgt de beslissing aan de zorgbehoevende en (digitaal) aan de verstrekker die de aanvraag heeft ingediend. De zorgkas betaalt de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen uit aan de verstrekker via een derdebetalerssysteem. Zorgkassencommissie (ZKC)

De zorgkassencommissie (ZKC) oordeelt monodisciplinair (enkel expert of arts) of multidisciplinair (een expert én een arts) over een dossier. Het ZKC team oordeelt op basis van de documenten die voorhanden zijn (medisch voorschrift, rolstoeladviesrapport,…). De ZKC kan extra informatie bij de arts, de verstrekker of de zorgbehoevende opvragen. Zij kan ook een huisbezoek bij de zorgbehoevende afleggen. Controles kunnen a priori of a posteriori worden uitgevoerd. Dus zowel voordat de beslissing is genomen (a priori) als nadat de beslissing is genomen en het mobiliteitshulpmiddel reeds is afgeleverd (a posteriori controle). Bijzondere technische Commissie

Bij het agentschap VSB is de Bijzondere Technische Commissie (BTC) voor mobiliteitshulpmiddelen opgericht. Deze commissie is belast met de individuele beoordeling van aanvragen van tegemoetkomingen op basis van bijzondere noden voor mobiliteitshulpmiddelen of innovatieve mobiliteitshulpmiddelen. Het gaat om mobiliteitshulpmiddelen: - die niet opgenomen zijn op de lijst van voor vergoeding aangenomen producten; - of, waarvoor omwille van bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden een bijkomende tegemoetkoming verantwoord is; - of waarvoor een afwijking van de wettelijke voorwaarden mogelijk moet zijn. De BTC fungeert tevens als vangnet voor dossiers die via de klassieke procedures niet tot een billijke oplossing komen. Omdat de BTC een uitzonderingsprocedure moet blijven, zijn een aantal drempels ingebouwd om te vermijden dat dossiers onterecht naar de BTC worden doorgeschoven. De zorgkassencommissie zal een dossier eerst ontvankelijk moeten verklaren, vooraleer het kan voorgelegd kan worden aan de BTC. De BTC komt maandelijks samen. Samenstelling BTC De leden van de BTC hebben vanuit hun eigen invalshoek een bepaalde expertise opgebouwd (medisch, technisch of paramedisch). Ook de gebruikersorganisaties zijn vertegenwoordigd in de BTC. De BTC bestaat uit 6 leden en 1 voorzitter. De minister benoemt de leden van de Bijzondere Technische Commissie. 55

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Als effectieve leden van de BTC zijn volgende personen aangeduid: ° de heer Roland Pouillie ° de heer Philiep Berkein ° mevrouw Liesbet Vandewalle ° de heer Mark Vossen ° de heer Ben De Rijcker ° de heer Noël Stammen ° de heer Daniel Dewilde ° de heer Herman Janssens ° de heer Danny Reviers ° mevrouw Annelies Verburgt Als plaatsvervangende leden van de BTC: ° mevrouw Petra Driessens ° mevrouw Katrien De Koekelaere ° mevrouw Katalien Guilbert ° de heer Jo Breugelmans ° de heer Mark De Muynck ° mevrouw Sofie Vercaemer ° mevrouw An Cleuren ° de heer Reinhart Niesten ° mevrouw Mia Mahy ° de heer Walter Sablon De voorzitter van de BTC is de heer Roland Pouillie. De plaatsvervangende voorzitter is mevrouw Petra Driessens. De secretaris van de BTC is mevrouw Jasmien Siaens. Cijfergegevens In 2020 hebben er 11 commissies plaatsgevonden waarbij in totaal 365 dossiers werden behandeld.

Vergadering Totaal

Aantal dossiers

Status: aanvaard

Status: gedeeltelijk aanvaard

Status: geweigerd

Status: verdaagd

365

191

67

80

27

Er is voor 2020 een bedrag van 866.922,91 EUR goedgekeurd.

Residentiële ouderenzorg Recht op residentiële ouderenzorg

Voor elke bewoner/gebruiker die in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of centrum voor dagverzorging verblijft, factureert de voorziening in kwestie de tegemoetkomingen voor zorg aan de zorgkassen. De zorgkassen staan in voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen voor zorg.

56

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


In de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit:  de basistegemoetkoming voor zorg (berekend in RaaS, voorheen instellingsforfait);  de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kosten van het incontinentiemateriaal. In de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit:  de basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging (berekend in RaaS, voorheen instellingsforfait);  de tegemoetkoming in de reiskosten centrum voor dagverzorging. De reiskosten van en naar het centrum voor dagverzorging worden vanaf 1 januari 2019 door de voorziening gefactureerd en in mindering gebracht op de factuur van de gebruiker. Basistegemoetkoming zorg

De basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging is alleen bestemd voor de financiering van de volgende diensten en producten:  de zorg en ondersteuning in de handelingen van het dagelijks leven;  de verzorging verleend door verpleegkundigen;  de logopedieverstrekkingen verleend door de zorgverleners die daarvoor bevoegd zijn;  elke handeling tot reactivatie en sociale re-integratie, inclusief de ergotherapie;  een tegemoetkoming om de inzet van bijkomende zorginspanningen te stimuleren;  de producten en de materialen ter preventie van nosocomiale ziekten, alsook de volgende producten: o de ontsmettingsmiddelen die niet terugbetaalbaar zijn in het kader van de verplichte ziekteverzekering, uitgezonderd de ontsmettingsmiddelen voor gynaecologie, monden oogverzorging; o de niet-geïmpregneerde verbanden; o de steriele kompressen die niet terugbetaalbaar zijn in het kader van de verplichte ziekteverzekering; o het onderhuids en/of intramusculair injectiemateriaal, uitgezonderd insulinespuiten; 

de opleiding en de sensibilisering van het personeel voor de palliatieve verzorging in: o de woonzorgcentra met een bijkomende erkenning; o de woonzorgcentra zonder bijkomende erkenning, in voorkomend geval met de bijbehorende centra voor kortverblijf, die tijdens de referentieperiode gemiddeld minstens 25 bewoners in de afhankelijkheidscategorieën B, C of Cd, huisvesten en ten opzichte van het totaalaantal erkende entiteiten minstens 40% bewoners telt in de afhankelijkheidscategorieën B, C of Cd;

 

een tegemoetkoming in de beheerskosten en de kosten voor de gegevensoverdracht; het functiecomplement voor hoofdverpleegkundigen, de hoofdparamedici en de coördinerend verpleegkundigen met minstens achttien jaar anciënniteit; de financiering van een referentiepersoon voor dementie in de desbetreffende ouderenvoorzieningen waarin gemiddeld 25 bewoners verblijven die zijn gerangschikt in de afhankelijkheidscategorie Cd, wegens hun psychische afhankelijkheid; de titels en de beroepskwalificaties, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 2011; de aanvullende opleiding van het personeel op het vlak van dementie in de desbetreffende ouderenvoorzieningen met een bijkomende erkenning en in de ouderenvoorzieningen waarin

 

57

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


gemiddeld vijftien bewoners verblijven die zijn gerangschikt in de afhankelijkheidscategorie Cd, wegens hun psychische afhankelijkheid. In het MB VSB wordt de lijst van de producten en materialen ter preventie van nosocomiale ziekten opgesomd. De basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra met een bijkomende erkenning bevat ook nog de volgende producten en diensten:  de kinesitherapieverstrekkingen verleend door de zorgverstrekkers, die daartoe bevoegd zijn;  de taken van de coördinerend en raadgevend arts;  de taken van een hoofdverpleegkundige. De basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor kortverblijf bevat ook nog de volgende producten en diensten:  een bijkomende financiering voor het kortverblijf;  de werkingsmiddelen van het centrum voor kortverblijf;  in voorkomend geval de financiering voor het personeel in een centrum voor kortverblijf met een bijkomende erkenning. De basistegemoetkoming voor zorg in een woongelegenheid WZC zonder bijkomende erkenning en een CVK bevat geen kinesitherapieverstrekkingen. Een persoon die verblijft in een woongelegenheid WZC zonder bijkomende erkenning of CVK kan kinesitherapieverstrekkingen via de RIZIV-nomenclatuur laten uitvoeren. Voor een persoon die verblijft in een woongelegenheid WZC met bijkomende erkenning zijn er geen kinesitherapieverstrekkingen via de RIZIV-nomenclatuur mogelijk. De basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra, in voorkomend geval met bijhorend centrum voor kortverblijf, wordt bepaald door het agentschap, via de webtoepassing RaaS (Meer info over vindt u hier: https://www.zorg-en-gezondheid.be/raas). Dit bedrag is verschillend per voorziening, maar gelijk voor alle bewoners of gebruikers van die voorziening. De basistegemoetkoming voor centra voor dagverzorging is een vast bedrag per dag dat gelijk is voor alle centra voor dagverzorging en bedroeg vanaf 1 maart 2020:  51,59 euro (50,59 euro voor de eerste 2 maanden van 2020) voor de erkende dagverzorgingscentra voor zorgafhankelijke personen, per verblijfsdag en per gebruiker (met een afhankelijkheidscategorie F, Fd of D);  97,24 euro (95,34 euro voor de eerste 2 maanden van 2020) voor de erkende dagverzorgingscentra voor personen met een ernstige ziekte, per verblijfsdag en per gebruiker (met een afhankelijkheidscategorie Fp). Tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal De tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal bedroeg in 2020 per verblijfsdag en per gebruiker 0,34 euro. Enkel indien er een basistegemoetkoming wordt gefactureerd voor een gebruiker voor een bepaalde verblijfsdag kan er ook een tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal worden gefactureerd. Bovendien geldt dat voor elke verblijfsdag die gefactureerd wordt, ook de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal moet worden gefactureerd aan de zorgkas en vervolgens in mindering gebracht op de gebruikersfactuur. 58

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Deze tegemoetkoming is enkel van toepassing voor de verblijfsdagen in een woonzorgcentrum en een centrum voor kortverblijf. Tegemoetkoming in de reiskosten In het BVR VSB is bepaald dat de tegemoetkoming voor de reiskosten van en naar de dagverzorgingscentra door het centrum voor dagverzorging wordt aangerekend aan de zorgkas en in mindering gebracht op de factuur van de gebruiker. In 2020 bedroeg de tegemoetkoming in de reiskosten per verblijfsdag en per gebruiker 0,35 euro per kilometer op grond van de werkelijke afstand tussen de hoofdverblijfplaats van de gebruiker en het centrum voor dagverzorging. De afstand tussen de hoofdverblijfsplaats van de gebruiker en het centrum voor dagverzorging waarvoor tegemoetkoming wordt voorzien is beperkt tot maximum 15 kilometer. Deze tegemoetkoming wordt toegekend voor zowel de heen- als terugrit.

1.12 DE ADMINISTRATIEVE BEROEPSCOMMISSIE De zorgbehoevenden kunnen bij de administratieve beroepscommissie van het agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming een beroepsschrift indienen als zij niet akkoord gaan met de beslissing van de zorgkas. Het gaat daarbij in hoofdzaak om negatieve beslissingen van de zorgkas op basis van een BEL-schaal afgenomen door een gemachtigd indicatiesteller of door het controleorgaan. Behandeling van het beroepsschrift door de administratieve beroepscommissie De administratieve beroepscommissie geeft een gemotiveerd advies aan de leidend ambtenaar van het agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. De leidend ambtenaar neemt vervolgens een beslissing en bezorgt deze per aangetekende brief aan de indiener van het beroepsschrift. Personen die dat wensen, kunnen hun hoorrecht uitoefenen. Tegen de beslissing van de leidend ambtenaar kunnen betrokkenen nog beroep instellen bij de arbeidsrechtbank. Samenstelling van de administratieve beroepscommissie De administratieve beroepscommissie is multidisciplinair samengesteld. Sedert 1 oktober 2012 bestaat zij uit 2 kamers. De administratieve beroepscommissie komt ongeveer vier maal per maand samen. Als effectieve leden van de administratieve beroepscommissie Vlaamse Sociale Bescherming zijn volgende personen aangeduid: Kamer I : 1° mevrouw Greta De Geest, licentiaat in de rechten, voorzitter; 2° de heer Leo Luyckx, doctor in de geneeskunde; 3° mevrouw Krista Goetvinck, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Ingrid Baeyens, maatschappelijk assistent; 5° Openstaande vacature

59

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Kamer II: 1° mevrouw Isabelle Geladi , licentiaat in de rechten, voorzitter; 2° mevrouw Hilde Hendrickx, doctor in de geneeskunde; 3° de heer Franky Van Cauwenberghe, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Lieve Belmans, maatschappelijk assistent; 5° mevrouw Erna De Smit. Als plaatsvervangende leden van de administratieve beroepscommissie Vlaamse Sociale Bescherming: Kamer I: 1° de heer Koenraad Pauwelyn Dewilde, licentiaat in de rechten, plaatsvervangend voorzitter; 2°openstaande vacature voor een doctor in de geneeskunde; 3° mevrouw Ingrid Vandeuren, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Ingrid van Ruyskensveld, maatschappelijk assistente; 5° mevrouw Ilse Janssens. Kamer II: 1° mevrouw Kim Cierkens, licentiaat in de rechten, plaatsvervangend voorzitter; 2° de heer Paul Zegers, doctor in de geneeskunde; 3° mevrouw Kirsten Van Ingelghem, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Peggy Detandt, maatschappelijk assistente; 5° de heer Luc Geeraerts Secretaris van de administratieve beroepscommissie Vlaamse Sociale Bescherming is mevrouw Petra Driessens van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Cijfergegevens Aantal ingediende dossiers tegen de beslissing van de zorgkas inzake het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden in 2020 per status:

Advies Gegrond

aantal 533

Ongegrond

1.388

Opgelost

44

% 25,44 % 66,25 % 2,10%

Onontvankelijk

130

6,21%

Totaal

2.095

100%

Type Indicatiestelling Terugvordering Indicatiestelling Terugvordering Indicatiestelling Terugvordering Indicatiestelling Terugvordering Reden Rechtzetting zorgkas Gebrek aan bewijs Gebrek aan motivering intrekking Laattijdig Taal Zonder voorwerp

aantal 531 1 1.376 12 36 8 98 20 11 / 17 21 9 / 72 2.095 60

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Rechtzetting zorgkas: het dossier wordt naar aanleiding van het administratief beroep alsnog rechtgezet door de zorgkas zelf. Het administratief beroep wordt bijgevolg niet meer behandeld door de administratieve beroepscommissie. Zonder voorwerp: de reden tot het administratief beroep komt niet in aanmerking om behandeld te worden door de administratieve beroepscommissie. In dit geval wordt het bezwaar zonder voorwerp verklaard.

61

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


2 Inkomsten en uitgaven van de zorgkassen 2.1 INLEIDING De zorgkassen dienen jaarlijks vóór 30 april bij het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming een jaarrekening, een boekhoudkundig verslag en een sociale balans in. De jaarrekening wordt vooraf gecontroleerd door een bedrijfsrevisor die erkend is door de Controledienst voor de Ziekenfondsen (CDZ). De bedrijfsrevisor van elke zorgkas heeft de jaarrekening zonder voorbehoud goedgekeurd. De cijfers uit de jaarrekeningen van alle zorgkassen werden samengevoegd in één geglobaliseerde balans- en resultatenrekening die is toegevoegd als bijlage 4.

2.2 BESPREKING VAN DE VOORNAAMSTE POSTEN VAN DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING Bespreking van de activa Het balanstotaal van de zorgkassen is sterk gedaald van 1.208,9 miljoen euro in 2019 naar 514,6 miljoen euro in 2020 . Langs de actiefzijde van de balans vinden we hoofdzakelijk vlottende activa ( 507,8 miljoen euro) terug. Het aandeel van de vaste activa daalt met bijna 0,8 miljoen euro in 2020. Deze daling is het gevolg van de afbouw van de post Oprichtingskosten (rubriek 20 actief balans) bij een zorgkas. De vorderingen op ten hoogste 1 jaar dalen met ca. -800,8 miljoen euro. Deze daling is per saldo in hoofdzaak het resultaat van de krimpende stijging van de vordering op het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming (+ 31,3 miljoen), de daling van de vorderingen die de zorgkassen op verbonden entiteiten einde 2020 hadden (- 0,1 miljoen), de daling van de terugvorderingen aan tegemoetkomingen VSB (zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering), zorgbudget personen met handicap, zorgbudget ouderen met zorgnood met inbegrip van de VSB-pijlers MOHM en Ouderenzorg) ( - 790 miljoen en de daling van de rubriek 407 overige vorderingen ( - 44 miljoen). Er zijn geen uitstaande geldbeleggingen in het actief van de balans bij de zorgkassen einde 2020 opgenomen. De rubriek liquide middelen stijgt met ca. 98,2 miljoen euro ten aanzien van vorig jaar. De rubriek overlopende rekeningen van het actief worden voor 9,16 miljoen euro opgenomen in de balans.

62

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Hieronder worden de voornaamste balansposten toegelicht. Vaste activa (code 21/26)

De netto boekwaarden van de vaste activa bedragen voor alle zorgkassen samen 6.771.895 euro. De vaste activa omvatten uitgaven voor software-ontwikkeling in het kader van de verdere uitbouw van de Vlaamse sociale bescherming ( 6.541.346 euro netto boekwaarde ) en een gering bedrag aan materiële vaste activa ( 132.260 euro). Vorderingen op ten hoogste één jaar (code 40/47)

De vorderingen op ten hoogste 1 jaar bedragen 355.192.171 euro en hebben voornamelijk betrekking op: -

vorderingen op het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming: 211.524.267euro; terugvorderingen van tegemoetkomingen VSB: 59.285.647 euro; te ontvangen overheidssubsidies en tussenkomsten: 207.497 euro; overige vorderingen: 83.811.019 euro

De vorderingen op het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming (code 416) betreffen voornamelijk: -

-

-

het saldo van 20 % van de subsidie voor werkingskosten aan de mutualistische zorgkassen en de specifieke subsidie voor werkingskosten (vzw Vlaamse zorgkas) voor het jaar 2020 te betalen uiterlijk 31 maart 2021; het saldo van de afrekening van de tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden die aan het boekjaar worden toegewezen na verrekening van de uitbetaalde voorschotten en de geïnde zorgpremies; het saldo van de afrekening zorgbudget voor mensen met een handicap die aan het boekjaar worden toegewezen na verrekening van de uitbetaalde voorschotten en effectieve uitkeringen; het saldo van de afrekening van de VSB-pijler MOHM de facturen voor de vergoeding van indicatiestellingen die gedurende het boekjaar 2020 nog niet werden betaald door het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming.

Hierover wordt meer uitleg verstrekt bij de bespreking van de resultatenrekening. De terugvordering van tegemoetkomingen VSB (codes 4001 – 4006) betreft bedragen die de zorgkassen moeten terugvorderen omdat er onterecht een tegemoetkoming zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zorgbudget voor mensen met een handicap, zorgbudget voor ouderen met zorgnood , tegemoetkomingen MOHM en tegemoetkomingen in de Ouderenzorg werd uitgekeerd. Geldbeleggingen en liquide middelen (code 51/53 en 54/58)

De geldbeleggingen blijven einde boekjaar op 0 euro in het actief van de balans. De liquide middelen van de zorgkassen bedragen 143.449.435 euro. Dit is ca. 98,2 miljoen euro hoger dan vorig jaar.

63

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Bespreking van de passiva Reserves (code 13)

De geglobaliseerde reserves van de zes zorgkassen bedragen 14.769.656 euro. Overgedragen winst of overgedragen verlies (code 14) en voorzieningen voor overige risico’s en kosten (code 16) Het geglobaliseerde netto overgedragen resultaat naar het volgende boekjaar bedraagt – 1.969.943 euro. Schulden op ten hoogste één jaar (code 43/48)

De schulden op ten hoogste 1 jaar hebben voornamelijk betrekking op: - schulden wegens tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zorgbudget voor mensen met een handicap, zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en zorgpremies, mobiliteits- en hulpmiddelen en woonzorg- en dagverzorgingscentra: 229.960.555 euro; - schulden tegenover verbonden entiteiten: 18.172.468 euro (een daling tegenover vorig jaar); - schulden tegenover het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming: 150.331.560 euro; - overige schulden: 90.013.518 euro zijnde hoofdzakelijk te dragen administratiekosten van plaatselijke zorgkassen. De schulden wegens tegemoetkomingen van de diverse zorgbudgetten betreffen de uitbetalingen ervan in januari 2021 en februari 2021 maar die nog betrekking hebben op het jaar 2020. De schuld van de zorgkassen ten opzichte van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming bedraagt 150.331.560 euro. Naar aanleiding van het opstellen van de lopende rekening per zorgkas op 31 december 2020 werd de globale schuld van de zorgkassen aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming in het actief van de balans van het Agentschap bepaald op 71.068.774 euro. Dit laatste cijfer is gebaseerd op de medio februari 2021 ingediende overzichtsbladen met betrekking tot de zorgpremies en de diverse tegemoetkomingen VSB uit 2020 met uitzondering evenwel van de bladen die betrekking hebben op de rapportering woonzorgcentra en dagverzorgingscentra. De afrekening van deze pijler zal in het najaar 2021 plaatsvinden. Het verschil tussen de openstaande vordering in het actief van de balans bij het Agentschap en de openstaande schuld in het passief van de geglobaliseerde balans bij de zorgkassen is in hoofdzaak te wijten aan: -

-

de a posteriori opname door de zorgkassen van geactualiseerde gegevens met betrekking tot de effectief geïnde zorgpremies 2020; de effectief uitbetaalde tegemoetkomingen van de diverse zorgbudgetten (zwaar zorgbehoevenden, personen met handicap, ouderen met zorgnood en mobiliteits- en hulpmiddelen) of vastgestelde terugvorderingen in 2020; de eindafrekening 2020 van de specifieke werkingssubsidie aan de vzw Vlaamse zorgkas

64

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

de afrekening van de pijlers WZC – DVC die bij het Agentschap in het najaar 2021 na overleg met de zorgkassen zal plaatsvinden

Bespreking van de geglobaliseerde technische resultaten van de zorgkassen Technisch resultaat

Bij de opstart van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden is er voor gekozen om geen financiële verantwoordelijkheid toe te kennen aan de zorgkassen op het vlak van de tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Dit principe blijft ook in 2020 weerhouden. Daarom zijn de technische resultaten van de zorgkassen steeds gelijk aan nul. Zorgpremies (codes 700, 631)

In 2020 hebben de zorgkassen 234.414.877 euro aan zorgpremies geïnd. Dit bedrag is samengesteld als volgt (bedragen in euro): De door de zorgkassen gevorderde zorgpremies in 2020 Vorderingen die werden overgedragen aan het AVSB Te ontvangen zorgpremies niet opgenomen in 2019 Geboekte waardeverminderingen op zorgpremies Terugstortingen geïnde zorgpremies Totaal 2020

238.531.369 -4.265.120 6.084.904 -5.936.276 0 234.414.877

In de jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming werd 237,2 miljoen euro opgenomen. Het verschil van +/- 2,8 miljoen euro met het geglobaliseerde cijfer uit de jaarrekeningen van de zorgkassen betreft een aantal correcties die door de zorgkassen na 15 februari 2021 met betrekking tot het boekjaar 2020 werden gedaan: aanpassingen aan de rapporteringsbladen van februari 2021 en de door de zorgkassen nog geboekte waardeverminderingen. Overheidstoelagen (code 701)

De overheidstoelagen bedragen 2.712.693.144 euro en financieren samen met de door de zorgkassen geïnde zorgpremies de subsidie voor tegemoetkoming zorgbehoevenden met zware zorgnood ( 398.444.492 euro), de subsidie zorgbudget voor mensen met een handicap ( 62.142.335 euro), de subsidie zorgbudget voor ouderen met zorgnood ( 325.311.570 euro), de mobiliteits- en hulpmiddelen ( 59.010.041 euro), de woonzorg- en dagverzorgingscentra (respectievelijk 2.080.987.915 en 15.053.649 euro) en tenslotte de vergoeding voor indicatiestellingen ( 5.434.762 euro). Vergoedingen aan indicatiestellers (code 6091)

Het in de boekhouding van de zorgkassen opgenomen bedrag van de vergoedingen aan indicatiestellers ( 5.434.762 euro) wijkt met 80.762 euro af van het cijfer opgenomen in de jaarrekening (resultatenrekening) van het Agentschap (5.354.000 euro). Het verschil is te wijten aan de al dan niet toewijzing van een aantal facturen voor indicatiestellingen door de zorgkassen aan het boekjaar 2020 of aan de correcte rubriek binnen het technisch resultaat.

65

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tegemoetkomingen zorgbudget zwaar zorgbehoevenden (code 6001)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden in 2020 aan de zorgbehoevenden uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 398.444.492 euro. Dit bedrag wijkt met ca. 12,5 miljoen euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap ( 410.983.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/ 2021 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen (cut off) die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/ 2021) en de indiening van de stavingstukken (15/02/ 2021) ten aanzien van het Agentschap. Zorgbudget voor mensen met een handicap (code 6002)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap in 2020 aan deze doelgroep uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 62.142.335 euro. Dit bedrag wijkt met 351.665 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap ( 62.494.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/ 2021 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/ 2021) en de indiening van de stavingstukken (15/02/ 2021) ten aanzien van het Agentschap. Zorgbudget voor ouderen met zorgnood (code 6003)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen zorgbudget voor ouderen met een zorgnood in 2020 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 325.311.570 euro. Dit bedrag wijkt met 1.069.430 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap ( 327.381.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/ 2021 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/ 2021) en de indiening van de stavingstukken (15/02/ 2021) ten aanzien van het Agentschap. Tegemoetkomingen mobiliteits- en hulpmiddelen (code 6004)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen mobiliteits- en hulpmiddelen in 2020 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 59.010.041 euro. Dit bedrag wijkt met 3.577.041 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap ( 55.433.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/ 2021 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/ 2021) en de indiening van de stavingstukken (15/02/ 2021) ten aanzien van het Agentschap. Bij de opmaak van de jaarrekening AVSB baseerde men zich voor deze pijler op de dashboard gegevens van e-MOHM

66

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tegemoetkomingen woonzorgcentra en centra voor kortverblijf (code 6005)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen aan de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf in 2020 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 2.080.987.915 euro. Dit bedrag wijkt met 94.042.915 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap ( 1.986.945.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/ 2021 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boeking, in afwachting van de finale afrekening van deze pijler, van een bedrag ad. 22 miljoen euro aan te ontvangen facturen in het passief van de balans van het Agentschap en de boekhoudkundige verrichtingen die voor deze pijler nog werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/ 2021) en de indiening van de stavingstukken (15/02/ 2021) ten aanzien van het Agentschap. Bij de opmaak van de jaarrekening AVSB baseerde men zich voor deze pijler op de dashboard gegevens van e-WZCFin Tegemoetkomingen aan de dagverzorgingscentra (code 6006)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen aan de dagverzorgingscentra in 2020 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 15.053.649 euro. Dit bedrag wijkt met 1.918.649 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap 3.135.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/ 2021 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boeking, in afwachting van de finale afrekening van deze pijler, van een bedrag ad. 1,9 miljoen euro aan te ontvangen facturen in het passief van de balans van het Agentschap en de boekhoudkundige verrichtingen die voor deze pijler nog werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/ 2021) en de indiening van de stavingstukken (15/02/ 2021) ten aanzien van het Agentschap Bespreking van de geglobaliseerde werkingsresultaten van de zorgkassen Overheidstoelagen (code 740)

In de geglobaliseerde jaarrekening van de zorgkassen werd onder de post 740 een bedrag van 28.916.078 euro opgenomen. Dit bedrag is samengesteld uit: -

-

enerzijds de recurrente werkingssubsidie zoals bepaald in de artikelen 8 en 9 van het subsidiebesluit van 1 september 2006, de subsidieregeling zorgbudget voor mensen met een handicap (VSB subsidiebesluit van 14 oktober 2016) en de subsidie regeling voor ouderen met zorgnood, de mobiliteits-en hulpmiddelen en de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra; anderzijds de specifieke werkingssubsidie aan de vzw Vlaamse zorgkas bestaande uit de subsidie voor recurrente werking te verrekenen met de post “afrekening werkingssubsidie/reserves boekjaar 2020” .

In de jaarrekening van het Agentschap is een bedrag van 9.237.247 euro opgenomen als subsidie voor recurrente werking aan de erkende zorgkassen, 409.367 euro als werkingssubsidie zorgbudget 67

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


voor mensen met een handicap, 3.371.807 euro als werkingssubsidie zorgbudget voor ouderen met zware zorgnood, 6.790.615 euro als werkingssubsidie mobiliteits- en hulpmiddelen, 7.583.420 euro als werkingssubsidie aan de woonzorgcentra en een bedrag van 876.000 euro als specifieke werkingssubsidie voor de recurrente kosten van de vzw Vlaamse Zorgkas. Totaal dus 28.268.455 euro. Het verschil bij de werkingssubsidies aan de erkende zorgkassen is o.m. te wijten aan: -

Het al dan niet inboeken van de schijven van deze subsidies in de correcte rubriek (de jaarrekeningen geven geen detailbeeld ter zake); Het verkrijgen van bijkomende toelagen van verbonden entiteiten en deze onterecht opnemen als een overheidstoelage.

Diensten, diverse goederen, bezoldigingen (code 61 en 62)

De in het resultaat opgenomen kosten voor de aankoop van goederen en diensten (rubriek 61) bedragen 18.313.305 euro. In deze rubriek worden voornamelijk de kosten van drukwerken en de opvolging van de impact van nieuwe initiatieven op de werking van de zorgkassen (verderzetting van de werkzaamheden in het kader van VSB inzonderheid de inkanteling van nieuwe pijlers ) opgenomen. Het bedrag van 18.313.305 euro aan uitgaven voor de aankoop van goederen en diensten ligt 3,7 miljoen hoger in vergelijking tot vorig jaar ( 14.706.138 euro). De rubriek 62 personeelsuitgaven (bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen) ligt, gelet op de verdere uitbouw van de Vlaamse sociale bescherming eveneens hoger dan vorig jaar: 8.055.031 euro ( 7.480.313 euro in 2019). Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (code 63)

Er werd een bedrag van 2.846.534 euro door de zorgkassen als afschrijvingen op hun (im)materieel vast activum (in hoofdzaak software-ontwikkeling) in resultaat genomen. Dit bedrag ligt ca. 560.000 euro hoger dan einde 2019 ( 2.286.246 euro). Tenslotte werd er een bedrag van 171.620 euro aan waardeverminderingen op vlottende activa geboekt wat 4 247.927 euro lager is dan vorig jaar. Eén zorgkas heeft in 2020 een voorziening voor risico’s en kosten geboekt ten belope van 1.683 euro. Overige bedrijfsopbrengsten (code 74) en overige bedrijfskosten (code 64)

De overige bedrijfsopbrengsten van de geglobaliseerde resultatenrekening bedragen 580.252 euro. In 2019 bedroegen de overige bedrijfsopbrengsten 763.527 euro. De kosten en opbrengsten geboekt in het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van de ziekenfondsen worden gedekt door “trekkingsrechten”. Indien de geboekte kosten en opbrengsten

68

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


groter blijken dan de trekkingsrechten dan wordt het verschil bijgepast door de Aanvullende Verzekering van het ziekenfonds. Dit komt tot uiting in de rubriek “Overige Bedrijfsopbrengsten”. De overige bedrijfskosten liggen in 2020 op hetzelfde niveau dan vorig jaar (1.233.472 euro). Het betreft kosten aan de controledienst ziekenfondsen en revisorale uitgaven. Bespreking van de overige geglobaliseerde financiële en uitzonderlijke resultaten van de zorgkassen Financiële resultaten (code 75 en 65)

De geglobaliseerde financiële resultaten van de zorgkassen voor het boekjaar 2020 zijn negatief en belopen -134.726 euro. De beperkte financiële opbrengsten ( 23.986 euro) werden voornamelijk gegenereerd uit in 2020 vervallen beleggingen in termijndeposito’s op korte termijn en geringe rente op spaarrekeningen. Als financiële kosten (voornamelijk bankkosten, debetrentes) werd een totaalbedrag van 158.712 euro geboekt en in het resultaat opgenomen. Uitzonderlijke resultaten (code 76 en 66)

-

Het geglobaliseerd uitzonderlijke resultaat van de zorgkassen voor het boekjaar 2020 is licht positief: 3.688 euro.

Dit is het resultaat van 4.883 euro geboekte uitzonderlijke opbrengsten en 1.195 euro geboekte uitzonderlijke kosten. Geglobaliseerd resultaat van het boekjaar 2020 van de zorgkassen Het globale resultaat van het boekjaar van alle zorgkassen samen is negatief en bedraagt - 303.848 euro. Dit resultaat is sterk gedaaldn vergelijking tot vorig jaar waar er een nog globaal positief resultaat van 6.915.383 euro werd ingeschreven. De oorzaken zijn: -

Vier van de zes zorgkassen sloten hun boekjaar af met een negatief saldo. Einde 2019 waren er nog 4 zorgkassen met een positief resultaat; Verslechterd werkingsresultaat ten aanzien van 2019;

69

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


3 Inkomsten en uitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming In dit hoofdstuk worden de inkomsten en uitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming (AVSB) besproken aan de hand van de uitvoering van de begroting en de jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming van het jaar 2020 . ONTVANGSTEN (in k euro) ESR 95

COFOG

Omschrijving

Begroting

Overdracht overschot vorige begrotingsjaar 08.21

nvt

26.01

nvt

verlopen rente)

28.20

nvt

Inkomsten uit dividenden (bevek Vladubel)

Uitvoering

21.284

21.284

17.675

18.506

12.363

12.334

pm

10.035

3.165

0

225.566

237.200

21.273

19.304

(2019) Inkomsten uit beleggingen (na verwerking

Inkomensoverdrachten van de vzw Vlaamse 38.40

nvt

Zorgkas

38.50

nvt

Inkomsten uit internationale overeenkomsten

38.51

nvt

Zorgpremies

38.52

nvt

(vordering) + achterstallen

38.53

nvt

Inkomstenoverdrachten van de zorgkassen

pm

5.387

Terugstortingen van terugbetalingen

200

275

38.55

nvt

kwijtgescholden boetes en terugvorderingen

46.01

nvt

Jaardotatie AVSB vanuit de Vlaamse begroting

2.902.847

2.902.847

0

0

3.204.373

3.227.172

Inkomsten administratieve geldboete

58.20

nvt

Waardevermindering vordering adm. geldboete

TOTAAL VAN DE ONTVANGSTEN

UITGAVEN (in k euro) in VEK ESR 95

COFOG

Omschrijving

Begroting

Uitvoering

12.11

10200

Werkingskosten AVSB

5.190

3.895

12.11

10200

Projecten Residentiële Ouderenzorg

0

378

12.21

10200

Inkomensoverdrachten FOD Sociale Zekerheid

1.950

1.950

12.50

10200

Te betalen roerende voorheffing op dividenden

3.700

3.700

31.22

10200

Subsidie aan Steunpunt WVG

0

98

33.00

10200

Kwaliteitsdiagnostiek

132

205

402.900

410.983

34.31

10200

Zorgbudget zwaar zorgbehoevenden

34.31

10200

Zorgbudget ouderen met zorgnood

370.911

327.381

34.31

10200

Zorgbudget personen met handicap

63.420

62.494

Tegemoetkomingen MOHM

66.510

55.433

Subsidie aan de vzw Instituut voor

34.31

07130

70

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Div

10200

CORONA 2020 - uitgaven

34.32

10200

Tegemoetkomingen Residentiële Ouderenzorg

34.32

10200

Tgm voor bezoldigingen CRA in WZC

31.32

10200

Informaticapremies Ouderenzorg en projecten

119.603

217.792

2.107.112

1.999.880

0

3.469

593

879

50

0

Terugbetaling van onterecht betaalde 34.41

10200

ledenbijdragen en boetes

42.90

10200

Werkingssubsidies aan de zorgkassen

9.237

9.237

42.90

10200

Werkingssubsidies zorgkassen: indicatiestellers

6.712

5.544

42.90

10200

zorgkas

876

876

42.90

10200

409

409

Specifieke werkingssubsidie vzw Vlaamse Werkingssubsidies zorgkassen: zorgbudget voor

42.90

mensen met handicap Werkingssubsidies zorgkassen: zorgbudget

10200

ouderen

3.372

3.372

42.90

10200

Werkingssubsidies zorgkassen: MOHM

6.791

6.791

42.90

10200

Werkingssubsidies zorgkassen; WZC, CVK, DVC

7.584

7.583

51.12

10200

ICT-subsidie zorgkassen pijler MOHM

74.20

10200

Informatica-investeringen AVSB

03.10

00000

Dotatie aan het reservefonds

03.22

00000

0

0

8.785

7.723

0

0

18.536

97.100

3.204.373

3.227.172

Over te dragen overschot naar het volgende begrotingsjaar (2020)

TOTAAL VAN DE UITGAVEN

RESERVEFONDS (in k euro) ESR 95

COFOG

Omschrijving

Begroting

Begintoestand Dotaties van het jaar Eindtoestand van de reserves

Uitvoering

898.525

898.525

0

0

898.525

898.525

71

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


3.1 INKOMSTEN Overdracht begrotingsoverschot vorige begrotingsjaar Het boni van 21.284.357 euro uit 2019 werd in de uitvoeringsrekening van de begroting per 31 december 2020 aangerekend onder ESR 08.21 – overgedragen overschot vorige boekjaren. Dotaties aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming De initiële werkingsdotatie van het agentschap bedroeg voor het begrotingsjaar 2020 160.736.000 euro. Deze dotatie werd n.a.v. de begrotingscontrole 2020 verminderd met 6.144.000 euro tot 154.592.000 euro. In 2020 werden tevens de volgende dotaties in de begroting ingeschreven: De dotatie zorgbudget voor ouderen met een zorgnood ad. 370.741.000 euro initieel, later aangepast in de begrotingscontrole 2020 tot 370.076.000 euro en finaal door herverdelingen bepaald op 376.233.000 euro . De dotatie zorgbudget voor mensen met een handicap werd in de begrotingscontrole 2020 begroot op 58.814.000 euro en later aangepast tot 63.829.000 euro. De dotatie voor tegemoetkomingen mobiliteits- en hulpmiddelen bedroeg initieel 79.750.000 euro en werd later aangepast tot 73.301.000 euro. De dotatie voor tegemoetkomingen residentiële ouderenzorg bedroeg initieel 2.077.123.000 euro en werd na begrotingscontrole en coronaherverdelingen aangepast tot 2.234.892.000 euro. De globale finale dotatie aan het agentschap bedroeg bijgevolg in 2020 2.902.847.000 euro. Zorgpremies Op grond van het besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden van de vaststelling, de uitbetaling en de terugvordering van de subsidies van de zorgkassen in het kader van de Vlaamse Sociale Bescherming voor het jaar 2020 dienden laatstgenoemden uiterlijk op 15 februari 2021 een definitief overzicht aan het agentschap over te maken van de door hen geïnde zorgpremies. In de aangepaste begroting 2020 werd hiertoe een bedrag ingeschreven van en geraamd op 225.566.000 euro. Uit de rapporteringsbladen die de zorgkassen medio februari 2021 indienden, blijkt dat op datum van 31 december 2020 er een bedrag van 237.200.000 euro effectief door de zorgkassen aan zorgpremies werd geïnd. Dit is 11.634.000 euro meer dan werd geraamd.

Inkomsten uit beleggingen De inkomsten uit beleggingen andere dan uit de overheidssector (ESR 26.10) bedragen 6.518.000 euro. Het gaat in hoofdzaak om couponincasso’s van bedrijfsobligaties en nog zeer beperkte inkomsten uit zicht- en spaarrekeningen.

72

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


De inkomsten uit beleggingen van de overheidssector (ESR 26.20) bedragen 11.988.000 euro. Het gaat hier voornamelijk om inkomsten uit coupons van Belgische overheidsobligaties en obligaties uit EMU-landen met inbegrip van de verworven rente bij verkoop. In de aangepaste begroting 2020 werden de inkomsten uit beleggingen geraamd op 17.675.000 euro. Er werd dus een bedrag van 931.000 euro meer ontvangen. Naast de inkomsten uit de obligatieportefeuilles ontving het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming ook in mei 2020 een brutojaardividend uit de bevek Vladubel Zorgverzekering ad. 12.334.000 euro (cfr. ESR 28.20). Op het brutodividend werd een roerende voorheffing ad. 30% of 3.700.000 euro geheven (cfr. ESR 12.50) Inkomsten uit administratieve geldboete en achterstallige bijdragen Naar analogie met vorig jaar werd de vordering aan administratieve geldboetes conform het Vlaams rekendecreet aangerekend en dit voor 19.304.000 euro. De vordering administratieve geldboetes (voor mutaties) werden naar aanleiding van de begrotingscontrole 2020 geraamd op 25.718.349 euro. Deze vordering is gebaseerd op 2 boetemailings in januari en december 2020.Kasmatig werd er een bedrag van 14.738.925 euro in 2020 geïnd. Deze inningen worden ingevolge de regelgeving weliswaar niet meer budgettair aangerekend. Detail van de berekening: 2020 REA

per 31 december 2020

25.718.349 2 boetemailings 2020: bruto vordering boetes - 3.910.271 mutaties definitieve aanpassingen boete 19-20 - 589.716 mutaties voorlopige aanpassingen boete 19-20 - 1.914.362 toegepaste waardevermindering op vordering boetes 19.304.000 ESR 38 50 Terugstortingen van terugbetaalde kwijtgescholden administratieve geldboetes Het betreft een globaal bedrag van 275.000 euro aan terugstortingen van terugbetalingen kwijtgescholden boetes en gerecupereerde deurwaarderskosten. Waardevermindering vordering administratieve geldboetes - terugneming Op basis van de recentste applicatiegegevens werd een herberekening gedaan van de waardevermindering van de vordering boetes. Einde 2020 diende er geen terugneming te worden geboekt in de uitvoeringsrekening van de begroting. .

73

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Inkomsten uit internationale overeenkomsten Deze ontvangsten werden in 2020 begroot op 3.165.000 euro. Het gaat om terugvorderingen van kosten gedragen door VSB voor sociaal verzekerden in andere Europese lidstaten. In 2020 werd op deze allocatie vooralsnog niets aangerekend.

Terugvorderingen van onterecht uitbetaalde zorgbudget ouderen met zorgnood (ex THAB) Initieel werd op deze allocatie 200.000 euro ingeschreven. In 2020 werd er slechts een minimaal bedrag aangerekend door het Agentschap .

3.2 UITGAVEN Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Op 15 februari 2021 hebben de zorgkassen aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming een overzicht bezorgd van de uitgevoerde tegemoetkomingen en de vastgestelde terugvorderingen met betrekking tot het jaar 2020. Op basis van dit overzicht wordt de subsidie voor tegemoetkomingen voor het jaar 2020 berekend in de boekhouding van het agentschap (cfr. Bijlage 3 – Resultatenrekening – rubriek operationele kosten: 398.174.031 euro). In de begrotingsuitvoering 2020 werd een bedrag van 410.983.000 euro opgenomen. (cfr. ESR 34.31). Het verschil ad. euro betreft de aanrekening van de verrekening van het saldo van het jaar 2020 van de subsidie tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden.

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Zorgkas 180 280 380

Uitgaven mantel – en thuiszorg 141.936.340 7.981.480 74.270.040 22.951.022 18.950.620 9.613.166 275.702.668

Uitgaven residentiële zorg 64.442.820 2.891.400 22.595.870

Uitgaven voorgaande jaren 1.696.422 30.680 273.650 53.560 82.940 76.548 2.213.800

Uitgaven voorgaande jaren 7.426.665 272.480 2.127.790

Vastgestelde terugvordering en 3.080.220 1.170 24.310 18.152 7.410 9.879 3.141.141

Terugvorderingen ten laste van AVSB (+) 16.051 0 7.150 5.460 0 5.512 34.173

Vastgestelde terugvorderingen

Terugvorderingen ten laste VSB (+)

436.540 520 12.090

71.162 0 2.340

Totaal 140.568.593 8.010.990 74.526.530 22.991.889 19.026.150 9.685.347 274.809.500

Totaal 71.504.107 3.163.360 24.713.910

74

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


480 580 680 Totaal

Zorgkas

180 280 380 480 580 680 Totaal

9.034.469 8.766.550 4.760.991

15.937 914.680 506.812

6.919 2.730 10.557

650 0 6.837

9.044.137 9.678.500 5.264.083

112.492.100

11.264.364

469.356

80.989

123.368.097

Uitgaven mantel en thuiszorg

Uitgaven residentiële zorg

140.568.593 8.010.990 74.526.530 22.991.889 19.026.150 9.685.347 274.809.500

71.504.107 3.163.360 24.713.910 9.044.137 9.678.500 5.264.083 123.368.097

Teruggekomen betalingen en mutaties

Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden

-3566

-3.566

212.072.700 11.174.350 99.236.874 32.036.026 28.704.650 14.949.431 398.174.031

In 2021 heeft het agentschap op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van geïnde ledenbijdragen en uitbetaalde tenlastenemingen voor het jaar 2020 berekend. Op 15 juni 2021 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen: Zorgkas 180 280 380 480 580 680

Saldo jaar 2020

-8.580.067 -116.718,21 -247.271 -230.293 -2.537.294 -10.645.032,81

Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap Op 15 februari 2021 hebben de zorgkassen aan het agentschap een overzicht bezorgd van de uitgevoerde tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap en de vastgestelde terugvorderingen met betrekking tot het jaar 2020. Op basis van dit overzicht wordt de subsidie voor zorgbudget voor mensen met een handicap voor het jaar 2020 berekend in de boekhouding van het Agentschap (cfr. Bijlage 3 – Resultatenrekening – rubriek operationele kosten: 62.313.066 euro).

Zorgkas

Uitgaven Zorgbudget pers. met handicap

Uitgaven voorgaande jaren

Vastgestelde terugvorderingen

Terugvorderingen ten laste van AVSB (+)

Totaal

75

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


180

26.026.800

1.469.974

484.500

153.518 27.165.792

280

1.783.800

77.400

1.500

0

380

16.702.526

951.574

2.700

0 17.651.400

480

2.910.113

156.300

3.000

0

3.063.413

580

6.791.700

309.600

0

0

7.101.300

680

5.043.356

439.205

20.700

9.600

5.471.461

Totaal

59.258.295

3.404.053

512.400

1.859.700

163.118 62.313.066

In 2021 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van de uitbetaalde tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap voor het jaar 2020 berekend. Op 15 juni 2021 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen: Zorgkas

Saldo jaar 2020

180

-420.950

280

-52.700

380

-61.200

480

-55.050

580

-40.100

680

63.718

Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget ouderen met zorgnood Het agentschap betaalde in 2020 voorschotten uit aan de zorgkassen voor de financiering van de uitgaven zorgbudget ouderen.

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Betaalde voorschotten 184.321.514 9.294.413,00 83.592.843 25.923.235,00 14.452.662,00 10.849.430,00 328.434.097

De zes zorgkassen dienden tegen uiterlijk 15 februari 2021 een afrekening van alle effectief uitbetaalde tegemoetkomingen bij het agentschap in.

Zorgkas 180 280 380

Uitgaven Zorgbudget Ouderen

Betaalde intresten

Vastgestelde terugvorderingen

Terugvorderingen ten laste VSB

Totaal

183.130.280

7.678

987.003

445.991

182.596.947

9.173.480

435

8.504

0

9.165.412

83.227.789

2.432

34.265

7.541

83.203.498 76

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


480 580 680 Totaal

25.676.450

204

163.623

42.666

25.555.697

14.306.127

373

69.663

0

14.236.837

10.871.901

313

33.196

12.454

10.851.472

326.386.028

11.435

1.296.253

508.652

325.609.861

Het totaal van de rapporteringsbladen voor alle zorgkassen bedroeg 325.609.861 euro. In 2021 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van de uitbetaalde tegemoetkomingen zorgbudget ouderen voor het jaar 2020 berekend. Op 15 juni 2021 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen: Zorgkas 180

Betaalde voorschotten

Uitgaven zorgbudget ouderen

Saldo

184.321.514

182.596.947

-1.724.567

280

9.294.413,00

9.165.412

-129.001

380

83.592.843

83.244.211

-348.632

480

25.923.235,00

25.671.361

-251.874

580

14.452.662,00

14.235.836

-216.826

680

10.849.430,00

10.851.472

2.042

328.434.097

325.765.239

-2.668.858

Totaal

Subsidie voor tegemoetkomingen mobiliteitshulpmiddelen Op 15 februari 2021 hebben de zorgkassen aan het agentschap een overzicht bezorgd van de uitgaven voor Mobiliteitshulpmiddelen in het jaar 2020.

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Uitgaven Mobiliteitshulpmiddelen 33.331.122,59 1.718.507,45 12.677.958,46 4.217.101,92 4.692.107,86 2.668.814,87 59.305.613

Op 27 februari 2021 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de dashboardgegevens (E-Mohm) de uitgaven Mobiliteitshulpmiddelen voor het jaar 2020 geboekt: Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Uitgaven

30.135.381,33 1.706.699 11.112.228 4.085.260,43 4.167.086,98 2.463.948,58 53.670.603,96 77

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


De zorgverstrekkers mogen hun prestaties tot 2 jaar na prestatiedatum factureren. Daarom werd er hiervoor na tegenboeking van TOF vorig boekjaar nog te ontvangen facturen (TOF) bijkomend voorzien voor later gefactureerde prestaties van 1.762.016,95 EUR. Dit maakt dat de totale geboekte uitgaven 55.432.620,91 EUR (53.670.603,96 EUR + 1.762.016,95 EUR) bedragen. Een definitieve afrekening met de zorgkassen zal in de loop van september 2021 gebeuren aangezien VSB dezelfde werkwijze van afrekenen wil hanteren als voor de subsidies residentiële ouderenzorg waar er ook prestaties tot 2 jaar na datum mogen worden aangerekend. Subsidie voor tegemoetkomingen residentiële zorg Op 17 februari 2021 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de dashboardgegevens (E-WZCfin) de uitgaven residentiële ouderenzorg (WZC\CVK en DVC) voor het jaar 2020 geboekt. Er diende een rechtzetting van de geboekte cijfers van 2019 te gebeuren, daar er door nog niet beschikbare effectieve facturatie, de betaalde voorschotten 2019 als effectieve uitgaven geboekt waren: Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf (WZC\CVK) Zorgkas

Uitgaven

Rechtzetting cijfers '19

Totaal

180 1.133.761.527,33 -6.046.905,80 1.127.714.621,53 280 50.416.573,72 3.637.646,81 54.054.220,53 380 383.230.537,13 14.041.404,52 397.271.941,65 480 146.538.023,52 -1.227.079,65 145.310.943,87 580 145.115.812,70 -6.175.563,79 138.940.248,91 680 73.342.067,37 44.184.088,75 117.526.156,12 1.932.404.541,77 48.413.590,84 1.980.818.132,61 Totaal De zorgverstrekkers mogen hun prestaties tot 2 jaar na prestatiedatum factureren. Daarom werd er hiervoor na tegenboeking van TOF vorig boekjaar nog te ontvangen facturen WZC\CVK (TOF) bijkomend voorzien voor later gefactureerde prestaties van 5.927.981,40 EUR. De totale geboekte uitgaven voor WZC\CVK bedragen aldus 1.986.746.114,01 EUR (1.980.818.132,61 EUR + 5.927.981,40). Dagverzorgingscentra (DVC) Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Uitgaven

Rechtzetting cijfers '19

9.989.139,66 418.519,61 2.887.333,25 938.989,68 1.140.782,31 537.117,83

-4.465.684,07 -236.708,22 189.723,82 -369.576,80 -405.998,62 605.526,00

5.523.455,59 181.811,39 3.077.057,07 569.412,88 734.783,69 1.142.643,83

15.911.882,34

-4.682.717,89

11.229.164,45

Totaal

78

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


De zorgverstrekkers mogen hun prestaties tot 2 jaar na prestatiedatum factureren. Daarom werd er hiervoor nog te ontvangen facturen DVC (TOF) voorzien voor later gefactureerde prestaties van 1.906.249,12 EUR. De totale geboekte uitgaven voor DVC bedragen aldus 13.135.413,57 EUR (11.229.164,65 EUR +1.906.249,12 EUR). De globaal geboekte uitgaven voor residentiële zorg bedragen aldus 1.999.881.527,58 EUR (1.986.746.114,01 EUR + 13.135.413,57 EUR). Een definitieve afrekening met de zorgkassen zal in de loop van september 2021 gebeuren aangezien VSB dezelfde werkwijze van afrekenen wil hanteren als voor de subsidies Mobiliteitshulpmiddelen waar er ook prestaties tot 2 jaar na datum mogen worden aangerekend. In 2019 is er door de voorzieningen gestart met de omschakeling van manuele facturering naar digitale facturering. Dit proces heeft vertraging opgelopen door ICT-problemen, hierdoor is de afrekening voor het jaar 2020 nog niet kunnen gebeuren. Hierdoor heeft AVSB pas op 15 september 2021 een overzicht van de nog openstaande terugvorderingen bij de zorgkassen. Vergoeding van de indicatiestellingen m.b.t. het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de vergoedingen voor indicatiestellingen die aan het begrotingsjaar 2020 werden aangerekend. Zorgkas

Uitbetaald bedrag

180

2.573.700,00

280

117.375,00

380

1.669.050,00

480

553.725,00

580

419.625,00

680

20.775,00

Totaal

5.354.250,00

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de werkingskosten van de zorgkassen Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2020. Het betreft de 4 voorschotten op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2020. In toepassing van het Rekendecreet dient het saldo van 2020, dat betaald wordt tegen 15 juni 2021 ook ten laste genomen te worden op het budget in 2020. Zorgkas

Voorschot jaar 2020

Saldo jaar 2020

Totaal

180

3.903.639,96

1.103.803,52

4.979.928,13

280

290.939,84

67.523,27

360.794,95

380

1.680.938,64

462.393,33

2.157.274,58 79

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


480

601.122,16

144.751,09

750.725,24

580

777.731,52

204.404,32

988.524,74

Totaal

7.254.372,10

1.982.875,55

9.237.247,65

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. het zorgbudget voor mensen met een handicap

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2020. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2020 en het saldo dat betaald wordt tegen 15 juni 2021. Zorgkas

Voorschot jaar 2020

Saldo jaar 2020

Totaal

180

154.766,08

42.544,55

197.310,63

280

10.317,72

2.712,75

13.030,47

380

98.771,56

26.525,67

125.297,23

480

17.465,96

4.472,81

21.938,77

580

40.281,88

11.508,01

51.789,89

Totaal

321.603,20

87.763,80

409.367,00

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen met betrekking tot het zorgbudget ouderen met zorgnood

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2020. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2020 en het saldo dat betaald wordt tegen 15 juni 2021. Zorgkas

Voorschot jaar 2020

Saldo jaar 2020

Totaal

180

1.526.968,00

405.821,86

1.932.789,86

280

62.704,00

16.779,87

79.483,87

380

720.132,00

193.806,51

913.938,51

480

220.084,00

58.272,96

278.356,96

580

131.644,00

35.592,80

167.236,80

Totaal

2.661.532,00

710.274,00

3.371.806,00

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. Mobiliteitshulpmiddelen

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2020. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2020 en het saldo dat betaald werd op 15 november 2020. Zorgkas

Voorschot jaar 2020

Saldo jaar 2020

Totaal

180

3.223.683,04

807.578,18

4.031.261,22

280

152.919,00

38.526,43

191.445,43

80

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


380

1.216.604,08

302.261,45

1.518.865,53

480

417.480,80

103.052,16

520.532,96

580

421.805,00

106.704,86

528.509,86

Totaal

5.432.491,92

1.358.123,07

6.790.614,99

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. residentiële ouderenzorg

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2020. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2020 en het saldo dat betaald werd tegen 15 november 2020.

Zorgkas

Voorschot jaar 2020

180 280 380 480 580 Totaal

Saldo jaar 2020

3.631.060 159.284 1.225.012 462.944 477.628 5.955.928

Totaal

984.024,61 44.001,15 338.655,52 129.234,48 131.576,19 1.627.491,95

4.615.084,61 203.285,15 1.563.667,52 592.178,48 609.204,19 7.583.419,95

Bedragen uitgedrukt in euro.

Werkingskosten van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming Per 31 december 2020 werden voor 3.895.000 euro aan werkingskosten op de ESR 12.11 (in VEK) aangerekend. Het globaal werkingsbudget werd in de aangepaste begrotingscontrole op 5.190.000 euro (in VEK) geraamd. Bedoelde uitgaven kunnen worden geventileerd naar de volgende drie rubrieken: 1) De recurrente werkingsuitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming. De belangrijkste uitgaven in 2020 waren m.n.: -

de informatica-uitgaven (hosting, support en service credits) ( 659.845 euro); uitgaven voor studies en projectleiding en ondersteuning ( 324.728 euro); de kosten t.a.v. het onafhankelijk controle-orgaan Mediwe ( 284.834 euro); de bijstand van advocaten in het kader van geschilprocedures, rechtsplegingsvergoedingen en financiële en interim controles van bedrijfsrevisoren ( 140.951 euro); de vergoeding aan de experten vermogensbeheer voor verleende adviezen in het kader van de beleggingsstrategie van het Agentschap ( 70.092 euro) reiskosten en presentiegelden van de leden van de bezwaarcommissie ( 37.769 euro); bijkomende indicatiestellingen op vraag van de bezwaarcommissie ( 32.942 euro); media-campagnes Vlaamse sociale bescherming ( 92.319 euro); technisch advies bezwaarcommissie ( 11.426 euro); uitgaven Escapo Hulpmiddelen (22.500 euro);

81

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

Co financiering Bel Rai uitgaven RIZIV (19.606 euro)diverse financiële kosten (bankkosten en taks op beursverrichtingen excl. de beheer- en bewaarlonen van de portefeuilles) ( 37.992 euro) . 2) De kosten m.b.t. inning van de administratieve geldboete

Deze uitgaven maken deel uit van de ESR 12.11 - in 2020 werd een bedrag van 1.517.772 euro aangerekend als kosten met betrekking tot de inning van de administratieve geldboete. Het betreft: -

de dienstverlening van het Call Center / Vlaamse infolijn (facturatie IN2COM) ( 79.767 euro); de niet-recupereerbare deurwaarderskosten ( 984.339 euro); de mailings- en verzendkosten Bpost en Ipex ( 453.666 euro) 3) De kosten met betrekking tot de beleggingsportefeuille van het Agentschap

De uitgaven voor het vermogensbeheer, begroot op 395.000 euro, bedroegen op 31 december 2020 442.674 euro. Het betreft de kosten aan beheerlonen en aan bewaarlonen die werden betaald aan de externe vermogensbeheerder KBC Asset Management. Werkingskosten van de vzw Vlaamse Zorgkas Met toepassing van artikel 14, derde lid van het decreet heeft het toenmalig Vlaams Zorgfonds op 10 mei 2001 de vzw Vlaamse Zorgkas opgericht. De vzw Vlaamse Zorgkas heeft een specifieke opdracht: de ambtshalve aansluiting van personen die zich niet hebben aangesloten bij een zorgkas. De vzw Vlaamse Zorgkas ontvangt een specifieke werkingssubsidie die terug te vinden is onder de ESRcode 42.90 van de begroting van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming. Deze werkingssubsidie werd in 2020 begroot op 876.000 euro.De vzw Vlaamse Zorgkas heeft geen eigen personeel en doet – evenals het agentschap Vlaamse sociale bescherming – een beroep op ambtenaren van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid voor de uitvoering van haar werkzaamheden. De belangrijkste uitgavenposten voor de vzw in 2020 zijn: - post- en portkosten (inclusief de ambtshalve aansluitingen): 589.787 euro - mailings- en verwerkingskosten: 62.566 euro - prestaties van het contactcenter: 261.797 euro De overige kosten betreffen de uitgaven voor het financieel beheer (voornamelijk erelonen van de commissaris-revisor en het extern boekhoudkantoor en bankkosten) 33.998 euro en kosten voor drukwerken, verzekeringen en wettelijke bekendmakingen globaal 2.429 euro. De kosten voor diensten en diverse goederen nemen af met 59.509 euro. De voornaamste verschuivingen tegenover vorig jaar zijn: port- en postkosten ( - 100.873 euro), mailings- en verwerkingskosten (+ 17.373 euro), prestaties contactcentrum (+ 18.013 euro) en de rubriek erelonen (+ 4.294 euro).Sinds 2002 heeft het Agentschap een beheersovereenkomst afgesloten met de vzw Vlaamse Zorgkas waarbij laatstgenoemde gehouden is om elk jaar tegen uiterlijk 30 september een financieel en een beleidsplan op te stellen voor het daaropvolgende jaar. Het Agentschap Vlaamse

82

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Sociale Bescherming verleent jaarlijks een advies over deze beide plannen in hoofde van de vertegenwoordiger van het agentschap in de Raad van Bestuur van de vzw. De vzw Vlaamse Zorgkas bezorgt jaarlijks aan het agentschap een overzicht van de werkelijke uitgaven. De vzw Vlaamse Zorgkas mag een beschikbare reserve of overgedragen resultaat aanhouden van maximaal 20 % van de subsidiëring. Diverse terugstortingen Terugbetaling van onterecht betaalde zorgpremies (hoofdzakelijk aan grensarbeiders) en onterecht gevorderde administratieve geldboetes: In 2020 werden er geen terugstortingen gedaan. Informatica – investeringen van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming Deze investeringen (vereffend op datum van 31 december 2020) bedragen voor het begrotingsjaar 2020 7.723.000 euro. Het betreft in hoofdzaak uitgaven met betrekking tot software-ontwikkeling in het kader van de uitbouw van de diverse pijlers van de Vlaamse sociale bescherming met inbegrip van diverse analyse-opdrachten. Opmerking: de hosting en de onderhoudskosten van de applicaties worden aangerekend op de ESR 1211 – Werkingskosten AVSB (zie supra). In de begroting 2020 was op de ESR 74.40 oorspronkelijk een bedrag van 8.785.000 euro (in VEK) ingeschreven. Inkomensoverdrachten aan de FOD SZ – werking THAB Het agentschap betaalde in 2020 een aantal voorschotten (4 keer 487.500 euro of 1.950.000 euro) aan de FOD SZ uit. Op basis van de eindafrekening die het Agentschap einde januari 2021 van de federale overheid mocht ontvangen werd er reëel een bedrag van 1.827.954 euro aan uitgaven voor medische inschaling gedaan. Dotatie aan het reservefonds In het begrotingsjaar 2020 werden er geen dotaties aan het demografisch reservefonds gedaan. De waarde van het reservefonds blijft dus ongewijzigd: 898.524.655 euro

83

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


3.3 OVER TE DRAGEN RESULTAAT VOOR HET JAAR 2020 Budgettair resultaat 2020 Het uiteindelijk over te dragen resultaat voor het jaar 2020 bedraagt 97.100.000 euro en werd gevalideerd door de bedrijfsrevisor en het Rekenhof naar aanleiding van hun controles. Dit boni is ongeveer 78,5 miljoen euro meer dan oorspronkelijk voorzien ( 18.536.000 euro). Het begrotingsoverschot wordt onder de ESR 03.22 in de uitvoeringsrekening van de begroting 2020 van het Agentschap opgenomen. De stijging van het begrotingsoverschot tot 97,1 miljoen euro is de resultante van de bewegingen op de volgende grote posten in de begroting van het Agentschap: Meer/minderopbrengsten: De meerinkomsten omwille van terugstortingen van subsidies door de zorgkassen: 15.422.000 euro De meerinkomsten uit de zorgpremies: 11.634.000 euro De meerinkomsten uit beleggingen: 831.000 euro De minderinkomsten aan boetes en achterstallen: 1.969.000 euro De minderinkomsten uit internationale overeenkomsten: 3.165.000 euro De meerinkomsten naar aanleiding van terugstortingen ven terugbetaling kwijtgescholden boetes ( 75.000 euro) Meer/minderuitgaven waren er einde 2020 voornamelijk ten gevolge van: De minderuitgaven zorgbudget ouderen met zorgnood: 43.530.000 euro De meeruitgaven zorgbudget zwaar zorgbehoevenden: 8.083.000 euro De minderuitgaven tegemoetkomingen mobiliteit- en hulpmiddelen: 11.077.000 euro De minderuitgaven tegemoetkomingen residentiële ouderenzorg: 107.232.000 euro De meeruitgaven ten gevolge van de coronapandemie: 98.189.000 euro De minderuitgaven op de eigen werkingsuitgaven: 1.295.000 euro Economisch resultaat 2020 Het te bestemmen netto economisch resultaat/winst van het boekjaar 2020 bedraagt op 31 december 2020 73,69 miljoen euro. Het verschil met het boni van de ESR-uitvoeringsrekening (+/- 23,4 miljoen euro) wordt hoofdzakelijk verklaard door: -

-

-

De boeking van de afschrijvingen en de terugname van afschrijvingen van immateriële vaste activa (software-ontwikkeling diverse applicaties): wordt enkel bedrijfseconomisch verwerkt in de boekhouding; De boeking van een voorziening voor risico’s en kosten in het passief van de balans voor de verwachte achterstallen zorgbudget ouderen met zorgnood: wordt enkel bedrijfseconomisch verwerkt in de boekhouding; De boeking van de meer- en minderwaarden bij realisatie van de vlottende activa (obligatieportefeuilles): wordt enkel bedrijfseconomisch geboekt;

84

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


-

De boeking van de pro rata van de effectenportefeuille per 31 december 2020. Vanaf het boekjaar 2012 wordt de effectenportefeuille, conform het Vlaams rekendecreet, gewaardeerd aan de aanschaffingswaarde en niet meer aan de marktwaarde. Bijgevolg worden er géén niet gerealiseerde meer/minderwaarden meer geboekt.

3.4 BESPREKING VAN DE VOORNAAMSTE POSTEN VAN DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING De jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming wordt opgesteld volgens de richtlijnen die vermeld worden in het Vlaams Rekendecreet van 8 juli 2011 in combinatie met de aanrekenings- en waarderingsregels zoals beschreven in de door het dienstencentrum Boekhoudkantoor (DCBK) van het departement Financiën en Begroting beschikbaar gestelde boekhoudhandleiding (de zgn. Accounting Manual). De jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming werd op 8, 9 en 10 maart 2021 gecontroleerd door de bedrijfsrevisor van het Agentschap. De belangrijkste rubrieken van de jaarrekening worden hierna kort toegelicht. De vaste activa (codes 21, 24 en 27 – actief van de balans) Immateriële vaste activa (code 21) Deze activa staan in het actief van de balans gewaardeerd aan een netto boekwaarde van 10.003.829 euro. Het betreft onder andere uitgaven in het kader van de software/applicatieontwikkelingen rond het digitaal platform Vlaamse sociale bescherming, en de applicaties E-WZCFin, E-Mohm, E-Thab en bandagisten. Op deze activa werd gedurende het boekjaar een afschrijving ad. 33% toegepast en dit voor een globaal bedrag van 3.874.142 euro. Materiële vaste activa (code 24) Alle activa (vnl. server) werden reeds in het verleden definitief afgeschreven. Vaste activa in aanbouw (code 27) In afwachting van de definitieve ingebruikstelling en/of na gevalideerde prestaties worden in deze rubriek de facturen met betrekking tot de software-ontwikkeling van de verschillende applicaties eTHAB, eBOB, eMOHM (mobiliteitshulpmiddelen) en eWZCFin (woonzorgfinanciering) geboekt. Einde boekjaar werd een bedrag van 8.197.772 euro voor deze rubriek in het actief opgenomen. Dit bedrag werd gevalideerd door de projectleiding ICT en het management van het Agentschap.

85

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Vorderingen op ten hoogste 1 jaar (codes 41 – actief van de balans) De vorderingen met betrekking tot de inning van de administratieve geldboete werden, rekening houdende met de recentste applicatiegegevens, in het actief van de balans opgenomen voor geactualiseerde bedragen waarvan het detail per rubriek en per balansrekening in de onderstaande tabel wordt vermeld: ER

Economische

Begin 2020

Bewegingen

Rekening

Eind 2020

jaar

Omschrijving 416000

Diverse Vorderingen

416001

Diverse vorderingen -

11.425,96

7.779,08

19.205,04

9.875.338,16

24.080.268,90

33.955.607,06

5.572.755,56

-5.572.755,56

0,00

6.817.730,37

-11.475.660,90

-4.657.930,53

-

-2.504.061,67

boeking via GL 417000

Overige dubieuze vorderingen

417200

Dubieuze vorderingen - boeking via GL

419000

Geboekte waardeverminderinge

12.205.897,11

14.709.958,78

n overige vorderingen

De netto historische vordering met betrekking tot de terugvorderingen onterecht uitbetaalde Zorgbudget voor Ouderen met een Zorgnood (ex THAB tegemoetkomingen) werd opgenomen onder de rubriek 40 en dit voor een bedrag van 78.817 euro Er is tevens nog een openstaande vordering op balansdatum ten aanzien van de Vlaamse Overheid, i.c. de nog te ontvangen dotaties 2020 te betalen in 2021 ad. 479.150.228 euro. Dit saldo werd ons bevestigd door departement Financiën en Begroting. Ten aanzien van de zorgkassen werd een globale vordering in het actief van de balans geboekt van 159.877.478 euro. Het betreft een vordering ten aanzien van de zorgkassen op basis van de resultaten uit hun gerapporteerde S-bladen zorgpremies/zorgbudgetten per 15 februari 2021 met betrekking tot het jaar 2020. Detail: ZK 180: CM-Zorgkas: 47.029.739,58 euro ZK 280: Neutrale Zorgkas: 1.172.418,82 euro ZK 380: Zorgkas Socialistische Mutualiteiten: 34.799.118,6 euro ZK 480: Zorgkas Liberale Mutualiteiten: 13.258.556,6 euro ZK 580: Zorgkas Onafhankelijk Ziekenfonds: 10.895.868,59 euro ZK 680: Vlaamse zorgkas vzw: 52.721.775,91 euro Op basis van de definitieve goedgekeurde en geviseerde jaarrekeningen en de S-bladen per 15 mei 2021 wordt in de loop van 2021 de definitieve eindafrekening per VSB-pijler per zorgkas opgesteld. Ten aanzien van de FOD Sociale Zekerheid werd in de rubriek 41 een uitstaande nog lopende vordering geboekt van 114.296,80 euro – het betreft voornamelijk de boeking van de afrekening 2020 in het kader van de kosten medische inschalingen Vlaamse Sociale Bescherming 86

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


In 2020 werden geen voorschotten meer uitbetaald aan de federale overheid. Zoals in bovenstaande tabel aangegeven werd er in 2020 geen periodieke voorschotten aan de FOD SZ in 2020 meer uitbetaald. De reële uitgaven voor zorgbudget voor ouderen met een zorgnood die via federale weg in 2020 nog werden uitbetaald, bedroegen 8.376 euro. Dit cijfer werd ons gerapporteerd door de boekhouddiensten van de FOD SZ. De zorgkassen namen vanaf 2020 de taken van de FOD SZ in aanzienlijke mate over. De erkende zorgkassen betaalden in 2020 een bedrag uit van 325.311.570 euro. Medische inschaling zorgbudget ouderen met zorgnood 2020 Vlaanderen via FOD SZ: overzicht: voorschotten in 2020 saldo 19 naar 20 reële uitgaven 2020 saldo : vordering op de FOD SZ

1.950.000 0 1.827.954

122.046

In 2020 werden er 4 kwartaalvoorschotten aan de FOD SZ betaald voor een totaalbedrag van 1.950.000 euro. De reële uitgaven, bevestigd door de boekhouddiensten van de FOD SZ, bedroegen 1.827.954 euro waardoor er in het passief van de balans van het Agentschap een vordering ad. 122.046 euro werd ingeschreven. Geldbeleggingen (codes 51 tot en met 53 – actief van de balans) en de geboekte gerealiseerde meeren minderwaarden op de effectenportefeuilles (codes 75 en 65 van de resultatenrekening) In het actief van de balans werden deze geldbeleggingen (diverse obligatieportefeuilles, het aandelenfonds met distributiekarakter: Vladubel Zorgverzekering, de infrastructuurinvesteringen, vastgoedcertificaat LAK VMM) gewaardeerd aan de aanschaffingswaarde per 31 december 2020. Dit principe wordt, conform de handleiding boekhouding rekendecreet rechtspersonen, sinds het boekjaar 2012 toegepast. Voorheen werden de portefeuilles einde boekjaar gewaardeerd aan de marktwaarde per 31 december. De rapporteringen van de vermogensbeheerder KBC Asset Management geven detailinformatie per soort belegging en dit aan de aanschaffingswaarden én de marktwaarden op balansdatum. De beide portefeuilles (obligatie/aandelen) zitten in depot bij KBC Bank. De belegging in het vastgoedfonds DG Infra Yield wordt gewaardeerd op basis van de outstanding balance gegevens zoals bekend per einde 2020. Idem wat betreft de beleggingen in Epico. Concreet betekent dit dat deze beleggingen in het actief van de balans voor de volgende bedragen werd opgenomen: volledig detail is terug te vinden in de rapporteringen van de vermogensbeheerder.

87

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Opgenomen onder de rubriek code 51: -

-

het aandelenfonds Vladubel Zorgverzekering voor 258.460.144,70 euro (aanschaffingswaarde/AW per 31/12/20) – sinds boekjaar 2018 betreft het distributiedeelbewijzen; Infrastructuurinvesteringen:  het gesloten beleggingsfonds DG Infra Yield voor 17.531.467,87 euro (outstanding balans gegevens per 31/12/20)  Fonds voor infrastructuurinvesteringen Epico voor 2.954.753,20 euro vastgoedcertificaat VMM – LAK ad. 6.575.149,96 euro

Opgenomen onder de rubriek code 52: -

de vastrentende effecten – Belgische obligaties voor 89.630.374,02 euro (AW per 31/12/20); de sub sovereign bonds voor 52.764.798 euro (AW per 31/12/20); de vastrentende effecten – Obligaties uit de Eurozone voor 226.533.255,95 euro (AW per 31/12/20); de inflatiegebonden obligaties voor 57.631.920,19 euro (AW per 31/12/19); de corporate bonds – totale aanschaffingswaarde per 31/12/2020 bedroeg 74.050.160,35 euro.

Opgenomen onder de rubriek code 53: Op balansdatum 31/12/2020 stonden er geen termijndepositobeleggingen meer uit. Opgenomen onder rubriek code 55: De liquide middelen van het agentschap bedroegen op balansdatum 31/12/2020: 14.070.564,27 euro – grotendeels op ING-rekeningen. Enkel de KBC-rekeningen voor het portefeuillebeheer zijn nog in eigen beheer: 128.637,77 euro. De gelopen nog niet geïnde rente op de obligatieportefeuille bedraagt per saldo 6.267.521,18 euro Omwille van waardering aan de aanschaffingswaarde werden de niet gerealiseerde rente en meer/minderwaarden op de portefeuille niet meer in het resultaat verwerkt. De meerwaarden op de realisatie van vlottende activa (obligatie + aandelenportefeuille) bedroegen 3.059.218,10 euro. Het incasso van coupons uit obligaties (bruto) en de verrekening van de rente naar aanleiding van obligatietransacties (aan/verkopen) bedroeg 17.828.567,40 euro. Er werd in mei 2020 een dividend door KBC AM (Vladubel Zorgverzekering) uitgekeerd van 12.334.003,13 euro. Naar aanleiding van verkopen van obligaties werd een bedrag van 5.953.495,17 euro aan gerealiseerde minderwaarden geboekt. In de loop van het boekjaar 2020 werd tenslotte 37.184,88 euro aan taksen op beursverrichtingen betaald. De beheer- en bewaarlonen te voldoen aan de vermogensbeheerder bedroegen 6334.588,78 euro. Er werd 132.888,66 euro geboekt aan beheersvergoeding Participatiemaatschappij Vlaanderen.

88

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Overlopende rekeningen van het actief (code 49 – actief van de balans) Het betreft de boeking van de gelopen nog niet geïnde rente op de obligatieportefeuilles op basis van de rapporteringen van de vermogensbeheerder per 31 december 2020: 6.424.659,13 euro Voorzieningen (code 16 – passief van de balans) Een totaalbedrag van 7.461.373,61 euro werd aan voorzieningen in het passief van de balans opgenomen. Het betreft het behoud van een bedrag van 312.750 euro (juridische geschillen / indicatiestellingsfacturen) in de beginbalans per 01/01/2020 reeds opgenomen en de aanpassing aan voorzieningen voor de verwachte achterstallen en nalatigheidsintresten THAB tot 2.024.839 euro (huidig zorgbudget voor ouderen). Verder werd er een voorziening geboekt voor terugvorderingen Residentiële Ouderenzorg WZC van 4.300.293,14 euro en terugvorderingen DVC van 823.491,47 euro. Handels, sociale en overige schulden (codes 44, 45 en 48 – passief van de balans) Op balansdatum 31/12/2020 heeft het agentschap VSB een kortlopende schuld van 207.306.767,35 euro. Deze schuld is samengesteld als volgt: Handelsschulden op ten hoogste 1 jaar (gewone facturen, vnl. met betrekking tot ICT-uitgaven en projectleiding) van 768.065,97 euro (rubriek 440). Boeking van te ontvangen facturen voor een globaal bedrag van 131.860.065,22 euro (rubriek 444). Detail van nog te verwachten facturen voorzieningen met datum in 2020 doch slaande op 2020 en uit voorzichtigheidsprincipe in passief van de balans opgenomen: Pijler Mobiliteits- en Hulpmiddelen (MOHM): 18.591.006,63 euro Pijler Dagverzorgingscentra (DVC): 2.770.795,12 euro Pijler Woonzorgcentra (WZC): 33.375.973,46 euro Aanvullende financiering: 6.450.125,40 euro Corona Compensaties – tegemoetkomingen WZC/DVC inzet extern personeel : 70.322.139,61 euro Er werd verder nog voor een bedrag van 350.025 euro te verwachten facturen indicatiestellingen in de balans opgenomen. In het passief van de balans werd vervolgens ook het saldo van 20 % opgenomen van de recurrente specifieke werkingssubsidie aan de vzw Vlaamse Zorgkas van het jaar 2020. In principe betaalt het agentschap VSB dit bedrag ( 175.200 euro) uit van zodra het bevestiging heeft bekomen van de goedkeuring door de Algemene Vergadering van de jaarrekening van de Vlaamse Zorgkas. Analoog aan het jaar 2019 zal dit saldobedrag worden opgenomen in de jaarlijkse eindafrekening die het agentschap VSB opstelt na goedkeuring van de jaarrekening van de vzw.

89

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Afhandeling en inboeking van de saldi van de werkingssubsidies aan de zorgkassen (diverse pijlers) – rekening 481000 Er werd een saldo van 20 % van de werkingssubsidie (luik zorgverzekering) 2020 aan de erkende zorgkassen van 1.982.875,53 euro geboekt. Dit saldo is door AVSB te voldoen uiterlijk tegen 15/06/21. Het saldo van de werkingssubsidie die de zorgkassen voor BOB (Zorgbudget voor Personen met een Handicap) ontvangen werd eveneens in het passief van de balans opgenomen en bedraagt 87.763,79 euro. De uitbetalingsdatum is dezelfde als deze voor het saldo van de recurrente werkingssubsidie. Dit geldt tevens voor de uitbetaling van het saldo van de werkingsuitgaven ZBO (ex THAB) voor de zorgkassen ad. 710.274 euro. In tegenstelling tot de 3 reeds bestaande pijlers wordt er voor de 2 nieuwe pijlers MOHM en Residentiële Ouderenzorg (pijlers WZC en DVC) afgerekend in het jaar zelf, namelijk op 15/11/20. Het saldo van de werkingssubsidie die de zorgkassen voor MOHM ontvangen t.b.v. 1.358.123,07 euro werd dus reeds op 15/11/20 betaald. Op 15/11/20 werd tevens het saldo van de werkingsuitgaven Residentiële Ouderenzorg uitbetaald ad. 1.627.491,95 . Overige boekingen via de rekening 481000 – Te betalen subsidies Het betreft de verwerking van de volgende documenten: - saldi projecten Jongdementie - saldo Kwaliteitscentrum Diagnostiek, - facturatie Indicatiestellingen van diverse zorgkassen - subsidies DVC en WZC uitbetaald aan de zorgkassen in januari 2021, ingeboekt en slaande op december 2020. Afhandeling en inboeking van de S-bladen zorgkassen d.d. 15/02/2021 (pijlers ZVZ, ZBO (ex THAB), BOB en MOHM) Ten aanzien van de erkende zorgkassen werden de volgende schulden op de rekeningen 481005 tot en met 481010 geboekt. Deze schulden zijn de resultante van de rapportering over de vijf VSB-pijlers van de zorgkassen per 15 februari 2021: ZK 180: CM-Zorgkas: ZK 280: Neutrale Zorgkas: 9.075.194,92 euro ZK 380: Zorgkas Socialistische Mutualiteiten: 14.231.128,34 euro ZK 480: Zorgkas Liberale Mutualiteiten: 0,00 euro ZK 580: Zorgkas Onafhankelijk Ziekenfonds: 2.970.794,59 euro ZK 680: Vlaamse zorgkas vzw: 44.791.656,40 euro Uitzonderlijke kosten en opbrengsten Er werd een uitzonderlijke kost ad. 106.864,57 euro in het boekjaar 2020 geboekt. Het betreft een geboekte minderwaarde op de realisatie van vaste activa. Regularisatie van belastingen

90

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Er waren geen regularisaties van belastingen gedurende het boekjaar 2020. Financieel beleid van het Agentschap Vlaamse sociale bescherming

3.5 THESAURIEBEHEER Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming was tot 31 december 2017 volledig verantwoordelijk voor haar eigen kasbeheer. Op 1 januari 2018 is het Agentschap Vlaamse sociale bescherming overgeschakeld naar het financiële systeem orafin van de Vlaamse overheid. Dit programma zorgt voor de betaling van alle uitgaven en de boekhoudkundige verwerking van alle ontvangsten en uitgaven. Tevens werd overgeschakeld naar ING Bank die het kassiersmandaat van de Vlaamse overheid uitvoert. Sinds 1 januari 2019 is het Agentschap Vlaamse sociale bescherming ook opgenomen in het Centraal Financieringsorgaan (CFO) dat alle financiële middelen van de Vlaamse overheid centraliseert.

3.6 VERMOGENSBEHEER Beleggingsstrategie Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming is verantwoordelijk voor het aanleggen en het beheren van een reservefonds dat bestemd is voor de toekomstige financiering van de uitgaven van de Vlaamse sociale bescherming. In juli 2006 heeft de Vlaamse Regering beslist dat de financiële reserves van het Agentschap Vlaamse sociale bescherming ten belope van minstens 70 % in obligaties moeten belegd worden. Er mag voor maximum 20 % in aandelen en 10 % in vastgoed belegd worden. De voorbije jaren werden echter grotere koersschommelingen vastgesteld bij aandelen en bij obligaties. Daardoor kon de investering in de verschillende activaklassen gemakkelijker afwijken van de norm, met tijdelijke over- of onderinvesteringen tot gevolg. Een te frequente bijsturing van de beleggingsportefeuilles veroorzaakt echter transactiekosten die wegen op het rendement van het reservefonds. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft daarom op 6 maart 2015 toestemming gekregen van de Vlaamse Regering om de maximale grens op te trekken tot 25 % indien de overschrijding louter het gevolg is van fluctuaties in de marktwaarde van de verschillende beleggingsportefeuilles (nota VR 2015 0603 DOC.0190). De Vlaamse Regering heeft beslist om het beheer van de beleggingsportefeuille uit te besteden aan gespecialiseerde vermogensbeheerders. De twee obligatieportefeuilles en het aandelenmandaat worden beheerd door KBC Asset Management. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft een overeenkomst van onbepaalde duur afgesloten, maar het contract is onmiddellijk opzegbaar zonder opzegtermijn of opzegvergoeding. Een vastgoedmandaat - het DG Infra Yield Fonds - wordt beheerd door Inframan dat een joint-venture is tussen de GIMV en Belfius Bank. Dit is een gesloten beleggingsfonds met een looptijd van 30 jaar bestemd voor institutionele beleggers zoals pensioen- en reservefondsen.

91

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


In december 2012 heeft het Agentschap Vlaamse sociale bescherming 8 miljoen euro belegd in vastgoedcertificaten van LAK Invest VMM. Het betreft een private plaatsing van PMV8 bij institutionele beleggers. Het verwachte rendement op lange termijn (internal rate of return) bedraagt 3,60 %. Bij de berekening van het verwachte rendement, wordt uitgegaan van de verwachte huuropbrengsten, de verwachte exploitatiekosten, de verwachte verkoopwaarde van het gebouw na 27 jaar en de verwachte inflatie. In 2018 heeft het Agentschap Vlaamse sociale bescherming nog een engagement aangegaan om 5.960.000 euro te beleggen in sociale en economische infrastructuur via het Epico Fund dat beheerd wordt door de Participatiemaatschappij Vlaanderen en het Nederlandse Rebel. Door het decreet “Vlaams Staatspapier”(9) is het Agentschap Vlaamse sociale bescherming ondertussen verplicht om haar beschikbare gelden op lange termijn te beleggen in financiële instrumenten uitgegeven door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering (10) heeft echter bepaald dat door de specifieke behoeften van de zorgsector het percentage te beleggen beschikbare gelden in Vlaams Staatspapier voor het Agentschap Vlaamse sociale bescherming minimaal 50 % bedraagt. Hieruit vloeit voort dat het Agentschap Vlaamse sociale bescherming maximaal 50 % van haar reservefonds mag beleggen in andere beleggingsinstrumenten, zijnde alternatieve financiële instrumenten gelinkt aan de welzijnssector. Door het decreet van 29 maart 2019 houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën wordt het decreet van 18 mei 2018 betreffende de optimalisatie van het beheer van de financiële activa van de Vlaamse overheidsentiteiten opgeheven. In artikel 87 van het nieuwe decreet van 29 maart 2019 wordt echter opnieuw voorzien dat de gelden die op lange termijn beschikbaar zijn, moeten belegd worden in financiële instrumenten op lange termijn die uitgegeven worden door een entiteit van de Vlaamse deelstaatoverheid. In artikel 91 van dit decreet wordt voorzien dat de Vlaamse Regering kan beslissen dat een bepaald percentage van de beschikbare gelden die de algemene minimumdrempel, vermeld in artikel 86, overschrijden kunnen worden belegd in specifieke financiële instrumenten die niet worden uitgegeven door een entiteit van de Vlaamse deelstaatoverheid, maar die gelinkt zijn aan de bevoegdheid van de Vlaamse rechtspersoon. Op 21 juni 2019 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) en het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) voor investeringen in de welzijnssector vanuit het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming. Uit deze samenwerkingsovereenkomst zijn tot op heden twee investeringen voortgevloeid. - Er werd een engagement van 3 miljoen euro aangegaan met Tabor/Pathmakers, een coöperatie voor infrastructuurvernieuwing in het onderwijs en de welzijnssector. - Er is een overeenkomst afgesloten met het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen (ZNA Antwerpen) voor het verstrekken van een lening van 15 miljoen euro voor het financieren van de nieuwe campus Cadix. PMV: Participatie Maatschappij Vlaanderen Decreet van 18 mei 2018 betreffende de optimalisatie van het beheer van de financiële activa van de Vlaamse overheidsentiteiten 10 In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 betreffende de optimalisatie van het beheer van de financiële activa van de Vlaamse overheidsentiteiten, is bepaald dat in het licht van de specifieke behoeften van de zorgsector het percentage te beleggen beschikbare gelden, vermeld in artikel 4, derde lid van het decreet, voor het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming minimaal 50 % bedraagt. 8 9

92

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Tot op heden hebben beide projecten de voorziene cash nog niet effectief opgevraagd. Door deze nieuwe regelgeving moet het beheer van het reservefonds bijgestuurd worden. Obligatiemandaat Op 25 november 2011 heeft de Vlaamse Regering beslist om minder te beleggen in staatsobligaties van de eurozone en meer te beleggen in Belgische en Vlaamse overheidsobligaties. Ook werd een deel belegd in bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid (met uitsluiting van de financiële sector gezien de sterke verwevenheid tussen landen en de financiële sector). Sinds januari 2012 wordt het mandaat beheerd tegenover een gemengde referentie-index, namelijk  de J.P. Morgan EMU Government Bond Index (min 50 % - max 70 %) te verdelen over 45 % federale overheden (min 40 % - max 50 %) en 15 % regionale overheden, agentschappen en supranationale instellingen (min 10 % - max 20 %)  de J.P. Morgan Belgium Government Bond index (min 10 % - max 30 %)  de IBoxx Corporates non-financials (min 10 % - max 30 %) Deze index vormt de basis voor de samenstelling van de obligatieportefeuille en wordt ook gebruikt om de prestaties van de vermogensbeheerder te beoordelen. KBC AM heeft een actief mandaat gekregen. Dat betekent dat de beheerder in beperkte mate mag afwijken van de index om een hoger rendement te behalen. Op 1 januari 2020 bedroeg de marktwaarde - 606.917.452 euro en op 31 december 2020 505.063.648euro. De obligatieportefeuille vertegenwoordigt 48 % van de totale marktwaarde van het reservefonds. De beleggingsinkomsten (allocatie 26.10 en 26.20) worden niet gekapitaliseerd, maar worden aangewend voor de financiering van de uitgaven van het lopende jaar. Dit betekent dat een bedrag dat overeenstemt met de couponopbrengsten van het obligatiemandaat moet onttrokken worden aan de portefeuille. In de loop van het jaar 2020 werd er 14,7 miljoen euro aan de obligatieportefeuille onttrokken om de coupons van het mandaat te cashen. De return van het obligatiemandaat bedraagt 3,59 % en ligt daarmee iets boven het verwachte lange termijnrendement van 3,50 %. In totaal werd het obligatiemandaat verlaagd met 121.050.000 euro door onttrekking van alle cash afkomstig van couponuitkeringen (14.721.710,50 euro), de inning van de hoofdsom op de eindvervaldag ( 63.600.000,00 euro) en de verkoop van obligaties ( 42.722.979,69 euro). Het verschil van 5.309,8 1euro was nog beschikbare cash op de zichtrekening. Op de langere termijn is de extreem lage rentestand ongunstig voor de portefeuille. De leningen die op vervaldag komen, moeten herbelegd worden in obligaties met een lage coupon. En de marktwaarde van obligaties met een hogere coupon uit het verleden is zeer gevoelig voor renteschommelingen. Als de rente zou stijgen met 0,25%, zal de yield rondom 0% schommelen waardoor er geen kapitaalaangroei meer is op de obligatieportefeuille. Momenteel is er al een negatieve yield voor obligaties met een korte restlooptijd.

93

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft alle cash die sinds 1 oktober 2018 vrijkomt, niet meer herbelegd. Deze liquiditeiten moeten immers geherinvesteerd worden in Vlaams staatspapier of geïnvesteerd worden in de Welzijnssector. De beschikbare cash bedraagt momenteel 222.212.761,29 euro wat neerkomt op 21,02% van het reservefonds (er was reeds 87.752.472 euro beschikbare cash op 01/01/2020, bij het staats/bedrijfsobligatiemandaat kwam voor 63.600.000,00 euro op eindvervaldag en werd voor 42.722.979,69 euro verkocht, bij het indexobligatiemandaat kwam voor 28.137.310,00 euro op eindvervaldag). De liquiditeiten worden gestort op een zichtrekening op naam van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming bij de kassier ING en is opgenomen in het Centraal Financieringsorgaan (CFO). De cash bracht door de lage rentestand geen interest op maar er moest ook geen negatieve creditrente betaald worden. In de onderstaande tabel wordt de jaarlijkse return van het obligatiemandaat weergegeven van 1 januari tot 31 december van het betrokken jaar. Hieruit blijkt dat ook de jaarlijkse return van Europese staatsobligaties aan grote schommelingen onderhevig is. Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Rendement 9,68 % 3,96 % 0,98 % 1,88 % 11,25 % 1,73 % 11,40 % 1,03 % 3,24 % 0,70 % 0,01 % 5,27 % 3.59 %

Obligaties: tot 31/12/2011 alleen staatsobligaties, vanaf jaar 2012 toevoeging van bedrijfsobligaties

Aandelenmandaat Tot 15 september 2016 beheerde KBC Asset Management het aandelenmandaat tegenover de Europese Ethibel Sustainability Excellence Index. Sinds 16 september 2016 wordt de portefeuille beheerd tegenover de duurzame MSCI ESGI Index Europe. Deze index scoort goed op het vlak van rendement, risico, kosten, ethische filter, stabiliteit van het ethisch universum (turnover), algemeen aanvaard gebruik in de financiële sector en bewezen expertise met indexbeheer. Op 1 januari 2020 bedroeg de marktwaarde 250.799.807 euro en op 31 december 2020 242.159.235 euro. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft 12.334.003 euro onttrokken aan het aandelenmandaat. De dividendopbrengsten uit het aandelenmandaat worden aangewend voor de financiering van de uitgaven. De dividendinkomsten voor de begroting 2020 bedroegen 8.633.762 euro en de roerende voorheffing van 30 % was 3.700.195 euro. De laatste verhogingen van het aandelenmandaat dateren van het jaar 2009. 94

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


In de onderstaande tabel staat in de kolom “spreiding” het percentage van het reservefonds vermeld dat belegd wordt in aandelen en staats/bedrijfsobligaties. Voor de eenvoud wordt abstractie gemaakt van de andere kleinere beleggingsportefeuilles (indexobligatiemandaat, vastgoed en infrastructuur) die samen ongeveer 11 % van het reservefonds vertegenwoordigen. In de kolom “return” staat de jaarlijkse return van beide mandaten. Door de decretale verplichting om de vrije cashflow niet langer te herbeleggen in aandelen of obligaties maar te herinvesteren in Vlaams staatspapier of de welzijnssector, bedragen de liquiditeiten beschikbaar voor investering 222.212.761 euro wat neerkomt op 21,02 % van de totale marktwaarde van het reservefonds. De nieuwe regelgeving heeft ook tot gevolg dat de obligatieportefeuille niet langer 70 % van het totale reservefonds vormt. Door de niet-herinvestering van coupons, vervallen en verkochte obligaties daalt de marktwaarde immers constant. Aandelen

Jaar

Spreiding

Obligaties Return

Spreiding

Return

31/12/2010

16,33 %

7,06 %

70,99 %

0,98 %

31/12/2011

15,97 %

-9,48 %

75,89 %

1,88 %

31/12/2012

17,26 %

18,67 %

73,55 %

11,25 %

31/12/2013

20,87 %

22,79 %

70,20 %

1,73 %

31/12/2014

20,72 %

5,89 %

73,34 %

11,40 %

31/12/2015

22,37 %

11,21 %

71,46 %

1,03 %

31/12/2016

21,61 %

3,89 %

69,26 %

3,24 %

31/12/2017 31/12/2018

23,22 % 20,52 %

12,60 % - 9,87 %

65,28 % 66,95 %

0,70 % -0,01%

31/12/2019

23,52 %

27,39 %

56,92 %

5,27 %

22,91 % 1,93 % 47,77 % 3,59 % 31/12/2020 Obligaties: tot 31/12/2011 alleen staatsobligaties, vanaf jaar 2012 toevoeging van bedrijfsobligaties

De return van het aandelenmandaat in 2020 bedraagt 1,93 % en ligt daarmee onder het verwachte lange termijn rendement van 6,00 %. In de onderstaande tabel wordt de jaarlijkse return van het aandelenmandaat weergegeven van 1 januari tot 31 december van het betrokken jaar. Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

Rendement -39,27 % 28,05 % 7,06 % - 9,48 % 18,67 % 22,79 % 5,89 % 11,21 % 3,89 % 12,60 % -9,87 % 95

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


2019 2020

27,39 % 1,93 %

Rendement obligatie- en aandelenmandaat sinds de start eind 2003 Obligatiemandaat

Aandelenmandaat

2004

7,25 %

12,17 %

2005

6,23 %

16,51 %

2006

4,17 %

17,53 %

2007

3,55 %

13,90 %

2008

4,71 %

0,53 %

2009

4,59 %

4,61 %

2010

4,08 %

4,94 %

2011

3,81 %

3,03 %

2012

4,59 %

4,65 %

2013 2014

4,31 % 5,20 %

6,56 % 7,40 %

2015

4,83 %

6,70 %

2016

4,50 %

6,39 %

2017

4,20 %

6,70 %

2018

3,89 %

5,59 %

2019

3,97 %

6,79 %

2020

3,95 %

6,48 %

Het aandelenmandaat heeft de voorbije 17 jaren een gemiddeld jaarlijks rendement van 6,48 % opgeleverd. Het voorbije decenium waren er slechts drie jaren met een negatieve return, namelijk 2008 (- 39,27 %) en 2011 (– 9,48 %) en 2018 (-9,87 %). De beurscrash van 2008 heeft heel zwaar gewogen op de return waardoor het jaarlijkse rendement van bij de opstart in november 2003 tot 31 december 2008 terugviel tot 0,53 %. De jaren met een negatief beursrendement worden ruimschoots goedgemaakt door jaren met een toprendemen van 20 % en meer in 2009 (28,05 %), 2013 (22,79 %) en 2019 (27,39 %). Het obligatiemandaat heeft de voorbije 17 jaren een gemiddeld jaarlijks rendement van 3,95 % opgeleverd. Op lange termijn wordt gestreefd naar een rendement van 3,50 %. Het rendement ligt dus boven het verwachte rendement op lange termijn. De return van de aandelen- en obligatieportefeuille betreft een niet-gerealiseerde opbrengst of verlies. Het effectief behaalde rendement en de gerealiseerde meer- of minderwaarden kunnen pas bepaald worden bij de verkoop van de portefeuilles. Het rendement is een netto-rendement na aftrek van alle kosten voor beheerloon, bewaarloon, transactiekosten, belastingen, duurzame screening, enz…

96

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Indexobligatiemandaat Op 18 mei 2009 werd een indexobligatiemandaat van 45 miljoen euro opgericht. Deze obligaties worden in principe bijgehouden tot de eindvervaldag. Op 1 januari 2020 bedroeg de marktwaarde 90.672.881 euro en op 31 december 2020 60.735.341euro. Het indexobligatiemandaat vertegenwoordigt 5,74 % van de totale marktwaarde van het reservefonds. De return van het indexobligatiemandaat bedraagt - 0,14 %. De couponopbrengsten worden niet gekapitaliseerd maar uitgekeerd. In de loop van het jaar 2020 werd er 1.013.979 euro aan de indexobligatieportefeuille onttrokken om de coupons van het mandaat te cashen. In totaal werd het obligatiemandaat verlaagd met 29.275.000,00 euro door onttrekking van de alle cash afkomstig van couponuitkeringen en de inning van de hoofdsom op eindvervaldag. Vastgoedmandaat DG Infra Yield Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft zich geëngageerd om 15 miljoen euro te storten in dit fonds (committed capital). Op 21 september 2016 heeft het Agentschap Vlaamse sociale bescherming de participatie van 13,5 miljoen euro die het Vlaams Toekomstfonds aanhield in het DG Infra Yield Fonds overgenomen. Dat brengt het totaal engagement op 28,5 miljoen euro. Hoewel het een groot investeringsbedrag is, blijft het risico van deze investering beperkt. - Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming streeft naar een uitbreiding van haar belegging in vastgoed- en infrastructuur; - De investering bedraagt maximaal ongeveer 3 % van de totale marktwaarde van het reservefonds indien het maximale engagement volledig zou opgevraagd zijn; - Het betreft een gediversifieerde portefeuille waardoor het risico gespreid wordt over verschillende investeringsprojecten; - Er wordt belegd in eigen kapitaal en schuldpapier van afgewerkte projecten (geen bouwrisico) die een stabiele cashflow genereren; - Een verwachte netto-coupon van 3,50 %; - Een vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid in de Toezichtsraad van het fonds. Het engagement wordt opgevraagd in functie van de portefeuille-opbouw van de beheerder van het fonds. Op 31 december 2020 werd 20.760.081 euro kapitaal opgevraagd. Het streefdoel is om return van 6 % per jaar te behalen. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft in de loop van 2020 3.645.211 euro ontvangen aan coupon- en dividenduitkeringen. In 2021 werd er een uitzonderlijk hoge variabele coupon van 2.364.824,75 euro uitgekeerd. De netto return na aftrek van alle kosten, bedraagt 5,30 %. Vastgoedmandaat LAK MM Gent Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft 8 miljoen euro geïnvesteerd in het project LAK MM Gent. Op 26 april 2020 heeft PMV een coupon van 410.201 euro uitgekeerd. Deze coupon vertegenwoordigt een kapitaalsaflossing van 173.381 euro en een rente-opbrengst van 236.820 euro. Het behaalde netto-rendement bedraagt 3,17 %.

97

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Vastgoedmandaat Epico Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft zich geëngageerd om 5.960.000 euro te storten in dit fonds (committed capital). Op 31 december 2020 werd al 2.954.753 euro opgevraagd. Voor 2020 heeft Epico een coupon van 148.457 euro uitgekeerd. Investering in de Welzijnssector Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming wil via de samenwerkingsovereenkomst met de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) en het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) investeren in vier grote sectoren, namelijk de Woonzorgcentra, de voorzieningen voor Personen met een handicap, de ziekenhuizen en in energiebesparingsprojecten. Er wordt gekozen voor de grote sectoren binnen welzijn omdat zij de grootste financieringsbehoeften hebben en om de administratieve kosten en opvolging van de projecten beheersbaar te houden voor het agentschap. Op 4 december 2019 werd een eerste overeenkomst afgesloten met Pathmakers voor het verstrekken van een achtergestelde lening van 3 miljoen euro voor investeringen in welzijn en onderwijs. Op 10 november 2020 werd een overeenkomst afgesloten met het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen (ZNA Antwerpen) voor het verstrekken van een lening van 15 miljoen euro voor het financieren van de nieuwe campus Cadix.

98

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


4 Bijlagen 4.1 BIJLAGE 1: GLOSSARIUM Agentschap voor Vlaamse Sociale bescherming Dit is de rechtsopvolger van het Vlaams Zorgfonds. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming staat in voor de financiering van de tegemoetkomingen die toegekend zijn op basis van de Vlaamse sociale bescherming. Het Agentschap erkent, subsidieert en controleert de zorgkassen. Het Agentschap beheert tevens de reserves die aangelegd worden met het oog op de dekking van de toekomstige uitgavenverplichtingen. Attest Het bewijs van de ernstig en langdurig verminderde zelfredzaamheid op basis van schalen die voor het meten van de afhankelijkheid krachtens andere regelgeving reeds in gebruik zijn. Budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning Een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning zoals vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap. Centrale Invorderingscel van de Vlaamse Overheid Deze dienst vordert in bepaalde, door de Vlaamse Regering bepaalde aangelegenheden, de niet-fiscale schuldvorderingen in van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest, meer bepaald de vorderingen die door de behandelende administratie niet meer geïnd kunnen worden. Digitaal Platform Vlaamse Sociale Bescherming (DP VSB) Het Digitaal Platform Vlaamse Sociale Bescherming is een platform voor informatie-uitwisseling tussen zorgkassen en agentschap. Het platform zorgt ook voor informatiestromen met de andere actoren. Het bevat een verwijzingsrepertorium waarin opgenomen is wie bij welke zorgkas is aangesloten. Gemachtigde indicatiesteller Een organisatie, voorziening of professionele zorgverlener die gemachtigd is indicatiestellingen uit te voeren voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Gespecialiseerd rolstoeladviesteam Gespecialiseerde rolstoeladviesteams zijn erkende multidisciplinaire equipes die in het kader van verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan personen met een snel degeneratieve aandoening voor een gespecialiseerd rolstoeladviesrapport zorgen. Indicatiestelling Het vaststellen van de ernst en duur van de verminderde zelfzedzaamheid met behulp van de BELprofielschaal voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Voor de ouderenvoorzieningen verwijst de indicatiestelling naar de KATZ-schaal en eventuele bijkomende attesten en verslagen die de afhankelijkheid van de persoon aantonen.

99

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Inkomende grensarbeider Een inkomende grensarbeider is iemand die voldoet aan drie criteria: - de persoon is ouder dan 25 jaar; - de persoon woont in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (11) of Zwitserland; - de persoon is uit eigen recht sociaal verzekerd in België omwille van tewerkstelling in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Personen die via een afgeleid recht sociaal verzekerd zijn in België worden niet beschouwd als een inkomende grensarbeider. Mantel- en thuiszorg De mantel- en thuiszorg is een zorgvorm binnen het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden waarbij de niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt wordt door een niet-residentiële zorgvoorziening, een professionele zorgverlener of een mantelzorger. Mantelzorger Een meerderjarige natuurlijke persoon die op een niet-beroepsmatige basis niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt. Mobiliteitshulpmiddelen Mobiliteitshulpmiddelen hebben als doel om de bewegingsfunctie van gebruikers te ondersteunen. Als mobiliteitshulpmiddelen worden beschouwd: rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en hun aanpassingen. Bij ‘rolstoel’ kan het gaan om een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel. Een stasysteem is een statafel of een rolstoel met een stafunctie, of toestellen die personen met een ernstige of volledige beperking van de stafunctie toelaten rechtop te staan. Niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning De zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt. Rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning De zorg en ondersteuning zoals ambulante begeleiding, ambulante outreach, dagopvang, mobiele begeleiding, mobiele outreach en verblijf, die beperkt is in tijd, intensiteit en frequentie, zoals bepaald overeenkomstig artikel 8, 10° en 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en waarvoor de persoon met een handicap geen aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap moet indienen, of de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 2, § 1, 46°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. Residentiële zorg De residentiële zorg is een zorgvorm binnen het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden waarbij de niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt wordt door een voorziening die erkend is als woonzorgcentrum of psychiatrisch verzorgingstehuis.

(11) Europese

Economische Ruimte: Europese Unie, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

100

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Rolstoeladviesteam Rolstoeladviesteams zijn erkende multidisciplinaire equipes die een rolstoeladviesrapport mogen opstellen. Snel degeneratieve aandoeningen Zorgbehoevenden komen van rechtswege in aanmerking voor het systeem van verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan personen met een snel degeneratieve aandoeningen (SDA) indien zij aan één van onderstaande aandoeningen lijden:  • amyotrofe lateraal sclerose;  • primaire lateraal sclerose;  • progressieve spinale musculaire atrofie;  • multisysteem atrofie. Zorgbehoevenden die niet lijden aan één van bovenstaande aandoeningen, kunnen gelijkgesteld worden door een gespecialiseerd rolstoeladviesteam (RAT) en zo alsnog toegang krijgen tot het verhuursysteem SDA. Ouderenvoorzieningen Wanneer we verwijzen naar ouderenvoorzieningen dan verwijzen we naar de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf en de centra voor dagverzorging. Verminderde zelfredzaamheid De toestand van een persoon van wie de mogelijkheden tot zelfzorg zijn aangetast. Onder zelfzorg wordt verstaan: de beslissingen en acties van een natuurlijke persoon in het dagelijks leven met het oog op het voorzien in de eigen basisbehoeften, en de daarbij aansluitende activiteiten die voornamelijk betrekking hebben op de uitvoering van de huishoudelijke activiteiten en de mogelijkheden om sociale contacten te leggen, zich te ontplooien en te oriënteren in tijd en ruimte. Verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen Een verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen is een persoon die gemachtigd is om voor de zorgbehoevende een aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel in te dienen. De verstrekker kiest, op basis van het medisch voorschrift of het rolstoeladviesrapport, welk mobliteitshulpmiddel het meest geschikt is. De verstrekker dient een aanvraag (digitaal) in bij de zorgkas waarbij de zorgbehoevende is aangesloten. Bij een goedkeuring krijgt de verstrekker via een derdebetalerssysteem de tegemoetkoming waarvoor de zorgbehoevende in aanmerking komt. Vesta Vesta is een systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp enerzijds, en Zorg en Gezondheid anderzijds. De eerste doelstelling van Vesta is de subsidiëring van de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp verbeteren door een efficiënte en snellere uitbetaling van de subsidies aan die diensten. De tweede doelstelling van Vesta is (beleids)informatie verzamelen op basis van de gegevens over het personeel en de gebruikers van die diensten en op basis van de berekende subsidies. Via Vesta worden gegevens verzameld die nodig zijn voor de subsidieberekening van de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp, en kan informatie over de hulp gedeeld worden tussen die diensten.

101

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


Vlaamse sociale bescherming De Vlaamse sociale bescherming bestaat uit de volgende pijlers: het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en het zorgbudget voor mensen met een handicap, de mobiliteitshulpmiddelen en de residentiële ouderenzorg. De Vlaamse sociale bescherming is een volksverzekering, waarbij de rechten gekoppeld zijn aan de betaling van een jaarlijkse zorgpremie. Voorziening De voorziening die op een professionele basis één of meer vormen van niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt of organiseert. Het betreft diensten voor thuiszorg, diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf, woonzorgcentra, en psychiatrische verzorgingstehuizen. Zorgbudget voor mensen met een handicap Een pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Het gaat om een maandelijks vast forfaitair bedrag, waarmee de persoon met een handicap die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning heeft, niet-medische hulp- en dienstverlening kan bekostigen. Dit werd vroeger Basisondersteuningsbudget (BOB) genoemd. Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Een pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood heeft tot doel ouderen met een beperking en met een beperkt inkomen die bijkomende kosten hebben vanwege een vermindering van de zelfredzaamheid in staat te stellen een deel van de bijkomende kosten te financieren. Dit werd vroeger de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genoemd. Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Een pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Het biedt aan personen die geconfronteerd worden met een ernstig en langdurig verminderde zelfredzaamheid een geheel of gedeeltelijke dekking van de kosten voor niet-medische zorg verleend door voorzieningen, professionele zorgverleners of mantelzorgers. Dit werd vroeger de zorgverzekering genoemd. Zorgkassen De zorgkassen staan in voor de dagelijkse werking van de Vlaamse sociale bescherming. Ze worden opgericht door een ziekenfonds of een verzekeringsmaatschappij en erkend door het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming richtte zelf ook een (openbare) Vlaamse Zorgkas op. Er zijn vijf mutualistische zorgkassen en de Vlaamse Zorgkas. Zorgkassencommissie De zorgkassencommissie (ZKC) bestaat uit een pool van medische en andere experten, die aangesteld worden door de verschillende zorgkassen. Binnen deze pool van experten worden aparte ZKC – teams samengesteld. Deze teams zijn provinciaal georganiseerd. De ZKC staat garant voor een kwalitatieve uitvoering van de controles, los van het lidmaatschap van de zorgbehoevende bij de zorgkas. Voor de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen beoordeelt de zorgkassencommissie individuele aanvragen en geeft ze een bindend advies aan de zorgkas. Voor de tegemoetkomingen voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf en centrum voor dagverzorging controleert de zorgkassencommissie de indicatiestellingen.

102

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2020


4.2 BIJLAGE 2: COÖRDINATEN ZORGKASSEN Zorgkas 180 Christelijke Mutualiteiten-Zorgkas Vlaanderen Haachtsesteenweg 579 1031 Brussel tel. 078 15 40 40

Zorgkas 280 Neutrale Zorgkas Vlaanderen Antwerpsestraat 145 2500 Lier

e-mail: contactzorgkas@cm.be webadres: www.cm.be/zorgkas

tel. 03 491 86 60 fax: 015 20 96 66 e-mail: info@neutralezorgkas.be webadres: www.neutrale-ziekenfondsen.be

Zorgkas 380 Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten

Zorgkas 480 Zorgkas van de Liberale Mutualiteiten

Sint-Jansstraat 32-38 1000 Brussel tel. 02 515 06 20 fax: 02 515 03 08 e-mail: zorgkas@socmut.be webadres: www.socmut.be

Livornostraat 25 1050 Brussel tel. 02 542 88 70 fax: 02 542 86 46 e-mail: vsb@lm.be webadres: www.lm.be

Zorgkas 580 Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen

Zorgkas 680 VZW Vlaamse Zorgkas

Lenniksebaan 788A 1070 Brussel tel. 02 778 92 11 fax: 02 778 94 00 e-mail: zorgkas@mloz.be webadres: www.mloz.be

Koning Albert-II laan 35 bus 36 1030 Brussel tel. 02 553 45 90 e-mail: vlaamsezorgkas@vlaanderen.be webadres: www.vlaamsezorgkas.be


4.3 BIJLAGE 3: JAARREKENING VAN HET AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING OP 31 DECEMBER 2020 BALANS AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

ACTIVA I. II. III.

IV.

Codes

Vaste activa Oprichtingskosten Immateriële vaste activa Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en uitrusting C. Meubilair, materieel en rollend materieel D. Leasing en soortgelijke rechten E. Andere materiële vaste activa F. Vaste activa in aanbouw Financiële vaste activa

Vlottende activa Vorderingen op meer dan één jaar Voorraden Vorderingen op ten hoogste één jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen 1. Dotatie Ministerie Vlaamse Gemeenschap 2. Vorderingen op zorgkassen en FOD SZ 3. Te vorderen geldboetes 4. Dubieuze vorderingen 5. Geboekte waardeverminderingen (-) 6. Voorschotten thesaurie(-) VIII. Geldbeleggingen A. Aandelen B. Vastrentende effecten C. Termijndeposito's D. Te incasseren vervallen waarden IX. Liquide middelen X. Overlopende rekeningen Totaal van de activa V. VI. VII.

Boekjaar 2020

20/28 20 21 22/27 22 23 24 25 26 27 28 29/58 29 30/39 40/41 40 41 413 4160-7 4168 416 419 413 51/54 51 52 53 54 55/59 490/1 20/59

Vorig boekjaar

18.201.601

14.456.328

10.003.829 8.197.772

6.419.141 8.037.187

8.197.772

8.037.187

1.334.326.798

1.328.070.182

527.699.551 78.816 527.620.734 479.150.228 159.991.775 33.974.812 4.657.930 14.709.959 126.128.191 786.132.024 285.521.516 500.610.508

300.825.483 78.817 300.746.666 275.797.000 14.878.313 9.886.764 12.390.486 12.205.897

14.070.564 6.424.659 1.352.528.399

82.387.040 8.457.676 1.342.526.510

936.399.983 288.529.721 647.870.262

Bedragen uitgedrukt in euro

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

104/128


PASSIVA

Codes

Eigen vermogen IV. Reservefonds V. Overgedragen winst of overgedragen verlies (+)/(-) Voorzieningen VI. Voorzieningen voor overige risico's en kosten Schulden VII. Schulden op meer dan één jaar A. Financiële schulden VIII. Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen B. Financiële schulden C. Handelsschulden D. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten F. Overige schulden IX. Overlopende rekeningen Totaal van de passiva

12/14 13 14 16 163/7 17/49 17/19 170/4 42/48 42

Boekjaar 2020

43 44 45 47/48 492/3 12/49

Vorig boekjaar

1.137.760.258 898.524.655 239.235.603 7.461.374 7.461.374 207.306.767

1.064.070.333 898.524.655 165.545.678 4.488.930 4.488.930 273.967.247

207.306.767

273.967.247

132.628.131 0

10.590.608 78.437.321 0

74.678.636 0 1.352.528.399

184.939.318 0 1.342.526.510

Bedragen uitgedrukt in euro

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

105/128


RESULTATENREKENING AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

OPERATIONELE RESULTATEN

Codes

Operationele opbrengsten

Boekjaar 2020

Vorig boekjaar

3.181.461.051

2.815.144.934

2.912.881.595 237.200.059 16.474.257 5.659.241 9.245.899 3.131.537.010

2.542.797.000 221.749.982 13.985.600 15.420.808 21.191.544 2.838.197.672

5.848.673 3.874.142 2.504.061

14.960 5.434.250 3.503.024 5.162.388

638 6430 6431 6431 6431 6431 6431 6431 6431

2.972.444 1.065.600 27.392.455 5.354.250 410.982.864 327.380.962 62.494.055 55.432.621 2.222.400.163

4.176.180 1.083.980 31.916.803 5.384.705 392.908.000 346.179.000 60.336.000 83.112.819 1.896.780.000

Terugbetaling onterecht betaalde premies en boeten

6440

0

0

In resultaatname van de bezwaren boetelingen terug/toev In resultaatname definitief afgesloten deurwaardersdossiers

6441 6442

0 0

0 0

ICT-investeringssubsidies aan de zorgkassen en VI’s

6409

0

0

Terugstorting kosten gerechtsdeurwaarders 6443 Subsidie aan de vzw Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek 6408 Overige inkomensoverdrachten aan de FOD Sociale Zekerheid 6444

0 204.600 1.950.000

0 132.000 2.073.563

0

0

49.924.041

-23.052.738

Werkingsdotatie van de Vlaamse Gemeenschap Zorgpremies (m.i.v. achterstallen) Inkomsten administratieve geldboeten (vorderingen) Afrekening subsidies zorgkassen vorige jaren Overige operationele opbrengsten Operationele kosten Externe studie-opdrachten Leveringen van diverse goederen en diensten Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa Voorzieningen (geboekte waardeverminderingen boetes) terugneming per 31 december 2020 Voorziening voor andere risico’s en kosten Specifieke werkingssubsidie Vlaamse Zorgkas vzw Werkingssubsidie zorgkassen voor werking zorgkassen Werkingssubsidie zorgkassen voor indicatiestellingen Werkingssubsidie zorgkassen voor tenlastenemingen Werkingssubsidies zorgkassen voor zorgbudget ouderen Werkingssubsidies zorgkassen voor zorgbudget handicap Werkingssubsidies zorgkassen voor MOHM Werkingssubsidies zorgkassen voor WZC CVK en DVC

Subsidie aan het Steunpunt WVG

730/3 740 740 740 740 60 61/18 6303 - 634

6410

Totaal van de operationele resultaten

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

106/128


FINANCIELE RESULTATEN

Codes

Financiële opbrengsten Meerwaarden op de realisatie van vlottende activa Geboekt pro rata effectenportefeuilles – per saldo Verrekening intresten op transacties obligaties Geïncasseerde coupons obligatieportefeuilles Inkomsten uit dividenden Vladubel Intresten termijnrekeningen Intresten zicht- en spaarrekeningen Opbrengsten vastgoedbelegging DG Infra Yield Overige financiële opbrengsten LAK VMM / Epico/consent Financiële kosten Minderwaarden op de realisatie van vlottende activa Waardeverminderingen op geldbeleggingen en liquide m Bankkosten zichtrekeningen Uitgiftekosten en Taksen op Beursverrichtingen (TOB) Debetintresten zichtrekeningen Beheer- en bewaarlonen vermogensbeheerders Overige Financiële kosten

752 757 7590 7591 7592 7593 7595 7598 652 6510

Minderwaarde realisatie vaste activa + div

Belastingen

6594/6 6599

1.270.187 265.311 4.763.488 4.352.386 0 610 9.845 1 400.646

372.709 926 27.572.944 Boekjaar 2020

22.349.135 Vorig boekjaar

0

0 0 0

0

0

106.865 0

0

7640 7650 7660 6640 6650 6660 6661 6663

Boekjaar 2020

49.924.041 27.572.944 -106.865 7900 67

Verdeling van het netto resultaat Dotatie aan het reservefonds Over te dragen netto resultaat (winst) Over te dragen netto resultaat (verlies)

3.462.067 678.286 6.327.130 5.953.495 0

6593

Codes

Te bestemmen netto resultaat Operationeel resultaat van het boekjaar Financieel resultaat van het boekjaar Uitzonderlijke resultaat van het boekjaar Overgedragen netto resultaat vorig jaar

27.112.623 1.052.730 0 0 17.324.397 7.199.998 0

6592

Totaal van de uitzonderlijke resultaten Bepaling van de resultaatverdeling

33.900.074 3.059.218 0 0 14.366.500 12.334.0030 0

6570

Codes

Uitzonderlijke opbrengsten Uitzonderlijke opbrengsten - overige Uitzonderlijke opbrengsten – kwijtgescholden boetes Waardevermeerdering vastrentende effectenportefeuille Uitzonderlijke kosten Kwijtschelding administratieve geldboetes Waardevermindering vordering boetes Waardevermindering vastrentende effectenportefeuille Waardevermindering aandelenfonds Vladubel ZVZ

Vorig boekjaar

7594

Totaal van de financiële resultaten UITZONDERLIJKE RESULTATEN

Boekjaar 2020

6920 6930 7930

Vorig boekjaar

166.249.282 -23.052.738 22.349.135 0 166.249.282

-3.700.195 73.689.925

165.545.679

73.689.925

165.545.679

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

107/128


RESERVEFONDS AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING RESERVEFONDS

Boekjaar 2020

Begintoestand van het reservefonds

Vorig boekjaar

898.524.655

898.524.655

Dotatie aan het reservefonds

0

0

Kapitalisatie van financiële opbrengsten

0

0

898.524.655

898.524.655

Eindtoestand van het reservefonds

Bedragen uitgedrukt in euro

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

108/128


4.4 BIJLAGE 4: GEGLOBALISEERDE JAARREKENING VAN DE ZORGKASSEN OP 31 DECEMBER 2020 ACTIVA

Codes

Vaste activa I. Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa III. Materiële vaste activa Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair, materieel en rollend materieel Leasing en soortgelijke rechten Overige materiële vaste activa, vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen IV. Financiële vaste activa Verbonden entiteiten en entiteiten waarmee een samenwerkingsakkoord bestaat 1. Deelnemingen 2. Vorderingen Andere financiële vaste activa, overige vorderingen en borgtochten in contanten V. Vorderingen op meer dan één jaar Vorderingen op verbonden entiteiten Overige vorderingen Vlottende activa VI. Voorraden VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar Vorderingen wegens tenlastenemingen, toelagen of premies 1. Terugvorderingen van tegemoetkomingen VSB 2. Terugvorderingen van indicatiestellers 3. Te ontvangen overheidssubsidies en -tussenkomsten 4. Te innen premies 5. Overige vorderingen Vorderingen op verbonden entiteiten Vorderingen op andere zorgkassen Vorderingen op het AVSB Overige vorderingen VIII. Geldbeleggingen Vastrentende effecten Termijnrekeningen bij kredietinstellingen Overige geldbeleggingen IX. Liquide middelen

20/29 20 21 22/26 22 23 24 25 26

6.771.895

7.595.949

0 6.541.346 233.372

1.376.177 6.015.060 204.314

7.712 132.260 0 90.140

11.567 122.715 0 70.032

28 280/1

437

398

437

398

507.803.962

1.201.323.057

355.192.171

1.155.960.663

4001-06 402 404

59.285.647 0 207.497

847.455.600 0 296.207

405 407 471/4 475/479 416 41 51/53 51 52 53 54/58

40.473 83.811.019 27.146

1.228 127.115.888 17.230

211.524.267 252.141 0 0 0 0 143.449.435 9.162.356

180.866.707 207.803 0 0 0 0 45.287.259 75.135

X.

490/1 514.575.856

1.208.919.006

Overlopende rekeningen

Totaal van de activa

280 281 284/8 29 291/5 298/9 31/58 31 40/47

20/58

Boekjaar 2020

Vorig boekjaar

Bedragen uitgedrukt in euro.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

109/128


PASSIVA

Codes

Eigen vermogen I. Herwaarderingsmeerwaarden II. Reserves III. Overgedragen winst of verlies (-)/(+)

12/14 12 13 14

Voorzieningen

16

IV.

Technische voorzieningen Technische voorzieningen Voorzieningen voor I.B.N.R. Overige voorzieningen VI. Voorzieningen voor risico’s en kosten Schulden VII.

VIII.

IX.

Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Schulden tegenover verbonden entiteiten Overige schulden op meer dan één jaar Schulden op ten hoogste één jaar Financiële schulden Schulden wegens tenlastenemingen of premies 1. Schulden i.h.k. tegemoetkomingen VSB 2. Terug te betalen premies 3. Overige schulden Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2. Bezoldigingen en sociale lasten Schulden tegenover verbonden entiteiten Schulden tegenover andere zorgkassen Schulden tegenover het AVSB Overige schulden Overlopende rekeningen

Totaal van de passiva

Boekjaar 2020

Vorig boekjaar

12.799.712

11.273.438

14.769.656 -1.969.943

12.605.714 -1.332.276

116.744

118.427

161/163 161 162 163 165/9 17/49

116.744 501.659.400

118.427 1.197.527.141

17/19 172/4 19 175/9 43/489 43 44 4401-06 446 449 45

490.972.876 11.388 319.974.073 229.960.555 0 90.013.518 1.421.281

1.185.243.592

114.927 1.306.354 18.172.468 247 150.331.560 1.061.859 10.686.524 514.575.856

96.211 1.160.720 20.903.011

452/3 454/9 471/4 475/479 489 48 492/3 12/49

1.051.445.928 1.042.416.937 20.547 9.008.444 1.256.931

110.477.307 1.160.415 12.283.549 1.208.919.006

Bedragen uitgedrukt in euro.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

110/128


RESULTATENREKENING ZORGKASSEN

TECHNISCHE RESULTATEN

Codes

I.

700 631 642 742 702XX

II.

A. Gevorderde zorgpremies (+) B. Waardeverminderingen op zorgpremies (+)(-) C. Overgedragen zorgpremies AVSB (-) D. Te ontvangen zorgpremies niet meegerekend 2017 (+) Terugstortingen geïnde zorgpremies aan (-) AVSB Overheidstoelagen (+)

III.

Tegemoetkomingen AVSB en vergoedingen

IV. V.

Vergoedingen aan indicatiestellers Technische voorzieningen

VI.

Overige technische opbrengsten

VII.

Overige technische kosten

I.Bis

701

(-) (-)/(+) (+) (-)

609XX 607/8, 707/8 703/6, 709 605, 6092/99 70/60

WERKINGSRESULTATEN

Codes

IX. Overheidstoelagen (+) X. Diensten, diverse goederen en kosten (-) XI. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen XII. Afschrijvingen en waardeverminderingen op (-) oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa XIII. Waardeverminderingen op vlottende activa XIV.

Voorzieningen voor risico's en kosten

XV.

Overige bedrijfsopbrengsten A. Aanrekening van werkingskosten aan derden B. Overige bedrijfsopbrengsten Overige bedrijfskosten

2.712.693.144 2.940.949.501

2.365.380.096 2.577.482.236

5.434.762

5.772.225

38.913 762.670

551.374

0

0

Boekjaar 2020

Vorig boekjaar

631/3, 6392 635/7, 6393

171.620

419.547

1.683

118.427

(+)

732/9 742/9

(-)

640/8

949.139 580.252 1.233.472

261.464 763.527 1.223.855

-172.810

6.931.547

(-)/(+)

(-)/(+)

(-)/(+)

(+)

FINANCIËLE RESULTATEN

Codes

Financiële resultaten (XIX tot XX)

219.743.914 -3.426.742 6.014.158 1.269.241

32.141.081 14.706.138 7.480.313 2.286.245

74/64

Financiële opbrengsten Financiële kosten

238.531.369 -5.936.276 4.265.120 6.084.904

28.916.078 18.313.305 8.055.031 2.846.534

7491 61 62 630, 6391

Werkingsresultaten (IX tot XVI)

XIX. XX.

Vorig boekjaar

6001-06

Technische resultaten (I tot VII)

XVI.

Boekjaar 2020

(+) (-)/(+)

630, 6391 630, 6391 75/65

Boekjaar 2020

Vorig boekjaar

23.986 158.712 -134.726

24.956 36.428 -11.472

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

111/128


UITZONDERLIJKE RESULTATEN XXI. A. B. XXII.

Codes

Uitzonderlijke opbrengsten Overdracht om niet van vermogen door derden Overige uitzonderlijke opbrengsten Uitzonderlijke kosten

(+) (+)

765 760/4, 769 66

Boekjaar 2020

Uitzonderlijke resultaten (XXI tot XXII)

76/66

4.883 1.195 3.688

XXIII. RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR (I tot XXII)

70/66

-303.848

(-)

Vorig boekjaar

1.040 -5.732 -4.692 6.915.383

Bedragen uitgedrukt in euro.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

112/128


4.5 BIJLAGE 5: BESPREKING EN EVALUATIE VAN HET BOEKHOUDKUNDIG VERSLAG VAN DE ZORGKASSEN Het boekhoudkundig verslag wordt ingedeeld in 3 luiken: -

een administratief-juridisch gedeelte een financieel-boekhoudkundig gedeelte een aantal verplicht te overhandigen bijlagen

Het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming voert op basis van een checklist een controle uit op de boekhoudkundige verslagen van de zorgkassen. Hieronder wordt een summiere beschrijving gegeven van de voornaamste aandachtspunten.

1. Het administratief-juridisch gedeelte In het administratief luik vermelden de zorgkassen hun rechtsvorm, de oprichtingsdatum, de publicatie van de statuten in het Belgisch Staatsblad en het organogram van de administratieve organisatie van hun zorgkas. Indien deze gegevens gewijzigd werden, moeten de zorgkassen deze wijzigingen meedelen. De zorgkassen bezorgen ook het verslag van de bedrijfsrevisor waarin vermeld wordt hoe de controles werden verricht, of alle gevraagde documenten werden verkregen en of de boekhouding conform de toepasselijke regelgeving werd gevoerd. Verder moet een organogram van hun boekhoudkundige dienst toegevoegd worden en melding gemaakt worden van eventuele wijzigingen van de boekhoudkundige dienst (bijvoorbeeld wijzigingen in personeelssamenstelling) of boekhoudkundige regels (bijvoorbeeld wijzigingen waarderingsregels). Tenslotte dienen de zorgkassen expliciet te bevestigen dat hun werkzaamheden worden uitgevoerd conform de geldende regelgeving.

2. Het financieel-boekhoudkundig gedeelte Dit gedeelte bevat de schematische voorstelling van de jaarrekening en de toelichting bij de jaarrekening. Bij de kosten- en opbrengstenrekeningen dienen, naast de werkings- en financiële kosten en opbrengsten, in het bijzonder te worden vermeld: -

het bedrag van de tegemoetkomingen van de diverse zorgbudgetten, waar mogelijk geventileerd naar de aard van de verstrekte zorgvorm (bv. mantel- en thuiszorg, residentiële zorg); het bedrag van de vergoedingen aan de indicatiestellers; het bedrag van de geboekte waardeverminderingen op vorderingen van zorgpremies.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

113/128


3. Verplicht in te dienen bijlagen Het betreft hier in het bijzonder het verslag van de commissaris-revisor van de zorgkas, de samenvatting van de gedurende het boekjaar gehanteerde waarderingsregels en nieuw sinds het boekjaar 2017 het indienen van de sociale balans conform de richtlijnen en sjablonen van de Nationale Bank van België.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

114/128


4.6 BIJLAGE 6: OVERZICHT VAN DE NIEUWE WETGEVING JAAR 2020 In deze bijlage worden de wijzigingen in de regelgeving tijdens het jaar 2020 opgesomd: Besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2020 tot wijziging van artikel 473 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming (B.S. 14/04/2020) Besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2020 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de financiering van het personeel in een centrum voor kortverblijf met een bijkomende erkenning (B.S. 9/6/2020) Besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2020 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de nadere regels die van toepassing zijn op de aanvullende financieringen (B.S. 23/7/2020) Besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2020 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen (B.S. 17/2/2021) Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2020 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de wijziging van het basisondersteuningsbudget (B.S. 30/12/2020) Ministerieel besluit van 29 april 2020 tot toekenning van een instapmoment aan bepaalde woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra (B.S. 8/5/2020) Ministerieel besluit van 15 juni 2020 tot toekenning van een instapmoment aan bepaalde woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra (B.S. 15/7/2020) Ministerieel besluit van 4 december 2020 tot wijziging van bijlage 1 en 2 bij het ministerieel besluit van 7 december 2018 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat de mobiliteitshulpmiddelen betreft (B.S. 30/3/2021) Ministerieel besluit van 11 december 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 27 maart 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de formulieren in het kader van de mobiliteitshulpmiddelen Ministerieel besluit van 18 december 2020 tot toekenning van een instapmoment aan bepaalde woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra (B.S. 1/3/2021)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

115/128


4.7 BIJLAGE 7: BEL-FOTO A. Huishoudelijke ADL (algemeen dagelijks leven)  onderhoud  was  strijk  boodschappen  maaltijden bereiden  organisatie huishoudelijk werk

B. Lichamelijke ADL  wassen  kleden  verplaatsen  toiletbezoek  incontinentie  eten

Tussensomscore 0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3

0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3

Tussensomscore

C. Sociale ADL  sociaal verlies  trouw aan therapie & gezondheidsregels  veiligheid in en om het huis  administratie  financiële verrichtingen + indien gezin  hygiënische verzorging kinderen  opvang kinderen

Tussensomscore 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1

2 2 2 2 2

3 3 3 3 3

0 0

1 1

2 2

3 3

Subtotaal : D. Geestelijke gezondheid  desoriëntatie in tijd  desoriëntatie in ruimte  desoriëntatie in personen  niet-doelgericht gedrag  storend gedrag  initiatiefloos gedrag  neerslachtige stemming  angstige stemming

Tussensomscore 0 0 0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3 3 3

Totale profielscore Handtekening scorende

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

116/128


4.8 BIJLAGE 8: TEGEMOETKOMINGEN VOOR MOBILITEITSHULPMIDDELEN 2020 Prestatiecode

Prestatielijst

220013 225016 220035 225038 220057 220079 225694

Deel Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

1 1 1 2 3 4 5 6 24

222975

Subgroep

7

220337 220359 220197 225613

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

8 9 10 11

225053

Subgroep

12

225657

Subgroep

13

220219 225635 220234 225075 220256 225097 220617 225119 224095 225679 220094

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 2 1

220116

Subgroep

2

220138 220278 220293

Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep

3 4 5 3 1 2 3 4

220374

Subgroep

1

220396

Subgroep

2

225134

Subgroep

3

225156

Subgroep

4

222813 220153 220175

Omschrijving Mobiliteitshulpmiddelen Manuele rolstoel Manuele standaardrolstoel (volwassene) Tweede manuele standaardrolstoel (volwassene) Manuele modulaire rolstoel (volwassene) Tweede manuele modulaire rolstoel (volwassene) Manuele verzorgingsrolstoel (volwassene) Manuele actief rolstoel (volwassene) Tweede manuele actief rolstoel (volwassene) Manuele actief rolstoel met individuele maatvoering (volwassene) Rolstoel met mechanische sta-functie Rolstoel met elektrische sta-functie Standaard duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Tweede standaard duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Standaard duwwandelwagen - type buggy groot formaat (type kinderrolstoel) Tweede standaard duwwandelwagen – type buggy groot formaat (type kinderrolstoel) Modulaire duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Tweede modulaire duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Manuele standaard kinderrolstoel Tweede manuele standaard kinderrolstoel Manuele actief kinderrolstoel Tweede manuele actief kinderrolstoel Rolstoelonderstel voor zitschelp Tweede rolstoelonderstel voor zitschelp Rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid Tweede rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid Elektronische rolstoel Elektronische rolstoel voor gebruik binnenshuis (volwassene) Elektronische rolstoel voor gebruik binnen- en buitenshuis (volwassene) Elektronische rolstoel voor gebruik buitenshuis (volwassene) Elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis Elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnen- en buitenshuis Elektronische scooter Elektronische binnenscooter Elektronische binnen/buiten scooter Elektronische buitenscooter Drie- of vierwielfiets en zitdriewielfiets Standaard drie- of vierwielfiets voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm Standaard drie- of vierwielfiets voor een gebruiker met tussenbeenlengte vanaf 50 cm tot en met 70 cm Standaard drie- of vierwielfiets voor een gebruiker met tussenbeenlengte van minder dan 50 cm Zitdriewielfiets met bovenstuur in hoge positie, voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm

Tegemoetkoming

752,13 EUR 752,13 EUR 752,13 EUR 752,13 EUR 2.623,60 EUR 2.218,85 EUR 752,13 EUR 2.218,85 EUR 4.423,16 EUR 4.726,11 EUR 1.272,41 EUR 1.272,41 EUR 475,18 EUR 475,18 EUR 2.120,69 EUR 2.120,69 EUR 1.211,82 EUR 1.211,82 EUR 2.218,85 EUR 2.218,85 EUR 1.056,71 EUR 1.056,71 EUR 2.153,41 EUR 2.153,41 EUR 5.453,21 EUR 6.531,73 EUR 9.694,59 EUR 5.453,21 EUR 7.270,94 EUR 830,10 EUR 2.072,22 EUR 3.271,93 EUR 1.363,30 EUR 1.181,53 EUR 1.181,53 EUR 2.434,32 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

117/128


225178

Subgroep

5

Zitdriewielfiets met bovenstuur in hoge positie, voor een gebruiker met tussenbeenlengte tot en met 70 cm

2.130,03 EUR

225193

Subgroep

6

Zitdriewielfiets met onderstuur lateraal aan het zitgedeelte voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm

4.868,64 EUR

225215

Subgroep

7

225237

Subgroep

8

Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

5 1 2 3 4 5 6 6 1

Deel

2

Hoofdgroep

1

220639

Subgroep

1

220654

Subgroep

2

220676

Subgroep

3

220698

Subgroep

4

220757

Subgroep

5

222739

Subgroep

6

222776

Subgroep

7

222754

Subgroep

8

Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, met zijkanten

278,72 EUR

222798

Subgroep

9

Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, met zijkanten, type kinderrolstoel

327,19 EUR

223056 223093 223115 223137 220713

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

10 11 12 13 14

220735

Subgroep

15

223078

Subgroep

16

223159

Subgroep

17

220779 220794 220816 220838 225274 225296 225318

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep

18 19 20 21 22 23 24 2

220418 220433 220455 220477 220499 225259 220315

Zitdriewielfiets met onderstuur lateraal aan het zitgedeelte voor een gebruiker met tussenbeenlengte tot en met 70 cm Zitdriewielfiets met dubbel aandrijvingssysteem d.m.v. voet- en handtrappers voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm Loophulpmiddel Loophulpmiddel met 4 vaste steunen Loophulpmiddel met 2 vaste steunen en 2 wielen zonder zit Loophulpmiddel met 2 vaste steunen en 2 wielen met zit Loophulpmiddel met 3 of 4 wielen Loophulpmiddel met ondersteuning van de sta-functie Loophulpmiddel met open looprichting Stasysteem Elektrisch instelbare statafel Specificaties van de aanpassingen bij de mobiliteitshulpmiddelen voorzien in deel 1 Aanpassingen onderste ledematen Beensteun, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal Beensteun, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, type kinderrolstoel Comfortbeensteun, mechanisch en lengtecorrigerend Comfortbeensteun, mechanisch en lengtecorrigerend, type kinderrolstoel In hoek instelbare voetplaten of ééndelige in hoek instelbare voetenplaat Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, type kinderrolstoel

Kniekussen op beensteun Fixatiesysteem voor beide knieën Verstevigde voetsteun Verstevigde beensteun Elektrisch verstelbare comfortbeensteun, lengtecorrigerend Elektrisch verstelbare comfortbeensteun, lengtecorrigerend, type kinderrolstoel Kuitsteun bij centrale beensteun Voet/beensegment, inclusief hoogte en hoek regelbare bevestiging Voetfixatiesysteem Voetplaat Enkel-voetspalk Aanpassing van de lengte van de pedaalkruk Excentrische pedaalarm Voetenbakje met riempjes Mediaal beschermingsplaatje voor de pedaal Aanpassingen bovenste ledematen

4.868,64 EUR 4.868,64 EUR

92,82 EUR 103,13 EUR 128,92 EUR 128,92 EUR 412,54 EUR 278,93 EUR 3.203,76 EUR

121,18 EUR 145,42 EUR 139,36 EUR 163,60 EUR 109,06 EUR 242,36 EUR 290,84 EUR

24,88 EUR 246,48 EUR 42,97 EUR 122,49 EUR 605,91 EUR 666,50 EUR 69,38 EUR 504,26 EUR 13,33 EUR 39,99 EUR 418,08 EUR 24,24 EUR 171,42 EUR 101,43 EUR 50,72 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

118/128


223174 223196 223218 220875 225333 225355 220897 220919 220934

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep

1 2 3 4 5 6 3 1 2 3

220956

Subgroep

4

220978 220993 221015

Subgroep Subgroep Subgroep

5 6 7

221133

Subgroep

8

221155 221177 221199 221258 221273 221295

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

9 10 11 12 13 14

221214

Subgroep

15

221236

Subgroep

16

222879

Subgroep

17

222894

Subgroep

18

222916

Subgroep

19

223019 223034 221037 221059 221074 221096 221118 223233 223255 223277 223299 223498 223513 221317 225399 225414 223314

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36

223336

Subgroep

37

223358 223454 223476

Subgroep Subgroep Subgroep

38 39 40

Armlegger gootvormig of versterkt of verbreed Armlegger gootvormig en scharnierend Armsteun in hoogte-, breedte- en hoek regelbaar Aangepast stuur Verstelbaar stuur bij armlengteverschil Kaderstuur/ CP-fietsstuur Aanpassingen positionering (zit- en ruggedeelte) Regelbare basisplaat voor antidecubituszitkussen Voorgevormde zit Voorgevormde rug Rughoekverstelling, instelbare of verstelbare rughoek tot minimum 30° Rughoekverstelling, instelbare of verstelbare rughoek tot 90° Rughoekverstelling met instelbare of verstelbare rughoek Zithoekverstelling met instelbare zithoek Hoofdsteun, in hoogte en diepte verstelbaar en in hoek kantelbaar Rugpelot Abductieklos Abductieframe Aanpassing van de zitbreedte (meer dan 36 cm) en zitdiepte Aanpassing bij een amputatie Rolstoelwerkblad of halfwerkblad Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 48 cm tot en met 52 cm Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 52 cm tot en met 58 cm Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 58 cm tot en met 62 cm aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 62 cm tot en met 70 cm Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 70 cm tot en met 75 cm Naspanbare zitbekleding Naspanbare rugbekleding Elektrisch kantelbare zit Elektrisch in hoek verstelbare rug Elektrisch in hoogte verstelbare zit Elektrisch in hoogte en tot aan de vloer verstelbare zit Elektrische stafunctie Dijbeensteun Biomechanische rugleuning Heupsteun Hoofdsteun met functionele positionering Abductieklos naar maat Borststeun tafelblad Lendensteun Rugsteun (thoraco-lumbaal) Zadel concaaf (banaanzadel) Hoofdsteun voor thoracolumbale steun in harde uitvoering Regelbare hoofd- en neksteun, anatomisch gevormd, traploos instelbaar Hoofdbandsysteem Rugpelot Bekkensteun wegzwenkbaar

134,31 EUR 174,59 EUR 172,67 EUR 64,23 EUR 81,14 EUR 81,14 EUR 105,43 EUR 212,07 EUR 224,19 EUR 302,96 EUR 685,89 EUR 302,96 EUR 147,84 EUR 181,77 EUR 98,16 EUR 75,13 EUR 218,13 EUR 436,26 EUR 105,43 EUR 193,89 EUR 224,19 EUR 484,73 EUR 1.036,11 EUR 2.525,44 EUR 3.456,12 EUR 145,42 EUR 145,42 EUR 1.151,23 EUR 1.151,23 EUR 2.666,01 EUR 2.666,01 EUR 2.666,01 EUR 134,31 EUR 257,89 EUR 134,31 EUR 1.657,12 EUR 133,24 EUR 80,53 EUR 173,29 EUR 202,86 EUR 50,72 EUR 181,77 EUR 433,11 EUR 179,02 EUR 60,59 EUR 219,44 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

119/128


223373

Subgroep

41

223395

Subgroep

42

223417

Subgroep

43

223439

Subgroep

44

221339 223535 221354 223594 221376 221398

Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

4 1 2 3 4 5 6

222938

Subgroep

7

223653 221413 223557 223579 223616 223675

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

8 9 10 11 12 13

223638

Subgroep

14

225436 225458 225473 221435

Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

15 16 17 5 1

223697

Subgroep

2

221457

Subgroep

3

221479

Subgroep

4

221693 221494

Subgroep Subgroep

5 6

222953

Subgroep

7

221516

Subgroep

8

221538 221553 221575 221597 221619 221634 221656

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

9 10 11 12 13 14 15

221678

Subgroep

16

223719 223734 223756

Subgroep Subgroep Subgroep

17 18 19

225495

Subgroep

20

225517

Subgroep

21

Ingewerkte bilaterale zijdelings ondersteuning op de lumbale harde steun Ingewerkte bilaterale zijdelingse ondersteuning op het thoracolumbale harde rugsysteem Laterale zijdelingse ondersteuning op het thoracolumbale harde rugsysteem Drukverdelende ondersteuning van de spinae vertebrae voor lumbosacrale steun Aanpassingen veiligheid Hielsteun of voetriem Voetschelpje Veiligheidsgordel Vier- of vijfpuntsveiligheidsgordel voor manuele rolstoel Zitbroek Antikiepsysteem Wegklapbaar antikiepsysteem of centraal afneembaar antikiepsysteem voor actief rolstoel Achteruitkijkspiegel Stoepklimmer Vier- of vijfpuntsveiligheidsgordel met autoclips Vier- of vijfpuntsveiligheidsgordel voor elektronische rolstoel Gordel met oprolautomaat Noodstop schakelaar 4- of 5-puntsvestje of H-harnas, al dan niet met ritssluiting of kruisbanden Duwbeugel voor de begeleider Dubbele eenzijdige rem Parkeerrem Aanpassingen besturing/aandrijving Aandrijf- en besturingssysteem met dubbele hoepel Aandrijf- en besturingssysteem met dubbele hoepel bij actief rolstoel Aandrijf- en besturingssysteem met hefboomsysteem Rolstoelaanpassing van de zithoogte - verlaging, trippelstoel uitvoering Remverlenger Aanpassing van de hoepels in geval van verminderde grijpfunctie Aanpassing van de hoepels van de actief rolstoel in geval van verminderde grijpfunctie Werkbladbesturing, rolstoelbesturing ingebouwd in werkblad en werkblad inclusief Bijkomende externe joystickbesturing Kinbesturing, mechanische bediening, wegzwenkbaar Kinbesturing, elektrische bediening, wegzwenkbaar Middenbesturing Vingerbesturing Hoofdbesturing Voetbesturing Rolstoelbesturing d.m.v. bijzondere schakelaars op maat van de gebruiker Verwarmingselement voor de bedieningsarm of -hand Besturingssysteem begeleider Wegzwenkbare bevestigingsarm – mechanisch bedienbaar Besturingssysteem met geïntegreerde omgevingsbediening afneembaar Besturingssysteem met geïntegreerde omgevingsbediening niet

60,59 EUR 60,59 EUR 90,89 EUR 30,30 EUR 13,33 EUR 35,46 EUR 36,35 EUR 99,04 EUR 83,62 EUR 60,59 EUR 166,02 EUR 21,49 EUR 405,96 EUR 187,59 EUR 66,80 EUR 66,80 EUR 276,97 EUR 188,26 EUR 50,72 EUR 50,72 EUR 50,72 EUR 848,28 EUR 848,28 EUR 1.211,82 EUR 190,26 EUR 9,09 EUR 45,44 EUR 93,92 EUR 1.878,33 EUR 721,04 EUR 1.575,37 EUR 2.029,80 EUR 601,06 EUR 2.544,83 EUR 2.423,65 EUR 1.817,74 EUR 2.423,65 EUR 821,90 EUR 655,69 EUR 247,14 EUR 3.428,33 EUR 1.794,30 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

120/128


225539

Subgroep

225554

220514

Subgroep Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

220536

Subgroep

220558

Subgroep

223778 223793 223815 223837 223859 223874 225576

220573

afneembaar Bluetooth module bij een besturingssysteem met geïntegreerde 22 omgevingsbediening 23 USB lader voor aansluiting op de rolstoelbatterij 6 Bijzondere aanpassingen 1 Serumhouder 2 Houder zuurstoffles 3 Platform medische apparatuur 4 Platform medische apparatuur meescharnierend 5 Extra batterij inclusief lader 6 Montageadapter voor een modulaire ziteenheid 7 Krukkenhouder 7 Zitkussen ter preventie van doorzitwonden 1 Niet-individueel aanpasbaar antidecubituskussen Niet-individueel aanpasbaar anatomisch gevormde 2 antidecubituszit (geïntegreerd in rolstoel) 3 Individueel aanpasbaar antidecubituskussen Individueel aanpasbaar antidecubituskussen type luchtkussen met celstructuren of Flow-Fluid-gelkussen Modulair aanpasbaar systeem ter ondersteuning van de zithouding Modulair aanpasbare ziteenheid voor de gebruiker tot de 12de verjaardag Modulair aanpasbare ziteenheid voor de gebruiker vanaf de 12de verjaardag tot de 18de verjaardag Modulair aanpasbare ziteenheid voor de gebruiker vanaf de 18de verjaardag Lumbale steun in zachte uitvoering Lumbale steun in harde uitvoering Thoraco-lumbale steun in harde uitvoering Onderhoud en herstelling van een mobiliteitshulpmiddel voorzien in deel 1 Basisforfait onderhoud en herstelling manuele rolstoel volwassene Basisforfait onderhoud en herstelling - Manuele standaardrolstoel (volwassene) (220013) Basisforfait onderhoud en herstelling - Tweede manuele standaardrolstoel (volwassene) (225016) Basisforfait onderhoud en herstelling - Manuele modulaire rolstoel (volwassene) (220035) Basisforfait onderhoud en herstelling - Tweede manuele modulaire rolstoel (volwassene) (225038)

Subgroep

4

Hoofdgroep

8

224058

Subgroep

1

224073

Subgroep

2

225598

Subgroep

3

223999 224014 224036

Subgroep Subgroep Subgroep

4 5 6

Deel

3

Hoofdgroep

1

230019

Subgroep

1

230034

Subgroep

2

230056

Subgroep

3

230078

Subgroep

4

Hoofdgroep

4

230417

Subgroep

1

230439

Subgroep

2

230454

Subgroep

3

Basisforfait onderhoud en herstelling - Elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175)

Deel

4

Maandelijks huurforfait voor een mobiliteitshulpmiddel en aanpassingen, voorzien in deel 1 en 2

Hoofdgroep

1

222577

Subgroep

1

222599

Subgroep

2

Basisforfait onderhoud en herstelling elektronische scooter Basisforfait onderhoud en herstelling - Elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) Basisforfait onderhoud en herstelling - Elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153)

Maandelijks huurforfait doelgroep woonzorg Huurforfait voor de huur van een manuele standaardrolstoel (220013) in woonzorg Huurforfait voor de huur van een manuele modulaire rolstoel (220035) in woonzorg

436,15 EUR 182,57 EUR 106,37 EUR 209,52 EUR 366,47 EUR 505,62 EUR 428,73 EUR 526,19 EUR 25,36 EUR 121,18 EUR 339,31 EUR 424,14 EUR 484,73 EUR

1.822,20 EUR 2.130,90 EUR 2.130,90 EUR 224,19 EUR 363,55 EUR 424,14 EUR

150,00 EUR 150,00 EUR 150,00 EUR 150,00 EUR

250,00 EUR 250,00 EUR 250,00 EUR

35,89 EUR 52,38 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

121/128


Huurforfait voor de huur van een manuele verzorgingsrolstoel (220057) in woonzorg Huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) of verzorgingsrolstoel (220057) uitgevoerd met een modulair korrelzitsysteem (225377) in woonzorg Maandelijks huurforfait doelgroep thuiszorg Huurforfait voor een manuele standaardrolstoel (220013) in thuiszorg Huurforfait voor een tweede manuele standaardrolstoel (225016) in thuiszorg Huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) in thuiszorg Huurforfait voor een tweede manuele modulaire rolstoel (225038) in thuiszorg Huurforfait voor een manuele verzorgingsrolstoel (220057) in thuiszorg Maandelijks huurforfait tijdelijke huur Tijdelijk huurforfait voor een manuele standaardrolstoel (220013) Tijdelijk huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) Tijdelijk huurforfait voor een manuele actief rolstoel (220079) Tijdelijk huurforfait voor een manuele verzorgingsrolstoel (220057) Maandelijks huurforfait specifiek doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een manuele standaardrolstoel (220013) doelgroep snel degeneratieve aandoening

222614

Subgroep

3

230918

Subgroep

4

Hoofdgroep

2

230933

Subgroep

1

230955

Subgroep

2

230999

Subgroep

3

231014

Subgroep

4

231073

Subgroep

5

Hoofdgroep

3

230977

Subgroep

1

231036

Subgroep

2

231058

Subgroep

3

231095

Subgroep

4

Hoofdgroep

4

231117

Subgroep

1

231139

Subgroep

2

Huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) doelgroep snel degeneratieve aandoening

52,38 EUR

231154

Subgroep

3

Huurforfait voor een manuele verzorgingsrolstoel (220057) doelgroep snel degeneratieve aandoening

67,76 EUR

231176

Subgroep

4

Huurforfait voor een manuele actief rolstoel (220079) – doelgroep snel degeneratieve aandoening

73,03 EUR

231198

Subgroep

5

231213

Subgroep

6

231235

Subgroep

7

231257

Subgroep

8

231537

Subgroep

9

Deel Hoofdgroep

5 1

240055

Subgroep

4

240099

Subgroep

5

Deel

7

Hoofdgroep

1

Huurforfait voor een elektronische rolstoel (220094; 220116) – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een besturingssysteem bestaande uit een geïntegreerde omgevingsbediening afneembaar, BT module en een bijzondere rolstoelbesturing – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een besturingssysteem bestaande uit een geïntegreerde omgevingsbediening NIET afneembaar, BT module en een bijzondere rolstoelbesturing – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een elektronische scooter (220153; 220175) – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een elektronische binnenscooter (222813) doelgroep snel degeneratieve aandoening Administratieve tegemoetkoming Administratieve tegemoetkoming Administratieve tegemoetkoming bij overlijden gebruiker tussen de goedkeuring van de aangevraagde tegemoetkoming en de aflevering van het mobiliteitshulpmiddel bij huur Tegemoetkoming voor het opstellen van een testrapport bij aankoop elektronische rolstoel Forfaitaire tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel voorzien in deel 1 Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele

67,76 EUR 67,76 EUR

35,89 EUR 35,89 EUR 52,38 EUR 52,38 EUR 67,76 EUR

35,89 EUR 52,38 EUR 73,03 EUR 67,76 EUR

35,89 EUR

441,22 EUR

153,16 EUR

133,89 EUR

160,26 EUR 73,03 EUR

29,15 EUR 250,00 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

122/128


standaardrolstoel volwassene

240733

Subgroep

1

240755

Subgroep

2

240777

Subgroep

3

240799

Subgroep

4

240814

Subgroep

5

240836

Subgroep

6

240858

Subgroep

7

240873

Subgroep

8

240895

Subgroep

9

240917

Subgroep

10

240939

Subgroep

11

240954

Subgroep

12

240976

Subgroep

13

240998

Subgroep

14

Hoofdgroep

2

Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele modulaire rolstoel (volwassene) (220035) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele verzorgingsrolstoel (volwassene) (220057) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) (220079) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) met individuele maatvoering (222975) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met mechanische sta-functie (220337) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met elektrische sta-functie (220359) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor zitschelp (220617) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid (224095) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

123/128


241013

Subgroep

1

241035

Subgroep

2

241057

Subgroep

3

241079

Subgroep

4

241094

Subgroep

5

241116

Subgroep

6

241138

Subgroep

7

241153

Subgroep

8

241175

Subgroep

9

241197

Subgroep

10

241219

Subgroep

11

241234

Subgroep

12

241256

Subgroep

13

Hoofdgroep

3

241278

Subgroep

1

241293

Subgroep

2

Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele verzorgingsrolstoel (volwassene) (220057) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) (220079) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) met individuele maatvoering (222975) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met mechanische sta-functie (220337) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met elektrische sta-functie (220359) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor zitschelp (220617) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid (224095) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene (220057) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

2.623,60 EUR

2.623,60 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

124/128


manuele verzorgingsrolstoel volwassene (220057)

241315

Subgroep

3

Hoofdgroep

4

241337

Subgroep

1

241359

Subgroep

2

241374

Subgroep

3

241396

Subgroep

4

241418

Subgroep

5

241433

Subgroep

6

Hoofdgroep

5

241455

Subgroep

1

241477

Subgroep

2

241499

Subgroep

3

241514

Subgroep

4

241536

Subgroep

5

241558

Subgroep

6

Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene (220057) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de elektronische scooter Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische buitenscooter (220175) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische buitenscooter (220175) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische buitenscooter (220175)

2.623,60 EUR

2.218,85 EUR

2.218,85 EUR

2.218,85 EUR

830,10 EUR

2.072,22 EUR

2.218,85 EUR

2.072,22 EUR

2.072,22 EUR

2.072,22 EUR

3.271,93 EUR

3.271,93 EUR

3.271,93 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

125/128


241816

Subgroep

241838

Subgroep

241853

Subgroep

Hoofdgroep

242339

Subgroep

242354

Subgroep

242376

Subgroep

242398

Subgroep

242413

Subgroep

242435

Subgroep

242457

Subgroep

242479

Subgroep

242494

Subgroep

242516

Subgroep

241573

Subgroep

Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnen/buiten scooter (220153) voor een gebruiker die 7 beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen scooter (222813) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische buiten 8 scooter (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen scooter (222813) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische buiten scooter (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de 9 voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers tot de 18e 6 verjaardag die beantwoorden aan de voorwaarden van een kinderrolstoel Forfaitaire tegemoetkoming voor een modulaire duwwandelwagen voor kinderen (220219) voor een gebruiker die 1 beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming een manuele standaardrolstoel voor kinderen (220234) voor een gebruiker die beantwoordt aan de 2 voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan 3 de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een 4 gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) 5 voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een modulaire duwwandelwagen voor kinderen (220219) voor een gebruiker die 6 beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming een manuele standaardrolstoel voor kinderen (220234) voor een gebruiker die beantwoordt aan de 7 voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan 8 de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een 9 gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) 10 voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele standaardrolstoel voor kinderen (220234) voor een gebruiker die beantwoordt aan 11 de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219)

830,10 EUR

830,10 EUR

2.072,22 EUR

1.272,41 EUR

1.211,82 EUR

1.272,41 EUR

1.272,41 EUR

1.272,41 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

1.211,82 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

126/128


241595

Subgroep

12

241617

Subgroep

13

241639

Subgroep

14

241654

Subgroep

15

241676

Subgroep

16

241698

Subgroep

17

241713

Subgroep

18

241735

Subgroep

19

Hoofdgroep

7

241875

Subgroep

1

241897

Subgroep

2

241919

Subgroep

3

241934

Subgroep

4

241956

Subgroep

5

241978

Subgroep

6

241993

Subgroep

7

Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaard kinderrolstoel (220234) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaard kinderrolstoel (220234) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaard kinderrolstoel (220234) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief kinderrolstoel (220256) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief kinderrolstoel (220256) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van een standaard drie- of vierwielfiets Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225156) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220374) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225193) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220374) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225237) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220374) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225178) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220396) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225215) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220396) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225178) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (225134) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225215) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (225134)

2.120,69 EUR

2.120,69 EUR

1.211,82 EUR

2.120,69 EUR

1.211,82 EUR

1.211,82 EUR

2.218,85 EUR

2.218,85 EUR

1.363,30 EUR 1.363,30 EUR 1.363,30 EUR 1.181,53 EUR 1.181,53 EUR 1.181,53 EUR 1.181,53 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

127/128


4.9 BIJLAGE 9: CONTACT Leiding

Dirk Dewolf, leidend ambtenaar Vlaams sociale bescherming Xavier Meurisse, afdelingshoofd Vlaamse sociale bescherming Coördinaten Vlaamse Sociale Bescherming Ellipsgebouw Koning Albert II-laan 35 bus 37 1030 Brussel Algemeen telefoonnummer: 02-553 46 90 E-mail: vlaamsesocialebescherming@vlaanderen.be Website: www.vlaamsesocialebescherming.be Wettelijk depotnummer:

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

128/128


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
jaarverslag_2020_VSB.pdf by Vlaanderen-be - Issuu