WIJZIGING VAN DE OPRICHTINGSDECRETEN VAN DE AGENTSCHAPPEN OPGROEIEN REGIE EN UITBETALING GROEIPAKKET
Advies van de Vlaamse Raad Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.vlaamseraadwvg.be – T +32 2 209 01 11 – E info@vlaamseraadwvg.be
Adviesvraag
Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie en het decreet van 7 juli 2017 het decreet van 7 juni 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsnormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin
Adviesvrager
Wouter Beke - Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding
Ontvangst adviesvraag
18 maart 2022
Decretale opdracht
adviesfunctie
Goedkeuring
Sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn op 19 april 2022
Contactpersoon
Annemie Nys anys@serv.be
Advies De Vlaamse Regering geeft uitvoering aan de evaluatie van het Groeipakket, en de resolutie daarover van 14 juli 2021, door de oprichtingsdecreten van het Agentschap Opgroeien regie (OGR) en het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG) aan te passen. Voor het Agentschap Opgroeien regie verankert ze een structurele gegevensdeling met de lokale besturen, zodat deze bij het Agentschap gegevens kunnen ontvangen om lokale tegemoetkomingen toe te kennen. Het VUTG krijgt een bijkomende missie en opdracht om lokale besturen te ondersteunen in het organiseren van een automatische uitbetaling van toelagen in het kader van het lokale gezinsbeleid. Daarnaast is een precisering voorzien van de persoonsgegevens die het Agentschap in de uitvoering van haar opdrachten registreert. Over deze regelgeving ontving de Vlaamse Raad WVG (hierna: de raad) een adviesvraag van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, Wouter Beke. Deze adviesvraag is binnen de raad behandeld door de kamer Gezin en Jongerenwelzijn, die het voorliggende advies op 19 april 2022 in consensus goedkeurde.
Situering Lokale besturen voeren een lokaal sociaal beleid. Binnen deze verantwoordelijkheid kunnen zij ervoor kiezen om extra aandacht te besteden aan bepaalde doelgroepen. Dit houdt in dat wanneer mensen aan bepaalde voorwaarden voldoen, zij in aanmerking (kunnen) komen voor een aanvullend recht, een extra toelage, korting of andere dienstverlening. De lokale besturen beschikken echter niet altijd over de mogelijkheden om op basis van de relevante gegevens de juiste doelgroep te selecteren en op een automatische wijze de aanvullende rechten toe te kennen. Tijdens de Covid-19-crisis werden de lokale besturen financieel versterkt om de uitdagingen die voortvloeiden uit de pandemie op het vlak van lokale armoedebestrijding aan te gaan. Met het oog op het gericht bereiken van de doelgroep, onderzochten het Agentschap Opgroeien en het VUTG hoe gegevens over deze doelgroep veilig uitgewisseld konden worden met lokale besturen. Twee verschillende methoden werden in deze crisisperiode ontwikkeld: enerzijds konden de steden en gemeenten zelf gegevens krijgen via het Agentschap Opgroeien over de kinderen op hun grondgebied die recht hebben gegeven op een sociale toeslag. Anderzijds kon het lokaal bestuur vragen aan het VUTG om de kwetsbare gezinnen te contacteren met de boodschap dat zij in aanmerking komen voor een financiële ondersteuning. De toen ontwikkelde methoden konden echter enkel gebruikt worden tijdens de Covid-19- crisis ter versterking van kwetsbare huishoudens.
3
1. Algemene beoordeling Door middel van de gegevensdeling en dienstverlening vanuit de Agentschappen kon er tijdens de Covid-19-crisis een automatische financiële tegemoetkoming worden toegekend aan de rechthebbenden zonder dat de gezinnen deze tegemoetkoming zelf dienden aan te vragen. Deze gegevensdeling wordt nu op een structurele basis verankerd zodat ze ook buiten crisistijden kan aangewend worden om een daadkrachtig en doeltreffend lokaal gezinsbeleid te voeren. De raad onderschrijft de doelstellingen van dit decreet ten volle en vraagt de Vlaamse Regering om het potentieel van dit decreet te maximaliseren door actief de mogelijkheden te promoten (bijvoorbeeld via informatiecampagnes) zodat alle lokale besturen bekend en vertrouwd geraken met de geboden instrumenten. Hij pleit daarbij ook voor laagdrempeligheid, bijvoorbeeld door het ter beschikking stellen van voorbeeldakkoorden en -protocollen. Ten opzichte van de ondersteuning en gegevensdeling tijdens de COVID-19-crisis, bouwt dit decreet eveneens een aantal extra elementen/mogelijkheden in, zoals bijvoorbeeld de uitbreiding van gegevens die uitgewisseld kunnen worden met OGR of de mogelijkheid om de betaling van lokale voordelen uit te besteden via het VUTG. Het is voor de raad belangrijk dat er vraag en meerwaarde bestaat in de mogelijkheden die worden gecreëerd. Tegelijkertijd dient er ook over gewaakt te worden dat de praktische uitvoering de primaire doelstellingen en mandaten van de betrokken partijen niet belemmeren. De raad verwacht dat veruit de meeste lokale besturen geen vragende partij zullen zijn om de betaling van lokale voordelen via het VUTG te laten uitvoeren, maar vreest ook de complexiteit van een mogelijke uitvoering van deze dienstverlening. Om verwarring te vermijden naar zowel de concrete mogelijkheden als naar uitvoering, wenst de raad dan ook dat hier duidelijkheid over wordt gecreëerd. In de volgende sectie zal de raad kort deze bedenkingen en aandachtspunten met betrekking tot de gegevensdeling en ondersteuning vanuit het Agentschap Opgroeien en het VUTG artikelsgewijs verduidelijken.
2. Artikelsgewijze bespreking Voor het Agentschap Opgroeien Gegevensdeling op vraag vanuit het Agentschap Opgroeien (artikel 2) Wat betreft de extra mogelijkheden die in dit voorontwerp van decreet worden voorzien, leest de raad in de Memorie van Toelichting dat de gegevensdeling naar de lokale besturen vanuit het Agentschap Opgroeien ruimer wordt dan enkel de gegevens van de sociale toeslag. De raad is tevreden met de ruimere gegevensdeling, maar wijst tegelijkertijd op de gevoeligheid van de beschikbare gegevens. Het is voor de raad van belang dat de gegevensdeling 4
doelgebonden en proportioneel is. Hij gaat ervan uit dat de persoonsgegevens op een goede manier verwerkt worden, maar wacht hiervoor het Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie af.
Voor het VUTG Operationele ondersteuning vanuit het VUTG Het Agentschap krijgt een bijkomende missie om lokale besturen operationeel te ondersteunen in het organiseren van een automatische uitbetaling van toelagen in het kader van het lokale gezinsbeleid. Artikel 4 preciseert dat “het Agentschap gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn kan bijstaan bij het onderzoek naar het recht op en de uitbetaling van toelagen in het kader van het lokale gezinsbeleid, in het kader van een samenwerkingsovereenkomst.” Ze kan hiertoe (zoals bepaald in artikel 5) “de betaalmotor en de diensten van het Agentschap ter beschikking stellen aan de lokale besturen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst”. Het is voor de raad belangrijk dat de doelstellingen van het lokaal gezinsbeleid – zoals vastgelegd in het gemeentelijk reglement – niet gewijzigd of getoetst worden door het VUTG. De rol van het VUTG moet voor de raad beperkt blijven tot de operationele ondersteuning van de lokale overheden in de uitbouw van het lokale gezinsbeleid. Wat betreft de definiëring van de gezinstoelagen (artikel 3): De ondersteuning die met dit decreet wordt geboden beperkt zich tot generieke bepalingen onder de vorm van financiële toelagen in het kader van het lokale gezinsbeleid. Artikel 3 definieert deze als "de toelagen die [] krachtens een reglement [] [worden toegekend] […] in het kader van het lokale gezinsbeleid". De raad vraagt om de opportuniteiten van automatische gegevensdeling tussen de lokale besturen en de Agentschappen ruimer te beschouwen dan enkel financiële toelagen. De raad denkt dan bv. aan een gegevensdeling die toelaat dat er, bij de aanvraag van het IKT-tarief, automatisch wordt nagegaan of de aanvrager o.b.v. lokale criteria recht heeft op het lagere OCMW tarief. Dat biedt mogelijkheden voor het verminderen van administratieve lasten, maar past ook binnen de ruimere opzet van het automatisch toekennen van rechten. Wat betreft de operationele ondersteuning en dienstverlening (artikel 4 en 5) De raad betwijfelt of er veel lokale besturen vragende partij zullen zijn om de betaling van lokale voordelen door andere partijen te laten uitvoeren. Als een lokaal bestuur toch vragende partij is, dan is het momenteel onvoldoende gespecifieerd hoe dit praktisch vorm zal krijgen. Bij de uitwerking van deze mogelijkheid is het voor de raad belangrijk dat de primaire doelstellingen van het Groeipakket en de technische ontwikkelingen om de basisdienstverlening Groeipakket te realiseren niet belemmerd worden door de uitbouw van de betaalmotor. Een correcte uitbetaling van het Groeipakket mag op geen enkele wijze in gevaar komen. Een uitbetaling door het VUTG of één van de betalingsactoren zal ook impact zal hebben op de werklast en/of personeelskost van deze organisaties. Het opnemen van deze extra opdracht mag echter geenszins een correcte 5
uitbetaling van het Groeipakket in de weg staan. Daarnaast moeten ook de burgers een rechtstreeks aanspreekpunt hebben waar ze terecht kunnen met vragen over de lokale premies wat bij uitbetaling door een derde partij wordt bemoeilijkt. De raad vraagt verduidelijking omtrent volgende aspecten: •
Wie komt in aanmerking om de effectieve uitbetaling van de lokale toelagen uit te voeren?
•
Als de uitbetaling zou (kunnen) verlopen via de uitbetalingsactoren (FONS en/of de private uitbetalingsactoren): o
Worden zij dan ook betrokken bij de samenwerkingsakkoorden?
o
Wie zal dan als vast aanspreekpunt optreden voor vragen over lokale sociale premies? En moet het mandaat en/of missie van de uitbetalingsactoren worden aangepast als het mogelijk wordt om dit aan hen uit te besteden?
Wat betreft het samenwerkingsakkoord (artikel 6) Als een gemeentebestuur een beroep wil doen op het VUTG, moet er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten worden. Het is voor de raad onduidelijk wat de geldende regelgeving is indien de uitvoering niet strookt met de initieel vooropgezette doeleinden? Wie bepaalt of is verantwoordelijk voor eventuele betwistingen (bijvoorbeeld bij onrechtmatig gedeelde gegevens of overmatig gebruik) en wat zijn hier de gevolgen van? Wat betreft de financiële vergoeding (artikel 12 en artikel 13) Art. 12 meldt dat de gemeenten de nodige financiële middelen moeten aanbieden voor het gebruik van de diensten van het VUTG. Informatieverstrekking vanuit het VUTG, vertrekkende van de gegevens die standaard ter beschikking zijn, zal allicht enkel een recurrente gebruikerskost meebrengen die bilateraal in het samenwerkingsakkoord kan vastgelegd worden. Het decreet maakt het echter ook mogelijk dat het VUTG “bijkomende instrumenten ontwikkelt, die bijvoorbeeld een goede ontwikkeling, opvolging en monitoring van het lokale gezinsbeleid mogelijk maken”. Deze bijkomende instrumenten zullen ook een (niet-recurrente) ontwikkelingskost met zich meebrengen. Het is momenteel onduidelijk of ook die ten laste valt van de individuele lokale besturen? En hoe die desgevallend verdeeld zal worden onder de lokale besturen dan wel of de Vlaamse overheid deze kosten op zich zal nemen? Ook wat betreft het ter beschikking stellen van roerende en/of onroerende goederen vraagt de raad verheldering over de draagwijdte die wordt beoogd.
6