Skip to main content

Jaarverslag_GO!_2019.pdf

Page 1

Š ID/ Lieven Van Assche

Jaarverslag 2019 voor de Vlaamse regering


Leeswijzer Artikel 33, 11° van het Bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs (14 juli 1998) verplicht het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap om elk jaar een overzicht van de werkzaamheden van het voorbije werkjaar voor te leggen aan de Vlaamse Regering. Voor jou ligt het jaarverslag over 2019. In acht hoofdstukken wordt uiteengezet waarom, voor wie, met wie, met welke middelen en op welke wijze het GO! zijn maatschappelijke opdracht vervuld heeft. Als onderwijsverstrekker in Vlaanderen heeft het GO! een missie en een visie en natuurlijk ook een pedagogisch project (het PPGO!). Met deze fundamenten van onze organisatie openen we dit jaarverslag. De inleiding die daarop volgt, vat in grote lijnen de inhoud van het jaarverslag samen: hoe hebben we met beperkte middelen onze maatschappelijke rol voor een almaar toenemende schoolbevolking waargemaakt? Met welke strategische projecten heeft het GO! gereageerd op de vele uiteenlopende uitdagingen waarmee onze professionals te maken krijgen? Waar gingen onze aandacht en energie naartoe? Dat staat beschreven in hoofdstuk 1. De dagelijkse, reguliere werking van de centrale diensten concentreert zich rond drie domeinen: belangenverdediging, beleidsvoorbereiding en dienstverlening. In hoofdstuk 2 blikken we terug op de belangrijkste acties waarmee onze professionals in het onderwijsveld en in de CLB’s zowel administratief als pedagogisch ondersteund en begeleid werden bij het uitvoeren van hun opdracht en het toepassen van (nieuwe) decreten. Al jarenlang past het GO! een eenvoudige, laagdrempelige en oplossingsgerichte klachtenprocedure toe. Klachten en deelaspecten ervan worden systematisch gemonitord. Het resultaat daarvan voor het werkjaar 2019 (de cijfers, het klachtenbeeld, verbetervoorstellen) wordt samengevat in hoofdstuk 3. In oktober 2018 vonden verkiezingen plaats voor de Raad, het centrale bestuursorgaan van het GO!. Op 1 januari 2019 is de nieuw samengestelde Raad aan een mandaat van vier jaar begonnen. Wat de leden in 2019 beslist hebben en welke dossiers zij behandelden staat beschreven in hoofdstuk 4. Het GO! heeft leerlingen in voltijds en deeltijds onderwijs, in het leerplichtonderwijs of in het onderwijs buiten de leerplicht, in verschillende onderwijsniveaus en -vormen. Globaal neemt de schoolbevolking in het GO! al enkele jaren toe en wint het aan marktaandeel. Hoofdstuk 5 biedt een gedetailleerd overzicht van de cijfers. Hoe is het gesteld met het patrimonium op de 4 miljoen m2 gebouwoppervlakte van het GO!? Wat konden we doen en wat moeten we eigenlijk kunnen doen om elke leerling een veilige, gezonde en aan de tijd aangepaste leeromgeving te bieden en het PPGO! nog concreter en zichtbaarder te maken in onze scholen? Daarop leggen we de loep in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 blikt terug op de acties rond het personeelsbeleid in de centrale administratieve diensten van het GO!. In hoofdstuk 8 ten slotte belichten we de staat van de jaarrekeningen van de scholengroepen en de centrale administratieve diensten van het GO!. Voor de titels van de hoofdstukken verwijzen we naar de inhoudsopgave.

2


Missie, visie en waarden van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Missie Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap streeft naar het bereiken van maximale leerwinst, een totale persoonlijkheidsontwikkeling, actief burgerschap en individueel welbevinden. Wij focussen op wat mensen verbindt en leren kinderen, jongeren en volwassenen samenleven over de grenzen van verschillen heen. Zo maken we van de school een betekenisvolle leer- en leefomgeving die bijdraagt tot een meer rechtvaardige samenleving: een vrije democratie met actieve burgers waarin elke persoon gelijke kansen heeft om zich maximaal te ontplooien. Om dit te realiseren willen wij: - voor iedereen een gediversifieerd en voldoende geografisch gespreid onderwijsaanbod van hoge kwaliteit organiseren en waarborgen; - op een actieve wijze en met alle belanghebbenden de brede school bewerkstelligen; - de gedecentraliseerde organisatie van ons onderwijs democratisch uitbouwen en voortdurend optimaliseren; - onderwijsvernieuwend denken stimuleren, voor zover het verantwoord en realistisch is en de basisopdracht bevordert.

Visie Het GO! wil de school van zijn dromen realiseren. Dit houdt het volgende in: - De school van de toekomst biedt kwaliteitsvol onderwijs aan een culturele mix van leerlingen en cursisten. - De school is een prettige leer- en leefomgeving waarin kinderen, jongeren en volwassenen samen leren samenleven op basis van wederzijds respect en gelijkwaardigheid. - De school als pluralistische entiteit weerspiegelt de maatschappij en zet in op gelijke onderwijskansen. Ze focust op het brede maatschappelijke leven en stelt het welbevinden van iedereen centraal. - De school zet haar deuren open voor de wereld en maakt een leven lang en levensbreed leren mogelijk. - De school van de toekomst is een nieuwe leeromgeving die de modernste ICT-applicaties overal en voor iedereen ter beschikking stelt in een toegankelijk multifunctioneel en duurzaam schoolgebouw. - De school van de toekomst is volledig geĂŻntegreerd in de maatschappij, ze heeft nauwe banden met de bedrijfswereld en de culturele, sociale en economische sectoren. - In de school van de toekomst werkt de leerkracht inspirerend. De leerkracht maakt de jongeren wegwijs in een ambitieus leerproces met als doel maximale leerwinst te realiseren en houdt rekening met de talenten, interesses en individuele leermogelijkheden van elkeen.

Waarden Het GO! zet in op het samen leren samenleven op basis van respect, openheid, gelijkwaardigheid, oprechtheid, betrokkenheid en engagement, waarden die de bouwstenen vormen voor opvoeding tot actief burgerschap.

3


Ons charter: het pedagogisch project van het GO! (kortweg: PPGO!) Het PPGO! is het basisdocument waarin de grondbeginselen, de waarden en de algemene doelstellingen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zijn opgenomen. Het is een richtingwijzer en referentiekader om lerenden te begeleiden in hun persoonlijke ontplooiing enerzijds en in hun ontwikkeling naar samenleven in diversiteit en harmonie anderzijds. Het PPGO! biedt daarmee niet alleen een basis voor kwaliteitsvol onderwijs en dito opvang, maar het is ook een ruimer maatschappelijk project omdat het door een brede vorming van de gehele persoonlijkheid bijdraagt aan het samenleven.

Basisbeginselen Het GO! voedt op tot actief burgerschap door respect, oprechtheid, gelijkwaardigheid, openheid, engagement en betrokkenheid te bewerkstelligen. Het PPGO! staat voor een dynamisch mens- en maatschappijbeeld. Het PPGO! beoogt gelijke kansen bij de maximale ontplooiing en vorming van persoonlijkheden. Daarbij streven we ernaar dat wie in het GO! gevormd en ontwikkeld is als volgt gekenmerkt kan worden: - kijkt met een open geest, zonder vooroordelen, en toont belangstelling en respect voor ieders mening en bestaande verschillen; - toont zich authentiek en integer in het samenleven met anderen, door eerlijk en respectvol uit te komen voor eigen ideeën en overtuigingen; - huldigt de gelijkwaardigheid van mensen en de emancipatie van elk individu niet enkel als principe, maar spant zich ook in om ze te verwezenlijken; - is betrokken bij de sociale werkelijkheid, dat wil zeggen: • eerbiedigt de universele rechten van de mens en zijn fundamentele vrijheden en draagt bij tot hun realisatie; • handelt volgens democratische waarden en instellingen; • verzet zich tegen maatschappelijke ongelijkheden en zet zich in voor sociale rechtvaardigheid. - is mondig en kritisch en kan ideeën helder, genuanceerd en respectvol uiten; - is bereid om een leven lang en levensbreed te leren. Met het PPGO! wil het GO! elk individu gelijke kansen bieden om zich te ontwikkelen. Wij gaan daarbij niet uit van een vaste standaard maar spelen in op verschillen; lerenden krijgen pedagogische, didactische en sociaal-emotionele ondersteuning afgestemd op de eigen talenten, mogelijkheden en behoeften. Het PPGO! streeft de totale ontplooiing van de persoon na via het verwerven van kennis en inzicht en het ontwikkelen van vaardigheden en attitudes. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar het ontwikkelen van een open geest, een kritische, onderzoekende, verantwoordelijke en creatieve houding met betrekking tot mens, natuur en samenleving, én actief burgerschap. Elk mens is uniek, alle mensen zijn gelijkwaardig. In iedere onderwijs- en opvoedingssituatie moeten de individuele mogelijkheden van elke lerende tot hun recht komen. Iedereen heeft recht op gelijke ontwikkelingskansen. Rekening houden met eigen mogelijkheden en interesses wil enerzijds zeggen dat beperkingen en contextgebonden achterstanden worden gemilderd of weggewerkt door aangepaste ondersteuning. Anderzijds worden kinderen, jongeren en volwassenen ook maximaal uitgedaagd en geprikkeld in hun specifieke talenten. Het GO! tracht met andere woorden bij alle lerenden maximale ontwikkeling, leerwinst en welbevinden te bereiken.

4


De aandacht voor gelijke kansen toont hoe in ons opvoedingsproject de vorming van lerenden onlosmakelijk verbonden is met het veranderen van de samenleving. Die complexe samenhang tussen individu en samenleving heeft twee componenten: - Enerzijds bereidt het GO! lerenden voor op het samenleven. Door in te zetten op voorgenoemde waarden wil het GO! mee bouwen aan de samenleving van de toekomst: een vrije democratie met actieve burgers waarin het samenleven centraal staat. Dit is slechts haalbaar als de vorming van het individu voldoende breed is, met aandacht voor zowel wetenschappelijke en technologische, sociaal-culturele als ethische componenten in een gezond evenwicht. Door die brede vorming leren kinderen, jongeren en volwassenen het doel en de zin van hun handelen inzien; het stelt hen in staat om zich kritisch op te stellen tegenover zichzelf en het maatschappelijke gebeuren en in vrijheid verantwoordelijkheid te dragen. - Anderzijds positioneert het GO! zich met zijn pedagogisch project in de samenleving. Het universele recht op onderwijs veronderstelt dat de samenleving in maximale ontplooiings- en participatiekansen voorziet voor elk individu, volgens haar of zijn mogelijkheden. Dit recht is voor het GO! onlosmakelijk verbonden met het nastreven van gelijke kansen en het tegengaan van maatschappelijke uitsluiting. Door te focussen op wat mensen verbindt en kinderen, jongeren en volwassenen te leren samenleven over de grenzen van verschillen heen maken we van de school een betekenisvolle leer- en leefomgeving die bijdraagt tot een rechtvaardiger samenleving.

Samen leren samenleven: neutraliteit als uitgangspunt voor actief burgerschap Het GO! heeft de grondwettelijke opdracht om neutraal onderwijs aan te bieden. Dat betekent dat de filosofische, ideologische en levensbeschouwelijke opvattingen van de lerenden en hun ouders geĂŤerbiedigd worden. Neutraliteit betekent niet dat individuen neutraal of kleurloos zijn maar wel dat we uitgaan van een diversiteit aan levensbeschouwelijke perspectieven. Het GO! engageert zich tot neutraliteit en creĂŤert daartoe een leer- en leefomgeving die uitgaat van de gelijkwaardigheid van levensbeschouwelijke overtuigingen, zonder de ene of andere overtuiging als richtinggevend naar voren te schuiven. De waarden die het GO! ondersteunt, bieden de zekerheid van een kader van neutraliteit dat noodzakelijk is om een dialoog tussen verschillende levensbeschouwingen op voet van gelijkwaardigheid mogelijk te maken: vrijheid, gelijkheid en solidariteit; gelijkwaardigheid van de seksen; scheiding van kerk en staat; vrijheid van gedachte en geweten van allen, waarbij elke persoon vrij is om een bepaalde levensbeschouwelijke overtuiging aan te nemen. Het GO! creĂŤert voor de lerenden de mogelijkheden om hun eigen individuele persoonlijkheid te ontwikkelen, hun eigen keuzes te leren maken en vormt hen als burgers in een democratische samenleving. Neutraliteit is daarbij als volgt ingevuld: - lerenden de waarden bijbrengen die eigen en gemeenschappelijk zijn aan onze democratische samenleving en rechtsstaat; - lerenden beschermen tegen elke vorm van druk die hen zou verhinderen om eigen keuzes te maken; - actief optreden tegen vormen van discriminatie of uitsluiting op basis van geslacht, geaardheid, etniciteit, overtuiging en andere kenmerken; - geen enkel onderwerp bij voorbaat uitsluiten van behandeling tijdens de lessen of van wetenschappelijke en pedagogische vraagstelling, om zo de openheid voor de diversiteit van visies in de samenleving te waarborgen. Mensen met uiteenlopende overtuigingen zijn welkom in het GO! en hun eigenheid wordt er gerespecteerd voor zover zij de wetgeving in ons land respecteren, zich mee inzetten om kinderrechten en mensenrechten voor elke persoon waar

5


te maken en actief betrokken zijn bij de grondwaarden en doelstellingen van het PPGO!. Het GO! beschouwt het actief omgaan met alle vormen van diversiteit als een belangrijke uitdaging en een toegevoegde waarde bij het realiseren van zijn opdrachten. Actief burgerschap wordt op de eerste plaats gekenmerkt door een actief pluralistische basishouding en de verwachting dat dat bij de andere ook zo is. Het GO! stelt het samen leren samenleven als een kernopdracht voorop, en benadrukt daarmee dat alle mensen in onze samenleving over bestaande verschillen heen met elkaar verbonden zijn door gemeenschappelijke grondrechten en democratische basiswaarden.

Engagementsverklaring Door in te zetten op voorgenoemde waarden en doelstellingen wil het GO! mee bouwen aan de samenleving van de toekomst: een vrije democratie met actieve burgers waarin het samenleven centraal staat en elke persoon gelijke kansen heeft om zich maximaal te ontplooien. De GO! school1 is een school van de gemeenschap en voor de gemeenschap. Dat veronderstelt niet alleen een pedagogisch project, maar ook participatie van zo veel mogelijk mensen. Via zijn beleid voorziet het GO! in kansen om democratische deelname aan de totstandkoming en uitvoering van beleidsbeslissingen mogelijk te maken. Het wil lerenden, ouders, personeel en bestuurders van het GO! aanzetten tot nadenken en betrokkenheid bij de maatschappelijke realiteit en de dagelijkse onderwijspraktijk. Het vertaalt het PPGO! in standpunten, actieplannen, school- en andere reglementen en de cultuur binnen zijn instellingen. Het PPGO! is dynamisch in zijn toepassing, afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, specifieke contexten, nieuwe wetenschappelijke inzichten of veranderende pedagogische behoeften. In de scholen en instellingen van het GO! dragen alle lerenden, ouders, personeel en bestuurders er actief toe bij om de grondbeginselen, waarden en doelstellingen uit het PPGO! en de neutraliteitsverklaring van het GO! effectief te realiseren en na te leven of te doen naleven. 1.

of voorziening

Š ID/ Lieven Van Assche

6


Inhoud Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 1. Speerpunten en strategische projecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 2. Ondersteuning en dienstverlening aan het onderwijsveld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 3. Samen zorg dragen voor klachten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 4. De Raad GO! . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 5. De positie van het GO! in het Vlaamse onderwijslandschap .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 6. Infrastructuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45 7. Personeelsbeleid in de centrale administratieve diensten .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61 8. Werkingsmiddelen .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64

7


Inleiding 2019 was een boeiend jaar voor de onderwijswereld in het algemeen en voor het GO! in het bijzonder. In een verkiezingsjaar is het altijd uitkijken naar een (mogelijk) nieuwe minister van onderwijs en de klemtonen die een nieuwe Vlaamse regering legt op vlak van onderwijs. Een aantal belangrijke structurele hervormingen in het onderwijslandschap van de vorige regering moesten ondertussen nog worden geïmplementeerd. Denken we maar aan de modernisering van het secundair onderwijs en de belangrijke veranderingen in het volwassenenonderwijs en het dko. Het rapport van de commissie Monard werd gepubliceerd waarin werd gewezen op het belang van een sterke pedagogische begeleidingsdienst. Met de aandachtspunten werd binnen het GO! meteen aan de slag gegaan om de slagkracht nog te verhogen. In 2019 ging ook een nieuw verkozen Raad GO! aan de slag. Deze ging meteen van start met het goedkeuren van een nieuw strategisch plan met als horizon 2030 en een ambitieuze poolstervisie. Deze omschrijft wat we als GO! willen zijn en waarin we ons willen onderscheiden van andere onderwijsaanbieders: “Dé favoriete leergemeenschap, voor iedereen gepersonaliseerd, spiegel en bouwsteen van de samenleving”. En het GO! bleef ook in 2019 groeien. Dit betekende dat de centrale diensten de scholen en scholengroepen niet alleen moesten ondersteunen op vlak van de implementatie van nieuwe regelgeving, maar ook op het vlak van de groei van het net: op gebied van aanbod, organisatie en -niet in het minst- infrastructuur. Dit blijft een moeilijke opdracht binnen de besparingscontext waarbinnen we al jaren opereren. Wij blijven uiterst bezorgd over de continuïteit in de dienstverlening van de centrale administratieve diensten de komende jaren. Het aantal koppen moest van de Vlaamse overheid tegen het eind van de vorige legislatuur worden gereduceerd tot 222. Maar eind 2019 telde het GO! noodgedwongen nog slechts 177 koppen, bij gebrek aan financiële middelen. Het GO! droeg dus maximaal bij aan de besparingsdoelstelling van de Vlaamse overheid in koppen, maar slaagt er uiteindelijk nauwelijks nog in om de bij decreet toebedeelde kerntaken op een aanvaardbare wijze uit te voeren. En dit wordt nog versterkt door het structurele probleem rond de financiering van onze infrastructuur omwille van het niet correct toepassen van ODII. Zo kregen wij in de vorige legislatuur ruim 100 miljoen minder dan waar we volgens een correcte berekening recht op zouden hebben. Ook voor onze internaten buitengewoon onderwijs is het al meer dan 10 jaar wachten op een gepaste financiering. Recente wetgeving m.b.t. het volwassenenonderwijs, dko en CLB hielden dan weer geen rekening met de bij bijzonder decreet vastgelegde organisatiestructuur met regionaal ingeplante scholengroepen, waardoor de implementatie van de nieuwe regelgeving steeds moeilijker wordt.

8


Het GO! krijgt op deze manier niet de mogelijkheden om zijn grondwettelijke opdracht om neutraal onderwijs aan te bieden en de vrije keuze te waarborgen, te vervullen. We hopen dan ook dat we in deze nieuwe legislatuur mogen rekenen op een overheid die haar eigen onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap een warm hart toedraagt en ons de correcte middelen verschaft om onze grondwettelijke opdracht over heel Vlaanderen te vervullen. Alleen op die manier kunnen we de vrije keuze waarborgen met een kwaliteitsvol en neutraal onderwijs en de hoeder zijn van gelijke onderwijskansen voor alle kinderen en jongeren in Vlaanderen.

Š ID/ Lieven Van Assche

9


© ID/ Lieven Van Assche

10


1. Speerpunten en strategische projecten In 2019 lag de focus van het GO! vooral op volgende speerpunten en strategische projecten. Naast een nieuw strategisch plan ‘GO!2030’ werden ook het Memorandum en het Eisencahier 2019-2024 opgemaakt. Verder werkte het GO! mee aan de modernisering van het secundair onderwijs en de schaalvergroting in het volwassenenonderwijs. De pedagogische begeleidingsdiensten van het GO! gingen aan de slag met de resultaten van een visitatie en gaven mee vorm aan het decreet leerlingenbegeleiding. In 2019 zette een 30-jarig GO! ook eens te meer in op actief burgerschap.

Strategisch plan Het strategisch plan ‘GO!2020’ liep ten einde tegen december 2019. Omdat het onderwijs onder grote druk staat door de vele ingrijpende en snel evoluerende maatschappelijke veranderingen is het GO! in het najaar van 2018 gestart met de opmaak van een nieuw strategisch plan ‘GO!2030’. Het is immers duidelijk dat ontwikkelingen op verschillende domeinen waaronder het demografische, technologische, wetenschappelijke, economische, politieke en sociaal-culturele de samenleving, en daarmee nauw verbonden, het onderwijs fundamenteel zullen veranderen. Het GO! onderschat de impact van de maatschappelijke ontwikkelingen en voornamelijk de digitale transformatie (disruptie) niet. In het belang van de lerenden en met het PPGO! als fundament wilde het GO! tegen eind 2019 een nieuw overkoepelend strategisch plan GO!2030 maken dat gedragen, toekomstgericht, ambitieus en empirisch onderbouwd is. Als we ons afvragen waarom we als GO! doen wat we doen, dan komen we uit bij onze missie, ons PPGO!, ons pedagogisch project, dat we kunnen samenvatten in 1 kernzin: samen leren samenleven. Dit is wat ons drijft, onze bestaansreden. Dit is waar we voor staan en waar we dag in dag uit voor gaan. Echte kansen bieden aan jonge mensen, segregatie tegengaan, talenten ontwikkelen en elk talent gelijkwaardig waarderen. Dat is en blijft ook in de 21e eeuw de maatschappelijke opdracht van het GO!. Onze professionals streven naar kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen. Kwaliteit heeft te maken met het ontwikkelen van elk talent, met het vormen van de totale persoonlijkheid en de brede ontwikkeling van elk individu en met het harmonieus samenleven als actieve burgers in onze democratische maatschappij. Ons pedagogisch project werd in 2015 geactualiseerd en is vandaag relevanter dan ooit, met actief burgerschap en onze basiswaarden (wederzijds respect, oprechtheid, gelijkwaardigheid, openheid en betrokkenheid) als belangrijke bouwstenen. Met ons strategisch plan 2030 voegen we daar een extra dimensie aan toe: onze (poolster)visie. Die bepaalt hoe we onze missie willen realiseren. Ze omschrijft wat we als GO! willen zijn en waarin we ons onderscheiden van andere onderwijsaanbieders: “Dé favoriete leergemeenschap, voor iedereen gepersonaliseerd, spiegel en bouwsteen van de samenleving”. We hebben dit trachten te concretiseren in 5 ambities en bijbehorende subambities, die samen de koers uitzetten voor de komende 10 jaar: 1.

We vormen een leergemeenschap op ieders maat, niet gebonden aan plaats of tijd Het is onze ambitie om iedere lerende een gepersonaliseerd traject te bieden op maat van haar of zijn talenten en uitdagingen. Tegelijk bieden we mensen de kans om hun persoonlijke ontwikkeling samen te beleven en te leren van elkaar.

11


2. We zijn de gatekeeper voor onderwijs en een goalkeeper voor de samenleving We willen dat ons pedagogisch project toonaangevend is in het onderwijslandschap. We maken maatschappelijk het verschil. 3. We bouwen vanuit onderwijs aan een ecosysteem met werk, welzijn en maatschappij We weten dat leren op het kruispunt van verschillende domeinen zit, we zoeken actief bondgenoten zodat we onze doelen optimaal kunnen verwezenlijken in een gefragmenteerd landschap. 4. We zijn wendbaar in denken en doen We zijn kritisch voor onszelf en willen continu verbeteren. We pakken onze organisatiestructuur en –cultuur aan en bedenken samen oplossingen. 5. We nemen nu de toekomst in handen en dragen onze visie uit We weten wat we willen bereiken en zijn niet bang om onze stem te laten horen. We tonen wat we waard zijn en overtuigen iedereen van ons verhaal. Bovenstaande uitdagingen en ambities zijn groot, maar de (menselijke en financiële) middelen zijn beperkt. De nood dringt zich dan ook op om te focussen op de juiste prioriteiten en hier stapsgewijs naar toe te werken, met gebundelde krachten. Voor de komende twee (school)jaren (’20-’21 en ‘21-’22) bepaalden we op basis van een uitgebreid participatief traject dan ook 5 thema’s waar we voorrang aan willen geven: - De nieuwe rol van de onderwijsprofessional - Gepersonaliseerd samen leren binnen een leergemeenschap los van plaats en tijd - Kwaliteit voor iedereen - Digitaal beleid - Profilering Aan elk thema besloten we een programma te wijden waarin de verschillende soorten activiteiten worden gebundeld die we hierrond over de bestuursniveaus heen zullen ondernemen. De verschillende programma’s samen vormen een portfolio, zodat ook voor de programma’s geïntegreerd en resultaatgericht kan gewerkt worden. Dit portfolio is flexibel opgevat en kan om de twee jaar herbekeken worden; we spreken daarom van een ‘rollend portfolio’.

Memorandum en Eisencahier 2019-2024 In aanloop naar de parlementsverkiezingen van 26 mei 2019 bundelde het GO! zijn beleidsvragen aan de overheid in een memorandum en een eisencahier: Memorandum 2019-2024 en Eisencahier 2019-2024. Beide documenten zijn het gefundeerde sluitstuk van een intensief traject waarbij alle GO! geledingen actief betrokken werden. Maar liefst 21.550 GO! leerlingen, cursisten, ouders en onderwijsprofessionals lieten in de periode december 2017 april 2018 hun stem horen. Onze verwachtingen ten aanzien van de overheid rond onderwijs in het algemeen en het GO! in het bijzonder zijn dus diep en sterk geworteld in de praktijk. Na analyse van GO! visieteksten, decreten en protocollen, onderzoeksrapporten, inzichten uit nationale en internationale beleidscontexten en een klankbordronde bij onze experten in het Huis van het GO! werden 100 claims geselecteerd om voor te leggen aan de Vlaamse overheid. De Raad van het GO! selecteerde eind 2018 daaruit 11 topprioriteiten, die opgenomen werden in het Eisencahier 2019-2024, dat met het memorandum een duo vormt.

12


Begin 2019 vormden het memorandum en het eisencahier de basis voor communicatie met politieke partijen teneinde weerklank ervan te vinden in de partijprogramma’s voor de parlementsverkiezingen. Na 26 mei werden beide documenten ook gebruikt als basis voor de gesprekken met de onderhandelende partijen voor een nieuwe Vlaamse Regering.

Modernisering secundair onderwijs Ontwikkelcommissies Het GO! heeft de scholen verder ondersteund en voorbereid op de geplande modernisering van het secundair onderwijs, die onder meer gepaard gaat met de invoering van nieuwe eindtermen voor de eerste graad (vanaf september 2019). De nieuwe eindtermen werden geformuleerd door het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), in samenspraak met de verschillende onderwijsverstrekkers. Het Vlaams Parlement legde op 17 januari de contouren voor de nieuwe eindtermen via een decreet vast. De goedkeuring van het decreet betekende meteen het officiële startschot voor de ontwikkelcommissies, waarin ook de PBD-GO! vertegenwoordigd was. Verschillende medewerkers van de dienst hebben de collega’s bij hun taak in deze commissies ondersteund: zij hebben de door AHOVOKS geformuleerde voorstellen gescreend op haalbaarheid, duidelijkheid en volledigheid en wijzigingen voorgesteld. De ontwikkelcommissies hebben eind april hun werk afgerond.

Implementatie modernisering so In het najaar van 2018 startte het traject voor de implementatie van de modernisering so. In een eerste fase werden scholengemeenschappen en scholen begeleid bij hun beleidsmatige aanpak van de modernisering en de mogelijke organisatorische wijzigingen die daarmee gepaard gaan. Na de beleidssessies voor coördinerend directeurs, directeurs en coördinatoren eerste graad was er in de periode februarimei 2019 een aanbod voor leraren aan specifieke vaksessies die regionaal of in Brussel georganiseerd werden. Tijdens deze algemene sessies maakten de leraren kennis met het nieuwe leerplanconcept en de plaats van vak(ken) daarin, de inhoudelijke en transversale eindtermen en een ontwerpversie van de digitale didactische ondersteuningstool (didactisch cahier) met al zijn mogelijkheden. In totaal vonden er 114 reeksen (afzonderlijke opleidingen binnen om het even welke competentie) plaats met 3073 deelnemers. De sessies werden ook in digitale vorm ter beschikking gesteld. Wat het implementeren van de modernisering so betreft, kiest het GO! voor de digitale weg. Er werd een ‘medewerker innovatief curriculum’ aangeworven die zich verdiepte in de samenwerking en het ICT-gebruik van de scholengroepen, het ‘herdenken’ van het concept ‘lessentabel’ en een eerste ontwerp voor een digitaal cahier. Om de leraren maximaal te ondersteunen zijn in het voorjaar van 2019 leraren, pedagogisch begeleiders en experten uit het hoger onderwijs samengebracht in schrijfgroepen. Voor elke eindterm maken zij een didactische fiche met een inhoudelijke toelichting, pedagogisch-didactische wenken, horizontale en verticale verbanden en tips om te evalueren en differentiëren. Deze fiches worden, naast andere ondersteunende teksten, opgenomen in het digitale cahier. Met de start van de modernisering van het secundair onderwijs op 1 september 2019 zette het GO! zijn ondersteuning voort met een complementair aanbod aan leerplanimplementatie, lerende netwerken en begeleiding op het niveau van scholen en scholengemeenschappen. Op die manier ondersteunden we, net zoals het schooljaar 2018-2019, directeurs en leraren gelijktijdig en gelijkgericht.

13


Š ID/ Lieven Van Assche

In het najaar 2019 stonden opnieuw sessies sleutelcompetentiegerichte leerplanimplementatie voor leraren op het programma. Tijdens deze verdiepende en interactieve sessies lag de focus op de evaluatie van de nieuwe eindtermen, concreet op de verkenning van manieren om ze kwaliteitsvol te evalueren. Leraren kregen er een antwoord op de vraag hoe je je opdrachten kan afstemmen op de beheersingsniveaus in de eindtermen en hoe je een gepaste evaluatie kan vormgeven. Hierbij was er ook aandacht voor de evaluatie van de transversale eindtermen en waar van toepassing voor de basisgeletterdheid. Deze sessies voor leraren werden gekoppeld aan een traject op het niveau van de scholengemeenschap of trajecten op het niveau van de school. Ook deze beleidsmatige ondersteuning stond in het teken van evaluatie en rapportering. Bovenop de implementatiesessies konden voor bepaalde sleutelcompetenties leraren elkaar ontmoeten in netwerken waarin ze expertise, inzichten en materialen uitwisselen. Enkele van deze netwerken fungeren als een ontwikkelgroep waarin producten worden uitgewerkt in functie van verspreiding in het onderwijsveld.

De ontwikkeling van de GO! navigator In 2019 ontwikkelde het GO! samen met Smartschool de GO! navigator, een digitale ondersteuningstool voor scholen en leerkrachten bij het aanmaken en aanbieden van leerplannen en didactische cahiers en voor het opstellen van een schooleigen curriculum. De informatie is vlot toegankelijk en gekoppeld aan de werking in Smartschool (zoals de jaarplanner en de agenda). De GO! navigator omvat: - en online gegevensdatabank, met een zeer breed gamma aan ondersteunende achtergronden, informatie en materialen - de mogelijkheid om het overzicht te bewaren van wie wat realiseert voor de school - leerplannen worden dynamisch en functioneel voor zowel de scholen als de leerkrachten Sinds mei 2019 hebben alle scholen secundair onderwijs die een eerste graad secundair onderwijs inrichten en alle leerkrachten die in de eerste graad lesgeven toegang tot de GO! navigator.

Schaalvergroting volwassenenonderwijs De afdeling OOP bood ondersteuning aan de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s) in het kader van de nakende schaalvergroting. Verschillende fusieprocessen in het volwassenenonderwijs werden gefaciliteerd en overnamegesprekken werden voorbereid en uitgevoerd, ook met andere onderwijsverstrekkers. De herstructureringen in het volwassenenonderwijs naar aanleiding van de

14


nieuwe rationalisatienormen gingen gepaard met een aantal netoverschrijdende overnames, die ook gefaciliteerd werden door de afdeling. Net zoals in 2018 werd de opvolging van het geheel van de herstructureringen (deels) ingebed in de bestaande regionale GO! samenwerkingsplatformen volwassenenonderwijs en ging de opvolging gepaard met uiteenlopende vormen van toelichting en overleg. Er werden overlegvergaderingen bijgewoond door technici, toelichtingen gegeven op personeelsvergaderingen van CVO’s die werden overgenomen, voorbereidende vergaderingen bij overnames en fusies ondersteund, simulaties gemaakt, sjablonen ter beschikking gesteld, enzoverder. Voor- en nadelen van verschillende opties werden in kaart gebracht waarbij de afdeling zich steevast inzette voor de beste oplossing voor het GO!. Adviseren, samenwerken, overtuigen en conflicthantering zijn voor de betrokken collega’s hiervoor de uitgangspunten. Om die fusie- en overlegprocessen te faciliteren werden specifieke tools ontwikkeld, die ook in 2019 verder werden ingezet. Wat het personeelsluik betreft, ging bijzondere aandacht naar de instellingen met hbo/SLO (hoger beroepsonderwijs/Specifieke Lerarenopleiding). In die instellingen is de personeelssituatie nog een stuk complexer door de overdracht op 1 september 2019 van het hbo en de lerarenopleiding naar het hoger onderwijs. In het kader van de financieringsparameter ‘grootte van het samenwerkingsverband van meerdere centra’ sensibiliseerde en mobiliseerde de afdeling ook de betrokken scholengroepen en raden van bestuur om uiterlijk op 31 december 2019 een samenwerkingsakkoord af te sluiten. De visie van de Raad van het GO! op een gegarandeerd aanbod volwassenenonderwijs resulteerde in het in kaart brengen van een aantal witte vlekken in een weliswaar nog instabiel landschap. In 2019 lag de focus hiervoor op het verwerven van bijkomende onderwijsbevoegdheid en het ondersteunen van relevante programmatieaanvragen. De afdeling sensibiliseerde regionaal door programmatieaanvragen systematisch te berde te brengen en te bespreken op de regionale overlegplatformen en de samenwerkingsverbanden volwassenenonderwijs, alsook door aan te sturen op regionaal of lokaal overleg met of binnen het officieel onderwijs.

Visitatie PBD / POC In maart 2019 ontving de PBD-GO! het definitieve rapport van de visitatie door de Commissie Monard die plaatsvond in februari 2018. Dit rapport werd in eerste instantie PBD-intern gedeeld via de coördinatievergadering en de PBD-nieuwsbrief. Vervolgens werd dit rapport ook gedeeld binnen het net, via de directieraad (DIRA), de Raad van het GO! en de Coördinatieraad van algemeen directeurs (CORA). Naar aanleiding van dit rapport werd binnen de PBD-GO! in alle transparantie een proces van reflectie en actie opgestart en besproken. Er werden voor de verschillende thema’s uit het visitatierapport werkgroepen opgericht om gericht en op een breed gedragen wijze aan de slag te gaan met de aanbevelingen van de Commissie Monard: - Professionalisering en personeelsbeleid - School en vak / PI-VT (professionaliseringsinitiatieven en veranderingstrajecten) - Begeleiden tot op de werkvloer - IKZ (integrale kwaliteitszorg) en effectmeting - Innoveren

15


Deze werkgroepen werden, na bevraging van de medewerkers, teamoverschrijdend samengesteld. De coördinatie werd opgenomen door hoofdadviseurs van de PBD-staf. De werkgroepen zullen in het schooljaar 2019-2020 verder aan de slag gaan met de geleverde input. Daarnaast werden de gezamenlijke aandachtspunten ook besproken in de samenwerking met de andere pedagogische begeleidingsdiensten. Het rapport werd eveneens bezorgd aan de directieraad, de Raad GO!, de Coördinatieraad van Algemeen Directeurs (Co-RA) en de CLB-directeurs. De aanbevelingen worden geïntegreerd in de nieuwe beleidsplannen.

Decreet leerlingenbegeleiding De implementatie van het nieuwe decreet leerlingenbegeleiding startte in het schooljaar 2018-2019. De permanente ondersteuningscel voor leerlingenbegeleiding, POC CLB GO! anticipeerde hierop door samen met de CLB’s van het GO! een professionaliseringsaanbod te ontwikkelen dat de CLB-medewerkers en de CLB’s ondersteunt om het decreet handen en voeten te geven en op die manier een kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding uit te bouwen. Het decreet leerlingenbegeleiding beschrijft voor de CLB’s de nieuwe kernactiviteiten signaalfunctie, consultatieve leerlingenbegeleiding en handelingsgericht advies (te onderscheiden van het advies dat voortvloeit uit een handelingsgericht diagnostisch traject). De POC en PBD-CLB ontwikkelden een visie én operationalisering op de genoemde kernprocessen, in wisselwerking, met betrokkenheid van de directeurs van de CLB’s van het GO! en met aftoetsen bij collega’s van de andere centrumnetten. Om zeker te zijn dat de uitgewerkte standpunten en voorstellen overeenstemmen met de bedoelingen van de regelgever werd overleg gepleegd met de CLB-inspectie. De inspectie onderschreef de voorstellen als zeer relevant en liet er zich bij het opstellen van een raamwerk-doorlichting door inspireren. Het decreet leerlingenbegeleiding, dat in werking trad op 1 september 2018, bracht een schaalvergroting voor de CLB’s met zich mee met als uiterlijke ingangsdatum 1 september 2019. Binnen deze beweging fuseerden 8 CLB’s tot 4 CLB’s. CLB’s konden voor de ondersteuning een beroep doen op OOP, POC en PBD. Vanuit OOP werd administratieve en juridische ondersteuning geboden aan de hand van draaiboeken, modelovereenkomsten en procesmatrixen. Aan de centra werd ondersteuning op maat aangeboden voor de gevolgen van de herstructureringsgolf op het personeel. Vanuit de POC en PBDCLB werd door middel van verandertrajecten ingezet op lokale ondersteuning op maat gefocust op het centrumbeleid en de centrumorganisatie.

Actief burgerschap De PBD-GO! werkte een volwaardige leerlijn Actief Burgerschap uit en de implementatie ervan werd voorbereid. De nieuwe eindtermen voor burgerschap kregen vorm: een concordantie tussen de leerlijn Actief Burgerschap en de eindtermen ‘Burgerschap’. Ook werden didactische fiches gemaakt bij elk van de eindtermen ‘Burgerschap’. Verder werd ook een professionaliseringstraject uitgestippeld, specifiek gericht op leerkrachten die binnen de eerste graad van het so het vak ‘Burgerschap’ zullen geven. De burgerschapsbooster werd herwerkt en integraal afgestemd op de leerlijn. Er werd een monografie ‘Groeien in actief burgerschap: Samen leren samenleven’ uitgegeven.

16


30 jaar GO! en Dag van de actieve burger Dertig jaar geleden droeg de Vlaamse Gemeenschap zijn gemeenschapsonderwijs over aan een autonoom orgaan, vandaag gekend als GO!. Sedert dat ontstaan geven duizenden GO! professionals het beste van zichzelf om het pedagogisch project van het GO! (PPGO!) waar te maken: kwaliteitsvol en bijdetijds onderwijs bieden, waarbij élk talent telt en gelijke onderwijskansen voorop staan, én jongeren ontwikkelen tot respectvolle actieve burgers in een superdiverse samenleving. Naar aanleiding van het dertigjarig bestaan werden scholen mee aangemoedigd om de waarden en het PPGO! nog sterker in beeld te brengen. Een heel schooljaar lang organiseerden scholen hierrond allerlei pedagogische activiteiten. Met als orgelpunt de eerste Dag van de Actieve Burger op 3 april waarmee 12.000 leerlingen actief burgerschap in de kijker zetten. Een groots feest op 3 mei, met meer dan 11.000 leerlingen, was het slotmomentum van het 30e jubileum. Leerlingen genoten van een onvergetelijke show in het teken van talent en verbondenheid. Op het podium schitterden GO! leerlingen en oud-leerlingen, maar ook achter de schermen staken ze de handen uit de mouwen. Het GO! gaf letterlijk een ‘podium’ aan de breedte van de talenten die in het GO! onderwijs gevormd worden. De schijnwerpers stonden enerzijds op het kwalitatieve onderwijs dat leerlingen laat ontplooien vanuit hun interesse. En anderzijds op de verbondenheid vanuit de waarden en het pedagogisch project, die van het GO! een sterk net maken. Het feest vertrok vanuit de waarden die het GO! sterk vooropstelt. Het hele programma werd opgebouwd rond verbinding, rond talenten en rond samenwerken aan een respectvolle samenleving. Het grote enthousiasme voor het feest toonde de netbrede gedragenheid van het ‘samen leren’ en het ‘samen leren samenleven’.

17


Afronden integraalplannen Tussen 2014 en 2019 werd voor alle 26 scholengroepen door een multidisciplinair team een integraalplan opgesteld. Een integraalplan is een beleidsinstrument met een toekomstvisie op patrimonium en onderwijsaanbod. In 2019 werden de integraalplannen voor scholengroepen 3, 11, 13, 18, 21, 23 en 24 opgeleverd. Elke scholengroep beschikt nu over een integraalplan. Het infrastructuurbeleid transformeerde de afgelopen vijf jaar ingrijpend: een facilitair management informatiesysteem (FMIS) werd in gebruik genomen, alle gebouwen en domeinen werden opgemeten, de gebouwkenmerken van alle gebouwen werden op een uniforme manier gemonitord, een visietekst met toekomstplan werd uitgeschreven, een datagedreven beleid kreeg vorm, indicatieve strategielabels werden opgemaakt, de samenwerking tussen de centrale diensten en de scholengroepen werd versterkt, enzovoort. Dit veranderproces had ook impact op de integraalplannen en is weerspiegeld in de uniforme aanpak van de laatste reeks integraalplannen. In functie van de selectie van nieuwe grote bouwprojecten was het belangrijk om de output van alle integraalplannen vergelijkbaar te maken. In 2019 werd hiervoor een kader ontwikkeld. In september 2019 werd gestart met het actualiseren van de output van de integraalplannen. Met de data uit het project ‘Monitoring vastgoedkenmerken’ en de output van de integraalplannen zal het GO! doordacht, objectief en strategisch kunnen kiezen welke projecten worden uitgevoerd.

18


2. Ondersteuning en dienstverlening aan het onderwijsveld De reguliere werking van de centrale diensten bestaat uit drie elementen: belangenbehartiging, beleidsvoorbereiding en dienstverlening. Deze drie terreinen zijn niet strikt afgebakend en versterken elkaar. De belangenbehartiging gebeurt mét het beleidsvoorbereidend werk of ligt er in het onmiddellijke verlengde van. Het resultaat wordt vertaald naar het ondersteuningsaanbod voor instellingen en scholengroepen. Tijdens die ondersteuning worden nieuwe signalen opgevangen en in acht genomen bij de belangenbehartiging en beleidsvoorbereiding.

Belangenbehartiging Medewerkers van de centrale diensten vertegenwoordigen en verdedigen de belangen van het GO! bij de overheid, vakbonden en tal van advies-, overleg- en onderhandelingsfora zoals het sectorcomité X en de Vlaamse Onderwijsraad met haar verschillende (deel)raden, commissies en werkgroepen. Die vertegenwoordiging vraagt een grondige voorbereiding en degelijke opvolging van de regelgeving, het onderwijsbeleid en maatschappelijke trends. Ontwerpregelgeving wordt kritisch geanalyseerd en van commentaar en opmerkingen voorzien, onder andere door het schrijven van amendementen en protocolbijdragen. De centrale diensten houden constant de vinger aan de pols in het veld en verzamelen relevante info. Zo leverde de afdeling Onderwijsorganisatie en –personeel in 2019 leden voor de Kamer en het College van Beroep (beroepsinstanties voor het onderwijspersoneel), voor de Vlaamse reaffectatiecommissie en voor het ‘informeel middagoverleg’. Tijdens dat middagoverleg communiceert de administratieve overheid voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs informeel over de toepassing van regelgeving. In de planificatiecommissie secundair onderwijs (voltijds gewoon secundair onderwijs inclusief duale structuuronderdelen en secundair volwassenenonderwijs) worden de programmatieaanvragen door het GO!, OVSG en POV vooraf besproken, met het oog op een gezamenlijk standpunt in de Vlor. Het GO! werd verder ook vertegenwoordigd in het Vlaams NT2-overleg, het periodiek NT2-overleg met AHOVOKS, de klankbordgroep DAVINCI, de rondetafelconferentie voor het deeltijds kunstonderwijs, het overleg Onderwijs-Welzijn, het overleg met de sociale partners in het kader van de (mogelijke) opmaak van een Plan Internaten, de kabinetswerkgroepen overdracht van het hbo/SLO en contractueel MVD-personeel en bij diverse overlegmomenten met externe partners die een rol spelen in de preventieve gezondheidszorg op school (zoals Sport Vlaanderen, Stichting Vlaamse Schoolsport, Rode Kruis Vlaanderen, Sensoa, het Vlaams Instituut Gezond Leven,…).

Samenwerking met bedrijfswereld Er werd in 2019 fors ingezet op het werven van nieuwe partners, en lopende samenwerkingsprojecten werden verder verankerd en uitgebreid naar meer scholen en leerkrachten. Naast deze overeenkomsten werd er ook fors ingezet op het werven van partnerbedrijven voor leerwerkplekken duaal leren en leren en werken voor zowel onze voltijdse als deeltijdse scholen. Het GO! wil daarmee leerlingen de kans geven om de aangeleerde theorie praktisch toe te passen in een reële werkomgeving en zo (werk)ervaring op te doen (cf. werkplekleren, duaal leren). Anderzijds wil het GO! ook leerkrachten de kans geven om via bedrijfsstages de (nieuwe) ontwikkelingen op het terrein te volgen en hen zo te versterken in hun job. Het GO! engageert zich in het Logistiek Platform Vlaams-Brabant, zodat leerlingen in contact komen met deze sector (logistiek), realistische werkervaringen kunnen opdoen en inzicht krijgen in de vereiste competenties.

19


Daarnaast heeft het GO! momenteel nog samenwerkingen lopen voor het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hbo5. Er zijn verder ook partnerschappen met sectoren, belangenorganisaties, organisaties actief op de arbeidsmarkt of op het raakpunt tussen arbeidsmarkt en onderwijs en met de regionale technologische centra. Al deze samenwerkingen werden intern gemonitord en verder ontwikkeld waar het kon.

Duaal leren De afdeling OOP en de pedagogische begeleidingsdiensten werkten nauw samen in het dossier ‘duaal leren’ en overlegden met diverse partners (Vlaams Partnerschap Duaal Leren, AHOVOKS, kabinet Onderwijs, Departement Onderwijs, Syntra Vlaanderen, sectorale partnerschappen,…) om de voortgang van de proeftuin ‘Schoolbank op de werkplek’ te bewaken en om verder invulling te geven aan de organieke verankering van duaal leren vanaf 1 september 2019. Aansluitend daarbij werden infosessies georganiseerd voor directies, codi’s, CLB-netwerken, scholengemeenschappen,… Het GO! werd vertegenwoordigd op verschillende overlegfora met betrekking tot duaal leren, zoals het netoverschrijdende informeel koepeloverleg dbso/duaal leren en zowel het Vlaamse partnerschap als de onderliggende sectorale partnerschappen. Op geregelde tijdstippen vond overleg plaats met Syntra Vlaanderen, dat in 2019 nog de regie had over de werkplekcomponent. Het GO! was vertegenwoordigd op externe studiedagen en in stuurgroepen, discussiefora, overlegplatforms en vergaderingen met de betrokken partners op het snijpunt onderwijs-arbeidsmarkt. Specifiek voor het duaal leren binnen het volwassenenonderwijs vertegenwoordigde de afdeling OOP het GO! op het overlegplatform duaal leren binnen de Vlor (met onder meer SERV, VOKA en Unizo) en binnen het lerend netwerk duaal leren waar de toegekende ESF-proefprojecten binnen het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs worden opgevolgd.

© ID/ Lieven Van Assche

20


Beleidsvoorbereiding Ook bij de voorbereiding van het eigen GO! beleid werken de centrale diensten nauw samen. Afhankelijk van de thematiek lag de rol van trekker bij de afdeling Beleid en Strategie, de afdeling OOP of de pedagogische begeleidingsdiensten van het GO!. In 2019 resulteerde dit onder andere in de opmaak van een nieuw strategisch plan en een memorandum en eisencahier 2019-2024 (zie eerder).

Ondersteuning en dienstverlening aan scholen(groepen) De afdeling OOP ondersteunt voortdurend scholen en scholengroepen door antwoord te geven op tal van vragen rond aspecten van de onderwijsorganisatie of personeelskwesties. Daarnaast wordt ook ingezet op proactieve ondersteuning aan de hand van onder andere modellen voor school-, centrum- en arbeidsreglementen, uitgewerkte standaardprocedures, convenanten, contactdagen, enzoverder. De afdeling streeft ernaar minder individuele en meer structurele ondersteuning te bieden, aan de hand van modellen, procedures, aanbevelingen, draaiboeken, webtoepassingen en dergelijke waarmee instellingen en scholengroepen zelf aan de slag kunnen. In dat kader werden in 2019 bestaande draaiboeken en handleidingen geactualiseerd en werden er nieuwe ontwikkeld. Toch blijft begeleiding op maat een belangrijk deel van het aanbod, bijvoorbeeld bij herstructureringen, herprofileringen en programmaties, keuzes in studieaanbod, analyse van blinde vlekken en het aanleveren van arbeidsmarktanalyses. Verder zette de afdeling met het lerend netwerk HR (waarin ook elke scholengroep vertegenwoordigd is) in op de versterking van het HR-beleid in de scholengroepen aan de hand van vormingen, intervisie, expertise-uitwisseling, enzoverder. Ook werden in het kader van het vormingsfonds MVD-personeel onder andere diverse opleidingen ‘vakbekwaamheid buschauffeurs’ ingericht, evenals opleidingen BA4, ‘werken op hoogte’ en ‘asbestverwijdering via eenvoudige handelingen’. Op vraag van de scholengroepen worden ook geregeld gezamenlijke onderhandelingen gevoerd voor alle scholengroepen samen over dié personeelszaken waarvoor alle scholengroepen eenzelfde beslissing beogen. De afdeling OOP neemt in elk overnamedossier de coördinerende rol op binnen de centrale diensten ter ondersteuning van het betrokken schoolbestuur en stelt daartoe de nodige documenten zoals een draaiboek ter beschikking. Het volledige overnametraject wordt multidisciplinair ondersteund om tot een allesomvattend kader en overnameprotocol te komen. Samen met de PBD-GO! gaf de afdeling OOP mee vorm aan de opleidingen voor selectie- en bevorderingsambten waaraan het vormingsattest gekoppeld is. De vragen over onderwijsorganisatie en -personeel werden ook in 2019 opgesteld door de teams van de afdeling. Dit vraagt om regelmatig overleg met de projectverantwoordelijken en het uitwisselen van feedback met de praktijkbegeleiders. In ondersteuning van deze opleidingstrajecten wordt veel tijd en energie gestoken maar de respons en appreciatie van de deelnemers is steeds zeer positief.

Financiële en technologische ondersteuning De afdeling Organisatieondersteuning hielp de scholengroepen op het vlak van financiën en ICT. De financiële diensten van de scholengroepen worden bijgestaan in het gebruik van het algemene GO! boekhoudsysteem, de toepassing van de

21


wetgeving ter zake, boekingsschema’s en algemene en specifieke boekhoudprincipes, en bij het opstellen van de (meerjaren) begroting en rapporteringen (semester- en jaarrekeningen). De boekhouding van de scholen(groepen) wordt nagekeken door de GO! verificatiedienst, ter voorbereiding van het jaarlijkse nazicht door het College van Accountants. De verificateurs adviseren de financieel verantwoordelijken van de scholen(groepen) ook in verband met het financiële en materiële beheer en houden geregeld themacontroles rond diverse financiële aspecten. In 2019 werden na een risicoanalyse voor het eerst minimale standaarden inzake risicobeheersing binnen de organisatie geïmplementeerd. Deze zullen in 2020 worden geëvalueerd op hun doeltreffendheid en effectiviteit.

Pedagogische begeleiding (PBD-GO!) Conform het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs rapporteert de PBD-GO! jaarlijks in november met zijn jaarverslag aan de overheid over het voorbije schooljaar. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen we graag naar dit rapport.

Begeleidingsovereenkomsten Ook in het schooljaar 2018-2019 werden er begeleidingsovereenkomsten afgesloten met de scholengroepen, waarin het geheel van door de PBD-GO! en het mesoniveau aangegane engagementen ter ondersteuning van de respectievelijke scholen, centra en internaten werd vastgelegd. Ze bieden een stevige stap in een gedeeld streven naar effectiviteit door het gezamenlijk formuleren van te behalen doelstellingen, resultaten en effecten.

Ondersteuningsaanbod Met het geheel van zijn ondersteuningsaanbod wist de PBD-GO! in het voorbije schooljaar binnen het net een maximale dekking te realiseren. Dit zowel op vlak van gelopen begeleidingstrajecten vanuit het 3BP-aanbod (driejaarlijks begeleidingsplan) die opgenomen zijn in een begeleidingsovereenkomst, als wat betreft de flankerende professionaliseringsinitiatieven (individueel en op maat). In het schooljaar 2018-2019 liepen er 847 volwaardige begeleidingstrajecten. 101 van deze trajecten liepen op een overkoepelend scholengroepniveau, verspreid over alle 26 scholengroepen van het net. Op deze manier, onder meer via de methodiek van de lerende netwerken, werden telkens alle scholen benaderd die onder de scholengroep of de scholengemeenschap ressorteren. Dit zorgt niet alleen voor een grote efficiëntie vanuit het perspectief van de begeleidingsdienst maar ook voor een sterke strategische gelijkgerichtheid op mesoniveau. Naast de overkoepelende trajecten op scholengroepniveau werd een groot aantal trajecten gelopen in individuele scholen. Via deze trajecten bereikten we het voorbije schooljaar 499 individuele scholen en 10 internaten. Ook met het flankerend professionaliseringsaanbod (individueel en op maat) kenden we een maximale dekking van het net.Er werden 416 nascholingen georganiseerd vanuit onze centrale diensten (flankerend individueel aanbod). Dit was goed voor een totaal van 1047 sessies van een half dagdeel. In totaal bereikten we via deze nascholingsinitiatieven 7459 deelnemers uit de verschillende scholengroepen. Daarnaast werden er in totaal 245 opleidingen op maat georganiseerd, binnen de 26 verschillende scholengroepen. Dit was goed voor een totaal van 423 sessies van een half dagdeel. In totaal bereikten we via deze opleidingen op maat 5171 deelnemers in de verschillende scholengroepen. Het totale bereik van het nascholingsaanbod bedroeg dus 661 nascholingen, goed voor 1470 sessies van een half dagdeel en een bereik van 12.630 deelnemers.

22


Globale verdeling over de verschillende focussen van het 3BP-aanbod In het driejaarlijks begeleidingsplan van de PBD-GO! werden er 3 focussen bepaald binnen de aanbodgerichte werking, met name curriculum, schoolbeleid en specifieke doelgroepen. Binnen elk van deze focussen worden specifieke professionaliseringsinitiatieven en veranderingstrajecten aangeboden. Als we voor het hele net kijken naar de verhouding van de 3BP-aanbodgerichte begeleidingstrajecten die via de regionale clusters opgenomen worden, zien we een globale verhouding van 55% trajecten die onder schoolbeleid vallen, 36% onder curriculum en 9% onder specifieke doelgroepen. Als we dit bekijken voor basis- en secundair onderwijs apart: - Basisonderwijs: grootste aandeel binnen de focus curriculum (61%) - Secundair onderwijs: grootste aandeel binnen de focus schoolbeleid (75%) Terwijl de focus op curriculum zich in 2019 vooral toespitste op het basisonderwijs, lag de focus in het secundair onderwijs op de modernisering so door de scholen(groepen). Dit zowel op het vlak van (beleids-)implementatie als op het vlak van leiderschap.

Beleid rond externe samenwerking De PBD-GO! investeerde sterk in een proactief en structureel samenwerkingsbeleid. Deze investering gebeurde onder meer door de aanwerving van een projectfondsenwerver. Er werd gekozen voor een tweezijdige focus: - samenwerking met het hoger onderwijs - samenwerking door middel van externe (internationale) projectfinanciering Het ontwikkelde beleid rond externe samenwerking moet in de eerste plaats garanderen dat aangegane partnerschappen en projecten maximaal en duurzaam verankerd worden in onze werking en zo echt impact genereren tot in de ondersteuningsof schoolpraktijk. Het beleid bewaakt ook dat opgezette partnerschappen altijd passen binnen de GO! visies en strategische doelstellingen. We evolueren naar een proactieve aanpak waarbij we zelf gericht op zoek gaan naar partnerschappen die bijdragen aan de verwezenlijking van onze strategische doelstellingen en de prioritaire doelstellingen uit het 3BP, het verruimen van onze expertise en het formuleren van antwoorden op actuele noden. Het beleid rond externe samenwerkingen en het bijbehorend instrumentarium staan omschreven in het kwaliteitshandboek van de PBD-GO. Samenwerking: 1. met partners in het brede onderwijsveld: - de andere begeleidingsdiensten - het hoger onderwijs en de kennisinstellingen: • samenwerking in het kader van de kwaliteitsdriehoek school – lerarenopleiding – PBD-GO! • intermediair en strategisch partnerschap bij wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek • vertegenwoordiging in de verschillende opvolgingsgroepen van het Steunpunt voor Onderwijsonderzoek (SONO) met daarin voornamelijk een kritisch-reflectieve rol. Maar de PBD-GO! gebruikt de resultaten van de SONO-onderzoeken ook om de eigen werking ten aanzien van haar werkveld te onderbouwen.

23


© ID/ Lieven Van Assche

2. met partners buiten het onderwijs: - uitwisseling en samenwerking met bv. het netwerk tegen armoede, de VDAB, Innerlink, de verschillende beroepssectoren, de verschillende levensbeschouwelijke instanties en maatschappelijk georiënteerde organisaties als Kazerne Dossin - een eigen publicatiefonds, met de externe partner Politeia

Innovatie en internationale samenwerking in de praktijk De PBD-GO! heeft de voorbije jaren via de methodiek ‘service design’ samen met leerlingen en leerkrachten gewerkt aan een leerplatform dat gepersonaliseerd samen leren ondersteunt, dit vanuit vier invalshoeken: coteaching, doelgericht evalueren, flexibel leren en projectgericht werken. Dit resulteerde in het GO! IXZO-platform dat in 2019 werd getest. Het GO! nam ook in 2019 deel aan andere (internationale) samenwerkingsprojecten zoals bijvoorbeeld: Erasmus+ KA1 project Gepersonaliseerd Samen Leren, Erasmus+ KA3 ATS-STEM project, de GO! Klimaatmobiel, OTT (Ontdek Techniek Talent), Prof.Dual., PNP ‘Ontwikkeling ondersteuningsteams’ TOP-Competent, Columbus, FIER-project, Fedasil.

De Permanente ondersteuningscel voor de CLB’s (POC) De werking van de POC CLB GO! (verder: POC) is via meerdere decreten verankerd. Het decreet leerlingenbegeleiding stelt dat de permanente ondersteuningscellen instaan voor ondersteuning van de ontwikkeling van de CLB’s als professionele organisaties. Hun opdracht is verder ingeschreven in het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs 08/05/09 (BS 28/08/09). Er wordt jaarlijks een verslag opgemaakt van de werkzaamheden.

Professionaliseringsinitiatieven Er werden 45 verschillende professionaliseringsinitiatieven (PI’s) aangeboden waarmee 541 CLB-medewerkers werden bereikt. Met een deelname van 541 unieke CLB-personeelsleden betekent dit een bereik van 64 %, wat een toename is vergeleken met vorig schooljaar (was toen 50%). Sommige PI’s bestaan uit meerdere sessies (= meerdere bijeenkomsten) zodat er in totaal 110 sessies plaatsvonden. Hiervan zijn er 24 sessies (ofwel twee reeksen) specifiek voor starters in de CLB-werking. Door de hoge instroom van nieuwe collega’s werden enkele themadagen zelfs tot 3 keer toe aangeboden. Rekening houdend met 36 werkweken op een schooljaar betekent dit dat er gemiddeld 3 à 4 sessies (vormingsdagen) per week werden georganiseerd. In totaal werden er 1691 deelnamen genoteerd voor het volledige aanbod.

24


De POC organiseerde verschillende lerende netwerk- en informatieplatformen (waar methodieken van een lerend netwerk met een vast moment van informatieuitwisseling over nieuwe regelgeving en toepassing ervan in de CLB-praktijk werden gecombineerd).

Verandertrajecten Er was een sterke toename van het aantal begeleidingen op maat in centra, verzorgd door de POC, in samenspraak en samenwerking met de PBD-CLB. Op het toenmalige aantal van 23 CLB’s van het GO! werd een vorm van ondersteuning en begeleiding aangeboden in 16 centra. Als begeleidingsactiviteiten worden genoteerd: een intakegesprek, overleg met directie of coördinatoren, deelname aan teamoverleg, feedbackgesprekken, revisie van documenten zoals beleids- en kwaliteitsplannen, actieve deelname aan personeelsvergaderingen, workshops, intervisie en reflectiemomenten met de CLB-medewerkers.

Beleidsvoorbereidend werk Er wordt beleidsondersteunend gewerkt op diverse niveaus en fora. Enkele concrete voorbeelden: - De POC werkt actief mee aan de ISC-werkgroep preventieve gezondheidszorg. In het eerste werkjaar werd er samengewerkt aan een overzicht en stappenplan bij het organiseren van de systematische contacten, met bijzondere aandacht voor de organisatie van het nieuwe kleuterconsult met ouders. - De POC werkt binnen de ISC-werkgroep M aan richtlijnen die de implementatie van het M-decreet faciliteren. - De POC werkt binnen de ISC-werkgroep persoonsvolgende financiering (PVF) en zorgtoeslag aan de verkenning en uitwerking van een implementatietraject. - De POC is actief lid van het internettenplatform Beroepsgeheim en Decreet Rechtpositie van de Minderjarige. Daar worden visie en standpunten overeengekomen en materialen ontwikkeld.

Netoverstijgende samenwerking CLBch@t. Tijdens het schooljaar 2018-2019 ontving de CLB-sector voor het tweede schooljaar op rij een subsidie ter ondersteuning van het netoverstijgende project CLBch@t. De subsidies voor dit project worden toegekend aan de POC GO!. Met deze middelen wordt een coördinatieteam, bestaande uit 1,75 fulltime equivalenten, aangesteld. Meer dan 150 CLBmedewerkers (van alle netten) zijn actief als CLBch@tter. Zij voerden in 2018-2019 5.465 gesprekken: een toename van 25 % tegenover het voorgaande schooljaar. Het coördinatieteam kan op logistieke en administratieve ondersteuning rekenen vanuit het POC. Het POC neemt hiernaast ook deel aan de Stuurgroep CLBch@t. www.clbchat.be De POC neemt, in samenwerking met Vrij CLB netwerk, de projectcoördinatie en ICT-ondersteuning op van Onderwijskiezer, een online informatieplatform voor ouders en leerlingen die op zoek zijn naar volledige en objectieve informatie over het onderwijslandschap in Vlaanderen. De POC neemt deel aan de ‘Kerngroep Onderwijskiezer’. Het succes van Onderwijskiezer blijkt uit de meer dan 2.054.842 bezoekers tijdens het schooljaar 18-19. Als bezoekers geen antwoord op hun vraag vinden via de website, kunnen zij een vraag stellen aan het Onderwijskiezer-team via de onlinevraagmodule. Zo werden er in totaal 1.335 vragen gesteld, waarvan 231 tijdens de zomermaanden juli en augustus. Ook tijdens de zomervakantie garandeert het Onderwijskiezer-team een antwoord op gestelde vragen binnen de 3 dagen. Onderwijskiezer biedt ook heel wat onlinetesten aan die bezoekers helpen om hun interesses of studiehouding te ontdekken. De onlinezelftesten werden inmiddels 1.541.621 keer ingevuld. www.onderwijskiezer.be De POC zetelt in de stuurgroepen van verschillende netoverstijgende projecten: stuurgroep LARS, stuurgroep CLBch@t en Kerngroep Onderwijskiezer. De POC vertegenwoordigde de CLB’s netoverstijgend in het raadgevend comité jongerenwelzijn.

25


Toekomstvisie In het licht van het nieuw decennium werkte de POC aan haar toekomstvisie en stelde ze haar waarden scherp om haar kernopdrachten ten aanzien van de CLB’s te realiseren. Het POC-team definieerde haar ‘poolstervisie’ samen met de collega’s van de PBD CLB. De dienstverlening aan de CLB’s in functie van het realiseren van kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding was het uitgangspunt. Deze visie komt overeen met de poolstervisies van het GO! en de CLB’s van het GO!. ‘De POC als dé inspirerende en innoverende referentie in de lerende community van het GO! CLB’. Dat is ons engagement. In het licht van deze visie wordt verder onderzocht wat dit betekent voor de kernopdrachten van de POC en haar intern organisatiebeleid. Vervolgens worden resultaat- en effectindicatoren gedefinieerd. Hiernaast (her)definieerde het POC de waarden die ze centraal stelt in haar werking. De volgende waarden werden daarbij gekozen als basiswaarden: - Transparant - Authentiek - Verbindend - Op maat - Duurzaam - Constructief kritisch Het proces richting de vernieuwde poolstervisie en waarden kwam op participatieve wijze tot stand. De verschillende teams werden betrokken bij de totstandkoming en verdere uitwerking van de visie. Vervolgens werd, afhankelijk van de concrete expertise of interesse, verdergewerkt binnen thematische werkgroepen.

26


Samenwerking PBD-GO! en POC CLB GO! De uitbouw van deze samenwerking ging van start in 2010. Dit gebeurde vanuit de gedeelde missie om professionals en hun instellingen te ondersteunen bij hun ontwikkeling. Gaandeweg kreeg deze samenwerking een steeds meer geïntegreerd en structureel karakter en momenteel situeert die zich zowel op het beleidsniveau als op de werkvloer. De directeur van de POC participeert structureel en als volwaardige beleidsbepaler aan de stafvergaderingen van de PBD-GO!, met als doel zowel structureel-organisatorisch als inhoudelijk een efficiënt en coherent beleid te voeren. Doordat het POC-team bijkomend actief deelneemt aan de meerdaagse seminaries van het beleidsteam van de PBD-GO!, krijgen beide organisaties meer en meer zicht op elkaars expertise, competenties en denkkaders. Beide organisaties ondergaan sinds enkele jaren ook samen een proces van structurele optimalisering. Hierdoor wordt ook de samenwerking intenser. Ook op de werkvloer wordt op diverse vlakken samengewerkt. Zo is er ter ondersteuning van de CLB’s een structurele samenwerking tussen de pedagogische begeleiders CLB en het team professionaliseren van de POC-GO!. Hierbij ondersteunt de PBD-GO! de integrale verandertrajecten van de CLB’s in functie van hun ontwikkeling als organisatie en staat de POC-GO! in voor professionaliseringsinitiatieven en verandertrajecten met een specifieke focus. Bijkomend is er de ondersteuning met een brede focus op thema’s zoals kansarmoede en het professionaliseringsinitiatief voor zorgcoördinatoren, waarbij voor het uitstippelen van ondersteuningstrajecten meteen vertrokken wordt vanuit de wisselwerking en afstemming tussen scholen en CLB’s. In het kader van het ondersteuningsmodel werden er vanaf het schooljaar 2017-2018 competentie-begeleiders aangeworven met een CLB-profiel. In nauwe samenwerking en complementariteit zorgden zij voor de ondersteuning van de CLB-medewerkers die een rol opnemen in de ondersteuningsnetwerken. Dit resulteerde in een aanbod op maat van deze doelgroep voor het schooljaar 2018-2019. De POC-GO! en de PBD-GO! zetten steeds meer complementair hun expertise en competenties in voor: - de implementatie van het M-decreet; - de op elkaar afgestemde uitwerking van de visietekst leerlingenbegeleiding en onderwijsloopbaanbegeleiding; - de gedeelde verantwoordelijkheid voor de uitrol van ‘leerlingenbegeleiding en inclusie’ in het gehele net; - het vormgeven en uitvoeren van een gedeeld denken in ondersteuningsvisie (integratie PI en VT). Beide teams richten zich voor het huidige begeleidingsplan (3BP 2018-2021) op de realisatie van gemeenschappelijke effecten, zoals blijkt uit een gezamenlijke visietekst op effectiviteit en een eengemaakte beleidstheorie. Dat maakt dat de onderlinge afstemming van de beide begeleidingsplannen een feit is.

27


3. Samen zorg dragen voor klachten Volgens de bepalingen van het Bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs is de Raad van het GO! bevoegd voor het algemeen beleid onder andere wat de interne kwaliteitszorg betreft en dit op voorstel van de afgevaardigd bestuurder. Het beleid omtrent klachtenmanagement maakt al jaren integraal deel uit van interne kwaliteitszorg. In december 2004 heeft de Raad de klachtenprocedure binnen het GO! goedgekeurd en daarmee invulling gegeven aan de bepalingen die destijds in het Vlaams klachtendecreet werden vastgelegd. Het merendeel van de Vlaamse overheidsinstellingen valt sinds 1 januari 2019 onder de klachtenbepalingen van het Vlaams bestuursdecreet. Dit is voor het GO! niet het geval. De Raad besliste in maart 2019 dat de bestaande procedure in het GO! behouden blijft. Een procedure die desalniettemin nauw aansluit bij de (her)nieuw(d)e voorschriften voor de andere Vlaamse bestuursinstellingen. Het GO! blijft onderhevig aan de bepalingen van het Vlaams ombudsdecreet en herbevestigde de samenwerking met de Vlaamse Ombudsdienst. De eerste- en tweedelijnsbehandeling van klachten situeert zich respectievelijk bij de directeur van de school of instelling en de algemeen directeur van de betrokken scholengroep. De Vlaamse Ombudsdienst is in derde lijn aanspreekbaar. Bij klachten over de werking van de centrale diensten van het GO! kan je je in eerste instantie wenden tot de afgevaardigd bestuurder en vervolgens tot de Vlaamse Ombudsdienst. Het GO! is en blijft voorstander van een eenvoudige en laagdrempelige klachtenprocedure en bepleit een directe aanpak, informeel en oplossingsgericht. Daar werd al sterk op ingezet en dat was ook in 2019 niet anders. Eens te meer werd een bemiddelende aanpak voorop gesteld.

Š ID/ Lieven Van Assche

28


343

klachten 2019

4 339

33%

klachtenbehandeling centrale diensten

klachtenbehandeling school of scholengroep

klachten niet ontvankelijk

65%

ď€Œ

klachten gegrond of deels gegrond

Klachten in cijfers In 2019 ontving het GO! in totaal 343 klachten. Tegenover de 321 klachten uit 2018 is dit een toename van het aantal klachten met 6,8%. Op die manier benaderen we opnieuw het aantal uit 2017 (347 klachten). Vier klachten betroffen de werking van de centrale diensten van het GO!; de 339 andere werden ingediend bij de scholengroepen en betroffen de werking van een school of de betrokken scholengroep zelf. In 2018 werd driekwart van het aantal ingediende klachten als ontvankelijk beschouwd. In 2019 nam het aandeel aan niet ontvankelijke klachten opnieuw toe naar bijna 33%. Dit is hoofdzakelijk gelinkt aan een toename van het aantal beroepsschriften tegen B- of C-attesten (die als niet ontvankelijk worden beschouwd omdat er een specifieke beroepsprocedure voor voorzien is). Van alle ontvankelijk bevonden klachten werd de mate van gegrondheid nagegaan. In 2019 werd bijna 65% na behandeling als gegrond of deels gegrond beschouwd. In 2018 ging het nog om bijna 70%.In 131 van de 149 gevallen blijken we tot een oplossing of een gedeeltelijke oplossing te zijn gekomen. Dit is goed voor ruim 88%, een cijfer dat aantoont dat een bemiddelende aanpak vruchten kan afwerpen.

29


Bijna 73% van het aantal klachten in 2019 is afkomstig van ouders. De voorbije vijf jaren was hun aandeel nooit hoger (55% in 2015). Het aantal klachten van personeelsleden is teruggevallen tot 13,4% daar waar het aandeel de voorbije jaren veeleer rond de 20% schommelde. Nooit eerder was het aandeel klachten ingediend door leerlingen of cursisten zo groot (10%). Een cijfer dat ook al in 2018 opviel (9,3%). Als mondige wereldburgers laten zij niet alleen hun stem horen over dagelijkse problemen die voor verbetering vatbaar zijn binnen een schoolcontext maar evengoed over beleidsaspecten. Het GO! wil hier graag mee aan de slag en nam heel wat van de suggesties op in het Memorandum 2019-2024 onder het motto ‘Investeren om samen te excelleren’.

117

klachten gemeld aan centrale klachtencoördinator

7 7

ondersteuning

doorverwezen naar de scholengroep

Al jaren is een centrale klachtencoördinator actief die als aanspreekpunt fungeert, ook voor meldingen en klachten die je conform de GO! klachtenprocedure aan de betrokken school of scholengroep moet richten. Over alle scholengroepen en onderwijsniveaus heen werden in totaal 117 meldingen en klachten geregistreerd. Het merendeel van wie een klacht heeft werd doorverwezen naar de school, instelling of scholengroep waar de klacht zich voordeed en behandeling aangewezen was. Zeven klachten werden - in samenspraak met wie de klacht indiende - integraal voor behandeling doorgestuurd naar de scholengroep in kwestie. Voor 7 andere klachten had de betrokken school of scholengroep expliciet om ondersteuning gevraagd. Deze cijfers liggen grotendeels in lijn met de voorgaande jaren.

Klachtenbeeld Het klachtenbeeld lijkt sterk op dat van de voorbije jaren; het is bijzonder veelzijdig en divers, in lijn met een veelheid aan onderwijsthema’s. Sommige onderwerpen keren steeds terug, andere items drijven mee op de golven van de actualiteit. Ongeveer 40% van de klachten van burgers bevatten een bezwaar tegen een handeling of houding van de directeur of een personeelslid van een school of instelling. Ook klachten over zorg en begeleiding van leerlingen (al dan niet met specifieke noden), informatieverstrekking, orde- en tuchtmaatregelen ten aanzien van leerlingen en financiële zaken behoren al een aantal jaren tot de top vijf. Het feit dat mensen ogenschijnlijk steeds over dezelfde dingen klachten blijven hebben betekent niet noodzakelijk dat er niet wordt ingespeeld op de problematiek. De permanente in- en uitstroom van

30


personeelsleden enerzijds en de wijzigende schoolpopulatie anderzijds maken dat de cyclus zich constant herhaalt. Het blijft dus belangrijk alert te blijven voor signalen en samen naar oplossingen te zoeken. Er is permanent nood aan concrete acties en beleidsinitiatieven die zich op deze thema’s toespitsen. Van de klachten ingediend door personeelsleden gaat het merendeel over een handeling of houding van de eigen directeur of een collega (48,2%). Voor het vierde jaar op rij daalt hat aantal klachten van personeelsleden. Mogelijk ligt de verklaring in het feit dat de specifieke klachtenprocedure omtrent psychosociale risico’s op het werk verder of beter ingeburgerd geraakt.

Aanbevelingen en verbetervoorstellen Het GO! maakt jaarlijks een verslag op over de klachtenbehandeling en bundelt hierin de bevindingen van de scholengroepen en de centrale diensten. Hierin worden – naast heel wat cijfermateriaal - concrete suggesties en voorstellen opgenomen die meteen aangeven waar mensen nood aan hebben, vaak om de dienstverlening ter plaatse te vrijwaren en verbeteren. Deze mogelijke acties worden aangevuld met voorstellen die centraal werden opgevangen en voor het hele onderwijsnet kunnen uitgerold worden. De voorstellen hebben zowel te maken met het opvangen, het behandelen als het managen van van klachten. Het gaat hierbij soms over zeer praktische of operationele zaken maar ook over beleidsmatige keuzes die kunnen gemaakt worden. In het voorbije jaar was er aandacht voor diverse aspecten van bemiddeling. Er werden opleidingen ontwikkeld en aangeboden, zowel op maat van klachtencoördinatoren als van directeurs en andere betrokken actoren. Een behandeling op maat, werken met waarden, kwaliteitsvol contact en samen zorg dragen voor klachten: die principes vormen nog altijd de rode draad in de klachtenbehandeling van het GO!. Werken aan kwaliteit is en blijft een continu proces en een uitdaging, maar dankzij een doorgedreven klachtenmanagement kan daar mee vorm aan worden gegeven. Het blijft een uitdaging hier telkens op in te spelen met gepaste maatregelen en bijsturingen. Waarden als respect, gelijkwaardigheid, oprechtheid of eerlijkheid, openheid, betrokkenheid en engagement die centraal staan in het PPGO!, vormen niet alleen sleutelbegrippen voor een waarde(n)vol onderwijs maar leiden evenzeer tot een waarde(n)volle klachtenbehandeling. Meer details over de klachtenbehandeling in het GO! zijn te vinden op de webpagina klachtenrapporten pro.g-o.be/over-go/klachten/klachtenrapporten op GO! pro, het kennisplatform voor de GO! professional. Je vindt er de gecoördineerde rapporten die het GO! conform het Vlaams klachtendecreet jaarlijks vóór 10 februari bij de Vlaamse Ombudsdienst inlevert.

31


4. De Raad GO! De Raad is het centrale bestuursorgaan van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Samenstelling De Raad bestaat uit vijftien leden. Tien leden worden rechtstreeks verkozen: vijf door ouders en gecoĂśpteerde leden van de schoolraden en vijf door personeel van de schoolraden en door directeurs. De overige leden worden aangewezen door Vlaamse universiteiten met een pedagogische faculteit (drie) en door de publiekrechtelijke hogescholen (twee). Op 1 januari 2019 trad de Raad van het GO!, na verkiezingen in het najaar van 2018, in een nieuwe samenstelling aan. De bevoegdheden lopen tot 31 december 2022. Geert De Soete, voorzitter Freddy Moreels, ondervoorzitter Ann Van Driessche, ondervoorzitter Sofie Christiaens Dennis Cluydts Barbara De Groot Paul De Knop Luc De Man Jim Deridder Marianne Hintjens Dimokritos Kavadias Urbain Lavigne Linda van Achter Dieter Verhaest Arlette Verkruyssen Van ambtswege met raadgevende stem: Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder.

Š ID/ Lieven Van Assche

32


© ID/ Lieven Van Assche

Behandelde dossiers In het voorbije jaar behandelde de Raad onder meer de volgende strategische beleidsdossiers.

Strategisch Plan GO! 2030 De samenleving van vroeger is anders dan de samenleving van vandaag en morgen. Dat is onder meer het gevolg van de digitale transformatie die zowel een impact heeft op het maatschappelijke leven als op ons onderwijs. Het Strategisch Plan GO! 2030 biedt een antwoord op deze veranderingen en moet het GO! niet alleen een houvast bieden maar ook voorbereiden op de wereld in verandering en de gewijzigde rol van het onderwijs. Als GO! hebben wij een extra dimensie toegevoegd aan onze missie over hoe we dit willen realiseren. Waarmee we ons meteen ook onderscheiden van andere onderwijsverstrekkers. Het GO! wil nadrukkelijk ”dé favoriete leergemeenschap, voor iedereen gepersonaliseerd, spiegel en bouwsteen van de samenleving” worden. Om dit te bereiken werden 5 ambities uitgetekend die vervolgens in 5 programma’s werden uitgewerkt voor de periode 2020-2022. (zie speerpunt Strategisch Plan GO! 2030).

Nieuwe leerplannen 1e graad secundair onderwijs GO! De modernisering van het secundair onderwijs ligt aan de basis van de opmaak van de nieuwe leerplannen 1e graad. De overheid heeft nieuwe eindtermen ingevoerd die dienden vertaald te worden in een curriculumdossier voor alle onderwijsverstrekkers en in leerplannen die opgesteld worden door de respectievelijke onderwijsvertrekkers. Het GO! engageerde zich om samen met de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) en met het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV) de leerplannen gezamenlijk te benaderen en in te vullen. Zo ontstond er een gemeenschappelijk concept met de algemene lijnen. Dit gezamenlijke frame hanteert het GO! om waar mógelijk de leerplannen aan te vullen met de eigenheid en specificiteit van het onderwijsnet.

33


Analyserapporten GO! 2019 In het kader van het Strategisch Plan GO! 2030 werd besloten om een meer datagedreven beleid te voeren op basis van geïntegreerde analyses, simulaties en prognoses.

Evaluatie overleg- en participatiestructuur In 2015 werd een nieuwe overleg- en participatiestructuur ingevoerd. De bedoeling van deze structuur was om bij specifieke beleidsthema’s via participatie en overleg te komen tot een breed gedragen advies. Dit kan de Raad helpen bij de besluitvorming. In 2019 liepen de mandaten van de diverse fora af waardoor meteen ook het bestaande model zou worden geëvalueerd. De toetsing van het model diende uitgevoerd te worden op het vlak van effectiviteit en op het vlak van efficiëntie. Op basis van deze evaluatie werd de opdracht gegeven om de structuur te linken aan het luik degelijk bestuur van het Strategisch Plan GO! 2030 en een bijsturing uit te werken.

Visietekst ‘gepersonaliseerd samen leren’ De visietekst over gepersonaliseerd samen leren reikt een algemeen referentiekader aan en is nauw verbonden met de eerder ontwikkelde visietekst overleren (2012). De visietekst over gepersonaliseerd samen leren geeft antwoorden op vragen als voor wie zaken zijn bestemd, ‘wat onder bepaalde zaken valt, waartoe iets moet leiden en wanneer een bepaalde aanpak kan worden gebruikt. De visietekst houdt rekening met onderwijshervormingen zoals de nieuwe eindtermen, de modernisering van het secundair onderwijs en de gewijzigde inzichten op leren. Het gepersonaliseerd samen leren neemt een cruciale plaats in binnen de poolstervisie van het nieuw strategisch plan GO! 2030. Het GO! kiest bewust voor het begrip ‘gepersonaliseerd leren’ waarbij de leerling het leren aanstuurt door zelf eigen doelen te stellen, netwerken uit te bouwen en het leren te laten aansluiten bij zijn eigen interesses en aspiraties. Bovendien wordt het leerproces niet losgekoppeld van de sociale context. Er wordt samen in een krachtige leeromgeving gestudeerd waarbij de leerkrachten diverse rollen opnemen: van instructeur over coach en mentor tot evaluator. Bij deze leermethode speelt het datagebruik een belangrijke ondersteunende rol. Het leerproces wordt datagestuurd ondersteund.

Infrastructuur Overgangsplanning De Raad besliste om 8 projecten toe te voegen aan de bouwplanning. De selectie van de projecten gebeurde op basis van negatieve adviezen van externe inspectiediensten en op basis van de staat van de gebouwen.

Duurzaamheidsmeter GRO De Raad besliste om de duurzaamheidsmeter GRO2 in gebruik te nemen voor nieuwe GIW projecten.

Projectkeuzetrechter De Raad vulde de principes van de “projectkeuzetrechter”, waarmee de selectie van projecten voor het portfolio Bouw (GIW-projecten in combinatie met vastgoed) gebeurt, verder in. Er wordt gewerkt met 5 categorieën van projecten. De Raad legde de grenswaarden toe die gelden om in aanmerking te komen voor een categorie, en bepaalde de criteria waarmee de projecten per categorie zullen gewogen worden. De methodiek en het proces van de projectkeuzetrechter zal toegepast worden voor de selectie van nieuwe projecten in het portfolio Bouw in 2020.

34


Vastgoedkader voor grote infrastructuurwerken De Raad legde het vastgoedkader voor grote infrastructuurwerken vast. Het GO! beschikt sinds december 2017 over de visietekst infrastructuur die een aantal handvaten aanreikt, maar onvoldoende sturing geeft om concrete beslissingen te nemen bij grote investeringen. Het vastgoedkader voor grote infrastructuurwerken is een concretisering en verdere doorvertaling van de visietekst Infrastructuur.

Verdeling van opbrengsten uit verkoop De Raad wijzigde de principes betreffende de verdeling van opbrengsten uit verkoop over de scholengroepen en eigen middelen van de centrale diensten.

Energie- en klimaatbeleid De Raad ging akkoord met de principes van het plan van aanpak om tot een GO! beleidsplan energie en klimaat te komen.

GO! kader voor berekening van de fysische norm De Raad legde een GO! kader uit voor de berekening van de fysische normen, geldend voor alle scholengroepen en de Centrale diensten vast. Vermits de fysische normberekening een onderdeel uitmaakt van de projectkeuzetrechter is het belangrijk dat iedereen binnen het GO! de fysische norm op een uniforme manier berekend.

© ID/ Lieven Van Assche

GRO is een handleiding die in 2017 ontwikkeld werd om in de bouwprojecten van ‘Het Facilitair Bedrijf’ een gelijklopend en holistisch ambitieniveau te implementeren op vlak van duurzaamheid. Gro betekent ”groei en is ook de (Noorse meisjes) voornaam Gro Harlem Brundtland, voorzitter van de VN-commissie die in 1987 het rapport “Our Common Future” uitbracht. 2.

35


FinanciĂŤle situatie GO! De raadsleden drukken herhaaldelijk en naar aanleiding van diverse dossiers hun bezorgdheid uit ten aanzien van de huidige en toekomstige financiĂŤle situatie van het GO!. Dit is onder meer het geval bij de begrotingsopmaak 2020 en bij de bespreking van het door de Vlaamse overheid gehanteerd verdelingsmechanisme voor extra werkingsmiddelen ter ondersteuning van leerkrachten in het basisonderwijs. En dit wordt nog versterkt door het structurele probleem rond de financiering van onze infrastructuur omwille van het niet correct toepassen van ODII. De raad pleit voor structurele oplossingen en dringt bij de overheid aan op het voorzien van de benodigde middelen.

Š ID/ Lieven Van Assche

36


5. De positie van het GO! in het Vlaamse onderwijslandschap Leerlingencijfers zijn een momentopname: ze wijzigen tijdens het schooljaar als gevolg van bijvoorbeeld de instapmomenten van kleuters of de doorverwijzing van leerlingen uit het gewoon onderwijs naar het buitengewoon onderwijs. Het GO! heeft leerlingen in voltijds en deeltijds onderwijs, in het leerplichtonderwijs of in het onderwijs buiten de leerplicht, in verschillende onderwijsniveaus en onderwijsvormen. Ons marktaandeel is dus niet in ĂŠĂŠn cijfer te vatten. Globaal kunnen we wel stellen dat de schoolbevolking in het GO! nu al enkele jaren groeit en dat het GO! gestaag aan marktaandeel wint, wat erop wijst dat ouders en cursisten de kwaliteit van het onderwijs en de eigenheid van het pedagogisch project van het GO! positief evalueren. Per 1 februari 2019 telt het GO! in totaal 212.490 leerlingen. In vergelijking met de februaritelling van 2018 is het aantal leerlingen gestegen met 1,93%. In totaal noteren we 765 leerlingen meer in het gewoon basisonderwijs en 2.911 leerlingen meer (+ 3,47%) in het gewoon secundair onderwijs, ondanks de dalende nataliteitcijfers. In de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) van het GO! zitten 1.338 leerlingen. Hun aantal is met 181 leerlingen toegenomen. Onderstaande tabel3 biedt een volledig overzicht op basis van de cijfers van 1 februari 2019, dus voor het schooljaar 2018-2019. Onderwijs Leerplichtonderwijs

Niveau

Instellingen

2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

Basisonderwijs - gewoon

396

97.928

102.123

105.697

107.880

110.060

110.825

Basisonderwijs - buitengewoon

36

7.534

7.256

6.797

6.470

6.462

6.572

Secundair onderwijs - gewoon

211

76.258

77.918

79.917

81.793

83.735

86.646

Secundair onderwijs - buitengewoon

23

5.492

5.508

5.380

5.317

5.465

5.714

Deeltijds beroepssecundair onderwijs Totaal Onderwijs buiten leerplicht

Internaten*

Volwassenenonderwijs

17

2.365

2.457

2.562

2.655

2.753

2.733

683

189.577

195.262

200.353

204.115

208.475

212.490

27

113.417

114.710

111.559

114.685

113.400

111.679

Deeltijds kunstonderwijs

15

12.327

12.577

12.725

12.946

13.236

14.189

Totaal

42

125.744

127.287

124.284

127.631

126.636

125.868

Financierbare instellingen

34*

2.404

2.290

2.286

2.218

2.194

2.094

Niet-gefinancierde instellingen

20

1.352

1.324

1.300

1.281

1.230

1.310

Totaal

54

3.756

3.614

3.586

3.499

3.424

3.404

*31 internaten + 4 tehuizen Bron: Statistisch Jaarboek van het Vlaams onderwijs

3.

Inclusief OKAN- en Franstalige leerlingen

37


Leerplichtonderwijs Algemeen Bij de telling van februari 2019 (schooljaar 2018-2019) volgen 212.490 leerlingen les in het gewoon en buitengewoon leerplichtonderwijs van het GO!. Het GO! heeft hiermee een marktaandeel van 17,73%. Bij de telling van februari 2018 waren er 208.475 leerlingen en bedroeg het marktaandeel 17,51%

Gewoon basisonderwijs Het gewoon basisonderwijs kent al jaren een gestage groei, zonder enige terugval.

38


Gewoon secundair onderwijs Het gewoon secundair onderwijs (inclusief hbo4 ) kent de laatste jaren een constante groei, met in 2018-2019 een extra versnelling tot 86.646 leerlingen. Een stijging met 3,47% en een marktaandeel van 19,96%.

Š ID/ Lieven Van Assche

4.

hoger beroepsonderwijs

39


Cijfers per onderwijsvorm SO 2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

700

734

1.352

1.302

1.157

1.338

ASO

19.287

19.836

20.592

21.400

22.197

23.135

BSO

17.830

17.952

17.855

17.397

17.138

16.986

GSO

23.137

23.700

24.391

25.807

27.271

28.603

HBO

1.153

1.177

1.261

1.289

1.307

1.351

KSO

1.350

1.367

1.400

1.435

1.434

1.461

TSO

12.801

13.152

13.066

13.163

13.231

13.772

76.258

77.918

79.917

81.793

83.735

86.646

OKAN

Eindtotaal

Het is duidelijk dat vooral aso een stijgende lijn kent, ook tso kent het laatste jaar een duidelijke stijging, er is een terugval in het bso.

Cijfers OKAN

40


In het schooljaar 2015-2016 verdubbelde het aantal OKAN-leerlingen bijna (grote toename van vluchtelingen). Het GO! had 618 OKAN-leerlingen meer dan in 2014-2015. In het schooljaar 2018-2019 is er opnieuw een stijging merkbaar. Voor de OKAN-klassen heeft het GO! een marktaandeel van 31%, aanzienlijk meer dan zijn marktaandeel voor het secundair onderwijs. Het GO! levert hier een substantiĂŤle extra bijdrage in verhouding tot zijn leerlingenpopulatie.

Buitengewoon onderwijs Zoals onderstaande tabel en grafiek illustreren, vertoonde het buitengewoon basisonderwijs een drietal jaren een dalende trend, die waarschijnlijk te verklaren is door onze inspanningen op het vlak van inclusie. De laatste 2 jaar is er opnieuw een toename. 2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2017-2018

647

614

610

604

598

668

Buitengewoon lager onderwijs

6.887

6.642

6.187

5.866

5.864

5.904

Buitengewoon SO

5.492

5.508

5.380

5.317

5.465

5.714

13.026

12.764

12.177

11.787

11.927

12.286

Buitengewoon kleuteronderwijs

Totaal

Š ID/ Lieven Van Assche

41


Deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) Na een sterke procentuele toename vorig jaar zien we nu een lichte afname in dbso. Dit kan verklaard worden door de opkomst van duaal leren. Op 1 februari 2019 telde het dbso 2.733 leerlingen, 20 minder dan in het schooljaar 2017-2018. 2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

2.365

2.457

2.562

2.655

2.753

2.733

Onderwijs buiten de leerplicht Het onderwijs buiten de leerplicht omvat het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Onze analyse van de cijfers voor het deeltijds kunstonderwijs berust op de tellingen van 1 februari, uitgevoerd door het Departement Onderwijs en Vorming en gepubliceerd in het Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs. We vestigen er de aandacht op dat het hier enkel de financierbare cursisten betreft. Gezien de aanpassing van refertejaar en de verhoogde vraag naar cijfers op schooljaarniveau, werd er beslist om ook voor het volwassenenonderwijs de cijfers weer te geven op schooljaarniveau in de plaats van refertejaar. Zo hebben ook cijfers over evoluties in inschrijvingen minder last van de sprong in refertejaar. Ook het Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs zal binnenkort op schooljaar gegevens vrijgeven. Er werden net als in het jaarboek unieke inschrijvingen geteld. Dit wil zeggen dat een cursist, die binnen het schooljaar in verschillende modules binnen één opleiding is ingeschreven, maar één keer telt.

Deeltijds kunstonderwijs (dko) Op 1 februari 2019 waren er 14.189 cursisten ingeschreven in de kunst- en muziekacademies van het GO!, een stijging met 7,20%. DKO (februari)

42

2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

Cursisten

12.327

12.577

12.725

12.946

13.236

14.189

Marktaandeel

7.03%

7.15%

7.16%

7.25%

7.34%

-


Volwassenenonderwijs (VO) Op 1 februari 2018 waren er 111.679 cursisten ingeschreven in de Centra voor Volwassenenonderwijs van het GO!. Dit resulteert toch in een lichte stijging van het marktaandeel tot 34,88%. VO

2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

Cursisten

113.417

114.710

111.559

114.685

113.400

111.679

Marktaandeel

32.53%

32,94%

33,03%

34,30%

34,62%

34,88%

Internaten Op 1 februari 2019 verbleven er in alle GO! internaten samen 2.094 financierbare internen. Zowel het aantal internen als het marktaandeel is licht gedaald tegenover het jaar daarvoor. Internaten (februari) Internen Marktaandeel

2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

2.404

2.290

2.286

2.218

2.194

2.094

21,96%

21,40%

22,10%

22,00%

22,04%

21,63%

Daarnaast zijn er 20 internaten in het buitengewoon onderwijs (niet-gefinancierde instellingen). Internaten BuO (februari) Internen

2013-2014

2014-2015

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

1.352

1.324

1.300

1.281

1.230

1.310

Internaten met permanente openstelling (ipo’s) De internaten met permanente openstelling bieden verblijf aan op schoolvrije dagen voor leerlingen die een indicatiestelling hebben voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. De ’ipo’s zijn onderwijsinstellingen die deze opdracht uitvoeren in samenwerking met Welzijn. Hiervoor is een transitieperiode vastgelegd die eindigt op 31 augustus 2021. Hun capaciteit ligt vast. Anders dan de voormalige opvangcentra hebben zij de opdracht om kinderen en jongeren maximaal terug naar hun context toe te leiden. Omdat de ’ipo’s intensief inzetten op (context)begeleiding, maken de kinderen en jongeren nog zelden 365 dagen per jaar gebruik van dergelijke voorzieningen. Tijdens de weekends en vakanties fluctueert de bezetting heel sterk. Onderstaande tabel toont de gemiddelde bezetting per ipo voor het kalenderjaar 2019. IPO

Capaciteit

Gemiddelde bezetting 2018

Koksijde

40

88%

De Haan

70

87%

Neder-Over-Heembeek

30

93%

Lommel

30

100%

Gavere

25

93%

Sint-Niklaas

20

100%

's Gravenwezel

20

97%

Kortrijk

30

100%

TOTAAL

265

43


De ’ipo’s organiseren voor hun internen verblijf en begeleiding op schoolvrije dagen. Het verblijf op schooldagen wordt georganiseerd door de internaten van het buitengewoon onderwijs. Noch deze internaten, noch de ’ipo’s genereren werkingsmiddelen vanuit Onderwijs. De werkingsmiddelen voor deze instellingen werden ingeschreven in onderwijsdecreet XX. De internaten van het buitengewoon onderwijs zijn voor hun werking afhankelijk van de werkingsmiddelen van de internaten van het gewoon onderwijs. Dat maakt dat het geheel van de internaten structureel te weinig werkingsmiddelen ter beschikking heeft. De ’ipo’s zijn voor hun werking aangewezen op middelen die voortkomen uit de solidariteit van alle scholengroepen. Deze middelen zijn in se bestemd voor het leerplichtonderwijs en worden op basis van een beslissing van de Raad van het GO! aan de ’ipo’s toegewezen volgens hun capaciteit. Daarbovenop krijgen de ’ipo’s jaarlijks en voor de duurtijd van de transitie een bijkomende subsidiëring vanuit Welzijn.

CLB’s Sinds 1 september 2019 (zie ook eerder) richt het GO! 19 CLB’s in. Samen begeleiden zij 231.482 lineaire leerlingen. GO! CLB’s begeleiden niet alleen alle GO! scholen, maar werken daarnaast ook samen met contractscholen van het officieel onderwijs en Syntra. CLB’s vervullen eveneens een decretale opdracht voor leerlingen huisonderwijs. De CLB’s beschikten hiervoor over 697,97 omkaderingsgewichten. Over een periode van 7 jaar tijd nam het leerlingenaantal in de CLB’s toe met 27.323 lineaire leerlingen.

© ID/ Lieven Van Assche

44


6. Infrastructuur Het GO! is eigenaar en beheerder van een zeer groot patrimonium om er elke dag zijn onderwijsopdracht in waar te maken. De staat van het volledige patrimonium is systematisch in kaart gebracht. Deze data stellen ons in staat om het infrastructuurbeleid te onderbouwen en gefundeerde strategische en tactische beslissingen te nemen. Het infrastructuurbeleidsplan versterkt de samenwerking en het verder professionaliseren van het GO! als patrimoniumbeheerder, over de drie bestuursniveaus heen. Het stelt ons in staat om met de weinige mensen en middelen het patrimonium zo goed mogelijk te beheren.

Infrastructuurbeleidsplan in uitrol De grote uitdaging voor het GO! op het vlak van infrastructuur is de globale slechte staat van zijn scholen en hun omgeving, veroorzaakt door de jarenlange onderfinanciering. Met het globale infrastructuurbeleidsplan, dat eind 2016 door de Raad van het GO! werd goedgekeurd, maakt het GO! er werk van om dit structurele probleem gedeeltelijk te verhelpen door zoveel mogelijk intern te verbeteren en professionaliseren. Het plan geeft richting en biedt duidelijkheid over aanpak, projecten, financiering, timing en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen, om met schaarse mensen en middelen het patrimonium zo goed mogelijk te beheren. Zonder bijkomende financiering is een oplossing ten gronde echter niet mogelijk. Het globale infrastructuurbeleidsplan vormt ook de kapstok voor de realisatie van de vijfde strategische doelstelling van het GO!: Het GO! streeft naar inspirerende, innovatieve en kwaliteitsvolle scholen door middel van een strategisch bouwbeleid. Met de volledige realisatie van het project ‘Monitoring vastgoedkenmerken’ heeft het GO! veel vooruitgang geboekt in het inventariseren van het patrimonium. Via een zelf ontwikkelde methodiek brachten de scholengroepen de staat van vijf gebouwonderdelen, de leeftijd, de samenstelling, het gebruik en de typologie van alle gebouwen in kaart.

Integraalplannen Tussen 2014 en 2019 werd voor alle 26 scholengroepen door een multidisciplinair team een integraalplan opgesteld. Een integraalplan is een beleidsinstrument met een toekomstvisie op het patrimonium en het onderwijsaanbod. In 2019 werden de integraalplannen voor scholengroep 3, 11, 13, 18, 21, 23 en 24 opgeleverd. Het baanbrekende project is hiermee afgerond.

Update van de output van de integraalplannen De laatste 5 jaren infrabeleid transformeerden sterk onze manier van werken: FMIS werd in gebruik genomen, alle gebouwen en domeinen werden opgemeten, alle gebouwen werden op een uniforme manier gemonitord op gebouwkenmerken, een visietekst en een toekomstplan werden uitgeschreven, een datagedreven beleid kreeg vorm, indicatieve strategielabels werden opgemaakt, de samenwerking tussen de centrale diensten en de scholengroepen werd versterkt, enzovoort. Dit veranderproces had ook impact op de integraalplannen en is weerspiegeld in de uniforme aanpak van de laatste reeks integraalplannen. In functie van de selectie van nieuwe grote bouwprojecten was het belangrijk om de output van alle integraalplannen vergelijkbaar te maken. In 2019 werd hiervoor een kader ontwikkeld. In september 2019 werd gestart met het actualiseren van de output van de integraalplannen. Met de data uit het project ‘Monitoring vastgoedkenmerken’ en de output van de integraalplannen zal het GO! doordacht, objectief en strategisch kunnen kiezen welke projecten worden uitgevoerd. De administratie werkte bovendien een nieuwe planningsmethodiek uit, gebaseerd op objectieve criteria, en paste die voor het eerst toe om nieuwe bouwprojecten te selecteren.

45


Kader voor infrastructuurwerken op scholengroepniveau Een van de doelstellingen van het globaal infrastructuurbeleidsplan 2016-2019 is de verschillende types werken en financieringsmechanismes op elkaar af te stemmen. Om op de meest effectieve en efficiënte manier een maximaal resultaat te bereiken met de beperkte middelen die het GO! voorhanden heeft voor het beheer en onderhoud van het patrimonium. Een belangrijk onderdeel hiervan is het opstellen en implementeren van een kader voor onderhoud en kleine infrastructuurwerken op niveau van, gedragen door en ter ondersteuning van de scholengroepen. De centrale diensten nemen hierin een ondersteunende rol om in samenspraak met de scholengroepen te komen tot een verhoging van de professionaliteit en maturiteit voor alle infradiensten. Uit het lopende project, komt naar voor dat een breed samenwerkingscharter rond infrastructuur nodig is. Dit charter, verder uit te werken in 2020, zal wederzijdse engagementen en verplichtingen opnemen over infrastructuurmateries waar de bevoegdheden van de verschillende niveaus elkaar raken.

Het GO! patrimonium Onze schoolgebouwen staan ten dienste van onze leerlingen, leerkrachten, medewerkers, cursisten en andere gebruikers die dagelijks het pedagogisch project van het GO! waarmaken. Infrastructuur is een middel om het PPGO! nog concreter en zichtbaarder te vertalen in onze scholen. De zorg voor de omgeving waarin onze leerlingen en cursisten worden ondergebracht, is een gezamenlijke bevoegdheid van de Raad van het GO! en de scholengroepen, zoals bepaald in art. 36-3° van het Bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998. Voor de investeringen in schoolgebouwen beschikt het GO! over middelen uit de Vlaamse begroting en middelen die het zelf genereert uit het beheer en de verkoop van gebouwen en gronden. Het GO! beheert ongeveer 4 miljoen m2 gebouwoppervlakte. In verhouding tot die omvang zijn de beschikbare middelen veel te beperkt: met de beschikbare middelen kan slechts één zesde van de noden opgelost worden. Deze structurele onderfinanciering, die al jaren aansleept, heeft tot gevolg dat een groot deel van de gebouwen van het GO! in slechte staat is. Meer dan 400.000 m2 moet dringend vervangen worden. Bij 1/10 van de gebouwoppervlakte zijn het dak, het buitenschrijnwerk en het sanitair in een onaanvaardbare staat. Bij meer dan 30% van de gebouwoppervlakte is investering in dak, buitenschrijnwerk en sanitair dringend nodig. Met de uitrol van het globale infrastructuurbeleidsplan pakken we dit structurele probleem professioneel aan. Met de beschikbare middelen is het echter onmogelijk om de verdere aftakeling van het patrimonium een halt toe te roepen. Er is een grote inhaalbeweging vanwege de overheid nodig om tot een aanvaardbare basiskwaliteit in al onze schoolgebouwen te komen.

Eigenschappen van het patrimonium Het GO! patrimonium strekt zich uit over heel Vlaanderen en Brussel. Onderstaande grafiek toont de leeftijd van de gebouwde oppervlakte van het patrimonium. Hierin kun je een aantal bouwgolven waarnemen: 2/3 van de bebouwde oppervlakte is ouder dan 40 jaar, 1/3 is ouder dan 55 jaar. Voor een goed vastgoedbeheer wordt aangenomen dat een gebouw minstens om de vijftig jaar een grote investering vraagt, in de vorm van een grondige renovatie of vernieuwbouw. Met de huidige budgetten wordt er ongeveer om de tweehonderd jaar vervangen of grondig geïnvesteerd.

46


3,27% - Ouder dan 1900 5,59% - vanaf 2006 2,50% - 2000-2005 3,23% - 1990-1999

1,97% - 1900-1929 3,46% - 1930-1939 2,93% - 1940-1949 10,63% - 1950-1959

25,18% - 1980-1989 Leeftijd van de gebouwde oppervlakte van het patrimonium

14,80% - 1960-1969

26,44% 1970-1979

De volgende typologieën komen het meest voor in het GO! patrimonium: - 25% van de oppervlakte van alle schoolgebouwen zijn prefab gebouwen (met stalen of betonnen kolommen en minstens twee bouwlagen); - 23% is opgetrokken via de klassieke bouwmethodes (metselwerk); - 14% van de totale oppervlakte bestaat uit paviljoenen (eenlaagse structuur, snel gebouwd voor ‘tijdelijk’ gebruik).

© ID/ Lieven Van Assche

47


Project in de kijker: Sporthal basisschool Scholen van Morgen, Ieper 2350m2 Het schooldomein waarop deze basisschool zich bevindt is gelegen binnen de historische stadskern van de stad Ieper. De school met een bloeiende sportafdeling had nood aan uitbreiding van de sportinfrastructuur. Ook de stad Ieper had behoefte aan extra indoor sportterreinen om te kunnen voldoen aan de grote vraag van de vele sportclubs. Het GO! en de stad Ieper gingen samen in zee voor de nieuwe sporthal op basis van een PPS-overeenkomst. Het GO! bracht de grond in en de bouwkost werd verdeeld. Tijdens de schooluren is het gebruik van de sporthal exclusief voor de school, na de schooluren kunnen de leden van lokale sportclubs er komen trainen. Het project bestaat uit 3 volwaardige sportterreinen, 6 groepskleedkamers, 2 individuele kleedkamers, voldoende bergruimte voor sportmateriaal, sanitair en de vereiste technische lokalen, alles samen 2350m2, met vrije hoogte in de sporthal van 8m. Dit geheel was te realiseren op de hoek van het schooldomein na sloop van het kinderdagverblijf. Op deze hoek is het gebouw zeer prominent aanwezig in het straatbeeld en dus werd verwacht dat het ontwerp ook volledig ingebed werd in de omgeving. Om dit toch wel grote volume te realiseren werd besloten om de overgang van de sporthal naar de straatzijde toe te realiseren door een lager volume aan deze zijde in te plannen, hierin bevinden zich de kleedkamers. Aan de tegenoverstaande zijde gebeurt de overgang van sporthal naar de aanwezige schoolgebouwen eveneens door een lager balkvolume waarin zich de materiaalbergruimte en de technische ruimtes bevinden. contrast met de bestaande, massieve gebouwen op de site.

48


25,75%

Schoolgeb. prefab

14,61% Paviljoen

5,62%

23,07%

Schoolgeb. klassiek

Internaat

5,62% Sporthal

9,30%

Schoolgebouw structuralistisch

5,33% 4,06% Schoolgeb. hedendaags

Werkplaats

3,68%

1,59%

Overige

Woning

1,36%

Schoolgeb. tijdelijk

Van de verschillende types paviljoenen zijn de houten en stalen constructies het minst kwalitatief. Bij prefab schoolgebouwen ligt het grootste probleem bij de staalskeletconstructies met vliesgevels.

49


Onderstaande grafiek toont voor elk van de vijf gebouwonderdelen in welke staat de gebouwen verkeren. Bijvoorbeeld verwarming: de gebouwoppervlakte met een verwarming in goede tot matige staat (scores 1, 2 en 3) is hoger dan de gebouwen met een verwarming in slechte tot penibele staat (4 t.e.m. 6). Bij daken en vooral schrijnwerk is het andersom: er is meer oppervlakte waarvan het dak of het schrijnwerk zich in slechte staat bevindt, dan in goede staat.

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% dak

buitenschrijnwerk

sanitair

gevel

verwarming

Er is geen nood aan dringend onderhoud, de verwachte levensduur is minstens 25 jaar. De functionele gebruiksduur van het element wordt geschat op 20 jaar, klein onderhoud of plaatselijk herstel kan nodig zijn. Planmatig onderhoud en incidenteel herstel is nodig. Het element zal nog circa 15 jaar functioneel zijn. Aanpassing of vervanging van elementen is noodzakelijk, de functionele gebruiksduur wordt geschat op circa 5 jaar. Een totaalrenovatie is dringend nodig op korte termijn, het gebruik is nog rekbaar voor maximaal 2 jaar. De voorziene eindfase is bereikt, het gebouwdeel moet gesloopt worden.

Gedeelde bevoegdheden met een sterke samenwerking Volgens het Bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs wordt het patrimonium van het GO! met een gedeelde bevoegdheid beheerd door de centrale diensten, de scholengroepen en de scholen. Dat vergt een sterke samenwerking tussen de drie bestuursniveaus. Bij alle projecten zijn onze scholengroepen en scholen nauw betrokken. Tijdens vier netwerkdagen voor de infrastructuurverantwoordelijken werd intensief gewerkt aan nauwere samenwerking tussen de centrale diensten en de scholengroepen, maar ook aan kennisuitwisseling tussen de scholengroepen onderling. Diverse beleidsprojecten verlopen in samenwerking tussen de scholengroepen en de centrale diensten.

50


Middelen Het GO! krijgt jaarlijks een budget vanuit de Vlaamse overheid. Als we rekening houden met het aantal leerlingen en met het principe dat een gebouw om de vijftig jaar vervangen wordt, en als we veronderstellen dat alle gebouwen in goede staat worden onderhouden, heeft het GO! jaarlijks minstens 260 miljoen euro nodig om de gebouwen te vervangen en onderhouden. Het GO! ontvangt jaarlijks veel minder middelen, met als gevolg dat het patrimonium gestaag en onherroepelijk aftakelt en aan waarde verliest. Als we rekening houden met de noodzakelijke inhaalbeweging om het patrimonium terug in een aanvaardbare staat te krijgen en met het stapsgewijs energieneutraal maken van het patrimonium tegen 2050, is er een verhoogde investering nodig van 415 miljoen euro per jaar. Budgettair zijn er middelen voor scholeninfrastructuur bij gekomen, naast de basisdotatie. Die bijkomende middelen zijn gekleurd (bv. voor extra capaciteit) of verbonden aan zeer specifieke formules (bv. DBFM). De jaarlijkse basisdotatie is al meer dan twintig jaar een vast bedrag. Twintig jaar lang werd het niet aangepast aan de verdrievoudigde bouwkosten of aan gewijzigde leerlingenaantallen en marktaandelen van de verschillende onderwijsverstrekkers. Dit budget wordt bovendien bepaald op basis van een aantal m2 per leerling dat veel kleiner is dan het normenbesluit5 bepaalt. De jaarlijkse dotatie wordt opgesplitst volgens de bevoegdheden omschreven in het Bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs. Dit onderdeel van het jaarverslag betreft de middelen voor grote bouw- en renovatieprojecten die beheerd worden door de centrale diensten van het GO!. Het GO! ontvangt ook middelen vanuit de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor specifieke projecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en genereert eigen middelen uit verkoop e.d. In het afgelopen jaar werden daarenboven middelen toegekend voor een specifiek doel, al dan niet vanuit een ander beleidsdomein. Die versnippering van middelen maakt het moeilijk om een coherent beleid te voeren. Met de capaciteitsmiddelen worden projecten gerealiseerd in gemeenten waar volgens de capaciteitsmonitor over alle onderwijsverstrekkers heen te weinig stoeltjes beschikbaar zijn. In gemeenten waar er volgens de capaciteitsmonitor over alle onderwijsverstrekkers heen wel voldoende plaats is, maar waar het GO! leerlingen moet weigeren en dus de vrije keuze niet kan waarborgen, kan het GO! deze middelen niet gebruiken. Hieronder een overzicht van hoe de vastleggingsmiddelen reëel besteed werden:

vastleggingsmiddelen € 33,2 miljoen Grote bouw- en renovatiewerken

€ 9,8 miljoen Capaciteitsmiddelen6

€ 3,1 miljoen Inhuringen

€0,5 miljoen Fotovoltaïsche installaties

€ 1,2 miljoen Verzekering en vooruitbetaling belastingen

Besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding 5.

Het GO! ontving meer middelen voor capaciteitsprojecten (13,5 miljoen euro) als toevoeging aan de dotatie 2019, maar door verschuivingen in de projectportfoliomix werd de vastlegging van sommige projecten doorgeschoven naar 2020. Deze projecten zullen op de GIW-middelen worden vastgelegd. 6.

51


Daarenboven investeerde het GO! de volgende bedragen:

investeringen € € 2,7 miljoen Vlaams Klimaatfonds

€ 7,2 miljoen Aankoop van gebouwen

€

€ 17,9 miljoen Uit eigen middelen (verkoop van patrimonium) in grote bouw- en renovatiewerken

€ 1,2 miljoen Infrastructuurwerken van scholengroepen

Project in de kijker: GO! freinetschool Het Avontuur, Berchem 1650 m2 Berchem bevindt zich in een gebied waar capaciteitstekort is in het basisonderwijs. Door verbouwing en uitbreiding van een vroeger CLB-gebouw worden in deze basisschool plaatsen bij gecreëerd. De binnenindeling van de nieuwe vleugel wijkt af van de klassieke structuur met klassen die gelegen zijn aan weerszijden van een gang. Door de spievormige nieuwbouwuitbreiding

ontstaat

in

het

midden

een

multifunctionele ruimte die gebruikt kan worden voor allerlei activiteiten. De klassieke gang wordt een ruimte waar de kinderen niet alleen hun jas en boekentas kunnen opbergen, maar ook spelen, iets opzoeken op computer of in groep een onderzoek uitvoeren.

Plan gelijkvloerse verdieping go! basisschool het avontuur

Het werken in hoeken is niet vreemd in het klassieke onderwijssysteem, maar gebeurt meestal in de klas zelf. In dit project verdwijnt de klassieke klas door hoeken te creëren die niet aan een klas gelinkt zijn. Ruimten vloeien in elkaar over en kinderen van verschillende leeftijden komen met elkaar in contact. Er worden zones met verschillende functies gecreëerd, zoals individuele werkplekken, stilteruimten, plekken voor groepswerkjes, instructiezones met schoolbord en knutselzones. Kortom, de ruimte wordt één grote leef- en leerzone met verschillende hoeken en plekken waar klas- en leeftijdoverschrijdend kan gewerkt worden.

52


Realisaties en werking Grote bouw- en renovatieprojecten Om het patrimonium te vervangen, renoveren en uit te breiden, realiseert het GO! grote bouwprojecten met de dotatie van de overheid, met capaciteitsmiddelen en door eigen middelen te herinvesteren. Zo werden in het voorbije jaar 16 bouwprojecten in gebruik genomen, samen goed voor een investering van 37,7 miljoen euro. De werken van 11 bouw- en renovatieprojecten gingen van start, in totaal voor 20,3 miljoen euro aan bouw- en bijbehorende kosten. Daarnaast werden 7 design build projecten opgestart voor 30,9 miljoen euro. In 2019 werden projecten aan het bouwportfolio toegevoegd. Er werd een overgangsplanning goedgekeurd met 8 projecten voor 37,4 miljoen euro. Binnen het capaciteitsprogramma werden in de eerste ronde 27 projecten opgenomen (waarvan 2 projecten zijn samengevoegd) voor 48,1 miljoen euro. In de tweede ronde werden nog eens 5 projecten goedgekeurd en 2 projecten uit de vorige ronde uitgebreid, in totaal goed voor 11,5 miljoen euro. Voor deze capaciteitsprojecten wordt ook budget toegevoegd aan de jaarlijkse dotatie. Eind 2019 bevatte de bouwportfolio 162 projecten. Deze projecten bevinden zich in verschillende fasen, van projectdefinitie over ontwerp, uitvoering tot voorlopig opgeleverd.

53


Project in de kijker: GO! basisschool Blik, Edegem 1035 m2 GO! basischool Blik in Edegem werd opgericht om de grote capaciteitsdruk in het basisonderwijs op te vangen. Het pedagogisch concept voor basisschool De Baanbreker maakt hoofdzakelijk onderscheid tussen de allerkleinsten en de leerlingen van de lagere school. In totaal wordt er gewerkt met drie leefgroepen. In het ontwerp krijgt elke leefgroep een bouwlaag toegewezen: de allerkleinsten maken gebruik van de gelijkvloerse verdieping, de leerlingen van de lagere school verdelen zich over verdieping +1 en verdieping +2. In het open leercentrum voor de kleuters worden aparte plekken gecreĂŤerd met meubilair en verrijdbare elementen. Op de koppen van het hoofdgebouw situeren zich op de eerste en tweede verdieping de diverse open leercentra voor de leerlingen van de lagere school. Elk open leercentrum wordt uitgerust met een vast meubel dat de ruimte suggestief indeelt en dat een variabel gebruik van de restruimte toelaat. De open leercentra worden verbonden door een leerstraat met daarin een kastenwand. In de kastenwand zijn werknissen gecreĂŤerd waar de leerlingen zelfstandig kunnen werken. De tribune maakt centraal de verbinding tussen verdieping +1 en verdieping +2. De leerlingen van de lagere school mogen vrij circuleren tussen beide niveaus en kunnen dit ook doen via een trap die deel uitmaakt van de tribune. De chill-outzone bevindt zich onder de helling van de tribune. Een afgesloten ruimte waar leerlingen bijvoorbeeld muziek kunnen maken. Het nieuwe volume wordt voorzien van een doorlopende gevel met gedifferentieerde openingen. Op die manier is de verschijningsvorm van de nieuwe, innovatieve school niet rigide, maar ludiek en dynamisch. De gevels verbinden het open programma letterlijk en passen bij het variabele gebruik binnenin het gebouw. De verschillende afmetingen en hoogtes van de gevelopeningen worden afgestemd op de gewenste sfeer en het beoogde gebruik in de achterliggende ruimtes. Het plaatmateriaal in blauwe kleur geeft de nieuwe volumes een frisse uitstraling en zorgt voor het nodige contrast met de bestaande, massieve gebouwen op de site.

54


Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) Scholen van Morgen (DBFM) Het GO! heeft 36 projecten lopen volgens de DBFM-formule onder de leiding van Scholen van Morgen, goed voor een bruto vloeroppervlakte van 115.500m2 schoolgebouwen. In de periode voor 2019 waren al 30 projecten in gebruik genomen. Deze worden verder opgevolgd in onderhoudsfase. Voor 4 projecten werd een aannemer aangesteld voor de bouw. Voor de 2 overige projecten werd een definitief ontwerp opgemaakt en een oproep gelanceerd om een aannemer aan te stellen.

Project specifieke DBFM (DBFM2) Het Decreet betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via project specifieke DBFM-overeenkomsten (2017) voorziet in 36,5 miljoen euro beschikbaarheidsvergoeding om te investeren in schoolinfrastructuur, te realiseren via DBFM2. Voor het GO! betreft het 47.295 m2 extra te ontwikkelen infrastructuur. In tegenstelling tot de DBFM-projecten via Scholen van Morgen heeft het GO! zelf de volledige verantwoordelijkheid over de procedure, het projectmanagement, de opvolging van het onderhoud, e.d. In dit programma worden 14 bouwprojecten uitgevoerd, verdeeld over twee clusters. In het voorbije jaar werd voor de eerste cluster van 7 projecten een selectie gemaakt van 5 kandidaten die in de gunningsfase een offerte zullen maken.

Project ‘Naschools openstellen schoolsportinfrastructuur’ Na het grote succes van de twee eerste subsidieoproepen, met mooie resultaten voor scholen én sportclubs, werd in oktober 2019 3 miljoen euro extra vrijgemaakt. Nog eens 22 scholen kregen een subsidie voor infrastructuurwerken of exploitatiekosten. De focus voor deze laatste oproep lag op eerder kleine projecten en het betrekken van kansengroepen. In totaal werden in deze laatst oproep 73 dossiers bij Sport Vlaanderen ingediend. 58 dossiers waren ontvankelijk. Aan 22 scholen werd een subsidie toegekend , waaronder 11 GO! scholen die een subsidie van 2.093.211 euro krijgen.

Projecten gefinancierd met middelen van het Vlaamse Klimaatfonds Er werden 19 projecten vastgelegd voor een bedrag van 2,7 miljoen euro: 5 projecten voor een grondige stookplaatsrenovatie, 2 voor de isolatie van het dak of de zoldervloer, 4 voor het vervangen van vensters en het isoleren van de gevels, 7 voor het inregelen van de stookplaats en 1 project voor het uitvoeren van ingrijpende energetische renovatie. De totale CO2-besparing van de projecten uitgevoerd in het kader van het Klimaatfonds 2017-2018-2019 wordt geraamd op 1.346 ton per jaar.

Zonneplan: leningen voor fotovoltaïsche installaties Een van de zestien klimaatacties van Onderwijs behelst de energielening voor zonnepanelen op schooldaken. Het GO! voert deze projecten uit in samenwerking met het Vlaams EnergieBedrijf (VEB). In totaal kende het GO! tot 31/12/2019 een leningsbedrag toe van 1.557.765,93 euro inclusief btw en kosten, goed voor 31 projecten en zonnepanelen met een totaal vermogen van 1.292,99 kilowattpiek.

Asbestverwijderingsprojecten In juni 2018 werd het vervolgprotocol over de asbestafbouw in scholen ondertekend tussen de OVAM en het GO!. In tegenstelling tot het eerdere protocol komen nu alle scholen in Vlaanderen van het GO! in aanmerking voor de financiële ondersteuning van 50% door de OVAM. De overige 50% van de kost van de asbestverwijdering wordt gefinancieerd vanuit de GIW-middelen. Hiervoor werd een budget van 700.000 euro vrijgemaakt.

55


Het protocol is een groot succes. Al voor 344 scholen werd er bij de OVAM een dossier aangemaakt. Het aantal aanmeldingen verloopt ook in stijgende lijn: van 75 aanmeldingen in 2018 naar 269 aanmeldingen in 2019. Hierdoor ontstond er een wachtlijst.

Bodemsaneringsprojecten Het GO! heeft in zijn patrimonium 177 onderzoeksplichtige gronden of risicogronden qua bodemverontreiniging. Dit zijn gronden waar een risico-inrichting op gevestigd is of was. Om de verplichte onderzoekstrajecten te faciliteren sloten de OVAM en het GO! in 2016 een samenwerkingsprotocol. Dit protocol voorziet onder andere in de financiële ontzorging van de scholengroepen. 60% van de kosten voor de benodigde onderzoeken en saneringswerken wordt door de OVAM betaald, de centrale diensten van het GO! betalen de overige 40%. Door een gewijzigde aanpak versnelde de aanmelding en opstart van onderzoekstrajecten. In 2019 werden 52 onderzoekstrajecten gestart. 24 van deze onderzoekstrajecten werden al gefinaliseerd, in 4 gevallen was er verder onderzoek nodig en in 4 andere gaf het onderzoekstraject aanleiding tot een bodemsanering. 3 van deze bodemsaneringen werden inmiddels uitgevoerd.

ESCO in kader van energiebesparing Om energie te kunnen besparen en daartoe de noodzakelijke investeringen te kunnen doen, werkt het GO! aan het opzetten van ESCO-contracten met een Energy Service Company. In dergelijke contracten voert de ESCO een energieproject in een gebouw uit en financiert die investering zelf. Door de investering daalt het energieverbruik en de energiefactuur. Met een deel van de uitgespaarde middelen wordt vervolgens de nieuwe installatie afbetaald. Wanneer de installatie afbetaald is, wordt het GO! volle eigenaar van de installatie. Het Europese energiebeleid gaat in de richting van een energieneutraal gebouwenpark. Het is daarom essentieel dat een ESCO-investeringsprogramma onderdeel is van een langetermijnaanpak van de betrokken gebouwen en zich niet beperkt tot quick wins, namelijk technische maatregelen met een korte terugverdientermijn. De terugverdieneffecten op korte termijn moeten van die aard zijn dat ze de investeringen op lange termijn helpen realiseren. In het GO! lopen er momenteel twee ESCO-pilootprojecten, waarbij de scholengroepen en de centrale diensten samenwerken met het VEB. Het pilootproject in scholengroep Limburg-Noord is in de opstartfase. Hiervoor werd er een haalbaarheidsstudie opgemaakt door VEB. Dat van scholengroep Midden-Limburg loopt al langer. Daar werden de energieverbruiken al gedetailleerd geregistreerd en is de aanbesteding in de fase van gunning van de opdracht.

Energiemonitoring Het GO! startte een pilootproject om de energiemeters (en bij uitbreiding de watermeters) te inventariseren in twee scholengroepen. Die inventarisatie van de energiemeters gebeurde eenvoudig met de ArcGis “collector” applicatie. De test verliep positief zodat we de energiemeters in 2020 in de andere scholengroepen kunnen inventariseren. We brengen de plaats van de energiemeters in kaart om de verbruiken, die enkel op het niveau van de energiemeter kunnen vastgesteld worden zolang er geen submeters zijn, te koppelen aan de gebouwen verbonden met de meters. Zodoende kan een energielabel of ‘kengetal’ (kWh/m2) per gebouw opgemaakt worden. De inventarisatie omvat ook de stookoliemeters en -tanks en de centrale stookplaatsen die verschillende gebouwen voorzien van verwarming.

56


Duurzaamheidsmeter GRO De Vlaamse minister van Onderwijs gaf aan AGION de opdracht om samen met het GO! een nieuwe duurzaamheidsmeter te ontwikkelen ter vervanging van het ondertussen verouderde Instrument Duurzame Scholenbouw (IDS). De duurzaamheidsmeter GRO van Het Facilitair Bedrijf (HFB) werd als een bruikbaar instrument beschouwd. Na een testcase werd beslist om samen te werken met HFB aan een update van GRO om deze te gebruiken bij scholenbouw. De Raad van het GO! besliste de duurzaamheidsmeter GRO verplicht te gebruiken als ambitie-en controle-instrument bij alle nieuwe GIW-projecten. De afgevaardigd bestuurder besliste vervolgens om ‘duurzaamheid’ als gunningscriterium te gebruiken bij nieuwbouw en renovatiewerken binnen de afdeling infrastructuur – team projectmanagement en legde het ambitieniveau vast.

Programma ‘Basiskwaliteit’ Er is vanuit het GIW-budget en met inzet van een deel van middelen uit het Vlaams Klimaatfonds een bedrag tussen 23,5 en 28,5 miljoen euro uitgetrokken voor het eenmalige programma ‘Basiskwaliteit’, dat over verscheidene jaren uitgevoerd wordt. Het programma heeft tot doel de basiskwaliteit - gedefinieerd als ‘warm, droog, proper’ - van schoolgebouwen te verbeteren via energetische totaalrenovaties van de vier generieke gebouwdelen: dak, gevel, buitenschrijnwerk en verwarming. Er werden 8 projecten, goed voor 25.000m2, geselecteerd met de grootste energiebesparing en de minst goede kwaliteit van de buitenschil (dak, gevel, buitenschrijnwerk). Voor 4 van de projecten werd het definitieve ontwerp opgemaakt. Voor de 4 andere werd een schetsontwerp uitgewerkt.

Programma slopen Het programma slopen werd opgestart. De lijst met te slopen gebouwen werd opgemaakt. Er wordt voorzien om 24.570 m2 te slopen, verdeeld over 14 domeinen. De nodige raamcontracten voor het studiewerk (asbestinventaris , sloopopvolging) werden in de markt gezet zodat het eigenlijke studiewerk en het uitvoeringswerk in 2020 kunnen worden uitgevoerd.

Capaciteit Sinds 2010 kan het GO! over heel Vlaanderen bijkomende leerlingenplaatsen creëren met de extra middelen die de Vlaamse Regering speciaal daartoe voorziet. In 2019 werden verschillende capaciteitsprojecten opgeleverd die 866 bijkomende leerlingenplaatsen creëerden in het basisonderwijs. Daar stonden 9.581.806 euro capaciteitsmiddelen tegenover. Het totaal aan nieuwe stoelen sinds 2010 bedraagt daarmee 8.002 (7.802 in het basisonderwijs en 200 in het secundair onderwijs), met een investering van 88,9 miljoen euro. In 2018 besliste de Vlaamse Regering om in een nieuwe capaciteitsronde ter waarde van 151 miljoen euro te investeren in 2019, 2020 en 2021, verdeeld over 28 steden en gemeenten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hierbij lag de focus op het lenigen van de capaciteitsnoden in het secundair onderwijs. De verdeling werd gebaseerd op de capaciteitsmonitor schoolinfrastructuur 2018, opgesteld door de VUB en de KU Leuven. Daarin zijn de noden qua aanbod en stoeltjes over de netten heen geïnventariseerd tot 2024-2025. De verdeling van de middelen werd in lokale taskforces onderhandeld van 14 november 2018 tot 15 januari 2019. Het GO! nam met 19 scholengroepen actief deel aan 25 taskforces. Op 5 april 2019 werden uiteindelijk 27 GO! projecten goedgekeurd, voor 47,2 miljoen euro, goed voor 3.926 extra leerlingenplaatsen. Ook de gemeentebesturen van Leuven en Denderleeuw ondersteunden de onderwijsverstrekkers met eigen middelen. Daar kregen de GO! projecten in totaal 875.000 euro bovenop de middelen van Vlaanderen.

57


Daarnaast besliste de Vlaamse Regering op 5 april 2019 om 50 miljoen euro extra te investeren in bijkomende schoolcapaciteit. Het betreft een voorafname op het capaciteitsbudget 2022 van de volgende ronde capaciteitsmiddelen 2022-2024. Tussen de verschillende onderwijsverstrekkers was 26,8 miljoen euro te verdelen in Aalst, Gent, Brussel, Antwerpen en 4 gemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel. 18 miljoen euro werd via AGION toebedeeld aan het gesubsidieerd onderwijs in heel Vlaanderen. De onderhandelingen in de lokale taskforces in de desbetreffende steden en gemeenten liepen tot 20 juni 2019. Op 2 september 2019 maakte de minister de verdeling bekend. Het GO! kreeg de goedkeuring om voor 11,5 miljoen euro 5 bijkomende projecten uit te voeren en 2 capaciteitsprojecten van de ronde 2019-2021 uit te breiden. Met deze werken worden 350 bijkomende stoelen gecreëerd in het basisonderwijs en 1.034 stoelen in het secundair onderwijs. De projecten uit deze rondes zijn intussen opgestart. Samen met de projecten uit de vorige capaciteitsrondes heeft het GO! voor 96,2 miljoen euro aan capaciteitsprojecten in realisatie die in de komende jaren 7.755 stoelen zullen bijcreëren (2.999 in het basisonderwijs en 4.756 in het secundair onderwijs). In 2019 onderzocht het GO! de mogelijkheid om bepaalde capaciteitsprojecten uit te breiden. Hierbij werd gekeken of bepaalde gebouwen die in slechte staat verkeren konden worden afgestoten en eigendommen konden worden verkocht eventueel door een vervangbouw aan een capaciteitsdossier toe te voegen. Het belangrijkste criterium daarbij was dat de geraamde opbrengst uit de verkoop minstens even hoog was als de kosten voor de uitbreiding. Een bevraging bij de scholengroepen en de daaropvolgende analyse resulteerden in de uitbreiding van 8 capaciteitsprojecten met in totaal 14,3 miljoen euro uit verkopen, waarbij naast de al voorziene uitbreiding van stoelen ook het bestaande patrimonium verbeterd wordt.

Samenwerking met andere partners Om de GO! middelen te versterken en opportuniteiten te capteren, gaat het GO! samenwerkingsverbanden aan met partners, bijvoorbeeld om met gedeelde kosten een sporthal op te richten of om een PPS-project uit te voeren. Het pilootproject ‘PPS Hasselt’ is in uitvoering. Hierbij werden enkele locaties vermarkt om te kunnen zorgen voor onder andere een nieuwe topsportschool met sportvoorzieningen. Door dit via publiek-private samenwerking (PPS) te realiseren, ontvangt het GO! ook een bepaalde return van de ontwikkeling van de sites. De bouw van de topsportschool werd opgestart. De andere PPS-projecten werden vormgegeven. De bouw van een sporthal in Ieper in cofinanciering met AG Vauban van de stad Ieper werd opgeleverd en in gebruik genomen. Voor de realisatie van een nieuwbouw voor GO! basisschool ’t Kasteeltje en de valorisatie van het kasteel Isque in Overijse werkt het GO! samen met Participatiemaatschappij Vlaanderen - Vlaamse Erfgoedkluis. Inspecties door Monumentenwacht van de beschermde monumenten in het GO! patrimonium werden opgestart. Monumentenwacht zal elk jaar een deel van de GO! monumenten inspecteren en een onderhoudsplan opstellen, met de bedoeling dit in 2020 af te ronden.

PPS Gebiedsontwikkeling In 2019 werd voor 5 nieuwe potentiële PPS-projecten een haalbaarheidsonderzoek opgestart. 3 andere potentiële PPSprojecten zijn weerhouden voor verder onderzoek.

58


Š ID/ Lieven Van Assche

Vastgoedtransacties Om het ontoereikende budget voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van het GO! patrimonium aan te vullen, verkoopt het GO! gronden en gebouwen die niet langer voor onderwijs worden gebruikt. In het afgelopen jaar werden gronden en panden verkocht ter waarde van 14 miljoen euro. Onder de belangrijkste dossiers noteren we de verkoop van de Kaaischoolstraat in Ninove en het Strooiendorp in Leopoldsburg. Daarnaast sloot het GO! een 15-tal overeenkomsten in de vorm van zakelijke rechten, grondruil, erfpachten en opstalrechten a.

Net-brede projecten in het kader van patrimoniumbeheer In de softwaretoepassing FMIS (Facilitair Management Informatie Systeem) wordt alle belangrijke facilitaire informatie van het GO! opgeslagen. Tegelijk ondersteunt deze databank de businessprocessen rond infrastructuur. Het grootste deel van het gebouwenpatrimonium is ingeladen met verdiepingsplannen in de Space module. Voor alle domeinen en scholengroepen werden overzichtsplannen gemaakt waarop de gebouwen zichtbaar zijn met de omgevingsdata uit het Grootschalig Referentie Bestand7 (GRB) en het kadaster (bv. Straten en waterwegen). Er is volop gewerkt aan de verrijking van de beschikbare patrimoniuminformatie via koppeling met meerdere authentieke bronnen. Bijvoorbeeld een kaart met situering van de domeinen in de overstromingsgevoelige gebieden. Deze kaarten ondersteunen het infrastructuurbeleid zowel bij de centrale diensten als bij de scholengroepen. Het Grootschalig Referentie Bestand of Basiskaart Vlaanderen (GRB) is een gemeenschappelijk geografisch informatiesysteem dat dient als topografische referentie voor Vlaanderen. Elke gebruiker kan eigen gegevens hierop enten. 7.

59


Initiatie en ontwerp Uitvoering Voorlopig opgeleverd

grote bouw- en renovatieprojecten

Zonnelening – 16 vastgelegde projecten in 2019 Vlaams Klimaatfonds - 19 vastgelegde projecten in 2019 (waarvan 7 niet weergegeven op de kaart = inregelen van de stookplaats)

energiebesparende projecten

60


7. Personeelsbeleid in de centrale administratieve diensten Op 1 januari 2019 werkten er in de administratieve diensten van het GO! 142 vastbenoemde en 45 contractuele personeelsleden. 5 personeelsleden gingen in het afgelopen jaar met pensioen, 7 personeelsleden verlieten het GO! om andere redenen. Er werden 2 nieuwe medewerkers in dienst genomen. Op 31 december 2019 sloten onze diensten het jaar af met 134 vastbenoemde en 43 contractuele personeelsleden.

Evolutie van het personeelsaantal

225

30.06.14

220 31.12.14

208

30.06.15

205 31.12.15

199

30.06.16

198

31.12.16

200

30.06.17

194

31.12.17

189

30.06.18

190

31.12.18

183

177

30.06.19

31.12.19

230

220

210

200

190

170 Jun-14

Dec-14

Jun-15

Dec-15

Jun-16

Dec-16

Jun-17

Dec-17

Jun-18

Dec-18

Jun-19

Dec-19

Bovenstaande tabel en grafiek tonen de evolutie sinds 30 juni 2014 (in koppen) van het aantal personeelsleden in de administratieve diensten van het GO!. Door de besparing in koppen die door de Vlaamse Regering werd opgelegd, moest tegen het einde van de legislatuur een besparing van twee koppen gerealiseerd worden. Op 31 december 2019 telden de administratieve diensten van het GO! 177 koppen. Dit is 48 koppen minder dan bij het begin van de legislatuur en ruim boven de besparingsdoelstelling van 2 koppen. Dit is een rechtstreeks gevolg van de 1,457 miljoen euro aan personeelsbesparingen in enge zin (de besparing via de vergrijzingskosten niet meegerekend) en de besparing op werkingskosten die tijdens deze legislatuur aan het GO! worden opgelegd. Ook al had het GO! al een zware besparing tijdens de vorige legislatuur gerealiseerd, toch wordt onze instelling nu op een lineaire wijze mee gevat in een besparingsdoelstelling van de Vlaamse Regering, waarvoor het voorzitterscollege8 uiteindelijk de methodiek heeft uitgetekend. Het GO! betreurt dit. Dit dubbele besparingsmechanisme (koppen en middelen) veroorzaakt een enorme discrepantie in de toepassing van beide criteria. Een dergelijk mechanisme is volgens ons niet correct. Op basis van de berekeningen van de loonkosten door het voorzitterscollege staat een besparing van twee koppen gelijk aan 104.000 euro in plaats van 1,457 miljoen euro. Het toont aan dat men het GO! de facto buiten deze besparingsdoelgroep had moeten houden. Bovendien komt het kwaliteitsvol uitvoeren van de kernopdracht hierdoor in het gedrang. Het voorzitterscollege werd door de Vlaamse Regering opgericht als adviserend en coรถrdinerend orgaan. Elk beleidsdomein is hierin vertegenwoordigd met een leidend ambtenaar. 8.

61


Ook bij het aantreden van de nieuwe Vlaamse Regering wordt er aan het GO! een besparingsdoelstelling opgelegd van 468.000 euro of het equivalent van 9 koppen waardoor het kwaliteitsvol uitvoeren van de kernopdracht van het GO! nog meer onder druk komt te staan.

HR-beleid In functie van de realisatie van de missie van het GO! en de doelstellingen van de organisatie is ons menselijk kapitaal heel belangrijk. Om onze opdracht waar te maken hebben we competente en resultaatgerichte medewerkers nodig die we blijvend kunnen motiveren, ontwikkelen en duurzaam en zinvol kunnen inzetten. Een toekomstgericht prestatiemanagement (PLOEG-beleid) is een van de bouwstenen die hiertoe bijdraagt. Afgelopen jaar heeft het GO! het beleid rond prestatiemanagement onder de loep genomen.

Bovenstaande woordenwolk illustreert de focus van ons nieuw beleid rond prestatiemanagement. Prestatiemanagement is een continue wisselwerking tussen het plannen en bepalen van doelstellingen en het opvolgen van de voortgang met het oog op groei en ontwikkeling. Via coachend leiderschap willen we de medewerkers begeleiden en ondersteunen in hun werk, stimuleren om te groeien in job en loopbaan en blijvend motiveren. Een open dialoog en wederzijdse feedback rond voortgang van taken, beoogde resultaten, ontwikkeling, samenwerking en welbevinden is essentieel. Het is van groot belang een veilige context te creĂŤren waarin talent, kennis, competenties en vaardigheden maximaal kunnen ontwikkelen zodat medewerkers optimaal, flexibel en duurzaam kunnen ingezet worden. Van de medewerkers wordt verwacht dat zij hun loopbaan in eigen handen nemen, eigenaarschap opnemen en zich verantwoordelijk voelen voor hun doelen en die van het GO!, voor hun ontwikkeling en inzetbaarheid. In 2019 hebben we ook, samen met andere entiteiten van de Vlaamse overheid, twee nieuwe HR-modules uitgerold, een module rond prestatiemanagement en een module in het kader van leren & ontwikkelen. De gesprekken en het proces in het kader van prestatiemanagement loopt voortaan elektronisch via de nieuwe Vlimpers module PLOEG. Het is een instrument voor medewerkers en leidinggevenden om te plannen, op te volgen en te evalueren; kortom een instrument die de samenwerking op de werkvloer ondersteunt en faciliteert.

62


Op het vlak van leiderschap en welzijn werden de in 2018 geïnitieerde acties en trajecten verdergezet. Zowel het versterken van leiderschap als het stimuleren van het bewustzijn rond welzijn en aandacht voor welbevinden staan blijvend op de agenda. Ook in het nieuwe strategisch HR-plan worden deze thema’s naast een sterke leercultuur en talentmanagement in een lerende organisatie als sleutelthema’s voor de komende jaren geformuleerd.

© ID/ Lieven Van Assche

63


8. Werkingsmiddelen De scholengroepen ontvangen naast door de overheid gefinancierde personeelsomkadering (uren en punten) voor personeel ook werkingsmiddelen om onderwijs te organiseren. Ook de administratie en de pedagogische diensten ontvangen werkingsmiddelen om hun opdracht uit te voeren.

Scholengroepen Bij de opstart van het GO! heeft de overheid middelen vrijgemaakt voor de overkoepelende ondersteunende administratie. En zoals bij de andere onderwijsverstrekkers zijn er middelen voor de scholen. De scholengroepen daarentegen ontvangen geen middelen om de scholen te ondersteunen in hun opdracht. Sinds de dotatie werkingsmiddelen 2009 wordt rekening gehouden met de sociale achtergrond van de leerlingen in het gewoon onderwijs en ligt de lat gelijk voor de verschillende onderwijsverstrekkers. De middelen die de overheid toekent, worden op basis van door de Raad van het GO! vastgelegde criteria verdeeld over de scholengroepen, die ze op hun beurt, via een beslissing van hun raad van bestuur, verder over de scholen verdelen. In de begroting van het Departement Onderwijs en Vorming voor alle onderwijsverstrekkers samen werden deze bedragen opgenomen: Begrotingsaanpassing 2018

Begrotingsaanpassing 2019

Gewoon basisonderwijs

492.932

503.829

+10.897

+2,21%

Buitengewoon basisonderwijs

42.270

43.234

+964

+2,28%

Gewoon secundair onderwijs

421.850

440.728

+18.878

+4,48%

Buitengewoon secundair onderwijs

28.175

30.455

+2.280

+8,09%

Internaten

24.025

24.344

+319

+1,33%

Werkingsmiddelen in € 1.000

Verschil

Buiten de gewoonlijke factoren, leerlingenevolutie en indexatie, is de stijging mede te verklaren door een aantal eenmalige maatregelen. Voor het basisonderwijs ging het over 10 miljoen euro voor ondersteuning van de leerkracht in de klas en 10 miljoen euro extra voor kleuters. Daartegenover staat het schrappen van de periodiek terugkerende extra middelen kleuters voor een bedrag van 10.196 miljoen euro. Deze worden bij de werkingsmiddelen van 2020 gevoegd in het kader van de volledige gelijkschakeling van de financiering van kleuters vanaf schooljaar 2019-2020. In het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs voorzag de Vlaamse overheid 10 miljoen voor de aankoop van didactische uitrusting voor STEM. De ‘eenmalige’ besparingen op werkingsmiddelen voor de dotatie 2015 (2,3% in het basisonderwijs en 4,5% in het secundair onderwijs) zijn ook op de dotatie 2019 toegepast. Dat betekent een verlies van 6,25 miljoen euro. Daarenboven werden de werkingsmiddelen in 2019 voor het gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs maar voor 60% geïndexeerd, waardoor het GO! 640.000 euro minder kreeg.

64


Het GO! ontvangt de volgende bedragen (in euro) per leerling: Dotatie werkingsmiddelen per leerling

2018

2019

Basisonderwijs

729,41

740,91

Buitengewoon basisonderwijs

1339,43

1362,78

Secundair onderwijs

1030,43

1033,81

Buitengewoon secundair onderwijs

1312,03

1319,11

Internaten

927,01

990,59

Deeltijds kunstonderwijs

127,85

124,17

Deeltijds kunstonderwijs Het aantal leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs van het GO! groeit constant aan. Door de bijkomende besparingen (vanaf 2015) bij de overheid is het bedrag dat het GO! per leerling krijgt, gedaald van 166 euro in 2009 naar 124,17 euro in 2019. De scholengroepen passen dit verschil in de feiten bij, maar dat gaat ten koste van andere onderwijsniveaus en -vormen. Wij blijven herhalen dat de Vlaamse overheid in de middelen hoort te voorzien die het GO! nodig heeft voor de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs: uren, werkingsmiddelen, infrastructuur, leerlingenvervoer, regelgeving e.d. Academies moeten in staat zijn om autonoom en onafhankelijk van bijkomende middelenstromen te functioneren. Dat onafhankelijk zijn van bijkomende middelenstromen is voor het GO! een voorwaarde om op een eerlijke manier deeltijds kunstonderwijs te kunnen organiseren. Die onafhankelijkheid is ook absoluut noodzakelijk om te kunnen inspelen op de mogelijkheden die de nieuwe opleidingsstructuur biedt. Andere onderwijsverstrekkers kunnen op derdenmiddelen rekenen; in het gefinancierd onderwijs kunnen die extra middelen enkel van de Vlaamse overheid zelf komen. Als niet voldaan wordt aan die onafhankelijkheidsvoorwaarde, wordt de grondwettelijke opdracht van het GO! zowel politiek als beleidsmatig miskend.

Geconsolideerde jaarrekening GO! Elk jaar moet de Raad van het GO! vóór 30 september zorgen voor een geconsolideerde jaarrekening over het voorgaande boekjaar. Dit jaarverslag wordt op een vroeger tijdstip opgemaakt, op een ogenblik dat de geconsolideerde jaarrekening voor het net over het voorgaande boekjaar nog niet door de Raad is goedgekeurd. Daarom worden de cijfers van 2018 besproken. Een geconsolideerde jaarrekening moet een overzicht leveren van de resultaten van het gehele GO!, en brengt dus de cijfers van alle scholengroepen samen met de cijfers van de centrale diensten. De jaarrekeningen van de verschillende entiteiten worden wiskundig samengevoegd en, om dubbeltelling te vermijden, worden onderlinge transacties en saldi geëlimineerd. Dit leidt tot positieve of negatieve consolidatieverschillen.

65


Consolidatie van het gehele GO! is de integrale samenvoeging van jaarrekeningen en de eliminatie van onderlinge transacties en saldi van: - 26 scholengroepen; - de GO! centrale diensten; - SKOGO (Stichting Kinderopvang GO!) – werd ontbonden en vereffend op 9 november 2018. Bijgevolg maakt SKOGO geen deel meer uit van de balans op 31 december 2018, maar wel nog van het resultaat van 2018. Als kerncijfers kunnen we meegeven: - balanstotaal: 1.038 miljoen euro; - resultaat van het boekjaar: positief resultaat van 28,0 miljoen euro; - overgedragen resultaat: tekort van 211 miljoen euro; - eigen vermogen: 927 miljoen euro = 89% van het totaal vermogen. De verhouding van elke entiteit tot het balanstotaal is de laatste drie jaar zo goed als dezelfde gebleven: de centrale diensten nemen iets meer dan twee derde voor hun rekening (68,5%), de scholengroepen iets minder dan een derde (31,5%) en SKOGO slechts 0% door de ontbinding hiervan in november 2018.

Activa in euro

ACTIVA

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

verschil

% verschil

VASTE ACTIVA

20/28

725.916.790

665.042.922

60.873.869

+9,15%

Immateriële vaste activa

21

405.400

277.275

128.125

+46,21%

Positieve consolidatieverschillen

-

685.398

0

685.398

-

Materiële vaste activa

22/27

724.747.012

664.697.966

60.049.046

+9,03%

Financiële vaste activa

28

78.980

67.680

11.300

+16,70%

29/58

312.525.038

291.036.154

21.488.885

+7,38%

Vorderingen op meer dan één jaar

29

14.394.438

265.416

14.129.021

+5323,34%

Voorraden en bestellingen in uitvoering

3

4.054.851

4.220.383

-165.531

-3,92%

Vorderingen op ten hoogste één jaar

40/41

25.797.585

30.359.704

-4.562.118

-15,03%

Geldbeleggingen

50/54

112.314.273

106.168.035

6.146.238

+5,79%

Liquide middelen

55/58

143.203.305

142.912.901

290.404

+0,20%

Overlopende rekeningen

490/1

12.760.585

7.109.716

5.650.870

+79,48%

TOTAAL ACTIVA

20/58

1.038.441.829

956.079.076

82.362.753

+8,61%

VLOTTENDE ACTIVA

66


Vaste activa - 79% gebouwen en terreinen (incl. in aanbouw); - 11% installaties en machines (computers, keukens, e.d.); - 7% meubilair en rollend materieel. Er werd op netniveau financieel meer geïnvesteerd dan er werd afgeschreven of verkocht, maar heel wat activa hebben ondertussen een boekwaarde van 0 euro en die zouden ook vernieuwd moeten worden. De scholengroepen investeerden gemiddeld 1,91 miljoen euro. Dit is aanzienlijk meer dan de afschrijvingen, die gemiddeld 1,43 miljoen euro bedragen. De materiële vaste activa zijn de grootste groep aan vast actief op netniveau omdat het GO! een groot patrimonium heeft. De terreinen en gebouwen (incl. activa in aanbouw) palmen 79,3% van alle vaste activa in. De centrale diensten hebben 61,2 miljoen euro geïnvesteerd in terreinen en gebouwen. Eind 2018 was er voor 174,3 miljoen euro aankoopwaarde niet definitief opgeleverd.

Materiële vaste activa 55%

Terreinen en gebouwen

7%

Meubilair en rollend materieel

€

25%

Activa in aanbouw en vooruitbetalingen

3%

Overige materiële vaste activa

10%

Installaties, machines en uitrusting

0%

Leasing en soortgelijke rechten

Uit deze grafiek kan worden afgeleid dat de investeringen weer op een hoger niveau liggen dan de afschrijvingen (termijn 33 jaar). Op zich positief te noemen alhoewel de geïnvesteerde bedragen nog altijd te laag zijn om het gebouwenpatrimonium terug op niveau te krijgen. De boekwaarde ten opzichte van de aanschafwaarde zou theoretisch 50% moeten zijn wanneer er op gelijkmatige wijze doorheen de tijd vervangingsinvesteringen zouden worden gedaan. Om de achterstand in te halen die opgelopen is doordat in de afgelopen jaren niet voldoende geïnvesteerd is, zal het investeringsbedrag een veelvoud moeten zijn van het geïnvesteerde bedrag van 61,2 miljoen euro in 2018. Het geïnvesteerde bedrag wordt echter mee bepaald door de middelen die het GO! van de overheid krijgt. Het GO! kan zijn patrimonium bijgevolg niet voldoende snel vernieuwen. De staat en de waarde van het patrimonium dalen.

67


Voor installaties, machines en uitrusting zijn er verschillen tussen de scholengroepen en de centrale diensten. Bij het GO! (op netniveau) is de boekwaarde hiervan in totaal met 9,8% gestegen, maar bij de centrale diensten is die met 25,3% gedaald, terwijl ze bij de scholengroepen met 11,1% gestegen is. Eind 2018 beschikken de centrale diensten voornamelijk over technische installaties (1 miljoen euro) en computeruitrusting (0,6 miljoen euro). De technische installaties bestaan voornamelijk uit zware didactische apparaten aangekocht door GO! centrale diensten, maar gebruikt door de scholengroepen (tot 2010). De scholengroepen hebben meer installaties en uitrusting (35 miljoen euro), technische installaties (15,0 miljoen euro), computeruitrusting (12,9 miljoen euro) en keukeninstallaties (8,4 miljoen euro). Het meeste meubilair en rollend materieel zit logischerwijze bij de scholengroepen (98,9%). De scholengroepen beschikken voornamelijk over schoolmeubilair (61%), bussen (21%) en kantoormeubilair (12%). De centrale diensten hebben vooral kantoormeubilair (97%). Vanaf 2017 heeft de begeleidingscommissie Financiën9 een nieuwe richtlijn uitgevaardigd om infrastructuurwerken die scholengroepen laten uitvoeren te activeren onder de rubriek ‘Overige materiële vaste activa’. Daardoor stijgt het bedrag van deze rubriek nog altijd met 12,6 miljoen euro.

© ID/ Lieven Van Assche

De begeleidingscommissie Financiën is opgericht met het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de scholengroepen en het centrale niveau van het gemeenschapsonderwijs van 6 juli 1999. Ze heeft de volgende taken: 1° richtlijnen uitvaardigen om de uniforme toepassing van de bedrijfseconomische boekhouding van de scholengroepen en het centrale niveau te waarborgen; 2° maatregelen van interne controle op de boekhoudkundige verrichtingen uitwerken; 3° toezicht op de toepassing van de maatregelen van interne controle.

9.

68


Vlottende activa Zowel bij de scholengroepen als bij de centrale diensten bestaat het vlottende actief vooral uit geldbeleggingen en liquide middelen. Bij de centrale diensten is het meeste geld belegd (79%), bij de scholengroepen staat het overwegend op bankrekeningen (78%), waarvan 93,6 miljoen euro op spaarrekeningen staat. Er mogen enkel risicoloze beleggingen genomen worden. De voorraden bestaan voornamelijk uit grondstoffen (48,8%), hulpstoffen (24,7%), brandstoffen voor verwarming (13,4%) en in mindere mate uit goederen en materiaal bestemd voor verkoop (7,8%), gereed product (4,9%) en goederen in bewerking (0,5%). De voorraad bij de centrale diensten is promotiemateriaal in de webwinkel. De vorderingen op korte termijn zijn met 15% gedaald. Bij de scholengroepen bestaan de kortlopende vorderingen voor 73% uit leerlingenfacturen.

Passiva in euro

PASSIVA

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

verschil

% verschil

EIGEN VERMOGEN

10/15

927.226.046

880.284.073

46.941.973

+5,33%

Kapitaal

10

672.239.046

671.987.161

251.885

+0,04%

Reserves

13

22.360

22.360

0

+0,00%

Negatieve consolidatieverschillen

-

0

54.371

-54.371

-100,00%

Overgedragen winst/verlies (+)/(-)

14

-210.938.919

-240.783.910

29.844.991

-12,39%

Kapitaalsubsidies

15

465.903.560

449.004.091

16.899.469

+3,76%

VOORZIENINGEN

16

1.095.170

1.122.327

-27.157

-2,42%

17/49

110.120.612

74.672.675

35.447.937

+47,47%

17

1.004.005

154.258

849.748

+550,86%

Schulden op ten hoogste één jaar

42/48

89.203.632

55.592.058

33.611.574

+60,46%

Overlopende rekeningen

492/3

19.912.975

18.926.360

986.615

+5,21%

TOTAAL PASSIVA

10/49

1.038.441.829

956.079.076

82.362.753

+8,61%

SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar

Het eigen vermogen binnen de consolidatie is aanzienlijk gestegen met 46,9 miljoen euro. Dat komt vooral omdat het overgedragen resultaat toegenomen is met 29,8 miljoen euro (dat opgesplitst wordt in 16,5 miljoen euro bij de GO! centrale diensten en 13,4 miljoen euro bij de scholengroepen) en de kapitaalsubsidies met 16,9 miljoen euro. Artikel 42 § 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een geïntegreerde boekhouding bepaalt dat de investeringsdotaties en soortgelijke voorinvesteringen in resultaat worden genomen op hetzelfde ritme als dat van de afschrijvingen waarvoor ze werden verkregen. Dit zijn de kapitaalsubsidies. De tegenpost van de investeringsdotatie is de rubriek ‘Dotaties, subsidies, toelagen en soortgelijke’ als onderdeel van het eigen vermogen. De reserves blijven constant. Het kapitaal vertegenwoordigt het aanvangspatrimonium van het GO! voor 566,4 miljoen euro in de boekhouding van de GO! centrale diensten en voor 105,8 miljoen euro bij de scholengroepen. Het kapitaal steeg licht met 252.000 euro (0,04 %) ten opzichte 2017 door een fusie van CVO CTT Limburg en CVO Zuid-Limburg.

69


De centrale diensten nemen

een overgedragen verlies

mee als gevolg van de geboekte afschrijvingen op het

aanvangspatrimonium. Bij het starten van de boekhouding wou men een zicht hebben op de waarde van de gebouwen. Daarom werd een waarde en een afschrijving geboekt. Deze afschrijvingen werden in de resultatenrekening op een kostenrekening geboekt, waardoor een verlies werd geboekt. Dit verlies verminderde in 2018 wel door het positieve resultaat van 16,5 miljoen euro. De scholengroepen hebben hun overgedragen resultaat met 11% verhoogd tot 134,5 miljoen euro. De sterke stijging van de kortlopende schulden wordt voor een groot deel veroorzaakt door een stijging van de financiële schulden met 21,4 miljoen euro ten opzichte van 2017. Dit komt door een negatief saldo van 25,6 miljoen euro op de zichtrekening waarop de middelen van het ordonnanceringskrediet worden gestort. Deze rekening wordt beheerd door het Centraal Financieringsorgaan (CFO) en niet door het GO! zelf. Omdat het niet is toegestaan dat grootboekrekeningen een creditsaldo vertonen op de actiefzijde van de balans, moest dit worden overgeboekt naar de rekening 43000000 “Kredietinstellingen”.

Resultatenrekening

in euro

Resultatenrekening

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

verschil

% verschil

Operationele opbrengsten

70/74

418.700.104

414.598.077

4.102.027

+0,99%

Operationele kosten

60/64

408.141.610

392.995.324

15.146.286

+3,85%

Operationeel resultaat (+)/(-)

-

10.558.494

21.602.752

-11.044.259

-51,12%

Financiële opbrengsten

75

200.598

222.393

-21.794

-9,80%

Financiële kosten

65

138.655

147.522

-8.867

-6,01%

Financieel resultaat (+)/(-)

-

61.943

74.870

-12.927

-17,27%

Uitzonderlijke opbrengsten

76

18.862.947

6.845.404

12.017.543

+ 175,56%

Uitzonderlijke kosten

66

1.491.512

2.832.397

-1.340.885

-47,34%

Uitzonderlijk resultaat (+)/(-)

-

17.371.435

4.013.007

13.358.428

+ 332,88%

GECONSOLIDEERD(E) WINST/VERLIES (+)/(-)

-

27.991.872

25.690.630

2.301.242

+8,96%

Het geconsolideerde resultaat van het boekjaar 2018 is een positief resultaat van 28 miljoen euro tegenover een positief resultaat van 15,7 miljoen euro in 2017. Dit is een gevolg van een operationeel positief resultaat van 10,6 miljoen euro, een financieel resultaat van 62.000 euro en ten slotte een uitzonderlijk resultaat van 17,4 miljoen euro.

Operationeel resultaat In 2018 bedraagt het operationele werkingsresultaat 10,6 miljoen euro, wat 11 miljoen euro minder is dan in 2017. De kosten zijn in verhouding met 2017 15,1 miljoen euro toegenomen, terwijl de opbrengsten met 4,1 miljoen euro zijn toegenomen. 73,2% van de werkingsopbrengsten komt uit dotaties, toelagen en subsidies, 6,6% uit lopende opbrengsten van voornamelijk schoolmaaltijden en 20,2% uit andere operationele opbrengsten. De werkingskosten bestaan voor 48% uit de aankoop van diensten en diverse goederen, 32,9% uit loonkosten, 11,5% uit afschrijvingen en 5,8% uit verkoopkosten. Het financiële resultaat van 2018 is met 13.000 euro gedaald tot 62.000 euro, voornamelijk omdat de intrestvoeten op bankrekeningen en beleggingen nog altijd zeer laag blijven, terwijl de financiële kosten alsmaar toenemen. Het uitzonderlijke resultaat van 17,4 miljoen euro is ten slotte voornamelijk het gevolg van de meer- of minderwaarde op de verkoop van vaste activa.

70


Jaarrekening centrale diensten Voor de centrale diensten bespreken we de jaarrekening 2019. Conform het rekendecreet bestaat de rapportage uit een ‘bedrijfseconomisch luik’ en een ‘begrotingsluik’. Dit gaat over de cijfers van de administratie en de pedagogische diensten. De centrale administratie moet zowel een bedrijfseconomische als een budgettaire boekhouding voeren, met een belangrijke focus op het budgettaire, aangezien zij als overheidsorgaan wordt beoordeeld op basis van deze uitvoeringen en begrotingen. In wat volgt wordt het bedrijfseconomische resultaat besproken. De Raad van het GO! heeft de jaarrekening 2019 goedgekeurd op 20 maart 2020.

Balans Activa BALANS NA WINSTVERDELING

Toel.

Oprichtingskosten VASTE ACTIVA

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

20

-

-

21/28

619.000.208,90

572.166.540,54

Immateriële vaste activa

6.2

21

4.777,41

4.777,41

Materiële vaste activa

6.3

22/27

618.772.960,53

572.161.763,13

Terreinen en gebouwen

22

418.628.345,55

395.441.544,15

Installaties, machines en uitrusting

23

1.376.406,58

1.841.006,93

Meubilair en rollend materieel

24

516.498,20

564.198,78

Leasing en soortgelijke rechten

25

-

-

Overige materiële vaste activa

26

-

-

Activa in aanbouw en vooruitbetalingen

27

198.251.710,20

174.315.013,27

28

222.470,96

-

280/1

-

-

Deelnemingen

280

-

-

Vorderingen

281

-

-

282/3

-

-

Deelnemingen

282

-

-

Vorderingen

283

-

-

284/8

222.470,96

-

284

-

-

285/8

222.470,96

-

Financiële vaste activa

Verbonden ondernemingen

Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat

Andere Financiële vaste activa

Aandelen Vorderingen en Borgtochten in contanten

6.4/5

71


BALANS NA WINSTVERDELING

Toel.

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

29/58

177.114.790,25

141.925.413,19

Vorderingen op meer dan één jaar

29

20.000.000,00

14.000.000,00

Handelsvorderingen

290

20.000.000,00

14.000.000,00

Overige vorderingen

291

-

-

3

19.804,55

25.941,75

30/36

19.804,55

25.941,75

30/31

-

-

VLOTTENDE ACTIVA

Voorraden en bestellingen in uitvoering

Voorraden

Grond- en hulpstoffen

Goederen in bewerking

32

-

-

Gereed product

33

-

-

Handelsgoederen

34

19.804,55

25.941,75

35

-

-

Vooruitbetalingen

36

-

-

37

-

-

40/41

31.046.521,75

6.161.587,35

40

31.025.468,59

6.104.497,62

41

21.053,16

57.089,73

50/53

97.944.296,99

112.263.272,40

50

-

-

51/53

97.944.296,99

112.263.272,40

54/58

27.097.191,14

6.552.898,12

490/1

1.006.975,82

2.921.713,57

20/58

796.114.999,15

714.091.953,73

Onroerende goederen bestemd voor

Bestellingen in uitvoering

Vorderingen op ten hoogste één jaar

Handelsvorderingen

Overige vorderingen

Geldbeleggingen

Eigen aandelen

Overige vorderingen

6.6

6.6

Liquide middelen Overlopende rekeningen TOTAAL DER ACTIVA

6.6

Vaste activa De vaste activa zijn de bezittingen die er voor langere tijd zijn, zoals gebouwen, machines en meubilair. Ten opzichte van vorig boekjaar zijn ze met 46,83 miljoen euro gestegen. Dit komt voornamelijk omdat de waarde van terreinen en gebouwen10 van 570 miljoen euro naar 617 miljoen euro gestegen is. Er zijn geen immateriële vaste activa aangekocht en er werden geen afschrijvingen geboekt in 2019, waardoor de balanswaarde ongewijzigd blijft. Het gaat om weinig tastbare bezittingen; binnen het GO! gaat het hoofdzakelijk om licenties en certificaten voor o.a. tekenprogramma’s, beveiligingsprogramma’s, apps en zo meer. Er is voor 68,86 miljoen euro geïnvesteerd in terreinen en gebouwen, terwijl de afschrijvingskosten 21,70 miljoen euro bedragen. Wanneer een gebouw ouder is dan 33 jaar, wordt er niet meer op afgeschreven, en dat is het geval voor 90% van de GO! gebouwen.

10.

72

MAR rekening 22 Terreinen en gebouwen + MAR rekening 27 Activa in aanbouw


Bij de verkoop van vaste activa zoals gronden en gebouwen, en buitengebruikstellingen na de afbraak van een gebouw worden zowel de oorspronkelijke aanschaffingswaarde als de geboekte afschrijvingen uit de boekhouding gehaald. Er is in 2019 voor 16,42 miljoen euro aan historische aanschaffingswaarde en voor 16,38 miljoen euro aan geboekte afschrijvingen uit de boekhouding gehaald. Het betreft (delen van) 11 percelen grond en 9 bestaande gebouwen die werden verkocht. Enkele onroerende goederen hadden nog een boekwaarde van in totaal 36.000 euro. De gerealiseerde meerwaarden, het verschil dus tussen de verkoopopbrengsten en de netto boekwaarden, bedragen 13,05 miljoen euro. Ten slotte werd ook een gebruiksrecht verkocht in Brugge voor 1 miljoen euro. Aangezien gebruiksrechten in het verleden niet in de boekhouding werden opgenomen, werd deze verkoop integraal geregistreerd als meerwaarde. De installaties en machines hebben een netto boekwaarde van 1,38 miljoen euro. Dit is een daling met 465.000 euro ten opzichte van 2018 door aankopen ten bedrage van 112.000 euro (voornamelijk computeruitrusting) en afschrijvingen voor 576.000 euro. De netto boekwaarde van het meubilair en rollend materieel is door aankopen van 28.000 euro en afschrijvingen van 76.000 euro gedaald tot 516.000 euro. Rubriek 28 ‘Financiële vaste activa’ wordt gebruikt voor het registreren van zonneleningen. Scholengroepen kunnen beroep doen op een zonnelening voor de installatie van fotovoltaïsche installaties. Deze lening wordt gefaseerd terugbetaald zodra de installatie plaatsgevonden heeft, vandaar dat het GO! in de tussentijd een vordering aanlegt, in de vorm van een lening aan de scholengroep die over een periode van maximaal 15 jaar wordt afbetaald. Voor 2019 bedroeg het totaal van dergelijke vorderingen 222.000 euro.

Vlottende activa De vlottende activa zijn de bezittingen die relatief snel in geld kunnen worden omgezet. Ten opzichte van vorig boekjaar zijn ze met 35,19 miljoen euro toegenomen. De voornaamste wijzigingen doen zich voor bij de handelsvorderingen en geldbeleggingen. Eind 2019 bedragen de openstaande werkingsvorderingen 23,15 miljoen euro: een toename met 2,98 miljoen euro ten opzichte van 2018. Op 31 december had het GO! voor 97,94 miljoen euro belegd in waardepapieren (zowel effecten als termijndeposito’s), een daling met 14,32 miljoen ten opzichte van 2018. Wegens een overaanbod aan liquide middelen op de financiële markten konden in het voorbije jaar niet altijd alle liquiditeitsoverschotten (her)belegd worden in vastrentende effecten. Daarom werd een gedeelte op een termijndeposito geplaatst. De liquide middelen, inclusief kassen, vertoonden einde 2018 een saldo van 27,10 miljoen euro. Dit is een stijging met 20,54 miljoen euro ten opzichte van 2018. De netto toename in liquiditeiten bedraagt bijgevolg 6,22 miljoen euro. Omdat het GO! enkel mag beleggen in door de overheid gewaarborgde papieren, en het aanbod hierin daalt, kunnen niet alle vrijgekomen middelen belegd worden. Het saldo van de overlopende rekeningen bedraagt 1,01 miljoen euro. Dit saldo slaat op kosten die de jaargrenzen overstijgen en dus deels betrekking hebben op 2020 en later.

73


© ID/ Lieven Van Assche

74


Balans Passiva Toel. EIGEN VERMOGEN Kapitaal

6.7

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

10/15

736.492.448,81

667.905.445,10

10

566.402.078,90

566.402.078,90

Geplaatst kapitaal

100

566.402.078,90

566.402.078,90

Niet-opgevraagd kapitaal

101

-

-

Uitgiftepremies

11

-

-

Herwaarderingsmeerwaarden

12

-

-

Reserves / Bestemde Fondsen (*)

13

-

-

Wettelijke reserve

130

-

-

Onbeschikbare reserves

131

-

-

Belastingvrije reserves

132

-

-

Beschikbare reserves

133

-

-

Bestemde Fondsen (*)

134

-

-

14

-327.956.778,16

-345.473.246,05

15

498.047.148,07

446.976.612,25

Voorschot aan vennoten op verdeling van het netto-actief

19

-

-

VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN

16

395.331,00

395.331,00

160/5

395.331,00

395.331,00

6.7

Overgedragen positief (negatief) resultaat Kapitaalsubsidies

Voorzieningen voor risico's en kosten

6.8

6.8

Verplichtingen

160

-

Fiscale lasten

161

-

Onderhoudswerken

162

-

Milieuverplichtingen

163

-

VII)

164/5

395.331,00

395.331,00

168

-

-

17/49

59.227.219,34

45.791.177,63

17

75.183,79

140.406,41

170/4

-

-

Achtergestelde leningen

170

-

-

Niet-achtergestelde

171

-

-

172

-

-

Kredietinstellingen

173

-

-

Overige leningen

174

-

-

Handelsschulden

175

-

-

Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen

176

-

-

Overige schulden

178/9

75.183,79

140.406,41

Uitgestelde belastingen

6.8

SCHULDEN Schulden op meer dan één jaar

Financiële schulden

Leasing en soortgelijke schulden

6.9

75


Toel.

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

Schulden op ten hoogste één jaar

6.9

42/48

58.557.154,45

45.116.693,64

Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen

6.9

42

-

-

Financiële schulden

43

39.023.457,28

25.626.685,39

Kredietinstellingen

430/8

39.023.457,28

25.626.685,39

439

-

-

44

17.464.514,05

16.417.855,56

46

-

-

45

2.066.183,12

3.065.972,69

Belastingen

450/3

234.780,19

240.879,99

Bezoldigingen en sociale lasten

454/9

1.831.402,93

2.825.095,70

Overige leningen

Handelsschulden

Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen

Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten

6.8

6.9

Overige schulden

6.9

47/48

-

6.180,00

Overlopende rekeningen

6.9

492/3

594.881,10

534.077,58

10/49

796.114.999,15

714.091.953,73

TOTAAL DER PASSIVA

Het eigen vermogen is wat overblijft nadat alle bezittingen zijn verkocht aan boekwaarde en de resterende schulden zijn afgelost. Het GO! sluit het boekjaar 2019 af met een positief resultaat van 17,52 miljoen euro. Het overgedragen netto verlies bedraagt dan 327,96 miljoen euro. Het saldo van de schulden op meer dan één jaar bedraagt 75.000 euro en bestaat uit voorschotten op EU-subsidies met betrekking tot 8 Europese projecten die in 2016 en later zijn opgestart, waarvan het uitgavensaldo lager was dan de ontvangen projectsubsidies. Het bedrag van de ontvangen voorschotten werd als op te nemen lening geboekt, om te voldoen aan de budgetneutraliteit voor de verwerking van EU-subsidies. De handelsschulden op ten hoogste één jaar bedragen 17,46 miljoen euro en zijn met 1,05 miljoen euro toegenomen ten opzichte van 2018. De leveranciersschulden vloeien voort uit de dagelijkse registratie van aankoopfacturen van zowel private als openbare crediteuren. Op het einde van het boekjaar 2019 bedraagt deze schuld 5,41 miljoen euro. Het merendeel ervan is schuld aan private schuldeisers. De berekening van de provisie ‘Te ontvangen facturen’ ontstaat vanuit de openstaande bestellingen waarvoor eind 2019 de prestaties of diensten geleverd zijn maar nog niet gefactureerd. Er werd een provisie van 11,81 miljoen euro geboekt. Daardoor stijgt het saldo van de provisie tot 12,06 miljoen euro. De openstaande sociale schulden bedragen op het einde van het boekjaar 2,07 miljoen euro. Het saldo bij de overlopende rekeningen bedraagt 594.000 euro.

76


Resultatenrekening Toel. Bedrijfsopbrengesten

codes

Boekjaar

Vorig boekjaar

70/76A

51.264.515,23

53.114.342,91

Omzet

70

422,44

4.247,52

Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering: toename (afname)...(+)(-)

71

-

-

Geproduceerde vaste activa

72

-

-

Andere bedrijfsopbrengesten

73/74

36.900.597,80

34.823.780,63

Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten

76A

14.363.494,99

18.286.314,76

60/66A

55.098.515,08

57.631.801,32

60

6.137,20

32.192,00

600/8

-

-

609

6.137,20

32.192,00

6.12

Bedrijfskosten (-)

Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen

Aankoop Voor: afname +, toename

Diensten en diverse goederen

61

12.266.525,48

11.192.955,77

Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

62

16.023.262,31

17.038.980,80

Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

630

22.354.759,60

23.150.355,52

Waardeverminderingen op voorraden, op bestelingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegen (terugnemingen) ... (+)(-)

631/4

-

42.692,21

Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen + bestedingen en terugnemingen) ... (+)(-)

635/8

-

-

Andere bedrijfskosten

640/8

4.364.087,08

6.131.087,70

Als herstructueringskosten geactiveerde bedrijfskosten ... (-)

649

-

-

Niet-recurrente bedrijfskosten

66A

83.743,41

43.537,32

9901

-3.833.999,85

-4.517.458,41

75/76B

21.362.046,17

21.007.768,38

75

21.362.046,17

21.007.768,38

6.12

Positief (Negatief) Resultaat (+)(-) Financiële opbrengsten

6.12

Recurrente financiële kosten

Opbrengsten uit financiële vaste activa

750

-

-

Opbrengsten uit vlottende activa

751

136.581,99

112.415,62

Andere financiële opbrengsten

752/9

21.225.464,18

20.895.352,76

76B

-

-

Niet-recurrente financiële opbrengsten

6.12

77


Financiële kosten (-)

65/66B

11.578,43

15.120,48

Recurrente financiële kosten

65

11.578,43

15.120,48

Kosten van schulden

650

-

-

Waardeveminderingen op vlottende activa andere dan voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen) ... (+)(-)

651

-

-

Andere financiële kosten

652/9

11.578,43

15.120,48

Niet-recurrente financiële kosten

9903

17.516.467,89

16.475.189,49

Onttrekking aan de uitgestelde belastingen

780

-

-

Overboeking naar de uitgestelde belastingen

680

-

-

Belasting op het resultaat (+)/(-)

67/77

-

-

Belasting

670/3

-

-

Regularisering van belastingen en terugneming va voorzieningen voor belastingen

77

-

-

Positief (Negatief) reultaat van het boekjaar (+/-)

9904

17.516.467,89

16.475.189,49

Onttrekking aan de belastingvrije reserves

789

-

-

Overboeking naar de belastingvrije reserves

689

-

-

Te bestemmen (negatief) resultaat van het boekjaar (+/-)

9905

17.516.467,89

16.475.189,49

6.11

6.12

Positief (Negatief) resultaat van het boekjaar voor belasting (+/-)

66B

De centrale diensten realiseerden in 2019 een netto resultaat van 17,52 miljoen euro.

Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat is negatief, omdat er meer uitgaven dan inkomsten werden geboekt. De bedrijfsopbrengsten zijn met 1,85 miljoen euro gedaald, voornamelijk door de uitzonderlijk hoge gerealiseerde meerwaarden op verkopen van gronden en gebouwen in 2018. Deze opbrengsten zijn ten opzichte van vorig boekjaar met 3,92 miljoen euro gedaald. De bedrijfskosten zijn met 2,53 miljoen euro gedaald, voornamelijk door besparingen op personeelskosten en afschrijvingen op vaste activa, wat de grootste kostenposten zijn.

Financieel resultaat Het financiële resultaat bedraagt 21,35 miljoen euro en wordt hoofdzakelijk bepaald door het jaarlijks in resultaat nemen van de investeringsdotatie die de Vlaamse Gemeenschap toekent voor grote infrastructuurwerken. Het bedrag dat jaarlijks in het resultaat wordt opgenomen is afhankelijk van de jaarlijkse kosten die deze investeringen met zich meebrengen.

Resultaat van het boekjaar Het netto resultaat van het boekjaar 2019 bedraagt 14,52 miljoen euro. Dit resultaat wordt toegevoegd aan het gecumuleerde overgedragen verlies van 345,47 miljoen euro op het einde van vorig boekjaar. Het over te dragen verlies op het einde van boekjaar 2019 bedraagt bijgevolg 327,96 miljoen euro.

78


79


Allemaal VIP Helemaal

www.g-o.be

GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Willebroekkaai 36 - 1000 Brussel Tel.: 02 790 92 00 | www.g-o.be | info@g-o.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_GO!_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu