ADVIES 12 mei 2022
Advies over programmadecreet begrotingsaanpassing 2022
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed op 29 april 2022 Uitgebracht door de Algemene Raad op 12 mei 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Beleidsnota-Programmadecreet op 4 mei 2022 Inbreng van de Raad Hoger Onderwijs op 10 mei 2022 Dossierbeheerder: Filip De Bruyne
Op vraag van Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, geeft de Vlor advies over het ontwerp van programmadecreet begrotingsaanpassing 2022. Het advies heeft betrekking op de afdelingen 1, 6 en 7 van hoofdstuk 3. Onderwijs en vorming. De Vlor apprecieert dat de Vlaamse Regering het protocolakkoord van cao VI voor het hoger onderwijs uitvoert door de vereiste decretale bepalingen op te nemen in dit voorontwerp van decreet.
1 Bijzondere salarisschalen hoger kunstonderwijs (afdeling 1) De raad vindt het positief dat de Vlaamse Regering zich engageert om de bijzondere salarisschalen van het hoger kunstonderwijs gelijk te schakelen met de gewone salarisschalen. Met het budget van 2 miljoen euro kan de overheid de bijzondere salarisschalen procentueel verhogen vanaf 2022. Bij het opmaken van een groeipad om de salarisschalen volledig gelijk te schakelen in 2013 bedroeg de totale kost 3,7 miljoen euro. De Vlor verwacht dat de Vlaamse Regering in de komende jaren het budget nog verder verhoogt zodat ze een volledige gelijkschakeling van de salarisschalen kan realiseren. Het bedrag van 3,7 miljoen euro zal niet meer volstaan.
2 Beperking van de groei van graduaatsopleidingen (afdeling 6 en 7) De Vlor betreurt sterk dat de Vlaamse Regering de groei van de financiering van de graduaatsopleidingen wil beperken tot 2% vanaf 1 september 2022. Hogescholen kunnen en willen geen studenten weigeren. De huidige grote groei in het aantal inschrijvingen in graduaatsopleidingen zal daarom door deze beslissing van de Vlaamse Regering leiden tot minder middelen per student. De inkanteling van de graduaatsopleidingen in de hogescholen had als doel om die opleidingen kwalitatief te versterken door die mee te nemen in de regie van de hogescholen rond kwaliteitsborging. De Vlaamse Regering moet hogescholen net de kans geven om hierin te investeren. De graduaatsopleidingen kunnen immers nieuwe doelgroepen en jonge talenten uit het secundair onderwijs aantrekken om een hoger onderwijsdiploma te behalen, en sommige studenten kunnen via het zalmprincipe nog doorstromen naar een bacheloropleiding. De hogeschoolbesturen worden nu door deze beslissing van de Vlaamse Regering verplicht om dit langetermijnperspectief terug te beperken. Dat voelt voor alle betrokken actoren in het hoger onderwijs aan alsof de Vlaamse Regering terugkomt op eerder gemaakte afspraken. De Vlaamse Regering gaf deze legislatuur ook de opdracht aan het hoger onderwijs om de studenten te toetsen en vervolgens beter te oriënteren. Ook dit kan leiden tot een verhoogde instroom in de graduaatsopleidingen. Dit academiejaar steeg het aantal inschrijvingen voor de graduaatsopleidingen al met 9% tegenover 2020-20211. Naar alle verwachting zullen de inschrijvingen de komende jaren nog
1
Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen. Rapport Hoger Onderwijs in cijfers – academiejaar 2021-2022. Tabel ‘evoluties inschrijvingen’, pg. 9
1
vlor.be
verder stijgen, niet in het minst vanaf academiejaar 2025-2026 wanneer afgestudeerde scholieren uit arbeidsmarktgerichte opleidingen door de modernisering van het secundair onderwijs enkel nog via de graduaatsopleidingen kunnen instromen in het hoger onderwijs. De beslissing van de Vlaamse Regering om de financiering van deze opleidingen niet in dezelfde mate mee te laten evolueren, zal tot een nefaste situatie leiden voor de hogescholen: nog minder middelen per student en mogelijks dus ook kwaliteitsverlies. De graduaatsopleidingen zijn dure opleidingen omdat één derde van de studieomvang decretaal verplicht wordt ingericht als werkplekleren. Dat vergt veel bijkomende organisatie en is personeelsintensief. Door de beperkte financiering zal die organisatie van werkplekleren nog méér op dezelfde schouders vallen en tot meer werkdruk leiden. Afgestudeerde studenten in graduaatsopleidingen beschikken over heel wat kwalificaties die gretig gevraagd worden op de arbeidsmarkt, en vinden dus vlot werk. Als de Vlaamse Regering een werkzaamheidsgraad van 80% wil behalen, dan kan ze dus beter volop inzetten op deze graduaatsopleidingen in plaats van de groei in financiering te beperken. De Vlor maakt ook nog de bedenking dat deze beslissing om de financieringsgroei van de graduaatsopleidingen te beperken haaks staat op het actieplan dat de Vlaamse Regering vijf maanden geleden lanceerde om het lerarentekort aan te pakken. Zo is er bijvoorbeeld de educatieve graduaatsopleiding: de Vlaamse Regering kan niet stellen dat ze ‘de lerarenopleiding wil opwaarderen’ door dan tegelijkertijd de groei van de financiering van deze opleiding te beknotten. Zo creëert de regering al een mogelijke flessenhals in de lerarenopleidingen terwijl ze net op zoek is naar méér mensen die voor een loopbaan in onderwijs willen kiezen.
Bronnen Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen. Rapport Hoger Onderwijs in cijfers – academiejaar 2021-2022. Tabel ‘evoluties inschrijvingen’, pg. 9.
2
vlor.be