Skip to main content

dossier 2022-015.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/015

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 3 november 2021 diende xxx een verzoek in bij de stad Mortsel om inzage te verlenen in de ingediende bezwaren n.a.v. het georganiseerde openbaar onderzoek met betrekking tot de omzetting van een omgevingsvergunning (dossier OMV_xxx). Bij mailbericht van 3 november 2021 antwoordde de stad Mortsel dat het betreffende dossier nog geen beslissing heeft gekregen waardoor inzage niet mogelijk is. Bij mailbericht d.d. 12 januari 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde weigering. Dit beroep werd geregistreerd op 13 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 3 november 2021. De bestreden beslissing dateert van 3 november 2021. De beroepsinstantie stelt vast dat de beslissing van de stad Mortsel van 3 november 2021 genomen werd door een medewerker dienst leefomgeving - lokaal bestuur Mortsel. De stad heeft geen informatie verleend of de algemeen directeur zijn beslissingsbevoegdheid delegeerde in het kader van de beoordeling van openbaarheidsverzoeken. De beroepsinstantie dient bijgevolg redelijkerwijze aan te nemen dat er op het ogenblik van voornoemde beslissing geen delegatiebesluit door de algemeen directeur was genomen. De vraag rijst of de beroepsinstantie wel rekening mag houden met een beslissing die werd genomen door een orgaan dat

www.vlaanderen.be


daartoe niet bevoegd is. Artikel II.29 1° van het Bestuursdecreet draagt de beslissingsbevoegdheid over een bij de gemeente ingediende aanvraag tot openbaarmaking immers op aan de algemeen directeur. De beroepsinstantie kan niet anders dan oordelen dat de beslissing van 3 november 2021 in eerste aanleg strikt genomen uitging van een daartoe onbevoegd orgaan. Wat de beoordeling van de ontvankelijkheid betreft, moet de beslissing genomen door een onbevoegd orgaan worden gelijkgesteld met de afwezigheid van een beslissing. In de huidige zaak moet dan ook worden geoordeeld dat het bevoegde orgaan, dat wil zeggen de algemeen directeur, geen beslissing (tijdig) heeft genomen. Op grond van artikel II.48, laatste lid van het Bestuursdecreet neemt de beroepstermijn bij een ontstentenis van een beslissing geen aanvang. Het beroepschrift van 12 januari 2022 werd dan ook tijdig ingediend. Het beroep is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

In een mailbericht van 3 november 2021 wordt door de stad Mortsel aangegeven: “Uw afspraak ivm met inzage in de bezwaarschriften van betreffende dossier zal helaas geannuleerd moeten worden. Het betreffende dossier heeft nog geen beslissing gekregen waardoor inzage niet mogelijk is. De stad Mortsel heeft een advies doorgezonden naar het departement in Antwerpen. Het zijn zij die de beslissing zullen nemen.”

2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper tekent beroep aan tegen deze beslissing. Zij stelt:

“In het kader van ons dossier mbt omzetting van de omgevingsvergunning werden via het omgevingsloket verschillende bezwaren ingediend tijdens het lopende openbaar onderzoek. Via onderstaande mail dd. 3/11/2021 heb ik in het kader van openbaarheid van bestuur gevraagd om de bezwaren in te zien. Ik had eerder een online afspraak gemaakt om deze bij de gemeente in te kijken maar een medewerker van de gemeente had me opgebeld met de boodschap dat het geen zin had om langs te komen om deze in te zien want dit was niet mogelijk. Ik had gevraagd om deze boodschap schriftelijk te bevestigen samen met de vraag om deze in te zien. (…) Verschillende mensen hebben de moeite gedaan om een bezwaar in te dienen in de hoop dat hiermee rekening wordt gehouden. De verschillende adviesinstanties hebben reeds voor einde openbaar onderzoek hun advies overgemaakt alsmede ook betrokken gemeentebestuur. Dit betekent dat met de inhoud van deze bezwaren tot nu toe geen rekening wordt gehouden. Ook aan de aanvrager, wij xxx bij de verdere benadering (sic) van dit dossier hiermee dus geen rekening houden (sic).

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

pagina 2 van 7


Het is ook niet duidelijk hoe dit juridisch nu is geregeld, gemeente Borsbeek en Mortsel weigeren inzake in de bezwaren. Stad Antwerpen daarentegen heeft de moeite gedaan om alle bezwaren te bundelen en te anonimiseren en aan ons over te maken.” 3. Toelichting door stad Mortsel De beroepsinstantie nam op 13 januari 2022 bij mail contact op met de stad Mortsel om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailbericht d.d. 19 januari 2022 ontving de beroepsinstantie volgende toelichting vanwege de algemeen directeur:

“De indiener, xxx, vraagt in haar mail van 3 november 2021 om de afspraak, die ze zelf via het digitaal loket maakte later op die dag (om 14 uur), te bevestigen. (…) Naar aanleiding van deze mail werd telefonisch contact met xxx opgenomen. Er werd uitgelegd dat het niet kan om zelf een afspraak in te boeken om in het kader van openbaarheid documenten in te zien omdat de algemeen directeur hierover moet beslissen. De afspraak die werd ingeboekt, kan enkel gebruikt worden om lopende openbare onderzoeken en bekendmaking vergunningen te komen inkijken. Er werd na dit gesprek verder geen gevolg gegeven aan de vraag tot openbaarheid en de registratie ervan. Wat de vraag inhoudelijk betreft: Originele bezwaren kunnen nooit gedeeld worden zonder toestemming van de indiener. Bij het indienen krijgt de indiener de keuze of hij wil dat zijn bezwaar gedeeld wordt of niet. Dit werd in de betrokken dossiers niet aangevinkt. De betrokken bezwaren, in het bijzonder de analoge bezwaren die de stad zelf ontving, bevatten geen specifieke toestemming dat het delen ervan werd toegestaan. Deze bezwaren kunnen bijgevolg niet afgeleverd worden volgens de uitzonderingsgrond in artikel II.34 2° van het bestuursdecreet: “…omdat de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt..” In dit dossier was Mortsel enkel advies verlenend en geen behandelaar. Het advies zelf (…) omvat enkel de aantallen ingediende bezwaren. De bezwaren op zich worden genummerd en integraal doorgestuurd naar het Departement Omgeving. Als Mortsel de vergunningverlenende overheid is, wordt er een document opgemaakt dat de bezwaren samenvat en anonimiseert waardoor het wel zou kunnen afgeleverd worden. Maar doordat stad Mortsel enkel advies verleende, schrijft onze procedure voor dat er geen samenvattend document opgemaakt wordt. Bijgevolg kan dit document niet bezorgd worden omdat het in casu over een onbestaand bestuursdocument gaat waardoor het buiten het toepassingsgebied van de openbaarheid van bestuur valt. Artikel II.32 van het bestuursdecreet bepaalt het toepassingsgebied: “…een bestuursdocument dat in het bezit is van een personeelslid van een overheidsinstantie…” xxx werd dan ook doorverwezen naar de vergunningverlenende overheid om daar de samenvatting van de bezwaren op te vragen. Dit werd met een mail bevestigd (…)”. 4. Standpunt van de beroepsinstantie Op grond van de informatie ontvangen door de stad Mortsel kan het voorwerp van het beroep als volgt worden geduid. Er werd door xxx een aanvraag ingediend om de milieuvergunning van bepaalde duur om te zetten naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur (OMV_xxx) bij het Departement Omgeving. Een openbaar onderzoek werd georganiseerd door de stad Mortsel. Dit openbaar onderzoek liep van 27 juli 2021 tot en met 26 augustus 2021. Er werden 793 digitale bezwaren ingediend via het Omgevingsloket. In Mortsel werden 359 analoge bezwaren ingediend. De analoge bezwaren werden bezorgd aan het Departement Omgeving voor verdere behandeling.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

pagina 3 van 7


In de toelichting aan de beroepsinstantie stelt de stad dat “Originele bezwaren kunnen nooit gedeeld

worden zonder toestemming van de indiener. Bij het indienen krijgt de indiener de keuze of hij wil dat zijn bezwaar gedeeld wordt of niet. Dit werd in de betrokken dossiers niet aangevinkt. De betrokken bezwaren, in het bijzonder de analoge bezwaren die de stad zelf ontving, bevatten geen specifieke toestemming dat het delen ervan werd toegestaan. Deze bezwaren kunnen bijgevolg niet afgeleverd worden volgens de uitzonderingsgrond in artikel II.34 2° van het bestuursdecreet: “…omdat de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt.”

Naar aanleiding van deze opmerking van de stad m.b.t. de keuze van de bezwaarindiener om bij het indienen van het bezwaar aan te vinken of het bezwaar al dan niet mag gedeeld worden, wijst de beroepsinstantie op de artikels II.34, 6° en II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet. De artikels II.34, 6° en II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet bepalen dat een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking afwijst indien het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Deze uitzonderingsgrond is van toepassing zowel voor niet-milieu-informatie (artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet) als voor milieu-informatie behalve voor informatie over emissies in het milieu (artikel II.36, §1, tweede lid, 5° - artikel II.36, §2, eerste lid van het Bestuursdecreet), met dit verschil dat het in het eerste geval een absolute weigeringsgrond betreft die zonder afweging van belangen toepassing kan vinden, en in het tweede geval een relatieve weigeringsgrond die wel een afweging van belangen vereist Uit de lezing van voormeld artikelen blijkt echter dat deze uitzonderingsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Het gaat hier om een cumulatieve voorwaarde, zo blijkt voldoende uit het gebruik van het woord “en” in voormelde artikels van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie stelt vast dat aan de eerste vereiste, namelijk dat het gaat om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de bestuursinstantie, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, in casu is voldaan. Het betreft hier immers een bezwaarschrift dat volledig vrijwillig is ingediend tijdens het openbaar onderzoek van de vergunningsaanvraag. Niets of niemand heeft de bezwaarindiener daartoe verplicht. De tweede voorwaarde stelt evenwel dat die derde de vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk moet hebben bestempeld. Deze voorwaarde moet dan ook zijn vervuld op moment dat de informatie werd verstrekt. De beroepsinstantie is van oordeel dat, hoewel de indieners van de bezwaarschriften in het omgevingsloket (publiek loket) de vragen “Mag uw bezwaar en/of uw naam voor iedereen zichtbaar zijn in dit publieke

omgevingsloket? O Vink dit vakje aan als uw BEZWAARSCHRIFT zichtbaar mag zijn (opgelet: ALLES wat u in uw bezwaar intypt of als bestand toevoegt, is dan zichtbaar) O Vink dit vakje aan als uw NAAM en uw EMAILADRES zichtbaar mogen zijn” – volgens de door de stad verstrekte informatie - negatief beantwoordden

(en dus niet hebben aangevinkt), dit enkel en alleen betrekking heeft op wat online in het omgevingsloket zichtbaar is. De keuze van de bezwaarindieners in het omgevingsloket slaat m.a.w. enkel op het feit of iedereen automatisch en ‘onmiddellijk’ via het internet mag weten welk het bezwaar is en van wie het komt.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

pagina 4 van 7


Een bezwaarindiener kan immers bij het indienen van een digitaal bezwaar wel aangeven dat zijn bezwaar met en/of zonder de naam en e-mailadres, zichtbaar is in het publieke loket gedurende de looptijd van het openbaar onderzoek. De keuze van de bezwaarindieners kan echter niet gezien worden als het vertrouwelijk bestempelen van vrijwillig verstrekte informatie in de zin van artikel II.34, 6° of artikel II.36, §1, tweede lid, 5° van het Bestuursdecreet. Dit wordt trouwens ook uitdrukkelijk aangegeven in het loket: “Let op: Als u wenst dat de informatie in het bezwaarschrift niet mag worden bekendgemaakt bij een aanvraag tot openbaarmaking, moet u in uw bezwaarschrift zelf uitdrukkelijk aangeven dat het bezwaarschrift op strikt vertrouwelijke wijze wordt ingediend. De uiteindelijke beslissing over een gebeurlijke aanvraag tot openbaarmaking van uw bezwaarschrift komt toe aan de bevoegde instanties. De persoonsgegevens van de bezwaarindiener(s) worden in principe niet vrijgegeven”. Bijgevolg zijn alle ingediende bezwaarschriften bestuursdocumenten waar de bestuursinstantie, in casu de stad Mortsel, over beschikt en vallen zij in principe onder de toepassing van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur, ongeacht of zij online zichtbaar zijn/waren op het omgevingsloket of niet. Met andere woorden, de bezwaren zijn openbaar, tenzij bepaalde uitzonderingsgronden uit het Bestuursdecreet zich daartegen zouden verzetten. De hoger vermelde uitzonderingsgronden, die behoudens instemming van de betrokken persoon de door hem verstrekte en uitdrukkelijk als vertrouwelijk bestempelde informatie beschermen tegen openbaarmaking, zijn in casu bijgevolg enkel van toepassing wanneer de derden, in casu de bezwaarindieners, de verstrekte informatie uitdrukkelijk in de betrokken bezwaren als vertrouwelijk hebben bestempeld. De beroepsinstantie merkt op dat op basis van de verstrekte toelichting de beroepsinstantie niet kan vaststellen of in de ingediende bezwaarschriften zelf uitdrukkelijk en ondubbelzinnig melding wordt gemaakt van het vertrouwelijk karakter van het bezwaar. Bovendien, bij gebrek aan kennis van de inhoud van de bezwaarschriften, kan de beroepsinstantie evenmin vaststellen of al dan niet milieu-informatie of ‘gemengde informatie’ aan de orde is. Voor wat betreft de milieu-informatie uit het bezwaarschrift moet nog opgemerkt worden dat de in artikel II.36, §1, tweede lid, 5° van het Bestuursdecreet opgenomen uitzonderingsgrond een relatief karakter heeft, dit wil zeggen dat het belang dat beschermd wordt door deze uitzonderingsgrond dient afgewogen te worden tegenover het openbaar belang dat met de openbaarmaking van het betrokken bestuursdocument (bezwaarschrift) is gediend. De stad Mortsel stelt in de toelichting aan de beroepsinstantie dat de bezwaren geen specifieke toestemming dat het delen ervan werd toegestaan, bevatten. De beroepsinstantie wijst erop dat artikel II.46, 3de lid van het Bestuursdecreet bepaalt dat, als de aanvraag wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2° of 6°, artikel II.35, 3°, of artikel II.36, § 1, tweede lid, 1°, 5° of 7°, de overheidsinstantie zelf contact moet opnemen met de betrokkene met de vraag of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument. De stad Mortsel beroept zich, in de toelichting aan de beroepsinstantie, voor de weigering tot inzage uitdrukkelijk louter op artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

pagina 5 van 7


Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang en het belang van de openbaarheid (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-18, nr. 1656/1, 58) De beroepsinstantie kan wel begrijpen dat de bezwaarschriften, waarvan de integrale openbaarmaking door inzage wordt gevraagd, logischerwijze de persoonsgegevens bevatten van de bezwaarindieners: identiteit, woonplaats, telefoonnummers en handtekeningen. Aangezien het openbaar maken van dergelijke gegevens -zonder belangenafweging- dient te worden afgewezen, kunnen de bezwaarschriften in casu niet integraal openbaar gemaakt worden, en dit in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. Indien de ingediende bezwaarschriften persoonsgegevens bevatten die ontegensprekelijk behoren tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen, zou het vrijgeven van deze gegevens wel degelijk een effectieve en concrete inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt immers de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van de vermelde persoonsgegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg in voorkomend geval van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Uit de door de stad Mortsel verstrekte toelichting blijkt dat deze toestemming niet werd gevraagd door de stad.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

pagina 6 van 7


Op grond van artikel II.50, §1, 3de lid Bestuursdecreet neemt de beroepsinstantie, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie, contact op met de betrokkenen om te vragen of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument. Bij gebrek aan concrete gegevens wordt hiervan echter afgezien. Op basis van artikel II.45 §2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Het beroepschrift is bijgevolg, onder voorbehoud van hoger vermelde overwegingen, gedeeltelijk gegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 12 januari 2022 tegen de weigeringsbeslissing d.d. 3 november 2021 vanwege de stad Mortsel wordt als ontvankelijk doch gegrond, in de mate zoals hieronder beschreven, beschouwd. Behoudens de eventuele toepassing van de uitzonderingsgronden zoals voorzien in artikels II.34, 6° en II.36, §1, 5° van het Bestuursdecreet dient de stad Mortsel aan xxx inzage te verlenen in de gevraagde bezwaren, nadat alle gegevens die expliciet of impliciet verwijzen naar de persoonlijke levenssfeer van de individuele bezwaarindieners door de stad Mortsel werden verwijderd.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 11 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/015

pagina 7 van 7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook