Rapport
Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk . Boekjaren 2009-2011 Januari 2013 Goedele Vrints, Joeri Deuninck Afdeling Monitoring en Studie Vlaamse overheid | Beleidsdomein Landbouw en Visserij
TECHNISCHE EN ECONOMISCHE RESULTATEN VAN DE VARKENSHOUDERIJ OP BASIS VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK. BOEKJAREN 2009-2011 Entiteit: Departement Landbouw en Visserij Afdeling: Monitoring en Studie Auteurs: Goedele Vrints, Joeri Deuninck Datum: 31/01/2013
COLOFON Samenstelling Entiteit: Departement Landbouw en Visserij Afdeling: Monitoring en Studie Verantwoordelijke uitgever Jules Van Liefferinge, secretaris-generaal Departement Landbouw en Visserij Depotnummer D/2013/3241/008 Druk Vlaamse overheid Voor bijkomende exemplaren neemt u contact op met Afdeling Monitoring en Studie Koning Albert II-laan 35 bus 40 1030 Brussel Tel. 02 552 78 20 | Fax 02 552 78 71 | ams@lv.vlaanderen.be Een digitale versie vindt u terug op www.vlaanderen.be/landbouw/studies
Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Vrints G. & Deuninck J. (2013) Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk. Boekjaren 2009-2011, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u hierbij graag helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van onze nieuwste publicaties, schrijf u dan in op de AMS-nieuwsflash via de onderstaande link: http://www.vlaanderen.be/landbouw/studies/nieuwsflash
INHOUD INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 METHODOLOGIE EN SELECTIE VAN BEDRIJVEN .............................................................................................. 3 1.1
Inleiding .............................................................................................................................. 3
1.2
Selectie bedrijven en afbakening (deel)bedrijfstakken ............................................................... 3
1.3
Methodologie ........................................................................................................................ 3
TECHNISCHE EN ECONOMISCHE KENGETALLEN ............................................................................................. 6 1.1
Vermeerdering ..................................................................................................................... 6
1.2
Vetmesting .......................................................................................................................... 7
1.3
Gesloten en bijna gesloten bedrijven ....................................................................................... 7
ECONOMISCHE RESULTATEN ....................................................................................................................... 8 1.1
Arbeidsinkomen .................................................................................................................... 8
1.2
Kostprijsanalyse ................................................................................................................. 13
MAANDELIJKSE FLUCTUATIE EN PROGNOSE VAN HET ARBEIDSINKOMEN........................................................ 18 SAMENVATTING ....................................................................................................................................... 20 FIGURENLIJST.......................................................................................................................................... 22 TABELLENLIJST ........................................................................................................................................ 22 LITERATUURLIJST..................................................................................................................................... 22 BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 24
1
INLEIDING De varkenshouderij is vanuit economisch oogpunt een belangrijke bedrijfstak binnen de Vlaamse land- en tuinbouw. De sector kan opgedeeld worden in twee deelbedrijfstakken: vermeerdering en vetmesting. Een groot aantal bedrijven zijn gemengde of gesloten bedrijven die beide combineren. Vanuit de sector en de overheid is er vraag naar onafhankelijke informatie over een aantal technische kengetallen en economische resultaten van de varkenshouderij. Dat leidde in 2009 tot de publicatie van een eerste rapport rond dat onderwerp. Dit rapport gaat dieper in op de belangrijkste technische kengetallen en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN). Het LMN is het boekhoudnet dat beheerd wordt door de afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij. Naast de resultaten van de boekjaren 2009 en 2010 komen ook de resultaten van het boekjaar 2011 aan bod. Na de introductie wordt er in deel twee kort ingegaan op de gehanteerde methodologie en de selectie van de bedrijven. In deel drie wordt een overzicht gegeven van een aantal technische en economische kengetallen voor de drie (deel) bedrijfstakken. De technische kengetallen beschrijven de productiviteit (biggen en –vleesproductie) en het (kracht)voederverbruik. De economische kengetallen gaan in op de krachtvoeder-, de biggen- en de vleesvarkensprijzen van de bedrijven. Vervolgens worden in deel vier de economische resultaten besproken. De analyse van de economische resultaten bestaat uit twee delen. Enerzijds wordt ingegaan op de rendabiliteit als resultante van opbrengsten en kosten en met klemtoon op het arbeidsinkomen. Anderzijds wordt gekeken naar de belangrijkste kostenposten en het aandeel ervan in de totale kostprijs. De resultaten per jaar maskeren grote schommelingen binnen één jaar. Dat is vooral het gevolg van sterke fluctuaties in de biggen- en varkensprijs en sinds een aantal jaar eveneens in de krachtvoederprijzen. Om die reden wordt in deel vier een inschatting gemaakt van de maandelijkse fluctuatie van de opbrengst, de kost en het arbeidsinkomen voor de periode 2007 – 2011. Bovendien wordt een prognose gemaakt voor 2012. Ten slotte worden in deel vijf de belangrijkste bevindingen kort samengevat.
2
METHODOLOGIE EN SELECTIE VAN BEDRIJVEN 1.1
Inleiding
De resultaten in dit rapport hebben een andere opzet dan die in het hoofdstuk varkenshouderij in het “Rentabiliteitsrapport Land- en Tuinbouw” van AMS. Zowel wat de selectie van de bedrijven betreft als de gehanteerde methodologie, zijn er belangrijke verschilpunten. De voornaamste verschilpunten zijn: 1) andere selectiecriteria wat betreft type bedrijven en ondergrens van het aantal dieren, 2) een volledige analyse op bedrijfstakniveau inclusief een uitsplitsing van de vaste kosten, en 3) geen extrapolatie van de resultaten naar alle varkensbedrijven. Achteraan in dit rapport bevinden zich een aantal bijlagen die meer in detail ingaan op een aantal methodologische aspecten en definities van de kengetallen.
1.2
Selectie bedrijven en afbakening (deel)bedrijfstakken
De resultaten hebben betrekking op gespecialiseerde varkensbedrijven die bij het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) aangesloten zijn. Gespecialiseerd betekent dat meer dan twee derde van de totale opbrengst afkomstig is van de varkenshouderij. In de vorige rapporten werd een gespecialiseerd bedrijf gedefinieerd op basis van de Standaard Bruto Saldi (BSS). Door een wijziging in de EU-wetgeving wordt de bedrijfstypologie voortaan bepaald op basis van Standaard Opbrengst (SO). Door deze wijziging is de steekproef van bedrijven in dit rapport lichtjes verschillend van de vorige rapporten. De resultaten worden niet geëxtrapoleerd naar alle varkensbedrijven. Van die bedrijven wordt enkel de bedrijfstak varkens beschouwd. Dat houdt in dat de andere (zij het beperkte) activiteiten op het bedrijf niet meegenomen worden. Binnen de bedrijfstak varkens van de gespecialiseerde varkensbedrijven worden drie (deel)bedrijfstakken afgebakend: de bedrijfstak vermeerdering, de bedrijfstak vetmesting en het totaal van de bedrijfstak varkens (i.e. vermeerdering + vetmesting). In dat laatste geval gaat het om de bedrijfstak varkens voor gesloten en bijna gesloten bedrijven. Een bedrijf wordt hier als bijna gesloten beschouwd indien minder dan 25% van de biggen aangekocht of verkocht wordt. Voor de bedrijfstak vermeerdering zijn enkel bedrijven met meer dan 50 zeugen geselecteerd. De ondergrens voor de bedrijfstak vetmesting ligt op 300 vleesvarkens. Voor het totaal van de bedrijfstak varkens voor gesloten en bijna gesloten bedrijven zijn enkel bedrijven met meer dan 50 zeugen én meer dan 300 vleesvarkens geselecteerd. De meeste bedrijven in de steekproef zijn gecombineerde bedrijven met zeugen én vleesvarkens, zodat ze voor beide bedrijfstakken in aanmerking genomen worden.
1.3
Methodologie
Figuur 1 geeft duidelijk de methodiek weer die gebruikt wordt voor de economische resultaten. Belangrijk te vermelden is dat de totale opbrengst gelijk is aan de totale omzet en aanwas. Die laatste omvat naast de opbrengst uit verkoop (of overdracht) – de belangrijkste post – eveneens de aankoop van dieren, de waardeverandering van de veestapel en een aantal overige opbrengsten. De subsidies – die in het geval van de varkenshouderij gering zijn – worden niet meegenomen in de totale opbrengst. De vergoeding van de eigen arbeid van de bedrijfsleider en de gezinsleden wordt berekend door de arbeidsuren opgegeven door de landbouwer te vermenigvuldigen met een vaste arbeidsvergoeding per uur. Deze wordt bepaald op basis van de minimumlonen inclusief sociale lasten vastgesteld door het Nationaal Paritair Comité voor de land- en tuinbouw en was voor 2011 gelijk aan 15,27 euro.
3
De indeling van de bedrijven volgens twee groepen geeft een indicatie van de spreiding van het arbeidsinkomen en de totale kosten. De indeling gebeurt op basis van de mediaan. Wat het arbeidsinkomen betreft is dat de mediaan van het familiaal arbeidsinkomen (in euro per zeug voor de vermeerdering en in euro per afgeleverd vleesvarken voor de vetmesting en het totaal van de varkens voor gesloten en bijna gesloten bedrijven.) De indeling volgens hoogste/laagste kost gebeurt op basis van de mediaan van de totale kost excl. eigen arbeid (in euro per big voor de vermeerdering en in euro per kg vlees voor de vetmesting en het totaal van de varkens voor gesloten en bijna gesloten bedrijven). De klemtoon ligt op de situatie in 2011. De berekeningen voor het totaal van de bedrijven en de twee groepen bedrijven gebeuren op basis van het gewogen gemiddelde. Het gewogen gemiddelde houdt rekening met de grootte van de bedrijfstak op het bedrijf. De wegingsfactor is het aantal dieren (aantal zeugen / aantal afgeleverde biggen bij de vermeerdering en het aantal afgeleverde vleesvarkens/aantal kg vlees bij de vetmesting en op gesloten bedrijven).
4
Figuur 1: Economische resultaten: methodiek
1. Arbeidsinkomen / Netto Bedrijfsresultaat Totale opbrengst (excl. subsidies)
-
Variabele kost
=
Bruto Saldo (BS)
Bruto Saldo
-
Vaste kost (excl. eigen arbeid)
=
Familiaal Arbeidsinkomen (FAI)
-
Eigen arbeid
=
Netto Bedrijfsresultaat
(BS)
Familiaal arbeidsinkomen (FAI)
(NBR) 2. Kostprijsanalyse Variabele kost
Totale kost eigen arbeid
excl.
+
Vaste kost (excl. eigen arbeid)
=
Totale kost excl. eigen arbeid
+
Eigen arbeid
=
Totale kost incl. eigen arbeid
En dit voor … Totaal bedrijven -
evolutie 2009 – 2011 gewogen gemiddelde
Spreiding: 2 groepen bedrijven -
-
indeling op basis van mediaan o 50% bedrijven laagste / hoogste FAI o 50% bedrijven hoogste / laagste Totale kost excl. eigen arbeid gewogen gemiddelde per groep
En voor … Drie bedrijfstakken: Vermeerdering / Vetmesting / Totaal varkens voor gesloten en bijna gesloten bedrijven -
-
Arbeidsinkomen / Netto Bedrijfsresultaat: o euro / zeug (vermeerdering) o euro per afgeleverd vleesvarken (vetmesting en totaal varkens) Kostprijsanalyse: o euro / zeug en euro / big (vermeerdering) o euro / afgeleverd vleesvarken en euro / kg levend gewicht (vetmesting en totaal varkens)
5
TECHNISCHE EN ECONOMISCHE KENGETALLEN 1.1
Vermeerdering
Tabel 1 geeft een overzicht van de evolutie van een aantal technische en economische kengetallen in de vermeerdering voor de boekjaren 2009-2011. In 2011 bedraagt de worpindex of het aantal worpen per zeug per jaar 2,23. Per worp zijn er 12,2 levende biggen, dat levert 27,2 levende biggen per jaar op. Het sterftepercentage is gelijk aan 14,4. Het aantal grootgebrachte biggen per jaar komt daardoor voor 2011 op 23,3. De productiviteitsverhoging zet zich dus verder. Deze is vooral toe te schrijven en meer levende biggen per worp. Tabel 1: Technische en economische kengetallen in de vermeerdering, boekjaren 2009-2011 Grootgebrachte biggen per zeug per jaar
2009
2010
2011
22,6
23,0
23,3
Worpindex
2,23
2,22
2,23
Aantal levende biggen per worp
11,7
12,0
12,2
Aantal levende biggen per zeug
26,2
26,5
27,2
sterfte percentage biggen
13,7
13,3
14,4
25,5
25,5
25,5
267,1
269,6
278,0
Percentage verkochte biggen (%)
27,9
28,6
29,2
Hoeveelheid krachtvoeder per afgeleverde big (kg)
28,8
29,0
29,4
1 119,8
1 139,0
1 130,2
371,9
371,5
382,5
Speenleeftijd (dagen) Dagelijkse groei biggen
Hoeveelheid krachtvoeder per zeug ( kg) Dagelijks krachtvoederverbruik per big (gram) Dagelijks krachtvoederverbruik per zeug (gram)
3 068,0
3 120,4
3 096,5
Gemiddelde prijs krachtvoeder biggen ( euro per ton)
310,8
332,9
390,3
Gemiddelde prijs krachtvoeder zeugen ( euro per ton)
210,7
216,7
268,4
Gemiddeld gewicht verkochte biggen (kg)
20,6
21,2
22,3
Gemiddelde waarde verkochte big (euro per big)
39,4
37,5
39,4
Gemiddeld gewicht afgeleverde biggen (kg)
21,5
21,9
22,3
Gemiddelde waarde afgeleverde big (euro per big)
38,0
34,5
37,5
Bron: AMS
De dagelijkse groei van de biggen is in 2011 gelijk aan 278 gram per dag en neemt toe over de jaren. De hoeveelheid krachtvoeder per zeug (krachtvoeder zeugen excl. biggen, beren, opfokzeugen en opfokberen) is gelijk aan 1.130 euro. De prijs voor krachtvoeder is de laatste 3 jaren in sterk stijgende lijn. De krachtvoeder prijs voor biggen is t.o.v. 2010 met 17% gestegen, de krachtvoederprijs voor zeugen steeg met 24%. Naast een aantal pure vermeerderingsbedrijven bestaat een groot aantal bedrijven in de steekproef uit bedrijven met zowel zeugen als vleesvarkens die – geheel of gedeeltelijk – hun biggen zelf afmesten. In 2011 wordt gemiddeld 29% van de biggen verkocht. De overige biggen worden binnen het bedrijf overgebracht naar de bedrijfstak vetmesting. Daarvoor is een marktconforme prijs bepaald (bijlage I). De verkochte biggen hebben gemiddeld een gewicht van 22,3 kg en een waarde van 37,5 euro per big.
6
1.2
Vetmesting
Tabel 2 toont een aantal technische en economische kengetallen voor de vetmesting. In 2011 worden biggen opgezet aan een gewicht van 22,6 kg en een waarde van 37,2 euro per big. De vleesvarkens werden verkocht aan 111,7 kg. De gewichtsaanwas van een verkocht vleesvarken bedraagt 89,1 kg in 2011. De gemiddelde prijs van vleesvarkens is gelijk aan 1,17 euro per kg en is daarmee met 8% gestegen t.o.v. 2010. Het sterftepercentage is gelijk aan 3,5%. De dagelijkse groei van de vleesvarkens bedraagt 642,3 gram per dag en is de laatste jaren in stijgende lijn. De mestduur bedraagt 138,9 dagen wat leidt tot een rotatiecoëfficiënt van 2,6 (i.e. 2,6 rondes per jaar). Het dagelijks krachtvoederverbruik per vleesvarken bedraagt 1,88 kg en de hoeveelheid krachtvoeder per afgeleverd (= verkocht + overgebracht) vleesvarken 264,3 kg. De voederconversie is gelijk aan 2,93 in 2011 en is vrij stabiel over de jaren heen. De prijs van de krachtvoeders is in 2011 met 24% gestegen t.o.v. 2010 en is gelijk aan 266 euro per ton. Tabel 2: Technische en economische kengetallen in de vetmesting, boekjaren 2009-2011 2009
2010
2011
Gemiddeld gewicht opgezette biggen (kg)
21,9
22,3
22,6
Waarde opgezette big (euro per big)
37,6
33,8
37,2
Gemiddeld gewicht verkochte vleesvarkens (kg)
110,7
111,9
111,7
Gewichtsaanwas verkochte vleesvarkens (kg)
88,8
89,5
89,1
Waarde verkochte vleesvarkens (euro per kg)
1,11
1,08
1,17
3,6
3,3
3,5
Dagelijkse groei vleesvarkens (gram)
627,0
637,6
642,3
Mestduur (dagen)
142,1
141,5
138,9
2,6
2,6
2,6
Sterftepercentage vleesvarkens (%)
Rotatiecoëfficiënt Hoeveelheid krachtvoer per afgeleverd vleesvarken (kg) Dagelijks krachtvoerverbruik per vleesvarken (gram) Voederconversie vleesvarkens Prijs krachtvoeders vleesvarkens (euro per ton)
265,0
263,9
264,3
1 843,7
1 852,3
1 883,4
2,94
2,91
2,93
202,4
214,3
266,5
Bron: AMS
1.3
Gesloten en bijna gesloten bedrijven
De technische en economische kengetallen voor de volledige bedrijfstak varkens zijn een combinatie van de kengetallen uit de bedrijfstak vermeerdering en de bedrijfstak vetmesting. Tabel 3 geeft een aantal van die kengetallen weer. Het aantal grootgebrachte biggen per zeug (i.e. productiegetal) komt uit op 21,9 in 2011. Dat is bijna 1,5 big per zeug minder dan voor de bedrijfstak vermeerdering. In 2011 wordt gemiddeld 4% van de biggen verkocht. De dagelijkse groei van de vleesvarkens (647,8 gram) ligt iets hoger in de bedrijfstak gesloten en bijna gesloten bedrijven in vergelijking met de bedrijfstak vetmesting. De vleesvarkensprijs stijgt in 2011, maar ook de krachtvoederprijzen nemen sterk toe in 2011.
7
Tabel 3: Technische en economische kengetallen voor de gesloten en bijna gesloten bedrijven, boekjaar 2009-2011 Grootgebrachte biggen per zeug per jaar Percentage verkochte biggen (%) Hoeveelheid krachtvoer per afgeleverde big (kg) Hoeveelheid krachtvoer per zeug (kg)
2009
2010
2011
21,6
22,1
21,9
5,3
5,2
4,0
30,1
29,2
30,2
1 144,0
1 134,3
1 128,7
Hoeveelheid krachtvoer per afgeleverd vleesvarken (kg)
263,4
263,1
264,5
Prijs krachtvoeders biggen (euro per ton)
304,4
337,2
394,3
Prijs krachtvoeders zeugen (euro per ton)
205,8
214,2
268,1
Prijs krachtvoeders vleesvarkens (euro per ton)
199,3
214,3
266,6
Gemiddeld gewicht verkochte vleesvarkens (kg)
110,2
111,4
111,3
1,11
1,09
1,18
Waarde verkochte vleesvarkens (euro per kg) Sterftepercentage vleesvarkens (%) Dagelijkse groei vleesvarkens (gram) Voederconversie vleesvarkens
3,4
2,9
3,4
645,7
649,7
647,8
2,94
2,90
2,93
Bron: AMS
ECONOMISCHE RESULTATEN Het deel met de economische resultaten bestaat uit een analyse van het arbeidsinkomen (1.1) en een analyse van de totale kosten (1.2). De resultaten worden simultaan besproken voor de bedrijfstak vermeerdering, vetmesting en voor de bedrijfstak varkens voor gesloten en bijna gesloten bedrijven.
1.1
Arbeidsinkomen
Tabel 4, Tabel 5 en Tabel 6 tonen het familiaal arbeidsinkomen (FAI) en het netto bedrijfsresultaat voor de periode 2009-2011. Het arbeidsinkomen wordt weergegeven in euro per zeug voor de bedrijfstak vermeerdering en in euro per afgeleverd vleesvarken voor de bedrijfstak vetmesting en de bedrijfstak varkens voor (bijna) gesloten bedrijven. De totale opbrengsten omvatten de totale omzet en aanwas. Die laatste omvat naast de opbrengst uit verkoop (of overdracht) eveneens de aankoop van dieren, de waardeverandering van de veestapel en een aantal overige opbrengsten. In de bespreking ligt de klemtoon op de stand van zaken in 2011 en de evolutie ten opzichte van 2010. Bij de bedrijfstak vermeerdering zien we dat de totale opbrengsten per zeug gestegen zijn t.o.v. 2010. De variabele kosten stijgen met 19% tot 790 euro per zeug waardoor het bruto saldo daalt tot 114 euro per zeug. Als hier de vaste kosten (226 euro per zeug) van afgetrokken worden, bekomen we een negatief familiaal arbeidsinkomen. Dit verlies is sterk toegenomen t.o.v. 2010. Als we de eigen arbeid aftrekken van het familiaal arbeidsinkomen komen we tot een negatief netto bedrijfsresultaat van -300 euro per zeug. Er is een grote spreiding van het arbeidsinkomen. Het gemiddelde van de 50% bedrijven met het laatste arbeidsinkomen is gelijk aan -205 euro per zeug, die van de 50% bedrijven met het hoogste arbeidsinkomen is -9 euro per zeug. Dit is een gemiddeld verschil van 196 euro per zeug. Dit verschil is zowel te verklaren door een verschil in variabele kosten (73 euro per zeug) als door een verschil in vaste kosten (94 euro per zeug). Bij de bedrijfstak vetmesting is de kost voor aankoop of overdracht van biggen in mindering gebracht in de totale opbrengsten. De totale opbrengsten zijn gestegen ten opzichte van 2010 tot 96 euro per mestvarken, wat voornamelijk te danken is aan een hogere varkensprijs (cfr. varkensprijs, tabel 2). In 2011 wordt voor de aankoop van biggen 39 euro per vleesvarken betaald, wat iets minder is dan in 2010. De variabele kosten zijn echter ook sterk gestegen: het bruto saldo stijgt tot 21 euro. Ook de vaste kosten zijn gestegen, waardoor het 8
familiaal arbeidsinkomen ongeveer gelijk blijft aan 2010 (10 euro per afgeleverd vleesvarken). Trekken we hier ook de eigen arbeid van af, komen we tot een netto bedrijfsresultaat van 5 euro per afgeleverd vleesvarken. Tussen de groep met het hoogste FAI en diegene me het laagste FAI is er een verschil in arbeidsinkomen van 14,6 euro per afgeleverd vleesvarken (3,2 t.o.v. 17,8 euro per afgeleverd vleesvarken). De totale opbrengst voor de bedrijfstak (bijna) gesloten bedrijven is in 2010 gelijk aan 138 euro per afgeleverd vleesvarken. De opbrengsten zijn hiermee 11% gestegen ten opzichte van 2010. De variabele kosten zijn echter ook gestegen met 20% waardoor het bruto saldo daalt tot 25 euro per vleesvarken. De vaste kosten stijgen ook lichtjes waardoor het familiaal arbeidsinkomen daalt tot 3,8 euro per vleesvarken. Wordt de vergoeding voor eigen arbeid hier van afgetrokken komen we aan een negatief netto bedrijfsresultaat van -10 euro per vleesvarken. Er is een grote spreiding van het arbeidsinkomen. Het gemiddelde van de 50% bedrijven met het laatste arbeidsinkomen is negatief en gelijk aan -3,8 euro per afgeleverd vleesvarken, die van de 50% bedrijven met het hoogste arbeidsinkomen is positief en gelijk aan 14,7 per afgeleverd vleesvarken. Er zijn dus bedrijven die er wel in slagen om een positief arbeidsinkomen te halen. Het verschil in vaste kosten is zeer groot tussen de 50% bedrijven met laagste FAI en de 50% bedrijven met hoogste FAI. Het gemiddelde aantal zeugen en vleesvarkens is ook het grootst in de groep met het laagste FAI. Het lager FAI van deze bedrijven is dus deels te verklaren doordat er in deze groep grotere bedrijven zitten die meer geĂŻnvesteerd hebben.
9
Tabel 4:Arbeidsinkomen en netto bedrijfsresultaat in euro per zeug voor de periode 2009-2011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste arbeidsinkomen per zeug, bedrijfstak vermeerdering
2009
Aantal bedrijven Aantal zeugen Totale opbrengst (1) Opbrengst biggen Opbrengst overige dieren Aankoop dieren Waardeverandering veestapel Overige opbrengsten
2011
2010
Totaal
≠20101 t.o.v. 2010
groep 1: laag AI
groep 2: hoog AI
≠groep 2 t.o.v. 1
89
79
79
39
40
180
183
177
190
165
868,9
862,8
903,3
40,5
893,4
914,6
21,2
879,0
868,0
898,5
30,5
885,1
913,5
28,4
40,9
35,6
40,2
4,7
38,7
42,0
3,4
-52,6
-43,6
-50,8
-7,2
-54,0
-47,1
6,8
0,4
2,6
15,0
12,4
23,0
6,0
-17,1
1,1
0,3
0,4
0,1
0,6
0,2
-0,4
Totale variabele kosten (2)
640,3
664,7
789,7
125,0
824,0
751,2
-72,8
Bruto saldo (3) = (1)-(2)
228,6
198,1
113,7
-84,5
69,4
163,3
94,0
Totale vaste kosten (4)
225,7
215,6
226,2
10,6
274,2
172,4
-101,8
Familiaal arbeidsinkomen (5)=(3)-(4) Eigen arbeid (6) Netto bedrijfsresultaat (7)=(5)-(6)
2,9
-17,5
-112,6
-95,1
-204,8
-9,0
195,8
191,7
181,5
187,1
5,6
189,6
184,3
-5,3
-188,8
-199,0
-299,7
-100,7
-394,4
-193,4
201,1
Bron: AMS
10
Tabel 5: Arbeidsinkomen en netto bedrijfsresultaat in euro per afgeleverd vleesvarken voor de periode 2009-2011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste arbeidsinkomen per afgeleverd vleesvarken, bedrijfstak vetmesting
2009
Aantal bedrijven
2011
2010
totaal
≠2011 t.o.v. 2010
groep 1: laag AI
groep 2: hoog AI
≠groep 2 t.o.v. 1
84,0
78,0
81,0
40,0
41,0
1122,1
1125,6
1194,4
1322,5
1069,4
79,6
81,7
96,4
14,7
94,6
98,5
3,9
Opbrengst vleesvarkens
123,1
121,0
131,2
10,2
130,9
131,5
0,5
Aankoop biggen
-41,8
-40,4
-39,3
1,1
-39,6
-38,9
0,6
0,0
-0,4
0,2
0,6
0,3
0,1
-0,2
-1,8
1,3
4,1
2,8
2,8
5,6
2,8
0,1
0,1
0,1
0,0
0,1
0,2
0,1
Aantal vleesvarkens Totale opbrengst (1)
Aankoop/overgang overige dieren Waardeverandering veestapel Overige opbrengsten Totale variabele kosten (2)
58,1
61,6
75,1
13,5
77,6
72,4
-5,1
Bruto saldo (3) = (1)-(2)
21,5
20,0
21,3
1,2
17,0
26,0
9,0
9,6
10,3
11,3
0,9
13,9
8,3
-5,6
11,9
9,7
10,0
0,3
3,2
17,8
14,6
Totale vaste kosten (4) Familiaal arbeidsinkomen (5)=(3)-(4) Eigen arbeid (6)
5,4
5,4
5,0
-0,5
4,8
5,1
0,3
Netto bedrijfsresultaat (7)=(5)-(6)
6,5
4,3
5,0
0,8
-1,7
12,6
14,3
Bron: AMS
11
Tabel 6: Arbeidsinkomen en netto bedrijfsresultaat in euro per afgeleverd vleesvarken voor de periode 2009-2011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste arbeidsinkomen per afgeleverd vleesvarken, bedrijfstak (bijna) gesloten bedrijven
2009
Aantal bedrijven
2011
2010
≠2011 t.o.v. 2010
totaal
groep 1: laag AI
groep 2: hoog AI
≠groep 2 t.o.v. 1
57
53
56
28
28
144,5
153,4
157,0
181,8
132,2
Aantal vleesvarkens
1078,4
1163,1
1235,5
1489,9
981,1
Aantal afgeleverde vleesvarkens
Aantal zeugen
2832,5
3046,6
3235,8
3811,0
2660,7
Totale opbrengst (1)
121,6
123,8
137,6
13,7
136,0
139,9
3,9
Opbrengst verkoop
126,2
125,0
134,2
9,2
133,5
135,2
1,7
Vleesvarkens
120,6
119,2
129,0
9,7
128,6
129,5
0,9
5,6
5,8
5,2
-0,5
4,9
5,7
0,9
Aankoop dieren
-2,7
-3,1
-2,6
0,5
-3,7
-1,2
2,5
Waardeverandering veestapel
-2,1
1,8
5,7
4,0
5,8
5,7
-0,1
Overige (zeugen, biggen)
0,2
0,2
0,2
0,0
0,3
0,1
-0,3
Totale variabele kosten (2)
Overige opbrengsten
90,1
94,2
113,1
19,0
114,6
110,9
-3,7
Bruto saldo (3) = (1)-(2)
31,5
29,7
24,5
-5,2
21,3
28,9
7,6
Totale vaste kosten (4)
20,5
19,3
20,7
1,4
25,2
14,2
-11,0
Familiaal arbeidsinkomen (5)=(3)-(4)
11,0
10,4
3,8
-6,6
-3,8
14,7
18,5
Eigen arbeid (6)
16,1
15,0
14,2
-0,9
13,2
15,5
2,3
Netto bedrijfsresultaat (7)=(5)-(6)
-5,1
-4,7
-10,4
-5,7
-17,1
-0,9
16,2
Bron: AMS
12
1.2
Kostprijsanalyse
Figuur 3 geeft het aandeel van de belangrijkste kostenposten in de totale kost inclusief eigen arbeid (zie ook Tabel 7, Tabel 8, Tabel 9 voor meer details) voor de drie bedrijfstakken en dat voor een gemiddelde van 2009 tot 2011. De voederkost steekt er voor de drie bedrijfstakken boven uit. Dat is met 64% vooral het geval voor de (bijna) gesloten bedrijven, maar ook voor de vetmesting (50%) en de vermeerdering (48%) is het aandeel zeer groot. Dit verklaart de grote impact – en dan vooral voor de (bijna) gesloten bedrijven – van de krachtvoederprijs op de totale kost. In de vetmesting is de aankoop van biggen met 33% een belangrijke kost zodat daar eveneens de biggenprijs een grote rol speelt in de totale kost. Zowel de vergoeding voor eigen arbeid als de kost voor afschrijvingen is het grootst voor de bedrijfstak vermeerdering. De impact van nieuwe investeringen is voor hen dan ook het grootst.
Figuur 3: Aandelen van de belangrijkste kostenposten in de totale kost inclusief eigen arbeid voor de drie bedrijfstakken, gemiddelde 2009-2011
70
64
vermeerdering
60
(bijna) gesloten bedrijf
Aandeel (%)
50
vetmesting
48 50
40
33
30 17
16
20
12 10
6 1
3
6 1
4
7
11 4
0 voeder
energie
diergeneeskundige afschrijvingen en zorgen fictieve intresten / pachten
Eigen arbeid
aankoop biggen
Bron: AMS
Tabel 7, Tabel 8 en Tabel 9 geven de totale kosten en de kosten per kostenpost weer voor de drie specialisaties. De klemtoon ligt op de situatie in 2011 en de evolutie ten opzichte van 2010. Veranderingen van het ene jaar op het andere of verschillen tussen bedrijven kunnen zowel toe te schrijven zijn aan prijs- als aan volume-effecten. Bij de vermeerdering zijn de variabele kosten in 2011 flink gestegen. Dit is voornamelijk ten gevolge van een sterke stijging van de voederkosten. Maar ook energiekosten, gezondheidszorg en mestkosten stijgen lichtjes. De vaste kosten zijn lichtjes gestegen in 2011. De totale kost in euro per big is gestegen ten opzichte van 2010 en is gelijk aan 43,4 euro per big. Indien de eigen arbeid ook mee verrekend wordt is de totale kost gelijk aan 51,4 euro per big. De totale kost in euro per big kent een grote spreiding tussen de 50% bedrijven met laagste kost en de 50% bedrijven met de hoogste kost. Deze spreiding komt zowel voort uit een verschil in variabele kosten als een verschil in vaste kosten. Opvallend is wel dat de bedrijven met de laagste kost een lagere opbrengst in euro per big hebben. Voor de vetmesting is de aankoop van biggen uit de omzet en aanwas van Tabel 5 gelicht en hier als variabele kost opgenomen. Ook hier is de stijging van de variabele kosten voornamelijk te wijten aan een stijging van de
13
voederkosten. De totale vaste kosten zijn verder gestegen tot 11,3 euro per afgeleverd vleesvarken. De totale kosten in 2011 stijgen hierdoor tot 125,7 en 130,6 euro per afgeleverd vleesvarken, respectievelijk exclusief en inclusief eigen arbeid. Dit is een stijging van de totale kost per afgeleverd vleesvarken van 12% ten opzichte van 2010. Het verschil in totale kost tussen de groep met de hoogste kost en de groep met de laagste kost bedraagt 13,9 euro per afgeleverd vleesvarken of 13 cent per kg. Ook voor de bedrijfstak (bijna) gesloten bedrijven speelt de stijging van de voederkosten een grote rol. Deze stijgen met 20% en zoals aangetoond in figuur 2 spelen ze een groot aandeel in de totale kosten. Ook de totale vaste kosten stijgen lichtjes. De totale kost in euro per vleesvarken inclusief eigen arbeid is gelijk aan 147,96 euro per vleesvarken. Er is een verschil in totale kost excl. eigen arbeid van 23,8 euro per afgeleverd vleesvarken of van 23 cent per kg tussen de groep met de hoogste en de groep met de laagste kost.
14
Tabel 7: Overzicht van de kosten in euro per big en de totale kost in euro per big en in euro per zeug voor 2009-2011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste totale kost in euro per big excl. eigen arbeid, bedrijfstak vermeerdering
2009
Aantal zeugen Aantal afgeleverde biggen per zeug per jaar a
2011
2010
totaal
≠2011 t.o.v. 2010
groep 1: hoge kost
groep 2: lage kost
≠groep 2 t.o.v. 1
180,2
183,4
177,5
-5,9
172,3
182,5
10,2
22,2
22,9
23,4
0,5
23,4
23,4
0,1
Gemiddeld gewicht per big (kg)
21,5
21,9
22,3
0,4
23,2
21,4
-1,8
Totale variabele kosten (1)
28,8
29,1
33,7
4,7
37,0
30,8
-6,2
voeder
21,1
21,6
25,7
4,1
27,6
23,9
-3,7
energie niet verwarming
0,9
0,9
1,1
0,2
1,3
1,0
-0,2
energie verwarming
1,5
1,6
1,9
0,2
2,3
1,5
-0,8
diergeneeskundige zorgen
2,8
2,5
2,7
0,2
3,2
2,1
-1,1
mestafzet en - heffing
1,0
0,7
1,0
0,3
0,9
1,0
0,1
werk door derden
0,2
0,3
0,1
-0,2
0,1
0,1
-0,1
overige variabele kosten
1,4
1,3
1,3
0,0
1,5
1,1
-0,4
Totale vaste kosten (excl. Eigen arbeid) (2)
10,2
9,4
9,7
0,2
12,4
7,2
-5,1
betaalde arbeid
0,1
0,1
0,1
0,0
0,0
0,1
0,0
afschrijvingen en fictieve intresten / pachten
8,0
7,5
7,7
0,3
10,1
5,5
-4,6
gebouwen en grond
0,9
0,8
0,8
0,0
0,9
0,8
-0,1
werktuigkosten
0,6
0,5
0,5
0,0
0,6
0,4
-0,2
overige vaste kosten
0,6
0,6
0,5
0,0
0,7
0,4
-0,3
8,6
7,9
8,0
0,1
8,3
7,7
-0,6
Excl. eigen arbeid (1) +(2)
39,0
38,5
43,4
4,9
49,3
38,0
-11,3
Incl. eigen arbeid (1)+(2)+(3)
47,6
46,4
51,4
5,0
57,6
45,7
-11,9
Eigen arbeid (3) Totale kost in euro per big
b
Totale kost in euro per zeug =a*b Excl. eigen arbeid
866,0
880,4
1015,9
135,6
1152,3
890,4
-261,9
Incl. eigen arbeid
1057,7
1061,8
1203,0
141,2
1346,1
1071,4
-274,7
39,5
37,9
38,4
0,5
39,8
37,1
-2,8
Opbrengst biggen in euro per big Bron: AMS
15
Tabel 8:Overzicht van de kosten in euro per afgeleverd vleesvarken en de totale kost in euro per afgeleverd vleesvarken en in euro per kg vlees (levend gewicht) voor 2009-2011: totaal+ onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste kost per kg, bedrijfstak vetmesting
2009
2011
2010
totaal
≠2011 t.o.v. 2010
groep 1: hoge kost
groep 2: lage kost
totaal
Aantal vleesvarkens
1122,1
1125,6
1194,4
68,8
1188,9
1199,7
10,75
Aantal afgeleverde vleesvarkens per jaar
2837,5
2860,3
3101,3
241,1
3043,0
3158,2
115,22
Gemiddeld gewicht per vleesvarken (kg)a
110,6
111,8
111,7
-0,13
111,3
112,0
0,72
Totale variabele kosten (1)
99,9
102,0
114,4
12,43
119,1
110,1
-8,97
aankoop biggen
41,8
40,4
39,3
-1,08
40,5
38,1
-2,45
voeder
53,6
56,6
70,4
13,83
73,3
67,7
-5,55
energie
0,9
1,0
1,1
0,07
1,0
1,1
0,02
diergeneeskundige zorgen
1,2
1,4
1,2
-0,17
1,5
0,9
-0,54
mestafzet en - heffing
1,6
1,3
1,5
0,18
1,7
1,4
-0,26
werk door derden
0,5
0,7
0,3
-0,35
0,3
0,3
0,04
overige variabele kosten
0,5
0,7
0,6
-0,03
0,8
0,5
-0,22
9,6
10,3
11,3
0,94
13,8
8,9
-4,93
betaalde arbeid
0,1
0,0
0,4
0,37
0,0
0,8
0,74
afschrijvingen en fictieve intresten / pachten
7,5
8,2
9,0
0,72
11,3
6,8
-4,45
gebouwen en grond
0,7
0,8
0,8
0,01
0,9
0,7
-0,15
werktuigkosten
0,4
0,4
0,4
-0,01
0,4
0,3
-0,14
overige vaste kosten
0,9
0,9
0,8
-0,15
1,2
0,3
-0,93
5,4
5,4
5,0
-0,46
4,9
5,0
0,05
Excl. eigen arbeid = (1)+(2)
109,5
112,3
125,7
13,37
132,9
119,0
-13,90
Incl. eigen arbeid = (1)+(2)+(3)
114,9
117,7
130,6
12,90
137,8
123,9
-13,85
Excl. eigen arbeid
0,99
1,00
1,13
0,12
1,19
1,06
-0,13
Incl. eigen arbeid
1,04
1,05
1,17
0,12
1,24
1,11
-0,13
1,11
1,08
1,17
0,09
1,17
1,18
0,01
Totale vaste kosten (excl. eigen arbeid) (2)
Eigen arbeid (3) Totale kost in euro per vleesvarkenb
Totale kost in euro per kg =b/a
Opbrengst verkoop vleesvarkens ( euro per kg) Bron: AMS
16
Tabel 9: Overzicht van de kosten in euro per afgeleverd vleesvarken en de totale kost in euro per afgeleverd vleesvarken en in euro pe r kg vlees (levend gewicht) voor 2009-2011: totaal+ onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste kost per kg, bedrijfstak totaal varkens (bijna) gesloten bedrijven
2009
Aantal zeugen
2011
2010
totaal
≠2011 t.o.v. 2010
groep 1: hoge kost
groep 2: lage kost
totaal
144,5
153,4
157,0
3,6
174,8
139,2
-35,6
Aantal vleesvarkens
1078,4
1163,1
1235,5
72,4
1369,3
1101,7
-267,6
Aantal afgeleverde vleesvarkens per jaar
2832,5
3046,6
3235,8
189,2
3429,4
3042,3
-387,0
110,1
111,3
111,3
0,0
111,6
111,0
-0,5
90,1
94,2
113,1
19,0
117,1
108,6
-8,5
Aantal kg per vleesvarken Totale variabele kosten (1) voeder
76,6
80,7
99,7
19,0
104,0
94,8
-9,2
energie niet verwarming
1,9
2,0
2,4
0,4
2,5
2,2
-0,3
energie verwarming
2,0
2,3
2,5
0,2
2,3
2,6
0,2
diergeneeskundige zorgen
4,4
4,0
3,8
-0,2
3,6
4,1
0,4
mestafzet en -heffing
2,5
2,2
2,3
0,1
2,0
2,6
0,6
werk door derden
0,7
0,9
0,3
-0,6
0,2
0,5
0,2
overige variabele kosten
1,9
2,1
2,1
0,0
2,3
1,9
-0,3
20,5
19,3
20,7
1,4
24,9
16,0
-8,9
Totale vaste kosten (excl. eigen arbeid) (2) betaalde arbeid
0,2
0,0
0,6
0,5
1,1
0,0
-1,0
16,2
14,8
16,4
1,6
20,1
12,2
-7,9
gebouwen en grond
1,7
1,8
1,7
-0,1
1,7
1,7
0,0
werktuigkosten
1,1
1,0
0,8
-0,2
0,9
0,8
-0,2
afschrijvingen en fictieve intresten / pachten
overige vaste kosten
1,3
1,7
1,1
-0,6
1,0
1,3
0,2
16,1
15,0
14,2
-0,9
13,7
14,8
1,1
excl. eigen arbeid = (1)+(2)
110,6
113,5
133,8
20,3
141,9
124,6
-17,4
incl. eigen arbeid = (1)+(2)+(3)
126,7
128,5
148,0
19,4
155,6
139,4
-16,2
1,00
1,02
1,20
0,18
1,27
1,12
-0,15
Eigen arbeid (3) Totale kost in euro per vleesvarken
Totale kost in euro per kg Excl. eigen arbeid Incl. eigen arbeid Opbrengst vleesvarkens in euro per kg
1,15
1,15
1,33
0,17
1,39
1,26
-0,14
1,11
1,09
1,18
0,09
1,17
1,18
0,01
Bron: AMS
17
MAANDELIJKSE FLUCTUATIE EN PROGNOSE VAN HET ARBEIDSINKOMEN De resultaten per jaar maskeren vaak grote verschillen binnen ĂŠĂŠn jaar. Van oudsher vooral wegens de fluctuatie van de biggen- en varkensprijs. Sinds een aantal jaar eveneens als gevolg van de fluctuatie van de krachtvoederprijs. Hierna wordt een maandelijkse evolutie gegeven van de opbrengst, de kost en het arbeidsinkomen voor de periode 2007-2011. Tevens wordt een prognose gemaakt voor 2012. Figuur 4 toont de evolutie van de krachtvoederprijzen voor biggen, zeugen en vleesvarkens. De data zijn afkomstig van de Belgische Beroepsvereniging van Mengvoeder Fabrikanten (BEMEFA). Van oktober 2009 tot maart 2010 bleven de krachtvoederprijzen min of meer constant. In mei 2010 begonnen de krachtvoederprijzen sterk te stijgen en bereikten een hoogtepunt in het voorjaar van 2011. Nadien dalen de prijzen lichtjes, maar blijven op een hoog niveau. In 2012 zet zich een verdere stijging van de veevoeder prijzen in waardoor ze een absoluut hoogtepunt bereiken in het najaar van 2012. Figuur 4: Evolutie van de krachtvoederprijzen in euro per ton voor biggen, zeugen en vleesvarkens, januari 2007-2012
Biggen
375
Vleesvarkens
zeugen
325
275
225
175 j fmamj j a s ond j fmamj j a s ond j fmamj j a s ond j fmamj j a s ond j fmamj j a s ond j fmamj j a s ond 2007
2008
2009
2010
2011
2012
Bron: BEMEFA
Historisch gezien vertoont de vleesvarkensprijs een seizoen cyclisch patroon: er is algemeen een toename de 1e helft van het jaar en een afname de 2e helft van het jaar. Sinds eind 2010 lijkt dit cyclus echter verstoord (Figuur 5). In 2009 ligt de vleesvarkensprijs algemeen een stuk lager dan in 2008. Eind 2009 is er een terugval waardoor eind 2009-begin 2010 de prijs zich op een zeer laag niveau bevindt. Vanaf april 2010 is er een toename in de vleesvarkensprijs maar in juli 2010 is er al een terugval. De varkensprijs lijkt eind 2010 terug te stijgen maar kent dan een daling in januari 2011 ten gevolge van de dioxinecrisis in Duitsland. De prijs stijgt de eerste maanden van 2011, maar begint in april reeds terug te dalen. Vanaf augustus stijgt de varkensprijs terug tot november. De prijs zakt dan verder tot januari 2012. In de eerste jaarhelft van 2012 stijgt de varkensprijs lichtjes om dan plots zeer sterk te pieken in augustus en september. Hij kan dit niveau niet aanhouden een daalt terug de volgende maanden.
18
Figuur 5: Evolutie van de prijs voor vleesvarkens (in euro per kg levend), januari 2007-2012
varkensprijs (euro / kg)
1,55
Varkensprijs (VEVA) per kg
1,45 1,35 1,25 1,15 1,05 0,95 j fmamj j a sond j fmamj j a sond j fmamj j a sond j fmamj j a sond j fmamj j a sond j fmamj j a sond 2007
2008
2009
2010
2011
2012
Bron: VEVA Figuur 6 toont de maandelijkse evolutie van de totale opbrengst, de totale kost en het familiaal arbeidsinkomen (FAI) voor de periode 2007-2011 en de prognose ervan voor 2012 voor (bijna) gesloten bedrijven in euro per verkocht vleesvarken. De evolutie van de kost en de opbrengst volgt min of meer het verloop van de krachtvoeder-, de biggen- en de vleesvarkensprijs. Het verschil tussen opbrengst en kost (excl. eigen arbeid van de bedrijfsleider en zijn gezinsleden) levert het familiaal arbeidsinkomen (FAI) op. Vanaf september 2010 wordt het FAI negatief en blijft door de hoge veevoederkosten een gans jaar negatief. Van oktober 2011 tot mei 2012 is het FAI positief, maar daalt toch geleidelijk aan en is in juli 2012 weer even negatief. Voor een aantal maanden brengen de hoge vleesvarkensprijzen soelaas, maar tegen het einde van het jaar daalt de vleesvarkensprijs terug en stijgt de voederkost weer. Het familiaal arbeidsinkomen duikt op het einde van 2012 dan ook terug onder nul. Omdat de kost voor eigen arbeid hier nog niet mee opgenomen wordt, kan er gesteld worden dat men de afgelopen 2 jaar met verlies gewerkt heeft in de varkenshouderij. Figuur 6: Evolutie opbrengst, kost en familiaal arbeidsinkomen totaal varkens voor (bijna) gesloten bedrijven, in euro per verkocht vleesvarken, 2007-2011 en prognose voor 2012
175 150 125 100 75
Familiaal Arbeidsinkomen
Totale Kosten
Totale Opbrengsten
50 25 0 -25 j fmam j j a s ond j fmam j j a s on d j fmam j j a s ond j fmam j j a s ond j fmam j j a s ond j fmam j j a s ond 2007
2008
2009
2010
2011
2012
19
SAMENVATTING Het rapport geeft een aantal technische en economisch kengetallen en de economische resultaten van de varkenshouderij weer voor de periode 2009-2011. Bij de (bijna) gesloten bedrijven komt het aantal grootgebrachte biggen per zeug uit op 21,9 in 2011. Dit is ongeveer 1,5 big per zeug minder dan bij de bedrijfstak vermeerdering waar dat er 23,3 zijn. Als we de bedrijfstak gesloten en bijna gesloten bedrijven vergelijken met de bedrijfstak vetmesting zien we dat de dagelijkse groei van de vleesvarkens (647,8 gram) hoger ligt dan bij de bedrijfstak vetmesting (642,3 gram). Het sterftepercentage is voor de twee bedrijfstakken ongeveer gelijk (respectievelijke 3,5% en 3,4%). Het aandeel van de voederkost is zeer groot: 64% voor de (bijna) gesloten bedrijven, 50% voor de vetmesting en 48% voor de vermeerdering. Dit verklaart de grote impact van de krachtvoederprijs op de totale kost. In de vetmesting is de aankoop van biggen een belangrijke kost (33%) en bij de vermeerdering nemen de afschrijvingen (16%) en de eigen arbeid (17%) een belangrijk aandeel in. In 2011 is er een stijging van de totale kost per big en van de totale kost per kg vlees (Tabel 10). De sterk gestegen prijs van de krachtvoederkosten is hiervan de oorzaak. De totale kost (incl. eigen arbeid) is bij de vermeerdering gelijk aan 51,4 euro per big. Bij de vetmesting is de totale kost (incl. arbeid) gelijk aan 1,17 euro per kg en bij de bedrijfstak (bijna) gesloten bedrijven is deze gelijk aan 1,33 euro per kg vlees. Voor de bedrijfstak vermeerdering is het familiaal arbeidsinkomen zeer sterk gedaald ten opzichte van 2010: 95,1 euro per zeug. Bij de vetmesting is het familiaal arbeidsinkomen ongeveer gelijk gebleven en voor de (bijna) gesloten bedrijven is er een daling van 6,6 euro per vleesvarken (Tabel 11). Tabel 10: Totale kost (TK) excl en incl eigen arbeid in euro voor de vermeerdering, de vetmesting en het totaal van de varkens voor (bijna) gesloten bedrijven, 2011
-
-
Vermeerdering
Vetmesting
Gesloten bedrijven
TK (per big)
TK (per kg vlees levend)
TK (per kg vlees levend)
excl arbeid incl arbeid excl arbeid incl arbeid excl arbeid incl arbeid
Totaal 2011
43,4
51,4
1,13
1,17
1,20
1,33
4,9
5,0
0,12
0,12
0,18
0,17
50% bedrijven hoogste TK
49,3
57,6
1,19
1,24
1,27
1,39
50% bedrijven laagste TK
38,0
45,7
1,06
1,11
1,12
1,26
verschil 2010
20
Tabel 11: Familiaal arbeidsinkomen (FAI) voor de vermeerdering, de vetmesting en het totaal van de varkens voor (bijna) gesloten bedrijven, 2010
-
Totaal 2011
Vermeerdering
Vetmesting
Gesloten bedrijven
FAI (per zeug)
FAI (per vleesvarken)
FAI (per vleesvarken)
-112,6
10,0
3,8
-95,1
0,3
-6,6
50% bedrijven laagste FAI
-204,8
3,2
-3,8
50% bedrijven hoogste FAI
-9,0
17,8
14,7
verschil 2010
Niet alleen van jaar tot jaar maar ook tussen de bedrijven onderling binnen één jaar zijn de verschillen in economische resultaten zeer groot. De spreiding van het FAI is het grootst bij de vermeerdering: een arbeidsinkomen van -204,8 euro per zeug tegenover 9,7 euro per zeug (verschil van 195,8 euro per zeug) en een totale kost incl. eigen arbeid van 57,6 euro per big tegenover 45,7 euro per big. Bij de gesloten bedrijven hebben de bedrijven met het laagste FAI een negatief arbeidsinkomen van -3,8 euro per vleesvarkens, terwijl de 50% bedrijven met het hoogste arbeidsinkomen een positief arbeidsinkomen behalen (14,7 euro per vleesvarken). Niet enkel van jaar tot jaar maar ook in de loop van één jaar zijn er grote verschillen in kostprijs en opbrengst. Van oudsher is er een sterke variatie in de biggen- en varkensprijs. Algemeen is er een toename van de varkensprijs in de eerste helft van het jaar en een daling van de prijs in de tweede helft van het jaar. In 2011 lijkt deze cyclus verstoord. De varkensprijs piekt in september 2012 op de hoogste waarde van de afgelopen 6 jaar. Sinds een aantal jaar zien we ook grote verschillen in de kostprijs als gevolg van de variatie van de krachtvoederprijs. Gedurende 2011 bevonden de krachtvoederprijzen zich op een hoog niveau al daalden ze gedurende het jaar wel lichtjes. In het voorjaar van 2012 begonnen de prijzen nog verder te stijgen en bereikten een absoluut hoogtepunt eind 2012. In het rapport wordt een maandelijkse evolutie gegeven van het familiaal arbeidsinkomen voor (bijna) gesloten bedrijven. Vanaf september 2010 wordt het FAI negatief en blijft door de hoge veevoederkosten een gans jaar negatief. Van oktober 2011 tot mei 2012 is het FAI positief, maar blijft zeer laag. Onder druk van de hoge krachtvoederprijzen wordt het FAI negatief tot augustus 2012. Voor een aantal maanden brengen de hoge vleesvarkensprijzen soelaas, maar tegen het einde van het jaar duikt het FAI terug onder nul. Omdat de kost voor eigen arbeid hier nog niet mee opgenomen wordt, kan er gesteld worden dat men de afgelopen 2 jaar met verlies gewerkt heeft in de varkenshouderij.
21
FIGURENLIJST Figuur 1: Economische resultaten: methodiek ........................................................................................... 5 Figuur 2 ............................................................................................................................................... 5 Figuur 3: Aandelen van de belangrijkste kostenposten in de totale kost inclusief eigen arbeid voor de drie bedrijfstakken, gemiddelde 2009-2011................................................................................................... 13 Figuur 3: Evolutie van de krachtvoederprijzen in euro per ton voor biggen, zeugen en vleesvarkens, januari 2007-oktober 2011 .............................................................................................................................. 18 Figuur 4: Evolutie van de prijs voor vleesvarkens (in euro per kg levend), januari 2007-oktober 2011 ........... 19 Figuur 5: Evolutie opbrengst, kost en familiaal arbeidsinkomen totaal varkens voor (bijna) gesloten bedrijven, in euro per verkocht vleesvarken, 2007-2010 en prognose tot oktober2011 ................................................ 19
TABELLENLIJST Tabel 1: Technische en economische kengetallen in de vermeerdering, boekjaren 2009-2011 ......................... 6 Tabel 2: Technische en economische kengetallen in de vetmesting, boekjaren 2009-2011 .............................. 7 Tabel 3: Technische en economische kengetallen voor de gesloten en bijna gesloten bedrijven, boekjaar 20092011 .................................................................................................................................................... 8 Tabel 4:Arbeidsinkomen en netto bedrijfsresultaat in euro per zeug voor de periode 2009-2011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste arbeidsinkomen per zeug, bedrijfstak vermeerdering .................................................................................................................................... 10 Tabel 5: Arbeidsinkomen en netto bedrijfsresultaat in euro per afgeleverd vleesvarken voor de periode 20092011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste arbeidsinkomen per afgeleverd vleesvarken, bedrijfstak vetmesting ....................................................................................... 11 Tabel 6: Arbeidsinkomen en netto bedrijfsresultaat in euro per afgeleverd vleesvarken voor de periode 20092011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste arbeidsinkomen per afgeleverd vleesvarken, bedrijfstak (bijna) gesloten bedrijven................................................................... 12 Tabel 7: Overzicht van de kosten in euro per big en de totale kost in euro per big en in euro per zeug voor 2009-2011: totaal + onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste totale kost in euro per big excl. eigen arbeid, bedrijfstak vermeerdering ............................................................................... 15 Tabel 8:Overzicht van de kosten in euro per afgeleverd vleesvarken en de totale kost in euro per afgeleverd vleesvarken en in euro per kg vlees (levend gewicht) voor 2009-2011: totaal+ onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste kost per kg, bedrijfstak vetmesting ................................................ 16 Tabel 9: Overzicht van de kosten in euro per afgeleverd vleesvarken en de totale kost in euro per afgeleverd vleesvarken en in euro per kg vlees (levend gewicht) voor 2009-2011: totaal+ onderscheid 50% bedrijven met hoogste en 50% bedrijven met laagste kost per kg, bedrijfstak totaal varkens (bijna) gesloten bedrijven ....... 17
LITERATUURLIJST Beleidsdomein Landbouw (2011), Vlaamse Bedrijfseconomische richtwaarden Varkenshouderij, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel.
22
Platteau J., Van Gijseghem D., Van Bogaert T.& Maertens E. (reds.), Landbouwrapport 2012, Departement Landbouw en Visserij, Brussel. Raes W., Bernaerst E., Demunck E, Oeyen A. & Tacquenier B. (2012) Economische resultaten van de Vlaamse land- en tuinbouw-2011, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Deunick J. & Vrints G. (2011) Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het landbouwmonitoringsnetwerk boekjaren 2008-2010, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel.
23
BIJLAGEN Bijlage I: Marktconforme prijs overgebracht biggen
De bedrijven in de steekproef bestaan voor een groot deel uit gemengde bedrijven waarvan een (groot) deel van de biggen intern overgebracht worden van de bedrijfstak vermeerdering naar de bedrijfstak vetmesting. De totale opbrengsten in de bedrijfstak vermeerdering bestaan dus voor een deel uit verkoop van biggen en voor een deel uit waardering van overgebrachte biggen. Intern worden biggen gewaardeerd aan de hand van de prijs van Sint-Truiden en met in 2009 een toeslag van 9 euro per big, in 2010 een toeslag van 4 euro per big en in 2011 werd er rekening gehouden met een toeslag van 9 euro. De daling van de toeslag van 2010 ten opzichte van 2009 is toe te schrijven aan het feit dat St-Truiden zijn basisprijs in 2009 met 6 euro verhoogd heeft en deze dus niet meer in de toeslag zit. De toeslagen zijn nadien echter terug beginnen stijgen waardoor deze in 2011 terug verhoogd is met 9 euro. Er is in het LMN een verschil tussen de prijs van verkochte biggen en de waarde van overgebrachte biggen waarbij die laatste een stuk lager ligt. Om die reden is per jaar de omvang van het verschil bepaald, daarbij rekening houdend met het gewicht van de biggen ( + / - 1 euro per kg meer of minder). Aan de hand van dat verschil is een correctie op de aangerekende toeslag doorgevoerd en is het deel van de opbrengsten afkomstig van overgebrachte biggen verhoogd met 2,2 euro per big in 2009 en 4,8 euro per big in 2010 en 1,2 euro in 2011. De totale opbrengsten in zowel de bedrijfstak vermeerdering als de bedrijfstak vetmesting betreft de totale omzet en aanwas. Dit betekent dat in de bedrijfstak vetmesting de kost voor de aankoop of overdracht van biggen al in rekening gebracht is. Net zoals in de bedrijfstak vermeerdering is ook in de bedrijfstak vetmesting een, zij het tegengestelde, correctie uitgevoerd. Het deel van de kosten voor overdracht van biggen is verlaagd met 2,2 euro per big in 2009, met 4,8 in 2010 en 1,2 in 2011.
24
Bijlage II: Prognose van het arbeidsinkomen tot en met 2012
Per maand wordt voor de drie bedrijfstakken en voor de periode 2007 – 2011 de opbrengst, de kost en het familiaal arbeidsinkomen (FAI) bepaald. Daarnaast is een prognose gemaakt voor 2012. Er wordt, voor het grootste deel, uitgegaan van de technische kengetallen en de economische resultaten en kengetallen uit het Landbouwmonitoringsnetwerk. Voor de periode 2007 – 2011 is gebruik gemaakt van de resultaten van de boekjaren 2007– 2011. Voor de prognose voor 2012 zijn de waarden uit het LMN van boekjaar 2011 overgenomen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de maandelijkse krachtvoederprijzen (BEMEFA), de maandelijkse biggenprijs (Sint-Truiden - Vlaamse Biggenprijs) en de maandelijkse vleesvarkensprijs (VEVA). De BEMEFA krachtvoederprijzen, de biggenprijs van Sint-Truiden – Vlaamse Biggenprijs en de VEVA-varkensprijs dienen om de evolutie per maand voor de periode 2007 – 2011 en de prognose tot en met 2012 weer te geven. De maandelijkse gegevens daarover zijn niet rechtstreeks uit het LMN te halen terwijl er voor 2012 nog geen informatie uit het LMN te halen valt. Wel wordt een correctie uitgevoerd om de BEMEFA-krachtvoederprijzen, de biggenprijs Sint-Truiden – Vlaamse Biggenprijs en de VEVA varkensprijs tot op het gemiddelde niveau van het LMN te brengen. Hierna volgt een meer gedetailleerde weergave van de werkwijze.
1. Totaal varkens voor (bijna) gesloten bedrijven Totale kosten (TK) Enkel de voederkost varieert per maand afhankelijk van de marktprijzen voor voeder. Dit gebeurt door de hoeveelheid krachtvoeder uit het LMN (HoevVoed) te vermenigvuldigen met de maandelijkse voederprijs van BEMEFA (PrijsVoedBEM) en dit te vermenigvuldigen met de verhouding prijs krachtvoeder LMN / prijs krachtvoeder BEMEFA (PrijsVoedLMN / PrijsVoedBEM). Dit laatste is nodig omdat de prijs per kg krachtvoeder van BEMEFA verschilt met de prijs per kg krachtvoeder in het LMN. De verhouding tussen de prijs krachtvoeder LMN / prijs krachtvoeder BEMEFA wordt per jaar bepaald. De vaste kosten (VastK) en de overige variabele kosten (VarKOverig) zijn gelijk aan de waarde uit het LMN voor de boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011). Voor een bepaald jaar zijn die constant (i.e. variëren niet van maand tot maand). De formule is als volgt:
TKij HoevVoed ik * Pr ijsVoedBEM ijk *
Pr ijsVoedLMNik VarKOverig i VastKi Pr ijsVoedBEM ik
en met i = boekjaar (2007 tot en met 2012), j = maand (januari tot en met december) en k = diersoort (biggen, zeugen en vleesvarkens)
Totale opbrengsten (TO) De totale opbrengst omvat de totale omzet en aanwas van de bedrijfstak varkens. Naast de opbrengst uit verkoop omvat dit de waardeverandering van de veestapel, de aankoop / overdracht van dieren, en de overige opbrengsten. Met de waardeverandering van de veestapel wordt geen rekening gehouden. De opbrengst uit aankoop / overdracht van dieren (OAanOver) en de overige opbrengsten (OOverige) worden constant verondersteld. Een beperkt deel van de opbrengsten uit verkoop - de opbrengsten uit verkoop van biggen en reforme zeugen (OVerkBigZeug) - wordt eveneens als constant beschouwd. De constante opbrengsten zijn gelijk aan de waarde uit het LMN voor de boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011). Enkel de opbrengst van de verkoop van vleesvarkens varieert per maand. Dit gebeurt door de hoeveelheid (kg) vlees verkocht (HoevVlees) te vermenigvuldigen met de maandelijkse vleesvarkensprijs van VEVA (PrijsVleesVEVA) en dit te vermenigvuldigen met de verhouding prijs vleesvarkens LMN / prijs vleesvarkens
25
VEVA (PrijsVleesLMN / PrijsVleesVEVA). Dit laatste gebeurt omdat de VEVA varkensprijs op jaarbasis niet volledig met de prijs uit het LMN overeenkomt, al is het verschil uiterst gering. De berekening is als volgt:
TOij OAanOveri OOverige i OVerkBigZeug i HoevVlees i * PrijsVleesVEVA ij *
PrijsVleesLMNi PrijsVleesVEVA i
en met i = boekjaar (2007 tot en met 2012), j = maand (januari tot en met december)
Familiaal arbeidsinkomen (FAI) De totale opbrengsten (TO) per maand min de totale kosten (TK) per maand geeft het familiaal arbeidsinkomen (FAI) per maand. Delen door het aantal verkochte vleesvarkens levert de TO, de TK en het FAI per verkocht vleesvarken per maand op. Het aantal verkochte vleesvarkens is gelijk aan de waarde in het LMN voor de boekjaren 2008, 2009 en 2010 (waarde 2011 = 2010).
2. Vetmesting Totale kosten (TK) Bij de vetmesting wordt de aankoop van een big uit de omzet en aanwas gelicht en als variabele kost meegenomen. Die kost varieert per maand. Dit gebeurt door de hoeveelheid (kg) verkochte en overgebrachte biggen (HoevBig) te vermenigvuldigen met de maandelijkse biggenprijs van Sint-Truiden - Vlaamse Biggenprijs per kg (PrijsBigST-VB) en dit te vermenigvuldigen met de verhouding biggenprijs per kg LMN / biggenprijs per kg Sint-Truiden - Vlaamse Biggenprijs (PrijsBigLMN / PrijsBigST-VB). Net als bij de (bijna) gesloten bedrijven wordt ook hier de kost van het voeder variabel verondersteld. Het enige verschil is dat het hier enkel om de voederkost van vleesvarkens gaat. Dit gebeurt door de hoeveelheid krachtvoeder uit het LMN (HoevVoed) te vermenigvuldigen met de maandelijkse voederprijs van BEMEFA (PrijsVoedBEM) en dit te vermenigvuldigen met de verhouding prijs krachtvoeder LMN / prijs krachtvoeder BEMEFA (PrijsVoedLMN / PrijsVoedBEM). De vaste kosten (VastK) en de overige variabele kosten (VarKOverig) zijn gelijk aan de waarde uit het LMN voor de boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011). De formule is als volgt:
TKij HoevBigi * PrijsBigST - VBij *
Pr ijsVoedLMNi PrijsBigLMN i HoevVoed i * Pr ijsVoedBEM ij * PrijsBigST - VBi Pr ijsVoedBEM i
VarKOverig i VastKi
en met i = boekjaar (2007 tot en met 2012), j = maand (januari tot en met december)
Totale opbrengsten (TO) De totale opbrengst is gelijk aan de omzet en aanwas. Dit betreft de opbrengst vleesvarkens (verkochte + overgebrachte), de aankoop van biggen, de aankoop / overgang overige dieren, de waardeverandering van de veestapel en de overige opbrengsten. De aankoop van biggen is uit de omzet en aanwas gelicht en opgenomen in de totale kost (zie hiervoor). Met de waardeverandering van de veestapel wordt geen rekening gehouden. De aankoop / overgang van overige dieren (OAanOverOverige) en overige opbrengsten (OOverige) wordt constant verondersteld. De constante opbrengsten zijn gelijk aan de waarde uit het LMN voor de boekjaren boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011). Enkel de opbrengst van de vleesvarkens varieert per maand. Dit gebeurt door de hoeveelheid (kg) vlees van verkochte en overgebracht vleesvarkens (HoevVlees) te vermenigvuldigen met de maandelijkse vleesvarkensprijs van VEVA (PrijsVleesVEVA) en dit te
26
vermenigvuldigen met de verhouding prijs vleesvarkens LMN / prijs vleesvarkens VEVA (PrijsVleesvLMN / PrijsVleesVEVA). De berekening is als volgt:
TOij OAanOverOv erige i OOverige i HoevVlees i * PrijsVleesVEVA ij *
PrijsVleesLMN i PrijsVleesVEVA i
en met i = boekjaar (2007 tot en met 2012), j = maand (januari tot en met december) Familiaal arbeidsinkomen (FAI) De totale opbrengsten (TO) per maand min de totale kosten (TK) per maand geeft het familiaal arbeidsinkomen (FAI) per maand. Delen door het aantal afgeleverde vleesvarkens (aantal verkochte + aantal overgebrachte) levert de TO, de TK en het FAI per afgeleverd vleesvarken per maand op. Het aantal afgeleverde vleesvarkens is gelijk aan de waarde in het LMN voor de boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011).
3. Vermeerdering Totale kosten (TK) Net als bij de (bijna) gesloten bedrijven varieert enkel de kost van het voeder. Het enige verschil is dat het hier enkel om de voederkost van biggen en zeugen (incl. opfokzeugen) gaat. Dit gebeurt door de hoeveelheid krachtvoeder uit het LMN (HoevVoed) te vermenigvuldigen met de maandelijkse voederprijs van BEMEFA (PrijsVoedBEM) en dit te vermenigvuldigen met de verhouding prijs krachtvoeder LMN / prijs krachtvoeder BEMEFA (PrijsVoedLMN / PrijsVoedBEM). De vaste kosten (VastK) en de overige variabele kosten (VarKOverig) zijn ook hier gelijk aan de waarde uit het LMN voor de boekjaren boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011). De berekening is als volgt:
TKij HoevVoed ik * Pr ijsVoedBEM ijk *
Pr ijsVoedLMNik VarKOverig i VastKi Pr ijsVoedBEM ik
en met i = boekjaar (2007 tot en met 2012), j = maand (januari tot en met december) en k = diersoort (biggen en zeugen)
Totale opbrengsten (TO) De totale opbrengst is gelijk aan de omzet en aanwas. Dit omvat de opbrengst biggen (verkocht + overgebracht), de verkoop / overgang van overige dieren, de aankoop van dieren, de waardeverandering van de veestapel en de overige opbrengsten. Met de waardeverandering van de veestapel wordt geen rekening gehouden. De aankoop van dieren (OAan), de verkoop / overgang overige dieren (OVerkOverOverige) en de overige opbrengsten (OOverige) worden constant verondersteld. De constante opbrengsten zijn gelijk aan de waarde uit het LMN voor de boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011). Enkel de opbrengst van de biggen varieert per maand. Dit gebeurt door de hoeveelheid (kg) verkochte en overgebrachte biggen (HoevBig) te vermenigvuldigen met de maandelijkse biggenprijs van Sint-Truiden - Vlaamse Biggenprijs per kg (PrijsBigST-VB) en dit te vermenigvuldigen met de verhouding biggenprijs per kg LMN / biggenprijs per kg Sint-Truiden - Vlaamse Biggenprijs (PrijsBigLMN / PrijsBigST-VB). De formule is als volgt:
TOij OVerkOverO verige i OOverige i OAan i HoevBigi * PrijsBigST - VBij *
PrijsBigLMNi PrijsBigST - VBi
en met i = boekjaar (2007 tot en met 2012), j = maand (januari tot en met december)
27
Familiaal arbeidsinkomen (FAI) De totale opbrengsten (TO) per maand min de totale kosten (TK) per maand geeft het familiaal arbeidsinkomen (FAI) per maand. Delen door het aantal afgeleverde biggen (aantal verkochte + aantal overgebrachte biggen) levert de TO, de TK en het FAI per afgeleverde big per maand op. Het aantal afgeleverde biggen is gelijk aan de waarde in het LMN voor de boekjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 (waarde 2012 = 2011).
28