Skip to main content

Jaarboek_bestuurlijk_en_begeleidend_toezicht_2007.pdf

Page 1

BESTUURLIJK

JAARBOEK 2007

EN BEGELEIDEND TOEZICHT

VLAAMS

MINISTERIE VAN

AGENTSCHAP

VOOR

BESTUURSZAKEN

BINNENLANDS BESTUUR AFDELING LIMBURG

Vlaams ministerie van Bestuurszaken Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg


COLOFON VERANTWOORDELIJKE

UITGEVER:

Willy Honings afdelingshoofd Vlaams ministerie van Bestuurszaken agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg

REDACTIERAAD: Sandra Beckers, Erwin Das, Bert Houbrechts, Gerda Stevens, Kristof Vanhamel, Yolanda Van Sweevelt en Valentijn Vanvoorden

REDACTIEADRES: Erwin Das stafmedewerker agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg Universiteitslaan 1 3500 Hasselt Tel. 011 23 81 16 Fax: 011 23 81 10 E-mail: erwin.das@bz.vlaanderen.be

LAY-OUT

EN DRUK:

departement Bestuurszaken digitale drukkerij Lidia Defossez

DEPOTNUMMER: D/2008/3241/142

UITGAVE Hasselt, 30 mei 2008

Dit jaarboek is geprint op Greentop → chloorvrij, zonder optische witmakers, FSC-labeled


JAARBOEK 2007

Bestuurlijk en begeleidend toezicht

Vlaams ministerie van Bestuurszaken Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg


INHOUDSOPGAVE I.

Voorwoord

II.

De afdeling aan u voorgesteld 1. 2. 3.

...................................................................................................................................... .....................................................................................

7

Situering binnen de Vlaamse overheid ........................................................ Organogram en taakstelling .................................................................................. Vademecum ........................................................................................................................

9 10 15

..........................................

25

.............................................................................................................

57

III.

Algemeen overzicht van het bestuurlijk toezicht

IV.

Begeleidend toezicht

V.

3

1.

De externe audit op de OCMW-boekhouding is meer dan een controle-instrument – de procedure in Limburg

...........

59

2.

Voorstelling van de vernieuwde website Lokale Fiscaliteit

...........

71

...............................

85

Financiën gemeenten .............................................................................................. Financiën OCMW ......................................................................................................... Financiën eredienstbesturen ............................................................................. Lokale fiscaliteit ........................................................................................................... Algemene gewesttaken .........................................................................................

87 89 93 98 101

Nieuwe regelgeving voor de lokale besturen in 2007 1. 2. 3. 4. 5.


1

VOORWOORD Jaarboek 2007

-3-


Geachte lezer,

Aan u wordt het tweede jaarboek van de afdeling Limburg van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur gepresenteerd. De eerste editie van de opvolger van het vroegere jaarverslag van de afdeling Limburg oogstte vorig jaar veel bijval door zowel zijn inhoudelijke uitdieping als zijn kleurrijke en frisse lay-out. Deze tweede uitgave is dan ook op dezelfde leest geschoeid. Naast de voorstelling van de afdeling en een traditioneel vademecum, focust het jaarboek volledig op de kernopdracht van de afdeling, namelijk het bestuurlijk toezicht op en de administratieve ondersteuning van de lokale besturen in Limburg, zoals de ondertitel zelf aangeeft. U vindt in dit jaarboek een geactualiseerd algemeen overzicht van het op dit ogenblik geldende bestuurlijk toezicht op de gemeenten, gewone en autonome gemeentebedrijven en gemeentelijke intern en extern verzelfstandigde agentschappen. Het luik “begeleidend toezicht” valt uiteen in twee delen. Het eerste deel is gewijd aan de externe audit op de boekhouding van de OCMW-besturen, met daarin een bijzondere aandacht voor het begeleidingsaspect van dit controle-instrument. In een tweede bijdrage wordt de inhoudelijk geactualiseerde en vormelijk vernieuwde website ‘lokale fiscaliteit’ voorgesteld, een ware bron van informatie voor de gemeentebesturen voor hun fiscaal beleid. Tot slot vindt u in dit jaarboek ook opnieuw een overzicht van de belangrijkste nieuwe regelgeving voor de lokale besturen die het afgelopen jaar van kracht is geworden. Bemerkingen of voorstellen tot verbetering zijn erg welkom, zodat we ermee rekening kunnen houden bij de redactie van het volgende jaarboek. Wij wensen u alvast een leerrijke en tegelijk kritische verkenning toe.

Willy Honings Afdelingshoofd-bestuursdirecteur

Jaarboek 2007

Steve Stevaert Gouverneur

-5-


De afdeling Binnenlands Bestuur Limburg is gehuisvest in de E-blok van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.


2

DE Jaarboek 2007

AFDELING AAN U VOORGESTELD -7-


-8-

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

Agentschap voor Facilitair Management

Kristel Gevaert

IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Frans Cornelis

IVA zonder rechtspersoonlijkheid

IVA zonder rechtspersoonlijkheid

Luc Lathouwers

Departement Bestuurszaken

IIVA zonder rechtspersoonlijkheid

Guido Decoster

Agentschap voor Binnenlands Bestuur

EVA privaatrechterlijk vormgegeven

Mireille Deziron

Jobpunt Vlaanderen

Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken

Minister functioneel bevoegd voor Bestuurszaken

Overkoepelende Beleidsraad Bestuurszaken, Binnenland & Vlaanderen

Agentschap voor Overheidspersoneel

College van Gouverneurs

Minister functioneel bevoegd voor Binnenlands Bestuur

BESTUURSZAKEN


SITUERING

BINNEN DE

VLAAMSE

OVERHEID

De Vlaamse overheid is sinds 2006 (project Beter Bestuurlijk Beleid) ingedeeld in 13 homogene beleidsdomeinen, ook wel ministeries genoemd. Elk beleidsdomein bestaat uit een departement en één of meerdere agentschappen. Het kan gaan om intern verzelfstandigde agentschappen (IVA) of extern verzelfstandigde agentschappen (EVA). Deze laatste beschikken over meer autonomie dan de intern verzelfstandigde.

DE 13 BELEIDSDOMEINEN ZIJN DE VOLGENDE: Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Bestuurszaken Financiën en Begroting Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel, Internationale Samenwerking en Toerisme Economie, Wetenschap en Innovatie Onderwijs en Vorming Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Cultuur, Jeugd, Sport en Media Werk en Sociale Economie Landbouw en Visserij Leefmilieu, Natuur en Energie Mobiliteit en Openbare Werken Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed De taken van Binnenlands Bestuur zijn ondergebracht in het beleidsdomein Bestuurszaken. De vroegere administratie Binnenlandse Aangelegenheden is omgevormd tot het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Het beleidsdomein Bestuurszaken bestaat uit een departement, drie intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid en een extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid.

Jaarboek 2007

-9-


ORGANOGRAM AGENTSCHAP

VOOR

BINNENLANDS BESTUUR

Administrateur-generaal Guido Decoster

Stafdienst en secretariaat administrateur-generaal Beleid Binnenland, Steden en Inburgering Piet Van der Plas (wnd algemeen directeur) Organisatie en Beheer Agentschap Tom Doesseselaere (wnd) Lokale Besturen - FinanciĂŤn en Personeel Johan Ide Lokale Besturen - Regelgeving en Werking Rudy Janssens Binnenlands Bestuur Antwerpen Guido Peeters Binnenlands Bestuur Limburg Willy Honings Binnenlands Bestuur Oost-Vlaanderen Riet Zegers Binnenlands Bestuur Vlaams-Brabant Nicole Pijpops Binnenlands Bestuur West-Vlaanderen Bruno Vanmarcke

AGENTSCHAP

VOOR

BINNENLANDS BESTUUR

Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur is bij besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 2005 (BS 13.03.2006) opgericht als een intern verzelfstandigd agentschap. De Vlaamse regering besliste het takenpakket Binnenlands Bestuur onder te brengen in een agentschap en niet in het departement van het beleidsdomein Bestuurszaken. Deze beslissing is in hoofdzaak gesteund op volgende motieven:

ƒ door Binnenlands Bestuur onder te brengen in een apart agentschap wordt een samenhangende beleidsuitvoering naar de lokale en provinciale besturen, dit zijn de belangrijkste klanten van Binnenlands Bestuur, het best mogelijk gemaakt;

- 10 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


een agentschap creëert een duidelijke zichtbaarheid naar de lokale en provinciale besturen; de rechtstreekse aansturing en rapportering tussen de minister en het beleidsveld Binnenlands Bestuur wordt het best gevrijwaard door de oprichting van een agentschap.

MISSIE

EN OPDRACHTEN VAN HET AGENTSCHAP

Het agentschap heeft als missie te zorgen voor een kwaliteitsvol Vlaams bestuurlijk beleid, waarin bestuurskrachtige lokale en provinciale overheden op een efficiënte en democratische wijze hun taken kunnen vervullen voor de bevolking. Concreet zijn aan het agentschap de volgende opdrachten toegewezen: de voorbereiding van de bestuurlijke regelgeving betreffende de lokale en de provinciale besturen (gemeentedecreet, provinciedecreet, bestuurlijke organisatie van de OCMW’s, intergemeentelijke samenwerking), met inbegrip van het aanbieden van ondersteuning aan die besturen in dat verband; de verdeling en het beheer van de fondsen: Gemeentefonds, Provinciefonds, Stedenfonds; de organisatie van de verkiezingen voor de gemeente- en provincieraden en van de betrokkenheid van de Vlaamse overheid bij de verkiezingen van het Vlaamse Parlement; de voorbereiding van het administratief toezicht op de lokale en provinciale besturen; het stedenbeleid; de begraafplaatsen en de lijkbezorging; de eredienstinstellingen; de inburgering; de ondersteuning van de gouverneurs bij de uitoefening van hun bestuurskundige opdrachten ten behoeve van de Vlaamse regering; de ontwikkeling van een kenniscentrum betreffende de lokale en provinciale besturen.

KLANTENGROEPEN

VAN HET AGENTSCHAP

Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur werkt voor de lokale en de provinciale besturen. Meer specifiek gaat het om: gemeenten OCMW’s provincies intergemeentelijke samenwerkingsverbanden OCMW-verenigingen eredienstinstellingen politiezones gewone en autonome gemeentebedrijven gewone en autonome provinciebedrijven gemeentelijke en provinciale IVA en EVA polders en wateringen. Voor de materie Inburgering gaat het om onthaalbureau’s, integratiecentra, integratiediensten en een aantal vzw’s. De vroegere administratie Binnenlandse Aangelegenheden ondersteunde ook de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur. Met het hervormingstraject Beter Bestuurlijk Beleid werd de Hoge Raad geïntegreerd in een Strategische Adviesraad Bestuurszaken, die ruimere taken heeft. De strategische adviesraad zal werken ten behoeve van het hele beleidsdomein Bestuurszaken en adviezen geven over het bestuurlijk beleid voor zowel de Vlaamse als de lokale overheden.

Jaarboek 2007

- 11 -


INTERNE

STRUCTUUR VAN HET

AGENTSCHAP

VOOR

BINNENLANDS BESTUUR

Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur wordt geleid door een administrateur-generaal en bestaat uit 4 centrale en 5 provinciale afdelingen. De leiding van het agentschap is door de Vlaamse regering toevertrouwd aan de heer Guido Decoster, voorheen directeur-generaal van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden. Hij wordt in deze opdracht bijgestaan door een algemeen directeur, waargenomen door de heer Piet Van der Plas, die hem ook vervangt bij afwezigheid. De 4 centrale afdelingen zijn: afdeling Beleid Binnenland, Steden en Inburgering afdeling Organisatie en Beheer afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Regelgeving en Werking afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Financiën en Personeel Het adres van de centrale afdelingen is: Boudewijnlaan 30, bus 70 te 1000 Brussel Daarnaast zijn er 5 provinciale afdelingen, één per provincie. De personeelsleden van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden werden overgeheveld naar het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.

TAAKSTELLING

VAN DE PROVINCIALE AFDELING

LIMBURG

De provinciale afdelingen van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur hebben als taak: 1) de provinciegouverneurs te ondersteunen bij de uitoefening van hun bestuurskundige opdrachten ten behoeve van de Vlaamse regering; 2) het verzorgen van de eerstelijnscontacten met en coaching van de lokale besturen In de eerste plaats ondersteunt de afdeling de gouverneur van de provincie Limburg in de bestuurskundige taken die hij als Vlaams regeringscommissaris namens de Vlaamse regering in de provincie uitoefent. Deze ondersteuning situeert zich in hoofdzaak op het vlak van het bestuurlijk toezicht op de lokale besturen (gemeenten, OCMW’s, kerkbesturen, politiezones, gemeentebedrijven) en op het vlak van de klachtenbehandeling. In het volgende hoofdstuk vindt u een algemeen overzicht van het in hoofdzaak door het gemeentedecreet geregelde bestuurlijk toezicht, dat de laatste jaren steeds meer is vereenvoudigd en grotendeels herleid tot een algemeen toezicht. Uitgezonderd het systematische toezicht op de door de lokale besturen decretaal verplicht in te zenden beslissingen, zal dit toezicht door de gouverneur in de regel slechts worden uitgeoefend na ontvangst van een klacht. Ook de uitvoering van de externe audit op de boekhouding van de OCMW-besturen behoort tot de opdracht van de afdeling. U verneemt over deze specifieke opdracht en de wijze waarop in Limburg hieraan vorm gegeven wordt, meer in het luik ‘Begeleidend toezicht’ van dit jaarboek. Door de vestiging in de provinciehoofdplaats is de provinciale afdeling binnen het agentschap ook het best geplaatst om de eerstelijnscontacten met de lokale besturen te onderhouden. Steeds vaker doen deze besturen een beroep op de afdeling voor advies en ondersteuning bij de uitvoering van hun taken. Ook onderhoudt de afdeling Limburg zeer nauwe contacten met de provinciale federaties van gemeente- en OCMW-secretarissen en –ontvangers en gewestelijke ontvangers via de Stuurgroep voor de administratieve ondersteuning van de lokale besturen en houdt zo de vinger aan de pols van het werkveld. Een bijzondere vermelding verdient voorzeker de ondersteuning die de afdeling aanbiedt aan de kerkbesturen die dit wensen, bij de samenstelling en afhandeling van een bouwdossier via de ‘bouwcommissie’. De commissie en haar specifieke dienstverlening werden in de schijnwerper geplaatst in het Jaarboek 2006.

- 12 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Tot slot dienen er nog enkele niet-bestuurskundige taken die de gouverneur namens de Vlaamse regering behartigt en waarbij de afdeling de nodige administratieve ondersteuning aanreikt, vermeld te worden, o.m. op het vlak van de ruimtelijke ordening, het milieu, de jacht en de openbare visserij.

ORGANOGRAM BINNENLANDS BESTUUR LIMBURG Gouverneur Steve Stevaert 011/23 70 14 Afdelingshoofd Willy Honings 011/23 81 10 Organisatie & Beheer

Management Ondersteunende Diensten

Erwin Das, Stafmedewerker 011/23 81 16

Valentijn Vanvoorden, Provinciaal coördinator 011/23 81 17

Personeel & Financiën Lokale Besturen Frank Baret, directeur 011/23 81 72 Personeel Lokale Besturen Maryse Bouduin adjunct v/d directeur 011/23 81 30

Financiën Gemeenten Sandra Beckers adjunct v/d directeur 011/23 81 65

Financiën OCMW Bert Houbrechts adj. v/d directeur 011/23 81 63

Lokale Fiscaliteit Kristof Vanhamel, adjunct v/d directeur 011/23 81 21

Organisatie Lokale Besturen n Wim Somers, directeur 011/23 80 62 Organisatie Gemeenten & OCMW Ludo Callens, adjunct v/d directeur 011/23 80 72

Organisatie Kerkbesturen Ann Dewil, medewerker 011/23 80 67

Algemene Gewesttaken n Jan Ruyters, directeur 011/23 81 22 Overheidsopdrachten Kristine Van de Peer, adjunct v/d directeur 011/23 81 49

Overheidsopdrachten Kerkbesturen Georges Jorissen, adjunct v/d directeur 011/23 83 66

Patrimonium & Publiek Private Samenwerking Els De Baerdemaeker, adjunct v/d directeur 011/23 81 20

Politie, Welzijn & Ruimtelijke Ordening Denise Robben, adjunct v/d directeur 011/23 81 25

Jaarboek 2007

- 13 -


ENKELE

CIJFERGEGEVENS OVER DE UITOEFENING VAN HET BESTUURLIJK TOEZICHT DOOR DE PROVINCIALE AFDELING LIMBURG IN 2007 (2006)

Aantal inzendingsplichtige dossiers en ontvangen klachten en de genomen toezichtmaatregel, uitgesplitst volgens lokaal bestuur

AANTALLEN inzendpl. dossiers

Bestuur Gemeente

831 (649)

OCMW*

212 (279) -

Politiezone

39 (40)

Gemeentebedrijf

Ontvangen klachten

Schorsing 7 (12)

32 (44)

7 (6)

1 (3)

61 (34)

1 (1)

1 (1)

-

-

-

12 (13)

19 (17)

- (2)

-

7 (6)

Watering

19 (20)

-

-

19 (21)

Totalen

1120 (1007)

88 (78)

9 (16)

131 (118)

Kerkbestuur

80 (69)

Goedkeuring

Externe audit

55 (37)

55 (37)

* inclusief OCMW-verenigingen

Aantal inzendingsplichtige dossiers en ontvangen klachten en de genomen toezichtmaatregel, uitgesplitst volgens materie

AANTALLEN Inzendpl. dossiers

Materie

Ontvangen klachten

Schorsing

Goedkeuring

FinanciĂŤn

857 (560)

- (4)

- (5)

131 (118)

Personeel

263 (447)

18 (20)

3 (6)

-

Organisatie

-

33 (3)

2 (-)

-

Overheidsopdr.

-

- (2)

-

-

Patrimonium

-

12 (3)

4 (1)

-

Andere*

-

25 (46)

-4

-

Totalen

1120 (1007)

88 (78)

9 (16)

131 (118)

Externe audit 55 (37)

55 (37)

* o.a. milieu, ruimtelijke ordening, persoonsgebonden en culturele aangelegenheden

- 14 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


AGENTSCHAP

Jaarboek 2007

VOOR

VADEMECUM

BINNENLANDS BESTUUR AFDELING LIMBURG - 15 -


- 16 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg Universiteitslaan 1 3500 Hasselt Tel 011 23 81 13 Fax 011 23 81 10 e-mail binnenland.limburg@vlaanderen.be

LEIDING

Honings Willy, afdelingshoofd-bestuursdirecteur

011 23 81 13

ORGANISATIE & BEHEER Stafmedewerker: Das Erwin, adjunct van de directeur Bellen Claire Coemans Carine Conaert Gerda Deronde Peter Hermans Griet Stevens Gerda Vananderoye Bert

011 23 81 16 011 011 011 011 011 011 011

23 23 23 23 23 23 23

81 81 81 81 81 81 81

60 13 19 79 14 48 35

Derison Edith Vandevenne AndrĂŠ Vanheusden Christiane Opdrachten:

-

Algemene managementondersteuning Persoonlijk secretariaat afdelingshoofd Afdelingssecretariaat Postregistratie en correspondentiebeheer Informatiebeheer en dossieropvolging Beheer van de werkstromen Economaat ICT-ondersteuning Logistieke dienstverlening Administratief secretariaat SEOC (syndicaal overleg)

MANAGEMENT ONDERSTEUNENDE DIENST (MOD) Provinciaal coĂśrdinator:

Vanvoorden Valentijn

011 23 81 17

Ondersteuning:

Eyben Nicole

Opdrachten:

- Personeelsbeheer - Facilitair beheer - Schakelfunctie met de centrale MOD van het Vlaams ministerie van Bestuurszaken - Buitengewone rekenplicht Vlaamse overheid

Jaarboek 2007

011 23 81 18

- 17 -


SECTIE 1 - PERSONEEL & FINANCIËN LOKALE BESTUREN Leiding:

Baret Frank, directeur

011 23 81 72

Secretariaat:

Fox Flor

011 23 81 73

1.1 - PERSONEEL LOKALE BESTUREN Leiding:

Bouduin Maryse, adjunct van de directeur

011 23 81 30

Medewerkers:

Schiepers Cornie Vanderstukken Marc Vanwelckenhuyzen Marie-Hélène Wuestenbergs Christianne

011 011 011 011

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - OCMW - OCMW-verenigingen - politiezones - wateringen - provincie

23 23 23 23

81 81 81 81

40 42 43 45

Inzendingsplichtige dossiers: - rechtspositieregeling van het personeel - vaststellingen en wijzigingen van de personeelsformatie Bijzondere dossiers: - tuchtdossiers OCMW - eretekens lokale en regionale ambtenaren

1.2 – FINANCIËN

GEMEENTEN

Leiding:

Beckers Sandra, adjunct van de directeur Van Sweevelt Yolanda, adjunct van de directeur

Medewerkers:

Bellen Viviane Benaets Greta Bogaerts Marc Hermans Dany Jordens Elly Vanhees Mia Vanhoenshoven Rudi

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - politiezones - gewone gemeentebedrijven/gemeentelijke IVA - gemeentelijke EVA (o.a. autonome gemeentebedrijven) - wateringen - provincie

011 23 81 65 011 23 81 30 011 011 011 011 011 011 011

23 23 23 23 23 23 23

81 81 81 81 81 81 81

62 56 51 53 58 52 57

Inzendingsplichtige dossiers: - budgetten en budgetwijzigingen - meerjarenplanning

- 18 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


-

jaarrekeningen eindrekeningen gemeentelijke dotatie aan politiezones schuldherschikkingen saneringsleningen dwingende en onvoorziene uitgaven leningen bij wateringen

Bijzondere dossiers: - overruling bij visumverlening - overruling bij betalingen

1.3 – FINANCIËN OCMW Leiding:

Houbrechts Bert, adjunct van de directeur

011 23 81 63

Medewerkster:

De Brone Els

011 23 81 61

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - OCMW - OCMW-verenigingen Inzendingsplichtige dossiers: - jaarrekeningen - eindrekeningen Bijzondere dossiers: - externe audit jaarrekening - beroepsprocedure budget en meerjarenplan OCMW - beroepsprocedure inzake de kwijting van de ontvanger

1.4 – LOKALE FISCALITEIT Leiding:

Vanhamel Kristof, adjunct van de directeur

Medewerkers:

Corthouts Linda De Graef Stefaan Wissels Linda

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - politiezones - wateringen

011 23 81 21 011 23 81 54 011 23 81 46 011 23 81 47

Inzendingsplichtige dossiers: - belastingreglementen - retributiereglementen - retributietariefreglementen - belastingreglementen wateringen - retributiereglementen politiezones Bijzondere dossiers: - uitvoerbaarverklaring kohieren wateringen - toezicht fiskale oninbare posten bij de jaarrekening - werkgroep lokale fiscaliteit

Jaarboek 2007

- 19 -


SECTIE 2 – ORGANISATIE LOKALE BESTUREN Leiding:

Somers Wim, directeur

011 23 80 62

Secretariaat:

Meyers Luc

011 23 80 63

2.1 – GEMEENTEN & OCMW Leiding:

Callens Ludo, adjunct van de directeur

Opdrachten:

Samenstelling & werking gemeenten: - verkiezingen - werking gemeenteraad - college burgemeester en schepenen - burgemeester - raadscommissies

011 23 80 72

Samenstelling & werking OCMW: - raad voor maatschappelijk welzijn - vast bureau - voorzitter Samenstelling en werking gemeentebedrijven, wateringen en interlokale verenigingen Statuut mandatarissen: - wedden en pensioenen - presentiegelden - vergoedingen - politiek verlof - tuchtstelsel - eretitel van het ambt Andere dossiers: - college van provinciegouverneurs - rechtsgedingen - raad voor verkiezingsbetwistingen

2.2 – KERKBESTUREN Leiding:

Dewil Ann

011 23 80 67

Medewerkers:

Geboors Christiane Fastré Marguerite Lathouwers Anne

011 23 80 71 011 23 80 86 011 23 80 76

Opdrachten:

Werking kerkbesturen: - samenstelling en werking - verkiezingen - tussentijdse vervanging - personeelsaangelegenheden - rechtsgedingen

- 20 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


- stichtingen, schenkingen en legaten Financiën kerkbesturen: - budgetten en meerjarenplanning - goedkeuring jaarrekeningen en eindrekeningen - leningen (financiering buitengewone investeringen)

SECTIE 3 – ALGEMENE GEWESTTAKEN Leiding:

Ruyters Jan, directeur

011 23 81 22

Secretariaat:

Vroonen Christiane

011 23 81 23

3.1 – OVERHEIDSOPDRACHTEN Leiding:

Van de Peer Kristine, adjunct van de directeur

011 23 81 49

Medewerkers:

Hoedemakers Marleen Vroonen Christiane

011 23 81 36 011 23 81 23

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - OCMW - wateringen - politiezones Gemeenten: - investeringsfonds - gewestbijdrage gemeentelijke riolering - subsidiëring schoolgebouwen Wateringen: - subsidiëring werken

3.2 – OVERHEIDSOPDRACHTEN KERKBESTUREN Leiding:

Jorissen Georges, adjunct van de directeur

Medewerkers:

Lambrechts Lea Rodolfs Marijke Vandebrouck Marèse

Opdrachten:

Overheidsopdrachten kerkbesturen: - klachtenbehandeling, toezicht en adviesverlening overheidsopdrachten kerkbesturen - premies restauratiewerken beschermde gebouwen - premies restauratiewerken niet beschermde gebouwen - herstellingswerken zonder toelagen aan gebouwen voor de eredienst - bouwcommissie kerkbesturen

Jaarboek 2007

011 23 81 66 011 23 81 83 011 23 81 71 011 23 81 84

- 21 -


3.3 – PATRIMONIUM & PUBLIEK PRIVATE SAMENWERKING Leiding:

De Baerdemaeker Els, adjunct van de directeur

011 23 81 20

Medewerkers:

Peeters Marie-Jeanne Snellinx Jeanny Vroonen Christiane

011 23 81 77 011 23 81 78 011 23 81 23

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - OCMW - politiezones - wateringen - kerkbesturen Inzendingsplichtige dossiers: - patrimoniumverrichtingen wateringen Bijzondere dossiers: - adviesverlening publiek-publieke en publiek-private samenwerking lokale besturen - vaststelling punten van oorsprong en wijziging loop onbevaarbare waterlopen - openbaar onderzoek buitengewone werken van wijziging onbevaarbare waterlopen Permanente Werkgroep Overheidsopdrachten & Patrimonium: - secretariaat

3.4 – POLITIE, WELZIJN

EN

RUIMTELIJKE ORDENING

Leiding:

Robben Denise, adjunct van de directeur

011 23 81 25

Medewerkers:

Jooken Gilberte Kellens Wilma Desaver Dorothee

011 23 81 76 011 23 81 37 011 23 81 24

Opdrachten:

Klachtenbehandeling en toezicht: - persoonsgebonden materies: culturele aangelegenheden, welzijn en onderwijs - politionele materies: politiereglementen, besluiten burgemeester, begraafplaatsen en lijkbezorging - ruimtegebonden materies: ruimtelijke ordening, natuur en milieu Inzendingsplichtige dossiers: - besluiten college van burgemeester en schepenen: milieuvergunningen 2de klasse, akteneming 3de klasse, natuurvergunningen 2de klasse - besluiten gemeenteraad en burgemeester voor opname in Bestuursmemoriaal Bijzondere dossiers: - aanstelling technische ambtenaren van gemeente voor vaststelling overtredingen ruimtelijke ordening - register van stedenbouwkundige ontwerpers voor opmaak RUP’s - werkgroep politie

- 22 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


PROVINCIALE VISSERIJCOMMISSIE LIMBURG Medewerkers:

Dupont Raymond, secretaris-penningmeester Denayer Bart, visserijbioloog

Opdrachten :

De provinciale visserijcommissie, waarvan de gouverneur ambtshalve voorzitter is, verleent, zoals geregeld bij koninklijk besluit, zijn medewerking aan het Vlaams Agentschap voor Natuur en Bos voor de aanwending van het Vlaamse Visserijfonds. De commissie overlegt met en coรถrdineert de belangen van de hengelaars in het bezit van een visverlof voor de Vlaamse openbare wateren. Zij streeft naar ecologisch waardevolle openbare waterpartijen, kanalen, rivieren en beken met een gezonde, gediversifieerde en natuurlijke visstand. Zij ondersteunt de handhaving van de wet op de riviervisserij.

ONDERSTEUNING

011 23 83 55 011 23 83 54

VAN DE ARRONDISSEMENTSCOMMISSARIS

Medewerker:

Chantal Willemans

Opdrachten:

- onderzoek van jachtverloven en jachtvergunningen - beheer van jachtplannen en jachtrechthouders

011 23 80 06

Opgelet: in de tweede jaarhelft van 2008 worden aan de personeelsleden van de afdeling Limburg geheel nieuwe telefoonnummers toegekend!

Jaarboek 2007

- 23 -


- 24 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


3

ALGEMEEN

OVERZICHT VAN HET BESTUURLIJK TOEZICHT

Jaarboek 2007

- 25 -


- 26 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Jaarboek 2007

- 27 -

-

° N.Gem.W.: Nieuwe Gemeentewet ° GD: Gemeentedecreet van 15 juli 2005 zoals laatst gewijzigd bij decreet van 22 december 2006 ° Toezichtdecreet: Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, zoals gewijzigd ° R.B.: Besluit van de Regent van 18 juni 1946 betreffende het financieel beheer van de gemeentebedrijven ° ARGC: Koninklijk besluit van 02/08/1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit ° Besluit Vlaamse Regering van 24 november 2006: Besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en ter uitvoering van artikel 160 en 179 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 ° Besluiten Vlaamse Regering van 15 december 2006: - Besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutair gemeentepersoneel in uitvoering van de artikels 129, 136 en 143 van het gemeentedecreet en voor het statutair provinciepersoneel in uitvoering van de artikels 125, 132 en 139 van het provinciedecreet - Besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende vaststelling van de samenstelling, de vergoeding van de leden en de werking van de Beroepscommissie voor tuchtzaken in uitvoering van het artikel 138 van het gemeentedecreet en 134 van het provinciedecreet ° Omzendbrief BA 2006/01 van 13 januari 2006: Omzendbrief BA 2006/01 van 13 januari 2006 betreffende het Gemeentedecreet en Provinciedecreet - inwerkingtreding van de bepalingen inzake bestuurlijk toezicht ° Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006: Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 betreffende het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en ter uitvoering van artikel 160 en 179 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 ° Vl. Reg.: Vlaamse Regering ° GR: gemeenteraad ° CBS: college van burgemeester en schepenen ° RG en OG: roerende goederen en onroerende goederen ° IVA: intern verzelfstandigd agentschap ° EVA: extern verzelfstandigd agentschap ° AGB: autonoom gemeentebedrij

- Vooraf

ALGEMEEN OVERZICHT VAN HET BESTUURLIJK TOEZICHT op Vlaamse gemeenten, gewone en autonome gemeentebedrijven, gemeentelijke IVA en gemeentelijke EVA (inclusief specifieke regeling voor gemeente Voeren) (cfr. Nieuwe Gemeentewet, Toezichtdecreet en Gemeentedecreet zoals van toepassing sedert 01/01/2007)


- 28 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

GEMEENTEN

(Art. 43, §2, 4°, 103 en 253, §1, 1° GD)

Vaststelling en wijziging personeelsformatie (GR)

(Art. 43, §2, 4°, 105 en 253, §1, 1° GD)

Rechtspositieregeling gemeentepersoneel (GR) omvat minstens: - bezoldiging gemeentepersoneel en toepasselijke salarisschalen r.h.m. gestelde bekwaamheidsvereisten en functievereisten - toekenning toelagen en vergoedingen - voorwaarden en procedures aanwerving en bevordering - bekendmaking vacatures en proeftijd - evaluatie, wijze van aanwijzing evaluatoren, bijbehorende procedures, periodiciteit en rechtsgevolgen ervan - organisatie loopbaan en interne mobiliteit - administratieve standen, anciënniteit en dienstbeëindiging (enkel voor statutair personeel) - arbeidsduur, verlof, afwezigheden - onverenigbaarheden, beperkingen en voorwaarden voor cumulatie - nadere regels tuchtstelsel (enkel voor statutair personeel) - toepasselijkheid nieuwe regels t.a.v statutair, al in dienst zijnd gemeentepersoneel - verlies hoedanigheid ambtenaar en ambtsneerlegging (enkel voor statutair personeel)

I. PERSONEEL

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → verplicht ingeval financiële haalbaarheid dmv financiële nota van het meerjarenplan niet wordt aangetoond → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

(Art. 249 en 255-256 GD)

(Art. 146 §2 en 267-269 N.Gem.W.) Opmerking: hoewel deze procedure in de wetge-

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

VOEREN Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

GEMEENTEN

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

VLAAMSE


Jaarboek 2007

- 29 -

= onderdeel Rechtspositieregeling Zie supra onder I. Personeel gemeenten: Rechtspositieregeling

Overtreding van de verbodsbepaling tot het stellen van daden van koophandel in hoofde van de secretaris en financieel beheerder kàn aanleiding geven tot het opleggen van een tuchtstraf

Vaststelling salarisschaal gemeentesecretaris en financieel beheerder (GR)

(Art. 105, §1 en §2, 1° GD)

Tuchtstraf gemeentesecretaris en financieel beheerder indien GR/tuchtcommissie geen tuchtstraf oplegt bij overtreding van verbod tot stellen daden van koophandel (art. 79 en 119 GD)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

Zie supra onder I. Personeel gemeenten: Rechtspositieregeling

(Art. 105, §1 en §2, 3° GD)

(Art. 41 en 68 §3 en 267-269 N.Gem.W.)

Gouverneur: ambtshalve tuchtstraf - na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen - op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

(Art. 28 §2-3, 65 §2-3 en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 146 §2 en 267-269 N.Gem.W.)

= onderdeel Rechtspositieregeling

ving enkel expliciet voorzien is voor de vaststelling wordt ze ook toegepast op de wijziging van de personeelsformatie

Vaststelling wervings- en bevorderingsvoorwaarden (GR)

(Art. 117, 249 en 255-256 GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → verplicht ingeval financiële haalbaarheid dmv financiële nota van het meerjarenplan niet wordt aangetoond in gerechtvaardigd of aangepast besluit tot vaststelling of wijziging personeelsformatie → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)


- 30 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

Vermindering door GR aantal betrekkingen bij de burgerlijke stand en vermindering van de eraan verbonden wedde

(bezwaar door titularis)

Tuchtstraffen t.a.v. door de gemeenteoverheid benoemd gemeentepersoneel incl. secretaris, adjunct-secretaris, plaatselijke ontvanger/financieel beheerder, bijzondere rekenplichtige: - beslissing GR tot schorsing voor 3 mndn, terugzetting in graad, ontslag van ambtswege of afzetting - beslissing GR tot opheffing van een bediening of vermindering van de eraan verbonden wedde

Tucht onderwijzend personeel benoemd door GR: - beslissing GR tot schorsing voor min. 3 mndn en afzetting - beslissing GR tot opheffing van een bediening of vermindering van de eraan verbonden wedde (bezwaar door titularis)

Vaststelling en wijziging personeelsformatie

Zie supra onder I. Personeel gemeenten:

(Art. 155 §3 en 267-269 N.Gem.W.)

Beroepsmogelijkheid GR/ambtenaar burgerlijke stand en beambten tegen beslissing gouverneur bij Vl. Reg. binnen 15 dgn na kennisgeving

(1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs

(art. 137 e.v. GD + besluiten Vlaamse Regering van 15.12.2006)

van 15.12.2006)

= onderdeel Personeelsformatie

Beroep mogelijk bij beroepscommissie voor tuchtzaken (tegen àlle tuchtstraffen, ook lichte)

(Art. 106 en 123 GD)

Tuchtoverheid = aanstellende overheid d.i. - GR voor decretale graden (secretaris en financieel beheerder) - CBS voor overig gemeentepersoneel (delegeerbaar aan secretaris)

(Art. 150 §3 en 267-269 N.Gem.W.)

Beroepsmogelijkheid GR/benadeelde personeelslid tegen beslissing gouverneur bij Vl. Reg. binnen 14 dgn. na kennisgeving

(1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs

Beroep mogelijk bij beroepscommissie voor tuchtzaken (tegen àlle tuchtstraffen, ook lichte) (art. 137 e.v. GD + besluiten Vlaamse Regering

123 GD)

Tuchtoverheid = aanstellende overheid d.i. - GR voor decretale graden (secretaris en financieel beheerder) - CBS voor overig gemeentepersoneel (delegeerbaar aan secretaris) (Art. 106 en

(art. 102, 118 e.v. GD + besluiten Vlaamse Regering van 15.12.2006)

Tucht gemeentelijk niet-gesubs. onderwijzend personeel = gewone regeling gemeentepersoneel (zie infra - Tuchtstraffen t.a.v. door de gemeenteoverheid benoemd gemeentepersoneel…)

Tucht gemeentelijk gesubsidieerd onderwijzend personeel is een gemeenschapsbevoegdheid en valt buiten toepassingsgebied GD


Jaarboek 2007

- 31 -

GEMEENTEN

3. Aangezien de bepalingen i.v.m. de strategische meerjarenplanning uit het GD (art. 146-147) nog niet in werking zijn getreden, is er ook nog geen afzonderlijke inzendingplicht voor het meerjarenplan cf. art. 253, §1, 2° GD.

2. Aangezien de bepaling i.v.m. budgetwijzigingen uit het GD (art. 154) nog niet in werking is getreden, blijven de art. 15-16 ARGC van toepassing. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 betreffende het onder opm. 1. vermelde besluit van de Vlaamse Regering – punt I.6.3.5)

1. Aangezien de bepaling i.v.m. de financiële nota van het budget uit het GD (art. 151) nog niet in werking is getreden, wordt met toepassing van art. 179 GD het begrip “financiële nota van het budget” voorlopig ingevuld door het begrip “begroting” uit het ARGC; (cfr. art. 2 Besluit Vl. Reg. van 24 november 2006)

Opmerkingen:

(Art. 148-150 en 253, §1, 2° GD, art. 1, 1°-2° en 5 e.v. ARGC en art. 7 Toezichtdecreet)

+ Budgetwijzigingen (GR)

uit ARGC, incl. bijlagen zoals o.a. meerjarig financieel beleidsplan)

Budget (GR) = beleidsnota + financiële nota (= “begroting”

II. FINANCIËN GEMEENTEN

→ rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na nieuwe vaststelling door GR van de begroting(-swijziging)/ budget(wijziging) na schorsing) of Definitieve vaststelling Vl. Reg. (50 dgn) van de door de GR opnieuw vastgestelde begroting(-swijziging)/budget(wijziging) na schorsing, met mogelijkheid tot - het treffen van vereiste maatregelen om budget-/begrotingsevenwicht te herstellen - ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → verplicht in vier gevallen

Aangezien art. 177 GD nog niet in werking is getreden, blijft de regeling van het Toezichtdecreet (art. 8-10) voor het toezicht op de begrotingen/budgetten en begrotingswijzigingen/budgetwijzigingen van toepassing (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I.6.3.4)

VLAAMSE

(Art. 254 N.Gem.W.)

Indien niet-sluitende begroting wordt voorgelegd kan de gouverneur elke noodzakelijke maatregel nemen om uitgaven L en ontvangsten K

(Art. 244 §2-3 N.Gem.W.)

Beroepsmogelijkheid voor gemeente tegen niet-goedkeuring bij Vl. Reg. binnen 10 dgn → beroep schorst tenuitvoerlegging ged. 30 dgn (ev. verlengbaar met 30 dgn) → definitieve vaststelling begroting/budget door Vl. Reg. binnen voormelde termijn

Opmerking: hoewel deze procedure in de wetgeving enkel expliciet voorzien is voor de begroting/ budget wordt ze ook toegepast op de begrotingswijzigingen/budgetwijzigingen

(Art. 241 §2, 244 §1 en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

VOEREN


- 32 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

(Art. 153 GD)

Verdeling wettelijk of decretaal opgelegde uitgaven tussen verschillende betrokken gemeenten naar evenredigheid van het belang dat ze erbij kunnen hebben

De bijzondere bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht opgenomen in artikel 176 GD zijn evenmin reeds van toepassing. Het meerjarig financieel beleidsplan dient conform art. 7 Toezichtdecreet nog steeds als bijlage bij de begroting/het budget te worden gevoegd.

Beroepsmogelijkheid voor GR bij Vl. Reg. binnen 30 dgn → beslissing over beroep binnen 50 dgn (Art. 153 §2 GD)

(Art. 153 §1 GD)

Ingeval van weigering of onenigheid over de verhouding van het belang en van de te dragen lasten, beslist de gouverneur

(Art. 14 Toezichtdecreet)

Uitzondering op toezichtregeling uit art. 8-10 Toezichtdecreet: voor gemeenten die ter sanering van hun financiën leningen zijn aangegaan waaraan het Vlaamse Gewest zijn waarborg heeft verleend → Advies gouverneur (30 dgn) → Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (50 dgn): ° niet-goedkeuring wegens schending wet of strijdigheid algemeen belang of ° goedkeuring (= definitieve vaststelling) met mogelijkheid tot het treffen van vereiste maatregelen om begrotingsevenwicht te herstellen en tot ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties

Idem.

(Art. 258 §3 N.Gem.W.)

Indien zowel de GR als de BD geen of een ontoereikend krediet hebben uitgetrokken op de begroting, dan beslist de Vl. Reg. (bepaalt desgevallend het aantal te heffen opcentiemen)

(Art. 258 §3 N.Gem.W.)

Indien de GR uitgaven op de begroting heeft gebracht en de gouverneur (cf. art. 267-269 N.Gem.W.) deze heeft verworpen of verminderd, dan beslist de Vl. Reg. (bepaalt desgevallend het aantal te heffen opcentiemen)

(Art. 258 §2 N.Gem.W.)

Indien de GR in gebreke blijft om, bij ontoereikende ontvangsten op de begroting (ter betaling van schulden die erkend en opeisbaar zijn of voortvloeien uit een beslissing in laatste aanleg van het gewone of administratieve gerecht), middelen voor te stellen om erin te voorzien, voorziet de BD ambtshalve er in na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen met name door bevel tot heffing van een bepaald aantal opcentiemen op de in de gemeente betaalde directe belastingen (onder goedkeuring van de Vl. Reg.)


Jaarboek 2007

- 33 -

(Art. 15 Toezichtdecreet en 253, §1, 11° GD)

Rekening (GR)

(Art. 163 §2 GD)

Overruling bij betalingen: Weigering gemeentesecretaris/door gemeentesecretaris met betalingsverrichtingen belast personeelslid om betalingsopdracht aan financiële instelling te ondertekenen → CBS kan op eigen verantwoordelijkheid bevelen de betaling uit te voeren

(Art. 161 GD)

Overruling bij visumverlening: Gemotiveerde beslissing financieel beheerder om visum te weigeren → CBS kan op eigen verantwoordelijkheid positief visum verlenen

Aangezien een aantal artikelen uit Hfdst. V Boekhouding, financiële rapportering en kascontrole, Hfdst. VI Inventaris, jaarrekening en kwijting uit Titel IV Planning en Financieel Beheer evenals Hfdst. II Externe Audit uit Titel VIII Bestuurlijk toezicht en externe audit van het GD nog niet in werking zijn getreden, blijft de regeling van het Toezichtdecreet (art. 16-18) van toepassing voor het toezicht op de gemeenterekening (cfr. Omzendbrief BA 2006/01 van 13 januari 2006 – punt II. 15, 1°).

(Art. 163 §2 GD)

Beslissing CBS pas uitvoerbaar na verstrijking toezichttermijn voorzien in art. 255 GD (30 dgn)

Beslissing CBS naar gouverneur + externe auditcommissie (zodra deze geïnstalleerd is)

Beslissing CBS pas uitvoerbaar na verstrijking toezichttermijn voorzien in art. 255 GD (30 dgn) (Art. 161 GD)

Beslissingen financieel beheerder en CBS naar gouverneur + op de hoogte stellen van de externe auditcommissie (zodra deze geïnstalleerd is)

Opm. : art. 13 Toezichtdecreet dat deze beroepsmogelijkheid tegen een gelijkaardige beslissing van de bestendige deputatie voorziet, is niet opgeheven

Idem.

Idem.


- 34 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

(Art. 138bis N.Gem.W.)

Eindrekening ontvanger/financieel beheerder

(Art. 17-18-19 Toezichtdecreet)

Beroepsmogelijkheid voor GR of ontvanger/ financieel beheerder tegen beslissing gouverneur inzake de eindrekening (gdk of nietgdk) bij Vl. Reg. binnen 30 dgn → vaststelling eindrekening door Vl. Reg. (50 dgn)

(Art. 16 en 19 Toezichtdecreet)

Goedkeuring en vaststelling bedragen van de eindrekening door gouverneur (300 dgn)

Aangezien art. 170 GD waarbij de eindrekening vervangen wordt door een verslag van de externe auditcommissie nog niet in werking is getreden, blijft de regeling van het Toezichtdecreet (art. 16-19) van toepassing voor het toezicht op de eindrekening.

(Art. 17-18 Toezichtdecreet)

Beroepsmogelijkheid voor GR of ontvanger/ financieel beheerder tegen beslissing gouverneur inzake de rekening (gdk of niet-gdk) bij Vl. Reg. binnen 30 dgn → vaststelling rekening door Vl. Reg. (50 dgn)

(Art. 16 Toezichtdecreet)

Goedkeuring en vaststelling bedragen van de rekening door gouverneur (300 dgn)

Opmerking: hoewel deze procedure van goedkeu-

(Art. 244 §2-3 N.Gem.W.)

Beroepsmogelijkheid voor gemeente tegen niet-goedkeuring bij Vl. Reg. binnen 10 dgn → beroep schorst tenuitvoerlegging ged. 30 dgn (ev. verlengbaar met 30 dgn) → definitieve vaststelling rekening door Vl. Reg. binnen voormelde termijn

(Art. 240 §2, 244 §1 en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)

Beroepsmogelijkheid voor gemeente tegen niet-goedkeuring bij Vl. Reg. binnen 10 dgn → beroep schorst tenuitvoerlegging ged. 30 dgn (ev. verlengbaar met 30 dgn) → definitieve vaststelling rekening door Vl. Reg. binnen voormelde termijn (Art. 244 §2-3 N.Gem.W.)

(1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 240 §2, 244 §1 en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs


Jaarboek 2007

- 35 -

(Art. 249 en 255-256 GD)

→ facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn)

(Art. 253, §1, 4° GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

(Art. 249 en 255-256 GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

Niet van toepassing want Voeren = ééngemeentezone

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

Vaststelling (én wijziging) van de gemeentelijke dotatie aan de politiezone (enkel voor gemeenten die deel uitmaken van een meergemeentezone) (GR)

(Art. 43, §2, 15° en 253, §1,3° GD)

Belasting- en retributiereglementen (GR)

ring + beroepsmogelijkheid in de wetgeving enkel expliciet voorzien is voor de rekening wordt ze ook toegepast op de eindrekening


- 36 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

(Art. 253, §1, 7° GD)

Schuldherschikkingen (GR)

(Art. 157 en 253, §1, 5° GD)

Besluiten dwingende en onvoorziene uitgaven/kosten (GR en CBS)

(Art. 249 en 255-256 GD)

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

→ facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Onverwijlde mededeling aan de gouverneur Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 249 § 2-3 en 267-269 N.Gem.W.)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

(Art. 249 en 255-256 GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

GD)

Ingeval besluit CBS, brengt CBS GR en externe auditcommissie (zodra deze geïnstalleerd is) onverwijld op de hoogte (Art. 157


Jaarboek 2007

- 37 -

(Art. 253, §1, 9° GD)

Saneringsleningen (GR)

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang


- 38 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

GEMEENTEN

(Art. 57, §3, 4° GD)

CBS-besluit tot gunning van overheidsopdracht

5° en 6° GD)

CBS-besluit (ingevolge delegatie door GR) tot vaststelling wijze van en voorwaarden voor gunning van overheidsopdrachten mbt dagelijks beheer en binnen de kredieten van de gewone begroting (= bewoordingen opgeheven art. 234 N.Gem.W. - thans in gewijzigde bewoordingen geregeld door art. 57, §3,

(Art. 43, §2, 11° GD)

GR-besluit tot vaststelling wijze van en voorwaarden voor gunning van overheidsopdrachten

III. OVERHEIDSOPDRACHTEN GEMEENTEN

Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Andere besluiten van gemeenteoverheid

Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Andere besluiten van gemeenteoverheid

Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR

= lijstbesluit GR

VLAAMSE

Verplichte mededeling aan gouverneur Niet-uitvoerbaar tot de dag waarop ze niet meer vatbaar zijn voor schorsing of vernieti-

Let wel:Goedkeuring niet vereist wanneer totale waarde van de opdracht een bepaald bedrag niet overschrijdt (Art. 235 §2 N.Gem.W. → art. 264-265 N.Gem.W.)

(Art. 235 §1 en §3 en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) Geen betekening van beslissing v/d gouverneur binnen 90 dgn = goedkeuring (onverminderd toepassing art. 268-269 N.Gem.W.)

Let wel: Goedkeuring niet vereist wanneer totale waarde van de opdracht een bepaald bedrag niet overschrijdt (Art. 235 §2 N.Gem.W. → art. 264-265 N.Gem.W.)

(Art. 235 §1 en §3 en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) Geen betekening van beslissing v/d gouverneur binnen 90 dgn = goedkeuring (onverminderd toepassing art. 268-269 N.Gem.W.)

VOEREN


Jaarboek 2007

- 39 -

GEMEENTEN

GEMEENTEN

= lijstbesluit GR Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR

(Art. 43, §2, 13° GD)

Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR

= lijstbesluit GR

VLAAMSE

Aanvaarding van schenkingen en legaten (GR)

(Art. 17 GD)

Vaststelling presentiegeld GR-leden (GR)

IV. DIVERSEN

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.:

2. Schenkingen en legaten waarvan de waarde 2 500 euro te boven gaat: Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

↔!

1. Schenkingen en legaten waarvan de waarde 2 500 euro NIET te boven gaat: Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 231 §3, 2° en 267-269 N.Gem.W.)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 12 §3 en 267-269 N.Gem.W.)

VOEREN

(Art. 237 N.Gem.W.)

ging cf. art. 264-265 N.Gem.W. (2 uitzonderingen)


- 40 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

Beheersovereenkomst tussen gemeente en ocmw over gemeenschappelijk gebruik van elkaars diensten/personeelsleden (Art. 271 GD)

(Art. 253, §1, 10° GD)

Deelname aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (Decreet 6 juli 2001) (GR)

(Art. 43, §2, 6° GD)

Goedkeuring door GR

Idem.

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)


Jaarboek 2007

- 41 -

- uitsluiting bepaalde categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur van visumverplichting (art. 160 GD) - kader provisie voor geringe exploitatie-

16° GD)

- vaststelling (overheids-)opdrachten van dagelijks bestuur (art. 43, §2, 10° GD) - vaststelling wijze en voorwaarden voor gunning overheidsopdrachten (Let wel: bevoegdheden CBS) (art. 43, §2, 11° GD) - daden van beschikking mbt RG + OG (Let wel: bevoegdheden CBS) (art. 43, §2, 12° GD) - definitieve aanvaarding schenkingen en legaten (art. 43, §2, 13° GD) - klachtenbehandelingsysteem (art. 43, §2,

43, §2, 9° GD)

- gemeentelijke reglementen (andere dan belastingen en retributies – art. 43, §2, 3° GD)- gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en politieverordeningen (uitz.: tijdelijke politieverordeningen op wegverkeer → CBS) (art. 119 N.Gem.W.) - organogram (art. 43, §2, 4° GD) - goedkeuring beheersovereenkomst met OCMW (art. 43, §2, 6° GD) - intern controlesysteem (art. 43, §2, 8° GD) - vaststelling begrip “dagelijks bestuur” (art.

GD)

- huishoudelijk reglement GR (art. 40 GD) - deontologische code GR (art. 41 GD) - delegatiebesluiten GR aan CBS (art. 43, §1

17 GD)

Lijst beknopte omschrijving besluiten GR (zgn. lijstbesluiten GR) (niet-limitatief): - vaststelling presentiegelden GR-leden (art.

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang) Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur (Art. 264-265 N.Gem.W.)

(Art. 249 en 255-256 GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang


- 42 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

(Art. 248, §1, 1° en 261 GD)

Aanstelling commissaris(sen) om ter plaatse de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te zamelen of om maatregelen ten uitvoer te brengen die in rechte zijn voorgeschreven (dwangtoezicht)

(Art. 248, §1, 1° GD)

Andere besluiten van gemeenteoverheid (= besluiten die niet moeten worden doorgestuurd en die niet voorkomen op de overzichtslijst GR o.a. - besluiten van CBS - besluiten van burgemeester - besluiten van personeelsleden bvb van gemeentesecretaris, financieel beheerder, budgethouders)

(Art. 252, §1GD)

uitgaven van dagelijks bestuur en inning geringe dagontvangsten (art. 162 GD) - opheffing gemeentelijk IVA - ontbinding en vereffing AGB (art. 244 GD) - alg. beleidsprogramma (242bis N.Gem.W.)

(Art. 248, §1, 2° en 261 GD)

Bevoegdheid toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering), na verstrijking van de termijn bepaald in schriftelijke ingebrekestelling

(Art. 266 N.Gem.W.)

Beroepsmogelijkheid bij Vl. Regering

Bevoegdheid gouverneur op eensluidend advies van het college van provinciegouverneurs, na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn) (Art. 248, §1, 2°, 249 en 254-255-256 GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

(Art. 254 GD)

Idem.

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

Opvraging door toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering) ambtshalve (facultatief) of na klacht (verplicht)


Jaarboek 2007

- 43 -

(Art. 221, §2 en 253, §1, 6° GD)

Oprichting gemeentelijk IVA (GR)

Opmerking: Aangezien enkele artikelen van bovenvermeld hoofdstuk voorlopig nog niet van toepassing zijn, betekent dit evenwel dat de overgangstermijn van drie jaar voor de bestaande gewone gemeentebedrijven nog niet loopt. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I.9)

De besturen moeten zich alleszins bij GRbesluit conformeren met de bepalingen van het GD alvorens de periode van 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD een einde neemt. (art. 310 GD)

Bestaande gewone gemeentebedrijven kunnen bij GR-besluit vanaf 01.01.2007 hun werking in overeenstemming brengen met de bepalingen van het GD.

- Overgangsperiode -

V. BESTAANDE GEWONE GEMEENTEBEDRIJVEN & GEMEENTELIJKE IVA GEMEENTEN

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang) Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrecht

Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf

GEMEENTE VOEREN

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang

(art. 310 GD)

Uitzonderingen: bij de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD zijn deze bedrijven evenwel onmiddellijk onderworpen aan de art. 228-229-230 GD

Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (100 dgn) → GD treedt voor deze bedrijven in werking de dag volgend op ontvangst goedkeuringsbesluit Vl. Reg. en uiterlijk 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD

VLAAMSE


- 44 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

(Art. 11 e.v. R.B. en art. 24 Toezichtdecreet)

Begroting en begrotingswijziging bestaand gewoon gemeentebedrijf tot einde overgangsperiode (GR)

Definitieve vaststelling Vl. Reg. (50 dgn) van de door de GR opnieuw vastgestelde begroting(-swijziging) na schorsing, met

of

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na nieuwe vaststelling door GR van de begroting(-swijziging) na schorsing)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → verplicht in vier gevallen

(Art. 223 GD)

(Art. 223 GD)

Opmerking: voor bestaande gewone gemeentebedrijven is een beheersovereenkomst niet wettelijk of decretaal opgelegd

Jaarlijkse evaluatie door GR Verplicht opsturen naar Vlaamse Regering (geen goedkeuringstoezicht)

Beheersovereenkomst (evenals verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan) tussen CBS en hoofd gemeentelijk IVA

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

(Art. 249 en 255-256 GD)

Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf

Idem.

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

met algemeen belang)

streeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)


Jaarboek 2007

- 45 -

Jaarrekening en staat van ontvangsten en uitgaven bestaand gewoon gemeentebedrijf tot einde overgangsperiode (GR)

(Art. 224 GD)

Budget gemeentelijk IVA

(Art. 30 R.B. en art. 25 Toezichtdecreet)

Voorlopige goedkeuring door GR

len door Vl. Regering)

Wordt ‘geconsolideerd’ (waarschijnlijk wordt bedoeld: met dat van de gemeente) (Art. 224 §2 GD → nog nadere regels vast te stel-

(Art. 14 Toezichtdecreet)

→ Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (50 dgn): ° niet-goedkeuring wegens schending wet of strijdigheid algemeen belang of ° goedkeuring (= definitieve vaststelling) met mogelijkheid tot het treffen van vereiste maatregelen om begrotingsevenwicht te herstellen en tot ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties

Uitzondering op toezichtregeling uit art. 8-10 Toezichtdecreet: voor gewone gemeentebedrijven van gemeenten die ter sanering van hun financiën leningen zijn aangegaan waaraan het Vlaamse Gewest zijn waarborg heeft verleend → Advies gouverneur (30 dgn)

(Art. 8-10 en 24 Toezichtdecreet)

mogelijkheid tot - het treffen van vereiste maatregelen om begrotingsevenwicht te herstellen - ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties

Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf

Idem.


- 46 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

= lijstbesluit GR Zie supra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR

Opmerkingen: 1. Hoewel niet expliciet geregeld in het GD is de opheffing van een gemeentelijk IVA - naar analogie met de oprichting ervan - een bevoegdheid van de GR 2. De opheffing van bestaande gewone gemeente bedrijven (tot einde overgangsperiode) behoort eveneens tot de bevoegdheid van de GR en gaat gepaard met het opmaken van o.m. een eindrekening (art. 37 R.B.)

len door Vl. Regering)

Wordt ‘geconsolideerd’ (waarschijnlijk wordt bedoeld: met die van de gemeente) (Art. 224 §2 GD → nog nadere regels vast te stel-

(Art. 27 Toezichtdecreet)

Bij niet-goedkeuring kan GR binnen 30 dgn 1. jaarreking of staat van ontvangsten en uitgaven omwerken → opnieuw goedkeuringstoezicht gouverneur (50 dgn) 2. beroep indienen → beslissingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn): ingeval verwerping beroep → zie 1. (binnen 50 dgn)

(Art. 26 Toezichtdecreet)

Goedkeuringstoezicht gouverneur (300 dgn)

Opheffing gemeentelijke IVA (GR)

(Art. 224 GD)

Jaarrekening gemeentelijk IVA

(Art. 29 e.v. R.B. en 26 Toezichtdecreet)

Idem.

Idem.


Jaarboek 2007

- 47 -

EN

EVA

IN PRIVAATRECHTELIJKE

GEMEENTEN

Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 232 GD)

(Art. 43, §2, 5° en 232 GD)

Uitzonderingen: bij de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD zijn deze bedrijven evenwel onmiddellijk onderworpen aan de art. 228-229-230 GD (art. 310 GD)

Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (100 dgn) → GD treedt voor deze bedrijven in werking de dag volgend op ontvangst goedkeuringsbesluit Vl. Reg. en uiterlijk 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD

VLAAMSE

Oprichting incl. vaststelling statuten AGB (GR)

Opmerking: Aangezien enkele artikelen van bovenvermeld hoofdstuk voorlopig nog niet van toepassing zijn, betekent dit evenwel dat de overgangstermijn van drie jaar voor de bestaande autonome gemeentebedrijven nog niet loopt. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I.9 en bevestigd bij brief van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)

(art. 310 GD)

De besturen moeten zich alleszins bij GRbesluit conformeren met de bepalingen van het GD alvorens de periode van 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD een einde neemt.

Bestaande autonome gemeentebedrijven kunnen bij GR-besluit vanaf 01.01.2007 hun werking en statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van het GD.

- Overgangsperiode -

(= AGB VORM)

VI. BESTAANDE AUTONOME GEMEENTEBEDRIJVEN (AGB) & GEMEENTELIJKE EVA

Idem.

Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf.

GEMEENTE VOEREN


- 48 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

Idem.

Idem.

Jaarlijkse evaluatie GR (Art. 235 §3 GD)

Verplicht opsturen van beheersovereenkomst (ook verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan) naar Vlaamse Regering (geen goedkeuringstoezicht)

Opmerking: voor bestaande autonome gemeentebedrijven is een beheersovereenkomst niet wettelijk of decretaal opgelegd (Art. 235 §1 GD)

Idem.

Goedkeuring door GR (art. 43, §2, 6° GD)

(Art. 234 GD)

Beheersovereenkomst tussen gemeente en AGB (Art. 235 GD)

Idem.

Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf

Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf

Advies/voorstel Raad van Bestuur AGB Beslissing GR Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 234 GD)

GD en brief van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)

Beslissing Raad van Bestuur AGB + (!) Beslissing GR Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 27ter Toezichtdecreet, art. 310

van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)

Beslissing Raad van Bestuur AGB Advies GR (50 dgn) Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 27ter Toezichtdecreet en brief

Wijziging statuten AGB

(Art. 27ter Toezichtdecreet en art. 310 GD)

Volledige wijziging statuten (nl. in overeenstemming brengen met GD) bestaand AGB tot einde overgangsperiode

(Art. 27ter Toezichtdecreet)

Gedeeltelijke wijziging statuten bestaand AGB tot einde overgangsperiode


Jaarboek 2007

- 49 -

Goedkeuring Gemeenteraad (Art. 243 GD)

Budget (Raad van Bestuur AGB)

(Art. 243 lid 4 GD)

(Art. 249 en 255-256 GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

Opmerking: voor bestaande AGB zijn er m.b.t. het personeel geen specifieke wettelijke of decretale bepalingen

(Art. 241, §2 en 253, §2, 1° GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

(Art. 249 en 255-256 GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

Afwijking rechtspositieregeling gemeentepersoneel (Raad van Bestuur AGB)

(Art. 253, §1, 8° GD)

Besluit GR betreffende aangaan of wijziging van beheersovereenkomst met AGB

Idem.

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)


- 50 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

Opmerking: voor bestaande AGB zijn er m.b.t. retributies geen specifieke wettelijke of decretale bepalingen

(Art. 242, §4 en 253, §2, 2° GD)

Retributies (Raad van Bestuur AGB)

Opmerking: voor bestaande autonome gemeentebedrijven is een budget/begroting niet wettelijk of decretaal opgelegd

Aangezien de eerste en tweede zin van art. 243 GD nog niet in werking zijn getreden, kan de opmaak van het budget van het AGB zich beperken tot het opstellen van een raming van het resultaat volgens de indeling van de klasse 6 en 7 in de resultatenrekening en het opstellen van een investeringsplanning. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I. 9)

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang) Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Idem.

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

(art. 242, §4 GD)

Bevoegdheid GR - goedkeuring beheersovereenkomst waarin grondregels inzake tarifering zijn opgenomen (Art. 43, §2, 6° en 235, §2, 4°-5° GD) - goedkeuring van maximumtarieven of berekeningsformules indien deze niet in beheersovereenkomst zijn geregeld


Jaarboek 2007

- 51 -

3. Art. 172 GD dat bepaalt dat de Vl. Reg. nadere regels vaststelt voor de consolidatie van de jaarrekening van de gemeente met de jaarrekeningen van de AGB en de gemeentelijke EVA in privaatrechtelijke vorm, is nog niet in werking getreden.

2. Aangezien de eerste en tweede zin van art. 243 GD nog niet in werking zijn getreden, blijft voor de opmaak van de jaarrekening van het AGB art. 263novies van de N.Gem.W. van toepassing dat de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen van toepassing verklaart op de AGB (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I. 9)

Opmerkingen: 1. Aangezien o.m. art. 240 GD i.v.m. de controle door de externe audit-commissie op de jaarrekening nog niet in werking is getreden, blijft art. 263quater N.Gem.W. van toepassing en is het algemeen bestuurlijk toezicht uit het GD (art. 253, §2, 3° en 255-256) nog niet van toepassing.

(Art. 243 lid 3 GD)

Jaarrekening (Raad van Bestuur AGB)

(art. 263quater N.Gem.W.)

Jaarrekening bestaand AGB tot einde overgangstermijn

Goedkeuring GR (Art. 243 GD)

Toezicht op (financiële toestand en) jaarrekening AGB door College van drie commissarissen, door GR gekozen buiten Raad van Bestuur van AGB: 1 bedrijfsrevisor, anderen zijn GR-leden (art. 263quater N.Gem.W.)

Geen goedkeuring door GR !

(art. 263quater N.Gem.W.)

Toezicht op (financiële toestand en) jaarrekening AGB door College van drie commissarissen, door GR gekozen buiten Raad van Bestuur van AGB: 1 bedrijfsrevisor, anderen zijn GR-leden

Idem.

Idem.

Idem.


- 52 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

(Art. 252, §1 GD)

Lijst beknopte omschrijving besluiten Raad van Bestuur AGB (zgn. lijstbesluiten Raad van Bestuur AGB)

Opmerking: voor bestaand AGB bestaat filialisering ook maar onder de stringente voorwaarde dat het AGB in al de organen van de filialen over de meerderheid van de stemmen én over het voorzitterschap beschikt (uitz.: in het kader van een lokale PPS) (Art. 263sexies § 2 N.Gem.W.)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 242, §5 GD)

(Art. 43, §2, 6° en 235, §2, 7° GD)

Bevoegdheid GR: goedkeuring beheersovereenkomst waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder de oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in andere rechtspersonen is toegestaan

Oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in andere rechtspersonen (Raad van Bestuur AGB)

(Art. 242, §5 GD)

Machtiging Vlaamse Regering (Art. 242, §2 GD)

(Art. 242, §2 GD)

(Art. 263sexies §1 N.Gem.W.)

Machtiging Vlaamse Regering

Onteigeningen (Raad van Bestuur AGB)

Opmerking: Art. 263sexies N.Gem.W. werd m.i.v. 1 januari 2007 opgeheven. De bevoegde minister is echter van oordeel dat zolang het GD niet in werking treedt voor de bestaande AGB, de opheffing van de bepalingen van de N.Gem.W. zoals bepaald in het GD, ook niet in werking treedt (conform brief van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)

(Art. 263sexies §1 N.Gem.W.)

Onteigeningen door bestaand AGB tot einde overgangsperiode (Raad van Bestuur AGB)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Idem.

Idem.

Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf


Jaarboek 2007

- 53 -

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

(Art. 248, §1, 1° GD)

(Art. 248, §1, 2°, 249 en 254-255-256 GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn)

Opvraging door toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering) ambtshalve (facultatief) of na klacht (verplicht)

(Art. 249 en 255-256 GD)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn)

Andere besluiten van organen en personeelsleden van AGB (= besluiten die niet moeten worden doorgestuurd en die niet voorkomen op de overzichtslijst Raad van Bestuur AGB)

Opmerking: dezelfde regeling geldt voor het bestaand AGB

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

(Art. 254 GD)

Idem.

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)


- 54 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en gemeentelijke EVA in privaatrechtelijke vorm (vennootschap, vereniging of stichting) (Art. 247 GD)

(Art. 43, §2, 5° en 245, §2 GD)

Oprichting van of deelname in gemeentelijk EVA in privaatrechtelijke vorm (vennootschap, vereniging of stichting) incl. statuten (GR)

Opmerking: dezelfde toezichtregeling geldt voor het bestaand AGB

(Art. 244 GD)

Ontbinding en vereffening AGB (GR)

(Art. 248, §1, 1° en 261 GD)

Aanstelling commissaris(sen) om ter plaatse de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te zamelen of om maatregelen ten uitvoer te brengen die in rechte zijn voorgeschreven (dwangtoezicht)

(art. 43, §2, 6° GD)

Goedkeuring door GR

(Art. 245, §3 GD)

Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn)

Zie supra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR

= lijstbesluit GR

(Art. 248, §1, 2° en 261 GD)

Bevoegdheid toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering), na verstrijking van de termijn bepaald in schriftelijke ingebrekestelling

Idem.

Idem.

Idem.

(Art. 266 N.Gem.W.)

Beroepsmogelijkheid bij Vl. Regering

Bevoegdheid gouverneur op eensluidend advies van het college van provinciegouverneurs, na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen


Jaarboek 2007

- 55 -

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang

(Art. 264-265 N.Gem.W.)

Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur

Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)

4. Dit algemeen overzicht van het bestuurlijk toezicht werd geactualiseerd en afgesloten op datum van 1 maart 2008.

3. De Vlaamse Regering kan een besluit rechtstreeks vernietigen, zonder dat de gouverneur voorafgaand heeft geschorst (art. 255 §1 GD). In principe beschikt de Vlaamse Regering voor een dergelijke vernietiging over eenzelfde termijn als de gouverneur heeft om het besluit te schorsen (30 of 50 dagen). Maar wanneer de toezichthoudende overheid een besluit of dossier bij aangetekende brief opvraagt, dan beschikt de gouverneur over een nieuwe termijn van 30 of 50 dagen om eventueel te schorsen. De termijn waarover de Vlaamse Regering in dat geval beschikt om eventueel rechtstreeks te vernietigen is gelijk aan de termijn waarover de gouverneur beschikt om te schorsen, vermeerderd met 20 dagen (art. 255 §3 GD).

2. De toezichtprocedure ingeval van overruling door het CBS bij visumverlening en/of bij betalingen (onder II. Financiën gemeenten) is ook van toepassing op de gemeente Voeren. In beide gevallen van overruling is de beslissing van het CBS pas uitvoerbaar na verstrijking van de toezichttermijn voorzien in artikel 255 GD d.i. in principe 30 dagen omdat beide besluiten niet vermeld zijn in artikel 253 GD (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006, punt I.4.3.2.1 en I.4.3.2.2). De vraag kan gesteld worden of in het geval van Voeren ook de termijn van 30 dagen toepasselijk is dan wel de termijn van 40 dagen conform het voor Voeren toepasselijk algemeen toezicht geregeld in artikel 264 N.Gem.W.

Slotbemerkingen: 1. Het algemeen bestuurlijk toezicht conform artikel 249 GD beperkt zich tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Het begrip “recht” omvat o.m. de internationale normen met rechtstreekse werking, Grondwet, wetten en decreten en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie Memorie van Toelichting Gemeentedecreet). Het algemeen belang wordt gedefinieerd als elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Het algemeen administratief toezicht conform artikel 30 Toezichtdecreet beperkt zich tot een optreden ingeval de wet wordt geschonden of het algemeen belang wordt geschaad. Onder “strijdig met het algemeen belang” in het kader van voormeld decretaal artikel wordt verstaan strijdig met de beginselen van behoorlijk en goed bestuur of strijdig met het algemeen beleid of met de belangen van de hogere overheid (zie art. 30, §5 Toezichtdecreet).

(Art. 253, §1, 8° GD)

Besluit GR betreffende aangaan of wijziging van samenwerkingsovereenkomst met gemeentelijke EVA in privaatrechtelijke vorm (vennootschap, vereniging of stichting)


- 56 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


4

BEGELEIDEND

TOEZICHT

1. OCMW-AUDIT Jaarboek 2007

- 57 -


- 58 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


DE

EXTERNE AUDIT OP DE OCMW-BOEKHOUDING IS MEER DAN EEN CONTROLE-INSTRUMENT – DE PROCEDURE IN LIMBURG

I. INLEIDING Bij het schrijven van deze tekst is de nieuwe wetgeving rond OCMW’s in navolging van het nieuwe gemeentedecreet in volle ontwikkeling. Zo is er reeds een voorontwerp van nieuw OCMW decreet uitgeschreven (Voorontwerp van decreet van15 februari 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn). Ook de invulling van de audit is in volle ontwikkeling en staat aan de vooravond van grote veranderingen. Het gemeentedecreet impliceert immers dat er ook audit zal gebeuren bij de gemeenten. En deze audit gaat veel verder dan de huidige audit bij de OCMW’s. Hoe de concrete organisatie hiervan zal uitgeschreven worden, is op dit moment nog even afwachten. Op dat vlak zal de moeilijke en lange weg die de OCMW’s hebben afgelegd een goede leerschool zijn voor de gemeenten. Want veel eerder dan de gemeenten hebben de OCMW’s al een serieuze modernisering achter de rug. Vandaar dat de invoering van het begrip NOB in 1998 niet de afkorting was van de Nieuwe OCMW Boekhouding, maar wel van het Nieuwe OCMW Beleid. De modernisering van de boekhouding was immers slechts één van de vele wijzigingen in het proces van de ontwikkeling van het nieuwe OCMW. Ook de invoering van de audit was één van de nieuwigheden voor de OCMW’s. Audit kan je natuurlijk niet losmaken van het begrip controle, maar in Limburg is bewust de nadruk gelegd op het begeleidende aspect. Nu tien jaar later kunnen we stellen dat het hele proces zeker zinvol is geweest, en dat de meeste OCMW’s op het juiste spoor zitten en de vernieuwde boekhouding al als routinewerk ervaren. Ook al is de grootste groep pas sinds 2002 in het nieuwe systeem gestapt. De uiterste datum was 2003, maar de invoering van de euro heeft dat proces voor de meeste OCMW’s een jaartje vervroegd omdat de softwarehuizen hun programma’s logischerwijze niet meer wilden aanpassen in de BEF. In de volgende hoofdstukken gaan we dieper in op de bestaande wetgeving (hoofdstuk II), het begrip audit (hoofdstuk III), de auditprocedure in Limburg (hoofdstuk IV) en ronden we af met enkele interessante cijfers (hoofdstuk V).

Jaarboek 2007

- 59 -


II. WETGEVING

ROND AUDIT

& OCMW’S

Het wettelijk kader met betrekking tot de externe audit in de OCMW’s wordt gevormd door de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s (gewijzigd bij decreet van 17 december 1997) en het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 betreffende de boekhouding en de administratieve organisatie van de OCMW’s. Overeenkomstig artikel 21 van het Decreet van 17 december 1997 houdende wijziging van de Organieke Wet, wordt een artikel 93bis ingevoegd, dat enerzijds de omvang van de auditopdracht aangeeft en anderzijds betrekking heeft op de oprichting en het mandaat van de externe auditcommissie. Het luidt als volgt: “Art. 93bis, §1. Per openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt door de gouverneur een uit ambtenaren bestaande externe auditcommissie opgericht. Deze oefent controle uit op de getrouwheid van de boekhouding van het centrum, inzonderheid op de jaarrekening en op de driemaandelijkse rapportage. §2. De auditcommissie kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en in het algemeen van alle documenten en geschriften van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Ze kan van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die het nodig acht. De auditcommissie kan vorderen in de zetel van de instelling in het bezit te worden gesteld van inlichtingen betreffende verbonden instellingen, voor zover ze deze inlichtingen nodig acht om de financiële toestand te controleren.”

Artikel 91 van het Besluit van de Vlaamse regering van 17 december 1997 betreffende de boekhouding en de administratieve organisatie van de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, bepaalt de samenstelling van de externe auditcommissie: “Art. 91. De externe auditcommissie is samengesteld uit minimum 2 ambtenaren: 1) één of meer ambtenaren aangesteld door de gouverneur van de provincie waaronder het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ressorteert. Een ervan is de voorzitter van de commissie; 2) één of meer ambtenaren aangesteld door het gemeentebestuur; 3) facultatief: een of meer ambtenaren aangesteld door de minister, bevoegd voor de bijstand aan personen.”

De wettelijke taak van de audit is omschreven in artikel 89 van de Organieke Wet: “Art. 89. Binnen driehonderd dagen na ontvangst van de jaarrekeningen spreekt de provinciegouverneur zich uit over de goedkeuring en stelt hij de bedragen ervan vast ….“ … “De raad voor maatschappelijk welzijn verleent in de eerstvolgende vergadering na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 90, §2, kwijting aan de ontvanger over de afgelegde rekening. De kwijting is rechtsgeldig voor zover de ware toestand niet werd verborgen door enige weglating of onjuist opgave in de jaarrekening...” …”Wanneer de functie van ontvanger eindigt, wordt een eindrekening opgesteld. Na vaststelling door de raad voor maatschappelijk welzijn, wordt de eindrekening ter goedkeuring aan de provinciegouverneur gezonden en wordt de in artikel 89, §2 bedoelde procedure gevolgd.”

- 60 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


III. HET

BEGRIP AUDIT

Gelet op het beperkt uitgewerkt wettelijk kader van de audit zijn er heel wat verschillen in de invulling en de organisatie ervan tussen de provincies. Hoe de audit nu georganiseerd is in iedere provincie is dan ook het resultaat van een groeiproces doorheen de jaren.

WAT

IS AUDIT?

Audit kan op vele manieren omschreven worden. De volgende twee definities geven het best weer wat audit inhoudt: o Audit is het nagaan van de getrouwheid van de voorgestelde gegevens, weergave van de economische realiteit van de organisatie. o Audit is een systematisch proces waarbij een onafhankelijke deskundige op een objectieve wijze bewijzen verzamelt met betrekking tot beweringen en gebeurtenissen. Het doel is om deze bewijzen kritisch te evalueren en te bepalen of er een overeenstemming bestaat tussen de vastgestelde beweringen en gebeurtenissen en de vooraf vastgelegde criteria of normen. De vaststellingen hierover worden gerapporteerd.

SOORTEN

AUDIT

Globaal genomen bestaan er vijf soorten van audit: - Financiële audit: Het doel is om een oordeel te vormen over het getrouwe beeld en de kwaliteit van de financiële staten van een organisatie. - Operationele audit: Het doel is om een oordeel te vormen van de adequaatheid en de effectiviteit van processen, procedures en werkmethoden in een organisatie. - ICT audit: Het doel is om een oordeel te vormen van de betrouwbaarheid, beveiliging en integriteit van gegevens en programma’s en van de efficiëntie en effectiviteit van de informatica-afdeling. - Compliance audit: Het doel is om een oordeel te vormen of wetten, voorschriften en beleidslijnen nageleefd worden. - Forensische audit: Het doel is om een oordeel te vormen of er fraude heeft plaats gehad in een organisatie, hoe groot de fraude is, en hoe de fraude in de toekomst kan vermeden worden. Bij de audit uitgeoefend op OCMW’s is er enkel sprake van een financiële audit.

Jaarboek 2007

- 61 -


EXTERNE

VERSUS INTERNE AUDIT

Externe audit mag niet verward worden met interne audit. Waar externe audit gebeurt door derden, wordt de interne audit binnen de organisatie zelf uitgevoerd. De interne audit van de OCMW’s wordt geregeld door artikel 93 van de Organieke Wet. In art. 93, §1 wordt gesteld dat de interne audit bestaat uit een nakomingsaudit en een operationele audit. De nakomingsaudit wordt omschreven in art 93, §2. Het is een taak van de ontvanger en omvat: o o o o o

de de de de de

controle op de wettelijkheid en de regelmatigheid van de uitgaven; controle op de procedures van interne controle; controle op de uitgaande facturatie; inventarislijsten van de activa; betrouwbaarheid van de informatica.

Hierover dient de ontvanger ten minste eenmaal per jaar schriftelijk verslag uit te brengen aan de raad. De operationele audit wordt omschreven in art. 93, §3. Het is een taak van de interne auditcommissie. Deze dient minimaal te bestaan uit de voorzitter, de secretaris en de ontvanger. Onder operationele audit verstaat de wet: o het beoordelen van de mate waarin de uitoefening van de activiteiten of bestaande toestanden in overeenstemming is met de vastgestelde doelstellingen of met andere vastgestelde criteria; o het identificeren van mogelijkheden tot verbetering van de effectiviteit en de efficiëntie van de werking van het OCMW. Hierover dient de secretaris ten minste éénmaal per jaar schriftelijk verslag uit te brengen aan de raad.

HET

BEGRIP MATERIALITEIT

Een belangrijk begrip binnen audit is de term materialiteit. Met andere woorden, wanneer spreken we van onbetrouwbare gegevens? Of nog simpeler uitgedrukt, wanneer is een fout ook een fout voor de audit? Het hoofddoel van een financiële audit is het opsporen van materialiteit in de jaarrekening. De auditor vormt een oordeelkundig besluit over welke fouten als materieel worden aanzien. Doorgaans wordt materialiteit bepaald door een percentage van het balanstotaal of het eigen vermogen. Dit percentage wordt toebedeeld aan de verschillende balansrubrieken. Zo kan de auditor de materialiteitsgrens voor de balansrubrieken vernauwen of verbreden. Aangezien de rubriek “materiële vaste activa” gevoelig is voor subjectiviteit bij het bepalen van de afschrijvingswijze en –termijnen kan hier een grotere speling in toegestaan worden. Belangrijke en meer objectieve rubrieken, als “liquide middelen”, “de gemeentelijke bijdrage” en “gecumuleerd resultaat” zijn daarentegen voorwerp van een nauwere materialiteitsgrens. Maar men mag zich niet blindstaren op kwantitatieve gegevens. Het oordeel van de auditor over de oorsprong van de fout en het effect hiervan op het beleid binnen het OCMW zijn minstens evenwaardig.

- 62 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


IV. DE

AUDITPROCEDURE IN

LIMBURG

VOORAFGAAND Rekening houdend met de beschikbare tijd die de auditor heeft, kunnen we spreken van een highlevel-audit of een low-level-audit: o High-level-audit: globale lichte balanscontrole, verificatie balansrubrieken en resultaatberekening en verwerking o Low-level-audit: in detail nagaan van bepaalde balansposten/resultatenrekeningen, boekingswijzen, contacteren derden, nagaan contracten, fysische controle… De high-level-audit is overal dezelfde. Bij probleembesturen wordt uiteraard meer aandacht besteed aan de problemen. Bijgevolg wordt hierop dieper ingegaan. Bij voorbeeldbesturen is er soms meer tijd om enkele nieuwe controles te testen. In de OCMW-wetgeving is niets gespecificeerd over de inhoud van een audit. De auditors zijn enkel gevraagd voor het voeren van een financiële audit. De auditor is daarom vrij om controles en beleidssuggesties te doen voor zover hij niet afwijkt van het domein financiën. De auditor kan zich niet mengen in de interne beslissingsprocedure van een OCMW en de gemeente. Toch is het bijvoorbeeld zijn plicht op te merken dat een OCMW geen reserves van de gemeentelijke bijdrage mag opbouwen en dat er een bestemmingsbeslissing moet worden genomen.

VOORBEREIDENDE

WERKZAAMHEDEN

1. Vorming van de auditcommissie Natuurlijk start alles met de opmaak van de jaarrekening door het OCMW. Deze wordt vastgesteld door de OCMW-raad en vervolgens opgestuurd naar het gemeentebestuur en de gouverneur. Het bestuur krijgt van ons een ontvangstmelding en zal binnen de 300 dagen een audit krijgen. Het gemeentebestuur zal hierna een uitnodiging ontvangen om een ambtenaar af te vaardigen in de auditcommissie die bij besluit door de gouverneur wordt vastgesteld. Op enkele uitzonderingen na gaan alle gemeentebesturen op deze vraag in. Sommige besturen gaan zelfs zover dat de ambtenaar effectief meewerkt aan de audit. De meeste gemeentebesturen vaardigen dan ook een lid af voor de auditcommissie. Terecht, het is immers de bedoeling geweest van de wetgever om de gemeente als sponsor van het OCMW effectief bij de audit van het OCMW te betrekken. Ook de gemeente is een toezichthoudende overheid voor het OCMW en de audit is dan ook een ideale gelegenheid om na te gaan wat er met de gemeentelijke bijdrage gebeurd is. Anderzijds kunnen we wel stellen dat er een moreel probleem ontstaat. Meestal is het de gemeenteontvanger die wordt afgevaardigd en zijn collega ontvanger moet controleren. In de praktijk wordt de audit dan ook enkel door de auditoren van de Vlaamse Gemeenschap uitgevoerd en wordt achteraf tijdens een bespreking met de afgevaardigde van het gemeentebestuur de rapportage samen ondertekend. Deze bespreking is in Limburg ingevoerd om het gemeentebestuur toch de kans te geven een inbreng te doen, aangezien ze niet actief betrokken zijn bij de audit.

Jaarboek 2007

- 63 -


2. Nazicht van de papieren versie van de jaarrekening De audit wordt gepland in een register en in afwachting wordt de papieren versie van de jaarrekening nagezien op onder andere rekenkundige controles. Verder kunnen op voorhand ook al de meeste balansposten nagezien worden, alsook de resultatenrekening, de wettelijke bijlagen, het schema van de financiÍle stromen, het jaarverslag en de driemaandelijkse rapportage 3. Opvragen bijkomende documentatie Indien er documenten ontbreken worden deze opgevraagd. Een voorbeeld is een uittreksel uit de notulen van de OCMW-raad waarbij de jaarrekening wordt goedgekeurd. Ook nieuw is de wettelijke verplichting om een soort van elektronische versie van de proef- & saldibalans op te sturen. Bij gelegenheid wordt er ook op voorhand documentatie opgevraagd die niet wettelijk bij de jaarrekening hoort. Dit om de audit ter plaatse te ontlasten. De meeste OCMW’s voegen bijgevolg tal van niet wettelijk verplichte documenten standaard bij hun jaarrekening toe.

DE

AUDIT TER PLAATSE

De audit ter plaatse bij het bestuur neemt 1 of 2 dagen in beslag naargelang de grootte van het OCMW. Bedoeling van de audit is om via documentatie ter plaatse na te gaan of de informatie die de jaarrekening bevat, ook daadwerkelijk overeenkomt met de realiteit. Dit bezoek ter plaatse biedt natuurlijk ook de gelegenheid om aan de juiste personen vragen te stellen naargelang het onderwerp. Het is immers niet alleen de ontvanger die betrokken is bij de inhoud van de jaarrekening. Bij gelegenheid worden ook andere activiteitencentra van het OCMW bezocht, bijvoorbeeld het rusthuis of het dienstencentrum. Hier spelen zich immers ook belangrijke processen af die leiden tot de cijfers in de jaarrekening.

- 64 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


In de praktijk is het natuurlijk onmogelijk om alle documenten na te zien. Daarom zal er een selectie gemaakt worden. Zo worden er steekproeven genomen uit het: o Aankoopdagboek (aankoopfacturen) o Verkoopdagboek (facturaties) o Financieel dagboek (bankuittreksels en kasregisters) o Divers dagboek (diverse boekingen en eindejaarsverrichtingen) Indien het belang heeft of indien er tijdsgebrek is, worden er ook documenten meegenomen. Deze worden achteraf natuurlijk terugbezorgd aan het OCMW. Hieronder volgt een (onvolledige) tabel met de belangrijkste onderzoeksdocumenten:

Met betrekking tot de balans

Met betrekking tot de resultatenrekening

o Mutatielijst Vaste Activa & subsidies

o Jaarfiche personeelskosten

o Derdenlijst openstaande vorderingen & schulden

o Uitzonderlijke kosten & opbrengsten

o Uittreksels eindsaldo liquide rekeningen

o Documentatie oninvorderbaren

o Detail te innen opbrengsten

o Lijsten facturatie

o Detail te ontvangen facturen

o RIZIV-lijsten per mutualiteit i.v.m. opbrengsten rusthuizen

o Detail overlopende rekeningen

o Afrekeningen subsidies ministerie

o Kapitaalswijzigingen & voorzieningen

o Briefwisseling rond werkingssubsidies

o Opvolging gem. bijdrage & resultaat

o Externe documentatie div. opbrengsten

o Aansluiting bedrijfsvoorheffing & RSZ

o Resultaatverwerking

o Leningstabellen van de banken

o Berekening voorzieningen

o Detail voorschotten

o Banklijsten intresten

DE

AUDITCOMMISSIE

Het resultaat van de audit wordt besproken binnen de auditcommissie. De auditoren van de Vlaamse Gemeenschap bespreken de resultaten met de afgevaardigde van de gemeente en maken dan een rapportage op die door elk lid ondertekend wordt.

Jaarboek 2007

- 65 -


DE

RAPPORTAGE

De officiële verslaggeving bestaat uit het auditverslag en de management letter. Daarnaast maakt de auditor ook voor intern gebruik auditmemo’s, werkpapieren en een auditdossier op. • Werkpapieren en auditdossier Tijdens de uitvoering van de externe audit maken de auditors gebruik van “werkpapieren”, waarin zij de neerslag van hun auditactiviteiten optekenen. Deze documenten omvatten aantekeningen over de aanpak van de audit, de controleprogramma’s, de registratie van de controlewerkzaamheden, vragenlijsten, gespreksnotities, kopieën van bewijsstukken, auditmemo’s en de voorbereiding en ontwerpen van de definitieve auditrapportering. Alle werkpapieren worden op een systematische manier bijgehouden in het auditdossier van de externe auditcommissie en hebben een strikt vertrouwelijk karakter. • Auditmemo’s Per auditonderdeel formuleert de auditor zijn bevindingen, opmerkingen, suggesties en aanbevelingen in auditmemo’s. In principe wordt minimaal per balanspost en per rubriek van de resultatenrekening een auditmemo opgemaakt. Ook elk element van de voorbereidende werkzaamheden tot uitvoering van de externe audit kan het voorwerp uitmaken van een auditmemo. Deze memo’s worden bijgehouden in het auditdossier en zijn strikt vertrouwelijk. Ze kunnen tevens de basis vormen voor de verdere officiële auditrapportering. • Auditverslag Conform de wetgeving rapporteert de externe auditcommissie over de financiële audit van de jaarrekening en de driemaandelijkse rapportering. Ze vervult haar controleopdracht zonder zich uit te spreken over het beleid dat wordt gevoerd. In het kader van de financiële audit van de jaarrekening spreekt de auditcommissie zich via het auditverslag uit over de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie in de jaarrekening van het OCMW, m.a.w. over het feit of de lezer met de informatie in de jaarrekening kan beschikken over een getrouw beeld van het vermogen, van de financiële positie en van de resultaten van het bestuur. Deze financiële rapportering is dus een waarmerking dat de eindprodukten van de boekhouding zoals opgemaakt door de verantwoordelijken overeenstemmen met de boekhoudregels en de economische realiteit en dat de beslissingen van het OCMW correct werden opgenomen in de jaarrekening. Deze waarmerking kan in de volgende vier vormen plaatsvinden: o o o o

goedkeuring zonder voorbehoud; goedkeuring met voorbehoud; afkeuring; onthouding.

- 66 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


De externe auditcommissie stelt het verslag van de controlewerkzaamheden op ten behoeve van de gouverneur. Het vermeldt in algemene bewoordingen: o hoe de controles zijn verricht; o of de jaarrekening naar vorm en inhoud beantwoordt aan de wettelijke en reglementaire voorschriften en aan de gebruikelijke boekhoudnormen; o of de waarderingsregels op consistente wijze werden toegepast en of de invloed ervan op het resultaat voldoende werd toegelicht; o of alle nodige inlichtingen duidelijk in de jaarrekening werden verstrekt. De gouverneur neemt kennis van het auditverslag en kan er het passende gevolg aan geven. Hoewel de externe audit een van de goedkeuring van de jaarrekening onderscheiden handeling is, kan ze er dus wel een impact op hebben. Bij de goedkeuring van de jaarrekening wordt het verslag van de externe auditcommissie als bijlage overgemaakt aan het OCMW-bestuur, het gemeentebestuur en de OCMW-ontvanger. • Management letter Naast bovenvermelde periodieke auditrapportering kan de externe auditor bij het uitvoeren van zijn controlewerkzaamheden eveneens gebruik maken van “management letters”. Deze bevatten vaststellingen en aanbevelingen, afgestemd op het management van het OCMW. Meer specifieke en technische vaststellingen en opmerkingen kan de auditor uiteraard steeds toelichten via een technische nota gericht aan de OCMW-ontvanger. De management letter en technische nota worden in principe niet openbaar gemaakt. Dit neemt evenwel niet weg dat bepaalde onderdelen van het auditverslag specifiek voor bepaalde toezichthoudende overheden diepgaander becommentarieerd kunnen worden via elementen van de management letter en de technische nota.

MEEST

VOORKOMENDE OPMERKINGEN

We kunnen een top 10 opmaken van de meest voorkomende opmerkingen, adviezen of informatiebemerkingen. Deze gaan over: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

externe documentatie van de boekingen aansluiting personeelskosten wachtrekening(en) te innen opbrengsten / te ontvangen facturen opvolging investeringen over de boekjaren heen investeringsbudget + financiering aansluiting recuperaties leefloon & politiek vluchtelingen schema van de financiële stromen aansluiting derden lijsten met openstaande vorderingen en schulden opmaak van het jaarverslag

Jaarboek 2007

- 67 -


V. BESLUIT &

CIJFERS

Als besluit kunnen we enkele cijfers in tabelvorm laten zien die de 44 OCMW’s in hun boekhouding hebben staan. Voor de volgende tabellen zijn de cijfers van 2005 gebruikt, omdat we van dat jaar over alle gegevens beschikken en ook de meeste rekeningen geauditeerd zijn. In grafiek 1 is het resultaat van de OCMW’s weergegeven. Dit is het netto-verlies zonder rekening te houden met de gemeentelijke bijdrage. Het is immers veel interessanter om te weten wat het netto-verlies van het OCMW is dan te weten hoeveel geld de gemeente aan het OCMW heeft betaald. Het overschot van gemeentelijke bijdrage moet immers toch teruggeven worden zoals wettelijk bepaald (in mindering gebracht van het eerst volgend budget). Ook kunnen we stellen dat afschrijvingskosten niet zo onbelangrijk zijn als overal wordt geschreven. Ze zijn immers het gevolg van investeringskosten waarvan de toelage ook meestal ooit door de gemeente verleend is in het verleden. Afschrijvingen worden immers geneutraliseerd door de verrekening van subsidies, maar bij de opmaak van veel beginbalansen is dit niet altijd gebeurd omdat het ook moeilijk te achterhalen is. Dan blijven de investeringen over gefinancierd met eigen middelen. Maar als een OCMW eigen activa verkoopt en deze investeert is er ook sprake van een kost voor de gemeenschap. In grafiek 2 staat dezelfde informatie, maar dan uitgedrukt aan de hand van het inwonersaantal. Met andere woorden, hoeveel netto-verlies heeft het OCMW per inwoner. En dat geeft natuurlijk een heel ander beeld dan in grafiek 1. Met andere woorden, een heel ander resultaat met dezelfde cijfers. In grafiek 3 zien we een liquiditeitsratio. Kunnen OCMW’s hun schulden op korte termijn betalen? Hiervoor maken we een verhouding tussen de vlottende activa en de schulden op korte termijn. Beide cijfers komen uit de balans van het OCMW. Een ratio hoger dan 1,00 geeft hier weer dat het OCMW liquide is. Bij een ratio lager dan 1,00 is er gevaar voor een minder goede liquiditeit. Hier geldt dus het principe: zoveel te hoger het ratio, zoveel te beter voor het bestuur. In grafiek 4 ten slotte zien we een solvabiliteitsratio. Kunnen OCMW’s hun schulden op lange termijn betalen? Hiervoor berekenen we de algemene schuldgraad. De verhouding tussen de totale schuld en het eigen vermogen. Dit ratio geeft weer hoeveel schulden er staan tegenover iedere euro aan eigen vermogen. Een ratio van bijvoorbeeld 1,11 wil zeggen dat er tegenover iedere euro eigen vermogen een schuld staat van 1,11 euro. Hier geldt dus het principe: zoveel te lager het ratio, zoveel te beter. Behalve als het ratio negatief is, want dat wil zeggen dat er een negatief eigen vermogen is en het OCMW in principe virtueel failliet is. De voorstelling van deze tabellen is enkel indicatief bedoeld en niet om te tonen welke OCMW’s duur of goedkoop zijn. Het is immers een politieke beslissing of er veel geld aan een OCMW wordt besteed of niet. Een hogere gemeentelijke bijdrage betekent immers ook dat men meer activiteiten kan aanbieden aan de burger. Ook OCMW’s die een rusthuis beheren, kosten natuurlijk veel meer geld, maar bieden dan ook een extra dienst aan. De cijfers moeten ook genuanceerd worden omdat niet alle gemeentebesturen alle kosten doorrekenen aan het OCMW. We denken dan vooral aan gebouwkosten en andere investeringen. Ten slotte kunnen we zeggen dat hier over het algemeen de wet van de sterkste geldt. In gemeenten en steden met veel inwoners kost het OCMW veel geld (in absolute cijfers). Als we deze cijfers in relatie tot het bevolkingsaantal zetten, geldt dit principe echter niet meer.

- 68 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Grafiek 1 : Netto-verlies Resultatenrekening

-3.000.000,00 €

-6.000.000,00 €

HASSELT

-7.000.000,00 €

HEERS

ZUTENDAAL ZONHOVEN VOEREN TONGEREN

TESSENDERLO

SINT-TRUIDEN

HECHTEL-EKSEL HASSELT

HERK-DE-STAD

PEER OVERPELT OPGLABBEEK NIEUWERKERKEN NEERPELT MEEUWEN-GRUITRODE MAASMECHELEN MAASEIK LUMMEN LOMMEL LEOPOLDSBURG LANAKEN KORTESSEM KINROOI HOUTHALEN-HELCHTEREN HOESELT HEUSDEN-ZOLDER

WELLEN

RIEMST

HERSTAPPE

-20,00 €

- 69 -

Jaarboek 2007

HAMONT-ACHEL HAM HALEN GINGELOM

-160,00 €

GENK DILSEN-STOKKEM

-140,00 €

BREE

-120,00 €

GENK

-80,00 €

BERINGEN AS ALKEN -100,00 €

DIEPENBEEK

-60,00 €

BORGLOON BOCHOLT BILZEN

-40,00 €

BERINGEN

-4.000.000,00 €

HAMONT-ACHEL HAM HALEN GINGELOM

-1.000.000,00 €

ALKEN -2.000.000,00 €

DILSEN-STOKKEM DIEPENBEEK BREE BORGLOON BOCHOLT BILZEN AS -5.000.000,00 €

ZUTENDAAL ZONHOVEN WELLEN VOEREN TONGEREN TESSENDERLO SINT-TRUIDEN RIEMST PEER OVERPELT OPGLABBEEK NIEUWERKERKEN NEERPELT MEEUWEN-GRUITRODE MAASMECHELEN MAASEIK LUMMEN LOMMEL LEOPOLDSBURG LANAKEN KORTESSEM KINROOI HOUTHALEN-HELCHTEREN HOESELT HEUSDEN-ZOLDER HERSTAPPE HERK-DE-STAD HEERS HECHTEL-EKSEL

0,00 €

-8.000.000,00 €

Grafiek 2 : Netto-verlies per inwoner 0,00 €

-180,00 €


Grafiek 3 : Liquiditeit van de OCMW's 18,00

14,00

10,00

ZUTENDAAL

SINT-TRUIDEN

TESSENDERLO

WELLEN

ZONHOVEN VOEREN TONGEREN

RIEMST PEER OVERPELT OPGLABBEEK NEERPELT

NIEUWERKERKEN MEEUWEN-GRUITRODE

LANAKEN

LOMMEL

LUMMEN

MAASMECHELEN MAASEIK

LEOPOLDSBURG

KINROOI

OPGLABBEEK

WELLEN

ZUTENDAAL ZONHOVEN

VOEREN

TONGEREN

SINT-TRUIDEN

TESSENDERLO

PEER

RIEMST

OVERPELT

NEERPELT

NIEUWERKERKEN

MEEUWEN-GRUITRODE MAASMECHELEN

LUMMEN

MAASEIK

LOMMEL LEOPOLDSBURG LANAKEN

KINROOI

KORTESSEM

HOESELT

BORGLOON

BREE

DILSEN-STOKKEM DIEPENBEEK

GINGELOM GENK

HAM HALEN

HAMONT-ACHEL

HASSELT

HERK-DE-STAD HEERS HECHTEL-EKSEL

HERSTAPPE

HEUSDEN-ZOLDER

HOUTHALEN-HELCHTEREN

15,00

KORTESSEM

HOESELT

20,00

HOUTHALEN-HELCHTEREN

HERSTAPPE

0,00

HEUSDEN-ZOLDER HERK-DE-STAD HECHTEL-EKSEL HASSELT

HALEN

HAM GINGELOM GENK DILSEN-STOKKEM DIEPENBEEK BREE

BILZEN

BOCHOLT

AS

0,00

BORGLOON

4,00

BERINGEN

5,00

BILZEN BERINGEN

10,00

HEERS

8,00

ALKEN

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg

- 70 -

ALKEN

-5,00

AS 2,00

BOCHOLT

6,00

HAMONT-ACHEL

16,00

12,00

Grafiek 4 : Solvabiliteit van de OCMW's 30,00

25,00

-10,00


4 VOORSTELLING

VAN DE VERNIEUWDE WEBSITE

LOKALE FISCALITEIT

BEGELEIDEND

TOEZICHT

2. WEBSITE LOKALE FISCALITEIT Jaarboek 2007

- 71 -


VOORSTELLING

VAN DE VERNIEUWDE WEBSITE

LOKALE FISCALITEIT

De website Lokale Fiscaliteit is een onderdeel van de website van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur en is terug te vinden op:

www.binnenland.vlaanderen.be/lokale-fiscaliteit

In de loop van 2007 is deze website geactualiseerd en uitgebreid met een nieuwe rubriek: • De rubriek “II. Wetgeving” op deze deelsite werd volledig geactualiseerd in augustus 2007: van de 594 pagina’s wetgeving zijn er 332 gewijzigd of volledig nieuw. Naast de wijzigingen als gevolg van de inwerkingtreding van het gemeentedecreet en de verlenging van de bezwaartermijn, zijn er nog tal van wijzigingen ingevolge overige relevante regelgeving. • Verder werd de rubriek “VII. Tabel Belastingen en Retributies” toegevoegd, waar men per provincie een schematisch overzicht kan vinden van de voornaamste belasting- en retributiereglementen in de Vlaamse gemeenten. De website bestaat voortaan dus uit 7 rubrieken: I. Beknopte Leidraad Lokale Fiscaliteit II. Wetgeving Gemeentelijke Fiscaliteit III. Geschillenprocedure Gemeentebelastingen IV. Gecoördineerde Omzendbrief Gemeentefiscaliteit BA 2004/03 V. Overzicht der inhoudelijke wijzigingen VI. Actualia en Standpunten VII. Tabel belastingen en retributies

- 72 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


I. BEKNOPTE LEIDRAAD GEMEENTELIJKE FISCALITEIT (Algemene beginselen op het gebied van gemeentebelastingen) Deze leidraad is een geactualiseerd uittreksel uit de Handleiding Gemeente- en Provinciebelastingen, uitgegeven door de Provincie Limburg in 1998 en destijds grotendeels geïnspireerd op het standaardwerk in deze materie: ASTAES, J., Gemeentebelastingen, in Gemeentefinanciën, Vanden Broele, losbladig. Tal van de in deze leidraad ingenomen standpunten zijn dan ook toe te wijzen aan de boven vermelde auteur en aldus niet te interpreteren als het standpunt van de Vlaamse Overheid. Hoofdstuk 1: Het begrip gemeentebelastingen -

Belastingen in het algemeen De gemeentebelasting Belastingen en retributies Verhaalbelastingen

Hoofdstuk 2: De grondbeginselen van de gemeentelijke fiscaliteit Afdeling 1: De grondwettelijke beginselen - Overzicht - De wettelijkheid van de gemeentebelasting - De eenjarigheid van de gemeentebelasting - De gelijkheid inzake gemeentebelastingen Afdeling 2 : Andere grondbeginselen inzake gemeentebelastingen - De niet-terugwerkende kracht van de fiscale wet - Karakter van openbare orde van het fiscaal recht - De interpretatie van het belastingreglement - De regel “non bis in idem” - De territorialiteit van de belasting - De bewijsvoering in fiscaal recht - Is de fiscus een derde? - Het recht op rechtszekerheid

Hoofdstuk 3 : De vestiging en de invordering Afdeling 1: De vestiging - Algemeen - Het ontstaan en de vastlegging van de belastingschuld - Het kohier - Inningen zonder kohier - De aanslag van ambtswege Afdeling 2: De invordering - Algemeen - Het aanslagbiljet

Jaarboek 2007

- 73 -


II. WETGEVING GEMEENTELIJKE FISCALITEIT Hoofdstuk 1 : Algemene regelgeving Afdeling 1: Grondwettelijke bepalingen en algemene regelgeving i.v.m. gemeentelijke fiscaliteit 1. Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 ( BS 17 februari 1994) Art. 1-7: Het Federale België, zijn samenstelling en zijn grondgebied Art. 162-166: De provinciale en gemeentelijke instellingen Art. 170-177: De financiën 2. Gemeentedecreet van 15 juli 2005 ( BS 31 augustus 2005) Art. 42-43: Bevoegdheden van de gemeenteraad Art. 182: Ondertekeningsbevoegdheid Art. 186-187: Bekendmaking en inwerkingtreding Art. 248-261: Bestuurlijk toezicht en dwangtoezicht 3. Nieuwe Gemeentewet (KB van 24 juni 1988) (BS 3 september 1988) Art. 52-70: De ontvanger Art. 117-119: Bevoegdheden van de gemeenteraad Art. 136-142: Bepalingen die voor alle ontvangers gelden en bepalingen Betreffende de gewestelijke ontvangers Art. 238-260: Begrotingen en rekeningen Art. 264-269: Toezicht 4. Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten (BS 3 augustus 1993) 5. Koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit (BS 3 oktober 1990) 6. Koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden (BS 29 oktober 1991) Afdeling 2: Diverse regelgeving i.v.m. gemeentelijke fiscaliteit 1. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992 en bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 (BS 30 juli 1992) Art. 464-470: Toekenningen aan de provincies, de agglomeraties en de gemeenten 2. Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 13 september 1993) Art. 230-233bis: Uitvoering van WIB 1992: Belastingwezen van provincies, agglomeraties en gemeenten 3. Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gecodificeerd bij KB van 23 november 1965 (BS 18 januari 1966) Art. 42: Verkeersbelasting Art. 66: Paardenwedrennen Art. 74: Spelen en weddenschappen Art. 93: Automatische ontspanningstoestellen Art. 107: Opcentiemen op de B.I.V. Art. 111: Accijnscompenserende belasting 4. Wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales (BS 26 juni 1987) Art. 26-27: Intercommunales: diverse bepalingen

- 74 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Hoofdstuk 2 : Vestiging, invordering en vervolgingen 1. Wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincieen gemeentebelastingen (BS 31 december 1996, ed. 3) Art. 1-15: Vestiging en invordering van de provincie- en gemeentebelastingen 2. Omzendbrief BA-97/05 van 18 februari 1997 aangaande de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen (BS 13 maart 1997) 3. Omzendbrief van 12 juni 1997 (Ministerie van Binnenlandse Zaken) - Toepassing van de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen 4. Gecoรถrdineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit - Omzendbrief BA-2004/3 van 14 juli 2004 5. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoรถrdineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992 en bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 (BS 30 juli 1992) Art. 297-304: Algemene bepalingen Art. 315-338: Onderzoek en controle Art. 339-345: Bewijsmiddelen van de administratie Art. 393-443ter: Invordering van de belasting. Rechten en voorrechten van de Schatkist inzake invordering. Verjaring van de rechten van de Schatkist Art. 444-463: Strafbepalingen 6. Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (BS 13 september 1993) Art. 125bis-175: Uitvoering van het WIB 1992: Vestiging en invordering 7. Burgerlijk Wetboek (Wet van 21 maart 1804; Nederlandse tekst vastgesteld bij Wet van 30 december 1961) (BS 18 mei 1962) Art. 212-226septies: Wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten Art. 870-882: Erfenissen: Verdeling en inbreng: Betaling van de schulden Art. 1200-1216: Hoofdelijke verbintenissen: Hoofdelijkheid tussen schuldenaars Art. 1235-1270: Tenietgaan van verbintenissen: Betaling Art.1387-1479: Huwelijksvermogensstelsels Art. 2219-2281: Verjaring - Kennisgeving 8. Gerechtelijk Wetboek (Wet van 10 oktober 1967) (BS 31 oktober 1967) Art. 1-57: Algemene beginselen Art. 509-523: Rechterlijke organisatie Art. 632-633: Territoriale bevoegdheid. Art. 1386-1675/19: Bewarend beslag. Middelen tot tenuitvoerlegging. Collectieve schuldenregeling. 9. Programmawet van 20 juli 2006 (BS 28 juli 2006) Art. 7-9: Verlenging bezwaartermijn van 3 maanden naar 6 maanden

Hoofdstuk 3: Geschillen 1. Wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincieen gemeentebelastingen (BS 31 december 1996, ed. 3) Art. 9-12: Bezwaar

Jaarboek 2007

- 75 -


2. Koninklijk besluit van 12 april 1999 tot bepaling van de procedure voor de gouverneur of voor het college van burgemeester en schepenen inzake het bezwaarschrift tegen een provincie- of gemeentebelasting (BS 22 april 1999) 3. Omzendbrief van 10 mei 2000 betreffende het koninklijk besluit van 12 april 1999 tot bepaling van de procedure voor de gouverneur of voor het college van burgemeester en schepenen inzake bezwaarschrift tegen een provincie- of gemeentebelasting (BS 20 mei 2000) (Minister van Binnenlandse Zaken) 4. Gerechtelijk Wetboek (Wet van 10 oktober 1967) (BS 31 oktober 1967) Art. 700-806: Geding: Instelling, behandeling en berechtiging van de vordering Art. 851-868: Geding: Tussengeschillen en bewijs: Excepties Art. 1017-1024: Geding: Uitgaven en kosten Art. 1034bis-1034sexies: Geding: Het verzoekschrift op tegenspraak Art. 1042-1121: Rechtsmiddelen: Verzet - Hoger Beroep - Voorziening in Cassatie Art. 1385decies-1385undecies: Bijzondere rechtsplegingen 5. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gecoรถrdineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992 en bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 (BS 30 juli 1992) Art. 366-392: Vestiging en invordering van de belastingen: Rechtsmiddelen Hoofdstuk 4 : Diverse regelgeving i.v.m. specifieke soorten gemeentelijke heffingen (volgens volgorde Omzendbrief BA 2004/03 dd. 14-07-2004) 1. Niet-bebouwde percelen en gronden Decreet van 18 mei 1999 (BS 8 juni 1999) betreffende de organisatie van de Ruimtelijke ordening Art. 143: Mogelijkheid tot het heffen van de belasting 2. Leegstand en verkrotting Decreet van 19 april 1995 (BS 13 september 1995) houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten Uitvoeringsbesluit van 1 juli 1997 (BS 1 oktober 1997) Decreet van 22 december 1995 (BS 30 december 1995) houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 Besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 (BS 1 mei 1996) betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen Decreet van 7 mei 2004 (BS 5 augustus 2004) houdende wijzigingen van het decreet van 22 december 1995 3. Stortplaatsen: Opcentiemen op de gewestelijke milieuheffing Decreet van 2 juli 1981 (BS 25 juli 1981) betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen Art. 47, ยง7: OVAM en inning van de gemeentelijke opcentiemen Decreet van 21 december 1990 (BS 29 december 1990) houdende begrotingstechnische alsmede andere bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 Art. 67: OVAM en de inning van de gemeentelijke opcentiemen Besluit van 16 oktober 1991 (BS 27 november 1991) van de Vlaamse Regering betreffende de medewerking van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest aan de inning van gemeentelijke opcentiemen op sommige milieuheffingen Art. 1: OVAM en inning van de gemeentelijke opcentiemen Voorbeelden van belasting- en retributiereglementen vindt U op de website van OVAM: www.ovam.be

- 76 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


4. Lijkbezorging en begraafplaatsen Decreet van 16 januari 2004 (BS 10 februari 2004) op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, art. 2, zesde lid Art. 2, zesde lid: Kosteloosheid gewone lijkbezorging Art. 17, ยง1: Begraving in grafkelder Art. 14: Kostenloosheid voor behoeftigen 5. Taxidiensten en verhuren van voertuigen met bestuurder Decreet van 20 april 2001 (BS 21 augustus 2001) betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen Art. 36: Maximumtarieven taxidiensten Art. 49: Tarieven verhuur van voertuigen met bestuurder 6. Parkeren Wet van 16 maart 1968 (BS 27 maart 1968) betreffende de politie over het wegverkeer Art. 29: Geen strafrechtelijke bestraffing 7. Afgifte van administratieve stukken a) Expeditierecht Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 273, art. 274 en art. 288: Berekening van het recht b) Identiteitsstukken en identiteitsbewijzen voor kinderen Koninklijk besluit van 10 december 1996 (BS 20 december 1996) betreffende de identiteitsstukken en -bewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar c) Wapenvergunningen Wet van 8 juni 2006 (BS 9 juni 2006), houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens. d) Conformiteitsattesten Besluit van 6 oktober 1998 (BS 30 oktober 1998) van de Vlaamse Regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen Art. 22: Tarief Besluit van 3 oktober 2003 (BS 10 december 2003) van de Vlaamse Regering betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers Art. 10: Tarief i.g.v. verhuur (studenten)kamers e) Arbeidskaarten buitenlandse werknemers Wet van 30 april 1999 (BS 21 mei 1999) betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers Art. 8, ยง3: Forfaitaire vergoedingen f) Kosteloosheid ingevolge wetsbepalingen Wet van 20 juli 1971 (BS 7 augustus 1971) tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag Art. 11: Vrijgestelde documenten Koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 (BS 29 juli 1967) houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen Art. 23: Vrijgestelde documenten 8. Retributie voor administratieve prestaties a) Afgifte van bestuursdocumenten in het kader van de uitoefening van het inzagerecht: Decreet van 26 maart 2004 (BS 1 juli 2004) betreffende de openbaarheid van bestuur Art. 20, ยง3, 3de lid: Redelijke kostprijs

Jaarboek 2007

- 77 -


b) Vergoeding die aan gemeenteraadsleden gevraagd wordt voor afschriften: Gemeentedecreet van 15 juli 2005 Art. 30: Redelijke kostprijs 9. Politieprestaties a) Wet van 7 december 1998 (BS 5 januari 1999) tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus Art. 90: vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie b) Koninklijk besluit van 28 december 1950 (BS 30 december 1950) houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken Art. 93: Kosten ten laste van de staat

III. GESCHILLENPROCEDURE GEMEENTEBELASTINGEN Hoofdstuk 1: Algemeen Afdeling 1: Stroomdiagram en toelichting Afdeling 2: Schema oude wet versus nieuwe wet Afdeling 3: Checklists 1) Checklist bezwaarschrift 2) Checklist elementen in verband met ambtshalve aanslag, kohier en aanslagbiljet

Hoofdstuk 2 : Voorbeeldteksten geschillenprocedure Belangrijke opmerking: het gaat hier om loutere voorbeeldteksten bedoeld als vrijblijvende ondersteuning voor de lokale besturen en zeker niet om dwingende modellen Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc.

- 78 -

Nr.1: Nr.2A: Nr.2B: Nr.3: Nr.4A: Nr.4B: Nr.5: Nr.6: Nr.7: Nr.8: Nr.9: Nr.10: Nr.11: Nr.12: Nr.13: Nr.14: Nr.15: Nr.16: Nr.17: Nr.18: Nr.19: Nr.20: Nr.21: Nr.22: Nr.23: Nr.24:

Kennisgeving vormgebreken bezwaarschrift Toezending model van bezwaarschrift – Brief Toezending model van bezwaarschrift – Bijlage Ontvangstmelding bezwaarschrift Afhandeling bezwaar per brief Intrekking bezwaar Nota aan ontvanger: kennisgeving bezwaar Vraag om inlichtingen aan bezwaarindiener Vraag om inlichtingen aan interne dienst Vraag om inlichtingen aan externe instantie Herinnering vraag om inlichtingen aan bezwaarindiener Herinnering vraag om inlichtingen aan interne dienst Herinnering vraag om inlichtingen aan externe instantie Mededeling datum hoorzitting en inzagemogelijkheid Nota aan CB&S mededeling hoorzitting Verslag aan CB&S stand van zaken voor hoorzitting Nota aan interne dienst oproeping hoorzitting Proces-verbaal van de hoorzitting Nota aan CB&S (gedeeltelijke) aanvaarding bezwaar Collegebesluit bezwaar (gedeeltelijk) aangenomen Kennisgeving besluit (gedeeltelijk) aangenomen bezwaar Nota aan ontvanger: (gedeeltelijke)aanneming bezwaar Nota aan CB&S afwijzing bezwaar Collegebesluit bezwaar niet aangenomen Kennisgeving besluit niet-aangenomen bezwaar Nota aan ontvanger: niet aanneming bezwaar

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc. Doc.

Nr.25: Nr.26: Nr.27: Nr.28: Nr.29: Nr.30: Nr.31:

Nota aan CB&S niet-ontvankelijk (laattijdig) bezwaar Collegebesluit bezwaar niet ontvankelijk (laattijdig) Kennisgeving besluit niet-ontvankelijk bezwaar (laattijdig + vormgebrek) Nota aan ontvanger: niet ontvankelijk (laattijdig) bezwaar Nota aan CB&S niet-ontvankelijk (vormgebrek) bezwaar Collegebesluit bezwaar niet ontvankelijk (vormgebrek) bezwaar Nota aan ontvanger: Niet ontvankelijk (vormgebrek) bezwaar

IV. GECOORDINEERDE OMZENDBRIEF GEMEENTEFISCALITEIT Omzendbrief BA-2004/03 van 14 juli 2004 Betreft: Gemeentefiscaliteit: Coรถrdinatie van de onderrichtingen Inhoudsopgave INLEIDING I. DE GEMEENTEBELASTINGEN IN HET ALGEMEEN 1. Belastingen en retributies: begrippen en bevoegdheid a) begrippen b) beslissingsbevoegdheid van de gemeenteraad c) bekendmaking 2. Over de inhoud van belastingverordeningen a) de elementen van de verordening b) de geldigheidsduur c) nieuwe belastingmateries 3. Het voorafgaande onderzoek 4. De invordering a) ambtshalve inkohiering b) betwiste belastingen c) dwangmatige uitvoering 5. De geschillenregeling a) de nieuwe bevoegdheidsregeling b) de te volgen procedure c) de beroepsmogelijkheden d) de overgangsregeling e) aanpassing van de belastingverordeningen f) het aanslagbiljet 6. Fiscale vrijstellingen voor EU-aangestelden en diplomatieke vertegenwoordigers a) diplomatieke en consulaire agenten b) Euroambtenaren c) gevolg voor de belastbaarheid 7. Door de wet verboden belastingmateries

Jaarboek 2007

- 79 -


II. SPECIFIEKE GEMEENTEBELASTINGEN 1. Aanvullende belastingen op de personenbelasting en opcentiemen op de onroerende voorheffing a) opcentiemen op de onroerende voorheffing b) aanvullende belasting op de personenbelasting 2. Verhaalbelastingen 3. De urbanisatiebelasting a) de belastingplichtige b) de aanslagvoet c) vrijstellingen 4. Niet-bebouwde percelen en gronden a) het doel van de belasting b) gronden gelegen in gebieden bestemd voor wonen en industrie c) de belastingplichtige d) het tarief e) de verplichte vrijstellingen f) de aanvullende vrijstellingen g) toelichting begrippen 5. Leegstand en verkrotting a) leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten b) leegstand en verwaarlozing van gebouwen en/of woningen 6. Tewerkgesteld personeel en motoren a) tewerkgesteld personeel b) motoren 7. Vennootschappen 8. Omslagbelastingen a) groeven b) steenbakkerijen 9. Kosteloze verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk 10. Huisvuil 11. Stortplaatsen a) opcentiemen op de gewestelijke milieuheffing b) private stortplaatsen c) aanvoeren van afval – laten aanvoeren van afval 12. Sluikstorten 13. Lijkbezorging 14. Honden 15. Schotelantennes, masten en pylonen a) schotelantennes b) masten en pylonen

- 80 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


16. Tweede verblijven a) het begrip tweede verblijf b) de belastingplichtige c) de aanslagvoet 17. Kamperen en verblijfsbelasting a) kamperen b) de verblijfsbelasting c) niet cumuleren! 18. Vertoningen en vermakelijkheden 19. Wedkantoren 20. Taxidiensten a) exploitatie van taxidiensten b) diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder 21. Parkeren a) parkeergeld b) depenalisering van parkeerovertredingen c) bewonerskaarten 22. Afgifte van administratieve stukken a) het expeditierecht b) identiteitsstukken en –bewijzen voor kinderen c) wapenvergunningen d) conformiteitsattesten e) Arbeidskaarten voor buitenlandse werknemers f) kosteloosheid ingevolge wetsbepalingen 23. Retributie voor administratieve prestaties 24. Politieprestaties 25. Brandweerprestaties

V. OVERZICHT DER INHOUDELIJKE WIJZIGINGEN Dit is enkel een beknopt chronologisch overzicht van de wijzigingen teneinde u toe te laten in één oogopslag te zien wat er is gewijzigd sinds uw laatste bezoek aan onze website.

VI. ACTUALIA en STANDPUNTEN - Actualia - Standpunten

Jaarboek 2007

- 81 -


VII. TABEL BELASTINGEN en RETRIBUTIES A. Overzichten belastingen en retributies -

Belastingen Belastingen Belastingen Belastingen Belastingen

en en en en en

retributies retributies retributies retributies retributies

in in in in in

de de de de de

gemeenten gemeenten gemeenten gemeenten gemeenten

van van van van van

de de de de de

provincie provincie provincie provincie provincie

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

B. Overzicht van de websites van alle Vlaamse gemeenten -

- 82 -

Overzicht gemeentelijke websites Link naar de gemeentelijke websites

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Jaarboek 2007

- 83 -


- 84 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


5

NIEUWE

REGELGEVING VOOR DE LOKALE BESTUREN IN 2007

Jaarboek 2007

- 85 -


- 86 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Aangezien het juridische kader waarbinnen de lokale besturen zich bewegen voortdurend evolueert, zou een volledige opsomming van alle mogelijke veranderingen of nieuwigheden tijdens 2007 te ver leiden. Wij hebben ervoor gekozen om hier per materie de belangrijkste wijzigingen aan bod te laten komen en deze beknopt toe te lichten.

FINANCIËN GEMEENTEN Het gemeentedecreet van 15 juli 2005 – dat gefaseerd in werking treedt - voert een grondige hervorming door van het financiële instrumentarium voor de lokale besturen. Het nieuwe financiële instrumentarium zal de besturen in staat stellen om een modern en efficiënt financieel beleid te voeren. Een aantal bepalingen uit het gemeentedecreet die dit mogelijk moeten maken, traden op 1 januari 2007 in werking. Voor de inwerkingtreding van andere vernieuwingen zoals o.m. de strategische meerjarenplanning, de financiële nota van het budget, de boekhouding, de kascontrole, de jaarrekening en de externe audit is het nog wachten op de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten.

I. INWERKINGTREDING VAN EEN HELE DECREET OP 1 JANUARI 2007

REEKS BEPALINGEN UIT HET GEMEENTE-

Door de inwerkingtreding van titel II (het gemeentebestuur) van het gemeentedecreet worden de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en de wettelijke (decretale) graden grondig gewijzigd. Aangezien deze veranderingen een rechtstreekse impact hebben op de financiële procedures binnen een gemeentebestuur, dienen tegelijk een aantal artikelen van titel IV (planning en financieel beheer) van het gemeentedecreet in werking te treden. De hiernavolgende regelgevende initiatieven zijn ter zake dan ook belangrijk. Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en ter uitvoering van artikel 160 en 179 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 (BS 30 november 2006) heft met ingang van 1 januari 2007 een aantal bepalingen op van het KB van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit. Daarnaast somt het de bepalingen op uit het gemeentedecreet die met ingang van diezelfde datum in werking treden. Voor wat betreft titel IV (planning en financieel beheer) zijn dit de bepalingen in verband met het budgethouderschap, het verlenen van het visum, het kasbeheer, de functiescheiding bij het betalingssysteem (betalingen met dubbele handtekeningen), de financiële rapportering en enkele bepalingen inzake het budget. Op dit laatste item wordt hierna even dieper ingegaan. In tegenstelling tot de regeling uitgewerkt in de Nieuwe Gemeentewet, staat de begroting in het gemeentedecreet niet langer centraal in de financiële cyclus. Aan de basis van de beleidscyclus staat de meerjarenplanning die betrekking heeft op de gehele gemeentelijke bestuursperiode. Het is deze meerjarenplanning die jaarlijks wordt uitgewerkt in het budget. Het budget omvat een beleidsnota en een financiële nota. De beleidsnota verwoordt het beleid dat de gemeente tijdens het jaar wenst te voeren en concretiseert de beleidsdoelstellingen uit de meerjarenplanning. De financiële nota wordt voorlopig ingevuld door het begrip “begroting” uit het KB van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit. Het onderscheid tussen de begrippen strategische meerjarenplanning, meerjarenplan, algemeen beleidsprogramma, meerjarig financieel beleidsplan en budget die hun oorsprong vinden in onderscheiden regelgevingen, wordt verduidelijkt in het bijgevoegde overzichtschema.

Jaarboek 2007

- 87 -


De omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en ter uitvoering van artikel 160 en 179 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 (BS 10 januari 2007) licht aan de hand van de bepalingen van het gemeentedecreet en de memorie van toelichting, de inhoud van het bovenvermelde uitvoeringsbesluit nader toe. Bovendien wordt er ook een overzicht in opgenomen van de ondersteuningsinitiatieven die door het Agentschap Binnenlands Bestuur worden aangeboden aan de gemeentebesturen. Onder meer via de elektronische nieuwsbrief Binnenl@nd en de website van het agentschap wordt heel wat informatie aangereikt o.a. de gecoördineerde wetgeving, FAQ’s, stroomschema’s,…

II.

1

OKTOBER

2007 –

EINDE SPECIFIEKE OVERGANGSMAATREGEL

Aangezien de voorbereidingstijd voor de lokale besturen bijzonder kort is en samenvalt met de bestuurswissel ten gevolge van de lokale verkiezingen, werd voor een aantal onderdelen van het gemeentedecreet beslist tot een soepele invoering. Gemeenten die dat wensten, konden de

OVERZICHTSCHEMA – TYPE DOCUMENT

RECHTSGROND

IN VOEGE

TIJDSTIP OPMAAK EN LOOPTIJD

Strategische Meerjarenplanning of Meerjarenplan

Gemeentedecreet (art. 146-147 GD)

Neen!

Vóór einde gemeenteraadsverkiezingsjaar + 1 & vóór beraadslaging over budget volgend boekjaar in pr. legislatuur (6 jaar) → verplichte jaarlijkse actualisatie strat. nota + fin. nota (uitz.: laatste jaar facultatief) → vanaf voorlaatste jaar: fin. nota moet minstens 3 boekjaren bevatten (dus: legislatuurover-schrijdend met 2 j)

Algemeen Beleidsprogramma (ABP)

Nieuwe Gemeentewet (art. 242bis NGemW)

Ja, sedert invoeging in NGemW in 2001

Uiterlijk vóór 31.12.2007 en vóór beraadslaging over budget 2008 (Omzendbrief ABB 2006/19 van 1/12/2006, punt I.6.2) Legislatuur (6 jaar)

Meerjarig Financieel Beleidsplan (= bijlage bij Budget)

Toezichtdecreet 28/04/1993 (art. 7)

Ja, sedert 1990

Budget

Gemeentedecreet (art. 148-150 GD) + Besluit Vlaamse regering van 24/11/2006 (art. 2)

Ja, sedert 01/01/07

- 88 -

Opmaak samen met budget (zie verder) In pr. legislatuur (6 jaar) of resterende gedeelte legislatuur met een min. van 3 boekjaren (dus: legislatuuroverschrijdend op einde) → periodieke bijsturing: jaarlijks nav opmaak budget + ev. nav opmaak budgetwijziging in loop van het jaar indien wezenlijke invloed op fin. ontwikkeling volgende jaren

vóór begin ieder boekjaar (vroeger: GR eerste maandag van oktober) Uitz.: budget eerste boekjaar legislatuur (2007) mag nog in loop van eerste kwartaal van dat boekjaar (eerste kwartaal 2007) 1 boekjaar

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


daadwerkelijke implementatie van een aantal welbepaalde maatregelen uitstellen tot 1 oktober 2007. Dit neemt echter niet weg dat de desbetreffende decreetsbepalingen op 1 januari 2007 in werking zijn getreden, zodat besturen die dat wilden onmiddellijk, of op een door hen te bepalen datum in de loop van de maanden voorafgaand aan 1 oktober 2007, konden overgaan tot de invoering ervan. Deze overgangsmaatregel werd reeds aangekondigd in de onder I. vermelde omzendbrief van 1 december 2006 en werd verankerd in het decreet van 22 december 2006 tot wijziging van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en van het provinciedecreet van 9 december 2005 (BS 29 december 2006). De soepele invoering was onder meer mogelijk voor de volgende aspecten van titel IV (planning en financieel beheer) van het gemeentedecreet met name het verlenen van het visum, de financiële rapportering en de functiescheiding bij het betalingssysteem (betalingen met dubbele handtekening).

BELEIDSPLANNING

IN DE GEMEENTEN

INHOUD

OPMAAK VOORONTWERP

TOEZICHT GOUVERNEUR

Secretaris → strat. nota Ontvanger/fin. beheerder → fin. Nota Dit in overleg met managementteam (art. 87, §4, 4° en 93, 1° a) GD)

= verplicht afzonderlijk in te zenden → algemeen toezicht (50 dgn) (art. 253, §1, 2° en 255 GD)

Belangrijkste (strategische) beleidsplannen = “voorloper” strategische nota uit strategische meerjaren- planning

Secretaris in overleg met managementteam (Omzendbrief ABB 2006/19 van 1/12/2006 – punt I.6.2)

≠ verplicht afzonderlijk in te zenden = “lijstbesluit” → algemeen toezicht (30 dgn) (art. 255 GD)

Inzicht verstrekken in - aard + omvang voorgenomen beleid en dienstverlening - financiële gevolgen beoogde doelstellingen Aansluiten bij algemeen beleidsprogramma = “voorloper” financiële nota uit strategische meerjarenplanning

Ontvanger/fin. beheerder in overleg met managementteam (Omzendbrief ABB 2006/19 van 1/12/2006 – punt I.6.2)

= verplicht in te zenden als bijlage bij budget → algemeen toezicht (50 dgn) (art. 7 e.v. Toezichtdecreet)

Beleidsnota (omvattende beleid boekjaar, concretisering beleidsdoelstellingen ABP, toelichting financiële toestand bestuur, aansluiting met financiële nota) + Financiële nota (= voorlopig ingevuld door begrip “begroting” uit ARGC)*

Secretaris → beleidsnota Ontvanger/fin. beheerder → fin. nota/”begroting” Dit in overleg met managementteam (art. 87, §4, 5° GD en Omzendbrief ABB 2006/19 van 1/12/2006 – punt I.6.3.4)

Strategische nota (= beleidsdoelstellingen en beleidsopties) + Financiële nota (= fin. consequenties van strat. nota + fin. evenwicht)

budget is verplicht in te zenden

→ algemeen toezicht (50 dgn) (art. 253, §1, 2° en 255 GD)

* ARGC= KB van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit.

Jaarboek 2007

- 89 -


FINANCIËN OCMW DE

JAARREKENING IN ELEKTRONISCHE VORM

Als gevolg van het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 (BS 13 oktober 2006) tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 betreffende de boekhouding en de administratieve organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, dient de jaarrekening van de OCMW’s zowel in papieren versie als in elektronische vorm aan de provinciegouverneur te worden bezorgd. Deze verplichting geldt vanaf de rekening 2006. In 2007 bij het afsluiten van de rekening 2006 werden de besturen voor de eerste maal met deze nieuwe regelgeving geconfronteerd.

De totstandkoming van de regelgeving Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur verzamelt heel wat informatie rond de financiën van de openbare besturen in het kader van haar rapporteringen aan het Instituut voor de Nationale Rekeningen, de Nationale Bank van België …. Voor de OCMW-financiën was dit tot 2006 niet het geval. Om financiële informatie over de OCMW’s aan derden te kunnen verschaffen was het noodzakelijk om deze data in elektronische vorm beschikbaar te hebben. Een eerste stap werd reeds in het verleden gezet met het uitschrijven van een protocol voor de gegevens van de proef- en saldibalans en een protocol voor de gegevens van de toelichting en het schema van financiële stromen. Deze protocols lieten de besturen toe hun boekhouding te controleren via het NOB-controle-instrument. De elektronische rapportering heeft een aantal voordelen: • De elektronische bestanden kunnen gemakkelijk en goedkoop via het internet beschikbaar gesteld worden van derden, waardoor belanghebbenden of geïnteresseerden vlot aan de nodige data geraken. • Er kunnen gemakkelijker, met de voorhanden zijnde software, financiële analyses, zoals ratioanalyses op worden toegepast. • Het Agentschap Binnenlands Bestuur kan de kwaliteit en de snelheid van haar rapportering verbeteren. Gezien de voordelen en de reeds bestaande instrumenten, doch het ontbreken van een wettelijke verplichting, werden volgende besluiten genomen: het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 en het ministerieel besluit van 20 juli 2006 tot vaststelling van de bestandsarchitectuur.

Welke bestanden dienen de besturen in elektronische vorm te versturen? Er dienen 2 bestanden te worden verstuurd: • Een eerste bestand bevat de gegevens van de proef- en saldibalans. Dit bestand kan rechtstreeks uit het boekhoudpakket worden gegenereerd gezien de protocols hiervoor al bestonden en de softwarehuizen hun programma’s hieraan hebben aangepast. • Een tweede bestand bevat de gegevens van de toelichting en het schema van de financiële stromen. Dit bestand kan bij sommige softwarehuizen rechtstreeks gegenereerd worden. Anderen dienen het excel-bestand, te vinden op http://binnenland.vlaanderen.be/e3pos/ngob/ nob_boekhoudknormen.htm#schema11c manueel in te vullen.

- 90 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Deze bestanden dienen gelijktijdig met de papieren jaarrekening aan de gouverneur te worden bezorgd, vergezeld van een verklaring van de ontvanger waarin deze bevestigt dat de elektronische gegevens overeenstemmen met de papieren versie.

Welke informatie kunnen we zoal halen uit de doorgezonden bestanden? De data van de rekeningen 2006 zijn nog niet beschikbaar. Wel werden de data van de jaarrekening 2005 aan de OCMW-besturen bij wijze van proef informeel opgevraagd. Voor de jaarrekeningen 2005 beschikken we over de geaggregeerde data van de provincie Limburg. Op basis van deze data zullen we de balans en de resultatenrekening voor boekjaar 2005 analyseren.

De balans De balans geeft een overzicht van de bezittingen, vorderingen, schulden en het eigen vermogen van alle Limburgse OCMW’s. Het geaggregeerde balanstotaal voor de Limburgse OCMW’s bedroeg in 2005: € 321.689.510,00. Langs actiefzijde zijn de materiële vaste activa met 57% de belangrijkste balanspost, gevolgd door de vorderingen op korte termijn (14%) en de liquide middelen (10%). Langs passiefzijde zijn de schulden op lange termijn met 30% de belangrijkste balanspost, maar ook het aandeel van de balanspost kapitaal met 29 % is belangrijk. De 3de belangrijkste balanspost is deze van de schulden op ten hoogste 1 jaar, 13%. Bij de balanspost kapitaal dienen we wel de bemerking mee te geven dat kapitaal niet het startbedrag van het OCMW is, maar wel de sluitpost bij de opmaak van de beginbalans.

De resultatenrekening Bij de resultatenrekening hebben we de kosten en de opbrengsten. De belangrijkste kosten zijn de werkingskosten met 98%. De werkingskosten zullen nu verder in detail bekeken worden.

Werkingskosten

4% 1%

3% 18%

13%

59% 2% aankoop goederen leveringen en diensten bezoldigingen/sociale lasten diversen

Jaarboek 2007

kosten sociale dienst interne facturatie afschrijvingen/ waardeverminderingen

- 91 -


Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de bezoldigingen en sociale lasten de voornaamste kostenpost zijn, gevolgd door de specifieke kosten van de sociale dienst en de leveringen en diensten. De belangrijkste kosten geven ook het karakter van het OCMW weer, namelijk dienstverlening aan de OCMW-cliënten. Ook bij de opbrengsten zijn de werkingsopbrengsten de belangrijkste opbrengsten. Wanneer we de werkingsopbrengsten in detail bekijken merken we het volgende op: de belangrijkste opbrengsten zijn de andere opbrengsten (vooral subsidies) of de subsidies met 52%, gevolgd door de werkingsopbrengsten of opbrengsten uit eigen prestaties met 45%.

Ratio’s Naast de analyse van de balans en de resultatenrekening kunnen we een aantal ratio’s bekijken: • De liquiditeit. De liquiditeit geeft de mate aan waarin de Limburgse OCMW’s in staat zijn kasmiddelen te mobiliseren om hun kortlopende betalingsverplichtingen na te komen. We vergelijken hierbij de vlottende activa met de schulden op ten hoogste één jaar en de te verrekenen gemeentelijke bijdrage. Dit geeft voor 2005 voor de Limburgse OCMW’s een verhoudingsgetal van 1,45. De ratio is groter dan 1 zodat we kunnen stellen dat de liquiditeit in orde is. • De solvabiliteit. De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de Limburgse OCMW’s in staat zijn hun langetermijnverplichtingen na te komen. We berekenen hiervoor de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen, waarbij we de te verrekenen gemeentelijke bijdrage tellen bij het vreemd en niet het eigen vermogen. Deze berekening geeft een ratio van 1,32. Deze ratio zou kleiner dan 1 moeten zijn en bijgevolg moeten we stellen dat er op vlak van solvabiliteit niet zo goed gescoord wordt. • De algemene kostendekkingsgraad geeft de mate weer waarin de OCMW ’s de kosten kunnen dekken door opbrengsten uit de werking of uit subsidies zonder een tussenkomst van de gemeente. Deze bedraagt voor 2005 voor de Limburgse OCMW’s: 73%. Als we gaan kijken naar de gesubsidieerde dekkingsgraad (de verhouding tussen de andere opbrengsten en de werkingskosten) dan zitten we aan: 38%. Hieruit blijkt dat de gemeente niet de belangrijkste geldschieter van de OCMW’s is. Aan de hand van de data die momenteel beschikbaar zijn hebben we een aantal analyses gemaakt. Een veel grondigere studie zal in de toekomst mogelijk zijn, wanneer er meer data beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld tijdreeksanalyses, er een onderscheid wordt gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote besturen … Dit neemt echter niet weg dat elk OCMW voor zich nu reeds kan gaan kijken op http://binnenland. vlaanderen.be/publicaties/jaarbeeld/jaarbeeld2007/statistieken-jaarbeeld2007.htm onder de titel OCMW om bijvoorbeeld vergelijkingen te maken met andere OCMW’s.

- 92 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


FINANCIËN EREDIENSTBESTUREN MEERJARENPLANNEN

EREDIENSTBESTUREN

Vanaf 1 januari 2007 zijn de bepalingen van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, betreffende de financiën in werking getreden. De voornaamste wijziging in de hervorming van de financiën van de eredienstbesturen is de invoering van het meerjarenplan, naast het budget en de jaarrekening. Het meerjarenplan wordt opgemaakt voor een periode van zes jaar, die gelijkloopt met de legislatuur van de gemeente- of provincieraad, en bestaat uit drie delen: - een strategische nota met de beleidsdoelstellingen van het bestuur en een omschrijving van de investeringsprojecten; - een financiële nota met de raming van de ontvangsten en de uitgaven in exploitatie en investeringen; - een opsomming van de afspraken tussen het eredienstbestuur en het gemeente- of provinciebestuur.

Procedure meerjarenplan 1. Voorafgaand overleg en indiening meerjarenplan In de gemeente/provincie met vier gemeenschappen of meer van dezelfde eredienst is een centraal bestuur opgericht dat belast is met het voorafgaand overleg met het gemeente- of provinciebestuur, om eventuele twistpunten uit te praten, zodat de meerjarenplannen die formeel worden ingediend geen problemen meer zouden stellen. Het centraal bestuur moet de meerjarenplannen van de eredienstbesturen die onder haar bevoegdheid ressorteren gecoördineerd en gelijktijdig indienen bij de gemeente/provincie, gouverneur en het erkend representatief orgaan. Hoewel het centraal bestuur het overleg voert met de betrokken overheid, wordt het meerjarenplan vastgesteld door het individueel eredienstbestuur. Het centraal bestuur heeft geen bevoegdheid om wijzigingen aan te brengen in het meerjarenplan van het individuele bestuur. In de gemeente/provincie met minder dan vier gemeenschappen van dezelfde eredienst gebeurt het voorafgaand overleg en de indiening door het eredienstbestuur zelf. 2. Goedkeuring gemeente- of provincieraad Het meerjarenplan is onderworpen aan het bijzonder toezicht, dat in eerste instantie wordt uitgeoefend door de overheid die de eventuele financiële tekorten van het eredienstbestuur moet dragen. De formele goedkeuringsprocedure bestaat uit een verplicht advies van het erkend representatief orgaan (de bisschop, de administratieve raad van de protestants-evangelische eredienst of de metropoliet) binnen een termijn van 50 dagen en de goedkeuring door de gemeente- of provincieraad, binnen een aansluitende termijn van 100 dagen. Als de gemeente- of provincieraad de meerjarenplannen goedkeurt, is de procedure ten einde.

Jaarboek 2007

- 93 -


3. Bevoegdheid gouverneur 3.1. Niet-goedkeuring gemeente- of provincieraad Indien de gemeente- of provincieraad het noodzakelijk acht dat er wijzigingen aangebracht moeten worden aan het meerjarenplan, moet de raad het meerjarenplan niet-goedkeuren. In geval van niet-goedkeuring door de raad spreekt de gouverneur zich uit over de goedkeuring. ”Zich uitspreken over de goedkeuring” betekent dat er slechts twee beslissingen mogelijk zijn: óf een goedkeuring, óf een niet-goedkeuring. Een niet-goedkeuringsbesluit moet binnen de toezichttermijn verstuurd worden aan alle betrokken partijen: kerkbestuur, eventueel centraal kerkbestuur, representatief orgaan en gouverneur. Indien dit niet gebeurt, is het niet-goedkeuringsbesluit van rechtswege nietig en is de gouverneur niet gevat en is het meerjarenplan goedgekeurd. De gouverneur stelt de betrokken partijen hiervan op de hoogte. 3.2. Goedkeuringen met aanpassingen door de gemeente- of provincieraad Indien de gemeente- of provincieraad een goedkeuringsbesluit neemt met inhoudelijke aanpassingen (dus geen verbeteringen van louter materiële vergissingen zoals een foutieve optelling) van het meerjarenplan, schendt de raad het decreet. Het kerkbestuur kan zich in die situatie niet verweren tegen die aanpassingen, omdat bij goedkeuring door de raad de procedure stopt. Dit betekent dat goedkeuringsbesluiten met aanpassingen moeten beschouwd worden als niet-goedkeuringen. Het gevolg hiervan is dat de gouverneur van rechtswege gevat is en zich uitspreekt over de goedkeuring. 4. Bevoegdheid minister Tegen de beslissing van de gouverneur kan binnen 30 kalenderdagen bij de minister beroep worden aangetekend door het eredienstbestuur of door de gemeente- of provincieoverheid. De minister heeft als beroepsorgaan wel hervormingsbevoegdheid.

Het eerste meerjarenplan In 2007 hebben de eredienstbesturen het eerste meerjarenplan voor de periode 2008 tot en met 2013 opgesteld. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de toestand van de eerste meerjarenplannen op datum van 31 maart 2008. 1. Gemeentelijk niveau: katholieke en protestantse eredienst

GEMEENTE

GOED GR

NIET GR

GOED

GOED GOUV

NIET GOED

GOUV

GEEN

BESLIS-

AANTAL KEF

SING

Alken

3

As

2

Beringen

8

8

15

15

4

4

12

12

6

6

Bilzen Bocholt Borgloon Bree

- 94 -

3 1

3

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


Diepenbeek

3

3

Dilsen-Stokkem

5

5

13

13

Genk Gingelom

10

10

Ham

4

Halen Hamont-Achel

10

4

4

4 4

4

4

Hasselt

20

20

20

Heers

12

12

12

Hechtel-Eksel

1

Herk-de-Stad

5

1

2 5

Herstappe

1

1

Heusden-Zolder

8

8

Hoeselt

7

7

Houthalen-Helchteren

6

6

Kinrooi

5

5

Kortessem

3

Lanaken

8

8

Leopoldsburg

4

4

Lommel

9

9

3

1

2

Lummen Maaseik

6

5 9

Maasmechelen

5 9

12

12

12

Meeuwen- Gruitrode

5

5

Neerpelt

5

5

Nieuwerkerken

4

4

Opglabbeek

3

3

Overpelt

4

4

Peer

6

6

Riemst

11

11

Sint-Truiden

18

Tessenderlo

5

2

20 5

Tongeren

22

22

Voeren

6

6

Wellen

3

3

Zonhoven

4

4

Zutendaal

2

2

210

Jaarboek 2007

61

1

60

42

313

- 95 -


2.

Provinciaal niveau: kathedrale kerkfabriek en orthodoxe eredienst

EREDIENST

GOED PR

NIET PR

GOED

GOED GOUV

NIET GOED

GOUV

GEEN

BESLIS-

AANTAL KEF

SING

Kathedrale kerkf.

1

1

Orthodoxe kerkf.

4

4

5

0

0

0

0

5

(Niet) Goed GR/PR/Gouv: (niet) goedkeuring door gemeenteraad / provincieraad / gouverneur KEF: kerkfabrieken

Aandachtspunten voor het eerste meerjarenplan 2008-2013 1. De exploitatietoelage 2008-2013 De exploitatietoelage is verschuldigd op basis van het budget. In de afsprakennota gevoegd bij het meerjarenplan kan de gemeente/provincie overeenkomen om deze toelage uit te betalen in schijven, rekening houdend met het overschot van de rekening, het effectief aangaan van een lening, het uitvoeren van onderhoudswerken, ‌ 1.1. Het overschot/tekort n-2 Het overschot of tekort van de rekening n-2 wordt ingebracht in het budget n. Bij de opmaak van het meerjarenplan 2008-2013 is het overschot/tekort van de rekening 2006 ingeschreven in het budget 2008. Voor de volgende jaren 2009-2013 is het overschot/ tekort nog niet gekend en dus ook niet ingevuld. Bij de beoordeling van de exploitatietoelage 2009-2013 in het meerjarenplan moet rekening gehouden worden met een niet-bestedings-% als overschot op de rekening n-2. 1.2. Intresten en aflossingen Het aandeel van het eredienstbestuur in de investeringen wordt meestal gefinancierd door een lening. Voor grote investeringen wordt de lening ingeschreven vanaf de planning van de investering, maar de lening wordt aangegaan na goedkeuring van de aanbesteding. Bij grote investeringen met subsidies is er een tijdsverschil tussen opname van de lening in het meerjarenplan en effectief aangaan van de lening. De intresten en aflossingen, opgenomen in de exploitatie-uitgaven, verschuiven in dezelfde zin. 1.3. Stijging van de exploitatie-uitgaven met x % Een beperking van de stijging van alle exploitatie-uitgaven met x % is niet altijd haalbaar. De exploitatie-uitgaven (bijv. onderhoudswerken, intresten en aflossingen, bepaalde aankopen) die niet aan het vooropgestelde stijgings-% voldoen, moeten worden toegelicht. 2. De investeringen 2.1. Planning van de investeringen Het eredienstbestuur is verantwoordelijk voor het beheer van haar eigendommen en plant tijdig de investeringen die noodzakelijk zijn. Voor de eerste maal moet het eredienstbestuur de noodzakelijke investeringen voor meerdere jaren plannen. Omwille van de financiÍle haalbaarheid voor de gemeente moeten de noodzakelijke investeringen 2008-2013 van een individueel eredienstbestuur binnen het geheel van de investeringen van alle eredienstbesturen worden beoordeeld en ingevoegd. Voor een realistische planning van de noodzakelijke investeringen voor de periode 2008-2013 is deskundige technische ondersteuning nodig.

- 96 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


2.2. Raming van de investering Bij de raming van de investering moet rekening worden gehouden met alle kosten: erelonen ontwerper en veiligheidscoördinator, prijsherziening, eventuele bijwerken of meerwerken, BTW, … 2.3. Financiering van de investering 2.3.1. Subsidies Voor iedere investering moet de maximale betoelaging worden opgenomen in het meerjarenplan. Deze betoelaging verschilt naargelang de aard van het gebouw (beschermd of niet-beschermd) en de opdracht (volledig of gedeeltelijk subsidieerbaar). 2.3.2. Eigen aandeel kerkfabriek De wijze van financiering van het eigen aandeel (= uitgaven investering – subsidies) van de kerkfabriek in de investering wordt in overleg met de gemeente/provincie bepaald (toelage, lening, …). In ieder geval moet het verschil tussen de investeringsontvangsten en de investeringsuitgaven in elk van de financiële boekjaren waarop het meerjarenplan betrekking heeft, gelijk aan of groter dan nul zijn. 2.4. Reservefonds Een reservefonds kan enkel in de investeringen worden aangelegd door het overschot op de exploitatie over te boeken naar de investering. De zelfbedruipende eredienstbesturen kunnen hierover vrij beslissen. De eredienstbesturen die een exploitatietoelage ontvangen kunnen enkel een reservefonds aanleggen na instemming van de gemeente/provincie.

Jaarboek 2007

- 97 -


LOKALE FISCALITEIT Naast een aantal elementen van nieuwe regelgeving, vermelden wij hier ook enkele voor de dagelijkse praktijk relevante standpunten zoals voorbereid door de subwerkgroep Lokale Fiscaliteit van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur en, na bekrachtiging door de bevoegde instanties, ook opgenomen onder de rubriek Actualia van de hoger besproken website Lokale Fiscaliteit:

1)

Mag een gemeente wat betreft belastingen op leegstand tegelijk een eigen leegstandsheffing invoeren èn opcentiemen heffen op de gewestelijke leegstandsbelasting?

Probleemstelling: Wat betreft gemeentelijke belastingen op leegstand bestaan er 3 mogelijkheden: - het heffen van gemeentelijke opcentiemen op de leegstandsheffing van het Vlaams Gewest; - het heffen van een eigen gemeentelijke heffing en géén opcentiemen heffen op de heffing van het Gewest; - het heffen van een eigen gemeentelijke heffing, die de heffing van het Gewest vervangt.

Standpunt: De gemeente dient dus te kiezen tussen ofwel het heffen van opcentiemen op de heffing van het Gewest, ofwel het invoeren van een eigen gemeentelijke heffing. In dat laatste geval mag men geen opcentiemen op de gewestelijke belasting heffen, vermits dit in strijd zou zijn met de “non-bis-in-idem” regel.

2)

Verplichting tot motivering van belasting- en retributiereglementen (in het overwegend gedeelte): in hoeverre volstaat een verwijzing naar de financiële behoeften van de gemeente?

Probleemstelling: Een financieel beheerder zou in het overwegend gedeelte van belastingreglementen enkel melding willen maken van de financiële behoeften van de gemeente, omdat andere motiveringen voor het heffen van specifieke belastingen (ten laste van slechts enkele belastingplichtigen) tot discussie kunnen leiden.

Standpunt: Uit rechtspraak hieromtrent blijkt dat een bijkomende motivering in het overwegend gedeelte veelal wel noodzakelijk is om in het kader van het gelijkheidsbeginsel te verantwoorden waarom men bijvoorbeeld één specifieke activiteit op het grondgebied van de gemeente wel wil belasten en andere activiteiten niet. Uit rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass., 17/02/2005, nummer RC052H5-1) blijkt wel dat de motivering niet noodzakelijk in het belastingreglement zelf moet opgenomen worden, maar dat deze minstens wel uit het administratief dossier moet blijken.

- 98 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


3)

Nieuwe Procedure van DWANGBEVEL in toepassing van Artikel 94 gemeentedecreet inzake zogenaamde “niet-fiscale schuldvorderingen”, zijnde o.a. retributies en facturen: toepassingsvoorwaarden, modaliteiten, wenselijkheid van het bepalen van een “toepassingskader” door de gemeenteraad: in ieder retributiereglement of in een apart toepassingsreglement?

Probleemstelling: Artikel 94 van het gemeentedecreet luidt als volgt: “De financieel beheerder staat in volle onafhankelijkheid in voor: 1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld in titel IV ; 2° het debiteurenbeheer, inzonderheid de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten. Met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen kan de financieel beheerder een dwangbevel uitvaardigen. Een dergelijk dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaarderexploot. Met betrekking tot de vervulling van de opdrachten, bedoeld in dit artikel, rapporteert de financieel beheerder in volle onafhankelijkheid aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemeenteraad.”

Standpunt: Krachtens artikel 94 van het gemeentedecreet is thans dus ook een dwangbevel mogelijk voor het gedwongen innen van retributies, voor zover deze onbetwist en opeisbaar zijn. Probleem: Wanneer is een schuld onbetwist en opeisbaar? De gemeenteraad zou in een apart reglement kunnen bepalen vanaf wanneer een schuld door de gemeenteraad als “onbetwist” wordt beschouwd en op basis waarvan de financieel beheerder binnen zijn eigen bevoegdheden een dwangbevel kan uitvaardigen. Maar in hoeverre ondermijnt deze werkwijze de gebruikelijke procedure van burgerrechtelijke invordering? In de praktijk zou het kunnen dat een schuld aanvankelijk niet betwist is; dat de financieel beheerder een dwangbevel uitvaardigt; dat de schuld daarna wel betwist blijkt te worden door de schuldenaar; en dat men vervolgens toch tot de gebruikelijke burgerlijke procedure overgaat. Dan kan er weer discussie ontstaan over de verschuldigde gerechtskosten. Als de rechter oordeelt dat de schuld vaststaat, moet de schuldenaar de gerechtskosten betalen. Maar moet hij dan ook de kosten van het dwangbevel, dat aan de gerechtelijke procedure voorafging, betalen? Om de kosten van het dwangbevel in dergelijke gevallen altijd te kunnen terugvorderen kan men best een apart retributiereglement opstellen voor het aanrekenen van diverse kosten ten gevolge van betalingsherinneringen waarin men een prijs bepaald voor: - een herinneringsbrief; - een aangetekende aanmaning; - een dwangbevel krachtens artikel 94 van het gemeentedecreet. In de afsprakennota waarin de procedures en werkwijzen voor de gemeentesecretaris en de financieel beheerder omschreven worden, kunnen ook de voorwaarden opgenomen worden waaronder de financieel beheerder mag overgaan tot het uitschrijven van een dwangbevel in toepassing van artikel 94 van het gemeentedecreet.

Jaarboek 2007

- 99 -


4)

Niet-verplichte tussenkomsten van de brandweer: KB van 25 april 2007 tot vaststelling van de opdrachten van de hulpdiensten die kunnen verhaald worden en diegene die gratis zijn

Probleemstelling: De Wet van 1963 op de Civiele Bescherming, gewijzigd bij de Programmawet van 2005, bepaalt dat de lijst van verplichte tussenkomsten dient bepaald te worden bij KB. Het “koninklijk besluit tot vaststelling van de opdrachten van de hulpdiensten die kunnen verhaald worden en diegene die gratis zijn” werd op 25 april 2007 afgekondigd en op 14 mei 2007 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Standpunt : Artikel 2 van het KB bevat een lijst met de opdrachten die gratis worden uitgevoerd door de hulpdiensten. Uit artikel 3 en 4 blijkt dat de gemeente voor de opdrachten die niet in artikel 2 zijn opgenomen, een tarief mag bepalen en doorrekenen aan de begunstigden. Preventie-adviezen zijn niet opgenomen in artikel 2. Bijgevolg mag de gemeente hiervoor kosten aanrekenen aan de aanvrager. Het volstaat dat de gemeente die de brandweerdienst organiseert een retributiereglement opstelt waarin de tarieven van de verhaalbare interventies zijn opgenomen. De “beschermde” gemeente hoeft hiervoor geen retributiereglement op te stellen. De begunstigde van de interventie zal rechtstreeks aan de beschermende gemeente betalen. Ook in het geval van brandstichting zijn de “interventies betreffende de bestrijding van brand en ontploffing” gratis.

5)

Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten: Wat is voor de gemeentelijke belasting- en/ of retributiereglementen het gevolg van de wetswijziging die van toepassing is sinds 1 oktober 2006?

Probleemstelling: Artikel 10, §2 van de Wet van 25 juni 1993 (zoals gewijzigd) bepaalt: “De gemeentelijke overheid maakt de ontwerpen van reglementen van de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare markten en kermissen alsook op het openbaar domein over aan de minister, vóór de goedkeuring in de gemeenteraad. Hetzelfde geldt voor alle wijzigingen aan het reglement. De minister beschikt over een termijn van vijftien dagen, vanaf de ontvangst van het ontwerp, om zijn opmerkingen inzake de overeenstemming van het reglement met de huidige wet mee te delen. Bij ontstentenis van een antwoord binnen deze termijn, wordt het advies van de minister geacht zonder opmerkingen te zijn. De gemeente bezorgt het reglement aan de minister binnen een maand na de goedkeuring ervan.”

Standpunt: Het is aangewezen dat de gemeenten in hun belasting- en/of retributiereglementen met betrekking tot kermissen en markten, in het overwegend gedeelte een verwijzing naar het gevraagde advies van de FOD Economie (m.b.t. het organisatorisch reglement) en naar de wet van 25 juni 1993 opnemen, bijvoorbeeld met volgende tekst : “Gelet op de Wet van 25 juni1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, zoals gewijzigd; Gelet op het advies van de FOD Economie, zoals bepaald wordt in artikel 10, §2 van de Wet van 25 juni 1993; “

- 100 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


ALGEMENE GEWESTTAKEN I. WIJZIGINGEN

IN DE WETGEVING OVERHEIDSOPDRACHTEN

A. WET

VAN

15

JUNI

2006 (BS 15

FEBRUARI

2007)

BETREFFENDE OVERHEIDSOP-

WET

VAN

16

JUNI

2006 (BS 15

FEBRUARI

2007)

BETREFFENDE DE GUNNING,

DRACHTEN EN BEPAALDE OPDRACHTEN VOOR WERKEN, LEVERINGEN EN DIENSTEN EN DE INFORMATIE AAN KANDIDATEN EN INSCHRIJVERS EN WACHTTERMIJN INZAKE OVERHEIDSOPDRACHTEN EN BEPAALDE OPDRACHTEN VOOR WERKEN, LEVERINGEN EN DIENSTEN

Deze nieuwe wetgeving is nog niet van toepassing en zal pas uitvoerbaar zijn als de Koning de inwerkingtreding van de nieuwe uitvoeringsbesluiten van het KB van 8 januari 1996 en het KB van 26 september 1996 heeft bepaald. Enkele artikels zijn echter wel in uitvoering vanaf 15 februari 2007: • Artikel 15: een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoop- of opdrachtencentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningprocedure te organiseren. • Artikel 31: bij het ontwerp en de bouw van een complex van sociale woningen, kan elke gewestregering een bijzondere gunningprocedure vastleggen. • Artikel 77: aan de wet van 20 maart 1991 betreffende de erkenning van aannemers van werken zijn enkele wijzigingen aangebracht, nl. vermelding van de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten van 15 juni 2006 en de aannemer mag niet veroordeeld zijn voor deelname aan een criminele organisatie, omkoping, fraude, witwassen van geld en elk ander misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast.

B. KONINKLIJK

23 NOVEMBER 2007 (BS 7 DECEMBER 2007) TOT WIJZI24 DECEMBER 1993 BETREFFENDE DE OVERHEIDSOPDRACHTEN EN SOMMIGE OPDRACHTEN VOOR AANNEMING VAN WERKEN, LEVERINGEN EN DIENSTEN EN VAN SOMMIGE KONINKLIJKE BESLUITEN TOT UITVOERING VAN DEZE WET GING VAN DE

BESLUIT VAN

WET

VAN

In afwachting van de goedkeuring van de uitvoeringsmaatregelen van deze nieuwe wetgeving, dienen enkele aanpassingen en aanvullingen te worden aangebracht in de huidige reglementering met het oog op de omzetting van de dwingende bepalingen van de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG. Daartoe wijzigt dit Koninklijk Besluit de Wet van 24 december 1993 met toepassing van de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid, van die wet, die de Koning de mogelijkheid geven de nodige maatregelen te nemen voor de omzetting van de verplichte bepalingen, die voortvloeien uit het Europese Verdrag en de internationale akten die krachtens dit Verdrag werden genomen. Het KB wijzigt een aantal bepalingen voor opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag vastgesteld voor de Europese bekendmaking, bereikt: - Verplichte uitsluiting van de aannemer, leverancier of dienstverlener die veroordeeld is wegens : 1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek; 2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek; 3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de Wet van 17 februari 2002; 4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Jaarboek 2007

- 101 -


De verplichte uitsluiting is van toepassing behalve indien sprake is van dwingende redenen van algemeen belang. Het is immers mogelijk dat de aanbestedende overheid in bepaalde situaties, zoals bij een monopolie, toch een overeenkomst moet afsluiten met een in gebreke gebleven onderneming teneinde nog grotere schade te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een tekort aan wisselstukken die voor de veiligheid van de bestaande installaties moeten zorgen. - In een aantal gevallen wordt het mogelijk om de technische of beroepsbekwaamheid van de kandidaten of inschrijvers te beoordelen op grond van hun knowhow, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid. Dit heeft voortaan niet enkel betrekking op de opdrachten voor diensten, maar ook op de opdrachten voor aanneming van werken. Bijgevolg verruimt ze het toepassingsgebied van de referenties die voor deze opdrachten kunnen worden gevraagd betreffende de technische of beroepsbekwaamheid. - Uitbreiding tot de opdrachten voor aanneming van werken van een voorschrift betreffende de overeenstemming met bepaalde kwaliteitsnormen, dat gelijkaardig is aan dat van artikel 73 van het koninklijk besluit, en dat tot op heden enkel van toepassing was op de opdrachten voor aanneming van diensten. - De toepassing van milieubeheersmaatregelen of –systemen waarbij het bewijs wordt geleverd van de technische bekwaamheid van de aannemer om de opdracht uit te voeren. -

Bij prijsvraag voor ontwerpen moeten de ontwerpen anoniem aan de jury worden voorgesteld. De jury mag op generlei wijze kennis nemen van de inhoud van de offertes vóór het verstrijken van de indieningstermijn van de offertes.

- Nieuwe definities voor de technische specificaties, de norm, de Europese technische goedkeuring, de gemeenschappelijke technische specificaties en het technische referentiekader. - Toegankelijkheidscriteria in de technische specificaties, teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, met inbegrip van personen met een handicap. - Vaststellen van de technische specificaties waarin de diversiteit van de technische oplossingen tot uiting komt. Te dien einde moeten enerzijds de technische specificaties kunnen worden opgesteld in termen van prestaties en functionele eisen en moeten anderzijds, bij verwijzing naar de Europese - of bij ontstentenis daarvan naar de nationale - norm, op andere gelijkwaardige oplossingen gebaseerde inschrijvingen door de aanbestedende dienst in overweging worden genomen. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, moeten de inschrijvers elk bewijsmiddel kunnen gebruiken. Aanbestedende diensten die in de technische specificatie van een bepaalde opdracht milieueisen wensen op te nemen, kunnen de milieukenmerken, zoals een bepaalde productiemethode, en/of het milieueffect van specifieke productgroepen of -diensten voorschrijven. - Het onderzoek van abnormaal lage prijzen. Indien een dusdanige prijs is verantwoord op grond van een overheidssteun, dient de aanbestedende overheid de inschrijver te bevragen omtrent de rechtmatigheid van de steun. - Enkel de inschrijvers die aan de eisen inzake kwalitatieve selectie beantwoorden en een formeel regelmatige offerte hebben ingediend, worden geraadpleegd ingeval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking na aanbesteding of offerteaanvraag, waarbij enkel onregelmatige offertes of onaanvaardbare prijzen werden ingediend. - De verplichting om de gunningcriteria te wegen is ook van toepassing in geval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer het bedrag voor de Europese bekendmaking wordt bereikt en meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners worden geraadpleegd.

- 102 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


C. MINISTERIEEL

BESLUIT VAN

17

2007 (BS 20 DECEMBER 2007) TOT KONINKLIJK BESLUIT VAN 8 JANUARI 1996 VOOR AANNEMING VAN WERKEN, LEVERINGEN EN

DECEMBER

WIJZIGING VAN SOMMIGE BEDRAGEN IN HET BETREFFENDE OVERHEIDSOPDRACHTEN

DIENSTEN EN DE CONCESSIES VOOR OPENBARE WERKEN

In dit ministeriële besluit worden enkele bedragen verlaagd: • in de artikelen 1, §3 en 24 wordt het bedrag van € 5.278.000 vervangen door € 5.150.000; • in de artikelen 27, §2, 50 en 53, §2 en §3 worden de bedragen van € 211.000 en € 137.000 vervangen door respectievelijk € 206.000 en € 133.000.

D. OVERHEIDSOPDRACHTEN - RENTEVOET

VAN DE VERWIJLINTRESTEN

Augustus tot december 2002: 10,5% Januari tot juni 2003: 10% Juli tot december 2003: 9,5% Januari tot juni 2004: 9,5% Juli tot december 2004: 9,5% Januari tot juni 2005: 9,5% Juli tot december 2005: 9,5% Januari tot juni 2006: 9,5% Juli tot december 2006: 10% Januari tot juni 2007: 11% Juli tot december 2007: 11,50% Januari tot juni 2008: 11,50%

E.

KONINKLIJK

27 DECEMBER 2007 (BS 31 DECEMBER 2007) TOT UIT400, 401, 403, 404 EN 406 VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992 EN VAN ARTIKEL 30BIS VAN DE WET VAN 27 JUNI 1969 TOT HERZIENING VAN DE BESLUITWET VAN 28 DECEMBER 1944 BETREFFENDE DE BESLUIT VAN

VOERING VAN DE ARTIKELEN

MAATSCHAPPELIJKE ZEKERHEID DER ARBEIDERS

Het arrest van het Europees Hof van Justitie van 9 november 2006 stelde dat de inhouding en hoofdelijke aansprakelijkheid (fiscaal) niet meer automatisch, preventief en algemeen mogen zijn. Er dient ook te worden gestreefd naar een vereenvoudiging, een snellere en efficiëntere procedure van registratie. Alle informatie moet beschikbaar zijn via een informaticaplatform met rechtstreekse links naar de nodige gegevensbestanden. Er wordt één registratie verricht voor alle werken in onroerende staat (niet langer de 28 deelcategorieën). Het nieuw opgezette mechanisme heeft als hoeksteen de verplichting voor de opdrachtgever of de aannemer om de inhouding slechts uit te voeren in het geval van het bestaan van sociale en/of belastingschulden in hoofde van de aannemer of de onderaannemer medecontractant, en deze inhouding wordt beperkt tot het bedrag van de schuld met een maximum van 35% (inzake sociale schulden) of 15% (inzake fiscale schulden) van het bedrag waarvan de opdrachtgever of de aannemer de belastingschuldige is. De wijzigingen staan los van de eisen die gesteld worden in de wetgeving op de overheidsopdrachten, waar de registratie nog steeds vereist blijft.

Jaarboek 2007

- 103 -


F.

OMZENDBRIEF

OVERHEIDSOPDRACHTEN VAN

23

APRIL

2007 (BS 27

APRIL

2007)

Administratieve vereenvoudiging – Impliciete verklaring op erewoord betreffende de persoonlijke toestand in het kader van de kwalitatieve selectie.

G. RONDZENDBRIEF LNE/2007/1 (BS 4 OKTOBER 2007) BETREFFENDE TOEPASSING WETGEVING OVERHEIDSOPDRACHTEN – “IN HOUSE”- AANBESTEDINGEN – IMPLICATIES VAN HET GELIJKHEIDSBEGINSEL BIJ TOEKENNEN VAN OVERHEIDSCONTRACTEN

In het licht van de ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie, worden de beginselen inzake de overheidsopdrachtenreglementering, en inzonderheid de toepassing van deze reglementering op de onderlinge contractuele verhoudingen tussen publiekrechtelijke entiteiten, in herinnering gebracht. Er wordt nader ingegaan op de mogelijkheden die een gemeente heeft om opdrachten toe te wijzen aan een intercommunale, zonder de wet op de overheidsopdrachten te moeten toepassen.

H. OMZENDBRIEF 2007)

OVERHEIDSOPDRACHTEN VAN

18

DECEMBER

2007 (BS 27

DECEMBER

Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen – Veiligheids- en gezondheidsplan – Praktische richtlijnen met betrekking tot de documenten die in toepassing van artikel 30, tweede lid, van het Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, bij de offerte moeten worden gevoegd.

II. WIJZIGINGEN PACHTWETGEVING A. BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 15 DECEMBER 2006 (BS 18 JANUARI 2007) HOUDENDE VASTSTELLING VAN DE MAXIMALE RENTABILITEITSOPPERVLAKTEN,

VER-

MELD IN DE PACHTWETGEVING

De maximale rentabiliteitsoppervlakten, vermeld in artikel 12.7 van artikel 1 van de Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen, gewijzigd bij de Wet van 7 november 1988, worden vastgesteld als volgt: Limburg • Kempen • Zandleemstreek • Leemstreek • Grasstreek

80 120 150 100

ha ha ha ha

De maximale rentabiliteitsoppervlakten zijn geldig voor vijf jaar.

B. PACHTPRIJZENCOËFFICIËNTEN LIMBURG (BS 14

DECEMBER

2007)

De pachtprijzencommissies hebben de coëfficiënten bedoeld bij de artikelen 2, §3, en 3 van de Wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, als volgt vastgesteld voor de pachtprijzen die vervallen in de loop van een termijn van drie jaar, welke een aanvang neemt op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad: I. • • • •

- 104 -

Gronden Kempen Zandleemstreek Leemstreek Grasstreek

6,20 4,00 3,10 3,10

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


II.Gebouwen • Kempen • Zandleemstreek • Leemstreek • Grasstreek

5,10 5,10 5,10 5,10

III. POLITIE Wijziging wettelijke bepalingen wegverkeer

A. TIJDELIJKE

POLITIEVERORDENINGEN

Met ingang van 10 februari 2007 zijn de colleges van Burgemeester en Schepenen bevoegd geworden voor tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer. Op die datum is de Wet van 12 december 2006 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet, waarbij artikel 130bis werd ingevoegd, in werking getreden. Voordien behoorde het vaststellen van tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer tot de bevoegdheid van de gemeenteraad op basis van artikel 119 van de NGW. Het gaat hierbij om politiereglementen inzake verkeer ter gelegenheid van bvb. karnaval, kermis, buurtfeesten, sportwedstrijden enz. In de praktijk werden dergelijke verordeningen vaak door de burgemeester vastgesteld op basis van artikel 134 (hoogdringendheid), omdat er niet de mogelijkheid was de besluiten tijdig aan de gemeenteraad voor te leggen. Nadien moesten deze besluiten dan nog door de raad worden bekrachtigd. Door de wetswijziging hoeft deze procedure nu niet meer toegepast te worden en kan het college van Burgemeester en Schepenen deze verordeningen vaststellen.

B. AANVULLENDE

POLITIEVERORDENINGEN OVER HET WEGVERKEER

Dit zijn de politieverordeningen die blijvende of periodieke toestanden inzake het wegverkeer regelen. Met ingang van 1 januari 2008 is het federale toezicht op de aanvullende reglementen over het wegverkeer afgeschaft en vervangen door toezicht van de Vlaamse overheid. Dit houdt in dat elk aanvullend reglement, dat door de gemeenteraad werd vastgesteld, vóór haar inwerkingtreding per brief of e-mail verzonden moet worden aan de afdeling Mobiliteit en Verkeersveiligheid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Aanvullende reglementen die betrekking hebben op gemeente- of provinciewegen kunnen pas in werking treden na deze overmaking. Aanvullende reglementen die betrekking hebben op gewestwegen, gelegen op het grondgebied van de gemeente, treden pas in werking na de goedkeuring door de Vlaamse minister van Openbare Werken. Een aparte goedkeuringsaanvraag bij het Agentschap Wegen en Verkeer hoeft niet. Een omzendbrief over deze wijzigingen werd op 14 december 2007 door de Vlaamse minister, bevoegd voor mobiliteit, verzonden aan alle gemeentebesturen.

Jaarboek 2007

- 105 -


- Jaarboek 106 2007

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg - 106 -


LIJST

VAN GEPUBLICEERDE FOTO’S

1. Gouverneur Steve Stevaert en afdelingshoofd Willy Honings in overleg 2. de afdeling Binnenlands Bestuur Limburg is gehuisvest in de E-blok van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1, te Hasselt (collage van foto’s) 3. de personeelsleden van de afdeling Binnenlands Bestuur Limburg tijdens een teambuildingsdag 4. de leidinggevende ambtenaren van de afdeling Binnenlands Bestuur Limburg 5. het gemeentehuis van Kinrooi 6. de St.-Stefanuskerk van ’s-Herenelderen (Tongeren) 7. het gemeentehuis van Gingelom 8. het politiekantoor van de politiezone West-Limburg in Herk-de-Stad 9. de raadzaal van het stadhuis van Hasselt 10. het gemeentewapen van Hamont-Achel 11. het oud-gemeentehuis van Zelem (stad Halen) 12. het nieuwe gemeentehuis van Heusden-Zolder 13. Huis van de stad Lommel 14. het stadhuis met belfort van Sint-Truiden 15. het gemeentehuis van Houthalen-Helchteren 16. OCMW-Gingelom 17. het OCMW-gebouw van As 18. wegwijzers naar het rustoord Vinkenhof, het OCMW en serviceflats Gorisberg in Houthalen-Helchteren 19. het OCMW-embleem van Maasmechelen 20. het OCMW-gebouw van Maaseik 21. het OCMW-gebouw van Kinrooi 22. opschrift OCMW Voeren / CPAS de Fourons 23. ziekenhuis Oost-Limburg in Genk 24. pancarte van de bouw van 28 serviceflats voor het OCMW van Dilsen-Stokkem 25. camping ’t Soete Dal in Zutendaal 26. stel rioolbuizen 27. vuilniswagen 28. een fiscaal aanslagbiljet 29. aanduiding parkeermeter 30. screenprint website lokale fiscaliteit 31. de multiculturele markt in Heusden-Zolder 32. wegomlegging 33. een ontvangkantoor van de directe belastingen 34. de reuzen Conference en Jonagold tijdens de jaarlijkse bloesemwijding te Sint-Truiden 35. plaatsnaambord Provincie Limburg – gemeente Riemst (Kanne) 36. openbare werken 37. tractor in het veld 38. binnenzicht van het kerkje van St.-Gertrudis in Heppeneert (Maaseik) 39. afsluitende sfeerfoto van Haspengouw in de bloesemtijd met zicht op de stad Borgloon

- 107 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


- 108 -

Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg


COLOFON VERANTWOORDELIJKE

UITGEVER:

Willy Honings afdelingshoofd Vlaams ministerie van Bestuurszaken agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg

REDACTIERAAD: Sandra Beckers, Erwin Das, Bert Houbrechts, Gerda Stevens, Kristof Vanhamel, Yolanda Van Sweevelt en Valentijn Vanvoorden

REDACTIEADRES: Erwin Das stafmedewerker agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg Universiteitslaan 1 3500 Hasselt Tel. 011 23 81 16 Fax: 011 23 81 10 E-mail: erwin.das@bz.vlaanderen.be

LAY-OUT

EN DRUK:

departement Bestuurszaken digitale drukkerij Lidia Defossez

DEPOTNUMMER: D/2008/3241/142

UITGAVE Hasselt, 30 mei 2008

Dit jaarboek is geprint op Greentop → chloorvrij, zonder optische witmakers, FSC-labeled


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarboek_bestuurlijk_en_begeleidend_toezicht_2007.pdf by Vlaanderen-be - Issuu